GoedBericht.nl logo
UltimateGoodNews

Mijn genade is u genoeg

29-08-2021 - Geplaatst door Andre Piet
toespraak gehouden op zondag 29 augustus 2021 in Benthuizen

In 2Korinthe 12 verdedigt Paulus zich met tegenzin op de aanvallen van “zogenaamde apostelen” op zijn apostelschap. Zeer terughoudend  spreekt Paulus over zijn overtreffende visioenen en onthullingen veertien jaar eerder. Want hij wil zich perse daarop niet beroemen, maar veeleer in zijn zwakheden. Om hem ‘down to earth’ te houden werd Paulus een “doorn voor het vlees” gegeven. Veel is gespeculeerd over de vraag wat die ‘doorn’ of ‘splinter’ precies was, maar het aardige is dat Paulus het zelf verklaart! Pijnlijk als deze ‘doorn’ voor Paulus was, heeft hij er bij de Heer drie keer op aangedrongen dat het van hem afgenomen zou worden. Maar het antwoord van de Heer was: “Mijn genade is voor jou genoeg”. Dat antwoord veranderde Paulus’ denken compleet. Zijn bidden werd danken…!

Powered by RedCircle

📝 Samenvatting & Transcriptie van deze lezing

Samenvatting van deze toespraak

Paulus bespreekt zijn verheven onthullingen in de derde hemel, waarna hij een doorn voor het vlees kreeg om hoogmoed te voorkomen. Deze doorn, een boodschapper van satan, leidde ertoe dat hij aanhoudend bad voor verlossing hiervan. Het antwoord van de Heer luidde dat Zijn genade genoeg is en dat Zijn kracht juist in zwakheid wordt volbracht. Hierdoor leerde Paulus niet langer te bidden om verandering van omstandigheden, maar te danken en zelfs te roemen in zijn zwakheden. Zo kon de dynamiek van Gods kracht zichtbaar worden in zijn leven.

“Hij heeft tot mij gezegd: "Mijn genade is voor jou genoeg." Punt. Nou, uitroepteken! Want de reden is: kracht wordt in zwakheid volbracht.”

Meer Dan een Wandtegeltje: de Aanleiding voor Paulus' Verdediging ↑ hoofdstukken

Deze ochtend, beste vrienden, neem ik jullie mee naar een Bijbeltekst die denk ik nogal bekend is. Ik weet wel dat wij destijds ook een tegeltje aan de wand hadden, vroeger bij ons, met deze tekst: "Mijn genade is u genoeg." Maar het is zoveel meer dan een wandtegeltje en een mooie spreuk. Het is nog waar ook. En hoe waar is het? En waarom is het waar? En wat zijn de consequenties allemaal van die waarheid? Nou, dan moeten we gewoon — dat lijkt mij de meest eenvoudige route — teruggaan naar de oorsprong van deze uitspraak.

En die vinden we... Zijn genade is mijn genade. Zullen we het eventjes stil houden, Dora? Ja. Oké. Maar het is waar. Deze tekst, deze woorden "Mijn genade is u genoeg", die vinden we in 2 Korinthe 12. Daar schreef Paulus deze dingen op. En ik wil graag vanmorgen met jullie delen wat in dat gedeelte besproken wordt.

Laat ik eerst even ter inleiding een paar dingen opmerken. Deze brief, de Tweede Korinthebrief dus, is geschreven door Paulus vanuit Macedonië. We kunnen dat precies traceren in de geschiedschrijving die we van Lucas, Paulus' medewerker, kennen. We vinden dat namelijk in Handelingen 20, en we kunnen precies vaststellen dat dit was terwijl Lucas de geschiedenis beschrijft in Handelingen 20 vers 1 en 2. In die tijd kwam Paulus net uit Troas en arriveerde hij in Macedonië. Dat kan niet missen, want dat blijkt uit de beschrijving van Handelingen 20, die exact correspondeert met de situatieschets die Paulus in de Tweede Korinthebrief geeft. Dus er is geen twijfel over mogelijk. En dat is zo ergens in het jaar 56 geweest; het zou ook 55 of 57 kunnen zijn geweest, maar rond die tijd.

Overigens wil ik heel graag over niet al te lange tijd eens een keertje een Bijbelstudie geven over de tijdlijn in het Nieuwe Testament, want ik denk dat dat heel verhelderend zou kunnen zijn. Juist de laatste tijd stuitte ik nogal eens op allerlei vragen daarover. Waar moeten we dat nou precies plaatsen? Afijn, het lijkt me de moeite waard om dat eens een keertje in een wat breder perspectief te plaatsen. Dat is iets wat we op een later tijdstip zullen doen; nu is het even genoeg om dit vast te stellen.

In deze hoofdstukken — we gaan naar 2 Korinthe 12 toe, maar in de hoofdstukken 10, 11 en 12 — verdedigt Paulus zich eigenlijk met heel veel tegenzin tegen de aanvallen die op hem gedaan werden vanuit Korinthe. Nou, ik moet eigenlijk zeggen: door allerlei valse apostelen, dat wil zeggen zogenaamde apostelen, zij die zich zo afficheerden en zich zo ook aandienden. Die vielen Paulus persoonlijk aan op allerlei manieren, maar ook zijn apostelschap trokken zij in twijfel. Ik zeg het nu zachtjes en heel eufemistisch, want in werkelijkheid geloofden ze daar niks van. Zij ondermijnden dus Paulus' bediening. En dat was heel ernstig, want dat raakt de fundamenten van in dit geval zelfs die gemeente die in Korinthe bestond, want die was juist ontstaan door de prediking van de apostel Paulus. Paulus is een drietal hoofdstukken in de weer om dat allemaal te bespreken. Dat is dus de aanleiding.

En dan komen we in hoofdstuk 12 aan en uiteindelijk bij vers 8, maar ik zeg dit allemaal even ter inleiding. Dan zegt hij dit — en de meesten van u weten dat als u deze tekst leest, dat soms wat afwijkt van de NBG of de Statenvertaling, maar deze vertaling is gebaseerd op de interlineaire woord-voor-woordweergave, dus ze is wat letterlijk. Paulus zegt dan dit in vers 1: "Er moet geroemd worden, al is het wel tot niets nuttig." Nou, dat geeft al precies aan dat Paulus dit eigenlijk liever niet had gedaan. Hij was eigenlijk al twee hoofdstukken lang daarmee bezig en iedere keer demonstreerde hij dat hij niet anders kon. Hij werd ertoe genoodzaakt.

In vers 11 van ditzelfde hoofdstuk zegt hij nog: "Ja, ik had het veel liever gehad dat jullie vanuit Korinthe dat hadden gedaan. Dan had ik namelijk niet dit alles hoeven optekenen." Jullie zijn in Korinthe op de hoogte van wie ik ben en van mijn bediening en de credentials, zoals dat in het Engels heet, de geloofsbrieven die hij kon overhandigen. Kortom, de bewijzen waarin zijn bediening ook stond. Maar goed, Paulus is genoodzaakt om dat dan nu in deze brief te doen.

En dan zegt hij: "Ja, ik zal komen tot gezichten en onthullingen van de Heer." Gezichten betekent in dit geval visioenen. Een gezicht zien betekent dus niet gewoon een oog, neus en een mond zien; een gezicht is het woord voor een visioen. En Paulus zegt: "Ik ga daarover spreken. Over gezichten en onthullingen van de Heer." En ook dat doet hij met tegenzin en heel terughoudend. En dan zegt hij dit.

Een Verheven Tijdreis: Weggerukt tot in de Derde Hemel ↑ hoofdstukken

Ik weet van een mens in Christus, veertien jaar geleden. Het is heel eigenaardig zoals hij dit nu ter sprake brengt, want die mens in Christus is gewoon Paulus zelf. Maar hij distantieert zich ervan; althans, de wijze waarop hij het bespreekt suggereert alsof hij het over een ander heeft. Hij spreekt namelijk over zichzelf in de derde persoon. Dat doe je wel eens vaker, vooral in een officiële setting. Dan spreek je niet over 'ik', maar dan zeg je bijvoorbeeld: "André Piet is geboren op 2 maart 1961 in Haarlem." Dan spreek ik over mezelf, maar in de derde persoon, alsof het over een ander gaat. "Ik weet van een mens in Christus" – hij is dat zelf, dat blijkt uit vers 7. Dat zullen we straks dus vanzelf ook zien, dus ik loop nu al even vooruit, maar dat kan niet missen.

Het geeft ook aan dat hij afstandelijk doet. Je kunt over jezelf spreken in de eerste persoon, want dat is heel direct: 'ik'. Maar je kunt het ook doen in de derde persoon en dat klinkt, en is ook werkelijk, heel afstandelijk. Het illustreert de terughoudendheid waarmee Paulus dit ter sprake brengt. Want hij wil wel gaan roemen, maar hij wil niet in zichzelf roemen. Dat is het punt; daarom presenteert hij het alsof het een ander betreft. Hij weet ook precies wanneer het was, namelijk veertien jaar geleden. Deze brief is geschreven rond het jaar 56, wat betekent dat je, als je veertien jaar terugrekent, in het jaar 42 uitkomt. Dat is de tijd geweest dat Paulus nog aan zijn zendingsreizen moest beginnen. In Handelingen 13 begint dat eigenlijk pas. Dit is de tijd waarover in Galaten 1 vers 21 wordt beschreven dat hij was teruggegaan vanuit Jeruzalem naar zijn geboortestreek, namelijk Cilicië en Syrië. Paulus kwam uit Tarsus en daar heeft hij een heel aantal jaren vertoefd, een jaar of acht, negen zelfs. Dat is eigenlijk een hele stille periode waar we niet zoveel van weten, maar Paulus is daar in die periode dus geweest. En in dit jaar, veertien jaar voordat hij deze brief aan de Korinthiërs schreef, vond plaats wat hij hier nu gaat beschrijven.

Hij zegt: "Of het in het lichaam was, dat weet ik niet. Of dat het buiten het lichaam was, dat weet ik niet. God weet het." Ja, logisch, God weet het wel. Maar waarom spreekt Paulus daar met twijfel over? Dat weet ik ook niet, maar je kunt wel een vermoeden hebben. Het geeft aan dat het voor hemzelf een lichamelijke ervaring is geweest in die zin dat hij gewoon gezien en gehoord heeft. Hij was daar voluit aanwezig. In de paranormale wereld spreekt men dan over uittreding; sommige mensen hebben zo'n ervaring dat ze zichzelf zien liggen op de operatietafel. Laten we het daar verder nu niet over hebben, maar dan kun je over jezelf ook spreken in de derde persoon, want dan zie je jezelf liggen: "Daar lig ik, daar ligt het." Maar hij zegt: "Ik weet het niet." Want hoewel het voor hemzelf een lichamelijke ervaring kan zijn geweest, zou het best kunnen dat zijn lichaam gewoon nog hier op aarde was. Het doet er eigenlijk ook niet ter zake.

"Zo iemand" – weer dat afstandelijke – "werd weggerukt tot de derde hemel." Dat woord 'weggerukt' kennen we ook van andere schriftplaatsen. De bekendste is wellicht 1 Thessalonicenzen 4 vers 17, waar Paulus spreekt over de verwachting die we als gelovigen hebben dat we de Heer tegemoet zullen gaan. We worden daar weggevoerd, weggerukt – afhankelijk van de vertaling. In evangelische kring wordt dit vaak 'de opname' genoemd, maar dat is eigenlijk te zoetsappig of te sloom. Je kunt natuurlijk ook met je voeten opgenomen worden, maar het idee is er een van geweld. In het Engels is het woord zelfs 'rapture', wat te maken heeft met 'to rape', met kracht ergens uit rukken. Dat is het idee van het woord.

Paulus zegt: "Zo iemand werd weggerukt tot de derde hemel." Nu zegt u misschien: "Ik ken er wel zeven, sommige mensen zijn wel eens in de zevende hemel geweest." Maar dan moet ik u corrigeren, want dat kan niet in Bijbelse termen. Er zijn er maar drie. De Bijbel spreekt op meerdere plaatsen over de term 'de hemel der hemelen': de hemel die boven de hemelen is. Dan kom je inderdaad op een derde hemel. Er zijn ook andere interpretaties van, maar dat laat ik nu even rusten, want dat voert mij een beetje te ver van het onderwerp. Het idee is denk ik niet zo moeilijk: het eerste idee is de eerste hemel, waar de vogelen en wolken des hemels zich bevinden. Dat is wat wij de atmosfeer noemen. Vanaf de aarde gerekend is dat de eerste hemel. Dan krijg je vervolgens de tweede hemel, waar de sterren des hemels zich bevinden. En dan krijg je de derde hemel en dat is de hemel der hemelen. Deze meest verheven hemel gaat de andere hemelen letterlijk te boven. Het is de woonplaats van God, zoals dat in het Oude Testament al wordt beschreven: de plaats waar de troon van God is. Het is alweer tien jaar geleden dat we het er eens over gehad hebben, maar in een model van de schepping is dat in feite het binnenste, het centrum van de schepping. De hele schepping is rondom God gecentreerd. Ik ga dat nu niet verder toelichten, want dat voert nog veel verder van mijn onderwerp, maar het is heel boeiend.

Afijn, Paulus was dus weggerukt tot de derde hemel. En hij zegt: "Ik weet van deze mens, of het in het lichaam was of los van het lichaam, weet ik niet. God weet het." Opnieuw benadrukt hij die onwetendheid. Hij weet alleen wel dit: dat hij werd weggerukt tot in het paradijs. Dat is trouwens niet helemaal hetzelfde als de derde hemel. 'Paradijs' is van origine een Perzisch woord, 'pardes', en dat betekent een park. Het is ook het woord wat de Septuagint gebruikt voor de hof van Eden. Zo spreken wij ook over het paradijs; dat is eigenlijk gewoon een hof, een park. Daar was ooit in het begin een hof waar Adam en zijn vrouw, het eerste mensenpaar, vertoefden voordat ze eruit werden gestuurd. Maar we weten ook van zo'n hof, van zo'n park op de nieuwe aarde waar de boom des levens is. Dat vind je in Openbaring 2 vers 7 en hoofdstuk 22. Ik geloof dus dat dat paradijs niet in de hemel is, maar op de aarde, de nieuwe aarde. Dat betekent dat Paulus is weggerukt en een ervaring heeft gehad die vergelijkbaar is met wat Johannes ooit heeft gehad. Het is niet alleen een ruimtereis naar de hoogste etage van deze schepping, maar het is ook een tijdreis. Dat wil zeggen dat hij in een andere tijd is geplaatst. Zoals je in Openbaring 1 vers 10 leest dat Johannes verplaatst werd in 'de dag des Heren', zo heeft Paulus dingen gezien die in de toekomst nog gaan plaatsvinden. Dergelijke dingen hebben vaker plaatsgevonden – ik geloof bijvoorbeeld dat dit ook gebeurde bij de verheerlijking op de berg, maar ook dat ga ik nu niet verder toelichten.

Het is ook zo’n gezicht, zo’n visioen geweest, waarbij Petrus, Johannes en Jakobus inderdaad iets gezien hebben van de toekomst. Of eigenlijk: ze zijn gewoon verplaatst naar en in de toekomst.

Maar goed, die mens in Christus hoorde onuitsprekelijke uitspraken, die het een mens niet geoorloofd is te spreken. ‘Niet geoorloofd’, dat staat in de tegenwoordige tijd. U ziet dat hier ook in dat verticale streepje; het is een tegenwoordige tijd. Dat wil zeggen: op het moment dat ik dit schrijf, mag ik daar niet over spreken. Dat zou ruimte laten voor de gedachte dat hij op een ander tijdstip, een later tijdstip, daar wel over mag spreken, maar hij zegt: op dit moment in ieder geval mag ik over deze dingen niet spreken.

Ik denk zelfs dat dat ook een reden is waarom hij zo terughoudend is in de wijze waarop hij dit beschrijft. Hij durft zelfs niet eens te claimen dat hij dat zelf was. Juist omdat het hem niet geoorloofd is, spreekt hij daar zo terughoudend over. En in de derde persoon benoemt hij dat dan allemaal.

Betrouwbaarheid Boven Roem: Waarom Paulus Terughoudend Spreekt ↑ hoofdstukken

Maar, zegt hij dan in vers 5: "Over zo iemand zal ik roemen." En nu, dit is een beetje het problematische vers in dit hele gedeelte. Nou ja, er volgen nog meer, maar voor het verstaan is dit wat lastig. Want nu zeg je: "Hè, over zo iemand zal ik roemen, maar over mezelf zal ik niet roemen, behalve in de zwakheden." Dan zeg je: "Hè wacht even, maar jij zei net dat het dezelfde was. Dus deze mens in Christus, zo iemand, dan ben ik dus niet zelf." Nee, Paulus distantieert zich ervan. Hij claimt niet het zelf zijn. Over die persoon gaat hij roemen en daarom zegt hij ook van ja, dat ben ik zelf niet. Want als je gewoon verder leest, dan begrijp je precies wat ik nu ook bedoel. Ik wil er niet teveel woorden aan vuil maken om dit te bewijzen, want als je gewoon verder leest, dan pak je op wat de strekking is.

