alleen Jezus Christus en die gekruisigd?
26-06-2022 - Geplaatst door Andre Piet26 juni 2022, Benthuizen
Toen Paulus bij de Korinthiërs kwam oordeelde hij dat hij onder hen niets wilde weten dan Jezus Christus en die gekruisigd. Maar had hij dan niet veel meer te vertellen dan alleen dat?
Powered by RedCircle
📝 Samenvatting & Transcriptie van deze lezing
⏱️ Hoofdstukindeling van deze studie:
De Betekenis van 'alleen Jezus Christus en Die Gekruisigd' ↑ hoofdstukken
Ik wil jullie vanmorgen heel graag eens meenemen naar een passage in de eerste Korinthebrief. Degenen die daarmee vertrouwd zijn, herkennen ongetwijfeld de frase die u achter mij geprojecteerd ziet: "Jezus Christus en Die gekruisigd." Deze uitdrukking, deze frase, komen we rechtstreeks tegen in 1 Korinthe 2. Ik moet erbij zeggen – en dat is ook de aanleiding waarom ik dit vanmorgen met jullie wil bespreken – dat deze tekst dikwijls fout wordt uitgelegd. Of in ieder geval heel eenzijdig. Men hanteert dan de gedachte dat het in het hele onderwijs van de Bijbel, en trouwens ook in de prediking, uiteindelijk maar om één ding gaat, namelijk dat Jezus Christus gekruisigd is. Dat ontleent men dan aan 1 Korinthe 2 vers 2. Maar is dat ook zo? En zo nee – en u voelt hem natuurlijk al aankomen, want anders zou ik het niet besproken hebben – hoe zit dat dan wel?
Laten we eerst eens naar de bewuste tekst toe gaan. Het is het tweede hoofdstuk, en Paulus had natuurlijk in het eerste hoofdstuk al het een en ander gemeld. Een lang hoofdstuk is hieraan voorafgegaan, waarin hij vertelde dat hij niet toegaf aan dat wat de wereld – in dit geval de wereld in Korinthe – van hem verlangde. Korinthe was echt een van de steden in het toenmalige Griekenland, naast Athene. Letterlijk en figuurlijk naast Athene; het lag er nog wel een kilometer of tachtig vandaan, maar niettemin. Paulus zegt dan ook in vers 1 van het hoofdstuk: "Toen ik bij u kwam, broeders, kwam ik niet met uitnemendheid van woorden." Niet met heel veel retoriek. Dat is trouwens ook een Grieks woord, retorica, en daar waren de Grieken zeer bedreven in. Althans, dat was echt een enorme kunst: om de dingen zo mooi mogelijk te vertellen. Hij zegt er ook bij: niet met uitnemendheid van woorden of wijsheid. Wijsheid is filosofie, ook alweer een Grieks woord. Paulus gaf niet toe aan die verlangens van de wereld om toch maar vooral te imponeren met woorden, met uitnemendheid van taal, met retorica en met allerlei filosofische redeneringen. Niets van dat al.
Hoezo niet? Hij zegt in vers 2: "Want ik oordeelde niets te weten onder jullie dan alleen Jezus Christus, namelijk Die gekruisigd is." Vandaar dus die titel: "Alleen Jezus Christus en Die gekruisigd", en ik zet hier een vraagteken. Als je het puur op dit vers beschouwt, dan zou hier eigenlijk een uitroepteken moeten staan. Paulus had immers besloten, toen hij naar Korinthe ging of onder de Korinthiërs arbeidde: ik oordeel dat ik niets onder jullie wilde weten dan alleen Jezus Christus, namelijk de Gekruisigde. De vraag die zich echter direct opdringt, is: wacht even, Paulus had toch zoveel meer te vertellen dan alleen maar dat Jezus Christus – in overeenstemming met de profetieën, zoals was voorzegd en waar duizenden jaren op gewacht was – gekruisigd zou worden? Is dat het enige wat hij te melden had? Het antwoord daarop is: nee, uitdrukkelijk niet.
Je leest trouwens ook later in 1 Korinthe 15 dat Paulus zegt: "Toen ik jullie het evangelie vertelde, heb ik jullie eerst het ABC van het evangelie verteld." In dit geval klopt dat nog heel aardig ook. Hij zegt dat het ABC van het evangelie is: A, dat Jezus Christus gestorven is, namelijk aan het kruis; B, dat Hij begraven is naar de Schriften; en C, dat Hij ten derden dage werd opgewekt uit de doden naar de Schriften. Dat wil zeggen dat het allemaal in overeenstemming is met wat voorzegd was en zoals de Hebreeuwse Bijbel daar overvloedig over spreekt. Dat betekent dus dat wanneer Paulus het evangelie vertelt, hij vertelt van Hem die gekruisigd is. Maar wat is het bijzondere van de Gekruisigde? Wel, dat Hij is begraven, jawel, maar dat Hij vervolgens op de derde dag door God is opgewekt uit de doden. Zonder dat laatste is er niet eens sprake van het evangelie. Dat zegt hij trouwens ook in 1 Korinthe 15: indien Christus niet is opgewekt, dan is onze hele boodschap zonder inhoud. En zonder inhoud, als jullie geloven, dan gaat het helemaal nergens over.
Het feit dat Paulus zegt dat hij besloten heeft onder hen niets anders te weten dan Jezus Christus, namelijk Die gekruisigd is, betekent dus niet dat hij niet verder ging dan het kruis of niet meer te melden had. Nee, hij sprak van de opgewekte Christus. Maar let op, en dat is het punt: de Jezus Christus die hij predikte, is de Gekruisigde. Wat bedoelt hij daarmee te zeggen? Om dat te beantwoorden, moet je eigenlijk eerst naar het eerste hoofdstuk gaan. Dat kruis spreekt van de wijze waarop Hij gestorven is en hoe de wereld met Hem is omgegaan. De godsdienstige wereld, Israël, maar ook de Romeinse wereld, de politieke wereld; hoe zij Hem hebben veroordeeld en hoe Hij aan het kruis genageld is. Wat hij zegt is: vergis je niet, de Jezus Christus die ik jullie predik, is Hij voor wie de wereld slechts een kruis over heeft. Dat geldt ongeacht of je het hebt over de godsdienstige wereld of de wereld in nog veel bredere zin. Degene die ik predik, is Degene die in de wereld niet meetelt.
Kijk, en dat was nou een pijnlijke boodschap. De Korinthiërs moesten namelijk eerst leren dat niet "het oude" telt – deze wereld en alles wat daarin de maatstaf is, de normen in het denken, het spreken, de verlangens en de wijsheid – maar het nieuwe leven in Hem. Vergis je niet: in deze wereld telt dat niet mee. Dat was een pijnlijke boodschap, en de ellende in Korinthe was dat er daar zoveel speelde. Paulus wilde zo graag meer vertellen dan alleen het kruis, maar hij zegt: "Ik kan het niet onder jullie." Eigenlijk ligt de nadruk hier op de woorden "onder jullie". Ik heb besloten niets te weten onder jullie dan alleen Jezus Christus, namelijk Die gekruisigd is. Ik wil wel meer vertellen, maar aan jullie kan ik niets meer kwijt. Eerst moet namelijk de les geleerd worden dat alles van het vlees – de mens zelf, de wereld en alles wat ook de godsdienstige wereld te bieden heeft – heeft afgedaan en niet telt. Als je niet bereid bent dat los te laten, dan zul je ook het nieuwe leven, de vreugde, de vrede en wat God daar allemaal nog meer te vertellen heeft, niet vatten.
In het vervolg van dit hoofdstuk zegt hij: "Ik wil jullie vertellen over de verborgenheid, over de geheimen van God die altijd verborgen waren maar die nu geopenbaard zijn." Daar heeft hij zoveel meer over te vertellen. Dat is wat hij in hoofdstuk 3 de "vaste spijzen" noemt. Hij zegt: "Ik kon aan jullie alleen maar melk kwijt." Melk, dat zijn de eerste beginselen, het ABC. Meer niet. Hij zegt: "Jullie moeten verder, maar voordat we verder gaan, moet eerst duidelijk zijn dat alles wat er in deze wereld is en wat wij naar de mens gesproken zo belangrijk vinden, niet telt." Dat snijdt diep; dat is met recht een besnijdenis, dat snijdt overdrachtelijk in het vlees. Dat dit zo is, blijkt wel uit de Korinthebrief zelf, want dat is een lange brief van zestien hoofdstukken.
Maar Paulus doet er lang over om bij zijn eigenlijke punt te komen hoor. U zegt: "Dat verschijnsel ken ik van jou ook." Dat verwijt krijg ik ook wel eens een keer. Trouwens, dit keer valt het al mee, want ik kom nu meteen ter zake. Ja ja, soms... Maar nee, kijk, in dit geval bij Paulus is ook het punt dat hij zo graag wilde vertellen over het nieuwe leven in Christus.
En waar heeft hij het de hele brief eigenlijk over? Over allerlei kwesties van het oude. In 2 Korinthe 5 zegt hij dat het oude is voorbijgegaan. Zie, het is alles nieuw geworden in Christus. En zo zijn wij dan in Christus een nieuwe schepping; het oude is voorbijgegaan.
Maar dat moet je leren: dat het oude voorbijgaat. En de Korinthiërs, die gaven daar nog zo hoog over op; over dat wat eigenlijk dus niet meer in tel is. Kijk, nou, laten we de brief eens doorlopen. Heel snel.
De Vleselijke Problemen in de Gemeente van Korinthe ↑ hoofdstukken
Wat speelde er in Korinthe allemaal? In hoofdstuk 1 en hoofdstuk 3 heeft hij het over partijschap. "Ik ben van die en ik ben van die." Er was veel onderlinge jaloezie. Paulus zei: dat is gewoon vlees. Dat zijn hele primaire reacties van de mens. Met het vlees op zich is niks mis — nou ja, het is zwak en we moeten het sowieso afleggen. Dit hoort bij het oude. Paulus zegt ook in Galaten 2: voor zover ik nog in het vlees leef. In feite is dat namelijk niet zo; ik leef in Hem.
Maar al die dingen speelden daar zo op. Ze wilden meetellen in de wereld. Ook in de politiek wilden ze zich profileren. Je leest het echt in hoofdstuk 4, dat ze wilden regeren. Paulus zegt: was het al zover? Dat is nog niet de fase waarin wij nu beland zijn, dat we zouden regeren in de wereld. Ze wilden meetellen in de wijsheid. Dat zie je in de christelijke wereld trouwens net zo goed. Al die fenomenen waar de Korinthebrief van spreekt, zie je zich ook manifesteren in de christelijke wereld. Men zegt: we moeten in de wereld meetellen en we moeten gezien worden. We moeten ons organiseren in de politiek en op academisch niveau, zodat we een goede apologetiek hebben. Dat is een Grieks woord voor je goed kunnen verdedigen met logische argumenten, zodat je overtuigend je boodschap kunt doorgeven. Kortom: we moeten ons academisch manifesteren, christelijke universiteiten oprichten, allemaal spierballentaal. Het is allemaal het idee van toch wat meetellen in de wereld.
En dan die 'zure' communicatie. Dat vind ik heel lastig om even kort te zeggen, maar lees hoofdstuk 5 maar eens. Daar spreekt Paulus ook over zuurdesem. U weet wat zuurdesem is, hè? Zuurdesem is een stukje deeg van de dag van gisteren. Daarom heet het ook gist: gisteren, iets van de vorige dag. Dat is trouwens ook het oude. Weet u wat gist doet? Het blaast op. Het is allemaal lucht, allemaal bluf. Dat is het oude. Paulus zegt dat ze daar trots waren op het feit dat er een zondaar in hun midden was, zoals zelfs in de wereld niet gevonden werd: namelijk iemand die het hield met de vrouw van zijn vader, zijn stiefmoeder dus. Daar waren ze trots op dat hij zich in hun midden bevond. Dat soort communicatie is zuur; dat is allemaal gist.
Hij zegt ook dat er onderlinge rechtszaken waren; in hoofdstuk 6 lees je dat. Weten jullie dan niet dat wij straks de wereld gaan oordelen? En dan ga je nu met onderlinge verschillen naar wereldse rechters, terwijl die wereld straks voor ons het onderwerp van de rechtspraak is? Vergis je niet: wij zijn bestemd en geroepen voor de regering van deze wereld en voor het heelal zelfs, om verbonden te zijn met Christus Jezus. Hij is het hoofd, wij het lichaam; wij zijn Zijn regerend lichaam. En dan gaan we nu onderlinge rechtszaken hebben? Paulus zegt niet direct "dat mag niet", maar iedere keer zegt hij: "Weten jullie dan niet dat...?" Het is eigenlijk bizar, maar hij doet dat voortdurend. Dat is een van de uitdrukkingen die hij het meest in deze brief gebruikt. Hij brengt hen in herinnering wat ze geacht worden te weten, wat gewoon de uitgangspunten zijn. Als je dat namelijk weet, dan zou je over al die dingen waar ze zich zo druk over maken — maar waar ook zoveel problemen over waren — heel anders denken. Want het is allemaal niet leuk hoor, zo'n leven. Er is heel veel onrust, veel conflict, veel strijd, veel streven en veel frustratie.
Dan was er hoofdstuk 7: hoererij en ontrouw in het huwelijk. In hoofdstuk 8 de deelname aan de afgodische praktijken in de tempels die Korinthe rijk was. En dan de wantoestanden tijdens de samenkomsten; in hoofdstuk 10 en 11 lees je dat. Terwijl ze de maaltijd met elkaar hielden, dé maaltijd, was de één hongerig en de ander dronken. Ze praatten door elkaar; het was eigenlijk één grote toestand daar tijdens de samenkomsten. Vier hoofdstukken lang spreekt Paulus erover. Al die dingen moest hij rechtzetten. Maar Paulus zegt: dit is melk. Die dingen zouden allang tot het verleden moeten behoren. Het oude is voorbijgegaan. Als je dit niet loslaat, dan kom je nooit toe aan het nieuwe in Christus, aan het echte leven dat er in Hem te vinden is. Daar gaat het allemaal over.
Kijk, dit is tot hoofdstuk 14 even zo kortweg samengevat. Maar het zijn dingen waarvan Paulus voortdurend zegt: ik wil zo graag spreken over... En dat is hoofdstuk 15, helemaal aan het eind van de brief. De brief heeft 16 hoofdstukken, maar dat laatste hoofdstuk bevat eigenlijk alleen nog wat zakelijke en huishoudelijke mededelingen. Hoofdstuk 15 is echter de climax van de brief. Al die hoofdstukken die eraan voorafgaan, zijn aanloop. Hij moest eerst die dingen rechtzetten om überhaupt te kunnen spreken over de geweldige waarheid van het nieuwe leven en hoe de dood tenietgedaan wordt. Hoofdstuk 15 is echt een absoluut hoogtepunt van de brief. Het is geweldig!
Wat Paulus dus eigenlijk tegen die Korinthiërs zegt, is: jullie zijn georiënteerd op — eigenlijk gewoon gedesoriënteerd door — de wijsheid van deze wereld. Ik heb hier expres een kompas bij me. Dat is de manier waarop je georiënteerd bent. Trouwens, weet u wat oriëntatie betekent? Daar zit het woord 'oriënt' in, en dat is je richten op het oosten. Daar waar het licht opgaat. Als je je wilt oriënteren, dan moet je weten waar het licht opgaat, en daar moet je je op oriënteren. Maar de Korinthiërs waren georiënteerd op de wijsheid van de wereld. Nou, dat is echt desoriëntatie. Ze waren georiënteerd op het oude, op het vlees. Gewoon op dat wat er nu eenmaal is. Maar het vlees zou geen leiding moeten hebben; dat is wat Paulus ook over het vlees zegt. Het zou beheerst worden. Ze waren georiënteerd op het zielse, het psychische — niet op de geest, de pneuma, maar op de psyche. Al die elementen speelden een hoofdrol in dat leven van de Korinthiërs. Paulus zegt het soms zuchtend, omdat hij zo graag wilde vertellen over dat nieuwe leven en wilde dat ze dat ook zouden beleven. Laten we daarom nu eerst eens gaan naar wat hij in hoofdstuk 1 van de brief had gezegd.
De Gekruisigde Christus: Gods Kracht en Wijsheid ↑ hoofdstukken
Dit is de geweldige waarheid van de gekruisigde Christus. Hoe het kruis eigenlijk het embleem is van hoe God een einde maakt aan het oude, aan deze wereld. En Hij is met wie wij verbonden zijn als gelovigen. Een gelovige is iemand die zich heeft overgegeven aan Hem die gestorven is, en wij met Hem – zo rekent God – en wij leven met Hem. Dat is waar het over gaat. Wij zijn verbonden met Hem en dat kruis spreekt ervan hoe het oude, het vlees en alles van deze wereld, gewoon niet meer telt. Het gaat maar om één ding: namelijk het nieuwe leven in Christus. Het is nieuw geworden in Hem.
Oké. Dat brengt Paulus naar voren in hoofdstuk 1 van deze brief. En ik haak dan aan bij vers 23. Dan zegt hij dit – het is midden in de zin dat ik nu hier begin: "Wij prediken," zegt hij, "wij als apostelen. Wij prediken, wij herauten een gekruisigde Christus." Een gekruisigde Christus. Niet alleen maar Christus aan het kruis. Dat is heel wat anders, hè? Ik hoop dat u het verschil opmerkt. Paulus predikte niet alleen maar Christus aan het kruis; hij predikte een gekruisigde Christus. Dat wil zeggen: Hij voor wie de wereld een kruis had. En met díé Christus zijn wij verbonden. Dat betekent dus dat alles wat van deze wereld is, eigenlijk voorbij is. Wij zijn verbonden met iemand die gestorven is en voor wie de wereld inderdaad een kruis over had.
Dat is ook wat hij eerder in dit hoofdstuk noemde: het woord van het kruis. Hij zegt dat die gekruisigde Christus voor Joden een valstrik is en voor de natiën een dwaasheid. Hij is degene die wij herauten, niet met mooie retoriek of filosofie, maar gewoon als feit. Zoals de Schriften Hem hebben neergezet en voorzegd. Hij is gekomen en nu is daar die waarheid van Hem die stierf zoals was voorzegd, die werd begraven en die is opgestaan uit de doden. Welnu, die boodschap gaat niet over 'iets', ook niet over een bolwerk van gedachten of een concept. Nee, het gaat over iemand: Christus, de Opgewekte. Maar ook degene die gekruisigd is, en dat was voor de wereld het einde.
Hij is voor Joden een valstrik. Dat staat in het Grieks met een mooi woord: skandalon. U zegt: "Ik herken daar een Nederlands woord in," en dat klopt: 'schandaal'. Dat is daar helemaal aan ontleend. Eigenlijk betekent het woord skandalon letterlijk een valstrik, of eventueel een hindernis, een struikelblok. Wel, Paulus zegt dat die Christus die wij herauten – vergis je niet – voor de orthodoxie, voor de godsdienstige wereld en specifiek ook de Joodse wereld, een valstrik is. Ze struikelen daar met recht over. Dat is vandaag trouwens nog steeds zo; het is niet anders. Het hele idee dat de Messias iemand zou zijn die gekruisigd is, dat is voor Joden niet slechts een waarheid... het is nog veel sterker: het is een valstrik. Ze struikelen daarover. In bijna geen enkele vertaling staat het, maar het is een aanstoot. Ze stoten zich eraan. Het is niet alleen irritant; ze verdragen het niet.
Dat is trouwens in het algemeen zo met de godsdienstige wereld: de gekruisigde Christus is een aanstoot. Weet u waarom? Omdat alles van de mens en van de wereld niet telt. Het heeft geen enkele waarde voor God. Al de prestaties... Het kruis – ik zal het straks ook laten zien – betekent gewoon een streep door alles van de mens. En als ik zeg 'alles', dan bedoel ik ook alles. God zegt: "Ik alleen." En dat is een aanstoot, hoor. Want de mens wil altijd wat bijdragen, hetzij in termen van verdiensten, hetzij in termen van prestaties of van roem, of ergens op kunnen bogen. En Paulus zegt: "Nee." Hij zegt: "Breng iets? Dan zeg ik: Iemand." En dat is het definitieve einde voor alles van de mens.
Paulus zegt: "Voor Joden een valstrik, voor de natiën een dwaasheid." Dat is ook letterlijk zo. Want Paulus kwam daar in de Griekse wereld, in Athene, en die ging spreken over iemand die door God was opgewekt uit de doden. Op het moment dat Paulus bij dat punt is aangekomen, nadat hij eerst had gesproken over de God die hemel en aarde gemaakt heeft, gaat hij spreken over iemand die is opgewekt uit de doden. Dat is de waarheid. Een onsterfelijke ziel? Ja, dat was een hele acceptabele Griekse gedachte. Maar iemand die dood was – een lijk in hun termen – die werd opgewekt? Dat is de waarheid. En dan zeggen ze: "Nou, daar horen we je nog wel een keertje over." Ja, gewoon... dan ben je gek. Dan spoor je niet als je zulke gedachten hebt.
Dus Paulus wist al te goed: als hij in de synagoge kwam, als hij in de Joodse wereld kwam, dan was er een valstrik en werd hij vijandig bejegend. En als hij in de Griekse wereld kwam, daar werd hij niet zozeer vijandig bejegend, maar haalden ze hun schouders over hem op. Men zei: "Nou ja, hij weet ook niet beter, hij spoort niet." Hij werd niet serieus genomen. Als je daar gevoelig voor bent voor zulke reacties, wat doe je dan? Dan had Paulus zijn boodschap kunnen aanpassen, misschien toch wat aantrekkelijker maken, of misschien wat minder aanstootgevend, zodat de mens misschien toch een klein beetje bijdraagt. Herkent u het? Maar op het moment dat je zulke dingen doet, is dat toegeven aan de wereld en daarmee doe je het woord van het kruis teniet. Het is namelijk alles of niks. Dat is zwart-wit, zegt u? Ja, dat is heel zwart-wit.
Voor de Joden een valstrik, voor de natiën een dwaasheid, maar voor hen echter die geroepenen zijn... Wat zijn geroepenen? Nou, dat zijn mensen die... Als ik geroepen word, dan word ik persoonlijk aangesproken, toch? En God roept. Hoe weet je dat je geroepen bent? Nou, doordat het Woord persoonlijk tot jou spreekt: "Nee, dit is voor mij." Daarom ben je een geroepene. En weet je wat het geweldige is van een geroepene? Ik weet dat er mensen zijn die zeggen: "Ja, God roept de hele wereld nu." Nee. Hij heeft de hele wereld op het oog, maar geroepenen zijn mensen die aangesproken zijn door het Woord. Trouwens, dat zijn ook degenen van wie Paulus zegt in Romeinen 8: die Hij tevoren gekend heeft, die heeft Hij bestemd; en die Hij bestemt, die roept Hij ook; en die Hij roept, die rechtvaardigt Hij ook; en die Hij rechtvaardigt, die verheerlijkt Hij ook. Dus het zijn mensen die tevoren gekend en bestemd zijn, en die worden geroepen. Dat is in deze tegenwoordige tijd dus in feite een hele explosieve aangelegenheid als je tot dat gezelschap mag behoren.
Het is dus zo: je hebt Joden, voor hen is het een valstrik, zij struikelen erop; voor de natiën in het algemeen is het een dwaasheid; maar er is ook een categorie mensen die zich geroepen weten door deze boodschap. Is dat een prestatie? Nee, helemaal niet. Want je wórdt geroepen. En wie wordt geroepen? Nou, degenen die daartoe tevoren gekend en bestemd zijn. En degenen die geroepen worden, die worden subiet ook gerechtvaardigd, want zij geloven namelijk. Dat zijn de geroepenen.
En voor hen die geroepen zijn, voor Joden zowel als voor Grieken – dat wil zeggen: dat gezelschap van geroepenen komt uit de hele wereld. Het is niet de héle wereld; sterk genoeg: het is eigenlijk maar een klein deel dat vandaag geroepen wordt. Maar ze komen zowel uit de Joden als uit de Grieken. En voor hen is de Christus Gods kracht en Gods wijsheid. Kijk, voor de wereld is Jezus Christus degene die gekruisigd is. Weten zij veel... Dat is het laatste wat de wereld van Hem gezien en vernomen heeft. En een graf, oké. Dat is de Gekruisigde. Maar voor hen die geroepen zijn, die weten dat Christus Gods kracht en Gods wijsheid is. Later in de tweede Korinthebrief zegt Paulus dit, in 2 Korinthe 13 vers 4: "Want ook werd Hij gekruisigd vanuit zwakheid, niettemin leeft Hij vanuit kracht van God." Dus ja, een kruis...
Dat is inderdaad de zwakheid die de wereld van Hem als laatste gezien heeft: iemand die aan een paal genageld werd en zo stierf. Dat is zwakheid. En geloven wij nu in een Christus die gekruisigd is? Ja, daar geloven wij in. Weet u waarom? Voor degenen die geroepen zijn, die weten namelijk dat Hij weliswaar gekruisigd is in zwakheid, maar van Gods wege ten derde dage is opgewekt uit de doden. En dat is de kracht van God.
Dus dan mogen de Joden daarover vallen en dan mogen de natiën het als stupide bestempelen, maar voor degene die beter weet – en dat bedoel ik niet als een prestatie, maar omdat je geroepen bent – die weet: Hij is de kracht Gods. En bovendien is dat ook Gods wijsheid. Want "het dwaze van God", zo staat er dan in vers 25, "is wijzer dan de mensen en het zwakke van God is sterker dan de mensen."
Ik heb expres dit plaatje erbij gedaan, want dit illustreert nu precies alles. Hier in dat graf werd een gekruisigde gelegd. De dood; de dood van een misdadiger die aan het hout gehangen werd. Hoe is het mogelijk dat het heil en de toekomst van de wereld in handen liggen van iemand die gekruisigd is en in een graf begraven werd? Bizar. Spoor je wel? Maar voor degenen die geroepen zijn, die weten: dit is de kracht Gods en de wijsheid van God. "Het dwaze van God" – dat staat uiteraard tussen aanhalingstekens – was wijzer dan de mensen.
Want vergis je niet: wie hebben de Heer Jezus Christus gekruisigd? Dat gebeurde op de plaats waar de wijsheid woonde. Dat is in feite niet Athene, maar waar was de meeste wijsheid van God vertegenwoordigd? Dat wil zeggen: waar zou je dat mogen verwachten? In Jeruzalem, toch? In de tempel, daar waar de priesters waren en waar het onderwijs van de Torah was. Waar men de Schriften beheerde. Daar zou je wijsheid verwachten, en daar hebben ze Jezus Christus gekruisigd. Vandaar die valstrik dus. Maar het dwaze van God is wijzer dan de mensen en het zwakke van God is sterker dan de mensen.
Gods Roeping: het Dwaze en Zwakke Verkiest God ↑ hoofdstukken
Dan gaat Paulus het nog wat persoonlijker maken als hij de Korinthiërs aanschrijft. Hij zegt: kijk broeders, naar jullie roeping. Om het nog eens even meer te verduidelijken, om het zo te zeggen: niet vele wijzen naar het vlees, niet vele bekwamen, niet vele edelen. Dat is niet erg complimenteus als je zo wordt aangeschreven. Nou ja, er waren kennelijk uitzonderingen, want hij zei "niet velen". Dat betekent dat er misschien wel een paar wijzen waren, mensen die bekwaam waren of mensen die edel te boek stonden. Maar over het algemeen, zegt Paulus, was het niet al te veel soeps, zeg maar.
Dat is echter illustratief voor de wijze waarop God werkt. Niet vele wijzen, niet vele edelen. En voor de duidelijkheid: is er dan helemaal geen ruimte voor mensen die wijs zijn? Jawel, maar dan wel ondanks het feit dat ze misschien in de wereld te boek staan als wijs, bekwaam en edel. Ze mogen er best bij horen, maar dan niet dankzij, maar ondanks hun positie.
De dwazen van de wereld, die kiest God uit. Dat is gewoon de normale lijn. Uitzonderingen daargelaten, maar de normale lijn is: God kiest uit. Wie? De dwazen. Waarom? Om de wereld en de wijzen te schande te stellen, te beschamen en te kijk te zetten. Je kunt het nog anders zeggen, maar laten we het netjes houden. Zo doet Hij het.
Als we het hebben over het kruis van Christus en we bladeren de Bijbel door, dan zien we dat God altijd kiest voor een dwaze weg. Iets wat bizar is. Noach moest worden geroepen en hij moest een schip, een gigantisch houten schip, bouwen op het droge. Reken maar dat hij tientallen jaren lang voor absoluut gek en dwaas is versleten. Is dat leuk? Nee, het is niet leuk, maar dit is de wijze waarop God opereert. Als je dat van tevoren weet, dan scheelt dat weer een heleboel frustratie. Want als je denkt dat ze allemaal de loper voor je uitleggen en dat het allemaal geweldig is waar je mee bezig bent... nou, die man spoorde niet. Totdat.
Of neem de redder van Israël, die werd gelegd in een biezenmandje. Dat was ook een ark trouwens; een biezekistje. Hetzelfde woord wordt daar gewoon gebruikt. Of vraag het aan Simson, die de menigte versloeg met een verdorde ezelskaak. Of David met zijn slinger tegen die grote reus. Dat vond Goliath ook belachelijk; hij lachte hen vierkant uit. Wat verbeeld je je nou? Ja, totdat... Zo is het altijd. God verkiest altijd dergelijke middelen. Er zijn natuurlijk talloze voorbeelden; de hele Bijbel staat er vol van. Het loopt als een rode draad door de hele Schrift: God verkiest het dwaze om dat wat wijs is te beschamen.
Ook de zwakken van de wereld kiest God uit om de sterken te beschamen. Ook daar zijn heel wat voorbeelden van te geven. Onlangs heb ik nog uitgebreid gesproken over onvruchtbare vrouwen in de Bijbel. Notabene zij die de belofte hadden gekregen dat ze een rijk nageslacht zouden hebben. En wie kiest God daarvoor uit? Een onvruchtbare vrouw. Of je het nu hebt over een Sara, een Rebekka of een Rachel, noem maar op. Of Hanna en Elisabeth. En de vrouw van Manoach; hoe ze heette weet ik niet, dat staat er ook niet, maar u begrijpt wat ik bedoel. De zwakke.
Of neem een stotteraar. Ja, dat vind ik ook zo grappig: dat Mozes wordt geroepen om het woord te voeren, terwijl je van hem leest dat hij zwaar van tong was. Dan denk je gewoon aan een stotteraar; hij kon niet goed uit zijn woorden komen. Ja, juist jóú moet Ik hebben!
Ik heb ooit eens in een spreekbeurt verteld over Ehud. In onze vertaling staat dat hij linkshandig was, maar er staat letterlijk dat zijn rechterhand gesloten was. Hij was rechts gehandicapt, dus hij moest wel links handelen. Ja, hij was linkshandig. Ik ben links onhandig en rechts trouwens ook, maar goed. Een gehandicapte dus. Moet je opletten hoe God juist via die zwakke weg te werk gaat. Of het nu een blindgeborene is, een dove, een verlamde of een dode. Ja, dan ben je met recht Lazarus.
God kiest uit: de dwazen, de zwakken. Waarom? Om de sterken te beschamen. Om wat meent sterk te zijn — laten we het even correct zeggen — te kijk te zetten. Zo opereert God altijd. En de onedelen van de wereld en de verachten, die kiest God uit. En die niets zijn, om hen die wel iets zijn, of menen te zijn, teniet te doen.
Ik vind dit trouwens humor. Is dat niet altijd de essentie van humor? Bij humor gaat het altijd om een wending die je nooit had verwacht. Dat is humor, dan ga je lachen. Dat had je niet verwacht. Nou, dat heeft God ook. God heeft humor, want Hij gebruikt het zwakke om het sterke te kijk te zetten, Hij gebruikt een dwaas om de wijze te beschamen en de onedelen van de wereld en de verachten. Een hoer kiest Hij uit, bijvoorbeeld een Rachab. Ja, ze wordt met ere vermeld, maar als een onedele vrouw, laten we wel wezen. Veracht; je spreekt normaal gesproken niet met al te veel achting over zo'n beroep.
Trouwens, dat geldt hiervoor ook: een tollenaar. Ik geef expres maar even voorbeelden; er zijn er meer, zowel van hoeren als van tollenaren. Of denk aan een dronkaard zoals Noach, of aan de bedrieger Jakob. Ik had zelfs moordenaars kunnen noemen. Ik bedoel: dat mag dan allemaal onedel en veracht zijn, maar God kiest dat uit om dat wat iets is, of iets meent te zijn, allemaal teniet te doen. Het stelt niets voor.
Ik las ooit een uitspraak die het prachtig samenvat: "God roept niet de gekwalificeerden, Hij kwalificeert de geroepenen." Dat is een heel groot verschil. Hij roept niet degenen die gekwalificeerd zijn omdat ze sterk, wijs of edel zijn. Nee, Hij roept degenen die dat allemaal missen. En vervolgens gaat Hij Zijn werk doen. Dat moet ook wel Zijn werk zijn, want zelf hadden ze het niet. Juist hén kwalificeert Hij. Maar dan is het ook helemaal Zijn werk. En daar gaat het nu juist om. Want laten we even verder lezen.
Het Doel van het Kruis: Geen Roem voor de Mens ↑ hoofdstukken
Waarom is dit zo? Opdat geen vlees zich zou beroemen in het zicht van God. Zo staat het er letterlijk. Dat is de reden. Geen vlees dus; want dat is wat wij hier allemaal zijn. Vlees en bloed wordt het bij gelegenheid genoemd, of het zwakke vlees, het sterfelijke vlees, nou ja, het bederfelijke vlees. Maar kijk, dit is nu precies het woord van het kruis. Het woord van het kruis zegt niets van de mens en het is werkelijk genade. Dat is geen loze frase. Het wordt pas een holle frase op het moment dat de mens er zelf nog een bijdrage aan zou kunnen leveren, want dan is het immers niet langer om niet.
Nee, het doel is dat geen vlees enige roem zou hebben in het zicht van God. Dat is uitgesloten. Op het moment dat je denkt dat dat wel het geval is, dan heb je het evangelie niet begrepen. Het is niets van de mens. En daarom is het ook universeel. Kijk, op het moment dat God ook maar een klein beetje van de mens verwacht... dat is de bekende variant van het evangelie: je hoeft niets te doen, je hoeft alleen maar te kiezen. En als je vervolgens niet kiest, dan komt het nooit meer goed. In die visie hangt het dus uiteindelijk volledig van de mens af. Men zegt dan: "Ja, maar het is zo weinig, je hoeft alleen maar..." En vul de rest maar in, want er zijn allerlei varianten op dat men zegt: "Je hoeft alleen maar..."
Maar daar zit hem nu precies de crux. Als je dat zegt, heb je het evangelie – en sorry dat ik het zo zwart-wit stel – simpelweg niet begrepen. Alle roem is namelijk uitgesloten omdat er niets van de mens bij is. En juist omdát er niets van de mens bij is en alles van Hem is, gaat er bij Hem niemand verloren. Mensen vragen wel eens: "Is die alverzoening nu werkelijk zo belangrijk?" Men doet vaak alsof het alleen maar gaat om de reikwijdte, om het feit dat het iedereen betreft. Ja, dat is ook wel zo, maar het feit dát het iedereen betreft, komt juist voort uit het principe dat er niets van de mens bij zit. Zijn voornemen en Zijn plan zijn alles. Als Hij de wereld liefheeft, dan is de bestemming vanwege dat feit geregeld. Dan is het inderdaad all-inclusive, maar dat is een consequentie. Het gaat uiteindelijk niet om het punt dat het iedereen is; het gaat erom dat het niets van de mens is. Het is werkelijk genade.
Dat is zoveel mooier dan wanneer de mens wel een bijdrage zou moeten leveren. In dat geval gaat het gegarandeerd weer van alles fout, en dat zie je dan ook gebeuren. Dat is in feite tekenend voor elk godsdienstig concept en voor elke filosofie. Ook in de filosofieën van de wereld, in politieke filosofieën of hoe ze ook mogen heten, moet de mens altijd weer iets doen natuurlijk. Maar de Schrift zegt: pas op dat geen vlees zich zou beroemen in het zicht van God, want uit Hem is het dat jullie in Christus Jezus zijn.
Alles Is uit Hem: Roemen in de Heer ↑ hoofdstukken
Hoe komt het nou dat ik – en u zegt: ja, maar ik ook! – in Christus Jezus ben? Nou, dat is uit Hem; zo staat het er toch? Het is dus niet het verhaal van: ja, maar dat komt omdat ik gekozen heb of omdat ik geloof. Ja, als je zegt "ik geloof", natuurlijk: God redt door geloof, maar geloof is het kanaal waardoor wij tot Hem komen. Maar geloof is ook, net als redding, een gave Gods. Dat staat ook letterlijk zo in Efeze 2. En er staat ook bij: door genade zijt gij behouden geworden, door het geloof. En dat niet uit uzelf, het is de genadegave Gods, of een naderingsgeschenk van God, opdat het niet uit werken is, zodat niemand zou roemen. Weer hetzelfde verhaal. Dus uit Hem is het dat jullie in Christus Jezus zijn, die van God wijsheid voor ons werd. Dat wil zeggen: Christus Jezus, die is Gods wijsheid.
En hoe komt dat? God heeft ons geroepen, het Woord sprak tot je hart en daarom ben je in Hem. Dat is Gods wijsheid. En die van God wijsheid voor ons werd, bovendien: rechtvaardigheid, heiliging en verlossing. Feitelijk is hiermee het geheel getekend, namelijk het verleden, het heden en de toekomst. Het is Gods wijsheid dat Hij ons rechtvaardigt. Dat is in het verleden; op het moment dat ik tot geloof kwam, toen werd ik gerechtvaardigd. Wat is een rechtvaardige voor God? Dat is degene die Hem volledig vertrouwt: "Heer, alleen U". Ja, dat is uit Hem dat ik dat mag zien.
En ook de heiliging, dat is allemaal in Christus Jezus, maar dat is ook uit Hem. God is het die dat alles inderdaad regelt. Dus het verleden, dat ik een rechtvaardige ben, en ook het feit dat Hij mij heiligt en kwalificeert en geeft wat ik nodig heb. Alles in het leven wat ik nodig heb om Hem te dienen, dat geeft Hij. Op het moment dat je steunt op je eigen vlees, op je eigen kunnen of je eigen prestaties, nou, dat is om het even in de taal van de profeet te zeggen: dan steun je op een rietstaf. Daar ga je doorheen. Heiliging is Zijn werk; Hij heiligt.
En ook die verlossing: wij hebben de hoop en dat is de verlossing van ons lichaam. Dat wil zeggen dat ons lichaam verlost wordt, want dat is toekomst. Maar ook dat is Zijn werk. Dat lijkt me toch een duidelijke zaak, hè? Want dat ons lichaam verlost wordt, dat is geen eigen werk, toch? Ik bedoel dat we een nieuw lichaam krijgen. Dat we, mochten we ontslapen zijn tegen die tijd, dan worden we opgewekt. En als we nog bij de levenden horen, waar ik echt van uitga en op reken – maar goed, dat is een ander onderwerp – dan wordt ons lichaam getransformeerd en vernieuwd. Wel, in dat geval: wat is mijn bijdrage? Nee, dat overkomt me. Natuurlijk! De verlossing van je lichaam... dat is een rups die toch niet zelf maakt dat hij een vlinder wordt? Die transformatie, die metamorfose, die onderga je; dat overkomt je.
Maar wat dacht u? Dat geldt voor die rechtvaardiging ook. Het feit dat ik mag geloven, dat Hij mijn ogen opent, dat Hij mijn hart opent, dat is Zijn werk. Maar het feit dat Hij mij heiligt en kwalificeert en geeft wat ik nodig heb, dat is net zo goed Zijn werk. Dat overkomt me. En dan kan ik Hem gewoon elke dag danken. Ja, en dat is Gods wijsheid, want dan is het inderdaad allemaal uit Hem, opdat het zij zoals het is geschreven: "Wie roemt, roeme in de Heer".
En weet je wat je dan doet? Dan ga je omhoog kijken. Dan kijk je niet meer om je heen naar de wereld, zoals ze in Korinthe nog steeds deden, of naar jezelf of naar elkaar of naar binnen. Dat kan allemaal: je kunt naar binnen kijken en het verwachten van je eigen innerlijk of van je gevoelens en dergelijke, of je verwacht het van elkaar. Al dat soort denkrichtingen speelde in Korinthe en Paulus zegt: nee, uit Hem. Hij doet alles. Dat is Gods wijsheid. En opdat het zij zoals het is geschreven: wie roemt, roeme in de Heer.
En dat is geen eindpunt; dat is de basis van het evangelie. Alles is van Hem. Zo mag je de dag beginnen en dan kijk je omhoog: "Dit is allemaal voor U. U geeft mij vandaag alles wat ik nodig heb". Niet: "Wilt U mij vandaag helpen?". Nee: "Ik dank U, God, dat U mijn hulp bent en dat U mij geeft alles wat ik nodig heb, en dat ik me vandaag mag verblijden in wat U geeft. En dat ik me mag verblijden in een geweldige hoop en verwachting". Wel, daarin mag je roemen, elke dag. Daar gaat het om. Dan kijk je de goede kant op. Je roemt, je roemt in de Heer. En ik zeg: amen.
UltimateGoodNews