Man & Vrouw In Efeze 5 (1)
21-03-2015 - Geplaatst door Andre PietPresentatie gehouden op 8 maart 2015 in Zoetermeer.
Onderschikking is een rode draad vanaf Efeze 5 vers 21. Vrouwen aan hun man, kinderen aan hun ouders, en slaven t.o.v. hun heer. In de Bijbel is de man het hoofd van de vrouw: d.w.z. hij is voor haar aansprakelijk. Paulus stelt de verhouding van Christus en de ekklesia ten voorbeeld aan man en vrouw. Waarom dat zo is, daarover de volgende keer.
Powered by RedCircle
📝 Samenvatting & Transcriptie van deze lezing
⏱️ Hoofdstukindeling van deze studie:
- Introductie: de Verhouding van Man en Vrouw in Efeze 5
- De Toonhoogte: Danken in Alle Omstandigheden Omdat God Regeert
- De Basis van Relaties: Elkaar Onderdanig Zijn in de Vreze van Christus
- De Vrouw aan de Man: Onderschikking en Erkenning van de Goddelijke Orde
- De Man als het Hoofd: Verantwoordelijkheid Dragen en Leiding Geven
- Bijbelse Typologie: de Goddelijke Rangorde van Schepper en Schepping
- De Opdracht aan de Man: Onvoorwaardelijke Agape-liefde Bewijzen
- Christus en de Ecclesia: Gereinigd en Stralend Gemaakt Door het Woord
Introductie: de Verhouding van Man en Vrouw in Efeze 5 ↑ hoofdstukken
Het was vorige week dat ik in Den Haag mocht spreken en een aantal van u, die ik hier nu zie, waren daar toen ook bij aanwezig. Toen had ik het over de laatste verzen van de eerste pericoop uit Efeze 5, maar ik was ook al van plan om wat te zeggen over de verhoudingen van man en vrouw zoals Paulus daarover schrijft in Efeze 5. Dat is dan het tweede gedeelte en in mijn Bijbel, in de NBG-vertaling, staat er boven: 'Het huwelijksleven'. Ik wilde daar toen nog wat over vertellen, maar ik kwam daar helemaal niet meer aan toe. Eigenlijk ben ik daar achteraf ook blij mee, want dat gedeelte verdient bij nader inzien toch echt een aparte bespreking. Het is te vol en te compact om daar zomaar even in het voorbijgaan wat opmerkingen over te maken. Zo is dat toen gelopen, maar daarmee ontstond tevens een plan voor een nieuwe spreekbeurt. En dat is dus bij deze gelegenheid hier in Zoetermeer.
Ik wil er graag, zoals u ook op de titelpagina ziet, nog een keer meer over spreken. Want zelfs dat gedeelte van vers 22 tot 33 is te vol om in één keer te bespreken. Dat leek mij niet zo'n goed idee om dat allemaal in één keer te doen, vandaar dat we vandaag daarmee aanvangen. Het is wel goed om nog even het gedeelte wat daaraan voorafgaat — wat in uw vertaling dus staat onder 'Het huwelijksleven' — erbij te pakken om de link te zien naar het voorgaande. Zo zien we ook wat Paulus al naar voren gebracht heeft als conclusie, wat feitelijk de opstap is om vervolgens zulke geweldige, verheven dingen te vertellen over de verhouding van man en vrouw in het huwelijk.
Dat is een hele aardse aangelegenheid, zoals u weet: de verhouding van man en vrouw en het huwelijk in het algemeen. Er is van alles over te melden en u mag rustig weten dat ik een enige aarzeling heb, altijd als het om dat soort dingen gaat, om daarover te spreken. Ik denk namelijk dat het helemaal niet interessant is — en dat denk ik nog steeds — om daar mijn eigen oordeel over te geven. Ik gaf het in mijn gebed ook al even aan: dat zijn de meningen van mensen. De vraag is: wat staat er geschreven? Dat is wat ik vanmorgen wil doen, en de volgende keer ook. Want dat is nu eenmaal wat hier centraal staat: wat staat er geschreven?
Ik zeg heel vaak — en sommige mensen vinden dat een beetje overdreven, het zij zo — maar ik zeg heel vaak: ik preek niet. Ik wil gewoon laten zien wat er staat geschreven. Dat is het enige wat interessant is. Ik wil u wijzen op de tekst, op hoe Paulus dat optekende, om zo dicht als mogelijk daarbij te komen. En dan ook Schrift met Schrift te vergelijken om zo te zien wat de betekenis van die dingen is. We zullen vandaag en de volgende keer wel inzien dat wat er staat geschreven, erg haaks staat op wat men denkt. De traditie, ja, maar ook wat de wereld denkt.
De Toonhoogte: Danken in Alle Omstandigheden Omdat God Regeert ↑ hoofdstukken
Laat ik beginnen met het gedeelte waarmee ik de vorige keer ben afgesloten. Dat zegt voor de meesten van u niet zo heel veel omdat u er toen niet bij was, maar in vers 20 van Efeze 5 zegt Paulus: "Dankt." Ik vind dat zo’n prachtig woord; ik heb er helemaal geen moeite mee om dat nog eens in de schijnwerpers te plaatsen. Want dit is zo typisch Paulus. Dit is zo typerend voor het woord van genade dat hij als apostel van de natiën naar voren mocht brengen: dankt te allen tijde. In de naam van onze Here Jezus Christus – een volle titel, dat wil zeggen: door Hem, in Zijn naam danken wij God, de Vader. De ene God, de Vader. Er staat ook bij: voor alles, of eigenlijk over alles. In 1 Thessalonicenzen 5 vers 18 staat: "dankt in alles", dat wil zeggen in alle omstandigheden, maar hier staat het nog sterker. Hier staat: "dankt voor", of met betrekking tot, alles.
Dat is zo’n geweldige waarheid. Zoals ik vanmorgen ook al even aangaf in mijn gebed: we hebben een God die alles plaatst, bij wie nooit iets misgaat. Hij heeft met alles een geweldig doel op het oog en bereikt dat ook succesvol. Alles wat er gebeurt, heeft Hij in Zijn hand; niets gebeurt voor niets. Dat begrijpen wij niet, maar wij zijn God ook niet. Wij kennen een God, en omdat we weten wie Hij is... Voor wie God liefheeft, zo staat er in Romeinen 8, die weet dat Hij alle dingen doet medewerken ten goede. Dat is de basis voor deze oproep: dankt te allen tijde voor alles.
Dat gaat heel ver. Het betekent dat van alles waarvan wij zeggen dat het negatief is, Paulus zegt: "Nee, dat mag in onze beleving zo zijn, maar uiteindelijk zal alles positief zijn." Dat zien wij nu nog niet, maar als je God kent – voor degene die God kent en Hem daarmee ook liefheeft – is dit zelfs vanzelfsprekend. Het ontlokte Job ooit al de uitspraak: "Zouden wij het goede van God ontvangen en het kwade niet?" Dat wil zeggen: het negatieve, de pijn, de moeite, nou ja, noem maar op. Ik moet niet al te aandachtig de zaal in kijken, maar ik weet zo een aantal mensen aan te wijzen die allerlei negatieve dingen in hun eigen leven ondervinden. Kan ik daar God voor danken?
Kijk, je dankt God uiteraard niet voor iets negatiefs op zich. Maar het punt is dat je God wel kunt danken dat Hij dat negatieve – wat wij op aards niveau als een 'min' zien – van bovenaf positief maakt. Dat is echt een verticale richting: Hij maakt van die min een plus. Die min wordt een plus. Kijk, dat is God. Je kunt Hem danken in alle omstandigheden voor alles, omdat Hij al die minnen tot plussen maakt.
Het is logisch, en er zijn mensen die het wel weten, maar bij wie het kwartje nooit echt gevallen is. Dat valt me vaak op: mensen die niet echt beseffen wat dit inhoudt en daarmee, als ik het in economische termen mag zeggen, niet het rendement uit zo'n waarheid halen. Het is één ding om dit gewoon als een leer of theorie te zien, maar dit is een waarheid die zo diep gaat. Het effect ervan is dat als je echt beseft wat hieraan ten grondslag ligt, je altijd gaat danken. Dat gaat hand in hand: als je te allen tijde en voor alles dankt, dan ben je ook te allen tijde verblijd in Hem. Ik hoef geen moeite te doen om dat te bewijzen vanuit de brieven, want Paulus zegt dat net zo goed. Vaak noemt hij dat direct achter elkaar, zoals in 1 Thessalonicenzen 5 vers 18. Daar ziet u die twee zelfs achter elkaar: "Verblijdt u te allen tijde, dankt onder alles." Het een heeft het ander tot gevolg.
In het Grieks ligt het nog meer voor de hand, want in het woord voor dankzegging, eucharistia, zit het woord voor vreugde al opgesloten. Daarom is dit een waarheid waar je, als je er rendement van verstaat, niet meer door gaat mopperen. Als je alleen maar afgaat op wat je ziet en op je gevoel, dan ga je bij negatieve dingen – of dat nu in je persoonlijk leven is, in je relatie, op je werk of in het grotere geheel – mopperen. Dat is de wereld. En helaas ook de godsdienstige wereld; er wordt wat afge... laat ik het eens heel plechtig oud-Nederlands zeggen: er wordt wat afgemurmureerd hoor. Als je murmureert, dan hoor je dat mompelen en mopperen er al in doorklinken. Men klaagt maar raak.
Maar ja, als je God kent, dan heb je een basis om werkelijk positief te denken. Wat in de wereld verkocht wordt als positief denken, is een slap aftreksel van wat ooit godsbesef was. Een heel slap aftreksel, waarom? Omdat het geen enkele basis meer heeft. De hele filosofie waarop deze wereld gebaseerd is, gaat ervan uit dat er geen God is. Dat noemen ze praktisch atheïsme; men heeft God gewoon buitengesloten. En dus gaat men daar niet van uit, wat betekent dat er geen enkele basis is om positief te denken. Het is allemaal louter toeval en het eindigt in de dood. Kortom, alles eindigt negatief. Hoezo dan positief denken? Men weet nog wel dat een mens er gelukkiger door wordt, maar het heeft geen fundament.
Als je echter een schepsel bent en je kent de Schepper, en je geeft die God werkelijk alle credits die Hem toekomen als God, dan verheerlijk je Hem en dank je Hem. In Romeinen 1 staat dat omdat zij God niet als God verheerlijkten en dankten, het donker is geworden in hun onverstandige hart. Het is onintelligent en bovendien wordt het duister. Als je Hem inderdaad verheerlijkt en dankt – want Hij geeft het – dan geef je Hem de eer en tegelijkertijd dank je Hem voor wat Hij geeft. Daarom is dit zo’n geweldig leven; een leven dat gevuld is, wat zeg ik, dat overvloeit. En u weet waarvan het overvloeit: als het hart vol is, loopt de mond over van woorden van dankzegging.
Denk eens aan al die dingen in uw leven waarvan u zegt: "Hier zit ik mee, dit is negatief." Plaats dat nu eens in het perspectief zoals God dat ziet en zoals de apostel der heidenen het vanuit de gevangenis liet optekenen: hij dankt te allen tijde voor alles God, de Vader, die het voortbrengt. Hij is een Vader voor Zijn schepping en Zijn schepselen. Hoewel er minnen zijn, maakt Hij er plussen van en daar ga je Hem voor danken. Wat een leven!
Kijk, dat vind ik zo schitterend. Daarom wilde ik deze woorden, hoewel ze niet direct te maken hebben met wat we vervolgens gaan zien, heel graag als opstap nemen. Dit was de toonhoogte. Ik zeg het expres zo omdat Paulus het in het voorgaande vers nog had over het zingen van psalmen, lofzangen en geestelijke liederen. Er komt een muziek in je leven. Hoezo muziek? Nou, dit is de toonhoogte. En dan zegt hij: "Weest elkaar onderdanig in de vreze van Christus."
De Basis van Relaties: Elkaar Onderdanig Zijn in de Vreze van Christus ↑ hoofdstukken
Elkaar onderdanig zijn. Eigenlijk is dit ook de start van een nieuw gedeelte. Dat blijkt ook als je in de meeste Bijbels kijkt; daar vangt hierna een andere passage, een nieuw pericoop aan. Je zou kunnen verdedigen dat dit eigenlijk het eerste gedeelte moet zijn en dat hier die nieuwe pericoop mee moet starten. Want hij zegt: weest elkander onderdanig in de vreze van Christus. Dat betekent niet zomaar willekeurig de een aan de ander en de ander aan de een. Nee, er zijn allerlei verhoudingen waar sprake is van onderschikking.
Want dat is eigenlijk het woord. Als je het in het Grieks bekijkt, dan heeft dat woord 'onderschikken' of 'onderdanigheid' te maken met onderplaatsen. De een staat hier, de ander staat daar. Dat heeft er niet zozeer mee te maken dat de één meer is, maar er zijn verschillende rollen toebedeeld. In het navolgende — daar gaan we het nu vandaag over hebben — gaat het over de vrouwen ten opzichte van de mannen. In het volgende hoofdstuk, direct daarop aansluitend, gaat het over kinderen en ouders, en dan nog even later over slaven ten opzichte van hun heren. Is een slaaf minder dan een heer? Nee, maar er is wel sprake van een gezagsverhouding en er is ook sprake van — zoals hier ook staat — dat woord onderschikken.
Alle kinderen worden geacht zich te onderschikken aan hun ouders. Dat vloeit voort uit hun positie als kind. En er komt een tijd dat ze zelf wellicht ook ouder worden, en dan is de rol dus omgedraaid. Trouwens, iedereen heeft feitelijk die verhouding. Je bent een kind of je bent een ouder, maar je bent ook weer een kind van je eigen ouders. En dan blijft ook gelden: eert uw vader en uw moeder. Dus altijd is er weer die verhouding.
Dit is inderdaad de directe aanleiding om over die waarheid van onderschikking meer te zeggen. Het staat in de Statenvertaling meen ik als 'in de vreze Gods'. Eigenlijk is dat ook wat eraan ten grondslag ligt: feitelijk onderschikken wij ons ook aan God. Hij is de Schepper, wij zijn schepselen. Hij is degene die alles plaatst en wij worden geplaatst. Wij geven Hem de eer in die verhouding. En dat is normaal; een relatie functioneert alleen maar wanneer ieder daarin ook zijn plaats erkent. Nou, en dan volgt er iets wat niet iedereen misschien even leuk vindt. En dat is wat ik zojuist ook bedoelde met de tijdgeest.
De Vrouw aan de Man: Onderschikking en Erkenning van de Goddelijke Orde ↑ hoofdstukken
Paulus zegt: "De vrouwen aan de eigen mannen als aan de Heer." Dat is trouwens heel grappig; ik zie nu dat hier zelfs het woordje 'wees onderdanig' ontbreekt. Dit vloeit namelijk nog voort uit het vorige vers: "Wees elkaar onderdanig", en dan: "de vrouwen aan de eigen mannen". Wat dan? Onderdanig natuurlijk, want dat is het onderwerp waar de apostel het over had: de vrouwen aan de eigen mannen. En dan zegt hij ook: "als aan de Heer".
Dit zijn dingen die in onze tijd eigenlijk vergeten zijn; we zijn dat kwijt. Dat komt omdat we er ook geen zicht meer op hebben. Ik heb het hier al vaker over gehad. Je stuit er namelijk iedere keer op dat wanneer de Schrift over deze dingen spreekt, over mannelijk en vrouwelijk, daar een sprake van uitgaat. Er staat dat de man een beeld van de heerlijkheid van God is. Ik geloof dat ik daar nog een dia van heb. De man verwijst naar de Schepper, zoals de vrouw naar de schepping verwijst. Hier is de verhouding trouwens nog iets preciezer, maar in ieder geval is dat waar het over spreekt. Dat is Bijbels ABC; er gaat een typologie achter schuil. De man verwijst naar de Schepper en de vrouw verwijst naar de schepping. Daarom is het zo logisch dat de man, als hij een man is, degene is die leidinggeeft. Ik kom daar straks nog even op terug.
Hier staat het trouwens: "als aan de Heer". We hadden het er de vorige keer over – ik bedoel nu hier – toen mijn onderwerp "slaaf van Christus" was. We zijn Zijn eigendom. Dat geldt nu gewoon als gelovigen in het algemeen, maar feitelijk geldt dat voor de hele schepping. Gelovigen weten dat echter in het bijzonder; je erkent Hem als Heer. Dat betekent: ik ben niet van mezelf, ik hoef niet voor mezelf te zorgen. Hij is het die mijn leven in Zijn hand heeft. Hij leidt mijn leven en dat is helemaal Zijn zaak, wat een hele zorg minder is. Dat is namelijk Zijn zorg.
Maar hier zegt de apostel: "Vrouwen, wees uw mannen ondergeschikt als aan de Heer." De man wordt namelijk geacht de heer van het huis te zijn, de heer van zijn vrouw. Ik heb nog een andere verwijzing in 1 Petrus 3 vers 6, daar lees je dat de apostel zelfs op diezelfde waarheden wijst. Hij zegt daar: "zoals Sara ooit", en dan verwijst hij naar het boek Genesis. Het is zoals zij Abraham gehoorzaamde en hem "heer" noemde. Dus in die verhouding van het huwelijk is de man degene die de Heer vertegenwoordigt. "Als aan de Heer."
Dan moet u weten... ja, daar moet ik nog iets bij vertellen. Dat is wel leuk. Ik stuitte daar vorige week op een boek dat in Amerika een bestseller is geweest – of dat nog steeds zo is, weet ik niet: The Surrendered Wife. De vrouw van de overgave, hoe zeg je dat? En de schrijfster heet, zoals u ziet, Laura Doyle. Deze dame is een feministe; zo afficheert zij zichzelf. Het maandblad Opzij, een feministisch maandblad, heeft daar een aantal jaren geleden ook een artikel aan gewijd – en er nogal de vloer mee aangeveegd, moet ik erbij zeggen. Maar in ieder geval stuitte deze vrouw erop dat ze een heel ongelukkig huwelijk had, met altijd maar conflict.
Toen was er dat beroemde boek – ik ben even de naam van de schrijver kwijt en ik heb het trouwens ook niet gelezen, maar het is een zeer bekend boek: Mannen komen van Mars, vrouwen van Venus. Dat boek gaat er vooral over dat mannen en vrouwen eigenlijk van verschillende planeten komen, bij wijze van spreken, en elkaar daarom zo ontzettend slecht begrijpen. Ze communiceren op een heel andere manier, ze zijn gewoon heel anders. Mannen zijn mannen en vrouwen zijn vrouwen. Zij had toen voor zichzelf, ook naar aanleiding van gesprekken – ik zal u het hele verhaal besparen; aanvankelijk had ik een heleboel dia's met citaten uit dat boek, maar ik dacht: laat maar, ik wil de Schrift laten spreken – maar ik vond het aardig om dit er even bij te zeggen. Waarom? Omdat dit support is uit onverdachte hoek voor wat Paulus ooit al heeft geschreven.
Het punt is namelijk dat zij ontzettend veel conflicten had met haar man. Op een gegeven ogenblik trok ze, mede naar aanleiding van allerlei gesprekken met vriendinnen, de conclusie: "Ik erken mijn man niet als man. Ik moet hem de leiding geven." Laat ik niet uit mijn hoofd citeren; dit stond in dat blad Opzij: "Mannen hunkeren naar respect van hun vrouw en als ze dat eenmaal krijgen, zijn ze als was in haar handen." O ja, daar moet ik nog even bij zeggen... het punt was... ja Kees, blijf nog even zitten. Zij heeft toen besloten, heel eigenzinnig als ze is of was, het roer helemaal om te gooien. Haar huwelijk veranderde compleet. Naar aanleiding daarvan heeft ze dit boek geschreven. Er zijn heel veel gespreksgroepen ontstaan naar aanleiding daarvan; ik heb dat allemaal op internet eens nagekeken. U kunt dat zelf ook doen als u daar interesse in hebt. Het heeft heel veel tot gevolg gehad, veel navolging gekregen, maar ook veel strijd opgeleverd.
Dat waren de punten die zij naar voren bracht. Want wat zij eigenlijk naar voren brengt, is dat de man weer een kerel moet zijn; gewoon een vent die de leiding neemt. In feite weten we dat in allerlei contexten. Ga maar op dansles – waar ik trouwens nooit op gezeten heb – dan weet je gewoon dat een man leiding hoort te geven. Dat is ABC, maar wij zijn dat allemaal kwijtgeraakt. Wij doen natuurlijk altijd zo dom en arrogant over andere culturen die dat nog wel weten, maar wij zijn compleet van onze oorsprong en van het natuurlijke ABC verwijderd geraakt. Dan denken we nog dat we verlicht zijn ook, terwijl we alleen maar met de brokken zitten. Want wij weten totaal niet meer wat mannen zijn, en dus ook niet meer wat vrouwen zijn. We hebben een androgyn denkbeeld, dat wil zeggen dat de mannen een beetje vrouw zijn en de vrouwen een beetje man. Dat noemen ze dan "unisex". De mannen verwijven dus en de vrouwen – oei, nu moet ik uitkijken, ik wilde het in het Engels zeggen, u begrijpt me wel – de vrouwen worden kerels, "met de broek aan" zeggen ze dan. In allerlei spreekwoorden zie je dat nog terug, maar wij zijn dat kwijtgeraakt en denken dat dit verlicht is. De grootste onzin.
Zij schrijft dus dat juist wanneer je als vrouw de man erkent als hoofd, juist dan wordt het goed. Zij zegt: "Respect uiten", en ze gaat daar trouwens ook heel ver in door al zijn keuzes, de grote en de kleine, te accepteren, ook al ben je het er niet mee eens. Dat schrijft Laura Doyle in haar handboek The Surrendered Wife. Ze geeft als voorbeeld – dat las ik ook in ditzelfde artikel – dat wanneer je man achter het stuur zit, dat zo hoort, hè? Dat is trouwens ook al heel erg leuk. Want wie rijdt er? Wie zit er achter het stuur in de auto? Ja, dat hoort natuurlijk... meestal. Ik bedoel, dit is geen wet, het gaat even over bepaalde zaken. Nou ja.
Begrijpt u nu hoe gevoelig dit is om hierover te spreken? En dan moet u ook nog eens weten: mijn vrouw zit hierbij, mijn schoonmoeder, mijn kinderen. Die weten hoe ik in huis ben en die weten wat er allemaal op mijn 'oude man' te merken is. Toch heb ik het goed geacht om hierover te spreken. Helemaal niet om mezelf te etaleren, maar gewoon omdat dit onderwerpen zijn die de Schrift ter sprake brengt. Dus waarom zouden we dat niet gewoon vertellen? Ik vind het interessant om dit ook eens te linken aan wat men hierover debiteert, en dan nog wel uit onverdachte hoek, notabene van een feministe.
Die heeft ingezien: feminisme werkt niet in een relatie. Dat is de conclusie die zij trekt, gewoon in een relatie van man en vrouw. En het werkt wel op het moment dat de vrouw de man... Dat is de helft van het verhaal, ik kom er straks uiteraard op terug. Maar het gaat erom dat de vrouw in ieder geval de man ook als man herkent. Als kerel.
Ik heb er nog een diaatje bij. Mannen hebben namelijk volgens Doyle het natuurlijke instinct om voor hun vrouwen te zorgen, haar te beschermen en te adoreren. Zo zijn ze gemaakt; daar zijn ze ook voor gemaakt. Maar er staat ook bij dat de andere kant van de medaille is dat hij daartoe ook de kans krijgt. Volgens Doyle hebben feministen ermee geworsteld te erkennen dat vrouwen nog altijd beschermd, verwend, bewonderd en gekoesterd willen worden.
Ja, dit stond dus in Opzij. Het is een heel lang artikel en ik had hieruit nog veel meer interessante citaten kunnen nemen, maar ik wil weer terug naar Paulus. Dit is precies waar Paulus het over heeft: dat de man geacht wordt een man te zijn, en dat betekent dat hij het hoofd is.
De Man als het Hoofd: Verantwoordelijkheid Dragen en Leiding Geven ↑ hoofdstukken
Want de man is het hoofd van zijn vrouw. Let op: er staat dat hij het is, niet dat hij het moet zijn. Dat staat er niet. Dit is zijn identiteit; dit is wat hem als man karakteriseert en wat mannelijkheid in essentie betekent. Nogmaals, dat zijn wij kwijtgeraakt en daarom doe ik vanmorgen mijn best om deze waarheid weer voor het voetlicht te brengen. Zo is het: dit is onze identiteit. Als je man bent, weet dan dat je hoofd bent. Het kan zijn dat je daarvoor wegvlucht, maar dan ben je simpelweg een afwezig hoofd. Je bent echter het hoofd. Je kunt het theologisch wegredeneren, en ik zie dat ook vaak gebeuren. Voordat ik zoiets presenteer, kijk ik nog wel eens links en rechts naar wat er over dit Bijbelgedeelte of deze waarheden in het algemeen wordt gezegd, en het wordt steevast weggeredeneerd.
Op zich begrijp ik dat wel, want we zijn immers allemaal kinderen van onze tijd. Of je nu in Marokko of in Nederland geboren bent, je bent heel sterk beïnvloed door de vanzelfsprekendheden om je heen. Wat ik nu vertel, zal in grote delen van de wereld heel gewoon zijn, maar hier in het Westen ligt het veel gevoeliger. Probeer je er echter eens bewust van te zijn dat je zozeer beïnvloed bent door denkwijzen die vaak voortkomen uit heel andere aannames. Een filosofie is vaak een eenheid van gedachten die voortvloeien uit een bepaalde aanname. Bijvoorbeeld: als God er niet is, dan moet alles vanzelf ontstaan zijn. Dat betekent ook dat mannelijkheid en vrouwelijkheid geen enkele diepere betekenis hebben. Het aardige is dat zelfs een feministe op een gegeven ogenblik op de gedachte kan komen dat de natuur zo niet werkt. Kijk maar naar de natuur: het mannetje hoort een mannetje te zijn en daarin leiding te geven. Dat is de essentie.
De man is het hoofd van zijn vrouw. Dat betekent ook dat de man verantwoordelijk is voor zijn vrouw. Als hij de heer van het huis is, betekent dit dat als het in het huis of in de relatie niet goed gaat, hij daarop wordt aangesproken. Niet omdat hij per definitie de schuldige is, maar hij is wel verantwoordelijk. Stel je voor dat je kapitein bent op een schip met een paar honderd man. Als er iets fout gaat doordat een matroos een fout maakt, dan wordt die matroos daarop aangesproken, maar wie is er verantwoordelijk? De matroos? Nee, natuurlijk niet: de kapitein. Er is maar één kapitein op een schip. De Bijbel kent geen meervoudig hoofdschap. Hoe democratisch wij ook zijn ingesteld en denken in meervoudig hoofdschap, ik moet u zeggen: dat is een draak. Een organisme met meer hoofden is een monster. Een lichaam heeft één hoofd en dat wordt geacht leiding te geven. Als het niet goed gaat, is dat hoofd daarvoor aansprakelijk.
Daar ben ik God trouwens heel dankbaar voor. Waarom? Uiteindelijk is God Zelf het hoofd en Hij is inderdaad verantwoordelijk voor alles. Maar terug naar dit punt: als het niet goed gaat in huis en in de verhouding tussen man en vrouw, dan is de man aanspreekbaar, wat de vrouw ook gedaan mag hebben. U weet misschien waar ik op doel als we kijken naar het eerste mensenpaar. Toen zij gegeten hadden van de verboden vrucht, wie was toen de eerste die dat deed? Dat was Eva. Daarna verscholen ze zich, want ook Adam had van de vrucht gegeten. Er zit nog veel meer achter dan wat ik nu zeg, maar het gaat erom dat zij werden geroepen. Dat was Gods zoekende liefde, maar wie werd er aangesproken? Adam, niet Eva. Het is dan ook zoals in Adam allen sterven. Adam wordt verantwoordelijk geacht, niet de vrouw. Door één mens is de zonde in de wereld gekomen, en dat is Adam. Hij is daarop aanspreekbaar.
Wij denken bij mannelijkheid vaak alleen in termen van 'macho': een spierenbundel, een sixpack of een womanizer. Maar weet je wat een man werkelijk is? Een man is iemand die de verantwoordelijkheid op zich neemt. Dat is het. Als het niet goed gaat in huis of in de relatie, dan is de man daarop aanspreekbaar. Hij is daarvoor verantwoordelijk. Als ik deze dingen zo naar voren breng, kun je zelfs de vraag stellen wie er nu eigenlijk gediscrimineerd wordt. Dat is de man. Trouwens, discrimineren betekent gewoon onderscheid maken. Bij ons heeft dat woord per definitie een negatieve klank gekregen, maar dat komt omdat wij geen onderscheid meer kunnen maken. Het is simpelweg onderscheid maken, maar men ziet het verschil niet meer tussen mannelijk en vrouwelijk, of dat iets een mannelijke rol is of een vrouwelijke rol. Adam is het hoofd.
Bijbelse Typologie: de Goddelijke Rangorde van Schepper en Schepping ↑ hoofdstukken
Paulus zegt in 1 Korinthe 11 – en hij benadrukt dat heel sterk – over de context ga ik nu even aan voorbij, hoewel die ook heel boeiend is. Maar kijk naar dat derde vers van 1 Korinthe 11, want dat is namelijk het plateau waarop hij vervolgens zijn betoog bouwt: "Ik wil echter dat jullie dit weten: Het hoofd van iedere man is Christus. Het hoofd van de vrouw is de man. En het hoofd van Christus is God." Als je dit grafisch voorstelt, dan krijg je een plaatje waarbij God het hoofd is, verantwoordelijk voor alles. Dank Hem daarvoor dat Hij dat is! Dat betekent dus dat als er iets misgaat, of wat wij denken dat er misgaat, Hij verantwoordelijk is. Hij is verantwoordelijk.
Vervolgens komt Christus: God is het hoofd van Christus. Christus komt uit Hem voort als het Beeld van God. De mens werd geschapen naar het beeld van God, maar dat Beeld van God is de laatste Adam. Adam werd dus geschapen naar het beeld van Hem die na hem zou komen. Dat is bijzonder. Maar het is dus een verhouding: God, Christus, man, vrouw. Dit is feitelijk een rangorde, maar het is ook een volgorde. Eerst was Hij, toen Hij, toen hij en toen zij. Immers, de vrouw is uit de man.
In de passage van 1 Korinthe 11, vers 7 en 8, wordt gezegd dat de man het beeld en de heerlijkheid van God is. Dat wil zeggen: hij representeert dat beeld en die heerlijkheid van God, en daarmee dus Christus. Het is allemaal typologie; dat wil zeggen dat het een staat voor het ander. Daar staat het mannelijke voor. God is mannelijk, daarom is Hij ook Vader en spreken we Hem aan als 'Hij'. Niet 'zij', zoals in de feministische theologie, want die wil dat onderscheid helemaal niet meer, maar 'Hij' is verantwoordelijk. De man staat inderdaad voor de Schepper, zoals het vrouwelijke voor de schepping staat, die ook 'zwanger' is in blijde verwachting en wacht op de verlossing. Ze is ook zwanger gemaakt door de opstanding van Christus.
Zelfs de seksualiteit heeft zo'n geweldige betekenis en daar gaat typologisch zo'n krachtige sprake van uit. Mensen zijn dat compleet kwijt. Dacht u nou werkelijk dat het hele verhaal van hoe nieuw leven ontstaat – door de eenwording van man en vrouw, van het mannelijke en het vrouwelijke – zomaar is? Nee natuurlijk, het is goddelijk design. De man heeft gemeenschap met de vrouw, zoals de Schepper met de schepping. En door opstanding brengt Hij nieuw leven voort. Daar is ook een Latijns woord voor en dat heet dan 'erectie', wat letterlijk 'opstaan' betekent. Door opstanding verwekt Hij nieuw leven in de schepping en daardoor is deze schepping in blijde verwachting. Dat zijn hele Bijbelse denkbeelden; wij verwachten inderdaad de openbaring van de zonen Gods.
Daar zit nog veel meer aan vast, maar ik wil u maar laten zien dat er van het mannelijke en het vrouwelijke, en de hele wijze waarop nieuw leven tot stand komt, een sprake uitgaat. Het spreekt van Zijn plan; hoe God door gemeenschap, door liefde – want Hij heeft deze schepping lief – nieuw leven verwekt. Mannelijk en vrouwelijk. Als je niet begrijpt waar het mannelijke en vrouwelijke voor staan, dan ontgaat je dat. Weet je waarom? Omdat je niet 'discrimineert'. Je onderscheidt de dingen niet. Tegenwoordig zit daar meteen een waardeoordeel aan vast, maar men weet vaak niet waar men het over heeft.
De vrouw daarentegen, zo staat in 1 Korinthe 11, is de heerlijkheid van de man. De vrouw is ook uit de man en de vrouw is geschapen om de man. Ook hier zie je trouwens weer dat dit van de schepping en de Schepper gezegd kan worden. De schepping is de heerlijkheid van de Schepper. En als wij de heerlijkheid in de schepping zien – of dat nu de zon en de maan zijn of het nieuwe leven dat tot stand komt – dan spreekt dat van de Schepper. Het is nu bijna voorjaar; als je goed kijkt, dan zie je het al. Meteorologisch is het voorjaar al begonnen; de krokusjes zijn er al. Je ziet het allemaal: nieuw leven. Dat spreekt van de Schepper; het is de heerlijkheid van de Schepper. De schepping komt ook voort uit de Schepper, zoals de vrouw ook uit de man voortkomt. En de schepping is er ook om de Schepper. Dat is de verhouding. Maak dat onderscheid nou gewoon; zo vind je ook je bestemming en hoe je gemaakt bent als man of als vrouw.
Eén ding moet duidelijk zijn: de man is het hoofd van de vrouw. Dat is je identiteit. Het gaat niet in de eerste plaats om wat je nou moet doen, het gaat erom dat je weet wie je bent als vrouw en als man. Op het moment dat je weet wie je bent, weet je in wezen ook wat je te doen staat. Want er staat: de man is het hoofd van zijn vrouw. Paulus hoefde dat trouwens niet uit te leggen, want dat was ook in die dagen vanzelfsprekend. Evenzo is Christus het hoofd van de Ekklesia, van de uitgeroepen vergadering. Dat wil zeggen: God is vandaag in het verborgen bezig een groep, een vergadering uit te roepen. Hij roept uit, het Woord klinkt en mensen worden overtuigd in het hart. Dat is allemaal Zijn werk. Die mensen brengt Hij bij elkaar, vandaar Ekklesia: een vergadering van uitgeroepenen. Een wereldwijd werk waar God mee bezig is. Wel, wie is het hoofd van die vergadering? Dat is geen mens, dat is er maar Eén: Christus. Christus is verantwoordelijk voor deze uitgeroepen vergadering, voor die Ekklesia. Hij is het hoofd.
Ik ben nu in Efeze 5, maar in wezen gaan Efeze 1 en 2, en vooral Efeze 1, ook al over die waarheid: de waarheid namelijk dat Christus hoofd is boven alles wat is, maar gegeven aan de Ekklesia die Zijn lichaam is. Ik citeer nu vrijwel letterlijk de laatste verzen van Efeze 1. "Hij is het," staat er dan, met een grote nadruk in het Grieks. Hij is het die Zijn lichaam in stand houdt. Eigenlijk staat er: Hij is de Redder of de Behouder van het lichaam. Hij zorgt ervoor dat het lichaam niet verloren gaat, maar haar bestemming vindt. Hij redt dat lichaam. Dan zie je ook meteen wat een hoofd is: dat is niet 'de baas'. Een hoofd is vanuit het Hebreeuwse denken bovendien direct gekoppeld aan het begrip 'eerste'. Dat is niet zo moeilijk te begrijpen, want het eerste dat je ziet bij een geboorte, is het hoofd. In het Hebreeuws is het woord voor 'eerste' Rishon – vandaag is het zondag, Yom Rishon, de eerste dag – en het woord voor 'hoofd' is Rosh. Hoofd en eerste zijn feitelijk synonieme begrippen. Hij is het die Zijn lichaam in stand houdt; dat doet Hij. De Bijbel koppelt dat hoofdschap juist aan het feit dat Hij het lichaam behoudt en redt; Hij zorgt ervoor dat het niet verloren gaat. Hier gaat het dan specifiek over Zijn lichaam, maar dat wordt ook van God gezegd.
Hij is de Behouder van het al. Waarom? Want Hij is het hoofd. Je ziet dat daarin in feite het hele evangelie vervat is, datgene wat het evangelie tot evangelie maakt. De mensheid is verloren vanwege Adam; hij was daarvoor verantwoordelijk. In hem — en Adam staat voor de hele mensheid — maar toen kwam de laatste Adam en Die staat ook garant voor de hele mensheid. In Hem is de redding van het al inderdaad, in dit geval van de mensheid, ook gegarandeerd. Hij is het die ook vandaag het lichaam in stand houdt. Dat wil zeggen: die uitgeroepen vergadering, de Ecclesia.
Welnu, eigenlijk staat er 'maar', en Paulus komt hiermee terug op wat hij al in vers 23 zei. Nee, ik moet zeggen vers 22, dat moet ik even corrigeren. Het vorige vers was nog even een uitweiding. Nu komt hij weer terug op wat hij in vers 22 had gezegd. Welnu, gelijk de Ecclesia onderdanig is of wordt onderschikt aan Christus, zo ook de vrouw aan haar man, of de vrouwen aan de mannen. Dat wil zeggen: de vrouwen aan hun mannen. De mannen, hoezo? Wel, aan hun mannen 'in alles', staat er. Ze hoeven zich dus niet af te vragen: "In wat wel en in wat niet?" Gewoon, hij is hoofd.
We lezen het gewoon. Ik kan nu wel voorbeelden gaan geven, maar dit is op zich duidelijke taal. En nu komt het. Want tot dusver werden de vrouwen aangesproken, maar feitelijk klinkt op de achtergrond natuurlijk al door wat de mannen geacht worden te zijn.
De Opdracht aan de Man: Onvoorwaardelijke Agape-liefde Bewijzen ↑ hoofdstukken
Mannen, hebt uw vrouw lief. Hebt jullie vrouwen lief. Het staat hier, mannen; je zou kunnen zeggen dat de mannen hier in hun totaliteit worden aangesproken. Het meervoud wordt gebruikt: mannen, hebt de vrouwen lief – namelijk jullie eigen vrouwen. In het Grieks staat hier het woordje agapé, en dat is onvoorwaardelijke liefde.
Hier staat dus niet phileo, wat meer duidt op kameraadschap of iemand 'lief vinden'. Dat is sympathie. Begrijp me goed, dat is geen contrast; het is prachtig als je maatjes bent met je vrouw en elkaar ook gewoon lief vindt. Maar dat is niet het woord dat Paulus hier gebruikt. Hij gebruikt ook niet het woord eros, de zinnelijke liefde. Dat hoef ik verder niet uit te leggen, want ons woord erotiek is daarvan afgeleid. Nee, dat zijn allemaal begrippen die weliswaar verband houden met liefde, maar hier wordt een woord gebruikt dat juist een liefde aanduidt die niet te maken heeft met wat de ander is of doet. Het is gewoon onvoorwaardelijk.
Vandaar ook: hebt de vrouwen lief. Er staat zo mooi: 'hebt jullie vrouwen lief'. Er staat niet: 'hebt jullie liefhebbende vrouwen lief'. Agapé betekent onvoorwaardelijk, en dat houdt in dat er geen bijvoeglijk naamwoord meer bij hoeft. Er staat niet: 'als ze gelovig is', 'als ze liefheeft', 'als ze onderdanig is', 'als ze behulpzaam is', 'als ze aantrekkelijk is', 'sexy' of 'succesvol' – whatever. Nee, dat staat er niet. Er staat: heb haar lief, bewijs haar liefde. Dat wordt tegen de mannen gezegd.
Tegen de vrouwen wordt gezegd: onderschik je aan de man. Geef hem de credits als hoofd, want dat is hij namelijk. En van de mannen wordt gevraagd: heb je vrouw lief. En dan niet zoals de wet zegt. Dat zou op zich al een hele goede zijn, want elders vinden we die woorden wel: heb de ander lief, heb je naaste lief als jezelf. Maar dat staat er hier niet. Nee, dit is echt verheven. Het echte geheim daarvan gaan we de volgende keer bespreken, want dat is het slot van Efeze 5 waar Paulus toewerkt naar een climax. Hij gaat een heel groot geheimenis vertellen waar ik nu niet meer aan toe kom, maar in zijn betoog werkt hij er al wel naartoe.
Hij zegt: mannen, hebt de vrouwen van jullie lief. Onvoorwaardelijk. Bewijs hen die liefde. Hoe dan? Wel, zoals ook de Christus de Ecclesia heeft liefgehad. In het Grieks staat hier een aoristus, en dat betekent dat het een feit is. Er wordt als het ware een foto genomen; het is een onbepaalde tijd. Het is niet zo van: Hij heeft liefgehad en nu is het voorbij. U kent die uitdrukking wel: 'als het gehad is, is het hebben voorbij'. Maar hier is het een vastgesteld feit: Hij heeft lief. Ongeacht wanneer. Het is een feit dat Christus de Ecclesia liefheeft en Zich voor haar heeft overgegeven. Dat wordt nader uitgewerkt, want die liefde is niet abstract. Liefde bewijs je.
Kijk, iemand 'lief vinden' is een gevoel dat je soms zomaar kan overkomen, dat je overal vlindertjes voelt. Maar dat is gevoel. Mensen denken veel te sterk in die termen als het over deze zaken gaat. Misschien staat u me toe om nog een opmerking te maken die ik eigenlijk eerder had moeten plaatsen, maar die ik zeker niet wil vergeten. Dat is het punt dat wij onze identiteit vaak ontlenen aan, of baseren op ons gevoel. Maar mannelijkheid en vrouwelijkheid, dát is je identiteit. Dat is je geaardheid. Je bént man of je bént vrouw.
In de wereld spreekt men over een homofiele geaardheid, maar in de Bijbel is je sekse je geaardheid. Dat wil zeggen: ik ben mannelijk. Er zijn maar twee smaken, u weet het. Het kan natuurlijk zo zijn dat je van je geaardheid vervreemd bent geraakt door omstandigheden, genen of omgevingsfactoren – dat maakt niet uit – maar ga niet zeggen: 'mijn homofiele geaardheid'. Want dan doe je alsof je geaardheid en je identiteit te maken hebben met gevoelens, terwijl juist dat de desoriëntatie kan zijn. Je bent daarvan vervreemd. Je geaardheid is dat je mannelijk bent, of je seksuele geaardheid is dat je vrouwelijk bent. Dat zijn feiten. Dat is wat je bent, dat is je identiteit. Ga je identiteit niet koppelen aan een gevoel of aan bepaalde neigingen, want dan ben je in wezen het pad al kwijt. Dan ben je al vervreemd van je identiteit op het moment dat je zo gaat praten en redeneren. Denk in dat opzicht aan je spraakgebruik. Maar nu weer even terugkomend op dit gedeelte.
Christus en de Ecclesia: Gereinigd en Stralend Gemaakt Door het Woord ↑ hoofdstukken
Christus heeft de Ecclesia lief. Dat is een feit. En Hij heeft Zich voor haar overgegeven. Hier wordt inderdaad een perfectum gebruikt: "Heeft overgeleverd." Dat wijst ook op een bepaalde tijd. Maar terugkomend op wat Paulus hier zegt; hij had hier eigenlijk al over gesproken in het begin van dit hoofdstuk. In Efeze 5 vers 2 staat: "Wandelt in de liefde" – ook hier weer agape – "zoals ook Christus ons heeft liefgehad." Eigenlijk staat er 'ons', maar dat is een handschriftkwestie. Zoals Christus ons heeft liefgehad en Zich voor ons heeft overgegeven. Hier staat exact hetzelfde woord. Hoe dan? Wel, er staat bij: "als offergave en slachtoffer, Gode tot een welriekende reuk." Een geur van aroma. Dat is een term die aan de offerdienst is ontleend.
Maar goed, dat blijkt sowieso al uit het woord 'slachtoffer'. Dat is de overgave, de liefde van Christus voor de Ecclesia. Daar gaat het hier specifiek over. Christus heeft Zich ooit overgegeven. Hij werd geslacht; Hij liet Zich slachten. Vervolgens werd Hij opgewekt uit de doden en nu is Hij die offerande met die lieflijke reuk. Hij stond op uit het graf. Dat is waar het offer werkelijk van spreekt. Ik benadruk dat altijd omdat het vaak zo onbekend is: de offerdienst verwijst naar Hem die geslacht werd, maar dat is nog niet het offer. Daarna krijg je het offer. Eerst de slachting, daarna stijgt het op voor God tot een lieflijke reuk. En dat heeft te maken met de opstanding, met de levendmaking. Met alles wat aan het licht kwam op die derde dag, waar we zojuist over gezongen hebben.
Welnu, nu is Christus degene die Zich inzet voor de Ecclesia. Hij geeft Zich helemaal voor haar over, niet voor de wereld op dit moment. De wereld laat Hij de wereld. Hij geeft Zich vandaag over aan de Ecclesia. En wat doet Hij dan? Ik moet hier nu echt even snel doorheen en dan gaan we de volgende keer daarop door, maar om dit in ieder geval te begrijpen: Hij doet dit om haar te heiligen. Wat Christus vandaag doet – nu als de Opgestane die ooit geslacht werd, nu de Levensvorst is en daar onttrokken is aan het oog, waar Hij de eerste plaats inneemt en met recht dus het Hoofd is – is Zich inzetten. Hij geeft Zich over. Hij heeft de Ecclesia lief en Hij geeft Zich voor haar over om haar te heiligen. Dat wil zeggen: Hij stelt haar apart, zodat er maar Eén is die voor haar telt. Laat ik het anders zeggen: zodat er maar Eén is voor die Ecclesia, namelijk alleen Hij. Om haar te heiligen, om haar apart te stellen en helemaal voor Zich te hebben.
Haar reinigend – ook hier weer een feit, onbepaalde tijd – Hij reinigt haar. En hoe doet Hij dat? Door het waterbad met het woord. Eigenlijk staat er: "in uitspraak". Dat wil zeggen: in dat wat er gesproken wordt. Ik heb hier een verwijzing naar Johannes 15 vers 3, waar de Heer Jezus in de opperzaal spreekt. Trouwens, heel leuk, het schiet me ter plekke te binnen: dat is in de opperzaal, die hoogste verdieping waar de Heer samen was met de Zijnen. En wat deed Hij toen? Hij knielde neer en ging hun voeten wassen. Het waterbad. En Hij reinigde hen. Hij zette Zich helemaal voor hen in. Dat was Petrus teveel, u kent die geschiedenis, maar dat gebeurde allemaal in die opperzaal. Een prachtig beeld van wat de Heer vandaag ook doet voor de Ecclesia in de opperzaal, geplaatst in de hemelse gewesten. Dat is echt het taalgebruik van deze brief. En wat doet Hij? Hij zet Zich in. Is die gemeente verantwoordelijk voor zichzelf? Nee, Hij is dat.
Daarom heeft de gemeente maar één ding te doen. Ik weet hoe er vandaag over de Ecclesia wordt gesproken. Kijk maar eens na en luister maar eens een keertje, of sla het op in de media, wat er voor 'kerk' doorgaat. Of kijk het na in de kerkelijke pers wat men denkt dat wij allemaal moeten doen. We moeten zus en we moeten zo om de kerk weer aantrekkelijk te maken; allemaal actieprogramma's. Weet je waarom? Omdat ze denken dat zíj het moeten doen. Nou, dan zit je er mooi naast. De Ecclesia hoeft maar één ding te doen en dat is zich te onderschikken en op te zien naar Hem. En Hij geeft Zijn woord, Zijn uitspraak. De Heer zegt dan ook daar in die opperzaal: "Jullie zijn nu rein om het woord dat Ik tot jullie gesproken heb." De Heer reinigt ons. De Heer heeft ons Zijn woord gegeven. En dat vind ik zo prachtig aan wat de Heer vandaag doet: Hij geeft Zijn woord. En hoe reinigt Hij ons? Hoe heiligt Hij ons? Door Zijn woord, zo reinigt Hij ons.
En zo kan Hij Zelf de Ecclesia voor Zich plaatsen: stralend. Weet je hoe je stralend wordt en hoe God de Ecclesia stralend maakt, ook als ze samengekomen zijn als vergadering? Dat doet Hij door Zijn woord. Zijn woord is alles. Ooit kwam door het woord de hele schepping tot stand; alle dingen zijn door het woord geworden. Maar door dat woord wordt ook de Ecclesia gereinigd en Hij maakt haar stralend. Dat is precies wat de man geacht wordt te doen met zijn vrouw: haar te laten stralen. Zoals de zon de maan stralend maakt. Trouwens, ook een mooie verhouding: mannelijk-vrouwelijk. U weet, de zon is een constante; de maan is altijd aan maandelijkse cycli onderhevig, heel veranderlijk en instabiel, maar ze kan wel prachtig schijnen door de bomen. Ook weer dat mannelijk-vrouwelijke.
Zodat Hij de Ecclesia stralend maakt, zonder vlek of rimpel of iets dergelijks, zodat zij heilig is en onbesmet. Wie doet dit allemaal? Wie is hier de handelende persoon? Wie is hiervoor verantwoordelijk? Wie is verantwoordelijk voor de Ecclesia? Dat zijn geen managers, dat zijn geen oudsten. Dat is ook geen organisatie of allerlei trucs en technieken. Dat is Hij, en Hij doet dat door Zijn woord. En zo maakt Hij de Ecclesia, maar ook de gelovigen individueel, stralend en heilig. Het is allemaal Zijn werk. En wat doe je dan? Nou, je kijkt omhoog. Dan kijk je precies de goede richting uit. En weet je wat er gebeurt? Daar word je verschrikkelijk dankbaar van, en blij. De man mag zich daaraan spiegelen; het is een voorrecht. Zoals de vrouw zich daar ook aan mag spiegelen; het is een voorrecht, genade. Daar danken we God voor.
Ik stel voor dat we de volgende keer verder gaan met de navolgende verzen tot aan het slot van Efeze 5, want zoals ik al zei: de climax van dit gedeelte moet nog komen. Daar gaan we de volgende keer over twee weken op verder, zo de Here wil en wij leven. Ik stel voor dat we een lied gaan zingen.
UltimateGoodNews