GoedBericht.nl logo
UltimateGoodNews

de gezonde leer

06-02-2022 - Geplaatst door Andre Piet
6 februari 2022, Epe

Vier keer spreekt Paulus in de brieven aan zijn medewerkers Titus en Timotheus over “de gezonde leer”. Naast dat hij in deze brieven ook spreekt over “gezonde woorden” en “gezond geloof”. Wat betekent het dat de leer gezond is? En wat maakt deze leer zo gezond en wat is de inhoud van deze leer? Wat wordt daarin onderwezen? En waaraan is “de gezonde leer” in de praktijk te herkennen? En hoe zou het “de gezonde leer”in de christenheid vergaan volgens Paulus? En wat betekent dat voor ons vandaag?

Powered by RedCircle

📝 Samenvatting & Transcriptie van deze lezing

Samenvatting van deze toespraak

De gezonde leer is een heilzame, gebalanceerde en solide boodschap die gebaseerd is op het goede bericht van de gelukkige God, wiens voornemens altijd slagen. In de praktijk is het de bedoeling dat gelovigen deze leer van God als Redder versieren door hun gedrag, zelfs in moeilijke omstandigheden. Hoewel de gezonde leer in de laatste dagen op veel weerstand en afwijzing zal stuiten binnen de christenheid, biedt het een onaanvechtbaar fundament van waarheid. Vasthouden aan deze leer betekent tegen de stroom inzwemmen om zo steeds dichter bij de bron van levend water te komen.

“Als je als een levende vis tegen de stroom ingaat, kom je ook steeds dichter bij de bron.”

Inleiding: de Betekenis van de Gezonde Leer ↑ hoofdstukken

Een hele goede morgen allemaal, ook van mijn kant. Het is mij een groot genoegen om jullie hier weer te treffen. Dit is voor mij inmiddels de derde keer dat ik hier in deze samenkomst in Epe mag spreken. U begrijpt: als je uit Katwijk komt, dan heb je er al een hele rit op zitten. Ik heb ditmaal niet kunnen genieten van het mooie weer, wat de vorige keer wel het geval was. Weet je nog, Holte? Toen we samen hiernaartoe reden. Maar dat neemt niet weg dat het goed was om hier in alle rust naartoe te gaan en te overdenken waar we vanmorgen met elkaar over willen nadenken en wat ik graag met jullie wil delen.

Het onderwerp zien jullie hier achter mij geprojecteerd: de gezonde leer. Laat ik daar vooraf een paar dingen over mogen zeggen. De uitdrukking ‘de gezonde leer’ vind je in de brieven van Paulus, en wel uitsluitend daar, een viertal keren. Het is trouwens niet in al zijn brieven in het algemeen, maar je vindt ze alleen in zijn pastorale brieven, zoals ze vaak genoemd worden. Ik spreek liever over zijn persoonlijke brieven. Hij schreef brieven aan groepen, zoals aan de Corinthiërs, de Colossers of de Thessalonikers, maar hij heeft ook brieven geschreven aan personen. In dit geval aan Titus en Timotheüs, jongere medewerkers die hij heeft geïnstrueerd. Hij heeft overigens nog meer persoonlijke brieven geschreven, denk maar aan de brief aan Philemon. In die brieven aan Titus en Timotheüs gebruikt hij het woord ‘gezond’ heel dikwijls: negen keer maar liefst. Dat is een van de sleutelwoorden in die brieven. Hij spreekt bijvoorbeeld over gezonde woorden, over een gezond geloof en ook over een gezond verstand. Vanmorgen zoomen we in op de gezonde leer. Daar is er overigens maar één van, zoals we nog zullen zien.

Misschien is het goed om even in herinnering te roepen wat we precies bedoelen met het woord ‘gezond’. Wat ‘leer’ is, dat weten we allemaal wel. Al is dat woord natuurlijk ook dubbelzinnig; leer kan immers ook het materiaal van je schoenen zijn. Maar dat bedoel ik hier natuurlijk niet. Ik bedoel de leer in de zin van het onderwijs: de inhoud van dat wat geleerd wordt. Ik moet er ook bij zeggen — Herman refereerde er zojuist al even aan hoe dat in een religieuze setting vaak beleefd wordt — dat ‘de leer’ dan vaak als taai wordt ervaren. Men heeft het dan over ‘de rechte leer’ in de zin van de kerkleer. Maar daar hebben we het hier niet over. We hebben het over de leer zoals die door een menselijke instantie wordt onderwezen, maar vanuit de Schriften: de levende orakels van God zelf, zoals dat is vastgelegd in wat er geschreven staat.

Tot zover de leer, maar dan het woord ‘gezond’. Wat bedoelen we daarmee? In de eerste plaats is iets wat gezond is, heilzaam. Gezond voedsel hoeft niet per se lekker te zijn — dat kan wel, maar dat is ook een kwestie van persoonlijke smaak — maar het is in elk geval heilzaam voor je; het is goed voor je. Men zegt wel: snoep verstandig, eet een appel. Dat is namelijk gezond. Er zijn zoveel dingen die gezond zijn en daarmee bedoelen we dat het een goede, gunstige en heilzame uitwerking op je heeft. Dat kan ook in geestelijke zin zo zijn. Bepaalde dingen tot je nemen qua informatie en leesvoer kan gezond zijn, zoals het ook heel ongezond is om je geestelijk gezien altijd maar te laten informeren door de tv aan te zetten. Daar wordt een mens meestal niet goed door ingelicht en bovendien is het niet gezond; je wordt er niet blij of vrolijk van. Kortom: gezond is in de eerste plaats heilzaam.

Het is ook gebalanceerd. Als een verhaal of een onderbouwing gezond is, dan bedoelen we daarmee dat het evenwichtig is en niet eenzijdig. Het is gezond en gebalanceerd. Dat heeft trouwens ook alles te maken met een laatste betekenis die daaruit voortvloeit: als iets evenwichtig is, staat het vast. Als ik hier evenwichtig sta, dan sta ik vast en solide. Dat geldt ook voor een gezonde boodschap. De gezonde leer is gezond omdat ze vaststaat en stevig is. Dit zijn allemaal kenmerken van de gezonde leer waar Paulus het over heeft: heilzaam, gebalanceerd en solide. We begrijpen allemaal dat als het onderwijs gezond is, het goed voor je is, stevig en evenwichtig. Dat overtuigt uit zichzelf.

Zoals ik al zei, zijn er een viertal plaatsen in de brieven die Paulus schreef aan zijn medewerkers Titus en Timotheüs waarin hij spreekt over de gezonde leer. Het lijkt mij het meest logisch om die vier verschillende Schriftplaatsen eens met elkaar te bekijken.

Timotheüs 1: het Goede Bericht van de Gelukkige God ↑ hoofdstukken

1 Timotheüs 1. Daar spreekt Paulus over de gezonde leer en ook over het evangelie van de gelukkige God. Ik begin hiermee – en dat is niet willekeurig, hoewel de volgorde van wat ik deze ochtend vermeld verder tamelijk willekeurig is – omdat we hiermee meteen de toon zetten. Dan weet u ook direct wie die gezonde leer onderwijst en waarom die leer ook daadwerkelijk zo gezond, heilzaam en blijmakend is.

De context en de samenhang waarin dat staat, verdienen eigenlijk wat toelichting. Laat ik het kort zeggen: Paulus had zojuist een heel aantal praktijken genoemd die bepaald niet gezond zijn; zaken die moreel verwerpelijk zijn. Hij noemt een hele rits, veertien in totaal, maar hij is niet compleet. In 1 Timotheüs 1 vers 10 noemt hij als laatsten: leugenaars en meineedplegers. Dat klinkt niet aangenaam, en het is ook niet erg solide of betrouwbaar. Dit staat in feite lijnrecht tegenover de gezonde leer, want de gezonde leer – dat zal ik straks ook echt laten zien – is juist betrouwbaar. Alles wat onbetrouwbaar, leugenachtig of verdraaid is, is dus niet gezond.

Paulus is verre van compleet, want nadat hij al twaalf andere verwerkelijke praktijken heeft genoemd, zegt hij: "en al wat anders nog de gezonde leer tegenstaat." Met andere woorden: al die leugenachtige praktijken staan haaks op en zijn diametraal tegenover de gezonde leer. Wat is die gezonde leer dan? Wel, die is naar het goede bericht. Ik houd ervan om het in het Nederlands zo te zeggen, daar heb ik meerdere redenen voor, maar de belangrijkste is dat je het gewoon kunt lezen als het evangelie. Daar heb ik helemaal geen bezwaar tegen, want dat is namelijk het woord dat Paulus hier ook gebruikt. De gezonde leer is naar het evangelie.

Maar wat is evangelie? Dat is een Grieks woord, euangelion, en dat betekent letterlijk: goed bericht. Dus als we gewoon Nederlands praten, dan hebben we het over het evangelie, oftewel een goed bericht. De gezonde leer is in overeenstemming met – want dat betekent het woordje "naar" – het goede bericht. De gezonde leer en dat goede bericht wat Paulus onderwees, bracht en vertelde, zijn met elkaar in lijn; ze hangen met elkaar samen. Het is net als de rails van een spoorlijn, zoals ik dat in de afbeelding ook uitbeeld: ze zijn met elkaar verbonden. Het één is in overeenstemming met het ander. Als het één een bocht maakt, maakt het ander ook een bocht. Dat rijdt wel zo veilig. Het is niet alleen in lijn met elkaar, maar ook echt met elkaar verbonden.

Paulus zegt dat die gezonde leer naar het goede bericht is. Welk goede bericht? Hij zegt erbij: "het goede bericht van de heerlijkheid van de gelukkige God." Hier moeten we echt even bij stilstaan, want dit zegt zóveel. Als u mij vraagt – dat doet u niet, maar ik sta hier toevallig en mag het dus gewoon zeggen – dan denk ik dat ik dit de mooiste samenvatting vind van wat het goede bericht is dat Paulus onderwees. Waarom? Omdat het meteen aangeeft waarom dat bericht een mededeling is. Want dat is wat een bericht is: een bericht is niet een oproep, een mening of een moreel appel; een bericht is een mededeling. Het is gewoon de stand van zaken, of je het nu gelooft of niet.

Wat is die mededeling dan? Die is heel goed. Hoezo? Omdat het spreekt van de heerlijkheid, de glorie, van de gelukkige God. Ik weet niet of u daar weleens bij heeft stilgestaan: bij de vraag of God gelukkig is. In de Statenvertaling staat daar "de zalige God". Ik heb op zich geen moeite met de inhoud daarvan, maar het probleem met het woord zalig is dat bijna niemand meer weet wat dat eigenlijk betekent. Wat is zalig? Ja, we wensen elkaar een zalig kerstfeest of we zeggen van een maaltijd: "dat smaakt zalig". Maar dan bedoelen we eigenlijk gewoon dat het lekker is. Ik zal straks laten zien dat dit niet per se hetzelfde is.

Het Griekse woord dat hier staat, makarios, betekent gelukkig. Ik denk dat sommige vertalers er moeite mee hadden om te zeggen dat God gelukkig is, maar dat is nou precies wat er wel staat. En dat is een geweldige heerlijkheid! Denk er eens over na en sta erbij stil dat de God die wij kennen, waar de Bijbel over spreekt en die Paulus mocht uitbazuinen onder de natiën, dat die God gelukkig is. Waarom? In het Nederlands is dat heel simpel uit te leggen, want het woordje gelukkig heeft te maken met "gelukken", in de zin van lukken: als iets je gelukt is. Daarom heb ik die dartpijl ook midden in de bullseye geplaatst. Dat is de bedoeling, daar moet je wezen.

God heeft een voornemen; dat leest u in de Bijbel: het voornemen van de aionen, van de wereldtijdperken. God is gelukkig omdat alles wat Hij wil, Hem gelukt. Hij maakt nooit een misser. In Jesaja leest u dat Hij van den beginne de afloop verkondigt. Er gaat bij God nooit iets mis; dat kan niet. We zingen het ook in een lied: "Wat Zijn liefde wil bewerken, dat ontzegt Hem Zijn vermogen niet." Het is niet zo van: "Ja, dat zou ik nou wel willen..." Dat is het probleem van de mens; wij willen van alles, we hebben verlangens en oogmerken, maar we weten hoe dat gaat met goede voornemens. Een mens is maar een mens. Je overziet de dingen niet en je bent beperkt in je eigen vermogens en krachten. Maar God kent dat probleem absoluut niet. Hij is namelijk Gód!

Alleen dat woord God vind ik al zo mooi. Theos is het woord dat Paulus hier gebruikt en dat betekent: "Hij zet alles op Zijn plaats". Hij is namelijk God; Hij heeft alles in de hand. Hij heeft alles bedacht en alles gemaakt. Dacht u nou werkelijk dat Hij, die alles in de hand heeft en die ook de tijden heeft gemaakt, zelf onderworpen zou zijn aan die tijd? Nee, vandaar ook dat Hij aan het begin al ziet hoe het af gaat lopen. Voor ons is dat een lijn die nog moet komen, maar Hij overziet de dingen. Hij is de Creator, de Schepper, en alles gelukt Hem.

Wij denken vaak dat er van alles misgaat. Ik begrijp best dat u daar moeite mee kunt hebben, want God is ook degene die het kwaad en het lijden heeft ingezet. Dat vindt u misschien moeilijk: "het lijden van de tegenwoordige tijd". Sommige mensen denken dat dit een misser is, dat het niet de bedoeling was en dat het ooit in het verleden fout is gegaan, waardoor God moest overschakelen op een plan B om te redden wat er nog te redden valt. Vergeet het maar! Zo is het niet. God werkt nog steeds volgens Plan A. Hij is bezig Zijn plannen uit te werken. Er is geen plan B of C; er is maar één plan en dat voornemen vervult Hij. Ook het kwaad in de wereld is geen foutje of een bedrijfsongeval. Hij heeft het ingezet met een doel. Het kwaad heeft ook bij God een doel en daarom is het in goede handen.

Het gaat er uiteindelijk om: het kwaad is voor God altijd de aanleiding om het goede te openbaren. Zoals een juwelier een donkere achtergrond creëert om het juweel te laten schitteren door het contrast, zo heeft God het kwaad ook ingezet. En God kent het lijden. Je leest ook in de Bijbel dat God de God is van alle medelijden; in 1 Korinthe 1 noemt Paulus Hem zo. Hij lijdt met Zijn schepping mee en met elk creatuur. Als er één is die werkelijk weet wat het leed in de wereld is, van elk schepsel, dan is het de Schepper Zelf.

En desalniettemin, toch is Hij de gelukkige God. Dat betekent dat Hij, ondanks al het lijden en al de moeite – en ik wil dat niet bagatelliseren, maar ondanks dat alles – de gelukkige God is. Waarom? Hij is nog steeds bezig Zijn voornemen uit te werken. Het kwaad dat er is, is noodzakelijk kwaad, maar het wordt meer dan overvloedig vergoed. Hij gaat een ultiem einde brengen en uitwerken. Dat kan niet missen. Het kwaad is daar slechts dienstbaar aan. Al die minnen die wij zien, zijn in werkelijkheid plussen die nog niet af zijn. Nou ja, dat is toch geweldig?

God is de gelukkige God. Nou, en dat is Zijn heerlijkheid. Paulus spreekt over de gezonde leer naar het goede bericht van de heerlijkheid van de gelukkige God. De gezonde leer is dus gebaseerd op en in lijn met een geweldige blijde tijding: dat God gelukkig is. En dat is een glorie, want dat betekent dat er nooit meer iets mis kan gaan. Dat betekent ook werkelijk dat ik een stevige grond onder de voeten heb. Want dan weet ik: wat er ook gebeurt, er gaat nooit iets mis. Dat geeft vrede, dat geeft een solide basis onder je bestaan. En reken maar dat dat ook blij maakt en heilzaam is; het geeft evenwicht in je leven, zodat je de dingen aan kunt. Dit is kracht, dit is echt power!

Daarom zegt Paulus ook: "naar het goede bericht van de heerlijkheid van de gelukkige God", omdat Hem alles gelukt is. Je leest een paar hoofdstukken verder in deze zelfde brief – en daar wil ik u graag even mee naartoe nemen – daar heeft hij het ook over dat betrouwbare woord. In 1 Timotheüs 4 vers 9 staat: "Betrouwbaar is het woord en alle verwelkoming waardig." Zo staat het er letterlijk. En dan zegt hij in vers 10: "Want hiertoe zwoegen wij en strijden wij."

Paulus was onvermoeibaar. Onvermoeibaar! Hij heeft landsgrenzen overschreden en werelddelen bezocht. Overal heeft hij de vlag neergezet van dat goede bericht van de heerlijkheid van de gelukkige God. Want iedereen moet weten dat er één God is die een geweldige glorie heeft, die werkelijk God is en ook werkelijk gelukkig is. "Nou, hiertoe zwoegen wij en strijden wij, omdat we onze hoop hebben gevestigd op de levende God, die de Redder is van alle mensen."

Hij wil niet alleen alle mensen redden – dat staat trouwens in 1 Timotheüs 2 vers 4: "God wil dat alle mensen gered worden." "Ja," zeggen sommige mensen, "dat kan Hij nou wel willen, maar lukt Hem dat ook? Of willen wij dat ook?" Hij is ook de Redder van alle mensen. De levende God is de Redder van alle mensen, vooral van gelovigen. Als je dat vandaag al mag zien, heb je het grootste, het heerlijkste, het rijkste deel, want daarmee ben je een eersteling. De rest weet het allemaal nog niet.

Het is een mededeling. De meeste mensen weten het niet en willen het trouwens ook niet weten. "Dat zou maar makkelijk wezen," weet je wel. Maar Hij is de Redder van alle mensen. En sommige mensen geloven het. Nou, prijs God zou ik zeggen, want Hij heeft je ogen en hart daarvoor geopend. De Redder van alle mensen, vooral van gelovigen. Sommige mensen denken: "Ja, daar moet je voorzichtig mee zijn." Nee, zegt Paulus: "Beveel en leer deze dingen."

Niet dat het een optie is, als een soort aanbeveling of advies. Nee: beveel, léér deze dingen. Niet omdat iedereen dat zo aangenaam vindt, want Paulus zegt ook: "Hiertoe zwoegen wij en strijden wij." Het geeft verzet, oppositie. Reken daar maar op. Maar vertel het: Hij is de gelukkige God, want alles wat Hij beoogt en Zich voornemt, dat gelukt Hem. Leer deze dingen. Dat is dus gezond; dat is gezonde leer.

En dan zegt hij nog: "naar het goede bericht van de heerlijkheid van de gelukkige God, dat mij werd toevertrouwd." Hij, Paulus, de apostel van de natiën, mocht hierover spreken.

Titus 1: het Hooghouden van een Onaanvechtbaar Woord ↑ hoofdstukken

De tweede plaats die ik met jullie wil overwegen, waar ook die uitdrukking – de gezonde leer – wordt gebruikt, is in Titus 1. Paulus had Titus achtergelaten op het eiland Creta. U zegt misschien: "Nou, dat is aantrekkelijk, dat zou ik ook wel willen." Ja, maar daar moet ik wel bij zeggen dat er ook nogal wat oppositie was. Paulus had daar het evangelie gebracht en in allerlei steden waren daar ecclesia's ontstaan, geloofsgemeenschappen. Je brengt een boodschap en sommige mensen geloven dat; die zeggen: "Wauw, geweldig!" Zo ontstaat er een kring van gelovigen. Paulus was weggegaan en had Titus daar achtergelaten om nog het een en ander in orde te brengen. Want die plaatsen waar geloofsgemeenschappen, gemeenten of ecclesia's ontstaan waren, zouden daadwerkelijk weer onderwezen en voortgebouwd worden. Daartoe zou Titus ook verschillende senioren aanwijzen die opzicht zouden houden over de gezonde leer, want dat is waar het over gaat.

In vers 7 zegt hij: "Want de opziener..." – de episkopos. Misschien kent u dat woord van de Episcopaalse kerk? In ieder geval betekent episkopos letterlijk: 'epi' is over en 'skopos' heeft te maken met zicht. Het is dus opzicht; opzien over, of eventueel omzien naar. Dat vind ik ook wel mooi: een opziener is een omziener. En waar ziet hij naar om? Naar de kudde die hem is toevertrouwd. Maar een opziener is niet iemand die macht heeft of die zegt: "Jullie moeten dit of dat doen." Nee, een opziener is iemand die in de ecclesia verantwoordelijk is voor de leer, voor het onderwijs. Daar zou hij op toezien, want het gaat erom dat er gezond geleerd wordt. Als de leer gezond is, ontstaat er ook een gezond geloof. Dan zullen er gezonde woorden gesproken worden en ga je ook je verstand gezond gebruiken. Het is zo elementair. De mensen die aangewezen werden door Titus waren capabel; er worden allerlei eigenschappen genoemd, maar ik laat dat nu even voor wat het is, want dat zou te ver voeren. Die opzieners zouden aan bepaalde kwalificaties voldoen, zodat zij daadwerkelijk geschikt zijn om toezicht te houden op wat onderwezen wordt, als een huisbeheerder van God.

Ik sla vers 8 even over en dan staat er in vers 9: "Hooghoudende..." Mooi hè? Het is heel letterlijk. Niet "zich houdende aan", zoals de NBG-vertaling heeft, maar hooghoudend: gewoon op de kandelaar zetten zodat iedereen het ziet. "Hooghoudende het betrouwbare woord naar de leer." De leer, dat is het betrouwbare woord, opdat de opziener die daar verantwoordelijk voor is, in staat zou zijn aan te moedigen in – heb je het weer – de gezonde leer, en tegensprekers te ontmaskeren. Ook hier zie je trouwens weer dat die term "gezond" gebruikt wordt juist in het contrast met een omgeving die nou niet bepaald gezond is, die oppositioneel is. Het veronderstelt inderdaad een vijandige omgeving. Daarom is het zo belangrijk dat je stevig in je schoenen staat, dat je weet waar je het over hebt en dat je in staat bent om de tegensprekers niet de deur te wijzen, maar te ontmaskeren. Dat je je bewijs kunt leveren.

Ik heb expres dat plaatje van bonnetjes erbij gezet; dat is de beeldspraak die ik zelf graag gebruik. Als je iets vertelt of onderwijst te midden van gelovigen – dat is geen ambt ofzo, je geeft iets door – aan welk criterium zou dat dan moeten voldoen? Nou, dat het gezond is. En wat betekent dat? Dat het inderdaad onaanvechtbaar is. Je kunt er bonnetjes over leggen. "Kijk maar, hier staat het, daar staat het." Het staat in de grondtekst. Daarom vind ik het ideaal om met de moderne techniek interlineair te laten zien hoe het er woord voor woord staat, om zo dicht mogelijk te komen bij wat er staat geschreven. Dat is het levende woord van God, lieve mensen.

Die gezonde leer is onaanvechtbaar. Dat weet ik, want zo zegt hij dat later in Titus 2. Daar wordt tegen Titus gezegd: "Betoon jezelf in alles een model." Ook gewoon in je hele levenspraktijk; Paulus noemt allerlei kwalificaties. "Betoon jezelf in alles een model, een voorbeeld." En dan staat er in vers 8: "Een gezond, onaanvechtbaar woord." Het kan zijn dat luisteraars tandenknarsend luisteren en zeggen: "Ik moet er niks van hebben", en dat ze het niet accepteren. Geen enkele leraar kan dat voorkomen; geen mens is in staat om harten te openen, dat is Gods werk. Maar wat een leraar wel geacht wordt te doen, is het bewijs te leveren dat het woord onaanvechtbaar is. Dat wil zeggen: er is niets tegenin te brengen. En ook al willen mensen het dan niet, ze kunnen niet om de bewijzen heen. Dat is gezond: een woord dat vast en solide is. Er staat bij: "Een gezond, onaanvechtbaar woord, opdat degene vanuit de tegenpartij – want die zijn er geheid, dat kun je vergif op innemen – verlegen gemaakt zal worden, niets slechts te zeggen hebbend aangaande ons." Zodat de mond als het ware gestopt of gesnoerd wordt. De tegenspraak heeft geen poot om op te staan. Dat is de gedachte achter een gezond, onaanvechtbaar woord.

Titus 2: de Leer van God Onze Redder Versieren ↑ hoofdstukken

Nog een schriftplaats, en nu ga ik verder in Titus 2. Daar spreekt Paulus opnieuw over de gezonde leer in relatie tot de praktijk. In Titus 2 vers 1 en 2 staat: "Maar jij...". Dit suggereert een tegenstelling. De hele meute mag het dan wel zus of zo doen, maar jij, die ene enkeling — in dit geval Titus — maar jij, spreek hetgeen de gezonde leer betaamt. Aan de ene kant was het Titus’ taak om de gezonde leer te onderwijzen. Dat is één ding: de inhoud, het onderwijs van het evangelie van de gelukkigheid van God geven, dat vertellen en vanuit de Schriften aantonen. Maar nu zegt Paulus ook dat Titus de taak had om te spreken over hetgeen de gezonde leer betaamt. Dat wil zeggen: wat in overeenstemming is met of wat strookt met de gezonde leer; een gedrag dat daarmee in overeenstemming is.

Als je dat dan doorleest — ik neem nu niet de moeite om dat helemaal te doen, maar ik kan het u erg aanbevelen om dat te lezen in Titus 2 — dan zie je hoe vervolgens ouderen en jongeren worden aangesproken. Mannen en vrouwen. Eerst de oude mannen, dan de oude vrouwen, dan de jongere vrouwen en de jongere mannen. Voor al die groepen worden er bepaalde instructies gegeven, dingen die van belang zijn en waarop gelet moet worden. Wat strookt met de gezonde leer? De mooiste uitleg daarvan vind ik in ditzelfde hoofdstuk, als we een paar verzen later lezen over de gezonde leer. Naast de jonge mannen wordt er ook nog een specifieke groep genoemd: de slaven, vanaf vers 9 als ik me niet vergis. Dat fenomeen kennen wij nu niet meer — nou ja, wat heet? We hebben werknemers, maar goed. Een slaaf betekent dat je het eigendom bent van je heer. Dat hoeft niet per se negatief te zijn, dat hangt er maar net vanaf wie je heer is, wie jou beheerst en of die goed voor je is.

In die tijd kon het zijn dat gelovige slaven in een positie waren waarin ze werden onderdrukt en miskend, om welke reden dan ook. Ook voor hen heeft Paulus een specifieke instructie. Hij zegt: "niets ontvreemdend". Stel je voor, je bent een slaaf bij iemand in huis. We gaan even tweeduizend jaar terug in de tijd van de Romeinen. Je hebt een heer die helemaal niet goed voor jou is, die je in alles tegenwerkt en je miskent. Nu ben je in de gelegenheid om eens een keertje iets van hem te pakken. Hoe groot is die verleiding? Je zou het voor jezelf nog rechtvaardig kunnen praten ook door te zeggen: "Hij is natuurlijk ook een krenterig ventje, ik pak gewoon wat van hem terug." Nee, zegt Paulus: niets ontvreemden, maar hem in alles naar de zin maken.

U zegt misschien: "Dat is toch onmogelijk?" Ja, maar Paulus motiveert dat. Hij zegt: "opdat zij..." — en dan gaat het hier specifiek over die slaven — "opdat zij de leer van God onze Redder... het onderwijs van God die onze Redder is... zouden versieren in alles." Kijk, dat is het mooiste. Waar gaat het eigenlijk om in de praktijk? Dat we de leer van God onze Redder versieren. Sommige vertalingen zeggen: "tot een sieraad strekken". De slingers ophangen! Het gaat erom dat in het gedrag van mensen — slaven, ouderen, jongeren, mannen en vrouwen — gezien wordt: wauw, wat een geweldige leer van God die Redder is. Dat die leer versierd wordt. Misschien kennen de mensen om hen heen de leer niet, maar ze zien wel de geweldig aantrekkelijke, mooie en overtuigende expressie daarvan in de levens van mensen. Hoe geweldig is dat?

Sommige mensen zeggen: "De leer is niet belangrijk, het gaat om de praktijk." Ik zeg opnieuw: forget it, dat is niet zo. Ik ga het omkeren: het gaat in de praktijk om de leer. Niet de kerkleer, maar de gezonde leer, de leer van God onze Redder. Want dat is toch de boodschap: het onderwijs dat God een Redder is. Hij is de gelukkige God, Hij is de Redder van alle mensen, speciaal van gelovigen. Dat je dat tot een sieraad strekt in alles in je leven. "Opdat zij de leer van God onze Redder zouden versieren in alles." In elk facet van je bestaan. Wat een uitdaging om zo in je leven die leer van God te versieren, zodat mensen, ook als ze de leer zelf miskennen of niet accepteren, in ieder geval erkennen: wauw, wat een geweldige uitwerking heeft dat onderwijs in die levens.

Opdat ze de leer van God onze Redder zouden versieren in alles, want — en nu gaat Paulus het nog uitleggen. Nu volgt er een herhaling van zetten, want hier staat precies weer wat ik zojuist al zei. Want, zegt hij, hoezo de leer van God onze Redder? Wel: "de genade van God is verschenen, reddend voor alle mensen." Iedereen moet het weten: Gods genade is overtreffend en universeel voor alle mensen. Dat moeten ze weten, dat is de mededeling, en of ze het nu geloven of niet, dat is de waarheid. En dat mag in je leven getoond en gedemonstreerd worden. De heerlijkheid mag daarvan getoond worden. Hang de slingers maar op! Dat is de gedachte. Hoe geweldig is dat. Nou gaan we nog naar de laatste schriftplaats.

Timotheüs 4: de Tijd Waarin Men de Gezonde Leer Niet Meer Verdraagt ↑ hoofdstukken

En dat is in 2 Timotheüs 4. De laatste keer dat Paulus deze term gebruikt – ja, dat kan ik rustig zo zeggen, want de tweede Timotheüs-brief heeft Paulus geschreven als een afscheidsbrief, vlak voor zijn executie. Hij zegt in 2 Timotheüs 4 ook dat het tijdstip van zijn verscheiden voor de deur staat; hij zegt: "Ik ga als een plengoffer geofferd worden." En is dit een trieste brief? Allerminst. Kijk, over de power gesproken van het evangelie, van het goede bericht, van de gezonde leer: dan ben je zelfs bestand tegen zulk onheil. Paulus wist het, hij kende zijn God. Er gaat bij Hem nooit iets mis. Dus ook dat krijgt een plaats. Maar ja, ik zeg: deze brief is heel optimistisch in de zin dat hij gewoon getuigt van wie God is. Dat evangelie is werkelijk een evangelie, ook als je op het punt staat dat ze je kop eraf hakken, om het zo te zeggen. Zo is hij vermoedelijk niet geëxecuteerd, maar hoe dan ook: executie, dat is niet fijn. Moet je je voorstellen? Maar Paulus is blijmoedig.

En tegelijkertijd – dat is de 'maar', ook niet negatief, maar dat moet je wel weten – waarschuwt Paulus ook in deze brief. Heel sterk zelfs. Want Paulus zegt dat hij een geweldige tijding had gebracht, maar: "allen die in Azië waren...", dat zegt hij in 2 Timotheüs 1. En Paulus had in Azië, in die landstreek in dat deel van Turkije, West-Turkije, heel wat ekklesia's geplant. En dan zegt hij vanuit de gevangenis, vlak voor zijn executie, tegen Timotheüs: "Allen die in Azië zijn, die hebben mij verlaten." Maar dan zegt hij tegen Timotheüs: dit is exemplarisch, zo zal het gaan. De christenheid... Paulus had een heel uitgesproken pessimistische visie op de toekomst van de christenheid. Hij had een geweldige tijding doorgegeven, maar hij wist: het wordt verkwanseld en van de christenheid blijft bijna niets over. Hij spreekt ook in 2 Timotheüs 3, waar hij zegt: "Weet wel dat de laatste dagen zwaar zullen zijn." En dan geeft hij allemaal kenmerken van hoe het zal zijn in de christenheid, met meer liefde voor genot dan voor God.

Nou, en dan zegt hij in 2 Timotheüs 4 vers 3 – en hier haak ik aan, want hij doelt inderdaad op die laatste dagen waar hij het eerder over had: "Want er zal een periode zijn waarin men..." – wees gewaarschuwd – "...de gezonde leer niet meer zal verdragen." En als ik u nu vertel dat wij echt in die laatste fase zitten... ik kan me niet vergissen. Het is niet het leukste onderwerp, en daar ben ik heel blij mee trouwens – ja, ik bedoel: de verwachting is geweldig – maar we zitten in de laatste fase. Maar wees je er heel goed van bewust: in deze tijd zal men de gezonde leer niet meer verdragen. Paulus waarschuwde Timotheüs erover hoor. Eigenlijk zegt hij wat hij in de eerste Timotheüs-brief ook al had gezegd: in latere tijden zal je die neergang zien en in de laatste dagen vind je eigenlijk het dieptepunt. Het is expres met dat plaatje van die pijl die naar beneden gaat. Dat is de ontwikkeling in de christenheid. Die gaat niet opwaarts, nee, die gaat neerwaarts.

En waarom is dat belangrijk om te weten? Nou, zodat je je hier geen illusies maakt. En dat je niet zegt: "Hé, maar dat wat ik vertel vindt geen ingang." Het is toch het mooiste, het rijkste, het grootste en het meest solide wat er bestaat, en je kunt het aan de straatstenen niet kwijt. Dat is juist een bevestiging dat je op de goede weg zit. En denk erom: Paulus heeft het hier dus niet over de heidense wereld, hij heeft het over de christelijke wereld. Want hij zegt: "Er zal een periode zijn waarin men de gezonde leer niet meer zal verdragen." Die heidenen hebben er sowieso nooit wat mee gehad. Nee, het is daar neergelegd en men verkwanselt het, men miskent het, men neemt er afstand van; dus men zal het niet meer verdragen. Je komt met die gezonde leer aan in de laatste dagen en men... oké, dat is generaliserend, in het algemeen. Natuurlijk zijn er uitzonderingen, natuurlijk zijn er meer plaatsen waar men de gezonde leer wél verdraagt.

En een gezonde leer is niet een bepaalde leer of een bepaalde leraar, nee, daar gaat het niet om. De gezonde leer is dat wat er staat geschreven en zoals Paulus dat onder de natiën mocht brengen. Dat is het criterium. Nou, test het maar: komt het daarmee overeen of niet? En dan moet je niet kijken... je moet de gezonde leer dus niet testen op: "Wordt het breed gedragen?" of "Wordt het algemeen geaccepteerd?". Sterker nog, als het algemeen geaccepteerd wordt, dan kun je er haast vergif op innemen – sorry dat ik het zo zeg – dat het niet gezond is in de laatste dagen. Want Paulus had gewaarschuwd: in de laatste dagen zal men het niet meer accepteren. Dus algemene acceptatie is geen aanbeveling; het is juist een waarschuwing. Dan zouden alle waarschuwingslampjes moeten gaan branden.

Er zal een periode komen waarin men de gezonde leer niet meer zal verdragen. Maar, zegt hij dan: hoe dan wel? Wat doet men dan wél? Naar eigen begeerte zullen ze leraren ophopen. Dus verzamelen, hele sprekerslijsten samenstellen. Terwijl het gehoor gekieteld wordt... Hé, we hadden het zojuist over gezond en lekker en zo. Weet je wat men wil in die laatste dagen? Dingen horen die fijn zijn, die lekker zijn. Die lekker in het gehoor liggen, makkelijk te behappen zijn en die in lijn zijn met wat er overal gezegd wordt. Gewoon waar je niet te veel gedoe mee hebt, wat geen strijd oplevert. Gewoon lekker. Ook erg op de emoties gericht, want dat gaat er altijd in. Het moet niet of het waar is – dat is dan niet belangrijk – nee, of het lekker klikt. Of het fijn is. Of dat ik erdoor aangesproken word in de zin dat mijn emoties daardoor getriggerd worden.

En je kunt dat heel makkelijk bewerken met fijne muziek. Muziek is prachtig, een prachtig wezen. Het gaat er niet om dat dat niet mooi zou zijn. Maar als de mooie tonen, de mooie instrumenten, allerlei lichteffecten of mooie kathedralen datgene zijn wat de zintuigen streelt... Oh prachtig, ja, maar dat gaat tot het gehoor en dat is misschien fijn om in zo'n setting te zijn, maar het zegt niets. Paulus waarschuwt dat men de gezonde leer niet zal verdragen, maar naar eigen begeerte leraren zal ophopen. Dus kennelijk zijn die er bij bosjes. Legio! Je kunt er hele lijsten van opstellen. Ja, terwijl het gehoor gekieteld wordt en zij inderdaad van de waarheid het gehoor zullen afkeren. Dus aan de ene kant: lekkere dingen. Alles wat goed in het gehoor ligt, dat wil men horen. Sterker nog: dat is het criterium. Ligt het lekker? Maar het enige echte criterium is: is het waar? Dat is het enige wat echt ter zake doet voor onderwijs. Niet of het leuk is, of aangenaam, of breed geaccepteerd wordt. Dat zijn allemaal misleidende criteria.

Het enige echte criterium dat ertoe doet is: is het waar? Kunnen we de bonnetjes overleggen? Is het solide? Kunnen er bewijzen overlegd worden? Want het heerlijke daarvan is: dat is ook geen emotie. U weet hoe dat gaat, hè: emotie, daar zit het woordje 'motie' in, 'motion', beweging. Dat is vandaag hier en morgen daar. En het geweldige van de waarheid is – ze zeggen dat ook wel: "De waarheid is zo hard." Ja, heerlijk dat de waarheid hard is! Weet u waarom? Je kunt erop staan, zoals een rots ook heel hard is. Maar dat is het geweldige. Dat is namelijk: hoe je je ook voelt, die waarheid staat. Hij is God. Hij is de Gelukkige. Hij heeft alles in de hand. Bij Hem gaat er nooit iets mis. Kijk, dat verandert never, nooit. Hoe ik het ook voel of ik het...

Oké, laat er dan een keer een dag zijn dat ik dat helemaal niet voel. Nou en? Alsof je het moet voelen. We leven uit geloof, niet uit gevoel. Hij zegt het. Het staat geschreven. Dat is bodem. Dat is de rots waarop ik sta. Kijk, dat is wat onderwezen zou worden. Dat is gezond.

En Paulus waarschuwt: weet dit, in de laatste dagen zal men de gezonde leer niet meer verdragen. Men keert het gehoor af van de waarheid en ze willen alleen maar gekieteld worden in het gehoor. Men wendt zich naar de mythen, naar verzinsels. Misschien heel knap bedacht, maar dat zijn mythen; bedenksels van mensen. En daar zullen ze zich naar wenden. Dus: waarheid versus lekker in het gehoor.

Maar jij, zegt Paulus aan... maar jij, daar heb je het weer. Maar jij! Weer dat grote contrast tegenover iedereen of wat men ook doet. Maar jij. Niet meer jullie zelfs, de groep, nee: de enkeling. In feite spreekt Paulus de enkeling aan. De groep was toch al niet meer te bereiken. Maar jij: wees nuchter in alles. Niet beneveld, hè? Nee, gewoon nuchter, zodat je ook de waarheid kunt onderscheiden.

Kwaad lijdend. Je weet gewoon: je zult oppositie ondervinden, en ook smaad, et cetera. Doe het werk van een evangelist. Dat wil zeggen: vertel geweldige goede berichten. En verricht je dienst, je bediening ten volle. Sta voor, maar sta ook op de gezonde leer. En dat betekent inderdaad dat je smaad zult krijgen, maar ook dat je daardoor en daarin juist vast zult staan. Solide, want het is waarheid. En het maakt het grote verschil.

Tegen de Stroom In: Dichter bij de Bron Komen ↑ hoofdstukken

Kijk, het betekent eigenlijk dit. Dit is het laatste plaatje dat ik voor u heb: u ziet hier zalmen die tegen de stroom in zwemmen. Wat zeg ik? Ze zwemmen en ze springen, en dat is zeer zwaar. Maar dit is wel hèt kenmerk van een levende vis. Weet u, een dode vis doet dat niet. Echt niet. Die zwemt niet, die drijft gewoon mee met de stroom.

Als je niets doet en je gewoon met de stroom laat meegaan, dan ga je met de meute mee. Daar hoef je niets voor te doen; je gaat vanzelf mee. Maar een levende vis – dat is het kenmerk van leven – zwemt tegen de stroom in. Is dat leuk om altijd maar "tegen" te zijn? Dat roept smaad op, want ja... Maar ik kan u vertellen: je kunt heel wat beter in je uppie de goede richting opgaan, dan met een grote meute de afgrond in.

En daar gaat het om: om een levende vis te zijn. En weet u wat ik het allermooiste vind? Als je als een levende vis tegen de stroom ingaat, kom je ook steeds dichter bij de bron. Dat is wat tegen de stroom ingaan werkelijk betekent: je komt dichter bij de bron. Bij de bron van levend water, en dan hebben we het natuurlijk weer over de waarheid, het levende Woord van God. En dat is wat ik u graag wilde meegeven. Sluiten we nog af met dankzegging? Of doe jij dat?

Dankjewel André. Het is een hele mooie boodschap, maar ook een heftige boodschap. De aansporing voor ons allemaal is dat we dicht bij het Woord van God blijven en gezonder worden. We gaan daarmee tegen de stroom in, we gaan tegen de menigte in. We hebben het Woord van God ontvangen om gezonder te worden, en het is de oproep dat wij daar ook werkelijk bij blijven.

🎧 de gezonde leer
Delen: