GoedBericht.nl logo
UltimateGoodNews

de eerstelingschoof

05-08-2021 - Geplaatst door Andre Piet
4 augustus 2021, Lemele

Voor de hoogtij van de eerstelingschoof in de eerste maand vermeldt de Schrift geen datum maar een weekdag. “Daags na de sabbat”.  Alle details die verband houden met deze dag, verwijzen naar de grootste historische omwenteling ooit: de opwekking van Christus Jezus, de eersteling!

Powered by RedCircle

📝 Samenvatting & Transcriptie van deze lezing

Samenvatting van deze toespraak

De Bijbelstudie behandelt de hoogtijdag van de eerstelingschoof uit Leviticus 23 en toont hoe deze profetisch vooruitwijst naar de opstanding van Christus. Aan de hand van de Joodse kalender wordt de exacte tijdlijn van Jezus' kruisiging en grafverblijf uitgewerkt, wat culmineert in Zijn verrijzenis op de unieke dag van de omertelling. Typologische symbolen, zoals de bewogen schoof, het opstijgoffer, olijfolie en wijn, illustreren stuk voor stuk de overwinning op de dood en het nieuwe, onvergankelijke leven. Tot slot wordt via 1 Korinthe 15 de climax van dit feest uitgelegd: Christus is als Eersteling de garantie dat uiteindelijk alle mensen levend gemaakt zullen worden, waardoor de dood als laatste vijand definitief wordt verslagen.

“Christus is de Eerste die opstond om nooit meer te sterven. Hij bracht dus echt leven aan het licht.”

Inleiding en Overzicht van Gods Feestkalender ↑ hoofdstukken

Nou, we zijn al heerlijk in de stemming gekomen door deze prachtige liederen die gezongen zijn. De verwachting die we hebben aan die grote God van wie we altijd per definitie te klein denken – en dat vind ik een hele geruststellende gedachte. Ik wil vanavond met jullie weer verdergaan in de lijn waar ik gisteren al begonnen ben. Toen hadden we het dus over het Pesachfeest, de dagen van Pascha en de ongezuurde broden. Vanavond gaan we naar een volgende hoogtijdag, namelijk die van de eerstelingschoof. Wat dat is en wat daar allemaal mee verband houdt, daar gaan we eens dieper op in en het is een geweldig onderwerp. Ja, dat geldt natuurlijk altijd als je de Schrift opent, dat weet ik, maar er is niets wat – als u het mij vraagt tenminste – zozeer de rijkdom van de Schrift en van het evangelie bepaalt als de overwinning op de dood. Dat goede bericht dat we kennen, dat is waar deze hoogtijdag van spreekt.

Eerst nog even voor de volledigheid en als een soort reminder wil ik nog eventjes de kalender in het algemeen bespreken. Deze weken gaan over Leviticus 23, over de hoogtijden van Yahweh, over de feestkalender van God. Dan zoomen we iedere keer in op een bepaald detail, maar ik denk dat het erg handig is om het geheel te overzien. Ik heb dat gisteren al even gedaan, maar ik wil het kort nog even aanstippen, zodat het echt volstrekt helder wordt. Zodat er na afloop van deze vakantie niemand is die eigenlijk geen idee meer heeft hoe het ook alweer zat. Het is namelijk eigenlijk heel simpel, want wat had ik verteld? Er zijn zeven hoogtijden die God van origine had ingesteld en als kalender ook aan Zijn volk Israël heeft gegeven via Mozes, pakweg 1500 jaar voor onze jaartelling.

Er zijn drie hoogtijden in de eerste maand en drie hoogtijden in de zevende maand. Gisteren hebben we het gehad over die veertiende van de eerste maand en dat is de dag van het Pascha. Dat is de dag waarop de Heer Jezus Christus werd gekruisigd. Ja, het was de dag waarop ooit een lam geslacht werd en de Exodus, de uittocht uit Egypte, plaatsvond, maar het was dus ook de datum dat de Heer Jezus stierf. Dan een dag later, de eerste dag dat de Heer Jezus in het graf lag, kreeg je het feest van het ongezuurde. Gedurende een week lang at men ongezuurd brood en was het zuurdeeg geheel verwijderd. Ook daar heb ik het gisteren over gehad.

En dan, en dat is het onderwerp van vanavond – ik noem het nu even in het overzicht – had je daags na de sabbat de dag van de eerstelingschoof, namelijk van de gerstenoogst. Ik ga daar straks dieper op in, dus ik noem het nu alleen even voor het overzicht. Dan had je drie hoogtijden in de zevende maand. Namelijk op de eerste van die maand de dag van het Bazuingeschal. En dan de tiende van die maand: Jom Kipoer. Ik noem het maar even op z’n Hebreeuws, maar ik zou ook kunnen zeggen Verzoendag of Grote Verzoendag. Dat was een hele belangrijke dag voor Israël en dat is het trouwens nog steeds. Op de vijftiende van die maand had je gedurende ook weer een week lang – want God houdt van feesten en er werd wat gevierd hoor – het Loofhuttenfeest, oftewel Sukkot zoals dat in het Hebreeuws heet.

Nou, dat is het overzicht, maar voor het begrip is het denk ik heel essentieel om te begrijpen dat de drie hoogtijden in de eerste maand allemaal hun vervulling hebben gekregen, heel concreet en precies op de dag nauwkeurig, in de eerste komst van de Messias. In Zijn sterven, op de eerste dag dat Hij in het graf lag en ook, zoals we straks zullen zien, op de dag dat Hij verrees uit het graf. Al die hoogtijden in de eerste maand zijn inmiddels vervuld bij de eerste komst van de Messias. De vervulling van die zevende maand, dat wacht nog op de toekomst – de nabije toekomst, mag ik daaraan toevoegen. Die zullen vervuld worden in de wederkomst van de Messias. De zevende maand, want het getal zeven wijst al op voltooiing; dan wordt alles tot volheid en voltooiing gebracht.

En dan heb je nog één feest daartussenin, in de derde maand. Dat ligt ook inderdaad voor de hand en dat spreekt van dat wat God doet tussen de eerste en tweede komst van Christus. Dat heeft alles weer te maken met Pinksteren. Goed, nou dat even voor het overzicht. Het is een herhalingsoefening, dat weet ik, maar ik vind het van belang dat je het geheel ook overziet.

De Tijdlijn van de Kruisiging tot de Opstanding ↑ hoofdstukken

Ik wilde nog even inhaken op waar ik het gisteren ook al over heb gehad. Naderhand zijn er nog wat vragen gesteld en is er, onder het genot van een drankje tot in de kleine uurtjes, doorgesproken over hoe dat nou precies zat. Er zijn gesprekken geweest over bijvoorbeeld de vrouwen die genoemd worden in de evangeliebeschrijvingen; de vrouwen die de Heer Jezus wilden balsemen en daarvoor specerijen hadden gekocht en bereid. Wanneer is dat precies geweest? Kortom, al die puzzelstukjes zijn nog eens neergelegd om te kijken hoe het ook alweer zat.

Ik heb gisteren al gezegd dat dit een onderwerp is waar nogal wat verschillende geluiden over zijn. Ik zit niet zo in elkaar dat ik zeg: zo is het en niet anders. Ik geef toe dat ik erg stellig kan overkomen, dat wordt me nogal eens verweten, maar ik bedoel dit te zeggen: ik ben daar niet dogmatisch in. Onderzoek het gewoon zelf. Ik reik aan wat ik zelf gevonden heb onder het motto: voor wat het waard is, check it yourself. Ik waarschuw u wel dat als u hiermee bezig bent en leest wat erover gedebatteerd is, er nogal wat variatie blijkt te zijn. Dat vind ik helemaal geen punt, want dat noodzaakt juist om het goed te onderzoeken. Hoe zit het dan eigenlijk? Het is goed om voor uzelf de dingen op een rijtje te krijgen.

Het ging over de dagen van de kruisiging tot aan de opstanding. Ik ben er niet meer aan toegekomen om zelf een nieuw schemaatje te maken, dus ik heb een afbeelding van mijn website geplukt en in de PowerPoint verwerkt om te laten zien hoe het zit. Aan de ene kant is het heel eigenaardig, maar het geeft ook aan dat de Bijbel soms een puzzelboek is. Puzzelstukjes moeten in elkaar geschoven worden. Alles klopt, maar zoals bij puzzelen gebruikelijk is, kan dat nog een hele klus zijn.

Eén van de dingen waar je op stuit, is dat aan de ene kant gezegd wordt dat de Heer Jezus 'ten derde dage' opstond, maar een enkele keer wordt er ook gesproken over 'na drie dagen' opgewekt worden. Dat heeft verschillende redenen. Het kan te maken hebben met inclusief tellen en exclusief tellen. Als ik zeg 'over twee dagen', reken je vandaag dan mee of ga je pas rekenen vanaf morgen? Op dat soort verschillen kun je stuiten.

In dit geval heb ik het zo naar voren gebracht: het was op de 14e Nisan en dat viel, als we het over de weekdag hebben, op een donderdag. De Heer Jezus stierf in de middag. De nacht van donderdag op vrijdag was de eerste nacht. Vervolgens was de vrijdag de 15e Nisan. Dat was de eerste dag dat de Heer Jezus in het graf lag. Hij stierf weliswaar in de middag, maar zo tegen de avond, net bij zonsondergang, werd Hij in het graf gelegd. Daar was haast bij, want u weet dat die 15e Nisan in de praktijk gold als een Sabbat, een dag waarop men geen dienstwerk mocht verrichten.

Dan heb je vervolgens de nacht van vrijdag op zaterdag, dat is de tweede nacht. Dan krijg je de zaterdag en dat is de 16e Nisan; de tweede dag dat de Heer Jezus in het graf lag. Dit betekent trouwens ook dat er twee Sabbatten achter elkaar vielen. De 15e Nisan was een jaarlijkse Sabbat en de 16e Nisan was de wekelijkse Sabbat. Twee rustdagen vielen dus direct achter elkaar. Vervolgens de nacht van zaterdag op zondag, dat is de derde nacht. Op die zondag vroeg in de ochtend, op de 17e Nisan, wordt de steen van het graf weggewenteld. Dat is de derde dag in het graf. Maar het was ook drie dagen na zijn dood. Ziet u het verschil? Het was de derde dag in het graf, 'ten derde dage opgewekt', maar het was niettemin ook 'na drie dagen opgewekt'. Beide uitdrukkingen hebben hun betekenis, het hangt er maar net vanaf wanneer en wat je rekent.

Ik heb nog een afbeelding die iets moeilijker te zien is, die moet ik nog eens bewerken. Maar wat ik ermee wil zeggen, gaat vooral over de gesprekken van gisteravond: hoe zat het met de gebeurtenissen tussen Jezus' sterven en zijn opstanding? De Heer Jezus stierf dus op de 14e Nisan en tegen de avond werd Hij begraven. Ik heb de teksten waar dat specifiek staat erbij vermeld, zodat u het kunt opzoeken.

Dan de vrijdag, de 15e Nisan. Dat was de eerste dag van het feest waarop geen enkel dienstwerk verricht mocht worden. Dit was in de praktijk een Sabbat. In de avond van die vrijdag, de avond van die 15e Nisan, komt er een delegatie van het Sanhedrin bij Pilatus. Zij vragen om een Romeinse wacht bij het graf neer te zetten, een aantal soldaten die de wacht hielden. Ook wordt de steen dan verzegeld. Dat vindt u in Matthäus 27 vers 62.

De dag daarop is de wekelijkse Sabbat, de 16e Nisan, de tweede dag dat de Heer Jezus in het graf lag. Na afloop van die Sabbat – en daar hebben we het gisteren ook over gehad – worden de kalenderdagen in Israël naar goed gebruik van avond tot avond gerekend. Wij rekenen van middernacht tot middernacht, maar dat is niet het Bijbelse gebruik. Daar wordt gerekend van avond tot avond. Je leest dat zelfs expliciet over de Grote Verzoendag: 'van avond tot avond zult u dat vieren, gelijk een Sabbat'. Voor degenen die vertrouwd zijn met Joodse gebruiken zeg ik hiermee niets nieuws. Dat betekent dat als de zon is ondergegaan op zaterdagavond, de Sabbat voorbij is. Dat betekent dat er ook weer 'koopavond' is, als dat een goede uitdrukking is. In ieder geval was handelen dan weer toegestaan. Na die Sabbat, op de zaterdagavond dus, hebben de dames nog specerijen gekocht die ze vervolgens vroeg in de morgen naar het graf zouden brengen.

U weet wat er vervolgens is gebeurd: vroeg in de morgen wordt de steen van het graf weggewenteld op de zondag, de 17e Nisan. Als je natuurlijk een traditioneel idee en beeld hiervan hebt, dan is dit misschien wat schokkend. Was het niet altijd Goede Vrijdag dat de Heer Jezus stierf? Het verhaal is, zoals ik gisteren ook liet zien, dat de Heer Jezus volgens de Schriften drie nachten in het graf heeft gelegen. Met drie nachten kom je nooit uit als Hij op vrijdag is gestorven en op zondagmorgen is opgestaan; dat zijn maar twee nachten. Maar Hij heeft drie nachten in het graf gelegen en bovendien waren er twee Sabbatten. Ik geef toe dat dit in de meeste vertalingen een beetje weggemoffeld wordt, omdat men er niet goed raad mee wist. Dat klinkt misschien wat complotterig, maar ik denk dat het bij vertalen vaak zo gaat: iets wat men totaal niet kan rijmen, wordt dan maar op een andere wijze weergegeven.

De Instelling van de Eerstelingschoof in Leviticus 23 ↑ hoofdstukken

Goed, dat was even de inleiding, want feitelijk heb ik nog niets verteld over die eerstelingschoof. Daar moeten we nu naartoe, want dat was weer een aparte hoogtijd. Dat blijkt ook wel uit de manier waarop dit wordt geformuleerd in Leviticus 23. In de letterlijke weergave staat er: "En JAHWEH sprak tot Mozes en Hij zei..." Dit is in feite de inleiding tot een heel nieuwe bespreking, een volgende hoogtijd.

In vers 10 staat: "Spreek tot de zonen van Israël." Ja, voor de Israëlieten is die kalender bestemd. Dit is geen kalender die Hij aan de natiën heeft gegeven of die iedereen zou moeten houden; het was een kalender die Hij gaf aan Zijn volk, maar wel met een heel bijzondere, diepgaande betekenis. "Wanneer jullie komen in het land dat Ik jullie geef..." Want ze waren op dat moment nog in de woestijn en het zou trouwens nog een hele tijd duren voordat ze daadwerkelijk zouden arriveren in het land. Maar als jullie daar komen — en Ik geef jullie dat zomaar gratis voor niks, want dat heb Ik beloofd — en jullie haar oogst oogsten...

Het gaat hier over de eerste oogst, de oogst in de eerste maand: de gersteoogst. Gerst, dat zijn die aren met die heel lange baarden. In het Hebreeuws heeft het woord ook iets met 'harig' te maken. Je zou heel goed kunnen zeggen dat de kalender van Israël gebaseerd is op de oogsten; hij is daaraan gelieerd. Je hebt een drietal oogsten. In de eerste maand (maart/april) wordt gerst geoogst. Daar gaan we het nu over hebben. Vervolgens, in de derde maand, ongeveer zeven weken later — dus een week van weken, 49 dagen later — begint de tarweoogst; dat heeft te maken met Pinksteren. En in de zevende maand (september/oktober) worden de druiven geoogst, de wijnoogst. De hoogtijden die in dit hoofdstuk beschreven worden, hebben dus inderdaad alles te maken met de oogst die werd binnengehaald: met gerst, met tarwe en met druiven en wijn. Ook in verband met de symboliek is dat een onmiskenbaar en belangrijk gegeven.

"Wanneer jullie komen in het land dat Ik jullie geef en jullie haar oogst oogsten, dan zullen jullie een eerstelingschoof naar de priester brengen." Namelijk van die gersteoogst. Een eersteling, een schoof, is een verzameling. In de NBG-vertaling of de Statenvertaling wordt het een 'garve' genoemd, maar dat woord kennen we nauwelijks meer. Een schoof is gewoon een bundeling van aren, in dit geval van gerst. In het Hebreeuws staat hier het woord omer. Ik zeg dat even omdat ik er straks op terugkom. Op de dag dat dit plaatsvindt, begint namelijk ook de omer-telling. Vanaf die dag telt men zeven sabbatten en vijftig dagen. Die periode die vanaf deze dag begint, heet de periode van de omer-telling, ook wel de dag waarop de sabbatentelling aanvangt.

Een eerstelingschoof van de gerst betekent het eerste van de oogst. Dat is een algemeen, universeel Bijbels principe: het eerste wat geoogst wordt, ongeacht wat dat is — en trouwens ook de eerstelingen van de kudde, het eerstgeborene — is voor God. Al wat de baarmoeder opent, dat wil zeggen: alles wat als eerste geboren wordt, daarvan zegt God: "Dat is van Mij." Het eerste krijgt in de Bijbel altijd de hoogste bestemming. We hebben het nu over het enkelvoud: de eerste schoof. Die wordt naar de priester gebracht en dan staat er: "Hij [de priester] zal de schoof zwaaien." De garve zal hij bewegen. Er staat letterlijk een soort zwingende priester die daar voor het aangezicht van JAHWEH, in het heiligdom, heel demonstratief die schoof van gerstenaren beweegt voor het aangezicht van God.

Waarom? Om God erop te attenderen? Terwijl ik het zeg, denk ik: dat is ook gek natuurlijk, alsof God ergens op geattendeerd moet worden. Maar het idee is dat het heel plechtig voor het aangezicht van JAHWEH gebeurt: "Dit is de eerste van de oogst." En dat bewegen betekent naar mijn overtuiging niets anders dan leven. Dat blijkt ook uit de andere dingen die moesten gebeuren. Alle symbolische handelingen op deze dag hebben te maken met leven. Het is niet moeilijk te begrijpen: als iets beweegt, leeft het. Als water stilstaat, noem je het dood water, maar op het moment dat het gaat bewegen, leeft het. Deze eerstelingschoof werd bewogen voor God en daarmee werd gedemonstreerd: "Van Godswege leeft deze bundel."

Er staat bij: "Opdat jullie welgevallig zijn." Ik heb eigenlijk nog niets gezegd over de vervulling, maar u bent inmiddels hopelijk een beetje warmgedraaid. Als je eenmaal de vervulling van dit fenomeen kent — dus waar het naar verwijst — dan begrijp je ook waarom het op deze manier geformuleerd wordt: "Opdat jullie welgevallig zijn." Het volk is welgevallig vanwege die bewegende, levende eerstelingschoof. Het klinkt misschien als gezwollen taal: hoezo is het volk welgevallig omdat de eerstelingschoof van de gersteoogst wordt bewogen door de priester voor Gods aangezicht in het heiligdom? Dat begrijp je pas echt als je weet waar het naar verwijst.

Dan komen we bij de kalenderkwestie: wanneer moest dit plaatsvinden? Het meest kenmerkende is de priester die de bundel beweegt voor het aangezicht van God, maar wanneer was dat? "Daags na de sabbat zal de priester die zwaaien of bewegen." Dat is opmerkelijk, want van al die andere hoogtijden lees je de datum waarop ze plaatsvonden, maar hier wordt geen datum genoemd. Voor deze hoogtijd wordt een weekdag gereserveerd. Het Pascha is op de veertiende dag van de eerste maand. Het feest van de ongezuurde broden vangt aan op de vijftiende dag. Zo is het bij al die feesten, behalve bij deze en het feest dat daaraan gekoppeld is: het Pinksterfeest, de vijftigste dag na deze dag. Voor de rest is er altijd een datum gegeven, maar hier moest het op een specifieke weekdag plaatsvinden, namelijk de dag na de sabbat. In de praktijk was dat de zondag. De sabbat is de zaterdag, de zevende dag van de week. Dat betekent dat de dag na de sabbat de achtste dag is, de eerste dag van de week.

Oftewel de eerste dag van de nieuwe week, en dat is wat er gezegd wordt van die eerstelingschoof. Die eerstelingschoof werd voor Gods aangezicht bewogen. Wanneer? Wel, op de eerste dag van de nieuwe week, daags na de sabbat. Je kunt het op allerlei manieren formuleren, maar je komt toch echt op dezelfde weekdag uit.

De eerste dag van de week... we hebben dat nu via allerlei aanvliegroutes inmiddels wel gezien, maar één ding moet nog duidelijk zijn: dit is de dag dat de Heer Jezus opstond uit de doden. Inderdaad, daags na de sabbat, op de eerste dag van de week. En dat vind je dus in het Nieuwe Testament terug, iedere keer weer.

Maar ik zal u straks ook laten zien dat als het Nieuwe Testament deze dag vermeldt, dan gaat het echt over de dag van de eerstelingschoof. Niet zomaar over een willekeurige zondag, nee, over die specifieke zondag in het jaar dat de eerstelingschoof — de eerste van de oogst, van de gerstenoogst — werd bewogen door de priester in het heiligdom. Die dag! Dat is dus heel markant, heel fundamenteel.

De Symboliek van het Leven: Opstijgoffer, Olie en Wijn ↑ hoofdstukken

En er zijn nog wat aanvullende dingen die over die dag worden gezegd. Wat daar nou meer plaatsvond, is heel symbolisch en ook heel rijk aan betekenissen. Laten we voor de vuist weg wat dingen opnoemen. "En jullie zullen," staat er dan, "op de dag waarop jullie de schoof doen zwaaien door de priester in het heiligdom, tot opstijgoffer bereiden."

In de Statenvertaling of in de Herziene Statenvertaling wordt hier gewoonlijk gesproken over een brandoffer. Maar eigenlijk is het woord voor brandoffer in het Hebreeuws letterlijk een 'opstijgoffer'. Het verschil is niet al te groot, want bij iets wat brandt, stijgt de rook op. Maar in het Hebreeuws is het idee niet zozeer dat er vuur of rook is, maar dat het opstijgt. Het gaat omhoog, het verrijst.

Dat kan ook niet anders als je de clou van dit hele verhaal verstaat. Die feestkalender getuigt in het algemeen van Christus. Op voorhand is dat zo, maar in alle details worden we daar telkens weer in bevestigd. God had de dag al bepaald waarop de Eersteling zou opstaan, maar ook wat er bij die gelegenheid nog meer moest plaatsvinden. Een opstijgoffer is precies wat de Heer Jezus is.

Meestal wordt er gezegd – en ik vind het belangrijk genoeg om dit op te merken – dat de offerdienst spreekt van de kruisdood van de Heer Jezus. Daar ben ik het helemaal niet mee eens, of in ieder geval vind ik het zeer incompleet. Waarom? Wel, een dier moest geslacht worden, dat is waar. De slachting van een dier, bijvoorbeeld ook bij Pascha, verwijst inderdaad naar Hem, naar het Lam dat geslacht is. Dat kan niet missen. Maar vergis je niet: het slachten van een dier is geen offer. Als een dier geslacht werd, was er dan al sprake van een offer? Nee, dan was het geschikt gemaakt om geofferd te worden.

Een offer werd pas gebracht op het moment dat het, nadat het geslacht was, vervolgens verhoogd werd – let op mijn woordgebruik – op een altaar, een verhoging. En dan steeg het vervolgens op. Dus ná de slachting steeg het op. Dat staat er altijd bij in verband met alle opstijgoffers: 'Gode tot een welriekende reuk'. Hoezo? Je zou zeggen dat het een zondoffer is, maar met die primaire uitleg loop je vast. Hoe kan dat een lievelijke reuk zijn? Dat kan een lievelijke reuk zijn omdat het spreekt van Hem die na zijn slachting werd verhoogd en opsteeg tot God. Hij verrees uit het graf.

Ik geloof zelfs – maar dat is een onderwerp apart, daar kunnen we straks na afloop nog tot in de kleine uurtjes over praten – dat de Heer Jezus ook op de dag dat Hij is opgestaan, werkelijk al ten hemel is gevaren. Niet definitief, dat gebeurde pas veertig dagen later, maar Hij is al voor het aangezicht van God verschenen. Ik geloof inderdaad dat Hij, toen Hij die eerste ontmoeting had met Maria Magdalena, zei: "Houd Me niet vast, want Ik ben nog niet opgevaren naar mijn Vader." Later die dag mag Hij wel vastgepakt worden. De conclusie moet dan zijn dat Hij inmiddels opgevaren was tot zijn Vader en ook weer teruggekomen. Pas veertig dagen later is Hij demonstratief van het aardse toneel gegaan en opgestegen vanaf de Olijfberg. In ieder geval stond de Heer Jezus op uit het graf, daags na de Sabbat. Hij verrees en is ook letterlijk, geloof ik, opgestegen tot zijn God. Als Eerste heeft Hij gezegd: "Hier ben Ik, Heer. Ik leef." God heeft Hemzelf opgewekt uit de doden. Hij leeft! Dat is de basis van het Evangelie: de dood is overwonnen. Het is de garantie dat de rest gaat volgen. Hij is de Eerste, wat betekent dat de rest nog volgt.

Maar eerst even dit. Bij die gelegenheid was er dus een mannetjeslam dat tot opstijgoffer bereid was. Dat is één ding. Dan staat er vervolgens: "en zijn spijsoffer twee tiende fijn meel vermengd in olie." Dan gaat het niet over aardolie, nee, dan gaat het over olijfolie. Wat kun je daar allemaal over zeggen? Een heleboel. Behalve dat het vitaal spul is en goed voor de gezondheid, is het een smaakmaker en geschikt voor maaltijden. Maar de Bijbelse gedachte is vooral dat olie het middel was waarmee priesters, koningen en profeten gezalfd werden.

U ziet hier een plaatje van David die gezalfd wordt. David werd gezalfd tot koning. Samuel kwam met een hoorn gevuld met olie bij hem, en dat spreekt van de Heilige Geest of van nieuw leven. Hij werd gezalfd. Bij David zie je dat prachtig: hij werd gezalfd als koning, maar was hij toen al daadwerkelijk koning? Nee, dat zou nog een hele tijd duren voordat hij zijn koninkrijk zou vestigen en op de troon zou gaan zitten. In feite is dat net zo bij onze Heer Jezus Christus. Hij is gezalfd, Hij is opgestaan, Hij heeft de Heilige Geest ontvangen. Onvergankelijk leven. Hij is opgestaan uit de dood en dat is waar die olie van spreekt. Hij is gezalfd tot Koning-Priester naar de ordening van Melchizedek, en trouwens ook tot Profeet, want via Hem komt het Woord van God tot ons.

Olijfolie had ook een voorname plaats in het heiligdom, want dat werd verlicht door de kandelaar, de Menorah. Die werd dagelijks onderhouden door de priester, die zorgde dat er licht was in het heiligdom. Als het donker is in de wereld, dan is daar licht in het heiligdom. Dat is nu ook zo. Er mag donkerte zijn in de wereld, maar er is licht in het heiligdom, want de Koning-Priester is daar en Hij verzorgt de lamp. Dat spreekt van het licht des levens.

Ik vind het ook altijd heel opmerkelijk dat olijfolie voortkomt uit een olijfboom. Een olijfboom is een aparte boom die niet doodgaat. Hij regenereert zichzelf, waardoor je op de Olijfberg, bijvoorbeeld bij Gethsemane, bomen van duizenden jaren oud kunt tegenkomen. In principe gaat die boom niet dood, tenzij je hem omhakt. Dat is op zich al een beeld van nieuw, onvergankelijk leven. Dat is waar olijfolie mee vandoen heeft; het spreekt weer van leven, net als dat opstijgoffer en het wuiven en bewegen. Alles op deze dag heeft te maken met LEVEN, met hoofdletters. En dan staat er nog iets bij: een vuuroffer voor Yahweh zou bereid worden op die wijze, een rustgevende geur. En zijn plengoffer: een vierde hin wijn.

Nou allerlei details laat ik nu even voor wat ze zijn, maar het moet al duidelijk zijn dat ook wijn daarbij een grote rol speelde. En ja, van wijn moet ik weer hetzelfde zeggen. Dat is namelijk, zoals wij dat noemen, geestrijk vocht.

En waarom is het geestrijk? Omdat het eigenlijk druivensap is. Ja, wat dacht je wat? Het is druivensap dat eerst in de kelder heeft gelegen en vervolgens, na verloop van tijd en op een speciale wijze van bewaren, komt het als alcoholische drank, maar inderdaad geestrijk, uit de kelder. Ik hoop dat u ook de symboliek daarvan begrijpt: het komt uit de aarde, uit het graf als het ware.

En het maakt blij. Dat is wat het doet. Dat is wat gezegd wordt over de werking van wijn: het verheugt het hart. Ook dat is weer een type van opstandingsleven. Dat wat geplengd wordt en dat wat vreugde bereidt. Dus alles — dat moet in ieder geval duidelijk zijn — alles op deze dag, de rituelen die werden toegepast en de gebruiken die daar werden uitgevoerd, dat spreekt van leven.

En dan staat er in vers 15, want ik ga het even verder lezen.

De Sabbatentelling en de Eerste Dag van de Week ↑ hoofdstukken

En jullie zullen tellen vanaf de dag na de Sabbat. Vanaf de dag waarop jullie die schoof van het zwaaien brengen. Dat beweegoffer, die eerstelingsschoof. Vanaf die dag zullen jullie tellen: zeven volkomen Sabbatten, zeven volle Sabbatten zullen het zijn. Tot de dag na de zevende Sabbat zullen jullie tellen, oftewel vijftig dagen, tot de vijftigste dag. Vandaar ook dat dit in het Hebreeuws het Wekenfeest heet, een week van weken. Zeven maal zeven dagen moesten er geteld worden en dan brak de vijftigste dag aan.

Zie je trouwens ook dat hier weer niet gesproken wordt over een datum? Want waarom zou men, als God er hier een datum voor had gereserveerd, anders moeten tellen? Nee, die datum ligt niet vast. De weekdag ligt vast. En wat van belang was, is dat men moest gaan tellen vanaf de dag na de Sabbat. Dat is de dag waarop die omertelling plaatsvond.

Ik heb hier nog een afbeelding daarvan. Je had de Sabbat, de weeksabbat, en dan daags na de Sabbat — dus op een zondag, de eerste dag van de week — werd de eerstelingsschoof bewogen. Vervolgens werden er zeven Sabbatten geteld. In het jodendom zijn dat een soort vertelramen waarbij de Sabbatten en de dagen specifiek apart geteld worden. Elke dag wordt daar heel demonstratief geteld, precies zoals beschreven in Leviticus 23. Zeven Sabbatten worden geteld en dan krijg je vervolgens na die zevende Sabbat de dag daarna, en dat is uiteraard de vijftigste dag.

Vandaar dat deze hele periode de periode van de Sabbatentelling genoemd wordt. Die begon hier, de Sabbatentelling. Dat maakt het misschien wat complex, want ga maar na: ik had het erover dat de Eerste stierf op de veertiende. Toen brak de vijftiende aan, dat was een jaarlijkse Sabbat. Vervolgens kreeg je de dag daarna, de zestiende, dat was de wekelijkse Sabbat. En vervolgens, de dag na die Sabbat, begon de Sabbatentelling. Je zegt misschien: "Wat een Sabbatten allemaal!" Dat is ook zo, het kan wat gecompliceerd overkomen voor het begrip. Maar het is schitterend om te zien. Van belang is vooral dat op deze dag de telling begon. Dit was nummer één, de eerste dag. De eerste dag, oftewel de dag van de eersteling.

Ik hinte daar al eerder op. Je leest dit iedere keer in de evangeliën, want alle evangeliën lopen daarop uit. Of het nu Mattheüs, Markus, Lukas of Johannes is, allemaal gaat het er uiteindelijk om te vertellen dat de Jezus die hier op aarde wandelde en Zijn bediening had, stierf, begraven werd en verrees uit het graf. Hij stond op. Dat wordt in alle vier de evangeliën vermeld op de eerste dag van de week. In Johannes 20 vers 1 staat bijvoorbeeld: "En op de eerste dag van de week ging Maria van Magdala vroeg, terwijl het nog donker was, naar het graf en ze zag de steen van het graf weggenomen."

Dat is wat daar staat. Maar nu komt het, iets waar ik al eventjes aan refereerde: het was inderdaad de eerste dag van de week, dat is waar, maar er staat letterlijk dat het "dag één van de Sabbatten" was. Namelijk van de Sabbatentelling. Het was dag nummer één waarin de Sabbatentelling aanving.

Iemand vraagt: "Is dat een afhankelijk deel van de natuur? De natuur moet wel klaar zijn om een eerstelingsschoof te vinden." Ja, er wordt hier inderdaad ook geen datum voorgeschreven. In de praktijk was het zo dat dit de zondag in de Pesach-week was, maar strikt genomen hoeft dat niet. Dat wordt namelijk ook niet beschreven. Er wordt alleen gezegd: het was daags na de Sabbat. Namelijk wanneer de gerstenoogst binnengehaald werd, dan moest de eerstelingsschoof gereserveerd worden en naar de priester gebracht worden. En wanneer was dat dan? Op een zondag.

Wat hier dus staat, is dat de Heer Jezus opstond op de eerste dag van de week. Daar doe ik niets aan af, maar het is nog veel bijzonderder. Kijk, een eerste dag van de week heb je 52 keer in een jaar. Maar dag nummer één van de Sabbatentelling heb je maar één keer per jaar. Dat is een unieke dag waarop de eerstelingsschoof bewogen werd. Dat was een hoogtijdag voor Israël. De Heer Jezus stierf op een hoogtijdag, Pascha, toen het lam geslacht werd. Hij verrees ook als Eersteling uit de doden op de dag van de eerstelingsschoof. Dat is wat die uitdrukking "de eerste dag van de week" behelst en inhoudt. Het is dus veel meer dan zomaar een zondag. Ik ontken niet dat het een zondag was, in tegendeel, maar het was niet zomaar een zondag. Het was dé zondag dat de eerstelingsschoof bewogen werd, en dus een hoogtijdag op Gods kalender.

Hoe logisch en voor de hand liggend is dit? Als je enigszins op de hoogte bent van de wijze waarop God werkt, dan weet je dat Hij dingen aankondigt. Toen in dat bewuste jaar de Here Jezus opstond, viel dat op de 17e Nisan. Trouwens, ik ga het toch even zeggen: moet je maar eens kijken naar die datum. Je leest bijvoorbeeld dat de ark vastliep — de ark van Noach — op de 17e van de maand. Het is complexer dan ik nu even zeg, maar kijk het maar na als we later nog de details induiken. Echt waar, de ark vond vaste grond nadat de doodswateren gezakt waren op de 17e. Ik heb de vaste grond gevonden!

Natuurlijk heeft God de grote gebeurtenissen, en zeker de grootste gebeurtenis in de hele wereldhistorie — de opstanding van de Eersteling uit de doden — van tevoren al aangekondigd en beschreven hoe dat zou gaan en wanneer dat zou gebeuren. Het is zo klaar als een klontje. Zo kennen we God: Hij kondigt de dingen aan. Hij voorzegt. God voorspelt niet, dat doen waarzeggers. Hij voorzegt: "Zo gaat dat, en die dag heb ik daarvoor gereserveerd. Dat is mijn hoogtijd." Als er een eersteling is die bewogen wordt, gebeurt dat op de dag na de Sabbat, zoals beschreven in Leviticus 23. Het was dag één van de omertelling. Oftewel de dag van de eerstelingsschoof. Ja, en dan wil ik nog wat zeggen.

Korinthe 15: Christus als Eersteling en de Levendmaking van Allen ↑ hoofdstukken

Want dit is niet compleet als ik niet ook nog even naar 1 Korinthe 15 ga. Wat een rijkdom! Ja, dit zijn hele schokkende dingen; daar word je ook stil van. Maar waarom naar 1 Korinthe 15? Kijk, 1 Korinthe 15 is het hoofdstuk bij uitstek waarin het feit van de opstanding uitgebreid beschreven wordt. Het is een gedocumenteerd, historisch feit: het graf was leeg en Hij is door velen gezien en waargenomen. Paulus beschrijft het allemaal zo. Het is een historisch feit, dat is één ding, maar vooral ook de enorme impact en de geweldige betekenis die het heeft, zijn van belang.

In dat verband beschrijft Paulus ook dat de opstanding van de Heer Jezus de opstanding is van de Eersteling. Hij is die Eersteling. De term die gebruikt wordt in verband met de dag na de sabbat – die hoogtijd van Israël – is dezelfde term die gebruikt wordt in verband met Hem die verrees uit het graf. Eén en één is twee; dat is namelijk precies hetzelfde. De datum valt samen. Als dat je ontgaat, dan heb je nog wel wat te leren.

Ik begin te lezen bij 1 Korinthe 15. Ik wil het alleen maar kort even aanstippen, maar de betekenis mag ons niet ontgaan. Ik vind dat zo’n schitterend vers. Ik heb vorige week nog een uitvaart mogen leiden en de tekst boven de rouwkaart van de zoon die begraven werd, was deze: 1 Korinthe 15 vers 22. Ik vind het zo geweldig. Als je het eerste deel leest, 'want evenals in Adam allen sterven', dan hebben we het over een feit dat niemand kan ontkennen. Ik bedoel: alle nakomelingen van Adam, wat we allemaal zijn – al die miljarden mensen – zijn stervelingen. Dat weet iedereen. We zijn allemaal bezig dood te gaan; we lopen met de dood in de schoenen.

Maar als je hier een punt zet, is dat niet vrolijk. Dit is echter de opstap naar een geweldig feit, want Paulus zegt dan: "Evenals in Adam allen sterven" – letterlijk staat er 'stervende zijn'; we zijn bezig dood te gaan en dat proces eindigt in de dood – "zó zullen ook in Christus allen levend gemaakt worden." Dit is het begin van een vergelijking: evenals... zó. Net zo, op dezelfde wijze. Zo zullen ook in Christus allen levend gemaakt worden. Net zoals het een historisch feit is dat allen in Adam stervelingen zijn – en zondaren trouwens, dat hebben we allemaal gratis via hem gekregen. Er is je nooit gevraagd of je geboren wilde worden of dat je een sterveling wilde zijn; dat was niet optioneel. Toen je in de wieg lag, was je al een sterveling en een zondaar, geboren als doelmisser. Maar nu komt het: zoals in Adam allen stervende zijn, zo zullen ook in Christus allen levend gemaakt worden.

En dan staat erachter: "Ieder echter in de eigen rangorde." Niet allemaal tegelijk. God houdt er altijd een rangorde op na. Je hebt mensen die eerst zijn en later volgt er weer een groep, zoals het in de natuur ook gaat. Je hebt bloemen en planten die eerst tot bloei komen en later weer andere; voor alles is een tijd. Zo is het bij God ook als het gaat over die levendmakingen. Allen worden levend gemaakt, maar niet allemaal tegelijk. Het gaat in rangorden, ieder in de eigen rangorde.

En nu komt hij, want daar hebben we het over: als eersteling Christus. Christus is de Eerste die opgestaan is uit de doden om nooit meer te sterven. Dat moet ik erbij zeggen, want het gaat hier niet zomaar over opstaan. Je zou kunnen zeggen: er zijn toch al meerdere mensen eerder opgestaan? In de evangeliën lees je dat, en zelfs in het Oude Testament kom je dat meerdere keren tegen. Jawel, maar die mensen gingen allemaal weer dood. Christus is de Eerste die opstond om nooit meer te sterven. Hij bracht dus echt leven aan het licht. Vandaar ook dat het zo’n uniek en volstrekt nieuw feit is: de dood is overwonnen en nu is er onvergankelijk leven aan het licht gekomen.

Daarom is deze levendmaking hier niet zomaar een opstanding; nee, het is levendmaking. En Christus is de eersteling. De term suggereert al dat de rest volgt. Als er een oogst binnengehaald wordt, dan heb je een eersteling. Dat is de eerste rangorde, die krijgt ook de hoogste bestemming, maar dat betekent dat de rest nog volgt. Alleen niet allemaal tegelijk.

Vervolgens zegt Paulus: "de eersteling Christus". Dat is dus het verleden, tweeduizend jaar geleden. "Vervolgens degenen van Christus in zijn parousia." Trouwens, als u het mij vraagt, is dat ook niet allemaal op één dag, maar in ieder geval is dat de volgende rangorde, rangorde nummer twee. Degenen die van Christus zijn, ontvangen het leven van de toekomende eeuwen. Er ligt hier zo enorm veel in besloten, maar het gaat mij vooral om het feit dat Christus als eersteling de garantie is dat allen zullen volgen. Hij is de eersteling, vervolgens die van Christus in zijn parousia – als Hij straks gaat verschijnen in zijn komst – en dan vervolgens: het einde.

Het einde waarvan? Nou, hij had het over een rangorde in levendmakingen. Als Christus de eersteling is en vervolgens degenen van Christus zijn in zijn parousia, dan is dat de tweede afdeling. En dan de laatste afdeling, de laatste rangorde: dat is de rest dus. Allen worden levend gemaakt, maar iedereen in zijn eigen rangorde. Christus is de Eerste, dan degenen van Christus, en vervolgens uiteindelijk de rest.

Wanneer zal dat zijn? Dat staat er meteen bij: "Wanneer hij het koninkrijk zal overdragen aan God de Vader, wanneer hij teniet zal doen alle overheid en alle autoriteit en macht." Je zou het navolgende ook moeten lezen: als Christus straks zal verschijnen, dan gaan er nog geweldige wereldtijdperken, aionen, aanbreken waarin Hij zal heersen. Er staat: "Want Hij moet heersen, totdat..." Christus heerst niet eindeloos. Dat zingen we wel: "Christus heerst tot in alle eeuwigheden", maar nee, dat staat er niet. Christus heerst tot in alle aionen. Hij heerst totdat Hij de laatste vijand tenietgedaan zal hebben: de dood.

Weet u hoe Hij dat doet? Door gewoon de rest levend te maken. Als Hij allen levend maakt, zoals Hijzelf als eersteling levend gemaakt is, dan is er geen dood meer. Want we zijn dan allen levend gemaakt en zo is de dood tenietgedaan. En als Hij dat gedaan zal hebben, dan zal Hij een volmaakt, maar ook een compleet koninkrijk waarin niets en niemand meer ontbreekt, overdragen aan God de Vader. Hij zal dan alle overheid, autoriteit en macht tenietgedaan hebben. Hij moet heersen totdat Hij ook de laatste vijand tenietgedaan zal hebben.

Wanneer alles tot volmaaktheid gekomen zal zijn en er geen macht meer is, geen vijand meer is – de laatste vijand is de dood – dan leven allen. Dan zal Christus ook weer terugtreden en het koninkrijk overdragen aan zijn God en Vader. Dan kan Hij opnieuw zeggen: "Het is volbracht." Alles is tot een goed einde gebracht. Ik vind het zo geweldig: het evangelie dat we kennen vanuit de Bijbel is dat de Heer Jezus Christus de Overwinnaar is op de dood. We kunnen tegen iedereen zeggen: Hij is de eersteling, de dood is overwonnen en alle mensen gaan op hun eigen rangorde dat leven uiteindelijk ontvangen. Dat is geen keuze; dat is zoals God dat bepaald heeft en dat is zo'n enorme...

Wat een toekomstverwachting. Want dat betekent dat we altijd kunnen zeggen: alles komt goed. Waarom? Er is genade. Hij heeft alles in de hand en Hij heeft Zijn Zoon gereserveerd en bepaald; Hij is de Eersteling. En dat leven dat Hij in het licht bracht, dat wordt een deel van iedereen.

Ja, daar zou je nog heel lang over door kunnen spreken, want hier raak je niet over uitgedacht. Dit is zo groot. Dit getuigt werkelijk van genade en dit is zo'n overstelpende vreugde.

Ik ben heel erg blij dat ik dit vanavond over de eerstelingschoof allemaal zo heb mogen vertellen en naar voren heb mogen brengen. Want als je hierover doordenkt... ja, dat is onvoorstelbaar. Wat een enorme hoop en verwachting hebben we. En dat is allemaal gratis, voor niks. Gods genade. En wat kunnen we daar anders op zeggen dan? Amen.

🎧 de eerstelingschoof
Delen: