Ananias & Saffira
10-07-2022 - Geplaatst door Andre Piet10 juli 2022, Benthuizen
Het verhaal van Ananias en Saffira is de eerste grote ‘kras’ op de jonge ekklesia in Jeruzalem. Het was geen gierigheid dat hen werd aangerekend, maar leugen en bedrog. Door de hoofdstukindeling ontgaat het velen dat de geschiedenis niet begint bij Ananias en Saffira maar met de vermelding van ene Barnabas, de voorbode van Paulus. Dit alles is meer dan een heftige geschiedenis; het typeert en illustreert de lijn in het boek Handelingen…
Powered by RedCircle
📝 Samenvatting & Transcriptie van deze lezing
⏱️ Hoofdstukindeling van deze studie:
De Historische Context in Jeruzalem ↑ hoofdstukken
Ik wil jullie vanmorgen, vrienden, eens meenemen naar een nogal heftige geschiedenis die we aantreffen in het boek Handelingen. Handelingen 5 is dat, en dat is de geschiedenis van Ananias en Saffira, zoals u hier achter mij ziet geprojecteerd. Het is in het algemeen een beetje lastig voor het begrip, omdat de geschiedenis van Ananias en Saffira zelf begint in Handelingen 5:1, maar in feite moet je het direct voorafgaande daar ook bij betrekken. Dat maakt namelijk deel uit van deze geschiedenis; het is de inleiding daarvan. De hoofdstukindeling is wat dat betreft niet zo gelukkig, want het zet de lezer een beetje op het verkeerde spoor. Dus als u denkt: wanneer ga je het nu eens hebben over Ananias en Saffira? – want die klacht krijg ik wel eens vaker: "kom nou eens snel ter zake" – dan heb ik nu een heel goed excuus om dat niet te doen. Dat excuus heb ik trouwens bij andere gelegenheden ook, vind ik, maar goed.
Laten we eerst eens de historische samenhang onder ogen zien. Deze geschiedenis vindt plaats in Jeruzalem, hooguit enige jaren na de opstanding van Christus, waarvan ik ervan uitga dat die in het jaar 30 van onze jaartelling heeft plaatsgevonden. Het is nog vóór de steniging van Stefanus, en dat moet in het jaar 33 geweest zijn. Ik weet dat de precisie van deze jaartallen ter discussie staat, maar ik denk dat er goede redenen zijn om het hierop te houden. In elk geval is er tussen de opstanding van Christus en de steniging van Stefanus een tijdsverloop van drieënhalf jaar geweest, en ergens in die tijd daartussen vindt deze geschiedenis plaats. Ik veronderstel niet meteen het eerste jaar, dus dan weet je eigenlijk vrij nauwkeurig dat het in het jaar 32 of 33 geweest moet zijn.
Het is belangrijk om de indruk te hebben dat het allemaal nog kersvers was. De grote feiten die wij kennen vanuit het Nieuwe Testament, namelijk de dood maar bovenal de opstanding van Jezus Christus, hadden allemaal nog maar zeer recent op die locatie plaatsgevonden. De gemeenschap rond het getuigenis van de apostelen groeide trouwens heel sterk. Het begon al meteen op de Pinksterdag, waar je leest dat er drieduizend mensen werden geroepen en gelovig werden. Korte tijd later lees je dat de gemeenschap al was uitgegroeid tot – en dat wordt ergens in Handelingen 4 vermeld – vijfduizend mannen. Zo wordt het geformuleerd, dus de vrouwen en kinderen zijn nog niet eens meegerekend. Als je die wel zou meetellen, zou je al tot een gezelschap van zo’n tienduizend mensen komen, zo om en nabij.
Het is een hele spannende tijd geweest, sowieso om wat er zojuist allemaal had plaatsgevonden; die geweldige feiten in het jaar 30 uiteraard. Niet alleen de opstanding en de hemelvaart, hoewel dat een betrekkelijk intiem gebeuren was dat slechts een klein aantal mensen heeft meegemaakt en gezien. Tien dagen later volgde de Pinksterdag, en dat was een heel grootse gebeurtenis die veel ophef in Jeruzalem veroorzaakte vanwege de wonderlijke tekenen die bij die gelegenheid plaatsvonden. In de jaren daarna, tot de steniging van Stefanus in die drieënhalf jaar, hebben er enorm veel wonderen en tekenen plaatsgevonden. Krachtige tekenen en wonderen. Het getuigenis was buitengewoon krachtig, niet alleen door het woord dat klonk, maar ook door de wijze waarop God het bevestigde met tal van tekenen. Een aantal daarvan worden in deze hoofdstukken ook vermeld. Bekend is de genezing van de verlamde aan de poort, de Schone Poort, in Handelingen 3, maar je leest over vele krachten, tekenen en wonderen. Genezingen, maar ook dodenopwekkingen vonden allemaal plaats in die tijd. Daar gaat een enorme power van uit, van het woord dat toen geklonken heeft, juist doordat God het zo bevestigde.
Je leest ook, om de situatie nog wat meer te schetsen, dat die gemeenschap in hoog aanzien stond bij het volk. Niet bij het Sanhedrin, de leidslieden, moet ik erbij zeggen, want daar had men veel tegenstand van te duchten. Die zagen natuurlijk concurrentie. Dagelijks was men bijeen in de tempel en men volhardde in het onderwijs van de apostelen. Men at bij elkaar aan huis en, ook heel bijzonder – en dat is meteen een mooi bruggetje naar de geschiedenis waar we het nu over gaan hebben: men had alles gemeenschappelijk. Dat wordt al in Handelingen 2 vermeld. Nou, als we dat zo voor ogen hebben...
De Eenheid van de Geloofsgemeenschap ↑ hoofdstukken
Ik begin nu te lezen bij vers 32 van Handelingen 4. Soms ga ik er wat snel doorheen, maar we lezen nu over de menigte – want het was werkelijk een menigte. De menigte van hen die geloofden, was één van hart en ziel. Het hele getuigenis dat toen klonk, maar ook de gemeenschap die daaromheen heel hard groeide, stond weliswaar onder grote druk, maar er zat nog geen krasje op. In feite is de geschiedenis die we nu gaan lezen de eerste echte grote kras op de verhaallijn, als ik het zo mag zeggen. En u weet hoe dat gaat: de eerste kras is het meest pijnlijk. Ik zou daar nog mooie verhalen over onze keuken kunnen vertellen, maar daar gaat het nu niet om. Daarom denk ik altijd dat het veel handiger is om een tweedehands auto te kopen; dan heb je die eerste kras in ieder geval al gehad. Het meest pijnlijke is altijd die eerste kras, en dat is feitelijk de geschiedenis van Ananias en Saffira.
De menigte van hen die geloofden, was één van hart en ziel, en niet één zei dat wat hem toebehoorde van hemzelf was. Ze hadden alles gemeenschappelijk. Ik wees er al eerder op dat dit in Handelingen 2 ook al was vermeld, en hier wordt dat nog een keer herhaald, juist als opstapje naar de geschiedenis die we straks gaan lezen. Ik moet er trouwens bij zeggen – want het wordt weleens zo geïnterpreteerd – dat dit niet een soort communisme was waarbij men geen eigen bezittingen had en alles met elkaar deelde. Als je dat zegt, kijk je wel heel erg oppervlakkig. U weet dat communisme het principe hanteert dat als slogan heeft: 'Al het uwe, alles wat van jou is, is van mij.' Maar hier is het omgekeerd, namelijk: 'Al het mijne is van jou.' Het grote verschil is dat dit volstrekt vrijwillig was. Dit was geen systeem dat opgelegd was; men deed dit gewoon om in de behoefte van iedereen te voorzien. Zo staat het er ook bij.
In vers 33 staat: 'En met grote kracht gaven de apostelen' – en dan wordt hier speciaal gedoeld op de twaalf – 'het getuigenis van de opstanding van de Heer Jezus Christus.' U moet zich realiseren dat zij getuigen waren. Als hier staat 'getuigenis', dan heeft dat niet alleen de klank en de betekenis dat zij ervan spraken. Dat doen wij immers ook; wij spreken ook van de opstanding van Christus. Maar wij zijn geen getuigen daarvan in de juridische zin van het woord. Een getuige is een ooggetuige, iemand die het zelf heeft gezien. Welnu, deze mensen – niet alleen de twaalf, want er waren er honderden – waren ooggetuigen van de opstanding van Christus.
Iedereen in Jeruzalem wist dat Jezus was gekruisigd; dat was geen nieuws. Men wist dat Hij was gestorven en Zijn graf was nog aan te wijzen. Nou ja, ik moet erbij zeggen: het was een leeg graf. Dat is de eerste vraag die vervolgens opkomt voor al die mensen daar in Jeruzalem: hoe zit dat met dat lege graf? Daar was een verklaring voor; de officiële 'mainstream' verklaring in Jeruzalem in die dagen was dat de discipelen het lichaam van Jezus hadden gestolen. Wat overigens een bizarre uitleg is, maar dat vonden velen destijds ook. Het was niet voor niets dat het getuigenis zo enorm aansloeg onder het volk. Het geweldige was waar de twaalf apostelen over spraken: Hij is opgestaan uit de doden als eersteling en als garantie voor de rest die volgt. Dat is eigenlijk ook het bewijs dat Hij inderdaad de Messias is. Door Zijn opstanding – Petrus had dat in Handelingen 2 ook al gezegd – heeft God Hem, de Jezus die jullie hebben gekruisigd, tot Heer en tot Christus gemaakt. In feite is Hij vanaf Zijn opstanding officieel de Christus, Israëls Messias.
Ze hebben dat niet alleen als ooggetuigen doorgegeven, maar ze hebben het ook gestaafd vanuit de Schriften en gedemonstreerd: Hij is degene die in de profeten en in de Tenach, de Hebreeuwse Bijbel in het algemeen, is voorzegd. De 'bonnetjes' hebben ze er voortdurend bij gelegd. Het was trouwens niet alleen dat het zou gebeuren en wáár het zou gebeuren, maar ook wannéér het zou gebeuren. Alles wees op dit ene grote feit. Met grote kracht gaven de apostelen daarvan getuigenis en er staat bij: 'En er was grote genade op hen allen.' Dat wil zeggen: op allen die luisterden en die geloofden.
Dat woord genade is 'charis'. We hebben er al vaak bij deze gelegenheden op gewezen: genade is vreugde. Er is een goed Nederlands woord dat dat ook weergeeft en dat is 'gunst'. Genade heeft bij ons vooral de klank van vergeving, dat je iets niet aanrekent of gratie verleent, maar het woord is veel breder en wat mij betreft ook dieper. Het is gewoon vreugde, en daarom zou 'gunst' een perfect woord zijn in dit verband. Er was grote gunst op hen allen. En wat betekent dat? Nou, er staat: 'Want niemand was behoeftig onder hen.' Het is dus ook heel concreet; zij werden allen begunstigd. Ze kregen het 'om niet', en dat bevestigt precies waar ik het zojuist over had: men had alles gemeenschappelijk en degenen die behoeftig waren, werden voorzien. God bewerkte de harten van die hele grote, groeiende geloofsgemeenschap zodanig dat men één van hart en ziel was. Men hield van elkaar en men deelde de maaltijden thuis. Kortom, er was grote genade op hen allen, want niemand was behoeftig onder hen.
Want zovelen als er bezitters waren van stukken grond of van huizen, die verkochten dat. Ze brachten de opbrengst van de verhandelde goederen en plaatsten die vervolgens aan de voeten van de apostelen. Dat was de procedure. Dit is dus niet een voorschrift; hier wordt niets voorgeschreven, maar er wordt iets beschreven. Dat is een groot verschil. Het is geen wet, het is gewoon zoals het ging; zo deed men dat daar. Want zovelen als er bezitters waren van stukken grond of huizen – kennelijk deed iedereen dat – deden dat niet omdat het moest, maar omdat het in hen leefde. De opbrengst werd geplaatst aan de voeten van de apostelen. Houd die uitdrukking vast, want we komen hem vaker tegen.
Vervolgens werd het uitgedeeld aan eenieder naarmate men behoefte had. Dat waren in de praktijk dan vooral de weduwen, zo weten we uit Handelingen 6 weer, die niet in staat waren om in hun eigen behoefte te voorzien. Er werd uitgedeeld, en dat deden inderdaad de apostelen. Toen dat allemaal te groot werd en er wat onmin ontstond, delegeerden de apostelen dit vervolgens aan een aantal mannen die zij daarvoor uitkozen. Dat heetten dan diakenen, wat gewoon 'dienaren' betekende; zij assisteerden de apostelen daarin. Eén van hen was trouwens Stefanus. En dan...
De Introductie van Barnabas ↑ hoofdstukken
En nu komen we bij eigenlijk de inleiding tot de geschiedenis: Jozef nu, die door de apostelen Barnabas werd genoemd. De aardigheid is dat hij hier gewoon als Jozef geïntroduceerd wordt en vervolgens verdwijnt hij van het toneel. En dat is, als ik het zo formuleer, vrij typerend. Want zo gaat dat wel vaker met Jozefs. Hoe zeg je dat in het meervoud? Jozefen? Bij ons in de familie is er een andere: Jozefzen. Hoe heet dat, goede maat? Jovens. Jovens. Oh ja, die hadden het over hun zwager toen hij nog klein was; die hadden het over Jovens. Ja, goed. Het meervoud van Jozef is dus Jozefen.
We kennen er heel wat van in de Bijbel, laten we wel wezen. De bekendste is natuurlijk de zoon van Jakob, de eerstgeborene van Rachel, die inderdaad ook van het toneel verdween. En we hebben een Jozef van wie wij eigenlijk ook niet zo veel weten, behalve dat hij de wettige vader was van Jezus, maar die verdwijnt ook van het toneel. En Jozef van Arimathea, die verschijnt niet bij de geboorte, maar bij de wedergeboorte, bij de opstanding van de Heere Jezus. En die verdwijnt ook weer van het toneel. Een zeer rijk man.
En nou deze Jozef. Ja, nou ga ik iets opperen wat ik niet kan bewijzen, maar wat ik trouwens niet zelf heb uitgevonden. Er zijn mensen al eerder geweest die dat hebben geopperd; andere mensen zeggen dan weer van: "Nee, dat kan niet waar zijn." Maar goed, ik geef het even door voor wat het waard is. Je leest dat als er een vervanger gezocht moet worden voor Judas, voor de lege plaats van Judas, dan worden er twee namen genoemd. Twee kandidaten, en dan wordt vervolgens het lot geworpen. En dat lot viel op Matthias. Maar er was nog een andere kandidaat en die heette Jozef Barsabas. Dat lijkt als twee druppels water op Jozef Barnabas, vandaar ook dat ze zeggen: "Ja, dat is gewoon zoals je dat heel vaak hebt bij namen." De een heet Ruud en je kunt ook zeggen Rudy, weet je wel? Dat zijn gewoon varianten in de uitspraak of van de manier waarop dat aangeduid wordt.
En in diezelfde sfeer zou dat in dit geval ook kunnen liggen, dat deze Jozef die hier genoemd wordt, dezelfde is als de Jozef Barsabas — die trouwens ook nog een bijnaam had van Justus — die in Handelingen 1 vers 23 genoemd wordt. Hij wordt dus niet aangewezen als de twaalfde. Hij is dus eigenlijk de nummer dertien. En ik vind het toch wel boeiend hoor. Ik zeg al: absoluut bewijzen kan ik het niet, het tegendeel valt ook niet te bewijzen. Maar de suggestie vind ik in ieder geval heel boeiend, vooral ook omdat hij eigenlijk eindigt als nummer dertien.
Maar goed, ze zochten de twaalf, dus in feite was hij dan oninteressant voor die geschiedenis. En als ik zeg "de nummer dertien apostel", dan zeg je: "Wacht even, maar dat was toch Paulus?" Ja, nou, dat bedoel ik nou. Want deze Jozef heeft heel veel van doen met Paulus. Want kijk, hij werd door de apostelen Barnabas genoemd. Deze Jozef wordt alleen hier Jozef genoemd en voor de rest komt hij in het boek Handelingen nog heel veel voor, want hij speelt een grote rol, vooral in verband met de figuur van Paulus. Eigenlijk alleen maar in verband met de figuur van Paulus. Maar hij heet dan nooit meer Jozef; hij heeft dan altijd standaard de naam Barnabas.
En ja, welke functie vervult hij in het boek Handelingen? Hij was in feite de beschermheer van Saulus. Je leest dat als Saulus geroepen wordt op de weg naar Damascus... en dan gaan er trouwens nog drie jaren overheen voordat hij dan weer terug is in Jeruzalem. En als hij in Jeruzalem komt, dan is er een grote argwaan. Want niemand wil eigenlijk iets met die Saulus van Tarsus van doen hebben. Want ja, als er één beruchte naam was, dan was hij het wel. En dan lees je dat Barnabas zich over Saulus — zo heette hij toen nog — ontfermde. En dan lees je dat Barnabas met Saulus ook naar de apostelen gaat en hem als het ware introduceert bij hen.
Deze Barnabas ontfermt zich dus over Saulus. Dat is wat we vervolgens van hem weten. En dan in hoofdstuk 11, dan lees je dat die Barnabas zich in Antiochië, daar in Syrië bevond. En dan zoekt hij op een gegeven ogenblik weer Saulus op, die inmiddels weer bij moeders thuis was in Tarsus. Dat staat in Handelingen 11. En dan is het Barnabas die Saulus uit Tarsus haalt en weer bij het werk gaat betrekken. Weer Barnabas. En vervolgens lees je in Handelingen 13 dat deze Barnabas met Saulus de eerste zendingsreis onderneemt, zoals dat genoemd wordt. Barnabas en Saulus. En eigenaardig: je leest iedere keer "Barnabas en Saulus", standaard, totdat Saulus Paulus wordt. En dat is in Handelingen 13 vers 9, als zij beiden op het eiland Cyprus zijn.
Hou hem vast, want daar gaan we het straks nog over hebben. Als ze beide op het eiland Cyprus zijn... en dan lees je dat Saulus wordt benaderd door een heidense man, een volstrekt heidense man die Paulus heette, Sergius Paulus, een proconsul was dat. En dan is er een Jood die hem probeert te weerhouden dat Saulus tot hem spreekt. En dan staat er: "En Saulus, anders gezegd Paulus." En die sprak tot hem het woord. Dan wordt Saulus Paulus. Op het moment dat Paulus zich gaat wenden tot de natiën, dan krijgt hij de naam Paulus. Dezelfde naam als degene tot wie hij zich toen als eerste richtte.
Ik geef nu heel veel historische achtergronden. Als je van toeten noch blazen weet, dan zeg je: "Ik vind dit erg veel." Nou, dan luister je hem straks nog eens een keertje na. Dat kan allemaal, dat is de techniek. Maar goed, Saulus wordt dan Paulus vanaf het moment dat hij zich tot de natiën wendt. Zij werken nog heel lang samen — in Handelingen 13 en 14 lees je daar uitgebreid over, en Handelingen 15 — maar vanaf het moment dat Saulus Paulus wordt, dan is het nooit meer Barnabas en Saulus, maar is het iedere keer Paulus en Barnabas. Dan krijgt als het ware Paulus het primaat, de voorrang vanaf dat moment.
Maar één ding moet duidelijk zijn: die Barnabas speelt die rol juist in het boek Handelingen vanwege het feit dat hij gelinkt is aan de naam van Saulus, zo u wilt, Paulus. Die twee horen bij elkaar. Eigenlijk is Barnabas de voorloper van Paulus; dat is de rol die hij in het boek Handelingen speelt. Dit is belangrijk voor de hele lijn. Want waarom wordt nou ineens deze figuur van Barnabas opgevoerd die een stuk land verkoopt? Je zou zeggen: "Wat is daar bijzonder aan? Want ze deden het allemaal." Ja, dat is zo, maar die Barnabas speelt een specifieke rol. Het gaat ook om de typologie; ik wil daar straks wat meer over vertellen.
Barnabas, dat wordt trouwens vertaald met "zoon van bemoediging". Dat is een Hebreeuws woord en betekent letterlijk "een zoon van profetie". In afgeleide zin is dat dus een zoon van bemoediging, want profetie, ja, dat bemoedigt natuurlijk. Oké, deze Barnabas of Jozef was een Leviet. Dat wil zeggen: uit de stam van Levi. Van deze stam weten we dat ze geen erfdeel kregen in het land van Israël. Alle stammen kregen allemaal een stuk grond toebedeeld — Juda, Naftali, noem ze allemaal maar op — behalve Levi. Die kreeg geen erfdeel in het land. En dan wordt dat prachtig in Deuteronomium en op meerdere plaatsen geloof ik, ook gemotiveerd. Want er staat: "Want Yahweh is hun erfdeel." Levi is de stam, de priesterlijke stam. Zij mochten... aan hen werd het woord toebedeeld. Hun erfdeel was in de meest bijzondere zin de Heere Zelf.
Hij was een Leviet. Dus in feite geeft het loutere feit dat hij een akker had al aan dat hij die ooit gekocht heeft. Want ze hadden geen erfdeel; het was niet zo dat het hem toekwam omdat hij de zoon was van. Nee, kijk, een Leviet kon particulier best een stuk grond kopen, maar het werd nooit een erfdeel. Afijn.
Deze man was dus Barnabas. Hij was een Leviet en hij had eigenlijk geen stuk land als erfdeel in Israël. Hij was een Cyprioot van afkomst; hij was daar geboren, op het eiland Cyprus. Dat is een eiland in de zee, we kennen het allemaal, en ik geef nu meteen de typologische link al: de zee is in de Schrift in het algemeen een type van de natiën, en dat eiland is daarmee ook een beeld van de volkerenwereld.
Afijn, Cyprus speelt een heel eigenaardige rol in het boek Handelingen. De eerste reis die Barnabas en Saulus maken, begint namelijk in Cyprus. En op Cyprus krijgt Saulus vervolgens ook zijn naamsverandering naar Paulus.
Cyprus is een eiland dat bekendstaat om zijn grond, om de mineralen en metalen die daar gevonden worden. En wat dacht u? Wat vooral? Koper. Daarom heet het ook Cyprus, want Cyprus betekent 'koper', van Cuperen. En je hebt ook Cyperse katten; die zijn koperkleurig. Maar goed, dat is Cyprus dus.
Hij was een Cyprioot van afkomst. Nou, dan wordt er van hem gezegd dat hij een akker verkocht die hij bezat. Hij bracht het geld en plaatste het aan de voeten van de apostelen. Die wijze van handelen wil eigenlijk zeggen: "Het is van jullie, en jullie mogen het vervolgens verdelen." Eigenlijk nam hij daarmee afstand van dat stuk grond dat hij had; de opbrengst was nu voor de apostelen.
Dit is van belang om het vervolg te begrijpen, want dit is het laatste vers van hoofdstuk 4. Dit vormt het contrast: eerst wordt er positief gewezen op Barnabas en wat hij doet. Hoezo Barnabas? Nou ja, daar heb ik zojuist al wat over gezegd. En vervolgens gaan we naar...
De Hypocrisie van Ananias ↑ hoofdstukken
Handelingen 5 vers 1. Een zekere man nu, Ananias genaamd. Met die naam is niks mis hoor. Want die naam komt van het Hebreeuwse Chananjah. In de Hebreeuwse Bijbel vind je die naam ook al vaker terug. En we komen hem trouwens nog een keer tegen in het boek Handelingen, namelijk de man die in Damascus woonde en die op bezoek ging bij Saulus die zojuist blind was geworden. Dat was ook Chananjah. "Yahweh is genadig" betekent dat.
En hij had een vrouw, die heette Saffira. Die naam wordt wel in verband gebracht met Sippora of met Sifra, maar één ding is sowieso duidelijk, en dat is dat het te maken heeft met het woord saffier. Dat is niet zo moeilijk, dat is gewoon een edelsteen. Wist u dat trouwens? Onze naam voor de edelsteen saffier komt ook uit het Hebreeuws. En dat betekent zoiets als prachtig, liefelijk, iets in die geest. Maar het is in ieder geval de naam van een edelsteen en ook met die naam is helemaal niks mis.
Dit echtpaar, Ananias en Saffira, verkocht samen een bezitting. Later weten we dat het inderdaad een stuk grond was. Maar hij hield van de opbrengst achter, met medeweten ook van zijn vrouw. En dit woord, hij hield van de opbrengst achter, dat klinkt misschien wat neutraal, maar ditzelfde woord komen we in Titus 2 ook tegen en daar betekent het "ontvreemden". Het is dus echt negatief.
Het is nog frappanter, want in de Griekse vertaling van het Oude Testament, de zogenaamde Septuagint, daar vind je dat Achan dat ook deed. Daar wordt hetzelfde werkwoord gebruikt als wat hier gebruikt wordt. Je ziet het in de interlineair; er staat: hij ontvreemdde. En het idee daarbij is: hoezo ontvreemdde? Hij was toch niet verplicht om alles te geven? Nee, maar op het moment dat je zegt: "Dit is de opbrengst, de totale opbrengst van het stuk land," en je geeft het, maar je houdt in werkelijkheid iets achter, dan ontvreem je in feite van datgene wat je hebt gegeven, toch? Want je zegt: "Dit is de opbrengst van het land," terwijl je iets hebt achtergehouden.
Dit is van belang om goed te zien wat hier nu eigenlijk fout ging. Want kijk, dan staat er dat hij een zeker deel bracht en dat aan de voeten van de apostelen plaatste. Hij speelde, dat is het idee. Hij speelde alsof de totale opbrengst van dat stuk land was gebracht, terwijl het slechts een zeker deel was. Was daar op zich iets mis mee? Nee, natuurlijk niet. Hij was toch volkomen vrij? Hij hoefde het niet te verkopen. En als hij het verkocht, kon hij altijd nog een deel voor zichzelf houden. Dat is het punt ook niet. Het probleem hier is ook niet dat hij te gierig was. Het probleem was dat hij acteerde. Hij speelde.
Weet u wat het Griekse woord daarvoor is? Hij was een hypocriet. Een hypocriet betekent letterlijk een toneelspeler. Hij deed alsof, maar dat was niet zo. Hij deed alsof hij de hele opbrengst gaf, maar dat deed hij niet. Dus het punt was niet dat hij gierig was; het punt was dat deze Ananias, samen met zijn vrouw Saffira, de boel bedroog. Hij loog over datgene wat hij deed.
En dat wordt vervolgens, als hij bij Petrus komt, scherp aan de kaak gesteld. Hoe Petrus dit wist, weet ik niet. Het kan te maken hebben met de informatie die hij van Ananias krijgt, maar in ieder geval staat er: "Petrus nu zei: Ananias, waarom heeft de tegenstander, Satan, uw hart vervuld om de Heilige Geest te bedriegen?" De Heilige Geest, dat wil zeggen: God Zelf. God is Geest. Ik heb daar al verschillende keren allerlei verklaringen over gelezen in de trant van: "Zie je wel dat de Heilige Geest de derde persoon van de drie-eenheid is." Maar daar gaat het hier allemaal niet om. De Heilige Geest is hier gewoon een term, een naam voor God Zelf. God is Geest. En de Heilige Geest bedroog hij.
Hier zie je dus inderdaad wat er aan de hand was. Het was niet gierigheid, ook niet het punt dat hij iets achterhield, maar omdat hij voorgaf het totaal te brengen; het was hypocrisie. En Petrus vraagt dat: "Waarom heeft Satan uw hart vervuld om de Heilige Geest te bedriegen en van de opbrengst van het stuk grond achter te houden?" Hier zie je trouwens dat het inderdaad een stuk grond betrof.
En dan Petrus, die verklaart wat we zojuist eigenlijk al even met elkaar hebben overwogen. Petrus zegt: "Als het onverkocht bleef, dan bleef het van u." Gewoon, als u helemaal niks met het land had gedaan, dan was het gewoon uw land geweest. "En toen u het verhandeld had," wat hij gedaan had, "nou, dan was de opbrengst daarvan helemaal in jouw volmacht, jouw autoriteit." Dus hij was niets verplicht, nergens. Het was niet het systeem; dan zie je dus dat het ook helemaal niet communistisch was.
Maar hij speelde een spel. Dit is trouwens wel een heel religieus ding hoor, wat ik nu zeg, namelijk de schone schijn. Hij liet iets voorkomen om het allemaal mooier te laten lijken dan het was. En ja, dat is een beetje ook eigen aan wat je leest over de wet, over het oude verbond. Op het moment dat mensen iets opgelegd krijgen, wat gebeurt er dan? We kennen het fenomeen allemaal. Je ziet dat op het moment dat je iets aan mensen oplegt, dan doen ze het eventueel wel als ze niet anders kunnen, maar dan doen ze het voor de vorm. Maar hun hart kan er zo ver van zijn dat ze het helemaal niet werkelijk van zichzelf willen.
En daar krijg je dus een vrome schijn. Op het moment dat mensen dan onder de druk uit zijn, of wanneer mensen niet gezien worden, dan gaan ze los. In feite gaan dan de maskers af en is het toneelspel voorbij. En dat is ook precies wat ik nu zeg; dit is algemeen, vraag het maar eens een keertje na. U weet hoe het werkt. Dit is in het algemeen het grote bezwaar dat mensen hebben tegen godsdienst: hypocrisie. Ze zitten 's zondags voorin de kerk, maar je moest eens weten... Ze houden wel een bepaalde schijn op, maar je moet niet de onderkant zien, of de binnenkant, zo moet ik het zeggen. Dat wat eronder ligt, onder de oppervlakte. Het is schijn.
Nou, ook dat moeten we even vasthouden als we straks aan het einde ook wat typologische lijnen uiteen gaan zetten. Eerst gewoon de geschiedenis zoals die zich aan ons voordoet. Goed, Ananias, dat is wat Petrus vaststelt, was volledig vrij om te doen met het land en de opbrengst wat hij wilde. Het was allemaal in zijn volmacht. En daarom vraagt Petrus: "Hoe gaf u dit een plaats in uw hart? Hoe kon je op het idee komen om dit te doen? U liegt in deze zaak niet tegen mensen, maar tegen God Zelf." Wat heel dwaas is, alsof God niet door de buitenkant heen prikt. Maar dat is zoals Petrus het aan de kaak stelt: "U liegt in deze zaak."
En dan gebeurt er iets waarvan ik denk: ik ben blij dat het vandaag niet altijd zo werkt, want dan hield je niemand meer levend over. Maar ja, dit is die eerste kras.
Het Oordeel over Ananias ↑ hoofdstukken
En terwijl Ananias deze woorden hoorde, viel hij ter ziele. Ik geef toe: het is een rare weergave, maar ik formuleer het zo omdat het er letterlijk ook zo staat. En er kwam grote vrees over allen die het hoorden. Ja, hij viel dus, en hij ging 'ter ziele' – hij uitzielde.
U moet zich echter realiseren wat het woord 'ziel' in de Bijbel betekent. Kijk, de mens is een ziel. Een arme ziel, of gewoon 'zielig', maar een ziel in zijn totaliteit. Je leest in Genesis 2 al dat God stof uit de aardbodem nam en de mens formeerde. Hij blies de levensgeest in hem en zo werd de mens, Adam, een levende ziel. Dat wil zeggen: Adam kreeg geen ziel, hij werd een levende ziel. En hoe? Doordat God in dat lichaam de levensgeest blies. Wat gebeurt er hier bij Ananias? De levensgeest gaat eruit en dan houd je een dode ziel over. Dat is wat het is. Vandaar ook dat de gewone vertaling zegt: 'Hij blies de adem uit', maar letterlijk staat er dus: 'Hij uitzielde'. Het werpt meteen weer licht op wat een ziel in de Bijbel is.
Hoe dan ook, deze Ananias hoort dit oordeel. Hij wordt aan de kaak gesteld en kon het ook niet ontkennen; hij wist gewoon wat hier gebeurde. De waarheid kwam aan het licht en hij krijgt het te horen. Toen hij die woorden hoorde, viel hij gewoon ter plekke neer. Oftewel: hij blies de adem uit, en er kwam grote vrees over allen die dit hoorden. Dat laat zich raden als zoiets plaatsvindt. Dit is ook weer typisch zo'n regelrecht ingrijpen waarvan iedereen begrijpt: dit is Gods hand. Dit kan niet aan een mens worden toegeschreven.
Kijk, dat werkt positief wanneer iemand die al tientallen jaren verlamd was, plotseling geneest. Nou haal ik twee verschillende geschiedenissen door elkaar, maar goed: hij was al tientallen jaren verlamd en die geneest plotseling. Sterker nog, iemand die vanaf de geboorte nooit heeft gelopen en dan vervolgens het woord hoort – Petrus was dat ook – die zei: 'Ik zeg je: sta op en wandel.' Wat gebeurt er? Die man staat niet alleen op, hij springt op! Hij danste en sprong zo de tempel in. Iemand die nog nooit gelopen had, daar gebeurde dat. Hoe duidelijk wil je het hebben? Iedereen wist gewoon: dit is Gods hand.
In de jaren tot aan de dood van Stefanus was dat schering en inslag in Jeruzalem. Geweldige machten, krachten, tekenen en wonderen vonden plaats. Maar nu ook, al was dit niet positief. In dit geval was het geen genezing, maar iemand die ter plekke dood neervalt omdat de waarheid aan het licht komt. Vandaar ook de grote vrees over allen die dit hoorden. Dit was geen verhaaltje, hier viel niet mee te spotten. Dit was zo onmiskenbaar.
En de jongere mannen die daarbij stonden, stonden op en wikkelden hem in. Zo staat het er eigenlijk letterlijk; de meeste vertalingen zeggen dat ze hem 'aflegden', maar ze wikkelden hem kennelijk gewoon in doeken. Ze droegen Ananias uit en begroeven hem. En dan staat er in vers 7...
Saffira en de Symfonie van de Leugen ↑ hoofdstukken
Het geschiedde met een tussentijd van ongeveer drie uren, zo wordt het genoemd, een tussentijd, een interval. Van ongeveer drie uren, die termijn kennen we uit de evangeliën. Je leest dat de Heer Jezus, toen Hij aan het kruis hing op het twaalfde uur middags, dat het toen duister werd in het land en dat duurde voort tot het derde uur aan toe. Dat was drie uur 's middags, onze drie uur 's middags. Drie uur lang was het duister. Dat geldt hier trouwens ook in de figuurlijke, overdrachtelijke zin van het woord, maar in ieder geval in die tussentijd van drie uren. En daarnaast lees je dan: het geschiedde met een tussentijd van ongeveer drie uur dat zijn vrouw, onwetend van wat er geschied was, binnenkwam. Ze wilde misschien wat verderop... in ieder geval, het was haar nog niet ter oren gekomen.
Drie uur later komt zij daar. Wat is er? Ontgaat mij iets? Dat ze al binnenkomt als hij al begraven was. Ja! Begrafenissen vinden in het Midden-Oosten, zeker in die tijd, meteen op de dag zelf plaats. Trouwens, dat wordt van iemand die ter dood gebracht was ook expliciet in Deuteronomium verplicht; dat wil zeggen dat iemand op de dag zelf nog voor de avond begraven moest worden. Maar inderdaad, zij was dus niet bij de begrafenis. En dat was ook niet negatief. Sorry? Ja, was ook niet negatief. Nee, nee. Ik had niet gedacht dat de reacties deze kant op zouden gaan, want ik heb hier eigenlijk bij de voorbereiding niet zo bij stilgestaan, van hoe zit dat nou eigenlijk met Saffira, dat die jongere mannen en Petrus eigenlijk Saffira zo... maar je leefde helemaal in die tijd.
Ja, maar ik denk trouwens dat hier nog iets meespeelt, dat weet ik echt wel zeker. Petrus wist wat hier aan de hand was, want dit was niet alleen een daad van Ananias, maar ook van Saffira. Het was eigenlijk gewoon van: wie volgt? Hoe dan ook, zij wist van niks en dan komt ze vervolgens dus drie uur later daar binnen. Ze komt daar binnen en Petrus antwoordde haar: "Zeg mij of jullie het stuk grond voor zoveel betaald hebben gekregen?" De vraag is duidelijk. Ze kon gewoon "nee" zeggen, dat was namelijk de waarheid, en dan was er helemaal niets aan de hand geweest. Helemaal niets. Met haar niet. Want Ananias had al gelogen en die lag inmiddels onder de grond. Oké, ja, we lachen er nu om, maar zo lachwekkend is het niet. U zegt: "Ja, maar het is nu al zo lang geleden, het is verjaard." Maar zij zegt: "Ja, voor zoveel." Met een stalen gezicht. Ja, voor zoveel?
Petrus zei tegen haar: "Waarom stemden jullie overeen de Geest van de Heer te verzoeken?" Dus dit was inderdaad... Ze waren een echtpaar en ze hadden het goed samen, en ze stemden overeen. Weet je trouwens dat hier... Tom, dat is wel aardig hè? Jij denkt nu bij jezelf: waarom noem je mijn naam in verband met deze geschiedenis? Nee, ik noem jouw naam niet in verband met deze geschiedenis, ik noem jouw naam in verband met dit woord wat hier gebruikt wordt. Hier wordt namelijk in het Grieks het woordje sumphoneo gebruikt. En dat is dat sum, dat is 'samen', en dat phone, dat heeft te maken met een geluid of met een stem. En dus: symfonie. We kennen het woord allemaal, het betekent letterlijk 'samenstemmen'. Dus een samenklank, dat de dingen overeenkomen, overeenstemmen. Letterlijk is het een mooi woord: overeenstemmen. Dat is symfonisch.
Zij waren symfonisch, zo staat het er eigenlijk. Zij waren symfonisch tot het besluit gekomen om een deel achter te houden en, dan moet ik erbij zeggen, achter te houden en niet te zeggen, sterker nog: om voor te wenden dat het de totale opbrengst was. Dus het is de leugen die hier regeert en die hier zo duidelijk op de voorgrond treedt. Waarom stemden jullie overeen? Dus zo symfonisch was het allemaal. Eigenlijk was dit, symfonisch als het was, toch een wanklank, dat is duidelijk. Waarom stemden jullie overeen de Geest van de Heer te verzoeken, uit te proberen? Denk je nou werkelijk dat je daar ver mee komt? Het is bizar eigenlijk als je erover doordenkt.
En hoe mensen ook in het algemeen, misschien mag ik eventjes die link ook leggen, in het algemeen de leugen uitspreken... dat is niet alleen maar moreel verwerpelijk, dat je een ander bedriegt, maar het is ook – en dat geldt trouwens voor zonden in het algemeen – het is dom. Het is per definitie dom om te liegen en te bedriegen. Waarom? De waarheid komt altijd in het licht. En hoe langer het duurt, en hoe langer je het onderhoudt, hoe meer moeite je er trouwens voor moet doen om het te onderhouden. Dat is één, maar het wordt ook steeds pijnlijker op het moment dat het aan het licht komt. Zonde betekent letterlijk ook 'doel missen'. Wij denken vooral altijd dat het moreel verwerpelijk is, het is slecht, maar zonde hoeft niet eens slechter te zijn; het gaat erom: je mist je doel.
En de waarheid komt altijd aan het licht. Ik moet zeggen, dat is een geweldige troost. Het geeft namelijk aan: als daar de leugen speelt en je lijdt daaronder, of je wordt vals beschuldigd van dingen, dan is het een fikse troost, kan ik je vertellen. Je kunt gewoon rustig achterover leunen. De waarheid komt aan het licht. Don't worry, be happy, en wacht nou maar gewoon af: de waarheid komt aan het licht. Hier komt de waarheid wel heel snel aan het licht, want Petrus zegt vervolgens: "Let op, de voeten van degenen die uw man begroeven, die zijn aan de deur en ze zullen ook u uitdragen." Hoe lang duurde dat nou? Ze verstijfde en zij viel terstond neer voor zijn voeten. En zij ging ter ziele. Exact diezelfde uitdrukking waar ik het zojuist over had.
En de jonge mannen die binnenkwamen, die vonden haar dood. Eerst Ananias, nu drie uur later, Saffira. Ja, in plaats van dat de opbrengst van genade voor Petrus' voeten wordt neergelegd, komt zij daar; door bedrog ligt zij dood aan zijn voeten. En vervolgens die jonge mannen die binnenkwamen, vonden haar dood en droegen haar uit en begroeven haar bij haar man. Dat dan weer wel. Ja, toch weer samen. Maar dit is natuurlijk ronduit een hele tragische geschiedenis. Maar niet alleen tragisch als een geschiedenis van bedrog. Terwijl alles... ze waren één van hart, één van ziel, het was allemaal zo zuiver, zo krachtig, zo heerlijk, zo vol van vreugde. Je leest ook: ze waren vol van vreugde en er ging zo'n sprake van uit. En dan, als dit nu gebeurt, kun je je voorstellen wat hier dan staat: "En er kwam grote vrees over heel de ekklesia en over allen die deze dingen hoorden." Dat laat zich inderdaad wel raden. Nou, dat is de geschiedenis en je kunt zeggen: het is inmiddels zo lang geleden, en dit is historisch en zo is het gegaan en wij trekken onze les eruit. Maar er zit hier nog iets in en dat wil ik heel graag ook nog aangeven.
De Typologische Betekenis: Jeruzalem en Paulus ↑ hoofdstukken
Ik heb natuurlijk al een aantal hints gegeven in de richting van de diepere zin die onder deze geschiedenis schuilgaat. Dat moet duidelijk zijn. Ik roep nog even in herinnering wat ik zojuist zei over Barnabas. Waarom wordt Barnabas zo voor het voetlicht gebracht, terwijl al die duizenden mensen die geloofden hun bezittingen verkochten? Waarom wordt hij er specifiek uitgelicht? Dat is één ding. Bovendien heeft deze geschiedenis alles te maken met de rode draad in het boek Handelingen. Dat kan niet missen; dat is iedere keer weer het geval.
Lucas beschrijft de zaken niet alleen historisch, in de zin van: zo is het gegaan, dat was de locatie en dit was de gang van zaken. Natuurlijk is het historie en Lucas doet dat ook, maar telkens weer zul je in deze geschiedenissen zien dat daar heel veel symboliek en een diepere sprake vanuit gaat. Het is niet zomaar dat dit gebeurt. Ik had het zojuist over de man die aan de Schone Poort zat en die vervolgens genezen wordt. Dat was tegen het uur van het gebed en dan lees je dat die man herstelt en spreekt. Vervolgens ontstaat er natuurlijk grote ontzetting over wat daar gebeurt. Dan lees je dat Petrus opstaat op het tempelplein en een rede houdt. Hij zegt: "Wat met deze man gebeurd is, dat zou met jullie moeten gebeuren." Namelijk: jullie zijn zwak en lam — ik zeg het nu even in mijn eigen woorden — maar op het moment dat je, net als die man, opziet naar boven, dan zullen jullie inderdaad ook hersteld worden. Als Israël als natie, ook de leidslieden, tot bekering komt en in hun Messias gaat geloven, dan zullen ze hersteld worden, leven in hun lichaam ontvangen en opspringen. Wat Petrus zegt, is dat deze geschiedenis niet alleen maar historie is; het is een type. Hier gaat een boodschap vanuit: deze man is een type van Israël. In die dagen lag Israël eigenlijk bij de Schone Poort. Ik heb er al vaak op gewezen: in die dagen had het Koninkrijk gewoon kunnen aanbreken als Israël tot bekering was gekomen in haar Messias. Dat is wat Petrus in Handelingen heeft verkondigd.
Vrijwel al die geschiedenissen hebben die diepere laag. We hebben hier jaren geleden, toen we nog in Zoetermeer samenkwamen, een keer gesproken over de schipbreuk van Paulus in Handelingen 27. Waarom wordt dat zo uitgebreid beschreven? Omdat daar een boodschap vanuit gaat en omdat het precies de lijn van het boek Handelingen illustreert. In feite zijn het allemaal illustraties van wat God te melden heeft. Dat zie je hier ook, en dat wil ik heel graag laten zien. In dit geval zijn Ananias en Saffira typen, beelden, schaduwen en illustraties van het volk in Jeruzalem dat de Heilige Geest tegenstaat. Dat lijkt me niet zo moeilijk, hè? Ze staan de Heilige Geest heel duidelijk, expliciet en demonstratief tegen. Men veinst, maar dat is precies wat de Joodse religie — en de religie in het algemeen — wordt verweten. In het boek Handelingen zie je dat voortdurend: het is de schone schijn. "Keeping up appearances", zoals dat Engelse televisieprogramma heet; juist dat veinzen is typerend.
Ananias en Saffira zijn beelden van het volk Israël. Wat in het boek Handelingen beschreven wordt, is dat het evangelie aan Israël gepredikt wordt. Velen onder het volk geloven het getuigenis, maar de leidslieden, de regering, het Sanhedrin, verwerpen het. Daardoor gaat het evangelie niet via de bekering van Israël naar de natiën, maar juist door hun ongeloof gaat het naar de natiën. Dan worden de twaalf apostelen eigenlijk terzijde geschoven en komt Paulus op het toneel — de dertiende. Dat is de lijn van het boek Handelingen: het begint in Jeruzalem en eindigt in Rome. Het begint bij de twaalf en eindigt bij Paulus, de dertiende. Het begon met de oproep tot bekering en het eindigde met de vaststelling dat men zich niet eens meer kon bekeren. Die algemene lijn in het boek Handelingen zie je op alle mogelijke manieren geïllustreerd in allerlei geschiedenissen.
Ananias en Saffira zijn daar weer een treffend voorbeeld van; een voorbeeld van religie, speciaal ook in Jeruzalem. De dood die beiden treft, symboliseert het fatale einde van de heilige stad Jeruzalem. Dat gebeurt twee keer. Eerst in het verleden, in het jaar 70 AD, toen de stad Jeruzalem verwoest werd. Vervolgens, na een tussentijd, zal de stad opnieuw verwoest worden. Dat is nog toekomst: op de "derde dag", na tweeduizend jaar. Ik weet dat niet iedereen daar even blij mee is als dat verteld wordt — ik trouwens ook niet — maar een heleboel mensen denken dat als de Heer Jezus straks terugkomt op de Olijfberg, Hij linea recta naar Jeruzalem gaat om een toespraak te houden in de Knesset of zoiets. Nou, echt niet. De stad Jeruzalem wordt verwoest. Dat is een hele geschiedenis die de Bijbel beschrijft, maar Jeruzalem vindt opnieuw een fataal einde. Wat Ananias en Saffira overkwam, is in feite typerend voor het Joodse volk in het verleden en in de nabije toekomst.
Die tussentijd van drie uur tussen hun sterven heeft alles te maken met die drie dagen, oftewel de twee dagen waarna op de derde dag het herstel volgt. Het wordt een tussentijd genoemd, een onderbreking, een pauze. In feite leven wij nu in die tussentijd. Ananias en Saffira zijn een type van hoe het afloopt met de Joodse religie in Jeruzalem. Er zit een tijdspanne tussen, maar op dezelfde grond ondergaan ze weer hetzelfde. Wat Jeruzalem ooit overkwam, overkomt haar opnieuw voordat het daarna anders zal worden.
Het contrast moet hierbij duidelijk zijn: Ananias en Saffira worden neergezet als de tegenpool van Barnabas. En Barnabas staat model voor Paulus; hij is in feite de voorbode van Paulus. Ik daag u uit om in het boek Handelingen nog maar eens na te kijken welke rol Barnabas precies speelt. Waarom wordt hij hier zo specifiek genoemd? Pas later wordt duidelijk dat Barnabas de rechterhand van Paulus is in dat duo. Barnabas is degene die de dertiende apostel, Paulus, introduceert. Wat je dus ziet, is aan de ene kant hoe het getuigenis in Jeruzalem in ongeloof wordt ontvangen, wat eindigt in de dood. Dat is het verhaal van Ananias en Saffira, zowel voor het verleden als voor de toekomst. Aan de andere kant is er het contrast dat in de tussentijd geldt: de boodschap van Barnabas en dus van Paulus.
Dit is illustratief voor wat Lucas in het hele boek Handelingen beschrijft. Ik vind het van belang om dat te zien. Dit is dus veel meer dan alleen maar een geschiedenis; dit is een boodschap die spreekt van wat God doet en de lijnen die Hij trekt. Het laat zien hoe Hij in deze dagen Jeruzalem en het Joodse volk tijdelijk terzijde laat en Zich richt tot de natiën, om straks op de derde dag de draad met Israël weer op te pakken.
Nou, daar wil ik het voor morgen graag bij laten.
UltimateGoodNews