Paulus wil wel roemen, maar hij zegt: "Ik moet dit even vertellen over die mens in Christus, over die verheven ervaring." Want hij werd beschuldigd dat hij niet zoveel voorstelt en in dat kader zegt hij: "Ik weet van een mens in Christus – ikzelf – die zelfs de hoogste, de meest overtreffende ervaringen heeft beleefd." Maar oké, daar wil hij niet over roemen alsof het zichzelf betreft. Hij zegt: "Ik roem alleen maar in mijn zwakheden." En daarom spreekt hij zo afstandelijk en terughoudend over die verheven ervaringen. Hij wil slechts roemen – over mijzelf zal ik niet roemen, behalve in de zwakheden – vandaar dus dat hij het in de derde persoon beschrijft en niet als zichzelf.

Want, zegt hij: "Als ik zou willen roemen, dan zal ik niet onverstandig zijn, want ik zal waarheid spreken." Als hij dat zou willen, dan zou het niet onverstandig zijn. Waarom niet? Nou, gewoon omdat het waar is. Ik kan dit wel doen en dat is waar, en dus niet onverstandig. Maar, zegt hij: "Ik ben terughoudend, opdat niemand mij zal toerekenen boven wat hij van mij ziet of uit mij hoort." Paulus weigert zich dus te laten kennen met die verheven en in de beleving van anderen misschien hoogdravende, maar ook oncontroleerbare claims. Want ja, je kunt wel zeggen dat je zulke dingen beleefd hebt, maar hoe weet je dat? Hoe kun je dat bewijzen? Hoe kan de ander daarvan overtuigd worden?

Hij zegt: "Ik wil slechts gekend worden naar wat jullie van mij zien, met al mijn noden en met al zijn zwakheden, en naar wat jullie van mij horen." En het sterke daarvan is – en dat had hij al in hoofdstuk 4 ook beschreven – dat wat Paulus vertelde volstrekt controleerbaar was. Hij zegt: "Ik heb maar één doel in mijn bediening en dat is dat ik betrouwbaar ben." Vandaar ook dat hij altijd alles in het werk stelde om al zijn uitspraken onder bewijs te stellen, zodat iedereen die naar hem luisterde van alles van Paulus kon vinden; over zijn persoonlijkheid, over zijn achtergrond of over de manier waarop hij sprak. Want daar was ook kritiek op, want men zei dan van: "Nou, zijn spreken betekent niet zoveel." Het was kennelijk niet zo'n goede spreker. Ook dat lees je in hoofdstuk 10. Of het nu een spraakgebrek was of zoiets, dat weet ik niet, maar in ieder geval maakte het niet zoveel indruk.

Maar daar ging het Paulus ook niet om. Paulus zegt: "Wat ik vertel is waar. En ik vraag ook niet of jullie mij zomaar geloven, maar controleer mij maar, zodat jullie er zelf van overtuigd worden door bewijsvoering dat het waar is wat ik zeg. En wat jullie er verder van vinden, dat is jullie zaak." Ik zeg het nu even met mijn eigen woorden, maar dat is wat hij naar voren brengt. Het ging hem om één ding en dat is betrouwbaarheid. En dat konden ze zien in zijn eigen leven en ze konden het van hem horen, want alles wat Paulus vertelde stelde hij altijd onder bewijs.

Daarom lees je ook dat als hij bijvoorbeeld in Berea komt – dat is trouwens ook in Macedonië, zeg ik dat goed? Ja, zeker, dat is ook in Macedonië – dat hij zo ontzettend blij is dat hij daar mensen treft die bereidwillig waren om hem aan te horen. Maar wat hen nou zo geweldig onderscheidde was dat ze dagelijks nagingen in de Schriften of deze dingen alzo waren. Daarom waren die Bereeërs zulke toplieden. Waarom? Ze luisterden bereidwillig naar wat Paulus te melden had, maar ze controleerden het dagelijks. Ze checkten het: "Klopt het wat hij zei?" En dan konden ze niet anders dan vaststellen dat het waar was. Ze konden ervan vinden wat ze wilden, prima, maar het was waar. Het is betrouwbaar. Dat is het enige wat werkelijk ter zake doet. Ik moet u zeggen, ik vind dat een geweldig woord. Want wat toen waar was, is nog steeds waar. Het enige wat ter zake doet is betrouwbaarheid.

Paulus zegt dus: "Ik ben terughoudend om over die dingen te spreken boven wat men van mij ziet of uit mij hoort." Want ja, wisten zij veel wat hij veertien jaar geleden had meegemaakt. Vandaar ook die terughoudendheid waarmee Paulus dat bespreekt. "En," zegt hij dan – en nou komen we steeds dichter bij ons onderwerp – "opdat ik mij om de overtreffendheid van de onthullingen..." Hè, nou ineens verraadt hij dat hij het inderdaad over zichzelf had. Hij zegt het weliswaar wat terughoudend, maar hij verraadt het wel. Want hier heeft hij het over onthullingen waar hij het al eerder over had en hij zegt: "Ja, die heb ik dus gehad."

Hij zegt: "En opdat ik mij om de overtreffendheid..." "Het buitengewone", zegt de NBG-vertaling. Het buitengewone van die openbaringen. Hier staat het woordje apocalyps, onthullingen. Sterker nog: meervoud zelfs. Aan Paulus zijn zoveel dingen onthuld, bekendgemaakt. Wat is een onthulling? Dat is iets wat bekendgemaakt wordt wat voorheen verborgen was. Dat is een onthulling, een apocalyps. En Paulus had er vele van, vandaar dat het in het meervoud staat, en dat was allemaal zo overtreffend. Inhoudelijk, maar ook vanwege de locatie waar hij het allemaal van vernomen had: in de derde hemel, op zulke hoge plaatsen, van de Heer Zelf.

