Jezus gaande over zee
08-08-2021 - Geplaatst door Andre Piettoespraak gehouden op zondag 8 augustus 2021 in Benthuizen
Wie kent de geschiedenis niet? Jezus die de twaalf de zee opstuurt terwijl hij de berg opging om te bidden. In de nacht echter geraakt de bemanning in moeilijkheden vanwege storm. Maar dan, tegen de ochtend, zien ze op de zee Jezus passeren maar herkennen hem aanvankelijk niet. Hij zegt hen de vrede aan, klimt bij hen in het schip en de storm ging liggen. Een mooi verhaal maar zoveel meer dan dat. In deze studie gaan we vooral dieper in op de profetische strekking ervan. Over hoe Israël in de storm haar Messias zal ontmoeten…
Powered by RedCircle
📝 Samenvatting & Transcriptie van deze lezing
⏱️ Hoofdstukindeling van deze studie:
- Inleiding: een Geschiedenis met Historische en Profetische Diepgang
- Terstond het Schip In: de Discipelen Vooruitgezonden
- Jezus Alleen op de Berg: Onze Biddende Hogepriester in de Hemel
- Tobben op de Golven: Israël te Midden van de Volkerenwereld
- De Vierde Nachtwake: Gods Onzichtbare Pad Door de Machtige Wateren
- Onherkenbaar in de Storm: Houd Moed, Ik Ben het
- De Uitstap van Petrus: een Profetisch Beeld van de Schuilplaats Petra
- Jezus in het Schip: de Storm Bedaart en de Ogen Gaan Open
- Geen Kalme Reis, Wel een Behouden Aankomst
Inleiding: een Geschiedenis met Historische en Profetische Diepgang ↑ hoofdstukken
Ik wil jullie deze ochtend eens meenemen naar een, denk ik, toch wel heel bekende geschiedenis, die zich ook uitstekend leent om bijvoorbeeld in een zondagsschoolklas te vertellen, want het is een prachtverhaal. Maar ik wil u vanmorgen vooral eens vertellen dat er zoveel meer is dan een prachtverhaal. Het is werkelijk geschiedenis, historie; het is een beschrijving van wat er ooit plaatsvond. Maar dat niet alleen. Het is een geschiedenis met een enorme profetische diepgang, omdat het spreekt van dingen die nu gaande zijn, maar ook die God voornemens is te gaan vervullen met Zijn volk Israël. En dan blijkt zo'n geschiedenis een schitterend perspectief te zijn, zoals we dat zojuist ook bezongen, en een schitterend venster op de toekomst. Prachtig zoals dat al echt met een goddelijke hand is opgetekend, dat kan niet anders.
Laat ik als inleiding dit zeggen, dat deze geschiedenis in drie evangeliën wordt beschreven: in Matteüs 14, in Marcus 6 — en dat is de passage waar we het vanmorgen vooral vanuit willen bespreken — en ook in Johannes 6 wordt het beschreven, maar dat is veruit de kortste weergave. Alleen in het Lukas-evangelie ontbreekt deze geschiedenis. U moet weten dat direct voorafgaand aan deze geschiedenis ook een bekende geschiedenis staat, namelijk de spijziging van de vijfduizend. Het bijzondere van die geschiedenis is dat het verhaald wordt in alle vier de evangeliën: Matteüs, Marcus, Lukas en Johannes. Van die spijziging van de vijfduizend lees je dat erbij vermeld werd dat het plaatsvond vlak voor het Pascha, dus in het vroege voorjaar ergens. Maar meer dan alleen een mededeling spreekt dat eigenlijk van de geschiedenis van Hem die kwam om geslacht te worden, om te sterven. Het spreekt ook van Zijn eerste komst.
Ik moet er trouwens bij zeggen dat de dag daarop — kijk, waar we het nu over hebben is dat Jezus ging over het meer, dat is de gebeurtenis die gedurende de nacht plaatsvond. De voorgaande dag vond die spijziging van de vijfduizend plaats. De dag daarop zou Jezus een rede houden en die wordt uitgebreid beschreven in Johannes 6; als u dat in uw bijbeltje opzoekt, dan staat daar boven: 'het Brood des levens', het Brood van het leven of het levende Brood. De Heer Jezus wijst er dan op dat de grote schare voor het merendeel geen oog heeft voor de diepere betekenis. Zij dachten dat dit alleen maar was om hen te voorzien van voedsel. Dat was wel zo, maar het is zoveel meer. Dat het werkelijk spreekt van Hem die uit de hemel is gekomen en het leven geeft — en door de dood heen trouwens — daar had men totaal geen idee van. Dat blijkt ook wel, want je leest dat na afloop van die geschiedenis een deel van de schare Hem met geweld wilde meevoeren om Hem tot koning te maken. Zulke politieke aspiraties leefden daar dus.
Nou, die geopende venstertjes kunnen overdreven worden natuurlijk. Nou ja, als u me ziet wegwaaien... Ach nee, dat is eigenlijk stevig genoeg voor in mijn schoenen meestal. Maar goed, waar was ik gebleven? Het is toch echt een beetje... Misschien kan het ietsje toch... Want ik ben zo bang voor mijn kapsel dan, begrijpt u? Dat heb ik ook wel bewaard. Ik vrees van niet, maar nou ja, we zullen zien.
