GoedBericht.nl logo
UltimateGoodNews

Jezus’ embargo

10-04-2022 - Geplaatst door Andre Piet
10 april 2022, Benthuizen

Het zal enkele maanden vóór Jezus’ sterven in Jeruzalem zijn geweest. Petrus had in Caesarea Filippi Jezus beleden als “de Christus, de Zoon van de levende God”. Maar Jezus verbood zijn discipelen nadrukkelijk dit naar buiten te brengen. Het is dan ook hoogst opmerkelijk dat Kajafas in het Joodse proces tegen Jezus, Petrus’ woorden vrijwel letterlijk aanhaalt. Hoe was Kajafas aan deze informatie gekomen? Enfin, sinds dat ‘publicatieverbod’ wees Jezus zijn discipelen er bij herhaling op dat Hij naar Jeruzalem ging om daar overgeleverd te worden door de leiders van het volk, veel moest lijden en gedood zou worden. Maar óók dat Hij op de derde dag zou worden opgewekt.

Powered by RedCircle

📝 Samenvatting & Transcriptie van deze lezing

Samenvatting van deze toespraak

Tijdens Zijn aardse bediening hield Jezus Zijn ware identiteit als de Messias doelbewust verborgen onder een embargo. Pas in kleine kring bij Caesarea Filippi werd erkend dat Hij de Christus was, waarna Hij begon te spreken over Zijn naderende lijden in Jeruzalem. Tijdens het Joodse proces dwong de hogepriester Kajafas Hem via een eedzwering Zichzelf bekend te maken, wat mogelijk was doordat dit embargo eerder door Judas was gelekt. Hoewel het leek alsof mensen het verloop bepaalden, verliep alles precies volgens het goddelijke script zoals vastgelegd in de Schriften.

“Kijk, door het lekken van wat onder embargo was gezegd, werd Jezus ter dood veroordeeld.”

Introductie: het Begrip Embargo ↑ hoofdstukken

Goed, beste mensen. We gaan ons, net als twee weken geleden trouwens, opnieuw bezighouden met het proces dat ooit tegen Jezus gevoerd werd. Toen hadden we het over – twee weken terug dus – dat Jezus voor Pilatus verscheen en over de gesprekken die zich tussen Hem en de gouverneur voordeden. Dit keer gaan we het ook over dat proces hebben, maar dan over het Joodse proces en wat daaraan voorafging.

De titel vindt u wellicht wat eigenaardig en aan Petra moest ik hem gisteren ook eventjes toelichten: "Wat bedoel je daar nou mee?" Jezus’ embargo. U kent het begrip embargo. Je leest dat wel eens in de pers, bijvoorbeeld bij Prinsjesdag, als de Miljoenennota gepubliceerd wordt. Dan worden dingen van tevoren, een dag van tevoren al, aan de pers onder embargo doorgegeven. Dat wil zeggen: de pers krijgt dan een publicatieverbod. Een tijdelijk publicatieverbod. Zij mogen de dingen al weten en zich daarmee bezighouden en hun voorbereidingen treffen, maar nog niet publiceren. Dus een embargo is een tijdelijk publicatieverbod totdat de termijn voorbij is. Waar we het vanmorgen over gaan hebben, is dat Jezus ook onder embargo bepaalde dingen heeft bekendgemaakt.

Laat ik eerst nog een paar dingen daaraan voorafgaand zeggen. Het is ruim drie jaar geweest dat Jezus heeft gearbeid, gerekend vanaf Zijn doop in de Jordaan door Zijn neef Johannes tot aan Zijn sterven. Dat is drieënhalf jaar geweest. Maar gedurende drie jaar heeft de Heer onderwijs gegeven aan heel het volk; daartoe was Hij gezonden. Je leest heel vaak: "En Hij onderwees in hun synagogen", maar ook daarbuiten op zoveel locaties. Hij predikte dat niet alleen, Hij demonstreerde het ook door de geweldige werken die Hij deed; de wondertekenen die door Zijn handen plaatsvonden.

Hij predikte daarbij het Koninkrijk dat nabijgekomen was. "De tijd is vervuld", zo riep Hij telkens weer. Dat wil zeggen: de termijn waar de profeten ooit over hadden gesproken, die was verstreken en nu zou het Koninkrijk van God aanbreken. En daarbij – en dat is heel opmerkelijk en daarop wil ik vooral vanmorgen inzoomen – heeft Hij doelbewust, maar ook consequent Zijn eigen identiteit verborgen.

Ik denk dat dat heel onbekend is voor veel mensen. De meeste mensen denken dat Jezus zich aan Zijn volksgenoten al de jaren bekendgemaakt heeft van: "Ik ben de Christus en jullie moeten eraan geloven." Maar dat is niet het geval. Ik wil dat laten zien aan de hand van...

Caesarea Filippi en de Identiteit van de Ben Adam ↑ hoofdstukken

Ik begin te lezen in Matteüs 16 vanaf vers 13. Daar lees je dit: "Toen Jezus nu in de delen," of in de omgeving, "van Caesarea Filippi kwam..." Een aantal van u is ooit wel eens in Israël geweest; als ik zo om me heen kijk, dan weet ik zelfs dat een heel groot aantal van u daar is geweest. Ik weet niet of u dan ook helemaal in het uiterste noorden bent geweest, in de Golan. Daar heb je het Golangebergte met de berg Hermon, veruit de hoogste berg. Aan de voet daarvan ligt het voormalige Caesarea Filippi. Tegenwoordig heet dat de Banias, en heel vroeger trouwens ook al. Het is een van de bronnen van de Jordaan; een heel idyllische plaats is dat. Je had trouwens twee plaatsen die Caesarea heetten. Het belangrijkste Caesarea lag aan de kust, maar om dit Caesarea daarvan te onderscheiden, werd het vernoemd naar keizer Philippus. Eigenlijk betekent de naam 'keizerlijk', en vandaar dus dat het Caesarea Filippi heette.

Jezus kwam daar dus helemaal in het noorden van Israël en Hij was daar alleen met de Zijnen, met Zijn leerlingen. Toen vroeg Hij Zijn discipelen: "Wie zeggen de mensen dat de Zoon van de mens is?" Die uitdrukking moet je met Joodse of Hebreeuwse oren beluisteren, want het is een Messiaanse titel. Het is een van dé titels die aan de beloofde Mashiach werd gegeven: de Ben Adam. In het Hebreeuws is 'de Zoon van de mens' eigenlijk de Ben Ha-Adam. Je vindt die aanduiding al op allerlei plaatsen in het Oude Testament. Het is opmerkelijk dat de Heer Jezus consequent spreekt over de Ben Adam, de Zoon van de mens. Dat kan in allerlei contexten een verschillende betekenis hebben; het kan zelfs gewoon de betekenis hebben van een 'mensenkind'. Maar in een speciale setting is het de aanduiding van die ene Mens, de Zoon van de mens, namelijk van de Adam. Hij is eigenlijk de Erfgenaam van Adam. Want wie is nu dé Erfgenaam van Adam? Die Ene. Dat is dus de Messias. Hij zal namelijk de hele wereld beërven en de aarde tot een paradijs maken, één grote hof.

Maar als Jezus daarover sprak, deed Hij dat in de derde persoon. Hij vroeg niet: "Wie zeggen de mensen dat Ik ben?" Hoewel het vaak wel zo wordt gelezen. U zegt: "Ja, Hij was toch de Zoon van de mens?" Jazeker, maar dat is nu juist een van de punten: dat leerde Hij niet expliciet. Ik zal dat straks ook laten zien. Hij sprak erover in de derde persoon: "Wie zeggen de mensen eigenlijk dat de Zoon van de mens is?" Daarbij liet Hij in feite in het midden wie die Zoon van de mens dan was, de Ben Adam.

Maar goed, dan die vraag: wat wordt er zoal gezegd? Wat zegt men er nu over? Als je gaat vragen naar wat men ervan vindt, kan werkelijk alles gezegd worden. De Heer Jezus krijgt vervolgens ook antwoorden: "Sommigen zeggen dat de Ben Adam Johannes de Doper zal zijn. Anderen zeggen Elia, en weer anderen noemden Jeremia of een van de profeten." Kortom, het antwoord is nogal omstreden en in elk geval divers. Er worden allerlei suggesties opgeroepen over wie daarvoor in aanmerking zou kunnen komen, wie de Ben Adam is.

Dan komt er nu een andere vraag. Jezus zei tot hen: "Maar jullie, wie zeggen jullie dat Ik ben?" Dit is een andere vraag. Eerst was de vraag nog wat 'men' zegt, en nu is de vraag: "Wie zeggen júllie?" Niet alleen de adressering is anders, maar ook het onderwerp is anders. Nu is het niet meer in het algemeen: "Wie zal de Ben Adam zijn?", maar: "Wie zeggen jullie dat Ik ben?" Daarop volgt een heel bekend woord, een geweldig antwoord dat centraal staat in dit hele evangelie.

Petrus' Belijdenis en de Rots van de Ecclesia ↑ hoofdstukken

Simon Petrus antwoordde nu en hij zei: "U bent de Christus." Of Ha-Mashiach, zoals dat in het Hebreeuws of in het Aramees zou klinken. De Christus, de Zoon van de levende God. Dat is een heel expliciet antwoord. Sowieso is het kenmerkend dat Simon Petrus dat antwoord geeft; als je de Evangeliën enigszins kent, dan weet je dat als er iemand het woord voert namens de twaalf, Simon Petrus dat wel zal zijn. Dat is ook hier weer het geval. Zijn antwoord is overduidelijk, en daarin klinkt volstrekt helder: "U bent degene over wie alle profeten hebben gesproken, de Messias, de Ben-A." U bent die Ben-A dan.

Eerst waren er nog allerlei opties, maar de discipelen hadden die niet eens zelf genoemd. Men zei dus niet: "O, Jezus zal dat wel zijn." Men noemde namen als Jeremia of Johannes de Doper. Niemand had dat woord — die belijdenis — nog zo uitgesproken; niemand zei: "Mensen zeggen dat U dat misschien bent." Nee, maar Petrus is er dan volkomen helder in: "U bent die Christus en ook de Zoon van de levende God."

Daarmee doelt hij in ieder geval ook op de Christus, de Gezalfde die in Psalm 2 wordt genoemd. Waarom haal ik dat nu speciaal aan? Wel, Psalm 2 is de psalm die gaat over de vraag waarom de volkeren woeden en de natiën zinnen op ijdelheid. Er wordt gesproken over een eindstrijd waarin de natiën zich naar Jeruzalem keren en zich keren tegen Yahweh en Zijn Gezalfde, Zijn Mashiach — Zijn Christus, op z’n Grieks gezegd. Even later in diezelfde psalm staat dat God Zelf tegen die Messias zegt: "U bent Mijn Zoon, Ik heb U heden verwekt." Dat is heel dubbelzinnig.

Aankomende donderdag mag ik in Nunspeet spreken, en juist over dat thema: de Zoon van God. Want de Heer Jezus was inderdaad de Zoon van God. Letterlijk verwekt, zonder tussenkomst van een man. Door de geest van de Allerhoogste is Maria overschaduwd, en daarom was dat heilige wat uit haar voortkwam met recht de Zoon van de Allerhoogste. Later zou Hij trouwens ook door God Zelf uit de doden worden verwekt. Hoe dan ook, de Zoon van de levende God, dat is de Messias.

Petrus en zijn collega-leerlingen liepen inmiddels al zo lang met Jezus mee — we zijn hier ongeveer een paar maanden voor de kruisiging — en nu onthult Petrus dit, of maakt hij dit bekend: "U bent de Christus, de Zoon van de levende God." Let eens op wat de reactie van Jezus daarop is. Hij antwoordde en zei tot hem: "Gelukkig — of zalig, wat letterlijk gewoon 'gelukkig' betekent — ben jij, Simon Bar-Jona." Dat wil zeggen: er viel jou met recht geluk ten deel. Want vlees en bloed onthulde jou dat niet. Vlees en bloed betekent gewoon: een mens. Geen mens heeft jou dat gezegd, maar Mijn Vader die in de hemelen is, Die heeft dat jou onthuld.

Hieruit volgt ook weer wat ik zojuist al even aangaf: hij had dit niet van Jezus Zelf vernomen. Alles wees in die richting — de suggesties, de werken die Jezus deed — dat is waar, maar expliciet werd dit nooit gezegd. Dat Petrus dit nu zo luid en duidelijk tegen Jezus zei, was hem niet door een mens bekendgemaakt. De Heer Jezus zegt ook: "Het is Mijn Vader die jou dat heeft onthuld; Mijn Vader in de hemel heeft dat jou onthuld, waardoor jij dit zo kunt zeggen." Je hebt het dus niet van een mens vernomen. Het hoorde ook niet bij het onderwijs. Stel je voor dat de Heer Jezus dat in Zijn hele onderwijs al had verteld; dan hadden ze dat allemaal gezegd en was het volstrekt helder geweest, want dan was dat de claim van Jezus geweest. Maar nee, dat was niet zo. Hij zegt: "Het is Mijn Vader die jou dat heeft onthuld", waarmee Jezus uiteraard bevestigt wat Petrus zegt.

Maar let op. Voordat we nu op de eigenlijke reactie komen, nog even dit. Hij zegt: "Maar Ik zeg jou..." Dit zijn bekende woorden. Voor mensen met een rooms-katholieke traditie is dit heel bekend, omdat op dit Bijbelvers het hele pauselijk primaat van de bisschop van Rome wordt gebaseerd. Er staat immers: "Ik zeg je dat jij Petrus bent en op deze petra zal Ik mijn ecclesia bouwen." Het is echt een zijpaadje, want we gaan het niet over de Rooms-Katholieke Kerk hebben of over hoe men tot deze gedachte gekomen is. De Rooms-Katholieke Kerk zegt dat Jezus tegen Petrus zou zeggen: "Op jou ga Ik mijn kerk bouwen" — het instituut kerk. En aangezien Petrus de eerste bisschop van Rome zou zijn — wat nergens in de Bijbel staat — zegt men dat Petrus een opvolger heeft aangewezen. Via die opvolging zouden we dan het pausdom hebben tot op de dag van vandaag.

Nou, dat zijn twee verzinsels. Een ketting is zo sterk als de zwakste schakel. Als je zegt dat dit tegen Petrus en al zijn opvolgers in Rome werd gezegd, dan zijn dat twee schakels die totaal niet hard te maken zijn. Maar goed, dat laten we dan even varen; zo rooms zijn we hier per slot van rekening niet, dat hoef ik nauwelijks toe te lichten. Maar het is wel opmerkelijk hoe de Heer Jezus dit formuleert. Hij zegt: "Ik zeg je dat jij Petrus bent en op deze petra zal Ik mijn ecclesia bouwen." Zoals ik het nu uitbeeld, moet het gegaan zijn. Als Hij zegt "deze", dan wijs je ergens op. Die en deze. Hij maakt hier in het Grieks een woordspeling op het woord rots. Petrus betekent rots en is een mannelijk woord. Petra is ook rots, maar een vrouwelijk woord. De betekenis is identiek en de Heer Jezus speelt ermee. Hij zegt: "Jij bent Petrus, en op deze petra zal Ik mijn ecclesia bouwen."

Wat bedoelde Hij? "Deze petra" was wat Petrus zojuist had uitgesproken: "U bent de Christus, de Zoon van de levende God." Dat is de petra, en op die petra — deze petra — zal Ik mijn ecclesia bouwen. Het idee is dus: jij bent Petrus, en op deze petra — namelijk de Christus, de Zoon van de levende God, want een ander fundament of een andere rots is er niet — daarop zal Ik de ecclesia bouwen. Wat die ecclesia is en wat dat allemaal betekent, daar zou een hele serie over te geven zijn. Dan kom je zelfs nog helemaal in de woestijn van Edom terecht, want daar heb je ook een stad die Petra heet. Wat dat er nu weer mee te maken heeft? Ja, dat ga ik u nu niet vertellen, want dat is te veel om op te noemen.

Het is trouwens wel heel bijzonder dat de Heer Jezus zegt: "Zal Ik mijn ecclesia bouwen." Dat gaat dus in de toekomst gebeuren. Inderdaad, de Bijbel kent niet zoiets als een kerk vanaf Adam of een gemeente vanaf Arnee. Die ecclesia zou nog gebouwd worden. Hoe dan ook, daar wilde ik naartoe. Vervolgens zie je dat aan Petrus de sleutels worden toevertrouwd en dat hij de bevoegdheid krijgt dat wat hij bindt op aarde, gebonden zal zijn in de hemel, en wat hij ontbindend verklaart op aarde, ontbonden zal zijn in de hemel. Ook dat is een onderwerp apart dat me nu te ver zou voeren. Ik sla nu twee verzen over en dan komen we aan in vers 20.

Jezus' Embargo: een Absoluut Publicatieverbod ↑ hoofdstukken

En nu komen we eigenlijk bij het punt van dat embargo. Toen waarschuwde Hij – in de NBG-vertaling staat: 'toen verbood Hij met nadruk' – Zijn discipelen dat zij aan niemand zouden zeggen dat Hij de Christus is. Dat wordt dus inderdaad verboden; het mocht niet gepubliceerd worden. Later, enkele maanden later, zou Petrus met zijn collega-apostelen in Jeruzalem al publiek op het tempelplein gaan verklaren: 'Deze Jezus die jullie hebben gekruisigd, die heeft God zowel tot Here als tot Christus gemaakt.'

Maar dat is dan inmiddels na de opstanding. Dat was een andere situatie. Kijk, Jezus zou definitief ook de Christus worden door Zijn opstanding. Dus die waarheid die Petrus zojuist had onthuld – of eigenlijk had de Vader dat aan Petrus bekendgemaakt – die waarheid was op dat moment nog pre-matuur. Het was te vroeg, het zou voortijdig zijn om dat op dat moment al bekend te maken. Het was wel waar, of het zou definitief nog waar worden, maar op dit moment was Jezus nog niet de Christus. Hij zou dat officieel en definitief pas worden in Zijn opstanding. Vandaar ook dat het heel uitdrukkelijk door de Here Jezus verboden wordt dat het ook maar aan iemand bekend zou worden gemaakt.

Dat zie je ook elders. Ik wil u nog meenemen naar nog een schriftplaats waarin je exact hetzelfde vindt: Johannes 10 vers 24. Daar lees je over een moment dat een korte tijd na deze gebeurtenis in Caesarea Filippi geweest moet zijn. Het was het Chanoeka-feest, het vernieuwingsfeest in Jeruzalem. Het was winter, dus ongeveer rond onze kersttijd zeg maar, ook een lichtjesfeest. En Jezus wandelde daar in de tempel, in de zuilengang van Salomo. In vers 24 staat: 'De Joden dan omringden Hem en zeiden tot Hem: Tot wanneer houdt U onze ziel op? Indien U de Christus bent, zeg het ons vrijuit.'

Met andere woorden: dat was tot dusver niet gebeurd. Het gonsde wellicht van allerlei geruchten over wat er over Hem gezegd werd, maar Jezus onderwees dit niet. Het feit dat de Here Jezus over de Messias of over de Ben-Adam altijd in de derde persoon sprak, gaf al aan dat Hij dat in het midden liet. Hij zei niet: 'Ik ben de Ben-Adam.' Hij sprak over de Ben-Adam, over de Messias, maar liet daarbij in het midden of Hij dat was. Dat irriteerde de Joden en die vragen dan ook: 'Zeg het ons nou eindelijk eens een keer vrijuit.' Maar dat gebeurt dus niet. Het idee dat de Here Jezus gedurende Zijn onderwijs op aarde vrijuit en ronduit zou hebben gezegd: 'Ik ben de Messias en jullie moeten dat geloven', is dus niet het geval. Ik ga weer even terug naar Matteüs 16.

Het Omslagpunt: Aankondiging van het Lijden ↑ hoofdstukken

Vanaf toen begon Jezus te tonen aan zijn discipelen dat Hij naar Jeruzalem moest gaan. De Heere Jezus bevindt zich daar in Banias bij Caesarea Filippi. Petrus had zojuist zijn belijdenis uitgesproken; de kogel was eigenlijk door de kerk. Dit is een cruciaal keerpunt. Vanaf dat moment begon Jezus zijn discipelen te tonen dat Hij naar Jeruzalem moest gaan om veel te lijden. Dit is het omslagpunt. Vanaf het moment dat Petrus deze onthulling van de Vader had ontvangen, verbood Jezus hen uitdrukkelijk om dit aan anderen te vertellen. Hij legde hen een embargo op; hun monden moesten dicht blijven, niemand mocht dit nog weten.

Wat dacht een Jood destijds bij de Christus? Men dacht aan de Messias, de Zoon van David, degene die de troon van David zou bezetten — wat Hij trouwens ook gaat doen — en degene die het koninkrijk van Israël zou herstellen en het vrederijk hier op aarde zou vestigen. Al die dingen zou de Messias doen en de Heere Jezus is ook die persoon, maar het was nog niet de tijd. Vanaf dit moment begon Jezus hen echter iets anders te tonen. Hij liet hen vanuit de Schriften zien dat de tijd gekomen was. Hij vertelde zijn discipelen dat Hij naar Jeruzalem moest gaan. Op zichzelf was dat niet zo vreemd, want men ging daar een paar keer per jaar naartoe voor de pelgrimsfeesten, zoals het vernieuwingsfeest of het Pesachfeest. Maar nu zei Hij dat Hij naar Jeruzalem moest gaan om veel te lijden.

Had de Heere Jezus in zijn prediking dan nooit eerder gezinspeeld op zijn sterven? Jawel, maar altijd impliciet, voor de goede verstaander. Denk aan zijn woorden over het Brood des Levens. Of wat dacht u van de passage in Mattheüs 12, waar de Heere Jezus zegt dat dit geslacht een teken verwacht, maar geen ander teken zal krijgen dan het teken van de profeet Jona? Zoals Jona drie dagen en drie nachten in het hart van de aarde was, zo zou het ook de Ben-Adam vergaan. De Heere zegt dan niet direct: "Zo zal het met mij gaan," maar Hij spreekt over de Ben-Adam. Er waren dus talloze aanwijzingen, maar Hij liet het altijd in het midden voor de nauwkeurige luisteraar; die kon daar wel alles in vermoeden, maar expliciet werd het juist niet gezegd.

Vanaf dat moment bij Caesarea Filippi, helemaal in het noorden, begon de Heere Jezus in die kring van intimi waarin Petrus dit zojuist onthuld had, heel uitdrukkelijk aan zijn discipelen te vertellen: "Ik ga naar Jeruzalem en daar zal ik veel lijden." Wanneer er staat "vanaf toen", betekent dit dat Hij dit bij meerdere gelegenheden heeft gedaan. In de NBG-vertaling staat boven deze passage vaak: "De eerste aankondiging van het lijden." In Mattheüs 17 vers 22 lees je de tweede aankondiging, in Mattheüs 20 de derde en in Mattheüs 26 de vierde. Hij zei dus herhaaldelijk en zeer nadrukkelijk dat Hij naar Jeruzalem zou gaan en daar veel lijden zou ondervinden.

Nog sterker: Hij zou niet alleen lijden ondergaan, Hij zou sterven. Let er ook op dat er staat dat Hij naar Jeruzalem "moest" gaan. Hoezo "moest"? De Heere Jezus leefde zo intens bij de Schriften. Hij kwam om de wil en het woord van zijn Vader te vervullen. Hij was altijd met de Schriften bezig en herkende zichzelf in de boekrol. Hij wist wat er in de boeken over Hem geschreven stond, zoals Psalm 40 zegt en in Hebreeën 10 wordt aangehaald: "Zie, hier ben Ik om Uw wil te doen, want in de boekrol staat over Mij geschreven." Hij wist dat de tijd gekomen was, Hij wist wie Hij was en waarvoor Hij geroepen was. Hij wist dat Hij volledig voldeed aan het profiel van de profeten en kende de weg die Hij moest gaan. Dit moest gebeuren; dit was het script.

Hij wist wat hem te wachten stond: Hij moest naar Jeruzalem gaan en daar veel lijden van de zijde van de oudsten en de hogepriesters. Er waren in die dagen twee hogepriesters, dat is een verhaal apart, maar let erop dat Hij veel moest lijden van de zijde van de leidslieden. Het is niet het volk dat Hem heeft afgewezen. Ook dit is weer zo'n misverstand. Het was niet het volk, maar het waren de leidslieden die Hem uit de weg wilden ruimen. Denk aan de passage in Johannes 11, waar een vergadering van het Sanhedrin plaatsvindt. Daar werd beraadslaagd: "Deze man vindt zoveel gehoor bij het volk; wij zijn bang dat de Romeinen hier een stokje voor gaan steken en ons onze plaats en positie als Sanhedrin afnemen." Zij zagen in Jezus een gevaar voor hun eigen positie. De Heere Jezus kondigde dit hier al aan: Hij zou veel lijden ondergaan van de zijde van de oudsten en de hogepriesters en Hij zou gedood worden.

Maar wat ook zo opvallend is: iedere keer als de Heere Jezus zijn lijden aankondigt — dat Hij naar Jeruzalem gaat, daar veel zal lijden onder de hogepriesters en gedood zal worden — wijst Hij er ook direct op dat Hij zal worden opgewekt. Sterker nog, Hij wist ook wanneer: op de derde dag. Hoe wist Hij dat? Hij kende de Schriften. Naarmate het moment naderde, zie je hoe dat uitzicht Hem staande hield, hoewel het lijden Hem zwaar aangreep. Dat zie je heel sterk in de nacht zelf, wanneer ze de opperzaal hebben verlaten en door het Kidrondal naar Gethsemané gaan. Daar greep het Hem zo aan dat Hij zich op een steenworp afstand afzonderde van zijn discipelen en tot drie keer toe bad: "Vader, indien U wilt, neem deze drinkbeker van Mij weg; maar niet Mijn wil, maar de Uwe geschiede." Zijn zweet werd als bloeddruppels; het heeft Hem enorm aangegrepen.

Toch wist Hij wat er zou gaan gebeuren en Hij kende de uitkomst. In Hebreeën 12 staat dat de Heere Jezus het kruis heeft verdragen om de vreugde die voor Hem lag. Hij wist waarom het zo moest gaan; het stond geschreven, het was een script en het was het ultieme bewijs van Gods liefde. Hij wist welke vreugde het zou opleveren en dat Hij op de derde dag door God zou worden opgewekt uit de doden. Hoewel de Heere Jezus dit zo expliciet zei, was het kwartje bij de discipelen nog niet gevallen. Dit was de eerste zeer duidelijke aankondiging. Later, toen het eenmaal gebeurd was, herinnerden zij zich dat Hij het inderdaad had gezegd, en zelfs bij meerdere gelegenheden. Je kunt er zeker van zijn dat ze daar later nog veel met elkaar over gesproken hebben. Maar op dat moment hoorden ze het niet echt; ze waren, zoals ze in het Engels zeggen, "biased" — ze waren bevooroordeeld door hun eigen verwachtingen.

Je hoort eigenlijk alleen maar dat wat je kunt horen en wat je kunt plaatsen. Dat wat je niet begrijpt, dat selecteer je onbewust weg; zo werkt dat nu eenmaal. Dat was in ieder geval zo bij de discipelen, hoe nauw zij ook met Jezus hadden opgetrokken en hoe intensief zij ook jarenlang onderwijs van Hem hadden ontvangen. En toch hebben ze dit niet begrepen. Ze hebben het wel gehoord, maar ze hebben het niet verstaan.

Dat blijkt ook wel uit de reactie van Petrus. Nadat de Heer Jezus dit had gezegd, nam Petrus Hem terzijde en begon Hem te vermanen: "Dat verhoede de Heer, dat zal U geenszins overkomen!" Moet je nagaan: het is diezelfde Petrus die zojuist nog beleden had: "U bent de Christus, de Zoon van de levende God." En nu ging de Heer Jezus zeggen: "Ik ga nu naar Jeruzalem, daar zal ik gedood worden en op de derde dag zal ik worden opgewekt." Dat laatste hebben ze denk ik sowieso niet begrepen, maar dat Hij gedood zou worden... Sterker nog, Petrus is zelfs boos op Hem en vermaant Hem. "Dat mag Je niet zeggen! Dat verhoede de Heer, dat zal U geenszins overkomen." Hij spreekt Jezus hier feitelijk vermanend toe en probeert Hem te overtroeven.

Maar terwijl de Heer Zich omkeerde, zei Hij tegen Petrus: "Ga weg achter Mij, Satan!" De tegenstander. Moet je nagaan: iemand die het zo opnam voor de Heer, zou je zeggen. Maar in werkelijkheid is het de tegenstander die hier sprak. "Want je bent Mij een valstrik, omdat je niet gezind bent op de dingen van God, maar op die van de mensen."

Was het menselijk wat Petrus zei? Ja, heel zeker! Tegenwoordig is dat trouwens het einde van alle tegenspraak; als iets 'heel menselijk' is, dan is het goed. Maar in dat licht moet je deze uitspraak eens lezen. Het was heel menselijk wat hij zei, en daarom deugde het niet. Zo moet je er eens tegenaan kijken. Petrus was namelijk niet bedacht op de dingen van God. Wilde Jezus dit Zelf? Nee, "niet Mijn wil". Het was niet Zijn eigen wil, maar het was de wil van God. Zo moest het; het waren de Schriften die dat zo aangaven. Hij wist ook: "Ik kom om Uw wil te doen."

Vandaar ook dat, wanneer Petrus het zo voor Hem opneemt, Hem bestraft en Hem zelfs aanzegt: "Dat verhoede God, dat zal geenszins gebeuren", de Heer Jezus zegt: "Je bent een valstrik, je maakt Me aan het struikelen." Oké, dit was dus Caesarea Filippi, enkele maanden voor Pascha.

Het Proces voor Kajafas en het Sanhedrin ↑ hoofdstukken

Dan gaan we nu naar de nacht dat Jezus werd overgeleverd: Jezus voor Kajafas. We gaan inmiddels tien hoofdstukken verder. In Jeruzalem heeft er natuurlijk nog een heleboel plaatsgevonden in die laatste nacht op 14 Aviv, 14 Nisan. De hogepriesters nu: Kajafas en Annas, schoonvader en schoonzoon. De hogepriesters en heel het Sanhedrin — de Joodse raad, de officiële Joodse raad — zochten een vals getuigenis tegen Jezus om Hem ter dood te brengen. Dat klinkt een beetje vreemd als je het zo zegt, dat 'vals'. Dat is uiteraard de inkleuring of de weergave van Matteüs. Uiteraard zocht het Sanhedrin juist een wettige constructie voor hun besluit dat ze al genomen hadden in de achterkamertjes.

Dat gaat heel makkelijk, hè? Dat je gewoon van tevoren al weet dat er nog een hele officiële vergadering moet plaatsvinden met debatten enzovoort, maar het is gewoon voor de buren. Het is al lang zo dat de partners in de coalitie hebben gezegd... nee, ik ga er geen actueel politiek verhaal van maken, maar terwijl ik het formuleer, denk ik: het zit allemaal gewoon in kannen en kruiken. Het is allemaal al van tevoren bedisseld. Je kan tegenwoordig ook niets meer zeggen. Ja, je bent jong en... nee, maar begrijpt u? Dat is inderdaad voor de buren. In werkelijkheid hebben een paar mensen dat in de achterkamer al besloten: jongens, zo en zo gaat dat. We moeten het toneelspel natuurlijk wel goed spelen en er moet ook een wettige constructie komen. Want ook de rechterlijke macht moet daar... het moet allemaal wel volgens de regels gaan. Dan doen we soms eens een keer zo. Er kunnen allerlei dingen gebeuren, zoals dat er iemand opgeroepen wordt die eigenlijk niet mag komen. Maar goed, het is een unieke gelegenheid en als dat de noodzaak is.

Ik zeg deze dingen en ik maak ook een knipoog naar de actualiteit, dat is duidelijk. Maar juist ook om aan te geven dat wat er toen plaatsvond, zo uniek nou ook weer niet is. Het unieke hiervan is dat dit het centrum van de hele wereldgeschiedenis is, maar in feite demonstreert dit gewoon hoe het menselijk recht werkt. Met menselijk recht bedoel ik dus wat krom is. Kijk, zij zochten een getuigenis, een wettige constructie. Maar juist het feit dat het zo gaat, dat is vals, toch? En daarom zegt Matteüs dat zij een vals getuigenis zochten. Dat 'vals' moet je eigenlijk tussen haakjes zetten. Het feit dat het zo ging, maakt het juist vals. Want ze hadden van tevoren al besloten om Hem ter dood te brengen; dat stond namelijk al vast. Nu moest er alleen nog een wettig kader gecreëerd worden, zodat het allemaal ook verkocht kon worden voor de buurman.

Ze zochten dus een getuigenis, maar dat viel nog niet eens mee. Dat is een understatement, want zij vonden er geen, hoewel er vele valse getuigen optraden die zij opmerkten. Want wat is een valse getuige volgens juridische maatstaven? Kijk, één getuige is geen getuige; dat is het ABC van de juridische wetenschap. Daar zijn minstens twee of drie getuigen nodig om een zaak te laten vaststaan. Maar dan is het uiteraard nodig dat die twee getuigen overeenstemmen. Want als je niet overeenstemt, heb je nog maar één getuige, en dat is geen getuige. Dus er treden allerlei getuigen op, maar die spreken elkaar tegen. Daarmee wordt het getuigenis gefalsificeerd; dat klopt dan niet. De een na de ander trad op, maar zelfs als je zo deed, kon dit er niet mee door. Het moet natuurlijk niet al te doorzichtig zijn. Ook dat is weer een belangrijke regel: je kunt het wel zo doen, maar het moet ook weer niet al te duidelijk zijn.

Vervolgens echter traden er twee op. Dat was dus het vereiste minimum. De Statenvertaling is hier niet juist, die spreekt hier van 'valse getuigen', maar dat berust op een foute lezing van de Textus Receptus. In ieder geval staat er niet 'vals'. Er traden er twee op die niet vals waren, hoewel hun getuigenis niet toereikend bleek. Let op, die zeiden: "Deze heeft verklaard: ik kan de tempel van God afbreken en gedurende drie dagen opbouwen." Ah, dus de een na de andere getuige trad op en iedere keer moest de hogepriester dat helaas toch weer terzijde leggen, want ja, ze stemden niet overeen. En nu traden er twee op die zeiden: "Ja, deze heeft gezegd: ik kan de tempel van God afbreken en gedurende drie dagen opbouwen."

Dit vind je niet in de evangeliën van Matteüs, Marcus of Lucas. Dit vind je alleen maar bij Johannes. Johannes vermeldt het, maar dat is aan het begin van Jezus' optreden geweest, bij Zijn eerste Paasgang. Dat was in Zijn publieke optreden in de tempel in Jeruzalem. Toen heeft Hij inderdaad zoiets gezegd. Ik neem u even mee naar Johannes 2. Jezus antwoordde en zei tot hen, toen Hij daar in Jeruzalem in de tempel was: "Breek deze tempel af en binnen drie dagen zal Ik hem doen herrijzen." Hé, dat hebben zij gehoord. Daar waren dus meerdere mensen aanwezig die Jezus dit hoorden zeggen. Jezus zei toen: "Breek deze tempel af en binnen drie dagen zal Ik hem doen herrijzen." Dat is een tamelijk cryptische uitspraak natuurlijk, want dat blijkt dan ook wel uit wat de Joden zeiden: "Zesenveertig jaar is over deze tempel gebouwd." Dat is de tempel van Herodes, dat was een van de wereldwonderen in die dag. Vergis je niet, dat was een geweldig bouwwerk. Zesenveertig jaar lang heeft Herodes werk gehad om die tempel die status en dat aanzien te geven. Het is een enorm bouwwerk geweest. En zij zeggen dan: "Zesenveertig jaar is over deze tempel gebouwd en U zult hem binnen drie dagen doen herrijzen?"

Dan lees je dat Johannes later als commentaar geeft dat Hij sprak van de tempel van Zijn lichaam. Toen Hij dan opgewekt was uit de doden, herinnerden Zijn discipelen zich dat Hij dit gezegd had, en ze geloofden de Schrift en het woord dat Jezus gesproken had. Dus ook Johannes herinnert zich dit achteraf. Toen Jezus dit zei over die tempel en die drie dagen, begrepen de Joden het niet. Maar laten we wel wezen: ook Johannes zelf en al die discipelen begrepen het toen ook niet. Pas later hebben ze begrepen hoe dat zat met die drie dagen. Maar één ding is in ieder geval wel duidelijk: Jezus heeft inderdaad een keer zo'n uitspraak gedaan.

Het was het enige getuigenis waar de getuigen het over eens konden worden: dat Jezus een keertje gesproken heeft over de tempel en om die in drie dagen weer te herbouwen. Matteüs zelf refereerde er niet aan; hij wist misschien niet eens wanneer dat gezegd zou zijn. Maar inderdaad, dat heeft Hij een keer gezegd. De getuigen waren het daarover eens. Alleen blijkt het niet voldoende te zijn om Jezus op grond hiervan te veroordelen. De hogepriester had dat wat graag gedaan, maar dit was onvoldoende omdat de uitspraak te cryptisch is om Hem op basis hiervan te veroordelen. Maar één ding is wel duidelijk: Hij heeft deze uitspraak wel degelijk gedaan. Ik zeg dit ook even voor de critici, voor de mensen die daar misschien wat afstandelijker tegenaan kijken en zeggen dat ze Jezus dat achteraf allemaal in de mond hebben gelegd. Nee, dat kan niet, want dan zou dit namelijk nooit zo gebeurd zijn. Dit was het enige getuigenis wat standhield, maar wat inadequaat bleek om Jezus veroordeeld te krijgen. Maar dat Hij dit inderdaad gezegd moet hebben, ja, daar zijn zelfs de tegenstanders het in elk geval wel over eens. Dat is opmerkelijk, hè? En de hogepriester stond op en zei tot Hem: "Antwoordt U niets?"

"Wat getuigen dezen tegen U?"

Maar goed, uiteindelijk waren er twee getuigen die inderdaad iets konden zeggen wat niet tegengesproken kon worden, maar het was niet voldoende om Hem veroordeeld te krijgen. Nu zat de hogepriester echt in een heel lastig parket. Want ja, Jezus moest voor het feest – eigenlijk was dat al lang besloten – veroordeeld worden en ter dood gebracht worden. Maar ja, het leek nu helemaal stuk te lopen.

En nu greep hij naar zijn laatste strohalm. Want daar staat: Jezus echter hield zich stil.

De Eedzwering: Kajafas Dwingt een Uitspraak Af ↑ hoofdstukken

De hogepriester zei tot Hem: "Ik bezweer u." En ja, dat is trouwens illegaal wat hij deed. Want in feite had de rechter – en de hogepriester was de rechter in dit geval – de zaak nu moeten seponeren. Dat wil zeggen: er bleken geen getuigen te zijn die voldoende rechtsgrond boden om Jezus ter dood te brengen. Tegen de regels in gaat de rechter nu zelf de beklaagde ondervragen, en dat mocht niet. Dat was dus ook tegen het Joodse recht; de hogepriester mocht dat zelf niet doen. Maar u weet het: nood breekt wet. In unieke gevallen moet dat dan toch kunnen?

En nu gebeurt er nog iets: hij dwingt Jezus om te antwoorden. Waarom? Hij doet een eedzwering en nu was Jezus verplicht – ook dat was de regel – om onder die omstandigheden te antwoorden. Als de hogepriester een eedzwering deed, dan moest Jezus antwoorden. Dus onder bezwering zegt hij: "Ik bezweer u bij de levende God dat u ons zegt of u de Christus bent, de Zoon van God."

De eerste vraag die je stelt, is: van wie had Kajafas deze claim vernomen? Dat kon hij toch niet weten? Jezus had daarover gezwegen; Hij heeft nooit deze claim expliciet gemaakt. Daar hadden we het zojuist over. Maar wat blijkt? We hebben het zojuist gezien: deze formulering komt vrijwel woordelijk overeen met wat Petrus ooit daar in het noorden van Israël had beleden. Dat was in besloten kring en bovendien onder embargo uitgesproken. Dat wil zeggen, Petrus had gezegd: "U bent de Christus, de Zoon van de levende God." En de Heer had dat bevestigd: "Mijn Vader in de hemel heeft jou dat onthuld en bekendgemaakt." Het mocht echt niet gezegd worden.

Maar wat doet de hogepriester nu, die ten einde raad is om Jezus veroordeeld te krijgen? Hij doet een boekje open en hij zegt: "Bent u dit?" En ja, u voelt hem aankomen: er is uit de school geklapt. Judas!

De Rol van Judas: het Lekken van het Embargo ↑ hoofdstukken

Men heeft zich vaak verbaasd over de rol van Judas in deze geschiedenis. Wat heeft Judas nou eigenlijk gedaan? Ik denk dat er heel veel onderwerpen apart te bespreken zijn over de motieven van Judas, maar Judas hoorde net zo goed als Petrus bij degenen die dachten: "U bent de Christus, maar God verhoede dat U gedood wordt." Hij wilde juist dat Jezus Zich zou gaan bekendmaken als de Christus, maar Jezus deed het niet. Daar heeft Judas zich enorm aan gestoord.

Op een gegeven moment is hij naar de hogepriesters gegaan en heeft hij inderdaad een deal gemaakt. Hij heeft iets tegen hen gezegd. U zegt misschien: "Ja, hij zou Hem aanwijzen," maar dat is natuurlijk niet het enige, want ze hadden Hem in principe ook overdag kunnen arresteren. Jezus' identiteit was immers bekend. Nee, wat heeft hij tegen die hogepriester gezegd? Hij heeft hen iets bekendgemaakt: "Dit heeft Jezus gezegd." Hij heeft gehoopt, gedacht en ook geprobeerd om Jezus te forceren dat Hij Zich bekend zou maken.

Als je later in het proces leest – dit is pal hierna – wanneer Jezus inderdaad veroordeeld wordt en Zich laat gaan naar Pilatus, dan ziet Judas dat Jezus inderdaad veroordeeld is. Dan krijgt hij berouw, want dat was namelijk niet zijn bedoeling. Zijn bedoeling was dat Jezus Zich zou bekendmaken als de Christus en zou doen wat de Christus geacht wordt te doen, namelijk Koning van Israël te zijn, de Koning van de Joden. Dat beeld had hij voor ogen en daartoe wilde hij Hem forceren. Toen hij zag dat dat mislukt was, viel zijn hele motief weg. Het idee dat Judas Jezus haatte, staat er dus niet; integendeel, hij was zwaar teleurgesteld toen Jezus veroordeeld werd en toen Jezus Zich liet veroordelen.

Maar het gaat even om dit punt: Kajafas wendt dit alleen maar voor omdat hij dit gehoord heeft vanuit de kring van intimi. Wanneer Kajafas dan zo bezwerend zegt: "Zeg ons of U de Christus bent, de Zoon van God," en Jezus zegt: "U zegt het," dan is dat een ontwijkend antwoord. Het is geen 'ja' en het is geen 'nee'. U zegt het. Het is waar natuurlijk, maar ook hier wordt het weer ontweken.

Maar, zegt de Heer Jezus: "Ik zeg jullie, vanaf nu – eigenlijk vanaf dit jaar al – zullen jullie de Zoon van de mens zien, zittende aan de rechterhand van de Macht en komende op de wolken van de hemel." Voor het gezelschap waar Hij Zich nu in bevond, was volstrekt helder wat Jezus hiermee zei, namelijk: de Ben Adam is vanaf nu de Verhoogde aan Gods rechterhand. Dat refereert direct aan wat in Psalm 110 staat, waar tegen de Messias wordt gezegd: "Zit aan Mijn rechterhand, totdat Ik Uw voeten gesteld zal hebben tot een voetbank voor Uw voeten." Dan zal Hij komen en dan zal Hij alle vijanden onderwerpen op de wolken van de hemel. Vanaf nu zullen jullie de Ben Adam zien. Ook hier spreekt Hij trouwens weer in de derde persoon.

De hogepriester is echter zo verbouwereerd – of hij speelt het spel, want dat is het eigenlijk – dat hij een gebaar demonstreert: toen scheurde de hogepriester zijn bovenkleding. Wat hem overigens meteen diskwalificeerde als hogepriester, want dat mocht de hogepriester niet. Kijk daar maar eens naar in deze twee schriftplaatsen. In het algemeen was het scheuren van de bovenkleding een bewijs, een teken van rouw en van verbijstering, maar de hogepriester mocht dit niet doen. Terwijl hij dus dit doet en Jezus veroordeelt, diskwalificeert hij zichzelf hier als hogepriester.

Hij zei: "U lastert! Waarom hebben we nog getuigen nodig? Neem waar, jullie horen de lastering." In het Grieks staat daar het woord 'blasphemia', maar dit is pure stemmingmakerij. Want wat was de lastering? Het loutere feit dat Hij voor Joodse oren, zeker voor deze Joodse leiders, deze claim neerlegde. Ja, dit was voor hen het eind van alle tegenspraak. Zoals je dat nu soms ook ziet, dat er voor de bühne leidslieden zijn die zeggen: "O nee, maar dat mag u niet zeggen!" Het is de gespeelde verontwaardiging: "Dat mag u niet zeggen!" Het is natuurlijk wel waar, maar voor de Joodse leidslieden was de zaak nu beslist. De hogepriester zegt nog: "Wat dunkt jullie?" En zij antwoordden – want ze deden gewoon mee: "Hij is des doods schuldig." Ja, hoe kwam dat nou?

De Volmaakte Regie: Alles Volgens het Script ↑ hoofdstukken

En nu zijn we eigenlijk aan het einde van het verhaal gekomen. Nou ja, het einde van het verhaal... Eigenlijk begint de echte passie nu: het lijdensverhaal, het echte lijden en de verwerping. Maar hoe komt dit zo? Daarvoor keren we terug naar de titel van deze studie. Kijk, door het lekken van wat onder embargo was gezegd, werd Jezus ter dood veroordeeld. Dit kon door de hogepriester uiteindelijk zo beslist worden. Het hele proces, het Joodse proces in het Sanhedrin, werd nu beslissend afgesloten door iets wat onder embargo bekend was bij de discipelen. Er is inderdaad uit de school geklapt, en dat is de rol van Judas geweest.

Maar het was allemaal — en ook dat was tevoren bekend. Weet u dat Jezus zelfs Judas daarvoor heeft uitgekozen? Dat lees je al in Johannes 6. Het waren geen verrassingen. Dat is trouwens een van de opvallende dingen, zeker als je het evangelie naar Matteüs kent. Ik luister momenteel — dat doe ik altijd in deze tijd, hoewel ik helemaal niet van het kerkelijk jaar ben — naar de muziek voor Pesach. Juist in deze periode word ik altijd erg bepaald bij deze geschiedenis. We hebben het er nu ook weer over, maar dan luister ik ook naar de Matthäus Passion of een modernere versie daarvan. Ik had het er vanmorgen met Peter nog over.

Wat zo opvallend is in die Matthäus Passion, als je dat ook leest in het Matteüs-evangelie waarop het gebaseerd is, is hoe er voortdurend op gewezen wordt: "opdat vervuld zou worden hetgeen geschreven was door de profeet." Iedere keer weer! Soms struikel je er bijna over. Het is alsof er een script wordt afgerold. Zo moest het gaan; het was tevoren zo geschreven. Alles was volgens het script. De Schriften moesten vervuld worden en Jezus kende dat script. Zelfs toen Jezus uitdrukkelijk zei dat de discipelen dit niet mochten zeggen, wist Hij dat het wel gezegd zou worden. Maar juist doordat Hij het uitdrukkelijk verboden had, kon het op deze wijze gaan. Alles, zelfs de fouten, is gepland. Alles gaat volgens het script.

En weet u, daarmee wil ik ook afsluiten, want ik vind dat zo’n geweldige wetenschap. Ik weet dat sommige mensen voelen dat hun eigen aandeel hierdoor minimaal wordt. Ze vragen zich af: "Wat heb ik dan eigenlijk nog in te brengen? Ben ik dan een robot?" Nee, u bent geen robot. U bent nog veel minder: u bent een stukje klei in de hand van de Pottenbakker. En Hij maakt en breekt ons. Maar ik geloof in die Pottenbakker. "Hij maakt er geen potje van," zo zei Klaas Govertsen altijd, "Hij maakt er een potje van." Hij heeft iets geweldigs op het oog en de uitkomst is zo grandioos. Daarom heeft de Heer Jezus ook deze weg kunnen gaan. Zo diep, zo zwaar, met zoveel lijden, en toch heeft Hij het kunnen doen vanwege de vreugde die Hem voor ogen stond. Hij kende zijn God. Hij wist op wie Hij zijn vertrouwen gevestigd had. Dat was toen zo, en vandaag is dat niet anders. Daar wilde ik het graag bij laten voor vanmorgen.

🎧 Jezus' embargo
Delen: