GoedBericht.nl logo
UltimateGoodNews

in de gestalte Gods zijnde

01-08-2021 - Geplaatst door Andre Piet
toespraak gehouden op zondag 1 augustus 2021 te Urk

In Filippi 2:5-11 roept Paulus zijn lezers op om die gezindheid te hebben die ook in Christus Jezus is. Hij is momenteel in de gestalte Gods en God gelijkend, maar heeft die positie niet geroofd. Integendeel, zichzelf heeft hij ontledigd en heeft de gestalte van een slaaf aangenomen en heeft zich vernederd en is gehoorzaam geworden tot de dood van het kruis. En het is God die hem daarom uitermate verhoogd heeft en de naam heeft geschonken “boven alle naam”.

Filippi 2 wordt gewoonlijk beschouwd als kroongetuige van Christus’ pre-existentie (=voorbestaan). Ten onrechte, zo zal blijken uit deze studie.

Powered by RedCircle

📝 Samenvatting & Transcriptie van deze lezing

Samenvatting van deze toespraak

Deze studie behandelt de ware betekenis van de uitdrukking 'in de gestalte Gods zijnde' uit Filippenzen 2. Er wordt beargumenteerd dat deze passage niet spreekt over een verleden tijd of de pre-existentie van Christus, maar over Zijn huidige positie na Zijn opstanding. Omdat het Woord vlees werd, nam Hij als Zoon van God de gestalte van een slaaf aan en vernederde Hij Zichzelf tot de kruisdood. Als antwoord daarop heeft God Hem uitermate verhoogd en Hem de Naam boven alle namen geschonken. Uiteindelijk zal de gehele schepping deze realiteit van harte erkennen tot eer van God de Vader.

“De gezindheid van Christus Jezus was niet dat Hij de positie die Hij nu heeft, zichzelf heeft toegeëigend. Nee, Hij vernederde zichzelf, Hij ontledigde zichzelf, en het was God die Hem verhoogde.”

Introductie op het Thema en de Valkuil van Bekende Bijbelgedeelten ↑ hoofdstukken

Een hele goede middag, allemaal vrienden. Hartelijk dank ook, Jan, voor deze mooie inleidende woorden die ons bepalen bij dat geweldige plan dat God heeft. Het is goed om elkaar in deze vakantietijd ook zo te ontmoeten. Als ik zo om me heen kijk, merk ik dat niet eens zozeer aan de opkomst, maar ik zie wel wat gezichten die ik hier normaal gesproken niet zie. Zoals er ook mensen zijn die op vakantie zijn, onder andere Luc, die het scherm dit keer niet kon verzorgen. En dus hebben we te doen met een wat kleiner scherm; en dat niet alleen, maar ook een scherm met een grijs oppervlak waardoor de dia's niet helemaal uit de verf komen. Maar Luc, ik zeg er meteen bij: daar is geen klacht over, want zo'n scherm is altijd nog beter dan geen scherm. Zijn nou de grijze gebieden getrokken? Luc heeft altijd wel een weerwoord. Hij heet ook Weerslander, ja... maar dat is weer wat anders.

Ik wil jullie vanmiddag eens meenemen naar dit thema. Ik wist niet hoe ik het boeiender kon vertellen, maar het is namelijk een frase uit de passage van Filippenzen 2. Ik had het ook op een theologische manier kunnen uitdrukken — trouwens, dat zal straks vanzelf ook nog wel even naar voren komen — maar ik weet dat dit een aantal mensen zou afschrikken, en ik denk zelfs terecht ook. Stel je voor dat ik had gezegd: "We gaan het vanmiddag hebben over de pre-existentie van Jezus Christus." Dan zou je zeggen: "Wat is dat nou weer? Dat ben ik nog nooit in mijn Bijbel tegengekomen." Nou, dat bedoel ik maar. Vandaar dus met opzet deze titel: "In de gestalte Gods zijn".

Deze uitdrukking komen we tegen in Filippenzen 2, in een gedeelte dat denk ik heel bekend is. Maar zo gaat het wel vaker met bekende gedeeltes: het zijn juist de teksten die vaak erg lijden onder hun bekendheid. Want weet u hoe het werkt? Ik zeg dat uit eigen ervaring en steek de hand in eigen boezem: als je denkt iets te weten, dan sta je ook niet meer open voor andere suggesties. Waarom niet? Je weet het al, dus waarom zou je nog naar iets anders luisteren? Maar het punt en de valkuil is deze, dat je meent iets te weten terwijl de gronden daarvoor eigenlijk heel wankel zijn.

Het kan soms zijn — en wat ik vanmiddag naar voren wil brengen is daar een mooi voorbeeld van — dat je er op een gegeven ogenblik achter komt dat iets wel anders moet zijn, omdat er allerlei vragen worden opgeworpen die niet te beantwoorden zijn. Oftewel, je loopt in een bepaald pad dood en dan zeg je: "Dit kan het niet zijn, het moet wel anders zijn." Dan moet je soms weer helemaal terug naar af en je huiswerk opnieuw doen om te kijken: "Ja, maar wat staat er nou eigenlijk?"

Ik geef toe dat dit wat cryptisch kan overkomen en dat u zich afvraagt waar ik het over heb. Laten we daarom gewoon naar de passage zelf toegaan en lezen wat daar staat. Het gaat mij met name om die eerste verzen. Zojuist memoreerde en verwees Jan in zijn inleiding al naar de latere verzen waar we het ook nog over zullen hebben, namelijk dat alle knie gaat buigen en alle tong zal belijden, maar daar ligt vanmiddag niet direct de focus op.

De Titel Christus Jezus en Zijn Huidige Positie als de Opgewekte ↑ hoofdstukken

Laten we beginnen bij het begin en dat wil in dit geval zeggen bij vers 5 van Filippenzen 2. De versie die u hier ziet wijkt soms wat af van de NBG of de Statenvertaling, maar is gebaseerd op de interlineair en waar nodig zal ik dat ook toelichten. Daar staat: "Laat die gezindheid onder jullie komen." Dat schrijft Paulus dus aan de Filippiërs en zijn lezers kunnen dit opmerken: laat die gezindheid onder jullie komen. Waarom geef ik het zo weer? In de interlineair staat er eigenlijk letterlijk: "wordt alzo gezind". Dat suggereert dat die gezindheid er nog niet of nog niet geheel is, vandaar ook de oproep: "laat die gezindheid onder jullie komen".

Over welke gezindheid heeft hij het dan? Wel, dan zegt Paulus: "welke ook in Christus Jezus is". Dat woordje "is" heb ik tussen vierkante haken geplaatst, omdat het Nederlands hier een werkwoord vereist, maar in het Grieks staat het er niet. Er staat eigenlijk: "welke ook in Christus Jezus". Zo staat het er eigenlijk. Het is alleen voor het gemak van het Nederlands dat dat woordje "is" erbij staat. Dat is in die zin van belang, omdat we wel moeten weten over welke tijd we het hebben.

Hij heeft het over de gezindheid die in "Christus Jezus" is. Op zich is dat al een aanwijzing in de tijd. De term, de titel of de frase "Christus Jezus" vind je uitsluitend bij Paulus, een krappe honderd keer. Bij geen van de andere apostelen tref je die uitdrukking aan. Het is bij hen altijd "Jezus Christus" – trouwens bij Paulus zelf ook vaak, daar niet van. Maar als de term "Christus Jezus" gebruikt wordt, dan vind je hem per definitie bij Paulus. Vele tientallen keren, ik zei al, een keer of tachtig of negentig zoiets.

Op zich is dat wel opmerkelijk. Waarom is dat van belang? Wel, "Christus Jezus" geeft aan dat de titel vooropstaat. In feite is het Paulus’ eigen verhaal ook. De naam Jezus herinnert aan de mens die hier op aarde rondwandelde. Toen Hij geboren werd of bij zijn besnijdenis ontving Hij de naam Jezus, zoals trouwens al door de engel was gezegd dat Hij die naam zou dragen. In ieder geval herinnert de naam Jezus aan de mens die hier geboren werd, gewandeld heeft en uiteindelijk stierf.

Christus daarentegen is een titel. Het is geen naam, maar een titel, namelijk "de Gezalfde". Daarmee is Hij ook Profeet, Priester en Koning, daartoe gezalfd van Godswege met heilige geest. Dat is bij uitstek de titel die te maken heeft met zijn opstanding uit de doden. Petrus zegt op het tempelplein op de Pinksterdag: "God heeft Hem, deze Jezus die jullie hebben gekruisigd, tot Heer en tot Christus gemaakt." Dat is dus een titel. De mens, of het Joodse volk, heeft Jezus gekruisigd of laten kruisigen, en God heeft Hem desondanks tot Heer en Christus gemaakt.

De term "Christus" heeft dus te maken met de Opgewekte. En wie is die Opgewekte? Dat is de mens die hier op aarde wandelde. Dat is precies zoals Paulus Hem kende, want Paulus kende Jezus niet naar het vlees. Hij zegt in de tweede Korinthebrief: "en voor zover we Hem al gekend hebben..." Voor zover hij Hem in Jeruzalem ooit wel eens was tegengekomen – wat ik me zomaar kan voorstellen – dan zegt hij: "thans niet meer". Paulus kende Hem op een heel andere wijze, namelijk als de Opgewekte.

Hij kende Hem dus als de Christus. En wie was die Christus? Wel, zoals Hij Zich ook bekendmaakte toen Paulus geroepen werd op de weg naar Damascus en vroeg: "Wie bent u, Heer?" Toen zei Hij: "Ik ben Jezus, die jij vervolgt." Paulus heeft Hem dus leren kennen als de Christus, die Zich nader bekendmaakte als Jezus: inderdaad Christus Jezus.

Dit is een uitgebreide manier om te vertellen dat "Christus Jezus" spreekt van de Opgewekte, de Opgestane en de verheerlijkte Heer, zoals Paulus Hem was tegengekomen op de weg naar Damascus en ook door Hem is onderwezen. "Christus Jezus" verwijst dus naar de positie die Hij nu, sinds zijn opstanding, heeft. En als Paulus zegt: "laat die gezindheid onder jullie zijn welke ook in Christus Jezus is", dan betekent dat dus de Christus van nu, de Opgewekte. Dat is van belang, want ik lees nu verder.

Een Cruciaal Inzicht: 'in de Gestalte Gods Zijnde' Staat in de Tegenwoordige Tijd ↑ hoofdstukken

Die in Gods gestalte zijnde. Dat is feitelijk de titel van deze hele Bijbelstudie. Eerst even dit: 'die in Gods gestalte zijnde'. Hier staat in het Grieks een woord, morphé, en dat kennen we eigenlijk wel een beetje omdat we in het Nederlands allerlei woorden hebben waarin dat woord voorkomt, zoals morfologie binnen de biologie. Een morphé is een vorm of een gestalte.

Heeft God een gestalte? God is toch de Onzienlijke? God is geest; niemand heeft ooit God gezien. Nee, maar Hij die nu in de boezem van de Vader is, die heeft Hem doen kennen. Christus is de gestalte van God. Als God zichtbaar wordt, dan is dat in Christus. Christus Jezus maakt Hem zichtbaar; vandaar dat Hij Gods gestalte is.

En let op: dat is Hij nu. Vandaar ook dat er staat: 'die in Gods gestalte zijnde'. Eigenlijk geef ik deze studie naar aanleiding van een Aha-Erlebnis die ik van de week had toen ik op dit woord stuitte. Waarom? Omdat ik altijd gelezen heb dat hier stond dat Hij in Gods gestalte was en het geen roof achtte God gelijk te zijn. Ik dacht altijd dat dit sloeg op het verleden, maar Paulus spreekt over de gezindheid in Christus Jezus die in de gestalte Gods zijnde is. Het staat in de tegenwoordige tijd; het gaat over het feit dat Hij in Gods gestalte is. Nu, niet in het verleden.

Het staat echt in de tegenwoordige tijd. Ik heb op de slide een verticaal streepje gezet; dat is in de Concordant Version altijd een aanwijzing dat het de tegenwoordige tijd is. Soms staat er ook een horizontaal streepje, wat een aanwijzing is voor een aorist. Een aorist is een werkwoordsvorm waar geen tijd in besloten ligt; het gaat over een feit, ongeacht wanneer. De tijd ligt er niet in besloten.

Wij kennen dat fenomeen ook wel. Als ik vraag wat voor werk iemand doet en je zegt: 'Hij werkt in de bloemen', dan bedoel je niet dat hij op dit exacte moment in de bloemen staat, maar dat het een algemeen feit is. Het is eigenlijk tijdloos; het gaat om het feit, niet zozeer om het 'wanneer'. Maar hier staat in elk geval heel duidelijk een tegenwoordige tijd. Dat betekent dat het hier gaat over de positie van Christus Jezus in de tegenwoordige tijd, niet in het verleden. Dat was voor mij een enorme eye-opener, want het verschaft een heel andere lezing van dit gedeelte. Er staat iets anders dan wat ik altijd dacht, waarschijnlijk omdat iedereen het altijd zo vertelt. Maar het staat er gewoon in de tegenwoordige tijd. We lezen gewoon wat er staat.

'Die in Gods gestalte zijnde, het geen roof acht God gelijkend te zijn.' Ik vertaal het als 'God gelijkend'. Hier zie je weer een voorbeeld van die aorist. Een leuk woord trouwens, want 'orist' heeft te maken met horizon. Aorist betekent letterlijk: zonder horizon. Het is een werkwoordsvorm zonder enige connotatie van tijd; het feit staat vast. Of Hij het nu 'acht' of 'geacht heeft', het gaat niet om de tijd, maar om het feit. Hij acht het geen roof God gelijkend te zijn. Christus Jezus is niet God Zelf, maar Hij is Hem gelijkend; Hij is Zijn gestalte en Zijn beeld.

Als je zegt dat Hij God Zelf is, dan is dat beeldspraak. Alleen in die zin kun je zeggen dat Hij God Zelf is, maar Hij is God gelijkend. God is de Onzienlijke, maar als Hij Zich zichtbaar maakt, dan doet Hij dat in en via Christus. De Heer Jezus zegt dat zelf ook in Johannes 14: 'Wie Mij ziet, heeft de Vader gezien.' Of de tekst waar ik het zojuist over had, Johannes 1:18: 'Niemand heeft ooit God gezien, maar Hij die aan de boezem van de Vader is – aan de rechterhand Gods – die doet Hem kennen.' Zo wordt God zichtbaar.

Er staat dat Hij in Gods gestalte is, God gelijkend, maar het gaat over de gezindheid van Christus: dat acht Hij geen roof of beroving. Hij heeft die positie namelijk niet geroofd of toegeëigend. De gezindheid van Christus Jezus is dat Hij weliswaar in Gods gestalte is en God gelijkend, maar dat is voor Hem geen roof. Hij beschouwt dat niet als iets wat Hij zelf heeft gepakt of zich heeft toegeëigend. Nee, dit gedeelte laat zien – en dat zullen we in het navolgende zien – dat Hij die positie heeft ontvangen. Daarom is het geen roof. Hij acht het geen roof dat Hij Gods gestalte is en God gelijkend. Hoezo dan niet?

Zichzelf Ontledigd: van Zoon Gods Naar de Gestalte van een Slaaf en Kruisdood ↑ hoofdstukken

Hij ontledigde zichzelf en nam de gestalte van een slaaf aan. Ook hier zien we trouwens weer eerst dat aorist; dit staat in de tijdloze vorm en vervolgens in de tegenwoordige tijd. Zichzelf ontledigde, of zoals in de Statenvertaling staat: Hij heeft zichzelf vernietigd. In het Grieks staat daar het woord kenosis en dat heeft, zoals u hier ziet, te maken met leegmaken. Volledig leegmaken. De positie die Hij had, die heeft Hij ontledigd. Want je zou je de vraag kunnen stellen: wat betekent dat dan, zichzelf ontledigen? Wel, dat staat er direct achter: dat betekent namelijk de gestalte van een slaaf aannemend.

Welke positie had de Heer Jezus? Wij weten dat Hij de gestalte Gods is. Maar de Hebreeënbrief geeft in hoofdstuk 5 een heel aparte aanwijzing. Daar staat: "hoewel Hij Zoon zijnde, leerde Hij gehoorzaamheid door de dingen die Hij leed." Hij leerde gehoorzaamheid. Sommige mensen hebben daaruit afgeleid dat Hij dan blijkbaar eerst ongehoorzaam was en het nog moest leren, maar dat is niet het idee. Hij was de Zoon vanuit die hoge positie van de Erfgenaam. Hij zou alles bezitten; Hij was de bezitter in spe, want dat is wat een zoon is. Maar hoewel Hij Zoon was, heeft Hij gehoorzaamheid geleerd. Niet omdat Hij ongehoorzaam was, maar Hij werd gehoorzaam. Als Zoon werd Hij normaal gesproken gehoorzaamd; Hij had de positie waarin Hij gehoorzaamheid kon opeisen. Maar nu staat hier dat Hij gehoorzaamheid heeft geléérd.

Kijk, de Heer Jezus is geboren als de Zoon Gods. Dat is wat we weten. Toen de boodschapper Gabriël bij Maria kwam, werd tot haar gezegd: "Je zult zwanger worden en een zoon baren. Je zult Hem de naam Jezus geven en Hij zal Zoon van de Allerhoogste genoemd worden." Waarom? Wel, omdat de kracht van de Allerhoogste haar zou overschaduwen. Hij werd door God verwekt, zonder tussenkomst van mensen. Maria vroeg nog: "Hoe zal dat gaan? Ik heb geen omgang, geen gemeenschap met een man, dus hoezo zwanger worden?" Maar de kracht van de Allerhoogste overschaduwde haar en daarom zou dat heilige wat uit haar voortkwam, Zoon Gods genaamd worden. Letterlijk dus: hoezo Zoon Gods? Wel, door God zelf verwekt. Hij werd dus geboren als Zoon Gods en dat is iets wat volstrekt uniek is. Van alle miljarden mensen die geboren zijn en nog geboren zullen worden, hebben alle mensen een menselijke vader. Hij is verwekt door God zelf en is daarom met recht de Zoon Gods. Dat Hij later ook uit de doden verwekt werd door Zijn God, is een bevestiging van dat zoonschap.

Maar hoewel Hij Zoon zijnde was, leerde Hij gehoorzaamheid. Hij nam namelijk de vorm aan van een slaaf en dat is die ontlediging. Hij ontledigde zichzelf, Hij nam de gestalte van een slaaf aan terwijl Hij in de positie van de Zoon was. Hij leerde gehoorzaamheid door de gestalte van een slaaf aan te nemen en dus te gehoorzamen. Er staat in vers 7 ook nog bij: "in gelijkenis van mensen wordend." Zijn unieke status als Zoon van God deed Hij teniet; Hij maakte er geen aanspraak op, Hij ledigde die positie. Dat betekent dat Hij hier op aarde geen aanspraak maakte op die status. Hij heeft dat niet geclaimd, dat is die ontlediging, die kenosis. Daarmee werd Hij dus in gelijkenis van mensen, dus als alle andere mensen. Hoewel Hij Zoon was, ontledigde Hij zich, nam de gestalte van een slaaf aan en werd in niets anders dan de gelijkenis van mensen bevonden. Was Hij dan exact hetzelfde als alle andere mensen? Nee, Hij is uniek. Maar Hij geleek op alle andere mensen en werd in gedaante bevonden als mens. Dat wil zeggen dat Hij uiterlijk niet verschillend was van andere mensen.

In die gedaante vernederde Hij zichzelf. Wat dat precies betekent, wordt vervolgens uitgelegd in de volgende zin: "gehoorzaam wordend tot aan de dood, ja, de dood van het kruis." Hij werd niet alleen maar gehoorzaam, en Zijn gehoorzaamheid bracht Hem niet alleen maar in de dood waardoor Hij geëxecuteerd werd; nee, het was zelfs de meest vernederende dood die zich maar laat denken, namelijk de dood van het kruis. Uitermate vernederd. Hij was de Zoon, maar Hij is gehoorzaam geworden en heeft de gestalte van een slaaf aangenomen. Hij is gehoorzaam geworden tot de dood, ja, tot de dood van het kruis.

Om het schema nog eens helder te krijgen: Hij werd geboren als Zoon Gods, Hij nam de vorm aan van een slaaf — oftewel Hij werd gehoorzamend — en Hij bleef gehoorzaam ten dode. Hij werd zelfs ten dode vernederd tot de dood van het kruis. Zo diep ging het. De Zoon Gods stierf uiteindelijk smartelijk aan het vloekhout en dat is die uiterste vernedering: tot de dood, ja, de dood van het kruis.

Uitermate Verhoogd: de Naam Boven Alle Namen als Goddelijk Geschenk ↑ hoofdstukken

In vers 9 gaat Paulus verder met het uitleggen van de gezindheid van Christus Jezus. Hij is nu in de gestalte Gods, maar Hij acht dat niet als een roof. In feite was dat voor de helft al duidelijk gemaakt, want Hij heeft zichzelf immers ontledigd en vernederd. Nu is Hij in de gestalte Gods omdat God Hem daarom ook uitermate verhoogde. Hij ontledigde en vernederde zichzelf, maar God verhoogde Hem. Ziet u het verschil? De gezindheid van Christus Jezus was niet dat Hij de positie die Hij nu heeft, zichzelf heeft toegeëigend. Nee, Hij vernederde zichzelf, Hij ontledigde zichzelf, en het was God die Hem verhoogde. Dat Hij nu in die positie is als de gestalte Gods en aan God gelijkend is, is dus geen roof; die positie heeft Hij van Godswege ontvangen.

Hij is uitermate verhoogd. Zoals Hij zichzelf tot de uiterste maat vernederde, heeft God Hem tot de uiterste maat verhoogd, want dat is wat 'uitermate' betekent. God verhoogde Hem en schonk Hem in genade de naam boven alle naam. Letterlijk is dat één woord dat te maken heeft met charis, namelijk 'in genade om niet geven'. Ook hier geldt weer: het is geen roof dat Hij nu in die gestalte Gods is. Nee, het is een geschenk. God verhoogde Hem in die positie en schonk Hem in genade de naam boven alle namen. Moet je je dat voorstellen: de naam boven alle namen! Welke naam is dat? Dat is niet zo moeilijk. De naam boven alle namen in de Schrift is uiteraard die ene naam, namelijk JAHWEH.

Wat betekent JAHWEH? Het betekent "Ik ben die Ik ben" of "Ik zal zijn". Dat is precies ook wat besloten ligt in de naam Jezus. Die naam had Hij al gekregen bij Zijn geboorte, maar in Zijn opstanding en in Zijn verhoging werd die naam werkelijk bewaarheid. Hij schonk Hem in genade de naam boven alle namen, namelijk ook de naam van JAHWEH. Jezus betekent: "JAHWEH redt". Opdat in de naam van Jezus — JAHWEH redt — alle knie zal buigen: van hemelsen, aardsen en onderaardsen. Kortom, heel de schepping. Noem een creatuur dat hier niet onder valt. Een schepsel is óf hemels, óf aards, óf onderaards.

Dat laatste is trouwens nog een categorie apart. Hebben we het dan over geesten of over de onderwereld? Ik bedoel dat niet in de criminele zin van het woord, maar hebben we het dan gewoon over degenen die in het graf liggen? Dat zijn in feite ook onderaardsen, namelijk onder het aardoppervlak. Eigenlijk maakt deze vraag geen verschil; het gaat erom dat ongeacht op welk niveau een creatuur zich bevindt — hemels, aards of onderaards, en meer smaken zijn er niet — alle knie zal buigen in de naam van Jezus.

Daarom heeft God Hem die naam gegeven boven alle namen. In de naam van Jezus redt JAHWEH. Hij heeft de naam van God zelf ook ontvangen. Hij is sinds Zijn opstanding de gestalte Gods, het beeld Gods, en God openbaart zich in en via Hem. Hij redt ook via Hem en via geen ander. Opdat in de naam van Jezus alle knie zal buigen van hemelsen, aardsen en onderaardsen. En zoals Jan in zijn inleiding al zei: wij mogen dat nu al doen. In feite is dat ook wat een gelovige is: iemand die met zijn mond belijdt dat Jezus Heer is en met zijn hart gelooft dat God Hem uit de doden opwekte. Zo zul je gered worden. Welnu, er komt een moment dat alle knie daarvoor zal buigen, van hemelsen, aardsen en onderaardsen.

Elke Knie Zal Buigen en Elke Tong Zal van Harte Instemmen tot Gods Eer ↑ hoofdstukken

En ja, dat moet ik er ook nog even bij zeggen. Wanneer Paulus aanhaalt dat elke knie zal buigen, dan is dat een aanhaling; hij refereert dan aan Jesaja 45 waar dat gezegd wordt van Jahweh. Kijk het maar na — ik neem nu even niet de moeite om naar dat vers toe te gaan — maar in Jesaja 45 vers 23 lees je zelfs dat God een eed zweert. Dat doet Hij niet vaak; bij slechts vier of vijf gelegenheden lees je dat God een eed zweert, en dat is om de belofte te bekrachtigen, opdat het door twee dingen vaststaat. Er wordt een getuige bijgeroepen, en als God de hoogste getuige erbij roept, dan zweert Hij per definitie bij Zichzelf. Hij is de hoogste getuige en Hij zweert dat. Voor Hem zal elke knie buigen en elke tong zal belijden... nou ja, dat is wat er in Jesaja 45 staat: voor Jahweh.

Hier in Filippenzen staat dat het in de naam van Jezus is. Is dat een verschil? Nee, want aan Hem, aan die Jezus, is die Naam gegeven. Hij is Gods gestalte; God openbaart Zich via Hem. Laat ik het anders zeggen: God openbaart Zich via Hem, maar redt ook via Hem. Hij is namelijk Jahweh die redt. In de naam van Jezus zal elke knie buigen van hemelsen, aardsen en onderaardsen, en alle tong zal instemmen dat Jezus Christus Heer is tot heerlijkheid van God de Vader.

Ik vind het altijd erg mooi dat er staat 'tong' en niet 'lip'. Want lippenbelijdenis, een lippengetuigenis... de lip is de buitenkant. Dat kan gewoon geveinsd zijn; wij zeggen dat ook: lippendienst. Dat betekent dat het niet echt van binnenuit komt. De tong is daarentegen de binnenkant. Als de tong iets belijdt... trouwens, dat blijkt ook uit het werkwoord dat hier gebruikt wordt: belijden. Dat heeft in het Grieks het woordje 'ex' ervoor staan, wat betekent dat het van binnenuit komt. Ik zeg dat er even bij omdat mensen die hier niet aan willen nogal eens zeggen dat het geveinsd zou zijn, of dat het gebeurt met de schoen in de nek, zo van: ze moeten wel belijden. Nee, ze zullen dat van harte belijden tot heerlijkheid van God de Vader. Het is een instemming die van binnenuit komt, en vandaar ook: de tong zal het belijden. Het is in de naam van Jezus, namelijk Yeshua: Jahweh die redt. In die Naam zal elke knie buigen en elke tong zal belijden dat Jezus Christus Heer is.

Dat is eigenlijk wat een gelovige nu is: iemand die gelooft en instemt dat Jezus Christus Heer is. Nu ben je nog tamelijk eenzaam als je dat gelooft, erkent en belijdt, maar er komt een moment dat er in de hemel, op de aarde en onder de aarde geen creatuur meer te vinden is die dat niet van harte zal erkennen. Dat is toch geweldig? Ja, God bewerkt dat; God heeft een plan. In 1 Korinthe 12 zegt Paulus dat niemand kan zeggen 'Jezus Christus is de Heer' dan door de Heilige Geest. Hoe komt het nou dat ik dat belijd? Ben ik zo slim, of ben ik beter? Nee, natuurlijk niet. Hij heeft jou overtuigd, Hij heeft mij overtuigd en ik mag het belijden. Ik prijs mezelf gelukkig dat ik bij de eerstelingen mag horen; het is me toegevallen. Maar het is geweldig dat alle tong dat zal instemmen tot heerlijkheid van God de Vader.

Trouwens, daaruit blijkt ook dat die universele erkenning dat Jezus Heer is, niet tot heerlijkheid van Jezus Zelf is, maar tot heerlijkheid van God de Vader. Hij zal erkend worden als Heer, maar dat zal zijn tot heerlijkheid van God de Vader, die Zich bekendmaakt en uitdrukt in Jezus de Heer — Zijn gestalte, Zijn icoon, Zijn beeld, Hem gelijkend.

Ik hoop dat ik het duidelijk heb gemaakt dat als er in Filippenzen 2 gewezen wordt op de gezindheid van Christus Jezus, het gaat om het feit dat Hij nu in Gods gestalte is, maar die positie en het God gelijkend zijn niet heeft geroofd. Hij heeft die positie ontvangen. Het is een Bijbels principe: wie zichzelf vernedert, zal verhoogd worden. Dat vind je verschillende keren in de Bijbel, en het ultieme voorbeeld is Jezus Christus. Hij vernederde Zichzelf. Dat Hij vandaag in de gestalte Gods is, heeft Hij niet geroofd; integendeel, Zijn gezindheid was dat Hij Zich vernederde. En zelfs als Hij in die hoogste positie is, dan nog is het allemaal tot heerlijkheid van God de Vader. Dat is Zijn gezindheid, en Paulus zegt: laat die gezindheid in jullie zijn die in Christus Jezus is. Hoe hoog Zijn positie ook is, Hij heeft het niet geroofd of geclaimd. Nee, Hij heeft het van Godswege ontvangen met dit enorme doel en effect, en met de enorme impact die dit universeel in de hele schepping zal hebben.

De Misverstanden Rondom de Pre-existentie (het Voorbestaan) van Christus ↑ hoofdstukken

Filippi 2 wordt altijd opgevat als de kroongetuige van de pre-existentie van Christus. Laat ik dat toch even uitleggen, want daar moet ik een paar dingen over zeggen. Die pre-existentie betekent gewoon voorbestaan. Meestal wordt de term pre-existentie gebruikt, de 'dure variant' zeg maar, maar 'pre' betekent 'voor' en 'existentie' betekent gewoon 'bestaan'. Je existeert, je bestaat; een pre-existentie betekent dus een voorbestaan. Filippi 2 wordt beschouwd als het gedeelte dat juist gaat over het voorbestaan van Jezus Christus: waar was hij, wie was hij en wat was hij voordat hij verwekt werd? Over die vraag is al heel veel getheologiseerd.

In feite is de term pre-existentie nog steeds beladen met veel theologie. Het is verbazingwekkend hoe dit onderwerp belast is met allerlei terminologie die niet aan de Bijbel ontleend is. Ik wil daarover een vijftal punten naar voren brengen.

In de eerste plaats: de Schrift getuigt absoluut van Jezus Christus' voorbestaan. Het idee dat hij een pre-existentie heeft, een voorbestaan, is naar de Schrift. Ik zal u een voorbeeld geven uit Johannes 1 vers 15. Daar gaat het over Johannes de Doper die van hem getuigt en roept over de Heer Jezus: "Deze was het van wie ik zei: hij die na mij komt..." Jezus was inderdaad een half jaar jonger dan Johannes. Toen Maria bij haar tante Elisabeth kwam, was Elisabeth reeds zes maanden verder heen in de zwangerschap. Het verscheelde inderdaad een half jaar; dat is op zich al heel opmerkelijk, maar daar ga ik nu niet verder op in.

Het gaat erom dat Johannes hier zegt: "Hij die na mij komt." Trouwens, ook de publieke bediening van Johannes is eerder aangevangen. In ieder geval voordat de publieke bediening van Jezus begon op zijn dertigste, was Johannes reeds actief als doper in de Jordaan. Wanneer Johannes dan zijn neef ziet komen, zegt hij: "Hij is het van wie ik zei: hij die na mij komt — of in ieder geval nu nog niet publiek verschijnt — is voor mij geworden, want hij was eerst, eerder dan ik." De NBG en de Statenvertaling zeggen het ook zo, maar er staat letterlijk: "Hij was eerst." Dat wil zeggen: vóór mij.

Dus als je zegt dat Jezus er eerder was en dat hij een voorbestaan had voordat Johannes geboren was, dan staat die waarheid als een huis. Dat is precies wat de Bijbel zegt. En het is ook niet moeilijk te vinden, want weliswaar zwijgen Matthäus, Marcus en Lukas daar compleet over, maar juist Johannes begint zijn evangelie pontificaal met dit gegeven: namelijk dat hij er was vóór alle dingen. Dit staat in Johannes 1 vers 15, maar laat ik even verder lezen.

Voor Zijn Verwekking Was Hij het Woord Gods Waardoor Alles Is Geworden ↑ hoofdstukken

Tweede punt. Ik heb een vijftal aantekeningen, een vijftal dingen die te maken hebben met dat voorbestaan van Jezus Christus. Voor zijn verwekking was hij het Woord Gods. Dat is op zich niet onbekend, maar dit is precies wat er staat. We hadden het net over Johannes 1 vers 15, maar in Johannes 1 vers 14 — dus pal het voorgaande vers — lees je die woorden: "En het Woord werd vlees en het woonde te midden van ons. En wij sloegen de heerlijkheid van hem gade, een heerlijkheid als van een eniggeborene bij de Vader, vol van genade en van waarheid."

Het Woord werd vlees. Het gaat hier over de Heere Jezus, die te midden van ons woonde en diens heerlijkheid aanschouwd werd. Maar voordat hij vlees werd, wat was hij dan? Woord. Namelijk het Woord Gods, want dat zijn de eerste dertien verzen van Johannes 1. Je zou eigenlijk moeten beginnen bij vers 1 van Johannes 1, want daar staat letterlijk: "In den beginne was het Woord en het Woord was naar God toe en God was het Woord." En dit was in den beginne bij God, en alle dingen zijn geworden door het Woord. Want door dat Woord, dat vlees werd, door het Woord Gods kwam de schepping tot stand.

In Johannes 1 vers 3 staat: "In den beginne was het Woord, en alle dingen werden door hetzelfde." Dat wil zeggen: alle dingen zijn geworden en zonder dat is geen ding geworden dat geworden is. Het klinkt wat ingewikkeld, maar zo moeilijk is het niet. Alles, het heelal, alle dingen zijn geworden door het Woord. Ik neem dat heel letterlijk. God sprak namelijk en het was er. Door het Woord Gods zijn de hemelen bereid, want hij sprak en het was er, hij gebood en het stond. Dat is het Woord, dat is kracht. Dat Woord van God is ook altijd zijn werk: Dabar. Er gebeurt iets als hij zijn Woord spreekt. Wel, alle dingen zijn door het Woord van God geworden. Let er nou eens op: in den beginne was het Woord en alle dingen zijn geworden. Alle dingen ontstonden, maar het Woord wás.

Waar was God in Genesis 1? Hij wordt niet gezien in Genesis 1. Trouwens, hij wordt in principe nooit gezien. Hij was er in het Woord, want hij sprak: "Er zij licht." Iedere keer als God gaat spreken — tien scheppingswoorden — dan gebeurt er iets. Vandaar ook dat er in Johannes 1 staat: "In den beginne was het Woord en het Woord was naar God toe." Het verwees naar God en God was het Woord. Waar was God in Genesis 1, toen alle dingen werden? In het Woord. Dit moet je niet wegtheologiseren; dit is gewoon een concreet gegeven. God spreekt en het is er. Alle dingen zijn geworden door het Woord, en dat is het Woord Gods waar Genesis 1, maar ook Johannes 1 over spreekt. In den beginne was dat Woord en alle dingen werden daardoor.

Waarom benadrukken we dat? Wel, dat Woord, waardoor ooit alle dingen zijn geworden, dat Woord is vlees geworden. Want hetzelfde Woord van God kwam vervolgens, duizenden jaren later weliswaar, tot Maria. Wat werd er tot haar gezegd? Ik citeerde het zojuist eigenlijk al uit die woorden in Lukas 1: "Je zal zwanger worden en een zoon baren en hij zal Zoon van de Allerhoogste genoemd worden." Gods Woord kwam tot Maria, maar dat Woord werd toen vlees. Ze werd zwanger en dat Woord werd vlees. De kracht van de Allerhoogste overschaduwde haar precies zoals het Woord zei. Het Woord werd vlees. Wat was de Heere Jezus voor zijn geboorte? Het Woord Gods, waardoor alle dingen zijn geworden. Dan heb ik het niet over een persoon naast God, alsof God een assistent had die hem hielp bij de schepping. Nee, het was het Woord dat hij sprak waardoor alle dingen werden, en hetzelfde Woord kwam tot Maria en werd vlees.

Laat ik het meteen even bij het vierde punt aanhaken: niet de Zoon werd mens. Ik weet het, dit is de gangbare theologie. Het heeft te maken met de leer van de drie-eenheid: je hebt van eeuwigheid af God de Vader, God de Zoon en God de Heilige Geest; drie personen in één wezen. In de Schrift vind je het niet. En dan zeggen ze: "Ja, de Zoon werd mens." Dat staat zelfs in sommige vertalingen. Ik meen dat het de Groot Nieuws Bijbel is, of andere vrije vertalingen, waar in Johannes 1 vers 14 staat: "En Gods Zoon werd mens." Dat zijn zulke belabberde vertalingen. Het is echt belabberd omdat het de boel wazig maakt en verdraait. Want niet de Zoon werd mens, maar het Woord werd vlees. Dat is de taal van de Schrift. Gebruik gewoon de taal van de Schrift. Het Woord werd vlees en sindsdien is dat Woord de Zoon Gods. Want het Woord kwam tot Maria en de kracht van de Allerhoogste overschaduwde haar naar dat Woord, en daarom werd dat heilige wat uit haar voortkwam Zoon Gods genaamd. Dus niet de Zoon werd mens; nee, het Woord werd vlees en sindsdien is hij de Zoon.

Waar was hij dan voor zijn verwekking? Dat doet mij denken aan allerlei dingen die je als kind hoorde. Waar was ik voor mijn geboorte? Mijn moeder zou zeggen: "Toen was je nog in de bloemkool." Dat was tenminste de versie die ik hoorde; ik kan me voorstellen dat er andere versies zijn. Waar was je? Waar was ik toen ik er nog niet was? Had ik een pre-existentie? In de grappige vorm die je aan kleine kinderen voorhoudt, word je eigenlijk gewoon bedonderd — sorry dat ik het even zo zeg — want je spreekt natuurlijk niet de waarheid. Maar er is een hele Bijbelse formulering voor.

De Bijbelse Oorsprong van Christus Versus de Dogma's van Menselijke Theologie ↑ hoofdstukken

Voor de verwekking is iemand namelijk bij zijn vader. Na de verwekking ben je bij de moeder, in de moederschoot namelijk. Het zaad wordt gezaaid als in een zaaibed; dat is de Bijbelse gedachte. Vanaf de verwekking word je gedragen door de moeder, en de moeder is degene die het voortbrengt. Maar voor de verwekking is iemand bij de vader. Dat is logisch, want je komt namelijk uit de vader voort. Daar is een hele mooie Bijbelse uitdrukking voor, die je op de meest treffende wijze tegenkomt in Hebreeën 7. Er zijn meer voorbeelden van, maar daar lees je van Levi dat hij nog in de lendenen van zijn vader was. Ik ga nu helemaal voorbij aan de geschiedenis waarin dit genoemd wordt over Abraham die bij Melchizedek neerknielde enzovoort, maar het gaat er even om dat daar van Levi staat dat hij toen in de lendenen van zijn vader was. Gewoon bij zijn vader. Waar ben je voor je geboorte? Bij je vader, want uit diens lendenen kom je voort. Dat is het Bijbelse idee.

In het algemeen geldt dat voor elk mens die geboren is. Daar was een uitzondering op; er waren twee mensen die niet geboren zijn, namelijk Adam en Eva. Maar wat ik bedoel is dit: voor de verwekking is iemand bij zijn vader. Waarom zeg ik dat nu? Wel, dat is bij Christus niet anders. Waar was Christus voor zijn geboorte? Net hadden we het over de vraag: wat was hij voor zijn geboorte? Nou, Woord. Het Woord Gods, waardoor alle dingen tot aanzijn geroepen zijn. Je moet dus ook niet vragen: wie was hij voor zijn geboorte? Maar: wat was hij voor zijn geboorte? Namelijk Woord, het Woord Gods waardoor alle dingen zijn geworden. En hij werd een 'wie' sinds zijn vleeswording. Het Woord werd vlees en dat werd de Zoon van de Allerhoogste.

Nu komt de vraag: waar was hij dan voor zijn geboorte? Het antwoord is: hij is verwekt door en dus ook voortgekomen uit God. Dus was hij pre-existent, voorbestaand bij zijn Vader. Ik kan ook zeggen: hij komt uit de hemel, want dat is namelijk zijn oorsprong. Ik verwijs hier naar verschillende teksten, met name het Johannes-evangelie. Dat is juist het gedeelte dat laat zien dat de Heer Jezus Christus het Woord Gods is, en die brengt het daarom ook allemaal terug naar den beginne. Daar begint Johannes 1 vers 1 ook mee. Hij is het vlees geworden Woord van God en hij komt voort uit God. Waar was hij dus voor zijn geboorte? Bij zijn Vader. Of anders gezegd: op welke plek was hij? In de hemel. Hij is ook het brood dat uit de hemel is neergedaald.

Wat ik vanmiddag heb verteld over de Heer Jezus, die nu de gestalte Gods is en die hier op aarde als de Zoon van God geboren werd, maar de gestalte van een slaaf aannam en vervolgens van Godswege verhoogd is en de naam heeft ontvangen boven alle namen, dat is geen theologie. Dit is gewoon zoals de Schrift daarover spreekt. Wat ik eigenlijk wil zeggen is: kijk, wat ik nu vertel... ik ben zelf erg kritisch op wat er allemaal is verteld, ook vanuit theologische hoek, het maakt niet uit van wie. Je denkt dan: staat dat ook in de Schrift? Ik wil eigenlijk heel graag dat jullie dat op dezelfde wijze taxeren en in je opnemen. Neem het niet aan omdat ik het zeg, want dat zegt niets. Nee, de vraag is: wat zegt de Schrift en hoe zegt de Schrift het? Welke termen gebruikt de Schrift?

Er zijn zo gigantisch veel termen en woorden die mensen bedacht hebben. Dat zijn gewoon woorden van menselijke wijsheid, maar die daardoor het hele zicht vertroebelen. Het Woord werd vlees. Wie of wat was de Heer Jezus voor zijn geboorte? Het Woord Gods. Dat is Bijbelse taal. Waar was hij? Bij zijn Vader. Waar komt hij vandaan? Uit de hemel. En wie is hij nu in de gestalte Gods? God gelijkend. De naam ontvangend — hij heeft die ontvangen — boven alle namen. Die naam behoort hem niet intrinsiek toe, dat wil zeggen: alsof hij die altijd al had. Nee, die naam heeft hij ontvangen. Daarin zie je ook het verschil met zijn God en Vader. Want God is altijd God geweest; Hij heeft de naam boven alle namen niet ontvangen. Nee, dat is de Heer Jezus Christus.

Ziet u, hoe belangrijk het is om de verschillen te zien, zo belangrijk is het ook om de overeenkomsten te zien. Want hij is namelijk de gestalte Gods en het beeld Gods. Ik vertel deze dingen juist ook om het scherp te krijgen en om te begrijpen wie de persoon van onze Heer en Redder is. Wie is hij? Als Johannes dan getuigt: "Hij was vóór mij", wat was hij dan? De apostel Johannes tekent dat op: hij was het Woord Gods, dat duizenden jaren later vlees geworden is, de Zoon van God. Al die termen van 'één wezen', 'drie personen', 'God de Zoon die mens werd'... je kunt ze allemaal gewoon, sorry dat ik het zeg, bij het grof vuil zetten, hoezeer ze ook een aureool hebben van heiligheid waar je niet aan mag zitten.

Het is zelfs zo dat de belijdenis van Nicaea zichzelf zo heeft ingedekt dat als je het niet aanneemt zoals het in die formulering staat weergegeven, je volgens hen geen christen bent. Er staat gewoon expliciet dat je dan ook niet behouden kunt worden. Moet je nagaan. Begrijpt u ook waarom mensen er zoveel moeite mee hebben om vraagtekens te zetten bij zulke formuleringen? Het hangt er namelijk op dat je het risico loopt dat men zegt: "Ik kom tot andere conclusies als ik de Schrift lees." Besef wel wat de consequentie daarvan is: je komt buiten die christelijke wereld te staan die dat allemaal zo heeft geformuleerd. Want van links tot rechts heeft de hele christelijke wereld het zo geformuleerd. En dan kom je buiten te staan. Ja, buiten de legerplaats. En ik zeg u: het is niet de beroerdste plaats. Sterker nog, het is de beste plaats, want daar schijnt ook het licht van het Woord. Daar kan het ook scheiden, want daar heb je gewoon alleen het Woord.

De Schriften, die doe je open en je ontdekt vanzelf wat er staat geschreven. Je laat je niets aanleunen door welk mens of welke menselijke instantie dan ook, met hoeveel gezag dat ook door mensen is toegekend. Het maakt geen verschil; alleen de Schrift is bepalend. Ik hoop dat vanmiddag zo ook enigszins duidelijk gemaakt te hebben. Het is een wat zwaar onderwerp, dat weet ik, en toch denk ik dat het zo belangrijk is om onze Heer beter te leren kennen. Wie is hij? Waar was hij inderdaad? En hoe was hij? Hoe zegt de Schrift dat? Nou, ik hoop dat dat allemaal wat duidelijker is geworden.

🎧 in de gestalte Gods zijnde
Delen: