GoedBericht.nl logo
UltimateGoodNews

het ‘onze Vader’

03-07-2022 - Geplaatst door Andre Piet
3 juli 2022, Urk

Het zogenoemde ‘onze Vader’ is niet (zoals het zo vaak wordt genoemd) ‘het gebed des Heren‘ maar het gebed dat Hij aan zijn discipelen onderwees. Niet om als formulier gebed te pas en te onpas te reciteren, maar als modelgebed om in weinig woorden veel te zeggen. Het gebed spreekt van de tijd dat het Koninkrijk op aarde zal komen en Gods wil daar zal gaan geschieden, net zoals in de hemel. Het spreekt van “de voleinding van de aeon” waarin de boze extreem huis zal houden en de verzoeking gigantisch zal zijn. De tijd waarin het gelovig overblijfsel van Israël zal moeten opzien naar boven voor dagelijks onderhoud en voedsel.

Powered by RedCircle

📝 Samenvatting & Transcriptie van deze lezing

Samenvatting van deze toespraak

Het 'onze Vader' is niet bedoeld als een eindeloos te herhalen formuliergebed, maar als een profetisch model dat de Heer aan Zijn Joodse discipelen leerde. De studie toont aan dat dit gebed specifiek gericht is op Israël en pas zijn diepste actualiteit krijgt in de eindtijd. In die periode zal God Zijn naam publiekelijk heiligen en het Koninkrijk op aarde vestigen. Het gelovige overblijfsel in de woestijn zal dan letterlijk bidden om de dagelijkse voorziening van 'brood van boven' en om uitredding van de boze.

“Gebed is vooral het beamen, het 'amen' zeggen op wat Hij gesproken heeft.”

Introductie: de Misvatting van het Onze Vader als Formuliergebed ↑ hoofdstukken

Een hele goedemiddag allemaal, vrienden. Wij gaan het inderdaad, zoals aangekondigd, hebben over het 'Onze Vader'. U weet dat dit een gebed is, en misschien weet u het niet, maar dan breng ik u daarvan bij deze op de hoogte: het 'Onze Vader' maakt deel uit van de beroemde Bergrede. Die vindt u in het evangelie naar Matteüs, hoofdstuk 5 tot en met 7. Ik zeg het daarmee overigens niet helemaal compleet, want het 'Onze Vader' vind je ook terug in het Lucas-evangelie, hoewel daar een verkorte versie van te vinden is.

Het 'Onze Vader' heeft in de traditionele christenheid de reputatie en de naam 'het Gebed des Heren', 'The Lord’s Prayer'. Ik heb in de aantekeningen al even aangegeven dat dit ten onrechte is, want we zullen straks ook wel zien dat de Heer dit gebed zelf niet bad. Nee, Hij onderwees het aan Zijn discipelen. In feite is dat ook heel gemakkelijk aan te tonen, want de Heer Jezus heeft zelf nooit gebeden: "Vergeef ons onze schulden". Dat lijkt me duidelijk; Hij was zonder zonde. Dus in die zin is het vrij gemakkelijk aan te tonen. Het is dus van een heel ander soort dan een gebed zoals we dat in Johannes 17 aantreffen. Dat zogenoemde hogepriesterlijk gebed zijn de woorden die de Heer zelf sprak tot Zijn Vader, maar dat is dit gebed dus niet.

Koos gaf het zojuist in zijn inleiding ook al even aan: we kennen het 'Onze Vader' vooral traditioneel als een formuliergebed dat eigenlijk te pas en, als u het mij vraagt, te onpas gebeden wordt bij allerlei gelegenheden en ook eindeloos herhaald wordt. Ik ben hier op Urk, en dat is nou niet echt een rooms-katholieke omgeving; die achtergrond heb ik zelf ook niet. Maar degenen die die achtergrond wel hebben, weten maar al te goed hoezeer het 'Onze Vader' een formuliergebed is dat ook eindeloos herhaald kan worden in de rozenkrans. Dan wordt er tig keer achter elkaar gebeden. Hoe dat allemaal precies in zijn werk gaat, weet ik niet uit eigen ervaring, met de weesgegroetjes erbij, maar in ieder geval werd het vaak gedachteloos opgezegd en eindeloos herhaald. Als je dan bedenkt hoe dit gebed, voordat het daadwerkelijk onderwezen werd, werd ingeleid, dan was dat juist om te waarschuwen voor dat gedachteloos, eindeloos herhalen van woorden. En dan te bedenken dat juist het 'Onze Vader' daar ten prooi aan is gevallen. Dat is gewoon een vaststelling.

Wat we in deze studie gaan doen – en ik mag aannemen dat jullie niet anders van mij gewend zijn – is inderdaad de Bijbel openen en ons daarbij een aantal vragen stellen. In welke context, samenhang en achtergrond werd dit gebed onderwezen? Wat staat er precies? En ook niet onbelangrijk: aan wie is het gericht? Een grote nadruk zal deze studie ook leggen op de vraag wanneer de woorden van dit gebed hun eigenlijke, diepste en hoogste actualiteit gaan krijgen. We zullen dus vooral het profetische aspect daarin benadrukken. Laten we maar eens beginnen bij het begin.

De Joodse Context: Bidden in de Verborgenheid van de Binnenkamer ↑ hoofdstukken

En dan bedoel ik niet het begin van de Bergrede en ik bedoel ook niet het begin van het 'onze Vader', maar net de verzen daarvóór, waarin de Heer Jezus gaat spreken over het bidden. Hij had zojuist gesproken over het geven van aalmoezen, waarbij al een tal van onderwerpen aan de orde zijn gekomen. Vanaf vers 5 van Matteüs 6 brengt Hij het onderwerp van gebed ter sprake. Hij zegt: "Wanneer jullie dan bidden, zullen jullie niet zijn als de huichelaars." In het Grieks staat daar een woord dat we allemaal wel kennen: hypokriton. Dat is gewoon het woord hypocrieten. Als je het in een interlineair ziet, dan herken je het zelfs nog wel als je nooit Grieks hebt geleerd. Weet u wat de aardigheid van dat woord is? Het was de aanduiding voor een toneelspeler.

Ik begrijp eigenlijk ook wel waarom. Ik had het zojuist over het feit dat ik geen rooms-katholieke achtergrond heb, maar een echte 'refo' of protestantse achtergrond. Daar bestaat van oudsher nogal een afkeer tegen toneelspel, en eigenlijk begrijp ik dat vanuit dit perspectief ook wel een beetje. Toneelspel, film, drama; het was eigenlijk allemaal toneel. Zonder dat onderwerp nu te gaan uitdiepen, maar bij toneelspel doe je alsof. Dat is eigenlijk ook een hypocriet: iemand die de schone schijn heeft voor de bühne, maar de binnenkant is heel anders. Je speelt een rol. In de religieuze wereld is dat erg gebruikelijk: de mooie buitenkant laten zien.

Laten we even verder lezen: "Dan zal je niet zijn als de huichelaars." Hoezo dan? "Want zij staan graag in de synagogen en in de hoeken van de straten te bidden." Trouwens, dit werpt ook meteen licht op de adressering van dit onderwijs. Het loutere feit dat de Heer Jezus dit zo zegt over die hypocrieten waar Hij aan refereert — zij die graag in de synagogen en in de hoeken van de straten staan te bidden — dan weet je meteen dat dit in een Joodse context is uitgesproken. Logisch, Hij spreekt niet over kerken of over moskeeën, wat trouwens onmogelijk was in die dagen, maar over de synagoge en de Joodse vergaderplaatsen.

De Heer Jezus was geboren onder de wet. Hij sprak tot Zijn volk en Hij was uitsluitend gezonden tot het volk van Israël. Als Hij even later in Matteüs 10 de Zijnen eropuit stuurt, dan zegt Hij ook: "Ga alleen naar de verloren schapen van het huis Israël en begeef je niet op de weg naar de Samaritanen, nog niet naar die van de natiën." De Heer Jezus was heel uitdrukkelijk gezonden tot Israël en dat onderwijs dat Hij gaf, was eigenlijk brood voor de kinderen van Israël. Zo noemde Hij het ook. Wanneer een niet-Joodse dame een beroep op Hem doet, is Zijn eerste reactie: "Het is niet goed om het brood van de kinderen van Israël te geven aan de hondjes." Even voor de goede orde: die hondjes, dat zijn wij. Dat zijn de niet-Joden, de honden. Dat staat trouwens ook in de Bergrede: "Je moet geen parels voor de zwijnen werpen en voedsel niet voor de honden." Dat wil zeggen: het is onderwijs dat Hij richt aan Israël en dat blijkt uit allerlei details. Ik zal in de loop van deze studie nog wel op meer van dat soort details wijzen.

Het gaat hier vooral om het feit dat zij zich in de synagogen of op de hoeken van de straten heel uiterlijk aan het tonen zijn aan de mensen. Ik denk dat het belangrijk is om nog even aan te stippen dat dit niet betekent dat openbaar gebed onbijbels zou zijn. Ik heb dat weleens zo uitgelegd gekregen, maar als je een klein beetje door de Bijbel bladert, kun je dat nooit staande houden. Er zijn heel wat voorbeelden in de Bijbel te vinden van mensen die publiekelijk een gebed hebben uitgesproken. Denk aan Hizkia, aan Salomo of aan David. Het idee is dus niet zozeer dat gebed niet in het openbaar mag plaatsvinden.

Aan de andere kant moet ik zeggen dat gebed in de eerste plaats een hele persoonlijke, intieme aangelegenheid is. Het is in ieder geval niet iets voor de bühne, iets wat je doet voor anderen. Je spreekt tot God. Dat is trouwens ook het grote gevaar van openbaar gebed. Ik herken dat, want als je publiekelijk spreekt, dan leiden we dat ook in, terecht met dankzegging. Er komen weleens mensen naar me toe die er moeite mee hebben dat er in het openbaar gebeden wordt, mede door dit soort onderwijs en omdat gebed een persoonlijke aangelegenheid is. Ik begrijp dat bezwaar wel, want het risico is heel groot dat je bij een publiek gebed vooral denkt aan degenen die zich in jouw gezelschap bevinden. Wat zullen zij ervan vinden? Je gaat mooie woorden kiezen, terwijl je je in gebed tot Hem richt. Op het moment dat de aandacht vooral uitgaat naar wat men ervan zal vinden, vermindert daarmee ook de waarde van het gebed. Je richt je dan niet meer specifiek tot God. Dus het gevaar onderken ik.

Het gaat hier dus vooral om die huichelaars, die hypocrieten, die bidden om zich te tonen aan de mensen, om te laten zien hoe vroom ze wel niet zijn. "Amen, Ik zeg jullie, zij zijn hun loon aan het verzamelen." Of zoals de NBG-vertaling zegt: "Zij hebben hun loon reeds." Het idee is dat zij het loon of de eer voor hun handelen nu krijgen. De gedachte daarbij is dat ze straks van God die eer niet meer zullen krijgen. Dus als jij je zo vertoont en mensen zeggen: "Geweldig hoor," dan zegt de Heer dat dit hun loon is, want in de toekomst zal die eer hen ontgaan. Die uitdrukking staat vaker in de Bergrede: zij hebben hun loon reeds, of letterlijk: zij zijn hun loon nu al aan het verzamelen.

Maar nu komt de positieve kant van het verhaal: "Maar wanneer jullie ook maar bidden, ga in uw binnenkamer en sluit uw deur." Gebed is primair een persoonlijke zaak en iets voor het verborgene. In het Grieks staat hier het woord tameion voor binnenkamer. We komen dat ook tegen in Lukas 12 vers 24, waar het vertaald wordt met voorraadkamer. Dat ligt ook voor de hand, want daar zegt de Heer Jezus: "Let op de raven. Ze zaaien niet, ze maaien niet, ze hebben geen voorraadkamer of schuur en toch voedt God ze." Daar staat ditzelfde woord tameion. Er zijn trouwens vertalingen die dat hier in Matteüs ook weergeven met 'voorraadkamer' of 'kelder'. Het idee is vooral een ruimte in het huis waar verder geen licht bij komt, waar je de spullen verzamelt en de voorraad hebt. Het gaat erom dat het voor de mensen niet zichtbaar is. Vandaar dat Hij zegt: "Sluit uw deur en bid tot uw Vader die in het verborgene is en Hij zal u vergelden." Hier blijkt opnieuw: het is niet iets voor de buitenkant. Dit is zo primair: in het gebed spreek je tot Hem, en Hij is de enige die ertoe doet.

En Hij zal u vergelden, dat wil zeggen: geven wat u toekomt. Er staat hier in het Grieks — en dat vond ik wel grappig — dat Hij u in 'crypto' zal betalen. Ja, ze hebben het tegenwoordig vaak over crypto, maar voor de goede orde: dit is geen pleidooi voor de bitcoin of iets dergelijks.

Het woord 'crypto' betekent letterlijk cryptisch, iets wat verborgen is. Er staat dat u bidt tot uw Vader, die in het verborgene — in 'crypto' — ziet, zonder dat iemand anders dat ziet, en Hij zal u vergelden. Het is dus niet zo dat Hij u letterlijk in crypto zal betalen. Nee, het gaat om die verborgenheid; het is niet bedoeld voor de mensen buiten.

En nu volgt er nog een instructie. Dat is iets waar ik zojuist bij de inleiding al even kort naar verwees, namelijk een punt waar misschien wel het meest tegen gezondigd wordt, juist als het gaat over het 'onze Vader' en wat er nu volgt.

Geen Omhaal van Woorden: Bidden Is Amen Zeggen op Gods Beloften ↑ hoofdstukken

En jullie zouden bij het bidden geen omhaal van woorden gebruiken. In het Grieks staat hier voor die hele zin één woord: battologeo. Ik kwam erachter dat dit woord is afgeleid van battos, en dat betekent stotteren. Het idee bij iemand die stottert, is dat hij voortdurend hetzelfde woord herhaalt zonder dat het zinvol is. Nu is dat meestal een handicap en zou je dat niet met opzet doen, maar in de context van het gebed is het een 'omhaal van woorden'.

Jullie zouden bij het bidden geen omhaal van woorden gebruiken zoals degenen van de natiën. Dit is trouwens opnieuw een mooie bevestiging dat dit onderwijs in een joodse context wordt gesproken. Paulus sprak juist wel tót de natiën, maar hier wordt gesproken tot joden óver de natiën. Het contrast is juist: jullie zouden niet moeten zijn zoals zij van de natiën. Ook hier blijkt weer dat het hele publiek aan wie Jezus dit onderwijs geeft, joods is — Israëlitisch, zo u wilt.

Hoe doen de natiën dat? Dat zie je in allerlei religies. Ik had het zojuist over de rozenkrans bij de rooms-katholieken, maar je ziet het onder alle volkeren. Ik zag laatst een filmpje over de Tibetanen en die Tibetaanse gebeden; dat is een eindeloze herhaling van bepaalde mantra's. Men meent dat juist daarin de kracht gelegen is: in het uitspreken van een specifieke klank die voortdurend en eindeloos herhaald moet worden. Want zij menen in hun veelheid van woorden te zullen worden verhoord.

Feitelijk is de essentie van het onderwijs over het 'onze Vader' juist dat er veel gezegd wordt in weinig woorden. Waar de Heer Jezus hier op afgeeft, is de veelheid van woorden. Er staat een prachtig vers in het boek Prediker in dat verband. In Prediker 5 zegt Salomo dit (ik lees het voor uit de NBG51-vertaling): "Wees niet overijld met uw mond, en uw hart haaste zich niet om een woord voor Gods aangezicht uit te spreken." Dat geldt ook voor het doen van een gelofte, zo blijkt uit de context: ga niet zomaar een gelofte aan God uitspreken, want Hij houdt je eraan. Maar dit gaat specifiek over een woord voor Gods aangezicht uitspreken. Hoezo niet? Wel, want God is in de hemel en jij bent op de aarde; laten daarom uw woorden weinige zijn.

Die afstand is zo groot. Jij bent maar een sterveling hier op aarde en die grote God is in de hemel. Wees daarom sober in je woorden naar Hem toe. Het idee is vooral dat wij traag zouden zijn in het spreken. Juist als het gaat om God, past het dat we naar Hém luisteren. Het gaat er niet om wat wij tot God zeggen; het gaat erom wat Hij tot ons te zeggen heeft en dat wij ons daarnaar voegen. Gebed is vooral het beamen, het 'amen' zeggen op wat Hij gesproken heeft. Dat is het mooiste gebed: dat je amen zegt op wat God heeft toegezegd. Laat die eigen woorden maar heel weinige zijn.

Wordt hen uit de natiën dan niet gelijk, zegt de Heer Jezus tegen zijn discipelen. Want — en die vind ik ook zo mooi — jullie Vader weet welke dingen jullie nodig hebben, eer jullie Hem vragen. Ons gebed is dus helemaal niet beoogd om God te informeren. De gedachte op zich is al bizar als je erbij stilstaat: alsof wij God even moeten bijpraten over de stand van zaken hier op aarde omdat Hij dat nog niet wist. Dat is absurd om te veronderstellen. Je zou dan zelfs de vraag kunnen stellen: waarom bid je dan überhaupt als Hij het toch al weet?

In gebed beamen we wat God beloofd heeft. Het is in Zijn hand. Als wij bijvoorbeeld onze zorgen hebben — God zegt: wees in geen ding bezorgd (zoals we zojuist hebben gelezen in Filippenzen 4) — dan beamen we wat Hij gesproken heeft. Dat is ons antwoord op wat Hij heeft gezegd. Het idee van gebed is dus niet om God te informeren, maar ook niet om God op andere gedachten te brengen.

Dat laatste is trouwens vooral een 'evangelische tik'. We hebben ze nu allemaal gehad: ik noemde zojuist de rooms-katholieken en de 'refo's', en nu hebben we het ook even over de evangelischen. Zij hebben vaak het idee dat de menselijke wil zo sterk is dat als we maar massaal de hemel bestormen en veel petities en handtekeningen aanbieden, God misschien wel een klein beetje van gedachten gaat veranderen. Dat is een verontrustende gedachte, want dat zou betekenen dat de menselijke wijsheid die van God overtreft. Alsof wij democratisch onze keuze maken en het er allemaal over eens zijn dat een persoon genezen zou moeten worden, terwijl God dat soms beter weet dan wij allemaal bij elkaar. Daar zit het idee achter dat je God beïnvloedt of dat je het beter weet.

Maar gebed dient daar niet voor. Ik vond het een prachtige samenvatting: Gebed verandert God niet, gebed verandert de bidder. Bij gebed beamen we wat Hij zegt en dat geeft ons rust en vrede. Dat is trouwens ook de strekking van Filippenzen 4.

Een Instructiemodel: de Structuur en de Versies van Mattheüs en Lukas ↑ hoofdstukken

En dan komen we bij het 'onze Vader'. Want er staat vervolgens in vers 9: "Bidden jullie dan aldus". Dat wil zeggen: op deze wijze. De woorden die nu gaan volgen, zijn bedoeld als een model of een voorbeeld, en niet als een formuliergebed zoals het tegenwoordig eigenlijk altijd wordt uitgesproken. Bij allerlei gelegenheden wordt dat gebed zo opgezegd; het heet dan een formuliergebed. Het staat allemaal vast geformuleerd en is als het ware voorbedrukt, maar dat is helemaal niet de gedachte van de tekst. Dat blijkt ook wel uit de opzet, want we vinden in Matteüs een versie van het 'onze Vader', maar in Lucas ook. Als je die twee versies eens naast elkaar legt, zie je direct dat dit nooit bedoeld kan zijn als een formuliergebed. Want als dat de bedoeling was, dan zouden ze in beide gevallen identiek zijn.

Ik zal het even op een rijtje zetten om te laten zien wat de verschillen zijn. Ik laat nu helemaal achterwege waarom het ene wel in Matteüs en het andere in Lucas staat; dat doet op dit moment niet ter zake. Matteüs begint met "Onze Vader", terwijl Lucas begint met simpelweg "Vader". In de formulering van Lucas ontbreekt bijvoorbeeld "die in de hemelen zijt". De bede "Uw naam worde geheiligd" komt overeen, evenals "Uw koninkrijk kome". Maar "Uw wil geschiede, gelijk in de hemel, alzo ook op de aarde" ontbreekt weer in de versie van Lucas. "Geef ons heden ons dagelijks brood" komt vrijwel letterlijk overeen. "En vergeef ons onze schulden, gelijk ook wij vergeven onze schuldenaren" en "leid ons niet in verzoeking" komen ook overeen. Maar het slot van "maar verlos ons van de boze" ontbreekt dan ook weer in het Lucasevangelie.

Nu zult u misschien zeggen: "Ja, maar het gaat toch nog verder?" Nee, het gaat niet verder. Dat wil ik straks ook nog laten zien. Want het slot zoals wij dat kennen — "want van U is het koninkrijk en de kracht en de heerlijkheid tot in de eeuwigheid" — ontbreekt in alle oude handschriften. Dat is om liturgische redenen later toegevoegd. Als je een goede Bijbelvertaling hebt, staat dat er ook gewoon in vierkante haakjes onder of wordt het op een andere wijze als toevoeging weergegeven. Maar u begrijpt dat als het als formuliergebed moest dienen, het logisch was dat het ook een slot nodig had. Zo is het er via een omweg in de Bijbeltekst, althans in latere versies, bijgekomen. In het origineel ontbreekt het echter onmiskenbaar.

Tussen Matteüs en Lucas zijn er dus aanzienlijke verschillen. Ik wijs nu vooral op die verschillen omdat het demonstreert dat het niet bedoeld is als een formuliergebed. Daarnaast wil ik op nog iets wijzen wat de structuur van het geheel betreft. Het gebed valt eigenlijk uiteen in twee delen. Er zijn nog wel meer dingen te zeggen over de indeling en de hele structuur, maar het meest ooglopende moet even genoemd worden. In het eerste deel is het vrij duidelijk: het gaat om "onze Vader", "Uw naam", "Uw koninkrijk" en "Uw wil". In het tweede deel gaat het over "ons brood". Geef ons vandaag, vergeef ons, breng ons, red ons. In het ene geval, in de aanhef, gaat het primair om Hem. Het gaat daar letterlijk om God. In secundaire zin worden daarna de mens, zijn belangen en zijn behoeften genoemd. Dat is vrij duidelijk zoals dat in de tekst heel uitdrukkelijk naar voren wordt gebracht. Laten we dan eens naar de tekst zelf kijken.

Onze Vader en de Openbare Heiliging van Zijn Naam (jhwh) ↑ hoofdstukken

Dus daar had Hij gezegd, terwijl Hij zojuist had gewezen op allerlei gebedspraktijken die gebruikelijk waren – dat bidden voor de bühne en die eindeloze herhalingen – dat je dat nou juist niet moet doen. En nu geeft Hij vervolgens positief onderwijs: "Bidden jullie dan aldus." Dat blijkt trouwens wel weer uit het feit dat Hij zegt: "Bidden jullie dan aldus." Het is dus niet 'het Gebed des Heren'. Nee, het is onderwijs aan Zijn discipelen over hoe zij zouden bidden. "Onze Vader die in de hemelen bent." Ja, wie in de hemel is. Als je de Vader aanspreekt... als we over God spreken, dan zeg je: "die in de hemel is", en als we tot God spreken, dan zeg je: "die in de hemel bent".

Maar "Onze Vader"... het is al heel vaak – het is bijbelstudie dus ik noem het nu even heel vluchtig – maar het is al heel vaak genoemd in allerlei commentaren: de overeenkomst tussen dit gebed dat de Heer Jezus aan Zijn discipelen onderwijst en de bekende gebeden die Joden ook in die dagen reeds kenden. Een begrip in de Joodse liturgie is eigenlijk het Achttiende Gebed. Dat vertoont heel veel overeenkomsten met dat wat de Heer Jezus ook onderwijst aan Zijn discipelen. En de aanhef, "Onze Vader die in de hemelen zijt", dat is ook heel bekend Joods. Ooit leerde ik zo'n lied: Avinu Shebashamayim, onze Vader die in de hemelen zijt, of die in de hemel is. En dat is ook omdat Israël als volk God aanspreekt als Vader. Aan hen was ook – je leest dat Paulus dat ook zegt wanneer hij vraagt wat de voorrechten van Israël zijn, de zegeningen aan hen – dan zegt hij: "de Israëlieten, aan hen is de wetgeving, de eredienst en het zoonschap of de zoonstelling." Zij zijn bestemd om de erfgenamen bij uitstek te zijn. En als aan Israël het zoonschap hier op aarde is verleend, dan betekent dit dat zij in verhouding tot God staan als vader en zoon.

Vanuit ook dat "Onze Vader". Jesaja 63 vind ik erg fraai. Daar wordt dit gezegd – Jesaja spreekt daar, en dat zijn de woorden van het volk van Israël: "U immers bent onze Vader, want Abraham, onze aartsvader, weet van ons niet en Israël – dat betekent Jakob – herkent ons niet." Kijk, misschien vindt u dat een beetje een vreemde tekst. Maar het idee is: Israël spreekt over haar vaders of haar vaderen als Abraham, Isaak en Jakob. Ja, zegt dit vers in Jesaja 63, maar dat is niet zo. Abraham is eigenlijk niet onze vader, want die weet niet van ons, en Israël herkent ons niet. Onze Vader, dat bent U. U, Jahweh, bent onze Vader, onze Verlosser, de Goël. Van oudsher is Uw naam... ja, van oudsher is Uw naam Goël en Onze Vader. Israël staat heel specifiek in relatie tot haar God als de zonen, de erfgenamen, en God is onze Vader. Dus ook dit onderstreept weer inderdaad het Israëlitische karakter van het gebed. Ik geef toe, daar valt natuurlijk meteen wat op af te dingen, want je kunt zeggen: "Zo spreken wij onze God ook aan." Jawel, maar van oudsher was aan Israël juist ook het voorrecht toebedeeld dat zij de zonen zouden zijn van God, te midden van alle volkeren.

Oké, "Onze Vader die in de hemelen bent." En dat geeft ook aan – ik citeerde zojuist al even uit Prediker – waarin staat: "Wij zijn op aarde en onze God is in de hemel." Wat toch vooral aangeeft wat de afstand is. Bedenk wel even goed wie jij bent en Hij daar boven, letterlijk en figuurlijk, en wij hier onder en ondergeschikt dus ook. En Hij is daar. Dan: "Laat Uw naam worden geheiligd." De eerste zin is dus dat God wordt aangesproken als onze Vader en bovendien als degene die in de hemelen is, daar boven alles verheven. En dan staat er: "Laat Uw naam worden geheiligd."

Die naam van God, ja, dat is wat. In Exodus 3 lees je dat God Zijn naam bekendmaakt aan Israël, maar eigenlijk eerst aan Mozes. Dan wordt Mozes geroepen bij die brandende braamstruik. En dan staat er helemaal aan het eind van dat hoofdstuk, geloof ik, dat Mozes eropuit wordt gestuurd om zich tot zijn volk te richten: "Aldus zult u tot de Israëlieten zeggen: Jahweh." Ja, dat staat daar, die vier Hebreeuwse letters. Er is al zo lang over gestreden: hoe is de uitspraak? Want u weet, Israëlieten of Joden spreken de naam van God niet uit. Uit eerbied – ik moet zeggen: valse eerbied. Want God... laat ik het gewoon lezen: "Laat uw woorden weinig zijn, want ik zal niet te veel zeggen." "Aldus zult u tot de Israëlieten zeggen..." Jahweh, die Godsnaam dus. "Dit is Mijn naam voor eeuwig – le-olam, voor de aeon en verder – en zo wil ik aangeroepen worden van geslacht tot geslacht, de generaties door." Dit is Mijn naam, en dit zou Mozes tot de Israëlieten zeggen. Hier maakt God Zijn naam bekend. Pas toen, eerder niet.

Weet u dat? Ik aarzelde nu even om het te zeggen, maar het is te mooi om het u te onthouden. Als je de Godsnaam ontleedt, dan krijg je dus die Jod en de He. Maar die letters, die vier letters waaruit de Godsnaam is samengesteld, dat zijn ook getallen, cijfers. De Jod, die kent u, dat is de 10. De He kennen we trouwens ook, want dat is een 'He-tje': vijf stuivers, dan heb je een kwartje, 5 x 5. En dan de Waw, dat is dan de letter 6, de zesde letter. En dan krijg je weer de He, dat is dus de 5. Als je die letters bij elkaar optelt, of de cijfers bij elkaar optelt, dan krijg je dus 10, 5, 6, 5. Dat is 26. En wat dacht je? Schrijf alle generaties van Adam tot Mozes op – ik heb er een paar dia's van, maar niet nu bij me, maar het is heel mooi om dat te laten zien – maar God gaf Zijn naam aan Mozes, en dat was de 26ste generatie vanaf Adam. En al die geslachten, die 26 geslachten, zijn onderverdeeld in 10 geslachten, 5 geslachten, 6 geslachten en weer 5 geslachten. Dus... is dat toevallig? Ja.

Godsnaam, hoe vaak staat die niet in de Bijbel? "Uw naam is wonderbaar." Ik weet wel, dat gaat niet alleen maar over die vier letters, maar over de hele betekenis: "Ik ben, Ik ben die Ik ben." En die naam, ja, dat is alles. En die naam van God, tot de Israëlieten zou dat worden gezegd: "Dit is Mijn naam en ik wil door jullie – in ieder geval door jullie, ook door Israël – zo worden aangeroepen." En hoe bijzonder is het dat juist dat volk nu zegt: "Nee, dat doen wij niet." Maar God zegt: "Ik wil juist zo aangeroepen worden." Want waar dient een naam anders voor dan om aangeroepen te worden, toch? Waarom heb je een naam? Een naam dient ook ter onderscheiding. Ik bedoel, als iedereen hier André zou heten, dan schiet dat niet erg op, want nee, het is alleen zinvol wanneer je naam zich onderscheidt. Wel, Hij is die Ene. Is 'de Heere' dan een goede vertaling? Nee. Nee, dat is... ja, het klopt, en in de Statenvertaling ook. Het is wel naar Joods gebruik, want hoe spreken de Joden? Die spreken de naam van God niet uit. En als ze het over God hebben, als ze bijvoorbeeld de Godsnaam lezen in de Torah-lezing, dan zeggen ze HaShem. Dat wil zeggen 'de Naam'. Dus ze spreken Hem niet uit, maar ze noemen Hem gewoon 'de Naam'. Of ze vertalen het of geven het weer met Adonai, en Adonai betekent 'Heer'. En zo hebben de Nederlandse vertalers – trouwens in het Engels ook: Lord – alle andere vertalingen hebben eigenlijk volgens dat Joodse gebruik de naam van God weergegeven met 'Heer'. Daar is trouwens nog wel iets goeds over te zeggen, maar dat ga ik nu niet doen, want dan zouden we te ver afdwalen van het onderwerp. Maar Godsnaam: "Laat Uw naam worden geheiligd." En wat die naam is, ja, dat is volstrekt helder. God had ook zo tegen Mozes gezegd: "Zo zou ik door mijn volk worden aangeroepen." "Laat Uw naam worden geheiligd." En dat is een oproep, het is in feite ook...

Het is een profetie, want het zal namelijk ook gebeuren. Het sluit aan bij wat God wil: "Worden geheiligd." Er staat een prachtige profetie die daar zo mooi op aansluit in Ezechiël 36.

Dat gaat direct vooraf aan Ezechiël 37. Die had u ook kunnen verzinnen, maar Ezechiël 37 is dat bekende hoofdstuk over Israëls herstel, over die dorre doodsbeenderen die tot leven komen; leven uit de dood. In het hoofdstuk dat daaraan voorafgaat, gaat het er ook over hoe God het land in de eindtijd zal verwoesten, maar dat het vervolgens Zijn Geest zal ontvangen. Zijn Naam zal worden aangeroepen en dan zullen de steden ook weer herbouwd worden. Het is werkelijk een geweldige profetie.

In Ezechiël 36 vers 23 staat dit – God is hier aan het woord: "Ik zal mijn grote Naam, die onder de volkeren ontheiligd is en die jullie te midden van hen ontheiligd hebben, heiligen; en de volkeren zullen weten dat Ik JAHWEH ben, wanneer Ik Mij voor hun ogen aan jullie de Heilige zal betonen."

God gaat dit dus daadwerkelijk doen. Daarom zeg ik ook dat het feitelijk een profetie is; het sluit aan bij wat God heeft gezegd: "Ik ga mijn Naam heiligen." En dat doet Hij publiekelijk. We hadden het net over het gebed, dat dat vooral een 'crypto-zaak' is, in het verborgene. Maar als het gaat over het heiligen van Gods Naam, zegt God: "Ik ga dat zelf doen. Ik ga mijn Naam heiligen."

En dan inderdaad 'en publiek', voor het oog van alle natiën. Hoe Hij dat doet, is dan ook onmiskenbaar. Dan is er geen vraag meer of die God er wel is. Nee, de God van Israël treedt dan uit de verborgenheid, uit de 'crypto' zeg maar, en Hij bewijst Zich publiekelijk aan Israël, maar voor het oog van alle volkeren. "Laat uw Naam worden geheiligd", dat gaat dus ook gebeuren. En wanneer gaat dat gebeuren? In feite sluit het volgende zinsdeel daar direct op aan.

Uw Koninkrijk Kome en Uw Wil Geschiede: Profetische Vervulling op Aarde ↑ hoofdstukken

Laat Uw Koninkrijk komen. En hoe gaat dat? Ik heb daar nog een mooie illustratie bij vanuit Daniël 7. Dat is die profetie over die vier dieren, die vier wilde beesten, die opeenvolgende koninkrijken voorstellen. In de eindtijd lees je over dat laatste beest dat tien horens heeft. Bij een andere gelegenheid hebben we daar, ook naar aanleiding van het boek Openbaring, uitgebreid bij stilgestaan. Die tien horens staan voor de federatie die in de eindtijd in het Midden-Oosten zal zijn; landen en koningen die de gelederen gaan sluiten. Te midden daarvan zal een elfde horen opkomen, de leider van dat geheel en het beest uit de zee. Hij zal woorden spreken tegen de Allerhoogste en de heiligen van de Allerhoogsten te gronde richten. Het gaat hier over het heilige volk, over Israël. Zij zullen in zijn macht gegeven worden voor een tijd, tijden en een halve tijd. We hebben het daar onlangs nog vrij uitgebreid over gehad: dat zijn die laatste drieënhalf jaar die voorafgaan aan de verschijning van de Heer op de Olijfberg. Eén jaar, twee jaren en een half jaar; drieënhalve tijd. Over die periode hebben we het.

Dan zal de vierschaar zich neerzetten; het tribunaal gaat over tot het gericht. Men zal de elfde horen de heerschappij ontnemen. Dan komt het: het koningschap, de macht en de grootheid van de koninkrijken onder de ganse hemel zal gegeven worden aan het volk van de heiligen van de Allerhoogsten. Al die wereldrijken behoren vanaf dat moment tot het verleden. De Medo-Perzen, de Babyloniërs, het Griekse rijk en ook die laatste, meest verschrikkelijke fase; daar komt een einde aan. Al die koninkrijken worden beëindigd en de heerschappij, het koningschap, wordt gegeven aan het ene volk aan wie God dit van oudsher heeft beloofd: het volk dat een koninkrijk van priesters zou zijn te midden van alle volken. Aan hen wordt het gegeven en zij zullen leiden. Het laatste wereldrijk wordt dus een Israëlitisch wereldrijk. Nu begrijp je ook dat de woorden van dit gebed, het Onze Vader, uiterst actueel zullen zijn op het moment dat het Koninkrijk op het punt staat daadwerkelijk hier op aarde geopenbaard te worden: "Uw Koninkrijk kome."

Wat gebeurt er dan nog meer? Laat Uw wil geschieden, zoals in de hemel, zo ook op de aarde. Als we het toch over de profetie hebben, denk ik aan Openbaring 12. Ook daar hebben we ons al eerder mee beziggehouden — we hebben inmiddels al aardig wat jaartjes studie achter de rug. In Openbaring 12 gaat het over de mannelijke zoon die wordt weggerukt. Vervolgens lees je dat er oorlog komt in de hemel en dat de satan en al zijn trawanten eruit worden gekegeld. Satan en de zijnen zullen op de aarde worden geworpen nadat de mannelijke zoon is weggerukt tot God en Zijn troon. Er staat in vers 12 — hoofdstuk 12 vers 12, dat moet wel iets met Israël te maken hebben, nietwaar? — dat de hemelen zich moeten verheugen.

Je moet je voorstellen dat het in de christenheid vrij onbekend is wat ik nu zeg, maar in de hemel bevinden zich nu nog steeds de tegenstander en al zijn trawanten en legers. Vandaar ook dat wij hebben te strijden, zoals Paulus zegt, tegen de overheden en de machten, de boze machten in de hemelse gewesten. Maar die gaan dus een etage lager — en ik zeg het netjes: niet met de lift. Ze worden gewoon naar beneden geworpen, gegooid. De situatie vanaf dat moment zal zijn dat Gods wil zal geschieden in de hemel. Dat is tot op de dag van vandaag nog niet het geval. Natuurlijk is onze Vader in de hemel en kennen wij Hem die boven alle overheid en macht gezeten is, maar Gods wil zal pas werkelijk in de hemel geschieden als daar grote schoonmaak is gehouden en de draak, de satanas of de diabolos, de oude slang, met al zijn gevolg op de aarde geworpen is. Daarom staat er: "Weest vrolijk, hemelen!" Waarom? Omdat de draak niet meer in jullie midden is.

Maar tegelijkertijd klinkt er: "Wee de aarde en de zee, want de diabolos, de duivel, de satan, daalde tot jullie neer, wetend dat hij een korte periode heeft." Hij gaat later nog een etage lager, maar dat is wanneer hij in de afgrond geworpen wordt om duizend jaar lang totaal geen bewegingsvrijheid meer te hebben. Maar eerst is hij dus nog in de hemel, totdat hij na de wegrukking van de mannelijke zoon wordt neergegooid. En begrijp me goed, die mannelijke zoon, daar maken wij deel van uit. Hij is het hoofd, wij zijn het lichaam. Wij worden weggerukt en vanaf dat moment ontstaat er oorlog in de hemel. Per direct worden satan en zijn gevolg op aarde neergeworpen. Dat is een reden om vrolijk te zijn in de hemel, maar de aarde daarentegen wordt een vreselijk toneel. "Wee de aarde en de zee." Weliswaar voor korte tijd, maar niettemin zal hij in die heftige tijd vreselijk tekeergaan.

Maar dan begrijp je ook dat juist in die tijd dit gebed opstijgt: "Uw Koninkrijk kome en Uw wil geschiede, gelijk in de hemel, alzo ook op de aarde." Want de satan is dan inmiddels uit de hemel geworpen. De bede is dus: "Zoals Uw wil nu inmiddels geschiedt in de hemel, laat Uw wil zo ook geschieden op de aarde." Dat gaat vervuld worden, en daar gaat een relatief korte tijd overheen, enkele jaren slechts. Maar zo zal het gaan: "Laat Uw wil geschieden, zoals in de hemel, zo ook op de aarde."

Nu begrijp je waarom dit gebed op dat moment uiterst actueel is. Dan wordt het niet meer zomaar gepreveld. Ik was een paar weken geleden bij een begrafenis en toen werd het gebed bij het graf uitgesproken. Ik wil niemand voor het hoofd stoten, maar ik kan me daar wel over opwinden als er wordt gezegd: "Laten we afsluiten met het Onze Vader," en je hoort alleen maar geprevel. Het gaat dan niet om de inhoud. Terwijl dit zo'n geweldig gebed is! Weet tot wie het gesproken is, maar weet ook wanneer het uiterst actueel zal worden. Dan zal het niet zomaar gedachtenloos worden uitgesproken; elke zin zal dan werkelijk vol van inhoud zijn en uiterst to the point.

Epiousios: Geef Ons Heden het Brood Dat van Bóven Is ↑ hoofdstukken

Nog iets wat ook zeer to the point is: "Geef ons brood dat van boven is vandaag." Nou, dat moet ik even toelichten, want die betekenis is niet zo bekend. Meestal is de vertaling: "Geef ons heden ons dagelijks brood." Maar over dat woordje 'dagelijks' is al heel veel gesteggeld. Het gaat hier om het Griekse woord epiousios. Als je dit woord ontleedt in zijn elementen, dan zie je epi, dat 'op' of 'boven' betekent, en het andere deel is 'zijnde'. Het probleem is echter dat dit woord maar één keer voorkomt in de Bijbel, namelijk hier. Ook in buitenbijbelse bronnen ontbreekt het geheel, dus die kunnen ons niet helpen bij het vaststellen van de betekenis.

Daarom zijn we eigenlijk aangewezen op de opbouw van het woord zelf: 'op-zijnde'. Dat verzin ik overigens niet hoor, want in de geschiedenis had je destijds al Hieronymus die dit woord zo opvatte. Hij begreep het als het brood dat van boven is, dat wat 'daarboven zijnde' is. Dat is een heel zinnige verklaring als je het woord letterlijk naar zijn elementen weergeeft. Wij kennen dat brood dat van boven is natuurlijk ook, en Israël kende het zeker uit eigen ervaring. Het staat zo opgetekend in een van de bekendste geschiedenissen: het brood uit de hemel.

In Psalm 105 staat: "Zij vroegen om voedsel en Hij deed kwakkelen komen." Je ziet hier meteen waar dat werkwoord vandaan komt: het waren kwartels, maar ze waren aan het 'kwakkelen'. Meestal ben je daar niet zo enthousiast over, en Israël was dat na zoveel jaren ook niet meer. Het was veertig jaar lang kwakkelen in de woestijn. Maar ja, dat is eigenlijk heel ondankbaar, want je krijgt dat voedsel zomaar vanuit de hemel aangevlogen. Letterlijk! Hij deed kwartels komen en verzadigde hen met brood uit de hemel. Manna betekent simpelweg: "Wat is dat?" God verzorgde hen toen het nodig was. Hij gaf hen inderdaad vandaag brood.

Dit is ook weer zo actueel in de tijd vlak voordat het Koninkrijk hier op aarde gaat komen. In Openbaring 12 lezen we over de satan die uit de hemel wordt geworpen, wordt gegooid of — hoe zeg je dat? — naar beneden wordt gedonderd. In vers 5 lees je dat de mannelijke zoon wordt weggerukt en dat de vrouw die deze zoon had voortgebracht, vlucht naar de woestijn. Daar heeft zij een plaats die door God gereed is gemaakt, opdat zij haar daar zouden voeden gedurende 1260 dagen. Als je eerlijk naar de context kijkt, moeten 'zij' het volk zijn van die mannelijke zoon. Ik parkeer dat hier even, maar het punt is: dat volk bevindt zich straks in de woestijn gedurende een tijd, tijden en een halve tijd.

Hoe worden ze daar gevoed? Voor God is dat geen enkel probleem, dat heeft Hij in het verleden al bewezen. Hij heeft hen ooit op wonderlijke wijze dagelijks voorzien van brood uit de hemel. Daarom vind ik de weergave "Geef ons brood dat van boven is vandaag" zo passend. Het is een bede om voorziening vanuit de hemel, op een hemelse wijze. In Openbaring 13 zie je de andere kant. Gedurende die drieënhalf jaar van grote verdrukking bevindt de vrouw zich in de woestijn, maar degenen die niet tijdig gevlucht zijn, bevinden zich nog in het land. Misschien omdat ze pas later gehoor geven aan de stem van de twee getuigen of later gelovig worden, maar vluchten kan op een gegeven moment niet meer.

Zij bevinden zich dan in het land onder de heerschappij van het beest uit de aarde, uit Israël. Er staat dat dit beest maakt dat aan allen, kleinen en groten, een merkteken wordt gegeven op hun rechterhand of op hun voorhoofd. Daar wordt nu hard aan gewerkt om dat technisch mogelijk te maken, en in een hightechland als Israël zijn ze daar al een heel eind mee op streek. Er staat bij waarom dat merkteken nodig is: zodat niemand zou kunnen kopen of verkopen, tenzij hij het merkteken heeft, namelijk de naam van het beest of het getal van zijn naam. Zoals ik al zei: letters zijn cijfers en een naam is dus ook een getal.

Waar het nu om gaat, is dat er in die tijd honger zal zijn in het land. Er zullen sowieso hongersnoden zijn, maar het is ook heel actueel: er is geen voedsel beschikbaar voor degenen die niet kunnen kopen of verkopen. Wat moet je dan? Dan is de bede inderdaad: "Geef ons vandaag dat brood dat van boven is." In die dagen zijn ze volledig en elke dag opnieuw aangewezen op de rechtstreekse voorziening van God zelf. Hoe actueel zal dit gebed dan zijn?

Vergeving, Bewaring voor de Ure Der Verzoeking en Redding van de Boze ↑ hoofdstukken

En vergeef ons onze schulden, zoals wij onze schuldenaren vergeven. Ik ga verder, want ik zie dat ik echt moet opschieten. Dit is ook in de tijd dat Israël als natie vergeving zal krijgen. Eén van de meest kenmerkende dingen van het Nieuwe Verbond is: "Ik zal hun zonden en ongerechtigheden geenszins meer gedenken." Hoe staat dat ook alweer in Romeinen 11? Dat de Verlosser tot Sion zal komen; Hij zal de goddeloosheden van hen afwenden en hen vergeven. Jom Kippoer gaat dan voor Israël aanbreken.

"Vergeef ons onze schulden", zoals God dat dan ook daadwerkelijk met het volk van Israël doet. "Zoals wij onze schuldenaren ook vergeven." Dat is opmerkelijk. Er is al vaker op gewezen en ik vind dat inderdaad heel bijzonder hoe hier de volgorde omgekeerd wordt verondersteld ten opzichte van de brieven van Paulus. Bij Paulus lees je: "Zoals God jullie vergeven heeft, vergeef ook elkaar." Daar is Gods vergeving de basis. Hier wordt echter verondersteld dat de discipelen hun schuldenaren vergeven. Het wordt hier eigenlijk niet eens zozeer geëist; het wordt gewoon verondersteld: "Wij vergeven onze schuldenaren." De bede is dan: "O God, doe dat zo ook aan ons, aan heel ons volk."

Dit sluit ook helemaal aan bij het eerdere onderwijs in de Bergrede: "Hebt uw vijanden lief en zegen wie jullie vervolgen." Geen wraak koesteren, maar: "Wees volmaakt zoals jullie hemelse Vader volmaakt is." Terwijl ik het zo zeg, wil ik het meteen even corrigeren. Dat is het laatste vers van Matteüs 5, als ik me niet vergis, maar weet u wat er werkelijk staat? Er staat: "Gij zult volmaakt zijn, zoals uw hemelse Vader volmaakt is." Voor de meeste mensen die met traditionele, wettische oren luisteren, maakt dat geen verschil. Die horen bij "gij zult" meteen een bevel of een "je moet". Maar als je werkelijk goede oren hebt, dan hoor je dat "gij zult volmaakt zijn" een belofte aankondigt. Zoals uw hemelse Vader volmaakt is, zo zult gij zijn. Dat is ook in die dagen uiterst actueel.

Dan de laatste woorden van het gebed: "En breng ons niet in verzoeking." Ook daarvoor geldt weer wat we lezen in Openbaring 3, tegen de ekklesia van Filadelfia. Dat is de ekklesia die in die dagen ook letterlijk aanwezig zal zijn. Daar wordt gezegd: "Omdat jullie het woord van mijn verduren bewaren, zal Ik ook u bewaren uit het uur van de verzoeking dat over de hele wereld zal komen." Het gaat hier om de "ure der verzoeking" die plaats gaat vinden over heel de bewoonde wereld, de hele oikoumenè. In dat uur zal deze bede klinken: "Breng ons niet in verzoeking." Dat is in feite een beroep doen op de belofte die God heeft gegeven: "Ik zal jullie daaruit bewaren."

Het tegendeel ervan is: "Maar red ons, verlos ons." Het gaat om het uitredden van de boze. En wat dacht je? Dat is nu juist wat in die dagen gaat gebeuren. Het Koninkrijk staat op het punt aan te breken; Gods wil zal gaan geschieden op aarde, zoals die inmiddels in de hemel al geschiedt. Hij zal voorzien in brood en alles wat nodig is. Hij zal hen bewaren in die ure der verzoeking en hen ook uitredden van de boze. Dat gaat dus allemaal over die tijd die pal voorafgaat aan de toekomende aeon; wat in de Bijbel de voleinding of het einde van deze aeon heet.

Het duurt nog even, maar het is aanstaande. De termijn is bijna vervuld; de zevende dag, het zevende millennium gaat aanbreken. Dan gaan deze dingen daadwerkelijk gebeuren. Die hele heftige tijd zal vooral aanbreken nadat de "mannelijke zoon" is weggerukt. Dan wordt het pas echt menens op aarde, maar dan wordt dit gebed zo actueel voor dat Joodse volk, voor Israël in het land en daarbuiten. Dan worden deze woorden als nooit tevoren waar. Men zal ze niet bidden als een prevelgebed, maar vanuit de noodzaak van dat moment.

Als je niet inziet dat de Heer Jezus Zich in Zijn onderwijs richtte tot Israël, en als je niet inziet dat de Heer Zich via de apostel Paulus tot de natiën richt, dan vat je alles wat in de evangeliën gezegd is op als "voor ons". Dan krijg je van die bijbeltjes waarin alle woorden van Jezus rood gekleurd zijn, wat je vooral in de Engelstalige wereld veel ziet. Men denkt: "Dat is speciaal voor ons." Nee, het is voor het volk van Israël. Er zijn brieven die ik helemaal rood zou kleuren, omdat die namelijk rechtstreeks gericht zijn op de natie van vandaag.

Is dat een belediging voor de traditionele kerken? Misschien wordt dat zo opgepakt, enkel omdat ik zeg dat het voor Israël is en niet voor hen. De waarheid is vaak pijnlijk of beledigend, maar daarom geven wij deze bijbelstudie ook "buiten de legerplaats". Ik realiseer me heel goed dat dit vanaf de kansels nauwelijks gezegd kan worden; het is volstrekt onbekend en wordt vaak als buiten de orde beschouwd om te zeggen dat de woorden van de Heer Jezus in de evangeliën niet direct aan ons gericht zijn.

Toch moet ik u zeggen: voor mij was het een enorme eyeopener om dat te ontdekken. Iedere keer opnieuw word je daarin bevestigd, zoals nu bij het "Onze Vader". Iedereen neemt het in de mond, maar bijna niemand heeft in de gaten waar het werkelijk over gaat. Het is zo enorm "to the point" en actueel op het moment dat je het daar laat waar het inderdaad neergelegd is. Dan zeg ik: "That makes sense." Dan begrijp ik waarom die woorden zo'n enorme kracht zullen hebben. Niet als een formuliergebed, maar als een modelgebed dat juist in die dagen volop actueel zal worden. In die tijd zal de boze inderdaad worden gebonden voor de duizend jaren. "Red ons van de boze?" Ja, dat gaat Hij dan ook doen. Al die woorden zullen juist in die tijd volop actueel en waar worden. En dan moeten we nu ook nog het laatste deel bespreken.

Het Latere Liturgische Slotstuk en de Toekomstige Actualiteit voor Israël ↑ hoofdstukken

Daar kunnen we heel kort over zijn, want die hoef ik eigenlijk niet te bespreken. Ze staan namelijk simpelweg niet in het origineel. Overigens zeg ik dat niet omdat ik bezwaar heb tegen de woorden, want die zijn natuurlijk volkomen waar. "Want van U is het Koninkrijk" — daar hebben we het juist over gehad — "en de kracht en de heerlijkheid". Jazeker, tot in de aeonen; niet de eeuwigheid trouwens, het staat in het meervoud. Maar u ziet het ook hier al: het is later bijgevoegd.

Staat het dan wel of niet in de Bijbel? Nee, dat hangt er vanaf welke vertaling je hebt. Maar in de gangbare vertalingen wordt het, als je een beetje een goede vertaling hebt, in de voetnoot vermeld of hoort het er in ieder geval tussen vierkante haakjes bij te staan. Daarmee wordt dan aangegeven dat het niet in het origineel staat, maar later is toegevoegd. En deze woorden horen daarbij.

Maar ik hoop in deze Bijbelstudie enigszins duidelijk te hebben mogen maken dat het 'onze Vader' een geweldig gebed is, maar laat het vooral op de plek waar de Heer het ook neergelegd heeft. En dan, juist dan, gaat er werkelijk wat van uit. Zullen we het daarbij laten voor vanmiddag?

🎧 het 'onze Vader'
Delen: