één staat tot vier
16-04-2023 - Geplaatst door Andre Piet16 april 2023, Den Haag
Jezus werd gekruisigd “en met Hem twee anderen aan weerszijden en in het midden Jezus”. Jazeker, Jezus bevond zich tussen vier andere gekruisigden. Jezus’ kleed werd vervolgens verloot onder vier Romeinse soldaten. En er stonden vier vrouwen bij het kruis toen Jezus de zorg voor zijn moeder Maria overdroeg aan een discipel wiens identiteit verborgen wordt gehouden. Vanwaar die telkens terugkerende vier? En waar staat dat ene kruis of dat ene kleed voor? En waar verwijst die ene geheimzinnige discipel naar? Dat moet wel betekenis hebben…!
Powered by RedCircle
📝 Samenvatting & Transcriptie van deze lezing
⏱️ Hoofdstukindeling van deze studie:
- Introductie: de Cryptische Rijkdom van het Johannes-evangelie
- Vier Medegekruisigden: het Kruis met een Wereldwijd Bereik
- Vier Soldaten: het Verborgen Onderkleed en het Lot voor de Natiën
- Vier Keer Maria: de Verborgen Ecclesia als Thuis voor Israël
- Samenvatting: het Geheimenis van het Heil Onder de Natiën Vieren
Introductie: de Cryptische Rijkdom van het Johannes-evangelie ↑ hoofdstukken
Een heel goedemorgen ook van mijn kant, vrienden hier in Den Haag. En ik ben altijd weer blij als ik in jullie midden mag zijn. Geheel oprecht bedoel ik dat. Het is een wat wonderlijk thema of een wonderlijke titel wellicht die ik voor deze morgen heb uitgekozen en het klinkt wat wiskundig: één staat tot vier. Maar ik kan u wel verklappen, zo wiskundig is het allemaal niet hoor, en laat u in ieder geval door zulke formules niet afschrikken. Waar ik het over ga hebben — en de ondertitel maakt dat wellicht wat duidelijker — is dat ik het kruis voor het voetlicht wil brengen. Inmiddels is de week van Pesach alweer voorbij en wat wij dan Pasen noemen, en toch gaan wij nog eens even terug naar Johannes 19. Dat is de geschiedenis zoals Johannes die verhaalt van wat plaatsgevonden heeft daar bij het kruis. En ja, het is juist in het Johannes-evangelie dat dit zo naar voren wordt gebracht.
Heel opmerkelijk — en laat ik ter introductie nog even iets erbij zeggen over het Johannes-evangelie: het Johannes-evangelie is een heel afwijkend evangelie ten opzichte van de andere drie van Matthäus, Marcus en Lukas. Dat worden ook de synoptische evangeliën genoemd, dat wil zeggen: heel verhalend, maar het Johannes-evangelie zit totaal anders in elkaar. Het is ook veel later geschreven. Om het misschien even wat vreemd te formuleren: ik verdenk Johannes ervan dat hij veel van het onderwijs van Paulus al had begrepen en dat hij met terugwerkende kracht zo heeft teruggekeken op het leven van de Heer Jezus.
De titel van deze toespraak is cryptisch, maar het Johannes-evangelie zelf heeft de reputatie een heel eenvoudig evangelie te zijn. Hoe was het in het verleden? Tenminste, ik heb het vaak genoeg meegemaakt dat als mensen helemaal niets wisten van de Bijbel, dan gaf je ze een Johannes-evangelie. En dan te bedenken dat het Johannes-evangelie het meest... nou, complex wil ik niet zeggen, want in zekere zin is het ook heel simpel omdat het heel veel werkt met tweetallen, met dood en leven, waarheid en leugen. Dat soort contrasten maakt het in zekere zin simpel, maar het heeft zoveel diepe lagen en het is ook in veel opzichten heel cryptisch beschreven.
Ik geloof dus dat in het Johannes-evangelie zoveel al besloten ligt waarin tot uitdrukking wordt gebracht hoe het evangelie van Israël naar de natiën zou gaan. Dat is in feite een ontwikkeling die je pas later in het boek Handelingen ziet voltrekken en het is met name de apostel Paulus die daarover schrijft, maar het is Johannes die, als het ware met terugwerkende kracht en terugblikkend op het leven van Jezus, die lijnen in het verborgene, in de geschiedenissen al beschrijft en ook aanwijst. Nou, ik geef toe, dit klinkt misschien wel wat abstract en wellicht zelfs wat cryptisch, maar laten we eens wat meer naar de geschiedenis toegaan.
Vier Medegekruisigden: het Kruis met een Wereldwijd Bereik ↑ hoofdstukken
In de eerste plaats wil ik het hebben over vier medegekruisigden. Dat is al erg omstreden. Laten we eerst even lezen vanaf vers 16 in Johannes 19: "Zij dan namen Jezus en Hij droeg zelf het kruis." Dat "zij dan" verwijst naar de Romeinse soldaten die Jezus vervolgens het kruis zelf laten dragen. In vers 17 staat: "En Hij ging uit naar de zogenaamde schedelplaats." Dat "ging uit" wil zeggen: Hij ging buiten de stad.
Als je trouwens even doorleest in vers 20, dan werpt dat heel veel licht op de locatie van de kruisiging. Dat was buiten de legerplaats, buiten de stad, maar er staat letterlijk in vers 20: "dichtbij was de plaats van de stad." Helaas komt dat in de vertalingen niet helemaal uit de verf, maar zo staat het er letterlijk: dichtbij was de plaats van de stad. Daarbij moet je je realiseren dat "de plaats" een term is die staat voor de tempel. Met andere woorden: daar waar Jezus gekruisigd was, dat was vlak bij "de plaats", namelijk de plaats van de stad, te weten het heiligdom, de tempel.
Dit werpt heel veel licht op de locatie van de kruisiging en daarmee in feite ook op de opstanding, want de plaats waar Jezus begraven werd, was vlakbij, op een steenworp afstand van waar het kruis stond. Als je een kaartje van Jeruzalem neemt, dan zie je de tempel aan de oostkant tegen de Olijfberg liggen. Dus als Jezus inderdaad vlak bij de plaats van de stad is gekruisigd, maar wel buiten de stad en buiten de legerplaats, dan kom je automatisch bij de Olijfberg uit. Want als je de andere kant op gaat, hetzij naar het zuiden, het noorden of het westen, dan blijf je in de stad. Dus als het inderdaad buiten de stad was, maar wel vlak bij de tempel, dan moet het de Olijfberg geweest zijn.
Ik vind dat een geweldig gegeven, ook weer typologisch. Want die berg, die plaats, is de plek waar Hij zo vaak vertoefde, maar ook de plek vanwaar Hij ten hemel voer en waar Hij straks weer Zijn voeten zal zetten als Hij terugkeert tot Zijn volk. Met andere woorden: de Olijfberg is eigenlijk dé berg bij uitstek waar de grote heilsfeiten hebben plaatsgevonden en zullen plaatsvinden. Maar goed, Hij ging dus uit naar de zogenaamde schedelplaats, in het Hebreeuws Golgotha genaamd. Wij spreken vaak over de "heuvel" Golgotha, of er wordt in liederen over gezongen, maar zo noemt de Schrift dat niet. Het was gewoon "de plaats", en die plaats heette een schedelplaats.
Waarom dat zo was, weet ik niet zeker. Het enige wat ik weet, is dat David ooit het hoofd van Goliath begroef bij of te Jeruzalem. Er lag daar dus ergens een schedel, en die was ooit begraven door David toen hij de overwinning op Goliath had behaald. Zou dat met elkaar te maken hebben? Ik wil daar niet al te stellig in zijn, maar ik vind het op zijn minst een hele treffende associatie. Ik geef hem u ter overweging mee.
Dan staat er in vers 18: "waar zij Hem kruisigden en met Hem twee anderen aan weerzijden." Zoals dit nu weergegeven is – "met Hem twee anderen aan weerzijden" – betekent dit dat Hij met vier anderen is gekruisigd. In de Statenvertaling staat "aan elke zijde één" en in de NBG-vertaling "aan weerzijden één", maar u moet weten dat het woordje "één" in de grondtekst ontbreekt. In het Grieks staat er letterlijk – dat zie je trouwens ook in de interlineair – "met Hem twee anderen van hier en van daar". Dat woordje "één" is een invulling. Ik denk dat er hele goede redenen zijn – en ik breng dit voorzichtig naar voren – dat de Heer Jezus inderdaad met in totaal vier anderen is gekruisigd.
Als u een Companion Bible hebt, dan kan ik u verwijzen naar appendix 164. Daarin brengt Bullinger dit gegeven naar voren dat de Heer Jezus inderdaad gekruisigd is met vier anderen, en niet met twee anderen zoals meestal wordt gezegd. Hij draagt daar wat mij betreft overtuigende gronden voor aan. Ik heb hier een viertal kolommen naast elkaar gezet waarbij je de evangeliën met elkaar vergelijkt. Als je al die gegevens aan elkaar koppelt en Schrift met Schrift vergelijkt, dan kom je eigenlijk onvermijdelijk tot die conclusie.
Het idee is dus dat er vier medegekruisigden waren. Laat ik daar een aantal motieven voor geven. Je leest namelijk in het Lukas-evangelie dat er twee misdadigers waren die samen met Jezus werden weggeleid toen Hij werd weggevoerd. Vervolgens lees je in het Mattheüs-evangelie dat er na de verdeling van de klederen – waar we het straks ook nog over gaan hebben – nog twee rovers gekruisigd worden. Je moet de gegevens dus even naast elkaar zetten om het geheel te kunnen reconstrueren. In het Markus-evangelie lees je vervolgens dat die twee rovers Jezus smaadden. Dat is een heel merkwaardig gegeven als je het vergelijkt met wat er meestal verteld wordt: dat de ene misdadiger Jezus smaadde en de andere in Hem geloofde, waarna de bekende woorden volgen waarin de Heer Jezus zegt: "Ik zeg je vandaag, je zult met Mij in het paradijs zijn."
De twee rovers smaadden Jezus dus allebei, maar in het Lukas-evangelie lees je dat er daarnaast één misdadiger is die de andere misdadiger berispt en een beroep doet op Jezus. De een zegt dus eigenlijk: "Heb je nu in dit uur nog niet in de gaten wat hier gebeurt? Realiseer je je niet dat wij hier terecht hangen als misdadigers en criminelen, maar dat deze man onschuldig is?" Vandaar ook dat de Heer Jezus hem die belofte geeft. Als je die gegevens allemaal met elkaar combineert, kom je inderdaad tot de gedachte dat er aan weerszijden een tweetal mensen – rovers en misdadigers – zijn gekruisigd, met Jezus in het midden. Er stonden dus in totaal vijf kruisen.
Die volgorde wordt later in ditzelfde hoofdstuk van Johannes 19 opmerkelijk bevestigd wanneer de soldaten aan het einde van de middag de beenderen breken. Het was de voorbereiding voor het feest, dus er was nogal wat haast bij. Je leest dat de soldaten eerst de beenderen breken bij de ene medegekruisigde, dan bij de andere, en dan pas bij Jezus. Dat is geen logische volgorde als je uitgaat van drie gekruisigden. In dat geval ga je naar de een, dan naar de ander en dan vervolgens naar het midden. Die volgorde is echter wél logisch als je het ziet zoals ik het zojuist beschreef: dat er aan weerszijden twee mannen waren gekruisigd, met Jezus in het midden. Maar waar ik vooral op wil wijzen, is de diepere betekenis daarvan.
Want hiervan zou je nog kunnen zeggen: inderdaad, als je de evangeliën met elkaar vergelijkt, dan zijn dat inderdaad vier mannen geweest die met hem gekruisigd zijn, met Jezus in het midden. Maar wat heeft dat te betekenen? Nou, ik geloof dat dit juist... dat is op zich geen argument, dat weet ik wel, maar omgekeerd is het wel zo dat als je het eenmaal ziet, dan ga je ook oog krijgen voor de diepere betekenis. Die diepere betekenis ontgaat je op het moment dat je de geschiedenis niet goed reconstrueert.
Want vier, laten we het daar eens over hebben. Dat is een belangrijke gedachte, juist bij wat ik vanmorgen graag naar voren wil brengen: vier is het getal van de wereld. En dat weet u wellicht, of in ieder geval, dat is niet zo moeilijk, ook in de Bijbelse symboliek, want vier staat namelijk ook voor de windhoeken van de aarde: noord, oost, zuid en west. Je leest dat ook: de vier hoeken der aarde. Aan de ene kant spreekt de Bijbel over het rond der aarde, maar ze spreekt ook over de vier hoeken der aarde. En hoe kan dat nou, het rond der aarde, hoe kan dat nou vier hoeken hebben? Dat is niet zo moeilijk, want die hoeken zijn namelijk de windhoeken.
Sowieso is het een heel interessant gegeven, maar de Bijbel spreekt ook over de einden der aarde. Maar dat komt omdat de aarde in de Bijbel gewoon een beschrijving of de aanduiding is van het droge. God noemde het droge 'aarde'. Dus dan begrijp je ook wat de einden der aarde zijn: dat is gewoon Scheveningen of Katwijk, zeg maar; dat is de kustlijn. Dan ben je aan de einden der aarde. Dat is waar het droge eindigt en waar het nat begint te worden, om zo te zeggen: de kustlijn, oftewel daar waar de oceanen beginnen. Dat zijn de einden der aarde. En de vier hoeken der aarde, er wordt trouwens ook bij gezegd dat het de vier winden of de vier windstreken zijn. Oftewel: vier wijst naar alle kanten van de wereld.
Met die gedachte... trouwens, ik heb er nog één: dat is in het boek Openbaring, ook van Johannes trouwens. Die beschrijft daar bij de troon, de troon van God in Openbaring 4, en dan lees je dat er vier levende wezens waren. En dat zijn dan de typen van de levende natuur, van alle leven. De een had de gedaante van een mens, de ander van een adelaar, van een kalf en van een leeuw. In Genesis lees je dat als God een verbond sluit met Noach en zijn nageslacht, de hele wereld daarbij betrokken wordt en dan wordt er ook gezegd: de mensheid, het gevogelte, het vee en het wild gedierte. Er wordt ook die vierdeling gemaakt van de levende natuur. En die zie je eigenlijk ook weer gerepresenteerd in deze vier levende wezens. Die cherubs, die levende wezens rondom de troon die het leven representeren op aarde: namelijk de mens, het gevogelte (de adelaar), het kalf en de leeuw (het wild gedierte). Ook via die lijn kom je dus eigenlijk uit bij dezelfde gedachte, namelijk dat vier te maken heeft met het rond der aarde, met de hele wereld.
En als je dat realiseert: Jezus in het midden en daar waren er vier die met hem gekruisigd zijn. Ja, voor wie stierf hij nou? Nou, voor de hele wereld. En eigenlijk is het nog anders, want wij hebben vaak de gedachte: hij stierf voor ons, en dan de gedachte van plaatsvervangend. Jezus stierf plaatsvervangend voor ons. Maar weet u dat de Bijbel dat zo niet beschrijft? Als dat waar zou zijn, zouden wij niet hoeven sterven. Maar je leest juist: één stierf voor allen, dus stierven allen. Hij nam de hele wereld mee in zijn dood. En die meegekruisigd zijn met hem, dat is de wereld. Hij nam de hele wereld mee in zijn dood. Waarom? Opdat hij vervolgens zou opstaan en heel de wereld ook mee zou nemen in dat nieuwe leven. Zoals in Adam allen sterven, zo zullen in Christus allen worden levend gemaakt. Maar hij stierf voor allen, juist om allen het leven te geven.
Dus dat ene kruis in het midden met twee aan weerszijden, oftewel dat viertal, dat verwijst naar de wereld voor wie hij stierf. En in feite stierf de wereld ook met hem. Paulus zegt later in de Galatenbrief ook: 'Ik ben met hem gekruisigd.' Wij als gelovigen erkennen die waarheid ook: we zijn met hem gekruisigd. Welnu, die vier spreken daarvan. Die spreken dus van de reikwijdte van het kruis. En ik zei al, in feite wat je ziet in het Johannesevangelie is die waarheid al van dat wereldwijde perspectief. Dat begint al in Johannes 1, waar Johannes de Doper zegt: 'Zie het Lam Gods dat de zonde der wereld wegneemt.' Oké, dat is die vier.
Vier Soldaten: het Verborgen Onderkleed en het Lot voor de Natiën ↑ hoofdstukken
Dan hebben we nog een viertal. Die is wel duidelijk, hè? Want die eerste vier waar ik het over heb, die vier medegekruisigden... Je zou kunnen zeggen dat dit meer een afgeleide is als je de Schriften met elkaar vergelijkt. Maar goed, dan hebben we nog een viertal en dat zijn vier soldaten. Je leest namelijk – ik sla dan een paar verzen over – in vers 23: "Toen de soldaten Jezus kruisigden, namen zij zijn bovenkleding en ze maakten vier delen, voor iedere soldaat een deel." Wellicht was het een opperkleed, een hoofddoek, een gordel of sandalen; ik noem maar wat, maar in ieder geval verdeelden ze zijn bovenkleding en ze maakten daarvan vier delen, voor iedere soldaat een deel. En het onderkleed? Het onderkleed nu was zonder naad, aan één stuk geweven.
Dat onderkleed is het verborgen kleed. Een kleed in de Bijbel spreekt in het algemeen van heerlijkheid. De Schrift spreekt er op verschillende wijzen over dat God Zich met heerlijkheid bekleedt. In feite is dat ook de expressie van een mens, het geeft glorie. Je leest trouwens nog meer geschiedenissen in de Bijbel over kleding, ook over de mantel die overgaat naar een ander. Denk aan de mantel van Jozef of aan de mantel van Elia. Dat is precies een soortgelijke gedachte als hier, namelijk dat de één plaatsmaakt voor de ander. Elisa kreeg de mantel van Elia, het dubbele deel. In ieder geval kwam de mantel bij hem terecht. Wel, hier is de gedachte van de kleding, maar ook specifiek van het onderkleed. Dat onderkleed spreekt in dit geval uiteraard van dat wat aan de kleding niet gezien wordt, en daarmee dus van verborgen heerlijkheid. Het onderkleed was nu zonder naad; dat geeft al aan dat het uit één stuk geweven was, kostbaar, naadloos en in eenheid.
En dan zeggen zij tot elkaar: "Laten wij dit niet scheuren, maar erom loten van wie het zal zijn." Wij maken van loten soms een spel, en wellicht was dat bij die soldaten ook het geval, dat weet ik niet. Maar hoewel wij van loten een spel maken, is loting in de Bijbelse gedachte altijd een heel serieus ding. Waarmee ik trouwens niet zeg dat het gooien van een dobbelsteen bij een spelletje verkeerd zou zijn, maar in de Bijbel is loting heel wezenlijk. Waarom? Je leest in Spreuken 16 – ik kan het niet mooier formuleren dan zoals het daar staat: "Het lot wordt in de schoot geworpen, maar elke beslissing daarvan is van de Here." Kijk, het hele idee bij loting is altijd per definitie dat jij geen keuze maakt. Jij hebt daarop geen invloed. Je gooit een dobbelsteen of hoe je de loting ook realiseert, met balletjes of wat dan ook – er zijn zoveel manieren – maar het fundamentele idee is: de mens heeft hierop geen invloed. We laten het over aan... nou ja, de mens zegt dan "het lot".
Maar de Bijbel zegt: ja, het lot, toeval... Maar wie doet toevallen? Het begrip "toeval" is eigenlijk heel mooi: God doet toevallen. Als wij zeggen dat iets toevallig is, dan bedoelen we daarmee dat wij daar geen enkele invloed op hebben gehad. Het valt je zomaar toe. Ja, maar er is er Eén die alle dingen beschikt. Hij is God. Er gebeurt niets bij geval en Hij is degene die alles een plaats toewijst, ook die toevallige dingen. Het is een geweldige gedachte dat bij loting de mens terugtreedt. Bijvoorbeeld ook als je niet weet wie je moet kiezen. Ik denk wel eens dat het een geweldig alternatief zou zijn voor de democratie. We weten niet wie we moeten kiezen, weet je wat? Dat laten we helemaal aan God over. Dan gaan we niet democratisch beslissen, maar dat laten we aan God over. Zo deden de discipelen dat ook toen ze niet wisten of ze Matthias moesten hebben of... wie was het ook alweer? Nou ja, de vervanger van Judas, dat bedoel ik. En toen viel het lot ook op Matthias. Ik geef het maar even mee ter overweging, maar in ieder geval: elke beslissing daarvan is van de Here.
Laten we nog even doorlezen: "Opdat het Schriftwoord vervuld zou worden..." Dat dit gebeurde opdat het Schriftwoord vervuld zou worden, betekent niet dat de soldaten dit deden om een profetie van de Schriften te vervullen. Ik mag aannemen dat zij daar totaal geen idee van hebben gehad. Nee, het is Johannes die ook hier weer met terugwerkende kracht hieraan terugdenkt en zegt: zij deden dat ogenschijnlijk toevallig. Ze hebben dat gewoon zo overwogen om het op die manier te doen. Ja, maar daarmee werd, van Gods standpunt uit bezien, de Schrift vervuld. Opdat het Schriftwoord vervuld zou worden – en dan krijgen we een citaat uit Psalm 22. Trouwens, in Mattheüs, Markus en Lukas wordt deze verdeling door het lot ook verhaald. Psalm 22 is van begin tot het einde een Messiaanse psalm. Het begint al met: "Mijn God, mijn God, waartoe hebt Gij mij verlaten?" En er staat ergens halverwege die psalm – David schreef dat duizend jaar voordat die praktijk van kruisigingen überhaupt bestond: "Die mijn handen en voeten doorboren." Zo staat het er. Het is een overduidelijke verwijzing. Die hele psalm wordt ook dikwijls in het Nieuwe Testament geciteerd. Deze psalm spreekt ook over: "Zij lieten mij in mijn dorst azijn drinken." Ook dat staat er. Er zijn zoveel details... Nee, deze hele psalm is pure profetie. David was niet zomaar een poëet die dat schreef, maar een profeet.
Opdat het Schriftwoord vervuld zou worden: "Zij verdelen mijn kleding voor zichzelf en over mijn klederen wierpen zij het lot." Zo stond het al in Psalm 22 beschreven. De Schriften moesten vervuld worden en daartoe gebeurde dit. Waarbij je de vraag kunt stellen: gebeurde dit nou omdat het in de Schrift stond, of stond het in de Schrift omdat het zou gaan gebeuren? Ja, die is lastig, hè? Maar het is hetzelfde. God voorzegt het, en dit was al duizend jaar eerder door David genoteerd. En dan staat erbij: "De soldaten dan deden dit inderdaad." Hij zegt: het was zo voorzegd en zo hebben zij dit ook gedaan.
Maar opnieuw wil ik even wijzen op dit viertal. Want ik zei al over die vier medegekruisigden dat dit spreekt van de wereld voor wie Christus stierf, en dat allen met Hem werden gekruisigd en met Hem stierven. Maar nu hebben we het over Jezus' kleding, en dat verwijst naar Zijn heerlijkheid. Dat is waar kleding, een mantel of onderkleding van spreekt: verborgen heerlijkheid. Het was naadloos, het was een eenheid. En die hele nalatenschap van Jezus – want daarover hebben we het, in dit geval Zijn kleding – die komt terecht bij de vier, namelijk de natiën. Dus Jezus' heerlijkheid, ook Zijn verborgen heerlijkheid, die naadloze onderkleding, kostbaar, dat komt van Gods wege door loting terecht bij de natiën. Bij de vier. In dit geval zijn die Romeinen sowieso al een uitbeelding van de natiën – de Romeinen, niet het volk. Het komt terecht op een verborgen wijze, cryptisch, bij de vier, oftewel bij de wereld. En zo zie je dat achter zo'n gebeurtenis die daar plaatsvond bij het kruis een veel diepere zin schuilgaat. Onder de oppervlakte wordt een waarheid uitgedrukt: wat gebeurt er nou met die heerlijkheid van Jezus? Waar komt dat na Zijn sterven terecht? Heel ver weg. Bij de Romeinen. Bij de vier. Daar zal het gevonden worden. Oké.
Vier Keer Maria: de Verborgen Ecclesia als Thuis voor Israël ↑ hoofdstukken
En dan hebben we nog een viertal: vier keer Maria. Ik lees weer even verder in vers 25: "Bij het kruis nu van Jezus stonden zijn moeder en de zus van zijn moeder, Maria van Klopas en Maria de Magdaleense," of Maria van Magdala. Je zou natuurlijk in de details kunnen verdrinken of je daar in ieder geval helemaal op kunnen gaan richten, maar dat doe ik nu niet. Het is overigens wel interessant wie die Maria van Klopas is geweest. Is dat dezelfde als Cleopas? Betekent het dat ze de echtgenote van Klopas was, of de dochter van? Dat soort vragen kun je allemaal stellen, maar de zin zelf geeft daarover geen klaarheid.
Laten we het eens van de andere kant benaderen. Het zijn vier vrouwen: de één heet Maria, de andere is 'van Maria', de derde heet Maria en de laatste heet ook Maria. Het is dus eigenlijk vier keer Maria of 'van Maria'. Want zijn moeder, dat is Maria, en de zus van zijn moeder was dus 'van Maria'. Wie was die zus dan? Er wordt wel verondersteld dat dat Salome is geweest, de vrouw van Zebedeüs en de moeder van Jacobus en Johannes. Ik zie u nu kijken van: hoe kom je daar nou aan? Dat ontdek je wanneer je dit vergelijkt met het Lucas-evangelie, waar ook een paar namen worden genoemd van degenen die bij het kruis stonden. Als je die gegevens combineert, betekent het overigens dat Jacobus en Johannes neven van Jezus zijn geweest, mits de zus van Jezus’ moeder inderdaad de moeder van Johannes en Jacobus was. Voor mij mag u deze overweging gewoon weer even terzijde leggen, maar ik wil er vooral op wijzen dat je hier over de naam Maria struikelt. Het is Maria, de zus van Maria, Maria van Klopas en Maria de Magdaleense. Normaal gesproken dient een naam ter onderscheiding, maar hier heten ze in dit geval bijna allemaal Maria. En dat is hier ook precies het punt.
Laten we nog even verder lezen. Er volgt een prachtig detail dat juist alleen hier in het Johannes-evangelie beschreven wordt: "Toen Jezus dan zijn moeder waarnam en de discipel die Hij liefhad..." Die laatste uitdrukking kom je vijf keer tegen in dit evangelie en iedere keer verwijst de schrijver daarmee naar zichzelf. Expliciet wordt het nooit ingevuld, maar je kunt er heel duidelijk uit opmaken dat dit Johannes is geweest. Hij noemt zijn eigen naam niet; hij zegt dat het de discipel is die Jezus liefhad. Dat moet je trouwens even goed lezen, want er wordt nog wel eens gedacht dat Johannes Jezus liefhad. Maar dat is niet zo. In het Grieks zie je dat in de naamvallen heel duidelijk: het is niet de gedachte dat Johannes Hem liefhad, maar dat deze discipel geliefd werd dóór Jezus. Dat is veel belangrijker. We zingen wel eens in een lied: "Maar ik heb van U gehouden", en dan zijn we zo blij met onze liefde voor Hem, maar de tekst vervolgt met: "maar nooit zoveel als U van mij gehouden hebt." Johannes was zich daarvan bewust: van de liefde van zijn Heer voor hem.
Toen Jezus dan zijn moeder waarnam en de discipel die Hij liefhad... Laten we het respecteren dat hij de naam niet noemt. De naam blijft anoniem en wordt verborgen gehouden. Ook al weet je via een omweg op wie er gedoeld wordt, het is niet voor niets dat het juist verborgen wordt gehouden. Toen Hij hen zo samen zag, zei Hij tot zijn moeder: "Vrouw, zie (of let op) uw zoon." Waar Maria hier op geattendeerd wordt, is dat Johannes voortaan haar zoon zal zijn. Feitelijk neemt Johannes daarmee de rol van Jezus over. Maria ziet haar zoon aan het kruis hangen, maar Jezus zegt: "Let op die man die naast je staat, dát is je zoon." Er vindt hier een overdracht plaats; de mantel gaat van de één op de ander over. In dit geval krijgt Johannes het zoonschap. "Vrouw, let op uw zoon", en daarna zei Hij tot de discipel: "Let op, dat is je moeder." Dezelfde boodschap: voortaan zou Johannes Maria als zijn moeder beschouwen. En dan staat er nog bij: "En vanaf dat uur nam de discipel — Johannes dus, anoniem en verborgen — haar bij zich."
U vraagt zich natuurlijk opnieuw af: wat is hier de zin van? Misschien hebt u die vraag niet eens zozeer, maar ik heb mij die vraag op voorhand wel gesteld. Hoe komt het dat we hier weer die vier vrouwen zien, vier keer Maria of 'van Maria', daar bij dat kruis? En hoezo wordt Maria gewezen op die discipel die geliefd werd door Jezus? Het moet duidelijk zijn dat ook hierin weer een diepere zin gelegen is. Zo zou Paulus het formuleren. Je leest een geschiedenis — Paulus heeft het in Galaten 4 over Hagar en Sara, en over Ismaël en Isaak — en dan zegt hij: "Dat is niet zomaar een geschiedenis, hierin is een diepere zin gelegen." De gedachte is dat zo'n geschiedenis niet alleen historisch is, maar dat daarin ook een waarheid wordt uitgedrukt en gedemonstreerd.
Laten we het in dit geval eens op een rijtje zetten. Ik geloof dat Maria een type is van het Joodse volk. Waarom? Omdat zij het 'moedervolk' is waaruit Jezus voortkomt. Trouwens, het is heel interessant dat in het Hebreeuws het woord voor moeder op dezelfde manier wordt geschreven als het woord voor volk: im. Het idee van een moedervolk is in de Hebreeuwse taal dus eigenlijk al ingebakken. Jezus komt voort uit Maria, maar Hij komt ook voort uit het Joodse volk. Johannes staat hier model voor de Ekklesia, de gemeente; dat wat God vandaag voor Zich uitroept.
Ten eerste is zijn identiteit verborgen. Dat is al heel typerend voor de Ekklesia die God vandaag verzamelt. Het meest karakteristieke van dit volk dat God vandaag uit de natiën — let op: uit de 'vier' — verzamelt, is dat het verborgen is. Maar historisch komt de Ekklesia óók voort uit Israël, toch? Waaruit komen wij voort? Wij komen voort uit de prediking van het evangelie zoals dat in en vanuit het Joodse volk is geresoneerd. En na Jezus’ heengaan zijn wij in zekere zin 'de zonen', de Christus. In die zin is de Ekklesia vandaag — wij heten niet voor niets het lichaam van Christus — degene die de functie vervult van Hem die daarboven is. Wij zijn een eenheid: Hij is het Hoofd, wij zijn het lichaam, en wij zijn hier op aarde verborgen en geliefd onder de natiën. Dat maakt deze Johannes, die hier bij het kruis staat en wiens naam niet genoemd wordt, tot een type van de Ekklesia.
Denk nu even met mij mee: Maria, als type van het Joodse volk, vindt in deze tijd dat Jezus afwezig is onder de natiën (de vier) een thuis. Kijk wat hier letterlijk gezegd wordt: daar is Maria, eigenlijk een viertal, maar goed: Maria. Zij wordt erop gewezen: "Dit is uw zoon, let op." En vanaf dat uur ontfermt Johannes zich over Maria en neemt hij haar bij zich in huis. Zij vindt een thuis bij Johannes, de Ekklesia.
Maar dat is nou precies wat er in deze tijd ook gebeurt. Het heil is naar de natiën gegaan en trouwens, het Joodse volk is ook verstrooid onder de natiën, de vier.
En waar vindt het Joodse volk nu werkelijk een thuis? Wel, dan moet je niet zeggen de kerk als instituut, want dan klopt het niet. Maar wel bij dat volk dat de Heer zich vandaag verzamelt en waar Hij het Woord aan toevertrouwt. Dat geliefde volk, dat verborgen volk.
Daar onder de natiën, daar vindt het Joodse volk vandaag een thuis. Daar is het Woord aan toevertrouwd. Daar komt het Woord terecht en als ze het Woord wil horen, dan moet ze daar wezen. Wel, dat is feitelijk wat je in deze geschiedenis, in het verborgenen, ziet uitgedrukt.
Samenvatting: het Geheimenis van het Heil Onder de Natiën Vieren ↑ hoofdstukken
Laat ik het nog eens mogen samenvatten. Ik geef toe dat het vanmorgen allemaal heel typologisch is, maar wat we eigenlijk doen is terugdenken aan dat wat er plaatsvond bij het kruis. Juist in het Johannes-evangelie worden we heel sterk geattendeerd op die 'vier' en op het wereldwijde effect daarvan. Ten eerste het loutere feit dat de Heer Jezus stierf voor de wereld. Ten tweede dat Zijn heerlijkheid terechtkomt bij de natiën, en dat ook het Joodse volk nu een thuis vindt onder de natiën terwijl Jezus afwezig is bij het volk dat Hij vandaag verzamelt.
Wilt u dat allemaal heel uitdrukkelijk beschreven vinden, dan moet u de brieven van Paulus lezen. Daarin beschrijft hij inderdaad hoe het Joodse volk nu officieel het evangelie heeft afgewezen en hoe het bij de volkeren terechtgekomen is. Paulus is de apostel van de natiën en Israël is juist verstrooid onder de natiën opdat het daar ook het heil zou vinden. U ziet dat echter al in de geschiedenis uitgebeeld en Johannes laat dat op een heel subtiele manier zien. Het Johannes-evangelie wemelt van dit soort geheimen.
Als ik me niet vergis, heeft Gerard hier onlangs nog gesproken over Johannes 4, over de Heer Jezus die twee dagen in Samaria is. Klopt dat? Zoiets staat me bij. Daarin vindt u hetzelfde fenomeen: de Heer Jezus ontwijkt het Joodse land, verblijft twee dagen in Samaria en vindt daar de Samaritaanse vrouw. Zij is een beeld van de natiën. Na die twee dagen komt Hij dan weer aan in Kana, waar ooit die bruiloft plaatsvond op de derde dag. Waarom vindt u zulke geschiedenissen nou niet bij Mattheüs, Markus en Lukas? Dat heeft alles te maken met het feit dat Johannes wijst op dingen die inmiddels voor hem duidelijk geworden zijn: hoe het heil inderdaad in onze dagen bij de natiën is terechtgekomen.
Dat is in feite een heel feestelijk gegeven. Mag ik dan met deze woordspeling eindigen? We spreken niet voor niets over 'vieren'. Het heil is bij de natiën terechtgekomen, bij de 'vier', en dat lijkt mij een reden om dat feestelijk te gedenken en te vieren. Zo groot en zo heerlijk is dat geweldige heil dat God daar heeft neergelegd en de plaats waar Hij het terecht heeft laten komen. En nog zoveel meer.
UltimateGoodNews