de God van de hoop!
13-03-2022 - Geplaatst door Andre Piet13 maart 2022, Benthuizen
In Romeinen 15:5-13 onderwijst Paulus dat de Schriften ons werkelijk hoop geven, waarin we aanmoediging vinden om lijden en verdrukking te verduren. Zoals ook Christus Jezus hier op aarde dat zowel heeft voorgeleefd als beleefd. Wanneer de neuzen op de Bijbelse hoop gericht zijn, zullen we als “uit één mond” de ene God en Vader verheerlijken. Israël samen met de natiën, zoals in de Schriften is voorzegd. God is de God van van de hoop en bij machte ons te vervullen met alle blijdschap en vrede! Nu al!
Powered by RedCircle
📝 Samenvatting & Transcriptie van deze lezing
⏱️ Hoofdstukindeling van deze studie:
- Introductie: de Zekerheid van Bijbelse Hoop
- De Romeinenbrief als Fundament van Paulus' Onderwijs
- Onderwijzing uit de Schriften: Verduren en Aanmoediging
- De God van Verduring en Vrede: Symfonie Door het Woord
- Elkaar in het Hart Sluiten: het Kruis als Bewijs van Gods Onvoorwaardelijke Liefde
- Dienaar van de Besnijdenis en de Verborgenheid voor de Natiën
- De Netzer uit de Tronk van Isaï: Nieuw Leven uit de Dood
- De God van de Hoop: Overvloeiende Vreugde en Vrede in het Geloven
Introductie: de Zekerheid van Bijbelse Hoop ↑ hoofdstukken
Ik wil jullie vanmorgen, vrienden, eens meenemen naar dit — nou zeg maar gerust — hoopvolle en meer dan optimistische thema, namelijk de God van de hoop. Deze uitdrukking is regelrecht ontleend aan het Bijbelgedeelte dat u hier vermeld vindt, namelijk Romeinen 15. Ik wil vanmorgen graag eens door de verzen heen gaan die hier genoemd worden, vanaf vers 7 tot en met 13, waarin het inderdaad gaat over de hoop.
Namelijk verwachting. Dat is altijd een beetje een problematisch punt: is het nou hoop of is het verwachting? Het mooie van het woord hoop is dat het altijd positief is; je hoopt op mooie dingen. Het mooie van het woord verwachting daarentegen is dat het zeker is. Als je iets verwacht, dan ga je ervan uit dat het zo zal zijn. Bij ons alledaagse gebruik van het woordje hoop is dat niet altijd zo. Als je hoopt dat het morgen mooi weer is, dan ben je daar niet geheel zeker van.
Het Bijbelse woord voor hoop echter — en dat geldt zowel vanuit het Hebreeuws als vanuit het Grieks — is juist dat het inderdaad hoopvol is, maar tegelijkertijd ook vast en solide. Je verwacht het dus ook daadwerkelijk. Goed, met die aantekeningen gaan we maar eens van start.
De Romeinenbrief als Fundament van Paulus' Onderwijs ↑ hoofdstukken
Om te beginnen: laten we, voordat we gaan inzoomen, eerst even uitzoomen. Dit is een passage die we bespreken vanuit de Romeinenbrief. Het is een lange brief van zestien hoofdstukken. Ik ben er momenteel erg mee vertrouwd, want ik ben al een paar jaar bezig om deze brief vers voor vers te bespreken op mijn website. Elke dag plaats ik daar iets over; vanmorgen ben ik aanbeland bij Romeinen 16 vers 1. Ik heb dus nog maar één hoofdstuk te gaan. En ja, het is zo'n geweldige brief.
Nu hoor ik sommige critici zeggen: "Ja, dat zeg je van elk Bijbelboek." Daar hebt u zeker een punt. Maar de Romeinenbrief is om een heel specifieke reden zo geweldig: het is namelijk de basis van al Paulus' andere geschriften. Hoewel het niet zijn eerste geschreven brief was, is het dat inhoudelijk wel. Het is ook de eerste brief van Paulus in onze Bijbel. Het is heel opmerkelijk: in het boek Handelingen lees je dat Paulus uiteindelijk in Rome arriveert, en de eerste brief die we vervolgens in de canon vinden, is de brief aan de gelovigen te Rome.
Paulus schreef deze brief vanuit Korinthe. Laat ik het even op een kaartje weergeven. Korinthe ligt nabij Athene; hier rechts ziet u de golf of het kanaal van Korinthe. Hij schreef deze brief aan de gelovigen in Rome. Het woord 'Romein' is eigenlijk heel eigenwaardig; van origine is een Romein simpelweg een inwoner van Rome, al werd die term later veel breder. Paulus schreef deze brief ergens rond het jaar 55. Als je kijkt naar het relaas in het boek Handelingen, dat door Paulus' medewerker en medereiziger Lucas is opgetekend, dan kun je dit precies plaatsen in de verhaallijn van Handelingen 20 vers 3. Hij was toen in Achaia, in Korinthe, en hij stuurde de brief mee met een dame genaamd Febe. Zij was een dienares die ook daar in Korinthe woonde. Zij reisde naar Rome en heeft de brief waarschijnlijk persoonlijk overhandigd aan de gelovigen aldaar. Ik vermeld deze teksten er expliciet bij voor de liefhebbers en de controleurs om de volledige context scherp te krijgen.
In deze brief brengt Paulus enorm veel onderwerpen ter sprake. Er is bijna geen elementair Bijbels thema dat niet op een of andere manier te linken is aan de Romeinenbrief. Zoals ik al zei: het is de basis, het platform waarop eigenlijk al het andere onderwijs van de apostel Paulus is gebaseerd.
Als we iets meer inzoomen op dit gedeelte en het voorafgaande, zien we dat deze brief geschreven is aan gelovigen in Rome terwijl Paulus daar nooit eerder was geweest. Die ecclesia is niet ontstaan door zijn arbeid – we weten niet eens hoe wel – maar er was daar een geloofsgemeenschap met een gemengde oorsprong. Dat wil zeggen: zowel Joods als heidens (niet-Joods). Paulus gaat daar diep op in, met name in de hoofdstukken 9, 10 en 11. Hij bespreekt een feit dat voor ons inmiddels bekend is, maar dat destijds een heel bijzonder gegeven was: Israëls Messias was eindelijk gekomen. Men had daar al die eeuwen, wat zeg ik, duizenden jaren naar uitgezien. En toen kwam de Messias, maar Hij werd niet herkend. Hoe eigenaardig ook, ook dat was voorzegd. En zo is het daadwerkelijk gegaan.
Ik doel daarbij niet alleen op de kruisiging, waarbij men de Messias aan het kruis genageld heeft, maar ook op de tijd daarna. Toen Hij was opgewekt uit de doden, is de boodschap vervolgens aan Israël in het bijzonder gepredikt, aan de inwoners van Jeruzalem. En weer volgde die massieve afwijzing. Wanneer dat duidelijk wordt, roept God een dertiende apostel: Paulus. Hij gaat naar de natiën. Dat hele fenomeen van Israëls ongeloof, waardoor de boodschap van redding juist vanwege hun ongeloof naar de natiën gaat, brengt Paulus uitgebreid ter sprake. Het gaat heel sterk over de relatie tussen Israël en de natiën: hoe zit dat nu precies? Paulus gaat daar buitengewoon diep op in en openbaart allerlei geheimenissen of verborgenheden vanuit de Hebreeuwse Bijbel.
Daar komt nog iets bij. We hebben het vanmorgen over Romeinen 15, maar dat betekent dat er direct een hoofdstuk aan vooraf is gegaan: Romeinen 14. Daarin spreekt Paulus over de spanningen die er waren door verschil van inzicht. Die hadden vooral te maken met koosjer eten en drinken. Daar zie je meteen het gezelschap waaruit de ecclesia was opgebouwd. Het ging ook over allerlei hoogtijdagen – waarschijnlijk doelt Paulus op feestdagen zoals Jom Kippoer en de sjabbat. Er waren wat spanningen, en ook dat heeft in feite alles te maken met de verhouding tussen Israël en de natiën. Het is natuurlijk altijd lastig om ergens midden in zo'n betoog verder te gaan, maar dit is de context.
Onderwijzing uit de Schriften: Verduren en Aanmoediging ↑ hoofdstukken
Daarom voelde ik me verplicht om eerst wat te vertellen over de samenhang, en dan beginnen we hier bij vers 4 te lezen. Dat begint met "want", en dat betekent dus dat er iets uitgelegd wordt. Paulus had het zojuist over het feit dat de Heer Jezus zelf hier op aarde ook de weg is gegaan van volharding en lijden verduurd en ondergaan heeft. En dan zegt hij: hoezo? Want: "zoveel tevoren werd geschreven tot onze onderwijzing". Met dat "zoveel tevoren werd geschreven" doelt hij niet op wat wij nu de Bijbel noemen, maar specifiek op de Hebreeuwse Bijbel. Het Nieuwe Testament werd in die dagen nog gevormd en samengesteld; dat moest voor een groot gedeelte zelfs nog geschreven worden. In ieder geval heeft Paulus het hier dus over de Hebreeuwse Bijbel, over wat wij het Oude Testament noemen.
Van alles wat tevoren werd geschreven, zegt Paulus: tot onze onderwijzing. Let op: tot onze onderwijzing. Het is niet per se zo dat alles wat in dat Oude Testament geschreven is aan ons gericht is, maar het is wel degelijk ook voor ons. Dat is een groot verschil. De adressering van de Hebreeuwse Bijbel gaat specifiek over Israël; daar zijn de woorden aan gericht. Maar wij mogen daar onze lering uit trekken. Dat is wel degelijk het oogmerk: tot onze onderwijzing. Er staat geschreven dat dit is gebeurd opdat wij door het verduren — de meeste vertalingen spreken over volharding, maar het is eigenlijk verduren. Volharden wil zeggen dat je volhoudt, maar verduren wil zeggen dat je de dingen ondergaat. Het Griekse woord vind ik zo mooi; als je ziet hoe de woorden zijn opgebouwd, werpt dat licht op de betekenis. Het Griekse woord voor verduren is eigenlijk samengesteld uit twee elementen: "onder" en "blijven". Eronder blijven. Dat werpt heel veel licht op de betekenis van het woord verduren. Dat wil zeggen: je ondergaat lijden, moeite, tegenstand, oppositie of smaad. Daar ging het trouwens specifiek over in het voorgaande. Die dingen onderga je; dat is passief. Volharden is actief, verduren is passief, maar dan wel zodanig dat je, terwijl je de dingen ondergaat waar je niet voor kiest — dat komt gewoon op je bordje, om het zo te zeggen — eronder blijft staan. Je blijft eronder staan. Dat wil zeggen: onder dat woord. En je blijft er ook onder; je drijft niet af. Het is inderdaad niet dat actieve van volharden, maar het is wel degelijk dat standvastige. Dat is verduren.
Het werd geschreven opdat door het verduren en door de aanmoediging van de Schriften wij de hoop zouden hebben. Sommigen lezen mee, daar ben ik altijd blij mee. Even voor de goede orde: deze vertaling is niet de NBG of de Statenvertaling, maar is gebaseerd op een woord-voor-woordweergave. Daarom is het soms wat anders. Het werd geschreven opdat wij door het verduren en door de aanmoediging van de Schriften de hoop zouden hebben. Daar heb je voor de eerste keer dat woord "hoop". Dat "en" is een voegwoord dat twee dingen aan elkaar verbindt, en dat is dikwijls verklarend. Het woordje "en" heeft dikwijls ook de betekenis van "namelijk". Zoals bij de God en Vader van onze Heer Jezus Christus: de God, namelijk de Vader. Hier geldt dat ook: het verduren en de aanmoediging van de Schriften. Want het idee is dat we juist moeite, tegenstroom en lijden verduren vanwege de aanmoediging. En waar vinden we die aanmoediging? In de Schriften. De Schriften bevatten die aanmoediging en juist daardoor hebben we hoop.
Er is niets wat een mens zo aanmoedigt, energie geeft en uitzicht biedt; het opent de vensters. Dat moedigt je aan, en dat is de hoop. Wat hoop is? We zongen er zojuist over: dat God aan heel de mensheid uitzicht geeft. Dat is hoop. Dat moedigt ons aan, maar vervolgens zorgt die aanmoediging er ook voor dat we nu kunnen verduren. Wat hoop allemaal doet... hoop heeft per definitie met de toekomst te maken, maar onderschat niet wat hoop nú met een mens doet.
Mag ik even reclame maken? Er is deze week een brochure uitgekomen van iemand die ik goed ken, zijn naam is André Piet, getiteld: "Hoop doet leven". Je kunt het gratis via internet lezen of als brochure bestellen bij Van Wijnen. Dat gaat eigenlijk over dit onderwerp: hoop doet leven. Dat is waar we het hier ook over hebben, namelijk wat hoopverwachting met een mens doet. Hoop maakt het verschil in een mensenleven. Zonder hoop, ook al is het maar een minuscuul beetje, kun je niet doorgaan. Als je geen hoop hebt, ben je hopeloos; in de absolute zin van het woord kun je dan niet verder. Daarom is hoop echt de benzine — al is dat een lastig woord in deze tijden omdat het zo veel kost, maar dit is gratis. Daar draait een mens op. Een mens heeft hulp nodig en brood nodig, maar vooral ook hoop. Ik las ooit van iemand die zei: een mens kan een week zonder slaap houden te voeden en een paar dagen zonder brood, maar hij kan eigenlijk geen seconde zonder hoop. Dat heb je nodig. Maar het geweldige is: wij kennen hoop. Wij kennen namelijk de God van de hoop. Laten we verder gaan.
De God van Verduring en Vrede: Symfonie Door het Woord ↑ hoofdstukken
Het is heel grappig trouwens dat in Romeinen 15 God drie namen krijgt. Dat is niet helemaal het juiste woord, maar Hij wordt hier genoemd de God van het verduren en van de aanmoediging. In vers 13 heet Hij de God van de hoop — daar gaan we het straks nog over hebben — en dan aan het einde van het hoofdstuk wordt Hij nog genoemd de God van de vrede. Drie van zulke geweldige aanduidingen. Hij is de God van het verduren en van de aanmoediging, Hij is de God van de hoop en Hij is de God van de vrede. Het kost natuurlijk niet zoveel moeite om te bedenken dat die begrippen allemaal direct ook met elkaar verband houden.
Maar goed, de God van het verduren en van de aanmoediging, hoezo? Nou, dat was in de Schrift toch? We lazen over wat geschreven staat en daardoor het verduren en de aanmoediging van de Schriften. Wel, de God die daarvoor garandeert — Hij heeft het namelijk gesproken en het is vastgelegd, het is beschreven — Hij is de God van het Woord. En dat wat er staat geschreven, ja, dat maakt dat wij kunnen verduren en worden aangemoedigd daarin. En die God moge jullie geven hetzelfde gezind te zijn onder elkaar naar Christus Jezus. 'Naar' betekent in dit geval ook 'naar' in de zin van 'in overeenstemming met', zoals wij het woordje 'naar' ook gebruiken. Ja, iets kan heel naar zijn, dat kan het ook nog betekenen; je kunt ergens naartoe gaan, maar je kan bijvoorbeeld ook een lied zingen en dan zeggen we: het is op de wijze 'naar'. Dat betekent op de wijze van, in overeenstemming met. Oké, en in dit geval heeft dat woordje 'naar' die betekenis: in overeenstemming met Christus Jezus. Dat die God jullie moge geven — dat is wat Paulus aan zijn geadresseerden schrijft, aan de gelovigen uit Rome — hetzelfde gezind te zijn onder elkaar naar Christus Jezus, in overeenstemming met Hem. En vandaar ook dat de NBG-vertaling zegt: naar het voorbeeld van. Zoals Hij de weg ging.
In feite — we hebben dat nu niet meer gelezen — maar waar hier op gewezen wordt is dat Christus hier op aarde ooit die weg ook is gegaan. Er stond van Hem geschreven. Hij heeft Zichzelf herkend. Hij wist wat Zijn missie was. Hoe wist Hij dat? Nou, in de eerste plaats omdat Hij Zichzelf herkend heeft in de Schrift. Hij wist: op Mij rust de taak om dit te doen. Het staat in de psalmen prachtig, in Psalm 40, dat Hij zegt: 'In de boekrol staat over Mij geschreven, zie, hier ben ik, Heer, om Uw wil te doen.' Hij was voorzegd. Hij wist wie Hij was, Hij had Zichzelf herkend. Oké, en daardoor is Hij die weg ook gegaan. En je leest ook ergens in de Hebreeënbrief, Hebreeën 12, dat Hij het kruis op Zich genomen heeft en de schande niet geacht heeft vanwege de vreugde die Hem was voorgesteld. Zo was het ja: vanwege de vreugde die Hem voorgesteld werd, heeft Hij de schande niet geacht en het kruis gedragen. En zo is Hij die weg gegaan. Waarom? Hij zag op de vreugde. Hij wist dat!
En hoe kan je daarin werkelijk aanmoediging vinden? Als je weet dat die hoop vaststaat. Dan kun je je daar inderdaad aan optrekken. Vandaar ook — het was het eerste plaatje wat u zag toen ik begon met mijn studie — dat anker. Dat is een Bijbels beeld voor de hoop. Het is nog steeds het embleem van de hoop: een anker. En een anker zie je niet. Dat is heel grappig: als een anker werkt, in functie is, dan zie je hem niet. Dat is verborgen. Maar juist daardoor doet hij zijn werk. En terwijl er golven zijn en wind en terwijl het allemaal ontzettend moeizaam kan zijn, ligt dat schip vast. Waarom? Vanwege dat anker. En dat is wat de hoop inderdaad is: een anker. Het ligt vast. Je ziet het niet, nee, maar het doet zijn werk.
Oké, het gaat dus allemaal om die oriëntatie op de Schrift. Omdat jullie met... ik lees de zin verder, vers 6: 'Omdat jullie met één mond, eendrachtig zouden verheerlijken de God en Vader van onze Heer Jezus Christus.' En dat betekent: jullie allemaal. Dat jullie hetzelfde gezind zouden zijn, hetzelfde gezind naar, in overeenstemming met, Christus Jezus. En dat betekent dus ook die oriëntatie zouden hebben. Eén ding is van belang: 'Er staat geschreven.' Dat was ook altijd wat de Heer Jezus zei als Hij in discussie was, in de twisten, in alle tegenstand, of als Hij misleid werd door de diabolos in de woestijn. Daar zei Hij: 'Er staat geschreven.' En dat is vast. Daar kun je op bouwen.
En de aardigheid is dat eensgezindheid niet iets is wat een mens creëert. Dat is maar niet een kwestie van dat we allemaal lid worden van dezelfde club of geregistreerd zijn bij een vereniging. Dat wordt niet van bovenaf opgelegd. Echte eenheid is doordat de neuzen, om het even zo te zeggen, in dezelfde richting staan. Je denkt hetzelfde. Hoezo? Wel, je hebt allemaal datzelfde uitzicht. Hoezo datzelfde uitzicht? Je luistert naar wat het Woord zegt. Je ziet op wat er staat geschreven. En weet je, de aardigheid is niet alleen maar dat dat aanmoedigt en niet alleen maar dat je daardoor kunt verduren; het zorgt er ook nog eens voor dat je eenheid beleeft. Niet doordat je allemaal hetzelfde bent of dat er een opgelegde eenheid is, omdat je allemaal hetzelfde 'moet' denken. Je moet helemaal niks. Maar die eenheid in dat Woord maakt dat je inderdaad ook hetzelfde gaat spreken. Hoe verschillend de mensen ook zijn karakterologisch of qua afkomst. Ook Paulus, als het gaat over die Romeinen: de verschillen waren groot. En niettemin is er eenheid in dat Woord. En dan ga je ook hetzelfde spreken, als met één mond, eendrachtig.
Dat is ook wat ik hier nog even bij vermeld: 'met één mond'. Dan denk je eigenlijk meteen aan samenzang. Dan zing je ook inderdaad als met één mond. Je hoort een hele club of een hele groep of een hele massa mensen allemaal als met één mond iets zeggen. Ja, dat is het geweldige. Je zegt allemaal iets, één tekst — 'er staat geschreven' — en dat neem je in de mond. In feite is die samenzang en dat musiceren een uitbeelding, niet alleen van het feit dat er muziek in het Woord zit, maar ook harmonie — dat is ook een leuk woord — en ook symfonie. Wat vindt u daarvan? Symfonie betekent dat je samenklinkt. Symphonisch. Al die monden... en toch hoor je maar één geluid. Als met één mond hoor je maar één tekst. Namelijk... en dan niet wat een mens zegt, want daar is geen bal aan, dat is zo vluchtig als het nieuws. Ik bedoel het nieuws wat je dagelijks consumeert — ik weet niet hoe het met u is, maar in ieder geval wat op je bordje neergelegd wordt. Nee, 'opdat jullie met één mond eendrachtig zouden verheerlijken de God en Vader van onze Heer Jezus Christus'. En hoe ontstaat dat? Wel, inderdaad door diezelfde oriëntatie. Daarom, we moeten bij vers 13 uitkomen, dus ik moet verder gaan.
Elkaar in het Hart Sluiten: het Kruis als Bewijs van Gods Onvoorwaardelijke Liefde ↑ hoofdstukken
"Daarom: neem elkaar tot je zoals ook Christus jullie tot zich nam, tot heerlijkheid van God." Ik geef direct toe dat dit een wat rare weergave is; zo zeg je dat in het Nederlands normaal gesproken niet. Maar ik heb het expres zo gelaten, want dat is namelijk de betekenis van het Griekse woord. In de meeste vertalingen staat: "aanvaardt elkaar". Natuurlijk heb ik daar geen kritiek op, maar het woord is nog veel sterker. Het Griekse woord is een werkwoord dat ook gebruikt wordt voor eten en drinken. Dan zeg je ook: "ik neem iets tot me". Dat is het woord dat hier gebruikt wordt. Het is dus niet alleen een uiterlijk aanvaarden, maar je sluit de ander in je binnenste op. Dat gaat letterlijk verder en dieper dan alleen aanvaarden. "Neemt elkaar tot je." Eet elkaar op, zo zeggen we dat wel eens een keer. "Je bent om op te vreten" – al heeft dat dan weer een negatieve bijklank door het woord 'vreten'. Maar goed, u begrijpt de gedachte: het betekent dat je elkaar van harte in het hart insluit. Dat is het idee. Zoals ook Christus dat deed en jullie tot zich nam, tot heerlijkheid van God.
En waar doelen ze hierop? Uiteraard op het feit dat Christus de liefde van God bewees. Hoe bewijst God Zijn liefde? Wel, doordat er Eén stierf voor deze wereld. Voor iedereen. Ik denk: hoe kun je werkelijk bewijzen dat je van iemand houdt, anders dan door voor iemand te sterven? Het geweldige van het kruis is dat je aan de ene kant ziet dat het kruis het embleem van vijandschap is. Ik bedoel, God geeft Zijn Zoon en men slaat Hem aan het kruis. En God zegt: "Jullie slaan Mijn Zoon aan het kruis, maar Ik ga juist daardoor aan jullie het leven geven." Dat is dus onvoorwaardelijke liefde. Liefde die niet ophoudt op het moment dat een mens niet gelooft of zich vijandig opstelt. Sterker nog, dat kruis is een embleem van vijandschap en daardoor ook van liefde die niet stuk te krijgen is. Wat jullie ook doen, Ik hou van jullie en via Hem die gekruisigd is, ga Ik aan jullie allemaal het leven geven. Want drie dagen later wekte God Hem op uit de doden. En Hij zegt dat het leven dat Hij nu aan het licht brengt – onvergankelijk leven dat de dood achter zich heeft – bestemd is voor de hele wereld. Iedereen in zijn eigen rangorde, tot uw dienst.
Maar dat is wat God voornemens is: Hij gaat iedereen leven geven, met allemaal overlevers. En dan zal uiteindelijk elke knie gaan buigen en, tot heerlijkheid van God, dit herkennen en belijden. God staat daarvoor garant. Over hoop gesproken! Want ik hoop dat u goed begrijpt wat ik tot dusver heb verteld; ik vertel gewoon wat er staat geschreven over wat God geeft 'om niet'. Hij vraagt niets. Dit zijn mededelingen. De liefde van God is een mededeling en er wordt niets gevraagd. En op het moment dat het kwartje valt – u begrijpt wat ik bedoel – op het moment dat je dit verstaat en zegt: "Wauw, geweldig!", ja, dan ben je gewonnen. Er komt een moment dat iedereen gewonnen is. Dat komt. En ook dat doet Hij: Hij geeft geloof. Hij opent ogen, Hij opent oren, Hij opent harten. Don't worry. Je vertelt het, en het valt. Of het valt niet, maar het valt uiteindelijk toch.
Dienaar van de Besnijdenis en de Verborgenheid voor de Natiën ↑ hoofdstukken
In vers 8 zeg ik dat Christus een dienaar is geworden van de besnijdenis. De 'besnijdenis' is simpelweg een technische term### Dienaar van de Besnijdenis en de Verborgenheid voor de Natiën
Ik zeg in vers 8 dat Christus een dienaar is geworden van de besnijdenis. De besnijdenis is een technische term voor het volk dat besneden is, het volk aan wie het verbond van de besnijdenis is gegeven. In Handelingen 7 lees je dat God een verbond sloot met Abraham en zijn nageslacht, en dat volk wordt 'de besnijdenis' genoemd. Allen die niet besneden zijn, de natiën, heten in die zin 'de voorhuid'. Dit zijn technische termen, maar waar het hier om gaat, is dat Christus een dienaar was van de besnijdenis. Dit is iets wat Paulus hier in het voorbijgaan als bekend veronderstelt, maar het is elementair voor het verstaan van de Bijbel. Er is namelijk enorm mee geknoeid doordat men niet ziet dat de Heer Jezus zich in de Evangeliën specifiek richt tot Israël.
Hij is een dienaar van de besnijdenis. Wanneer Hij een keer in het buitenland is en een vrouw uit Kanaän een beroep op Hem doet, klinkt Zijn reactie in eerste instantie heel hard: "Ik ben slechts gezonden tot de verloren schapen van het huis Israëls." Hij zegt dat het niet goed is om het brood van de kinderen — het brood dat voor de kinderen Israëls bestemd is — aan de hondjes te geven, waarmee de natiën worden bedoeld. De Heer Jezus was hier op aarde dus een dienaar van de besnijdenis ten behoeve van Gods waarheid. Waarom? Om de beloften van de vaderen te bevestigen, vast te stellen en waar te maken. U moet zich goed realiseren dat God Zijn belofte heeft gegeven aan dat volk; de hele Hebreeuwse Bijbel is in de eerste plaats aan hen gericht. Via dat volk komt de zegen ook bij de natiën terecht, want God heeft een geweldig plan met Israël dat nog steeds staat als een huis: via Israël gaat Hij deze wereld zegenen.
Toen de Heer Jezus op aarde kwam, was dat op het juiste moment en op de juiste plaats, precies zoals was voorzegd. Hij heeft de beloften van de vaderen bevestigd; sterker nog, Hij is de vervulling van die beloften. De profetieën die over Hem zijn gesproken, zijn in Hem vervuld en daarmee is de belofte vastgesteld. Dat is Gods waarheid. Die beloften aan de vaderen zijn in de eerste plaats voor Israël. Toen Abraham werd geroepen uit Ur der Chaldeeën, las je al dat in hem en in zijn zaad — Israël, en uiteindelijk in de eerste plaats Christus — alle geslachten van de aardbodem gezegend zouden worden. God denkt groot, maar het gaat allemaal via Christus en via Israël.
Er staat dat Hij een dienaar was van de besnijdenis om de beloften te bevestigen, en ook dat de natiën ten behoeve van Zijn ontferming God zouden verheerlijken, zoals geschreven staat. In alle beloften bij Jesaja, Jeremia en Ezechiël is de gedachte altijd dat God Zijn doel met deze wereld en de volkerenwereld zal bereiken via Israël. Maar als je dat goed bekijkt, zie je dat dit gebeurt via een hersteld Israël. De profetie houdt in dat wanneer de Messias komt, het volk in Hem gelooft, wordt hersteld en naar het land wordt gebracht. De Messias neemt dan plaats op Zijn troon in Jeruzalem en via Israël gaat het heil naar de natiën. Dat is de profetie.
Wat we nu echter zien — en dat is de verborgenheid waar Paulus over spreekt in deze huidige onderbreking van tweeduizend jaar — is dat het heil ook naar de natiën gaat, maar niet via een hersteld Israël. Het gaat nu via een Israël dat, zoals Paulus dat noemt, gestruikeld is over de steen des aanstoots, de Messias. Ze hebben Hem niet geaccepteerd en juist via het ongeloof van Israël is het heil naar de natiën gegaan. De oorspronkelijke voorzegging was dat Israël hersteld zou worden en het heil zo naar de natiën zou gaan. Die belofte staat nog steeds en zal ook vervuld worden, maar nu zien we dat het via een gestruikeld, gevallen en ongelovig Israël naar de natiën gaat. Daarom is Paulus ook die dertiende apostel; hij hoort niet bij de twaalf. Zijn bediening vormt een onderbreking. Zelfs zijn naam, Paulus, heeft te maken met een pauze, een onderbreking.
Paulus noemt vervolgens een aantal teksten en citeert uit de Psalmen, Deuteronomium en Jesaja. Hij bewijst zijn punt door royaal uit de Schriften, de Tenach, de Hebreeuwse wereld te citeren. Er staat: "Daarom zal ik U toejuichen onder de natiën en voor Uw naam musiceren." Dit is een citaat uit Psalm 18. Die 'ik' is natuurlijk David, maar Davids naam staat model voor het goddelijke koningshuis, het huis van David. Via David en zijn nageslacht zal Hij Gods naam onder de natiën bekendmaken en voor Zijn naam musiceren. Het Griekse woord voor musiceren is 'psallo', waar ons woord psalm vandaan komt. Het betekent oorspronkelijk muziek maken of tokkelen op een snaarinstrument, en in bredere zin muziek maken, eventueel met tekst, zodat je het daadwerkelijk zingt.
Paulus gaat verder met een volgend citaat, ditmaal uit Deuteronomium. Het is opvallend: hij citeert uit de Wet (de Torah), de Geschriften (de Psalmen) en de Profeten (Jesaja). Kortom, Paulus citeert uit de hele Hebreeuwse Bijbel om te laten zien dat de hele Schrift spreekt van de dingen waar hij het nu over heeft. Hij zegt: "Weest vrolijk, natiën, met Zijn volk!" Wat is Zijn volk? Dat is Israël. Moeten zij alleen vrolijk zijn? Nee, alle natiën moeten meezingen en worden als het ware meegenomen in de ode aan die ene God. Vandaag de dag is dat natuurlijk maar een handjevol mensen. Je zou je kunnen afvragen of dit nu al aan de orde is: zingen de natiën met Zijn volk? In verborgen zin wel. Er zijn immers mensen uit Zijn volk die geloven, en er zijn gelovigen uit de natiën. Het is nu nog verborgen, maar niettemin worden deze dingen vandaag al vervuld, in afwachting van de definitieve vervulling. Straks zullen we meemaken dat deze hele aarde vol zal zijn van de kennis van God en dat alle volkeren hierin meegenomen worden. Dan is Israël leidend, is Jeruzalem de hoofdstad van de wereld en zal de Messias daar daadwerkelijk regeren. Dan worden al deze dingen definitief openbaar. Nu is alles nog verborgen; de definitieve vervulling is in de komende aeon, het wereldtijdperk dat komt, terwijl de verborgen vervulling vandaag plaatsvindt.
In werkelijkheid zou ik dit natuurlijk moeten uitwerken, maar ja, dit is Romeinen 15 en Paulus hééft dit al uitgewerkt, namelijk in de voorgaande hoofdstukken. Dus als we Romeinen 15 lezen, word je geacht de veertien hoofdstukken die daaraan voorafgegaan zijn te kennen. Nou vraag ik natuurlijk veel van mijn publiek, want jij zegt: "Ja hallo, ik kom hier..." Maar goed, dat is soms wel eens een beetje lastig, hè? Je kunt niet alles.
En dan zei Paulus: "En wederom..." Weer uit de Psalmen. Die kennen we allemaal: Psalm 117. Helemaal uit je hoofd. Het is de makkelijkste Psalm om uit je hoofd te leren, want het is een hele korte. "Looft de Heer, alle g..." Ik kan hem zo zingen: "Alle gij volken, prijst Hem, alle gij natiën. Want Zijn goedertierenheid is machtig over ons en Zijn heerschappij... En des Heren trouw..." Zo was hij, ja. Heel makkelijk om te citeren, en dan doe ik het nog fout. "En de Herentrouw is tot in de aioon."
Nou, dat wordt hieruit geciteerd: "Looft de Heer, alle natiën, en prijst Hem, alle volkeren." Dit is niet alleen maar een oproep, dit is ook een aankondiging. Juist dat vind ik ook weer zo hoopvol: dit gaat ook daadwerkelijk gebeuren. Dat zou je nu niet zeggen, nee, maar het gaat gebeuren. Don't worry. Dat is ook weer zoiets: dit is een mededeling, zo gaan de dingen gebeuren.
De Netzer uit de Tronk van Isaï: Nieuw Leven uit de Dood ↑ hoofdstukken
En weer zegt hij – nu gaat hij uit de profeten citeren, uit Jesaja – en weer zegt Jesaja: "Er zal zijn de wortel van Isaï." Dat is een citaat uit Jesaja 11 vers 1. Daar staat dit, en het is een citaat uit de Septuagint: "Er zal er één voortkomen. Een twijg uit de tronk van Isaï en een loot uit zijn wortels zal vrucht dragen." Dat is de oorspronkelijke tekst. Paulus citeert dat hier vrij, vanuit de Griekse vertaling.
Het idee is dit: Isaï – u weet wie Isaï is, hè? Isai staat in de Statenvertaling. Dat is de vader van David. Maar hoezo dan die tronk van Isaï? Het idee is dat daar ooit die dynastie van David was, die stamboom. David was de eerste koning en vanuit het koningshuis van David kreeg je vervolgens Salomo. Daarna heb je nog twintig koningen gehad, maar die stamboom is omgehakt. Die dynastie is gewoon verdwenen en dan zou je zeggen: wat is er overgebleven? Eeuwenlang is daar dat koningshuis van David geweest en wat is daar nog van over? Jesaja tekende dit op terwijl er zelf nog heel wat koningen uit het huis van David zouden komen, maar hij zei: er komt een moment dat het huis van David ophoudt en omgehakt wordt. Dan blijft er niks meer over. Maar, zegt hij, daar komt een keer een moment, dan komt er een twijgje, een scheut, een loot, een spruit.
Zo wordt die ook genoemd: de Netzer. Uit de tronk, uit zijn wortels. Dat zou je niet verwachten als je dit ziet; er is niks van over, maar er zal een keer een rijsje voortkomen, een twijg – hoe je het ook maar noemen wil. Kwekers hebben daar veel termen voor, maar dat is hoop. Je denkt dat het over is, maar vergis je niet: als alles hopeloos lijkt, dan gaat dit gebeuren.
Kijk, ik zal het even schematisch voorstellen. Je hebt dus het koningshuis van David. David leefde ongeveer duizend jaar voor Christus. Zijn vader heette Isaï – Jesse, wat 'Yahweh leeft' betekent. Toen kreeg hij vervolgens Salomo en na Salomo is het rijk verdeeld in de twee stammen en de tien stammen. Dat heeft ongeveer vier eeuwen geduurd waarin er twintig koningen achtereenvolgens geregeerd hebben in Jeruzalem, allemaal uit het huis van David. In totaal heeft de dynastie dus 22 koningen opgeleverd. Dat koningshuis heeft standgehouden, zoals ons koningshuis inmiddels ook al een paar eeuwen standhoudt. Er zijn zoveel van die oude koningshuizen, maar dit koningshuis van David had twintig opeenvolgende koningen. Dat werd toen abrupt beëindigd in de ballingschap, de Babylonische ballingschap. Toen is die tronk, die stamboom eigenlijk afgehouwen en daarmee bleef er alleen maar een stronk over. Het was over. Die dynastie, die stamboom was over en uit.
Vervolgens kreeg je eeuwenlang de situatie dat er helemaal geen koning was. Er waren uiteraard wel nazaten uit het huis van David, maar de troon was vakant, de troon was leeg. Er was niemand. En dan krijg je inderdaad, zo'n beetje in het jaar nul – want dan beginnen we te tellen met de jaren – dat ene rijsje uit de stronk van Isaï: de Netzer. Ik zeg Netzer, die naam moet u even weten, want Netzer kennen we in de naam Nazareth. Dat is een prachtig verhaal, dat ga ik nu niet uitgebreid vertellen, maar het is echt schitterend. Het is namelijk niet voor niets dat de Heer Jezus in Nazareth is gaan wonen. Kijk maar aan het einde van Matthéüs 2, daar staat dat vervuld zou worden wat gesproken is door de profeten. Het is dus echt voorzegd.
Dat heeft alles te maken met die Netzer. Wat je dus ziet is dat, terwijl het eigenlijk hopeloos lijkt, er inderdaad iemand komt uit dat huis van David. In feite begint het hele Nieuwe Testament heel triomfantelijk met een stamboom, beginnend bij Abraham. Lukas heeft ook zo'n stamboom en die laat gewoon de lijn zien van David en Salomo. Al die namen worden genoemd, al die generaties die volgen, en uiteindelijk komt dat uit bij Jozef en Maria. Beiden kunnen hun stamboom herleiden tot David via verschillende takken in de familie. Het zijn beide afstammelingen van David. Nu weet u dat de Heer Jezus geen lijfelijke nakomeling van Jozef was, dat was zijn wettige vader, maar afijn: daar is hij, de Zoon van David. Hij is het in wie God Zijn belofte alsnog gaat vervullen.
Er staat: "Er zal komen de wortel van Isaï en Hij die opstaat om overste van natiën te zijn. Op Hem zullen natiën hopen." Een verwachting stellen. Het is trouwens heel mooi dat hier staat: "Hij die opstaat." Dat is natuurlijk dubbelzinnig. Het betekent degene die opkomt, degene die op het toneel verschijnt. Maar het is dieper: Hij die opstaat, Hij stond op uit de doden. Hij is met recht dat rijsje, die scheut. Terwijl het dood was, komt Hij uit de dood. Terwijl alles er als de winter uitzag, totaal doods, totaal zonder verwachting, geeft God nieuw leven daar waar men het naar de mens gesproken niet meer zou verwachten.
Hij die opstaat is niet alleen maar de Koning die straks zal zitten op de troon van David in Jeruzalem over Israël, maar Hij zal de Overste zijn van de natiën. Hij zal de hele wereld gaan beheersen. Dat laatste wereldrijk wordt een Israëlitisch wereldrijk, jazeker. Hij is de Overste van de koningen der aarde. De eerstgeborene uit de doden en de Overste van de koningen der aarde, zegt Johannes. En op Hem zullen natiën hopen, want in feite ligt alle hoop en alle verwachting in Hem verankerd. Mooi hè, verankerd. Daarin is alle verwachting. Dat wil zeggen: in Hem heeft God Zijn liefde bewezen, daar had ik het zojuist over, maar ook via Hem gaat God alle verwachting realiseren. Daar waar het naar de mens gesproken over en uit is – maar dat is het kruis ook, toch? Bij het kruis zou je ook zeggen: nou ja, dat is het eindverhaal, een trieste afloop. Maar drie dagen later wekte God Hem op. Hij is de Eersteling en dat leven dat Hij aan het licht bracht, dat is de verwachting van de natiën. Dat gaat Hij geven en dat gaat de hele schepping universeel leven geven. Op Hem zullen natiën hopen. Zo doet God dat. En dan komen we – ik doe er erg lang over om bij mijn punt uit te komen – maar hier zijn we bij de kern.
De God van de Hoop: Overvloeiende Vreugde en Vrede in het Geloven ↑ hoofdstukken
Nou, we zijn er: vers 13. "De God nu van de hoop." Hoezo hoop? Nou, daar hadden we het over. Op Hem zullen... ja, op Hem. Het gaat over dat rijsje, over die scheut, over die loot. Op Hem zullen de natiën hopen. En dan: "de God nu van de hoop." Daar hebben we weer dat anker.
Ja, weet u waarom ik deze term ook zo mooi vind? Het is, ik mag wel zeggen, een van de lievelingsaanduidingen van onze God. Ik spreek graag over Hem als de gelukkige God. Een God bij wie alles wat Hij onderneemt, Hem ook gelukt. Maar Hij is ook de God van de hoop. Dat vind ik zo geweldig, want bij Hem bestaan er geen hopeloze gevallen. Dat kan niet. Daarom ben ik ook mordicus tegen die hele kerkelijke dwaalleer van de hellestraf en dergelijke. Want dat is namelijk een hopeloze leer. Die zegt tegen de mensen: "Jij moet wel de goede keuze maken." Er zijn varianten op hoe men dat zegt, of men het überhaupt zegt, maar altijd komt het erop neer dat het van de mens afhangt of het goed afloopt. En als je dan niet een goede keuze maakt, ja, dan is het "eeuwig wee". Daarmee bedoelt men dan dat het nooit meer goed komt; dan ben je eigenlijk reddeloos verloren, de eeuwige dood. Wat trouwens ook een afschuwelijke ontkenning is van het Bijbelse evangelie. Want het evangelie is juist de boodschap dat de dood overwonnen is en tenietgedaan wordt. En hoe doet God dat? Wel, door allen levend te maken, zodat het leven triomfeert. Dat is hoop.
En dat is wat we tegen iedereen kunnen vertellen: er is hoop. Dat was ooit in 1922... veertig jaar geleden, zeg ik? Die actie van "Er is hoop". Die regenboog... daar moet je tegenwoordig ook mee oppassen, want tegenwoordig heeft die regenboog een heel andere betekenis gekregen, daar word je niet goed van. Alles... ja, dat is diabolisch. Hoe was het ook alweer, Art? Er was ook een kleur die ontbrak, toch? Nee, er was ook een kleur bijgekomen. Nu met die lhbt-vlag. Wat was het verschil tussen de regenboog en die vlag ook alweer? Er was iets verdraaid; ik heb het jou horen vertellen. In ieder geval, één ding moet duidelijk zijn: die lhbt-vlag is een afschuwelijke verdraaiing van wat echt hoop en verwachting is. Die regenboog van God is een embleem van de God van de hoop. Ja, inderdaad, dat is verwachting.
De God nu van de hoop. We moeten kijken wat die God doet. En waartoe Hij bij machte is, staat hier ook. Het is eigenlijk een bede. Paulus zegt: "De God nu van de hoop moge jullie vervullen." Dit is extreem, hoor. Let op, fasten your seatbelts. Je moet echt goed opletten wat hier staat: "De God nu van de hoop moge jullie vervullen." Wat betekent vervullen? Nou, helemaal volmaken met alle vreugde en vrede in het geloven. Eén ding is duidelijk: God is bij machte. Waarom? Ja, Hij is een God van hoop, en die is zo groots... een hele hoop hoop, ja, maar ook een heel solide hoop. Hij is de God van de hoop. Nou, als er iets is wat een mens bij machte is vol te maken van vreugde, dan is het juist die hoop en dat Hij de God van de hoop is. Want aangezien Hij God is, kan Hij niet alleen maar mooie dingen voorspelen.
Dit is geen optimisme. Sommige mensen zijn optimistisch van nature en andere mensen zien overal leeuwen en beren; dat is een karakterologisch verschil. Maar we hebben het nu over hoop en verwachting op basis van wat er staat geschreven. Die hoop hebben we niet omdat we iets zien, en ook niet omdat we iets voelen. Nee, God heeft gesproken en Hij heeft het laten optekenen: er staat geschreven. En dat is bij machte ons te vervullen met alle vreugde en vrede. Ik geloof inderdaad in een leven dat vervuld is van vreugde. Inderdaad, er kan hier zoveel zijn: zoveel lijden, zoveel moeite, zoveel waardoor je moet verduren. Dat is waar. En toch kan er tegelijkertijd zoveel vreugde zijn. En ook vrede, rust, stabiliteit en de vastheid die Hij geeft. Hoe? In het geloven.
En dat bedoel ik als ik zeg: wat is geloven? Geloven heeft niets te maken met wat je ziet, en het heeft ook niet te maken met wat je voelt. Sterker nog, daar heeft het uitdrukkelijk niet mee te maken. Want op het moment dat je het ziet, hoef je niet meer te geloven, want dan zie je het immers. En als je het voelt, is het helemaal een drama, want gevoel en emotie zijn beweeglijk. Nee, dat wat er staat geschreven, dat is vast en solide. En als je het zelf totaal niet meer ziet en totaal niet voelt, dan is er altijd Iemand die niet verandert. Dat heeft Hij gesproken en Hij heeft het laten vastleggen in de Schriften. Daar bouwen we op. Dan heb je werkelijk grond onder de voeten en dat vervult je niet met een beetje vreugde, maar met alle vreugde die er maar is. De grootste vreugde die een mens kan bedenken is: er is een God en Hij is de God van de hoop en van verwachting. Dat geeft vreugde, dat geeft vrede. Ja, in het geloven.
En dan staat er nog bij... ik had het over vervullen, maar kan het nog verder gaan dan vervullen? Ja, overvloeien. Om jullie overvloedig te doen zijn in de hoop. Ja, dat kan er natuurlijk maar één bewerken; dat is geen menselijke kracht, dat is wat Hij geeft via Zijn woord en heilige geest. Maar die overvloed... kijk, er staat in Romeinen 8 — dit is Romeinen 15, maar in Romeinen 8 staan die prachtige woorden — dat het lijden van de tegenwoordige tijd... en dat is heel veel. We zijn er wel mee bezig: kijk in je kleine kringetje hoeveel lijden je tegenkomt bij mensen die verdriet hebben, moeite hebben, strijd, pijn, noem maar op. Neem het wat groter, neem het hele wereldgebeuren en leg al dat lijden op de ene kant van de weegschaal. Voor zover je dat al zou kunnen wegen, is dat onbeschrijfelijk zwaar; zoveel leed.
En dan zegt Paulus over het lijden: "Ik weet," of "wij weten," dat het lijden van de tegenwoordige tijd... en nu staat er letterlijk (helaas hebben de vertalingen dat niet altijd goed): "weegt niet op tegen de heerlijkheid." Nee, het is niet dat het niet opweegt. Het is niet waard vergeleken te worden. Dat is toch heel anders? "Het weegt niet op" wil zeggen dat als je het op de weegschaal legt, de heerlijkheid toch nog wint. Nee, het is niet eens waard om met elkaar te vergelijken. Een wolkpluisje hier en een oogjeband hier... ik bedoel, dat is geen vergelijking. In die orde, in die verhoudingen moet je denken. De heerlijkheid straks... één glimp straks van Zijn glorie zal alle moeite van het leven doen vergeten. Ja, die verwachting is zo groot en zo geweldig.
Daarom staat er ook bij: "om overvloedig te zijn". Ik geloof trouwens dat die overvloed ook te maken heeft met het feit dat als je hart er vol van is, de mond ervan gaat overlopen. Houd dat maar eens voor je! Daar spreek je over. En dat is ook de bedoeling, want deze hoop moet ook verteld worden. Want het is het grootste wat er is. Juist in een tijd waarin er zo enorm veel moeite is en er ook zoveel mensen zijn die echt niet weten waar ze het zoeken moeten en die gedesoriënteerd zijn. Wat hebben ze nodig? Nou, één ding weet ik absoluut zeker: meer dan brood en kleding en weet ik wat voor dingen je ze zou kunnen geven... mensen hebben hoop nodig. Echte hoop en verwachting. Niet alleen in de Oekraïne, maar ook hier in Nederland. En daar zitten we nu. Vertel dat! Deze hoop. Dat is wat licht geeft, en uitzicht en vreugde. Alle vreugde en alle vrede. Om overvloedig te zijn in de hoop. Nou, dat is wat ik jullie vanmorgen graag wilde vertellen over de God van de hoop.
UltimateGoodNews