standvastig te midden van desinformatie
05-09-2021 - Geplaatst door Andre Piettoespraak gehouden op zondag 5 september 2021 te Nieuw-Buinen
Hoewel “wind van leer” en desinformatie zich vandaag meer dan ooit aandient, is het fenomeen zelf beslist niet nieuw. Paulus schrijft in Efeze 4 over deze dingen en over bewust opgezette verwarring en systematische dwaling. Maar ook hoe we als gelovigen te midden daarvan, standvastig kunnen zijn. Stabiel en koersvast in de waarheid van de Schriften!
NB. Op onderstaande video ontbreekt door een technisch mankement het beeld van de spreker…
Powered by RedCircle
📝 Samenvatting & Transcriptie van deze lezing
⏱️ Hoofdstukindeling van deze studie:
- Standvastig te Midden van de Moderne Informatiestroom
- Efeziërs 4: Gaven voor de Eenheid en Volwassenheid van het Geloof
- Niet Langer Onmondig: de Zekerheid van de Gecompleteerde Schrift
- Heen en Weer Geslingerd Door de Waan van de Dag en Elke Wind van Leer
- De Sluwheid en Methodiek van de Dwaling in Deze Wereld
- De Waarheid Betrachten in Liefde en Groeien Naar het Hoofd
- Afsluitend Dankgebed
Standvastig te Midden van de Moderne Informatiestroom ↑ hoofdstukken
Een hele goede morgen overigens, en ik ben blij dat ik hier eindelijk weer eens een keer kan zijn. Ik zat er eerder deze morgen over te dubben of ik in de coronatijd überhaupt hier een keer geweest ben. Ik dacht het niet; ik heb wel nog een aantal keren via het internet iets ingesproken, dat weet ik in ieder geval zeker. Maar hoe dan ook, eindelijk mag ik hier weer een keertje in jullie midden zijn en dat doet me groot genoegen. En ondanks het feit dat het een heel eind rijden is, vind ik het heerlijk om op zondagmorgen een paar uren — met prachtig weer trouwens — in alle rust hiernaartoe te gaan en mij voor te bereiden door dingen te beluisteren. Dus ik heb hiervoor al genoegelijke uren beleefd.
Zoals zojuist ook al even geïntroduceerd, ga ik het hebben over het thema 'standvastig te midden van desinformatie'. Er werd zojuist al een mooi voorbeeld van desinformatie gegeven, maar ik denk dat de voorbeelden zich, zeker recent, zo evident aandienen dat we onze weg daarin moeten zien te vinden. Ik wil overigens niet de indruk wekken alsof het iets is van deze tijd alleen, maar het is wel een heel actueel thema. Eén ding lijkt mij namelijk heel erg kenmerkend voor onze tijd: er is nog nooit een tijd geweest waarin informatie zo vrij en gemakkelijk beschikbaar is geweest voor feitelijk iedereen. Als je iets wilt weten, hoef je geen verre reis meer te maken om een bibliotheek van een universiteit te bezoeken. Je hoeft zelfs geen encyclopedie meer aan te schaffen. Het is allemaal onder je vingertoppen bereikbaar; je zoekt het op op je smartphone tegenwoordig, of op je computer. We kennen het fenomeen: informatie is in een geweldige hoeveelheid beschikbaar.
Dat geldt trouwens ook voor de Bijbelse dingen. Als je wilt weten wat de betekenis is van een bepaald Bijbelwoord en je wilt naar de grondtekst toe, dan is dat tegenwoordig zo gemakkelijk gemaakt dat je daar zelfs als leek toegang toe hebt, ook al ken je helemaal geen Grieks of Hebreeuws. Ik moet zeggen: ik vind dat geweldig. Het is nu echt niet alleen maar ach en wee omdat ik het over desinformatie ga hebben. Juist het belang, het gemak en de waarde van de vrije beschikbaarheid van informatie — en dan in het bijzonder als het gaat over de dingen van het Woord — is fantastisch. Geweldig! Ik prijs me gelukkig dat ik in dat opzicht in deze tijd mag leven.
Aan de andere kant verraadt de titel het al een beetje: het is ook nog nooit zo moeilijk geweest voor ons mensen in het algemeen, en dat geldt dus ook voor ons als gelovigen, om onze weg te vinden in deze wereld. De Bijbel noemt dit de 'boze aion', dit wereldtijdperk dat sowieso al boos genoemd wordt omdat de diabolos, de duivel, daar de god van is en de leugen er feitelijk heerst. Naarmate deze aion vordert en tegen zijn einde loopt — en dat doet hij toch echt, want de toekomende aion is zeer aanstaande, maar dat is nu niet het onderwerp — wordt de desinformatie en de leugen alleen maar groter. Je leest heel specifiek dat daarvoor gewaarschuwd wordt, juist als het gaat over het einde van de aion: 'Zie toe dat niemand jullie misleide'. In 2 Thessalonicenzen 2 spreekt Paulus er ook over dat, wanneer de mens der wetteloosheid zich gaat aandienen, God een geest van dwaling zal zenden onder de mensen in deze wereld, zodat ze de leugen geloven. Dat iedereen zegt dat het zus is, terwijl het absoluut niet waar is, en iedereen gelooft dat.
Daar moeten we op geprepareerd zijn; we moeten dat weten. Eigenlijk betekent dit dat je basisinstelling zo wordt dat je wantrouwend wordt. Laat ik die zin direct afmaken, want u kent het wel: als je elkaar niet meer vertrouwen kan... In de tijd dat ik nog heel jong was, was er dat lied van 'Het Schaap met de Vijf Pooten' waarin werd gezongen: 'Als je elkaar niet meer vertrouwen kan, waar blijf je dan? Zo is het toch, meneer?' Vertrouwen is inderdaad de basis van menselijke omgang; dat geldt in het gezin en in elke sfeer. Maar er bestaat ook zoiets als een gezond wantrouwen. Dat is gezond omdat, zoals gezegd, in deze boze aion en zeker in de afsluiting daarvan, de leugen de standaard is geworden. Dan is wantrouwen heel gezond ten opzichte van dat wat op je afkomt, zodat je zeer goed in staat bent om te filteren en waarheid van leugen te onderscheiden.
Als je gewoon de krant leest, is het haast onmogelijk. Wat klopt er? Wat is waar en wat is niet waar? Wat is gefreemd, enzovoorts. Een hele goede tip in het algemeen is denk ik om de tv zoveel mogelijk uit te zetten. Als je informatie tot je neemt, moet je heel goed weten of het klopt en of het waar is. Doe dat bewust en consumeer niet zomaar alles aan nieuws en informatie, want je wordt zomaar op het verkeerde been gezet, bang gemaakt of juist ten onrechte gerustgesteld. De grote vraag is natuurlijk: hoe kunnen we in een tijd waarin zoveel desinformatie is — nepnieuws, fake news of hoe het ook maar heten mag — stevig staan en ook staande blijven? Hoe blijf je staan als de valse informatie zo massaal en globaal over je uitgestort wordt? Want het vindt wereldwijd plaats.
Zie dan maar eens gewoon te blijven staan; standvastig. Dat is overigens een van de termen die met name de apostel Paulus heel dikwijls in zijn brieven gebruikt. Hij schrijft het aan de Korintiërs, de Kolossenzen en de Efeziërs. Overal in zijn brieven lees je dat iedere keer weer: om te staan op dat Woord en te staan op dat getuigenis dat hij mocht brengen onder de natiën, en daarin ook standvastig te zijn. Dat wil zeggen: te blijven staan. Dit was de introductie, maar ik wil jullie nu eerst eens meenemen naar Efeze 4.
Efeziërs 4: Gaven voor de Eenheid en Volwassenheid van het Geloof ↑ hoofdstukken
Nou, ik wil jullie meenemen naar Efeze 4 en dan gaat het me vooral om de verzen 14 en 15. Maar ik begin te lezen in vers 11. Ik ben gewend om daar altijd een interlineair bij te presenteren. Dat wil zeggen: de grondtekst met daaronder ook de letterlijke vertaling woord voor woord. En daaronder, die grijze versie, is zoals de NBG-bijbel dat weergeeft. Dan kun je dat vergelijken. Ik zeg dat eigenlijk ook als een soort van waarschuwing voor wat ik vertel: gewoon check it! Klopt het? Trouwens, de vertaling die daarboven staat, is op die interlineair gebaseerd, dus die wijkt soms een klein beetje of zelfs behoorlijk af van de NBG. Maar goed, dat zien we vanzelf wel.
In Efeze 4 gaat het over de Heer Jezus Christus die opgevaren is tot in de hemelen, zo staat er in het voorgaande, en van daaruit de hemel heeft Hij gaven gegeven. En dan staat er: Hij heeft gegeven, en dan worden er een vijftal personen of functies genoemd. Namelijk: apostelen, profeten, evangelisten, herders en leraars. Deze gaven zijn heel specifiek en ook tijdelijk. Want je leest later in vers 13 dat ze een 'totdat' hebben. Dat wil zeggen dat die gaven worden gegeven met een bepaald oogmerk. En als ze dat oogmerk bereikt hebben, dan hoeven die gaven niet meer gegeven te worden omdat ze hun functie vervuld hebben.
Ik moet er trouwens nu even bij zeggen — en dat is voor een aantal mensen van u misschien nieuw, maar ik zal het in de loop van deze bespreking vanzelf ook wel duidelijk maken denk ik — dat deze gaven waar hier van gesproken wordt, de gaven zijn die Hij heeft gegeven en die inmiddels tot het verleden behoren. Van apostelen is het sowieso duidelijk: apostelen zijn mensen die de opgewekte Christus zelf hebben gezien. We denken aan de twaalf, maar er zijn er veel meer. En Paulus zegt dat hij de laatste daarvan is; hij is de hekkensluiter daarin. Gewoon afgevaardigd, direct en hoogstpersoonlijk door Christus Jezus zelf. En dat geldt trouwens ook voor die profeten. De apostelen en de profeten hebben het fundament gelegd. Zo wordt het trouwens in Efeze 2 vers 20 ook genoemd.
En trouwens, evangelisten, herders en leraars zijn hier meer specifiek. Bij de evangelisten gaat het hier over degenen die het evangelie hebben opgetekend. Het zijn opgeschreven Bijbelschrijvers met hun herderlijke brieven, maar ook onderwijzend leraars. Die gaven dus — Hij heeft gegeven zowel apostelen als profeten, zowel evangelisten als herders en leraars — zijn er om de toebereiding van de heiligen. Op al die termen ga ik nu niet te diep in, maar ik wil wel erbij zeggen dat die gaven een speciale functie hebben. Namelijk om de heiligen, degenen die God apart heeft gesteld voor Hemzelf, toe te rusten, maar ook in te stellen en te prepareren. Tot het werk van de bediening, tot opbouw van het lichaam van Christus. Dat wil zeggen dat die gaven een hele specifieke bedoeling hebben: om de heiligen toe te bereiden voor de bediening en de opbouw van het lichaam van Christus.
Ik lees nu verder in vers 13: "totdat". Hier zie je dus dat die gaven een houdbaarheidsdatum hebben, of in ieder geval een bepaalde tijdelijke functie. Waarom? Wel, totdat wij allen — dat wil zeggen alle gelovigen van het lichaam van Christus, want daar gaat het hier nu over — totdat wij allen de eenheid van het geloof zouden bereiken. En bij die eenheid van het geloof moet u zich goed realiseren dat in de begintijd, in de tijd dat Paulus dit nog optekende in die eerste decennia, de Schriften nog niet compleet waren. Toen was kennis en het geloof en dat wat men wist allemaal nog heel fragmentarisch.
De term is trouwens ontleend aan 1 Korinthe 13, waar u ook leest dat Paulus spreekt. 1 Korinthe 13 is het hoofdstuk dat gaat over geloof, hoop en liefde die blijven. Maar hij zegt daar dat Paulus de Korinthiërs al waarschuwt over die profetieën en over dat spreken in vreemde talen waar zij zo hoog over opgeven. Het hoort bij de kinderlijke fase, bij de onvolwassenheid. Het is tijdelijk, want het is allemaal nog heel ten dele, fragmentarisch; hier wat, daar wat. Hier maakt God wat bekend, daar wordt een brief geschreven, daar wordt een openbaring onthuld. Maar het zijn allemaal fragmenten, ten dele. En Paulus zegt dan ook dat het nu allemaal nog ten dele is, maar als eenmaal de volwassenheid komt, het volmaakte, dan houdt dat op en dan blijven geloof, hoop en liefde. Uiteindelijk blijft alleen de liefde, want kijk: als de Heer straks terugkomt, dan wordt geloof verwisseld voor aanschouwen en de hoop die wordt dan gezien en is dus geen hoop meer.
Dus ook in de eerste Korinthebrief wijst Paulus eigenlijk op diezelfde ontwikkeling. Maar er komt een tijd, zegt hij, als de gaven hun werk hebben gedaan en de Schriften ook compleet zijn, dan is er een eenheid van geloof. Dan is dat wat geloofd wordt, de geloofswaarheid, één en voltooid bij elkaar gebracht. De apostelen Paulus en Petrus hebben aan het einde van hun leven ook de geschriften bij elkaar gebracht. En zo zijn die als erfenis, als testament, overgegeven naar de volgende generaties. Dat was het fundament. Die gaven hadden een functie totdat wij allen de eenheid van het geloof zouden bereiken en van het besef van de Zoon van God.
Dat is een heel aparte term trouwens. Want het gaat niet om ons besef. Nee, het gaat erom dat wij allen zouden bereiken het besef van de Zoon van God. Moet u even doordenken over die term: de Zoon van God. Hij die ten hemel gevaren is, die onttrokken is aan ons oog. Hij heeft ooit, toen in de eerste eeuw, gaven gegeven met een hele specifieke functie. En Hij, Hij beseft dingen. Hij weet dingen. En dat wat Hij weet, heeft Hij bekendgemaakt. En met name de apostel Paulus zegt in de Kolossenzenbrief dat hij het woord van God zou completeren, zou voltooien en tot een einde zou brengen. Gewoon alles af en gereed zou maken. Dat wat Hij weet, dat heeft Hij bekendgemaakt. En ik denk dat we ons nauwelijks beseffen hoe enorm rijk wij zijn sinds de Schriften compleet zijn. Sinds die gaven — apostelen, profeten, evangelisten, herders en leraars — hun werk hebben gedaan en de Schriften ons hebben gegeven.
Nu hebben wij dat fundament. En nu weten wij wat Hij weet, en wat Hij beseft, en wat Hij graag met ons wil delen. Het is allemaal bekendgemaakt. Niet meer fragmentarisch, een briefje hier en een woord daar. Nee, alles is bij elkaar gebracht. Dat hebben wij sinds die tijd. En dat is de eenheid van het geloof; het is allemaal bij elkaar gebracht op dat gemeenschappelijke fundament: het besef van de Zoon van God. Tot een volwassen man, want dat is in feite de gemeente nu geworden. De gemeente is sinds de tijd dat de Schriften compleet zijn in een volwassen stadium gekomen. Tot die tijd was het allemaal nog kinderlijk. Paulus zegt ook in 1 Korinthe 13, datzelfde hoofdstuk waar ik het zojuist over had: "toen ik een kind was, toen sprak ik als een kind, voelde ik als een kind, overlegde ik als een kind. Als ik eenmaal de volwassenheid zal hebben bereikt en een man geworden ben, dan heb ik dat kinderlijke afgelegd." Hij heeft het over diezelfde ontwikkeling van kinderlijkheid en onmondigheid naar volwassenheid. En ja, die gaven die hebben hun functie gehad totdat de gemeente, de ecclesia, het lichaam van Christus, volwassen is geworden en een volwassen man zal zijn geworden. De maat — het is een hele mond vol hoor, wat Paulus hier optekent — hij zegt: de maat van statuur van de volheid van Christus.
Niet Langer Onmondig: de Zekerheid van de Gecompleteerde Schrift ↑ hoofdstukken
Opdat wij niet meer onmondigen zouden zijn. Hieruit blijkt trouwens ook dat wanneer Paulus het heeft over dat ‘totdat’ in dit gedeelte, dit vaak verkeerd wordt opgevat. Men denkt dan vaak dat die gaven gegeven zijn totdat we eenmaal straks bij de Heer in de hemel zullen zijn en dat dan dat ‘totdat’ bereikt is. Dat geloof ik niet. Want Paulus zegt dat wanneer die Ecclesia eenmaal een volwassen man geworden is, dit niet betekent dat we niet meer op aarde zijn of dat we niet meer te maken hebben met de leugen. Integendeel! De gemeente is dan weliswaar volwassen geworden, maar dat is juist opdat wij niet meer onmondigen zouden zijn en niet meer op en neer golvend rondgedragen zouden worden door elke wind van leer. In de hemel hebben we daar immers geen last meer van. Nee, het gaat over een fase waarin de gemeente eenmaal gekomen is als zij een volwassen stadium heeft bereikt en de kennis volkomen is geworden. Dat wil zeggen: alles is geopenbaard wat er te openbaren was.
Opdat wij niet meer onmondigen zouden zijn; dat is de status die wij nu hebben sinds de Schriften compleet zijn. We hebben alles en daarin ligt alles besloten. De Schriften vormen het fundament van ons geloof. Daardoor weten we wat er te weten is en wat God ons ook bekend wil maken. Daarom onderzoeken we het ook; we willen het weten. Wat wil de Zoon van God met ons delen? Wat beseft Hij? De waarde daarvan is zo onvoorstelbaar groot. Maar het is ook zo belangrijk om op dat fundament te staan, zodat je niet onmondig bent. Het kan wel, dat staat hier ook bij: opdat we niet méér onmondigen zouden zijn. Weliswaar is de gemeente als geheel volwassen geworden, maar wij kunnen individueel nog steeds onmondig zijn.
Ik bedoel maar dit: als je geroepen wordt en je komt uit de wereld en het evangelie komt via het gehoor in je hart terecht, dan weet je in feite nog van toeten noch blazen. In feite ben je dan nog steeds een onmondige. Wat weet jij veel? Nee, maar het gaat er juist om dat die Schriften ons gegeven zijn opdat we geen onmondigen meer zouden zijn, zodat je daarin je fundament vindt en dat je weet hoe het zit. Want wat is een onmondige? Dat is een kind dat nog niet kan praten en nog geen weet heeft van de zaken. Dat kan. We maken immers allemaal ook individueel een ontwikkeling door, toch? Je weet in eerste instantie niets en door de tijd heen leer je de dingen verstaan. En hoe zou dat anders kunnen dan door de Schriften? Waardoor je inderdaad niet meer onmondig bent. De Schriften zijn gecompleteerd, het Woord van God is afgerond. Nu kunnen en mogen we als gelovigen weten hoe de vork in de steel zit.
Er is dus niemand – en dat vind ik trouwens zo bijzonder – er is niemand in de Ecclesia die kan zeggen: "Jij moet denken zoals ik denk, want ik sta boven jou." Nee, want wij allen hebben in principe gewoon de status van mondigheid gekregen. De een is niet meer dan de ander. Als ik iets weet vanuit het Woord van God, dan is dat vanwege dat Woord en dat Woord heeft gezag. Maar dat geldt voor u net zo goed. Die onmondigheid heeft te maken met de situatie waarin je het niet weet; omdat je het niet weet, kun je het ook niet vertellen en dan ben je dus onmondig. Maar nu met de Schriften is dat niet meer nodig. Daarom zegt Paulus: opdat wij niet meer onmondigen zouden zijn. Want dat is een kenmerk van een onmondige: dat je niet weet hoe het zit.
Heen en Weer Geslingerd Door de Waan van de Dag en Elke Wind van Leer ↑ hoofdstukken
Op en neer golvend en rondgedragen wordend door elke wind van leer. En dat is natuurlijk niet iets van alleen deze tijd. Paulus schrijft dit pakweg ergens in de jaren zestig van de eerste eeuw en hij bereidt zijn lezers er eigenlijk ook op voor: die situatie gaat straks ontstaan en dan is de gemeente volwassen. Maar als alles wat bekendgemaakt moest worden, bekendgemaakt is en het zwart op wit staat, bij elkaar gebracht, dan is dat het fundament. Dan is het niet meer nodig. Het kan wel, maar dan is het niet meer nodig om heen en weer of op en neer te gaan.
Het is een prachtig beeld dat Paulus hier gebruikt: de golven van de zee die door de wind en door alle natuurelementen worden opgezweept. Als je geen fundament hebt — of een anker, dat is een betere beeldspraak in dezen — dan word je heen en weer geslingerd. Daarentegen, als je de Schriften mag kennen en op dat fundament staat, en ook weet hoe je de Schriften recht snijdt en verstaat, dan is dat voor ons gewoon omdat de Schrift zichzelf uitlegt. Ik geef toe dat ik het nu misschien simplificeer, want u zegt: "Dat is soms nog een heel traject hoor." Dat is waar, maar in principe is dat de status en daar wil ik u op wijzen, op wat Paulus hier ook zegt: "Opdat wij geen onmondigen meer zouden zijn, op en neer golvend en rondgedragen wordend in elke wind van leer."
En wat is "wind van leer"? Dat is gewoon onderwijs dat gegeven wordt. Hier wordt wat gezegd, daar worden beweringen gedaan, filosofieën verkondigd. Maar wat dacht u van allerlei hypes — trouwens ook in de christelijke wereld hoor, in de godsdienstige wereld — en trends en informatie, eigenlijk lees: desinformatie. Daar word je zomaar in meegenomen. Al eerder hadden we het even over dat wat via de kranten of de nieuwsmedia op ons afkomt over de actualiteit. Maar wat dacht je van alles wat er zo verteld wordt over waar we vandaan komen, wie we zijn en waar het naartoe gaat? Hoe weet je dat? Laat je je dan voorlichten — of oplichten — door de wereld en alles wat er zo op je afkomt? Nou, dan word je dus gek. Dan word je echt compleet gek. En je vindt ook nooit vastheid.
Er staat ergens in de Johannesbrief dat iemand die in de duisternis wandelt, niet weet waar hij vandaan komt en niet weet waar hij naartoe gaat. Nou, dat is een prachtige beschrijving van de wereld in het algemeen. Ze weten niet waar ze vandaan komen. Dat weten ze echt niet. Denken ze aan een oerknal ofzo? Het is te krankzinnig voor woorden om dat te accepteren, om dat serieus te nemen. Sorry dat ik het zeg, maar iedereen vertelt: "Ja, hoe anders?" Kijk, als je God buitensluit, dan móét er wel zoiets geweest zijn. Dan moet het kennelijk allemaal toevallig zo ontstaan zijn. Maar dat betekent dat als je al geen goed uitgangspunt hebt, hoe zou je dan überhaupt weten wie je bent? Als je niet weet waar je vandaan komt, als je niet weet dat er een Schepper is die mij bedacht heeft en die de wereld geschapen heeft, die een geweldig plan heeft en die alles als God op Zijn plek zet... Hij zet alles neer.
Bij Hem gaat nooit iets mis en Hij brengt alles op Zijn wijze en op Zijn tijd ook terecht. Als je dat niet weet, als je geen God hebt, dan word je echt heen en weer geslingerd door alle mogelijke wind van leer. Daarom is het zo belangrijk om te staan en te blijven staan op de Schriften. En nu zeg ik het heel eufemistisch: dat je de informatie van de wereld met een korreltje zout moet nemen. Maar ik bedoel natuurlijk met een hele lading zout. En daar — hoe arrogant het ook mag klinken — daar staan wij boven. Ik bedoel eigenlijk vrij letterlijk zelfs: als we in Christus zijn, dan zitten we daarboven. Dan ben je "op de hoogte". Dat is nog een mooie beeldspraak in dezen: dan ben je op de hoogte, met Hem. We hebben het zojuist al gezongen, dat we met Hem mogen zitten, daar op de troon.
En dan kijk je neer op dat gewoel en dan ga je met de Heer ook lachen om alles wat er gezegd wordt. Dan ga je daar met recht op neerkijken — met excuses voor de arrogantie die daarin doorklinkt — maar het is niet arrogant, het is in feite omgekeerd. Op het moment dat je niet rekent met wat God zegt, dát vind ik arrogant. Want als er één is die het kan weten en die ons inderdaad voorziet van werkelijke informatie, kennis van hoe het zit, dan is het God alleen. Wat verbeelden wij ons? Dus dat je daar je oor te luisteren legt. Voor zover wij iets weten, dan is dat omdat God dat gezegd en gesproken heeft. Daar kun je op staan en daar kun je blind op varen. Ja, dan ben je niet meer onmondig en dan laat je je ook niet meer gek maken door wat er in de wereld speelt.
Ik weet het, er zijn vragen en je moet je weg erin vinden. Ik bedoel het helemaal niet gemakzuchtig, zo van: "Nou ja, die Bijbel ligt daar en we lezen elke dag een stukje eruit en nu weet u hoe het zit." Nee, zo werkt het niet. Het gaat erom met die Schriften om te gaan, zodat je je eigen maakt wat God te melden heeft. Dat is zo kostbaar, maar het is niet alleen kostbaar; het is ook van levensbelang om standvastig te zijn, om te weten hoe het zit. En ook om een woord te hebben. "Onmondig" wil zeggen dat je niks te melden hebt en niet kunt praten. Er wordt een vraag gesteld en dan zeg je: "Weet ik veel." Als je het niet weet, dan is dat heel eerlijk hoor, maar dat je het wel weet en aan eenieder het juiste antwoord geeft, dat is van belang. Niet alleen voor jezelf, maar gewoon voor alle vragen die op je afkomen.
Wat zegt de Schrift? En als de Schrift er niks over zegt, dan doet het blijkbaar niet ter zake. Dan word je niet meer meegenomen door al die golfslag en door wind van leer. Ik las uit vers 11: de Zoon van God heeft ook leraars gegeven, onderwijs. Dat staat zwart op wit en de enige vraag is: wat staat daar? Daardoor laten we ons onderwijzen. Dat is ook de toetssteen. Dan kun je echt onderwijs onderscheiden van wind van leer. Want wat is dat? Hier wordt wat gezegd, maar klopt het? Is het waar? Kun je het bewijzen vanuit de Schrift? In de Schrift is het immers altijd zo: zijn er twee of drie getuigen, dan staat het vast.
De Sluwheid en Methodiek van de Dwaling in Deze Wereld ↑ hoofdstukken
Paulus schrijft dit alles opdat we niet meer onmondigen zouden zijn, op en neer golvende en rondgedragen door elke wind van leer in de willekeur van de mensen, in sluwheid met het oog op de methodiek van de dwaling. Dit zijn echt van die prachtige Paulus-zinnen. Ik geef toe, het is misschien wat letterlijk en stijf vertaald, maar die willekeur van mensen is zo typerend. Dat wat mensen vertellen, daar zit zoveel willekeur in; er wordt maar wat geroepen, men zegt maar wat. En dat blijkt ook wel, want wat vandaag gezegd wordt – nou, laat ik als ik dan toch even mag aansluiten op de actualiteit waar we het zojuist al even over hadden – is dat wat er vorig jaar gezegd werd, nu alweer volledig achterhaald blijkt te zijn. En dat werd toen gepresenteerd als echte informatie.
Nou, ik moet me nu zelf inhouden om geen voorbeelden te geven, want ik denk: jongens, over de ontwikkelingen van de afgelopen anderhalf jaar is al zoveel gezegd. Ik wil daar niet nog iets aan toevoegen, maar u kent zelf de voorbeelden. Dan werd er gezegd: "Zo is het." En dan blijkt halverwege: nee, het is toch weer heel anders. Het is compleet anders. Om dan toch één voorbeeld te geven: er werd gezegd dat alles wat de mensen kiezen volstrekt vrijwillig blijft en dat er niets verplicht wordt, ook niet via een achterdeur natuurlijk. En nu, een paar maanden later... Mijn zoon zei laatst: "Pap, weet je wat het verschil is tussen een complottheorie en de waarheid?" Ik zei: "Nou, zeg het eens." Hij zegt: "Zes maanden."
Over hypes gesproken, over wind van leer. Er zit zoveel willekeur achter, maar ook heel veel sluwheid. Het is zoals hier gezegd wordt: met het oog op de methodiek van de dwaling. Dat is een aardig woord, methodiek. Dat is een vrij letterlijke weergave, want ons woordje methodiek komt van het Griekse woord dat Paulus hier gebruikt: methodeia. Dat woord heeft te maken met iets wat methodisch en systematisch is. De methodiek van de dwaling is dus het heel methodisch en systematisch op een verkeerd spoor zetten van mensen. Daar zit heel veel willekeur in, jawel, maar in die willekeur zit dan toch weer een planning. Want als er één goede manier is om mensen op het verkeerde spoor te zetten, dan is het wel door ze voortdurend te verwarren. Door ze iedere keer op het verkeerde been te zetten, raken mensen in verwarring. En dat is juist de bedoeling.
Ik vind het altijd een van de meest treffende namen van de tegenstander zoals wij hem kennen: we zeggen dan duivel, maar het is eigenlijk gewoon de diabolos. En diabolos betekent letterlijk 'door-elkaar-werper' (dia betekent 'door' en bolos heeft te maken met werpen). Diabolos is dus gewoon degene die de boel door elkaar werpt. Dat is zijn beroep, dat is wat hem tekent. Hij gooit alles door elkaar. Hij is nooit origineel; de leugen is nooit origineel. Een leugen parasiteert altijd op de waarheid. Hij gooit de waarheid door elkaar en dan heb je de leugen.
Ik geef hier zomaar wat voorbeelden hoe dat dan werkt: propaganda. We spreken tegenwoordig ook over framing. Je ontkomt er niet aan. Dingen worden op een bepaalde manier neergezet, bepaalde feiten worden geselecteerd en bepaalde zaken worden verteld, terwijl andere dingen juist expres niet verteld worden, zodat de informatie gekleurd is. Je krijgt maar de halve waarheid, en u weet hoe dat is: dat is erger dan een hele leugen. En dat geldt zelfs voor fact-checking. Want ook vanuit de overheid en de media zeggen ze: "Er is zoveel miscommunicatie en desinformatie, we moeten het allemaal checken." Dus hebben we fact-checkers, die overigens betaald worden door de Big Pharma en door allerlei mensen die daar belang bij hebben. Zelfs daarin word je gewoon op het verkeerde been gezet.
In die zin vind ik het – hoewel ik er nu misschien wat luchtig en grapjesmakend over spreek – eigenlijk diep ernstig hoor. Er zijn veel mensen die vastlopen. Afgelopen vrijdag hadden we nog een heel gesprek hierover met een groep jonge lieden. Mensen zeiden, tot tranen aan toe: "Ik weet echt niet meer wat er verteld wordt, ik word er gek van." Dat je daarin je weg niet meer vindt. Gelukkig liep het gesprek heel goed en vonden we vastheid in het Woord, maar inderdaad: als je echt heen en weer geslingerd wordt en geen vastheid hebt in het Woord, dan is dat vreselijk.
Ik zie hier nog een term bij genoemd: deepfake. Over desinformatie gesproken, dat is echt iets heel erg van de laatste tien jaar. Dat je mensen iets kan laten zeggen en dat je het gewoon kan tonen op de televisie of op beeld. Foto's die gewoon geconstrueerd zijn, of films waarin iemand iets zegt terwijl hij het helemaal niet gezegd heeft. Je kunt het gewoon laten doen: deepfake. Dan kun je dus echt liegen dat het gedrukt staat. Wij dachten altijd: als je kunt zeggen "kijk, daar staat het in de krant", dan zal het wel kloppen. Of nu: als je een beeld hebt, een video ziet... Zelfs dat is niet meer overtuigend. Dan wordt het knap hopeloos om nog ergens op aan te kunnen.
En dat geldt in deze methodische dwaling waar Paulus het over heeft. Je ziet dat op alle terreinen gebeuren: economisch, in de marketing. Wat dacht u van de verborgen verleiders die iets aan de man willen brengen? Niet omdat jij dat nodig hebt of omdat dat in uw belang is, maar omdat zij er beter van worden. Dat geldt trouwens ook voor de business van medicatie en dergelijke. Ja, daar wordt wel iemand beter van, maar wie? Of wat? Dat geldt economisch in het bedrijfsleven, politiek en militair. We spreken dan over trollen: bewuste informatie die verspreid wordt om mensen in sluwheid op het verkeerde been te zetten. Dat is gewoon de wereld.
Het geldt politiek, militair, religieus en trouwens ook theologisch. Ook in de christelijke wereld zie je dat net zo goed. Er bestaan hele systemen van geloofsleer, men spreekt dan van dogmatiek. Ik heb een goede vriend en die spreekt altijd over 'dogmalaria', die vind ik ook wel aardig. Maar dogmatiek is de systematiek van de geloofsleer. Dan gaan er allerlei termen gebruikt worden die men zelf bedacht heeft, en daar wordt een hele leer op gebaseerd. Allerlei ongezonde woorden die niet terug te vinden zijn in het Woord; en dus is het vals. Dan zijn het indrukwekkende bolwerken van kennis, maar het is gewoon een systematische, methodische dwaling waardoor je op een verkeerd spoor wordt gezet.
Paulus zegt dit juist omdat we niet meer onmondig willen zijn en niet meer daardoor misleid willen worden, om niet meer heen en weer en op en neer gedreven te worden door de waan van de dag of door hypes. Het geweldige van de waarheid is: de waarheid die staat. Die hoef je ook niet te verdedigen, die blijft toch wel staan hoor. Dat is net als met een stevige tafel: daar kun je verschrikkelijk tegen schoppen, maar die blijft wel staan. Zo is het ook met de waarheid. Die kun je bekritiseren, maar die waarheid blijft staan. De Schriften, de waarheid van het Woord, blijft staan. Er is al zoveel tegenaan geschopt en gebekritiseerd, en al die mensen hebben in de loop der tijd gewoon allemaal weer hun laatste adem uitgeblazen. Als je zo door de tijden heen kijkt, dan zie je dat de Schrift nog steeds staat en triomfeert door alles heen. Kijk, dat is waar we werkelijk wat aan hebben. Echt wat aan hebben.
De Waarheid Betrachten in Liefde en Groeien Naar het Hoofd ↑ hoofdstukken
Paulus zegt dan in vers 15: "maar de waarheid betrachtende in liefde." Dat is een bijzonder woord dat Paulus hier gebruikt. Hij gebruikt het woord 'waarheid' hier namelijk als een werkwoord. Eigenlijk staat er — het is geen goed Nederlands hoor — 'waarheidende'. Dat kennen wij in onze taal niet, dus dan moeten we zoiets zeggen als 'de waarheid betrachtende'. Het heeft ermee te maken dat we de waarheid als maatstaf gebruiken: de waarheid betrachten en liefde hebben voor de waarheid. En wat is waarheid? Dat is wat waar is, wat klopt, wat staat en wat zich ook laat bewijzen. Je kunt de dingen aanwijzen: daar staat het, daar staat het en daar staat het. Het Woord bewijst zichzelf. Dat is wat waarheid is. Het staat vast, het is betrouwbaar en je kunt ervan op aan.
Ik vind het zo prachtig wat je leest over de tijd dat Paulus in Macedonië is en op een gegeven ogenblik in Berea komt. Daar lees je dat die mensen bereidwillig luisterden naar wat Paulus te melden had. U kent wellicht dat vers uit Handelingen 17 vers 11: "en zij gingen dagelijks na in de Schriften of deze dingen zo waren." Dat is wat Paulus ook aanbeval. Hij claimde namelijk dat wat hij zei, gewoon geschreven stond in de Schriften. "Ga het maar na, controleer het maar." En dat hebben ze gedaan. Daarom waren ze uitnemend; ze waren edeler dan die in Thessalonica. Ze checkten het. Als je namelijk liefde hebt voor de waarheid, dan wil je weten of het klopt, zodat je er echt op kunt staan. Dat is niet omdat je iets niet zou willen aannemen; ik wil het wel aannemen, maar ik wil weten dat het waar is. Dat is liefde voor de waarheid.
Het gaat hierbij niet om gevoelens, het gaat om feiten. Weet u, ik volg een Twitterkanaal van iemand in Amerika, Ben Shapiro heet hij, en hij heeft als motto: "Facts don't care about your feelings." Die vind ik zo mooi. Feiten interesseren zich niet voor uw of mijn gevoelens. Feiten zijn feiten. En of we dat nu leuk vinden of niet, of het nu onaangenaam of zelfs beledigend is: een feit is een feit. Dat is waarheid. Gevoelens zijn vandaag zus en morgen zo, en soms binnen één dag zelfs enorm verschillend. Dat kan; ik bedoel niets negatiefs te zeggen over gevoelens, maar ik wil alleen zeggen dat je daar niet van op aan kunt. Feiten — dat wat er staat geschreven — en het Woord, dat klopt. Dat is de waarheid.
"De waarheid betrachtende in liefde." Ik geloof trouwens dat dit ook liefde is: als je de waarheid liefhebt, dan vind je elkaar ook. Want er is maar één waarheid. Echt maar één waarheid. Van de leugen zijn er vele. Kijk, als ik vraag wat drie maal drie is, dan is er maar één waar antwoord: negen. Hoeveel onware varianten zijn er? De leugen kan heel snel muteren. Dat doen virussen, maar de leugen ook; die muteert voortdurend en eindeloos. Ik kan namelijk eindeloos veel leugenachtige antwoorden geven op die vraag, terwijl er maar één waarheid is. Als je samen de waarheid zoekt, dan vind je elkaar ook rond die waarheid. Dat vind ik geweldig. Je vindt elkaar inderdaad in die waarheid. Johannes zegt dat: "indien wij in het licht wandelen, waarin Hij is, zo hebben wij gemeenschap met elkander." Hoe vinden we elkaar? Gewoon doordat we gezamenlijk in het licht wandelen. Wat zegt het Woord? Niet: wat vind ik ervan, wat is mijn opinie of mijn uiterlijkheid. Dat is allemaal oninteressant. Wat staat er geschreven? Daarin mag je je verheugen en daarin mag je het licht zien. Dat is licht, dat is uitzicht en het geeft inzicht en doorzicht; kortom, dat wat er werkelijk toe doet.
De waarheid betrachtende in liefde groeien wij in het al tot Hem die het Hoofd is, Christus. Het lichaam als totaal is volwassen sinds de Schriften compleet zijn; de officiële staat van mondigheid is bereikt. Maar wij individueel groeien nog steeds. Dat is een proces en we zijn niet allemaal even ver. We hebben allemaal een verschillend beginpunt en ook het tempo waarin wij groeien kan enorm verschillen. Geef elkaar daarin de ruimte, maar houd vast aan die waarheid van Zijn Woord. Dan kom je ook bij Hem terecht, want heel de Schrift gaat om Hem die daar nu boven verborgen is, en wij zijn met Hem verborgen. Als Hij straks gaat verschijnen in heerlijkheid, verschijnen wij met Hem. Het gaat om Hem, in wie de volheid van de Godheid lichamelijk woont, en om Hem te kennen.
Ik stop nu hier bij vers 15, maar als je even door zou lezen in vers 16, dan lees je ook hoe dat lichaam onderhouden wordt door contacten en banden. Je zoekt elkaar op, je vindt elkaar en natuurlijk hoor je bij elkaar. Je bent een lichaam; niet een organisatie, maar een organisme. Je bent bij elkaar gebracht doordat je één geest hebt en één Woord, en dat verbindt. Er is één Naam die wij kennen. Door middel van de Schriften die compleet zijn — het Woord van God dat afgerond is — vinden we daarin de waarheid. Dat is het fundament. Daarin worden we en zijn we mondig, en dan kunnen we voor elkaar ook zoveel betekenen. Dan groeien wij in alles tot Hem die het Hoofd is, Christus.
Het is zo enorm kostbaar en belangrijk, zoals ik hoop duidelijk te hebben gemaakt, dat we de Schriften hebben. Alles wat we nodig hebben, staat erin. Paulus zegt dat in zijn laatste brief, zijn tweede brief aan Timotheüs. Hij zegt daar tegen Timotheüs dat al de Schriften, die hij ook gecompleteerd heeft, ons gegeven zijn en nuttig zijn om te onderwijzen en te onderrichten, opdat de mens Gods volkomen zou zijn, tot alle goed werk volkomen toegerust. Dat wil zeggen dat alles wat we nodig hebben in onze arbeid en in ons denken, we daar geschreven vinden. 'Algenoegzaamheid van de Schrift' is misschien een ouderwetse term, maar het is wel waar. Ik prijs mezelf gelukkig dat ik zo'n bron mag kennen die zo rijk is, waarin nog zo ongelooflijk veel te ontdekken valt. Het is heerlijk om dat samen te beleven, nietwaar? Nou, daar wilde ik het voor vanmorgen graag bij laten. Ik stel voor dat we met elkaar nog zullen afsluiten met dankgebed en daarna zingen we nog één lied.
Afsluitend Dankgebed ↑ hoofdstukken
Trouwe God en Vader, we willen U heel hartelijk dankzeggen voor dit samenzijn, voor het feit dat we met de Schriften bezig mogen zijn. En dat we juist ook vanmorgen bepaald mochten worden bij de enorme waarde daarvan. Het belang daarvan om niet meegenomen te worden door de waan van de dag en heen en weer geslingerd te worden door alles wat er geroeptoeterd wordt in de wereld; de godsdienstige wereld en ook de christelijke wereld. Maar dat we vastheid vinden in wat er staat geschreven en dat we ons nooit gek laten maken, maar integendeel op de hoogte gebracht worden van de waarheid van Uw woord.
Heer, U hebt ons dat woord gegeven en daar kunnen we alleen maar voor danken. Daar hoeven we niet voor te bidden, dat is een gegeven. Waar we wel voor bidden, is dat we dat werkelijk ook zouden gaan beseffen. Hoe enorm heerlijk dat is en om van het geweldige belang daarvan doordrongen te zijn. En dat we zo veel mogen betekenen voor de mensen om ons heen en mogen wijzen op wat er werkelijk toe doet.
En de jaren die ons nog resten — en U alleen weet hoe lang, maar het duurt niet lang meer. De tijd is ernstig, maar geef dat we juist in die donkere periode die nog gaat aanbreken, als lichtende sterren mogen schitteren en stralen. En ook dat is een voorrecht om een licht te mogen zijn in de donkere wereld en ook om de mensen om ons heen die het misschien helemaal niet meer zien zitten, verward zijn of heen en weer geslingerd worden, dat we ze mogen wijzen op de vastheid en het solide woord van U. We danken U voor dat geweldige geschenk, dat woord dat levend en krachtig is. Amen.
UltimateGoodNews