De Doorn in het Vlees Ontmaskerd: een Boodschapper van Satan ↑ hoofdstukken

Nou, hij zegt: "en omdat ik mij om de overtreffendheid van de onthullingen niet zou verheffen." Want je zou zomaar naast je schoenen gaan lopen als je zulke dingen hebt meegemaakt en zulke dingen hebt gehoord — waar je dan bovendien nog je mond over moet houden ook. Probeer dat maar eens een keer. Omdat hij zich niet te zeer zou verheffen, werd hem een splinter — of zal ik zeggen een doorn, maar eigenlijk is het een splinter; in beide gevallen is het hoogst irritant — voor het vlees gegeven. Oei, de beroemde of beruchte doorn voor het vlees waar Paulus het hier over heeft. Hij had geweldige dingen meegemaakt en hij zou daarvan zomaar hoogmoedig kunnen worden. Om dat te voorkomen is hem een doorn voor het vlees gegeven.

In de meeste vertalingen wordt dit meestal opgevat als een lichamelijke aandoening die Paulus heeft gehad. Er wordt dan aan allerlei dingen gedacht. Vrijzinnige theologen denken wel eens dat hij epilepsie had. Epilepsie? Maar die denken dan bijvoorbeeld dat wat hij meemaakte op de weg naar Damascus een epileptische ervaring was. Goed, de volgende keer mag jij spreken, Peter. Epilepsie betekent trouwens 'opvallen', of eigenlijk 'vallen'. Maar goed, daar ben ik ook opgevallen. Weer even serieus: wat we wél weten van Paulus, is dat hij een oogkwaal had op de een of andere wijze. Dat is onmiskenbaar, uit de Galatenbrief blijkt dat. Men heeft die doorn dus vaak daaraan toegekend, dat hij daarop zou doelen. Maar Paulus benoemt het niet, denkt men. Want ik zei al: men denkt aan een lichamelijke aandoening, wat op zich niet zo gek is, want hij spreekt over een splinter voor het vlees. Waar denk je dan in de eerste plaats aan? Aan het lichaam, nietwaar? Want wat is er beroerder, irritanter en pijnlijker dan een splinter of een doorn daar in het vlees?

Ik moet er echter bij zeggen dat er geen voorzetsel bij staat in het Grieks. Er staat dus niet 'in' en 'voor' staat er trouwens ook niet; dat mag dus eigenlijk geen rol spelen. Het is wel een derde naamval, dus dat duidt wel op de locatie. Ik wil daar niet te ingewikkeld over doen. 'Het vlees' in het algemeen in de Bijbel kan natuurlijk duiden op dít lichaam, maar het is vooral een aanduiding van de mens in zijn vergankelijkheid. Want hoe gaat dat met het vlees? Dat wordt geboren en het is zwak. Het vlees is zwak; de geest is wel gewillig, maar het vlees is zwak. Bovendien verdwijnt het ook weer; het is onderhevig aan zoveel dingen en uiteindelijk sterft een mens. Hij is vergankelijk en zwak. Het slaat dus op de mens in zijn totaliteit, maar dan vooral in zijn vergankelijkheid en zwakheid.

Nu ga ik iets doen wat, over jezelf verheffen gesproken, misschien heel arrogant klinkt. Neem het me niet kwalijk, ik ga het ook toelichten, maar ik weet met zekerheid wat die doorn voor het vlees is geweest. Er wordt heel veel over gespeculeerd, maar ik weet het absoluut zeker. Weet u waarom? Paulus zegt dat namelijk zelf. Kijk maar: de 'splinter voor het vlees' is de metafoor. Hij had natuurlijk niet letterlijk een splinter in zijn vlees; dat is een beeld. Hoe weet ik dat? Wel, de verklaring staat er namelijk direct bij: "een boodschapper van Satan". Dus wat is de splinter voor het vlees? Een boodschapper van Satan. Dat is de verklaring van de metafoor.

Er staat "een engel van Satan", en dan denkt men meteen weer aan een hemelwezen. Dat kan heel goed, maar een engel is gewoon een boodschapper. Weet u nog dat we het niet zo lang geleden hebben gehad over de verspieders in Jericho? Die worden in de Schrift ook engelen genoemd. Ze gingen namelijk met een boodschap op pad: boodschappers dus. Het woord 'engel' duidt dus niet per definitie op een hemelwezen, het is een functie. Een postbode is dus ook een engel. Je hebt trouwens heel veel engelen; volgens de rondvaartrederijen bestaan ze niet... en je kunt er ook mee getrouwd zijn. Zijn ze wit? Maar goed, een boodschapper van Satan, dat is die splinter die hem voor het vlees gegeven is.

Daar moeten we even goed op ingaan. Want als we even teruggaan naar hoofdstuk 11, dan lees je al dat Paulus het heeft over die zogenaamde apostelen die hem betichten. Die waren vanuit Jeruzalem gekomen en waren daar in die gemeente neergestreken. Zij zeiden: "Die gast, die Paulus, dat is helemaal geen apostel. Wij zijn het!" Maar Paulus zegt dan: "Ze doen zich voor als apostelen, maar dat doet Satan altijd." Hij doet zich voor als een boodschapper van licht, en zijn dienaren doen zich ook zo voor als boodschappers van licht. Het idee is dat de doorn voor het vlees die Paulus gegeven werd, opdat hij zich niet te zeer zou verheffen en hoogmoedig zou worden, die boodschapper van Satan is. Paulus werd gewoon heftig aangevallen. Hij noemt het ook "om mij te stompen", opdat ik mij niet zou verheffen. Dat gebeurde door een boodschapper van Satan. Wie dat verder precies geweest is, staat er niet bij, maar hij weet één ding: het was een boodschapper die van de tegenstander kwam. Op de een of andere wijze deed hij Paulus heel veel pijn en maakte hij het hem buitengewoon moeilijk. Wellicht werd hij ook onder de gordel aangevallen, waardoor hij voortdurend met die boodschapper van de tegenstander te maken had. Het was een splinter voor zijn vlees.

Paulus werd daardoor klein gehouden. Dat is het hele idee. Hij zegt: "Het werd mij gegeven." Een boodschapper van de tegenstander om mij, na al die ervaringen en onthullingen die mij gedaan zijn, niet te verheffen. En nu stompt die boodschapper van Satan mij en valt hij me zo laag en pijnlijk aan, maar ook nu zegt hij er weer bij: "opdat ik mij niet zou verheffen." En dan zegt hij in vers 8 dit: "Hierom drong ik drie keer op de Heer aan." Dat is een heel aandringend spreken. Hij heeft drie keer tot de Heer gebeden. Het gaat dus niet over 'iets', maar over 'iemand'. Die 'hij' — dat is die boodschapper van de tegenstander die hem stompte en hem zo pijnlijk aanviel, kennelijk nog steeds — verhinderde in ieder geval dat Paulus zich zou verheffen.

Paulus heeft daar zoveel last van gehad dat hij drie keer op de Heer heeft aangedrongen opdat die boodschapper van Satan van hem zou aflaten en afstand van hem zou nemen. Maar hij bleef. Soms ontkom je daar niet aan. Je zou kunnen zeggen: Paulus kon toch weggaan? Nou, Paulus was wel weggegaan, maar die boodschapper van Satan bleef hem maar achtervolgen. Hoe dan ook, dat kan fysiek zijn, maar het kan hem ook achtervolgen met al zijn uitlatingen en beschuldigingen. Die boodschapper van Satan die hem stompte, dat was die doorn of die splinter voor zijn vlees die hem klein hield. Tot drie keer toe heeft hij bij de Heer aangedrongen opdat die engel van Satan van hem zou afstaan. Dit is eigenlijk de enige keer, bij mijn weten — corrigeer me als ik niet betrouwbaar ben — dat we lezen dat Paulus bidt voor aardse omstandigheden, gewoon voor de omstandigheden in zijn persoonlijk leven. Hij heeft het aanhoudend gedaan, drie keer toe erop aangedrongen bij de Heer. Het is een vrij sterke uitdrukking. Dat was de vraag, de wens, het verlangen of de nood van Paulus. En wat was het antwoord?

Het Antwoord op het Gebed: "mijn Genade Is voor Jou Genoeg" ↑ hoofdstukken

En nu komen we bij waar ik mee begon, namelijk wat de titel van deze toespraak is. En Hij, de Heer, heeft tot mij gezegd — hoe dan ook, dat weet ik niet — Hij heeft tot mij gezegd: "Mijn genade is voor jou genoeg." Dus de vraag was: "Alstublieft Heer, laat die boodschapper van satan, die als een doorn voor mijn vlees is, van mij afstaan zodat ik daar geen last meer van heb. Alsjeblieft, neem die weg." En wat is het antwoord van de Heer? "Mijn genade is voor jou genoeg." Ik geef jou namelijk genoeg, voldoende, zelfs meer dan voldoende. Ik geef je alles wat je nodig hebt. Dat geef ik je, alles.

Dus als die doorn voor het vlees, die boodschapper van satan, nodig is — Paulus wist inmiddels ook wel waarom, namelijk omdat hij zich niet zou verheffen — als de Heer dat nodig acht, dan geeft Hij dat. Dan kan jij van mening zijn dat je daarvan bevrijd en verlost zou moeten worden, want het is immers onrechtmatig wat er allemaal gebeurt en waarvan je beticht wordt. De tegenstander die zijn boodschappen maar doorgeeft, waardoor jij zo vernederd en gesmaad wordt. "Alstublieft Heer, laat hem van me afgaan." Drie keer heb ik daarom gebeden, en dit is het antwoord: "Wat ik jou geef is genoeg. Meer heb je niet nodig." Mijn genade, dat wil zeggen: wat je om niet, gratis krijgt. Alles wat Ik jou geef, dat is werkelijk voldoende.

Denk nou niet dat je Mij kunt vertellen of dat Ik een advies nodig heb, bij wijze van spreken. Dat de Heer zou zeggen: "Ik wil graag jouw advies hebben over wat Ik nu verder voor jou moet doen." Ik weet het. Jij denkt dat heel goed te weten, het is zo herkenbaar. Je denkt precies te weten wat het beste voor jezelf is en je zou zeggen: "O Heer, ik wou dat het zus of zo was. Neem dat alstublieft van me weg." Je probeert hemel en aarde te bewegen om dat gedaan te krijgen en het lukt je niet. En dan ga je bidden, want ja, je bent als gelovige een soort van verzekerd. Dan ga je bidden en dan blijf je bidden, aanhoudend. Maar de Heer zegt: "Wat Ik jou geef is genoeg. Gratis, voor niks, afdoende." Het is toch zo logisch? Je bent van Hem, Hij zorgt voor je.

Daarom zegt de Bijbel ook: "Wees in geen ding bezorgd." Het gaat er niet om dat je niet bezorgd mag zijn. Er zijn mensen die dat op die manier uitleggen: "Je mag niet bezorgd zijn!" En vervolgens zijn ze bezorgd en krijgen ze van de dominee of voorganger te horen dat het niet mag, en dan hebben ze er nog een zorg bij. Want ze waren al bezorgd en nu mogen ze het nog niet zijn ook. Ja, dat schiet niet op natuurlijk, dan krijg je nog een schuldgevoel omdat je zorgen hebt. Het gaat er niet om dat je niet bezorgd mag zijn; dat is net zo onzinnig als zeggen: "Je moet blij zijn." Dan zit je in zak en as en zegt iemand: "Ja, maar jij moet blij zijn, want je bent toch een gelovige." Dan kom je nog dieper in de put te zitten. Weet u, zo werkt dat niet.

Het gaat om genade. De Heer zegt: "Ik geef jou wat." De Heer zegt ook niet: "Je mag niet bezorgd zijn", maar Hij zegt: "Ik zorg voor je." Als je dat beseft, dan neemt Hij een zorg van je af. Dat is een hele zorg minder. Als Hij voor je zorgt en als je dat beseft, dan ben je niet meer bezorgd. Want dan weet je: nou, daar wordt voor me gezorgd. En dan zeggen mensen altijd weer: "Ja, maar dat is wel erg makkelijk." Precies! Ik blijf het zeggen: precies! Want dat is Evangelie. En mensen zeggen altijd — dat is de tegenstander hoor — mensen zeggen altijd: "Dat is te makkelijk." Omdat ze altijd maar de genade van God kleineren. En ik verzeker u, dat is gewoon wat de Schrift zegt: als je Zijn eigendom bent, dan zorgt Hij voor u. En geloof wil zeggen: ik vertrouw op U. Ik vertrouw dat U geeft wat ik nodig heb. En als de Heer zegt: "Ga die weg", dacht u nou werkelijk dat Hij dan niet de kracht geeft om die weg te gaan? Dat is toch bizar eigenlijk? Ja, Ik geef het je, gewoon op voorhand.

Dat betekent ook in dit concrete geval: "Mijn genade is voor jou genoeg." Dat betekent dus dat als jij die stompen krijgt en je wordt zo laag aangevallen en beledigd door die boodschapper van satan, door de tegenstander, dat je dan ook de kracht krijgt om die stompen te verdragen. Worden die stompen daardoor minder pijnlijk? Nee, dat niet. Maar het betekent dat je er in ieder geval geen zorg over hebt of je dat wel zou kunnen dragen of dat het te veel is, alsof je boven vermogen verzocht zou worden. De Heer zal dat never nooit toelaten. Paulus zegt dat trouwens ook in 1 Korinthe 10. Hoe zegt hij dat nou? God is getrouw, die met de verzoeking ook voor de uitkomst zorgt en Hij zal niet toelaten dat je boven vermogen verzocht wordt.

Mensen denken dat wel en die gaan dan alles uit de kast halen om van iets af te komen, in dit geval om van die boodschapper af te komen. De Heer zegt: "Ik geef het je, Ik geef je gewoon alles wat je nodig hebt." En als jij die stompen krijgt en je kunt daar niet van afkomen, dan geeft Hij ook de kracht om dat te verdragen. Weet u, ik vind dat zo relaxed. Dit is zo'n rustgevende, blijmakende boodschap. Want al die dingen waar je van af probeert te komen... weet je wat dit verandert in je denken? Je gaat God danken. Je was aan het janken, en misschien jank je daar nog steeds, maar ineens krijgen die tranen het karakter van vrede en zelfs van vreugde. Want ik krijg het van Hem. Aha! En dan wordt het ineens een reden om Hem te danken.

En ik geef u de verzekering: op het moment dat je voor je problemen gaat danken, verandert het probleem dan? Worden je problemen dan minder? Verdwijnen die? Nou, dat kan heel goed trouwens, alles wordt namelijk anders. Maar dat is niet eens gezegd. Je wordt eruit opgetild, dat is het verschil. Jij wordt veranderd in je hele denken; je hele beleving wordt anders. En daar gaat het om. Hij heeft tot mij gezegd: "Mijn genade is voor jou genoeg." Punt. Nou, uitroepteken! Want de reden is: kracht wordt in zwakheid volbracht. Hoe logisch hè? Ja hoor, kijk, waarom zou je Gods kracht nodig hebben als je iets toch wel kunt dragen?

Op het moment dat je denkt: "Ik kan het niet meer, het lukt mij niet meer", wat moet je dan doen? Dan ga je omhoog kijken. Dat is wat Paulus ook deed, maar dan hoef je niet meer te vragen, dan ga je God danken. Als je eenmaal weet wat de Heer tegen Paulus zei: "Mijn genade is voor jou genoeg." Ja, dat betekent: ik ben zwak, so what! Die zwakheid is zelfs noodzakelijk om Zijn kracht überhaupt te kunnen waarderen. Want die kracht van God waardeer je niet als je niet eerst zwak bent. Het is zo logisch. En wij zijn zo kortzichtig dat we zulke dingen volledig fout inschatten. Onze problemen, onze kwalen, onze ellende en onze sores; we denken dat de Heer dat van ons moet wegnemen en we stellen alles in het werk. Maar begin nou eens te danken voor wat God geeft, want de waarheid is: "Mijn genade is voor jou genoeg."

En nu gaat Paulus... ja, dat vind ik zo mooi hoe dat bij Paulus heeft gewerkt. Paulus heeft dit geleerd: "Mijn genade is jou genoeg." Het motief van de Heer was: "Mijn kracht wordt in zwakheid volbracht." Je kunt er geen speld tussen krijgen, of geen doorn of splinter. Nee, maar als dat waar is, als dat waar is en dat kwartje valt — 100 procent — als dat kwartje valt en je gaat beseffen wat die genade is, dan ga je ineens heel anders aankijken tegen alle zwakheden. Want dat geldt dus niet alleen voor die ene zwakheid waar je dreigt te bezwijken.

Een Welbehagen in Zwakheden: de Dynamiek van Gods Kracht ↑ hoofdstukken

Paulus zegt: "Heel graag zal ik mij des te meer beroemen in mijn zwakheden." Hij had er dus meer; het bleef niet bij die ene specifieke zwakheid. Het is een waarheid die als een olievlek werkt: als het voor het ene waar is – "Mijn genade is voor jou genoeg" – dan geldt dat voor heel het leven, met alle zwakheden waar we mee te maken krijgen. Paulus zegt dat hij zich daarom des te meer gaat beroemen in die zwakheden. Let op, dat is niet wat sommige mensen ervan gemaakt hebben, alsof Paulus ging vrágen om zwakheden. Dat doet natuurlijk geen mens. Waarom zou je daarom vragen? Ook hiervoor geldt: Zijn weg is de beste.

Mensen vragen weleens: "Waarom zou je dan nog bidden?" Dat vraag ik me soms ook af. Paulus zegt in Romeinen 8 dat wij niet weten wat we bidden zullen naar behoren. Wat moeten we vragen? Ik weet het echt niet. Dat zie je hier ook bij Paulus: hij bidt om iets, maar de Heer had een heel ander traject voor ogen. Dus wat zal je dan nog bidden? Wat je in ieder geval wél kunt doen, is altijd danken. Altijd! En als Paulus bidt, dan bidt hij dat we zouden beseffen wie God is, wat Zijn woord inhoudt en wat de rijkdom van Zijn woord is. Daar bidt Paulus voortdurend om, zowel voor zichzelf als voor anderen: dat mensen gaan beseffen hoe rijk ze zijn.

Wat betreft aardse omstandigheden, zoals wanneer een zaal sluit en niet meer beschikbaar is, dacht je dan werkelijk dat je de Heer van advies moet dienen? Ga er op voorhand vanuit dat Hij Zijn weg gaat en geeft wat nodig is. Dat is niet iets bijzonders, maar de normale gang van zaken. Mensen denken soms dat het een heel speciale ervaring is wanneer je merkt dat Hij voorziet, maar dat is geen eindpunt; het is de basis. Hij voorziet in alles. Paulus beroemt zich dus in de zwakheden die zich sowieso aandienen – daar hoef je niet om te vragen – opdat de kracht van Christus zijn intrek neemt boven hem. Dat is een prachtige uitspraak die te maken heeft met het woord 'tabernakel'. De kracht van Christus neemt Zijn intrek boven mij. Met andere woorden: als ik geconfronteerd word met mijn zwakheden, dan roem ik daarin, want juist dan is Zijn kracht nodig en zal die Zijn intrek boven mij nemen. Het gaat er niet om dat die omstandigheden van je worden afgenomen, maar dat je er bovenuit wordt getild. Dat is die kracht van Christus waar Paulus over spreekt.

In vers 10 zegt hij: "Daarom heb ik een welbehagen in zwakheden." Dat is een leerproces dat startte op het moment dat Paulus te horen kreeg: "Mijn genade is voor jou genoeg." Eigenlijk is Paulus opgehouden met bidden voor allerlei aardse omstandigheden. Begrijp me goed, we mogen in alles onze wensen met gebed en smeking bij Hem bekendmaken, zoals in Filippenzen 4 staat. Wees in geen ding bezorgd, maar laat bij alles je wensen door gebed en smeking bekend worden bij God. Je hebt een wens, maak die bekend, maar er staat bij: met dankzegging. Je dankt bijvoorbeeld al voor het feit dat Hij misschien niet jouw wens vervult, maar iets veel beters geeft. Zoals Maarten Luther ooit zei: "We vragen om zilver en wat geeft God? Ik geef jou goud." Je kunt erover theologiseren of God het gebed dan verhoord heeft of niet, maar dat vind ik volstrekt oninteressant. Zijn weg is de beste, altijd. Dit is geen wandtegeltje, dit is de waarheid. Je leven wordt compleet anders als dit de realiteit van je bestaan wordt: Zijn genade is voor jou genoeg. Dat is de grond waarop je ligt en waarmee je de dag doorkomt.

Paulus zegt: "Daarom heb ik een welbehagen in zwakheden, in beledigingen." Ik denk inderdaad dat die boodschapper van satan Paulus beledigde om zijn zwakheden. Zo word je vanzelf klein gehouden, zeker als die beschuldigingen onloochenbaar zijn. Zoals Paulus in 1 Korinthe 15 zegt: "Ik ben het niet waard een apostel genoemd te worden, want ik heb de gemeente Gods vervolgd." Men kon hem van alles betichten als men naar zijn verleden keek. Maar Paulus zegt dat hij een welbehagen heeft gekregen in die beledigingen, in noden – de dingen die je nodig hebt en waar je door tekorten in nood komt – en zelfs in vervolgingen en benauwdheden ten behoeve van Christus. Paulus kon over al deze zaken meer meepraten dan wij allemaal bij elkaar. Hij kende ze stuk voor stuk.

Hij sluit dit gedeelte af met de reden waarom hij daar een welbehagen in heeft: "Want wanneer ik zwak ben, dan ben ik machtig." Juist op die momenten ben ik machtig. Hier wordt het woord 'dunamis' gebruikt, net als in Romeinen 1 vers 16, waar staat dat het evangelie een kracht Gods is. Ons woord dynamiet of dynamo is daarmee verwant; het betekent vermogen. Als ik zwak ben en dus vermogen, kracht of dynamiek nodig heb, dan geeft Hij dat en dan komt het onmiskenbaar van boven. Dan kijk je naar boven en roem je in Hem. Dan ben ik weliswaar van mezelf zwak, maar dat is geen probleem. Sterker nog, het is noodzakelijk om Zijn kracht te kunnen ervaren. En dus beroem je je daarin en roem je Hem om het feit dat Hij in alles altijd genoeg heeft. Dat is een reden om dankbaar te zijn en ons erin te verblijden.

🎧 Mijn genade is u genoeg
Delen: