predikte Paulus ‘afval van Mozes’?
22-08-2021 - Geplaatst door Andre Piettoespraak gehouden op zondag 22 augustus 2021 in Den Haag
In Handelingen 21 lezen we de geschiedenis dat Paulus in Jeruzalem arriveert. Meteen wordt duidelijk dat zijn persoon buitengewoon gevoelig ligt in de omvangrijke kring van Jezus-als-Messias belijdende Joden. Want zij waren allen “ijveraars van de wet” terwijl van Paulus werd geleerd dat hij de Joden onder de natiën ‘afval van Mozes’ zou onderwijzen. Hij zou hen leren hun kinderen niet te besnijden of naar de gebruiken te wandelen. Paulus gaat mee in het voorstel om die beschuldiging demonstratief te weerleggen. Maar het mocht niet meer baten.
De vraag blijft: waarom was Paulus zo omstreden in Jeruzalem? Was de beschuldiging aan zijn adres uit de lucht gegrepen of was Paulus’ onderwijs inderdaad anders dan dat van Jakobus en de zijnen?
Helaas is de video-opname dit keer niet optimaal omdat de powerpoint slechts gedeeltelijk zichtbaar is.
Powered by RedCircle
📝 Samenvatting & Transcriptie van deze lezing
⏱️ Hoofdstukindeling van deze studie:
- De Voorgeschiedenis: Paulus' Roeping en Moeizame Relatie met Jeruzalem
- Handelingen 21: Tienduizenden Messiaanse Joden als Ijveraars van de Wet
- De Valse Beschuldiging: Predikte Paulus 'afval van Mozes'?
- Het Voorstel van Jakobus: een Demonstratie van Wetsgetrouwheid
- Het Besluit over de Natiën: Vrijheid van de Wet
- Paulus' Arrestatie in de Tempel en de Gevangenisbrieven
De Voorgeschiedenis: Paulus' Roeping en Moeizame Relatie met Jeruzalem ↑ hoofdstukken
Een hele goedemorgen ook van mijn kant, vrienden. Wat goed om elkaar hier weer te treffen. Het is nog niet zo heel erg lang geleden dat we elkaar hier gezien hebben, maar nu is het dan toch weer zover. Ineens realiseer ik mij dat de afbeelding die u nu hier ziet, veel weg heeft van de achtergrond waar u nu tegenaan kijkt. In beide gevallen ziet u inderdaad een afbeelding van de zogenoemde Klaagmuur, de westelijke tempelmuur. Maar dat is uiterst dubieus, op zijn zachtst gezegd. In elk geval is het geografisch gezien wel ongeveer het hart van het jodendom te noemen.
Dat brengt mij ook bij dit onderwerp. Het is een vraag die ik wil voorleggen, een vraag die in de Bijbel zelf, in Handelingen 21, besproken wordt. Ik ga maar even naar die kant kijken, want anders blijf ik maar met mijn gezicht heen en weer draaien. In Handelingen 21 vind je de geschiedenis dat Paulus in Jeruzalem arriveert. Dan komt deze vraag aan de orde en die behoeft natuurlijk wel enige toelichting: "Predikte Paulus afval van Mozes?" Waarbij ik moet zeggen dat het woord 'afval' in dit geval niets te maken heeft met vuilnis of met gewichtsverlies, maar met afstandneming – dat ga ik straks toelichten.
Laat ik eerst iets vertellen over de voorgeschiedenis, want voordat we aanhaken bij Handelingen 21, moet ik u vertellen wat de situatie eigenlijk is. We gaan naar het boek Handelingen, de periode die Lukas beschrijft vanaf de dood en opstanding van de Heer Jezus Christus in het jaar 30, doorlopend tot Paulus in Rome arriveert – zo ergens in het begin van de jaren zestig. Die hele tijdsperiode van de Handelingen heeft ruim drie decennia geduurd. In die periode lees je dat Paulus opging naar Jeruzalem, een zeer vertrouwd adres, want daar had hij ooit zijn opleiding genoten. Hij kwam oorspronkelijk uit Tarsis, daar was hij geboren – een Romeins staatsburger overigens. Niettemin genoot hij zijn opleiding aan niet de eerste de beste: hij heeft namelijk aan de voeten van Gamaliel gezeten, een van dé mannen in het toenmalige jodendom.
Nu is het een voorgeschiedenis die ik als bekend veronderstel, maar u weet dat Saulus een hele bijzondere ervaring heeft beleefd. Hij was de meest prominente en fanatieke tegenstander van die Messiaanse beweging van Jezus de Nazarener. Hij was een verklaard tegenstander, maar u weet dat hij geroepen is op de weg naar Damaskus. Dat was een totale ommekeer. Sindsdien is zijn relatie met Jeruzalem, eerlijk gezegd, nogal moeizaam geweest. Iedere keer als hij daarna in Jeruzalem kwam, was dat uiterst problematisch.
Paulus ging op naar Jeruzalem – we praten nu over Handelingen 21, rond het jaar 60. Hij wist dat hij daar gevangen genomen zou worden en ook uitgeleverd zou worden aan de natiën. Hoe wist hij dat? Wel, dat was hem voorheen keer op keer betuigd door anderen. Ook lees je dat de Godsgeest hem daar iedere keer op geattendeerd had. Recentelijk was er nog een profeet genaamd Agabus naar hem toe gekomen die had gezegd: "Hij gaat nu naar Jeruzalem en hij gaat gevangen genomen worden en vervolgens overgeleverd worden aan de natiën." Dat wist Paulus dus; dit hing boven zijn hoofd. Desondanks is hij gegaan. Hij móest trouwens ook. Dat was een omstreden kwestie, want al zijn medewerkers hadden het hem uiterst sterk afgeraden, maar hij moest gaan, wetende wat hem te wachten stond.
Ik gaf al even aan dat Paulus een moeizame relatie had met Jeruzalem. Dat heeft alles te maken met de bijzondere boodschap die hem is toevertrouwd. Kijk, Paulus is een verhaal apart. Hij hoort niet bij de twaalf; hij is pas veel later geroepen. Paulus heeft geen opleiding van Jezus op aarde genoten – integendeel. Pas veel later is hij geroepen vanuit de hemel, toen een hemels licht hem omstraalde. Maar dat niet alleen: zijn roeping was niet alleen ver over de datum in vergelijking met de andere apostelen – de Heer had immers al lang en breed afscheid genomen en was vanaf de Olijvenberg ten hemel gevaren – maar als laatste, zo zegt hij later in de Korinthebrief, is de Heer ook aan hem verschenen. Hij zegt: "Ik ben eigenlijk niet waard een apostel te heten, want ik heb de gemeente van God vervolgd." Hoe dan ook, de Heer is aan hem verschenen.
De Heer heeft toen ook al gezegd: "Ik ga ook nog aan jou verschijnen, want ik heb jou een heleboel te vertellen." Toen Paulus op de weg naar Damaskus geroepen werd, is hij dus niet naar Jeruzalem gegaan om zich te melden en te zeggen: "Nou, alsjeblieft, ik ben nu ook een apostel, vertel maar wat ik moet zeggen." Nee, hij vertelt het in de Galatenbrief heel uitdrukkelijk: hij is juist niet naar Jeruzalem gegaan. Integendeel, hij is naar Arabië gegaan en daar heeft de Heer hem onderwezen. Jazeker, dat is diezelfde landstreek waar ooit de wet van de Sinaï aan Mozes werd gegeven. Daar heeft de Heer hem onderwezen en zijn boodschap is in feite een update.
U moet zich realiseren dat er al het een en ander gebeurd was toen Paulus geroepen werd. Het evangelie van de opgestane Messias had in Jeruzalem geklonken, maar officieel had het Sanhedrin, de Joodse leiders in Jeruzalem, een van de leidslieden, Stephanus, gestenigd. Daarmee hebben het volk en de leiders officieel afstand genomen van het getuigenis van de opgestane Messias. Ze hadden de Messias niet alleen gekruisigd, maar dat nu bevestigd door ook het getuigenis aangaande de opgewekte Messias te verwerpen. Bij die gelegenheid wordt de naam van Saulus voor het eerst genoemd, want bij de steniging van Stephanus was hij al van de partij. Hij bewaarde toen de mantels van de leden van het Sanhedrin. Paulus was eigenlijk een 'rising star' binnen die Joodse wereld; niet alleen zijn begaafdheid, maar ook zijn fanatisme hadden hem daar gebracht.
Paulus had echter een hele bijzondere boodschap. Hij werd namelijk geroepen om naar de natiën te gaan. Eigenlijk was dat een vervolg: nu het Joodse volk de opgestane Messias afwijst, zend ik jou naar de natiën. En dat was nu juist het grote probleem, want dat was feitelijk een vervolg op wat de twaalf deden. De twaalf richtten zich nog op Jeruzalem – Jeruzalem moest zich bekeren – en Paulus is daar een vervolg op, een update. De Heer heeft aan Paulus verteld: "Nu is de situatie zo dat Israël Mij verworpen heeft, en nu ga jij naar de natiën." Hij zegt ook in Galaten 2 dat, zoals aan Petrus het evangelie van de besnijdenis was toevertrouwd (dat wil zeggen: voor Israël), zo aan hem het evangelie van de voorhuid is toevertrouwd. Dat zijn technische termen, maar het betekent gewoon een heidense boodschap. Vandaar ook dat Paulus in zijn geschriften heel dikwijls refereert aan Abraham, die al honderden jaren vóór de wetgeving leefde. Wat deed Abraham? Abraham geloofde God. Hij had geen wet, hij kende dat allemaal niet; het was honderden jaren voor de Sinaï.
Maar Abraham leefde uit het geloof dat God hem had beloofd. Ja, dat werd in Jeruzalem opgevat als een heidens evangelie. Dat was dus het problematische van Paulus. Ik kom daar straks natuurlijk verder over te spreken, maar eerst nog even dit.
Er was weliswaar formeel overeenstemming bereikt met Jeruzalem. Want Paulus was, zoals je leest in Handelingen 15, al eerder in Jeruzalem geweest. Er heeft daar een vergadering plaatsgevonden, waar je ook over leest in Galaten 2. Hij en de leidslieden daar in Jeruzalem – Jakobus, Petrus en Johannes – hadden hem de rechterhand der gemeenschap gereikt. De afspraak was dat zij naar de besnijdenis, naar Israël, zouden gaan en hij naar de natiën.
Maar in de 'kring van Jakobus' – Jakobus was eigenlijk de leidsman daar in Jeruzalem – lag de naam van Paulus verschrikkelijk gevoelig. Zij hadden de grootste moeite met hem. Dit zeg ik even als achtergrond. Ik hoop dat u het tot dusver een beetje heeft kunnen volgen; anders moet u het nog maar een keertje beluisteren. Als ik nog meer achtergrondinformatie moet geven, dan wordt de toespraak wel erg lang.
Handelingen 21: Tienduizenden Messiaanse Joden als Ijveraars van de Wet ↑ hoofdstukken
Goed, en dit is voor mij het moment om aan te haken bij het Bijbelgedeelte van Handelingen 21. Ik zei al: Paulus ging naar Jeruzalem en dat staat in vers 17 van hoofdstuk 21. "Toen wij nu tot in Jeruzalem kwamen..." U ziet het, het is een wat letterlijke vertaling, dus het wijkt wat af van de NBG en dergelijke. Maar "toen wij nu tot in Jeruzalem kwamen" – dat "wij", dat is ook Lukas, de schrijver van dit boek. In Jeruzalem verwelkomden de broeders ons van harte. Aha, dat klinkt niet moeizaam. Paulus komt daar aan en hij wordt hartelijk welkom geheten.
In vers 18 staat: "De volgende dag nu ging Paulus samen met ons bij Jakobus binnen." Dus onder andere de schrijver was erbij, maar er was nog een hele delegatie mee, met Trofimus en anderen die eerder in het boek genoemd worden. Zij gingen bij Jakobus binnen. Jakobus, die naam noemde ik zojuist al. Wie was die Jakobus? Dat was niet de apostel, een van de twaalf. Nee, deze Jakobus was, zoals hij genoemd wordt in Galaten 1, de broer van de Heer. De Heer Jezus was de oudste in het gezin van Jozef en Maria, en Zijn oudste broer was Jakobus. Hij had nog een aantal broers en trouwens ook zussen. Eigenlijk halfbroers natuurlijk, maar goed. Hij wordt de broer van de Heer genoemd. Dan moet u zich goed realiseren dat Jakobus, naar het vlees gesproken, naar de mens gesproken of aards gesproken, eigenlijk ook de belangrijkste erfgenaam van Jezus was.
Jezus had het toneel verlaten en was niet meer op aarde. Wie moest nu Zijn zaak gaan waarnemen? Wie lag naar het vlees gesproken het meest voor de hand? Gewoon Zijn oudste broer: Jakobus. Overigens moet ik erbij zeggen dat hij aanvankelijk een grote aversie tegen zijn broer Jezus had; dat lees je in Johannes 7. Jakobus heeft ook een aparte verschijning van de opgewekte Heer gehad. Dat weten we ook. Ik ga dat nu niet aantonen, maar het is echt zo. Neem dat maar even van me aan – dat zeg ik niet zo gauw en eigenlijk raad ik u dat ook af. In elk geval was Jakobus de leider van de geloofsgemeenschap in Jeruzalem. Je leest dat ook de senioren, de oudsten, zich daar bij voegden. Paulus komt dus in het huis van Jakobus en dat is een heel groot gezelschap.
En terwijl hij hen begroette – dat is Paulus natuurlijk, die de aanwezigen in het huis begroet – ontvouwde hij één voor één wat God onder de natiën doet door zijn bediening. Paulus had heel veel te vertellen, want hij was net teruggekomen van de zoveelste reis door het huidige Turkije en Griekenland. Hij had zoveel plaatsen aangedaan en zoveel meegemaakt, maar het getuigenis was ook bevestigd door Gods wegen. De wijze waarop het getuigenis van Paulus bevestigd werd met wondertekenen, was ook een bewijs voor Israël dat Paulus inderdaad van Godswege gezonden was, zodat men daar niet onderuit kon. Paulus had heel veel te vertellen en er waren mensen bij hem die dat allemaal konden bevestigen. Paulus vertelt daar in Jeruzalem, bij Jakobus thuis, wat God allemaal onder de natiën, onder de heidenen buiten de Joodse wereld, deed door zijn bediening.
In vers 20 lees je dat dit hen natuurlijk enorm blij stemde: "Toen zij dit nu hoorden, verheerlijkten zij God en zeiden tot hem..." En nu komt het punt. Want ja, het is dubbel; het is zo dubbel wat daar in Jeruzalem gebeurde, en Paulus wist dat ook. Let op wat zij dan tegen Paulus gaan zeggen: "U aanschouwt, broeder, hoeveel tienduizenden er onder de Joden zijn die gelovig geworden zijn." Alleen dit al: tienduizenden. In het Grieks staat hier "myriaden" en dat betekent echt tienduizenden. In de NBG-vertaling en de Statenvertaling staat "duizenden", maar dat is het woord "chilioi", en dat staat hier niet. Het zijn myriaden, dat betekent tienduizenden. Kennelijk hebben de vertalers gedacht dat het wel een overdrijving zou zijn. Dat kan, ik zou niet weten waarom, maar het is om even een indruk te krijgen van hoe dat in die dagen was.
Paulus komt daar in Jeruzalem en ik had het zojuist over de "kring van Jakobus". Dan moet u niet denken aan een paar mensen. Nee, tienduizenden mensen waren er in het Joodse land en in het bijzonder in Jeruzalem, die allemaal Joods waren maar ook geloofden in Jezus als de Messias. Jezus-als-de-Messias-belijdende Joden dus. Dat zeggen ze tegen Paulus: "U aanschouwt, broeder, hoeveel tienduizenden er onder de Joden zijn die gelovig geworden zijn." Want weliswaar stond die "sekte", die groep, enorm onder druk, maar vergis u niet in de enorme aantallen. Ze waren gelovig, en dat betekent dat ze geloofden dat Jezus de opgestane Messias was. Maar nu komt het, want ze zeggen erbij: "En allen" – dus al die tienduizenden die onder de Joden gelovig geworden zijn – "zijn ijveraars" – "zeloten" staat er in het Grieks – "van de wet."
Dat was maar al te bekend bij Paulus. Het idee om een ijveraar voor de wet te zijn... hij was zelf ooit een kampioen op dat gebied. Je leest het in Galaten 1 – ik citeer vandaag wel heel veel uit Galaten 1 – maar daar vertelt hij zijn verhaal. Hij zegt in vers 14 dat hij zelf een extreme ijveraar was van de overleveringen van de vaderen. Van de wet en van alle overleveringen; hij was een Farizeeër, een extreme ijveraar voor de wet. Dat is de context waarin Paulus arriveert in Jeruzalem. Hij komt daar in een Joodse geloofsgemeenschap die geloofde dat Jezus de Messias is, maar allemaal – zo staat het er echt – al die tienduizenden waren ijveraars van de wet. Dat betekent gewoon dat ze, net als hun volksgenoten, stonden op de wet en leefden vanuit de wet van Mozes, met de sjabbat, de besnijdenis en koosjer eten. Noem maar op, al die gebruiken. Dat betekent: een ijveraar van de wet. Wij denken misschien: "Ja, maar daar waren ze toch van bevrijd?" Nee, in de Handelingentijd was het gewoon vanzelfsprekend dat de Joden de wet hielden. Jakobus was een voorman van die groep, en ook Petrus en Johannes waren mannen die die kring vertegenwoordigden. Voor hen was dat zelfs vanzelfsprekend. Die vanzelfsprekendheid moet u goed begrijpen voordat u de kwestie kunt begrijpen die zij nu hier aansnijden. Eerst dus deze vaststelling: al die tienduizenden daar in Jeruzalem zijn ijveraars van de wet. En nu gaan zij hun punt maken.
De Valse Beschuldiging: Predikte Paulus 'afval van Mozes'? ↑ hoofdstukken
Maar zij, al die tienduizenden Joden, die werden omtrent u onderricht. Nee, er staat in de NBG-vertaling 'verteld', maar er staat niet 'verteld'. Er staat 'onderricht'. Het is heel grappig, want er staat hier in het Grieks het woordje katecheo. Dat kennen wij wel, tenminste als u een revo-achtergrond hebt zoals ikzelf, want dat heeft te maken met ons woord catechese. Catechisatie komt van ditzelfde Griekse woord en dat betekent gewoon onderricht. Als je op catechisatie hebt gezeten, dan heb je onderricht gekregen.
Het gaat hier dus niet over een gerucht dat onder tienduizenden Joden de ronde deed. Waar ze nu hierover vertellen? Nee, het werd zelfs onderricht. Ik geef toe, misschien klopt het niet helemaal als ik nu ga vertellen dat er op catechisatie over werd verteld, maar daar komt het toch eigenlijk wel op neer. Op catechisatie werd verteld over die Paulus... Let op: zij werden omtrent u onderricht. Dat is op zich al interessant, want dat betekent dus dat Paulus het onderwerp was van de catechisatie die die tienduizenden Joden kregen, die allemaal gelovig waren. Hebben jullie hem nog? Ze werden over hem onderricht.
U zegt misschien: nou, dat was gewoon positief omdat het zo geweldig was wat hij nu onder de natiën deed, dat dat getuigenis buiten de landsgrenzen zo'n bereik kreeg. Nee, let op. Zij werden omtrent u onderricht dat u alle Joden onder de natiën afval van Mozes onderwijst. En ik kan u dit vertellen: dat was geen aanbeveling, want zij allemaal waren ijveraars van de wet. Nu werd er binnen de Joodse wereld verteld: die Paulus, weet je wat hij doet? Die vertelt daar alle Joden onder de natiën... Vergis je niet, het grootste gedeelte van de Joodse wereld bevindt zich en bevond zich buiten de landsgrenzen. Ze waren verstrooid onder de volkeren, zoals je Joden in Nederland, in Amerika en in Rusland hebt. Dat was in die dagen ook zo. En over Paulus deed het gerucht de ronde – nee, er werd onderricht: die Paulus is echt niet zuiver op de graad, want die vertelt de Joden daar in het buitenland afval van Mozes.
Ik moet er trouwens nog iets bij zeggen dat heel interessant is. Ik heb hier vertaald 'dat u alle Joden onder de natiën', maar er staat hier een Grieks voorzetsel, kata, en dat betekent eigenlijk 'overeenkomstig'. Het gaat hier misschien niet zozeer over de Joden onder de natiën of te midden van de natiën, maar de Joden die leven overeenkomstig de natiën. De Hellenisten, gewoon de Griekse Joden zeg maar. Want vergis je ook daarin niet, dat is vandaag de dag ook zo: als je een Jood bent, dan betekent dat nog niet dat je een wetsgetrouwe Jood en een ijveraar van de wet bent. De meeste Joden hebben daar maling aan. Over die Joden gaat het, over de Joden 'overeenkomstig de natiën'. Zij leefden en wandelden overeenkomstig de Hellenisten, de Grieken. Dat is een verhaal apart, maar ik wil er toch eventjes op wijzen. In ieder geval werd over Paulus verteld dat hij alle Joden onder de natiën afval van Mozes onderwijst.
Kijk, nu zijn we bij het punt van wat ik op de titeldia al liet zien: afval van Mozes. Ik ben maar even meegegaan in de vertaling, want ik begrijp wel dat dat de term is die we daarvoor gebruiken. Maar in het Grieks staat er het woordje apostasia. In het Engels is dat trouwens ook een woord, apostasy, maar wij gebruiken dat in het Nederlands niet zo. Apostasia betekent letterlijk afstandneming, afstaan. Dus het idee is dat Paulus ervan beschuldigd wordt dat hij alle Joden onder de natiën afstandneming van Mozes onderwijst. Hij zou daar in het buitenland vertellen: weet je, jullie moeten niet Mozes navolgen of dat wat Mozes heeft gezegd en onderwezen over de sabbat en die hele wetgeving. Nee, jullie zouden daar afstand van nemen. Dat was wat over Paulus werd onderricht daar in Jeruzalem en omstreken. Zo staat het er: dat u alle Joden onder de natiën een afval of afstandneming van Mozes onderwijst.
Wat betekent dat dan? Dat wordt hier duidelijk gemaakt door te zeggen: hun kinderen niet te besnijden noch naar de gebruiken te wandelen. Dus ja, dat is wat afstandneming van Mozes dan betekende. Paulus zou overal aan de Joden vertellen: je mag je kinderen niet besnijden, dat moet je niet doen, en ook niet naar al die gebruiken wandelen. Nu kom ik op een kritisch punt. Als u een NBG-vertaling hebt of een NBV-vertaling, weet u wat daar dan staat? Dat zij hun kinderen niet 'behoeven' of 'hoeven' te besnijden. Ik hoop dat u begrijpt dat dat een wereld van verschil is. Laat ik eens een voorbeeld geven: 'je moet geen mondkapje opdoen' is iets heel anders dan 'je hoeft geen mondkapje voor te doen'. Dat is een wereld van verschil. In het ene geval zeg je, zoals het er echt staat, dat de beschuldiging was dat Paulus daar in het buitenland zou leren: Joden, je moet je kinderen niet besnijden. En ook niet naar de gebruiken wandelen.
Wat hebben de moderne vertalingen ervan gemaakt? Dat Paulus zou zeggen onder de Joden dat ze hun kinderen niet 'behoeven' te besnijden en niet naar de gebruiken 'hoeven' te wandelen. Ja, maar weet u wat er zo fataal aan die vertaling is? Dan mis je de hele clou van de beschuldiging. Want door dit ene woord 'behoeven' of 'hoeven' toe te voegen, wordt de valse beschuldiging die hier gedaan wordt ineens een ware beschuldiging. Of in ieder geval zou het de waarheid zijn. Want ik zal u dit vertellen – en nu loop ik even vooruit op mijn verhaal – Paulus vertelde dat inderdaad: dat zij hun kinderen niet 'behoeven' te besnijden. Maar de beschuldiging was dat Paulus zou leren dat zij hun kinderen niet 'zouden' besnijden. Alsof hij zou zeggen: je moet je kinderen niet besnijden, je moet de sabbat niet houden en je moet niet al die hoogtijden houden. Dat is niet wat Paulus zei. Paulus predikte vrijheid. Ziet u het enorme grote verschil?
Ik vind het buitengewoon belangrijk om dat te benadrukken, want dat is nu juist de hele kwestie. De beschuldiging is dus dat Paulus 'afval', afstand nemen van Mozes leerde. Hij zou tegen de Joden vertellen: je kinderen moet je niet besnijden en je moet ook niet naar de gebruiken wandelen. De gebruiken, de ethos. Dat heeft niets te maken met een drogisterij, maar met ethiek. Het zijn gewoon eigenlijk de gebruiken. Ethiek heeft te maken met gebruiken, zoals wij allerlei gebruiken hebben. De Joden hebben hun gebruiken van de sabbat, de hoogtijden en koosjer eten. De Joden onderscheiden 613 geboden en verboden. 365 geboden en de rest verboden, of omgekeerd, maar in ieder geval heel wat.
Oké, Paulus is daar dus in Jeruzalem en dit was wat zij zeiden: ja, dat is wat over jou bekend is, jouw naam is bekend en ze zeggen allemaal over jou dat jij afstandneming van Mozes leert. En dat in een kring van mensen die allemaal fanatieke ijveraars van de wet waren. Paulus wist dat natuurlijk ook wel. Het is opmerkelijk trouwens dat Paulus niets zegt; in dit hele verhaal zegt hij verder niets meer. Waarvan akte. Zij gaan gewoon verder en nemen het woord. Wat is dan het geval?
Het Voorstel van Jakobus: een Demonstratie van Wetsgetrouwheid ↑ hoofdstukken
En nu doen ze een voorstel. Nou ja, een voorstel... het is eigenlijk meer een opdracht. Ze zeggen: "Doe dan dit, wat wij u zeggen." Het is niet eens echt een suggestie meer; ze zeggen gewoon: "Dit is wat je moet doen." Bij hen zijn vier mannen die een gelofte op zich hebben genomen. Hier komen we direct bij de Joodse gebruiken, want iemand kon een gelofte doen, zoals bijvoorbeeld een nazireeërsgelofte. Dan beloof je iets, waarbij er vervolgens offers gebracht moeten worden en allerlei voorgeschreven rituelen moeten worden doorlopen. De Joden kenden dat; dat waren van die specifieke Joodse gebruiken waar zij hier aan refereren.
Het hele idee van wat ze nu tegen Paulus zeggen, is dat hij demonstratief moet gaan ontkrachten waar hij van beschuldigd wordt. Hij hoeft niets te zeggen, maar hij moet dit gewoon gaan doen. "Neem deze vier mannen mee, word gezuiverd." Dat hield in dat hij geheiligd werd door middel van rituele reinigingen, zoals het nemen van een bad en dergelijke. Ik ga nu even niet te diep in op de details van wat daar precies gedaan werd, maar het idee is heel simpel: bewijs demonstratief dat jij zelf ook meegaat in de wet.
"Word gezuiverd en draag de kosten voor hen, opdat zij het hoofd zullen kunnen kaalscheren." Dat gaat natuurlijk niet om de kapperskosten. Het scheren zelf kostte niet zoveel, maar het ging erom dat er offers gebracht moesten worden. Er moesten dieren gekocht worden en dat soort zaken. De tempel en de offerdienst functioneerden op dat moment gewoon in Jeruzalem. Dat is wat ze van hem vragen: draag de kosten voor hen, zodat zij hun hoofd kunnen laten scheren. Dan zal iedereen het zien; het is een publieke demonstratie. Zij zullen weten dat de dingen die zij over u hebben gehoord, niet waar zijn.
Het hele punt is dus dat Paulus moet bewijzen dat de beschuldiging vals is. Als je ervan beschuldigd wordt 'afval van Mozes' te prediken, dan ontkracht je dat door zelf juist de bepalingen en de wetgeving van Mozes te volgen. Daarmee heb je direct bewezen dat er van al die beschuldigingen niets waar is. En kijk, dat is precies het punt waar ik al even op zinspeelde: Paulus predikte niet dat Joden niet langer Joods zouden moeten leven. Wat hij wél predikte — en dat was nu juist het grote struikelblok — was de vrijheid daarin. Daarom lag de figuur van Paulus zo enorm gevoelig in Jeruzalem.
Paulus was geen ijveraar voor de wet meer, zoals zij dat waren en zoals hij dat zelf ooit ook was geweest. Hij leefde echter wel wetsgetrouw. Dat staat er letterlijk bij: dat de dingen die zij over u hebben gehoord niets waard zijn, maar dat u ook zelf de elementaire dingen van de wet bewaakt. Voor velen van u is dit misschien een vreemde ontdekking, of misschien is het voor u juist precies omgekeerd. Wij zijn vaak onderwezen dat Paulus de vrijheid van de wet predikt, en we denken dan automatisch dat hij, vanaf het moment dat hij Jezus als Messias herkende, niet meer volgens de wetgeving van Mozes leefde. Heel veel mensen denken dat; dat wordt in het christendom vrijwel overal zo geleerd. Maar het is niet waar.
Paulus heeft gedurende de hele Handelingenperiode als wetsgetrouwe, Tora-getrouwe Jood geleefd. Hoe je het ook formuleert — er zijn nuances, maar die laat ik even voor wat ze zijn — hij heeft zijn hele leven consequent als Jood gewandeld. In Handelingen 25 en 28 zien we daar duidelijke voorbeelden van, maar ik zou er veel meer kunnen noemen. Keer op keer wordt bewezen dat Paulus inderdaad een Jood was die als Jood wandelde, de sabbat hield en dergelijke. Wat hij predikte, is dat mensen, ook Joden, daarin vrij zijn.
En dát was het probleem dat men in Jeruzalem met Paulus had. Hij leefde zelf inderdaad Joods en hij gaat dat nu ook demonstreren. Paulus kon hier feitelijk ook helemaal geen bezwaar tegen maken, want dit was voor hem vanzelfsprekend; hij deed dit altijd al. Er was trouwens ook een speciale reden voor: Paulus werd voor de Joden een Jood. Zijn prediking in de Handelingentijd was immers ook specifiek gericht op dat volk. Hij wilde hen winnen, en dat demonstreert hij hier ook.
Dan staat er nog bij: "Maar omtrent hen die geloofd hebben van de natiën..." Dit gaat over alle mensen buiten het jodendom, uit de natiën, die tot geloof in de Messias zijn gekomen. Of, zoals ik het liever zeg: tot wie het geloof gekomen is. Je kunt 'tot geloof komen', zo zeggen we dat vaak, maar ik geloof dat geloof een gave van God is. Geloof komt tot jou, je wordt overtuigd, en dan is het geloof bij je binnengekomen. Ik geef het u maar even ter overweging. In ieder geval, over die gelovigen uit de natiën zeggen ze: "Kijk, over hen schreven wij eerder al een brief, oordelend..."
Het Besluit over de Natiën: Vrijheid van de Wet ↑ hoofdstukken
Kijk, het punt is dit. Eerder al, bij zijn eerdere verblijf in Jeruzalem, was daar die vergadering geweest in Handelingen 15. Toen Paulus onder de natiën ging prediken en daar overal ecclesia's ontstonden, waren er in het jodendom mensen die zeiden: "Ja maar Paulus, jij moet daar ook vertellen dat die heidenen de wet moeten gaan houden en zich moeten laten besnijden." Dat zij eigenlijk proselieten moeten worden. Het was precies omgekeerd van wat wij nu allemaal denken. Zij daar in Israël vonden dat, omdat Paulus nu eenmaal naar de natiën was gegaan – oké, dat was goed – maar dan moesten die mensen uit de natiën zich wel tot het jodendom bekeren, joods gaan leven, joods gaan wandelen en zich laten besnijden enzovoorts.
Paulus was daar moordicus tegen. In Handelingen 15 lees je dat er een vergadering is gehouden omdat er heel veel onenigheid was. Uiteindelijk is het trouwens Jakobus die de knoop doorhakt. Er wordt dan een besluit genomen, echt een formeel besluit, dat de heidenen, de natiën, de niet-Joden, vrijgesteld zijn van de wet. Gewoon, vrijgesteld. Zij hoeven niet als Jood te leven. Dat was formeel zo afgesproken. Sterker nog, het is besloten en ook zwart op wit gezet. Paulus is met brieven uit Jeruzalem naar de natiën gegaan om dat inderdaad te overleggen.
Er was alleen één ding gezegd: dat de natiën zich zouden wachten voor zowel het afgodenoffer als bloed, als verstikte en als hoererij. Ik ga nu niet al te specifiek op die dingen in, maar het hele idee is dit: de gelovigen uit de natiën zijn vrij van de wet. Dus niet de sabbat, niet de hoogtijden en niet koosjer eten; dat speelde allemaal geen enkele rol. Ze zijn daarin vrij. Maar uiteraard gold voor hen dat wat altijd al voor alle mensen heeft gegolden sinds Adam en sinds Noach: dat ze zich hebben te onthouden van afgodenoffers, van hoererij en van het eten van levend vlees, dus van verstikte en bloed. Dat is universeel.
Dat was niet een soort van concessie aan de Joden of een gedeeltelijke handhaving van de wet van Mozes. Nee, het was gewoon het principe dat de natiën vrij zijn van de onderhouding van de wet. En wat zouden ze dan doen? Wat zou hun leven dan zijn? Wel, dat ze zich zouden onthouden van wat voor alle mensen sinds Adam en Noach altijd al gold. De Joden spreken dan ook van de Noachitische geboden. Die gelden voor alle mensen, namelijk dat ze erkennen dat er één God is en dat ze zich onthouden van de porneia, van de hoererij, en van het eten van levend vlees. Dat waren de dingen die hier worden genoemd. Dus dat was besloten: de natiën zijn vrij.
De kwestie hier is: predikte Paulus afval van Mozes? Dat is lastig, maar het antwoord hier is gewoon: nee, dat predikte hij niet. Hij predikte niet dat Joden zich niet aan de wet zouden moeten houden of niet meer joods zouden moeten leven. Dat predikte hij niet. Hij predikte wel dat de natiën dat sowieso niet hoeven te doen en dat de Joden daarin vrij zijn. Overigens moet ik erbij zeggen – maar dat is een onderwerp apart – dat we straks in de toekomende tijd, na de periode van genade die nu aan het aflopen is, naar een heel andere tijd gaan waarin God de draad weer met Israël oppakt. Dan gaat er weer een tempel in Jeruzalem komen en dan wordt de situatie weer anders. Maar nu is dit de tijd; nu Israël terzijde staat, is dit de situatie.
Paulus' Arrestatie in de Tempel en de Gevangenisbrieven ↑ hoofdstukken
Het vervolg moet ik er dan ook nog even bij zeggen. Paulus volgt stilzwijgend de raad op. Hij doet het; hij gaat het gewoon doen. Wat hier werd voorgesteld, daar is hij in meegegaan. Maar het mocht niet baten en dat wist Paulus ook al. Het is misschien een beetje misplaatst als ik het zo zeg, maar als een schaap ging hij ter slachtbank, ook hierin. Hij wist: dit gaat het niet worden, dit gaat hen daar in Jeruzalem niet overtuigen.
Want wat gebeurt er? Een week later, als al die rituelen eenmaal vervuld zijn, komt hij in de tempel en ontstaat er meteen een enorme volksoploop. Je leest dat hij ervan beschuldigd wordt dat hij een Griek — en dat was echt een doodzonde, daar stond officieel de doodstraf op als je een niet-Jood binnen de omheining van de tempel bracht — in de tempel heeft gebracht. Op het moment dat dat verhaal rondging, was er een enorme opschudding. Je moet je voorstellen dat het ook pinkstertijd was, dus het was een massaal gebeuren daar in Jeruzalem. Ze zien die figuur van Paulus, die ketter die in hun ogen 'afval van Mozes' predikte. Het verhaal zingt meteen rond: hij heeft een Griek, een niet-Jood, in de tempel gebracht!
Paulus moet dan echt het vege lijf zien te redden, want hij wordt bijna gelyncht. Het is dat de Romeinen tussenbeide komen en hem in veiligheid brengen, maar de Joden hadden hem anders absoluut gedood. Dat staat er ook gewoon bij. Paulus is dan in de gelegenheid, nadat hij in veiligheid is gebracht, om daar hoog op een trap zijn verhaal te doen. Dat kan hij doen totdat hij vertelt dat de Heer hem gezonden heeft tot de natiën. Dan ineens breekt de hel weer los. Paulus kon het niet meer goed doen.
Eigenlijk vanaf dit moment, vanaf Paulus' verblijf daar in Jeruzalem, wordt hij gevangen genomen en uiteindelijk komt hij als gevangene in Rome aan. Dat is Handelingen 28. Maar hier is het allemaal begonnen: Paulus die 'afval van Mozes' predikte. Feitelijk was Paulus een gevangene voor de natiën. Het evangelie aan de natiën was hem toevertrouwd, en dat was het grote kritiekpunt. Dat lag zo moeilijk.
Als Paulus dan in gevangenschap is, gaat hij geweldige brieven schrijven, met name als hij eenmaal in Rome is. Daar wil ik dan mee afsluiten. De gevangenisbrieven kennen we: de Efeze- en de Kolossenzenbrief. Vanuit de gevangenis schrijft hij brieven en daarin vertelt hij alles wat hem is geopend. Hij trekt alle registers open, om even in orgeltermen te spreken. De verborgenheid die hem bekendgemaakt is, kan hij nu voluit gaan vertellen. Hij had de aanloop al genomen in zijn eerdere brieven, maar dan gaat hij — om in de termen te blijven — vol op het orgel. Dan kan hij echt ronduit vertellen en gaat hij de verborgenheid, het geheim wat hem was onthuld, breed uitmeten.
Dat brengt hem tot ongekende hoogten en zulke geweldige dingen. Hij vertelt over de eenheid die nu in de Ecclesia is, dat de omheining is weggebroken en dat het verschil tussen Jood en Griek totaal geen rol meer speelt in onze dagen. Dat is de situatie. Geweldige dingen! Maar realiseer je goed: dat is allemaal begonnen in Handelingen 21, toen hij daar in Jeruzalem was en gevangen werd genomen om deze kwestie. Ik vind het buitengewoon belangrijk om dit scherp te hebben, om te begrijpen wie Paulus is en hoe omstreden hij was, ook in de rest van de Messias-belijdende wereld. Paulus had een unieke boodschap. Ik zou zeggen: vraag het Jakobus, Petrus en Johannes maar na. Zullen we het daarbij laten voor vanmorgen?
UltimateGoodNews