In ieder geval, die verwachting leefde er en Jezus blijkt dan ook inderdaad te stuiten op zoveel onbegrip dat ze het wonder totaal niet begrepen. Je leest trouwens nog, naar aanleiding van die geschiedenis, dat hoewel er slechts vijf broodjes van een jongen waren, er een hele grote schare van vijfduizend man was voorzien van voedsel. En na afloop waren er nog niet minder dan twaalf manden over. Als ik u vertel dat die geschiedenis daar op de hoogte plaatsvond en dat alles te maken heeft met de tegenwoordige tijd, dan is het alleen al een profetische aanwijzing dat de twaalf manden die nog over waren, verwijzen naar wat het Brood van het leven niet alleen nu betekent in de hoogte — zij die met de Heer daar vertoeven — maar ook wat daar nog in de toekomst voor het volk van Israël over is. Want daar spreken die twaalf manden dan uiteraard ook van. Ja, ik zeg uiteraard; voor mij zijn dat min of meer zelfsprekendheden, en voor een groot gedeelte van jullie denk ik ook. Niets in de Schrift staat er zomaar vermeld; dat heeft altijd betekenis. Kortom, laten we maar eens naar die geschiedenis toegaan.
Terstond het Schip In: de Discipelen Vooruitgezonden ↑ hoofdstukken
We pakken de draad op in Marcus 6 vers 45. Daar staat een heel kenmerkend woord voor het Marcusevangelie; je struikelt er bijna over. Marcus spreekt namelijk zo dikwijls over 'terstond'. Het geeft aan de hele verslaggeving een bepaalde urgentie, een haast: iedere keer meteen. En 'terstond', zo staat er, dwong Hij zijn discipelen het schip in te stappen. Dat is nogal een sterke weergave. Hij verzocht het hen niet, nee, Hij dwóng zijn discipelen het schip in te stappen. De reden daarvoor noemde ik zojuist al even. Dat staat dan wel niet in Marcus, maar als je Schrift met Schrift vergelijkt, dan blijkt uit Johannes 6 dat de schare Hem met geweld koning wilde maken. Voor Jezus was dat een aanleiding om daar zo snel mogelijk te vertrekken, om zich aan zulke aspiraties en initiatieven te onttrekken. Daar had Hij uiteraard niets mee.
Hij dwong nu zijn discipelen het schip in te stappen. Zijn discipelen, dus de twaalf. Ik zeg het nu expres even zo om daarmee aan te geven dat de discipelen een type zijn, een beeld van Israël. Ik zeg het nu vooraf, maar dat zal in de loop van deze geschiedenis ook wel blijken: de twaalf. Hij dwong hen dus het schip in te stappen en vervolgens vooruit te gaan naar de overkant van Betsaïda. Dat is nogal een lastige kwestie, want in de Statenvertaling staat: "henen te varen aan de andere zijde tegenover Bethsaida." Er staat dus niet 'naar de overkant, namelijk Betsaïda', maar juist de overkant van Betsaïda. Het punt is dat we vanuit Lukas weten dat de spijziging plaatsvond bij Betsaïda. Als zij nu weggaan, dan kan dat natuurlijk nooit naar Betsaïda zijn. Uit de tekst weten we dat ze naar Kapernaüm gingen, en dat is inderdaad de overkant van Betsaïda.
Om het duidelijk te maken, toon ik u deze luchtfoto. Het is een mooi plaatje dat het noorden van het Meer van Galilea toont, ook wel Kinneret genoemd. In deze streek, die wel de 'Jezus Triangel' wordt genoemd — de driehoek tussen Chorazin, Betsaïda en Kapernaüm — vond een groot gedeelte van het optreden van de Heer Jezus plaats. Hier woonde Hij later ook, in Kapernaüm; daar had Hij Zijn huis. Dat lezen we ergens in Marcus, als ik me niet vergis. In deze omgeving vond Zijn optreden voor een groot deel plaats, hoewel Hij uiteraard ook elders in het hele land is geweest.
Dit is dus het meer. Je ziet hier helemaal in het noorden Caesarea Filippi liggen, tegen de berg Hermon aan. Het meer is in de breedte ongeveer tien kilometer, zoals u hier ziet vanaf Tiberias naar de overkant. Dit meer in zijn algemeenheid heet in het Hebreeuws Kinneret. Dat is afgeleid van het woord 'kinoor', wat harp betekent. Dat komt omdat het meer de vorm van een harp heeft als je het van bovenaf ziet. Dat zie je op deze foto niet zo goed omdat ik alleen de noordkant laat zien, maar de vorm van een harp is niet zonder betekenis.
In ieder geval hebben we nu een indruk: hier bij Betsaïda vond de spijziging plaats en ze gingen nu oversteken. Dat is maar een paar kilometer. Ze waren trouwens nog wel afgedwaald tijdens het hevige noodweer, maar in eerste instantie hebben ze een kilometer of vijf, zes gevaren. Hoe dan ook, zij gaan met deze missie vooruit naar de overkant van Betsaïda, terwijl Hijzelf de schare wegzond. En afscheid nemend van hen, zo staat er dan...
Jezus Alleen op de Berg: Onze Biddende Hogepriester in de Hemel ↑ hoofdstukken
Nadat hij afscheid had genomen van zowel de scharen als ook die twaalf, ging hij weg de berg op. Dit is iets wat je regelmatig leest: dat hij meestal in de eenzaamheid, gedurende zijn drukke leven en het vele wat hij deed, in de nacht de berg opging. Hier lees je het ook uitdrukkelijk: hij ging weg de berg op om te bidden.
Laten we meteen kijken naar de diepgang, of eigenlijk moet ik zeggen de hogere dimensie hiervan. Het spreekt namelijk van Jezus' tegenwoordige positie in de hemel. Wat ik u wil laten zien, is dat dit niet alleen maar een geschiedenis is, maar een plaatje, een afbeelding van een veel groter geheel. Het is een afbeelding van de tegenwoordige gang van zaken waarbij Israël in de nood komt, maar waarbij de Heer zelf – ja, waar is hij? – daarboven is. In de hoogte, en ook op de hoogte, zoals we zullen zien. De berg spreekt inderdaad van verhoging en hij bevindt zich op de hoogste plaats; hij is gekroond.
Deze geschiedenis is daar een uitbeelding van, en ik kan het niet nalaten om daar nog iets over te zeggen. Waar is de Heer nu? Daarboven. Dat is het meest kenmerkende van de afgelopen tweeduizend jaar: de Heer is onttrokken aan het oog en bevindt zich in de hoogte. Wij zien hem niet, maar hij is daar, hij heeft de hoogste plaats ingenomen en hij is ook gekroond.
Wat ik zo apart vind, is dit: er gaat momenteel geen dag voorbij of je hoort tien, twintig of misschien wel honderd keer het woordje 'corona'. Ik wil nu eens op een heel andere kant van dat woord wijzen. Corona betekent namelijk gewoon 'kroon'. Er is een sterrenbeeld dat ook die naam heeft: Corona Borealis. Borealis is om andere redenen de laatste jaren al bekend geworden – dat had iets met Thierry Baudet te maken – maar het betekent 'het Noorden'. Het is de Noorderkroon, en zo kennen wij dat sterrenbeeld ook.
De aardigheid is dat als je op het zuidelijk halfrond van deze wereld zou leven, je een ander sterrenbeeld ziet dat precies het tegenovergestelde is: het Zuiderkruis. Dat is geen heel groot, maar wel een heel opvallend sterrenbeeld. Op het noordelijk halfrond is het niet te zien. Wat ik daar zo apart aan vind, is dat je aan de hemel niet alleen de Schriften hebt die van hem getuigen, maar ook de hemelen die Gods eer vertellen. De hemellichamen en de sterrenbeelden spreken een taal. Al die 48 sterrenbeelden hebben een betekenis en vertellen een verhaal met een begin en een einde, een kop en een staart: van de Maagd tot aan de Leeuw. Alles spreekt van de weg die God gaat met deze wereld.
Eén van die sterrenbeelden is dus de Noorderkroon, en dat andere sterrenbeeld is het Zuiderkruis. Hoe bijzonder is dat tegen de achtergrond van het evangelie? Aan de ene kant is de Heer gekomen in vernedering en laagheid, wat te maken heeft met het zuiden, het beneden. Het meest typerende van zijn vernedering is dat hij gekruisigd werd. Hij vernederde zichzelf en werd gehoorzaam tot de dood, ja, tot de dood van het kruis. Maar dan lees je dat God hem ook uitermate verhoogd heeft en hem de naam gegeven heeft boven alle namen. Hij is gekroond met eer en heerlijkheid, en daar spreekt het Noorden voor. Beneden in het zuiden is het kruis; boven in het noorden is de kroon. Dat is een uitbeelding van de Messias, de Christus: de Gekruisigde die nu verhoogd is. Daar is hij nu, in de hoogte, in de nabijheid van God.
Daar is hij ook de Hogepriester in het heiligdom, zoals de Hebreeënbrief dat beschrijft. De hogepriester ging het heiligdom binnen om voor zijn volk te pleiten. Hij droeg een borstplaat met twaalf stenen, een uitbeelding van de twaalf stammen. Maar hij droeg die twaalf stammen niet alleen op zijn borst, op zijn hart; hij droeg ze ook op zijn beide schouders. Daarop zaten aan beide kanten zes edelstenen. Zo droeg hij heel Israël, zijn volk, op zijn hart en op zijn schouders het heiligdom binnen. Dat spreekt van de grote Hogepriester die wij hebben, die sinds zijn opstanding uit de doden inderdaad de Priester is, en trouwens ook de Koning: de Koning-Priester naar de ordening van Melchizedek. Dat is een thema dat breed wordt uitgewerkt in met name de Hebreeënbrief.
Wij hebben een Heer die nu daarboven is. Zijn volk Israël – en u mag dat wat mij betreft breder trekken naar zijn volk in verborgen vorm, wij dus – draagt hij. Hij kent ons en is in zijn liefde bij ons betrokken. Hij draagt ons ook in zijn kracht, waar de schouders een uitbeelding van zijn. Het is een geweldige gedachte dat daar Boven Eén is die onze belangen behartigt. Het feit dat hij daar is, spreekt al voor ons. Hij draagt ons op zijn schouders en op zijn borst. Er staat hier: 'hij ging de berg op'. Ik lees verder vanaf vers 47.
Tobben op de Golven: Israël te Midden van de Volkerenwereld ↑ hoofdstukken
Terwijl het avond werd – ik denk dat het inmiddels al wat later op de avond was – was het schip te midden van de zee en Hij alleen op het land. Dit is natuurlijk de feitelijke beschrijving van hoe het ging, maar ook nu weer wil ik er op wijzen dat het een diepere betekenis heeft. Net zoals het een diepere zin heeft dat de Heer daar op de hoogte is, op de berg, en dat Hij daar bidt, zo heeft het ook een diepe betekenis dat de zijnen, Zijn volk, zich bevinden midden op zee.
De zee in de Bijbel is namelijk altijd een uitbeelding van de volkerenwereld. In het boek Openbaring wordt dit inderdaad ook zo gezegd: de volkerenwereld die woelt en waar altijd golfslag is, waar zoveel beweging is. Het is een prachtige uitbeelding van de onrust die er in de wereld is. Welnu, zij bevinden zich midden op zee. Dat is het contrast: terwijl Hij op de hoogte is, alleen, bevinden de zijnen zich op zee, te midden van de volkerenwereld.
En dan staat er in vers 48: "Toen Hij hen zag tobben..." Dat is opmerkelijk. Hoe kan dat nou? Want dat is kilometers verderop. Zij zagen Hem toch niet? Nee, zij zagen Hem niet, maar Hij zag hen wel. Dat is een groot verschil en trouwens ook een heerlijke wetenschap: ook als jij de dingen niet ziet, doet dat aan de waarheid van iets totaal geen afbreuk. Hij zag hen niet alleen, Hij zag hen ook tobben. Hij kent de situatie en Hij weet zelfs van ons innerlijk; Hij voelt met ons mee.
Dat is precies wat er uitgedrukt wordt in die twaalf edelstenen op Zijn borst en op Zijn schouders. Hij zag hen tobben bij het roeien, want de wind was hen tegen. Maar dan staat er...
De Vierde Nachtwake: Gods Onzichtbare Pad Door de Machtige Wateren ↑ hoofdstukken
Toen Hij hen zag tobben bij het roeien, want de wind was hun tegen, kwam Hij omstreeks de vierde nachtwake naar hen toe. Dat is dus inmiddels uren later, want we praten ook over een hele afstand. Er is een groot verschil tussen Zijn positie daar op de berg en de discipelen die daar tobben op de zee, en dan gaat Hij naar hen toe. Omstreeks de vierde nachtwake kwam Hij naar hen toe.
U moet weten, in de Bijbel worden de nachtwaken vaker genoemd. Er zijn er verschillende en hier blijkt dat er in ieder geval vier zijn. Dat klopt ook, want een Romeinse nachtwake duurt drie uur. Vier nachtwaken is dus in totaal twaalf uur; vier keer drie uren. Wij rekenen in uren, maar in de Bijbel wordt vooral gesproken in termen van nachtwaken: van 6 tot 9, van 9 tot 12, van 12 tot 3 en van 3 tot 6. Zo is de vierde nachtwake inderdaad het laatste deel van de nacht, oftewel tegen de ochtend. Je vindt dat letterlijk later ook in ditzelfde evangelie, in Marcus 13, vermeld in verband met de eindtijd: "Waak dan," zegt de Heer, "want jullie weten niet wanneer de heer van het woonhuis komt: of laat, of te middernacht, of bij het hanegekraai, of vroeg in de morgen." Dat zijn nou typisch de vier omschrijvingen van die nachtwaken, namelijk laat, te middernacht, bij het hanegekraai of vroeg in de morgen. We praten hier dus over de uren die vlak voorafgaan aan het licht worden, aan de dag die aanbreekt.
Hij kwam omstreeks de vierde nachtwake naar hen toe, wandelend op de zee. Dat is misschien wel het meest aparte in deze hele geschiedenis dat je dat leest. Wandelend op de zee, want dit is niet de gebruikelijke manier waarop Jezus te werk gaat. Jezus doet niet zomaar trucjes en Hij goochelt niet. Nee, maar in dit geval wordt er gezegd: Hij wandelde op de zee. Je zou het natuurlijk nog zo kunnen verstaan dat ze Hem op de zee zagen lopen terwijl Hij in werkelijkheid aan de oever was. Overigens moet ik erbij zeggen dat het wel dicht bij de oever was, alleen wisten de discipelen dat niet. Dat weten we uit het Johannesevangelie, want toen Hij helemaal in het schip geklommen was, bereikte het schip terstond de oever. Het was dus vlakbij de oever, alleen wisten ze dat niet.
Maar wandelend op de zee... Ik wil u er nog iets bij vertellen. Dit is ook weer iets wat duidelijke connecties heeft met veel meer in de Schrift. Je leest in verband met de verlossing uit Egypte: "Die door de zee een weg baant." In Psalm 77:20 staat: "Uw weg was in de zee, uw pad in grote wateren, zodat uw voetsporen niet werden gekend." Dat beeld spreekt van de doorgang door de zee. Gods pad gaat dwars door de zee, Zijn pad in grote wateren, en Zijn voetsporen zijn niet te traceren, die worden niet gekend. Terwijl dit voor Israël de verlossing betekende, betekende dit voor de vijanden – farao en zijn legers – juist hun ondergang.
Je leest trouwens in Jesaja 43 dat God zegt: "Ik JAHWEH, uw Heilige, de Schepper van Israël, uw Koning." Trouwens, de Schepper van Israël, dat betekent dat God het volk Israël bij deze gelegenheid ook gecreëerd heeft. Het volk Israël ontstond en werd hier geboren. De wateren braken, als u begrijpt wat ik bedoel, bij deze gelegenheid. Nu werd Israël verlost. Ik bedoel het ook in de zin van: toen werd het volk geboren en zo uit Egypte geleid. En dan staat erbij: "De Schepper van Israël, uw Koning. Zo zegt JAHWEH, die door de zee een weg baant en een pad door machtige wateren; die wagen en paard doet uittrekken, krijgsmacht en helden; tezamen liggen zij neer, zij staan niet weer op." Met andere woorden: die legers van de farao zijn daarin omgekomen. Maar het was het volk dat Hij daar droogvoets doorheen leidde en verloste. Dus als hier staat dat Zijn weg in de zee was, of dat Hij over de zee tot hen kwam, dan herinnert dat ook aan de verlossing ooit uit Egypte, waarbij de weg van de Heer ook door de zee was.
Dan staat erbij: "En Hij wilde hen voorbijgaan." Dan stel je toch de vraag: waarom? Het wordt alleen hier vermeld. Hij wilde hen voorbijgaan. Hoezo? Ik houd me aanbevolen voor een andere verklaring, maar ik kan eigenlijk maar één reden bedenken waarom Hij dat zo wilde. Dat is omdat Hij hen op deze wijze forceerde om aangeroepen te worden. Juist omdat Hij de indruk wekte voorbij te gaan terwijl zij zich in grote nood bevinden, wat kunnen zij dan anders doen dan Hem aanroepen? En dat is precies ook waar het om gaat. Je leest iets soortgelijks in Lukas 24 bij de Emmaüsgangers. Dan staat er: "En zij naderden het dorp waar zij heen gingen, en Hij deed alsof Hij verder zou gaan." Het is inderdaad een doen alsof. Hij wilde dat niet echt, maar ook dat was juist een soort hint om uitgenodigd te worden. En dat gebeurde bij die gelegenheid ook. Nou goed, dat is precies ook wat er hier gebeurde. Want dan staat er in vers 49...
Onherkenbaar in de Storm: Houd Moed, Ik Ben het ↑ hoofdstukken
En toen zij Hem waarnamen, wandelend op de zee, meenden zij dat het een spook was en ze gilden. Ja, daar kun je natuurlijk lacherig over doen, maar het is een bijzondere gebeurtenis. Zij bevinden zich in grote nood en dan zien zij in de verte een schim. Als je iets niet kunt thuisbrengen en je weet niet wat het is... ze hielden er niet eens rekening mee dat het Jezus kon zijn die tot hen kwam. Dus is het een spook. Mensen zien trouwens wel vaker spoken; dan zie je iets in de lucht en vraag je je af: is het een ufo? Het woord 'ufo' zegt het al: het is ongeïdentificeerd, we weten niet wat het is. Eigenlijk is dat met een spook ook zo: ze weten het niet en herkennen Hem in elk geval niet.
Ik wil eigenlijk dat u het ook zo opvat. Want wat blijkt? Er staat vervolgens: "Want ze namen Hem allen waar." Dus iedereen zag het verschijnsel en dat betekent dat er geen sprake is van gezichtsbedrog van een enkeling, waarvan we zouden zeggen dat hij hallucineert. Nee, ze namen Hem allen waar en ze werden verontrust. En terstond sprak Hij met hen en zei tot hen: "Houd moed, Ik ben het, vrees niet."
Probeer je deze geschiedenis voor te stellen. Ik moet erbij zeggen – dat heb ik nog niet vermeld, maar wellicht heeft u dat vaker vernomen – dat het Meer van Galilea helemaal omsloten is door gebergten. Daar kan de wind zomaar in no-time, binnen een minuut en onaangekondigd, extreem gaan waaien. Dat wil zeggen: zonder dat er iets is dat erop wijst dat het gaat gebeuren. Dat heeft te maken met de geografische en meteorologische omstandigheden; de wind slaat dan plotseling neer. Dat kan heel dramatisch zijn voor degenen die zich op het meer bevinden. In ieder geval is het gitzwart en zij tobben daar op zee. Dan zien ze Hem, ze herkennen Hem niet, en dan meldt Hij Zich aan.
Hij spreekt, en het eerste wat er gebeurt is dat Hij zegt: "Houd moed." Dat is het eerste wat de Heer altijd geeft als Hij Zijn woord spreekt tot degenen die in nood zijn. Dit is trouwens ook een universeel Bijbels principe. Het is niet alleen profetisch waar voor Israël straks. "Roep Mij aan ten dage van de benauwdheid." Dat is trouwens Psalm 50 vers 15 – ik geloof dat men soms zegt Psalm 51, maar de Duitsers noemen 50:15 'Gottes Telefonnummer'. Roep Mij aan ten dage van de benauwdheid en Ik zal u antwoorden. En dat zal met Israël daadwerkelijk zo gaan gebeuren, want op het moment dat de benauwdheid zo groot is – en dat zal juist laat in de nacht zijn, tegen het aanbreken van de morgen – komt Hij. Juist dan is de nacht op zijn dichtst en op zijn zwartst, maar bovendien de nood het hoogst. Juist dan komt Hij en als Hij spreekt, dan geeft Hij altijd hoop. Hij is de uitbeelding van de God van de hoop. "Houd moed," zegt Hij, "Ik ben het."
In feite klinkt daarin ook de Godsnaam door, want dat is wat de naam Jahweh ook betekent: "Ik ben er altijd." Al zie je het niet en zelfs al herken je het niet, Ik ben er. En daarom ook: vrees niet. Er is geen reden om bang te zijn. Dat denk je wel, maar als Hij er is en als Hij Zijn weg gaat... dan kan de wind tegen zijn, maar ik zal u dit zeggen uit Romeinen 8, het hoofdstuk waarin we lezen dat de Heer Jezus Christus de Gestorvene is, maar wat meer is: de Opgewekte. Hij is daarboven en pleit voor ons. Alleen al het feit dat Hij daarboven is, pleit voor ons. Daar is Hij en dan staat er: "En Hij doet alle dingen medewerken ten goede." De omstandigheden kunnen tegen zijn, maar ik zou u zeggen: alles werkt juist mee. De dingen die voor ons moeilijk, zwaar of eigenlijk onverteerbaar zijn, werken niet tegen ons. Dat is onze impressie en ons ongeloof, maar ze werken vóór ons, in ons voordeel. Zo doet Hij die dingen allemaal meewerken en ik vind dat zo’n geweldige gedachte. Alleen dat geeft al werkelijk moed en drijft de vrees uit. Als Hij er is en Hij alles in handen heeft, waarom zou ik me dan nog zorgen maken?
Dat wil niet zeggen dat er geen tegenwind is en dat de golven niet hoog zijn. Het wil ook niet zeggen dat het niet schitzwart om je heen is en dat het niet allemaal schijnbaar tegenzit. Ik zal u dit vertellen: Hij is er, Hij ziet je en Hij is op de hoogte. En als Hij daar is, dan zegt Hij: "Ik ben het, houd moed, vrees niet." Afgezien van de profetische betekenis in verband met Israël in de dag van de benauwdheid, vind ik het een geweldige waarheid om nu ook voor ons aan te denken. Want het kan je soms naar de keel vliegen. Ik weet dat er mensen zijn die dit heel erg herkennen in de dingen die spelen in hun persoonlijk leven of iets breder in de wereld in het algemeen. Weet dit: Hij zit daarboven en als Hij spreekt, dan is het altijd een woord van hulp en van moed. Ja, Hij is er! Hij heeft alles perfect onder controle en dat is wat juist die vrede geeft, de vrede van God.
Dacht u nu werkelijk dat door onze omstandigheden Zijn troon gaat wankelen? Dat Hij zou denken: "O, het gaat niet goed, nu moet Ik op plan B overstappen"? Nee, God heeft een plan en alles werkt perfect naar de raad van Zijn wil, hoezeer de schijn ook tegen is. Ga daarom ook nooit af op je eigen inzicht en op je eigen conclusies, want dat misleidt. En ga niet af op je gevoelens. Gevoelens zijn net golven, die gaan op en neer. Dat zegt niets. Mogen die gevoelens er niet zijn? Jawel, maar ga er niet op af. Ze zijn nooit een kompas dat leidend zou moeten zijn in ons leven. Wat leidend is, is Zijn Woord; dat is wat geloof is. Het geloof is eigenlijk niks anders dan: ik voel misschien totaal niets, maar Zijn Woord zegt het en daar sta ik op. Dan heb je grond onder de voeten en dat is ook die vrede.
Vrede ontleen je never nooit aan de omstandigheden. Dat lijkt soms even leuk als het allemaal vlotjes meezit of als je op vakantie bent en het zonnetje schijnt. Dat is allemaal leuk en aardig, en dank God daarvoor – dank Hem in alles, dus ook voor die dingen – maar ga daar nooit op af en zie dat nooit als de grond van vrede. De omstandigheden zijn nooit de basis voor dat vertrouwen. Vertrouwen heeft te maken met het feit dat Hij gesproken heeft. "Mijn Woord is vast en solide." Het is een kompas waarop je met recht blind kunt varen; dat is wat ertoe doet.
Even teruggaand naar de tekst. Hij zegt, terwijl zij roepen: "Spook! Wat is dat?": "Houd moed, Ik ben het, vrees niet." En dan staat er nog bij: "En Ik kom bij hen in het schip." Wist u trouwens dat hier nog iets heeft plaatsgevonden? Marcus meldt dat niet, Johannes ook niet, maar in het Mattheüs-evangelie wordt daar nog iets over gezegd.
De Uitstap van Petrus: een Profetisch Beeld van de Schuilplaats Petra ↑ hoofdstukken
Dan lezen we nog van een uitstapje van Petrus. Dat gebeurt eerst, tussen het moment dat de discipelen in extase raken en een spook menen te ontwaren, en het moment dat zij weer in het schip klimmen. In het Evangelie naar Matteüs wordt vermeld dat Petrus nog even een conversatie heeft en zegt: "Heer, als U het bent..." En dan is het Petrus die uit het schip klimt en naar Jezus toe gaat. Hij nadert Hem over het water, en ook dat is een prachtige geschiedenis.
Je ziet daar wat er gebeurt: zolang hij zijn oog op de Heer gericht houdt, gaat het goed. Dat is trouwens een prachtige illustratie van wat ik zojuist bedoelde te zeggen. Zolang hij zijn oog op de Heer had, ging het prima. Maar op het moment dat hij op de golven ziet – zo wordt het daar volgens mij ook beschreven – dan zakt hij weg. Zodra hij de golven ziet, houdt hij het niet meer droog. Het is echt illustratief. De les ligt hier voor het oprapen; daar hoef ik eigenlijk niets meer uit te concluderen. Zie je op Hem? Dan gaat het goed. Maar op het moment dat je daarvan afziet, van Hem afziet en op de omstandigheden let, dan ga je onder. Altijd.
Ik wil er trouwens nog even iets bij vertellen, en daarom maak ik in de aantekening die u hier op het scherm ziet ook die link. Het is namelijk Petrus die de Heer tegemoet gaat, nog voordat de Heer in het schip klimt en de rust weerkeert. Ik bedoel: op de zee is het voorafgaand aan die rust Petrus die al uitgaat naar de Heer. Ik geloof dat dit een type is van wat er gebeurt met het overblijfsel van Israël, dat al eerder tot de Heer komt en een onderkomen zal vinden in de woestijn. Daar zal dat overblijfsel ook bewaard worden voor 1260 dagen. Als je Schrift met Schrift vergelijkt, dan zie je dat dit in het gebied van Edom zal zijn.
En dan komen we uit bij Petra. Waarom noem ik Petra nu? Niet omdat het de naam van mijn vrouw is, maar omdat Petra verwijst naar Petrus. Het is dezelfde naam trouwens, exact hetzelfde woord. Hoe was het ook alweer? "Gij zijt Petrus en op deze petra zal Ik mijn Ecclesia bouwen." Ik geloof ook letterlijk dat dit zo zal zijn. Er is heel veel over te melden, maar straks in de nabije toekomst, in de grote verdrukking, zal een deel van het volk al de vlucht hebben genomen naar de woestijn, ergens ten zuiden van de Dode Zee. In die stad, die rotsstad, zullen zij een veilig onderkomen vinden, daar de Heer aantreffen en door Hem ook uitgered worden. Dus ja, zelfs dat heeft een profetische betekenis en lading. Daar zal de Heer trouwens ook beginnen om Zijn gemeente in de eindtijd te bouwen. Ook dat heeft dus een profetische betekenis. Hoe dan ook, dit wordt vermeld in Matteüs, maar in Marcus niet.
Jezus in het Schip: de Storm Bedaart en de Ogen Gaan Open ↑ hoofdstukken
Hij klom bij hen in het schip en meteen staat er ook bij dat de wind ging liggen en de zee rustig werd. Dat is precies wat we weten: wanneer de Messias, de Christus, straks zal komen en van de hoogte zal nederdalen. Daar is Hij nu. Kijk, eerst heeft het wonder van de vermenigvuldiging plaatsgevonden. Dat spreekt van het Pascha, van het feit dat Hij gebroken is – Zijn eerste komst. Vervolgens is Hij naar de hoogte gegaan en daar is Hij nu. En het volk, ja, dat tobt hier. Het volk Israël bevindt zich in de volkerenwereld; op de volkerenzee bevinden ze zich. En daar worden de golven steeds hoger. Naarmate de nacht vordert en de dag nadert, wordt het steeds moeilijker en steeds zwaarder.
Maar dan komt Hij tot hen. De vierde nachtwake, tegen dat het licht wordt, komt Hij tot hen. Voorafgaand daaraan is het nog zo dat het volk in Petra een onderkomen zal vinden en de Heer hen daar zal treffen. Uiteindelijk zal Hij zich bij hen voegen, bij het hele volk, bij de twaalf. En dan staat er: "en de wind bedaarde". Dat is precies wat er gebeurt als de Heer als Messias tot Israël zal komen. Dan gaat Hij zich bij hen vervoegen en dan zal de storm bedaren. Dat is precies wat er gaat gebeuren voor Israël. En ik zal u trouwens vertellen: ook voor de volkerenwereld, maar dat is nog weer op een later tijdstip. Eerst zal voor Israël de rust aanbreken. Hij zal Zijn koninkrijk gaan uitbreiden en vestigen over de hele wereld, en dan zal de zee rustig worden. Waarom? Omdat Hij er is. Dat is Zijn wil. Hij is nu boven en het is nu niet Zijn wil dat de zee rustig is. Nee.
Heel veel mensen nemen Hem dat misschien kwalijk. Hij kan het nu toch ook? Jawel, maar Hij wil het niet. Hij heeft zo Zijn plannen. Kun je Hem dan ter verantwoording roepen en zeggen: "Die God..."? Ik zal u dit vertellen: als het over hoogmoed gaat, dan denk ik dat je het beter meent te weten dan de God van hemel en aarde. Alleen het idee al! Als je er zo over nadenkt, dan spoor je al niet. Dat jij als klein mensenkindje, uit de klei getrokken... Hij neemt onze adem weg en we zijn niet meer. Dat zijn wij. En dan zullen wij even vertellen wat de Schepper van hemel en aarde zou moeten doen? Sorry, maar zelfs het woord hoogmoed vind ik daar nog te klein, te eufemistisch voor. Hij weet wat Hij doet.
Maar hoe dan ook, als Hij straks zich zal gaan vervoegen bij het volk Israël, dan zullen ze Hem herkennen. Dan zullen ze uiteindelijk weten wie Hij is. Maar nu loop ik er even op vooruit. Dan zal de wind ook gaan liggen en de zee zal tot rust komen. En er staat bij – en dat staat er nogal heftig – dat zij innerlijk bovenmate ontsteld waren. Eigenlijk is het woord 'extase' hier op zijn plaats. Dat is een Grieks woord, 'ex-stase', wat zoiets betekent als 'eruit staand'. In ieder geval wordt het elders ook vertaald met "buiten zichzelf zijn". Ze waren innerlijk bovenmate ontsteld. En er staat bij waarom dat zo was: "want ze hadden niet begrepen bij de broden, maar hun hart was verhard".
Dat is precies wat we weten van Gods weg met Israël bij de eerste komst. Dat Hij het brood brak, dat Hij het levende brood was dat uit de hemel neerdaalde – dat spreekt van Zijn eerste komst. Maar pas na de nacht komen zij tot inzicht, door de storm heen en te midden van de volkerenzee. Pas dan, en daarna, en daardoorheen – en ook dáárdoor trouwens – zal men tot inzicht komen. In eerste instantie dus niet. Wat hier beschreven wordt is dat men in aanvang niet had begrepen wie de Heer was. Ze waren niet tot inzicht gekomen en hadden Hem niet werkelijk leren kennen. En dat is nu precies wat we weten van het volk Israël. De Messias is tot hen gekomen en ze hebben Hem domweg niet herkend.
Vandaar ook dat er een moment komt, wanneer de Messias tot Israël gaat komen, dat Israël in zo’n grote nood is dat ze de Naam gaan aanroepen. Wat ze nu dus consequent weigeren, want die Naam is zo heilig dat je hem niet eens mag uitspreken. Maar ze gaan de Naam aanroepen. En wie verschijnt er dan? Yeshua, inderdaad. Hij die van Godswege de Naam boven alle namen heeft ontvangen: de naam van Jezus. Jahweh is Redder. En dan zullen ze Hem zien, zo staat er in Zacharia. Dan zullen ze Hem zien die zij doorstoken hebben. Wat een verbijstering zal dat zijn, dat ze Hem niet eerder hebben herkend. Maar pas na de nacht, door de stormen en daar op de wilde zee, pas door al die ervaringen zal men tot inzicht komen. Als Hij zich dan bij hen vervoegd heeft, dan is de zee helemaal rustig geworden en dan zullen ze het zien. Dan pas, niet eerder.
Ziet u hoe profetisch geladen dit is? Het is niet alleen maar een geschiedenis. Dit is gewoon een plaatje van een paar duizend jaar over de weg die God gaat met het volk Israël, terwijl de Messias gewoon daarboven is en voor hen bidt en pleit. Maar hoe Hij hen niettemin in het oog houdt, Zijn weg met hen gaat en hen ook weer gaat opzoeken op Zijn tijd. U kunt zeggen: "Ja, maar het is veel te laat, waarom niet in een eerdere nachtwaak?" Zo gaat dat. Deze geschiedenis illustreert dat, zoals zoveel verhalen en geschiedenissen; het zijn allemaal illustraties van het werk dat God doet. Zij hadden het niet begrepen bij de broden; hun hart was verhard.
Kleur het plaatje zelf verder in. Want ook hiervan moet ik weer zeggen: dit is precies wat we lezen van het volk Israël nu. Waarom hebben ze Hem niet ontdekt, herkend en begrepen waar het werkelijk om ging? Waarom moet er eerst nog een hele nacht aan voorbijgaan? Waarom moest Hij eerst de hoogte in en komt men pas in de vierde nachtwaak tot inzicht? Omdat hun hart verhard was. Ja, dat is precies wat we van Israël ook lezen. Paulus beschrijft dat in Romeinen 11: dat God hun ogen heeft gegeven om niet te zien, oren om niet te horen en een hart om niet te verstaan. Dat is zo gepland. Ook dat wordt God natuurlijk zeer kwalijk genomen, maar ik zal u dit vertellen: Hij verhardt harten en Hij opent harten. Net zo goed als dat Hij ogen gesloten houdt. Ik had het zojuist over de Emmaüsgangers; daar staat ook dat hun ogen bevangen werden, zodat ze Hem niet herkenden. Hij opent ogen wel, maar op Gods tijd.
Die les kunnen we zo in onze broekzak steken – of liever gezegd: ter harte nemen. Hij opent harten op Zijn tijd. En als Hij nu jouw en mijn hart geopend heeft: prijs Hem! Want het is een enorm voorrecht om Hem nu al te kennen. Maar er komt een moment dat elk oog Hem zal zien en alle harten Hem daadwerkelijk zullen kennen. Elke mond, elke tong, zo staat er, zal Hem belijden. Dat gaat komen, alleen ieder in zijn eigen rangorde. En zolang de Heer zegt: "Nu nog niet, het is Mijn tijd niet", dan gaat het dus niet gebeuren. Van Israël lees je dat hun hart verhard was, exact zoals je dat overal van Israël leest. Want daar gaat het verder in vers 53.
Geen Kalme Reis, Wel een Behouden Aankomst ↑ hoofdstukken
Zij kwamen aan land in Genesaret en daar meerden zij aan. Ik heb het er nog maar even bij gezet, want het kan je opvallen – dat is natuurlijk een vorm van tegeltjeswijsheid: God heeft ons geen kalme reis beloofd, maar wel een behouden aankomst. Dus als je je zorgen maakt over het feit dat de reis zo bewogen en zo moeizaam is, en dat er wind tegen is, weet dan dit: dat is niet in strijd met Zijn belofte. Want Hij heeft ons nooit een kalme reis beloofd, maar wel een behouden aankomst.
Ook dat is iets wat je zo ter harte mag nemen, want het betekent namelijk dat je hoop hebt, verwachting. Er bestaat bij God nooit een hopeloze situatie; er is altijd verwachting. Bij Hem gaat er namelijk nooit iets mis. En als je dat eenmaal hebt leren verstaan... Dan krijg je geen rijk leven hoor. Want door alles heen bedoel ik helemaal niet te zeggen dat het allemaal makkelijk is. Juist niet. Helemaal geen kalme reis. Maar hoe anders wordt de reis niet, ook met tegenwind, met golven en in een donkere nacht, als je weet dat de aankomst geregeld is? Een behouden aankomst is op voorhand gegarandeerd. Dat maakt die reis ineens een heel stuk makkelijker. De omstandigheden worden daardoor niet veranderd. Nee, niet de omstandigheden, maar jíj wordt daardoor veranderd, want jij ontvangt daardoor vrede, uitzicht en vertrouwen.
En dan kun je zelfs in het schip – maar dat is weer een andere geschiedenis – rustig slapen op het achterdek, zelfs als de golven hoog gaan. De Heer kende dat als mens. En ja, dat werd Hem ook kwalijk genomen: "We vergaan toch?" Maar dat is juist een begerenswaardige rust. Is dat nou een trucje? Dat is niet te verkrijgen door een cursus of therapie. Nee, dat is Zijn woord. Als je dat kent, is dat die vrede van God. Geen kalme reis, wel een behouden aankomst.
Mag ik het nog eventjes samenvatten? Want ik moet nu naar de afronding toe. De samenvatting van de profetische lijn hoef ik eigenlijk niet meer toe te lichten: de Heer is vandaag op de berg – u begrijpt wat de hint daarachter is. Israël daarentegen is in de nacht, in de storm op zee. Maar tegen het aanbreken van de nieuwe dag, dan komt Hij tot hen. In eerste instantie is daar geen herkenning omdat hun ogen gesloten waren; zij herkenden Hem niet totdat Hij Zich bekendmaakt. En dan brengt Hij hen ook in de rust. Dus: eind goed, al goed.
UltimateGoodNews