Simson & Delila
12-04-2015 - Geplaatst door Andre PietPresentatie gehouden op 12 april 2015 in Zoetermeer.
In de wereld is het verhaal van Simson en Delila bekend als een tragisch liefdesverhaal dat menigmaal verfilmd en bezongen is. In de kerk dient de geschiedenis vooral om te waarschuwen voor de soms gevaarlijke charmes van de vrouw. Maar zo goed als onbekend is dat Simson een type is van Israëls Verlosser, die verraden en overgeleverd werd door zijn geliefde volk, om een aantal zilverlingen. Geen binding bleek te sterk voor Simson maar toen hij z’n ware identiteit onthulde, werd hem dit dodelijk fataal. Simson is de man van de zon (sjemesj) die ten ondergaat in Delila, laila, dat is de nacht. Maar ook na deze nacht, gloort een nieuwe morgen…!
Powered by RedCircle
📝 Samenvatting & Transcriptie van deze lezing
⏱️ Hoofdstukindeling van deze studie:
- Introductie: de Fascinerende Geschiedenis van Simson
- Het Watermerk: de Geschiedenis Tegen het Licht Houden
- De Voorgeschiedenis: een Unieke Geboorte en Betekenisvolle Naam
- De Poorten van Gaza: een Beeld van de Opstanding
- Simson en Delila: de Zon Gaat Onder in de Nacht
- Bespotting van de Banden: Drie Misleidende Antwoorden
- Doodsbenauwd: het Ware Geheim van de Nazireeër Prijsgegeven
- Verraden en Vernederd in het Huis van Zijn Liefhebbers
- De Ware Simson: de Held Die Alle Banden Losmaakt
Introductie: de Fascinerende Geschiedenis van Simson ↑ hoofdstukken
Een hele goedemorgen vrienden en hartelijk dank Ton voor deze mooie inleiding. Van Petrus gaan we naar een andere illustere figuur in de Bijbelse geschiedenis en dat is Simson, waarvan ik even gedacht heb dat iedereen toch wel die naam kende. Juist afgelopen vrijdag had ik met Petra daar nog een gesprekje over, mijn vrouw. En die zei dat iedereen toch wel moet weten wie Simson is en dat we toch wel één van de verhalen kennen van deze figuur. En dan waren we gisteren op de voetbal met de jongens en toen kwamen we ook iemand tegen en kwam het zo te spreken over Simson. Toen zei ik: Simson en Delila. Ik vertelde dat ik vandaag daarover zou gaan spreken. Nooit van Simson gehoord. Nooit van Simson gehoord. Dat lijkt me sterk, hè? Ja, en toch was het zo. Dus ik zal ook hier maar niet al te veel kennis als bekend veronderstellen.
Deze geschiedenis op zich lijkt mij in ieder geval in het algemeen genomen vrij bekend. Om maar eens wat te noemen, u ziet hier een affiche uit halverwege de 19e eeuw, 1863, een aankondiging van een oratorium Samson van Händel schijnt dat te zijn. Ik ben er niet zo heel erg in thuis, maar in ieder geval is het een heel beroemd oratorium. En wat dacht u van de verfilmingen? Ik ben erachter gekomen dat alleen al in de vorige eeuw deze geschiedenis van Simson en Delila al vier keer is verfilmd. Ergens in de twintiger jaren, later nog weer een keer in de veertiger jaren, toen in de tachtiger en zelfs in 1997 geloof ik is er weer een film uitgekomen onder de titel Simson & Delila.
Het spreekt enorm tot de verbeelding. Ze worden in popsongs bijvoorbeeld in één adem ook genoemd met, en sommigen van u weten dat wel, Romeo & Julia. Ja, ik zie sommige mensen knikken, anderen denken: waar heeft hij het nou weer over? In elk geval, het is een prachtig verhaal. En ik denk dat als je op de zondagsschool gezeten hebt of wat opgegroeid bent met de Bijbelse geschiedenissen, dan moet dat toch wel tot de verbeelding spreken. In ieder geval, laat ik het eventjes heel persoonlijk houden: er is geen figuur die mij persoonlijk ooit zo heeft aangesproken als juist Simson. Ik vond die verhalen met recht echt zo sterk, zo krachtig. Ik heb die verhalen ook verslonden.
Ik wil vanmorgen eens inzoomen op misschien wel een van de allerbekendste geschiedenissen uit zijn leven, namelijk dat wat hij heeft beleefd met Delila. Want we hebben de twee voorgaande Bijbelstudies, de vorige bijeenkomsten hier in Zoetermeer, gewijd aan de relatie tussen man en vrouw. Maar laten we dan toch in ieder geval vaststellen dat daar ook wel andere voorbeelden in de Bijbel zijn die een heel wat minder gelukkig plaatje daarvan verhalen. En Simson is daar wel één voorbeeld van. Veel geluk met vrouwen heeft hij niet beleefd. Laten we eens eventjes bij het begin beginnen.
Het Watermerk: de Geschiedenis Tegen het Licht Houden ↑ hoofdstukken
Want wat ik vanmorgen vooral wil doen, is dat verhaal, die geschiedenis lezen. Gewoon vers voor vers en eventueel op bepaalde dingen toelichten. Maar wat ik vooral wil doen, dat is het allerbelangrijkste: het tegen het licht houden. En daarmee bedoel ik het licht. Wie is het licht? Dat is Jezus Christus.
En als we deze geschiedenis tegen het licht houden, wat gebeurt er dan? Nou, hetzelfde als wat er gebeurt wanneer je een biljet tegen het licht houdt: dan ga je het watermerk zien. En dat is zo bijzonder als je de geschiedenis van deze figuur leest. Maar het maakt niet uit of je het nu hebt over David of over Jozef, of over Izak, noem maar op: houd het tegen het licht en zo'n verhaal komt met recht tot leven.
Dat wil zeggen: het spreekt van iemand die niet zoveel duizend jaar geleden is gestorven. Dat is natuurlijk wel zo, maar het spreekt van iemand die vandaag leeft, namelijk Jezus Christus. Tom had het er zojuist al over. Ik bedoel: dat is niet maar iets waar we naartoe leven, dat is iets waaruit we leven. Hij is met recht leven. Hij leeft! Hij bracht onvergankelijk leven aan het licht.
En heel die Bijbelse geschiedenis die daaraan voorafgegaan is, feitelijk is het niets anders dan één groot illustratieboek. Een plaatjesboek dat voortdurend op alle mogelijke manieren wijst op Hem die zou komen. Hij die de dood zou overwinnen en onvergankelijk leven aan het licht zou brengen. En al die geschiedenissen die we in het boek Richteren vinden – maar dat geldt dus voor talloze andere figuren ook, van Jefta of van Gideon – het spreekt allemaal van Hem. Dat kan niet missen.
De Voorgeschiedenis: een Unieke Geboorte en Betekenisvolle Naam ↑ hoofdstukken
Laten we eerst eens bij het begin beginnen wat betreft de geschiedenis van Simson. Alleen zijn geboorte is al een heel merkwaardig verhaal; deze werd aangekondigd door een engel. Ik zeg het expres al even dubbelzinnig, zodat u ook meteen begrijpt: ik ken nog iemand bij wie dat zo gegaan is. Om zomaar eens een aantal overeenkomsten aan te stippen: de vrouw van Manoach – Manoach was de vader van Simson – kon geen kinderen krijgen. Zij was onvruchtbaar; naar de mens gesproken was zij niet in staat te baren. Niettemin krijgt ze een kind, en wel een heel bijzonder kind: Simson.
Vanaf de moederschoot was hij een Nazireeër Gods. Dat is heel bijzonder, want voor de rest vind je dat nergens in de Bijbel. Er was weliswaar een wet op het nazireeërschap, maar dat was in wezen altijd een tijdelijk fenomeen. Het hield in dat er geen scheermes op je hoofd kwam, dat je je haar niet schoorde of knipte, en dat je ook geen wijn of sterke drank dronk. Maar Simson staat vanaf de moederschoot onder dat nazireeërschap. Wat dat betekent, daar zullen we in deze geschiedenis die we vanmorgen onder de loep nemen vanzelf wel achter komen.
Dan nog iets over zijn naam, want dat is mooi. 'Sim-zon' heeft, als je dat in het Hebreeuws bekijkt, het woordje 'Shemesh' in zich, en dat is zon. Simson betekent 'als de zon'. Het is makkelijk te onthouden: Sim-zon. Dat het in het Nederlands ook zo klinkt is toevalligheid, dat geef ik toe, maar niettemin houdt zijn naam verband met de zon. Hij woonde ook vlak bij een plaatsje dat in de Bijbelse geschiedenis diverse keren een rol speelt: Beth Shemesh. En Beth Shemesh betekent 'huis van de zon'. Over deze figuur hebben we het dus op deze zondag.
In Richteren 13 wordt zijn komst aangekondigd. Dat is nog een heel lang verhaal over de ontmoeting tussen Manoach, zijn vrouw en de engel, en de wijze waarop dat allemaal plaatsvindt. Uiteindelijk wordt hij dan geboren. En dan komen we bij Richteren 14, een schitterend verhaal. Ik herinner me dat we een aantal jaren geleden ook hier op deze plaats een tweetal studies hebben gehouden over alleen dit hoofdstuk al. Het gaat over dat voorgenomen huwelijk met die Filistijnse vrouw; Simson zou met haar gaan trouwen. Feitelijk kun je verdedigen dat hij ook met haar getrouwd is, maar reeds in de bruiloftsweek ging het helemaal mis.
En dan die geschiedenis – want daar heeft alles mee te maken – van die leeuw die hij heeft overwonnen. Hij was sterker dan de leeuw. In die verscheurde leeuw vond hij later bij terugkomst... ik ga er nu even vanuit dat u dat kent, en zo niet, dan moet u dat allemaal nog maar eens een keertje nalezen. Maar in ieder geval vond hij honing in die verscheurde leeuw. Hij verscheurde hem 'als een lammetje', staat er, dat geofferd wordt. Het spreekt van Hem die inderdaad stierf, die de Leeuw van Juda is, maar in wie ook honing gevonden wordt. Dat wil zeggen: levend woord dat de ogen verlicht.
Maar dat bleek dan ook weer de basis te zijn van een raadsel; een verborgenheid die hij vertelde en waar ze niet achter kwamen. Wat ik eigenlijk wil zeggen – want ik geef toe dat ik erg cryptisch en raadselachtig ben, maar goed, dat is in dit verband goed te verdedigen – is dit: waar het mee te maken heeft, is dat de Heer kwam tot de Zijnen om Zijn volk te trouwen, om hen tot bruid te werven. Maar in Zijn eerste komst liep dat spaak, en wat er voor in de plaats kwam, was een raadsel, een verborgenheid. Dat heeft alles te maken met deze tussenliggende periode waarin wij ons nu bevinden.
Dat is Richteren 14. Dan krijg je Richteren 15, een geschiedenis tijdens de tarweoogst. Als u trouwens over een aantal weken – dat is met Pinksteren – in Rotterdam bent, dan nodig ik u uit om daar eens naartoe te gaan, naar die samenkomst. Want dan mag ik een Bijbelstudie houden, of in ieder geval ga ik daar spreken over dit hoofdstuk. Ik ben daar helemaal op geprepareerd. Het is namelijk zo'n wonderlijk, maar ook schitterend verhaal: Pinkstervuur!
Kent u die geschiedenis waarin Simson 300 vossen vangt? Dat lijkt me geen kleine klus. Probeert u maar eens één vos te vangen, laat staan driehonderd. Vervolgens bindt hij ze aan elkaar en steekt de fakkels aan. Hij koppelt ze twee aan twee en die laat hij dan door de Filistijnse velden gaan, waardoor die hele oogst 'naar de Filistijnen' gaat. Daar komt het op neer. En dan krijg je later nog die geschiedenis van de ezelskaak; ook zo'n prachtige, tot de verbeelding sprekende geschiedenis waarmee hij duizend man verslaat. Dat is Richteren 15. En dan komen we eindelijk in het hoofdstuk waar we vanmorgen op willen focussen.
De Poorten van Gaza: een Beeld van de Opstanding ↑ hoofdstukken
Eerst nog even over die eerste drie verzen, want dat is werkelijk prachtig. We zongen zojuist dat lied over de poorten van de hel, de poorten van het dodenrijk. Of nee, het was dat citaat uit Mattheüs 16: "Gij zijt Petrus, en op deze petra zal Ik mijn gemeente, mijn Ecclesia, bouwen, en de poorten van het dodenrijk zullen haar niet overweldigen." Waarom? Omdat Hij spreekt van de Zoon, de Zoon van de levende God.
De reden dat ik dit aanhaal, is omdat Simson in deze eerste verzen bij een hoer komt. Hij bevindt zich in Gaza, in het hol van de leeuw, maar we weten dat hij met leeuwen geen enkel probleem heeft. Rond middernacht staat hij op. Ze hadden de poortdeuren expres gesloten en dachten dat het 'kat in het bakkie' was; ze zouden hem zo gevangen kunnen nemen en ombrengen. Maar rond middernacht staat hij op, sloopt de deuren uit de poortopening en brengt die poortdeuren naar de top van de berg, 58 kilometer verderop. Dat staat niet letterlijk zo in de geschiedenis, maar dat kun je narekenen op basis van de manier waarop het geformuleerd wordt. Een schitterend verhaal!
Kijk waar dat van spreekt: de poorten van Gaza konden Simson niet tegenhouden. Denk hierbij weer even dubbelzinnig en houd het tegen het licht; je ziet het watermerk meteen weer verschijnen. Hoe verwoordt Petrus dat later in Handelingen 2? De dood kon Hem niet vasthouden. Hij breekt open en als triomfator gaat Hij naar de hoogste hoogte, waarbij Hij het embleem van Zijn overwinning met Zich meeneemt. Daar is Hij nu.
Dit spreekt dus inderdaad van de Man Gods. Bij zijn geboorte was al gezegd dat hij een begin zou maken met de verlossing van Israël. Door die formulering wordt verwezen naar Degene die de verlossing van Israël zou voltooien. Wie dat is, lijkt me niet zo moeilijk: de echte Man Gods, de echte Verlosser die de verlossing voor Israël — en niet alleen voor Israël, maar uiteindelijk voor de hele wereld — gaat completeren en voltooien. Hij is het die gekomen is en Simson is daar een type van. Hij is het die de poorten van het dodenrijk heeft geopend. Hij heeft ook de sleutels daarvan; Hij breekt open, maar Hij máákt ook open.
Er is trouwens een andere richter, Jefta, wiens naam betekent: 'Hij opent'. Dat is wat Simson hier bij deze gelegenheid ook doet. Wat ik u met deze dingen en deze plaatjes wil laten zien, is dat Simson in alles wat hij heeft meegemaakt een plaatje is, een illustratie van Degene die zou komen: onze Heer Jezus Christus. Dan bent u in ieder geval een beetje warm gemaakt voor de richting waarin we hebben te denken als we de Bijbel openen. Het levende Woord spreekt van Hem die leeft.
Deze illustratie komt uit de kinderbijbel van W.G. van de Hulst, getekend door Cornelis Jetsers. Een schitterend plaatje. Natuurlijk klopt het niet helemaal, want het suggereert alsof hij hier de berg opgaat terwijl daar de kapotte poort nog staat, terwijl dat in werkelijkheid tientallen kilometers verderop was. Maar het blijft een mooie illustratie. Goed, en dan zijn we nu eindelijk gekomen bij Richteren 16 vers 4.
Simson en Delila: de Zon Gaat Onder in de Nacht ↑ hoofdstukken
Dan weten we in ieder geval een klein beetje over wie we het hebben en hoe we dat ook willen benaderen. Eerst wil ik gewoon deze geschiedenis lezen zoals het zich aan ons voordoet, en ook met enige toelichting op de namen en bepaalde uitdrukkingen of hoe het er letterlijk staat. En dan pas aan het einde wil ik u laten zien hoe en in welk opzicht Simson, en deze geschiedenis met Delila, verwijst naar onze Heer Jezus Christus. Dus dat bewaar ik tot het einde. Zo hoort dat hè? Het beste bewaren voor het laatst.
Daarna staat er dan in vers 4 van Richteren 16: "Daarna vatte hij liefde op voor een vrouw in het dal Sorek." Vaak wordt zij een hoer genoemd, maar dat lees je in deze geschiedenis niet. Het was een vrouw waarvoor hij liefde opvatte. Of het een Filistijnse vrouw was, dat mag aangenomen worden, maar zelfs dat staat er niet. Anderen zeggen dat het een Amoritische vrouw was – en amor had ze in ieder geval wel – maar dat klopt niet wat ik nu zeg, maar goed.
Daarna vatte hij liefde op voor een vrouw in het dal Sorek. Waar het voorgaande vers sprak over dat hij op de top van de berg is, komen we hier echt weer in een heel nieuw venster. Je zou eigenlijk zo kunnen zeggen dat al die geschiedenissen van Simson, als je het typologisch bekijkt, niet chronologisch zijn, maar dat het allemaal luiken zijn. Zoals dat in de toneelkunst heet, of in de filmkunst: vensters. Weer een nieuw venster op de geschiedenis van Simson, weer een nieuwe benadering waarin we tegen hem aankijken.
En dat dal Sorek: onder de vertalingen spreken ze over het druivendal, want Sorek betekent inderdaad zoiets als een wijnstok of druiven. In de Statenvertaling wordt er gesproken over de beek Sorek, maar een beek stroomt altijd in het dal, dus dat komt in de praktijk toch op hetzelfde neer. De Concordant Version spreekt over de wadi Sorek. Zo heette die beek nu eenmaal in die omgeving daar. In dat dal Sorek woonde hij trouwens ooit; hij was daar ook groot geworden in die omgeving. Dat was ook wel in Zora.
Laat ik dan even een plaatje geven. Het is niet een al te helder beeld, maar in ieder geval helder genoeg om u even een indruk te geven. Hier heb je Jeruzalem – wat later Jeruzalem zou gaan worden, moet ik eigenlijk zeggen – en hier de grote Filistijnse steden: Ekron, Asdod, Askelon, Gaza en Gath niet te vergeten. En Zora, dat was het gebied of de stad, het dorp waar Simson opgroeide en geboren was. Timna, dat was die plaats waar hij ooit zijn bruid vond; weet u wel, die geschiedenis van die trouwerij die al heel snel misliep. Dat was Timna. En daartussenin heb je dus dat druivendal, dat dal van Sorek. Dus dat is ergens zo halverwege de kust en Jeruzalem in. Zulke grote afstanden zijn dat nou ook allemaal niet, dus dit is om u nog eens een indruk te geven van hoe dat topografisch in elkaar steekt.
En dan lezen we verder. Hij vat de liefde op voor een vrouw. Daar is nogal wat om te doen geweest wat betreft de precieze betekenis, maar het simpelste is gewoon dat dit verwijst naar Laila: Delila. Als u Hebreeuws kunt lezen, dan ziet u hier Delila, en als je het gele gedeelte neemt, dan staat hier Laila. En dat is gewoon het Hebreeuwse woord voor nacht. Laila tov zeggen ze in Israël: goede nacht. En als je het zo leest, dan wordt deze geschiedenis bijzonder.
Ik wil u eraan herinneren dat de naam Simson is afgeleid van Sjemesj, dat wil zeggen: zon. Dus Simson en Delila is feitelijk: de zon gaat onder in de nacht. Want deze geschiedenis spreekt inderdaad over de ondergang en het sterven van Simson. De zon, Sjemesj, Simson, gaat onder in Delila. Nou, laat ik het dan op z’n Engels zeggen: Delila. Zo zeggen ze dan... Ik zal deze dame afwisselend zomaar zo noemen: Delila, Delila. Als je de betekenis van een naam even vasthoudt, dan wordt dit ineens ook heel sprekend, want dit is de slotepisode in het leven van Simson. Simson en Delila: de zon gaat onder in zijn leven, in de nacht.
Nou, dat lijkt mij ook een aardige aanduiding, een mooi opschrift. Ook typologisch en illustratief voor deze hele geschiedenis als slot van Simsons leven. Trouwens, het laatste stuk zullen we nog onbesproken laten, namelijk dat hij in de tempel van Dagon belandt en daar uiteindelijk de grootste overwinning in zijn sterven behaalt. Maar u begrijpt, als ik het zo zeg, dan heb ik het ook heel typologisch gezegd: de grootste overwinning haalde hij door zijn sterven. Goed, Delila. We moeten verder gaan, want het is een vrij lange geschiedenis. Op alle verzen kan ik niet te veel zeggen, maar trouwens, het verhaal spreekt ook voor zich. Je leest dan vervolgens: "En de stadsvorsten van de Filistijnen..."
Bespotting van de Banden: Drie Misleidende Antwoorden ↑ hoofdstukken
Je leest in de Bijbel altijd over de vijf steden van de Filistijnen en de vijf stadsvorsten. Het wordt dus op een zeer hoog niveau allemaal afgewikkeld, want die vorsten komen bij haar. Ze krijgen er lucht van dat ze een relatie heeft met Simson, die gevreesde en gehate figuur onder de Filistijnen. Nou, die komen dan bij haar en ze trachten haar door overreding zover te krijgen dat ze van hem te weten komt waardoor zijn kracht zo groot is, en hoe zij hem kunnen overmeesteren en binden om hem te bedwingen. Met andere woorden: ontfutsel zijn geheim en verraad hem.
Het is trouwens niet de eerste keer dat Simson dit overkomt, want dit is eigenlijk een parallel met wat we lezen in de geschiedenis van zijn eerste vrouw in Timna. Zij moest destijds ook van haar familie en de omstanders op dat feest het geheim van Simson zien te ontfutselen onder dreigementen. Dat lees je in Richteren 14. Het is feitelijk weer een herhaling van de geschiedenis. Ze wordt ertoe geprest en eigenlijk ook omgekocht, want we lezen vervolgens dat die stadsvorsten bereid zijn daar dik voor te betalen. Ze zeggen: "Wij zullen u dan aan ieder 1100 zilverstukken geven." Wat dat precies is, daar ben ik eigenlijk nog steeds niet achter gekomen, behalve dat het een heleboel is. In het ene handboek staat dat het ongeveer 10.000 euro is, en in andere handboeken lezen we dat het in de miljoenen liep. Maar goed, het is een flink bedrag, laten we het daar maar even op houden. Voor die zilverstukken zou ze hem verraden? Goed, geen commentaar verder. Omkoping en steekpenningen.
Toen zei Delila tot Simson: "Vertel me toch waardoor uw kracht zo groot is en waarmee gij gebonden zou moeten worden om u te bedwingen." Letterlijk om u te verootmoedigen of te vernederen. Wat moet ik nou eigenlijk doen? Kijk, Simson had haar lief, maar die liefde blijkt niet wederzijds te zijn. Ze wendt dat wel zo voor, maar ze is omgekocht en ze is bereid om hem te verraden en over te leveren. Ja, een heel tragisch motief natuurlijk.
En dan zie je dat Simson daarop reageert. Simson zei tot haar: "Indien men mij bindt met zeven verse pezen..." Een pees is gewoon een biologische term voor de verbinding tussen spieren en botten. Dat is uiterst krachtig en sterk. Verse pezen die nog niet verdroogd zijn, hebben de grootste kracht. "Dan zal ik machteloos wezen en gelijk aan ieder ander mens." Letterlijk staat er: "als één der mensheid". Dan is er geen enkel verschil meer tussen mij en een ander. Simson speelt feitelijk het spel mee. Ik zal u straks ook daar nog wat meer over zeggen, maar eerst lees ik nog even verder.
Toen brachten de stadsvorsten van de Filistijnen haar zeven verse pezen. Ze willen dus volledig hun medewerking aan dit alles geven en dat doen ze; ze geven die zeven verse pezen die nog niet verdroogd waren en zij bond hem daarmee. Terwijl er in haar binnenvertrek mannen in hinderlaag lagen, riep zij die bekende uitdrukking: "De Filistijnen over u, Simson!" Maar hij verscheurde de pezen zoals een vlassnoer verscheurd wordt wanneer het vuur geroken heeft. Met andere woorden: het was helemaal niets voor hem. Het was totaal niet bestand tegen die kracht die hij had. Maar, staat er dan bij, het werd niet bekend waarin zijn kracht lag.
Lees verder. Delila zei tot Simson: "Zie, je hebt me bedrogen en mijn leugens verteld. Zeg mij nu toch waarmee jij gebonden kunt worden." Let op, Delila stelt drie keer deze vraag. Ze krijgt drie keer een verkeerd antwoord, dat is waar, maar dat komt ook doordat ze drie keer een verkeerde vraag stelt. Ze vraagt: "Zeg mij toch waarmee jij gebonden kunt worden?" Ze veronderstelt daarmee: het zit hem gewoon in de binding. Er moet iets zijn waarmee je gebonden wordt en waartegen je niet bestand bent. Maar dat was het punt helemaal niet. Pas bij de vierde vraag stelt ze de vraag ook correct, en uiteindelijk blijkt dat dan ook de reden te zijn dat Simson zijn antwoord geeft. Het correcte antwoord. Maar drie keer stelt ze dus niet de juiste vraag.
Drie keer geeft Simson een antwoord, en soms heel voor de hand liggend. Laat ik u vers 11 voorlezen, want daar staat: "En hij zei tot haar: Indien men mij stevig bindt met nieuwe touwen die nog niet gebruikt zijn, dan zal ik machteloos wezen en gelijk aan ieder ander mens." Ik kan me niet aan de indruk onttrekken dat Simson dit echt met pret in zijn ogen gezegd heeft. Om dit tegen haar te zeggen, want als we namelijk even teruglezen in Richteren 15 — ik heb er geen diaatje van, maar daar staat het in vers 13 — dan komen de Israëlieten om Simson gevangen te nemen en hem vervolgens over te leveren aan de Filistijnen. Hij maakt een deal met ze en dan zegt vers 13 van hoofdstuk 15: "Hierop zeiden zij tot hem: Nee, wij zullen u wel binden en aan de Filistijnen overleveren, maar doden zullen wij u niet." Dat wil zeggen dat de Israëlieten beloven hem niet zelf te doden. En zij bonden hem met twee nieuwe touwen en voerden hem uit de rotspleet mee.
Zodra hij bij Lechi gekomen was en de Filistijnen hem met gejuich tegemoet kwamen, greep de Geest des HEREN hem aan en de touwen om zijn armen werden als door vuur verbrande vlastengels en zijn banden smolten weg van zijn handen. Een wonderbaarlijk gebeuren, maar dat betekent dus dat Simson ervaring had met nieuwe touwen. Hij wist: dat is peanuts. Ik weet dat een heleboel mensen zeggen dat dit sterke verhalen zijn; nou, dat zijn ze ook. Maar hij was een Nazireeër Gods en door de Geest des HEREN was het kracht van boven die hem aangreep, en die touwen bleken daar helemaal niet tegen bestand te zijn.
We lezen even verder in die geschiedenis van Simson en Delila. Daarop nam Delila nieuwe touwen. Ze volgde hem dus op. Misschien heeft ze wel aangevoeld dat ze in het ootje genomen werd, dat weet ik niet, maar in elk geval probeert ze het uit. Ze nam nieuwe touwen, bond hem daarmee en riep hem toe: "De Filistijnen over u, Simson!" Er lagen in het binnenvertrek mannen in hinderlaag. Daar heeft Simson ongetwijfeld geen weet van gehad, maar in elk geval scheurde hij ze van zijn armen af als een draad. Niet als een nieuw touw, maar als een draadje.
Delila zei tot Simson: "Tot nu toe heb jij mij bedrogen en mijn leugens verteld. Zeg mij waarmee gij gebonden kunt worden." Let op, het is de derde keer dat weer deze verkeerde vraag gesteld wordt. Ze veronderstelt met deze vraag dat het probleem zit in de binding. En toen zei Simson tot haar: "Als gij de zeven haarvlechten van mijn hoofd met de schering van een weefgetouw samenweeft." Wat hij precies hier bedoelt, dat is niet helemaal duidelijk, maar het komt er in ieder geval op neer dat zijn lange haar verdeeld was in zeven haarvlechten. En nu komt hij toch wel heel gevaarlijk dicht bij het ware antwoord. Hij geeft het antwoord nog niet, maar hij begint nu al te verwijzen naar zijn haar. Als je dat vastmaakt met de schering van een weefgetouw en samenweeft... Maar dat heeft dan weer met vertalingen te maken en de wijze waarop een woord precies begrepen moet worden.
...waarbij de gedachte dan zou zijn dat hij vervolgens ook in de muur vastgepind werd. Maar anders spreken we dat weer tegen. Eén ding is duidelijk: die haarvlechten moesten zodanig vastgebonden worden dat hij geen kanten op kon. Nou, en dan lees je over Delila. Zij voert dat in de praktijk uit. Ze hechtte ze vast met een pin, waarna zij hem voor de derde keer toeriep: "De Filistijnen over u, Simson!" Maar toen hij uit zijn slaap ontwaakte, rukte hij de weverspin en de schering los.
Toen zei ze tot hem: "Hoe kunt gij zeggen: 'Ik heb u lief', terwijl uw hart mij niet toebehoort?" En dan denk ik bij mezelf: Simson hield echt van haar. Het is mij in deze geschiedenis vaak opgevallen – en even een opmerking tussendoor, misschien toch wel van belang, omdat het mij al heel vaak is gebleken – dat als Bijbelse geschiedenissen doorgegeven worden, er vooral gelet wordt op de morele of, zo u wilt, de moralistische les die we daaruit zouden moeten trekken. Dat is me ook weer opgevallen bij deze geschiedenis.
Ik lees in dit hele verhaal, in deze hele geschiedenis, niet enkel een moreel oordeel. Er wordt hier iets verteld over hoe het gegaan is, maar niet wat Simson daarin fout zou hebben gedaan. Want dat wordt dan vaak gezegd: "Ja, Simson is hier helemaal fout bezig." Nou, ik daag u uit om dat te bewijzen; ik lees dat niet. Simson had deze vrouw lief en hij heeft het spel meegespeeld. Hem wordt een vraag gesteld, een foute vraag, en hij geeft een fout antwoord. Maar nu komt ze dichtbij, ze komt nu heel dichtbij. Let op, want ze zegt: "Jij houdt van mij," maar nu gaat ze hem uitdagen: "Terwijl uw hart mij niet toebehoort? Nu hebt gij mij reeds driemaal bedrogen."
Nou, 'bedrogen' is hier eigenlijk 'bespot', of letterlijk: belachelijk gemaakt. Vandaar ook dat ik die term gebruik: hij speelde het spel mee. Hij spotte met deze dingen. Met andere woorden: "Ik ben helemaal niet te binden. Bind me met verse pezen, bind me met nieuwe touwen, bind mijn haren vast aan een weversboom zodat ik geen kant op kan... maar ik ben niet te binden." Dat is wat hij zegt. Al die banden breek ik los. Dat heeft hij gewoon op een bespottelijke, lachwekkende wijze duidelijk gemaakt.
Maar nu zegt ze: "Je hebt me driemaal bedrogen," of letterlijk staat er 'bespot'. Ik weet dat dit inderdaad de betekenis is. Ik geef expres even de verwijzing naar 1 Koningen 18 vers 27, waar je leest over de geschiedenis van Elia. Sommige mensen zeggen dat je niet mag spotten, maar dan moet u de Bijbel nog eens goed lezen. Want in de geschiedenis van Elia, als hij bij die priesters van Baäl is, gaat hij ze toch belachelijk maken! Dat is blasfemisch. Al die goden – nou ja, de Baäl – die zet hij gewoon te kijk en hij bespot ze. In het Hebreeuws wordt daar exact hetzelfde woord gebruikt. Het wordt daar ook zo vertaald omdat het woordje 'bedriegen' daar totaal niet past. Dat kan niet. Het is dus niet bedriegen, het is bespotten. Dat is wat zij zegt: "Je hebt me nu drie keer bespot en mij niet verteld waardoor uw kracht zo groot is."
Aha, nu komt ze dichtbij. Nu stelt ze inderdaad de enige correcte vraag. Eerst veronderstelde ze nog dat het zat in datgene waarmee hij gebonden zou worden, maar dat blijkt dus geen enkele rol te spelen. Welke variant je ook kiest, hij spotte daarmee. Nu stelt ze de vraag: "Waardoor is uw kracht zo groot?" En Simson heeft moeite gehad om dat te vertellen, om werkelijk zijn identiteit bekend te maken.
Ik moet eraan denken – ik zeg het maar eventjes nu ook meteen om in ieder geval die rode draad van deze hele morgen vast te houden... Rode draad, ja, leuk. Maar dat hij... Wat wilde ik nou zeggen? Nou, laat ik eerst even een slok water drinken. Ik weet het even niet meer. Ik was halverwege de zin, dat weet ik nog wel, maar ik weet even niet meer wat ik wilde zeggen. Sorry? Ja, "waardoor de kracht zo groot is"... Sorry.
Ik ben tevreden. Het thuisfront dat hier voltallig aanwezig is, verbaast dit helemaal niet hoor, want dit maken ze dagelijks mee. Ik ben dagelijks het voorwerp van spot om deze reden. Als het heel erg gaat worden, dan moet ik maar ophouden met spreken, denk ik. Goed, als het niet erger wordt dan dit... Het gebeurde dat zij dag aan dag bij hem...
Doodsbenauwd: het Ware Geheim van de Nazireeër Prijsgegeven ↑ hoofdstukken
Nadat zij met vragen was blijven aandringen en aanhouden, bleef ze hem benauwen. Want dat is eigenlijk wat ze deed; er staat ‘aandringen’, maar ze maakte hem gewoon benauwd. Hij wilde dit niet vertellen. Nu weet ik ineens weer wat ik wilde zeggen, want ik ken nog iemand. Dat is het: ik ken nog iemand. Geen Nazireeër, maar een Nazarener die niet wilde vertellen wie Hij eigenlijk was.
We hadden het over deze geschiedenis; Ton begon er al over. “Wie zeggen de mensen dat Ik ben?” Nou, de één zegt Elia en de ander zegt Jeremia of één van de profeten. “Wie zeggen júllie dat Ik ben?” En dan zegt Petrus: “U bent de Messias, de Christus, de Zoon van de levende God.” Dan zegt de Heer tegen hem dat vlees en bloed hem dat niet hebben geopenbaard, maar de Vader die in de hemelen is. En dan staat erachter dat Hij met nadruk verbood aan iemand te vertellen dat dit de waarheid was. Dit mocht niet bekendgemaakt worden. Het was waar, maar het was prematuur. Later zou het bekendgemaakt en aan het publiek verteld worden, maar in deze fase nog niet.
Weet u wie daar onder andere ook bij stond? Judas. En weet u wat Judas gedaan heeft? Die heeft uit de school geklapt. Hij heeft dat later doorgegeven; dat weten we. Want op een gegeven ogenblik bij het proces van de Heer Jezus, als dat dan helemaal stuk loopt omdat getuigen elkaar allemaal tegenspreken, blijkt uiteindelijk het proces te stokken. Dan komt op een gegeven ogenblik de hogepriester die het hoge woord eruit gooit. “Ik bezweer u,” zegt hij dan bij de levende God, “zijt Gij de Christus, de Zoon van God?” Ik citeer het vrij, maar dat is wat hij zegt. En dan moet de Heer dat inderdaad bevestigen. Maar hoe wist die hogepriester dat? Het mocht niet verteld worden. Wie had dat doorgegeven?
Ondertussen bleef deze Delila maar aandringen en hem benauwen. Dag aan dag zeuren. Er staat ergens in het boek Spreuken dat het beter is te wonen op de hoek van een dak dan met een zeurende vrouw. In de meeste vertalingen staat ‘een twistzieke vrouw’, maar in de Cumberland Version staat ‘a nagging wife’, een zeurende vrouw. Hij had haar lief en ze bleef hem benauwen en aanhouden, totdat hij ongeduldig werd tot stervens toe. Er staat letterlijk dat hij werd ‘verkort’ tot stervens toe; hij werd er doodsbenauwd van. U moet zich realiseren: hij hield van haar. En nu moest hij dit, zijn geheim, gaan vertellen.
Uiteindelijk doet hij dat ook. Er staat: hij werd doodsbenauwd, hij werd verkort tot stervens toe. Het wordt heel sterk gezegd. Dan kun je zeggen dat het overdreven is, maar zo staat het er. Als hij dan zo tot stervens toe benauwd is, gooit hij zijn hele hart voor haar bloot. Hij vertelde wat er in zijn hart zat tegen de vrouw die hij liefhad. En ik weet het, dan zeggen ze: “Dat had hij nooit mogen zeggen.” Hoezo niet? Hij was daar terughoudend in, maar waarom zou hij het niet mogen zeggen? Ik stel het nu als vraag; ik beweer niks. Maar men beweert soms van die dingen over deze geschiedenis en over wat Simson hier doet. Ik zeg maar: kun je dat hard maken? Ik heb trouwens nog een argument achter de hand, maar daar komen we vanzelf nog op.
Hij legde zijn hart voor haar bloot en zei: “Geen scheermes is ooit op mijn hoofd gekomen.” Ik vind het prachtig als je dit goed op je laat inwerken. Uiteindelijk gaat het hoge woord eruit. Reken maar dat dit voor Simson een enorm aangrijpend moment is geweest. Zijn geliefde vrouw... of nou ja, zijn vrouw was het niet, maar in ieder geval hield hij van haar. Wilde hij haar trouwen? Ik weet het niet. Maar in elk geval hield hij van haar. En dan uiteindelijk zegt hij het: “Geen scheermes is ooit op mijn hoofd gekomen, want ik ben van de moederschoot af een Nazireeër Gods, aan God gewijd.”
En dan moet ik erbij zeggen dat lange haar in de Bijbel... dat heet in de Bijbel — ik geef u de referentie er ook meteen bij — ‘vrouwenhaar’. Lang haar is de heerlijkheid van een vrouw. Als je de uitleg daarvan leest in 1 Korinthe 11, zie je dat wij dat soort symboliek allemaal kwijt zijn. Dat is ons probleem. We moeten dan niet zeggen dat de Bijbel ouderwets is; we moeten zeggen dat wij een heleboel dingen en symboliek zijn kwijtgeraakt. Benader het nou eens een keertje zo. Wij zeggen dan: “Ja, maar wij zijn veel verder.” Van huis bedoelt u? Dat is het. We zijn veel verder van onze oorsprong verwijderd, zodat we allerlei dingen die vroeger nog vanzelfsprekend waren, niet meer weten.
In ieder geval heeft langharigheid te maken met een volmacht op het hoofd. En als u het niet geloven wilt, moet u dat maar eens lezen in 1 Korinthe 11. Dat is waar hij onder stond. Hij was gewijd aan God; hij stond onder een macht. Hij was op een heel bijzondere wijze vanaf de moederschoot ondergeschikt aan God, en dat is wat hem een Nazireeër maakte. Nog meer dan wat ik nu zeg. Maar ik lees even verder: “Indien ik geschoren werd, zou mijn kracht van mij wijken en ik zou machteloos wezen zoals ieder ander mens.”
Dit is een frase die we nu al een aantal keren gelezen hebben. De kracht van Simson, de macht van Simson, werd gesymboliseerd in de volmacht, namelijk dat lange haar op zijn hoofd. Dat is wat hij zegt: “Dat is mijn geheim.” Het lange haar spreekt van die toewijding. Nu heeft hij zijn hart voor haar blootgelegd, en dan lees je ook dat Delila dondersgoed in de gaten heeft wat er nu aan de hand is.
Verraden en Vernederd in het Huis van Zijn Liefhebbers ↑ hoofdstukken
Toen Delila zag dat hij zijn hele hart voor haar blootgelegd had, liet ze de stadsvorsten van de Filistijnen roepen. Dat deed ze bij die andere gelegenheden niet; toen dacht ze waarschijnlijk nog: "Ik weet het zo net nog niet, probeer het maar, maar dit is het niet." Nu wist ze echter dat hij zijn geheim bekend had gemaakt. Dit moest het zijn, dat kon niet anders. Ze liet de stadsvorsten van de Filistijnen roepen en zei: "Ditmaal moet u komen, want hij heeft mij zijn hele hart blootgelegd." En de stadsvorsten van de Filistijnen kwamen bij haar en brachten het geld mee.
Verraden en omgekocht. We lezen dat zij hem vervolgens op haar knieën liet inslapen. Daar zijn hele mooie plaatjes van; wat je in deze verzen leest, leent zich erg voor de verbeelding en de schilderkunst. Als ik me niet vergis, heeft Rembrandt daar ook nog een schilderij van gemaakt. In elk geval liet zij hem in dit deel van de geschiedenis op haar knieën inslapen. Ze riep iemand en liet de zeven vlechten van zijn hoofd afscheren. Zo begon zij hem te vernederen, wat betekent dat ze hem in haar macht kreeg. In de praktijk betekende dat inderdaad zoiets als hem in bedwang krijgen, want zijn kracht week van hem.
Ik vind dit nog steeds een wat raadselachtige uitspraak, want hoe heeft ze dat in de gaten? Had hij het zelf in de gaten terwijl het gebeurde, dat die kracht aan hem onttrokken werd en als het ware van hem afvloeide? In ieder geval is dat wel de wijze waarop het zich aan ons opdringt. Voor de vierde keer riep zij nu: "De Filistijnen over u, Simson!" Toen ontwaakte hij uit zijn slaap en hij dacht: "Evenals de vorige keren zal ik vrijkomen en mij losrukken." Maar hij wist niet dat de HEERE van hem geweken was.
Hij wist het niet. Simson was zich, laat ik het zo formuleren, van geen kwaad bewust. Hij had weliswaar zijn geheim verteld, maar hij heeft er kennelijk niet aan gedacht dat zij hem zou verraden. Verraden in het huis van zijn geliefde. Dat is even een verwijzing voor de speurders onder u: lees het eens na in Zacharia 13. Daar lees je dat de Messias ook wordt aangesproken en dat er gevraagd wordt: "Wat zijn dat voor wonden in uw handen?" En dan zegt Hij: "Dat zijn de wonden waarmee Ik geslagen ben in het huis mijner liefhebbers."
Dat is wat hier ook gebeurde. Hij hield van deze vrouw en deze vrouw heeft hem verraden. Denk dan aan de twaalf, en specifiek aan Judas die Hem inderdaad ook heeft verraden. Je mag ook denken aan het volk Israël dat Hem heeft overgeleverd om Hem te doden. Maar de HEERE was van hem geweken. Ik moet dan ook denken aan Iemand die uitriep: "Mijn God, mijn God, waartoe hebt Gij Mij verlaten?" Zijn kracht was ontvlogen; hij wist het niet en had er geen idee van.
Hij was dus verraden door zijn geliefde. De HEERE was van hem geweken, hij was nu overgeleverd aan zijn vijanden en die konden nu met hem doen wat zij wilden. De Filistijnen grepen hem en staken hem de ogen uit. Het wordt nu compleet duister voor Simson. Ik moet dan weer denken aan Iemand voor wie het ook compleet duister werd en die toen ook riep: "Eloï, Eloï, lama sabachtani?" Maar ik denk ook nog even aan Delila. Delila betekent 'nacht'. Zo duister was het nu geworden.
Ze voerden hem naar Gaza en boeiden hem met twee koperen ketenen. Dat zou voorheen geen enkel probleem voor hem geweest zijn. Maar let even op Gaza. Kort voor deze geschiedenis lazen we namelijk ook over Gaza. Dat was de plaats waar hij opgesloten was en waar hij vroeg in de morgen de triomfator bleek te zijn. Bij het aanbreken van het morgenlicht bleek dat de poort was opengebroken; dat was in Gaza. Dat hier staat dat ze hem naar Gaza voerden, is feitelijk een hoopvolle mededeling als we het typologisch tegen het licht houden.
Ze boeiden hem met twee koperen ketenen en hij moest in de gevangenis de molen draaien. Weet u wat er letterlijk staat? De gevangenis wordt het 'huis van de gebondenen' genoemd. Hij, voor wie voorheen geen enkele binding veilig was, bevond zich nu daar. Hij had zijn identiteit bekendgemaakt en er was, om een frappante uitdrukking uit de geschiedenis van Simson te gebruiken, met zijn kalf geploegd. Hij was verraden door zijn liefhebbers en nu was hij zelf een gebondene die de molen moest draaien.
De geschiedenis gaat dan nog verder natuurlijk, want uiteindelijk komt hij in de tempel van Dagon terecht, maar hier eindigt strikt genomen de geschiedenis met Delila. Ten slotte lees je in vers 22 dat van het ogenblik af dat zijn hoofdhaar afgeschoren was, het weer begon aan te groeien. Je zou kunnen denken: "Ja, nogal logisch, dat is toch altijd zo?" Maar let er goed op: de haargroei bij Simson was van een andere orde. Het betekende dat hij zijn kracht weer terugkreeg. Feitelijk is dit al een opstap naar het volgende bedrijf, naar de laatste scène in deze geschiedenis, in deze film om het zo te zeggen. Goed, dat is de geschiedenis.
De Ware Simson: de Held Die Alle Banden Losmaakt ↑ hoofdstukken
Ik heb zoveel aantekeningen los erbij geplaatst en we hebben het zo vers voor vers gelezen, zodat we in ieder geval weten over wie we het hebben en welke geschiedenis we voor ons hebben. Maar nu wil ik inderdaad, zoals beloofd, aan het eind vertellen waar dit nu van spreekt: Simson en Delila. Laten we het eens op een rijtje zetten. In feite ligt het, als u goed geluisterd hebt, nu wel voor de hand, maar ik wil op een aantal dingen graag nog samenvattend wijzen.
De zon gaat onder in de nacht: Simson en Delila. Hij is verraden en overgeleverd in het huis van zijn liefhebbers – of van zijn liefhebster in dit geval, maar u begrijpt de link. Verraden, overgeleverd; degene die hij liefhad. Ook verkocht om zilverlingen. Al deze opmerkingen kan ik eigenlijk plaatsen zonder er al te veel toelichting bij te geven, want u begrijpt de link direct. Als je het eenmaal tegen het licht houdt, dan ligt het voor het grijpen. Het grootste gedeelte van deze geschiedenis bewijst vooral hoe hij spotte – en u weet nu waarom ik dit woord gebruik – met alle bindingen en met alle banden. Maar dat is toch precies zoals wij de Verlosser van Israël kennen? Hij die alle banden losmaakte. "De waarheid zal u vrijmaken," sprak Hij ooit in Johannes 8. En het is de Zoon die vrijmaakt, die de banden losmaakt.
Hij maakt de demonische banden los. In dat verband wordt inderdaad ook over losmaken gesproken. Alle bindingen met ziekte maakte Hij los, en alle dodelijke banden. Mensen die gevangen zaten in de dood, deed Hij opstaan bij meerdere gelegenheden: de jongeling van Naïn om hem maar te noemen, en Lazarus, Zijn vriend. Alle zondige banden maakte Hij los. Hij is degene die alle bindingen losmaakt en daarmee spotte. Dat is wat het grootste gedeelte van deze geschiedenis vooral illustreert: geen band was voor hem te sterk, of hij was zelf krachtiger.
En dan vergeet ik er nog één: de traditionele banden. Ik heb deze onderaan mijn lijstje staan, maar het is wel degelijk zo. Als er één band is die een mens bindt, dan is het wel traditie. Waar de leiders van Israël vooral mee bezig waren, was de mensen te binden aan hun eigen overleveringen. Maar het Woord van God bevrijdt, en dat is wat de Heer eigenlijk ook in Zijn leven verteld heeft: "Komt allen tot Mij die vermoeid en belast zijn" – en ook gebonden zijn – "Ik zal je rust geven." De banden van traditie maakte Hij los.
Ja, en dan nog iets wat deze geschiedenis illustreert: als hij zijn ware identiteit gaat vertellen, deze bekendmaakt en zijn hart blootlegt aan degene die hij liefheeft, wordt hem dat fataal. Dat wordt uiteindelijk de reden dat hij gedood wordt. Ziet u de lijn, de parallel? En dan wordt hij – u kent de tekst wellicht uit Jesaja 53 – als een schaap geschoren en als een lam ter slachting geleid (Jesaja 53:7). Dat is wat er eigenlijk met Simson gebeurt: hij wordt geschoren en ontdaan van zijn luister, van zijn macht en van zijn volmacht. Hij had de volmacht om alle banden te breken, en nu maakt hij zichzelf bekend als de Zoon van God. Hij wordt verraden bij zijn liefhebbers en zo overgeleverd, en dat wordt de reden dat hij gedood wordt. Hij wordt geschoren en als een lam ter slachting geleid.
Van God verlaten? Ja, dat wil zeggen: overgelaten. Natuurlijk kunt u zeggen dat de Vader altijd bij de Heer Jezus was; de Heer zegt immers ook: "Allen zullen Mij verlaten, maar Hij is bij Mij." Maar God heeft Hem wel overgelaten aan Zijn vijanden, en de complete duisternis overvalt Hem. Ten slotte wordt hij afgevoerd naar Gaza. En denk erom – dat is ook waar ik mee wil afsluiten – dat is de hoop. Gaza was de stad waar hij de poort ontzette en daaruit uitbrak. Geen macht hield hem tegen. Uiteindelijk zal degene van wie hij spreekt inderdaad de grote Triumphator zijn.
U hebt het plaatje al eerder gezien, maar ik wil hem nog een keer tonen en daarmee wil ik afsluiten. Ik hoop één ding hiermee duidelijk te hebben gemaakt: niet alleen dat dit een mooi, bijzonder en tot de verbeelding spreken verhaal is, maar vooral wil ik dat u gaat zien dat heel de Schrift en ook zo'n geschiedenis van Simson tot leven komt omdat het spreekt van Hém. Van die sterke man; inderdaad, Hij in wie kracht is. Ik ken iemand die ook zo heet: Boas. In hém is kracht. Wel, in Hém is kracht. Hij maakt alle banden los, maar uiteindelijk werd Hij, die bevrijdde, zelf gevangengenomen. En Hij die alle banden losmaakte, werd uiteindelijk zelf een gebondene in het huis van de gebondenen. Hij stierf, maar is daar niet gebleven. Met name deze geschiedenis spreekt van die overwinning, van die poort die hij openbreekt. De poorten van het dodenrijk breekt Hij open en Hij is nu daar op de top, onttrokken aan het oog, maar de Triumphator.
U had geen beter woord kunnen uitspreken, want dat is precies het lied wat we gaan zingen. En dat heb ik niet overlegd met mijn zangleider, dat kan ik u vertellen. We zouden dit lied zingen, want kijk maar, ik heb het zelfs al vetgedrukt staan: "Geen graf hield Davids Zoon omkneld. Hij overwon die sterke, de sterke held." De ware Simson. Hij die inderdaad het Licht is. Die ooit ondergegaan is, maar u weet: na de nacht komt er een nieuwe morgen. Gaza, waar de poort is opengebroken. We zingen dit lied: "Daar juicht een toon, daar klinkt een stem."
UltimateGoodNews