het Evangelie van de besnijdenis (3, slot)
03-04-2022 - Geplaatst door Andre Piet3 april 2022, Urk
Waar de christenheid “het Evangelie van de besnijdenis” misplaatst en toepast op “de natiën” ontstaat het idee dat ‘de kerk’ Israël zou zijn. Een fataal rollenspel. Men pleegt diefstal op wat slechts Israël toekomt en men miskent wat de ekklesia uit de natiën is toebedeeld.
Powered by RedCircle
📝 Samenvatting & Transcriptie van deze lezing
⏱️ Hoofdstukindeling van deze studie:
- Introductie en Terugblik op het Evangelie van de Besnijdenis
- De Directe Aanleiding van de Galatenbrief
- Een Andersoortig en Misplaatst Evangelie in Galatië
- Kerkelijke Imitatie: de Dwaling van de Geestelijk Israël-leer
- Judaïseren: de Natiën Dwingen Zich als Joden te Gedragen
- Het Kruis van Christus als Embleem van Genade
- Een Nieuwe Schepping in Christus en het Israël van God
Introductie en Terugblik op het Evangelie van de Besnijdenis ↑ hoofdstukken
Ook voor mij een hele goede middag. Dankjewel, Lub, voor deze introductie en een speciaal welkom ook even voor hem. Mooi dat je er eindelijk weer eventjes bij kunt zijn; ik hoop dat het allemaal goed zal gaan. Wij gaan ons vanmiddag weer bezighouden met het evangelie van de besnijdenis. Laat ik nog even, zoals u inmiddels wel van mij gewend bent, terugblikken op een aantal dingen die we hebben gezien, zodat we daarop kunnen voortborduren en verder kunnen bouwen.
Het uitgangspunt in deze studieserie is de passage in Galaten 2, specifiek de verzen 7 tot en met 9. Daar vind je de uitdrukking 'het evangelie van de besnijdenis'. We lezen daar dat dit evangelie was toevertrouwd aan de apostel Petrus. Ik moet erbij zeggen — en dat hebben we de vorige keer ook al gezien — dat de modernere vertalingen dit helaas hebben afgezwakt. Van de tweede naamval, namelijk 'het evangelie van de besnijdenis' of 'van de besnedenen', hebben zij een adressering gemaakt: het evangelie 'voor' de besnedenen of 'aan' de besnedenen. Dat doet de uitdrukking echter geen recht. Het is het evangelie van de besnijdenis; het betreft een verschillende boodschap en niet alleen maar een verschillende adressering, hoewel het meestal zo wordt voorgesteld.
Het begrip 'het evangelie van de besnijdenis' duidt op een evangelie dat hoort bij en past bij de besnijdenis, waarbij 'de besnijdenis' de technische term is voor het volk Israël, waarmee het verbond van de besnijdenis is gesloten. Het is de boodschap van de opgewekte Christus — want ook in dit evangelie staat Hij centraal — maar dan met een centrale plaats voor Israël. Vandaar dus: 'van de besnijdenis'.
Aan Paulus daarentegen werd op een later tijdstip, nadat de Heer inmiddels al lang en breed ten hemel was gevaren, het evangelie van de voorhuid toevertrouwd. Saulus, de vijand, werd in het buitenland op weg naar Damascus geroepen. Zoals de besnijdenis een uitdrukking is die staat voor Israël, zo is 'de voorhuid' een uitdrukking die staat voor alles wat niet-Israël is: de natiën in het algemeen. Deze twee termen worden tegenover elkaar geplaatst. Hoezeer er natuurlijk ook raakvlakken zijn en veel gemeenschappelijk is — in beide boodschappen gaat het immers om de opgewekte Christus — toch wist Paulus meer. Het was in feite een update. Het waren niet de twaalf, maar het was die dertiende apostel die geroepen werd nadat Israël eigenlijk al voorgesorteerd was om terzijde gesteld te worden. Dit evangelie dat aan Paulus is toevertrouwd, is rechtstreeks door de Heer zelf aan hem bekendgemaakt, geopenbaard en geleerd, zoals staat in Galaten 1 vers 12.
Hoewel in beide gevallen de opgewekte Christus centraal staat, speelt de besnijdenis in de boodschap die Paulus predikte geen enkele rol van betekenis. Hooguit om tactische redenen liet Paulus bijvoorbeeld een Timotheüs besnijden, maar principieel speelt het geen rol. In de eerste studie hebben we stilgestaan bij die eerste negen verzen van Galaten 2, wat resulteerde in het bezoek van Paulus aan Jeruzalem. Dat lag allemaal buitengewoon gevoelig, maar uiteindelijk leidde het ertoe dat de steunpilaren in Jeruzalem — de apostelen, maar vooral Jakobus, Petrus en Johannes die bij name worden genoemd — Paulus de rechterhand van de gemeenschap reikten. Er werd een afspraak gemaakt: Jakobus, Petrus en Johannes zouden zich richten tot de besnijdenis, en Paulus zou naar de natiën gaan. Feitelijk hebben Jakobus, Petrus en Johannes dus een beperkte bediening, terwijl de bediening van Paulus onbeperkt is, namelijk tot de natiën. Dat is inclusief Israël, want de afgelopen tweeduizend jaar is Israël verstrooid onder de natiën, waardoor zij daar alsnog in aanraking komen met het evangelie zoals Paulus dat mocht prediken.
In de tweede studie hebben we ingezoomd op de geschriften van Jakobus, Petrus en Johannes. Het is veelzeggend dat we ze in het Nieuwe Testament in precies die volgorde vinden als waarin de Galatenbrief over hen schrijft. Dat betekent dat de opbouw van de geschriften van de apostelen analoog is aan wat Paulus heeft beschreven en wat er onderling is afgesproken. Het was een buitengewoon belangwekkende afspraak. Tussen de brieven van Petrus en Johannes zit overigens nog het briefje van Judas. Judas was een broeder van Jakobus, en daarmee ook een halfbroer van de Heer Jezus. Zijn brief correspondeert geheel met de tweede Petrusbrief, maar dat terzijde.
De geschriften van Jakobus, Petrus en Johannes zijn specifiek geadresseerd. Dat begint al bij Jakobus; in de aanhef vinden we meteen dat hij zich richt tot de twaalf stammen in de diaspora, in de verstrooiing. Verderop in de brief lezen we dat hij zich richt tot hen die in de synagoge hun samenkomsten hebben. Die adressering correspondeert perfect met de gemaakte afspraak. We weten van Jakobus uit het boek Handelingen ook dat hij de voorman was bij uitstek van hen die in Jeruzalem waren en die ijveraars van de wet waren.
Petrus doet hetzelfde; hij richt zich in zijn brief eveneens tot hen die in de verstrooiing, de diaspora, zijn. Hij spreekt hen aan als een uitverkoren geslacht, een koninklijk priesterdom en een heilige natie. Daarmee refereert hij direct aan wat ooit bij monde van Mozes tegen Israël gezegd was: dat het volk Israël te midden van de volkeren een koninkrijk van priesters en een heilige natie zou zijn. Dat zijn kwalificaties van de besnijdenis. Het is de geweldige rol die dat volk te midden van de volkeren gaat krijgen: om de deugden te verkondigen van Hem die hen geroepen heeft uit de duisternis tot Zijn licht. Israël zal inderdaad zo'n heilige natie en een koninklijk priesterdom zijn. Dat is niet de Ecclesia die in onze dagen geroepen wordt; nee, dat is de boodschap die Petrus richt tot de besnijdenis. Feitelijk wachten deze brieven er nog op om voluit 'bezorgd' te worden en van toepassing te zijn. In de eerste generatie was de gedachte dat dit wellicht in hun dagen zou gebeuren, maar dat bleek niet het geval, vandaar dat Paulus werd geroepen. Maar alsnog krijgt dit zijn vervulling.
Hun bediening vindt de volle vervulling straks in de nabije toekomst, als Israël alsnog inderdaad in haar positie wordt gesteld. En ja, evenzo zie je dat met Johannes, die ook zijn geadresseerden aanschrijft als dat koninkrijk van priesters.
We hebben daar diverse schriftplaatsen over gezien en één ding blijkt — dat was de conclusie van de vorige keer — dat de brieven van Jakobus, Petrus en Johannes inderdaad geen 'katholieke brieven' zijn, zoals ze die reputatie hebben. Het zouden algemene brieven zijn die voor iedereen van toepassing zijn, maar het zijn juist besnijdenisgeschriften. Hoezeer wij daar ook kennis van kunnen nemen en er onze lering uit kunnen trekken, die brieven zijn geadresseerd aan Israël, de besnijdenis. Waarvan akte.
Vandaag volgt dus het derde en laatste deel. Een aantal dingen moeten nog op een rijtje gezet worden, want er moet inderdaad nog iets aan toegevoegd worden als het gaat over de enorme actualiteit en het belang van dit onderwijs: de les van het onderscheiden van het Evangelie van de besnijdenis. Dat is niet zomaar een voetnootje, zo van: 'nou ja, dat is interessant voor de studiebollen'. Nee, dit is heel elementair om het Nieuwe Testament te kunnen indelen.
De geschriften van Jakobus, Petrus en Johannes horen bij elkaar omdat ze geadresseerd zijn aan Israël en ook horen bij Israël. God heeft een plan met dat volk en er zijn geschriften gereserveerd, nu al in het Nieuwe Testament, die straks hun actuele vervulling alsnog zullen krijgen, zoals ze die in de eerste generatie in feite ook hadden, of dreigden te krijgen. Maar vervolgens krijg je een omweg in de geschiedenis en dat heeft alles met Paulus te maken. Niettemin is het cruciaal om dit te kunnen onderscheiden: het Evangelie van de besnijdenis. Dat betekent dus dat de geschriften van de genoemde mannen — Jakobus, Petrus en Johannes — aan dat volk, aan Israël gericht zijn. Waarom is dat nu zo belangrijk?
De Directe Aanleiding van de Galatenbrief ↑ hoofdstukken
In feite komen we dan op de directe aanleiding van de Galatenbrief. Paulus heeft een hele korte inleiding en steekt meteen van wal; hij valt eigenlijk min of meer met de deur in. Hij begint direct nogal ontsteld en dramatisch. "Het verbaast mij," zegt hij in vers 6 van Galaten 1, "dat u zich zo schierlijk laat afkeren van Hem die u in de genade van Christus geroepen heeft, naar een andersoortig evangelie, dat geen ander is." Maar het is niet zomaar anders; dat hebben we gezien. Het fatale gevolg van het niet onderscheiden van die beide evangeliën, die beide boodschappen, zie je weerspiegeld in de Galatenbrief.
Wanneer we de geschiedenis reconstrueren, moet het al heel kort na Paulus' vertrek uit Galatië geweest zijn. Hij had daar zijn schrijven direct op gericht. Er waren ekklesia’s ontstaan; hij had het evangelie gebracht aan heidense gemeenten, oftewel gemeenten uit de natiën. Wellicht waren er ook Joden onder hen, dat zou kunnen, maar het waren in de basis gemeenten uit de natiën. En toen zijn er mensen gekomen, judaïsten – wellicht Joden, maar dat is niet eens gezegd – en die wilden die gemeenten judaïseren, oftewel verjoodsen. Wat dat precies betekent, zullen we straks wel zien, maar dat is wat er gebeurde. Men probeerde van die mensen uit de natiën Joden te maken.
Paulus is daar buitengewoon boos over, want hij zegt: "Wat nu aan jullie verteld wordt, dat is een andersoortig evangelie, een heteros-evangelie." Het is niet 'anders' zoals het evangelie van de voorhuid anders is dan het evangelie van de besnijdenis. Nee, wat hier aan jullie verteld wordt, dat is echt andersoortig; hij gebruikt daar het woord heteros. En hij zegt dat op dat evangelie een vloek rust; hij spreekt daar zelfs twee keer een anathema over uit. Daar rust geen zegen op die boodschap.
In Galaten 3 vers 1 haalt hij vervolgens ook boos, verbaasd en ontsteld uit: "O dwaze Galaten! Wie heeft jullie betoverd?!" Hoe is het in ’s hemelsnaam mogelijk dat je dit hebt kunnen doen? En als ik het zo voor u neerzet, dan zeg ik dat niet om daar lichtzinnig over te praten; ik bedoel het zoals ik het zeg. Hoe hebben jullie dit ooit zo kunnen ontvangen? En hoe hebben jullie je kunnen afkeren van de boodschap die ik onder jullie heb verkondigd?
Hij zegt ook in Galaten 4 iets heel opmerkelijks. Hij vraagt: "Waar is jullie gelukgevoel gebleven?" Ze waren ooit zo blij met die boodschap van genade over een God die deze wereld liefheeft. Je mag zijn wie je bent, en er werden hun totaal geen rituelen opgelegd. Ze waren vrij in de vrijheid, en daar gaat het in de Galatenbrief ook over. Het gaat over genade, maar ook over het staan en blijven staan in de vrijheid en je geen slavenjuk te laten opleggen. Geen religieuze gewoonten, riten of dingen die ze zouden moeten doen.
Jullie zijn rechtvaardig door geloof, zoals ooit Abraham, honderden jaren vóór de wetgeving. Ook dat speelt een grote rol in deze brief. Honderden jaren vóór de wetgeving was Abraham er al, van wie werd gezegd dat hij een rechtvaardige was voor God. Waarom? Omdat hij "amen" had gezegd op wat God had beloofd: "Zo zal jouw nageslacht zijn." Dat was zonder voorwaarden, zonder dat hij ook maar iets hoefde te doen. Abraham geloofde God, en zo werkt dat: God belooft, en als wij daar "amen" op zeggen, dan maakt dat een mens tot een rechtvaardige. Dat heeft niets met wetten, rituelen of wat dan ook te maken. De Galaten dreigden nu echter mee te gaan in de leer van: "Ja, nu hebben jullie het evangelie wel gehoord, maar als je echt rechtvaardig wilt leven, dan zul je je toch inderdaad moeten laten besnijden en dat soort dingen."
Een Andersoortig en Misplaatst Evangelie in Galatië ↑ hoofdstukken
Wat is nu het karakteristieke van dat anathema-evangelie? Dat vervloekte evangelie of dat andersoortige evangelie dat in Galatië ingang had gevonden? Sommigen hebben het gedefinieerd in termen van: ja, het was eigenlijk een mix. Een mix van wat Paulus bracht en van wat Jakobus, Petrus en Johannes brachten. En daar heeft God het niet zo op: het mengen van dingen die je zou moeten onderscheiden.
Kijk, je hebt water en je hebt wijn. Water heeft zijn functie en is nuttig, is goed. En wijn is nuttig, maar je moet geen water bij de wijn doen. Daar houdt God niet van, en trouwens, ik ook niet. Er zijn sowieso hele mooie illustraties in de wetgeving, heel interessant. Dan zie je ook dat dingen niet gemengd mochten worden op een akker; niet verschillende soorten zaad. Dat moest onderscheiden zijn. De dingen uit elkaar houden. Niet dingen verenigen en mengen die God gescheiden heeft. Omgekeerd ook: wat God samengevoegd heeft, zou een mens niet moeten scheiden. In beide gevallen is het waar.
Maar oké, je zou dat zo kunnen zeggen, maar het is vooral een misplaatste boodschap. Wat die Judaïsten deden, was het Evangelie van de besnijdenis brengen. Dus de boodschap die Jakobus, Petrus en Johannes brachten voor Israël en in Israël, die werd gepredikt aan de natiën. En dat was misplaatst. Het Evangelie van de besnijdenis hoort thuis bij de besnijdenis. Daar heeft het een plaats, en daar is de besnijdenis een vanzelfsprekendheid, evenals de kalender en noem maar op – allemaal tot uw dienst, dat was het probleem niet.
Maar op het moment dat het Evangelie van de besnijdenis aan de natiën gepredikt wordt, dan misplaats je die boodschap. En op het moment dat je het misplaatst, wordt het een anathema-evangelie. Want daar hoort het namelijk niet. Met als gevolg dat de ekklesia uit de natiën... ja, die wordt gerekend feitelijk – dat is de clue. Hier moeten we even goed bij stilstaan, want wat gebeurt er op het moment dat aan de natiën het Evangelie van de besnijdenis gepredikt wordt? Ja, dat is misplaatst, maar wat wordt daarmee gedaan? De suggestie ervan is dat die ekklesia uit de natiën wordt gerekend als 'de besnijdenis', als Israël.
Daarmee breng je die ekklesia uit de natiën, waar Paulus de bedienaar van is, in feite in een identiteitscrisis, om het even modern te zeggen. Dat is misschien wat gepsychologiseerd, maar in feite is dat wat er gebeurt. De ekklesia die uitgeroepen wordt en het Lichaam van Christus wordt, wordt gezien als 'geestelijk Israël'. Die gedachtegang heeft al hele oude papieren en dat wordt wel het idee van geestelijk Israël genoemd.
Daarmee wordt eigenlijk alles wat voor Israël bedoeld is, aan Israël gegeven is en aan Israël beloofd is, van hen afgenomen en toegepast op de kerk. Dus de plaats die God aan Israël heeft gegeven, die rol en alles wat daarbij hoort, wordt eigenlijk overgeheveld op de ekklesia uit de natiën. Ja, dat heet ook wel de vervangingstheologie of de geestelijk Israël-leer, welke term je er ook aan geeft. Maar het idee is dat wat voor de besnijdenis bestemd is, wordt overgeheveld naar de natiën. Daarmee wordt de gelovigen uit de natiën een identiteit gegeven die ze niet hebben. Ze worden gerekend als Israël, maar dat zijn ze niet.
Dan ben je je dus niet bewust van je werkelijke identiteit. En wat je dan krijgt als jij denkt dat je iets bent wat je niet bent... ja, daar zou je als psycholoog echt op af kunnen studeren. Dan ga je dus simuleren; denken dat je iets bent. In feite is het projectie en dan ga je ook imiteren: doen alsof je Israël bent. Maar dat is in feite de gedachte van wat daar ook in Galatië plaatsvond. Dat wil zeggen: een boodschap die bestemd was voor Israël werd toegepast op de natiën. Dat is misplaatst en daarmee wordt de gedachte gewekt – in feite werd het er weer geïntroduceerd – dat jullie Israël zijn. Maar dat ben je niet. Je hebt een andere plaats en je hebt ook een andere identiteit. Daar heeft Paulus heel veel over te vertellen. Ze besnijden zich dan wel niet meer, dus ze zijn nog wel gehoorzaam, ook dat, maar misschien dat ik er zo nog even op terugkom.
Kerkelijke Imitatie: de Dwaling van de Geestelijk Israël-leer ↑ hoofdstukken
Maar laten we eens een keertje – dat is wel even boeiend om te laten zien – kijken hoe dat in de kerkgeschiedenis tot op de dag van vandaag de leer is geworden. Als een rode draad loopt dat eigenlijk door de hele kerkgeschiedenis: het idee van geestelijk Israël, of dat wij de vervanging daarvan zijn. Wij zijn eigenlijk Israël. Ik ga u een tiental voorbeelden geven, twee handen vol. Ik geef toe, ik zou er twintig van kunnen maken, maar laten we het even bescheiden houden.
Je krijgt dan net als in Israël – kijk, Israël had de Levieten en binnen de stam van Levi had je dan ook nog weer de priesters, de priesterlijke klasse zeg maar, uit het huis van Aäron – ook in de kerk een geestelijke stand. De clerus heet dat dan, met de daarbij behorende geestelijke gewaden, want dat hoort er natuurlijk allemaal bij. Het is in feite imitatie. Met de boodschap die Paulus spreekt onder de natiën heeft het niets van doen, want hij kent niet zoiets als een geestelijke stand of dingen die alleen maar door een bepaalde groep van mensen die gewijd zijn, gedaan mogen worden, omdat zij bepaalde rituelen mogen uitvoeren. Het hele idee is afgekeken van Israël.
Er is ook een centrale plaats die men geeft aan rituelen. Aan Israël zijn tal van rituelen gegeven, gewone dingen die men zou doen. Dat heeft de kerk overgenomen en dat heet dan in de christenheid sacramenten. Rome heeft er zeven. De protestanten vonden dat een beetje te veel, die hebben er twee, maar die sacramenten spelen een enorme rol.
Ook legt men een grote nadruk op het onderhouden van de besnijdenis. U zegt: "Ja, maar dat hebben we in de christenheid niet." Jawel! Want hoe zegt men dat in de Rooms-Katholieke Kerk? En dat is gewoon rechtstreeks overgenomen in de protestantse kerken; het staat officieel zo in de geloofsbelijdenissen en ik heb het vaak genoeg voorgelezen gehoord bij een doopdienst: "In plaats van de besnijdenis is de doop gekomen." Dat moet vervolgens de hele dooppraktijk rechtvaardigen. Dus in feite speelt de doop – de waterdoop of voor mijn part de besprenkeling – in de praktijk en principieel dezelfde rol als de besnijdenis bij Israël. Men zegt het ook zo. Je ziet dus: men waant zich Israël. Men is het niet, maar de dingen die men bij Israël ziet, heeft men gewoon overgenomen.
Men ziet zichzelf ook als de "kinderen van het verbond". De verbondsprediking. Er zitten hier mensen die maar al te goed weten dat zeker in bepaalde reformatorische kerken het begrip "het verbond" zo'n grote rol speelt. Er is sprake van verbondsautomatisme. Sommige mensen weten echt niet waar ik het nu over heb, maar degenen die het kennen, die weten het. Hier op Urk hoef ik dat eigenlijk ook niet uit te leggen. Nou ja, we zitten hier buiten een lege plaats en dat moeten we vooral zo houden. Maar het verbond... wacht even. Voor wie zijn de verbonden? Paulus zegt in Romeinen 9: "Hunner zijn de verbonden." Er staat: "én de verbonden". Zowel het oude als het nieuwe verbond is voor Israël. Met de ekklesia is geen verbond gesloten. Een verbond wordt altijd gesloten met een familie; het is altijd ook geslachtsgewijs, om zo te zeggen. Het werkt door de generaties heen en gaat van generatie op generatie door. Dat geldt trouwens ook voor het Noachitisch verbond, het Mozaïsch verbond en het besnijdenisverbond. Al die verbonden werden gesloten met families, met een volk. Maar wij zijn geen volk of natie, geen geslacht. Dus het hele idee van een verbond met ons klopt niet.
Dat is ook het idee van bruid en bruidegom; die sluiten een verbond, een huwelijksverbond. In feite is het oude en het nieuwe verbond een huwelijksverbond. Maar een hoofd en een lichaam, dat is geen verbondsrelatie. Dat is een veel intiemere relatie, dat is een organische relatie. Geen verbond, zie je? Maar als je denkt dat je Israël bent, dan zijn wij ook kinderen van het verbond. Nou, niet dus.
Wat is één van de dingen die aan Israël werden gegeven? De sabbat. En dus houdt men de sabbat. Nou, u zegt: "Ja, wacht even." Dat is tot op zekere hoogte zo, maar net zo goed als met de doop wordt er gezegd: "In plaats van de sabbat is nu de zondag gekomen." Zodat alles... ik bedoel, als de dominee dan op zondag de Tien Geboden voorleest alsof het volk dat daar zit Israël is, dan horen zij: "Zes dagen zult gij arbeiden... de zevende dag is de sabbat van de HEER uw God en gij zult geen werk doen." En de gewone doorsnee kerkganger die hoort die zevende dag aan en denkt dat het vandaag is, terwijl het de eerste dag van de week is. Als je de doorsnee kerkganger wijst op zo'n inconsistentie – want de sabbat is niet de zondag, het is juist de dag erna – dan moet je maar eens opletten. Dat levert heel veel verwarring op, dan ontstaat er kortsluiting. Ja, dat is ook niet uit te leggen. Maar goed, de sabbat is de zondag geworden.
Het volgen van Israëls kalender in het algemeen – ik kom er straks trouwens nog even op terug – is in feite gekristianiseerd. Dat wil zeggen: het is een vorm van judaïsering. Al die feesten van Pasen en Pinksteren komen allemaal gewoon uit Israëls kalender, alleen is het verdraaid. In feite was datgene wat de judaïseerders in Galatië deden nog judaïsering van een veel zuiverder soort, want die hielden inderdaad de echte sabbat en de echte besnijdenis. Christianisering is eigenlijk nog een geperverteerde vorm van judaïseren. Dat wil zeggen: men heeft de dingen van het judaïsme ook nog weer verdraaid. Van de besnijdenis heeft men een doop gemaakt, van de sabbat heeft men de zondag gemaakt en van Pesach heeft men Pasen gemaakt. En als Pasen toevallig een keertje samenvalt met Pesach – weet u hoe dat in de kerk geregeld is sinds de derde of vierde eeuw? – als het een keertje op de goede datum zou vallen, dan moet het een week verschoven worden. Men heeft het zo geregeld dat het per definitie altijd fout is. Ja, echt. Maar goed, los daarvan: het hele idee heeft men van Israël afgekeken via een vorm van judaïseren.
Maar wat dacht u van het kerkgebouw als het "huis van God"? Hoe vaak heb ik dat niet gehoord? Dan kom je eigenlijk in de tempel, weet je wel. In de Rooms-Katholieke Kerk is het helemaal sterk, want daar heb je een bepaald gedeelte waar alleen de priesters mogen komen. De protestanten hebben daar een klein beetje afstand van genomen, maar het hele idee van het kerkgebouw als huis van God, als eigenlijk een tempel, dat is gewoon intact gebleven.
Maar ook Israëls liturgie heeft men overgenomen. Ik zei al: elke zondag wordt de wet gelezen en dan wordt het volk aangesproken met: "Ik ben de HEER uw God, die u uit het land Egypte geleid heb, uit het diensthuis." Alsof dat volk uit Egypte geleid is. Dat is wat ze denken te zijn, maar dat zijn ze niet. Dat is rollenspel. Ja, de wetslezing, maar dat geldt trouwens ook voor de zegenbeden die alleen de hogepriester mocht uitspreken. Dat wat de dominee aan het einde van de dienst zegt – "De HEER zegene u en behoede u" – dat mocht alleen de hogepriester uitspreken. Dat is rechtstreeks overgenomen van Israël. En de psalmen, de liederen die men zingt, dat zijn de psalmen. Begrijp me goed, de psalmen zijn geweldig, maar het drukt niet uit wat wij in Christus hebben.
De opvatting dat via de kerk de wereld moet worden gekristianiseerd, ja, dat is ook puur rollenspel hoor. Het hele idee dat wij... ik bedoel...
Israël is het volk dat centraal staat en via Israël zal de hele wereld gemaakt worden tot discipelen van Hem. Dat is wat vervuld zal worden in het Messiaanse Rijk. En de kerk dacht: als je meent dat wij Israël zijn, dan rust die rol, die functie en die taak op onze schouders. Dan begrijp je ook heel goed waarom je na tweeduizend jaar zwaar gefrustreerd bent als er nog niet één volk gemaakt is tot discipel. Ja, logisch; je denkt iets te moeten doen wat niet voor jou weggelegd is, en dat leidt tot grote frustraties.
Dat krijg je altijd bij imitatie, vooral als je denkt... Kijk, als je iemand imiteert bij een toneelspel, dan weet je nog dat het een spelletje is. Maar als je denkt dat je echt die vrouw bent, dan moet je naar een psychiater, want dan weet je niet wie je bent. In feite is de meest fundamentele les in het leven dat je gaat leren wie je bent van Gods wege; wat Hij voor jou weglegt en wie je bent.
Maar goed, men redeneert: als dat voor Israël is weggelegd en Israël is de kerk, dan moet de kerk de wereld christianiseren. Dat betekent ook maatschappelijke en politieke invloed. Want ja, Israël zal straks ook een politieke factor zijn van heb ik jou daar. Via Jeruzalem zal de wereld worden geregeerd. Maar als wij als de kerk die rol op ons dienen te nemen omdat wij Israël zijn, dan betekent dat dus dat de macht eigenlijk ook bij ons hoort te liggen. Dat verklaart precies dat politieke en maatschappelijke activisme. Want ja, wij zijn Israël.
Zie je, dit grijpt zo diep in. Op het moment dat je denkt: wij zijn Israël, wij zijn eigenlijk de Joden of het nieuwe Israël, dan heb je een totale misvatting van wie je eigenlijk bent. Zie je hoe belangrijk het is om het Evangelie van de besnijdenis bij de besnijdenis te laten? Het werkt naar twee kanten: je mist daardoor wat Paulus vertelt over wie wij zijn, wat onze taak en onze rol is, wat onze toekomst is en de boodschap die wij mogen kennen. En dat leidt tot frustratie.
Dit is maar niet een of ander theologisch speeltje waar we het over hebben. Het onderscheiden van het Evangelie van de besnijdenis van het Evangelie van de voorhuid is essentieel om te leren zien wie ik ben, wie wij zijn en wie die Ecclesia is die vandaag wordt uitgeroepen.
Judaïseren: de Natiën Dwingen Zich als Joden te Gedragen ↑ hoofdstukken
Laat ik u een paar voorbeelden geven over die judaïsering onder de Galaten. Want ik zal u vertellen: de term 'judaïsering' komt zelfs rechtstreeks uit de Galatenbrief, en wel uit Galaten 2 vers 14. Daar lees je over Paulus die een confrontatie had met Petrus. Paulus zegt dan: "Ik weerstond hem openlijk in het gezicht, want het ongelijk was aan zijn kant." Ja, Paulus was zeer overtuigd van waar hij stond. Dat gaat erover dat ze elkaar ontmoeten in Antiochië. De verdere context laat ik even voor wat het is, omdat het me eigenlijk om die laatste regel gaat, maar ik lees toch eventjes het hele vers: "Maar toen ik waarnam dat zij niet recht stonden ten opzichte van de waarheid van het evangelie..." Zie hoe Paulus dat zwaar aanzet om aan te geven dat dit niet zomaar een of andere misvatting is. Nee, het gaat om de waarheid van het evangelie. Het ging erom dat Petrus daar eigenlijk aan het huichelen was, samen met een aantal anderen die uit de kring van Jakobus kwamen, waardoor de gelovigen uit de natiën in verlegenheid gebracht werden.
En dan staat er: "Toen zei ik tot Kefas in het bijzijn van allen: Indien jij, die een Jood bent, als de natiën en niet als een Jood leeft, hoe kun je dan de natiën dwingen te verjoodsen?" Want daar ging het even om: als er geen Joden bij waren, leefde hij niet kosjer, maar op het moment dat er een Jood bij kwam, deed hij dat wel. "Indien jij als de natiën en niet als een Jood leeft, hoe kun je dan de natiën dwingen te verjoodsen?" Hier staat het woordje 'verjoodsen'. "Zich als Joden te gedragen", zegt de NBG-vertaling, maar in het Grieks staat hier inderdaad 'judaïseren'. Dat wil zeggen: dwingen te judaïseren, ofwel dat ze Joods gemaakt worden. Judaïseren betekent eigenlijk: hen Joods maken.
Dat is in feite in één zin de samenvatting van wat er in Galatië in de praktijk gebeurde. De natiën werden gedwongen; hen werd verteld: "Als je rechtvaardig wilt leven – en daarmee dwing je hen in feite – dan moet je deze rituelen enzovoort allemaal doen en je als een Jood gedragen." Maar daarmee judaïseer je hen. Voor Paulus was dat wat er op het spel stond. Paulus had een evangelie waarin de besnijdenis, de rituelen en alles wat aan Israël was gegeven, geen enkele rol speelde. De natiën mochten gewoon de natiën zijn.
Hoe ging dat in zijn werk? In de brief aan de Galaten zien we daar verschillende voorbeelden van. In hoofdstuk 4 vers 10 lees je wat Paulus zegt: "Jullie observeren dagen en maanden, bestemde tijden en jaargangen." De NBG-vertaling zegt: "Jullie nemen dagen, maanden, vaste tijden en jaren waar." De gedachte is: jullie zijn nu bezig met dagen – denk aan de sabbat – en maanden. In het Jodendom, op Israëls kalender, speelde een nieuwe maand bijvoorbeeld een grote rol. Het gaat dus om het observeren van dagen, maar ook maanden en vaste, bestemde tijden: de hoogtijden in de eerste maand en de derde maand. En dan ook nog jaargangen: sabbatsjaren en jubeljaren. Al die dingen werden nu onder de natiën gebracht; dat zouden zij moeten gaan observeren, daar zouden ze op moeten letten.
Niet om behouden te worden, want dat was niet de leer die daar gepredikt werd, maar om rechtvaardig te zijn. Om rechtvaardig te leven zou dat essentieel zijn; dat was de gedachte. Paulus zegt: dat is absoluut niet waar. En als hij zegt: "Jullie observeren dagen en maanden, bestemde tijden en jaargangen", dan zegt hij dat met een zucht. Kijk maar hoe hij dat vervolgt: "Ik vrees voor jullie dat ik mij misschien tevergeefs voor jullie heb ingespannen." Als hij zegt "niet enigszins" (zoals in sommige vertalingen), bedoelt hij dus: compleet. "Ik ben helemaal voor niets, helemaal voor noppes onder jullie bezig geweest en heb voor niets gepredikt. Ik heb onder jullie gearbeid, ik heb jullie verteld over de vrijheid in Christus en de absolute genade, en wat doen jullie? Je laat je onder een slavenjuk leggen."
Als hij ziet dat ze, om maar rechtvaardig te leven, deze dingen gingen doen die voor Israël bestemd waren, dan zegt hij: "Wat? Jullie hebben dus totaal niets begrepen van wat ik jullie verteld heb." Vandaar die verzuchting en die enorme nadruk op dat soort zaken. Ondertussen was het ook zo – en dat is heel opmerkelijk – dat het weliswaar om dat soort uiterlijke dingen ging die hen verteld werden, maar dat ondertussen de sfeer in de Galatische gemeenten om te snijden was. Hij vraagt – ik citeerde het al: "Waar is jullie gelukgevoel gebleven?" De vreugde die jullie ooit hadden, de vrede? In Galaten 5 lees je over het vlees en er staat: "Jullie bijten en vreten elkaar." Want dat krijg je natuurlijk: dan ga je erop letten of de ander wel helemaal volgens de regeltjes leeft, of dat allemaal wel precies volgens het boekje gaat. Dat soort opstelling krijg je dan.
Uiterlijke dingen werden ineens belangrijk voor hen; die moesten ze gaan doen, terwijl dat voorheen nooit enige rol had gespeeld. Paulus had hen gewoon de blijde tijding verteld en ze mochten zijn wie ze waren. Maar nu kwamen er mensen die zeiden: "Ja, maar jullie moeten eigenlijk judaïseren." Want waarom moesten ze judaïseren? "Jullie zijn Israël." Waar heb ik dat vaker gehoord?
Weet u, als Paulus spreekt – en dat is ook de ernst ervan – dan zegt hij tegen de Galaten: "Dat wat jullie nu horen, dat is geen evangelie." En dan te bedenken dat wat in Galatië verteld werd, de mainstream boodschap is geworden sinds de eerste eeuw, namelijk: de kerk is Israël. Wat is er van het evangelie overgebleven? Van de genade en van die overvloeiende rijkdom? Het is verdwenen, het is helemaal ondergesneeuwd. Men heeft zich een identiteit aangemeten die men niet heeft. Ze doen alsof ze iets zijn wat ze niet zijn. Ondertussen hebben ze het volk voor wie het wel bestemd is, onteigend. Ze zeggen: "Nee, dat is niet voor jullie. Jullie staan helemaal buitenspel. Met jullie wordt het nooit meer wat; dat zijn wij nu." Zie je hoe geniepig dat is?
Zie hoe Paulus een anathema over dat evangelie uitspreekt. Het 'Evangelie van de besnijdenis' is geweldig, het is een prachtige boodschap, maar laat het daar waar het hoort! Daarom is de onderscheiding van de Schriften zo elementair. Je moet zien dat Jakobus, Petrus en Johannes – en trouwens ook de vier evangeliën – spreken tot Israël. Dat moet je weten, want anders ga je dingen toe-eigenen die niet van jou zijn, met alle gevolgen van dien.
Wat je dan ook krijgt, is een nadruk op de besnijdenis. Ik ga naar Galaten 6, waar Paulus aan het einde van de brief schrijft: "Zovelen zich goed willen voordoen in het vlees, deze dwingen jullie besneden te worden." We zagen al de observatie van de kalender: de dagen, maanden en vaste tijden. De kalender dus, het onderhouden van dagen. Trouwens, in Galaten 2 zag je ook al dat het kosjer eten en drinken een grote rol speelde in die judaïsering.
Hier zien we nog iets, namelijk dat men over de besnijdenis spreekt. Dat was toen trouwens nog letterlijk de besnijdenis; men had toen nog niet 'uitgevonden' dat de doop in de plaats van de besnijdenis is gekomen. Dat is nog weer van latere datum; die hadden ze toen nog niet uitgevonden. Ze dwingen jullie besneden te worden. Trouwens, dat is nu nog steeds zo. Als je over de doop leest, dan wordt er gezegd: "Ja, je moet natuurlijk wel gedoopt worden, want anders ben je geen kind van het verbond." Ze dwingen je daartoe, want anders sta je er helemaal buiten.
Het Kruis van Christus als Embleem van Genade ↑ hoofdstukken
Ja, ze dwingen jullie besneden te worden enkel om niet vervolgd te worden voor het kruis van Christus. En dat is een van die sleuteltermen die Paulus in dat verband ook gebruikt. Want eigenlijk is het kruis van Christus een embleem van de boodschap van genade. Kijk, wat daar in Galatië verteld werd, is wat zij aan het vlees moesten doen. En 'het vlees', dat wil zeggen: de mens moest aan het werk gezet worden en de mens moest die dingen doen, hij moest rituelen ondergaan. Maar de boodschap van het kruis van Christus is: Hij stierf. Het is genoeg dat Jezus stierf voor u, voor mij, voor deze hele wereld; Hij die Zichzelf gaf tot een losprijs voor allen. En dat is gebeurd. Dat heeft in Christus plaatsgevonden en Zijn dood en opstanding zijn algenoegzaam. Want we hebben het over het kruis van Christus, dus over de dood van Hem die nu door Zijn opstanding de Christus is.
Je hebt het dus over de dood en de opstanding en het kruis van Christus. Die boodschap van de opgewekte Christus is algenoegzaam. Daar hoeft een mens niets meer aan bij te dragen, want dat is namelijk genoeg; algenoegzaam. En we zijn in Hem — dat zegt Paulus in de Kolosserbrief die zojuist werd voorgelezen door Lub — en jullie hebben de volheid verkregen in Hem. Dat wil zeggen: in Hem zijn we compleet. Dus iedereen die jou vertelt: "Ja, maar je hebt nog niet genoeg, je moet eigenlijk dít nog ondergaan," bijvoorbeeld de besnijdenis, of zoals hij het noemt, de nieuwe maan of de sabbat (dat staat ook in Galaten en Kolosse 2), dat zijn slechts schaduwen. Het lichaam is van Christus, en dat zijn wij. We zijn compleet in Hem. Dat is waar het kruis van Christus voor staat.
Hij zegt: als je afgaat op die religieuze praktijken en rituelen, dan is dat enkel om niet vervolgd te worden voor het kruis van Christus. Want de boodschap dat alles gerealiseerd is, dat we compleet zijn in Hem en dat dit allemaal algenoegzaam is — dat is een beetje een ouderwets woord, maar het drukt exact uit waar het om gaat. Maar dat is een vervloekte boodschap in de religie. Want religie gaat er altijd om dat wij iets doen om bij God te komen. En dat is dus niet het geval. Er hoeft niets gedaan te worden; alles is gebeurd. Het evangelie is: alles is gedaan. Ja, je gelooft het misschien nog niet, maar het blijft waar: het is volbracht, het is volbracht, het is volbracht! En we zeggen: Hij is jouw Redder. Niet: als jij kiest, dàn wordt Hij je Redder. Nee, Hij is jouw Redder. Geloof dat nou maar. Dat is een feit. En dat is de boodschap van het kruis van Christus.
En dan zegt Paulus er nog iets bij. Want Paulus wist heel goed waar hij het over had hoor. Hij was immers... zo begint hij de Galatenbrief. Hij zegt: "Jullie hebben gehoord van mijn vroegere wandel in het jodendom; ik heb het verder gebracht dan velen van mijn tijdgenoten." Hij was een kampioen in het jodendom, totdat hij geroepen werd. Maar hij zegt: "Want zelfs zij die besneden worden, onderhouden zelf niet eens de wet." Want die judaïsten onder jullie, zegt hij, die hebben wel mooie praatjes, maar ze houden helemaal niet de wet. Ze doen aan, zoals dat heet, 'cherrypicking'. Een paar van die dingen uit de wet hebben ze genomen die wel interessant zijn om daarmee voor de bühne te pronken — de besnijdenis en bepaalde feestdagen — maar ze houden de wet niet. Trouwens, dat kunnen ze ook niet, want een heleboel dingen in de wet zijn heel specifiek voor Israël en er wordt ook gezegd voor welke stam; die kunnen ze niet eens toepassen. Paulus zegt: ze houden zelf niet eens de wet. Nou, die wist echt goed waar hij het over had.
Want dat zegt hij ook: "Nogmaals betuig ik aan ieder mens die zich laat besnijden, dat hij een schuldenaar is om de hele wet te doen." Met andere woorden: daar in Galatië waren ze wel aan het judaïseren, maar ze deden dat ook maar gewoon naar hun eigen smaak. Zoals dat in de christenheid ook gebeurt. Want ze hebben wel de 'besnijdenis', maar ze hebben er de doop van gemaakt. En ze hebben wel de sabbat, maar ze hebben de zondag daarvan gemaakt. Ze hebben wel de feestdagen van Israël, maar ze hebben dat allemaal naar eigen smaak gedaan; ze hebben hun eigen data daarvoor gekozen en hun eigen regeltjes. Het is allemaal 'man-made'. En het is ook nog eens een keertje heel selectief: bepaalde dingen hebben ze uitgekozen en andere laten ze allemaal liggen.
Nou, zelfs zij die de besnijdenis voorstaan, die besneden worden, onderhouden zelf de wet niet. Maar zij willen dat jullie besneden worden om zich in jullie vlees te beroemen. Want ja, dat staat wel goed natuurlijk. Dan zijn al die bekerelingen feitelijk trofeeën. Zo van: "Die hebben wij overgehaald, zij zijn nu besneden en dat is onze winst, dat hebben wij gedaan," om daar roem over te hebben. Maar dan zegt Paulus in vers 14: "Ik zou volstrekt niet roemen, anders dan in het kruis van onze Heer Jezus Christus." En dat is waar we het over hadden: niet in wat de mens moet doen, want er moet helemaal niets meer gedaan worden. De evangelieboodschap is: alles is gedaan. En een gelovige zegt daarop: "Amen!" Het is het mooiste wat er is, het rijkste wat er is, een geweldige hoop; dit is leven!
En die Galaten kregen dat ooit te horen. Paulus was daar in Galatië neergestreken en hij heeft dat verteld. En dat is wat hij zegt: "Jullie waren zo gelukkig, en wat is er van overgebleven?" Nu zitten jullie allemaal weer druk te doen over wat wel mag en wat niet mag, en of de één rechtvaardiger is dan de ander omdat die weer wat verder is met het onderhouden van bepaalde geboden die ze zelf hebben geselecteerd. En ondertussen zaten ze elkaar te bijten en op te vreten; ze gunden elkaar het licht niet meer in de ogen. De vrucht van de Geest — liefde, vrede, blijdschap, geduld, al die eigenschappen die in Galaten 5 worden genoemd — die verdwijnt. Wat overblijft, zijn de werken van het vlees. Nou, Paulus noemt het lijstje op van wat de werken van het vlees zijn; je wordt er al moe van als je begint met lezen. Ja, dat is allemaal 'het werk'. Maar daar vind je ook geen rust in.
Het evangelie zegt niet dat jíj iets moet doen; het zegt: alles is gedaan. Je hoeft niets te doen. Galaten! Galaten! Hij doet het werk. En dan krijg je rust, dan krijg je vrede. En dan ga je omhoog kijken — welke kant anders? Want van Hem verwacht je het. En dan ga je vooruitkijken, want er wacht nog zo'n stralende, grootse, universele toekomst. Ja, dan kan je geluk niet meer op. En dat is een kracht Gods voor ieder die het aanroept.
Paulus zegt: "Ik zou volstrekt niet roemen anders dan in het kruis van Christus, door wie voor mij de wereld is gekruisigd en ik voor de wereld." En hier is 'de wereld' echt de religieuze wereld. Want op het moment dat je dit vertelt — in het algemeen hoor, maar ook in de religieuze wereld — sta je er gewoon buiten. En dat is de beste plek waar je dan maar kan zijn. Niet alleen buiten de legerplaats, maar echt daarbuiten. Want dan heb je tenminste niet te maken met al die wetten en regels van de legerplaats, en de beperkingen. Nou ja, ik ga het niet hebben over wat er allemaal nog meer over te melden is. Nee, ik bijt het puntje van mijn tong af... nee, laat ik dat niet doen. Maar het is echt zo. Paulus zegt: "Door wie voor mij de wereld is gekruisigd en ik voor de wereld." Dat wil zeggen: wat staat er tussenin? Het kruis van de Heer Jezus Christus. En in Hem ben ik aan de andere kant. Daar is leven, daar is vrijheid, daar is genade. En aan de andere kant 'moet' er zoveel en is het nooit genoeg.
Een Nieuwe Schepping in Christus en het Israël van God ↑ hoofdstukken
Want in Christus speelt de besnijdenis geen enkele rol. In de bediening van de apostel Paulus speelde dat geen rol; noch besnijdenis, noch voorhuid. Oké, je moet met twee woorden spreken, want Paulus zegt ook in de Romeinenbrief: "Wat is het nut van de besnijdenis?" Dan zegt hij: "Vele, in alle opzichten." Ja, u zegt: "Nou, wat spreekt u uzelf dan tegen?"
Nee, de besnijdenis heeft een plaats in verband met Israël. Maar nu, in de huidige tijd van onderbreking, waarin de boodschap doordat Israël struikelde naar de natiën is gegaan, speelt de besnijdenis en alles wat daarmee verband had geen enkele rol meer. We zijn een nieuwe schepping. Niet eens de zevende dag, maar de achtste dag, als u begrijpt wat ik bedoel. Dat was de dag van de besnijdenis: de achtste dag na de zeven. Niet de sabbat, maar de nieuwe schepping. Ja, die is in Christus.
Noch besnijdenis is iets, noch voorhuid, maar een nieuwe schepping die tot stand gekomen is in de opgewekte Christus, die inderdaad opstond daags na de sabbat. En betekent dat dan dat Israël afgenomen wordt? Ja. Ja, en dan wordt de bedekking – dat is de besnijdenis uiteraard – van hun hart afgenomen. Dat is wat er straks gaat gebeuren als het volk alsnog in haar positie wordt geplaatst.
Want – en dat wilde ik als laatste dan nog zeggen – in vers 16 staat: "En zovelen zich naar deze elementaire regel richten..." Hier staat het Griekse woordje stoicheo, en dat woordje betekent letterlijk inderdaad "de elementen". Bijvoorbeeld ook de basiselementen, het ABC. Elementaire kennis is het ABC. Allen die zich naar deze elementaire regel richten... Wat is die elementaire regel? Een nieuwe schepping in Christus. Een nieuwe schepping. En zovelen zich naar deze elementaire regel richten: vrede en ontferming zij over hen. En, zegt hij, over het Israël van God. Ook daar is een geweldige belofte voor weggelegd.
Ja, niet als je natuurlijk denkt dat het evangelie van de besnijdenis voor jou is, want dan heb je het van hen afgepakt. Dan is er niet eens een Israël van God meer, want dan ben jij het geworden. Nee, ook inderdaad voor het Israël van God. Dat is dus het Israël dat mag geloven in de Christus. Dat is in de tegenwoordige tijd zo: het overblijfsel naar de verkiezing van de genade. Maar ook in de toekomst, als God inderdaad de bedekking van hun hart, de voorhuid van hun hart, zal besnijden en de bedekking wordt weggenomen. En dan zullen ze Hem inderdaad zien. Dan zal gans Israël worden gered. Dat is dan voltallig het Israël van God. En dan zal er ook vrede en ontferming over hen zijn.
Alles op zijn plaats en op zijn tijd. Maar dit is die boodschap, die nieuwe regel waar we ons naar mogen richten in Christus. Dus ziet u, ik hoop dat dat tenminste duidelijk geworden is in deze serie van drie studies over het evangelie van de besnijdenis. Dit is niet zomaar, zoals ik in het begin al zei, een of andere voetnoot of een bepaald ornament of een leuk theologisch weetje. Nee, dit is elementair voor het verstaan van de Schrift. Laat dat wat voor de besnijdenis bestemd is bij de besnijdenis. Ga geen Israël spelen, want God heeft voor ons een zoveel grotere, heerlijke plaats. En Israël heeft ook een geweldige bestemming: het Israël van God, op zijn tijd, op zijn wijze. Laten we het daarbij laten voor vanmiddag.
UltimateGoodNews