de goede belijdenis voor Pontius Pilatus
27-03-2022 - Geplaatst door Andre Piet27 maart 2022, Benthuizen
Paulus wijst zijn medewerker Timotheüs (1Tim.6:13) op het voorbeeld van Christus Jezus die voor Pontius Pilatus de goede belijdenis getuigde. In deze studie willen we het Romeinse proces van Jezus voor Pilatus eens nader bezien. Wat maakte dat Pilatus zich wilde onttrekken aan ‘de kwestie Jezus’ om ‘zijn handen in onschuld te wassen’? En waarom refereert Paulus expliciet naar dit proces en wat kunnen wij hiervan leren?
Powered by RedCircle
📝 Samenvatting & Transcriptie van deze lezing
⏱️ Hoofdstukindeling van deze studie:
- Introductie: Aanloop Naar het Proces voor Pilatus
- De Joden Leveren Jezus over bij het Praetorium
- De Eerste Belijdenis: Mijn Koninkrijk Is Niet uit Deze Wereld
- De Tweede Belijdenis: Getuigen van de Waarheid in een Wereld van Leugen
- Uitvluchten van Pilatus: Verhoor Door Herodes en de Keuze voor Barabbas
- De Geseling en 'ecce Homo' (zie de Mens)
- De Derde Belijdenis: Volmacht Is van Boven Gegeven
- Pilatus Zwicht voor Politieke Chantage en Negeert de Waarschuwing
- Conclusie: de Blijvende Oproep Om de Goede Belijdenis te Bewaren
Introductie: Aanloop Naar het Proces voor Pilatus ↑ hoofdstukken
Ook van mijn kant een heel goede morgen. Wat was dat een mooie opwarmer; voor mij had je nog wel een half uur door mogen gaan, Dirk, geweldig. Het is inderdaad waar, zoals Dirk wees op 'dabar' in het Hebreeuws. Het aardige van dat woord dabar is dat het zowel 'woord' als 'daad' betekent. Als God spreekt, dan is dat ook meteen een daad. Hij zegt het en Hij doet het. Die verwantschap vind ik heel bijzonder en daarom is het ook zo logisch – en 'logisch' komt van Logos, wat weer de Griekse tegenhanger is van Dabar – dat die twee precies dezelfde boodschap uitspreken en laten zien.
Ik ga u vanmorgen meenemen naar het onderwerp: 'de goede belijdenis voor Pontius Pilatus'. Die woorden zijn ontleend aan wat we lezen in 1 Timotheüs 6. Daar schrijft Paulus aan zijn jongere medewerker, helemaal aan het eind van die eerste brief: "Ik beveel voor God, die alle levend maakt..." Over die God hebben we het dus. Hoe doet Hij de doden teniet, waar mijn broeder het al over had? Wel, door allen levend te maken. "Ik beveel voor die God en voor Christus Jezus..." En nu komt het gedeelte waar het vanmorgen over gaat: "...en voor Christus Jezus, die de goede belijdenis voor Pontius Pilatus betuigd heeft."
Die naam Pontius Pilatus kent u ongetwijfeld, want die komt in de Bijbel geregeld voor. Bekend is hij ook vooral van de geloofsbelijdenis, de twaalf artikelen van het apostolisch geloof: "die geleden heeft onder Pontius Pilatus." Wist u trouwens dat als je dat in het Latijn zegt, het klinkt als 'Pilatus pas'? Men zei vroeger wel dat 'hocus pocus pilatus pas' een toverformule was, maar het komt feitelijk uit het Kerklatijn. Stelt u zich voor: u bent een kerkganger en u hoort de priester in het Latijn prevelen. Op een gegeven ogenblik volgt de formule bij de eucharistie: "Hoc est corpus" (dit is mijn lichaam). Als je daar dan wat flarden van opvangt en je zegt het achter elkaar – transsubstantiatie, zegt u dat wat? – dan krijg je een toverformule als 'hocus pocus'. Men had de klok horen luiden, maar wist niet waar de klepel hing. Maar nu weet u het in elk geval wel.
Over die Pilatus gaan we het dus hebben. Deze man is vooral bekend geworden door het proces in de nacht dat Jezus werd overgeleverd om te worden gekruisigd. Er staat bij dat Christus Jezus de goede belijdenis voor Pontius Pilatus betuigd heeft, en Paulus zegt dan tegen Timotheüs dat hij dit gebod onbevlekt en onberispelijk moet handhaven tot de verschijning van onze Heer Jezus Christus.
Wat ik vanmorgen wil doen, is het proces bekijken zoals met name Johannes dat beschrijft. Ik heb veel dia's, dus ik ga het iets anders aanpakken dan u van mij gewend bent. Ik wil de geschiedenis lezen en we gaan een heleboel verzen langs. Niet woord voor woord of zinsdeel voor zinsdeel, maar we lezen de geschiedenis met enige toelichting. Daarin wil ik duidelijk maken hoe inderdaad Christus Jezus ooit hier op aarde de goede belijdenis heeft afgelegd voor Pontius Pilatus.
Laten we eerst de zaken scherp stellen en kijken wat er die nacht al had plaatsgevonden. Het begon allemaal met de Pascha-maaltijd, bereid op de eerste dag van de ongezuurde broden. In Johannes 13 tot en met 16 worden de gesprekken beschreven die in die opperzaal hebben plaatsgevonden, waar Jezus met de Zijnen de maaltijd at. Johannes beschrijft die uitgebreid; hij was immers zelf een ooggetuige. Hij noemt zichzelf in het evangelie nooit bij naam, maar spreekt altijd over 'de discipel die Jezus liefhad'.
Na de maaltijd gaan ze onderweg naar de hof van Getsémané, aan de andere kant van het Kidrondal. Ze trekken de stad uit naar een olijvengaard. Als u nu naar Jeruzalem gaat, kunt u Getsémané nog bezoeken. Er staan daar bomen van bijna 2000 jaar oud; het is mogelijk dat daar nog een enkele boom staat die er toen ook al was. Olijfbomen sterven in principe niet; de boom regenereert zichzelf altijd, tenzij je hem omhakt of verbrandt. Het is een prachtig embleem van onvergankelijk leven.
In Getsémané neemt Jezus drie van de twaalf discipelen apart en bidt Hij tot drie keer toe, waarbij Zijn zweet wordt als bloeddruppels. Daar in de hof wordt Hij vervolgens gevangengenomen. U kent de geschiedenis van Judas, een van de twaalf, die Hem verraadt met een kus. Hij gaf leiding aan een groep Romeinse soldaten en de tempelwacht. Jezus wordt daar gevangengenomen en vervolgens voorgeleid voor Annas en Kajafas. Annas was de schoonvader van Kajafas, de hogepriesterlijke familie. Dat was feitelijk nog geen officieel proces, maar een voorproces om zaken te regelen. Waarschijnlijk waren er toen ook al afspraken gemaakt met Pilatus en Judas. Alles moest namelijk heel snel gebeuren; het voornemen was dat Jezus diezelfde dag nog gekruisigd zou worden.
Vervolgens komt Jezus voor de Joodse Raad, het Sanhedrin. Daar worden daadwerkelijk besluiten genomen. Het was in hoge mate een illegaal gebeuren dat er snel doorheen gejast moest worden. Zo gaat dat soms bij besturen, of ze nu godsdienstig of politiek van aard zijn: als er haast of nood is, worden grondwettelijke regels even aan de kant geschoven. Nadat Jezus voor de Joodse Raad is geleid, heeft Hij daar waarschijnlijk nog een paar uur vastgezeten, waarna Hij heel vroeg in de ochtend naar Pilatus wordt gebracht.
Hier haak ik aan bij Johannes 18 vers 28. Zoals gezegd gaan we er vlot doorheen; we lezen de geschiedenis en laten die op ons inwerken, met hier en daar een toelichting. Johannes geeft de meest uitgebreide beschrijving van wat de Heer Jezus voor Pilatus heeft getuigd. Hij is eigenlijk ook de enige die specifiek spreekt over de woorden die de Heer Jezus daar heeft gesproken.
De Joden Leveren Jezus over bij het Praetorium ↑ hoofdstukken
Oké, zij leidden Jezus van Kajafas naar het pretorium, dat is het gerechtsgebouw, het hoofdkwartier van de Romeinen. Het was nu vroeg in de morgen en zij kwamen niet binnen in het pretorium. Waarom niet? Om niet verontreinigd te worden, maar het Pascha te kunnen eten. Dat is de reden.
U weet het hè: Joodse dagen worden gerekend van avond tot avond. En dan krijg je dus het verhaal dat in de avond, toen de maaltijd gehouden werd, de 14e was begonnen, en die duurde nog voort tot de volgende avond. Wij rekenen van twaalf tot twaalf, maar de Romeinen rekenden trouwens ook zo, maar de Joodse telling is van avond tot avond. Het was de 14e Nisan en later op die dag, in de middag van diezelfde dag, zou het Pascha worden geslacht en de eigenlijke Sedermaaltijd zou de navolgende avond gehouden worden. Jezus heeft de maaltijd gevierd met de zijnen; dat was een maaltijd tijdens het Pesach, maar het was nog niet de Sederavond, want het Pascha moest nog geslacht worden. Het is heel apart natuurlijk dat Jezus uitgerekend op deze datum geslacht is, zelfs op het uur nauwkeurig. Dat is zo bijzonder.
De dag daarna begon eigenlijk het feest, want dat is een heel apart verhaal. De 14e is de dag van het Pascha, dat het lam geslacht wordt, en vervolgens begon het feest van de Ongezuurde Broden op de 15e. Die 15e was meteen ook een dag waarop niet gewerkt mocht worden. Alles wilden ze dus voor het feest van Pesach uit de weg ruimen. Ze moesten het op deze dag doen, dus er was erg veel haast bij geboden.
In vers 29 staat: Pilatus ging naar buiten, naar hen toe. Zij wilden niet in het pretorium komen om niet verontreinigd te worden. Als je ergens in een Joods huis was, dan moest alles rein en koosjer zijn en al het zuurdesem moest uit het huis. In zo'n Romeins paleis of pretorium waar Pilatus was, was het niet koosjer. De Joden wilden daar dus niet in vanwege het Pascha, en dus ging Pilatus naar buiten.
Over Pilatus moet ik nog even zeggen: deze stadhouder, de gouverneur, heeft geregeerd van 26 tot 36 AD (Anno Domini, onze jaartelling dus). Als u het mij vraagt, is Pilatus stadhouder geworden in het jaar dat de Heer Jezus Zijn optreden begon, dus drieënhalf jaar eerder. Dit was dan in het jaar 30, en daarna heeft hij dus nog zes jaar geregeerd. Uiteindelijk is hij ook slecht aan zijn eind gekomen als stadhouder; zo gaat het meestal in die wereld. Maar in ieder geval, dat was Pilatus. Hij is in de ongewijde geschiedenis ook bekend en hij staat te boek als een zeer halsstarrige stadhouder. Er waren heel slecht zaken met hem te doen, hij was erg egoïstisch en de Joden waren bepaald niet gek op hem.
Als hij dan naar buiten gegaan is, vraagt hij met nadruk: "Welke beschuldiging brengen jullie tegen deze mens in?" Waarschijnlijk heeft dit meteen al kwaad bloed gezet bij de Joden, dat weten we uit andere evangeliën, want hij deed nu alsof hij van niks wist, terwijl er wel degelijk al zaken met hem gedaan waren. Waarschijnlijk was hem de vraag al voorgelegd: "Morgen komen we met Jezus." En waarschijnlijk heeft hij toen ook gezegd: "Dat doen we wel." Pilatus had ook die reputatie: het recht was voor hem niet zo belangrijk, het ging vooral om zijn politieke status. Zoals mijn broer al vertelde: dat haantjesgedrag, weet u wel? Dan gaat het niet om de waarheid.
Hij vraagt hier dus met nadruk: "Welke beschuldiging brengen jullie tegen deze mens in?" En zij antwoordden en zeiden tot hem: "Indien hij geen boosdoener was, hadden we hem nooit aan u overgeleverd." Zo van: we komen hier natuurlijk niet voor Jan Klaas, dit is een boosdoener. Pilatus zei dan tegen hen: "Nemen jullie hem maar en oordeelt hem naar de wet van jullie." Maar de Joden reageerden en zeiden tegen hem: "Het is ons niet geoorloofd iemand te doden."
Het punt was namelijk: de Joden hadden een bepaalde mate van zelfstandigheid, ze hadden hun eigen rechtssysteem en konden mensen ook veroordelen. Maar executie, die mogelijkheid hadden ze niet; dat moest geregeld worden vanuit de Romeinse bezetter. Israël was gewoon bezet gebied en de Romeinen stonden het een en ander toe, maar wel begrensd. Dus de Joden zeiden: "Wij kunnen dat alleen maar doen als u ook toestemming geeft." En ze wilden meer dan toestemming, ze wilden zelfs dat híj de opdracht gaf. Waarom? Zodat zij hun handen in onschuld konden wassen. Dat is een aardige beeldspraak in dezen.
Er staat: "Het is ons niet geoorloofd iemand te doden", opdat het woord van Jezus vervuld zou worden, waarmee hij aanduidde welke dood hij zou sterven. Jezus had namelijk tevoren al gezegd — je leest dat in Mattheüs 26 en op andere plaatsen ook — dat hij zou worden overgeleverd aan de Romeinen. Hij had zelfs al gezegd dat hij zou worden gekruisigd; dat had hij tevoren gezegd. En Johannes, die dit optekent (waarschijnlijk jaren later), is degene die dit als laatste te boek heeft gesteld na Mattheüs, Markus en Lukas. Hij wist zich dat allemaal nog te herinneren. "Opdat dat vervuld zou worden." Je leest met name ook in het Mattheüs-evangelie hoe vaak dat iedere keer weer klinkt: "Opdat vervuld zou worden." Want de dingen die gebeurden, gebeurden niet zomaar. Het was het script, het was voorzegd en achteraf heeft men dat zo kunnen vaststellen. Op het moment zelf speelde dat natuurlijk niet en was men vooral door de emoties overmand.
De Eerste Belijdenis: Mijn Koninkrijk Is Niet uit Deze Wereld ↑ hoofdstukken
Pilatus kwam weer binnen in het pretorium, het gerechtsgebouw, ontbood Jezus en vroeg hem: "Bent u de koning van de Joden?" Dat was voor hem een heel belangrijk punt. Kijk, voor de Joden speelden er allerlei religieuze bezwaren en de beschuldiging van godslastering mee, maar dat boeide Pilatus totaal niet. Het ging hem om één ding: was deze Jezus een potentieel politiek gevaar? Want als Jezus inderdaad zou bevestigen dat hij de koning van de Joden was, dan maakte hij aanspraak op een politieke titel, op koningschap zelfs. Dat zou regelrecht een daad van verzet en hoogverraad tegen de keizer zijn. Daarom was deze vraag van groot belang.
De Heer Jezus antwoordde: "Zegt u dit van uzelf, of hebben anderen dit omtrent mij tot u gezegd?" Eigenlijk vroeg hij: "Is dit uw eigen conclusie, of heeft u dit van horen zeggen?" Pilatus hield echter niet van het woord van de Joden. Hij antwoordde: "Ik ben toch geen Jood? Uw eigen natie, uw eigen volk en de oversten van de priesters hebben u aan mij overgeleverd." Waarmee hij aangef: "Ik zeg dit gewoon omdat de Joden mij dit hebben verteld." Vervolgens vroeg hij: "Wat hebt u gedaan? Wat is de misdaad die u begaan hebt?" Hij hoorde Jezus uit; hij kende de beschuldiging, maar nu vroeg hij het aan Jezus zelf: "Wat deed u?"
Dan lees je iets wat in Mattheüs, Marcus en Lukas niet staat. In die evangeliën wordt eigenlijk niets vermeld van wat Jezus gesproken heeft, maar in Johannes wordt dat juist des te uitgebreider beschreven. Het eerste wat Jezus zegt is: "Mijn Koninkrijk is niet uit deze wereld." Dat is natuurlijk meteen een antwoord op de vraag of hij een gevaar vormde voor Pilatus. Stel je voor dat hij had gezegd dat hij een koninkrijk had, of beoogde een koninkrijk te vormen in deze wereld; in dat geval was die claim inderdaad een gevaar voor Pilatus geweest. Maar zijn Koninkrijk is niet uit deze wereld. Het maakt geen deel uit van deze wereld; dit is geen wereldlijk koninkrijk.
Jezus zei ook: "Indien mijn Koninkrijk uit deze wereld was, dan zouden mijn dienaren gestreden hebben." Natuurlijk, dan zouden ze de gevangenneming hebben belet. Trouwens, ik moet erbij zeggen dat Simon Petrus nog even een poging heeft gedaan door met het zwaard te zwaaien, maar daar heeft de Heer Jezus hem meteen op terechtgewezen. Hij had totaal geen enkele politieke aspiratie om koning te worden. Het volk heeft die wens overigens diverse keren geuit, zelfs nog een paar dagen tevoren toen hij vanaf de Olijfberg naar Jeruzalem ging. Toen riepen ze nog "Hosanna", maar u weet hoe snel dat kan omslaan naar "Kruisig hem".
Indien zijn Koninkrijk uit deze wereld was, zouden zijn dienaren strijden. Bij een politieke claim horen immers wapens en geweld om die macht te bekrachtigen. Ik behoef u daarover niets meer te vertellen, want we weten hoe dat in de wereld werkt. Indien mijn Koninkrijk uit deze wereld was, zouden mijn dienaren strijden opdat ik niet overgeleverd zou worden aan de Joden. Maar nu is mijn Koninkrijk niet van hier.
Het aardige is dat als je de nadruk legt op het woordje "nu", je je kunt afvragen of Pilatus dat ook zo gehoord heeft. Feitelijk is hiermee gezegd: nu is mijn Koninkrijk niet van hier. Dat wordt straks wel anders. Want straks wordt het Koninkrijk wel van hier. Dit is letterlijk overgenomen uit Openbaring 11 vers 15, waar staat: "Het koninkrijk van deze wereld is geworden het koninkrijk van onze Heer en van zijn Christus." Die transitie gaat plaatsvinden. Dan wordt het wel degelijk een wereldlijk koninkrijk. In Jeruzalem zal er geregeerd worden door precies dezelfde persoon die nu hier voor deze Romeinse stadhouder staat. Dan is hij de Koning der koningen en zal de wereld vanuit Jeruzalem geregeerd worden. Maar, zegt hij, nu is mijn Koninkrijk niet van deze wereld.
Dat is de goede belijdenis. Onderdeel van die goede belijdenis is: het Koninkrijk is niet van deze wereld. Dat is voor ons vandaag de dag nog steeds de instructie. Wij claimen geen aardse macht; wij beheren geen macht, zoals Luther dat ooit al verwoordde. Nee, dat is ook zo. Wij claimen geen macht, we willen helemaal geen politieke partijen. Ik weet dat er andere mensen zijn die daar anders over denken, maar politieke aspiraties zijn totaal niet aan de orde om het allemaal beter te maken in deze wereld, om de macht te grijpen of om invloed uit te oefenen. Nu is dat Koninkrijk niet van hier. Punt.
Wij leven dus in de verborgenheid van het koningschap; daar is nu niets van te zien, en dat is ook de bedoeling. Dat geeft trouwens ook heel veel rust. Het betekent dat we een stil en rustig leven kunnen leiden. Dat betekent niet dat we altijd met rust gelaten worden, maar wel dat wij de wereld met rust laten. Je hoeft niet naar Den Haag of weet ik wat allemaal om je gelijk te halen. Nee, je kunt erbuiten staan als een ambassadeur. Dat heeft wel wat. Hebben jullie ook "CD" op uw auto staan? Corps Diplomatique. Dan ben je als het ware onaantastbaar. Maar nu zonder dollen: nu is mijn Koninkrijk niet van hier. Ik moet doorgaan.
De Tweede Belijdenis: Getuigen van de Waarheid in een Wereld van Leugen ↑ hoofdstukken
Pilatus zei dan tot Hem: "Bent u dan toch koning?" Jezus antwoordde: "U zegt dat ik koning ben." Zo van: dat is uw conclusie. Jezus zei juist dat Hij geen koninklijke of politieke aspiraties had. Dus: "U zegt het." Ik spreek het niet tegen. In zekere zin is het ook zo, maar het zijn uw woorden, niet de mijne.
En wat Hij wel is... "U zegt dat ik koning ben." Dat zijn uw woorden, maar mijn woorden zijn: "Hiertoe ben ik geboren en in de wereld gekomen: opdat ik zou getuigen van de waarheid." Ieder die vanuit de waarheid is, hoort Mijn stem. Kijk, dit is het. Wat is de goede belijdenis? We hebben eigenlijk al één ding gehoord: "Mijn Koninkrijk nu is niet van deze wereld." Dat is één ding. Dus niet politiek, niet militair, helemaal niets van die orde.
En nu het tweede: "Ik ben hiertoe gekomen om te getuigen van de waarheid." Ja, dat is die goede belijdenis. En weet je wat ik zo apart vind van dat woord getuigen? Dat is het Griekse woordje martureo en daar komt ons woordje martelaar vandaan; dat is dus gemakkelijk te herkennen. Een martelaar is dus eigenlijk, vanuit het Grieks gezien, een getuige. U zegt: "Maar een martelaar is toch iemand die sterft voor een getuigenis?" Ik zeg: ja. Gedurende de tijd dat het Koninkrijk niet van deze wereld is, is dit de prijs die men betaalt voor het getuigen van de waarheid.
Want we leven in een wereld — ik ben er van de week nog wel mee bezig geweest en heb er een blogje over geschreven — waarin de waarheid in onrechtvaardigheid ten onder gehouden wordt. Er moet heel veel moeite voor gedaan worden, want de waarheid heeft altijd de neiging om aan het licht te komen. Het is net als een bal die je onder water houdt; dat kan wel, maar hij komt altijd weer naar boven. Dat is het heerlijke van de waarheid ook: je kunt er niets tegen doen. De leugen is vaak veel sneller, maar de waarheid heeft een enorm uithoudingsvermogen en die achterhaalt uiteindelijk altijd de leugen. Altijd. En dat is zo’n relaxte wetenschap. Dat is relaxed.
Maar wat niet relaxed is — en dat weet ik — is dat als je uitkomt voor de waarheid in een wereld die geregeerd wordt door de leugen, dat je dat niet in dank wordt afgenomen. En de grootste getuige, hoe was het ook alweer? Hij is de overste van de koningen der aarde en de trouwe getuige. Trouw getuigen betekent: Hij spreekt de waarheid. Niet wat men aardig vindt, of leuk, of aangenaam, of wat emotioneel helemaal in het straatje past. Nee, de waarheid. Waar niemand onderuit kan, wat simpelweg zo is: de feiten. En Hij zegt: "Opdat Ik zou getuigen voor de waarheid." No matter what, zeggen de Engelsen dan. Ook als dit de prijs is. En dat is de prijs in een wereld die geregeerd wordt door de leugen, namelijk wanneer de waarheid ten onder gehouden wordt. Want aan de waarheid kun je niets doen, maar de getuige van de waarheid kun je wel een kopje kleiner maken. Dat is de andere kant; het zijn twee kanten van dezelfde medaille.
En de Heer Jezus zegt er nog bij: "Ieder die vanuit de waarheid is, die hoort Mijn stem." Dat wil zeggen: ieder die eerlijk is en bereid is de feiten onder ogen te zien, die hoort Mijn stem. Pilatus zei tot Hem... ach, u kent het wel, de beroemde uitspraak van Pilatus. Je kunt daar heel filosofisch over doen en urenlang gaan filosoferen over de vraag: "Wat is waarheid?" Dat is een heel interessante vraag: wat is nu eigenlijk waarheid?
Maar ik kan u dit vertellen: Pilatus zei dit niet omdat hij zo’n filosofische interesse had in wat waarheid is of omdat hij een definitie wilde. Nee, het was gewoon onverschilligheid. Je kunt het je voorstellen hoe dit gegaan is. "Om te getuigen van de waarheid", hoort hij die man zeggen. En als een politicus dat dan hoort: "Waarheid... wat is waarheid? Wat stelt waarheid voor? Dan veranderen we dat toch gewoon weer, toch?" Zo gaat het met de waarheid. "Wat is waarheid?" Dat is de onverschilligheid ten opzichte van de waarheid. In een wereld die geregeerd wordt door de leugen speelt waarheid geen rol. Het moet verkocht worden, en carrière en allerlei belangen spelen een rol, maar waarheid komt er bekaaid vanaf.
Terwijl hij dit zei, ging hij weer naar buiten naar de Joden toe en zei tot hen: "Ik vind geen enkele reden in Hem." Dat wil zeggen: om te doen wat jullie mij vragen, tot veroordeling. Oei. Want ja, Pilatus heeft vastgesteld dat van een politieke claim geen sprake is. Dat had hij nu uit de eigen mond van Jezus gehoord en dus had Hij, gewoon naar de normen van het recht, vrijgelaten moeten worden. Ik bedoel, de gedaagde had hij nu zelf ondervraagd. Nu sla ik een heel aantal verzen over in het Johannes-evangelie, want anders zou het te lang duren, en ik vertel even wat er vervolgens gebeurde zonder dat nu allemaal te lezen.
Uitvluchten van Pilatus: Verhoor Door Herodes en de Keuze voor Barabbas ↑ hoofdstukken
En trouwens, voor een deel lees je dat ook juist weer in de andere evangeliën. Want in Johannes staat er een heleboel wat in Matthäus, Marcus en Lucas ontbreekt. Aan de andere kant staan in Lukas weer dingen die in Johannes niet staan. Dus dan zie je ook daarin weer dat Bijbelstudie is als een puzzel. De stukjes moet je in elkaar passen en Schrift met Schrift vergelijken om een beeld te krijgen.
Als Pilatus namelijk later — zo lezen wij het in Lukas — verneemt dat Jezus uit Galilea komt, dan ziet hij een weg, een excuus om zich van de zaak af te doen en stuurt hij Jezus naar Herodes. Want Herodes ging over Galilea. Dus dacht Pilatus, want eigenlijk wilde Pilatus zich niet met deze zaak verder inlaten. Hij zag dat er geen reden was om Jezus te veroordelen, dus hij zoekt voortdurend excuses.
Nou, het eerste is: hij stuurt Hem naar Herodes toe. Herodes was daar trouwens erg blij mee, want die had al heel veel over de kwestie van Jezus gehoord en die was blij dat hij Hem eindelijk nu zelf eens een keertje onder ogen had en dingen kon vragen. Maar dat was maar heel tijdelijk, want Herodes stelt Hem vragen en Jezus antwoordde hem niets. Hij hield gewoon Zijn mond. Herodes werd dus totaal niet wijzer van die ondervraging.
Vervolgens lees je nog dat ook Herodes maar een loopje nam met het recht en met de waarheid. Hij laat Jezus bespotten, geeft Hem nog een ander gewaad aan — een zogenaamd koninklijk gewaad — en hij stuurt Hem gewoon weer onverrichte zaken feitelijk naar Pilatus terug. Het is trouwens wel zo, je leest in Lukas dat vanaf die dag Herodes en Pilatus weer op goede voet met elkaar stonden. Daarvoor waren zij vijandig, maar vanaf dit moment — dit was toch een daad van collegialiteit — waren ze weer met elkaar bevriend. Dus dat heeft het wel weer goed gedaan.
Als Jezus dan vervolgens weer terugkomt bij Pilatus, ziet Pilatus nog weer een gelegenheid om Jezus vrij te laten. Wat doet hij namelijk? Hij herinnert het volk aan de gewoonte om jaarlijks bij het Pesachfeest, dus in die tijd van het jaar, altijd amnistie te verlenen: vrijlating te geven aan hun gevangenen. Wat hij dan doet is het volk voor de keuze stellen. Hij noemt namelijk... ze mogen zelf beslissen. U kent de geschiedenis, en dan stelt hij Barabbas voor. Zoon van de vader, maar van die Barabbas lezen we dat hij vastzat vanwege oproer en moord. Dus wij zouden zeggen: het was een terrorist. En het was kennelijk een klinkende naam, een beruchte naam.
Nou, en daar stond die onschuldige Jezus. Pilatus dacht: "Ja, voor deze man kan ik totaal geen enkele reden vinden om hem te veroordelen." Dus stelt hij dit opnieuw voor. Dit zou een exitstrategie voor hem kunnen zijn om zich van de hele kwestie van Jezus te ontdoen. Dan stellen ze hen voor de keuze en u weet hoe dat vervolgens gaat: massaal wordt er geroepen: "Barabbas!" Dus ook dat is niet gelukt om zich van de kwestie van Jezus te ontdoen.
En dan doet Pilatus nog iets. U ziet het: het recht struikelt op de straat. Dat was ook tijdens het Joodse proces het geval bij Annas en Kajafas, maar ook nu weer in het hele Romeinse proces. Wat hij doet als een laatste poging om Jezus vrij te laten, is een soort van compromis. Weet je wat? We laten Hem geselen. En als ik dan Jezus alsnog toon en zeg van: "Nou, dan zullen ze wel tevreden zijn." Inmiddels zijn we in Johannes 19 aangekomen en ik haak daar nu weer aan bij vers 5.
De Geseling en 'ecce Homo' (zie de Mens) ↑ hoofdstukken
Na de geseling, die in de voorgaande verzen was beschreven, ging Jezus naar buiten. Hij droeg de doornige lauwerkrans — dat is een wat letterlijker vertaling — de doornenkroon die Hem opgezet was en het purperen kleed. Misschien was dat hetzelfde kleed dat Herodes Hem al had aangetrokken. Bij Herodes was Hij ook al bespot, maar daar was Hij nog niet gegeseld. Nu was Hij dat wel. Het is precies bekend wat het betekende als iemand door de Romeinen werd gegeseld; die regels zijn tot op de dag van vandaag terug te halen. Ik kan u vertellen: dat was niet kinderachtig.
Terwijl Hij daar staat, gegeseld en wel, draagt Hij nog steeds die doornenkroon en het purperen kleed, wat dan het koningschap zou moeten voorstellen. Pilatus zei tot hen: "Zie de mens." In het Latijn — want Pilatus was een Romein — sprak hij dit uit als: "Ecce homo." Zie de mens. Er is een plaat van een Italiaan uit de negentiende eeuw die dit heeft geschilderd. Die heeft op mij persoonlijk al enorm veel indruk gemaakt. We hadden vroeger een boekje waar deze plaat in stond en ik heb daar volgens mij uren naar gekeken. Ik vind het zo geweldig mooi en realistisch geschilderd. Hier zie je de Romeinse vorst, de gouverneur, die Jezus toont. Jezus is gegeseld en draagt de kroon en het purperen kleed; Hij zag er zwaar gehavend uit. Hij staat daar op het pretorium voor die hele schare die daar vroeg in de ochtend staat, en dan klinkt het: "Zie de mens." Nu moet jullie hart toch wel week worden? Dit is het: zie de mens.
Toen de oversten van de priesters en de dienaren Hem waarnamen — er staat eigenlijk 'assistenten', dat moet ik even veranderen — riepen zij luidkeels: "Kruisig Hem, kruisig Hem!" Pilatus zei tot hen: "Nemen júllie Hem maar en kruisig Hem, want ik vind geen reden in Hem." In Matteüs 27 lees je dan de bekende woorden dat hij demonstratief zijn handen in onschuld wast. Terwijl hij daar op dat pretorium staat, wast hij heel demonstratief zijn handen en zegt: "Ik ben onschuldig aan het bloed van deze rechtvaardige." Daarmee bedoelen wij altijd dat je je aan de schuld onttrekt; je geeft aan de ander aan dat jij er geen aandeel in hebt. Dat is natuurlijk leugenachtig. Hij dacht zijn handen hiermee in onschuld te wassen. Het is waar dat Pilatus alles in het werk heeft gesteld om de veroordeling van Jezus ongedaan te maken; dat zou je positief van hem kunnen zeggen. Maar daar staat natuurlijk tegenover dat hij de rechter was. Hij had moeten bepalen volgens de normen van de waarheid en het recht; hij had het recht moeten handhaven. Dat doet hij niet. Dan kun je je handen wel in onschuld wassen, maar dat maakt je schuld niet minder.
De Joden zijn hier niet tevreden mee. Zij willen namelijk niet slechts dat Pilatus toestemming geeft, maar dat hij ook de opdracht geeft om Jezus te kruisigen. Waarom? Omdat de Joodse leiding dit politiek wilde spelen. Als je hierover doordenkt, zie je dat het een enorm politiek gekonkel is. Dat geldt voor wat Pilatus deed, maar ook voor wat de Joden deden. De Joden — ik bedoel daarmee het Sanhedrin, de Joodse Raad (er waren trouwens uitzonderingen zoals Nicodemus en Jozef van Arimathea) — wilden zich in het geheel genomen van deze zaak ontdoen. We hebben dat al eerder in het Johannesevangelie gelezen: men wilde niet aansprakelijk zijn. In hoofdstuk 11 lees je al dat de hogepriester en consorten vreesden voor een opstand onder het volk. Onder het gewone Joodse volk was Jezus immers uiterst populair. Ze wilden zo snel mogelijk van Hem ontdoen omdat ze bang waren dat de mensen Jezus inderdaad tot koning zouden maken en er zo'n beweging zou ontstaan. In dat geval zagen ze de bui al hangen. In Johannes 11 wordt beschreven dat de Romeinen dan alsnog zouden ingrijpen als Jezus te populair zou worden. Ze waren bang dat Jezus een politieke factor zou worden.
Zij wilden echter graag dat de Romeinen Jezus zouden veroordelen. Waarom? Om daarmee te kunnen zeggen: "Ja, maar dat hebben wíj niet gedaan. Wij hebben Jezus niet gekruisigd; dat hebben de Romeinen gedaan en Pilatus heeft zelf de opdracht daartoe gegeven." Ze wilden zich allemaal verschonen en zeggen: "Dat was ik niet." Het is het oude verhaal van: "Dat is de vrouw die Gij mij gegeven hebt." Dat is een heel menselijk ding. Ik noem het politiek, maar het is ook een oermenselijk mechanisme om zo te werken: "Oh nee, ik niet." Het is altijd de schuld op een ander schuiven, de slachtofferrol aannemen en beweren dat het allemaal door anderen komt. Maar goed, Pilatus zegt: "Nemen jullie Hem maar en kruisig Hem, want ik vind geen reden in Hem."
De Derde Belijdenis: Volmacht Is van Boven Gegeven ↑ hoofdstukken
En de Joden antwoordden hem: "Wij hebben een wet en naar de wet is hij verschuldigd te sterven." Hoezo? "Want hij maakt zichzelf Zoon van God." Want ja, en dat was letterlijk zo. Vergis je niet, Jezus was de Zoon van God. Ik bedoel dat niet theologisch, maar ik bedoel dat er geen mens, geen man tussenbeide was gekomen. Ik doel op de maagdelijke geboorte. Jezus was de Zoon van God, de eniggeboren Zoon van God. En dat was in de ogen en in de oren van de Joodse leiding een godslastering. Voor de moslims trouwens nog steeds om zoiets te zeggen: "Jezus, God heeft geen zoon." En nu in dit geval zeggen ze: "Hij maakt zichzelf Zoon van God."
Je leest ook inderdaad, met name in het evangelie naar Mattheüs, dat dit de reden is waarom Jezus door de Joodse Raad werd veroordeeld. En er was trouwens nog een andere reden die in Johannes niet genoemd wordt, namelijk dat hij had gezegd dat hij de tempel zou verwoesten en afbreken en in drie dagen weer opbouwen. Daar waren de getuigen het inderdaad over eens dat hij ooit zoiets gezegd had. Dat is heel bijzonder trouwens. Dat heeft hij inderdaad al ver daarvoor ooit gezegd. En toen zeiden ze: "Ja, maar dat betekent dus dat hij eropuit is om de tempel af te breken." Oké, maar dit was dus het Joodse motief.
Toen Pilatus dit woord hoorde, werd hij nog meer bevreesd. Godenzoon. De Romeinen kenden dat fenomeen trouwens, want de Romeinse keizers hadden er ook weleens een handje van om die titel zich eigen te maken. Hij kwam het pretorium, het gerechtshof, weer binnen en zei tot Jezus: "Vanwaar bent u?" En nu staat er inderdaad wat je ook elders iedere keer leest in de andere evangeliën: Jezus gaf hem geen antwoord. Dit was namelijk geen interesse in de waarheid.
Pilatus bevraagt hem hierover en zei tot hem: "Spreekt u dan niet tot mij? Weet u niet dat ik volmacht heb u vrij te laten en volmacht heb om u te kruisigen?" Neemt u mij niet kwalijk, ik heb wat wijzigingen moeten aanbrengen in de vertaling en er is in de automatisering met het plaatsen en vervangen iets fout gegaan, maar de vraag is: "Weet u niet dat ik volmacht heb om u vrij te laten en volmacht heb om u te kruisigen?" En Jezus antwoordde hem, als weer een getuige van die goede belijdenis: "U zou geen volmacht tegen mij hebben als het u niet van boven gegeven was."
Wat trouwens tamelijk dubbelzinnig is. Want ja, hij was stadhouder en als de Romeinse keizer zegt: "Ga jij maar daarheen", dan heeft hij die macht. Maar het is natuurlijk veel dieper nog: waarom heeft iemand macht? God stelt mensen aan. En als God zegt dat het genoeg is geweest, dan blaast Hij ze weg. Wat zei jij, Leni? Opgehoepeld? Ja, dan gaat dat zo. Ik vind dat geweldig als je zo tegen de hele wereld aankijkt. God stelt mensen aan en als Hij het genoeg vindt, dan verdwijnen ze weer.
Ik weet wel dat mensen dan zeggen: "Ja, maar dat is fatalistisch." Dat is niet fatalistisch. Fatalistisch wil zeggen dat het noodlot, het fatum, regeert. Maar dat is geen noodlot, God regeert. Groot verschil, hè? "U zou geen volmacht tegen mij hebben als het u niet van boven gegeven was." Daarom zegt de Heer er nog bij: "Degene die mij aan u overlevert, heeft trouwens ook grotere zonde." En hij doelt hiermee op de hogepriester. De hogepriester, ja, die was niet zoals Pilatus onwetend. Die wist wat hij deed. En Pilatus was hier, hoe fout zijn taak ook was of wat hij ook deed, toch de onwetende. Vanwege dit, staat er nog bij, zocht Pilatus hem weer vrij te laten. Alles stelt Pilatus in het werk om Jezus inderdaad onveroordeeld vrij te laten en onschuldig te verklaren.
Pilatus Zwicht voor Politieke Chantage en Negeert de Waarschuwing ↑ hoofdstukken
Maar de Joden riepen luidkeels: "Als u deze vrij zou laten, bent u geen vriend van de keizer!" Dit was het meest gevoelige punt voor Pilatus, waardoor uiteindelijk het hele verhaal toch weer anders wordt. Want de Joden zeggen er nog bij: "Iedereen die zichzelf koning maakt, spreekt de keizer tegen." Pilatus wist dat als in Rome bekend zou worden dat hij iemand die claimt een koning te zijn alsnog onveroordeeld laat, hij niet langer een vriend van de keizer zou zijn.
Toen Pilatus deze woorden hoorde, leidde hij Jezus naar buiten en ging hij zitten op het podium, de bêma trouwens, even voor de liefhebbers. Hier staat eigenlijk het woordje bêma, de rechterstoel, maar eigenlijk betekent een bêma een podium. Dat was op de plaats die genoemd wordt Litostrotos, en dat betekent letterlijk een mozaïekvloer. Ik denk inderdaad dat het een mozaïekvloer is geweest. In het Hebreeuws heet die plaats Gabbata. Daar is nog een verhaal aan vast, maar dat ga ik u niet vertellen.
Wel opmerkelijk: we weten dat Pilatus hier op dit moment een boodschap kreeg, een krabbeltje, een kattebelletje van zijn vrouw Claudia Procula. Haar naam wordt trouwens niet genoemd in het evangelie, maar we weten dat zij zo heette uit de ongewijde geschiedenis. Zij was trouwens een kleindochter van keizer Augustus, ook niet de eerste de beste. Terwijl Pilatus daar vroeg in de morgen bezig is, stuurt zijn vrouw hem een krabbeltje. Want er staat in Matteüs 27 — ik dacht even dat het Lucas was, maar kijkt u het maar eens na — terwijl hij nu op het podium zat, zond zijn vrouw hem de boodschap: "Bemoei u toch niet met die rechtvaardige, want ik heb heden in een droom veel om hem geleden."
Dit maakte de zaak nog complexer. Moet u zich voorstellen: een Romeins gouverneur wil zijn vingers aan deze hele zaak al niet branden. Hij wast zijn handen in onschuld en stelt alles in het werk om Hem vrij te laten, maar hij krijgt het echt niet voor elkaar. Vervolgens wordt hij nu gedreigd dat de Romeinse keizer ingeschakeld gaat worden, en dat wordt echt heel erg gevoelig. En nu is het ook nog zijn vrouw die zegt: "Laat deze hele kwestie nou rusten, want ik heb vannacht een nachtmerrie om deze man gehad." Ze zegt er nog bij: "Bemoei u toch niet met die rechtvaardige." Inmiddels wist Pilatus zelf ook wel dat deze man een rechtvaardige was, maar nu krijgt hij het ook nog eens uit een hoek waar je het helemaal niet van zou verwachten, van zijn vrouw, te horen: "Dit is een rechtvaardige, bemoei je er niet mee, want ik heb heden in een droom veel om hem geleden." Bijzonder hè?
Er staat nog bij in vers 14: "Het was nu de voorbereiding van het Pascha." Ik zei al, het was de veertiende, en de vijftiende begon het eigenlijke feest. De veertiende was de dag dat het Pascha geslacht werd, en daarom heette het ook de voorbereiding van het Pascha. Het was ongeveer het zesde uur, dat wil zeggen in Romeinse termen, en dat betekent voor ons ook gewoon zes uur 's morgens. De Romeinen begonnen namelijk rond middernacht met de urentelling. Dat is soms een beetje ingewikkeld, want soms lees je dat het het negende uur is. Wat is dat dan, in de Joodse telling of in de Romeinse telling? Maar het was hier dus vroeg in de ochtend, ongeveer het zesde uur.
Hij zei tot de Joden: "Neem waar, de koning van jullie!" Zij riepen dan luidkeels: "Weg met hem, kruisig hem!" Pilatus zei tot hen: "Zal ik jullie koning kruisigen?" En de oversten van de priesters antwoordden: "Wij hebben helemaal geen koning behalve de keizer." Dit is natuurlijk helemaal in het straatje van Pilatus. En dan staat er: "Toen leverde hij hem aan hen over, opdat hij zou worden gekruisigd."
Uiteindelijk, na alle uitwegen die hij heeft gezocht, is dit het eind van het liedje. Hij wist: deze man is rechtvaardig. En toch doet hij dit. Ja, waarom? Uiteindelijk gewoon om zijn eigen hachje te redden, dat was het. Onder de streep is dat het feitelijke motief. Hij was gewoon... ja, het is de leugen, maar het is ook de angst die regeert. Angst en leugen gaan trouwens altijd hand in hand, want de leugen is altijd verschrikkelijk bang.
De Joden hadden daar trouwens ook nog geroepen: "Zijn bloed kome over ons." Ik weet dat die woorden later in het antisemitisme een hele kwalijke rol hebben gespeeld. Dat is ook door de kerk gezegd, de kerk van Rome, dat de Joden God hebben vermoord, wat trouwens ook onzin is. Maar goed, die klank hebben we meegekregen. Maar dat neemt niet weg dat zij zeiden: "Zijn bloed kome over ons en onze kinderen." Met andere woorden: als Hij nu veroordeeld wordt om te worden gekruisigd, en als dat al bloed zou kosten, laat dat dan over ons en ons nageslacht komen. Wij nemen die verantwoordelijkheid volledig op ons. En zo is het inderdaad het eind van het liedje: toen leverde Pilatus Hem aan hen over, opdat Hij zou worden gekruisigd.
Conclusie: de Blijvende Oproep Om de Goede Belijdenis te Bewaren ↑ hoofdstukken
En dan gaat het verhaal natuurlijk verder, de geschiedenis. Dit is het proces. Maar dit wilde ik u vanmorgen graag doorgeven, juist om ook te laten zien hoe de Heere Jezus inderdaad voor Pilatus stond. Hij zweeg vaak; veel liet hij onbeantwoord. Dat deed hij bij de Joodse Raad ook al en trouwens bij Herodes ook.
Maar toen hij getuigde, gaf hij inderdaad — sprak hij — de goede belijdenis. Zijn Koninkrijk is niet van deze wereld; dat is nog steeds zo. Hij getuigde van de waarheid en hij wist: alle machthebbers hier op aarde hebben slechts macht omdat het hun van boven gegeven is. Dat is de goede belijdenis, en daarvan zei Paulus tegen Timotheüs: bewaar dat onbevlekt. Want die goede belijdenis, dat blijft de waarheid tot de verschijning van onze Here Jezus Christus.
UltimateGoodNews