GoedBericht.nl logo
UltimateGoodNews

Kinderen & Ouders

29-03-2015 - Geplaatst door Andre Piet
Presentatie gehouden op 29 maart 2015 in Rotterdam..

Dankbare mensen zijn blijde mensen. En blijde mensen functioneren beter in alle verhoudingen van het leven. Als echtgenoten en echtgenotes maar ook als kinderen, vaders en moeders. Dat is wat genade van God met een mens vermag te doen.

Powered by RedCircle

📝 Samenvatting & Transcriptie van deze lezing

Samenvatting van deze toespraak

Deze studie vanuit de Efezebrief toont hoe de genade van God doorwerkt in de dagelijkse praktijk van het gezinsleven. Omdat God alles in handen heeft, kan een gelovige in alle omstandigheden danken en vreugde ervaren. Vanuit dit besef van genade nemen gezinsleden vanzelfsprekend hun plaats in, waarbij kinderen hun ouders gehoorzamen als eigendom van de Heer. Vaders worden opgeroepen hun kinderen niet te verbitteren door harde eisen, maar hen geestelijk op te voeden en te voeden met Gods woord. Genade functioneert hierbij als het ware opvoedende principe.

“Genade voedt op. Genade eist niet, genade geeft.”

Het Absolute Hoogtepunt van de Efezebrief ↑ hoofdstukken

Een hele goede morgen, vrienden, ook van mijn kant. Het is goed om u hier te mogen treffen en ik wil u meenemen naar de Efezebrief, zoals u wellicht al begreep uit de schriftlezing van zojuist. Die brief is, dat mag ik zonder twijfel wel zo zeggen, een absoluut hoogtepunt in het berglandschap van de Schrift. Het is een brief die Paulus heeft geschreven vanuit de gevangenis, maar terwijl hij daar tussen een paar beperkende muren zat – zo stel ik me dat voor – heeft hij zulke geweldige dingen mogen optekenen.

Ze spreken van het voornemen van God. Als ik dat zo zeg, gebruik ik meteen alweer woorden die ook inderdaad in deze brief gebezigd worden: over dat voornemen, of het plan der eeuwen, het plan der aionen, dat God uitvoert in Zijn Zoon. Dat doet Hij met vaste hand; dat wil zeggen dat het allemaal perfect volgens plan gaat. Het is een brief die overloopt van superlatieven en soms van heel lange zinnen. Als je het voorleest, begrijp je meteen wat ik bedoel: Paulus snakt soms naar adem en plaatst er dan weer een zin tussen, omdat hij daar ook nog iets over moet zeggen. Zo kun je heel erg lang beziggehouden worden door die stof. Daar hebben we het vanmorgen al even over gehad, en ik heb zelf ook wel eens last van dat manco.

Maar in elk geval, deze brief is geweldig omdat hij spreekt over dat voornemen, maar vooral ook over wie Christus Jezus vandaag is. Hij is namelijk verborgen – dat is karakteristiek, Hij is niet te zien – maar Hij heeft wel de plaats boven alles gekregen. De naam boven alle namen. En als ik het zo zeg, zeg ik het nog niet compleet, want het 'geheim' – ook zo'n sleutelwoord in deze brief – is juist dat Hij in die positie daarboven verbonden is met een gezelschap van mensen dat God Zich vandaag verzamelt en uitroept. Een Ecclesia, wat eigenlijk een 'uitroepsel' betekent.

Dat gezelschap is verbonden met Hem. Zonder die Ecclesia, zonder die gemeente zo u wilt, is Christus niet compleet, zoals een hoofd niet compleet is zonder lichaam. Dat zijn allemaal gedachtegangen die in deze brief voor het oprapen liggen. Hij is het hoofd en wij – daarmee bedoel ik zij die Hem kennen en Hem erkennen als de Heer, als Degene die God heeft opgewekt uit de doden – zijn met Hem verbonden. Dat is geen enkele verdienste; God opent je daar de ogen voor en Hij voegt je toe aan die Ecclesia. Dat is een geweldig voorrecht.

Met die Ecclesia heeft God een geweldig plan. Hij heeft haar geplaatst te midden van de hemelingen, of in de hemelse gewesten zoals de NBG-vertaling zegt: de hoogste plaats. In die eerste hoofdstukken zet Paulus dat allemaal schitterend uiteen. Vanaf hoofdstuk 4 borduurt hij daarop voort, maar dan laat hij zien hoe die genade die ons ten deel is gevallen, haar beslag krijgt en mag krijgen in ons leven hier op aarde.

Het wordt heel vaak zo voorgesteld – en daar ben ik het dus helemaal niet mee eens; misschien is het een goed moment om dat nu eventjes aan te stippen, want ik denk dat je daarmee echt een totaal verkeerd begrip van deze brief neerzet – dat het in de hoofdstukken 1, 2 en 3 gaat over de voorrechten en de genade, en in die laatste hoofdstukken over wat wij moeten doen. Als een soort tegenhanger: dat is nou wel wat God doet, maar nu mag jij vervolgens ook wel eens een keer wat doen. Als dat de gedachte is, zoals ik het in vele toonaarden heb gehoord en wat in ieder geval de suggestie is die gewekt wordt, dan begrijp je het niet. Het punt is nu juist dat het geen tegenhanger is. Het punt is juist dat die laatste hoofdstukken, vier, vijf en zes, gaan over de echo van die genade in ons leven. Hoe die genade weerklinkt en mag weerklinken in ons leven en in de verhoudingen waarin we gesteld zijn. Daarmee kom ik vervolgens op een deel in deze brief.

Danken in Alles: Onze Logische Eredienst ↑ hoofdstukken

Dat begint in hoofdstuk 5, in Efeze 5 vers 20. Paulus begint daar te spreken over de verschillende verhoudingen waarin een mens nu eenmaal hier op aarde staat. In hoofdstuk 4 had hij nog gesproken over de gelovigen in het algemeen, maar vanaf dit gedeelte gaat hij spreken over de verschillende verhoudingen waarin we staan, zoals u hier nu ziet geprojecteerd. Een man tot zijn vrouw, een vrouw tot haar man, maar ook kinderen tot hun ouders en vice versa. Slaven en heren – die verhouding kennen we vandaag dan niet meer zo in die zin – maar let even op hoe hij begint voordat hij over die verhoudingen gaat spreken.

Hij zegt dit: "Dankt te allen tijde in de naam van onze Here Jezus Christus, God de Vader, voor alles." Elders, in de Kolossensebrief en in de Tessalonicenzenbrief, wordt hier ook over gesproken. "Dankt in alles." Hier staat het nog sterker: dankt met betrekking tot alles, of over alles, of voor alles. Er is niets in het leven waar we God niet voor kunnen danken. Dat klinkt misschien heel vreemd, want nu denkt u wellicht: "Wacht even, André. Ik begrijp dat ik kan danken voor het feit dat ik gezond ben en ik begrijp dat ik kan danken voor de vreugde die ik heb, maar je wilt toch niet zeggen dat wij zouden danken voor het verdriet? Voor tegenslag? Voor de moeite?" Nou ja, vul maar in.

Maar dat is nu juist ook het bijzondere wat Paulus in deze brief uiteenzet, en niet alleen in deze brief. Het heeft alles te maken met het kennen van God. Je kunt natuurlijk wel zeggen dat je religieus bent of dat je naar de kerk gaat en zo, dan ben je godsdienstig. Maar de vraag is: ken je God? Ken je God als Vader? Weet je dat Hij werkelijk God is? En daarmee bedoel ik niet zomaar vaag een opperwezen. Nee, geloof je ook werkelijk, ken je Hem als degene die alles beschikt? Uit wie, door wie en tot wie alles is?

Als dat zo is – en nu ga ik even geen beroep doen op uw gevoel of op uw zintuigen en wat je ziet, maar volg mij nu even logisch – dan is dit namelijk onze logische eredienst. Dat is een uitdrukking die hij elders weer bezigt. Als Hij God is en er gaat niets buiten Hem om, en Hij heeft een geweldig plan dat Hij ook realiseert, dan betekent dat er dus helemaal nooit iets misgaat. Dat zien we nu wellicht niet op dit moment en voelen doen we het al helemaal niet, maar dat is een gegeven. Hij is God en daarom zegt hij ook in de Romeinenbrief dat voor degene die God kent en liefheeft – dat wil zeggen: iemand die weet dat Hij God is en Hem dus ook liefheeft – alle dingen meewerken ten goede.

Ik zeg daarom heel graag: al die minnen die wij zien, dat zijn geen minnen. Dat is een vergissing. Dat komt omdat wij zo beperkt zijn in onze beschouwing, in onze waarneming. Het zijn plussen, mensen, alleen het is nog niet af. Gods werk is nog niet af. Hij is nog bezig; het staat nog in de steigers. Maar vertrouw er maar op: Hij is God, Hij maakt geen fouten. Als je dat weet en erkent, als je God kent en ook weet dat Hij Vader is en dus zorgt voor Zijn schepping, dan kun je Hem te allen tijde danken, namelijk ook voor alles.

In dat woord danken zit het woordje charis. Eucharisteo betekent vreugde; vreugde om niet. Dat is geweldig als het waar is. En het punt is natuurlijk dat wij maar zelden het volle rendement halen. Ik denk dat wij nog geen promille van het rendement halen uit deze waarheid. Wat bedoel ik met het rendement? Als het waar is dat Hij God is en een Vader, en dat Hij alles in Zijn hand heeft en geen fouten maakt, dan betekent dat we dus te allen tijde kunnen danken en ons dus ook te allen tijde kunnen verblijden. Zelfs in tegenslag, want je weet: er gaat niets fout. En dat is de logische eredienst. Je dankt te allen tijde als het waar is dat Hij die vreugde geeft. Het is genade in overvloed en daar mag je uit leven. Dus ook danken voor alles.

U zegt: "Wat heeft dat nou te maken met dat stukje wat zojuist door Tjerk is voorgelezen?" Nou dit: Paulus gaat vervolgens – dit is de opstap – spreken over die onderschikking en onderdanigheid. Want dan zegt hij: "En wordt elkander onderdanig in de vreze van Christus." Vanaf dat 21ste vers gaat hij spreken over de verschillende verhoudingen waarbij ook sprake is van gezag en van degene die ondergeschikt is. Dus de bovengeschikten – ik weet niet of het een Nederlands woord is, de boven ons gestelden – en degenen die ondergeschikt zijn. Dat zijn vrouwen ten opzichte van hun mannen. Dat mag je vandaag natuurlijk eigenlijk niet meer zeggen, maar Paulus doet dat wel.

Discriminatie dus? Dat vind ik leuk. Discriminatie betekent onderscheid maken. Men wil tegenwoordig geen onderscheid meer maken, maar alles discrimineert: mannen van vrouwen. Hij maakt het verschil. Het is niet hetzelfde, beste mensen. En dan bedoel ik niet alleen dat er een biologisch verschilletje is. Nee, ze zijn anders. En als een man een man is, dan heeft hij de verantwoordelijkheid, dan is hij het hoofd. Dat zijn tegenwoordig allemaal 'vieze' uitspraken, maar het is gewoon zo logisch. Een man is er voor zijn vrouw; daar gaat hij over spreken in Efeze 5. Ik ben er de laatste weken veel mee bezig omdat ik elders ook over deze dingen gesproken heb, en als een min of meer logisch vervolg kwam ik nu dus op Efeze 6.

In het vervolg in Efeze 6 spreekt hij over de verhouding van kinderen ten opzichte van hun ouders. En dan nog even verderop – daar gaan we het vandaag niet over hebben – over slaven ten opzichte van hun heren. Het punt is dit, en dat is ook een hele logische gedachte: als je Hem kent als God en Vader, dan ga je Hem danken in alles. Dan heb je ook vreugde in alles. En op het moment dat je Hem kent, ken je vreugde en word je ook gewoon wie je bent. Dat klinkt wat vreemd, maar ik bedoel dit: dan word je een geschikte man voor je vrouw of een geschikte vrouw voor je man.

Waarom functioneren mensen vaak niet? Omdat ze onvrede hebben. We zeggen dan: "Die zit niet lekker in zijn vel." Vraag het maar eens aan onderwijzers wat er gebeurt met kinderen die niet lekker in hun vel zitten. Die functioneren niet goed meer; in de klas niet en de prestaties worden minder. Op het moment dat iemand goed in zijn vel zit – laat ik mij even aansluiten bij de taal die men doorgaans gebruikt – als je vrede hebt, als je vreugde hebt en blij bent, dan ben je precies wie je bedoeld bent om te zijn. En dan ga je goed functioneren. Dat is in het algemeen zo. Iemand die blij is met de dingen die hij doet, ook in het beroepsleven, functioneert beter. Ik noem maar wat: je bent een vrachtwagenchauffeur, en als je aardigheid hebt en blij bent met je beroep om op de weg te rijden, dan ben je een betere vrachtwagenchauffeur dan degene die daar helemaal geen aardigheid in heeft en altijd met moeite, tegenzin en mopperend aan het werk gaat. Degene die niet moppert, maar juist dankbaar is, die functioneert in elke verhouding van het leven optimaal. Dat is zo mooi en dat is wat Paulus zegt: dank te allen tijde en wees vervolgens meteen elkaar ondergeschikt.

Kinderen, Wees Gehoorzaam in de Heer ↑ hoofdstukken

Bij Efeze 6 vers 1. "Kinderen," staat er dan, "wees uw ouders gehoorzaam." En gehoorzaam, dat betekent – het is leuk in het Grieks – dat betekent eigenlijk letterlijk: onderhorig. En dat betekent, als je het heel letterlijk neemt (daar houd ik altijd van, woorden heel letterlijk nemen, want dan onthoud je het ook makkelijker): gehoor geven aan. Dat is gehoorzaam zijn: gehoor geven aan. Aan iemand die boven je staat, waarbij jij dus onder hem of haar staat, of onder hen. Dat is het enige wat tegen kinderen in dat verband gezegd wordt. Wat wordt een kind geacht te doen? En ik bedoel, dat is helemaal geen christelijk idee ofzo, dat is gewoon algemeen bekend. Wat zou een kind doen als een kind goed functioneert? Dan luistert het naar de ouders. Dan geeft het daaraan gehoor.

En Paulus zegt er nog iets bij: "in de Heer". Dat doet hij heel vaak. In de Heer, of "in Kurios" staat er dan. En dat is mooi, want ja, het kunnen wat platgetreden woorden zijn. In de wereld zegt men wel eens van iemand die gelovig is geworden of christen is geworden: "Nou, die is in de Heer." Dat klinkt heel vaak wat badinerend en men weet eigenlijk niet waar men het over heeft. Maar dat neem ik de wereld niet kwalijk, want christenen weten het vaak zelf ook niet. Dus ja, hoe zou de wereld het dan begrijpen?

Maar "in de Heer", dat wil zeggen: in Kurios. Kurios, dat is een eigenaar. Een eigenaar. En dat betekent dus: als Hij mijn Heer is, dan leidt dat geen enkele twijfel, want de Bijbel zegt dat Hij Heer van allen is. Hij is Heer van allen, rijk voor allen die Hem aanroepen, zegt Romeinen 10. Hij heeft een eigendomsrecht over allen. Als Hij Heer is, dan betekent dat dat ik eigendom ben. Diezelfde term, Kurios, wordt ook gebruikt in verband met de verhouding slaaf-heer. Een slaaf is geen werknemer; dat is niet iemand die zich voor een deel verhuurt aan een werkgever zoals wij dat kennen. Nee, een slaaf is het eigendom van en is ook totaal voor rekening van degene die hem bezit. Je bent zijn eigendom.

"In de Heer" wil zeggen: je bent Zijn eigendom. Als je dat weet, dan betekent het dat ik me ook geen zorgen meer hoef te maken, want Hij zorgt voor mij. Dat is wat het betekent dat Hij Heer is: je bent Zijn eigendom. En dat is geen last, dat is een vreugde! Dat betekent namelijk dat Hij jou geeft wat jij nodig hebt. Daarom ook: wees in geen ding bezorgd, Hij is toch jouw Heer? En we zagen ook dat Paulus – en dat is een woord uit Filippenzen 4 dat ik er ook bij vermeld heb, Filippenzen 4 vers 4 – niet moe wordt om het te zeggen. Hij zegt het nog een keer: "Ik zeg het nog een keer: Verblijdt u in de Heer te allen tijde!" Waarom? Wel, Hij is jouw Heer. Je bent Zijn eigendom en Hij zorgt voor Zijn eigendom.

De logische consequentie daarvan is: als ik Zijn eigendom ben, ben ik dus niet van mezelf. En dan schikt Hij de dingen in mijn leven; Hij beschikt de dingen in mijn leven. Hier worden de kinderen aangesproken, en als je kind bent – in feite zijn we allemaal kinderen zolang we ouders hebben – dan schikt de Heer inderdaad ouders in jouw leven. Hij beschikt dat, en jij mag je onderschikken. De plaats innemen die jij als kind ten opzichte van hen inneemt. Dat is een kwestie van het feit dat Hij beschikt, en jij schikt je onder. En dat het iets met schikken te maken heeft, en ook nog met "schik"... nou, daar moet u maar eens over nadenken, want het is volgens mij allemaal wel broertje en zusje van elkaar.

Paulus zegt er nog bij: "want dat is recht." Ja, logisch. Het is gewoon de automatische consequentie. Wat is recht? Ik heb het ooit vroeger zo geleerd: recht is de kortste verbinding tussen twee punten. Hij is Heer over Zijn eigendom. En wat betekent dat voor mijn gedrag? Nou, dit: ik geef gehoor als kind aan dat wat mijn ouders zeggen.

Eer Je Vader en Moeder: een Veelbelovend Woord ↑ hoofdstukken

Er staat nog een woord uit de Tien Woorden – de stenen tafelen – opgetekend: "Eer uw vader en uw moeder." Dan zeg je misschien: "Ja, maar is het dan niet zo dat Paulus leert in zijn brieven dat wij niet onder de wet staan?" Dat leert hij nogal duidelijk, moet ik zeggen, hoewel ook dat omstreden is. Maar goed, daar gaan we het nu niet over hebben. Het neemt niet weg dat er in die wet van die heel algemene dingen staan die niet specifiek voor Israël zijn, maar gewoon algemeen gelden.

Let op de wijze waarop Paulus dat hier ter sprake brengt. Hij citeert die woorden: "Eer uw vader." Geef hen respect, de eer die hun toekomt. Eer de vader van jullie en de moeder. Dat is niet meer dan normaal; zij zijn jouw vader en moeder. En er staat niet bij of het een aardige vader is, of een leuke vader, of een aardige moeder. Het staat er niet bij. Het zijn je vader en je moeder. Als zodanig mag je God op je blote knietjes danken als je ook wat hun eigenschappen betreft heel blij met hen bent. Maar het neemt niet weg: het zijn je vader en je moeder en als zodanig komt hun daarvoor de eer en het respect toe.

Dat is zo essentieel voor je leven en voor je vorming: dat je je ouders de eer geeft. Als je het niet doet, zul je daar in je leven de consequenties van ondervinden. Zo ben je gemaakt, zo functioneer je goed. Ik ga nu niet de psycholoog uithangen, bepaald niet. Maar er zijn mensen hier in de zaal die daar heel wat voorbeelden van kennen. Trouwens, ik heb ze zelf ook wel meegemaakt en u kent wellicht ook uit uw eigen leven of uit uw omgeving verhalen van mensen die in conflict zijn, die hun ouders niet eren en daarmee altijd met de gebakken pieren in hun leven zitten. Ze hebben altijd onvrede. Altijd is er dat verwijt, en die onvrede haalt de vrede en de vreugde weg uit je leven. Eer uw vader en uw moeder. Waarom? Het zijn je vader en je moeder, punt.

Het is bovendien, zo staat erbij: "Het immers het eerste gebod met een belofte." Dat is een wat lastig punt, want wat bedoelt hij hier? Men heeft heel vaak gedacht dat het het eerste van de Tien Geboden is met een belofte. Dat is leuk gevonden en lijkt op zich voor de hand liggend, maar dat kan de gedachte niet zijn, omdat het namelijk niet zou kloppen. Kijk het maar eens na in die Tien Woorden; dan blijken daar al eerder beloften te klinken, zoals: "Die barmhartigheid doe aan duizenden van hen die mij liefhebben." Dat is ook een woord uit de Tien Woorden, maar dat gaat eraan vooraf. Dus als je het zo leest, klopt het niet. Anderen hebben als tweede uitvlucht gekozen dat het het eerste gebod van de tweede tafel zou zijn, maar dat klopt ook al niet. Daarna volgt er namelijk geen belofte meer specifiek, dus dan is het ook niet het eerste. Er zitten nog wel meer haken en ogen aan die verklaring, maar daar zal ik u nu verder niet mee lastigvallen.

Wat bedoelt hij dan wel? Wel, het is gewoon het eerste gebod voor kinderen. Dat is het meest logische alternatief. Het is het eerste voorschrift, de eerste richtlijn die voor kinderen geldt. Het is primair en feitelijk, als ik het hier lees, ook het enige. Wat zou een kind doen als hij de Heer kent? De kinderen worden hier immers aangesproken. Gelovige kinderen, dat wil zeggen: kinderen die opgroeien in een huis waarin het Evangelie klinkt. Wat zouden die kinderen dan doen? Er wordt hier niet over vroomheid of allerlei andere dingen gesproken. Gewoon één ding, heel normaal: een kind zou gewoon vader en moeder eren. De grootste eer die je hen kunt bewijzen, is gewoon luisteren naar wat ze te melden hebben. Dat is het eerste gebod waar ze mee te maken hebben.

Er staat nog bij: "Met een belofte." Maar letterlijk staat er: "In belofte." Dit woord is helemaal ingebed in belofte. Het is een veelbelovend woord, mag ik wel zeggen. Logisch voor een kind: het is recht, maar het is ook heel veelbelovend. Want er staat bij... Ja, daar moet ik trouwens nog iets bij zeggen. Ik heb dat er inderdaad nog bij geschreven: voor Israël was het weliswaar wet, voor ons niet. De Tien Geboden, als wij die lezen – en dat geldt trouwens voor heel de Schrift – zijn aan ons en voor ons gegeven, nuttig voor onderricht om opgebouwd en onderwezen te worden. Maar voor ons is dat geen wet; voor ons is het inderdaad een belofte. Dat wordt tegen die kinderen gezegd: het is het eerste gebod voor jullie, in belofte. God belooft, en Hij zegt er ook bij wat die belofte inhoudt: "Opdat het u welga."

Het wijkt iets af van de formulering in Exodus 20 en Deuteronomium 5, waar we die Tien Woorden vinden, maar Paulus past dat zodanig aan. Hij zegt: "Opdat het u welga." Want dat is de algemene strekking daarvan. "Opdat het u welga en gij lang leeft op aarde." Dat wil zeggen: het zal je welgaan als kind, zolang je leeft op aarde. Dat zijn geen twee verschillende dingen; het tweede verklaart het eerste. Het zal je welgaan zolang je leeft op de aarde.

Ik heb er nog een andere schriftplaats bij die ik u graag wil voorlezen: Spreuken 3. Daar lees je dat een vader zijn zoon onderwijst. Dat is normaal, want dat is de taak van een vader – we zullen dat straks ook nog zien. Primair: "Mijn zoon, vergeet mijn onderwijzing niet." In het Hebreeuws staat hier gewoon het woord "Torah". Torah betekent eigenlijk ook niet wet, maar onderwijzing. "Vergeet mijn onderwijzing niet en uw hart – want dat is waar die woorden horen – beware mijn geboden, mijn instructies." En dan staat erbij – daarom haal ik het ook aan: "Want lengte van dagen en jaren van leven en vrede zullen zij u vermeerderen." Het wordt verlengd. Wat wordt verlengd? Wel, die lengte van dagen en jaren van leven in vrede. Dat is de gedachte. Zolang je leeft, zal het je welgaan en zul je vrede hebben als je als kind je plaats inneemt.

In feite is dat natuurlijk niet alleen een belofte voor de kinderen, maar ik zou zeggen: misschien wel net zozeer voor de ouders. Als je als ouder een gezonde verhouding hebt met je kinderen, is er dan iets wat je liever ziet dan dat het hun inderdaad welgaat? Dat zij op eigen benen komen te staan en dat het hun welgaat. Wat een belofte!

Tot dusver zijn de kinderen aangesproken. Kinderen die kennelijk opgroeien in een huis waar de Heer erkend wordt. We zijn niet van onszelf, we zijn van Hem, en elke dag wordt de Heer daarvoor gedankt. Niet in een huis waar alleen maar gemopperd en geklaagd wordt. De Statenvertaling zegt dat nog veel mooier: "gemurmureerd". Dat klinkt heel mooi, maar zo mooi is dat niet. Eigenlijk hangt de hele wereld van dat geklaag aan elkaar. Van de week had ik nog een gesprek met iemand die notabene niet eens een gelovige was, en die merkte dat op: er wordt zo verschrikkelijk veel geklaagd.

Begrijp me goed, er zijn omstandigheden die zwaar zijn – ik had het zojuist al even over tegenslag – maar ook in omstandigheden die optimaal en gelukkig zijn, bestaat het voor een mens om altijd maar de negatieve dingen eruit te pikken. Als je God kent, mensen, dan zijn de consequenties daarvan herkenbaar. Wolter zei het zojuist ook al even bij de 'Abba'-vader: God kennen is geen theorie.

God kennen wil zeggen — hij had het toen over het woordje entheus, enthousiast — dat wil zeggen dat je Hem kent en weet: Hij beschikt de dingen. En dat maakt je dankbaar en dus blij. Ik begin niet bij vreugde, ik begin bij dankbaarheid, maar dankbaarheid ontketent de vreugde in je. En op het moment dat de dank — dat wil zeggen: het besef van genade — vermindert, dan gaat de vreugde weg. Ja, want wat heb je dan nog?

Wat een geweldige zaak is het als je in een huis mag opgroeien waarin de Heer erkend wordt. Je bent Zijn eigendom en kinderen nemen daar dus met het grootste gemak en zelfs vanzelfsprekend hun plaats in als kind.

Vers 4 is het laatste vers dat zojuist is voorgelezen. Het is eigenlijk een heel korte passage; je kunt dat gedeelte in een halve minuut voorlezen. Wat we vanmorgen doen, is de loep er wat meer op leggen, wat uitvergroten. Wat betekenen de woorden? Trouwens, ook soms even aangeven: "Ja, wacht even, dat betekent niet wat we daar altijd over denken." Want er zit vaak weer zoveel traditie en misinterpretatie bij. Afijn.

Vaders, Verbitter Je Kinderen Niet ↑ hoofdstukken

Efeze 6 vers 4. Dan worden vervolgens de vaders specifiek aangesproken. Eerst ging het over de kinderen ten opzichte van hun vader en moeder, maar hier worden specifiek de vaders genoemd. Waarom? Omdat de vader de heer des huizes is. Hij is het hoofd van het huis. Hij is niet alleen verantwoordelijk voor zijn vrouw – als het niet goed gaat met de vrouw, dan is de man daarop aanspreekbaar – dat is Bijbelse logica.

Nou, wij denken bij 'hoofd' vaak aan 'de baas', maar dat is niet wat het is. Een hoofd is degene die verantwoordelijk is voor wat er omgaat. Een hoofd is in dit geval primair verantwoordelijk voor zijn vrouw en vervolgens ook voor zijn huis. Daar kun je nooit voor weglopen. Ja, nou, wacht even, dat kan natuurlijk wel, maar je blijft vader, je blijft hoofd, je blijft die heer.

Vaders, u ziet trouwens dat terwijl ik al deze dingen zo naar voren breng, ik ook wel weet en hoor dat sommige mensen misschien denken: "Wat jij nu vertelt, dat zijn de idealen, maar je moest eens weten wat mijn ervaringen zijn. Of je moest eens weten hoe het bij ons thuis ging of gaat." Ja, maar wat Paulus hier in deze verzen laat zien – en dat is juist ook de toonhoogte in deze hele brief – is het perspectief van genade. Dat is wat genade vermag te doen in ons leven. Ik benader het dus niet van onderaf, van hoe het allemaal gaat en hoe het eigenlijk zou moeten, in de zin van: "Je moet dit of je moet dat." Nee, daar gaat het juist helemaal niet om. Het gaat erom dat we genade krijgen. Dat is allemaal een gave. En daaruit mogen we leven en vandaar ook deze beschrijving. Het gaat er niet om wat wij moeten doen, het gaat erom wat God bij machte is te doen in ons leven en in onze verhoudingen. Het gaat om wat genade doet met mannen, met vrouwen, met kinderen en hier ook met vaders die gewoon hun plaats innemen als vader.

Je bent een vader. Je hebt kinderen, als ik het even zo mag zeggen – misschien bent u het niet eens met deze formulering, maar goed, ik weet het even ook niet anders – je hebt kinderen op de wereld neergezet, samen met je vrouw. Nou ja, laat ik mezelf dan meteen corrigeren: God heeft je kinderen gegeven. Ja, wie is daarvoor verantwoordelijk? Die kinderen zelf? Nee, natuurlijk niet. Daar ben jij voor verantwoordelijk, primair als de vader, als de man.

"Jullie vaders, verbittert uw kinderen niet." Maak ze niet geïrriteerd, verbitter ze niet. Het is goed om even het parallelvers uit de Kolossenzenbrief daarbij te betrekken. Daar staat in Kolosse 3 vers 21... u weet, dat moet ik er even bijzeggen, dat de Efezebrief en de Kolossenzenbrief parallel lopen. Ze hebben beide natuurlijk een hele eigen insteek, maar die brieven kun je zo naast elkaar leggen. En dan staat er: "Vaders, prikkelt uw kinderen niet, opdat zij niet moedeloos worden, ontmoedigd worden."

Hier is trouwens een mooi voorbeeld waarin je het verschil ziet tussen wet en genade. Met wet bedoel ik in dit verband: eisen, de lat hoog leggen. De kinderen moeten zoveel... hoe vaak gaat dat niet zo in huizen? En zeker – en dat is opmerkelijk, u weet dat het waar is wat ik nu zeg – juist in godsdienstige gezinnen. Ik kom zelf uit Katwijk, daar wonen we nu. Nou, de voorbeelden liggen voor het oprapen, maar u kent ze wellicht ook. Juist in godsdienstige gezinnen hebben de kinderen het vaak zo verschrikkelijk moeilijk. Waarom? Omdat daar geen genade is. Het is altijd maar eisen. Je moet dit, je moet dat, en wel zodanig... Want u weet hoe het werkt, hè? Paulus doet zulke mooie onorthodoxe uitspraken, hij zegt: "De prikkel van de zonde is de wet." Ga je tegen kinderen vertellen wat ze niet mogen doen? U weet wel wat er dan gebeurt: ze willen het juist! Ze doen het niet alleen, maar ze willen het ook juist. De wet maakt zonde interessant. En als je de lat zo hoog gaat leggen en zulke eisen stelt dat ze ontmoedigd worden, dan denken ze: "Ik doe het toch nooit goed."

Het loutere feit dat Paulus het zowel in Efeze als in Kolosse zo formuleert, geeft aan dat dit kennelijk een valkuil is voor vaders. Want zij zijn de man, zij zijn de kerel en zij zullen wel eens even zeggen hoe het in huis moet. En die kinderen worden belast en daardoor ook ontmoedigd. En genade zorgt er juist voor – en laat ik meteen verder lezen, want de tegenstelling is dus dit...

Opvoeden Is de Aandacht Richten op de Heer ↑ hoofdstukken

Vaders, verbitter uw kinderen niet, maar voed hen op. Dat is iets heel anders. Het lijkt soms zo dat je discipline moet hebben als je eisen stelt, en ja, natuurlijk is dat zo. Maar denk je nou werkelijk dat als je je kinderen maar belast en eisen stelt waar ze toch niet aan kunnen voldoen, dat dat werkt? Nee, daar raken ze door ontmoedigd.

Wat werkelijk je taak is, is om hen op te voeden. Dat is een mooi woord, want in het Nederlands kan ik het heel makkelijk uitleggen: daar zit het woordje 'voeden' in. In het Grieks is dat net zo, alleen met een ander voorzetsel erbij. Maar het heeft te maken met voeden, met voedsel geven. Natuurlijk kun je daarbij denken aan stoffelijk voedsel; natuurlijk voorziet een vader de kinderen van voedsel. Of, als je het nog wat breder trekt, van alles wat stoffelijk nodig is: kleding, een dak boven het hoofd, zorgen voor de studie, et cetera. Dat zijn de stoffelijke dingen.

Maar voeding is in wezen en primair niet een stoffelijke zaak, maar een geestelijke zaak. Want u weet: een mens leeft niet van brood alleen. Dat is niet een louter stoffelijke kwestie, maar brood is een beeld van het Woord van God. De Heer Jezus zei in de woestijn: "Een mens zal niet leven van brood alleen, maar van elk woord dat uit de mond Gods uitgaat." Daar leeft een mens van en dat voedt.

Er staat nog een woord in Deuteronomium 6, dat staat daar prachtig in het Sjema van Israël. "Hoor, Israël, de Heere uw God is één en u zult de Heere uw God liefhebben." En dan staat er in datzelfde gedeelte, in vers 7: "U zult het uw kinderen inprenten." Dat is trouwens ook voor ons een belofte: u zult het uw kinderen inprenten. Als je God liefhebt, dan print het je zeer en dan herinner je hen voortdurend aan deze dingen. Daarover spreken, het ze duidelijk maken.

Wat dan? Nou, wat anders dan die genade die ons is gegeven? Vertel daarover, over wat Hij bij machte is te doen en waarom het zo geweldig is om Hem te allen tijde te danken. Waarom Hij het waard is om te allen tijde gedankt te worden en waarom je je mag verheugen. Prent het ze in. Kijk, wat ze ermee doen... Ik ben inmiddels ook al een tijdje vader en mijn kinderen zitten hier ook, maar hoe zal ik het zeggen? Wat kinderen met iets doen, dat is tricky. Wat ze doen met dat wat je ze doorgeeft, wat je ze mag vertellen en wat je ze voorleeft. Want daar begint opvoeden natuurlijk mee. Hoe zou je ze iets geloofwaardig kunnen doorgeven als je het zelf niet voorleeft? Weet je hoe dat heet? Hypocriet. Je zegt zus en je doet zelf zo, dat kan niet.

Maar wat ze ermee doen, dat moeten ze uiteindelijk zelf weten. Dat is ook een kwestie van volwassen worden. Als je op eigen benen staat, dan ga je op een gegeven moment je eigen keuzes maken. Maar weten zullen ze het. Weten zullen ze het: wie God is, hoe groot Hij is en wat Hij bij machte is te doen. Hoe rijk Zijn Woord is, dat moeten ze weten. En voor de rest: God ga met je. Gods zegen. En dan bedoel ik niet: zoek het maar uit. Nee, Gods zegen. Voor de rest mag je het loslaten en dat is het. Zo moeilijk is het uiteindelijk niet.

U zult het uw kinderen inprenten; erover spreken wanneer u in uw huis zit, wanneer u onderweg bent, wanneer u neerligt en wanneer u opstaat. Kortom, op elk moment van de dag. Dat is het enige waar het in het leven om gaat. Dat bedoel ik ook met: het is niet complex. Het is simpel. Het gaat maar om één ding, om één iemand, om één woord, en dat is van Hem. Dat moeten ze weten. Leef er zelf uit, geef het ze door, en dat is een groot voorrecht.

Er staat nog bij: voed hen op in de tucht of in de discipline. Dat wil zeggen: geef hen die voeding in de discipline. Er staat in het Grieks een woord waar ons woord 'pedagogiek' van afgeleid is. En dat is ook weer zo leuk, vind ik tenminste, hoewel dat ook weer misgeïnterpreteerd kan worden. Het is afgeleid van een woord dat 'raken' of 'treffen' betekent. Dat woord kan negatief opgevat worden als slaan — dat is ook raken natuurlijk. Maar opvoeden is in werkelijkheid het raken van hen, het treffen van hen. Waarmee? In ieder geval met het Woord, maar ook met de consequenties daarvan. Leef het ze voor, geef het ze door.

Dan staat er nog iets bij waar ik wat over moet zeggen, de laatste zinsnede: "en in de terechtwijzing des Heren." In de vertalingen staat hier 'terechtwijzing', vrijwel alle vertalingen geven het zo weer. Bij terechtwijzing denken wij aan corrigeren. Maar in het Grieks staat hier een woord dat bestaat uit twee componenten: 'denken' — de mind — en 'plaatsen'. Het idee is niet dat je gecorrigeerd wordt, maar dat je iets voor de aandacht wordt geplaatst. Dat kan een corrigerende uitwerking hebben, tot je dienst, maar dat is niet de betekenis van het woord. Het gaat erom dat je de kinderen opvoedt, dat je ze treft, dat je ze raakt. Dat kan trouwens soms heel pijnlijk zijn, dat weet ik ook wel, maar juist dat voedt ook op. Al die dingen, plus en min.

Maar in elk geval: plaats de dingen voor hun aandacht. De attendering van de Heer. Dat wil zeggen: maak hen voortdurend attent op wie Hij is. Dat Hij Heer is, plaats dat voor hun aandacht. Dat is primair de taak van de vader, waar de moeder uiteraard in mag assisteren, maar de vader is daar verantwoordelijk voor. Om in zo'n huis te leven waarin genade klinkt, waarin het Woord klinkt dat Hij Heer is, en dat daaruit geleefd wordt.

Dan wil ik ten slotte — want ik zie dat het pas half elf is op die klok, dus in die zin kan ik nog wel even doorgaan — daarmee wil ik afsluiten.

Genade Voedt Ons op ↑ hoofdstukken

We sluiten af met de woorden uit Titus 2. Waarom? Omdat daar ook over opvoeden gesproken wordt. Dat staat er in Titus 2 vanzelfsprekend in.

Het kan zijn dat er mensen hier zitten die zeggen: "Nou, ik sta niet zo in die verhouding van een kind tot een ouder. Of ik ben geen vader of moeder. Heb je dan geen woord voor mij?" Dan zeg ik: ja, dat heb ik. Ik heb namelijk een woord voor alle mensen. En dat valt prachtig samen met wat ik vanmorgen bedoelde te zeggen. De genade Gods, beste mensen, is verschenen, reddend aan alle mensen.

Hij is de Schepper van deze wereld. Hij is ook de Redder van deze wereld. Laat ze in de christenheid maar zeggen dat het een ketterij is, maar dit is de geweldige waarheid van de Bijbel: Gods genade is verschenen. Hij eist niet, Hij geeft om niet. Genade is vreugde om niet. De vreugde om niet van Godswege is verschenen aan alle mensen. Iedereen moet weten hoe groot Hij is en hoe rijk Hij is. Er staat: "Reddend aan alle mensen."

"Ik ben de Redder van jou, en van jou." En als je het niet geloven wilt, maakt het niet uit; je bent er toch. Of: "Ik ben de Redder van jou." Nou ja, ik zeg "maakt niet uit", maar ik bedoel dat de waarheid blijft staan. Ook als je het verwerpt. Kijk, dat vind ik zo geweldig van genade. Daaruit mogen we leven. En dan komt vers 12: "...om ons op te voeden."

Voor degene die die genade mag kennen, is genade dat opvoedende principe. Want hier wordt inderdaad dat woordje paideuo gebruikt, waar ons woord 'pedagogiek', waar ik het zojuist over had, van afgeleid is. Genade voedt op. Genade eist niet, genade geeft. Het traint ons ook en disciplineert ons.

Dat besef van genade, dat wil zeggen dankbaarheid, maakt van ons in elke verhouding waarin Hij ons heeft geplaatst geschikte mensen. Mensen met 'schik' ook, bedoel ik. Mensen die ondergeschikt zijn en dat met gemak en vreugde doen. Kinderen, vaders, moeders... Wat geweldig dat God bij machte is om dat te doen in ons leven.

🎧 Kinderen & Ouders
Delen: