de gelijkenis van de vijgenboom
13-02-2022 - Geplaatst door Andre Piet13 februari 2022, Benthuizen
In Matteüs 24, de tweede bergrede, zegt Jezus tegen zijn leerlingen dat wanneer zij de vijgenboom zien uitbotten, zij weten dat de zomer nabij is. En men zou de gelijkenis daarvan kennen. Wat houdt die gelijkenis in? En waar spreekt de vijgenboom van? Klopt het dat het uitbotten van de vijgenboom zou slaan op de oprichting van de Joodse staat in 1948? Zo niet, waar spreekt het dan wel van?
Correctie: de bewering aan het begin van de lezing dat we in Nederland geen vijgenbomen aantreffen, klopt niet 😉
Powered by RedCircle
📝 Samenvatting & Transcriptie van deze lezing
⏱️ Hoofdstukindeling van deze studie:
- Biologische en Algemene Bijbelse Kenmerken van de Vijgenboom
- De Vijgenboom als Type van de Natie Israël
- Lukas 13: de Onvruchtbare Vijgenboom in de Wijngaard
- Mattheüs 21 en Marcus 11: de Verdorde Vijgenboom Langs de Weg
- Verdord 'tot in de Aion' (niet tot in Eeuwigheid)
- De Olijfberg (het Koninkrijk) Verborgen in de Volkerenzee
- Mattheüs 24: de Uitbottende Vijgenboom in de Toekomst
- Het Misverstand over de Oprichting van de Joodse Staat in 1948
- Habakuk 3: Al Zou de Vijgenboom Niet Bloeien, Nochtans Zal Ik Juichen
Biologische en Algemene Bijbelse Kenmerken van de Vijgenboom ↑ hoofdstukken
Ik wil jullie vanmorgen graag eens meenemen naar een onderwerp waarvan u misschien op het eerste gezicht denkt: "Hé, is dat niet meer voor zijn broer weggelegd?" Het heeft namelijk iets biologisch, het heeft met de natuur te maken. Dat klopt, het heeft iets met de natuur te maken en toch is het echt een Bijbelstudie: de gelijkenis van de vijgenboom. Vroeger schreef je 'vijgeboom' en tegenwoordig 'vijgenboom'.
Laat ik eerst eens een paar dingen vooraf mogen zeggen voordat we werkelijk de Bijbel gaan openen. Nou zitten hier mensen die dat veel beter weten dan ik, maar de biologische naam van de vijgenboom is de Ficus Garica. Ja, oké, hier in onze contreien tref je ze trouwens nooit aan; dan moet je toch echt wat zuidelijker wezen, met name in het gebied rond de Middellandse Zee. Dit is zo’n vijgenboom, de Carica... anderen zeggen: "Het is Carica." Oh, niet Garica? Ik dacht, eens even kijken of die Boskoper ook nog wakker is. Carica. Nou, daar zit het. Nou, dan durf ik niks meer te zeggen; jullie kunnen ons alles wijsmaken. Ik ga jullie wat wijsmaken!
Het is trouwens heel eigenaardig, ik moet nu heel erg op mijn teller gaan letten. Ik heb begrepen dat het een van de enige bomen is – althans, laat ik heel voorzichtig zijn: een van de weinige bomen – u ziet wat u me aandoet, u maakt me ontzettend onzeker... Toch vertoont deze boom geen bloesem. En dat is wel heel uniek. De bloemen zijn namelijk onzichtbaar in de schijnvrucht. Ik heb namelijk begrepen – u merkt de onzekerheid en de slag om de arm – dat een vijg eigenlijk helemaal geen vrucht is, maar een schijnvrucht, omdat de vrucht er eigenlijk binnenin zit.
Maar goed, er zijn een aantal dingen. Zeg, zeg het nog eens... ga jij mij nu ook nog onzeker maken? Ik wou net zeggen: wie ben je dan ook? Ja, ik weet het, de vijg is heel gezond. Het bevat veel vitaminen en suiker trouwens ook, en het werkt laxerend, heb ik ook begrepen. Het is bovendien geneeskrachtig; kijk maar eens na in 2 Koningen 2. Bekend is de boom, of de vijg – niet de vijgenboom zelf, maar de vrucht daarvan. De schijnvrucht staat bekend om zijn zoetigheid en iedereen die weleens een vijg gegeten heeft, die weet waarom dat zo is.
Waar de vijgenboom natuurlijk vooral bekend om is, zijn de grote bladeren. Ja, en daar wist het eerste mensenpaar ook al het een en ander over te melden, want die maakten zich daar schorten van om hun naaktheid te bedekken. Dat was eigen werk, want God gaf daar een andere bedekking voor in de plaats door een dier te slachten. Daar zit een hele diepgang in: geen eigen werken, maar de Heer zelf die inderdaad door middel van de dood van een ander de mensheid bekleedt.
Over die bladeren komen we straks nog even te spreken, maar wat groeit er zoal in een vijgenboom? Nou, tollenaren bijvoorbeeld. Als je hard schudt, komt er misschien nog geld uit ook. Er klom er trouwens één in een wilde vijgenboom. Dat is... hoe heet hij ook alweer? Weet u dat niet? Ja, één-één, ja. Wat een competitief spelletje begint het hier te worden!
En dan wil ik tenslotte nog even zeggen: het is spreekwoordelijk in de Bijbel dat 'onder de vijgenboom zitten' eigenlijk een aanduiding is van rust en van welvaart. En ook van schaduw, want de vijgenboom heeft grote bladeren en geeft dus veel schaduw. Je leest dan ook, bijvoorbeeld in 1 Koningen 4, dat ieder zat onder zijn eigen vijgenboom. Dat wil zeggen: er was grote rust in het land. En van Nathanaël lees je natuurlijk ook dat hij onder de vijgenboom zat.
Nou ja, tot zover wat algemene opmerkingen over de vijgenboom om een klein beetje in de stemming te komen. Het is een boom die je hier nooit aantreft, maar nu weten we in ieder geval ongeveer waar we het over hebben.
De Vijgenboom als Type van de Natie Israël ↑ hoofdstukken
Trouwens, de vijgenboom in het Oude Testament, of zoals de Joden dat noemen: de Tenach — de Wet, de Profeten en de Geschriften. In de Hebreeuwse Bijbel is de vijgenboom een type van Israël. Het duidelijkste voorbeeld daarvan vind je in Hosea 9. Daar lees je dat gezegd wordt: "Als druiven in de woestijn vond Ik Israël". Hier is God Zelf aan het woord, bij monde van Hosea dan.
"Als druiven in de woestijn vond Ik Israël", waarmee overigens is gezegd dat ook de wijnstok en de wijngaard — ook daar kom ik nog op terug — een type is van Israël. Maar de vijgenboom ook, en dan staat erbij: "namelijk als vroege vijgen, als eerste opbrengst aan de vijgenboom zag Ik uw vaderen". Dat wil zeggen: de vaderen in de woestijn, dat was eigenlijk de eerste vrucht van de vijgenboom. Waarmee dus maar gezegd is dat inderdaad die vijgenboom een type is van Israël. Maar dat is eigenlijk alleen maar een springplank en een aanloop om nu in het Nieuwe Testament aan te komen.
Lukas 13: de Onvruchtbare Vijgenboom in de Wijngaard ↑ hoofdstukken
Want ik wil u vanmorgen meenemen naar een drietal schriftplaatsen of passages waarin sprake is van de vijgenboom. De eerste is te vinden in Lukas 13. Daar vind je een vijgenboom in de wijngaard. Laten we daar naartoe gaan. Er staat dat de Heer Jezus deze gelijkenis sprak, en dan moet u de context er even bij betrekken. Zojuist had de Heer gezegd dat het volk waar Hij Zich toe richtte — en met name ook de leidslieden — onwillig was om te luisteren, de boodschap tot zich te nemen en zich daarop te bezinnen. In onze vertalingen staat meestal 'bekeren', maar eigenlijk wil het Griekse woord metanoïa zeggen dat ze er niet over wilden denken of wilden omdenken. Dat is wat metanoïa eigenlijk is. In die context van afwijzing, door de natie die niet wil horen, sprak Hij dan deze gelijkenis.
Er staat: "Iemand had een vijgenboom die in zijn wijngaard was geplant." Hier komen we twee typen tegen die allebei spreken van Israël. De wijngaard is een type van Israël als volk. U leest in Jesaja 5 een heel aantal verzen achter elkaar waarin God Zelf de vergelijking maakt dat Israël als een wijngaard was die Hij helemaal had toebereid. Hij zocht vrucht, maar tevergeefs. In dat beeld is de wijngaard een type van Israël als volk, terwijl de vijgenboom — wat in de loop van deze toespraak meer uit de verf zal komen — ook een type is van Israël, maar dan als natie, als nationale eenheid. De betekenis ligt dus heel dicht bij elkaar. Vandaar ook dat die vijgenboom in de wijngaard was geplant.
De gelijkenis gaat verder: iemand had een vijgenboom die in zijn wijngaard was geplant en hij kwam om vrucht daarin te zoeken. Tevergeefs, want hij vond niets. Die vrucht is uiteraard het resultaat van Zijn prediking. Wij spreken daar ook over als iets dat vruchtbaar is; ook werk is vruchtbaar of een woord dat je spreekt is vruchtbaar. Dat wil zeggen dat het resultaat uitwerkt; een woord wordt gesproken opdat het gehoord en ter harte zou worden genomen. Dat is de vrucht van hetgeen gesproken wordt. De gedachte hier is dat hij kwam om vruchten te zoeken en niets vond. Hij zei daarop tegen de wijngaardenier, degene die de wijngaard beheert: "Neem waar, sinds drie jaar kom ik vrucht zoeken in deze vijgenboom en ik vind niets."
Met name die drie jaar is hier veelzeggend, want dat verwijst naar de Heer die inderdaad al drie jaren aan het arbeiden was. Zijn publieke bediening begon op Zijn dertigste. Dat weten we ook uit hetzelfde Lukas-evangelie: dat Hij dertig jaar oud was toen Hij gedoopt werd in de Jordaan door Johannes de Doper. Toen was Hij dus dertig en hier wordt inderdaad gesproken over drie jaar. Er zijn verschillende routes waarbij je die conclusie kunt trekken, dat de Heer inderdaad ruim drie jaar heeft gearbeid vanaf Zijn doop in de Jordaan. Toen begon Zijn publieke bediening, Zijn prediking onder het volk. Dat heeft bijvoorbeeld alles te maken met de zeventigste jaarweek, maar die wil ik nu even laten rusten, al heb ik het toch even genoemd.
Als je de evangeliën leest en de jaartallen van onze jaartelling erbij vermeldt — die overigens enigszins omstreden zijn, maar ik ga ervan uit dat het jaar 30 Anno Domini het jaar is dat de Heer is gestorven — dan krijg je in het jaar 26 dat Hij gedoopt werd in de Jordaan. Een half jaar later viert Hij het eerste paasga, waarvan u in Johannes 2 vers 13 leest dat Hij het paasga vierde. Het tweede paasga vindt u in Johannes 5. Daar kom je eigenlijk alleen achter als je het vergelijkt met hoofdstuk 4 vers 35, waaruit blijkt dat dit inderdaad het tweede paasga was. Dan wordt er expliciet weer melding gemaakt van een volgend paasga, de derde keer dus, in Johannes 6 vers 4. Dat was bij de wonderbare spijziging van de vijfduizend; er staat dat het paasga nabij was. En dan weten we ook dat Hij uiteindelijk bij het vierde paasga is gestorven. Precies op de dag van het paasga, op de dag dat het lam geslacht moest worden. Daar was een speciale datum voor, namelijk 14 Aviv of 14 Nisan — één maand met twee namen. Toen is Hij gekruisigd, en dat betekent dus dat er vanaf Zijn doop tot het eerste paasga een half jaar is geweest, en dan nog eens drie jaar tot Zijn sterven.
Deze gelijkenis sprak Hij uit enkele maanden, ik denk ongeveer een half jaar, voor het vierde paasga. Hij was nog in Galilea en zou nog naar Jeruzalem gaan, maar in ieder geval betekent dit dat er inmiddels al drie jaren gepasseerd waren dat Hij Zijn boodschap publiekelijk in Israël had gebracht. Vandaar ook dat Hij in deze gelijkenis kan zeggen: "Ik heb drie jaar lang gezocht naar vrucht, maar tevergeefs." Je kunt natuurlijk zeggen dat er toch mensen waren die gehoord hebben, maar als natie, nationaal bezien bij de leiding die de natie representeerde, vond Hij geen vrucht. Dus die drie jaren verwijzen daarnaar.
Sinds drie jaren komt Hij vrucht zoeken in deze vijgenboom en vindt niets. De goede verstaander weet dan waar het over gaat, waarbij de vijgenboom Israël is en de Heer degene is die drie jaren zocht naar vrucht. Er staat dat Hij dan zegt: "Hak haar om!" Als je een aantal jaren lang geen vrucht vindt, wat doe je dan? Beëindig Israël als natie, dat is het hele idee. Maak een einde aan die natie, want daar is toch geen goed garen mee te spinnen, om het zo te zeggen. Het argument is: "Waarom zou zij ook het land onproductief maken?" Waarom zou de grond nutteloos beslagen worden door zo'n boom die toch niets produceert? Oftewel: verwijder haar uit het land. Dat is het idee. Hak haar om, zodat er ruimte gemaakt kan worden. Verwijder haar uit het land. Wat hier feitelijk gezegd wordt is: maak een einde aan die natie en verwijder ze uit het land.
Maar dan zegt de wijngaardenier tegen hem: "Laat haar ook dit jaar nog staan." Doe er nog niets mee, ga haar nu niet omhakken. Laat haar ook dit jaar nog staan, terwijl ik rondom haar zal spitten en bemestingen zal werpen. Die drie jaren zijn gepasseerd en nu zegt de wijngaardenier: nog één jaar. Hij zegt dat hij in dit jaar gaat graven en spitten en bemestingen zal werpen. Dit is het jaar dat de Heer zou sterven en opstaan. Als ik daar dieper over doordenk, dan zie ik daarin dat er inderdaad gegraven wordt: een graf. En vervolgens wordt er bemest — dat klinkt misschien wat vreemd, maar u begrijpt de gedachte — er wordt werkelijk voeding gegeven zodat die boom weer levend wordt. Dat spitten en bemesten zie ik inderdaad als verwijzingen naar het graf en de opstanding.
Maar ook wat er in dat graf gelegd wordt, namelijk voeding. Zo'n boom zou gaan leven. Dat is wat er gezegd wordt: dit jaar zou er verandering moeten komen. En de wijngaardenier zegt hier nog bij: "En indien zij inderdaad in het vervolg vrucht zal dragen..."
Dat was trouwens ook de gedachte. De Heer zou inderdaad sterven, opstaan en vervolgens – wat we zien in het boek Handelingen, meteen daarop, datzelfde jaar nog – volgt de prediking van de twaalf. Welnu, de Messias is gekruisigd, maar God heeft Hem opgewekt uit de doden, uit het graf. Vervolgens wordt aan de natie Israël de boodschap voorgehouden dat ze tot bezinning zouden komen, tot bekering zouden komen. En dat zij Degene die ze ooit hebben gekruisigd, nu alsnog zouden accepteren als Israëls Messias.
Zodat de vijgenboom inderdaad zou gaan bloeien... of nou ja, dat zeg ik, ik bedoel: hij zou geen bloesem geven, maar in elk geval vrucht dragen. Dat is het idee. "En indien zij inderdaad in het vervolg vrucht zal dragen..." De zin wordt niet afgemaakt, maar de gedachte is uiteraard dat die boom dan blijft bestaan, want dan draagt ze namelijk alsnog vrucht.
Maar indien niet... er worden twee opties genoemd. Of dat graven rond die vijgenboom en de bemesting zouden inderdaad resultaat hebben en de vijgenboom zou alsnog vrucht dragen, óf niet. Indien niet. Het wordt hier opengehouden. "Indien niet, dan zul je haar zeker omhakken." Dan gaat dat gebeuren.
En dat betekent dus inderdaad... en zo is het ook gegaan. Wij kijken nu achteraf terug op deze geschiedenis en we weten hoe het gegaan is. De boodschap is gepredikt nog in datzelfde jaar dat de Heer opstond uit de doden. Het is Israël voorgehouden en opnieuw hebben ze Hem verworpen. Het gevolg daarvan was dat de natie, de vijgenboom, alsnog zou worden omgehakt.
En dat is precies in die generatie gebeurd, veertig jaar later. Ik geloof inderdaad dat het precies veertig jaar is. Het is in het jaar 70 dat Jeruzalem is verwoest en de hele tempel in vlammen is opgegaan. Er heeft een enorme slachting plaatsgevonden; meer dan een miljoen Joden zijn in Jeruzalem omgekomen. Dat moet je even op je in laten werken: een miljoen, meer dan een miljoen.
In ieder geval, die boom is inderdaad omgehakt. Hier wordt het nog optioneel gezegd: gaat die boom alsnog vrucht dragen, ja of nee? Wij weten hoe het gegaan is. De boom is geen vrucht gaan dragen en is inderdaad ook omgehakt.
Eigenaardig genoeg wordt de gelijkenis niet verder vervolgd. Dat vind je veel vaker. Een gelijkenis is een verhaal, een illustratie, een parabool – dat is trouwens het Griekse woord daarvoor. Dat is vaak om iets te verbergen en bestemd voor de goede verstaander. In dit geval wordt men geacht te weten waar de vijgenboom van spreekt, waar die drie jaren van spreken en dat het geen vrucht oplevert. En ook dat de boom alsnog de kans krijgt om vrucht te dragen. En zo niet, dan zou ze worden omgehakt en inderdaad verwijderd worden uit het land.
Mattheüs 21 en Marcus 11: de Verdorde Vijgenboom Langs de Weg ↑ hoofdstukken
Dit is Lukas 13. En nu gaan we naar een tweede geschiedenis. Dit was een gelijkenis die de Heer Jezus heeft uitgesproken, enige maanden voordat Hij zou sterven. En nu komen we in de laatste week van Jezus' omwandeling op aarde, dat wil zeggen: voor Zijn sterven. We vinden de geschiedenis zowel in Matteüs 21 als in Marcus 11. Dit is geen gelijkenis, maar werkelijk een geschiedenis die heeft plaatsgevonden van de onvruchtbare vijgenboom. Hier in Matteüs 21 is het heel interessant. Ik was aanvankelijk van plan om beide Schriftplaatsen te bespreken, maar dat zou een beetje te veel tijd in beslag nemen. Dus ik kies nu even voor de wat snellere route. In Matteüs 21 vind je dan de geschiedenis vermeld en in Marcus 11 eveneens. Overigens worden er in Marcus 11 nog bepaalde details aan toegevoegd die we in Matteüs 21 ontbreken. Dus het is niet twee keer exact hetzelfde. Nee, het is een benadering vanuit een ander oogpunt en door een andere auteur beschreven, uiteraard. Ik volg nu even de lijn van Matteüs 21, maar ik zal er soms wat aantekeningen bij maken aan de hand van wat we vanuit Marcus 11 weten.
Er staat: "en vroeg in de morgen". Ik zei al: dit vond plaats in de week voor Jezus' kruisiging. Dus, als u mij vraagt: twee dagen eerder. Sommigen zeggen drie dagen, oké, dat maakt niet uit; in ieder geval in de laatste week. En dan lees je: "vroeg in de morgen bij Zijn terugkeer naar de stad." De Heer overnachtte gewoonlijk op de Olijfberg of in Bethanië bij Zijn vrienden, bij Maria en Marta. Hij keerde dan vervolgens vroeg in de morgen vanuit Bethanië weer terug naar de stad, naar Jeruzalem. Dat is inderdaad vanuit Bethanië, want dat lezen we in Marcus 11.
Om even een idee te geven hoe de plattegrond ervan is... Dit is niet een al te duidelijk plaatje, maar dit is de Olijfberg. Hier heb je het Kidron-dal, ziet u? En hier, weet je nog, Tom? We hadden het zojuist voor de samenkomst al even over het dal, het dal van Hinnom. Gehenna. U kent het misschien als de hel, maar dat woord kunt u beter weer vergeten. Maar als daar in de Bijbels gesproken wordt in het Nieuwe Testament over de hel, al in de NBG-vertaling, dan gaat het letterlijk over Gehenna. Dat is gewoon een Griekse naam voor het dal van Hinnom. Oké, nou, hier heb je dan de tempel. Of het helemaal klopt, dat vraag ik me af, maar goed, het geeft even een klein beetje een idee. Degenen die ooit in Israël geweest zijn — en als ik zo rondkijk, dan zie ik dat er heel wat mensen hier zijn die dat gedaan hebben. En er zijn ook mensen die zeggen van: "Nou, ik kom er straks toch wel, maar ik betaal er nu geen hondje voor." Ja, dat is ook een manier. Wat zei jij? "Het is nog vijf dagen." Jij denkt: ik maak liever andere vakanties. U ziet al vanuit Daniël te kijken van... daar in Zoetermeer schijnt het zonnetje toch ook veel.
Oké, terug naar de les. Hier heb je dus de Olijfberg en Bethanië lag aan de andere kant van de berg. Dat wil zeggen: hier heb je dus Jeruzalem en hier heb je Bethanië. Hier heb je ook nog Bet-Vagé. Dat wordt trouwens ook nog eens een keertje in de Evangeliën vermeld. Er waren trouwens twee routes om vanuit Bethanië naar de stad te gaan: via deze Jerichoweg en via de weg over Bet-Vagé. Welke route de Heer Jezus in dit geval genomen heeft, weet ik niet, dat doet ook niet ter zake. Maar in ieder geval: het is eigenlijk aan de andere kant van de Olijfberg. Dat is het idee. En u ziet het, dit is een kilometer, dus hemelsbreed is het ruim twee kilometer. Maar als ik je vertel dat het een berg is, dan doe je er langer over dan wanneer je hier twee kilometer over het vlakke moet wandelen.
Oké, en dan lees je dus dat Hij vanuit Bethanië, waar Hij overnacht had, nu met Zijn discipelen weer naar de stad gaat, naar de tempel waar Hij onderwijs zou geven op de weg. En Hij nam een vijgenboom waar aan de weg en Hij ging erheen. En Hij vond niets in haar dan alleen bladeren. Tja, dan zeg je... als je je even realiseert in welke tijd dit plaatsvond. Dit was dus enkele dagen voor het Pascha. Laten we zeggen 12 Aviv of eventueel 11 Aviv. Aviv betekent trouwens "lente". Ja, Tel Aviv: Lenteheuvel. Aviv is gewoon de lentemaand. Maar als u een beetje verstand hebt van bomen, dan weet u van: ja, maar een vijgenboom die geeft geen vrucht in de maand Aviv. Hij geeft trouwens een paar keer per jaar vrucht, twee of drie keer met gemak. Je hebt dan ook in de Bijbel de teksten over de vroege vijgen en de late vijgen. De vroege vijgen, dat zijn de lekkerste, de meest zoete heb ik begrepen; die worden al geplukt in juni of juli. Later in het najaar, in september, dan krijg je weer een nieuwe oogst.
Maar goed, dit is dus in Aviv. Hij nam dus een vijgenboom waar aan de weg, ging erheen en vond niets dan alleen bladeren. In Marcus 11 staat het er nog specifiek bij: "en bij haar komende vond Hij niets dan bladeren, want het was niet de periode van vijgen." Nee, het was in Aviv, in de maand Nisan, en dat zou nog een maand of twee duren voordat die boom daadwerkelijk vrucht zou produceren. Dus dat is toch niet zo gek dat je dan geen vrucht vindt in die boom? Maar ik ga u vertellen, en dat is de overeenkomst met die eerdere passage uit Lukas 13: hier is die vijgenboom natuurlijk ook weer een type, een beeld. Kijk, als je het alleen maar plat bekijkt, gewoon aan de oppervlakte, dan zeg je: wat een domme vergissing om in de maand — wat zal het geweest zijn — april om dan al vruchten te verwachten aan een vijgenboom. Dat is bizar. Ja, tenzij deze vijgenboom hier ook iets te betekenen heeft.
En dat is inderdaad het geval. Je leest namelijk: Hij zag niets dan alleen bladeren. Hé, die kennen wij op zich natuurlijk wel, en dit is ook meteen de link met wat we van het eerste mensenpaar lezen. Ja, zij bedekten zich met bladeren, maar dat was inderdaad een beeld van eigen werken. En dat had de vijgenboom — u begrijpt het: Israël — wel. Had ze vrucht? Produceerde ze vrucht? Nee, ze produceerde geen vrucht. Maar ze had wel veel vertoon. En ze had ook veel eigen... Dat is wat de vijgenboom eigenlijk uitbeeldt: gewoon dat wat de mens zich maakt om zijn schande, zijn schaamte, zijn naaktheid te bedekken. Om dat te maskeren. En God heeft daar niet zoveel mee. Ik heb een veel beter idee om dat te maskeren, namelijk door een dier te offeren. Ja, door een offerdier.
Oké, Hij vond niets dan alleen bladeren en ja, dat is inderdaad een uitbeelding van de natie Israël. Geen vrucht, maar wel een heleboel vertoon, waarbij de natie zich inspande om vooral haar schande te bedekken met haar eigen werken. Maar het was nog niet de tijd van vruchtdragen. En laat ik even verder lezen, want nu ga je ook begrijpen dat hier inderdaad zoveel meer diepgang in zit. Want er staat: "En Hij zei tot haar: tot in de aeon komt in u geen vrucht meer." Nou zegt u: "Hé, maar in mijn vertaling staat er iets anders." Dat klopt. In de Statenvertaling en de NBG-vertaling staat er "tot in eeuwigheid". En als u een NBV-vertaling hebt, dan staat er "nimmer". In beide gevallen lijkt het alsof het nooit meer goed komt met die boom, maar dat staat er dus niet.
Verdord 'tot in de Aion' (niet tot in Eeuwigheid) ↑ hoofdstukken
En nu zie je ook meteen hoe belangrijk het is om zicht te hebben op dat woord 'aeon'. Op het moment dat je daar 'eeuwigheid' van maakt, dan wordt het ineens troosteloos, want dan komt het namelijk nooit meer goed! Tot in eeuwigheid niet! Dat is trouwens ook wat de kerk altijd gepredikt heeft over Israël, nietwaar? Die boom, men zag altijd wel: die vijgenboom is een beeld van Israël. Dat kan eigenlijk ook niet missen natuurlijk. Die vijgenboom is een beeld van Israël, maar die produceerde geen vrucht en de Heere heeft gezegd: "Tot in de aeon groeie er geen vrucht meer aan de boom." Er staat niet: "tot in eeuwigheid".
De Bijbel spreekt in Matteüs over het einde van de aeon, maar ook over de toekomende aeon. Sterker nog: over de toekomende aeonen. Met andere woorden, het hele idee dat een aeon een eeuwigheid is en dat er geen einde aan zou komen, dat is bizar. De Bijbel spreekt juist over het einde van de aeon. Dus in plaats van dat een aeon eindeloos zou zijn, is een aeon juist een periode, een wereldtijd. Dat kan heel lang zijn, dat weet ik wel, maar in ieder geval heeft het een begin en een einde. De Bijbel spreekt ook over de aeonen en de voorgaande aeonen. In dit gezelschap is dit natuurlijk bekende stof, maar ik wil er bij deze gelegenheid toch nog eventjes extra een dikke streep onder zetten hoe belangrijk het is om te zien dat hier inderdaad sprake is van die vijgenboom die geen vrucht meer zou produceren. Niet 'nooit meer' of 'tot in eeuwigheid niet'. Nee, 'tot in de aeon'. Dat is iets heel anders.
Want in de toekomende aeon, zal ik u vertellen, gaat de vijgenboom alsnog vrucht dragen. Het was nog niet de tijd van het vruchtdragen toen de Heer hier in Zijn bediening op aarde kwam. Hij heeft gepredikt, Hij zocht vrucht, maar Hij vond het niet. Het was ook nog niet de tijd. De tijd dat de boom wel vrucht zou dragen, die zou nog komen, maar niet in deze aeon, niet in dit wereldtijdperk. En als ik u vertel dat deze aeon — waar Hij toen ook liep — al duizenden jaren duurt, want deze aeon begon al in de dagen van Noach en die gaat door tot over een paar jaar zeg maar, dan houdt hij op. Dan breekt de toekomende aeon aan, oftewel de duizend jaren, maar dat is een heel nieuwe wereldtijd. Dus tot in de aeon komt er nu geen vrucht. En er staat bij: "en de vijgenboom verdorde terstond."
Dat is heel interessant, want ik lees in vers 20 dat de leerlingen het waarnamen en zich verwonderden. Nou is het heel interessant, want als je alleen Matteüs zou hebben, zou je denken dat het op datzelfde moment gebeurt. Het kan best zijn dat het verdorren meteen begon, maar als je nu in Marcus 11 vers 20 leest, dan lees je dat ze de volgende ochtend opnieuw weer langs die boom komen. Bij het passeren van de boom — ze gaan dus weer dezelfde weg — dan ineens stellen ze het vast. Je leest ook bij Petrus: "Hé, die boom van gisteren, die is helemaal verdord!" De leerlingen namen het waar en verwonderden zich en zeiden: "Hoe is de vijgenboom zo terstond verdord?" Dat was echt gewoon binnen één dag compleet verdord. Er staat in Marcus trouwens nog bij: "vanaf de wortels aan toe". Vanaf de wortels was hij verdord.
Zie je trouwens hoe dat ook werkt met Bijbelstudie in het algemeen? Ik gebruik heel vaak het beeld van de puzzelstukjes; hoe het beeld gecompleteerd wordt wanneer je Schrift met Schrift vergelijkt. Wat in Matteüs niet duidelijk is, of wat je vanuit Matteüs niet direct zou zien, daar wordt gezegd: "en de boom verdorde terstond." En de discipelen namen het waar. Ja, maar pas de volgende dag namen ze inderdaad waar dat die boom verdord was en dan pas vindt dat gesprek plaats. Heel apart. Maar wat natuurlijk vooral apart is, is dat die boom die zo vol met bladeren was, meteen — of in ieder geval een dag later zagen ze dat — compleet verdord was. Het was zo opvallend omdat ze juist een dag eerder nog dat hadden waargenomen. De Heer Jezus had gezegd: "In u groeie geen vrucht meer tot in de aeon." En een dag later komen ze en dan zien ze inderdaad die boom compleet verdord.
Daar zegt de Heer Jezus trouwens nog iets bij. Jezus antwoordde en zei tot hen: "Amen, voorwaar Ik zeg jullie: indien jullie geloof zouden hebben en niet twijfelen..." Weet je wat de beste manier is om geloof te hebben en niet te twijfelen? Ik weet dat er natuurlijk van die predikers zijn, of van die mensen die daar roepen: "Dan moet je heel hard geloven!" Hoe dat in zijn werk gaat, weet ik ook niet. Meestal betekent het gewoon heel hard schreeuwen, zodat je de stilte van je twijfel overschreeuwt. Want daar komt het echt op neer. Je kunt er hele volle zalen mee trekken hoor: "Tjaka! Geloof!" En niet alleen in de seculiere wereld, maar ook in de christelijke wereld: als je dan maar gelooft. Dus als je de innerlijke overtuiging maar hebt en als die maar sterk genoeg is, dan gebeurt het wel.
Maar hoe kun je werkelijk geloven zonder te twijfelen? Als je werkelijk grond onder je voeten hebt, als je weet dat je staat op de Rots der eeuwen, dan twijfel je niet. Maar dan weet je het ook zeker, niet omdat je innerlijk zo zeker bent. Dan gooi je eigenlijk het anker in het ruim. In je eigen ruim, dat moet je niet doen! Dan ontleen je de zekerheid aan je eigen gevoel, maar er is niets zo misleidend als dat. Nee, als je werkelijk zeker wilt zijn, dan moet je steunen op het Woord van God. Dan kun je ook werkelijk heel zeker zijn. Ik weet het absoluut zeker, want er staat geschreven. Ik vind dat zo prachtig. We zingen hier nooit psalmen en er is ook geen directe oproep om dat wel te doen, maar in de kerk zongen we die psalm — ik weet even niet eens welke psalm dat is: "Ik roem in God, ik prijs 't onfeilbaar woord." En dan gaat het verder: "Ik heb het zelf uit Zijnen mond gehoord." Hoe weet ik dat nou zeker? Nou, Hij heeft het me Zelf verteld. Het staat geschreven, dat Woord. Dat is zo vast, zo solide.
Wat de Heer Jezus hier ook zegt: "Amen, Ik zeg jullie, indien jullie geloof zouden hebben en niet twijfelen, niet alleen wat met de vijgenboom is gebeurd zullen jullie doen..." Ja, dan moet je wel even weten waar de vijgenboom dus een beeld van is. Dit gaat er natuurlijk niet om dat er hier een vijgenboom vervloekt wordt vanwege het misverstand dat de Heer Jezus twee maanden te vroeg daar kwam, nee natuurlijk niet. Het punt is: dit is een teken. Die vijgenboom spreekt ergens van, namelijk van de natie Israël. En wat de Heer hier al zegt, dat van de vijgenboom zullen jullie ook doen. Dat zullen jullie doen. En in geloof zouden inderdaad de leerlingen — de apostelen inmiddels — de vijgenboom de ondergang aanzeggen. Zo is het inderdaad ook gegaan. Dus wat de Heer letterlijk deed met de vijgenboom, dat zouden zij echt doen, oftewel in overdrachtelijke zin door de vijgenboom, de natie Israël, de ondergang aan te zeggen, zodat Israël ter plekke zou verdorren. Maar zelfs: niet alleen wat met de vijgenboom is gebeurd zullen jullie doen, maar zelfs tot deze berg zouden jullie zeggen...
De Olijfberg (het Koninkrijk) Verborgen in de Volkerenzee ↑ hoofdstukken
Welke berg was dat? Ik bedoel niet die andere, nee, déze berg. Ze liepen destijds van Bethanië naar Jeruzalem, dus dat was de Olijfberg. En ik zal u vertellen: waar is die Olijfberg een type van? Dat is een heel uitgebreid onderwerp, want dan zouden we het ook nog eens over de olijf moeten hebben, terwijl we het nu over de vijgenboom hebben. Maar de Olijfberg op die plek is net zoiets als een vijgenboom in een wijngaard.
De Heer zegt: "Dan zouden jullie tot deze berg zeggen: wordt opgepakt." Dat staat daar in de passieve zin. De vertaling komt vaak niet helemaal uit de verf, maar het staat er echt: "wordt opgepakt en wordt geworpen in de zee." Die Olijfberg is een type van het Koninkrijk. Trouwens, dat is een berg in het algemeen al; als de Heer spreekt over het Koninkrijk, dan doet Hij dat vaak op een berg, zoals bij de Bergrede. Dat is namelijk een plaats van verhoging vanwaar geregeerd wordt. Wat de Olijfberg betreft, wordt die typologie helemaal sterk, want hier vertrok de Koning ooit en hier zal Hij ook weer gaan verschijnen. De berg staat inderdaad voor het Koninkrijk.
Nou, weet u wat er gaat gebeuren? En dat vind ik de geweldige diepgang in deze woorden; de meeste mensen ontgaat het. Als de Heer zegt: "Dat wat Ik nu gedaan heb, dat gaan jullie ook doen", dan zegt Hij dat ze niet alleen dat van de vijgenboom zullen doen, maar ook tot déze berg zullen zeggen — als type van het Koninkrijk. Zoals de vijgenboom spreekt van Israël, zo spreekt deze berg van het Koninkrijk. Dan zal deze berg inderdaad in de zee verdwijnen. Dat wil zeggen: onder de oppervlakte, zodat je hem niet meer ziet en hij verborgen wordt.
En als ik u vertel dat de zee een type is van de volkerenwereld, de volkerenzee? Ja, waar is het Koninkrijk dan? De vijgenboom verdorde, werd afgehakt en er bleef niets van over; hij werd uit het land verwijderd. En wat gebeurde er met het Koninkrijk? Nou, geheel in lijn daarmee, want het Koninkrijk wordt in de praktijk alleen maar openbaar via Israël. Maar als Israël, de vijgenboom, verdwijnt, wat gebeurt er dan met het Koninkrijk? Dat wordt verborgen. Waar? Onder de natiën, onder de volkeren, en er is niets meer van te zien. Dat is de tijd waarin wij nu leven.
Zie je dat als de Heer zoiets zegt, daar zoveel in besloten ligt? Dat is zo'n geweldige typologie en beeldspraak. Hij zegt: "Het zal geschieden." Hoezo? Wanneer is dat dan geschied? Nou, als je weet waar de vijgenboom en de berg van spreken, dan begrijp je het. Dus: wie oren heeft, die hore. Dat is een "oorvijg". Je hebt trouwens ook nog andere vijgen, maar daar hebben we het dan maar niet over. Goed, we gaan naar de derde.
Mattheüs 24: de Uitbottende Vijgenboom in de Toekomst ↑ hoofdstukken
Drie maal is scheepsrecht, als we op zee zijn. De uitbottende vijgenboom; eigenlijk was dit de aanleiding. U weet dat ik de man van de lange aanlopen ben en dan kom ik altijd in tijdnood als ik mijn eigen punt moet maken. Stopt dat? Nou ja, en dat is die van Mattheüs 24. Dat is een rede die de Heer een dag later... ja, of twee dagen later, nou ja, in ieder geval in diezelfde week hield. Want nu gaan we naar Mattheüs 24. In diezelfde week gaat de Heer zitten op de Olijfberg en dan komen de discipelen bij Hem. Ze wijzen Hem op de gebouwen van de tempel en de stad, en dan vragen ze aan Hem: "Vertel ons, wat is het teken van Uw parousia en het einde van de aion?"
Dan steekt Hij van wal. Hij gaat spreken over wat er allemaal zou gaan gebeuren aan het einde van de aion, op de Olijfberg. Mattheüs 24, de rede over de laatste dingen, maar dat is ook een bergrede. Zeker. In het Engels noemen ze het ook wel "the second summer of the mountain". Hoe was het ook weer? Ja, "second summer of the mountain", de tweede bergrede.
Maar in ieder geval, ik sla dertig verzen over. Dat is heel jammer, maar dat moet ik doen omdat de Heer gesproken had over de dingen die zouden gebeuren, over een gruwel van een afgodsbeeld die in Jeruzalem geplaatst wordt. Dingen die nog steeds moeten gebeuren, zeer aanstaande. Oké, want we zitten nu echt aan het einde van deze aion; het is een kwestie van aftellen. Eerder in Mattheüs 24 lees je: er zal een afgodsbeeld geplaatst worden in Jeruzalem en daar zal een grote verdrukking zijn, zoals er niet eerder geweest is en ook nooit meer wezen zal. Er staat trouwens: wie er dan in Judea zijn, die moeten maken dat ze wegkomen. Als je op het dak bent, ga niet nog eens even je spulletjes bij elkaar verzamelen. Je moet maken dat je wegkomt als je dat ziet. Dan moet je in de woestijn wezen.
En dan lees je vervolgens... ik haak aan bij vers 31, dat is na de verdrukking. In vers 29 lees je daarover: "Na de verdrukking van die dagen...". Ga het nu niet opzoeken, maar ik geef expres eventjes de versnummers erbij, zodat u het gewoon kunt zien. Want u weet het: controleer het. Pas dan moet je het geloven. Nu hoort u het bereidwillig aan, maar u moet nu nog niet geloven. U moet pas geloven als u het nagezocht hebt. Oké, straks dus. Dat is na de verdrukking, vers 29, en dan lees je ook dat de zon en de maan geen glans zullen geven. Ja, dat is aan het einde van de verdrukking; dan zullen de zon en de maan verduisterd worden.
En wat gebeurt er dan bij die gelegenheid? Dan zal de Ben Adam verschijnen. Nou ja, u zegt: die ken ik niet. Nou, dat is gewoon de Zoon des Mensen, de Erfgenaam van Adam. Dan zal de Ben Adam verschijnen. En dan staat erbij: "en de stammen van het land zullen heftig treuren". Want ze zullen namelijk zien wie zij doorstoken hebben. Ook dat wordt al in Zacharia 12 gezegd. In Jeruzalem zal er een grote rouwklacht worden aangeheven. De stammen van het land... we worden hier dus echt gebracht in de context, in de sfeer en in de geografische contreien van Israël, van Jeruzalem.
Dan staat er: Hij zal Zijn boodschappers afvaardigen met groot bazuingschal. Want dit is ook de dag van het bazuingschal; dat is een van de typen, aanduidingen van Zijn komst. Er wordt iets aangekondigd met bazuingschal. En zij zullen Zijn uitverkorenen bijeenvergaderen. Ja, bij Zijn uitverkorenen gaat het uiteraard over... kijk, dat was voor de Joodse luisteraars, voor de discipelen, volstrekt helder waar het hier over gaat, namelijk Zijn uitverkoren volk. Dat zal dan bij die gelegenheid wereldwijd worden verzameld, bijeenvergaderd. De hele natie Israël zal verzameld worden; alle Israëlieten zullen verzameld worden vanuit de vier winden, dat wil zeggen noord, zuid, oost en west. Vanaf het uiteinde van de hemel tot aan het andere uiteinde ervan. Kortom: gewoon wereldwijd, globaal.
Alle uitverkorenen worden verzameld, bijeengebracht. Trouwens, niet in het land maar in de woestijn; dat is een onderwerp apart. En vanuit de woestijn zullen ze... eigenlijk zoals dat ooit eerder gebeurd is. Vanuit de woestijn zullen ze naar het land toe gaan. Nou ja, de details doen nu even niet ter zake. Het gaat er nu om dat dit na de verdrukking is, bij de terugkeer van de Heer, die Zijn voeten zal zetten op, jawel, de Olijfberg. Die zal bij die gelegenheid trouwens in tweeën scheuren, want het koninkrijk wordt verdeeld. Mooi hè? Nee, daar gaan we het nu verder niet over hebben, maar ik vind het wel heel boeiend.
Maar dan worden de uitverkorenen verzameld en bijeengebracht. Ja, dat is inderdaad Israëls nationale herstel. En niet alleen het nationale herstel, maar ook het geestelijke herstel. De natie die we nu zien in het land, in het Midden-Oosten sinds 1948... ja, je zou kunnen verdedigen dat het een vijgenboom is, maar nog steeds een dode vijgenboom hoor. Er is nog geen erkenning van de natie. Het is nu ook nog niet de tijd trouwens, maar het komt wel. Nee, het nationale herstel, dat de Heer zelf het volk zal verzamelen, dat is bij die gelegenheid en dan ook met succes. En dan trouwens ook geestelijk; alles bij elkaar.
Nou oké, en dan lees je in vers 32: "En leert vanaf de vijgenboom de gelijkenis". De gelijkenis. We hadden het al eerder over de gelijkenis van de vijgenboom en nu spreekt de Heer weer over de gelijkenis van de vijgenboom. Ja, dit wordt dus tegen hetzelfde gezelschap gezegd. Ik ga ervan uit dat zij twee dagen eerder op dezelfde berg het teken van de vijgenboom hadden gezien. Dus nu gaat de Heer tegen die discipelen zeggen: leert van de vijgenboom deze les.
Wacht even. Dit zei Hij op de Olijfberg, net nadat nog vers in hun geheugen lag wat er had plaatsgevonden met die vijgenboom. Ja, en nou komt de vraag: hoe gaat die vijgenboom? Gaat die ooit bloeien? Jawel, kijk: "Leert van de vijgenboom de gelijkenis: wanneer haar tak sappig wordt, zacht wordt, en de bladeren uitspruiten" — zo staat het er letterlijk. Ja, wanneer gebeurt dat? In de lente, ja zeker, Aviv. En dan zal alsnog de boom gaan herleven en de Heer zegt dan ook: dan weten jullie dat de zomer nabij is. En weet u wat er gebeurt in de zomer? Ja, dan gaat de vijgenboom vrucht dragen.
Zo ook, en dat is de gelijkenis: "Zo ook, wanneer jullie al deze dingen waarnemen". Wat zijn "al deze dingen waarnemen"? Nou, waar de Heer zojuist in Mattheüs 24 over heeft gesproken: over de verdrukking, over het einde van de verdrukking, over het teken van de Zoon des Mensen, over dat Hij Zijn volk, al Zijn uitverkorenen, zal verzamelen van de einden des hemels en ze allemaal zal bijeenbrengen. Zo ook, wanneer jullie al deze dingen waarnemen — kortom: Israëls nationale herstel — weet dat het nabij is, voor de deur. Het nabij zijn is namelijk het einde van de aion. Oftewel: als deze aion eindigt, dan begint de volgende aion. Ja, en dat is dus die zomer.
Want dan zegt de Heer er nog bij: "Amen". Dus voorwaar. Dat is altijd een introductie tot iets wat je zou onderstrepen, wat met grote klem gezegd wordt. "Amen, voorwaar, Ik zeg jullie dat deze generatie geenzins zal voorbijgaan". En daar moet ik weer even bij zeggen: deze generatie is de generatie die al deze dingen zal zien. Namelijk de generatie die het nationale herstel van Israël zal meemaken. "Amen, Ik zeg jullie dat deze generatie geenzins zal voorbijgaan totdat al deze dingen geschieden". Dat wil zeggen: binnen één generatie.
Het Misverstand over de Oprichting van de Joodse Staat in 1948 ↑ hoofdstukken
Ik moet hier even iets bij zeggen, want dat is eigenlijk ook de directe aanleiding voor deze Bijbelstudie. U kent wellicht de uitleg – en ik heb hem al tientallen jaren gehoord – dat die uitbottende vijgenboom zou spreken van de oprichting van de Joodse staat. Ik kan het me nog heel goed herinneren; het was eind jaren zeventig en wij hadden thuis het boek 'De planeet die aarde heette' van Hal Lindsey liggen. Dat heeft mij destijds enorm geraakt. Deze Amerikaan – echt een Amerikaan, soms ook wel erg speculatief – heeft het profetische woord echt weer op de kaart gezet en de actualiteit daarvan laten zien. Hij heeft me echt wakker geschud.
Maar hij zei toen ook al: "Die vijgenboom hier in Matteüs 24, dat is Israël, en die Joodse staat is opgericht in 1948. Binnen een generatie gaat dit allemaal gebeuren." Tja, dan kun je gaan rekenen. Daar is trouwens heel veel voor te zeggen: een generatie duurt veertig jaar. Lees je inderdaad niet dat bijvoorbeeld het hele volk van Israël, die hele generatie, omkwam in de woestijn? En hoe lang duurde dat? Veertig jaar. Er werd destijds een levendig gesprek over gevoerd. Ik herinner me dat er wat later een boek uitkwam – ik meen dat het zoiets heette als '73 redenen waarom Jezus wederkomt in 1988'. Dan denk je: "Goh, dat klinkt wel heel indrukwekkend." Maar dat was allemaal gebaseerd op de gedachte dat 1948 het uitbotten van de vijgenboom was en dat veertig jaar later de zomer zou aanbreken, wat dan Zijn wederkomst moest zijn.
Inmiddels weten wij beter, want we zitten inmiddels in 2022. Dat zeg ik overigens helemaal niet als verwijt of iets dergelijks. Integendeel. Ik wil best een lans breken voor mensen die zich de actualiteit van het Woord realiseren. Maar ik wil er wel bij zeggen: vergaloppeer je daar niet in. Blijf staan op het Woord en trek geen conclusies naar jezelf toe. Die neiging hebben we allemaal; dat gold niet alleen voor Hal Lindsey, die neiging hebben wij ook. Als je je bewust bent van dat vooroordeel, die 'bias' zoals ze dat noemen, dan houdt dat je wakker en zuiver in je denken.
Waar spreekt de Heer hier namelijk over? In dit verband gaat het over het nationale herstel van Israël dat plaatsvindt ná de verdrukking, wanneer Hij Zijn uitverkorenen bijeen zal verzamelen. Dat ligt nog in de toekomst. Dat is het moment dat de vijgenboom gaat uitbotten en werkelijk leven zal vertonen en vrucht zal dragen. Dus niet in 1948; die vijgenboom moet nog gaan uitbotten en leven vertonen. De hele context van Matteüs 24 wijst daarop.
Dan zal het inderdaad binnen een generatie gebeuren. Sommige mensen houden van een schemaatje en die ben ik in dezen graag ter wille. Je hebt eerst de verdrukking – de grote verdrukking van die dagen – en die eindigt bij de verschijning van de Ben Adam, de Mashiach, Israëls Messias. Bij die gelegenheid zal Israëls nationale herstel plaatsvinden. Dat gebeurt trouwens ook niet allemaal op een achternamiddag. We hadden het er al over: het volk wordt dan naar de woestijn gebracht en vanuit de woestijn zal men optrekken naar het land. Is dan de zomer al begonnen? Is dan de hele wereld meteen al onderworpen? Nee, maar het gebeurt wel binnen één generatie.
Wanneer dat alles heeft plaatsgevonden, zal er een nieuwe aion aanbreken en dat is de zomer. Dan zullen alle volkeren delen in de vrucht van de vijgenboom. Dat is het geweldige: alle natiën zullen daarvan profiteren. De generatie die dit meemaakt, zal ook de zomer meemaken. Dat de hele wereld dan de vruchten zal plukken van het Messiaanse Rijk, dat is de zomer waar het hier over gaat. Dat zal binnen één generatie plaatsvinden, zodat het uitbotten van die vijgenboom inderdaad nog een toekomstig verschijnsel is. De hele context van Matteüs 24 wijst erop. Moet u daarom treuren en zeggen: "Nou, jammer dat het dan niet in 1988 plaatsvond"? Inmiddels weten wij wel beter. Maar we weten natuurlijk sowieso al dat het aftellen behoorlijk is begonnen.
Habakuk 3: Al Zou de Vijgenboom Niet Bloeien, Nochtans Zal Ik Juichen ↑ hoofdstukken
Ik wil nog één ding zeggen, eigenlijk ben ik al over mijn tijd heen, maar dit is ook een introductie voor het lied dat we straks gaan zingen. Ik wil u nog even meenemen naar één schriftplaats en dat is Habakuk 3. Het boekje Habakuk eindigt met de woorden die we straks gaan zingen: "Al zou de vijgenboom niet bloeien en geen opbrengst aan de wijnstok zijn, de vrucht van de olijfboom teleurstellen, zouden akkers geen spijs opleveren, de schapen uit de kooi verdreven zijn en er geen runderen in de stallingen zijn..."
Zal ik u vertellen wat dit zijn? Het zijn allemaal typen van Israël in de diaspora. De vijgenboom die niet bloeit, de wijnstok die niets levert — de wijnstok is immers ook een type van Israël. De olijfboom is eveneens een type van Israël; als u dat niet geloven wilt, moet u maar eens in Romeinen 11 kijken. En trouwens, de akker is ook het land, een type van Israël dat geen opbrengst oplevert. En de schapen in de kooi, dat is ook een heel bekend fenomeen: de kudde is verspreid over de hele wereld, maar God zal in de toekomende dagen de kudde bijeenbrengen. Het zal worden: één kudde, één herder. Dan gaat Hij de schapen van overal verzamelen en zal Hij ze in de stal brengen, op één plek, bij een vergadering.
U ziet hier eigenlijk allemaal typen van de tijd waarin Israël verstrooid zal zijn. Er is geen opbrengst en geen vrucht. In feite spreekt dit dus van onze tijd. De vijgenboom bloeit niet en het lijkt allemaal niks. Waar is het Koninkrijk dan? Nou, het is in de zee gezonken. Dat zien we dus niet. Het is er wel, alleen we zien het niet.
En dan staat er — en dat is waar het mee eindigt: al zou dat allemaal zo zijn, en het ís ook zo, nochtans zal ik juichen in Yahweh en jubelen in de God van mijn redding. Hoezo? Hoe kun je dat met overtuiging doen, zonder te twijfelen? Wel, God heeft gesproken. Dan kun je dat zeggen, ook al is alles wat je waarneemt, wat je ziet, wat je hoort en wat u verteld wordt — alle narratieven van de wereld zoals die dagelijks over ons worden uitgestort — tegenovergesteld. Als je daarop let, dan verkijk je je. Maar dit wéét je, omdat God gesproken heeft. De vijgenboom die verdord is en omgehakt, gaat weer bloeien. Hij gaat weer zijn opbrengst opleveren en vrucht dragen.
Daarom juichen wij in die wetenschap nu al in Yahweh, in de God van mijn redding. Wat zeg ik: in de redding van de hele wereld. Voilà, dat is de boodschap. En zo staan wij erin. Nochtans zal ik juichen in Yahweh, jubelen in de God van mijn redding. En daar wilde ik het graag bij laten.
UltimateGoodNews