GoedBericht.nl logo
UltimateGoodNews

De Grote Witte Troon (2)

09-11-2014 - Geplaatst door Andre Piet
Presentatie gehouden op 9 november in Zoetermeer.

Alle doden die nog niet eerder waren opgewekt, zullen daar staan. Voor Degene voor wiens aangezicht hemel en aarde wegvluchten. Daar gaan de boeken open en alles zal aan het licht komen. En allen die daar zullen staan zullen worden geoordeeld “naar hun werken”. Ook een ander boek zal worden geopend, het boek des levens. En wie daar niet in bevonden wordt, zal geworpen worden in “het meer van vuur, dat is de tweede dood”.

In deze bijeenkomst vooral aandacht voor de verzen 14 en 15 van Openbaring 20. Over de de functie van het boek van het leven, het meer van het vuur, de tweede dood… en het teniet doen van de dood!

Powered by RedCircle

📝 Samenvatting & Transcriptie van deze lezing

Samenvatting van deze toespraak

De studie behandelt de Grote Witte Troon uit Openbaring 20 en weerspreekt de traditionele opvatting van een algemeen, eindeloos oordeel. Dit oordeel is specifiek bedoeld voor de overige doden aan het einde van de duizend jaren, en heeft als doel dat alles openbaar wordt en door God wordt rechtgezet. Degenen die niet in het Boek van het Leven staan, ondergaan een letterlijke tweede dood in het meer van het vuur en hebben geen deel aan de aionische heerschappij van Christus. Uiteindelijk zal Christus echter ook de dood tenietdoen door allen levend te maken, zodat God alles in allen zal zijn.

“De essentie, de kern van het Evangelie is juist dat de dood wordt tenietgedaan.”

Terugblik: het Traditionele Christelijke Oordeel Versus de Bijbelse Tijdlijn ↑ hoofdstukken

Het is inmiddels de tweede keer dat we stilstaan bij het onderwerp 'De Grote Witte Troon'. Twee weken geleden hebben we ons ook al beziggehouden met die passage in Openbaring 20. Dat is een enorm indrukwekkende passage; als je aandachtig leest wat daar staat opgetekend, dan is dat werkelijk gigantisch! Dat blijkt sowieso wel uit de wijze waarop het geïntroduceerd wordt, vandaar ook de naam: de Grote Witte Troon. Het zijn maar een paar verzen, maar er staat zo enorm veel in, zodat het echt onmogelijk voor mij bleek om dat in één keer te behandelen. Ik realiseer me echter dat niet iedereen die er nu is, er toen ook was, zodat ik toch even een terugblik wil geven op wat er gezegd is. Ook wil ik op voorhand nog een paar vragen beantwoorden, of in ieder geval voor het voetlicht brengen, alvorens nu weer verder te gaan met dit onderwerp. Dat is me namelijk gebleken bij de studie van de vorige keer: dat er ook na afloop een paar vragen kwamen van: "Ja, maar hoe zit dat dan?"

Misschien is het goed om eventjes aan te haken bij wat de meeste mensen weten over de toekomst zoals de Bijbel daarover spreekt, of zoals christenen dat verwachten. Laat ik het eigenlijk zo zeggen, zoals ik het zojuist op het laatst formuleerde: zoals christenen dat in het algemeen verwachten. U kent ongetwijfeld, als u tenminste een christelijke achtergrond hebt, de zogenaamde Twaalf Artikelen des Geloofs, oftewel de Apostolische Geloofsbelijdenis. Die geloofsbelijdenis wordt in heel veel kerken onderschreven, of dat nou Rooms-Katholiek is, Protestants of Grieks-Orthodox, en wordt in veel kerken ook vaak wekelijks voorgelezen. Het zevende artikel luidt zo – dit is nog het zesde artikel, maar dan gaat het over Jezus Christus die is opgevaren ten hemel – en dan staat er vervolgens: "van waar Hij komen zal om te oordelen", dat wil zeggen vanaf de hemel dus, "van waar Hij komen zal om te oordelen de levenden en de doden." Dat is wat er in deze geloofsbelijdenis heel summier gezegd wordt over de toekomst.

Dat is ook het beeld dat traditioneel verreweg de meeste christenen hebben over de toekomst: de geschiedenis gaat voort tot op de dag van vandaag en er komt een moment dat dat ophoudt. Dat noemt men dan 'het einde der tijden', en dat valt dan samen met de wederkomst van Christus. Dat is al heel verwarrend, want in de Bijbel is de wederkomst van Christus helemaal niet het einde der tijden; totaal niet. Bij dat einde der tijden vindt volgens de traditie het algemene oordeel plaats en dan is het, zoals dat dan heet, 'eeuwig wel' – dat wil zeggen eeuwig goed – of het is 'eeuwig wee'. Dat wil zeggen: een scheiding van gelovigen en ongelovigen, waarbij het voor de één altijd goed is en voor de ander het nooit meer goed komt. Dat is het idee wat men heeft: de hel, en hoe men dat dan ook invult. Dat is dat zwarte – want zo noem ik dat toch echt – dat zwarte perspectief dat velen hebben over de toekomst en de christelijke verwachting. Ja, voor degenen die aan de goede kant staan is het oké, dat is geweldig, maar voor een heel groot deel, voor allen die niet geloven, wacht dan de rampspoed of welke formulering men daar ook aan geeft. Dat is heel duister. Vandaar ook dat als men het heeft over 'oordeel', de rillingen over je rug lopen bij het horen van dat woord alleen al. Je weet immers dat het, als je aan de verkeerde kant staat, nooit, nooit meer goed komt. Dat is ook de inzet van heel veel – ik zeg het expres zo, tussen aanhalingstekens – 'evangelisatie'. Mensen worden over de streep getrokken met ook die dreiging: "Weet wel, als je nu niet kiest, dan is het anders voor altijd te laat. Dan komt dat nooit meer goed, dan kun je daar nooit meer op terugkomen." Dat zijn de associaties waar in de algemene verwachting onder christenen het begrip oordeel aan is gelinkt.

Men stelt het zich dus zo voor: opgevaren ten hemel en Hij komt terug voor een algemeen oordeel. Maar laat ik dan meteen zeggen zoals ook de Schrift het naar voren brengt, en we hebben het de vorige keer ook al even kort aangestipt. Goed, dit is dus de tijdsperiode waarin wij leven: Hij is opgevaren en Hij zal weer terugkeren. Maar wat dáár nog plaatsvindt, heb ik hier het 'erepodium' genoemd. Dat is ook precies het woord dat de Schrift daarvoor gebruikt, alleen wordt het in de vertalingen vaak weergegeven met 'de rechterstoel'. Dat wil zeggen dat de gelovigen die God Zich vandaag verzamelt – dat is Zijn werk – zullen verschijnen voor wat er in de meeste vertalingen staat: de rechterstoel van Christus. Ook weer met het idee: we zullen verschijnen, ook gelovigen, voor het gericht voor een rechter. Maar dat is niet wat de Bijbel erover zegt. De Bijbel zegt dat het een podium zal zijn; een erepodium waar de prijzen worden uitgereikt. Ik ga dat nu verder niet uit de doeken doen, dat komt bij een latere gelegenheid, maar dat is iets anders. Het hoort allemaal bij de terugkeer van Christus. Hij zal verschijnen, Hij zal de ekklesia tot Zich nemen, maar Hij zal vervolgens later, bij een latere gelegenheid, ook verschijnen aan Israël en later ook aan de volkeren.

Kijk, wat men allemaal noemt 'het einde der tijden', is in werkelijkheid dat Hij zal terugkeren en dat zal níét het einde der tijden zijn. Integendeel. Hij zal verschijnen, eerst voor de gemeente, vervolgens voor Israël en vervolgens voor de volken. Dat is allemaal niet op één late namiddag; daar zit een hele periode tussen. De parousia van Christus, Zijn terugkeer, is een periode en niet een moment. Dan krijg je inderdaad een oordeel over de levenden. Kijk wat de geloofsbelijdenis zegt: "Hij zal terugkomen om te oordelen de levenden en de doden." Dat vindt u nergens zo in de Schrift. Hij zal terugkeren, inderdaad, en er zal een gericht plaatsvinden, dat klopt ook, maar het is niet een moment waarbij Hij de levenden en de doden tegelijkertijd in een algemeen oordeel berecht. Nee, Hij zal terugkeren en er zal een oordeel plaatsvinden over de levende volkeren. Dat vind je in Mattheüs 25 bijvoorbeeld, over die scheiding van de schapen en de bokken. Dat gaat over de dán op dat moment levende volkeren. De doden niet. Dat hoort dus bij Zijn terugkeer.

Vervolgens zal daar een periode aanbreken van duizend jaren, wat ook in Openbaring 20 wordt beschreven. We hebben het er kort de vorige keer ook over gehad. Hier zal ook een opstanding plaatsvinden: een eerste opstanding, een opstanding uit de doden. U ziet wel, dat is veel uitgebreider dan wat er algemeen gedacht wordt. Het voordeel van die eerste visie, of die klassieke visie, is wel dat zij erg simpel is; je hoeft er niet veel voor te onthouden. Maar de Schrift is juist zo gedetailleerd over wat er allemaal zal gaan gebeuren en wat dan zijn beslag zal gaan krijgen. Christus zal terugkeren met het oog op de ekklesia die Hij Zich nu vormt, met het oog op Israël en de volkerenwereld. En in die duizend jaren, dat zal een geweldige periode zijn van vrede en gerechtigheid. Want de volkeren zullen niet langer verleid worden en Christus zal gedurende die duizend jaren heersen.

En dan pas is daar sprake van die Grote Witte Troon. Dat zal een oordeel zijn over... een gericht, een rechtzetting over de doden. Dus wat men zegt: "Hij zal terugkeren om te oordelen de levenden en de doden", ja, echt niet. Zo zegt de Schrift het niet. Hij zal terugkeren om te oordelen, te richten de levenden, en bij een veel later tijdstip – daar zit minstens een millennium tussen, duizend jaren – dán zal het gericht plaatsvinden over de doden, de overige doden. Dat wil zeggen: degenen die dan nog niet opgestaan zijn.

Met andere woorden, daar zit veel meer aan vast. En feitelijk is dit het einde van deze wereld, van deze schepping. Hemel en aarde zullen bij deze gelegenheid inderdaad ook verdwijnen.

Het is belangrijk in ieder geval dit te onderscheiden. Ik heb begrepen dat de vorige keer wat verwarring opriep naar aanleiding van wat ik verteld had. Je hebt dus inderdaad de rechterstoel – maar dat zou je eigenlijk moeten doorstrepen, want dat is het erepodium van Christus. Dat is waar gelovigen die vandaag verzameld worden in de gemeente, in de Ecclesia, voor zullen verschijnen. Dat is geen rechterstoel; nee, dat is een erepodium. Dat zal zijn aan het begin van de Parousia van Christus.

Daar heb je vervolgens het gericht over de levende volkeren, dat is die scheiding van schapen en bokken uit Matthäus 25, ook bij de Parousia van Christus. En vervolgens heb je de Grote Witte Troon, dat is aan het einde van de duizend jaren. Dan zullen de overige doden opstaan en inderdaad gericht worden. Dat wordt beschreven onder andere in Openbaring 20.

Maar we hebben de vorige keer ook gezien dat heel veel passages in de Bijbel hierover spreken. We hebben gezien dat in Job, in de Psalmen en in het boek Prediker, maar ook in het Nieuwe Testament – zowel de Heer Jezus in de evangeliën als ook de apostelen – dit gericht buitengewoon belangrijk is. Paulus spreekt daarover: God gaat middels Zijn Zoon alles rechtzetten.

De Grote Witte Troon. Dit is dus inderdaad de opstanding der doden. Alle doden die er dan nog zijn, want inmiddels voor de duizend jaren waren er ook al doden opgestaan. Dat was een opstanding uit de doden. Hier vindt een opstanding van de doden plaats, dat wil zeggen: alle resterende doden.

Dat wilde ik in ieder geval even gezegd hebben. Maar dat is nog niet eens zozeer een terugblik; we hebben het in ieder geval kort aangestipt. Vervolgens wat ik de vorige keer vooral benadrukt heb...

De Ware Betekenis van de Grote Witte Troon ↑ hoofdstukken

Het feit waar we hier te maken hebben – en dan heb ik het over die passage die we straks nog zullen lezen – is dat het een grote witte troon is. Wit is de kleur van zuiverheid, van reinheid, maar ook van licht. Wit is eigenlijk geen kleur, maar het is een combinatie van kleuren, een samenstel van de kleuren van de regenboog. Eigenlijk is het dus een heel veelbelovende kleur. Dit is geen zwarte troon waarbij je zou denken dat het voor het merendeel, of voor een groot deel, of voor mijn part een deel van degenen die daar zijn, nooit meer goed komt. Dat zou een zwarte troon zijn. Nee, het is een witte troon. Degene die daarop zit, voor wiens aangezicht hemel en aarde vluchten, zo wordt het beschreven. Ontzagwekkend. De doden worden daar opgewekt en alles wordt daar rechtgezet.

Het heeft allemaal een positief doel. Gericht in de Bijbel is niet negatief; het is niet het betaald zetten en dan is het over en uit. Nee, integendeel, het is juist de dingen corrigeren. Wat eruit spreekt is een God die houdt van Zijn schepselen en die weer opzoekt wat verloren was gegaan en die ook weer rechtzet wat krom was. Dat is buitengewoon belangrijk. Een grote, ontzagwekkende troon; er staat in het Grieks 'een mega', een ontzagwekkende troon, maar ook een witte troon. Hier vindt dus de opstanding plaats van de overige doden. Het is inderdaad de opstanding der doden.

Ik weet niet of u daar ooit bij hebt stilgestaan, maar ik gaf het zojuist al eventjes aan: de Bijbel spreekt aan de ene kant over een opstanding uit de doden. Ook dat zijn van die begrippen die doorgaans allemaal op één hoop gegooid worden. Maar opstanding uit de doden, weet u wat dat betekent? Dat betekent dat er allemaal doden zijn en dat er enkelen zijn die te midden van die doden daaruit opstaan. Het is dus niet hetzelfde als opstanding uit de dood. Ik zal het nog sterker vertellen: de Bijbel kent die uitdrukking niet eens, opstanding uit de dood. Het is altijd de opstanding uit de doden. Doden is het meervoud van een dode. Iemand die gestorven is, is een dode. Het meervoud daarvan is doden. Wel, een opstanding uit de doden houdt in dat er mensen opstaan terwijl de overige doden blijven liggen in het graf. Dat is een opstanding uit de doden.

Maar hier in Openbaring 20, bij die grote witte troon, is het geen opstanding uit de doden. Nee, het is een opstanding der doden. Alle overige doden, zo wordt het ook in Openbaring 20 genoemd, de overige doden die nog niet levend gemaakt waren of die nog niet opgestaan waren, die zullen daar verschijnen. Dat is dus met recht een opstanding van de doden. Geen dode zal daar nog achtergebleven zijn. En dan dit punt, ook dat is sterk benadrukt de vorige keer, omdat dit zo fundamenteel is voor het verstaan van wie God is, maar ook wat het karakter is van Zijn oordelen, van Zijn gerichten. God richt.

In Openbaring 20 is er geen sprake van martelwerktuigen. Helemaal niets. Het enige wat daar gebeurt is dat de boeken opengaan en alles aan het licht komt. Alles wordt openbaar. Dat is de essentie van dat oordeel. Het is dus niet zomaar een rechtbank waar je een rechter hebt en een aanklager en eventueel een advocaat. Je kunt daar bij die grote witte troon niet in hoger beroep gaan. Dat lijkt me ook moeilijk, want Degene die daar gezeten is, is de hoogste Rechter. Maar dat is Hij dus in de zin van een Richter. Er hoeft ook niets verdedigd te worden, want alles komt aan het licht. Er wordt ook niet gediscussieerd, er vindt geen twist plaats, want alles zal evident zijn. Er wordt ook geen geloof gevraagd, er hoeft niet overtuigd te worden; alles komt aan het licht, zodat er geen discussie mogelijk is en ook geen discussie hoeft te zijn, want alles is duidelijk.

Alles wat verborgen was, zal daar aan het licht komen. Alleen dat al. Niet alleen het onrecht wat gedaan is – bijvoorbeeld door degenen die daar staan en die onrecht gedaan hebben – maar ook het onrecht wat je ondervonden hebt. Het zal allemaal openbaar worden. En we hebben toen ook gezien, dat stond in Romeinen 2, hoe pijnlijk dat kan zijn als alles openbaar wordt. Hoe confronterend is de waarheid dan? Alles van dit leven zal daar openbaar worden. En dat is Gods wijze van richten: rechtzetten.

Nou, daarover hebben we het gehad, dat is al zo aan de orde geweest. Dat moest ik gezegd hebben. Ik stel voor dat we, voordat we bij die laatste verzen arriveren waar ik graag nog wat meer over wil vertellen – want dat is eigenlijk nog helemaal niet ter sprake gekomen – eerst dat gedeelte nog eens met elkaar lezen. Het is niet zo heel veel, dus dat is goed te doen.

Openbaring 20:11-13 en de Bijbelse Visie op de Toestand van de Doden ↑ hoofdstukken

Er staat in Openbaring 20 vers 11: "De aarde en de hemel vluchten." Voltooide tijd. "En geen plaats werd voor hen gevonden." Hier is dus het einde van deze wereld, van deze schepping, van deze hemel en aarde. Dat blijkt ook wel, want in Openbaring 21 vers 1 begint het met: "En ik zag een nieuwe hemel en een nieuwe aarde." Deze hemel en aarde zullen bij deze gelegenheid voorbijgegaan zijn.

En ik zag, staat er vervolgens in vers 12: "En ik zag de doden, de groten en de kleinen." We hebben toen al gezien dat je dat fysiek kunt opvatten: volwassenen en kinderen. Maar ook de grote zondaren en de kleine zondaren. De groten der aarde en de kleinen, de verworpenen. Hoe je het ook opvat, de groten en de kleinen – de doden allemaal die nog niet eerder waren opgestaan, zullen daar zijn. "Ik zag de doden, de groten en de kleinen, staande voor de troon." Dat wil zeggen: ze zijn opgestaan. Want een dode ligt natuurlijk normaal gesproken, maar bij deze gelegenheid heeft God hen opgewekt. Dat wil zeggen: doen opstaan.

Probeert u zich dat eens in te denken. Ik kom er straks misschien nog even op terug, maar de Bijbelse voorstelling – en dat is natuurlijk zwaar omstreden wat ik nu zeg – van de dood is dat de dood dood is. Je hebt aan de ene kant de levenden, dan ga je dood en dan ben je dood. Dus niet: je gaat dood en dan leef je voort. Nee, als je dood bent, ben je dood.

Om maar wat te noemen: Kaïn. In een grijs verleden, duizenden jaren geleden, vermoordde hij zijn broer. U weet wel welke Kaïn ik bedoel. Het is al zo lang geleden; hij heeft ooit zijn ogen gesloten en is gestorven. Het eerstvolgende moment – er even vanuit gaande dat hij inderdaad bij deze gelegenheid daar zal staan, en daar ga ik van uit – betekent dat hij al die tijd dood is geweest. Kijk, op aarde zijn er sindsdien duizenden jaren gepasseerd, maar daar is hij zich niet van bewust. Hij heeft hier op aarde een x-aantal jaren geleefd, is vervolgens gestorven en sindsdien is hij dood. Dat wil zeggen: hij weet van niets. In het boek Prediker staat dat de doden niets weten. Er is geen kennis, geen waarneming in het dodenrijk.

Al die duizenden jaren die hier op aarde gepasseerd zijn, zijn voor hem dus blanco. Het eerstvolgende bewuste moment voor hem zal daar zijn, bij die grote witte troon. Voor ons zit daar een hele periode tussen, maar voor zijn besef niet. Het is het moment van het sluiten van de ogen en de laatste adem uitblazen, en het eerstvolgende bewuste moment is opgewekt worden. Hoeveel duizenden jaren daar ook tussen zitten, dat maakt geen enkel verschil. Dat is geweldig zoals God daarin ook werkzaam is en zoals de dood daarin een functie vervult. Het is heel belangrijk om dat goed te beseffen. Hij heeft dus zijn leven gehad en het eerstvolgende bewuste moment is dit gericht. Alles gaat rechtgezet worden.

Goed, "ik zag de doden, de groten en de kleinen staande voor de troon en er werden boeken geopend." We hebben het erover gehad welke boeken dat zijn. De boeken worden ze later genoemd; dat kunnen niet anders dan de Schriften zijn, Gods Woord. Ook al zullen hemel en aarde verdwijnen, Mijn woord zal niet verdwijnen. En nog een ander boek werd geopend – daar gaan we het nu of straks over hebben – het Boek van het Leven. En de doden werden geoordeeld vanuit hetgeen in de boeken geschreven staat. Dat wil zeggen: dat is het criterium. En er staat nog bij: "naar hun werken". Naar alles wat gepraktiseerd is, alles wat gedaan is; dat zal daar in het gericht komen.

Ik wil hier niet mijn visie overgeven. Ik heb maar één verlangen en al het andere wat ik eraan toevoeg, moet u er gewoon weer van aftrekken. Ik wil maar één ding doen en dat is u laten zien wat er staat. Ik hoef dit niet te verdedigen, ik vertel u wat er geschreven staat. Dat is het enige wat van belang is. André Piets visie of wiens visie dan ook is volstrekt irrelevant. Want God heeft gesproken; dit staat geschreven. We nemen het zoals het er staat. Persoonlijke verrekening; God heeft het niet voor niets zo neergelegd. En mocht het anders zijn, mocht Hij met iets een bedoeling hebben – dat wil zeggen: dit betekent dat – dan nemen we dat ook aan. Ik bedoel: de Schrift legt zichzelf daarin ook uit.

En dan lees je: "En de zee gaf de doden die in haar waren. En de dood en het dodenrijk gaven de doden die in hen waren. En ze werden geoordeeld, eenieder naar zijn werken." Over het onderscheid tussen die beiden hebben we het ook al gehad. Ik heb het kort aangestipt. Van de week heb ik daar nog een blogje over geschreven, over die doden die de zee gaf. Een heel boeiend gegeven, maar dat is eigenlijk even een zijpaadje. In elk geval moet één ding duidelijk zijn: de doden staan daar. Zij worden daar gericht, geoordeeld naar hun werken. Alles zal daar openbaar worden.

Deze verzen hebben we tot dusver inderdaad wat nader bezien. En nu pak ik de draad op bij de laatste twee verzen die we nog te bespreken hebben, maar die buitengewoon belangrijk zijn.

Alles in Gods Licht: de Eenheid van Zijn Liefde en Rechtvaardigheid ↑ hoofdstukken

Want het punt is, we hebben gezien: daar in Openbaring 20 wordt er gesproken over de boeken. De boeken werden geopend. De doden worden daar geoordeeld en alles komt aan het licht. De doden worden daar dus met recht ontdekt aan zichzelf: wie zij waren, wat er is gedaan, wat ze hebben gedaan, maar ook wat ze hebben gekregen – of beter gezegd, wat ze hebben ondervonden. Alles zal worden rechtgezet. Ze komen daar in het licht te staan, met recht; het licht van die grote witte troon, in het licht van de almachtige God, die het gericht heeft gegeven aan Zijn Zoon, die Hem representeert.

In het licht staan van de almachtige God, dat verandert een mens in één keer. Ik heb daar juist van de week nogal over nagedacht. Afgelopen donderdag hadden we een studie in Rijnsburg die ging over de roeping van Saulus in Handelingen 9. U kent zijn voorgeschiedenis. En dan wordt hij geroepen en staat hij midden op de dag in één keer, op één moment, letterlijk in het licht van zijn Heer die hij niet kende. Hij zegt: "Wie bent u, Heer?" En dat moment, dat is de grote ommekeer. Hij kwam in het licht van Hem te staan en dat verandert alles.

Dat is ook precies wat er gebeurt bij deze grote witte troon: in het licht te staan van de almachtige God. Voordat Gods grote einddoel gerealiseerd wordt, voordat er verzoening is en ieder overtuigd is van Zijn liefde, zal een mens eerst ontdekt moeten worden aan wie hij is. Wat hij gedaan heeft, wat hij ondervonden heeft; kortom, zichzelf als schepsel ontdekken in het licht van God. Dat is wat hier gebeurt. Denk er ook om: het is een rechtvaardig oordeel. God gaat recht doen. Er is zoveel onrecht in de wereld en God gaat al dat onrecht rechtzetten.

Alles. Ik bedoel: alles gaat Hij rechtzetten. Ook dat wat vergeten was en wat onder het tapijt geschoven is. Als er één ding karakteristiek is voor deze hele boze aion, dan is het wel dat alles verduisterd wordt. De waarheid wordt in ongerechtigheid ten onder gehouden. Er wordt onrecht gedaan, maar het wordt niet gezien, het wordt niet opgemerkt. De media geven daar geen aandacht aan. Integendeel. Maar kijk, er is zoveel onrecht en dat zal dan aan het licht komen. God gaat rechtzetten. De slachtoffers zal recht gedaan worden. De daders zullen ook ontdekken wat zij gedaan hebben. Alles, alles wordt openbaar. Dat is geweldig. We hebben een God, mensen, die rechtvaardig is.

Ik weet dat dit juist in de christelijke traditie vaak heel scheef is getrokken. Dan heeft men de voorstelling van: "Ja, God is liefde, maar Hij is ook rechtvaardig." Men maakt dan een tegenstelling tussen Zijn liefde en Zijn rechtvaardigheid. Dat is een vreselijk idee, weet u dat? God is liefde, maar Hij is ook rechtvaardig... wat voor onzinnig concept schuilt daarachter? God is liefde. En omdat Hij liefde is, doet Hij ook recht. Zet Hij ook recht. Brengt Hij ook terecht. Dat is geen tegenstelling. God is liefde en Hij houdt van Zijn schepselen, en daarom doet Hij Zijn schepselen ook recht. Hij gaat het tonen, aantonen en bewijzen.

Hij vraagt daar geen geloof meer. Wij wandelen nu in geloof. De meeste mensen zeggen dat het volstrekt absurd is wat die gasten daar in To Be Home met elkaar bespreken. Dat het onmogelijk is. De doden die daar staan en gericht worden, dat kan toch helemaal niet? Het is voor de wereld zo absurd om dat te geloven. Maar als je God kent, dan is het juist logisch. Zo absurd als het voor de wereld is om dit te accepteren, zo absurd is voor degenen die geloven juist datgene wat ertegen ingeworpen wordt. Hoezo? Als je God kent, dan is het toch logisch dat Hij alles plaatst? Dat is immers wat het woord 'God' betekent. Hij zet de dingen recht. Hij plaatst alles.

Hij houdt van Zijn schepselen. Waarom? Hij heeft ze zelf gemaakt. Wat denkt u nou? Hij heeft het zelf bedacht. Denkt u dat Hij dat zomaar laat varen? Ik blijf het zeggen: men roept en zegt het wel in de kerken dat Hij niet laat varen de werken van Zijn handen, maar in de praktijk en in de prediking spreekt men het keihard tegen. Dat is namelijk hypocrisie: aan de ene kant iets geven wat je met de andere hand weer terugpakt. Vandaar ook die tegenstrijdigheid die men aanbrengt tussen Gods liefde en Gods gerechtigheid, terwijl het een eenheid is. God is één, Hij is liefde. En omdat Hij liefde is, doet Hij recht. Goed.

Openbaring 20:14: de Dood en Hades in het Meer van Vuur ↑ hoofdstukken

Openbaring 20 vers 14. Er is nog het een en ander te bespreken. De dood en het dodenrijk zijn op zich natuurlijk abstracte begrippen. Ik kan een glas water in mijn handen hebben; dat is concreet. Maar de dood is een abstractie; je kunt de dood niet vastpakken. Toch staan de dood en het dodenrijk voor iets, namelijk voor hun inwoners. Je leest bijvoorbeeld in Matthäus 8 over uitdrukkingen en stijlfiguren die wij ook kennen. Er staat dan: "En de hele stad liep uit naar hem, richting de Jordaan." Hoe kan een stad nou uitlopen? We begrijpen allemaal dat dit de inwoners van die stad betekent; die liepen allemaal massaal uit. Hier is sprake van de dood en het dodenrijk, wat wil zeggen: de doden die in hen waren. Want alle doden staan hier inmiddels.

Let op wat er met die dood gebeurt. De dood en de hades – het woord dodenrijk is eigenlijk de hades. In het Grieks betekent dat woord hades 'het ongeziene', dat wat zich aan de waarneming onttrekt. De dood en de hades werden geworpen in het meer van het vuur. Dat is een begrip dat nu hier gebruikt wordt. Ik zeg 'het meer van het vuur', want dat is wat het letterlijk weergeeft. Ze werden geworpen in de poel, maar het woord wat hier voor poel wordt gebruikt, is feitelijk gewoon 'meer'. Als er in de evangeliën sprake is van het meer van Genezareth, staat er exact hetzelfde Griekse woord. Dit is een meer, gewoon concreet een meer. Er staat zelfs: het meer. Dus er is een meer, een poel, een waterbassin zoals het meer van Genezareth. En dat meer wordt 'het meer van het vuur' genoemd, of eigenlijk met een bepaald lidwoord – als we heel precies zijn: het meer van het vuur.

Welk vuur? De Bijbel kent zo'n meer dat geassocieerd wordt met vuur en met zwavel. We zullen dat nog zien. Op deze plattegrond zie je in het zuiden waar die steden hebben gelegen die ooit omgekeerd zijn: Sodom en Gomorra. Er staan vraagtekens bij, want om het precies te lokaliseren valt nog niet mee, maar in ieder geval heeft het hier vuur en zwavel geregend. De Bijbel spreekt daarover. Die zee, een meer of een gesloten bassin, heet ook de Dode Zee. Het is het laagste punt op heel deze aarde, 300 meter beneden de zeespiegel. Het diepste punt. Een meer dat geassocieerd wordt met de dood, wat niet vreemd is, want het is de enige zee waarin werkelijk geen enkele vorm van leven mogelijk is. Met recht dus de Dode Zee, het meer van het vuur.

Dit herinnert natuurlijk aan de bekende geschiedenis. God voltrekt heel dikwijls gerichten, of in ieder geval lezen we daar met enige regelmaat over in de Schriften. We kennen het gericht van de grote vloed in de dagen van Noach, maar ook exemplarisch voor Gods gerichtsoefening is wat er plaatsvond bij Sodom en Gomorra. Het dieptepunt was bereikt; letterlijk, fysiek, moreel – zo bedoel ik het met name. Het morele dieptepunt was bereikt en Lot en zijn gezin moesten maken dat ze wegkwamen. In Genesis 19 vers 24 lees je dat de Heere, Yahweh, zwavel en vuur op Sodom en Gomorra liet regenen van de Heere uit de hemelen, uit de hemel, de Shammai. Zwavel en vuur. Die hele streek is toen met recht omgekeerd, in één ogenblik.

Het schiet me ter plekke te binnen dat dit doet denken aan wat je nu nog kunt bezichtigen in Italië. Ik ben er nooit geweest, maar ik bedoel de vulkaanuitbarsting van Pompeï. Dat is ook heel plotseling gebeurd; een plotselinge dood. Men was gewoon bezig en werd ineens overweldigd door dat vuur. Men was dood. Een vuurdood dus, terwijl men gewoon bezig was met het alledaagse leven. Je kunt de stad nog bezichtigen en ziet daar voorbeelden van hoe iemand inderdaad plotseling overvallen werd terwijl hij zijn hondje uitliet. Het regende zwavel en vuur. Denk aan de vrouw van Lot, zij werd ook plotseling een zoutpilaar.

Dit plaatje stelt het artistiek voor, maar dit zijn nog de overblijfselen ervan. Je ziet hier stadsmuren die helemaal in zout, zwavel en vuur zijn opgegaan. Het is vol met zwavel; als je hier een steentje uitneemt, zit er allemaal zwavel in. Het regende daar dus met recht zwavel en het is helemaal in de as gelegd, in één keer. Die hele streek is toen ontstaan. Ooit was dit een buitengewoon vruchtbaar gebied; Lot ging er niet voor niets naartoe. Het was zeer groen, maar de hele streek is dood geworden. We associëren het nu nog steeds met de dood en het dieptepunt op aarde, letterlijk en figuurlijk.

En dan staat er: "En de dood en het dodenrijk werden in het meer van het vuur geworpen." Op de een of andere manier wordt het daarmee geassocieerd. Bij deze gelegenheid zijn hemel en aarde – ik heb dat vers de vorige keer voorgelezen uit 2 Petrus 3 – brandende vergaan. Dat meer zal zich kennelijk enorm uitbreiden. De hemel en de aarde vergaan brandend, maar het wordt nog steeds 'het meer van het vuur' genoemd. De dood en de dodenrijk werden daarin geworpen. Let op: de dood en de dodenrijk worden hier voortgezet in het meer van vuur. Het is dus niet zo dat ze hier aan het einde komen. De dood en de dodenrijk komen in de poel van vuur terecht. Dat wil zeggen dat allen die vanaf dat moment dood zijn, oftewel in een dodenrijk zijn, voor de tweede keer dood zijn. Dat is het laatste gedeelte: "Dat is de tweede dood. Het meer van het vuur."

Wat Is de Tweede Dood Werkelijk? ↑ hoofdstukken

En nu stellen we de vraag: wat is de tweede dood? Ik heb een boekje in de kast staan, een brochure die al heel lang geleden is geschreven, ergens halverwege de vorige eeuw. Dat heet 'Het probleem van de tweede dood'. De vraag is natuurlijk: wat is de tweede dood? Ik weet waarom het een probleem wordt gevonden, want de schrijver zet alles in het werk om dat begrip 'meer van het vuur' figuurlijk te nemen. Maar als je de eigen verklaring van de Schrift zelf figuurlijk gaat nemen, dan kom je juist in de problemen.

Kijk, als je vraagt hoe je dit moet verklaren, dan stap je de verkeerde deur binnen. Dit is namelijk de verklaring; dit is een definitie. Wat is de tweede dood? Het antwoord is: het meer van het vuur. Neem het gewoon letterlijk; ik zou niet weten waarom niet. Zij worden geworpen in het meer. De dood en het dodenrijk, en alles wat dat in zich heeft, worden geworpen in het meer van het vuur. Wat gebeurt er nou met degenen die daar staan, die opgestaan zijn, als zij in dat meer geworpen worden? Dan is dat een tweede dood. Zij waren ooit dood, zij zijn bij gelegenheid opgestaan en alles is aan het licht gekomen. En vervolgens worden degenen die in de dood en het dodenrijk zijn, daarin geworpen. Dat is het sterven van een tweede dood. Een tweede keer.

Wat is de tweede dood? Antwoord: het is het meer van het vuur. En wat staat er nog bij? Ja, dat is inderdaad ook nog iets waar ik eigenlijk al even eerder aandacht aan heb gegeven. Degenen die vanaf nu dood zijn, zijn voor de tweede keer dood. Let op: ze zijn dood. Ik weet dat er algemeen iets anders wordt gezegd; dit is de algemene christelijke, kerkelijke visie daarop: de tweede dood is de hel, een plaats van vreselijke rampspoed. Maar weet u dat de Schrift dat helemaal niet zegt? De tweede dood is dood. Hier wordt niet geleden. Ik lees ook helemaal niet dat zij die dit ondergaan, daar pijn aan hebben. Dat staat er allemaal niet. Alles wat daarover gezegd wordt, is verzonnen.

Dit is wat er staat. Er is nog een vers waar ik straks op terugkom – het is erg belangrijk om dat nog te lezen – maar even dit: de tweede dood. Degenen die hier terechtkomen in dat meer van het vuur, sterven een tweede keer. Het is een plotselinge vuurdood en zij zijn vanaf nu wederom dood. Dood. Geen pijniging. Dood. Dan het laatste vers.

Openbaring 20:15 en het Boek van het Leven ↑ hoofdstukken

We zijn bij Openbaring 20, want dit wordt nog nader toegelicht. En wanneer iemand – nogmaals, ik hoef hier niets aan te verdedigen, ik lees gewoon wat er staat en ik neem het zo letterlijk mogelijk – wanneer iemand niet bevonden werd geschreven te zijn in het Boek van het Leven, werd hij geworpen in het meer van het vuur. Dat is opmerkelijk. Dus er worden mensen geworpen in dat meer van het vuur. Wanneer? Lees gewoon wat er staat. Wanneer wordt men geworpen in dat meer van het vuur? Het antwoord is: als men niet bevonden werd geschreven te zijn in het Boek van het Leven. Dat is ook niet zo moeilijk, want als je niet bevonden wordt geschreven te zijn in het Boek van het Leven, ontvang je niet het leven, maar ga je dood. En dat is precies wat hier gebeurt.

Maar aan dat Boek van het Leven zit nog iets anders vast. De Schrift gebruikt die uitdrukking 'het Boek van het Leven' namelijk vaker. In het Oude Testament, in de Hebreeuwse Bijbel, komt die uitdrukking al meerdere keren voor. Wat blijkt dan? Men is opgetekend in dat boek, maar door ongeloof wordt men daaruit gewist. Ik lees even in Openbaring 3, want daar werd het Boek van het Leven ook al ter sprake gebracht. In Openbaring 3 vers 5 lees je: "Wie overwint..." – en het gaat me nu even niet om de hele context, maar puur om dat Boek van het Leven – "...Ik zal zijn naam geenszins uitwissen uit het Boek van het Leven." Kennelijk is dat dus mogelijk: je staat in het Boek van het Leven, maar je kunt daaruit gewist worden.

Dat vinden we ook elders, in Psalm 69. Daar zegt de psalmist: "Laten zij uit het Boek van het Leven worden uitgedelgd en met de rechtvaardigen niet worden opgeschreven." Met andere woorden: de rechtvaardigen – en wat is voor God een rechtvaardige? Dat is degene die gelooft – die blijven in dat boek staan. De onrechtvaardigen echter... Elk mens staat in het Boek van het Leven, eerst de Jood en ook de Griek. Maar je kunt daaruit gewist worden. Hoe? Door ongeloof. Dit is de wijze waarop dat hier beschreven wordt: uitgedelgd, uitgewist, uitgegumpt of hoe je het ook maar noemen wilt, zodat je het leven niet zult ontvangen.

De Bijbel zegt er nog meer over. Want we zagen immers: "wanneer iemand niet bevonden werd geschreven te zijn in het Boek van het Leven". Dat suggereert dat er doden staan die wel in dat boek staan, en doden die er niet in staan geschreven. Wie zijn dat dan? Ook daar hoeven we niet over te fantaseren, want het staat er gewoon letterlijk. In Openbaring 21 vers 8 staat: "Maar de lafhartigen..." – ik ga nu niet op al die verschillende omschrijvingen in, omdat het feitelijk meerdere beschrijvingen zijn van een en hetzelfde – de lafhartigen, de ongelovigen, de verfoeilijken, de moordenaars, de hoereerders, de tovenaars, de afgodendienaars en alle leugenaars; hun deel, hun lotsdeel, is in het meer dat brandt van vuur. Want dat staat er letterlijk: "dat brandt van vuur en zwavel". Dat is de tweede dood.

We nemen gewoon de tekst zoals die zich aandient; dat is de lijn die ik tot dusver heb gekozen. Wat staat er nu? Wel, er wordt hier gesproken over mensen die niet staan geschreven. Dat wil zeggen: hun naam is uitgedelgd, uitgewist uit het Boek van het Leven. Waarom? Vanwege ongeloof en alles wat daaruit voortvloeit. Dan staan zij dus niet meer in dat Boek van het Leven. En wat er met hen gebeurt: "wanneer iemand niet bevonden werd geschreven te zijn in het Boek van het Leven, werd hij geworpen in het meer van het vuur." Dat is dus de tweede dood. Zij sterven een tweede dood.

Het niet opgetekend staan in het Boek van het Leven is feitelijk een doodvonnis. Je staat niet genoteerd voor het leven van dat Koninkrijk van Christus. Elders lezen we ook – en u kunt dat nalezen in al die passages uit de brieven van Paulus – dat zij geen deel zullen hebben aan het Koninkrijk van Christus. Ik wil hier niets aan afdoen. Ik weet dat er zoveel wordt geschoven met de Schrift en dat er dingen worden weggewuifd – of 'gewolven', hoe zeg je dat? – omdat het niet aangenaam is. Maar de Schrift spreekt en wij... Wat zouden we anders doen dan gewoon geloven wat er staat? God weet wat Hij voornemens is. Hij heeft het laten optekenen, Hij heeft gesproken, en dat is het.

Wat kunnen wij over de toekomst zeggen? We weten niets over de toekomst. We weten nog niet eens wat voor weer het vanmiddag wordt, hooguit hebben we een vermoeden. We weten niets over de toekomst, laat staan over duizend jaar en wat God gaat doen met de doden en hoe Hij alles recht gaat zetten. Dat gaat ons voorstellingsvermogen toch volstrekt te boven? Daar kunnen we geen zinnig woord over zeggen. Voor zover we iets over deze dingen weten, is dat omdat God gesproken heeft. Hij heeft het laten optekenen en we nemen het aan en overwegen het.

Wat staat er geschreven? Als je niet in het Boek van het Leven staat, dan word je geworpen in het meer van het vuur. Dat is de tweede dood. Wat is de tweede dood? Dat meer van het vuur. Hoe onvoorstelbaar het ook mag zijn, hoe vreemd en haast surrealistisch – ja, dat is het woord – hoe surrealistisch het ook mag schijnen. Want laten we wel wezen: dit matcht niet met onze dagelijkse ervaring. Maar dit is wat er gaat gebeuren. En het is niet moeilijk te begrijpen. Zij worden geworpen in het meer van het vuur en dat betekent dat zij geen deel hebben aan dat Koninkrijk van Christus.

Laten we dat nu even samenvatten, want ik wil er nog een paar andere dingen over zeggen. Die samenvatting van wat we nu gelezen hebben over die Grote Witte Troon beslaat maar vier of vijf verzen; zoveel is het niet. Wat we hebben gezien, is dat alles openbaar wordt en daarmee wordt rechtgezet. Gods wijze van rechtzetten is juist door alles te openbaren, en ieder zal recht worden gedaan. Daar heb je geen Moskowitz voor nodig. God gáát recht doen, Hij gaat rechtzetten. Ik vind het zo belangrijk om dat altijd weer te onderstreven. Dit is de dag – zo wordt het ook in Romeinen 2 genoemd – van het rechtvaardige gericht. God gaat recht doen. En wat we ook hebben gezien – want dit heeft vooral te maken met het oordeel naar de werken – is dat er ook nog een ander boek wordt geopend. Enerzijds is er sprake van het openen van de boeken, de geschriften bij het licht waarvan dat gericht plaatsvindt, maar er wordt ook nog een ander boek geopend. En het niet opgetekend staan in dat boek betekent inderdaad geworpen worden in het meer van het vuur. Dat is de tweede dood. Zo staat het er.

Is de Tweede Dood het Definitieve Einde? de Kern van het Evangelie ↑ hoofdstukken

En nu is de vraag: is dit het einde? Dat is wat algemeen gezegd wordt, afgezien van het feit dat men dan zegt dat die tweede dood geen echte dood is, maar dat men daarin op een afschuwelijke manier voortleeft. Maar dat zegt de Schrift niet. De Schrift zegt dat de doden worden opgewekt en dat alles rechtgezet zal worden. De doden zullen ook gewoon erkennen, ze kunnen niet anders dan erkennen, wat daar openbaar wordt. God zet dus alles recht. Dat is één ding. Maar Hij zal ook een vonnis uitspreken. Dat wil zeggen dat degenen die niet staan in het boek van het leven, het leven dat dan zal aanbreken niet zullen beërven. Degenen die daar niet in staan geschreven, zullen niet anders kunnen dan erkennen dat dit rechtvaardig is. Dat vind ik het geweldige: er hoeft helemaal geen aanklacht of hoger beroep te zijn, want dit is evident; alles is duidelijk.

Nu zegt men dat die tweede dood het laatste is. In het kerkelijk jargon spreekt men dan over de 'eeuwige dood', en men bedoelt daarmee een eindeloze hel. Maar dan weet men ten eerste niet wat 'eeuwig' is, en ten tweede weet men niet wat 'dood' is. Dan weet je dus eigenlijk helemaal niets, toch? Want eeuwig heeft te maken met eeuwen, met aionen. 'Eeuwigheid' in de zin van tijdloosheid kent de Bijbel niet. En dood is gewoon dood. Dat betekent dus dat zij die daarin neergeworpen worden – die plotselinge dood, zoals dat ooit gebeurde met Sodom en Gomorra – daar zijn overleden. Neem het woord 'overlijden' letterlijk in wat het ook betekent: zij zijn 'over het lijden heen'. Daar is het leed geleden en het vonnis voltrokken. Zij zullen de komende aionen niet meemaken, dat is waar.

Maar men zegt dan: "Ja, deze dood is de eeuwige dood." Ik zal u dit vertellen, en het is heel scherp wat ik zeg: de tweede dood is ook gewoon dood. Daarom wordt het ook 'dood' genoemd. Het is een tweede dood; de dood wordt hier voortgezet. De dood en het dodenrijk worden geworpen in het meer van vuur. Dat is de tweede dood. Allen die vanaf dat moment dood zijn, zijn voor de tweede keer dood. En is dat het einde? Als u dat denkt, dan kent u het Evangelie niet. Want wat is het Evangelie? Het Evangelie is de boodschap dat Jezus Christus 2000 jaar geleden de dood heeft overwonnen en de dood teniet zal doen. Dat is het Evangelie: Hij doet de dood teniet.

Hoe doet Hij dat? Door allen levend te maken. Vond dat hier bij de Grote Witte Troon plaats? Nee, hier staan doden op, zij worden gericht en alles wordt openbaar. Degenen wier namen niet in het boek staan, worden geworpen in het meer van vuur; zij ondergaan een tweede dood. Is dit een tenietdoen van de dood? Worden ze daar levend gemaakt, zoals Christus de Eersteling? Nee. De essentie, de kern van het Evangelie is juist dat de dood wordt tenietgedaan. Christus Jezus is de Levensvorst en Hij is de garantie dat de dood ten einde gemaakt zal worden. Wanneer? Daar hoeven we ook niet over te fantaseren, want ik ga het u nu zo voorlezen.

1 Korinthe 15: de Dood Tenietgedaan en Allen in Christus Levend Gemaakt ↑ hoofdstukken

1 Korinthe 15. Ik lees het regel voor regel voor. Ik hoef het nauwelijks toe te lichten, want het is gewoon duidelijk. "Want zoals in Adam allen sterven..." Is dat duidelijk? Dit is een feit, dit is een waarnemingsfeit. Alle Adamieten, alle mensen, alle afstammelingen van Adam; zij zijn stervelingen. Evenals in Adam allen sterven, zo zullen ook in Christus allen levend gemaakt worden. Allen. Hier "allen", daar "allen". Hier "sterven", daar "leven".

Maar niet allemaal tegelijk. Ieder in zijn eigen rangorde: Christus als eersteling. De eerste. Christus is niet de eerste die opstond uit de doden, maar Christus is de eerste die levend gemaakt werd. Dat wil zeggen: om nooit meer te sterven. Opgewekt in onvergankelijkheid, heerlijkheid en kracht. Dat zijn allemaal uitdrukkingen uit 1 Korinthe 15. In die zin is Hij de eersteling. Dat is de Eerste dus.

Vervolgens: die van Christus zijn. Dat is de tweede afdeling, in Zijn parousia. Ik zei al: die parousia is niet één moment, dat is Zijn aanwezigheid straks. Dat is de toekomst, dat is de tweede afdeling. Dat gaat trouwens ook nog in fases, maar dat doet nu even niet ter zake. Dit is de tweede rangorde. Ieder in zijn eigen rangorde: Christus de eersteling, dat was de eerste rangorde. Vervolgens die van Christus zijn in Zijn parousia.

En dan ontbreekt er nog één afdeling natuurlijk. Allen zullen levend gemaakt worden, iedereen in zijn eigen rangorde. En nu is Christus opgewekt. "Die van Christus zijn"... En wie zijn er nou nog niet opgewekt? Die níet van Christus zijn. Precies. En dan staat er daarna: "het einde". Het einde van wat? Het einde van die levendmakingen. Want dat was het onderwerp. Allen zullen levend gemaakt worden, maar ieder in zijn eigen rangorde. Christus als eersteling vervolgens, en daarna het einde van die levendmakingen. Dat wil zeggen: de laatste levendmaking. De rest dus.

En wanneer zal dat zijn? Nou, lees verder. Wanneer? Dat zal zijn het einde, dat wil zeggen: het einde van die levendmakingen, wanneer Hij het Koninkrijk aan God de Vader overdraagt. Wanneer Hij alle heerschappij, alle macht en kracht tenietgedaan zal hebben. Want Hij moet als Koning heersen, totdat Hij al Zijn vijanden onder Zijn voeten gelegd heeft. Let op: Christus heerst "totdat". U zegt: "Maar Christus heerst toch tot in eeuwigheid?" Nee, beste vriend of vriendin. Christus heerst tot in de eeuwen der eeuwen, of de aionen der aionen. Niet altijd. Zijn heerschappij heeft een "totdat".

Hij moet heersen totdat al Zijn vijanden onder Zijn voeten gelegd zijn. Want, staat er dan vervolgens: "Hij moet als Koning heersen." Pardon, dit is niet helemaal goed. "Onder zijn voeten gelegd heeft"... Hij heeft precies de laatste vijand die tenietgedaan wordt; dat is de dood. Aha. Dus Christus heerst totdat de laatste vijand... En wat is die laatste vijand? Dat is de dood. Maar dat hadden we ook al zelf kunnen invullen, want wat hadden we gezien? Hij zal allen levend maken, en wanneer zal die laatste levendmaking — het einde — zijn? Dat zal zijn als Hij het Koninkrijk zal overdragen, oftewel wanneer de heerschappij voorbij is. Toch?

En dat is precies wat hier ook staat: de laatste vijand die tenietgedaan wordt, is de dood. En hoe doet Hij de dood teniet? Ook dat zagen we al: door allen levend te maken. Door allen levend te maken, is er geen dood meer. En lees je even verder: "En wanneer alles Hem ondergeschikt is, dan zal ook de Zoon Zelf aan Hem ondergeschikt worden, Die Hem alles ondergeschikt heeft." Met andere woorden: Christus zal een volmaakt Koninkrijk aan Zijn God en Vader overdragen. Waar niets zal ontbreken, volmaakt. Waar ook niemand zal ontbreken, want allen zijn levend gemaakt. Er is dus geen dood meer.

En als dat eenmaal het geval zal zijn... wel, dan zal de Zoon dat overdragen, Hij zal Zich onderschikken, opdat God zij "alles in allen". Die "allen" die in Adam sterven, zullen in Christus worden levend gemaakt, uiteindelijk. En wanneer vindt die levendmaking van allen plaats? Dat wil zeggen: wanneer is die dood voorbij? Dat zal pas aan het einde zijn. De laatste vijand die Hij tenietdoet, is de dood. En dan zal Hij het Koninkrijk overdragen.

Dat betekent dus, let op, dat degenen die daar bij die Grote Witte Troon staan — die gericht zijn, van wie de naam niet staat in het Boek van het Leven — die komen in de dood voor de tweede keer. Die maken dus niet dat Koninkrijk van Christus mee. Christus gaat verder heersen, want je leest in Openbaring 21 en 22 dat Christus daar nog steeds heerst. Daar zullen zij niet bij zijn. Zij zijn zich van niks bewust. Het gericht betekent: zij zullen daar geen deel van uitmaken. Geen pijniging, geen heil; zij zullen daar niet bij zijn. Probeert u zich voor te stellen...

De Volmaakte Voleinding: God Zal Alles in Allen Zijn ↑ hoofdstukken

Laat ik het nog eventjes wat schematisch weergeven; sommige mensen houden daarvan. Je hebt dus de duizend jaren en de Grote Witte Troon, en dan krijg je Openbaring 21 en 22. Gedurende deze aionen zal Christus heersen, en die heerschappij zal ten einde zijn wanneer de laatste vijand, de dood, tenietgedaan zal worden.

Hier, op dit moment, hebben we nog niet allemaal deel aan dat leven. Degenen van wie de naam niet staat in het Boek des Levens, zullen deze periode, die laatste aion, niet meemaken. Zij zijn dan dood voor de tweede keer. Alles is rechtgezet, alles is gericht en het vonnis hebben ze ondergaan — wij zouden zeggen: de doodstraf. En dan, uiteindelijk, zullen zij worden levend gemaakt.

Want de vraag was: wat weten die doden die daar staan? Zij zullen niet anders kunnen erkennen dan dat Degene die daar op die troon zit, volstrekt recht spreekt. Ze zullen het vonnis aanvaarden. Wordt er dan al over verzoening gesproken? Nee, zij sterven. Maar aan het einde van die periode van Christus' heerschappij zal Hij ook de laatsten die dan weer opnieuw gestorven zijn — die dus dood zijn — levend maken.

En wat zal er dan gebeuren als die laatste categorie, degenen die niet van Christus zijn, levend gemaakt worden? Wat zouden zij doen? Ze waren immers al tot erkenning gekomen; alles was al gericht en de doodstraf hebben ze ondergaan. Dat wil zeggen dat ze geen deel hebben aan die heerschappij van Christus, maar dan worden ze alsnog levend gemaakt. Wisten zij veel... dat staat er allemaal niet; ik bedoel wat zij weten of niet weten. Maar in elk geval zullen zij opstaan en levend gemaakt worden. En nu echt: ze staan nu niet op ten oordeel om gericht te worden, maar ze staan op om levend gemaakt te worden. En dat is het einde. Dat wil zeggen — en ja, met recht — dat is eindeloos. Eindeloze heerlijkheid!

Het eerste wat zij zullen doen — dat zegt de Schrift — is dat elke knie zal buigen en elke tong zal belijden: Jezus Christus is Heer, tot eer van God de Vader. Dan is er geen vijandschap meer. Alles is rechtgezet en de dood is er niet meer. Leven voor allen! En dan kun je je ook voorstellen waarom er staat dat God alles zal worden in allen. Want dan pas heeft alles zijn beslag gekregen. Dan is Gods plan inderdaad volledig vervuld en niets ontbreekt daarin meer.

Nou, dat waren zo wat overwegingen. Ik zie dat het inmiddels echt tijd is om deze studie te beëindigen. Maar dat zijn zo van die overwegingen die zich aan ons aandienen wanneer we dat lezen. En ik vind het zo geweldig dat we een God kennen die dat alles realiseert. Ik stel voor dat we een lied gaan zingen.

🎧 De Grote Witte Troon (2)
Delen: