de tussenmuur weggebroken
15-08-2021 - Geplaatst door Andre Piettoespraak gehouden op zondag 15 augustus 2021 in Rotterdam (Gezonde Woorden)
Het Joodse volk nam gedurende heel de Handelingen-tijd nog een bijzondere, afgebakende positie in. Jeruzalem stond centraal, de Jood had voorrang en de natiën waren gasten. Nergens wordt dat duidelijker dan in de zgn. ‘soreq’, de omheining op het tempelplein waarbinnen alleen de Jood mocht komen. Is het niet karakteristiek dat Paulus’ gevangenschap aanving met, en gebaseerd was op de beschuldiging dat hij een Griek binnen deze omheining zou hebben gebracht? Want hoewel de bewering vals was, zou de bevoorrechte positie van de Jood inderdaad binnen afzienbare tijd verdwijnen en de ‘soreq’ zelfs letterlijk worden weggebroken. Vanuit de gevangenis in Rome zou Paulus gaan bekendmaken dat “de twee”, Jood en heiden, binnen het Lichaam van Christus, zonder enig onderscheid zijn één gemaakt.
Powered by RedCircle
📝 Samenvatting & Transcriptie van deze lezing
⏱️ Hoofdstukindeling van deze studie:
- Introductie: de Handelingentijd en de Verwachting van het Koninkrijk
- De Apostelvergadering in Jeruzalem en de Vrijheid van de Natiën
- Paulus in de Tempel: de Valse Beschuldiging Rondom de Zorek
- Handelingen 28: het Definitieve Besluit over het Herstel van Israël
- De Sorek: de Tempelmuur als Symbool van Uitsluiting
- Efeze 2: Dichtbij Gekomen in het Bloed van de Opgewekte Christus
- De Twee Zijn Één Gemaakt: de Tussenmuur Is Afgebroken
- De Wet van Voorschriften en Dogma's Buiten Werking Gesteld
- Vrede Geëvangeliseerd: Medeburgers en Huisgenoten van God
Introductie: de Handelingentijd en de Verwachting van het Koninkrijk ↑ hoofdstukken
Hartelijk dank, Art, voor deze mooie intro. Ik ga het hebben over iets totaal anders. Het is ook echt een bijbelstudieonderwerp, dus ga er eens even goed voor zitten. De uitdrukking die als titel dient voor deze toespraak, is direct ontleend aan Efeze hoofdstuk 2. En daar komen we allemaal gerust over te spreken. Ik zal het allemaal hopelijk in goede orde duidelijk maken voor jullie. U ziet hier trouwens een afbeelding van de tempel. De tempel van Herodes en daar stond die tussenmuur.
En voordat ik daar nu wat meer over ga vertellen, wil ik eerst u meenemen naar de Handelingentijd. Dat wil zeggen die periode die aanbrak na Jezus Christus’ opstanding uit de doden in het jaar 30 en de diverse decennia die daarop volgden, namelijk dat het getuigenis begon in Jeruzalem en van daaruit ook uitging. Ik wil dus eigenlijk als introductie jullie meenemen naar het boek Handelingen en enkele hoofdmomenten, enkele highlights in dat boek van 28 hoofdstukken eventjes voor het voetlicht brengen, om daar ten slotte ook een rode draad uit te kunnen trekken of te kunnen herkennen.
En het begint met hoofdstuk 1, dat is wel vaker met boeken het geval. Maar daar lees je dus dat vlak voordat de Heer Jezus afscheid neemt op de Olijfberg en aan het zicht onttrokken wordt tot op de dag van vandaag, zijn discipelen tot hem komen met een vraag en die luidt dan als volgt: "Heer, herstelt u in deze tijd het koninkrijk voor Israël?" En dat blijkt de grote vraag te zijn in heel dat boek. Want dat het koninkrijk van Israël en voor Israël hersteld zou worden – dat wil zeggen dat de Messias zijn plaats zou innemen in Jeruzalem en van daaruit zou regeren over Israël en dus ook over de hele volkerwereld – dat stond op voorhand vast. Maar de grote vraag is: zou dat in die tijd gaan gebeuren? Dat was de grote vraag die de discipelen toen stelden aan Jezus. En zij krijgen daarop feitelijk geen direct antwoord. Hij zegt het ook zo: "Dat komt jullie niet toe te weten." Op dat moment kwam het hen niet toe te weten, want een aantal decennia later zouden ze het wel weten, logischerwijs. Want die tijd, die generatie, die liep vanzelf een keertje af.
Dan sla ik er een heel stuk over en dan uiteindelijk komt het erop neer dat Stefanus – zijn naam betekent kroon of krans – notabene door het Sanhedrin wordt gestenigd. En ik veronderstel even als bekend de tussenliggende hoofdstukken. Jezus neemt afscheid, dan krijg je in Handelingen 2 de Pinksterdag en dat het getuigenis daar in Jeruzalem start met hele wonderlijke verschijnselen. En trouwens, in die eerste hoofdstukken lees je over vele krachten, tekenen en wonderen die overtuigend plaatsvonden daar in Jeruzalem. Terwijl er een grote gemeenschap van gelovigen ontstaat, want meteen al op de eerste dag komen drieduizend mensen door de toespraak die Petrus daar hield tot geloof en laten zich ook, naar goed Joods gebruik, dopen of gedoopt worden. En terwijl dat zo is, voegde de Heer dagelijks mensen toe aan die kring.
Nee, de reactie van de kant van de leiders werd officieel steeds duidelijker. En dat is dat ze wat betreft de Messias, die ze eerder dat jaar nog hadden overgeleverd aan Pilatus om te worden gekruisigd, nog steeds op dat standpunt stonden. Zij moesten niets hebben van dat getuigenis dat Jezus Christus is opgestaan uit de doden. En dat ging er erg hard aan toe; een enorme vervolging ontstond er. Eigenlijk de grote climax of anticlimax, zo u wilt, vond toen plaats toen het Sanhedrin, notabene dus de Joodse leiders in die dagen, Stefanus stenigde. Dus gewoon officieel zegt de toenmalige Joodse regering en de godsdienstleiding ook: die heeft het getuigenis nu ook van de opgestane Messias verworpen. Eerst dus hebben ze Jezus overgeleverd om te worden gekruisigd en later, als het getuigenis dan klinkt dat hij is opgestaan en de boodschap klinkt dat ze zich zouden bekeren en de Messias alsnog zouden accepteren, lees je opnieuw dat dat verworpen wordt. De steniging van Stefanus is daar eigenlijk ook nogal duidelijk bewijs van.
Dan lees je – overigens bij die gelegenheid was Petrus... Of voor het eerst komt de figuur van Saulus achter de coulissen min of meer al tevoorschijn. En die wordt dan in hoofdstuk 8 ook geroepen op de weg naar Damascus. In hoofdstuk 10 lees je dat Petrus de poort opent naar de natiën en ik zeg het expres even zo: de poort. Ik had ook kunnen zeggen de deur, maar aangezien het in Caesarea was en dat was een havenstad, was het dus ook een poort, puerto, of hoe je het ook maar zegt. Namelijk, het was een havenstad, het lag aan zee, een beeld op zich al van de volkeren. In ieder geval gaf dat heel wat voeten in de aarde, want tot die tijd klonk het getuigenis uitsluitend tot Israël. Daarvoor, tot al die tijd, waren er geen natiën of mensen uit de heidenen, niet-Joden, die werden bereikt. En als Petrus dan geroepen wordt om naar Cornelius te gaan, die Romeinse hoofdman, nou, dat gaf heel wat voeten in de aarde. Want Petrus had daar helemaal eigenlijk geen trek in, want het idee was: eerst moest Israël toch tot bekering komen.
Dan lees je dus in hoofdstuk 10 dat Petrus met veel tegenzin uiteindelijk toch naar die Cornelius gaat daar in Caesarea en hij opent feitelijk de poort, want hij gaat spreken over de Messias en juist daar vindt het wel degelijk ook een goede ontvangst. Daar wordt het ontvangen. Nog een paar hoofdstukken later dan lees je dat Paulus via die poort – dat is heel eigenaardig – ook naar de natiën gaat. Dat was er ook iedere keer als Paulus zijn zendingsreizen aanvangt en verder gaat, dan doet hij dat via Caesarea. Dat vind ik een eigenaardig fenomeen. Maar in ieder geval: Petrus had de deur opengezet naar de natiën, maar daar bleef het dan ook bij, want Petrus blijft gewoon de apostel van de besnijdenis, net als al zijn collega-apostelen, de twaalf. Alleen Paulus, die dertiende, die trouwens ook in hoofdstuk 13 van Saulus Paulus wordt, die gaat daadwerkelijk ook naar de natiën toe. En daar, hoewel hij ook altijd eerst naar de synagoge ging, komt – dat is dan het vaste stramien in het boek Handelingen – weliswaar gaat hij bij de Joden terecht, maar die verwerpen het en dan gaat Paulus vervolgens buiten de synagoge prediken en juist daar ontmoet het ontvangst.
De Apostelvergadering in Jeruzalem en de Vrijheid van de Natiën ↑ hoofdstukken
In Handelingen 15 lees je dat Paulus op een gegeven moment weer terugkomt in Jeruzalem. Er ontstaat dan een heel tumult, maar ook een grote vraag die de geloofsgemeenschap daar in Jeruzalem enorm in verwarring bracht. De strijdvraag was deze: moesten al die gelovigen die nu onder de natiën door Paulus' prediking waren ontstaan, zich onderwerpen aan de Joodse wetten? Meer in het bijzonder aan de besnijdenis om te beginnen, maar ook aan de Sabbat en alle gebruiken van de Joden. Moesten zij dus min of meer Joods worden? Ja of nee? Er was een partij die zei: "Ja, als zij zich bij ons voegen, dan hoort dat er ook bij."
Daar ontstaat dan in Jeruzalem een enorme discussie en er wordt ook een vergadering belegd, de apostelvergadering, zoals dat dan heet. En dat was het ook, in ieder geval daar in Jeruzalem. Op zich ook logisch; Jeruzalem was de stad waar het allemaal moest gebeuren en daar moest dus ook nu het besluit genomen worden. Jacobus, de broer van Jezus – die eigenlijk ook in de aardse zin van het woord zijn zaakwaarnemer was bij verstek van zijn oudere broer – nam de leiding over. In ieder geval, Jacobus hakte daar de knoop door.
Het bijzondere was wat Paulus heel uitdrukkelijk bepleitte, namelijk dat hij het evangelie om niet bracht. Daarnaast stond hij op het standpunt dat de natiën vrij zijn van de wet. Weliswaar gaf dat heel veel discussie, maar in Jeruzalem wordt besloten – met instemming dus van Jacobus, Petrus, Johannes en alle twaalf en allen die daar waren, ook de leidende figuren – eenstemmig wordt besloten: de natiën zijn daar vrij van. Zij zijn vrijgesteld van de onderhouding van de wet. Dat wordt trouwens ook op papier gezet. De besluiten worden zwart op wit op papier gezet en het enige wat dan gezegd wordt, is dat de natiën zich zouden houden aan dat waar alle mensen eigenlijk altijd al aan gehouden zouden moeten zijn. Namelijk dat ze zich zouden onthouden van afgoderijen, hoererijen en van het verstikte. Kortom, dat waren dingen die altijd al golden voor alle mensen, vanaf Adam of, zo u wilt, vanaf Noach.
Dat die uitzonderingen genoemd werden, betekende dus niet dat dit een gedeeltelijke handhaving van de wet van Mozes was. Nee, dat was gewoon iets wat al universeel gold voor alle mensen en voor alle volkeren; de wet van Mozes was niet voor hen bestemd. Overigens zou dat op zich ook nu in het Jodendom niet eens een echte kwestie zijn. Het Jodendom staat namelijk ook op dit moment nog steeds op het standpunt dat de natiën – dus de heidenen, de niet-Joden – niet 'verjoodst' hoeven te worden. Zij spreken dan over de Noachitische geboden; dat wil zeggen de dingen die voor alle mensen gelden en waar men zich aan zou moeten houden. Het Jodendom kent geen zendingsdrang om andere mensen Jood te maken. Het is zelfs omgekeerd, want als jij als niet-Jood Jood wilt worden, dan komt daar heel veel bij kijken. Je wordt op alle mogelijke manieren eigenlijk ervan weerhouden om dat te doen. Het kan, maar daar is het ongeveer ook mee gezegd.
Ik sla weer een paar hoofdstukken over en dan komt Paulus – nadat hij met de besluiten op zak deze ook zo doorgegeven heeft onder de natiën – opnieuw in beeld. Want weliswaar was dat in Jeruzalem goed en duidelijk besloten, maar er leefde nog steeds veel protest, juist ook in die gemeenten. Er waren mensen die op het standpunt bleven staan dat de natiën gejudaiseerd moesten worden en dat ook de Sabbat en dergelijke gehouden moesten worden, en zelfs besneden moesten worden. Ook daar waren weer verschillende richtingen in.
Om een lang verhaal kort te maken: Paulus gaat verder met het evangelie dat aan hem was toevertrouwd: het evangelie van de voorhuid, het evangelie voor de natiën. Om niet, genade, geen wet. En dan komt hij op een gegeven ogenblik in Jeruzalem en Paulus voelde al nattigheid. Hij wist dat dat problematisch zou gaan worden, want hij had een reputatie. Als hij dan ook in Handelingen 21 in Jeruzalem arriveert, wordt hem meteen verteld: "Ja, jouw naam, Paulus, die wordt hier in heel het Joodse land zwaar omstreden." Hij werd er namelijk van beschuldigd dat hij 'afval van Mozes' zou prediken. Dat wil zeggen dat de Joden eigenlijk niet-Joods meer zouden hoeven te leven. Dat is niet waar. Je leest ook dat er dan iets afgesproken wordt en Paulus moest dat weerleggen. Paulus heeft nooit in de Handelingentijd gepredikt dat de Joden niet meer Joods mochten leven. Hij heeft wel verteld dat ze vrij waren, maar dat ging eigenlijk voor vele partijen binnen die Joodse geloofsgemeenschappen al veel te ver. In ieder geval wordt hij er dus van beschuldigd dat hij 'afval van Mozes' spreekt. Die naam van Paulus was zeer, zeer omstreden; hij werd binnen de landsgrenzen van Israël feitelijk beschouwd als een ketter.
In datzelfde hoofdstuk lees je vervolgens hoe het escaleert. Ik weet niet in hoeverre wat ik nu allemaal vertel terecht is, maar ik veronderstel eigenlijk wat basiskennis van de geschiedenis van het boek Handelingen. Soms is dat terecht als ik rondkijk en soms misschien ook niet. En anders moet u Handelingen gewoon lezen; het staat gewoon in uw Bijbel. Achtentwintig hoofdstukken is goed te doen; in een dag kun je dat echt wel lezen. Hoe dan ook, als Paulus dan daarin...
Paulus in de Tempel: de Valse Beschuldiging Rondom de Zorek ↑ hoofdstukken
Als Paulus in Jeruzalem is, dan escaleert het vervolgens helemaal. Waarom? Omdat hij op een gegeven moment in de tempel wordt aangetroffen en men dan beweert — wat overigens niet waar was — dat hij Trophimus, een Griek, een niet-Jood, binnen het tempelcomplex zou hebben binnengebracht. Dat wil zeggen: binnen het eigenlijke heiligdom. Dat was absoluut not done, en dan druk ik me nog heel zachtjes uit, want dat was een halsmisdaad. Hij zou daarmee namelijk de tempel ontheiligd hebben.
Deze beschuldiging is de directe aanleiding dat Paulus gevangen wordt genomen en uiteindelijk ook in Rome terechtkomt om voor de keizer te verschijnen. Het is in feite daar in Jeruzalem — notabene binnen de Messiasbelijdende geloofsgemeenschap — dat de naam van Paulus zo enorm gevoelig lag. Men beschuldigde hem ten onrechte dat hij een heiden daar binnen de muur had gebracht. Daar kom ik straks nog over te spreken; we komen er wel. Ik heb al een beetje een lange aanloop en geef nu in feite een introductie. Dat deed jij ook al, maar dat ging weer over iets anders. Oké.
Hij werd dus beschuldigd van ontheiliging van de tempel en in datzelfde hoofdstuk lees je dat hij gevangen wordt genomen. Wanneer Paulus vervolgens door de Romeinen is opgepakt — wat trouwens erg lastig was, want hij was een Romeins burger met veel rechten — komt hij daar op de trappen te staan. Helemaal bovenaan de trap is hij inmiddels in veiligheid gebracht, want de mensenmenigte die hem wilde lynchen, kon hem daar niet meer bereiken.
Dan mag hij het woord gaan voeren. Hij maant de menigte tot stilte en gaat vertellen wie hij is. Dat hoefden ze eigenlijk niet eens zozeer te weten, want dat was bekend, maar hij vertelt zijn verhaal. Hij komt bij het moment aan dat hij van de Heer Zelf te horen had gekregen dat hij niet in Jeruzalem moest blijven. De Heer had immers tegen hem gezegd: "Ga weg uit Jeruzalem, want ze zullen jouw getuigenis niet aannemen. Ga ver weg, naar de natiën."
Dan lees je: tot dat moment hoorden ze hem aan, maar dan breekt de hel los. Echt waar, want daarmee had Paulus letterlijk en figuurlijk zijn doodvonnis getekend. Hoe dan ook, hij wordt daar in Jeruzalem gevangen genomen. Hij komt eerst nog een paar jaar gevangen te zitten, waarvan twee jaar in Caesarea, en uiteindelijk komt hij via een scheepsreis in Rome aan. Daar vindt opnieuw een ontmoeting plaats met de Joodse leiders, die ook daar niets willen weten van wat hij te melden heeft over de Messias. En daarmee sluit het boek Handelingen af.
Handelingen 28: het Definitieve Besluit over het Herstel van Israël ↑ hoofdstukken
En Paulus geeft ze dan een citaat mee uit het boek Jesaja, Jesaja 6, en dan zegt hij: het volk is verhard. Jullie hebben ogen gekregen maar om niet te zien, oren om niet te horen en jullie hart is nu verhard, en jullie zullen niet hersteld worden. Dus in feite wordt in Handelingen 28 uiteindelijk het definitieve antwoord gegeven, dat er eigenlijk al heel erg aan zat te komen. Het is het definitieve antwoord op de vraag die in hoofdstuk 1 wordt gesteld: "Heer, herstelt U in deze tijd het koninkrijk voor Israël?" Het punt was: als Israël in die dagen tot bekering was gekomen in het getuigenis over de opgestane Messias, dan was in die dagen het koninkrijk inderdaad aangebroken en was de Messias teruggekeerd naar deze wereld. Dat was het getuigenis. Maar in Handelingen 28 is volstrekt helder geworden: niet in deze tijd.
Dan praten we inmiddels over pakweg drie decennia verder. In het jaar 30 stierf de Heer, stond Hij op en voer Hij ten hemel, en dit is ergens in het jaar 60, 61 of 62 geweest dat Paulus daar in Rome die ontmoeting had met de Joodse leiders en dit ook aanzegt: het herstel van Israël is niet in onze dagen. En dan komt Paulus opnieuw in de gevangenis terecht, daar in Rome, en vanuit de gevangenis schrijft hij brieven. De gevangenisbrieven. De bekendste is wellicht de Efezische brief, maar ook de Kolossensenbrief.
Wat Paulus dan eigenlijk vertelt, is dat het volk van Israël in onze dagen geen speciale plaats meer inneemt. Dat is eigenlijk de clou van die gevangenisbrieven. Nou, ik doe ze daarmee tekort, want het heeft veel meer betekenis, maar dit is wel de basis. Want kijk, karakteristiek in deze hele lijst, in deze hele opsomming, is dat Israël een afgebakende, speciale positie inneemt. In het hele boek Handelingen is dat heel karakteristiek; het ging allemaal om Israël. Het begon in Jeruzalem, bij de Joden, en de tempel stond ook in Handelingen nog helemaal centraal. Ook bijvoorbeeld de wetsbetrachting van de Joden werd als vanzelfsprekend aangenomen, natuurlijk.
Dat verandert allemaal na Handelingen 28. Dan is definitief duidelijk geworden — hoewel het zich in de brieven die Paulus in deze tijd schrijft en ook al in zijn eerdere brieven aftekende — dat na Handelingen 28 en dat wat daarna gebeurt en wat hij optekent, het volstrekt helder is. Nu kom ik bij mijn punt: namelijk dat de soreq daar eigenlijk een embleem van is. En wat is daar nu over te zeggen?
De Sorek: de Tempelmuur als Symbool van Uitsluiting ↑ hoofdstukken
Nou, die Sorek, dat is eigenlijk de benaming voor die tussenmuur die daar op het tempelcomplex gevonden werd. Ik zal het nog eens duidelijker maken. Kijk, dit is een plaatje van de tempel van Herodes. Het is tamelijk goed bekend hoe die eruitgezien heeft, omdat we met name van Flavius Josephus weten hoe die was gebouwd, met alle details en dergelijke. Maar kijk, je had daar dus verschillende delen op het plein en de buitenste ring werd de voorhof voor de heidenen genoemd, of de voorhof van de natiën. Daar mocht iedereen in, vrij. En daar, in een ruimte daarbinnen, had je de zogenaamde Sorek. Dat was een muur van ongeveer een meter of 1,20 meter hoog, geloof ik; zo hoog dat je er wel overheen kon kijken. Maar dat heette de Sorek en dat was een tussenmuur op het tempelplein. Die tussenmuur maakte scheiding tussen de voorhof van de heidenen, waar dus iedereen zonder enig probleem kon komen, en het gedeelte daarbinnen waar alleen een Jood mocht komen, een Israëliet zo u wilt.
Dat is wel interessant, want er is nog een inscriptie gevonden als restant van die tussenmuur. U ziet hier een plaatje daarvan met daarin de tekst in het Grieks. U zegt misschien: "Ja, maar dat kan ik niet zo goed lezen," nou, dat is geen probleem, want ik heb het voor u vertaald. Daar stond een waarschuwing: "Geen vreemdeling mag de voorhof en de balustrade binnengaan rond de tempel. Wie daar wordt betrapt, is verantwoordelijk voor zijn eigen dood, die zeker het gevolg zal zijn."
Ik zei zojuist al, toen ik het even over Handelingen 21 had, dat Paulus daar in Jeruzalem is. Hij was in reisgezelschap en er was ook een niet-Jood bij, meerdere trouwens. Men had gezien, zei men, dat hij Trofimus, een niet-Jood, daar binnen die Sorek had gebracht; binnen die muur, binnen die omheining. Nou ja, dat was ongehoord. Het gerucht over Paulus deed al de ronde dat hij eigenlijk de hand lichtte met de wet van Mozes en de Mozaïsche regels, et cetera. Dat werd daarin volstrekt ten onrechte bevestigd. Maar in ieder geval, toen eenmaal gezegd werd dat hij een heiden binnen die muur had gebracht, binnen die omheining, was dat echt de reden waarom Paulus meteen gedood dreigde te worden.
Het hele klimaat was al verhit. Alleen al het feit dat Paulus daar was, want de naam van Paulus lag gevoelig. Ik zeg niet alleen binnen het niet-Messiasbelijdende Jodendom, het gewone Jodendom om zo te zeggen, maar ook binnen het Messiasbelijdende Jodendom, de hele kring zeg maar. U moet zich realiseren, je leest dat in Handelingen 21, dat er over tienduizenden wordt gesproken. Er staat "myriaden", niet duizenden zoals in veel vertalingen wordt gezegd, maar tienduizenden Joden waren gelovig in Jezus de Messias. Ze waren allen ijveraars van de wet en voor de wet, allemaal. Juist bij die kring lag de naam van Paulus zo gevoelig, omdat Paulus daar de hand mee zou lichten.
Paulus was het die zelf zegt: "Mij is een heidense evangelie toevertrouwd, het evangelie van de voorhuid." Dat is gewoon een hele nette manier om te formuleren dat het een heidens evangelie is. Aan Petrus was het evangelie van de besnijdenis toevertrouwd, het evangelie dat speciaal voor Israël was, maar aan Paulus was op een later tijdstip hoogstpersoonlijk door de Heer zelf het evangelie van de voorhuid toevertrouwd. Ja, dat is een ander getuigenis en een andere boodschap, waarin eigenlijk het Jodendom en de wet geen speciale betekenis meer hadden. Hoewel ik erbij moet zeggen dat Paulus in de Handelingentijd — dat is heel duidelijk — zich altijd aan de regels en aan de Joodse wetten heeft gehouden. Hij heeft altijd als Jood geleefd. Dus hij heeft dat verwijt dat hem trof nooit voeding gegeven.
Maar zijn boodschap was inderdaad voor de heidenen. En dat wordt dan helemaal duidelijk als hij eenmaal daar in Rome is gearriveerd. Dan gaat hij inderdaad vol op het orgel, om het zo te zeggen, en dan gaan de registers open om even in hetzelfde type beeldspraak te blijven. Daar gaat hij vertellen dat die hele omheining inderdaad geen rol meer speelt. Dan komt die hamer dan toch nog weer eventjes van pas.
Efeze 2: Dichtbij Gekomen in het Bloed van de Opgewekte Christus ↑ hoofdstukken
Ik neem jullie nu mee naar Efeze 2. Dat is een van de brieven die Paulus vanuit de gevangenis schrijft als hij eenmaal in Rome is. Hij heeft daar inmiddels aangezegd dat Israël feitelijk buiten spel staat; sinds die tijd officieel. Israël zal niet meer tot bekering komen. Tot die tijd was dat altijd nog mogelijk en stond de deur in feite nog steeds op een kier, maar na Handelingen 28 viel de deur in het slot. Het slot van Handelingen is dus tevens het slot van dat getuigenis.
In Efeze 2 beschrijft Paulus de nieuwe situatie die in die tijd ontstaan was. Hij zegt: "Maar nu in Christus Jezus zijn jullie...". Dat wil zeggen: nu in Christus de Verheerlijkte, de Opgewekte. Binnen dat lichaam zijn jullie die eens ver weg waren — en dan heeft hij het over de natiën — dichtbij gekomen. De natiën waren ver weg, maar ook letterlijk buitengesloten. Dat bleek heel duidelijk op het moment dat zij in Jeruzalem arriveerden en de tempel bezochten. Dan was het echt: tot hiertoe en niet verder. Ook al waren zij gelovigen en geloofden ze in de Messias, ze mochten daar echt niet binnen.
Paulus zegt: "Maar nu in Christus Jezus zijn jullie, die eens ver weg waren — dat zijn dus de natiën — dichtbij gekomen in het bloed van Christus." Naar het vlees gesproken, gewoon naar hun afkomst, waren zij vreemdelingen. Ze mochten wel in Jeruzalem komen en de tempel bezoeken, maar ze waren gasten. Ze hadden geen volledig recht, integendeel zelfs. Ik moet er trouwens bij zeggen dat dit in zekere zin ook voor de Joden gold. Zij mochten weliswaar binnen die balustrade komen, maar zij mochten ook weer niet verder. Het eigenlijke heiligdom en het heilige der heiligen was alleen voor de priesters. Het allerheiligste was zelfs alleen voor de hogepriester, en dan nog maar één keer per jaar. Er waren diverse niveaus en naarmate je naar binnen ging, werd het steeds heiliger en steeds meer afgezonderd en apart gesteld. Dat is trouwens ook wat 'heilig' betekent.
Paulus zegt nu: "In Christus Jezus zijn jullie die eens ver weg waren dichtbij gekomen in het bloed van Christus." Dat is zo’n term die je, als je christelijk bent opgevoed, al te goed kent, maar die aan een enorme ontwaarding heeft geleden omdat de werkelijke betekenis vaak niet bekend is. Men zegt dan: "Het bloed van Christus, dat spreekt van het kruis." Inderdaad, het bloed van het kruis, maar het bloed van Christus is het bloed van Hem die ooit stierf en geslacht werd, maar die nu de Opgewekte is.
Het bijzondere van wat de Bijbel zegt over het bloed en de betekenis ervan in de offerdienst, is dat het niet in de eerste plaats ging om de slachting. Dat was de voorwaarde; eerst werd een dier geslacht. Maar de betekenis kreeg het bloed pas ná de slachting, wanneer het bijvoorbeeld op het altaar werd gelegd, op de horens van het altaar werd gesmeerd of door de priester in het heiligdom werd gebracht. De betekenis van dat bloed ontstond pas na de slachting. Zo spreekt het bloed van Christus niet alleen van het feit dat Hij ooit aan die paal stierf en geslacht werd, maar het gaat over Hem die na Zijn slachting de Opgewekte is. Hij is opgestaan en Hij staat daar als geslacht. Want nog steeds, ook als Hij straks zal verschijnen op de Olijfberg waar Hij ooit vertrok, zullen ze Hem zien die zij doorstoken hebben. Dan zien ze niet de wonden, maar wel de tekenen. Dat zijn geen wonden meer, maar alles herinnert dan nog steeds aan het feit dat Hij ooit stierf. Dat is het bloed van Christus; het gaat over de opgewekte Christus.
Wij zijn in Hem. Paulus spreekt nu de natiën aan en zegt: "Jullie die eens ver weg waren, jullie zijn dichtbij gekomen in het bloed van Christus. Want Hij is onze vrede, die de beiden één maakt." Ik had eigenlijk al eerder moeten beginnen met lezen bij vers 11, maar dan wordt het vaak zo lang. Kijk het maar eens na: Paulus spreekt aan de ene kant over de Jood en de besnijdenis, en aan de andere kant over de niet-Jood, de heiden zo u wilt. Dat is trouwens ook een beetje een kerkelijke term. Van origine is een heiden gewoon een heidebewoner; iemand die ergens buiten woont. We zeggen dat nu nog steeds: "In een hutje op de hei." Dan zit je buiten de gewone woongemeenschap. Een heiden is daarmee eigenlijk iemand die buitengesloten is, ver weg, en niet bij de gemeenschap behoort.
Hij is onze vrede, die de beiden één heeft gemaakt: Jood en heiden, de besnijdenis en de voorhuid. Hij zegt dat die nu één gemaakt zijn. Ik benadruk deze dingen en leg dit uit omdat het voor ons niet direct duidelijk is hoe revolutionair dit is. Gedurende de Handelingentijd was er namelijk echt sprake van een tweeheid, een dualiteit, een tweedeling. Er was aan de ene kant Israël, de synagoge en de Jood, en aan de andere kant de heiden. In feite had je dat dus ook gewoon binnen de Messiasbelijdende kring. Ook daar was sprake van Israël aan de ene kant en de heidenen aan de andere kant. Er was sprake van een Jakobus, een Petrus en een Johannes die zich richtten op Israël en hun wetsbetrachting en de besnijdenis hadden, en aan de andere kant was daar Paulus die naar de natiën ging en daar volstrekt los van stond.
Hij is buitengesloten. Dit was afgesproken; hij moest even illustreren wat het betekent om buitengesloten te zijn. Peter wilde eigenlijk de hamer hebben. Goed, die tweeheid, die verdeling, die was destijds ontzettend duidelijk.
De Twee Zijn Één Gemaakt: de Tussenmuur Is Afgebroken ↑ hoofdstukken
Paulus zegt nu vanuit de gevangenis dat die twee nu één geworden zijn. Één gemaakt. Eigenlijk staat het in de aorist, dat ziet u hier ook: 'die de beiden één maakt'. Het feit wordt benadrukt los van de tijd; het gegeven staat vast. Hij maakt de beide één. En hoe doet Hij dat? Hij maakt de beiden één doordat Hij namelijk de tussenmuur van de afscheiding afbreekt. En nu hebben we het weer over dat fenomeen waar ik het zojuist over had: die tussenmuur van de afscheiding. Dat is wat bekendstaat als de soreq. Je kunt het opzoeken op Wikipedia; die tussenmuur, die balustrade of omheining waar alleen Israëlieten, Joden en getrouwe besnedenen naar binnen mochten. Er staat hier dat Hij die in de weg heeft gebroken. Dat klopt wel, maar het idee is niet zozeer dat het voltooid is, het feit wordt gewoon gesteld. Ook hier weer die aorist: Hij breekt het weg, ongeacht wanneer. Dat is nu de essentie, het feit namelijk dat die twee — Israël en de natiën, Jood en heiden — nu enig zijn gemaakt. Hoe is dat zo gekomen? Wel, omdat de tussenmuur van de afscheiding afgebroken wordt; het feit staat.
Dit schreef Paulus dus na Handelingen 28 vanuit de gevangenis in Rome, ergens in de jaren 60, 62 of 63. En het zou nog maar een paar jaar duren, nog in datzelfde decennium, dat de tempel daadwerkelijk verwoest zou worden. Geen steen zou op de andere blijven. Wat Paulus in de Efezebrief zegt, is in feite al een aankondiging van wat zelfs fysiek en daadwerkelijk binnen afzienbare tijd zou worden gerealiseerd. Trouwens, eigenlijk toen Paulus dit schreef, begon ook die Joodse opstand; het is een enorm roerige tijd geweest. Maar uiteindelijk resulteerde dat in de complete verwoesting van de tempel. Wat zeg ik? Heel Jeruzalem ging in vlammen op. We hebben het er al een keertje eerder over gehad, volgens mij was het de vorige keer dat ik hier was, dat ik er toen ook op wees dat heel Jeruzalem inderdaad in vlammen is opgegaan. Dat is een enorm bloedbad geweest waarbij meer dan een miljoen Joden werden omgebracht. Afschuwelijk en cru is dat geweest, daar in het jaar 70.
Paulus zegt in feite al een aantal jaren eerder: die tussenmuur wordt afgebroken. De afgezonderde positie van Israël is voorlopig voorbij. In het lichaam van Christus speelt een aparte rol voor het Jodendom geen rol. En hoe komt dat? Omdat de tussenmuur van de afscheiding wordt afgebroken, of is afgebroken; in beide vertalingen is het waar. Er staat nog iets: het wordt genoemd 'de vijandschap in zijn vlees'. Het gaat hier over de Heer Jezus, maar dan in Zijn vlees. Het is wat moeilijk en je zou er niet één-twee-drie zo opkomen, maar kijk maar naar het hele verband. Het gaat over de Heer Jezus inderdaad, maar in Zijn vlees, in Zijn omwandeling op aarde, was Hij Jood en dat maakte ook vijandschap. Dat was feitelijk een embleem van de natiën die buitengesloten waren. Ik bedoel dit: als Jezus de tempel binnenging, dan stonden de natiën buiten. Zij waren uitgesloten en konden niet mee. Die soreq, die tussenmuur of omheining, dat was een symbool van die verdeeldheid.
Als een Paulus daar in Jeruzalem arriveert en hij neemt een Trofimus mee, die van harte geloofde dat Jezus de Messias is, dan was dat een heiden. Hij had geen verband met de rituelen en hoefde dat ook helemaal niet; daar was men het trouwens al over eens. Maar laat ik het zo zeggen: als Paulus dan daar in die tempel is en hij zou samen met Trofimus daar naartoe gaan, dan was het: 'Ik ga nu verder hier binnen de omheining, maar jij blijft hier staan. Jij kunt niet mee.' Dat kon niet, dat was een doodzonde. Dus die muur symboliseerde ook daadwerkelijk een concrete scheiding. Dat wordt hier genoemd de vijandschap in Zijn vlees. Dat wil zeggen: Jezus als Jood kon feitelijk geen religieuze, godsdienstige gemeenschap hebben met mensen uit de natiën.
Dat is ook zoiets als wanneer de Heer Jezus in het buitenland kwam, in Tyrus en Sidon. Dan lees je dat een vrouw naar Hem toe komt en een beroep op Hem doet. Dan zegt de Heer Jezus: 'Ik ben slechts gezonden tot de verloren schapen van het huis Israëls. Het is niet goed om het brood van de kinderen, dat bestemd is voor de kinderen Israëls, aan de hondjes te geven.' Dat zijn jullie dus, de hondjes; het is niet voor jullie. Dat was in Zijn vlees de realiteit. Wij als niet-Joden — laat ik het duidelijk zeggen, hoewel het verschil nu sowieso geen rol speelt — vallen voor het grootste gedeelte toch echt in die categorie. Als niet-Joden hebben wij feitelijk niks te maken met een Jezus van Nazareth die hier op aarde rondwandelde. Als u in Jezus' dagen tot Hem was gekomen en een beroep op Hem had gedaan, dan had Hij gezegd: 'Ik ben slechts gezonden tot de verloren schapen van het huis Israëls.'
Dat wij nu wel degelijk in Hem één zijn, komt omdat wij dat zijn door het bloed van Christus. Wij zijn niet één in Zijn vlees hier op aarde; wij kennen Christus ook niet naar het vlees. Wij zijn één in Hem als de Opgewekte, de Verheerlijkte. Zoals Paulus Hem heeft gebracht aan de natiën, zo zijn wij in contact met Hem gekomen. Het is nog sterker: het is niet alleen maar zo dat de natiën er nu ook bij horen, het is nu zelfs omgekeerd. De tussenmuur die ooit scheiding maakte tussen Jood en heiden, is weggebroken, zodat de afgebakende, afgezonderde positie van Israël nu in dat lichaam van Christus, in de gemeente, totaal geen rol meer speelt. Dat is wat hier staat en dat blijkt ook wel uit wat erbij staat.
De Wet van Voorschriften en Dogma's Buiten Werking Gesteld ↑ hoofdstukken
De tussenmuur van de afscheiding breekt Hij af, en dat wil zeggen: de vijandschap in Zijn vlees, dus de wet van de voorschriften, stelt Hij buiten werking. Die uitdrukking komen we op andere plaatsen ook tegen. Dat is gewoon wat wij noemen de boeken van Mozes, met al die bepalingen. Wel, zegt Paulus, dat is precies wat die soreq uitbeeldde. Daarbinnen gelden die bepalingen, daarbuiten niet. Nu zegt Paulus dat die soreq, die afscheiding, die muur, die omheining is weggebroken. De Jood heeft geen aparte positie in het lichaam van Christus nu in onze dagen. En dat is het bijzondere wat God vandaag uitwerkt, en dat is voluit bekendgemaakt vanuit de gevangenis. Het bijzondere is dat de twee zijn eengemaakt en de wet van de voorschriften buiten werking is gesteld.
Dat wat de Jood onderscheidde en afbakende, en waarin hij apart gezet was, speelt nu geen rol. Zodat een shabbat, of noem een hoogtijddag, of de besnijdenis, geen rol meer speelt. Of u zegt misschien: "Ik ben van kerkelijke komaf, in plaats van de besnijdenis is de doop gekomen." Wat trouwens niet waar is, want ook de waterdoop was gewoon een Joods ritueel. Of u zegt: "In plaats van de shabbat is nu de zondag gekomen." Wat trouwens ook niet waar is. Nee, al die voorschriften, of wat daaruit afgeleid is of aan veranderd is, is in feite heel kwalijk. Dat wat de kerk ervan gemaakt heeft door van de besnijdenis een doop te maken, of van de shabbat een zondag, of van Pesach Pasen... weet u, daarmee heeft men de wet zelfs geperfectioneerd. Men heeft dat verdraaid. Maar verdraaid of niet, het speelt geen rol meer.
Wij beoordelen elkaar dus niet. Mag dat wel? Is dat conform de bepalingen? Heeft de Jood vandaag een bijzondere positie binnen? Het antwoord is: nee, nee, nee. Het speelt geen enkele rol op dit moment. Ik weet dat het straks anders wordt, als God straks de draad weer op gaat pakken met Israël – binnenkort trouwens – maar dan ontstaat er weer een hele nieuwe fase. Dan krijg je opnieuw de vraag: "Herstelt u het in deze tijd?" En dan is het antwoord: "Ja, nu wel." Maar nu leven wij in die tijd, in die twee millennia, in die tweeduizend jaar, ook nu na Handelingen. Achter de tralies heeft Paulus dat manifest als het ware geschreven vanuit de gevangenis. De twee zijn één gemaakt. Hoe? Wel, doordat die aparte positie, die soreq – want die staat er symbool voor – is weggebroken.
En daar staat het nog bij: "in officiële besluiten bestaande". Officiële besluiten... in de NBG vertaald als "de inzettingen", maar hier staat het woord dat we allemaal kennen: dogma. Een dogma is niet een leerstelling; een dogma is een besluit. Trouwens, ook in onze huidige terminologie is het zo. Denk aan de leer van de Drie-eenheid, dat is een dogma. Waarom? Omdat men ooit op een kerkelijke vergadering heeft besloten dat dat de waarheid is, en officieel is dat ook bindend opgelegd. Dat is besloten en daarom is het een dogma. Het is dus geen inzetting. Het woord komt vijf keer voor in het Nieuwe Testament en het wordt vertaald met een bevel, met inzettingen, beslissingen en geboden. U zegt: "Dat is handig." Nee, dat is niet handig, want dan weet je niet meer waar het eigenlijk over gaat. Daarom ben ik er zo'n voorstander van om gewoon concordant te vertalen, dus eenluidend, want dan weet je waar het over gaat. Je leest bijvoorbeeld dat keizer Augustus een bevel liet uitgaan, maar daar staat gewoon weer "dogma". Dat is gewoon een besluit omdat iedereen zou worden ingeschreven, et cetera. Het zijn besluiten. En een officieel besluit wil zeggen dat het ook zwart op wit is gesteld; dat is ook een kenmerk. Een dogma is niet alleen een mondelinge afspraak, het is een officieel besluit, zwart op wit opgetekend.
Ga je het nu nog een keer realiseren, Jos? Ja, ga ik. Officieel besloten dat jullie nu weggaan. Een goede zondag nog! En werk ze, want ik neem aan dat dat aan de orde is. Camerawerk voor de tv. Ja, over welke besluiten gaat het hier? Kijk, je leest in het boek Handelingen al – en ik had het zojuist over die vergaderingen – in Handelingen 15 dat de apostelen bij elkaar waren gekomen en dat de vraag gesteld werd: "Moeten Joden... moeten natiën die tot geloof gekomen zijn zich houden aan de besnijdenis en al die dingen?" Het officiële besluit was: nee, dat is niet het geval. Dat worden de besluiten genoemd. De natiën zijn vrijgesteld van het onderhouden van de wet van de voorschriften. Dat was sowieso altijd al duidelijk. In de aanvang was dat wel de discussie, maar dat is officieel besloten en overeengekomen; dat is dus niet aan de orde.
De vraag was alleen Israël. In die dagen was het vanzelfsprekend dat Israël, de Joden, zich wel gewoon aan die wet van voorschriften zouden houden. Dat was juist ook het punt als Paulus in Jeruzalem arriveert en ze zeggen: "Jij zegt eigenlijk dat zij dat ook niet zouden moeten doen." Dat was het hele punt, dat was waar Paulus van beschuldigd werd. En wat die besluiten betreft: de besluiten hielden dus feitelijk in dat de tweedeling in stand bleef. Je had namelijk de natiën die vrijgesteld waren en je had de Jood die wel al die wet van de voorschriften hield. Dus die tweedeling bleef in de besluiten gewoon bestaan. Vandaar dat Paulus hier ook zegt: "de wet van de voorschriften in officiële besluiten bestaande". Want in die besluiten die ooit in Jeruzalem waren genomen, bleef de wet van de voorschriften voor Israël intact. Zodat daar nog steeds sprake was van twee: de Jood en de heiden die buitengesloten was.
Nee, zegt Paulus, nu is de situatie zo dat dit geen rol meer speelt. Feitelijk heeft hij met deze brief al aangezegd: de tempel gaat verwoest worden en die hele tussenmuur wordt afgebroken. Officieel zegt hij eigenlijk: het is al afgedaan, want Israël staat buitenspel en heeft geen aparte positie meer. En dat betekent in de praktijk heel veel. Wat ik hier nu vertel, is basaal. Dit is zo basaal in de praktijk. De allergrootste kwesties in ons leven over wat we zouden doen, worden niet meer geregeld door de wet en ook niet door een aparte positie die de Jood zou hebben. Allerlei vragen over rituelen, over de shabbat, over feestdagen, hoogtijdagen, whatever – noem maar op – het speelt in ons leven geen rol. Laat je dan niet langer oordelen in zaken van eten of drinken, of een stuk van een feestdag, een hoogtijdag of een shabbat. Paulus zegt dat dit allemaal gebruiken zijn die voorbijgaan. Hij zegt dat het een schaduw was, maar het lichaam is van Christus. Dit is dus zo basaal voor de praktijk. Het feit dat wij als gelovigen Jezus Christus belijden, de Gekruisigde en wat meer is, de Opgewekte – in Hem zijn wij één en de tweedeling die er in het boek Handelingen nog steeds was, is nu totaal niet meer aan de orde. Hij doet dit om de twee in Zichzelf tot één nieuwe mens te scheppen, terwijl Hij vrede maakt. De twee zijn dus één geworden. Nou ja, ik zie dat het inmiddels tijd wordt om af te ronden. Laat ik dan nog de laatste verzen van Efeze 2 gewoon lezen, met nog een paar kleine kanttekeningen.
Vrede Geëvangeliseerd: Medeburgers en Huisgenoten van God ↑ hoofdstukken
Dan lees je in vers 17 vervolgens – en dit is een letterlijke vertaling: 'En komende evangeliseert Hij vrede aan jullie die ver weg zijn en vrede aan hen die nabij zijn.' Vrede aan hen die ver weg zijn, de natiën, en hen die nabij zijn, de Joden. En dat komende, dat gaat over de Heer Jezus, over de Heer Jezus Christus Zelf, die nu middels het woord van Paulus het evangelie predikt. Nu klinkt het woord van Christus Zelf. Wie mocht dat verkondigen? Wie is daarvoor als woordvoerder aangesteld? Dat was Paulus. En in zijn brieven heeft hij dat ook zwart op wit gezet.
En Hij evangeliseert vrede, dat wil zeggen eenheid, aan jullie die ver weg zijn en vrede aan hen die nabij zijn. Want door Hem hebben wij de toegang, beiden – zij die ver weg zijn en zij die nabij zijn, heiden en Jood. Dat wat ooit afgebakend was, die beiden hebben nu de toegang in één geest. Want het is een geestelijke zaak; wij hoeven ook niet naar Jeruzalem toe te gaan. Het is een geestelijke waarheid en we hebben de toegang tot de Vader.
En ons valt dus gezamenlijk, los van afkomst, iets ten deel: een nabijheid waar zelfs het Jodendom totaal geen weet van had. Ik zei het zojuist al: want zij die binnen die omheining wel konden komen, dat was ook zeer gereserveerd voor de priesters en voor de hogepriester. Wij komen ook niet op audiëntie; eens per jaar mogen we dan dat heilige der heiligen... nee, wij hebben toegang tot de Vader. Wij lopen gewoon bij Hem binnen, Hij is onze Vader. En de twee zijn één; het speelt geen rol meer, zodat al die rituelen en die afscheidingen en die bijzondere plaatsen hun betekenis verliezen in onze dagen – het unieke van deze tijd. Ik zei het al: die tijd loopt af, maar niettemin is dat wat de Heer vandaag doet. Het is een boodschap in en voor het lichaam van Christus. Door Hem hebben wij de toegang, beiden, in één geest tot de Vader.
Dus dan zijn jullie natiën geen gasten en bijwoners meer, zoals dat nog steeds ook in het boek Handelingen wel het geval was. Een Trofimus mocht niet eens naar binnen. Hij zegt: maar jullie zijn geen gast of bijwoner meer, maar medeburgers. Wat zeg ik? Huisgenoten! Intiemer, hè? Medeburgers van de heiligen en huisgenoten van God.
Gebouwd op het fundament van de apostelen en de profeten. Let op: apostelen en profeten. Het gaat niet over de profeten van het Oude Testament. Er zou anders hebben gestaan: profeten en apostelen. Nee, de apostelen en de profeten, dat wil zeggen zij die misschien niet tot de kring van de apostelen behoren, maar wel het woord van God doorgeven. Denk aan Lukas en Markus; allemaal mensen die het woord van God ook hebben mogen optekenen. En op dat fundament wat zij hebben gelegd – dat is gewoon de Schrift, dat is compleet.
Op dat fundament worden wij gebouwd. Gebouwd op het fundament van de apostelen en de profeten. Het is een heel nieuw bouwwerk, waarbij de uiterste hoeksteen Christus Jezus Zelf is. Dus in dat fundament is de hoeksteen Christus, opgestaan, de Verheerlijkte, die straks zal terugkomen. Waarbij een hele nieuwe situatie weer aankomt. Maar nu, dus na Handelingen 28, is er die tweedeling voorbij. En Paulus heeft dat dus ook mogen optekenen, maar het is ook bekendgemaakt aan de andere apostelen. Dat zegt hij trouwens weer in Efeze 3. Hij zegt: deze verborgenheid is nu ook geopenbaard aan de apostelen. Want ook Petrus, Jakobus en Johannes wisten daar niet van. Het is aan Paulus geopenbaard, die waarheid van het hele lichaam. Mensen, hierover is nog zoveel meer te vertellen. Ik betrap mezelf er nu op, want ik denk: goh jongens, ik ben eigenlijk nu pas begonnen, zeg maar. En toch ga ik het hierbij laten.
UltimateGoodNews