Paulus, de Romein
20-03-2022 - Geplaatst door Andre Piet20 maart 2022, Rotterdam EH
Paulus staat bekend als “apostel en leraar van de natiën”. Meestal denkt men er dan aan dat hij naar de natiën ging. Toch is dat niet wat de uitdrukking betekent. Paulus heet zo, omdat hij (hoewel een Jood) zichzelf rekende maar ook gerekend werd tot de natiën. Vanuit die positie had hij een boodschap voor Israël. Zijn boodschap was ‘heidens’. Daarom werd hij zo gehaat door de Joden en bijna gelyncht in Jeruzalem. Het was dankzij zijn Romeinse status dat hij beveiligd werd voor Joodse aanslagen en zich kon wenden tot de keizer in Rome.
Powered by RedCircle
📝 Samenvatting & Transcriptie van deze lezing
⏱️ Hoofdstukindeling van deze studie:
De Apostel van de Natiën ↑ hoofdstukken
Een hele goede morgen allemaal. Mijn naam is André Piet. Ik zeg het er maar even bij, want het is – ik heb het nog even nagekeken – één jaar en acht maanden terug dat ik hier voor het laatst op deze plek stond. Dat was in augustus 2020. Maar ziedaar, we zijn er weer, u en ik.
Ik mag u vanmorgen meenemen naar dit onderwerp, waar Els zojuist al een gedeelte van heeft gelezen dat straks ook voorbij zal komen: Paulus de Romein. Dat is misschien een wat eigenaardig onderwerp, maar ik zal u vertellen dat het van belang is om dit te zien. Vooral ook omdat het illustratief is voor de waarheid die in deze kring vanouds en terecht maar al te bekend is, namelijk dat Paulus de apostel bij uitstek is van de heidenen, of beter misschien: de natiën. Hij is de apostel, de afgevaardigde, maar ook de leermeester van de natiën, zoals hij bij verschillende gelegenheden genoemd wordt of zichzelf ook noemt.
Er zit iets eigenaardigs aan die uitdrukking, althans aan hoe deze meestal wordt uitgelegd en begrepen. Paulus de apostel van de natiën: ja, want hij ging naar de natiën toe. Dat laatste is juist, al is het overigens niet juist om te zeggen dat hij als eerste het evangelie naar de natiën bracht. Dat was niet Paulus, maar dat was Petrus. Bovendien is dat ook niet de eigenlijke betekenis van de uitdrukking. Het is namelijk niet de apostel 'vóór' de natiën, maar de apostel 'van' de natiën. Dat maakt een verschil. Dat betekent namelijk dat hij tot de natiën behoort, tot de natiën gerekend werd en zichzelf daar ook toe rekende.
Ondanks het feit dat hij een Jood was – dat weten we allemaal wel – werd hij ook wel degelijk als een heiden beschouwd. Zo beschouwde hij zichzelf en zo werd hij ook beschouwd. Vooral was dat een negatieve gedachte, wat we straks ook vanzelf zullen zien. Hij werd geacht een heidense boodschap te brengen; een evangelie dat helemaal buiten de besnijdenis omging en eigenlijk bij de goyim hoorde. In zijn eigen kringen – waar hij uit voortkwam: het jodendom, het judaïsme, het volk van Israël – nam men hem dat buitengewoon kwalijk.
Het is trouwens ook als apostel van de natiën – ik ga dat vanmorgen niet direct laten zien vanuit Romeinen 11, maar u zou het echt eens moeten opzoeken in dat gedeelte – dat Paulus spreekt. Wat beschouwt hij nou juist als het summum van zijn bediening in die hoedanigheid? Dat hij tot Israël spreekt. Dat is heel eigenaardig: juist als apostel van de natiën spreekt hij tot Israël. Dat betekent dus dat hij tot de natiën gerekend wordt en zichzelf ook zo rekent. Vanuit die positie spreekt hij tot Israël. Daarmee zie je dat 'apostel van de natiën' niet betekent dat hij naar de natiën gíng. Dat is wel zo, maar dat is niet de betekenis van de uitdrukking. Hij is en wordt gerekend tot de natiën. Dat is de reden waarom ik dit graag eens wat nader wil bezien.
Aankomst in Jeruzalem en de Aanklacht Tegen Paulus ↑ hoofdstukken
We gaan eens door de geschiedenis heen en dan moet ik eerst even wat vertellen over de voorgeschiedenis in Handelingen. In Handelingen 21 wordt beschreven hoe Paulus aankomt in Jeruzalem. Dat zal zo ergens in het jaar 57 van onze jaartelling geweest zijn. Het was, dat weten we in ieder geval wel, rond de tijd van Pinksteren, het Joodse Wekenfeest. Het was een drukke bedoeling daar in Jeruzalem; in de tempel waren al die pelgrims die daar naartoe waren gegaan. Paulus zag als een berg tegen die reis naar Jeruzalem op, hoewel hij er heel veel moeite voor heeft gedaan. Hij kwam daar trouwens aan met de opbrengst van een grote collecte, een inzameling die hij gehouden had in diverse streken: Macedonië en Achaïen. Daar had hij zich met veel inzet voor ingezet. Met de opbrengst van die collecte was hij met een hele delegatie naar Jeruzalem gegaan om de armen daar te ondersteunen. Dat is een heel verhaal apart.
Terwijl hij daar naartoe ging, werd zijn vrees van stad tot stad alleen maar meer bevestigd. Hij werd er telkens aan herinnerd dat hem in Jeruzalem veel kwaads te wachten stond. Dat was hem kort tevoren ook in Caesarea duidelijk gemaakt. Zelfs zijn kompanen en medereizigers hadden het hem afgeraden: "Ga nou niet naar Jeruzalem, want dat gaat niet goed aflopen." Het punt was namelijk dat Paulus een zeer besmette naam had in Jeruzalem. Ik zal dat straks ook laten zien. Maar goed, hij gaat toch. Hij was niet te vermurwen en wist: ik moet daar naartoe gaan, ondanks wat hem daar te wachten stond.
Wanneer hij in Jeruzalem aankomt, heeft hij meteen een ontmoeting met onder andere Jakobus. Dat was de halfbroer van de Heere Jezus en de voorman van die hele grote kring van Messiasbelijdende Joden, zoals wij dat vandaag zouden noemen. Dat is dus de voorgeschiedenis. Ik haak aan bij vers 19 van Handelingen 21. Daar staat dat terwijl hij, Paulus dus, hen — en met name Jakobus — begroette, hij één voor één ontvouwde wat God onder de natiën doet door zijn bediening. Paulus vertelt zijn verhaal. Het was niet alleen wat híj deed onder de natiën, dat wist men wel, maar hij moest duidelijk maken wat Gód onder de natiën deed. God getuigde immers mee met tekenen en wonderen, zodat het in feite voor Israël ook overduidelijk was dat de bediening van deze gehate man, deze zeer verdachte naam, wel degelijk van Godswege bevestigd werd. Paulus heeft dat bij zijn aankomst in Jeruzalem meteen heel duidelijk gemaakt.
Toen ze dit hoorden, verheerlijkten ze God en zeiden tot hem: "U aanschouwt, broeder, hoeveel tienduizenden er onder de Joden zijn die gelovig geworden zijn." Laat dat even goed op u inwerken. Paulus arriveert in Jeruzalem, ontmoet Jakobus en wordt eraan herinnerd hoe groot dat gezelschap daar in Jeruzalem, in Judea en in de Joodse streken was. Er is sprake van myriaden, wat tienduizenden betekent. Tienduizenden Joden die allemaal geloofden in Jezus, de opgestane Messias van Israël. Weliswaar had de officiële leiding van het volk hem afgewezen, maar niettemin was er een hele grote groep mensen die in de Messias geloofden.
Maar dat is niet het hele verhaal, want er wordt nog iets bij gezegd: "U aanschouwt, broeder, hoeveel tienduizenden er onder de Joden zijn die gelovig geworden zijn en allen — let op: allen — zijn zij ijveraars van de wet." Dat betekende in de praktijk dat al die Messiasbelijdende Joden in Jeruzalem en omstreken precies deden wat hier staat: ze waren ijveraars van de wet. Ze hielden de sjabbat en de hoogtijden, en alles wat Israël geacht werd te doen en wat van oudsher in de wet van Mozes geschreven stond. Dat was niet uitzonderlijk; integendeel, dat was de regel. Er staat immers: "allen zijn zij ijveraars van de wet."
En nu komt een heikel punt in vers 21. "Maar zij werden omtrent u onderricht..." Dat is interessant, want als je dat woordje opzoekt in het Grieks, dan staat daar een woord waar ons woord 'catechese' van afgeleid is. Zij werden dus onderricht; al die tienduizenden gelovige Joden die ijveraars van de wet zijn, werden onderricht omtrent Paulus. Men leerde hen: "Dat u alle Joden onder de natiën afstandneming — apostasia, of in de meeste vertalingen 'afval' — van Mozes onderwijst." Dat was geen compliment, kan ik u vertellen. Wat vertelde men daar in het Joodse land over Paulus? "Die man deugt niet. Hij is daar in het buitenland onder de natiën werkzaam en hij predikt dat de Joden afstand moeten nemen van Mozes." Dat is wat men hem verweet.
Die beschuldiging hield in dat hij geen echte Jood was, maar een afvallige en een ketter. Waarom? Omdat hij daar in het buitenland goede sier maakte, maar ondertussen hun hele godsdienst te schande maakte door tegen alle Joodse mensen te zeggen dat ze hun kinderen niet zouden besnijden en niet naar de gebruiken zouden wandelen. Ik moet er trouwens bij zeggen dat dit in de NBG-vertaling en ook in de NBV-vertaling niet correct staat. Sterker nog, als je die vertalingen volgt, mis je de clou van het hele verhaal. Daar staat namelijk dat Paulus zou zeggen dat ze hun kinderen niet hoeven te besnijden. Maar dat klopte juist! Het punt is echter dat deze beschuldiging feitelijk onjuist was. Paulus vertelde de Joden in het buitenland níét dat zij hun kinderen niet zouden besnijden of niet naar de gebruiken, hoogtijden en rituelen van de Joodse levensstijl zouden wandelen. Hij leerde niet dat ze dat moesten laten.
En toch is de beschuldiging natuurlijk niet zomaar uit de lucht komen vallen. Het was strikt genomen niet waar, maar het was ook niet helemaal uit de duim gezogen. Kijk, dit is het unieke, maar ook het grote struikelblok voor de apostel Paulus geweest. Paulus was niet tegen de besnijdenis. Het punt is alleen dat in zijn evangelie — ik zeg het expres zo, want hij noemt het zelf bij gelegenheid "mijn evangelie" — de besnijdenis geen enkele rol speelt. Hij was er niet tegen, het speelt simpelweg geen rol.
En de mensen uit de natiën – heidenen, goyim of niet-Joden – die hadden totaal geen andere plaats dan de Joden. Of ze nu de sabbat en de gebruiken hielden, of ze besneden waren; het speelde gewoon geen rol. En dat is ook precies kenmerkend voor zijn evangelie. Het wordt ook wel genoemd: "het evangelie van de voorhuid". Dat is in onze oren misschien een wat vreemde term, de voorhuid, maar dat is gewoon een technische term voor alles wat niet besneden is en dus de voorhuid nog heeft. Ik ga verder niet in detail treden, maar dat is wat het is.
Aan Petrus bijvoorbeeld was het "evangelie van de besnijdenis" toevertrouwd: de geweldige voorrechten van de besnijdenis en wat God met Israël gaat doen. Paulus' bediening sprak dat niet tegen, maar ging daar omheen. Het was een andere boodschap; niet een andersoortige boodschap, maar wel anders. Het fundament is hetzelfde, dat wil zeggen: wat Petrus, Jakobus en Johannes allemaal vertellen, en de twaalf, het fundament van de opgewekte Messias, ja, dat is eensluidend.
Maar het grote verschil is dat Paulus een evangelie uitdroeg van de voorhuid. Dat wil zeggen dat het daarom ook een heidense boodschap, een heidensevangelie was. Dat is in feite wat het is; het is het evangelie van de goyim. En dat is wat Paulus uitdroeg, maar dat is ook wat hem hier wordt verweten.
Advies van Jacobus en Tumult in de Tempel ↑ hoofdstukken
Ik moet nu eventjes een gedeelte van het verhaal overslaan, want anders kan ik niet de hele geschiedenis vertellen; dan krijg je eerst het vervolg. Dit is dus het verwijt wat aan zijn adres wordt neergelegd: "Ja, jij bent een afvallige Jood." En Jacobus zit hiermee in zijn maag. Want het gekke is: Paulus was de man die als ketter bekendstond. Iedereen in Israël, voor zover men de naam Paulus kende, wist dat die man echt geen goede Jood was. Dat probleem hadden Jacobus, Petrus en Johannes niet. En nu arriveert Paulus dus in Jeruzalem.
Jacobus adviseert — en ik zeg "adviseert" expres tussen aanhalingstekens, want hij zegt eigenlijk dat je dit gewoon moet doen — hij adviseert Paulus om demonstratief mee te gaan in het onderhouden van de wet. Je krijgt dan een heel verhaal van allerlei rituelen die Paulus zou doen, gewoon als Jood. Hij ging naar de tempel en hij zou dan een aantal mensen voor zijn rekening nemen om de prijs voor hun offer te betalen, et cetera. Hij zou dan in quarantaine gaan, zeg maar; hij zou zeven dagen niet naar de tempel gaan omdat hij onrein was. Dat wordt dan allemaal beschreven, wat hij volgens de gebruiken zou moeten doen. En Jacobus zegt: "Demonstreer nou gewoon eens, nu jij hier in Jeruzalem gekomen bent, dat het niet waar is wat er over jou gezegd wordt, namelijk dat je tegen de besnijdenis en tegen de gebruiken bent." Er wordt dan uitgebreid verteld: dit en dat moet je dan doen. En Paulus zwijgt. Je leest helemaal geen commentaar, maar hij voegt zich bij het advies. Hij doet dit.
Paulus is in zijn hele leven ook een wetsgetrouwe Jood geweest. Als hij bij de Joden kwam, was hij inderdaad Joods. Sterker nog, hij heeft bij gelegenheid zelfs een medewerker, Timotheus bijvoorbeeld — dat lees je eerder in het boek Handelingen — laten besnijden. Timotheus had een Joodse moeder maar was niet besneden, en "ter wille van de Joden", lees je dan, laat hij Timotheus besnijden. Paulus was daar buitengewoon flexibel in. Hij was de Joden een Jood en de Grieken een Griek. Waarom? Omdat het geen rol speelde in zijn evangelie. En als dat om tactische redenen in verband met de voortgang van het evangelie positief en opbouwend was, nou, dan voegde hij zich bij die gebruiken. Geen probleem.
Om een lang verhaal kort te maken: na een week arriveert hij dan in de tempel. En dan breekt de hel die niet bestaat los. Groot tumult! Want — en nu ga ik weer een stukje lezen: "Toen echter de zeven dagen op het punt stonden voltooid te worden" — dus die week was bijna voorbij — "sloegen de Joden die van Asia waren" — dat waren dus pelgrims, die waren daar ook in de tempel — "hem gade in de tempel en ze brachten heel de schare in verwarring en sloegen de handen aan hem", terwijl ze schreeuwden: "Mannen, Israëlieten, helpt! Dit is de mens die tegen het volk en de wet en deze plaats" — de tempel dus — "allen overal onderwijst!"
Begrijp je waarom Paulus er als een berg tegenop zag om naar Jeruzalem toe te gaan? Paulus wist dit; hij wist donders goed wat zijn volksgenoten dachten. Paulus was zelf ooit een van hen, een ijveraar, fanatieker in het Jodendom dan wie ook. Dus hij wist gewoon: dit gaan ze niet van mij accepteren. Maar goed, hoe dan ook, het tumult ontstaat. "Mannen, Israëlieten, dit is nou die mens! Jullie zijn onderricht dat hij niet deugt, nou, hier is hij!" Het is dus een aanklacht tegen het volk, tegen de wet en tegen deze plaats. "Paulus onderwijst overal iedereen totaal verkeerd." Nou, als je dan daar in Jeruzalem komt, feitelijk in het hol van de leeuw, en daar staat een grote mensenmenigte... Je moet je voorstellen dat er honderdduizenden mensen zijn. Er waren alleen al tienduizenden Joden die gelovig waren, maar er waren honderdduizenden Joden die allemaal daar in die tempel kwamen. Je kunt je voorstellen dat dit echt heel groot is geweest.
Dat zeiden ze dan, en nu bovendien zeggen ze: "Hij heeft ook nog Grieken naar binnen geleid en hij heeft deze heilige plaats ontwijd!" Want het verhaal was namelijk — en dat zeiden ze, maar die beschuldiging was niet waar — dat hij een Griek, een niet-Jood genaamd Trofimus die met hem meegereisd was, binnen de plaats had gebracht waar alleen Joden mochten komen. Nou, daar stond zelfs de doodstraf op. Dus ja, als dat verwijt jou eenmaal treft, dan is er een enorme opschudding.
Ik ga weer eventjes een stukje overslaan om te vertellen hoe die geschiedenis verder verloopt. Als dat tumult ontstaat en er alom gezegd wordt: "Dit is die mens!", en ze slaan de hand aan hem, dan wordt Paulus bijna gelyncht. Ik zeg bijna, want ze willen hem inderdaad doden. En dat was ook gebeurd, ware het niet dat de Romeinen tussenbeide komen. Want de Romeinse politie — u moet zich voorstellen dat die tempel aangrenzend was aan de Burg van Antonia, een enorme grote kazerne, u ziet hier een plaatje van — zij willen hem vanuit de tempel weer naar de kazerne, die Burg van Antonia, brengen. De Romeinse politie schiet Paulus dus feitelijk te hulp om ervoor te zorgen dat die man niet daadwerkelijk gedood wordt. Terwijl ze hem dan pakken en feitelijk in veiligheid brengen, krijgt de politie er geen idee van wat nu eigenlijk het punt is. Ze willen hem dus in de kazerne gaan ondervragen. En als ze dan vervolgens op de trap zijn richting de kazerne — u ziet dat hier ook op het plaatje waar dat ongeveer gelokaliseerd moet worden.
Paulus' Toespraak tot het Joodse Volk ↑ hoofdstukken
Dan vraagt Paulus het woord tot zijn volk te mogen richten. Hij krijgt toestemming. En wat doet hij? Hij spreekt zijn eigen volk toe. Hij staat daar op de trap en de mensenmenigte wordt daar van hem afgehouden. Je leest dat hij gebaart en zegt dat hij het woord tot hen wil richten. Terwijl het een enorm lawaai, een herrie en tumult was, vraagt Paulus om stilte. En dan staat er: het werd muisstil.
Paulus steekt van wal in het Hebreeuws. Ja, in het Hebreeuws. En wat hij gaat doen, is uitgebreid zijn verhaal vertellen. Daar op de trap richting de kazerne vertelt hij wie hij is en hoe hij ooit zelf net zo'n fanatieke Jood was als zij nu zijn. Hij vertelt hoe God hem ooit geroepen heeft, of hoe de Heer hem riep op de weg naar Damaskus. Hij vertelt het hele verhaal; hij vertelt gewoon zijn verhaal.
Ze horen hem aan, totdat... Wat ik nu in een paar woorden zeg, is bijna een heel hoofdstuk, ongeveer eenentwintig verzen. Hij vertelt zijn verhaal totdat hij vertelt dat hij in de tempel van Jeruzalem was en een visioen kreeg. De Heer zei tegen hem: "Ga weg uit Jeruzalem, want ze zullen het woord van Mij, van God, niet accepteren. Jij moet naar de natiën gaan. Ga weg naar de natiën." Tot dat woord hoorden ze hem aan.
Ik ga weer verder lezen. Ze hoorden hem echter aan tot op dit woord. Op het moment dat hij vertelt dat Jeruzalem het niet zal accepteren en dat hij naar de natiën toe moet gaan, breekt de hel wederom los. Want er staat: "Ze hoorden hem aan tot op dit woord." En ze verhieven hun stem en zeiden: "Weg van de aarde met zo iemand, want hij behoort niet te leven!" Toen zij luidkeels riepen en met hun bovenkleding gooiden en stof in de lucht wierpen – wat in onze ogen wat vreemd overkomt, maar we praten over gebruiken van tweeduizend jaar geleden – was de hint duidelijk. Men is compleet ontzet.
Terwijl zij dat riepen, beval de hoofdman over duizend hem binnen te leiden in de legerplaats, zeggende hem met geselingen te ondervragen. Die hoofdman was niet de eerste de beste, want het was een hoofdman over duizend. Hij zegt dat die man nu echt meteen de kazerne in moet en dat ze hem gaan ondervragen. Dat gaat niet zo zachtzinnig. Hij zegt: "Met geselingen hem te ondervragen, opdat hij te weten zal komen om welke reden zij zo tot hem terugriepen." Want die Romeinen begrepen er geen snars van. Dit was gewoon een intern Joodse kwestie, maar dat het heikel en groots was, ja, dat was hem wel duidelijk geworden.
Toen zij echter hem met de riemen voorbereidend uitstrekten... Kunt u het zich voorstellen? Paulus is daar gepakt en hij moet zich laten uitstrekken, want hij gaat gegeseld worden. Het is trouwens precies bekend wat dat dan betekende en wat ze dan gingen doen. Dat ging er niet zachtzinnig aan toe. Ze strekten hem uit.
Bescherming Door het Romeins Burgerrecht ↑ hoofdstukken
Toen zei Paulus tot de hoofdman over honderd die erbij stond: "Is het jullie geoorloofd om een mens, een Romein en niet veroordeeld, te geselen?" Want een Romein, iemand met het Romeinse burgerrecht, had enorme voorrechten. Hij mocht bijvoorbeeld niet gegeseld worden, en bovendien had er in dit geval nog niet eens een proces plaatsgevonden. Een Romein was, als hij dat burgerrecht bezat, gevrijwaard van zulke maatregelen. Alle anderen niet.
Paulus was trouwens van geboorte een Romein, we zullen het straks zien. Dat betekent overigens niet dat hij in Rome geboren was; hij was geboren in Tarsus en daar ook opgegroeid als jonge jongen. Maar hij had toch het Romeins burgerrecht. Hoe hij daaraan gekomen is, is nog een heel verhaal apart. Waarschijnlijk omdat in Tarsus, die hele stad, iedereen die daar geboren was het Romeins burgerrecht kreeg, maar dat is omstreden. Het maakt voor het verhaal echter niet zoveel verschil.
Toen de hoofdman over honderd dit hoorde, dacht hij: "Oei, dit gaat niet helemaal goed." Hij ging naar de hoofdman over duizend en berichtte het hem met de woorden: "Wat sta je op het punt te doen? Deze mens is een Romein." Dit mocht echt niet. Op het moment dat de hogere autoriteiten hier lucht van zouden krijgen dat een Romein dit werd aangedaan, dan was je functie niet meer zeker. Dan werd je op staande voet ontslagen en volgden er wellicht nog zwaardere maatregelen.
Die hoofdman over honderd licht dus de andere hoofdman in. De hoofdman over duizend ging naar Paulus toe en zei: "Zeg mij, ben jij een Romein?" Paulus zegt heel nadrukkelijk: "Jazeker, ik ben een Romein." De hoofdman over duizend antwoordde: "Ik verwierf dit burgerrecht voor een grote hoofdsom." Een kapitaal had hij daarvoor neergeteld. Je kunt je voorstellen hoe zo'n gesprek verloopt. Die hoofdman zegt: "Ja, ik heb het ook, maar ik heb daar een enorm bedrag voor neergeteld." Paulus zegt: "Ik ben zo geboren." Ja, verschil moet er wezen, hè? Gewoon gratis voor niets; hij was zo geboren.
Onmiddellijk namen degenen die op het punt stonden hem te ondervragen afstand van hem. Want dit was echt een serieus ding. Ook de hoofdman over duizend werd bevreesd, beseffende dat hij een Romein was en dat hij hem had laten binden. Hij was in grove overtreding.
Nu veranderde het hele verhaal. Paulus is in Jeruzalem en wordt door zijn volk aangeklaagd. Sterker nog, hij dreigde vermoord te worden en nu wordt hij vervolgens beschermd door de Romeinen. Waarom? Omdat hij een Romein was. Hij krijgt die bescherming van de Romeinen, maar daar blijft het niet bij. In het vervolg van het verhaal — en dit beslaat een heel aantal hoofdstukken — speelt dat Romeinse burgerrecht van Paulus een grote rol.
Nu is hij in Jeruzalem gevangen, maar moet hij ook beveiligd worden door de Romeinen. Op een gegeven ogenblik komen ze erachter dat er een complot gesmeed wordt. Complottheorieën zijn niet van gisteren of vorig jaar hoor; je leest hier over een Joodse samenzwering. Er waren tientallen Joodse mannen die het voornemen hadden om Paulus te vermoorden. Een neefje van Paulus krijgt dat ter ore en vertelt dat de Romeinse politie. Via diverse kanalen komt het bij de Romeinse hoofdman terecht en wat gebeurt er? Ze brengen Paulus met een enorme beveiliging over naar Caesarea. Want Paulus moest als Romein beschermd worden en dat werd heel serieus genomen. Dus terwijl de aanklacht zo groot was, en het gevaar ook zo groot — hij zou anders absoluut vermoord worden — geniet hij voluit de bescherming als Romein en wordt hij in veiligheid gebracht.
Hij gaat naar Caesarea en daar blijft hij trouwens nog een paar jaar. Het hele proces ging van start en er is een Joodse delegatie gekomen. Paulus komt daar voor stadhouders, voor Festus en Felix, en ook nog voor koning Agrippa. Hij verblijft daar twee jaar in Caesarea. Caesarea betekent 'van de keizer'; het is echt een Romeins fort daar aan de kust van de Middellandse Zee in het Joodse land.
Paulus zou op een gegeven moment weer teruggevoerd worden naar Jeruzalem, maar dat zag hij helemaal niet zitten. Hij gaat dan in hoger beroep en zegt: "Ik beroep mij op de keizer." Hij wilde niet naar Jeruzalem, hij wilde naar Rome. Dat kon hij allemaal doen omdat hij Romein was. Als Romein kon je een beroep doen op het hoger beroep en zelfs naar de keizer gaan, die jouw kwestie dan in behandeling zou nemen. Paulus doet dat beroep op de keizer in Rome omdat hij een Romein is. Hij kon dat allemaal doen en zo komt hij uiteindelijk in Rome aan.
Wat nou zo apart is van dit hele verhaal, is dat Paulus inderdaad gehaat werd in Jeruzalem. Hij dreigde daar vermoord te worden. Het Joodse volk was tegen hem omdat hij een heidense boodschap heeft, en nu zijn het de heidenen, de goyim, de Romeinen die hem beschermen. Als Romein heeft hij een boodschap die weliswaar niet tegen het volk was, maar die tegenstelling werd op die manier wel ervaren. Laten we nu eens wat conclusies trekken uit dit hele verhaal.
Geestelijke Les: het Evangelie Ligt Nu bij de Natiën ↑ hoofdstukken
Wat is nu het belang van deze geschiedenis? Ik heb u het verhaal verteld over Paulus die gevangen wordt genomen en het grote verwijt dat hem trof. Maar wat zouden we hiervan kunnen leren?
Welnu, Paulus is een gevangen Romein. Dit beeld is werkelijk illustratief voor het feit dat hij de apostel en leermeester van de natiën is. Ik denk – en daarom wilde ik dit graag onder uw aandacht brengen – dat de reikwijdte en de diepte van dat woord veel groter is dan wij normaal gesproken zouden denken. Ik begon in mijn inleiding al met een spoiler toen ik zei dat het eigenlijk gewoon betekent dat Paulus een heidense boodschap had.
Het revolutionaire van Paulus was niet enkel dat hij als Jood naar de natiën ging. Dat was op zichzelf al heel wat; vraagt u dat maar eens aan Petrus na. Petrus deed dat trouwens ook niet zomaar; hij is altijd de apostel van de besnijdenis gebleven. Maar bij Paulus is het een ander verhaal. Paulus werd door zijn eigen volk als een heiden beschouwd. Dat is ook logisch, want aan hem was het evangelie van de voorhuid toevertrouwd. Dat is een heidense boodschap. Om het in Joodse termen te zeggen: hij was voor hen eigenlijk een onbesneden Filistijn. Dat men dit niet kon verkroppen, kwam juist doordat hij van origine een Jood was.
Maar dit is precies het punt: Paulus is de apostel en leermeester van de natiën. In deze tijd – het klinkt misschien wat arrogant, maar het is werkelijk een unieke wetenschap – weten wij dat God nog een geweldig plan met Israël heeft dat Hij wis en waarachtig gaat vervullen. Maar we leven nu in een tussentijd die Paulus in de Romeinenbrief omschrijft als de tijd van Israëls verwerping. In deze tijd heeft God Zijn woord gedeponeerd – in bewaring gegeven – bij de natiën. Het is gezonden naar de natiën. Dat betekent niet alleen dat het woord vanuit Israël tot de natiën wordt gericht, maar dat het woord bij de natiën ligt. Zij moeten het nu bewaren. God spreekt nu door middel van lieden met 'belachelijke lippen' tot dit volk.
Ik vraag me af of bij iedereen nu het kwartje valt. Misschien niet direct, maar dit was lang geleden al door Jesaja geprofeteerd. Hij zei dat God door lieden met een 'belachelijke tongval' – dat wil zeggen: een niet-Joodse taal, geen Hebreeuws – tot dit volk zou spreken. Joden hebben vaak het idee dat de woorden van God uitsluitend aan hen zijn toevertrouwd, en dat was ook zo. Maar in deze tijd ligt het woord niet bij Israël om het naar de natiën te brengen. Het is nu omgekeerd: het woord is gedeponeerd bij de natiën, en vanuit de natiën mogen de Joden meeluisteren. Dat wekt jaloezie en kift op. "Het is toch van ons? Wij horen het toch naar de natiën te brengen?" Nee, zegt Paulus, de situatie is nu dat het bij de natiën terechtgekomen is en dat God door een niet-Hebreeuwse taal tot Zijn volk spreekt. Dat was feitelijk ook het wonder van het spreken in tongen. Paulus legt dat in 1 Korinthiërs 14 uit.
Waarom denkt u dat het Nieuwe Testament in het Grieks is geschreven? Ik hoor bijbelleraars weleens zeggen dat we 'Hebreeuws moeten leren denken'. Daar heb ik geen bezwaar tegen, want de Bijbel is voor een groot deel in het Hebreeuws geschreven en daar komt een hele denkwereld in mee. Maar vergis u niet: in onze dagen ligt het woord bij de natiën. Dat het Nieuwe Testament in het Grieks is geschreven, is niet voor niets. In de ogen van Israël is dat een onheilige taal, maar God spreekt nu via die 'onheilige' spraak tot dit volk.
En weet u waarom Israël nog steeds verstrooid is onder de natiën? Dat is zo, opdat zij daar het woord alsnog zouden horen. Het woord is toevertrouwd aan de natiën; het is gedeponeerd bij de natiën en het klinkt vanuit de natiën. God heeft Zijn volk onder de natiën verstrooid, zodat zij alsnog onder de natiën het woord zouden horen. Dat is het unieke van de tijd waarin wij leven.
Ik wil afsluiten met de woorden uit Romeinen 11 vers 15. Paulus zegt daar: "Want indien hun verwerping de verzoening van de wereld is..." De verwerping van Israël kun je op twee manieren opvatten: zij hebben de Messias verworpen, en God heeft hen tijdelijk terzijde gesteld. Beide is waar. Maar die verwerping betekent nu de verzoening van de wereld. Terwijl Israël terzijde staat, heeft God een dertiende apostel genomen, buiten de twaalf en buiten Israël om. Bij de natiën is nu het woord van de verzoening van de wereld in bewaring gesteld.
Uiteindelijk brengen de natiën het er trouwens net zo beroerd vanaf als Israël. De natiën hebben het woord evenmin begrepen. Dat merkt u zodra u het woord van verzoening predikt. Hoe de natiën, en met name het volk dat geacht wordt het evangelie te kennen, staan tegenover de boodschap van de verzoening van de wereld... De vraag stellen is haar beantwoorden. Men beschouwt het vaak als ketterij. Niettemin is dat de strekking: Israëls verwerping betekent de verzoening van de wereld. God verzoent de wereld met Zichzelf, onvoorwaardelijk. Waarom? Omdat Hij de hele wereld liefheeft. Hij gaat elke vijand, elk vervreemd mens en schepsel, terugbrengen tot Zichzelf door de Heer Jezus Christus. Hij neemt daar de tijd voor, ieder in zijn eigen rangorde. Dat is de waarheid.
Als het vandaag al zo groot is, hoe geweldig zal het straks dan wel niet zijn? Wat zal de aanneming van Israël straks anders zijn dan leven uit de doden? Dan is het voor Israël 'Pasen'. Na twee dagen – ik zeg het cryptisch – staat Israël op uit de doden. Nieuw leven. Als het vandaag al zo rijk is, hoe groot zal het dan straks worden?
Dat wilde ik vanmorgen graag met u delen. Laten we tot slot met elkaar een lied zingen: "Ik kijk omhoog". Dat is altijd de beste richting. Ik kijk omhoog naar de bergen.
UltimateGoodNews