Pascha en de ongezuurde broden
04-08-2021 - Geplaatst door Andre Pietstudie gegeven op 3 augustus 2021, op camping 'de Eskamp' in Lemele
De dag van Pascha en het daarop volgende feest van het ongezuurde had God reeds anderhalf duizend jaar voor onze jaartelling op Israëls kalender genoteerd. Ze blijken hun volmaakte vervulling te hebben gevonden in het sterven en de berafenis van Jezus Christus. Precies op de vooraf bepaalde data!
Powered by RedCircle
📝 Samenvatting & Transcriptie van deze lezing
⏱️ Hoofdstukindeling van deze studie:
- Inleiding op de Hoogtijden
- Overzicht van de Bijbelse Feesten
- De Gezette Tijden uit Leviticus 23
- Het Pascha: de 14e van de Eerste Maand
- Het Feest van de Ongezuurde Broden
- De Geestelijke Betekenis van Ongezuurd Zijn
- De Grote Sabbat en Drie Nachten in het Graf
- Vragenronde: de Paasmaaltijd en Kalenders
- Afsluiting en Dankgebed
Inleiding op de Hoogtijden ↑ hoofdstukken
Een hele goede avond allemaal. Wat een hoogtij op zich om hier te mogen zijn en het voelt een beetje als een reünie. Het is nog maar één keer eerder dat ik hier geweest ben, vorig jaar dus. Het is zo goed om elkaar hier te treffen en wat een prachtige instrumentale begeleiding hebben jullie hier.
Ik ben gevraagd om over dit prachtige onderwerp met jullie wat gedachten te delen. Gedurende deze weken staan de hoogtijden van JAHWEH, de Feesten des Heren, of hoe u het ook maar formuleren wilt, in het middelpunt. Dat zijn allemaal hoogtijden die genoemd worden in Leviticus 23. Er zijn later nog meer hoogtijden bijgekomen, denk bijvoorbeeld aan het Poerimfeest of het Ghanouka, die trouwens beide in de Schrift natuurlijk wel genoemd worden. Maar de oorspronkelijke hoogtijden worden besproken en beschreven in hoofdstuk 23 van Leviticus, keurig allemaal op een rij.
Ik mag u vanavond meenemen naar dit onderwerp, namelijk het Pascha en de ongezuurde broden. Ik zal straks ook laten zien dat dit voor het gemak vaak ook één naam heeft, namelijk gewoon Pascha of Pesach. Misschien is het goed om, voordat we daarop inzoomen, even een overzicht te geven van waar we het over hebben. Ik heb begrepen dat de eerste inleider, afgelopen zondag is dat dan geweest, gesproken heeft over de sabbat met name. Inderdaad, daar begint Leviticus 23 ook mee. Dat is geen jaarlijkse hoogtij, maar een wekelijkse hoogtij. Voor de rest wordt het hoofdstuk gevuld met allemaal hoogtijden, zeven stuks, en dat getal is uiteraard niet voor niets.
Als je eenmaal een beetje oog hebt gekregen voor de structuur en vooral de betekenis ervan, dan kan het je eigenlijk nauwelijks meer ontgaan hoe het hoofdstuk is opgebouwd. Dat is altijd zo. Iets kan heel verwarrend lijken of een veelheid aan informatie bevatten, totdat je ineens ziet hoe het is opgebouwd en de structuur erin zit. Dan valt het allemaal op zijn plaats en dan begrijp je het gewoon ook. Dat is een groot voordeel daarvan: het is zo veel gemakkelijker te onthouden.
Overzicht van de Bijbelse Feesten ↑ hoofdstukken
Je hebt drie hoogtijden in de eerste maand. Over alle drie mag ik dus gedurende twee avonden spreken. En je hebt drie hoogtijden in de zevende maand. Ik zal ze eventjes allemaal opnoemen. De veertiende van de eerste maand het Pascha, waarover straks dus meer. En dan vanaf de vijftiende van de eerste maand begint het feest van de ongezuurde broden gedurende zeven dagen, dus tot en met de eenentwintigste.
En dan op een dag na de sabbat — let er alvast eventjes op dat hier geen datum genoemd wordt, maar wel een weekdag — een dag na de sabbat was de hoogtijd van de eerstelingschoof. Waarbij ik er nog steeds niet uit ben of het nou met één ‘s’ of met twee ‘s-en’ geschreven moet worden, en ik geloof dat ik ze beide door elkaar haal. Daar zoeken we nog eens een keertje een expert voor. In ieder geval: de eerstelingschoof van de gerstenoogst. En daar mag ik dan morgenavond over spreken.
En dan in de zevende maand heb je ook weer drie hoogtijden. Op de eerste van de zevende maand het bazuingeschal en de dag van de sjofar. Overigens, in het Jodendom, in de huidige Joodse kalender, is dat Nieuwjaarsdag. Dat is een heel eigenaardig fenomeen, maar daar ga ik nu verder niet op in; ik wijs alleen op de bijzonderheid. En dus op de eerste van de zevende maand had je de dag van het bazuingeschal. Op de tiende misschien wel een van de bekendste feesten of hoogtijden, namelijk Jom Kipoer, de tiende van de zevende maand. En dan vanaf de vijftiende van de zevende maand het Loofhuttenfeest, dat ook weer zeven dagen duurde, dus tot en met de eenentwintigste.
Dus zowel in de eerste maand als in de zevende maand een drietal feesten. En als ik u dan vertel — en nu loop ik op het verhaal vooruit, want dit moet allemaal nog aangetoond worden, hoewel je eigenlijk op voorhand natuurlijk zou kunnen en mogen verwachten dat heel de Schrift getuigt van Christus — maar ik ga het ook echt demonstreren. Schitterend is dat om te zien dat al die hoogtijden op de een of andere wijze spreken van de Messias en ook daadwerkelijk worden vervuld in de Messias.
Welnu, de hoogtijden in de eerste maand spreken van de eerste komst van de Messias, in het verleden, tweeduizend jaar geleden. En de hoogtijden in de zevende maand, wanneer alles zijn vervulling vindt — dat is wat de zeven immers ook uitbeeldt — wel, die hoogtijden vinden hun vervulling in de wederkomst van de Messias. En als je zo deze structuur ziet, dan begrijp je het ook: de eerste maand spreekt van de eerste komst van de Messias en de hoogtijden in de zevende maand van de wederkomst van de Messias.
En dan zeg je: "Ja, wacht even, maar er waren toch zeven hoogtijden?" Jawel, en er was nog één hoogtijd en die ben ik vergeten te vermelden. Nou ja, vergeten met opzet. En dat is een hoogtijd in de derde maand. Dus dat ligt tussen de eerste en de zevende maand in. En dat was het Wekenfeest, ook wel bekend als — wij kennen het veel beter als — Pinksteren. Een week van weken, zeven maal zeven dagen. En dan, als die periode voorbij is, ja, dan breekt dus de vijftigste dag aan. En dat is wat Pinksteren betekent: Sjavuot heet dat in het Hebreeuws.
En ja, dat betekent — zonder daar nu verder op in te gaan, maar je kunt het eigenlijk wel heel gemakkelijk begrijpen — dat dit Wekenfeest iets te maken moet hebben met dat wat God doet tussen de eerste en de tweede komst van de Messias. Ook trouwens een feest van eerstelingen. En het eigenaardige en het bijzondere, maar ook wel weer zo voor de hand liggend goddelijk, is dat al die hoogtijden hun vervulling vinden in dagen die inmiddels historisch zijn en ook allemaal hun vervulling gevonden hebben op de dag en op de data die God daar, nou, pakweg vijftienhonderd jaar tevoren al voor had gereserveerd. Dat is goddelijk.
Dat geldt trouwens ook voor het Wekenfeest. En je mag verwachten — maar dat is helemaal geen onderwerp voor vanavond en wellicht dat dat later in deze weken nog wel aan de orde zal komen — wat heel erg voor de hand liggend is, dat aangezien de hoogtijden in de eerste maand allemaal, en trouwens ook die van het Wekenfeest, hun vervulling hebben gevonden precies op de daarvoor bepaalde datum en dag, wat zou dan meer voor de hand liggen dan dat dit eveneens geldt voor de hoogtijden in de zevende maand? Dat de dag van het bazuingeschal en de Grote Verzoendag en het Loofhuttenfeest inderdaad ook precies zullen samenvallen met de data die God daarvoor al duizenden jaren geleden heeft neergezet.
Goed, dit even ter inleiding van die hoogtijden in het algemeen. Feest is niet helemaal hetzelfde als een hoogtijd. Per slot van rekening noemen we Goede Vrijdag ook geen feest, maar het is wel een hoogtijd. Dodenherdenking is ook geen feest, maar het is wel een hoogtijd. Dus dat even voor het verschil. Trouwens, je kunt die feesten en hoogtijden ook prachtig uitbeelden in de menora, zoals u hier ziet. Ook een attribuut dat God had laten neerzetten in zijn heiligdom. Want dan krijg je dit verhaal: het Pascha en de hoogtijd van het ongezuurde en van de eersteling. En dan vervolgens in de zevende maand de bazuin, Jom Kipoer en het Loofhuttenfeest. En daartussenin, tussen die twee groepen, het Pinksterfeest. Dat wat God doet tussen de eerste en de tweede komst van de Messias. Goed, dat even als overzicht.
De Gezette Tijden uit Leviticus 23 ↑ hoofdstukken
En dan stel ik voor dat we nu naar Leviticus 23 gaan. Ik zal echt nog wel eens een keer wat zijstapjes maken, maar we beginnen gewoon vers voor vers te lezen en dan zullen we vanzelf wel zien wat we allemaal tegenkomen op deze reis. "Dit zijn de gezette hoogtijden van JAHWEH." Dit is een wat letterlijke weergave die ik hier aan u presenteer. Dus soms wijkt het wat af van de NBG of Statenvertaling, maar goed, dat merkt u vanzelf wel op. Waar nodig kan het gewoon toegelicht worden. "Dit zijn de gezette hoogtijden van JAHWEH." Je moet dus ook niet zeggen dat het Joodse feestdagen zijn; het zijn hoogtijden van JAHWEH. Hij beschouwt deze data die nu gaan volgen, en dat wat allemaal op die dagen moet gebeuren, als Zijn hoogtijden. Israël mocht die vieren en zou haar heilige samenkomsten hebben: "heilige samenkomsten die jullie zullen uitroepen op hun gezette tijd", op hun bepaalde tijd. Want dat is wat 'gezet' betekent.
Ze zeggen van mij ook weleens dat ik gezet ben, maar dat heeft dan weer een andere betekenis natuurlijk. Maar gezet betekent: neergezet, door God gefixeerd en bepaald. Zó moet dat, dan en dan, en niet anders. Dus zowel de data als dat wat daarop moest plaatsvinden is allemaal neergezet, en God zegt: "Zo moet dat." Waarom? Omdat het Zijn hoogtijden zijn. En dan komen we bij de eerste hoogtijd in de eerste maand. In vers 5 staat: "In de eerste maand". Dat is de maand Aviv, of zoals we hem in de NBG of Statenvertaling kennen: Abib. Maar het is eigenlijk gewoon Aviv, hetzelfde als een deel van de naam van de stad in Israël. Tel Aviv betekent 'lenteheuvel', maar Aviv is simpelweg het woord voor lente. Het is de lentemaand, de voorjaarsmaand, ongeveer overeenkomend met maart-april. Later kreeg die maand trouwens een andere naam en dat is Nisan. Dat heeft niets met een automerk te maken, want dat is met een dubbele 's'. Nee, Nisan. Die naam vind je later; na de Babylonische ballingschap krijgt die maand ook die naam.
Het is de eerste maand en dat is al zo sterk. Het was oorspronkelijk... dat is een beetje ingewikkeld, maar goed, we zitten hier met Frans, dus we zijn allemaal helemaal fris en fruitig hier. In ieder geval was het zo dat deze eerste maand ooit de zevende maand was. God heeft gezegd: "Voortaan wordt dit de eerste maand." Hier gaan jullie voortaan beginnen, zodat de kalender een half jaar verschuift. Dat verklaart dus ook het fenomeen waarom men op de eerste dag van de zevende maand nieuwjaarsdag viert; dat heeft daar nog mee te maken. Maar God had gezegd: de dag van Pascha waar we het nu over gaan hebben, dat is voortaan de eerste maand. "Dit zij u de eerste der maanden", zo lees je in Exodus 12.
"Op de veertiende van de maand, tussen de avonden." In het algemeen is het zo dat kalenderdagen worden gerekend van avond tot avond. Dat is een heel bekend Hebreeuws gebruik. Je leest het al in verband met de sabbat; die wordt gevierd van vrijdagavond tot zaterdagavond. Van avond tot avond. In ditzelfde hoofdstuk, Leviticus 23 vers 32, wordt inderdaad ook gezegd van Jom kipoer: "van avond tot avond". Dus tussen de avonden zullen jullie dat vieren. En dat heeft dus te maken met de vraag: wanneer begint een dag? God noemde het licht 'dag'. Dus op het moment dat het licht wordt, begint de dag. Zo was het vanaf Genesis 1. En wanneer eindigt dan de dag? Nou, als het donker wordt. Maar waar hoort de nacht nou bij? De Bijbelse rekening is dat de nacht altijd gerekend wordt... hoe zeg je dat dan netjes? In ieder geval, feitelijk is het zo dat wanneer de dag voorbij is, het kalenderblaadje eraf wordt gescheurd en dan begint de volgende kalenderdag. Tussen de avonden.
Het Pascha: de 14e van de Eerste Maand ↑ hoofdstukken
Dus in de eerste maand, op de veertiende van de maand, tussen de avonden is het Pascha voor JAHWEH. Dat woord Pascha kennen we in onze talen — in het Engels, Duits, Frans — het is overal zo overgenomen. Het woord Pascha betekent letterlijk overspringen of voorbijgaan. Dat had te maken met die dag; het is de dag dat een lam geslacht werd en dat de verderfengel voorbijging. In Exodus 12 wordt die geschiedenis beschreven: de verderfengel ging voorbij als daar het bloed aan de deurposten gesmeerd was van het lam dat geslacht was. De engel van JAHWEH ging letterlijk voorbij, hij sprong eroverheen, hij skipte dat. Je ziet dat trouwens ook nog in onze talen: in het Engels is het 'Passover', maar ook ons woord 'passeren' heeft daarmee te maken. Zelfs ons woord 'paspoort' houdt daarmee verband; het wil gewoon zeggen dat je kunt passeren, dat je de grens over kunt. Dat Hebreeuwse woord Pascha heeft daar allemaal mee te maken.
Over dat woord Pascha nog een aantal dingen. In de eerste plaats dus de betekenis: overspringen of voorbijgaan. De instelling daarvan en de hele achtergrond van deze dag wordt beschreven in Exodus 12. Daar lees je — heel bijzonder trouwens — dat de Israëlieten een lam in huis moesten nemen, maar dat moesten ze al vier dagen eerder doen. Op de tiende van de maand moest men een lam in huis nemen. Dat was trouwens ook precies de dag dat de Heer Zijn intocht deed in Jeruzalem. Toen nam men het lam in huis en werd dat gedurende een aantal dagen gekoesterd, maar op de veertiende werd dat lam geslacht. De historische achtergrond daarvan is dus dat in Israël, vlak voorafgaand aan de uittocht uit Egypte, die lammeren geslacht werden en dat het bloed van het lam opgevangen en gesprenkeld werd aan de deurposten. Als de Heer dat zag, dan ging Hij voorbij; dan sprong Hij over.
Je leest inderdaad dat zo'n lam geslacht moest worden. Er staat dan ook nog bij dat zijn beenderen niet gebroken mochten worden. Als je een klein beetje op de hoogte bent van de lijdensgeschiedenissen zoals die in de evangeliën verhaald worden — met name Johannes benadrukt dat nogal sterk — dan is de profetische vervulling zo krachtig. Het Lam dat geslacht is, is inderdaad geslacht op deze bewuste dag en Zijn beenderen werden met opzet niet gebroken. Dat was heel bijzonder, want van de medegekruisigden werden de beenderen wel gebroken, maar toen ze bij Hem kwamen, deden ze dat uitdrukkelijk niet. Johannes zegt dan: "Geen been van Hem zal gebroken worden." Want Hij is het Pascha.
Nog even een paar dingen over dat woord Pascha. In het spraakgebruik, ook in het Nieuwe Testament al, maar momenteel ook gewoon onder de Joden, is het zo dat Pascha niet alleen die ene bewuste dag van de veertiende is, maar eigenlijk ook de benaming voor het hele feest dat daarop volgde. Men noemt dat Pascha of meestal Pesach. Het kan wat verwarrend zijn omdat oorspronkelijk het Pascha gewoon die ene dag was, maar in het algemeen spraakgebruik werd het de benaming, het label dat gegeven werd aan ook het navolgende feest. Je leest bijvoorbeeld in Lukas 22 vers 1: "En het feest van de ongezuurde broden, dat Pascha genoemd wordt, naderde." Let op hoe het geformuleerd wordt: "dat Pascha genoemd wordt". Strikt genomen is dat niet de juiste benaming, maar zo gaat dat met zoveel dingen in het spraakgebruik die niet helemaal kloppen, maar die dan zo in zwang raken en voor het gemak zo worden aangeduid. Het hele feest wordt zo genoemd omdat het begint met het Paschalam. Dat is ongeveer het verhaal.
Maar het allerbelangrijkste moet natuurlijk zijn dat dit de datum is. Deze veertiende van de eerste maand, die God dus al had genoteerd, bepaald en neergezet. Bij de uittocht uit Egypte, ongeveer vijftienhonderd jaar voor onze jaartelling, had Hij al gezegd: dit is de dag van het Pascha. En wanneer is de Heere Jezus Christus gekruisigd en geslacht, terwijl geen been van Hem werd gebroken? Wel, dat was uitgerekend op deze dag. Hij werd geslacht op de dag van het Pascha. Je leest dat er ook haast bij was bij Zijn kruisiging, want na de veertiende kreeg je het feest van de ongezuurde broden. Hij moest worden gekruisigd voorafgaand aan het feest. De dag erna kon het niet, want dat was een rustdag. Ik geef hier een paar teksten bij waaruit blijkt dat het inderdaad uitdrukkelijk vóór het feest moest zijn afgerond. Dat was dus die veertiende Aviv, de dag van het Pascha.
De apostel Paulus zegt dit in de Korinthebrief zelfs expliciet zo. Hij zegt in hoofdstuk 5: "Want ook ons Pascha is geslacht: Christus." Als je de vraag stelt op welke dag Hij dan geslacht zou zijn, dan is het antwoord: op de dag die God al zo ver van tevoren had genoteerd, neergezet en gefixeerd. Dit is de dag dat het Pascha geslacht moet worden, zodat het Joodse volk haar Messias kruisigde, geheel onbewust van de diepe profetische betekenis. Maar ze hebben de Schriften vervuld, onwetend, en de Messias precies op de dag geslacht die God al had voorgeschreven.
Ik lees verder in Leviticus 23 over die dag van het Pascha. Waar ik eigenlijk ook nog even bij moet zeggen dat de verlossing van Israël is gebaseerd op het slachten van het lam. Dat weet het Joodse volk ook nu nog maar al te goed als zij het Pesach vieren met de seder. Dan spreken ze over de exodus, over de grote verlossing die van Godswege is bereid. Men weet dat dit allemaal begonnen is met het slachten van een lammetje. Dat was de inleiding waardoor het volk uit Egypte trok, vervolgens door de Rode Zee ging en zo de vrijheid tegemoet ging. De bevrijding en de verlossing vonden plaats vanaf die dag en op basis van wat er op die dag is gebeurd. De betekenis kan en mag je dus niet ontgaan. We gaan verder.
Het Feest van de Ongezuurde Broden ↑ hoofdstukken
Dan staat er: "En op de vijftiende dag van deze maand" – we hadden het over de veertiende, dat was het Pascha – "is het feest van de ongezuurde broden voor JAHWEH." Het is met opzet dat ik de klemtoon even op het woordje "feest" leg, omdat de ongezuurde broden eigenlijk al een dag eerder begonnen. Maar het féést van de ongezuurde broden begon op de vijftiende. Op de dag van het Pascha was er echter al geen gezuurd brood meer te vinden. Het is de week waarin er niets gezuurs gegeten wordt.
Ik herinner me – dat was al heel erg lang geleden, zevenentwintig jaar terug, in 1984 – dat ik een vriend opzocht in Israël. Dat was net in de week van Pesach. In die tijd kun je in Israël geen gewoon brood kopen; alles zijn matzes, van die platte broden. In het jodendom is dit echt een fenomeen: voorafgaand aan het feest, en zelfs al voorafgaand aan de veertiende, wordt het hele huis omgekeerd. De grote schoonmaak; waar komt ons gebruik van de grote schoonmaak in het voorjaar vandaan? Ik zeg "ons gebruik", maar dat is inmiddels geloof ik ook een beetje archaïsch, een beetje verouderd. Maar ik weet wel dat mijn moeder het altijd over de grote schoonmaak had, en dat was dan inderdaad in het voorjaar. Dan werd het hele huis omgekeerd en schoongemaakt, echt gestreken... ja, maar dat wordt wel weer door een ander gedaan, dat weet je. Dat was even een grapje onder ons. Maar in ieder geval: alles wat gezuurd is, gaat eruit.
Want wat is zuurdeeg? Dat is niets anders dan deeg van de vorige dag; vers deeg dat is overgebleven van de dag ervoor. Dat is inmiddels gezuurd en het woord zegt het al: het is deeg van de vorige dag, oftewel van gisteren. Daar zit het woord "gist" in. Dat is wat het brood doet: gist doet het brood rijzen. Eigenlijk is gist niets anders dan deeg van de vorige dag. Het geeft het brood volume en veel lucht, maar geen massa. Het is lucht, dus volume. Het woord zegt het eigenlijk al.
Waar spreekt zuurdesem van? In de Bijbel, in de hele symboliek van de Schrift, komt zuurdeeg nogal eens voor. Het heeft altijd een negatieve betekenis. Het is ook logisch: als je het woord langzaam uitspreekt, dan begrijp je het meteen: zuur. Daar zit al iets van bederf in. Het spreekt inderdaad van dat wat van vroeger is, het oude. Dat is niet mijn uitleg; dat is wat Paulus ook beschrijft in 1 Korinthe 5. Ik citeerde het zojuist al even, maar zuur heeft te maken met dat wat bijt en wat wegvreet, en wat ook spreekt van bederf en het oude.
Als de verlossing tot stand is gebracht op de veertiende, de dag van de kruisiging, wat gebeurt er dan vervolgens daarna? Wel, dan is het oude voorbijgegaan. In feite is dat het begin van het feest. Of in ieder geval: dan is het oude voorbijgegaan, en dat an sich is inderdaad een reden voor het feest.
De Geestelijke Betekenis van Ongezuurd Zijn ↑ hoofdstukken
Laat ik Paulus' uitleg in 1 Korinthe 5 eens lezen. De context laat ik even voor wat het is, de hele samenhang en waarom hij dit opschrijft. Maar let eens op de formulering. Hij zegt het tegen de Korinthiërs, en onder hen waren zeker wat Joodse lezers die heel goed begrepen wat Paulus hier optekende. Paulus zegt: "Zuivert uit het oude deeg opdat jullie een vers deeg zouden zijn." U begrijpt, dit is symboliek; dit is niet letterlijk. Hij heeft het hier niet over het huis schoonmaken in de letterlijke zin, waarbij je alle kruimels van vroeger moet wegdoen. Nee, hij zegt: "Zuivert het oude deeg opdat jullie een vers deeg zouden zijn, zoals jullie ongezuurd zijn." Wij spreken altijd over ongezuurde broden, maar strikt genomen staat er niet eens 'broden'. Er staat gewoon 'ongezuurd'. Zoals jullie ongezuurd zijn, want — en dat citeerde ik zojuist al — ook ons Pascha werd geslacht: Christus.
Dus aangezien Christus geslacht is, is het oude voorbij. Het bederf is ten einde. En Paulus zegt: "Jullie zijn ongezuurd." Niet: jullie zouden ongezuurd moeten zijn, of jullie moeten je best doen. Nee, je bént dat. Dat is je identiteit in Christus. Het oude is voorbijgegaan — dat is trouwens 2 Korinthe 5 — zie, het nieuwe is gekomen. In Christus stierf Hij, en wat we voor de rest in deze hoogtijden in de eerste maand zien: Hij is opgewekt uit de doden. Dat is het volgende feit. Maar het nieuwe is gekomen, en dan zegt hij er ook bij in vers 8: "Dus ons Pascha werd geslacht, Christus, opdat wij feest zouden vieren. Niet in oud zuurdeeg, ook niet in zuurdeeg van kwaadaardigheid en boosaardigheid." Ziet u dat zuur in de Bijbel de betekenis heeft van het negatieve? Kwaadaardigheid, boosaardigheid.
Je leest in de Galatenbrief dat Paulus de leer die daar gebracht werd — een wettische leer — ook zuurdeeg noemt. Hij zegt: "Wees daar alert op." Het onderwijs dat daar in Galatië werd verteld, was dat de gelovigen uit de natiën onder de wet werden gesteld. U weet hoe dat gaat. Hij zegt ook: "Een klein beetje zuurdeeg maakt het hele deeg zuur." Dan kun je zeggen: "Dat is maar een klein beetje, dat stelt niet zoveel voor," maar dat is fataal. Want als je dat zijn werk laat doen, als je dat erin doet, dan wordt het hele deeg verzuurd. Vandaar ook dat alles weg moet. Daarom is het onderwijs zo belangrijk dat we weten wat Paulus hier zegt: "Jullie zijn ongezuurd." Dat is je identiteit en dat moet je weten.
Op het moment dat je onder een wet gesteld wordt, is de gedachte altijd: je moet iets zien te bereiken. Het is niet volbracht; nee, je moet het nog zien te bereiken en daarvoor moet je je best doen. Die leer op zich is zuurdeeg. Het is kwaadaardig en boosaardig, omdat het de ontkenning is van het feit dat we in Christus ongezuurd zijn. Het is volbracht; ons Pascha werd geslacht, Christus. Laat ons dus feestvieren en laat je dat niet afnemen, want juist dat is dat zure. Eigenlijk is alles wat de feestvreugde wil ontnemen zuurdeeg. Daar ga je ook zuur van kijken, want je wordt in feite op jezelf gericht. Het oude is wat een mens zelf produceert, dat wat bederfelijk is, het oude wat voorbijgaat. Dit is namelijk in feite allemaal het oude: het oude 'ik', het vlees.
Als je wilt weten wie je bent, dan moet je zien op Christus. In Hem ben je volmaakt. God ziet jou aan in Hem. Hij ziet jou nu al zoals je straks in Christus zult zijn. Wij kijken naar elkaar en we beoordelen elkaar op basis van het verleden, op basis van gisteren eigenlijk. Wie is iemand? Je bent eigenlijk dat wat je allemaal verzameld hebt in je rugzakje van het verleden. Dat zou dan je identiteit zijn. Nee, zegt Paulus, onze identiteit is in Christus. God ziet ons aan naar wat we straks daadwerkelijk zullen zijn en de garantie is al gelegd, namelijk in Christus. Zo laat ons feestvieren. Wij gaan er op voorhand al vanuit: zo ziet God het en zo leven wij.
Ja, "dat is maar makkelijk", is dan meestal een verwijt. Voor mij is het juist een aanbeveling! Geweldig, want dat is namelijk de reden om feest te vieren: het is geregeld, het is volbracht en in Hem is het realiteit. Wij zijn daarom blij en we vieren feest, niet in zuurdeeg van kwaadaardigheid en boosaardigheid, want dat is altijd de consequentie daarvan, maar in ongezuurde broden van oprechtheid en waarheid. Namelijk de waarheid zoals God ons ziet; de oprechtheid en de eerlijkheid. Gewoon zoals het er staat, waarbij we de Schrift recht doen. Dat is die oprechtheid en waarheid.
Zodat de les die hieruit te leren is, duidelijk wordt. Kijk, het zijn hoogtijden van JAHWEH en God gaf deze kalender aan Israël. Het is niet direct aan ons gegeven, maar wij nemen er kennis van. En het is niet voor niets dat God die data allemaal heeft gegeven. Dat is namelijk omdat God zegt: "Op die dagen ga ik dit alles vervullen." Dat is geweldig, ook profetisch, dat God dat allemaal zo van tevoren heeft gezegd: "Zo ga ik dat doen." Daarmee bevestigt Hij ook de waarheid van Zijn Woord. Hoe lees je dat in Jesaja? Hij is de God die van den beginne de afloop verkondigt. Hij zegt al bij de uittocht uit Egypte: "Dit zijn Mijn dagen en op deze dagen gaan al Mijn hoogtijden ook daadwerkelijk vervuld worden." En jullie mogen het nu alvast gaan vieren. Zo heb ik het vastgelegd.
De Grote Sabbat en Drie Nachten in het Graf ↑ hoofdstukken
We gaan weer even terug naar Leviticus 23. We hadden gelezen over die... nou, ik lees vers 6 nog eventjes: "Op de vijftiende dag van deze maand is het feest van de ongezuurde broden voor Yahweh. Zeven dagen zullen jullie ongezuurde broden eten." En dan staat er in vers 7: "Op de eerste dag van het feest zullen jullie een heilige samenroeping hebben." Dan was er een hele samenkomst apart gesteld. Ja, waarom? Omdat het zo'n dag is die alles markeert. De veertiende was het lam geslacht, en de vijftiende was dus ook de eerste dag dat de Heer Jezus in het graf lag. Het was de vijftiende dag van de eerste maand, Aviv dus.
Daar hebben we het al even over gehad: ik zeg volle maan. Dat is namelijk altijd zo. Als het halverwege de maand is, is het bij ons niet altijd volle maan, maar de kalender van Israël is gebaseerd op de maan. De nieuwe maand begint altijd bij nieuwe maan; het is met recht een maankalender, een maancyclus. Dat betekent dus dat het halverwege de maand, op de vijftiende, per definitie altijd volle maan is.
Ik herinner me dat ik ooit die film heb gezien, The Passion of the Christ. Het was echt een bioscoopfilm van Mel Gibson. Ik was destijds helemaal niet gecharmeerd van die film, maar goed, dat is mijn persoonlijke indruk. Wat ik wel heel sterk vond, is dat fragment waarin de Heer Jezus in de nacht voorafgaand aan de veertiende in Gethsemane bad tot zijn Vader. Je ziet dan een fragment door de bomen heen waarbij de maan schijnt. Het was volle maan. Dat is volledig correct, want het was inderdaad tegen volle maan dat deze dingen plaatsvonden.
In ieder geval — dat doet er verder nu even niet toe — op die vijftiende dag zouden de Israëlieten een heilige samenroeping hebben. Van die dag wordt een beschrijving gegeven, en het is van belang om het Nieuwe Testament juist op dit punt goed te begrijpen. Wat wordt er gezegd? Op de eerste dag, de vijftiende, zullen jullie een heilige samenroeping hebben en geen enkel dienstwerk doen. Als het ware: het lam is geslacht en nu is het eerst rust. De symbolische betekenis ligt natuurlijk voor het grijpen, maar er zit nog iets aan vast om de data in het Nieuwe Testament te begrijpen.
Het betekent namelijk dat de vijftiende van de maand, ongeacht op welke dag van de week die viel, in de praktijk een sabbat is. Wat is immers het kenmerkende van de sabbat? Dat men geen dienstwerk doet. Dat geldt voor elke zevende dag van de week, maar ook de vijftiende dag van de eerste maand is een dag waarop men een heilige samenroeping zou hebben en geen enkel dienstwerk zou doen. Je leest ook in Johannes 19 over de haast die het Sanhedrin had om Jezus te kruisigen. Er staat dan dat de dag die zou volgen, de dag van die sabbat, 'groot' was. Het was namelijk geen gewone sabbat die zou volgen; nee, het was een grote sabbat, een jaarlijkse sabbat.
Dat betekent even voor de goede orde — het klinkt wat hypothetisch, maar het is precies gegaan zoals het van belang is — dat als die vijftiende op een vrijdag viel, er dus twee sabbatten achtereen waren. Snapt u? Namelijk eerst de jaarlijkse vijftiende waarop men geen enkel dienstwerk mocht doen, en direct daarna de zaterdag, de gewone wekelijkse sabbat. Dan heb je dus twee sabbatten achter elkaar. Dat was precies de situatie in de week waarin de Heer Jezus gekruisigd werd.
Ik geef toe, over wat ik nu ter sprake breng is een heleboel te doen. Ik steek vanavond niet mijn nek uit om dat nu eens uitgebreid uit de doeken te doen, daar zitten jullie denk ik ook niet op te wachten. Maar ik denk dat het verhaal vrij eenvoudig te vertellen is en het is schitterend om te zien. Kijk, de kans dat die vijftiende op een vrijdag valt, is één op zeven. In de week dat de Heer Jezus stierf, viel de vijftiende inderdaad op een vrijdag, zodat je twee sabbatten achtereen had. Dat was trouwens ook een reden waarom die sabbat na zijn kruisiging een 'grote sabbat' werd genoemd; het was namelijk een heel lange sabbat van twee dagen achter elkaar.
Het wordt in veel vertalingen wegvertaald, maar er staat in Mattheüs 28 vers 1 iets heel specifieks wanneer de vrouwen naar het graf gaan om het lichaam van Jezus te zalven. Er staat daar letterlijk: "Laat na de sabbatten". Dat is heel eigenaardig, want het staat in het meervoud. Nou ja, eigenaardig... als je niet op de hoogte bent van de kalender van Israël, of beter gezegd de hoogtijden van Yahweh, dan struikel je erover. Je denkt: sabbatten? Je hebt toch maar één sabbat? Nee, juist bij die gelegenheid waren er twee sabbatten, en vandaar ook de uitdrukking "laat na de sabbatten" dat ze naar het graf toe gingen.
Ik wil dit er nog even over zeggen, want ik zie dat ik daar nog net de tijd voor heb. De gebruikelijke lezing — en dat is misschien wat schokkend voor sommigen van jullie — is dat de Heer Jezus op vrijdag werd gekruisigd. We noemen het niet voor niets Goede Vrijdag. Daarna kreeg je de sabbat en vervolgens stond hij op zondagochtend op. Ik geloof niet dat dat juist is. Wel dat hij op de dag na de sabbatten opstond, dat wil zeggen de zondag (daar zullen we het morgen over hebben), maar hij heeft niet twee nachten in het graf gelegen. Hij heeft drie nachten in het graf gelegen. Dat staat letterlijk zo in Mattheüs 12 vers 40: dat hij drie nachten in het hart van de aarde zou zijn.
Als er twee sabbatten waren, de vrijdag en de zaterdag, dan lag de Heer Jezus dus al vanaf de donderdag in het graf. De Heer Jezus is niet op de vrijdag, maar op de donderdag gekruisigd. Hij lag dus in het graf tijdens de nacht van donderdag op vrijdag, de nacht van vrijdag op zaterdag en de nacht van zaterdag op zondag. Dat zijn drie nachten en twee sabbatten. Dat maakt het verhaal anders dan de gebruikelijke traditionele lezing van de Goede Vrijdag. Die tijd is dus een dag langer geweest dan altijd wordt voorgesteld.
De Heer Jezus stierf, voor de goede orde, op de veertiende en dat was op de donderdag. Laat in de middag, tegen de avond, werd hij begraven. Vervolgens brak de grote sabbat aan, namelijk de vijftiende van de eerste maand op de vrijdag. Daarna kwam de gewone wekelijkse sabbat op de zaterdag. Twee sabbatten achtereen, en gedurende die twee sabbatten heeft de Heer Jezus in het graf gelegen. Laat na de sabbatten, op de eerste dag van de nieuwe week, werd hij na drie nachten in het graf te hebben gelegen gewekt uit de doden en werd de steen weggewenteld. Maar dat brengt ons bij de dag van de eerstelingschoof. Dat is ook weer een speciale hoogtijd die exact zijn vervulling heeft gevonden in het Nieuwe Testament in de opstanding van de Heer Jezus Christus. Nou, dat was het eigenlijk in het kort. Ik weet niet hoe uitgebreid u de versie wil hebben, maar dit is in een kort overzicht hoe de data in elkaar grijpen.
Vragenronde: de Paasmaaltijd en Kalenders ↑ hoofdstukken
Misschien is er naar aanleiding van het voorgaande nog een vraag of een opmerking waar we nog even op in kunnen gaan; iets wat ik heb laten liggen of waarin ik misschien niet duidelijk genoeg geweest ben. Zo ja, dan hoor ik dat graag.
In het begin noemde u het oude deeg en de link met gist. Hoe zeg je dat in het Engels? Wat krijg je daarvan mee? Daar zit toch ook het woord 'kist' in, 'yeast'? Ja, maar dat durf ik bijna niet te zeggen, want er zitten hier mensen in de zaal die veel beter Engels spreken dan ik. Het ging mij erom dat wij in het Nederlands die prachtige link tussen 'gist' en 'gisteren' kunnen maken. Hoe dat in andere talen precies zit, weet ik niet uit mijn hoofd. Ik vond het al zo mooi dat het in het Nederlands zo treffend is. Maar als je de etymologie — de woordoorsprong — van het woord 'gisteren' opzoekt in een etymologisch woordenboek, dan brengt dat je inderdaad gewoon bij het woord 'gist'. Verder kan ik u niet helpen hoe dat in andere talen precies is terug te vinden.
Was het voor de rest voor iedereen zo helder? Weet u wat ik eigenlijk had verwacht? Ik dacht dat er vast en zeker vragen zouden komen over de maaltijd die de Heer Jezus gevierd heeft vlak voor zijn sterven. Dat was het Pascha, maar hoe kan dat? Nou, laat ik de vraag dan zelf maar stellen als jullie het niet doen. Want ik gaf al even aan dat er over die hele kwestie van de data, op welke weekdag het plaatsvond en op welke dag het op de feestkalender viel, een heleboel om te doen is.
Eén van de kwesties is de gebruikelijke lezing dat Jezus in de nacht waarin Hij werd overgeleverd, met zijn discipelen nog het Pascha heeft gegeten. Men zegt dan: "Ja, maar hoe kan dat?" Hoe kan Hij het Pascha hebben gegeten, terwijl de dag daarop het lam pas geslacht zou worden? Dat klopt, het lam was op dat moment nog niet geslacht. Maar je leest bij die gelegenheid ook helemaal niet over een paschalam. Er staat dat het Pascha werd gegeten, maar ik zal u vertellen: elke maaltijd van het ongezuurde brood heet 'het Pascha eten'. Het 'eten van het Pascha' hoeft dus niet per se te betekenen dat het de maaltijd van de Seder was waarbij het paschalam gegeten werd. Nee, het is in feite zoals ik net al zei over de term Pascha: dat is niet alleen maar die ene bewuste dag, maar die naam geldt eigenlijk gedurende al die dagen. 'Het Pascha eten' kan dus gewoon betekenen: het eten van het ongezuurde brood. De Heer Jezus zegt: "Ik heb vurig begeerd met jullie dit Pascha, deze ongezuurde maaltijd, te eten." Maar van een paschalam lees je op dat moment niet. En als u mij vraagt, kan dat ook niet, want de dag daarop zou namelijk pas het lam worden geslacht. Dat de Heer Jezus inderdaad op díé dag werd geslacht en gekruisigd, ligt niet alleen voor de hand, maar de Bijbel zegt dat ook.
Mag ik daar specifiek een ander vers bij nemen? Want Mattheüs 26 wordt in de Statenvertaling bijvoorbeeld vertaald als 'de eerste dag van de ongezuurde broden'. Ja, dat is dus precies waar ik het net over had. Sommige vertalingen zeggen 'op de eerste dag van het feest van de ongezuurde broden'. Maar dat was technisch gezien niet de eerste dag van het feest, want dat was de vijftiende. Nee, er staat: 'de eerste dag van de ongezuurde broden', en dat was de veertiende al. Ik geef toe, het geeft wat technische probleempjes bij het lezen, maar de ongezuurde broden beginnen dus op de veertiende, terwijl het féést van de ongezuurde broden op de vijftiende begint. De veertiende wordt namelijk niet gerekend als een feestdag, en eigenlijk is dat ook heel logisch. Dat is om dezelfde reden waarom wij Goede Vrijdag niet als een feestdag rekenen.
U zegt nu: die eerste dag van de ongezuurde broden is de veertiende, maar Hij is toch ook gestorven op de veertiende? Ja, dat klopt. Maar omdat die kalenderdag van avond tot avond gerekend wordt, zit het zo: op het moment dat de avond invalt, begint de veertiende. Aan het begin van die veertiende heeft Hij dus de maaltijd gegeten. De nacht die daarop volgde, waarin Hij werd overgeleverd en in Gethsemané was, en de ochtend dat Hij naar Pilatus ging — dat was allemaal nog steeds de veertiende. Er zitten voor ons wat haken en ogen aan, vooral door het onbegrip dat wij als niet-Joodse lezers hebben bij al deze gebruiken; hoe het nou precies in elkaar steekt. En daar komt trouwens ook nog bij dat ook de Joodse traditie in sommige opzichten afwijkt van wat er feitelijk geschreven staat. Ook dat is mogelijk.
André, ik heb hier ook andere lezingen over gehoord en daar ging het altijd om de woensdagavond als tijdstip van de kruisiging. Men vermeldde dan een aantal teksten omdat je dan die 'tweede sabbat' krijgt. Als je de woensdag als uitgangspunt stelt, was de dag van het Paschafeest de eerste sabbat, zoals dat ook in Leviticus wordt genoemd. Want je zit ook met die vrouwen die olie gaan kopen. Als de kruisiging op donderdag was, zouden ze ergens na de sabbat, dus zaterdagavond, pas in de winkel kunnen kopen. Dan zit je met die donderdag wel heel dicht erop.
Nee, kijk, als Hij op de donderdag werd gekruisigd — de veertiende — dan was de dag daarop, vrijdag de vijftiende, een jaarlijkse sabbat. De dag dáárop was weer een sabbat, maar dan de wekelijkse sabbat. Dan heb je dus twee sabbatten achtereen. En wanneer konden die dames dan wat kopen en voorbereiden? Dat deden ze dan op de dag voor de eerste sabbat of tussen de sabbatten door. Ze kochten het en bereidden het voor om na de sabbatten naar het graf te gaan. Dat is inderdaad een heel gepuzzel.
Misschien dat we het er morgen nog even over kunnen hebben, over de dag waarop de Heer Jezus is opgestaan. Je leest bijvoorbeeld over de Emmaüsgangers dat zij teleurgesteld uit Jeruzalem vertrekken. Dat was al tegen de middag of het eind van de middag, tegen de avond. Een man voegt zich incognito bij hen — dat was dus de Heer Jezus — en ze nodigen Hem uit. Ze doen hun verslag: "Weet u dan niet wat er gebeurd is? Heel Jeruzalem is daar toch van op de hoogte?" Het was immers 'hot news'. Ze waren verbaasd en zeiden: "Wij hadden gehoopt dat Hij het was die Israël verlossen zou, want Jezus was een man machtig in woord en werk." En dan zeggen ze iets heel opmerkelijks: "Maar thans is het reeds de derde dag dat deze dingen geschied zijn."
Als je dat even terugrekent, of je nu inclusief of exclusief rekent, dan kom je nooit op de woensdag uit. Want op die zondagavond deden zij die reis, en dat was de derde dag. Als je dan terugrekent, kom je uit op de vrijdag of op de donderdag, maar niet op de woensdag. Maar ik denk dat we er verstandig aan doen, voordat we nog verder in de details raken, om het hierbij te laten. Of heb jij er nog één?
In Genesis 22 lees je dat Abraham op reis ging en op de derde dag zijn ogen opsloeg. Dat was ook de dag dat hij zijn zoon bij wijze van spreken uit de doden terugkreeg. Dat was op de derde dag, al wordt er geen datum genoemd. Wat de diepere betekenis daarvan is? Oei, ja. In ieder geval is de simpelste verklaring dat dit de dag is geweest die Paulus typeert: het Pascha, dat is de zondag.
Dat is de dag geweest dat de Heer Jezus de intocht deed in Jeruzalem. Het volk moest een lam in huis nemen, en dat was ook de dag dat het volk de Messias begroette en Hem in hun huis nam. Maar zij wisten niet dat Hij vier dagen later daar gekruisigd zou worden. En dat is inderdaad de tiende geweest, de tiende van de eerste maand.
Overigens is die tiende van de eerste maand ook de dag geweest dat Israël in het beloofde land arriveerde. Dat was ook de tiende van de eerste maand. En als u mij vraagt, was het ook de geboortedag van de Heer Jezus. Maar dat is nog een andere vraag. Als je de kalender omschuift, klopt het dan op de zondag? Als je dan weer een half jaar opschuift... ja, dat is ook zo eigenaardig. Want als je precies een half jaar terugrekent of vooruitrekent – net wat je wilt – dan is het ook inderdaad de Grote Verzoendag.
Even voor de goede orde, misschien pakt niet iedereen dit nu op: de tiende van de eerste maand was de dag dat het lam in huis genomen werd om het op de veertiende te slachten. Maar de tiende van de zevende maand, dat is Jom Kipoer, de Grote Verzoendag. En ik geloof dus dat de Heer Jezus – en dat is echt een geweldig verhaal, dat is echt zo boeiend – inderdaad op die dag is geboren. Ook dat is een kwestie apart, dus ik wil het niet te veel uitleggen, maar met dat ze de kalender een half jaar hebben omgedraaid... als je dat terugdraait, dan vallen die twee dagen samen.
En daar komt trouwens nog iets bij. Want als de Heer Jezus op de tiende van de eerste maand geboren is, en we weten van één iemand die een half jaar ouder was: Johannes. Het verschil tussen die twee kalenders... het wordt steeds mooier. Ik zei net al over die twee kalenders: het wordt vaak de burgerlijke en de kerkelijke kalender genoemd, of de godsdienstige kalender, maar eigenlijk is het de koninklijke kalender en de priesterlijke kalender.
En als ik het zo zeg, dan begrijp je dat dit verhaal zo bijzonder wordt. Waarom? Omdat de Heer Jezus de Koning is uit de stam van Juda. Johannes de Doper was echter van het priesterlijke geslacht; zijn vader was priester. Hij was priesterlijk en hij wees ook: "Zie het Lam Gods, dat de zonde der wereld wegneemt." Als die twee nou een half jaar verschillen, dan krijg je precies weer het verschil tussen de tiende van de eerste maand en de tiende van de zevende maand. Dat halfjaarlijkse verschil komt dus op die manier terug en het komt weer bij elkaar. Het komt ook weer bij elkaar. Dan heb je Melchizedek, want dan zijn de koning en de priester weer één. Dan is de cirkel rond.
En trouwens, het uur is ook rond, want ik zie... Oké. Er staat ook: "Heer, wij herinneren ons wat deze verleider gezegd heeft toen hij leefde: 'Na drie dagen zal ik opgewekt worden.'" Heeft het ook een relatie met die drie dagen en het overspringen van die sabbat? Ja, precies. De Heer Jezus had het al voorzegd. Dit was trouwens ergens tussen de twee sabbatten in dat die Joden bij Pilatus kwamen en vroegen om een wacht bij het graf. Dat ze iets stiekem zouden zeggen... precies. Men wist dus al: we moeten in ieder geval gedurende die drie dagen dat graf bewaken. Want dan gaat hij aan de ontbinding over – of dat de gedachte was, dat weet ik niet. Maar je hebt die zekerheid gemeld? Ja.
Maar goed, dat is even tussendoor, meer heb ik nu niet. Morgen gaan we het, zoals gezegd, over de eerstelingschoof hebben en dus over de dag van de opstanding van de Heer Jezus. Het is allemaal geweldig om je daarin te verdiepen, want je valt van de ene in de andere verbazing. Ik hoop dat ik jullie daarin in ieder geval een klein beetje heb mogen meenemen en een tipje van de sluier heb mogen oplichten. Dat is mooi, als je een 'oplichter' bent.
Afsluiting en Dankgebed ↑ hoofdstukken
Laten we met elkaar deze samenkomst afsluiten met dankgebed.
Machtige God en Vader, we willen U heel hartelijk dankzeggen dat we hier zo in alle rust en vrijheid bij elkaar kunnen en mogen zijn. We danken U dat we ons mogen verdiepen in zulke oude teksten die zo goddelijk van design zijn, omdat ze spreken van dingen die U tevoren bepaald hebt en die ook exact zo vervuld zijn. Dat kan er maar één: slechts één kent de toekomst, zoals we dat in een lied zingen. U kent het heden en overziet de toekomst; sterker nog, U hebt het van tevoren allemaal al bepaald en beschikt.
Wat een geweldige God hebben we en wat zijn de Schriften rijk die daarvan getuigen. We bedanken U dat we, linksom of rechtsom, altijd weer bepaald worden bij Hem die het centrum is van de Schriften. Al de Schrift getuigt van Christus. Of het nu de veertiende van de eerste maand is, of de vijftiende, of de dag van de eerstelingschoof: we worden gewezen op Hem die stierf, en wat meer is, die opgewekt werd uit de doden.
Heer, we danken U dat we in Hem alles mogen bezitten. Dat we in Hem ook ongezuurd zijn en dat het werk volbracht is. Dat er rust is en vrijheid; werkelijk reden om feest te vieren en om het hoofd omhoog te richten. Want er staat nog zoveel te gebeuren. U hebt nog zoveel op het programma staan, en het geweldigste en grootste van dat alles is: het beste gaat nog komen. Het wordt steeds mooier, want U hebt het beste voor het laatst bewaard.
We danken U, Vader, dat U ons zo'n toekomstverwachting geeft, zo'n rust en zo'n uitzicht. We danken U zo voor dit alles deze avond: voor de gelegenheid, voor de ontmoeting en voor het feit dat we zo deze dagen bij elkaar mogen vertoeven en mogen spreken over deze dingen die ons verenigen. Dat is een enorm voorrecht, en daar danken we U uit de grond van ons hart voor. Amen.
UltimateGoodNews