GoedBericht.nl logo
UltimateGoodNews

Man & Vrouw In Efeze 5 (2)

22-03-2015 - Geplaatst door Andre Piet
Presentatie gehouden op 22 maart 2015 in Zoetermeer.

Christus heeft de ekklesia lief, d.w.z. Hij houdt van de uitgeroepen-vergadering. Niet slechts van de gelovigen individueel maar als zij samenkomen rond zijn Woord. Hij heiligt hen, Hij reinigt hen door zijn woord, zodat de ekklesia stralend wordt, vlekkeloos en verjongd (zonder rimpel). Op deze wijze wordt de man geacht zijn vrouw lief te hebben. Dat is niet meer dan normaal want de vrouw is als zijn eigen lichaam. Daar kún je geen afstand van nemen. Paulus motiveert zijn punt door te verwijzen naar Genesis 2:24 waar “manninne” (Eva) uit de man werd genomen en zo Adams vrouw werd. Deze verborgenheid is groot, aldus Paulus… want Eva is een type van de ekklesia. Ontstaan vanuit de doodsslaap van de laatste Adam. Zij is de enige vrouw die nooit een bruid is geweest – ze was al één lichaam met haar man voordat ze er was! Dit “één vlees”-zijn van man en vrouw in Genesis 2:24 verwijst naar Christus en de ekklesia en daarom voor mannen en vrouwen van deze ekklesia het lichtende voorbeeld.

Powered by RedCircle

📝 Samenvatting & Transcriptie van deze lezing

Samenvatting van deze toespraak

Deze Bijbelstudie bespreekt de verhouding tussen man en vrouw vanuit Efeze 5. De onvoorwaardelijke, opofferende liefde van Christus voor de ekklesia wordt hierbij als het absolute voorbeeld gesteld voor de man. Zoals Christus Zijn lichaam voedt, koestert en heiligt door Zijn woord, zo wordt de man geacht zijn vrouw lief te hebben als zijn eigen lichaam. De eenwording van man en vrouw verwijst profetisch naar de grote verborgenheid van Christus en de ekklesia, gespiegeld in de schepping van Adam en Eva. Het is deze liefdevolle inzet van de man die de basis vormt voor het ontzag van de vrouw.

“Christus heeft de ekklesia onvoorwaardelijk lief, en zo mag de man zijn vrouw liefhebben, en zo mag de vrouw ook haar man zien en daarin ondersteunen.”

Terugblik op de Rangorde van God en het Hoofdschap ↑ hoofdstukken

Het was twee weken geleden, vrienden, dat we hier ook bij elkaar waren rondom hetzelfde thema als wat u nu hier achter mij geprojecteerd ziet. Ook over Efeze 5, en we hadden het over de relatie man-vrouw, of meer specifiek over de relatie van de man tot zijn vrouw of van de vrouw tot haar man. Daarover gaat het namelijk in het tweede gedeelte van Efeze 5, vanaf vers 22. Dat gedeelte vanaf vers 22 tot aan het einde van het hoofdstuk, tot vers 33 om precies te zijn, gaat over die verhouding van man en vrouw.

Paulus stelt die verhouding op een heel bijzondere wijze in het licht, en feitelijk moeten we de climax van zijn betoog nog krijgen. Ik heb dat de vorige keer ook al even aangegeven; we zijn de vorige keer ongeveer halverwege gebleven. Dat was uiteraard zo gepland, maar het is zo compact en er staat zoveel in. Het gaat ook zo in tegen alles wat we vandaag de dag allemaal denken en ook tegen wat we kwijtgeraakt zijn aan normale ABC-inzichten. Want we denken dan en we verbeelden ons dat we in heel verlichte tijden leven, maar in werkelijkheid is het zo duister als het maar kan. Dat wil zeggen: het licht van God is sterk gedoofd. Daarom zijn we hier natuurlijk ook bij elkaar om het Woord te laten spreken. Ik wil dat maximaal doen, en het is aan u om dat uiteraard te beoordelen.

Wellicht is het even nuttig om nog een paar highlights te bezien, een paar belangrijke punten die ik de vorige keer naar voren gebracht heb, om eraan herinnerd te worden. De relatie van Christus en de ekklesia, de gemeente zo u wilt, wordt ten voorbeeld gesteld aan man en vrouw. Ik zeg het expres uitdrukkelijk zo. Het is niet zo dat de relatie van man en vrouw wordt vergeleken of ten voorbeeld wordt gesteld aan Christus en de ekklesia. Ik kom daar later vanmorgen nog even op terug, maar het is van belang om dat goed te zien. Dat wil zeggen: de verhouding die Christus heeft tot de ekklesia wordt ten voorbeeld gesteld aan zowel de man als aan de vrouw. En met name trouwens de man.

We hebben het ook gehad over hoofdschap. Het hoofd zijn van iets heeft in de Bijbel altijd te maken met de eerste zijn, met voorop gaan. Het hoofd gaat voorop, zoals u weet. Dat is zelfs in het algemeen spraakgebruik nog het geval. Het heeft vooral te maken met aansprakelijk zijn voor het welzijn. De man die het hoofd is, is aansprakelijk. Dat hebben we toen ook bezien in vers 23 van Efeze 5. Zoals Christus het hoofd is van zijn gemeente, van de ekklesia, zo is Hij het die zijn lichaam in stand houdt. Letterlijk staat er dat Hij de redder van het lichaam is, de behouder en daarmee ook de onderhouder van dat lichaam. Dat is wat hoofdschap is: Christus is daarvoor verantwoordelijk.

Die begrippen van hoofdschap zijn erg vreemd geworden aan onze tijdgeest, maar in feite heeft het ook te maken met hiërarchie. Die hiërarchie is niet alleen maar een rangorde, maar feitelijk is het een uitbeelding van een volgorde. Het begint met God; dat staat in 1 Korinthe 11 vers 3. We hebben het toen ook al aangehaald. Het begint met God, uit Hem is Christus, die vervolgens het beeld is van de mens, Adam, en daarna de vrouw die uit hem voortkwam. Dus die rangorde is in feite een uitbeelding van een volgorde. Het begon met God, de Eerste; uit Hem is Christus, die het beeld is; vervolgens de man en vervolgens de vrouw. In die volgorde is dat ontstaan en de rangorde beeldt die volgorde uit.

Christus is dus het hoofd van het lichaam, de ekklesia. Eigenlijk is dat het grote thema van de Efezebrief: het lichaam van Christus, namelijk de ekklesia. Je hebt ook een brief die daar parallel mee loopt, de Colossensenbrief, die ongeveer tegelijkertijd geschreven en in elk geval ook tegelijkertijd verzonden is. In de Colossensenbrief gaat het vooral over het hoofd van het lichaam, en in de Efezebrief ligt het accent meer op het lichaam van het hoofd.

In elk geval is Christus dat hoofd, en de man wordt geacht het hoofd van de vrouw te zijn. Let op, ook dat hebben we onderstreept: niet dat hij dat 'moet zijn' of dat het 'zo behoort te zijn', maar dat is hij. Dat is gewoon een gegeven dat te maken heeft met de natuur van de man en zoals God dat geschapen heeft. De man als man is daarmee hoofd. Hij kan daarvoor weglopen, maar hoe dan ook: hij is het. De man is aansprakelijk voor zijn vrouw. Dat zijn een aantal van de elementen die we de vorige keer hebben gezien.

Efeze 5 Vers 25: Onvoorwaardelijke Agapé-liefde voor de Vrouw ↑ hoofdstukken

We pakken de draad weer op bij vers 25. Ik geef toe dat er dan enige overlap is, maar daar ontkom ik eigenlijk niet aan, want anders begrijp je het verband niet goed. De vorige keer heb ik dat al even aangestipt, dus ik wil er nu niet al te diep op ingaan. Er staat: "Mannen, hebt uw vrouw lief", of eigenlijk: "Hebt lief de vrouwen". Dat zou zomaar tot misverstand kunnen leiden en ik hoor ze nu al rondzingen, maar het gaat hier gewoon over het meervoud. De mannen worden aangesproken en zij worden geacht hun vrouwen lief te hebben. Zo simpel is het; het staat gewoon in het meervoud.

Er wordt dus niet gezegd: heb je "onderdanige" vrouw lief, of je "gelovige", "mooie" of "sexy" vrouw. Nee, gewoon de vrouw. Dat heeft alles te maken met het begrip dat hier gebruikt wordt, namelijk agape. De essentie van dat woord is dat het onvoorwaardelijk is. Er zijn allerlei varianten en facetten van liefde, maar agape is de liefde die geen voorwaarden kent. De meest duidelijke uitbeelding hiervan op aarde, althans in een normale natuurlijke situatie, is de liefde van ouders voor hun kinderen. Die is ook onvoorwaardelijk. Waarom? Omdat zij feitelijk jouw vlees zijn – en nu loop ik eigenlijk alweer vooruit op wat we aan het slot zullen zien. Het kind is van jou. Waarom heb je je kind lief? Omdat het jóuw kind is. Wat het ook doet en welke weg het ook gaat, al pleegt het een moord, het blijft jouw kind. Dat is simpelweg niet te veranderen.

Dat is onvoorwaardelijke liefde. Dat is de liefde die God heeft voor Zijn schepping; dat is ook agape. Het is Zijn creatuur, en omdát het Zijn schepsel is, houdt Hij ervan. Dat kan door niets of niemand ongedaan gemaakt worden. Dat is geweldig. Hier is de kring wat nauwer; het gaat hier specifiek over de vergelijking met Christus die Zijn gemeente liefheeft. Ik heb dit even cursief gemaakt, want ik heb de vorige keer al aangegeven dat hier een tijdloze werkwoordsvorm wordt gebezigd. Het feit wordt gesteld: Hij hééft de ekklesia lief. Want dat is wat er letterlijk staat: de ekklesia.

Ik wil nog op iets anders wijzen waar je zomaar overheen zou kunnen lezen: Christus heeft de ekklesia lief. De ekklesia is meer dan de som van haar onderdelen. Zoals het bekende gezegde luidt: het geheel is meer dan de som der delen. Dat is met deze waarheid ook het geval. De ekklesia bestaat niet alleen uit alle gelovigen individueel die daar deel van uitmaken. Nee, de ekklesia, dat zijn de gelovigen vergaderd. Het is namelijk de uitgeroepen vergadering. De gelovigen tezamen, dat is een ekklesia. Het is per definitie een vergadering, al zijn het er maar twee of drie. Maar het is dé vergadering. Daar waar gelovigen samen zijn, ondergeschikt aan Christus, en dus luisteren naar Zijn woord, daar is de ekklesia.

Het is ook zo bijzonder dat dit de "volksvergadering" is. Ik heb die verwijzing naar Handelingen 19 vers 41 er niet voor niets bij gezet, want er zijn nog een paar verzen waar dat zo vermeld wordt. Het wordt in de NBG-vertaling ook zo vertaald: de volksvergadering. Dat wil zeggen dat de term ekklesia in feite ook een waardeoordeel is. Het is niet zomaar een vergadering, nee, het is de vergadering van het volk. Daar waar gelovigen samen zijn en luisteren naar Zijn woord, daar is de ekklesia. Daar wordt het geheel aanwezig geacht.

Het is ook niet de "gemeente van Korinthe" of de "gemeente van Efeze", maar de gemeente te Korinthe en de gemeente te Efeze. Dat wil zeggen dat die volksvergadering daar gerealiseerd wordt. Overal waar gelovigen samen zijn, daar is de gemeente. Dat kan op vele plaatsen zijn, maar dat is de ekklesia, en Christus heeft de ekklesia lief. Natuurlijk kun je zeggen dat Christus de gelovigen individueel liefheeft – dat is waar – maar dat is niet wat hier staat. Hij heeft de ekklesia lief. Daar waar gelovigen samen zijn en luisteren naar Zijn woord, daar heeft Christus die ekklesia lief. De gelovigen in hun vergadering; Hij ziet dat graag, Hij houdt daarvan.

Het is zelfs nog sterker, want we lezen door: Hij heeft de ekklesia lief en heeft Zich voor haar overgegeven, letterlijk: "overgeleverd". Dat woord wordt heel vaak in het Nieuwe Testament gebezigd. Dat "overleveren" moet je zien als een totale overgave. Iets wat je overlevert, geef je uit handen. In Johannes 19:16 lees je bijvoorbeeld dat Pilatus Hem, Jezus, overgaf aan de Joden om gekruisigd te worden. Dat wil zeggen: Pilatus zegt: "Ga je gang, hier heb je Hem." En even later lees je over de Heer Jezus in datzelfde hoofdstuk dat Hij de geest overgaf. Hij leverde de geest over; Hij gaf dat totaal. Iets wat je overlevert, is vervolgens van de ander. Dat woord "overgeleverd" wordt hier van Christus gezegd, want Hij heeft de ekklesia lief.

Dat is geen abstractie. Dat zullen we zien, want in het volgende vers wordt aangegeven hoe Hij die ekklesia dan liefheeft. Hij geeft Zich vandaag helemaal over. Dat is een geweldige gedachte. Christus houdt Zich vandaag – ik lees het nergens anders in de Bijbel – niet bezig met de wereld. Straks wel; in Psalm 2 lees je dat de volkeren Hem ten erfdeel zullen worden gegeven. Dan zal Hij Zijn plaats innemen in Jeruzalem en over Israël en de volkerenwereld heersen. Maar dat is vandaag niet het geval. Alles is vandaag verborgen; Hij opereert in het verborgene en wordt niet gezien. Maar wat doet Hij dan wel? Hij heeft de ekklesia lief en zet Zich totaal in voor die ekklesia. Dat is wat hier staat.

Christus Heiligt de Ecclesia en Maakt Haar Stralend Door Zijn Woord ↑ hoofdstukken

Ja, waarom? Om haar te heiligen, dat wil zeggen: apart te stellen. Maar dan niet zomaar alleen apart te stellen, maar apart te stellen voor God. Dat is de betekenis van het woord heiligen. Let op, Hij is het die dat doet. En wat betekent dat dan? Wel, in wezen is dit positief. Dat reinigen heeft er altijd mee te maken dat je van iets gereinigd wordt. Hij reinigt haar door het waterbad met het woord, of letterlijk: in uitspraak.

Ik heb er de vorige keer al even op gewezen dat we daar in Johannes 15 bijvoorbeeld een heel sterk voorbeeld vinden over de Heer Jezus. Daar in de opperzaal geeft Hij Zich over aan de Zijnen die daar vergaderd zijn en reinigt Hij hen. Een schitterend type trouwens. In elk geval zegt de Heer bij die gelegenheid in de opperzaal: "Jullie zijn rein om het woord dat Ik tot u gesproken heb." Dat woord heeft een reinigende werking. Er wordt hier niet gesproken over het bloed; dat is weer een heel andere waarheid. Er wordt hier gesproken over de Heer die Zijn woord spreekt en zo de ekklesia reinigt als de gelovigen tezamen zijn.

Ze zijn ondergeschikt; dat is de vanzelfsprekende positie van die ekklesia. Ze zijn ondergeschikt aan Hem. Het gaat hier niet over een instituut, over een organisatie of over een menselijke hiërarchie. Nee, het zijn gelovigen die samen zijn. Die hebben een Hoofd. Die hoeven geen hoofd aan te stellen; ze hébben een Hoofd. En één Hoofd is meer dan genoeg. Ik heb u de vorige keer al verteld: op het moment dat je meer hoofden krijgt, dan spreken we van een draak. Het lichaam heeft één Hoofd.

En dat Hoofd zet zich in. Dat is de waarheid die hier naar voren gebracht wordt. Christus heeft de ekklesia lief. En waar gelovigen samen zijn, Zijn woord openen en zich bezighouden met wat Hij spreekt, daar zet Hij zich voor in. En Hij heiligt hen. Híj doet dat. Het gaat hier niet over wat de ekklesia doet; zij is hier lijdend voorwerp. Zij is passief en ondergaat dit. En Hij is het die heiligt.

Hij is het ook die de ekklesia dan reinigt. En hoe doet Hij dat? Wel, door Zijn uitspraken. Door dat wat Hij gesproken heeft. Dat woord is zo krachtig, want dat is in staat een mens te heiligen. Dat is geen mensenwerk, dat is geen zelfheiliging. Hij heiligt en Hij reinigt ook. Dat wil zeggen: als er sprake is van onreinheden, maak je daar dan geen zorgen over. De Heer is het die reinigt. Hij reinigt de ekklesia door het waterbad, namelijk in uitspraken; in dat wat Hij gesproken heeft of in dat wat Hij spreekt. En zo staat er: "om zelf de ekklesia voor Zich te plaatsen". Opdat Hij haar zou presenteren voor Zichzelf, let op. Het gaat erom: het is Zíjn activiteit. Dat is in deze verzen het grote accent.

Dat wordt ten voorbeeld gesteld aan de man. Maar wacht even voordat we zover zijn, laten we eerst even lezen wat hier staat. Christus wordt ten voorbeeld gesteld. Hij is het die zelf – Hij doet dat – de ekklesia presenteert en stralend maakt. Hoe doet Hij dat? Nou, we hebben het al gelezen: door het waterbad, namelijk Zijn uitspraken. Christus zet zich daar volledig voor in. Zo maakt Hij de ekklesia stralend, dat wil zeggen: glorieus, schitterend. Zo wordt het ook vertaald; in deze referentie wordt dat zo weergegeven. Schitterend, stralend... nou, dat is inderdaad wat glorie ook is. Dat is wat straalt, wat schittert. En dat is wat Hij doet om de ekklesia voor Zich te plaatsen. Hij maakt haar stralend.

Hoe wordt de ekklesia stralend? Dat is op één manier: doordat zij Zijn woord hoort. Dat is vrij logisch. Het woord is het licht. Mensen weten toch: als God Zijn woord spreekt, dan is dat ook licht. Wat doet licht? Dat straalt. En vervolgens, als het tot je komt, dan reflecteer je dat ook weer. Die reflectie... ik vind het wel leuk, in het Engels hebben ze het woord 'reflection', maar dat heeft ook te maken met mediteren. Op het moment dat je het woord tot je neemt en daarover nadenkt, dan ga je reflecteren. Dat is een automatisme.

De maan hoeft er geen moeite voor te doen om te schijnen. Die doet helemaal niets, die ondergaat het puur. Dat is een mooi beeld trouwens. Zon: mannelijk. Maan: vrouwelijk. Waarom de maan vrouwelijk is? Ik geloof dat we het daar de vorige keer ook nog via-via over gehad hebben. Maar in elk geval: de zon beschijnt de maan. Zo af en toe is ze verduisterd – door de maan zelf, dat kan ook nog – maar meestal is ze hier verduisterd door de wolken. Zo bijzonder is die verduistering op zich natuurlijk niet. Maar in elk geval is de Heer Christus het die de ekklesia doet stralen. Dat is puur Zijn woord.

En als je stralend wilt wezen – dat geldt persoonlijk, maar dat geldt ook voor de vraag die je zou kunnen stellen als je samenkomt – hoe gaat dat dan? Nou, heel eenvoudig: neem dat woord gewoon tot je. Onderschik je daarin – dat is natuurlijk ook een van de onderwerpen van dit gedeelte – luister ernaar, en dan zul je weten en ervaren dat dit de werking daarvan is. En zo plaatst Hij de ekklesia voor Zich, zonder vlek – dat is dus een verontreiniging – of rimpel, of iets in die trant.

Een vlek, dat is een onreinheid. Een rimpel heeft te maken met veroudering, toch? Als je goed kijkt... sommige mensen hebben er wat meer last van dan anderen, maar een rimpel heeft te maken met veroudering. Maar wat het woord doet, is dat het vitaliseert. Hij is het die de ekklesia vitaal houdt door Zijn woord. En dat verjongt... nu ben ik eigenlijk weer terug bij waar ik mee begon: "die uw jeugd vernieuwt". En hoe gaat dat? Degenen die de HEER verwachten, wie steunt op Zijn woord, die wordt verjongd. Die wordt boven de omstandigheden uitgetild en gaat stralen. Die wordt verjongd, zonder vlek of rimpel. En dat is allemaal wat Hij doet, zodat zij heilig is en onbesmet. Dit is allemaal het werk – ik kan het niet genoeg benadrukken – van de Man; ik bedoel nu Christus, met een hoofdletter dus.

Efeze 5 Vers 28-29: de Vrouw Liefhebben en Koesteren als het Eigen Lichaam ↑ hoofdstukken

En dan komen we bij vers 28: "Zo zijn ook de mannen verplicht hun vrouwen lief te hebben." Nou, "verplicht" staat er eigenlijk niet; er staat "verschuldigd". Dat is een klein verschil, of zo u wilt, een groot verschil. Want verschuldigd betekent dat het geen verdienste is. Het is niet meer dan normaal. Als ik naar de supermarkt ga en ik koop een brood en ik betaal, dan is dat geen verdienste dat ik dat geld betaal; nee, dat is niet meer dan normaal. Je bent dat verschuldigd. De mannen zijn niet anders dan verschuldigd, dus het is helemaal geen verdienste. Als de man de vrouw liefheeft, is dat geen verdienste. Dat is niet meer dan normaal en dat is wat de man ook verschuldigd is aan de vrouw. Let op: liefhebben, agape, onvoorwaardelijke liefde hebben en dat bewijzen. En zoals dat hier ook staat: "zo", dus op die wijze. En hoe dan wel? Zoals we dat lazen in het voorgaande vers over Christus, die niet alleen de ekklesia liefheeft, maar Zich ook totaal voor haar overgeeft. Het gaat Hem om één ding en dat is haar te heiligen en te reinigen. Waarom? Wel, om haar te doen stralen. De wijze waarop Christus dat doet, wordt als voorbeeld gesteld aan de mannen. Zo zijn ook de mannen verschuldigd hun vrouwen lief te hebben, hen te doen stralen en zich compleet voor hen weg te cijferen. Dat is gewoon wat hier staat. Ik bedoel, ik verzin hier toch niets; ik licht alleen wat dingen toe, zeg hoe het er precies staat en ik leg verbanden. Ik wijs eventueel op andere Schriftplaatsen, maar u mag het zelf controleren; dit is gewoon wat er staat.

Maar ik moet u zeggen: dit spreekt ook wel enorm aan. Ik bedoel, dit is nogal wat: de man die zo zijn vrouw liefheeft. Er staat zelfs nog iets sterker bij: "als hun eigen lichaam". Paulus neemt hier al een voorschot op wat hij feitelijk nog moet aangeven. Want tot dusver is nog niet gemotiveerd waarom die relatie tussen Christus en de ekklesia nou ten voorbeeld wordt gesteld aan man en vrouw. Wat is de connectie dan? Is dat dan ook een man-vrouwrelatie? We houden de draad vast. Zij zouden hun vrouw liefhebben als hun eigen lichaam. En weet u wat dat betekent? Dat is vanzelfsprekend. Bovendien kun je je daar niet eens aan onttrekken; je kunt daar geen afstand van doen. In het Oude Testament, in de wet van Mozes, was het bijvoorbeeld bij echtscheiding zo geregeld dat een man afstand kon nemen van zijn vrouw. Later zijn het de farizeeën die bij de Heer Jezus komen en vragen onder welke omstandigheden dat dan allemaal kan. Ze proberen Hem daarin in een strik te vangen en dan zegt de Heer Jezus dat het is vanwege de hardheid van hun hart. Dat wil zeggen: als een man niet in staat was zijn vrouw te vergeven of dat in genade te bezien, dan kon hij afstand daarvan nemen. Onder het oude verbond was dat zelfs wettelijk geregeld. Dat is weliswaar niet de bedoeling, maar het werd niettemin toegestaan. Paulus tilt hier het thema naar een veel intiemer niveau, waardoor dat eigenlijk onmogelijk wordt. Want hier wordt gesproken over de liefde van een man voor zijn vrouw als zijn eigen lichaam. Daar kun je geen afstand van doen, hoeveel nadelen er ook aan mogen kleven, hoeveel moeite het je ook oplevert en hoeveel bezwaren er ook zijn die je tegen je eigen lichaam kunt hebben. Je kunt er geen afstand van doen. Dat is wat hier gezegd wordt: de man die zijn vrouw liefheeft als zijn eigen lichaam. Paulus verklaart zich nader: wie zijn eigen vrouw liefheeft, heeft zichzelf lief. En dat is dus niet meer dan normaal.

Ik weet dat sommige mensen, met name christenen, zeggen dat je geen liefde voor jezelf mag hebben, maar in de Bijbel wordt dat juist verondersteld. Ik kan het nog wel wat nader laten zien, want in vers 29 gaat Paulus daar nog dieper op in. Hij zegt: "Want niemand haat ooit zijn eigen vlees." In de Bijbel is dat gewoon onnatuurlijk. Het gebod zoals we dat telkens weer vinden – de naaste liefhebben als jezelf – is geen gebod om jezelf lief te hebben; dat jezelf liefhebben wordt verondersteld. Dat is normaal. Ik weet dat dit soms heel onnatuurlijk wordt gemaakt. Dan moet ik toch even iets zeggen over wat daar theologisch allemaal is geconstrueerd. Er is zelfs een lied in de Johan de Heer-bundel – waar overigens hele mooie liederen in staan, daar niet van – maar daar lees je bijvoorbeeld een lied over "het eigen ik doden". Dat lijkt een Bijbelse uitspraak, maar ik zal u vertellen dat het dat niet is. Dat is onnatuurlijk; dat doet niemand. Of er staat in het doopformulier dat de gelovige zou strijden tot zijn laatste snik – ik zeg het nu even in mijn eigen woorden – om te leren ons eigen vlees te haten. Leg dat nou eens naast wat Paulus zegt in Efeze 5 vers 29. Dat doet geen mens; dat is onnatuurlijk. Het idee, het motief van wat Paulus hier naar voren brengt, is juist dat dit de norm is. Het onderwijs zou zelfs komen te vervallen als zelfhaat normaal zou zijn, want dan zou een man zich ook kunnen onttrekken aan de liefde voor zijn vrouw. Nee, het is juist normaal: niemand haat ooit zijn eigen vlees. Dat is niet natuurlijk, maar hij voedt het; dat wil zeggen dat je ervoor zorgt dat je lichaam eten krijgt. Dat is niet meer dan normaal. En je koestert het.

Dit is trouwens een mooi woord. Ik heb er eens naar gekeken, en dat woord "koesteren" komt maar een paar keer voor in het Nieuwe Testament. Het is afgeleid van een woord voor "broeden". Dat wil zeggen: het nest warm houden. Ik heb het expres even zo geformuleerd omdat daar ook weer iets dubbelzinnigs in zit. Het nest warm houden... het nest heeft ook alles te maken met de thuissituatie, met het huis, je eigen nest. Uit wat voor nest kom jij en wie houdt dat warm? Bij een zwaan is daar ook een mooi voorbeeld van. Die doen dat hoor, het mannetje en het vrouwtje. U weet dat deze vogels zeer monogaam zijn. Kom niet in de buurt bij zo'n zwaan als hij aan het broeden is, want hij is gefocust op dat wat onder hem of haar ligt. Ik geloof dat ze beide broeden... Is dat zo wat ik nu zeg? Oh, afwisselend, oké. Dat is mooi geregeld dan. Maar in elk geval accepteert zo'n mannetje of vrouwtje niemand in de buurt, want het nest moet beschermd worden. Welnu, over die liefde gaat het hier ook. Het gaat over de normale situatie dat een mens voor zichzelf zorgt. Hoeveel doen we eigenlijk niet om voor onszelf te zorgen? Niet alleen als het gaat om eten, maar ook als het gaat om warmte. Je kleding, en hoeveel geld geven we daar niet aan uit? Je voedt en je koestert het. En er staat bij: "zoals Christus de ekklesia". Ik lees nog even verder, want Paulus motiveert dit met: "omdat wij leden zijn van Zijn lichaam." Nu denkt u misschien: wat een merkwaardige beeldspraak. Hier wordt gesproken over de liefde van de man voor zijn vrouw en tegelijkertijd wordt dit gemotiveerd met de liefde die Christus heeft voor Zijn lichaam. Hoe kan dat dan? Er blijft een vraag liggen. Let er trouwens even op dat hier staat: "zoals Christus de ekklesia liefheeft". Christus heeft de ekklesia namelijk lief omdat het Zijn vlees is, Zijn lichaam. Ik weet dat dit soms uit Efeze 5 gehaald wordt om iets anders te zeggen, maar dan lees je echt niet nauwkeurig en dan leg je er dingen in. Het gaat hier over Zijn lichaam.

Een Essentieel Onderscheid: de Ecclesia Is Zijn Lichaam, Niet de Bruid ↑ hoofdstukken

Sommigen zeggen dat de Ecclesia de bruid is, maar ik zou zeggen: juist niet. Het gaat hier in Efeze namelijk over de relatie van gemeenschap, en die is niet voorbehouden aan de bruidegom en de bruid. De bruid wordt weliswaar de vrouw, maar zolang zij de bruid is, is er nog geen sprake van gemeenschap; ze zijn dan nog geen eenheid. De centrale gedachte in de brief aan de Efeziërs is echter juist dat we nu al één zijn met Hem. We zijn één vlees met Hem; wij zijn Zijn lichaam.

Het beeld van de bruid hoort heel duidelijk bij Israël. Dat wordt misschien wel het meest expliciet gezegd in Hosea 2. Er zijn trouwens ook prachtige beelden van te vinden in een heel Bijbelboek dat daar volledig over gaat: het Lied der liederen, het Hooglied. Dat boek gaat van het begin tot het eind over de liefde van de bruidegom voor de bruid en vice versa. Wat daarin echter van begin tot eind doorklinkt, is de liefde van de Messias, de Bruidegom, voor Zijn bruid Israël.

Op een gegeven ogenblik raakt Hij haar kwijt. Ik zou heel graag nog eens een keertje een serie Bijbelstudies doen over het Hooglied, want daar zit zo enorm veel in. Het laat zien dat de Heer liefde heeft voor Israël, maar dat is een bruidegom-bruid-verhouding. Dat wil zeggen: zij is nog steeds niet Zijn vrouw; er is nog geen gemeenschap. Integendeel, Hij is Zijn bruid op dit moment zelfs kwijt. Ook het boek Hooglied beschrijft die verhaallijn waarin Hij op een gegeven moment Zijn bruid zoekt. "Waar is ze?" Uiteindelijk vindt Hij haar. Dat is een prachtige uitbeelding van de tegenwoordige tijd: de Bruidegom is er en de bruid is er, maar er is nog geen gemeenschap. Hij zoekt die bruid.

Straks gaat de Heer een nieuw verbond — een nieuw huwelijksverbond — met Zijn volk sluiten. Dat lees je in Hosea 2, maar er zijn meer schriftplaatsen in Jesaja en Jeremia waarin dat wordt uiteengezet. Straks gaan ze samenwonen in het land; dat is feitelijk de echtelijke woning. Dat wordt een bruiloft. In Johannes 2 vers 1 staat: "En op de derde dag was er een bruiloft." Die tekst staat mij erg bij; ik kijk nu even naar Petra, want dat was de tekst die boven onze trouwkaart stond: "Op de derde dag was er een bruiloft te Kana."

U kent die geschiedenis van de bruiloft te Kana, waar de Heer was uitgenodigd en water in wijn veranderde. Dat is zo schitterend profetisch. Het spreekt over de Heer die Zijn volk zal huwen. Wanneer zal dat zijn? Wel, na tweeduizend jaar, op de "derde dag". Voor Hem is een dag immers als duizend jaar. Dan zal er een feest gevierd worden. In feite is dat millennium, die duizend jaren, een bruiloft waarbij vele gasten zijn uitgenodigd. De volkerenwereld zal dan het feest vieren van de eenheid van de Messias met Zijn bruid Israël. Dat is een schitterend onderwerp, maar het is niet het thema van Efeze 5. Daar gaat het er niet over dat de Ecclesia Zijn bruid is. Nee, de Ecclesia is Zijn lichaam. De Heer houdt van de Ecclesia omdat het Zijn lichaam is. Dat is het. En nu gaat Paulus verder...

Efeze 5 Vers 31-32: de Grote Verborgenheid over Christus in Genesis 2 ↑ hoofdstukken

En nu komen we bij die climax waar ik al diverse keren op gewezen heb. Nu komen we bij vers 31. En daarin gaat Paulus een citaat geven uit een van de eerste hoofdstukken van de Bijbel, en wel uit Genesis 2 vers 24. Dat vers wordt nogal eens een keer aangehaald. Je weet, in Genesis 2 lees je over Adam die in een diepe slaap gebracht wordt. En dan wordt er een zijde... Ja, ik weet, de vertalingen zeggen dan een rib, maar hoe dat precies staat, dat wil ik nu even laten voor wat het is. Maar er staat letterlijk — zonder verdere motivatie en toelichting zeg ik dat nu — een zijde wordt er uit hem genomen. Adam was tweezijdig en er wordt een zijde uit hem genomen. In elk geval: gebouwd tot vrouw, staat er heel simpel. Maar het moet toch wel... er is een goddelijk meesterwerk wat daar gebeurt. Het laatste is creatie en daarmee feitelijk ook de ultieme creatie.

Maar goed, Adam wordt wakker. Ja, en toen dacht hij: dat is een rib uit... Nee. Dan... Nou, hoe staat het er? Ik heb er geen diaatje van, ik lees het gewoon voor uit Genesis 2 vers 21: "Toen deed de Heere God een diepe slaap op de mens vallen en terwijl deze sliep, nam Hij een van zijn zijden en sloot haar plaats toe met vlees. En de Heere bouwde de zijde die Hij uit de mens genomen had tot een vrouw en Hij bracht haar tot de mens." En toen zei de mens, Adam: "Dit is nu eindelijk been van mijn gebeenten en vlees van mijn vlees. Deze zal mannin heten, omdat zij uit de man genomen is." Het Hebreeuwse woord voor vrouw is eigenlijk gewoon een vrouwelijke man. In het Nederlands kun je het niet goed zeggen. Je moet het een beetje vergelijken met een boer en een boerin, een koning en een koningin. En een vrouw... sorry? Nee, geen manwijf, nee, dat is weer wat anders. Maar het Hebreeuwse woord ish, dat is man. En als het een vrouwelijke uitgang heeft, dan komt daar de 'h' achter. Ja, er zit een geweldige typologie achter, maar dat laat ik even voor wat het is. Maar isha, dat is eigenlijk gewoon een mannin, een vrouwelijke man, omdat ze uit de man genomen is.

En let op wat er dan staat: "Daarom zal een man zijn vader en zijn moeder verlaten, zijn vrouw aanhangen en zij zullen tot één vlees zijn." Dat is wat er staat. Er staat trouwens niet eens bij wie dat dan zegt, maar hier wordt een profetie gegeven over hoe het zal zijn op basis van deze creatie: de vrouw die uit de man genomen is. Daarom zal een man zijn vader en zijn moeder verlaten en zijn vrouw aanhangen. Dat is wel leuk, maar in het Hebreeuws staat daar het woord dabaq. Dat aanhangen, dat is eigenlijk gewoon kleven. Dat is kleven. "Mijn tong kleeft aan mijn verhemelte", dat is exact hetzelfde Hebreeuwse woord. Dat is kleven. Dat wat een sticker doet; dat krijg je niet meer los. En als je het eenmaal losgekregen hebt, dan is het plakvermogen wat minder, zou ik maar zeggen, of verdwenen. Maar in elk geval, dat is het woord dat gebruikt wordt. En hij zal zijn vrouw kleven; dat is een volkomen eenheid daarmee worden. Dus: zijn vrouw. Een man zal zijn vader en moeder verlaten, hij staat daarmee op eigen benen en maakt geen deel meer uit van het vaderlijk huis. Maar hij verlaat de woning van zijn vader en moeder, hij hangt zijn vrouw aan. Het wordt zijn vrouw dus, oftewel: zij trouwen, hoe dat dan ook gaat.

In wezen — dat is ook wel leuk, ik weet niet wat ik nu ga zeggen hoor, ja, ik weet wel wat ik ga zeggen maar ik weet niet hoe het uitwerkt — in de Bijbel is trouwen eigenlijk verkrijgen, een transactie. De man koopt zijn vrouw. Bijvoorbeeld, je leest in Rut 4 dat Boas Rut verwierf tot vrouw. Vandaar ook oorspronkelijk de gedachte — wij maken er allemaal geintjes over, kamelen enzo — van een bruidsschat. Maar het punt is: de man koopt zijn vrouw. De trouwerij is in wezen een transactie. Dat wil zeggen: de vrouw was van de vader, de heer des huizes, en de man neemt dat over. Ik weet het, er staat een gigantische culturele barrière, een ravijn zou ik maar zeggen, tussen die gedachte en wat wij daar allemaal bij denken, maar dat maakt me even niks uit. Ik vertel gewoon zoals de Bijbel dat beschrijft: dat de man zijn vrouw koopt. Het is dan van hem, het is zijn vrouw. Hij is de heer van haar en dat betekent dat hij ook volledig aansprakelijk is voor haar en voor haar heeft te zorgen en zich voor haar heeft over te geven. Dat is het idee. Ik weet, er wordt heel erg lacherig over gedaan en we weten het helemaal niet meer. Ik geloof dat ik de vorige keer daar ook al het een en ander over gezegd heb, dus ik hoef dat nu niet te herhalen, maar we zijn zo ver van huis om even bij de beeldspraak te blijven.

De man verwerft zijn vrouw en zij zijn een eenheid geworden. En dat staat er dan ook bij: en die twee, dat wil zeggen de man en zijn vrouw — niet zijn vriendin, niet een los-vast verhouding, nee, het is juist niet los-vast, het is zo vast als het maar kan. Het is ook niet de man en zijn man. Ja, we hebben van allerlei varianten bedacht en we noemen dat nog een huwelijk ook. Nou, ik bedoel, en dat heet dan nog 'verlicht'. Dan ben je echt compleet de draad kwijt. Het idee is juist: de man is gemaakt voor de vrouw, of eigenlijk omgekeerd, maar in ieder geval horen die anatomisch en biologisch bij elkaar. Of niet soms? Ik hoef dat niet uit te leggen, dat is de natuurlijke gedachte. Dat is ook wat de seksuele identiteit is. Kijk, wij spreken over seksuele identiteit en we definiëren dat naar gevoelens. Je hebt bepaalde neigingen, bijvoorbeeld je hebt liefde voor kleine kindertjes, ik noem maar wat. Of je hebt liefde voor iemand van hetzelfde geslacht of je hebt de neigingen daartoe. Overigens zegt de Bijbel daar geen woord over, ook nooit veroordelend. De Bijbel zegt niets veroordelend over homofilie bijvoorbeeld, de neiging om je aangetrokken te voelen tot iemand van hetzelfde geslacht. Daar spreekt de Bijbel niet eens over. Maar de Bijbel kent ook niet zoiets als een homofiele identiteit. Je bent een man; er zijn maar twee soorten identiteiten, seksuele identiteiten, en dat is een man en een vrouw. Je bent mannelijk of je bent vrouwelijk. En als je mannelijk bent, ben je geschapen voor de vrouw, en als je vrouwelijk bent, dan ben je geschapen voor de man.

Terwijl ik zo spreek, denk ik: ja, het wordt opgenomen en het zou zomaar afgedraaid kunnen worden, zulke ouderwetse praat, in een of ander programma op de tv. Wat is dat uit de tijd! Maar de Bijbel spreekt erover en het is schitterend. Het is zo mooi zoals de Bijbel daarover spreekt en het ook in relatie brengt; juist daarom is het zo mooi. Met God en met Zijn liefde en met de liefde van Christus voor de ekklesia. En in een ander opzicht, zoals we het er zojuist even over hadden als het ging om bruidegom en bruid: de liefde van de bruidegom, de Heer, voor Zijn volk. Het zijn schitterende uitbeeldingen. Zoals de man — de Man met een hoofdletter bedoel ik nu — verantwoordelijk is voor zijn vrouw en haar doet stralen en helemaal voor haar gaat. Dat is een prachtige uitbeelding, onlosmakelijk. Daar kan hij geen eens afstand van doen; de gedachte alleen al is dwaas. Nou, die twee, staat er dan, de man en zijn vrouw, die zullen tot één vlees zijn. Ja, waarbij dat tot één vlees zijn uiteraard sowieso te maken heeft — dat weten we bijvoorbeeld uit dit vers, maar dat lijkt me nogal voor de hand liggend — met de lichamelijke gemeenschap, waarbij de man één wordt, lichamelijk, vleselijk dus, met de vrouw. Dat is logisch. En je leest bijvoorbeeld in 1 Korinthiërs 6 dat als een man gemeenschap heeft met een hoer, hij één lichaam met haar wordt.

Ja, dat is lichamelijke éénwording, maar ik zal u vertellen: het gaat nog verder. Het heeft namelijk ook te maken met het kind dat daaruit voortkomt. Kijk, als een man gemeenschap heeft met de vrouw, dan is dat lichamelijke gemeenschap. Maar wat daar vervolgens uit ontstaat, is een eenwording op een veel hoger niveau, namelijk dat de zaadcel en de eicel samensmelten. En wat daaruit voortkomt, is één kind. En dat kind, dat is 'één vlees', het resultaat van de man die gemeenschap heeft met de vrouw.

En in dat kind, ja, dat is dat ene vlees wat voortkomt uit die lichamelijke eenwording. En dat kan in die zin trouwens ook weer niet gescheiden worden. Ik bedoel, een man kan gemeenschap hebben met een vrouw en daaruit komt een kind voort. En dat kind is hoe dan ook – wat er vervolgens ook gebeurt – het resultaat van de eenwording van man en vrouw. En vandaar ook dat als dat uit elkaar gerukt wordt, dat dit zo enorm veel schade aanricht. Want positief gesteld: "Die twee zullen tot één vlees zijn."

Laten we even de draad vasthouden zoals Paulus erover spreekt. Want waarom brengt hij dit nu ter sprake? Wel, hij haalt nu een vers uit het begin van de Bijbel aan en dan zegt hij: dit geheimenis, deze verborgenheid... Dit mysterie is mega. Dat is het woord dat hij gebruikt: dit geheimenis is groot. Ja, hoezo groot? Nou, het heeft een geweldige verborgen betekenis. Ik bedoel, het is een hele diepzinnige, hele precieze uitspraak. Een profetische uitspraak, die alles te maken heeft met de waarheid dat de vrouw uit de man voortkomt; met wat mannelijk en vrouwelijk is. Het is op zich al een grote verborgenheid – de geheimen die daarin worden uitgedrukt – maar dit geheimenis is mega!

Waarom? "Ik spreek," zegt Paulus, "met het oog op Christus en de ekklesia." Die uitgeroepen vergadering, dat is het. Als Adam en Eva ten tonele worden gevoerd in Genesis 2 en er gesproken wordt over Adam en hoe Eva uit hem voortkomt, dan verwijst dat rechtstreeks naar Christus en de ekklesia. En dat is wat Paulus hier zegt: dat wat er staat in Genesis 2, dat is een verborgenheid. Het is een type, dat wil zeggen: het is een uitbeelding van Christus en de ekklesia.

Mensen zeggen wel eens een keer: "Ja, de ekklesia die vind je niet in het Oude Testament, want het was daar verborgen." Dan zeg ik: "Ja, precies! En dus vind je het daar." En waar vind je het? Nou, bijvoorbeeld in Genesis 2 vers 24. Daar is een grote verborgenheid, maar wat daar gezegd wordt over dat 'ene vlees', dat verwijst naar Christus en de ekklesia. Adam is een type van Christus, en de ekklesia ontstond ook in de slaap van de laatste Adam – in de doodslaap, bedoel ik nu dus ook.

Er is nog iets fraais aan verbonden, want Eva is de enige vrouw in de Bijbel die nooit een bruid was. Eva was al één lichaam met Adam voordat zij er zelfs was. Er bestaat zelfs geen Eva buiten Adam om. Kijk, en als Paulus dan verwijst naar Genesis 2 – naar Eva die één vlees was en is met Adam – dan zegt Paulus: "Wel, dat is een grote verborgenheid, want het spreekt van Christus en de ekklesia."

Er zijn andere typen in de Bijbel, zoals van Izak en Rebekka of van Jakob en Rachel. Dat zijn prachtige typen van wat er straks in de toekomst gaat gebeuren met de Heer en Israël; de Messias die Zich zal verbinden met Zijn volk. Maar hier is Eva een type van de ekklesia, die één vlees was en is. Zij is nooit de bruid geweest van Adam; ze is per definitie één vlees, één lichaam met Adam. En toen ze uit Adam genomen was, ja, toen was zij nog steeds één vlees.

Wel, dat is waar het over gaat. En wat Paulus in dit gedeelte uiteenzet over de man die zijn vrouw liefheeft, zoals Christus de ekklesia liefheeft, dat kan hij doen omdat hij zinspeelt op die waarheid in Genesis 2, op Adam en Eva die één vlees zijn. En het heeft alles te maken met Christus en de ekklesia.

Efeze 5 Vers 33: de Man Is Verantwoordelijk en Geeft Zich over ↑ hoofdstukken

En dan komen we bij het laatste vers van Efeze 5: "Intussen ook gij", ofwel jullie, "laat ieder voor zich zijn eigen vrouw zo liefhebben als zichzelf." Dat is wat Paulus in dit gedeelte naar voren gebracht heeft. Het is niet meer dan normaal en hier wordt ook de man aangesproken. En dat geldt trouwens ook voor het navolgende, want daar staat: "en de vrouw moet ontzag hebben voor haar man."

Ik zal u vertellen: dat staat er niet. Want zoals het hier geformuleerd wordt, staat sowieso dat woordje "moeten" er niet. We zijn hier bezig te ontmoeten. We komen samen om te ontmoeten, nou, dit is een mooi voorbeeld van ontmoeten, want hier staat dat woordje "moeten" niet. Je kunt het gewoon doorschrappen. De vrouw wordt hier niet aangesproken; er staat letterlijk "opdat de...". Laat ik het zo lezen: "Laat ieder voor zich zijn eigen vrouw zo liefhebben als zichzelf, opdat de vrouw ontzag zal hebben voor haar man."

Wie wordt hier aangesproken? De man, niet de vrouw. De man is degene – en dat is in feite het grote onderwerp in het Efeze-verhaal – de man is verantwoordelijk en aansprakelijk voor de vrouw. Hij zou haar zo liefhebben, zoals Christus de ekklesia, zodat de vrouw ontzag zal hebben; opdat zij zal vrezen, ontzag zal hebben voor haar man. Zodat hier het lichtende voorbeeld Christus is, in wat Hij doet voor de ekklesia.

Nou, zo hebben we in deze twee bijeenkomsten wat gezien over deze – wat zijn het er? – een stuk of tien, elf verzen waarin Paulus spreekt over het huwelijk op een unieke wijze. Een eenheid tussen man en vrouw zoals je dat nergens in de Bijbel tegenkomt, nergens! Waarbij de man zijn vrouw liefheeft als zijn eigen lichaam. Paulus motiveert dat met een waarheid die profetisch in het verborgene spreekt van Christus en de ekklesia. Christus heeft de ekklesia onvoorwaardelijk lief, en zo mag de man zijn vrouw liefhebben, en zo mag de vrouw ook haar man zien en daarin ondersteunen.

Afsluitend Gebed: Zich Spiegelen aan Gods Onvoorwaardelijke Trouw en Liefde ↑ hoofdstukken

Machtige God en Vader, we danken U dat we ons daaraan mogen spiegelen en dat we ons daarop mogen verlaten; op die liefde die onbegrensd is en die U bewezen hebt in Uw Zoon, wiens naam Jezus is: Yahweh is Redder. Onvoorwaardelijk. We danken U dat Uw trouw groot is, elke morgen weer. Uw trouw is ook hemelhoog, zoals het in de Psalmen staat, en eveneens onbegrensd. U doet wat U belooft. Ons trouwen – dat wat daarvoor doorgaat en wat wij trouw noemen – mag zich daaraan spiegelen. Wat een geweldig fundament heeft het huwelijk daarmee gekregen.

We danken U, Heer, dat we aardse verhoudingen zoals die tussen man en vrouw in dat licht mogen plaatsen, zodat ze ook mogen gaan stralen. Dat kan omdat we een God kennen die onvoorwaardelijk liefheeft. Omdat we een Heer hebben, een Christus kennen, die Zich vandaag in het verborgene overgeeft en de ekklesia liefheeft; die Zich totaal wegcijfert voor haar om haar te laten stralen. Heer, we danken U dat we als mannen daarin een voorbeeld mogen vinden. We danken U dat we ons als gelovigen mogen spiegelen aan zo'n Heer, aan zo'n groot God.

Heer, de verhoudingen kunnen soms zo verstoord zijn. Er zitten hier mensen in de zaal die vanuit hun eigen ervaring totaal andere dingen te melden hebben en hebben meegemaakt; waarbij ze vanmorgen misschien een grote kloof hebben ervaren tussen dat wat ze gehoord hebben en dat wat er staat opgetekend, en hun eigen belevenissen en ervaringen. Maar Heer, U bent het die ons optilt, die ons doet opstijgen als een arend en ons uittilt boven de omstandigheden. We mogen ons volledig overgeven aan zo'n groot God. Een God die nooit teleurstelt en die ook nooit de werken van Zijn handen laat varen. Wat een liefde, wat een trouw!

En we danken U, Heer, dat we dat mogen reflecteren. Dat we zo stralende mensen mogen zijn die een goed bericht kennen van een God die nieuw leven voortbrengt dat onvergankelijk is. Heer, wat een geweldige toekomst hebt U voor ons weggelegd. We danken U dat we deel uit mogen maken van de Christus en Zijn lichaam mogen zijn. Dat wij straks ook betrokken zullen zijn bij dat huwelijksfeest als lichaam van de Bruidegom, om straks met Israël te mogen huwen en dat geweldige feest in het millennium te mogen meemaken.

Heer, er is nog zoveel te beleven; U hebt nog zoveel op Uw programma staan en we zien daarnaar uit. Leer ons ook om elke dag waardig zo te wandelen en te weerspiegelen wie U bent, wat de rijkdom is van Uw Woord en wat U bij machte bent te doen in ons leven.

🎧 Man & Vrouw In Efeze 5 (2)
Delen: