GoedBericht.nl logo
UltimateGoodNews

het Evangelie van de besnijdenis (1)

06-02-2022 - Geplaatst door Andre Piet
6 februari 2022, Urk

In Galaten 2 lezen we van een historisch bezoek dat Paulus aan Jeruzalem brengt. Hij legt daar aan degenen die in aanzien waren, het Evangelie voor zoals hij dat onder de natiën predikte. Het was de Heer zelf van Wie hij rechtstreeks dit “Evangelie van de voorhuid” had ontvangen en geleerd. Het was anders dan “het Evangelie van de besnijdenis” dat de Heer eerder aan Petrus had toevertrouwd. Het is bij deze gelegenheid dat officieel de afspraak wordt gemaakt dat Paulus naar de natiën zou gaan terwijl Jakobus, Petrus en Johannes zich zouden richten tot “de besnijdenis”. In deze serie speciale aandacht voor “het Evangelie van de besnijdenis” zoals we dat in de geschriften van Jakobus, Petrus en Johannes (jazeker, in die volgorde!) beschreven vinden.

deel 1
deel 2
deel 3

Powered by RedCircle

📝 Samenvatting & Transcriptie van deze lezing

Samenvatting van deze toespraak

Deze studie behandelt het fundamentele verschil tussen het evangelie van de voorhuid en het evangelie van de besnijdenis. Paulus ging na veertien jaar naar de apostelvergadering in Jeruzalem om zijn onafhankelijke evangelie voor de natiën voor te leggen. Daar werd erkend dat zijn universele boodschap verschilt van die van de twaalf apostelen, die zich specifiek op Israël richtten. Aan de hand van de Griekse woorden 'allos' en 'heteros' wordt aangetoond dat het twee verschillende typen van hetzelfde soort evangelie zijn. Hiermee werd de vrijheid in Christus krachtig verdedigd tegen infiltranten die gelovigen uit de natiën onder de wet wilden brengen.

“Met andere woorden: het zijn weliswaar twee bedieningen en zelfs twee typen evangelie. Hoort u wat ik zeg? Twee typen evangelie. Allos, niet heteros. Maar het is één soort en ook één Heer.”

Introductie: de Evangelieën van de Voorhuid en de Besnijdenis ↑ hoofdstukken

Een hele goede middag allemaal! Ik ben blij jullie hier allemaal weer te mogen treffen en jullie vanavond, of eind van deze middag, mee te nemen naar dit onderwerp. U ziet het, het is de eerste in een serie. Hoe lang die serie gaat worden weet ik niet, maar het zou me niet verbazen als het zomaar drie of vier avonden gaan worden, want daar is nogal wat over te melden. Al moet ik erbij zeggen dat het misschien wat lastig te plaatsen is — dat bleek trouwens al uit de inleiding van Jan: wat moeten we daaronder verstaan? Nou ja, daarom doe je dus Bijbelstudie. Ook al omdat het voor een heel aantal van jullie waarschijnlijk niet eens een bekende term is, hoewel het direct aan de Schrift ontleend is, namelijk uit Galaten 2 vers 7. Daar moet ik een kleine kanttekening bij plaatsen, maar dat komt vanzelf straks wel aan de orde. Het is meestal — en dat is het problematische — nogal wegvertaald en ook dat ga ik toelichten.

Ik wil u vooral ook meenemen naar het belang van het verstaan van deze dingen, namelijk de overeenkomst, maar ook het verschil, met name dat tussen het evangelie van de voorhuid — weer zo'n technische term die je in diezelfde passage tegenkomt — en het evangelie van de besnijdenis. Het zijn echt technische termen, en technische termen dan vooral die bekend zijn vanuit het Jodendom. Je leest ook in Efeziërs 2 dat Paulus zegt van hen die 'de voorhuid' genoemd worden door de zogenaamde besnijdenis. Dan heb je twee technische termen in één, want de besnijdenis — dat wil zeggen: zij, het volk dat besneden is — noemen degenen die onbesneden zijn de voorhuid. Het eerste waar ik dan aan denk is een onbesneden Filistijn, maar dat hoeft natuurlijk weer niet per se; in ieder geval de onbesnedenen, oftewel de voorhuid. Als ik het zo zeg, dan wordt het haast medisch, want dat betekent het domweg inderdaad. En zo wordt het trouwens ook nog weleens een keertje vertaald met 'onbesnedenen'. Dat heeft wat minder toelichting nodig. Maar als je dat eenmaal weet: een man is of besneden of hij is niet besneden, en dat betekent dat de voorhuid toch intact is. Dat is een beetje de gedachte.

Over die dingen gaan we het verder niet zozeer hebben, maar wel over het evangelie van de besnijdenis en het evangelie van de voorhuid, en het verschil daartussen. Ik ga jullie meenemen naar Galaten 2, waar Paulus bezig is met zijn verhaal. In Galaten 1, rond vers 12 en 13, begint hij zijn relaas te melden over wie hij was en hoe hij het ooit in het Jodendom verder had gebracht dan velen van zijn tijdgenoten. Hij vertelt hoe hij de tegenstander was ooit van dat evangelie van Christus en hoe hij op de weg naar Damascus met brieven van nota bene de overpriesters gegaan was om daar de gemeente, de Ecclesia van God, te vervolgen. En hoe hij onderweg geroepen werd en dat hij toen niet naar Jeruzalem is gegaan. In tegendeel, hij is niet te rade gegaan bij vlees en bloed, maar hij zegt: 'Ik ben naar de woestijn gegaan, naar Arabië.' Pas drie jaar later is hij teruggekeerd naar Jeruzalem. Hij gaat zijn verhaal nog verder, maar dan kom je in hoofdstuk 2 vers 1 aan en daar zet hij zijn verhaal voort.

De Chronologie: Veertien Jaren tot de Apostelvergadering ↑ hoofdstukken

Want hij zegt vervolgens: "in de loop van veertien jaren". Dat lijkt een simpel gegeven, maar dat is in die zin wat problematisch, want er is nogal wat verschil van inzicht over de vraag vanaf waar Paulus nou begint te rekenen als hij spreekt over die veertien jaren. Laat ik eerst eventjes een tijdbalkje neerzetten om een klein beetje een idee te hebben van de jaren waar het hier over gaat.

Ik begin hier te spreken over het jaar 30. Dat is dus precies veertig jaar voor het jaar 70, waarin Jeruzalem verwoest werd. Het is niet zonder betekenis dat het precies veertig jaar is geweest, maar het jaar 30 is het jaar dat de Heer stierf, opstond uit de doden en ten hemel voer. Ik weet dat er sommigen zijn die zeggen dat dit in 31, 32 of 33 was, maar ik ga ervan uit — en ik denk dat er goede redenen voor zijn — om het jaar 30 aan te houden.

Als je dan een jaar of drie verder komt — drieënhalf als u het mij vraagt, om precies te zijn — dan kom je uit in het jaar 33 van onze jaartelling. We hebben het nu over Anno Domini, na Christus, zoals dat dan heet. Dat is het jaar van de steniging van Stephanus. De tijdbalk is niet geheel op schaal, maar voor het gemak doe ik het maar even zo. Een jaar later, in 34, vindt de roeping van Saulus plaats.

Toen hij geroepen werd — ik verwees daar zojuist al eventjes naar — is hij naar de woestijn in Arabië gegaan. De Heer had gezegd: "Ik heb nog het een en ander aan jou te vertellen, want Ik ben nu verschenen, maar Ik ga ook nog aan jou verschijnen. Ik ga aan jou toch allerlei dingen vertellen, leren en onderwijzen." Hij is door de Heer Zelf onderwezen in Arabië. Die locatie heeft hele goede papieren, want zo is het ooit ook gegaan met Mozes en het volk Israël.

Dan lees je dat hij drie jaar na zijn roeping weer terugkeert naar Jeruzalem. Dat zijn dus deze drie jaren en daar kom je uit in het jaar 37. Ik geef toe dat je soms ook kunt zeggen 38; dat hangt er namelijk een beetje vanaf of het halverwege of het hele jaar is. Maar goed, u rekent nu met me mee. Ik ben trouwens voor mezelf al heel druk doende met het voorbereiden van studies over de tijdlijn van het Nieuwe Testament. Dit is alvast een voorproefje, maar dan wil ik ook echt wat hardere gegevens naar voren brengen. Dat komt echter op een later tijdstip.

In ieder geval zijn dit die drie jaren. Dan is het na verloop van veertien jaar — en dat is dan inclusief die drie jaar in Arabië — dat de apostelvergadering plaatsvindt in het jaar 48. Reken maar uit: in 34 is Paulus geroepen en in de loop van veertien jaren trekt hij dan wederom op naar Jeruzalem. Hij was in het jaar 37 ook al opgetrokken naar Jeruzalem en nu weer. Hij rekent dus vanaf zijn roeping.

Die apostelvergadering is beroemd, want dat is wat in het boek Handelingen een grote rol speelt. In Handelingen 15 wordt dat uitgebreid beschreven. U weet, er was nogal wat strijd. Paulus had onder de natiën met succes, als ik het zo mag zeggen, gearbeid en er waren velen die geroepen werden. Toen kwamen er vervolgens mensen uit Judea, Joodse mensen die zeiden: "Ja, nu zijn zij weliswaar gelovig geworden, maar zij behoren zich, als ze er werkelijk bij willen horen, ook te laten besnijden en aan de wet onderworpen te worden."

Paulus is het daar faliekant mee oneens. Om deze kwestie vond deze apostelvergadering trouwens plaats. En ik moet erbij zeggen: unaniem is toen ook besloten door de apostelen — notabene door Jakobus, die zelfs eigenlijk het slotwoord uitspreekt — dat de natiën geen last opgelegd zou worden. "Het heeft ons en de Heilige Geest goed gedacht", precies zo wordt het dan geformuleerd. In ieder geval is dit om even helemaal in het verhaal te komen en de zaken chronologisch te plotten.

Wederom Naar Jeruzalem: Paulus' Onafhankelijke Evangelie ↑ hoofdstukken

In de loop van veertien jaren ging ik wederom naar Jeruzalem met Barnabas, en ik nam ook Titus mee. U weet, Barnabas was die medewerker met wie hij zijn eerste zendingsreis heeft gemaakt. Hij was een discipel, een Leviet, een Cypriot. Hij heette eigenlijk Jozef. Er is een heleboel over te vertellen. Wat ik trouwens heel apart vind, is dat zolang Saulus nog Saulus is, het altijd 'Barnabas en Saulus' is. Dat zie je een heel aantal keren. Maar op het moment dat Saulus Paulus wordt – Handelingen 13 vers 9 is dat – dan is het iedere keer 'Paulus en Barnabas'. Kijk het maar na. Ik houd ervan om de bonnetjes erbij te leveren, dan kunt u het gewoon nakijken. Het is consequent 'Paulus en Barnabas'. Dan neemt Paulus het voortouw. Akkoord, Barnabas is dus de medewerker van Paulus. Of anders gezegd: Saulus was eerst de medewerker van Barnabas, maar later werd Barnabas de medewerker van Paulus.

In die volgorde dus. Hij ging met Barnabas en nam ook Titus mee. Dat was feitelijk een testcase. Hoezo? Wel, Titus was namelijk een goy, een heiden. We zullen dat vers later ook zien. Het ging hier niet om een theoretische kwestie – dat was sowieso al niet het geval – maar Paulus trok heel uitdrukkelijk op met Titus. Wat zou er met hem gaan gebeuren? Paulus zegt in vers 2: "Ik ging op overeenkomstig een openbaring, een onthulling, een apokalyps." Dat is wat er staat. Hij benadrukt dit vooral in deze hoofdstukken om te laten zien dat zijn apostelschap, zijn bediening en zijn evangelie geheel losstaan van Jeruzalem. Dat is het oogmerk van zijn hele betoog. Hij is een apostel, niet van mensen, noch door een mens, maar door Jezus Christus. We zullen dat straks trouwens ook in een ander schriftgedeelte laten zien. Heel uitdrukkelijk benadrukt hij dat hij alles rechtstreeks heeft ontvangen. Niet indirect via Jeruzalem of via de twaalf; hij is onafhankelijk geroepen door Jezus Christus.

In dit geval ging hij ook naar Jeruzalem. Niet omdat hij op het matje moest komen bij de twaalf, omdat hij nu eenmaal onafhankelijk te werk was gegaan en nu even moest gaan vertellen waar hij mee bezig was voor een soort jury. Nee, hij werd niet gesommeerd door de twaalf; hij ging op grond van, of in overeenstemming met, een openbaring. Dat was een praktische kwestie die besproken zou worden, maar hij deed dat overeenkomstig een openbaring. Er staat: "Ik legde aan hen het evangelie voor dat ik proclameer te midden van de natiën." Hij had dus een geweldig goed bericht. Overal waar hij kwam, heeft hij dat gebracht. Die eerste zending is een hele grote reis geweest. Er is een hele serie ecclesia's geplant in de landstreek Galatië: in Derbe (waar Timotheüs trouwens vandaan kwam), Lystra en Ikonium. Hij legde hen gewoon voor wat hij daar bracht.

Wat was de inhoud van die boodschap? Hij legde het hen voor, maar niet ter beoordeling. Hij was niet gesommeerd door de twaalf en kwam niet voor een jury of voor advies. Hij kwam om Jeruzalem, of degenen die daar de leidslieden waren en voor steunpilaren golden, voor te lichten. Dat was het. Hij legde het hen voor, niet om te onderhandelen over wat hij te vertellen had. Het was inderdaad 'take it or leave it'. Dit is wat ik te brengen heb. De reden daarvoor is simpel. Kijk maar naar Galaten 1 vers 11, waarom hij daar zo klip en klaar en volstrekt helder in stond. Daar schrijft hij aan zijn lezers, de Galaten: "Want ik maak jullie bekend, broeders, dat het evangelie dat door mij geëvangeliseerd wordt, niet is naar de mens." Een mens heeft het niet bedacht. Het is wel vóór de mens, maar het is niet náár de mens. Want, zegt hij: "Van een mens ontving ik het ook niet, noch werd het mij onderwezen door een mens, maar door onthulling van Jezus Christus." Hier staat weer dat woordje 'apokalyps'.

Wat hij zegt is: de oorsprong van wat ik vertel ligt niet in Jeruzalem en niet bij de twaalf. Niet alleen zijn roeping als apostel is niet door een mens, maar ook het evangelie dat hij ontving heeft hij niet van een mens. Zelfs het hele onderwijs daaromtrent, wat hij te melden had, was hem rechtstreeks geopenbaard. Paulus wist nog zoveel meer. Waarom denkt u dat God nog een dertiende zou roepen? Er waren er toch twaalf? Ja, maar dat heeft alles te maken met de voortgang van de geschiedenis. Met het feit dat Jeruzalem de boodschap en de Koning had afgewezen. Ze hadden ooit de Heer gekruisigd, en vervolgens is de opgewekte Heer in Jeruzalem gepredikt door Stefanus – de kroon – en die werd gestenigd.

Als Jeruzalem de boodschap afwijst, terwijl de hele prediking gericht was op de bekering van Israël... Kijk het maar na in die eerste hoofdstukken. Alles was erop gericht dat in die dagen het evangelie niet alleen gepredikt zou worden, maar ook dat Israël tot geloof zou komen en dat het koningschap voor Israël hersteld zou worden. Weliswaar had de Heer niet beloofd dat dat in die dagen zou gebeuren, maar dat was wel de prediking, het appèl. Handelingen 3 vertelt hoe Petrus op het tempelplein in Jeruzalem luid en duidelijk zegt: "Als jullie je bekeren, dan zullen er tijden van verademing komen van het aangezicht van de Heere, en dan zal Hij de Christus zenden die voor jullie tevoren bestemd was." Dat zouden de tijden zijn van herstel van alles waarvan de profeten hebben gesproken. Met andere woorden: het stond voor de deur. Dat was het uitzicht dat hen werd voorgehouden.

Toen Jeruzalem officieel de deur dichtdeed – want het Sanhedrin stenigde Stefanus – kreeg je een hele nieuwe gang van zaken. Het evangelie zou naar de natiën gaan. Daar roept de Heer speciaal iemand voor: een dertiende, buiten de twaalf om. Met recht buiten de twaalf om, en ook buiten het land trouwens. Weliswaar was hij feitelijk een Jood, en wat voor één, maar niettemin een Romein, één uit de natiën. Dat is allemaal heel karakteristiek. Hij was niet iemand die opgeleid was door Jezus hier op aarde. Nee, Jezus naar het vlees heeft hij niet eens gekend. Misschien heeft hij Hem ooit een keertje in een glimp ontmoet of gezien in Jeruzalem. Paulus zegt in 2 Korinthiërs 5: "Al hebben wij Christus naar het vlees gekend, thans niet meer." Hij kende een hemelse Heer. Dat is van een totaal andere orde en ook op een heel ander tijdstip.

Inmiddels had Israël en Jeruzalem het evangelie officieel afgewezen. Dan is het Paulus die geroepen wordt en onderwezen wordt in de nieuwe dingen. Een update, als ik het zo mag zeggen, omdat er een hele nieuwe stand van zaken was gekomen. Paulus zou nog veel meer dingen gaan openbaren. Hij legde dus het evangelie voor dat hij proclameert te midden van de natiën, het evangelie van de genade Gods. En dan staat er nog bij in vers 2: "Maar afzonderlijk aan degenen die in aanzien zijn, opdat ik niet op de een of andere manier tevergeefs zou rennen of liep." Kijk, Paulus is heel bewust naar Jeruzalem gegaan, want weliswaar stond hij er zo in van: take it or leave it.

Maar hij was er niet op uit om een schisma of tweedracht te zaaien. Integendeel, hij was zich ervan bewust dat de twaalf, de apostelen daar in Jeruzalem, door de Heer zelf waren verordineerd en daar aangesteld en geroepen waren. Hij was zich bewust van hun roeping en was uit op eendracht. Maar hij kon onmogelijk een compromis sluiten omtrent de boodschap die hij bracht.

Paulus lag heel gevoelig in Jeruzalem, echt waar. In Handelingen 21 later — dat is dus alweer een paar jaar later — als hij voor de laatste keer in Jeruzalem komt, dan breekt de hel los. Dan zie je zelfs dat in dat Messiaanse jodendom, bij hen die geloven in Jezus de Messias, Paulus in die kringen een ketter was. Niet bij de twaalf, dat zeg ik niet, hoewel hij daar ook moeilijk lag; men begreep het niet.

Ja, Paulus wist veel meer. Het lag altijd moeilijk als hij daar in Jeruzalem kwam. En dus heeft hij het heel uitdrukkelijk ook afzonderlijk besproken met degenen die in aanzien zijn, en niet met iedereen. Hij was zich ervan bewust hoe gevoelig dat was, opdat hij niet op de een of andere manier tevergeefs zou rennen of liep, en er inderdaad overeenstemming zou zijn.

Infiltranten en de Strijd Om de Vrijheid in Christus ↑ hoofdstukken

En dan vers 3: "Maar zelfs Titus, met wie ik samen was, een Griek zijnde, werd niet gedwongen besneden te worden." Nou, daar had ik het zojuist al even over. Titus was dus geen Jood en ook geen jodengenoot. De manier waarop het later geformuleerd wordt, suggereert dat er wel degelijk op aangedrongen werd dat hij besneden zou worden. Hij kwam in een kring terecht waar men eigenlijk van mening was dat mensen uit de natiën die geloofden dat Jezus de Messias is, werkelijk een jodengenoot zouden moeten worden. Een proseliet, zoals dat heet; iemand die zich voegt en in feite wordt geïncorporeerd in het Jodendom door zich daarbij aan te sluiten.

Maar dat gebeurde niet. Titus was een Griek. Vandaar dat ik al zei dat Paulus hem meenam als een testcase: wat gebeurt er nou, wat doen ze met Titus? Maar hij werd niet gedwongen besneden te worden. "Maar," zo staat hier dan, "vanwege de binnengesmokkelde valse broeders, die waren binnengekomen..." En zo staat het er echt. Het staat hier in de passieve vorm; ze wáren binnengesmokkeld. Met het oog op die binnengedrongen valse broeders, die pseudo-broeders. Ze zijn eigenlijk binnengesmokkeld, het waren infiltranten.

Je ziet dat dit heel gevoelig lag. Paulus was daar in Jeruzalem en zijn hele bediening onder de natiën stond onder druk. Het was een heidense boodschap — althans, zo werd het gezien. Paulus predikte een boodschap van genade voor ieder die tot geloof kwam in de ene God en Jezus als de opgewekte Heer beleed, zoals de Galaten aan wie Paulus hier schrijft. Zo waren zij gelovigen geworden, zo was de blijdschap in hun hart gekomen en zo stonden zij in de vrijheid. En nu was precies die vrijheid in het geding. Waren ze inderdaad vrij, of moesten ze zich nu toch gaan conformeren aan al die wetten? Daarin zijn dan weer soorten en maten: moesten ze zich laten besnijden, de sabbat houden, enzovoort?

Die dingen speelden mee vanwege de binnengesmokkelde valse broeders, die waren binnengekomen om onze vrijheid die wij in Christus Jezus hebben te bespioneren. "In Christus Jezus", de opgewekte, dat is een typische term voor Paulus. Zo kende hij de Heer: niet als Jezus Christus, de man die hier op aarde leefde, maar als Christus Jezus, de opgewekte. In Hem hebben wij een vrijheid en die vrijheid heeft Paulus gepredikt. Daar viel geen koehandel mee te plegen. Die vrijheid is kostbaar en Paulus zegt "onze vrijheid", wat dus inclusief de lezers in Galatië is. De lezers zouden zich ervan bewust moeten zijn dat de vrijheid waar Paulus het hier over heeft, ook hún vrijheid was. Dat was wat er in Jeruzalem op het spel stond toen hij Titus meenam.

Wat ik nog vergeten ben expliciet te melden, maar wat ik de hele tijd heb gesuggereerd, is dat Paulus deze brief schrijft aan de Galaten. Ga-laten. Ja, dat zal toeval zijn, maar ik vind het erg mooi. De boodschap van die infiltranten die daar in Galatië waren gekomen, was: "Ga doen." Maar de naam zegt het al: Galaten. Dat is natuurlijk maar een grapje dat in het Nederlands kan, dat weet ik ook wel, maar goed, even weer bij de les.

Paulus had daar in Galatië het evangelie verteld en vervolgens is hij vertrokken. Daarna zijn er infiltranten gekomen die een andersoortig evangelie brachten. Zij zeiden: "Ja, dat is allemaal erg mooi, maar als je echt rechtvaardig wilt leven — jullie zijn nu wel gered, maar als je werkelijk rechtvaardig wilt zijn — dan zul je toch de normen van de Tien Woorden en van de wet moeten gaan houden." Ook daar waren weer gradaties in. Dit speelde enorm in Galatië en Paulus is verbouwereerd. Wie heeft jullie in godsnaam — sorry dat ik het zeg — betoverd dat je dat in je hoofd haalt? Ik heb jullie de vrijheid in Christus Jezus voorgehouden, de genade Gods, en nu laat je je daardoor weer intimideren en laat je die vrijheid afpakken? Dat is onmogelijk.

Die binnengesmokkelde valse broeders — want Paulus is heel duidelijk over hoe hij daarover denkt — waren binnengeslopen om onze vrijheid in Christus Jezus te bespioneren en ons tot slaaf te degraderen. Want dat is waar het op neerkomt: op het moment dat je vrij bent en die vrijheid wordt je afgepakt doordat je allerlei lasten worden opgelegd en je gebonden wordt, dan ben je gedegradeerd tot slaaf. En ze bespioneerden hen. Ik stel me dat zo voor: ze wilden erachter komen of Titus onbesneden was. Hoe kwamen ze daar in hemelsnaam achter? Waren ze aan het gluren of Titus toevallig besneden was? Je kunt er bijna een film van maken. Er waren in ieder geval mensen binnengekomen die die vrijheid gingen bespioneren.

Maar, schrijft Paulus: "Voor hen simuleerden wij geen, zelfs geen uur de onderschikking." We zijn geen ogenblik gedwee uit de weg gegaan, zoals een vertaling zegt. Wij simuleerden niet; we hebben niet in het minst de indruk willen wekken dat wij ons daaraan zouden onderschikken of onderwerpen. Absoluut niet. Hier viel geen compromis over te sluiten. Dit is namelijk de essentie. Dit is ABC, dit zijn de elementen van de waarheid, de eerste beginselen. Daar stond Paulus heilig voor, want dit was de kern van het evangelie dat hij bracht.

Dus ja: "Voor hen simuleerden wij zelfs geen uur de onderschikking, opdat de waarheid van het evangelie verder ook bij jullie zou blijven." Bij de natiën, en bij de lezers in Galatië in het bijzonder. Je ziet het: de waarheid van het evangelie. Dat is waar het om gaat. Ook in de praktijk, want je voelt wel dat hier zoveel mee gemoeid is. Zijn jullie daar in Galatië nou vrij of zijn jullie het niet?

Kijk, het ligt heel subtiel. Deze brief is geschreven ná de apostelvergadering in Jeruzalem. Toen was inmiddels besloten dat de natiën niet onderworpen hoefden te worden aan de Mozaïsche wet en niet besneden hoefden te worden. Dat was geregeld. Maar toen kwam er vervolgens een subtielere dwaling in Galatië, die zei: "Nee, behouden worden is het probleem niet, maar als je 'beter' wilt worden of werkelijk rechtvaardig wilt leven, dan zul je de wet toch echt moeten houden." Via een achterdeurtje werden ze alsnog weer tot slavernij gebracht. Vandaar dat Paulus zo verbouwereerd is over het behoud van de waarheid van het evangelie. Hij vervolgt nu met het beschrijven van de verdere geschiedenis van wat daar in Jeruzalem gebeurde.

Zij Die in Aanzien Waren: God Neemt het Gezicht van de Mens Niet op ↑ hoofdstukken

Hij zegt: "En voor hen die in aanzien waren..." Ja, wie waren daar nou in aanzien in Jeruzalem? Ik bedoel onder de gelovigen in de Messias. Nou, uiteraard waren dat zij die door de Heer zelf waren aangewezen. De twaalf, maar de kring was trouwens veel groter hoor; er waren veel meer apostelen. Er waren ook nog tweeënzeventig andere apostelen, maar in ieder geval waren het mensen die ooggetuige waren geweest van de opgewekte Heer en bovendien waren afgevaardigd, want dat is wat een apostel is. Er moet sowieso sprake zijn van een ooggetuige van de opgewekte Heer die door Hem is afgevaardigd, want dat is wat het woord apostel betekent. Dat waren mensen die in aanzien waren, maar in het bijzonder dan de twaalf en eigenlijk vooral de 'inner circle' daarvan. We zullen ze straks met name ook tegenkomen, namelijk Jakobus, Petrus en Johannes.

Het is op zich heel logisch dat zij in aanzien waren. Waren dat niet degenen die door de Heer zelf waren opgeleid? Gedurende de jaren voor Jezus' kruisiging hebben ze met Hem gewandeld, hebben ze onderwijs van Hem ontvangen en zijn zij Zijn leerlingen geweest. Ja, zij waren in aanzien. En Paulus zegt: "En voor hen die in aanzien waren, wat ze voorheen ook waren, doet er voor mij niets toe." Dat zegt hij niet om die apostelen die in aanzien waren in diskrediet te brengen, maar het is om zich te verweren tegen de beschuldiging dat Paulus' apostelschap niet zoveel voorstelt. Meestal werd er dan geredeneerd – en het zong in Galatië blijkbaar ook rond – van: "Ja, die Paulus, maar die heeft de Heer niet eens gekend, man! Hij zegt wel dat hij de Heer heeft ontmoet of zo, ooit later, maar hij hoort helemaal niet bij de twaalf."

Je kunt je heel gemakkelijk voorstellen hoe Paulus' apostelschap door die infiltranten daar in Galatië in diskrediet werd gebracht, of hoe zijn roeping en bediening van lagere waarde werden geacht. En Paulus zegt: "Hoezo van lagere waarde?" Oké, Paulus gaat soms mee in die gedachte; dan zegt hij dat de Heer als laatste ook aan hem verschenen is. Hij noemt zich de minste van de apostelen, niet eens waard om een apostel te heten omdat hij de Ecclesia van God vervolgde. Dat is waar. Maar hij zegt ook: "Ik heb meer gearbeid dan zij allen. Maar niet ik, maar de genade van God die met mij is."

Laten we wel wezen: Paulus is juist als laatste geroepen, maar hij heeft ook van de hemelse Heer Zelf onderwijs ontvangen. Paulus wist veel meer. Dat is geen hoogmoed. Paulus wist wie hij was; hij noemt zich de minste van de apostelen, de geringste van alle heiligen in Efeze 3 en de eerste van de zondaren. Nou, dan ben je niet hoogmoedig als je dat zegt. Maar hij was zich wel bewust van de genade die aan hem was bewezen, de roeping waarin hij gesteld was en het evangelie dat aan hem was toevertrouwd. Daar was hij zich zeer goed van bewust. En daar valt niet mee te sjoemelen; geen water bij de wijn, niets ervan. Vandaar ook dat Paulus hier de dingen in de juiste verhoudingen zet.

Voor hen die in aanzien waren – wat ze vroeger ook waren – doet het er voor mij niet toe. God neemt het gezicht van de mens niet op. Kijk, bijvoorbeeld een man als Jakobus, die eigenlijk de leider daar was in Jeruzalem. Dat is een beetje een ingewikkeld verhaal, want één van de twaalf apostelen was ook een Jakobus, de broer van Johannes, maar dat is niet deze Jakobus. Die eerste is namelijk al eerder vermoord door koning Herodes, zoals we lezen in Handelingen 12. Maar na de dood van die Jakobus is een andere Jakobus naar voren geschoven: de broer van de Heer zelf – ik noem hem eigenlijk de halfbroer van de Heer. Hij is mede naar voren gekomen omdat de Heer als Opgewekte aan hem verschenen is.

Nu zeg ik een heleboel, maar ik kan me voorstellen dat je vraagt: "Kun je dat allemaal hardmaken?" Ja, dat kan vrij gemakkelijk, maar dat zou me nu te ver voeren. Het gaat me erom dat je je heel gemakkelijk kunt voorstellen waarom de mensen die Jakobus, de broer van de Heer, de leidersrol in Jeruzalem hebben gegeven. Als de Koning van Israël Jeruzalem verlaten heeft, wie zou dan bij verstek Zijn rol op zich nemen, naar het vlees gesproken? Dat is dan toch Zijn oudste broer. Nou, dat was Jakobus. Dus ja, gewoon naar de normen van het vlees had die Jakobus inderdaad die functie en speelde hij die rol. Je kunt het nagaan: als Paulus in Jeruzalem komt in Handelingen 15 en later in Handelingen 21, dan zie je iedere keer die Jakobus op de voorgrond treden.

Hetzelfde zou je trouwens kunnen zeggen van Johannes en van Petrus. Dat waren te midden van de twaalf de intimi, zij die ook de verheerlijking op de berg hadden meegemaakt. Maar Paulus bekijkt het hier van een heel andere kant: zij die in aanzien waren... God neemt het gezicht van de mens niet op. Zo staat er letterlijk. God ziet de persoon niet aan. God kijkt niet naar de buitenkant of naar 'credentials' die je naar de mens zou hebben, of naar opleidingen, papieren of familielijnen. Nee, God neemt het gezicht van de mens niet op.

"Want zij die in aanzien waren gaven mij niets te raden." In de NBG-vertaling staat: "Ze hebben mij verder niets opgelegd." Maar letterlijk staat hier een woord – hetzelfde woord als in hoofdstuk 1 vers 16 – dat vertaald wordt met raadgeven of te rade gaan. Dat is eigenlijk de gedachte van dat begrip. Dus ondanks hun aanzien – Jakobus, Petrus, Johannes, de twaalf apostelen – zegt Paulus dat toen hij daar in Jeruzalem kwam en hen het evangelie voorhield, zij hem niet alleen niets hebben opgelegd, maar hem zelfs geen raad hebben gegeven. Zij die in aanzien waren gaven mij niets te raden. Geen raad, geen instructies, geen adviezen, niets opgelegd, niets van dat al.

Daarmee is gezegd – en we zullen dat straks nog duidelijker zien – dat hoewel Paulus' rol moeilijk lag in Jeruzalem, men er niet onderuit kon dat zijn bediening inderdaad van Godswege was. En Jakobus, Petrus en Johannes en al die anderen hebben het herkend. Ze hebben het zelfs niet aangedurfd om hem raad te geven of te adviseren. Maar integendeel! En nu komen we bij vers 7. Het duurt een beetje lang, maar dat bent u van me gewend; ik geef graag context.

Maar integendeel, toen zij die in aanzien waren waarnamen dat mij het evangelie van de voorhuid is toevertrouwd... Ik heb het expres even met vette letters neergezet: "van de voorhuid". Dat is een zogenaamde genitief, een tweede naamval, en dat betekent echt "van". Waarom zeg ik dat nu? Omdat er in zoveel vertalingen van wordt gemaakt: "voor de voorhuid". En dan vragen we: wat is het verschil? Nou, er is een heel groot verschil tussen het evangelie voor de voorhuid of het evangelie van de voorhuid. Even voor de goede orde: "de voorhuid" staat hier voor de onbesnedenen. Dit is dus het evangelie van de onbesnedenen, zo u wilt.

Als je zegt "voor", dan betekent het evangelie voor de voorhuid dat de voorhuid de doelgroep is; het is aan hen geadresseerd. Maar als er staat "van", dan wil dat zeggen dat dit evangelie het karakter draagt van de voorhuid, van de natiën. Het is een heidens evangelie. Let wel: niet alleen een evangelie voor de heidenen, maar een heidens evangelie. Hoe vindt u die? Het is een heidens evangelie, en daarom lag het ook zo moeilijk.

Allos of Heteros: Bestaat Er Werkelijk maar Één Evangelie? ↑ hoofdstukken

En nu komen we op nog een kwestie. Weet u wat ze altijd zeggen? Men heeft hier problemen mee. Is aan Paulus dan een ander evangelie toevertrouwd? Er is toch maar één evangelie? Dat staat toch in Galaten 1? Het is me gisteren nog tegengeworpen: er staat maar één evangelie, kijk maar in Galaten 1. Het staat toch boven Galaten 1 vers 6? Precies, het staat boven Galaten 1 vers 6 als bijschrift van de vertalers. Maar het staat er niet. Het is namelijk een halve waarheid. En u weet hoe het is met een halve waarheid? Dat is een hele leugen. Dat is erger dan een hele leugen, want je denkt dat het zo dicht bij de waarheid zit, maar juist dat maakt het gevaarlijk. Hoe dichter bij de wagen, hoe gevaarlijker het wordt, omdat je het eigenlijk dan niet meer kunt onderscheiden.

Kijk, er staat dit in Galaten. Dit is heel belangrijk. Paulus begint daar die brief en zegt: ik verwonder mij dat jullie zo vlug – hij had zijn hielen nog niet gelicht om zo te zeggen – worden overgebracht van degene die jullie roept in de genade van Christus tot een andersoortig evangelie. Heteros. Dat geen ander is. En hier staat het Griekse woord allos. Dat zeg ik niet om interessant te doen. Dit is een verschil dat wij in onze taal niet kunnen maken en daardoor krijg je dit probleem. Het Grieks heeft daar gewoon twee verschillende woorden voor 'anders', namelijk heteros en allos. We kennen dat trouwens allemaal wel: hetero en allo. Het ene betekent 'andersoortig' en het andere betekent 'het is een ander van dezelfde soort', oftewel een ander type.

Kijk, ik heb nog een mooi voorbeeld. U weet dat ik altijd schroom om over auto’s te beginnen, want ik heb daar de ballen verstand van. Als u aan mij vraagt wat voor auto ik rijd, zelfs dan moet ik nadenken. Maar ik weet toevallig dat een van de eerste auto's die ik reed een Peugeot 104 was. Dat was in de jaren tachtig. Die heb ik toen in het water gereden. Daarna is hij weer opgevist, maar ik heb hem toch maar verkocht. De koper wist trouwens dat hij in het water gelegen had, maar die nam het risico en heeft er nog jaren veel plezier van gehad. Maar goed, dat was de Peugeot 104. Ik heb toen in de plaats daarvoor een Peugeot 205 gekregen. Kijk, dit zijn twee typen auto's, maar het is één soort, hè? Dit is allos. Dit zijn twee verschillende auto's, dat wel, maar het is één soort. Een ander soort auto, kijk, dát is heteros. Ziet u het verschil?

Wat is nu het verhaal in Galaten? Paulus maakt een verschil. Hij zegt dat aan hem het evangelie van de voorhuid was toevertrouwd en aan Petrus het evangelie van de besnijdenis. Dat was allos. Dat was anders, het waren twee typen evangelie, maar van dezelfde soort, van dezelfde Heer. Maar dat evangelie wat in Galatië gebracht werd – evangelie tussen aanhalingstekens – dat was andersoortig, en daarvan zegt Paulus: anathema, een vloek. Hij zegt: dat is geen evangelie. Tot twee keer toe vervloekt hij dat. Dus het idee is niet dat het evangelie dat Petrus bracht ook geen evangelie was. Nee, het was wel anders dan wat Paulus bracht, maar niet andersoortig. Andersoortig was die boodschap van die valse broeders die daar in Galatië de vrijheid van de gelovigen ondermijnden en een boodschap brachten die de genade van Christus verdraaide en veranderde.

Ziet u het enorme verschil? Het is dus niet waar dat er maar één evangelie is. Er is maar één soort evangelie. Wat dacht u? In Galaten 3 vers 8 lees je dat ooit aan Abraham al het evangelie was gebracht: "In uw zaad zullen alle geslachten van de aardbodem gezegend worden." Dat was ook een evangelie. Was dat hetzelfde evangelie als wat Paulus bracht? Nee, natuurlijk niet. Was het hetzelfde soort? Jazeker, want het was ook van God. Andere tijd, andere toepassing, andere setting. Maar dat hele verhaal dat er maar één evangelie is... zo staat het niet in de Schrift. Aan Paulus is een ander evangelie – verschillend, een ander type – gebracht dan aan Petrus was toevertrouwd. Niet andersoortig. Ziet u? Ik vind het van groot belang om dit scherp te hebben.

Integendeel, toen zij waarnamen dat mij het evangelie van de voorhuid is toevertrouwd, zoals Petrus dat van de besnijdenis... Namelijk het evangelie van de besnijdenis. Als je het goed Nederlands leest, laat Paulus hier de woorden 'het evangelie van' weg, maar we hebben het evangelie van de voorhuid aan Paulus en zoals Petrus dat van de besnijdenis heeft. Hoezo hetzelfde evangelie? Dat is toch bizar? Aan Paulus is dat evangelie van de voorhuid toevertrouwd en aan Petrus het evangelie van de besnijdenis, al veel eerder. Hoezo hetzelfde evangelie? Dat is toch verschillend? Nee, niet andersoortig, maar wel verschillend.

En wat is het idee van het evangelie van de besnijdenis? Petrus' evangelie werd gekarakteriseerd door de besnijdenis. Logisch, door Israël. Want hoe was het? In zijn boodschap en die van de twaalf – alleen al als ik zeg 'de twaalf', dan weet je al dat het iets met Israël te maken moet hebben – brachten zij het evangelie van het koninkrijk van de Heer die in die dagen zou terugkeren. Waarom? Omdat de Messias Zijn plaats zou gaan innemen in Jeruzalem als Koning en vanuit Israël de wereld zou gaan regeren. Dat was de boodschap, dat is het evangelie van de besnijdenis. Paulus wist inmiddels meer: dat het niet in die dagen zou gebeuren, maar dat God nu een omweg maakt via de natiën. Dat is Romeinen 11 dan weer, waar hij dat allemaal uitlegt. Maar dat is van een andere orde.

Hij zegt er ook bij: "want Hij die inwerkt in Petrus tot apostelschap van de besnijdenis..." Met andere woorden, Petrus' apostelschap wordt gekarakteriseerd door de besnijdenis. Voor wie was het en voor wie was het bestemd? Vooral ook: waardoor wordt het gekarakteriseerd? Door de besnijdenis. Kijk, Petrus opende ooit wel de deur naar de natiën, maar hij ging er trouwens zelf nooit doorheen. Dat was die poort bij Caesarea, dat was een haven, een poort dus. Hij heeft ooit de deur geopend, en weet u wie daar bij Caesarea iedere keer naar de natiën toe ging? Paulus. Die ging door de poort. Vanuit die haven is hij op diverse zendingsreizen via de zee bij die poort op weg gegaan. Petrus opende die poort, maar hij was en bleef de apostel van de besnijdenis. Paulus zegt dat Hij die inwerkt in Petrus tot apostelschap van de besnijdenis, ook in mij werkt voor de natiën.

Met andere woorden: het zijn weliswaar twee bedieningen en zelfs twee typen evangelie. Hoort u wat ik zeg? Twee typen evangelie. Allos, niet heteros. Maar het is één soort en ook één Heer. Dezelfde Heer die eerst Petrus en de twaalf een bediening heeft toevertrouwd, een evangelie heeft gegeven, en later Paulus. Dezelfde Heer. Het is van belang om te zien dat het inderdaad dezelfde bron heeft, maar het is ook van belang om het verschil te zien. Want anders heb je het nergens over, hè? Het gaat juist hier om het verschil.

En dan komen we in vers 9: "en de genade erkennend die aan mij gegeven wordt..." Het gaat hier dus over degenen die in aanzien waren. Oké, ze hebben moeite gehad. Tot op hoge leeftijd heeft Petrus altijd moeite gehad met Paulus. We hebben het er wel vaker over gehad, herinner ik me nu ineens. Als Petrus het nog heeft over Paulus, dan zegt hij: "onze geliefde broeder Paulus", maar hij merkt ook op dat zijn brieven moeilijk te verstaan zijn.

Vooral als het gaat over de langmoedigheid van de Heer, over dat uitblijven van Zijn terugkeer. Maar als je wilt weten hoe dat zit, dat de Heer maar niet terugkomt, dan moet je bij onze broeder Paulus wezen, die in al zijn brieven over deze dingen spreekt. "Zwaar om te verstaan," zegt Petrus. Je zou zeggen: dat is niet het eerste het beste. Nee, maar als je dat allemaal wilt weten, dan moet je bij Paulus wezen.

En ondanks die moeite en dat onbegrip hebben de apostelen Paulus' bediening erkend. "En de genade herkennend die aan mij gegeven wordt..." Ze hebben het beseft, ze hebben het gezien, ze hebben het waargenomen en ze hebben het vastgesteld. En let op wat ze doen.

De Rechterhand van Gemeenschap: een Strikte Taakverdeling ↑ hoofdstukken

Toen hebben Jakobus, Kefas en Johannes, die voor steunpilaren golden — en dan denk ik vooral: zij waren de steunpilaren in Jeruzalem, maar ook onder de twaalf — de rechterhand van gemeenschap gegeven. Zij waren, als je het nazoekt, Jakobus, Petrus en Johannes. In ieder geval die drie namen die altijd onder de twaalf de steunpilaren waren, de 'inner circle'. Jakobus is in dit geval natuurlijk de broeder des Heren, die ook in Galaten 1 vers 19 al was genoemd. En Kefas, dat is Petrus. Het is trouwens zo dat Kefas Aramees is en Petrus Grieks, maar allebei betekent het 'rots'. Paulus noemt hem soms Petrus — in vers 7 noemde hij hem nog Petrus — en hier noemt hij hem dan weer Kefas. In zijn eigen kringen in Palestina, in het Joodse land en in Jeruzalem, werd hij Kefas genoemd, want dat is de Aramese naam.

Jakobus, Kefas en Johannes, die we natuurlijk ook kennen van de brieven en de Openbaring, zij golden dus voor steunpilaren. Wat ik zo ontzettend mooi vind van deze opsomming, is dat we hier klip-en-klaar een sleutel in handen krijgen hoe we het Nieuwe Testament hebben in te delen. Want van wie hebben we de brieven? Aan de ene kant van Paulus, en aan de andere kant van Jakobus, Petrus en Johannes. Precies in die volgorde ook nog eens. De volgorde van de brieven in de oudste manuscripten, zoals de Sinaiticus en de Alexandrinus, is dat je daar gewoon de volgorde hebt van Jakobus, Petrus en Johannes. De geschriften van Jakobus, Petrus en Johannes horen inderdaad bij elkaar, alleen staan ze daar niet na Paulus, maar juist vóór Paulus. Eerst de Jood. Ik ben het er ook niet mee eens dat ze in de huidige uitgaven van het Nieuwe Testament — die gebaseerd zijn op de Vulgata en eigenlijk op Rome — dat hebben omgekeerd. Dat is ten onrechte, want in de oorspronkelijke manuscripten staan ze vóór de brieven van Paulus. En terecht.

Het is van groot belang om te zien dat hier iets wordt gezegd over de mannen die ons de brieven hebben nagelaten, buiten de brieven van Paulus om: Jakobus, Petrus en Johannes. Er staat bij dat deze drie steunpilaren aan Paulus en zijn medewerker Barnabas de rechterhand van de gemeenschap hebben gegeven. Zij — Jakobus, Kefas en Johannes — reikten aan Paulus de rechterhand. Dat betekent inderdaad gemeenschap; je spreekt van de rechterhand. Als je iemand de hand geeft, dan druk je daarmee eenheid uit. Vandaar dat ik het ook een kwalijke zaak vind als je elkaar de hand niet meer mag geven, want dat creëert verdeeldheid. Maar goed, dat doet hier nu niet ter zake. De rechterhand reiken, dat was wat hier gebeurde.

En waarom de rechterhand? Dat spreekt natuurlijk van voorrang. Ook in de Bijbel is iemand die je aan de rechterhand zet degene die de hoogste positie krijgt; je geeft diegene voorrang. Als Jakobus, Petrus en Johannes aan Paulus de rechterhand geven, dan geven ze hem daarmee ook voorrang. Ze reikten aan hem en aan Barnabas de rechterhand van gemeenschap. Dat betekent dat beide bedieningen hun van God gegeven plaats hebben. Bij zowel Paulus als Jakobus, Petrus en Johannes wordt hier een gemeenschap uitgedrukt. Het is de expressie van eenheid.

Wat was dan de afspraak? Opdat wij — Paulus en Barnabas — voor de natiën zouden zijn, maar zij voor de besnijdenis. Wij, Paulus en Barnabas, gaan naar de natiën. Lees het zoals het er staat: de natiën zijn gewoon de volkeren, zonder onderscheid. Paulus heeft een universele boodschap voor de wereld, voor Jood en Griek, voor iedereen. Maar zij — Jakobus, Kefas en Johannes — zijn voor de besnijdenis. Dat is, om het eventjes deftig te zeggen, een etnisch-religieuze beperking. De bediening van Paulus en Barnabas was universeel voor de natiën, maar die van Jakobus, Petrus en Johannes was speciaal gericht op de besnijdenis van oorsprong. Hun boodschap was in de eerste plaats voor Israël. Pas als Israël het Evangelie zou aanvaarden, dan zou het via Israël naar de natiën gaan. Dat was het Evangelie wat aan hen toevertrouwd was: zij voor de besnijdenis.

Dat betekent overigens niet dat Jakobus, Petrus en Johannes niet naar het buitenland gegaan zijn. Integendeel, van Johannes weten we dat, en van Petrus trouwens ook. Ze zijn wel degelijk over de grenzen gegaan, maar voor de besnijdenis. Dat wil ik de volgende keren ook graag laten zien: dat zij zich inderdaad richten tot de besnijdenis, of dat nu in het binnenland of in het buitenland was, in Israël of onder de natiën.

Een Sleutel voor het Nt: de Misvatting van de 'katholieke' Brieven ↑ hoofdstukken

En nou ziet u ook, en daarmee wil ik dan ongeveer afsluiten, dat die benaming van de brieven van Jacobus, Petrus en Johannes gewoon volstrekt niet klopt. Want hoe worden die brieven altijd genoemd? De katholieke brieven. Dat is het niet. Of ja, dat is het wel; in heel veel Bijbeluitgaven staat dat er volgens mij boven: de katholieke brieven. En katholiek betekent letterlijk: ‘kat’ betekent ‘naar’ en ‘holiek’ komt van ‘holos’, voor het geheel. Dus algemeen; het zouden algemene brieven zijn. Wat is dan kanoniek? Nee, dat is apocrief. Je hebt apocriefe en je hebt kanonieke boeken. Maar we hebben het nu over de katholieke brieven. Wij denken dan meteen aan Rooms-katholiek, maar dat is iets anders. Wat eigenlijk Joods-katholiek is. Ja! Nou, het zijn gewoon besnijdenisgeschriften. Dat is wat hier gewoon staat.

Lees gewoon wat er staat en dan weet je tot wie Jacobus, Petrus en Johannes zich richten. Nu hebben we hun brieven nog niet eens gelezen — dat gaan we nog doen — maar als het gaat om hun adressering en over wat zij te vermelden hebben, dan is dat evangelie van de besnijdenis daar helemaal in te herkennen. Dat gaan we allemaal nog doen, maar op voorhand weet je al door de officiële afspraak dat deze mannen, als zij geschriften hebben nagelaten — en die hebben wij in het Nieuwe Testament, in deze volgorde ook — gericht zijn aan de besnijdenis.

Men bedoelt namelijk altijd te zeggen: "Ja, Paulus schreef aan de gelovigen in Rome, Korinthe, Galatië, maar Jacobus, Petrus en Johannes richtten zich tot iedereen." Dat is precies een omkering van zaken. Paulus richt zich tot de natiën. Oké, soms tot een specifiek adres onder de natiën, maar hij richt zich tot de natiën. Hij begint de Korinthebrief ook met te zeggen: "aan alle gelovigen en heiligen in Christus Jezus, en aan allen die allerwege de naam van de Heer aanroepen." Gewoon iedereen dus. Jacobus, Petrus en Johannes hebben juist een hele specifieke bediening. Niet een katholieke of algemene, nee, een speciale bediening voor de besnijdenis. En dat is logischerwijs ook herkenbaar in hun brieven, maar dat is een onderwerp voor de volgende keer.

Ik hoop dat ik het in ieder geval duidelijk heb gemaakt dat als we het hebben over de geschriften van Jacobus, Petrus en Johannes, die inderdaad gericht zijn aan de besnijdenis. Ze zijn van grote waarde, ook voor ons om daar kennis van te nemen en ze te bestuderen, maar weet het verschil: Paulus voor de natiën, Jacobus, Petrus en Johannes voor de besnijdenis. De volgende keer gaan we dat nader bezien. Ik denk dat er nog heel wat over te melden is, maar ik zie dat we inmiddels een uur hier hebben gezeten en nagedacht hebben over dit onderwerp. Dus ik denk dat het verstandig is om er nu eens even een punt achter te zetten.

🎧 het Evangelie van de besnijdenis (1)
Delen: