Maar nu: Christus is opgewekt… als eersteling!
17-04-2022 - Geplaatst door Andre Piet17 april 2022, Rotterdam EH
Geen hoofdstuk in de Bijbel dat zo uitpakt als het gaat om de opstanding van Christus, als 1Korinthe 15. Het hoofdstuk werd geschreven omdat er een opvatting in Korinthe rondzong dat er geen opstanding van doden zou zijn. Tegen die achtergrond steekt Paulus van wal. Het geloof in Christus’ opwekking uit de doden en de betekenis die daaraan gekoppeld is, is van alle mogelijke kanten aangevallen. Slechts wanneer we daar alert op zijn, kunnen we op ‘het feit der feiten’, staan en staande blijven!
📝 Samenvatting & Transcriptie van deze lezing
⏱️ Hoofdstukindeling van deze studie:
- Inleiding: het Overheersende Feit Der Feiten
- Paulus in Athene: de Opstanding Vs. de Onsterfelijke Ziel
- De Korinthebrief: het Evangelie als Historisch Getuigenis
- Als de Doden Niet Opstaan, Is Ons Geloof Zonder Inhoud
- Christus de Eersteling en de Dag van de Omertelling
- In Adam Sterven Allen, in Christus Worden Allen Levend Gemaakt
- Conclusie: Onverzettelijk Staan in de Waarheid
Inleiding: het Overheersende Feit Der Feiten ↑ hoofdstukken
Een hele goede morgen allemaal, beste vrienden. Wat een heerlijke dag in alle opzichten om voluit te pakken, zoals ik in de aankondigingen al had gezegd over dit geweldige thema: Maar nu, Christus is opgewekt als eersteling!
Er is alleen één probleempje en dat is dat ik heel graag alle registers zou willen opentrekken, maar ik heb de laatste dagen veel problemen met mijn stem. Ik hoop van harte dat het allemaal goed mag gaan en dat het me gegeven is om in ieder geval mijn stem enigszins intact te laten.
Je leest over Paulus dat wanneer hij naar de Corinthiërs gaat – waar we straks uit zullen lezen – hij later schrijft: "Broeders, toen ik tot u kwam, toen kwam ik met veel vrezen en beven." Dat herken ik nu wel een beetje. Dat was niet vanwege het onderwerp of omdat ik hier moest spreken, maar omdat ik dacht: goh, zal het toch wel lukken aankomende zondag? Maar zie daar.
Goed, wij gaan het dus inderdaad hebben over dat allesoverheersende feit der feiten, namelijk de opstanding van Christus Jezus.
Paulus in Athene: de Opstanding Vs. de Onsterfelijke Ziel ↑ hoofdstukken
Voordat we naar de Korinthebrief gaan, wil ik eerst nog even een paar kilometer verderop gaan. Want daar komt het eigenlijk op neer: Korinthe en Athene liggen een kilometer of 80 van elkaar vandaan. Je leest in Handelingen 17 die tamelijk bekende geschiedenis dat Paulus daar op de Areopagus een rede houdt. Dat was omdat hij daar in aanraking was gekomen met allerlei filosofische scholen waar Athene natuurlijk tot op de dag van vandaag bekend om staat. Zij hadden hem op een gegeven ogenblik gevraagd – want ze hadden gehoord wat hij allemaal te vertellen had, of althans, ze hadden de klok horen luiden maar ze wisten nog niet helemaal waar de klepel hing: "Joh, wil je niet eens een keertje uiteenzetten wat jou beweegt en wat je te melden hebt?"
En ja, dan gaat Paulus spreken; daar hoef je hem maar één keer voor te vragen natuurlijk. Paulus gaat spreken voor een volstrekt seculier publiek, wat wij zouden zeggen, zonder Joodse achtergrond. Totaal niet. Hij gaat spreken over de ene grote God die hemel en aarde gemaakt heeft, die alles beschikt en die aan allen leven, adem en alles geeft en die de tijden en de plaatsen van de volkeren beschikt en toewijst. Kortom, de God die werkelijk de titel God verdient: absoluut almachtig en alwetend, bij wie nooit iets misgaat.
Aan het einde van zijn toespraak lees je dan in een wat letterlijke vertaling dat God een dag bepaalde waarin Hij aanstonds de bewoonde wereld zal oordelen in rechtvaardigheid. Dat doet Hij door een Man die Hij aanwees, waarbij Hij geloof verschafte aan allen. Hoe dan? Wel, door Hem uit de doden te doen opstaan. Dit is het einde van Paulus' toespraak. Want wat lees je dan? Toen dat publiek hoorde van de opstanding van doden, spotten sommigen. Anderen zeiden: "We zullen hierover nog wel een keer horen." Dat is een hele aardige manier om te zeggen: "Geen interesse. Don't call us, we call you." Nooit dus. En dan staat er ook inderdaad dat Paulus uit hun midden vertrok.
Maar wat was nu eigenlijk de reden waarom Paulus niet langer verder kon gaan? Ik maak me sterk dat Paulus nu pas begonnen was, maar dit was het breekpunt: de opstanding van doden. U moet zich realiseren dat het hele idee van de opstanding van doden – dat dode mensen in een graf opstaan – een volstrekt on-Grieks feit is. Dat heeft al heel oude papieren. In het algemeen gaat religie altijd uit van het idee dat een mens niet echt doodgaat. Eigenlijk is dat de leugen vanaf het begin; de slang in de hof zei al tegen de mens dat hij niet echt dood zou gaan, maar dat juist zijn ogen geopend zouden worden. Kortom, de ontkenning van de dood is een leugen die al hele oude papieren heeft en feitelijk in allerlei varianten voorkomt. Het idee van reïncarnatie is daar ook een variatie op, want dan gaat de mens eigenlijk ook niet dood, maar leeft op een andere manier verder.
Bekend is echter vooral het idee van de onsterfelijke ziel, een Griekse leer waar Plato om bekendstond. De hele Griekse denkwereld was doordrenkt van de gedachte van een onsterfelijke ziel. Het idee daarbij is dat dit lichaam eigenlijk een soort gevangenis is, een kerker waar de ziel in gevangen zit. Bij het sterven wordt de ziel bevrijd uit die kerker en dan begint het leven pas. Dat is de gedachte: de mens heeft een ziel die onsterfelijk is, en dus ga je bij de dood niet echt dood, maar leef je op een andere manier voort.
U begrijpt dat als je die gedachte hebt, de opstanding van doden niets meer betekent. Want als een mens sterft en gewoon verder leeft, bestaat er eigenlijk helemaal geen dood. En hoezo dan opstanding? Dat suggereert immers dat er nog een toekomst voor het lichaam is, terwijl dit volgens hen alleen maar een kerker is waar je uit bevrijd wordt. Kortom, dat hele idee van die onsterfelijke ziel matcht niet met de waarheid die Paulus daar neerzette en bracht als ooggetuige.
Vergis u niet, want weliswaar was hij ooit de meest fanatieke tegenstander van die sekte van de Nazareners, totdat hij oog in oog met Hem kwam te staan. Dat veranderde zijn hele wereld totaal, zodat hij inderdaad ook een ooggetuige was van die waarheid. Waar het me nu vooral om gaat, is dat de waarheid van de opstanding van doden niet matcht met het algemene denkklimaat en het religieuze denken van nagenoeg alle religies. Ik moet erbij zeggen: ook de christelijke religie, want ook die heeft dat idee van de onsterfelijke ziel gewoon overgenomen. Dat was Athene.
De Korinthebrief: het Evangelie als Historisch Getuigenis ↑ hoofdstukken
Nu gaan we naar de Korinthebrief. Paulus heeft die brief ergens geschreven; als je dat in het boek Handelingen wil plotten, was dat ergens in Handelingen 19 vanuit Efeze. Ik begin te lezen bij het gedeelte dat zojuist door Ed is voorgelezen. We zoomen in op de tekst zoals Paulus die heeft genoteerd: "Maar indien van Christus geheraut wordt, dat Hij uit de doden is opgewekt..." Geheraut, dat wil zeggen: als door een heraut uitgebazuind, als een historisch feit bekendgemaakt. Dat is wat Paulus feitelijk deed. Hij bracht geen morele boodschap, hij bracht als ooggetuige een feit; een gedocumenteerd feit en, ik moet erbij zeggen, ook een voorzegd feit.
Kijk het maar eens na, want in die eerste elf verzen die aan 1 Korinthe 15 vers 12 voorafgaan, legt Paulus het ABC van het Evangelie uit. Hij zegt: "Ja, Christus stierf. Hij werd begraven." En er staat er iedere keer bij: "naar de Schriften". Dat wil zeggen: in overeenstemming met wat was voorzegd. Het was namelijk niet alleen voorzegd dát het zou gebeuren, maar ook hóe het zou gebeuren, wáár het zou gebeuren en wannéér het zou gebeuren. Kortom: het voldeed volledig aan de profetie, aan de voorzegging.
Inmiddels was dat vervuld en Paulus was een van de getuigen daarvan. Hij was de man die dit onder de natiën mocht gaan bekendmaken. Het werd geheraut als een historisch feit. Het graf was leeg. Het aardige is trouwens dat dit een onomstreden feit was. Dat het graf leeg was, daar waren vriend en vijand het wel over eens. Ook de vijanden wisten: ja, het graf was leeg. Ze verklaarden dat dan door te zeggen dat het lichaam gestolen was, maar dat het graf leeg was, was onmiskenbaar.
Bovendien waren er honderden getuigen. Paulus legt dat ook uit in 1 Korinthe 15: er waren tientallen en bij één gelegenheid zelfs vijfhonderd broeders tegelijk die ooggetuigen zijn geweest van de opgestane Christus. Dat getuigenis was niet alleen veelvuldig, het was ook nog eens unaniem. Iedereen die daarbij was, kon het bevestigen. Paulus zegt in 1 Korinthe 15 ook iets heel aparts: hij merkt op dat het merendeel van hen in zijn dagen nog in leven is. Met andere woorden: vraag het ze maar na. We hebben het hier niet over een mythe of een verzinsel, we hebben het over een historisch feit.
Paulus zegt: dat heb ik geheraut. Ik heb gewoon iets gemeld wat voorzegd was en inmiddels gebeurd is. Het is bewezen en als zodanig maak ik het als een heraut bekend. Maar indien — nu lees ik even verder — indien van Christus geheraut wordt dat Hij uit de doden is opgewekt... Terwijl de andere doden nog in het graf verblijven, is Hij daaruit opgewekt. Dat is eigenlijk de gedachte van die zin. En nu komt het: "Hoe zeggen sommigen dan onder jullie dat er geen opstanding van doden is?"
Dit vind ik dan toch wel weer erg mooi. Het is natuurlijk een hele vreemde opvatting die daar in Korinthe rondzong, maar dank God dat dit het geval was. Dit is namelijk dé aanleiding voor de apostel Paulus om dit geweldige hoofdstuk te schrijven; het slotakkoord van de Korinthebrief, het absolute hoogtepunt en eindpunt van de brief. Waarom? Omdat deze opvatting daar werd beweerd. "Sommigen" — de hoeveelheid doet er niet toe — maar er waren er onder de Corinthiërs die zeiden: "Er is geen opstanding van doden." Let goed op wat er staat en wat er niet staat. Wat zij namelijk niet ontkenden, was dat er leven zou zijn na de dood. Ze zeiden ook niet dat Jezus, van wie Paulus zegt dat Hij leeft, niet zou leven. Dat zeiden ze niet. Nee, ze ontkenden de opstanding van doden. Dat is iets heel anders.
Waarom deden ze dat? Vanwege die Griekse opvatting waar ik het zojuist over had: de ziel is onsterfelijk. Als de ziel onsterfelijk is, waarom zou er dan opstanding van doden nodig zijn? Dat is een hele venijnige opvatting, want de leer van de onsterfelijke ziel is killing voor de waarheid van de opstanding. In de eerste plaats is het een ontkenning van de dood. In die visie sterft een mens in feite niet, maar leeft hij op een andere manier voort. Maar als je dan zegt: "Jezus stierf"... tja, officieel is dat nog steeds de leer, maar men denkt dan dat Hij naar het paradijs ging. Hij leefde eigenlijk gewoon voort. Maar dan stierf Hij dus niet. Hooguit zou je kunnen zeggen dat Hij Zijn stoffelijke omhulsel aflegde. "Stoffelijk overschot", zoals ze dat noemen, is trouwens ook een typisch Griekse gedachte. Alsof dit slechts een overschot is. Welnee, dit is het lichaam waar God een geweldig plan mee heeft: de verlossing van het lichaam.
Begrijp dat goed: de verlossing van het lichaam betekent niet dat we ván dat lichaam verlost worden, maar dat het lichaam verlost wordt. Dat is een doordenkertje, maar er zit een heel groot verschil tussen. In ieder geval ontkent dat idee van de onsterfelijke ziel de dood en daarmee de noodzaak van de opstanding. Want als je door te sterven al onsterfelijkheid verkrijgt, waarom zou er dan nog opstanding moeten zijn? Het valt mij vaak op dat vele christenen het eigenlijk nooit zozeer hebben over de opstanding of over de geweldige waarheid dat er een moment komt dat ons lichaam zal worden opgewekt. Het idee is vaak: "Ze zijn gestorven en ze juichen nu voor de Heer." Maar gaan ze dan ook nog opstaan? "O ja, dat is ook zo... dan gaan ze zeker nog een keertje terug of zo?" Het is dan slechts suiker op de honing geworden; het gaat nergens meer over. De noodzaak van de opstanding verdwijnt op het moment dat je de dood in essentie ontkent.
Wat ik ermee wil zeggen, is dat het hele idee van de onsterfelijke ziel een landmijn is die de tegenstander heeft neergelegd om te voorkomen dat mensen bereikt worden met de waarheid van het Evangelie. Namelijk dat Christus stierf. Niet bij wijze van spreken, maar Hij stierf écht. Niet slechts Zijn lichaam werd afgelegd; néé, Hij werd begraven in een graf. Niet alleen Zijn lichaam werd begraven, Christus werd begraven. Hij was in het graf drie dagen lang dood. En als God Hem niet had opgewekt, was Hij nog steeds dood geweest. Ziet u hoe haaks dit staat op het idee van een onsterfelijke ziel? Het verklaart ook waarom die Atheners destijds hun schouders ophaalden toen Paulus over de opstanding van de doden begon; dat konden ze niet matchen met hun eigen gangbare ideeën. Paulus gaat daar tegenin. Hij benadrukt de waarheid dat Christus echt stierf, echt werd begraven en echt op de derde dag werd opgewekt.
Ik heb hier twee landmijnen neergelegd. Er is er nog eentje die ook killing is. Stel je voor: het idee dat Jezus God is, de leer van de Drie-eenheid. Als Jezus God was, hoe kon Hij dan sterven? En trouwens, móest Hij dan door God worden opgewekt? Hoe kan ik van harte geloven dat God Hem uit de doden heeft opgewekt als ik geloof dat Hij God was, eigenlijk niet eens echt gestorven is en bovendien zelf kon opstaan? Dan kan ik nooit van harte geloven dat God Hem uit de doden heeft opgewekt. Ziet u hoe killing dit is? Daarom is die waarheid die daar in Korinthe werd betwijfeld nog steeds actueel.
Als de Doden Niet Opstaan, Is Ons Geloof Zonder Inhoud ↑ hoofdstukken
1 Korinthe 15, vers 13. Mijn stem houdt het nog net vol, dus we gaan verder. Is dat trouwens het teken dat ik ermee moet stoppen? "Indien er geen opstanding van doden is, dan is ook Christus niet opgewekt." Want dat is natuurlijk de consequentie. Maar indien Christus niet is opgewekt... "zonder inhoud" – andere vertalingen zeggen ijdel of leeg – "is ook onze heraut-boodschap." Want dat is nu juist de waarheid. "En zonder inhoud is dus ook jullie geloof," zegt hij. Het is niet alleen dat wat wij vertellen zonder inhoud is, maar ook dat wat jullie geloven heeft dan helemaal geen enkele inhoud.
Ik moet er trouwens ook bij zeggen dat er vandaag de dag ook in de christelijke wereld op velerlei wijze verteld wordt waarbij de opstanding vergeestelijkt wordt. Dat is een heel mooi woord, een mooi etiket, maar het is gewoon witwaspraktijk. Het is gewoon fraude. Want op het moment dat er verteld wordt... Ik heb het zelf niet gezien, want ik kijk daar principieel niet naar, maar afgelopen donderdag was The Passion op televisie en toen las ik een citaat. Als ik het uit het verband heb gerukt, vergeef me, maar de verteller had blijkbaar gezegd: "Of Christus nu is opgestaan of niet, dat dondert niet. Maar weet u, de lente komt en kijk eens hoe alles weer ontluikt." Dat is op zichzelf natuurlijk een geweldig feit, en als je de betekenis kent, zie je dat als een prachtige illustratie van de goddelijke waarheid. Maar op het moment dat je de gedachte hebt dat de opstanding van Jezus Christus een metafoor is voor de hoop en dat het met de dood niet voorbij is... nee, dat zeiden ze daar in Korinthe ook al. Ook in de Griekse wereld zeiden ze niet dat het met de dood voorbij was. Zij zeiden juist: "Als je sterft, dan heb je het echte geluk gevonden, want de ziel is bevrijd." Zij ontkenden dus niet dat er leven na de dood zou zijn, helemaal niet. Maar ze ontkenden de opstanding van doden.
Paulus zegt: dat is nu juist het hele punt. Dat is wat we jullie vertellen en als dat niet waar is, ga dan niet zeggen dat het een mooie metafoor is. Want het is gewoon kul. Het slaat helemaal nergens op, het is zonder inhoud. Het is nog sterker, want Paulus zegt in vers 15: "Dan worden wij ook valse getuigen van God bevonden." Het is dus niet alleen maar dat het dan fantasie is, een verzinsel, een mythe of een mooi verhaal, maar het is nog veel erger. Hij zegt: dan zijn wij – en dan heeft hij het uiteraard in de eerste plaats over zichzelf, maar ook over al zijn collega-apostelen en die honderden andere getuigen – dan zijn wij leugenaars, dieven en oplichters. Gewoon pure fraude. Ga dan niet vertellen: "Dit is een Nieuw Testament, een beetje vroomheid, maar goed." Ga niet vertellen dat dit een mooi boek is met mooie verhalen, want dan is het niet waar. Dat is lariekoek. Of dit is de waarheid en Christus is letterlijk uit de doden opgestaan na drie dagen in de dood geweest te zijn, óf dit is leugen en fraude. Dan zou je dit boek niet eens een moment langer aandacht moeten geven. Dat zijn de vragen. U zegt: "Dat is wel erg zwart-wit." Ja, dat is zeker zwart-wit, maar alleen als je het zo zwart-wit ziet, begrijp je ook de impact.
Laat je geen zand in de ogen strooien met de gedachte dat het een metafoor is. Niks metafoor, het is echt gebeurd, een historisch feit. Buiten de opstanding om is er geen hoop. Alle hoop in de Bijbel is altijd gekoppeld aan opstanding. Ik lees verder: "Indien wij alleen in dit leven in Christus onze hoop hebben gevestigd, dan zijn wij beklagenswaardiger dan alle andere mensen." Ik geloof trouwens dat Paulus hier met "wij" doelt op de apostelen. Hij maakt iedere keer een subtiel verschil tussen "jullie" en "wij". Met "wij" bedoelt hij de ooggetuigen, de apostelen. En dat is trouwens niet voor niets, want u moet zich realiseren dat Paulus een ooggetuige was, net als al die andere mensen die daarvan hebben gesproken. En wat kregen ze ervoor als beloning? Nou, je zou een paar hoofdstukken terug moeten bladeren waar Paulus dat allemaal beschrijft. Hij zegt dat ook een beetje cynisch tegen de Korinthiërs: "Jullie hebben het helemaal gemaakt in de wereld. Jullie hebben politieke invloed en willen graag gezien worden in de wereld. Wij niet. Wij apostelen zijn als het uitvaagsel van de wereld. We zijn altijd maar op reis en we worden miskend, gemarteld en alleen maar tegengewerkt. Het kostte hen alles."
Voor Paulus maakte dat niet uit. Dat klinkt misschien wat laagdunkend zoals ik het nu zeg, maar zo is het echt. Want als het waar is wat wij vertellen, dan is er zo’n geweldige hoop. Dan vergoedt dat alles. Maar Paulus zegt: als we alleen maar voor dit leven onze hoop hebben gevestigd, ja, dan zijn wij beklagenswaardiger dan wie ook van de mensheid, want dan is dat gewoon een kulverhaal. Dat gaat dan nergens over. Dan zijn wij dus inderdaad beklagenswaardig. Maar Paulus maakte zich geen zorgen erover, want hij wist wel dat het de waarheid was. Ja, dat is het verschil.
Christus de Eersteling en de Dag van de Omertelling ↑ hoofdstukken
Maar nu – en nu zijn we bij de titel gekomen van deze toespraak. Maar nu, dus tegen alle andersluidende beweringen in: Christus is opgewekt uit de doden. Dat is de inhoud van de boodschap. In feite is de hele inhoud van de boodschap Iemand die tweeduizend jaar geleden even buiten de poorten van Jeruzalem op de derde dag werd opgewekt uit de doden. Dat is het feit.
Je zou de vraag kunnen stellen: ja, oké, maar dat is historie. Dat is in het verleden gebeurd. Dat mag dan een geweldig feit zijn waarmee God bewijst sterker te zijn dan de dood, en dat is ook waar. Maar weet u wat het geweldige is? Hij is de eersteling. Hij is opgewekt uit de doden als eersteling van de ontslapenen. 'Ontslapen' is gewoon de term voor iemand die sterft; die ontslaapt. Dat is, over een metafoor gesproken, een prachtige metafoor voor wat de dood is. Je slaapt tot het moment dat je gewekt wordt, dan word je gewekt en dan sta je op. Dat is de waarheid.
Paulus zegt: Hij is opgewekt uit de doden als eersteling. En dat betekent dus dat Hij de eerste is en de rest volgt. Ik moet trouwens even ter toelichting bijzeggen: Christus is inderdaad niet de eerste die opstond uit de doden. Er zijn voorbeelden in de Bijbel van mensen die ook opstonden uit de doden, in de Evangeliën maar ook in het Oude Testament. Oké, het zijn er niet zo heel veel, maar het gebeurde toch. En toch is Christus de eersteling. Waarom? Omdat Hij de eerste is die eens voor altijd opstond uit de doden. God wekte Hem op zodat Hij nooit meer zou sterven. De dood heeft geen heerschappij meer over Hem, staat er in Romeinen 6. Hij is daarin de eersteling en dat betekent dat de rest gaat volgen. Zijn opstanding uit de doden, tweeduizend jaar geleden, is een garantie.
En nu heb ik nog iets, dat is heel speciaal voor deze datum, want het is vandaag Pasen. Dat was u niet ontgaan natuurlijk. Maar ik ga u nog iets vertellen en eigenlijk vind ik dat zelf veel betekenisvoller. Want ja, de kerkelijke kalender... daar zullen we het maar niet over hebben. Begrijp me niet verkeerd, Pasen vind ik geweldig, laat ik dat vooropstellen. Maar weet u wat ik geweldig vind? Vandaag is het toevallig – want dat valt dan samen – 17 april. Op de Hebreeuwse kalender is het 16 Nisan en het is de dag dat de omertelling begint. Oftewel: het is de dag van de Eerstelingsschoof.
Dat is een heel verhaal apart, want de Bijbel geeft daar weer geen datum voor. De huidige Joodse gewoonte is overweldigend en die heeft dat vastgesteld op de 16e Nisan. Daar ga ik nu verder niet op in. Maar het is nu wel zo: het is de dag na de Sabbat. En waarachtig, Christus stond op op de dag van de Eerstelingsschoof. Ik had het er zojuist even over dat Christus is gestorven en begraven naar de Schriften en opgewekt ten derde dage naar de Schriften. Een van de geweldige dingen daarvan is dat de datum dat Hij opstond, daags na de Sabbat, de dag was van de Eerstelingsschoof.
Vanaf dat moment werd een hele reeks van Sabbaten geteld: zeven Sabbaten, dat is 49 dagen. Na die 49e dag krijg je de 50ste dag en heb je Pinksteren. Maar die hele periode begint met deze eerste dag! De eerste van de Sabbatentelling. Meestal staat in onze vertaling 'de eerste dag van de week', tot uw dienst, maar het was de eerste van de Sabbatentelling, dag 1 van de omertelling. 'Omer' betekent de eerstelingsschoof, de eerstelingsschoof namelijk van de gersteoogst. De eersteling van de gersteoogst werd op deze dag dat Christus opstond aangeboden. En dat was dus al 1500 jaar daarvoor door God gefixeerd. Ik bedoel: op de 14e dag van Nisan was het Pascha en op die ene dag, daags na de Sabbat, was de dag van de Eerstelingsschoof.
Christus rees als eersteling op die dag. Als je het Woord kent en je kent de precisie en nauwkeurigheid van de Schriften, dan had je dit eigenlijk kunnen weten. Natuurlijk, zo werkt God. Maar God voorzegt ook. En wat een geweldig feit is dat: Hij is de eersteling. Uitgerekend op die dag stond Hij op uit de doden als eersteling en dat betekent dat de rest gaat volgen. En weet u wie de rest is? Iedereen. Iedereen!
Is dat zo zwart-wit? Ja! Sorry? Ja. Ik hoor niet goed wat u zegt. Zullen we het er zo meteen even over hebben? Want om nu een conversatie te gaan starten lijkt me niet zo handig als niet iedereen het kan horen.
In Adam Sterven Allen, in Christus Worden Allen Levend Gemaakt ↑ hoofdstukken
Maar even dit: Christus werd opgewekt als eersteling en nu staat er in vers 22 – ja, dit is natuurlijk zo’n kolossaal vers. Waarom? Omdat hier gesproken wordt over de impact en de betekenis van die waarheid, van dat historische feit. Want evenals in Adam allen sterven; dat wordt als een bekend gegeven neergezet. We zijn allemaal afstammelingen van Adam. Ga een paar duizend jaar terug en je komt bij Adam uit. En al zijn nakomelingen... (Zou er iemand nog een beetje water kunnen geven?) Allen sterven in Adam; alle mensen zijn stervelingen. Dat is een bekend gegeven, dat hoef ik niet uit te leggen. Dat is een ervaringsfeit.
Nu zegt Paulus: aangezien dat een gegeven is, zo zullen ook op dezelfde wijze in Christus, de eersteling, allen levend gemaakt worden. Overigens sterven alle mensen ook niet tegelijk; dat is ook ieder in zijn eigen rangorde. Maar niettemin: het feit staat. Oh, je komt meteen met twee glazen. Nou heb ik nog drie kwartier. Dankjewel. Het wordt er niet beter op, dus ik denk dat ik maar moet gaan afsluiten... Maar hier moet ik nog wat over zeggen. Want kijk: waarom is de waarheid van de opstanding van Christus nou zo'n kolossaal, geweldig gegeven?
En inderdaad, dan zeg ik het die man van de pers na: het maakt niet uit of je erin gelooft. Inderdaad, daar geef ik hem gelijk in. Want ook als je het niet gelooft, blijft het waar. Hij stond op uit de doden en Hij is de eersteling. En heel het mensdom – zo waar als het is dat jij en ik hier zitten als stervelingen, er is geen mens die dat zal ontkennen, we zijn allemaal stervelingen – zo waar is het ook dat God alle mensen gaat levend maken. Hoe? Wel, in Christus. In Hem is de garantie gegeven, want Hij is de eersteling. Zoals Adam een eersteling was als het ging om de dood, zo is Hij de Eersteling als het gaat om het LEVEN – met allemaal hoofdletters – dat de dood achter Zich heeft en heeft overwonnen.
Zo zullen ook in Christus allen levend gemaakt worden. Kijk, dat is een feit dat we vertellen aan iedereen die het maar horen wil. Dit is zo’n geweldig goede tijding, echt een goed bericht. En inderdaad, er zijn maar weinig mensen die het werkelijk horen. Ik weet dat God ogen, oren en harten opent, maar dit is het feit. Dit vertellen we; dit is een mededeling, een bericht, een goed bericht. Het meest blijde nieuws dat je maar kunt bedenken. En weet u, het nieuws is zo geweldig, het blijft geweldig nieuws, ook als iemand zegt: "Mij niet gezien" of "Ik geloof er geen barst van".
Daarom vertel je het natuurlijk; je vertelt het opdat anderen het zouden geloven. Maar goed, dat is geen mensenwerk. Dat is trouwens maar goed ook. Ach, wat kan een mens nou wel? Uiteindelijk helemaal niks. Nou ja, we kunnen dit horen en als je het weet, dan kun je het doorvertellen. Als je een mond hebt, dan kun je het gewoon doorvertellen. Vertel het maar. Je vraagt niks, er is geen opdracht aan wie dan ook. Je deelt een geweldige mededeling. Dat is een bericht. Nou, het geweldige bericht is: in Christus zullen allen levend gemaakt worden. Waarom? Omdat Hij de eersteling is.
Want er staat namelijk nog bij: "Ieder echter in de eigen rangorde." Met andere woorden: niet allemaal tegelijk. Paulus laat hier zien dat er drie rangordes zijn. Als eersteling Christus, tweeduizend jaar geleden. Hij is de eerste en de garantie. Vervolgens degenen die van Christus zijn in Zijn parousia, als Hij straks Zijn afwezigheid zal afsluiten met Zijn aanwezigheid en acte de présence zal gaan geven – wat trouwens een hele periode is als u het mij vraagt. In die volgorde zullen er ook nog opstandingen plaatsvinden, de wegrukking, et cetera.
Het gaat me nu niet om de details en hoe en wanneer enzovoorts. Het gaat om het feit zelf dat er rangordes zijn. Christus de Eersteling, tweeduizend jaar geleden, en straks binnenkort. Want de twee dagen van duizend jaar zijn bijna voorbij, dus de termijn is hard bezig te verstrijken. Laten we het daarop houden. En in Zijn parousia krijg je de volgende reeks, de volgende rangorde. Is het een voorrecht als je daarbij mag horen? Ik dacht het wel, een geweldig voorrecht.
Maar daar blijft het niet bij, want Paulus zegt dan: "...daarna het einde." Van wat? Nou, hij had het over rangordes in opstandingen, of liever: van levendmakingen. Ja, het einde van de levendmakingen. Want kijk, als Christus de Eersteling levend gemaakt is... Vervolgens – dat is nog toekomst – in Zijn parousia degenen die van Christus zijn. Dat is de volgende rangorde. Dan blijft er nog één grote groep over, namelijk zij die niet van Christus zijn, die Hem niet kennen of herkennen. En die groep volgt ook, want allen die in Adam sterven, zullen in Christus worden levend gemaakt.
Dus het einde, ja, dat is die laatste levendmaking. En wanneer is dat nou? Wanneer Hij het koninkrijk zal overdragen aan de God en Vader, als namelijk alles compleet is. Je leest ook later – ik heb er nu geen diaatje meer van, want ik voelde bij het maken al dat mijn stem weg zou vallen... Nee hoor. Maar er staat in vers 26... weet u wat die laatste levendmaking is? Dat is wanneer de laatste vijand teniet wordt gedaan. Hij moet immers heersen totdat Hij al Zijn vijanden gesteld zal hebben tot een voetbank voor Zijn voeten. En de laatste vijand die Hij tenietdoet, dat is de dood.
En weet u wat er gebeurt? Dat is zo geweldig en zo simpel dat een klein kind het kan begrijpen. Als Hij de dood tenietdoet, weet u wat dat betekent? Dan is er geen dood meer. Weet u wat dat betekent? Dan leven allen. Dat is geen hogere wiskunde, toch? Als Hij alle mensen levend gemaakt heeft, allemaal, tot de laatste rangorde aan toe, dan zijn allen levend gemaakt en dan is er dus geen dood meer. Dan is de dood tenietgedaan; de dood is verzwolgen in de overwinning.
Kijk, zo werkt God. Dat is de levende God die wij kennen. En daarom is Pasen, of deze dag van de eerstelingschoof, zo’n geweldig, triomferend, feestelijk, alles overtreffend, niemand uitsluitend feit. Werkelijk een goed bericht. Ja, daarvoor moet je alle registers opentrekken en dan moet je alle bloemetjes buiten gaan zetten. Ja ja, dat ga ik straks doen. Ik heb één conclusie.
Conclusie: Onverzettelijk Staan in de Waarheid ↑ hoofdstukken
Nou ja, ik heb één conclusie. Paulus sluit dit lange hoofdstuk af met vers 58, en dat is de conclusie van zijn hele betoog. Schitterend! U moet zich realiseren: deze Korinthiërs kenden de waarheid van wat Paulus geheraut had, maar ze waren een beetje wiebelig. Er waren mensen die daar twijfels gingen zaaien: een onsterfelijke ziel, geen opstanding van de doden. Oké, maar Paulus heeft nu gewoon dat misverstand eens voor altijd uit de wereld geholpen, mag ik aannemen. Hoe het verder gegaan is, weet ik niet, maar het antwoord is wat mij betreft in ieder geval afdoende.
En dan krijg je de conclusie: "Zo dan, mijn broeders, geliefden, wordt standvastig." Zo staat het er eigenlijk letterlijk. Dat vind ik ook logisch, want ze stonden wel, maar het was zo wiebelig. Ze waren niet standvastig en lieten zich nog te gemakkelijk heen en weer bewegen. Paulus zegt: word standvastig. Waarin? Ja, in die waarheid natuurlijk, van de opgestane Christus. Sta daarin. Sta daarop als u opstaat. Dat is het mooiste moment om u dat te realiseren, als u 's morgens opstaat. De nacht is voorbij, u bent gewekt. Sta op met uw goede been uit bed, en weet u wat dat is? Gewoon op de waarheid van de opstanding. Hij is opgestaan uit de doden als Eersteling, en daar ga ik in staan.
En "onverzettelijk" staat er nog bij, en dan: "altijd overvloedig in het werk van de Heer". Let op: in het werk van de Heer, niet het werk voor de Heer. Een heleboel mensen denken dat je als christen de hele tijd moet gaan jakkeren; dat je dit moet doen en dat moet doen. Ik zal u dit vertellen: alles is gedaan. En dat is de geweldige waarheid. En weet u wat het geweldigste is? Als we onverzettelijk in die waarheid staan, dan gaat Hij overvloedig Zijn werk in en door ons doen. En dan is het niet meer ons werk, maar dan is het Zijn werk. Dat staat er toch ook? "Overvloedig in het werk van de Heer." Wat wilt u nog meer? Ja, dat rijmt ook nog. "Wetende dat jullie moeite niet vergeefs is in de Heer." Dus ik zou zeggen, lieve mensen: laten we daarop staan en blijven staan op dit geweldige feit. Deze rots der eeuwen die nooit wankelt of bezwijkt. Amen.
UltimateGoodNews