één doop!
22-05-2022 - Geplaatst door Andre Piet22 mei 2022, Rotterdam (Gezonde Woorden)
Johannes de Doper verkondigde aan Israël dat er na hem iemand zou komen die niet zou dopen in water maar in Geest. Dat werd vervuld in de dagen van het boek Handelingen waarin beide soorten doop trouwens naast elkaar bestonden. Alhoewel bij Paulus, de apostel van de natiën, de waterdoop geen rol van betekenis speelde. Naar zijn eigen zeggen behoorde het niet tot zijn opdracht. Toen aan het einde van de Handelingen-tijd de bijzondere plaats van Israël en haar rituelen verdween, golden niet langer twee geloven, twee verwachtingen en twee dopen, maar slechts “één geloof” en “één hoop” en… “één doop”.
Powered by RedCircle
📝 Samenvatting & Transcriptie van deze lezing
⏱️ Hoofdstukindeling van deze studie:
- Inleiding: de Route Naar Efeze 4
- Een Leer van Dopen Onder het Oude Verbond
- De Unieke Waterdoop van Johannes
- Johannes' Waterdoop Versus de Doop in Geest
- Twee Dopen Naast Elkaar in de Handelingentijd
- Paulus' Evangelie en de Waterdoop
- Efeze 4: het Einde van de Tweedeling en de Ene Doop!
- Samenvatting: van Vele Dopen Naar Één Doop
Inleiding: de Route Naar Efeze 4 ↑ hoofdstukken
Ook van mij een hele goedemorgen allemaal en hartelijk dank voor deze introductie. Ik was blij dat je stopte – dat klinkt heel erg onaardig, mijn excuses – want ik dacht: goh, ik hoef er eigenlijk niks meer over te zeggen joh, de basis is gelegd. Inderdaad heb ik het eerste deel van jouw inleiding niet gehoord, want ik was daarachter nog eventjes wat aan het doen, maar ik begreep dat je even refereerde aan de betekenis die in het christendom aan rituelen in het algemeen, maar ook aan waterdopen in het algemeen, wordt gehecht.
In het algemeen is het ook zo – vrijwel in elke kerkgemeenschap is het zo – dat je lid wordt van zo'n 'club', als ik het even onaardig mag zeggen, door middel van het ondergaan van het doopritueel. Dat gebeurt altijd per definitie door het ondergaan van dat ritueel, ongeacht of dat er nu een is van besprenkeling of van complete onderdompeling. Wat toch ook weer een doop lijkt te zijn; in ieder geval is er altijd weer dat ritueel.
Waar we het vanmorgen over gaan hebben, is inderdaad die ene doop. Daar ga ik het pas aan het eind over hebben, want de titel 'Eén doop' is ontleend aan Efeze 4. Daar kom ik uiteindelijk echt terecht, maar ik bewandel een route en ik begin bij het begin. Feitelijk is dit namelijk een eindpunt. Dan weten we in ieder geval waar we uitkomen, want we beginnen niet met één doop, maar met vele dopen.
Een Leer van Dopen Onder het Oude Verbond ↑ hoofdstukken
Gerard refereerde er al even aan dat er onder het oude verbond een veelheid van dopen was. In de Hebreeënbrief wordt dat een 'leer van dopen' genoemd. De Hebreeënbrief is geschreven aan – de naam zegt het al – de Hebreeën. Ik zeg dat erbij, want dat wordt nog wel eens betwijfeld, terwijl het juist een van de essenties is om de brief te verstaan. Het is overduidelijk dat deze brief gericht is aan een volk dat vertrouwd was met het oude verbond en het priesterschap, en nu gewezen wordt op Hem die de vervulling daarvan is.
Ik lees even voor uit de RPG-vertaling van hoofdstuk 6. Er staat: "Laten wij daarom het eerste onderwijs aangaande Christus laten rusten en ons richten op het volkomene." Waar de schrijver op doelt met het eerste onderwijs aangaande Christus, is het fundament dat gelegd was in wat wij het Oude Testament noemen. Dat was het eerste onderwijs aangaande Christus; in vele opzichten profetisch, met directe aankondigingen, maar vooral ook alles wat onder het oude verbond geregeld was aan instellingen, rituelen en de hele tempeldienst. De schrijver zegt: laten we dat rusten en ons richten op het volkomene, dat wil zeggen de vervulling ervan. Zonder opnieuw het fundament neer te werpen van bezinning en de bekering van dode werken en van geloof in God.
Het fundament waar hij het over heeft, bestaat uit zaken die al bekend waren uit het eerste onderwijs aangaande Christus, zoals we dat in het Oude Testament vinden. Daar vinden we ook al de oproep om zich te bezinnen op of te bekeren van dode werken en uiteraard het geloof in God. Er wordt hier een zestal punten op een rijtje gezet. Dat is net niet het getal van de volheid, juist omdat de schrijver op de volheid van Christus wijst. Het betreft geloof in God en – let op – een leer van dopen, van oplegging der handen, van opstanding der doden en van een eeuwig oordeel. Bij dat woord 'eeuwig' stotter ik niet; ik doe dat met opzet om aan te tonen dat het hier niet gaat over een eindeloosheid, maar over iets wat met een eeuw, een aion of een wereldtijdperk te maken heeft.
Al deze dingen waren bekend in het Oude Testament. De Hebreeën kende dat alles. Het Hebreeuws sprekende volk kende de bezinning van dode werken, het geloof in God en de leer van dopen. Ook de oplegging van handen speelde een grote rol, bijvoorbeeld bij de overdracht in de offerdienst, maar ook bij gelegenheden waarbij een koning of priester werd aangesteld. De opstanding van de doden was eveneens een fundamentele leer waar Israël al vijftienhonderd jaar van genoot, vanaf Mozes tot aan Christus. En ook het oordeel in verband met de toekomende eeuwen kende men. Ik zou op al die onderdelen kunnen ingaan, maar zoals de schrijver zegt: dat laten we juist rusten. Ik noem het echter omdat het te maken heeft met ons onderwerp.
Deze brief is geschreven in de jaren zestig van de eerste eeuw, vlak voor de verwoesting van de stad Jeruzalem en de tempel. Tot die tijd kenden de Hebreeën deze fundamentele aangelegenheden die in het Oude Testament onderwezen worden. Een van de dingen die daar deel van uitmaakten, was het onderwijs aangaande allerlei onderdompelingen en reinigingen. Hier wordt dus het meervoud gebruikt: dopen. Niet als werkwoord, maar als zelfstandig naamwoord: er is één doop, maar er zijn meerdere dopen. In dit geval gaat het over een leer van allerlei dopen.
Gerard wees zojuist al op het voorbeeld van de vogel of twee duiven waarvan de ene gedoopt wordt in bloed. Je kunt inderdaad in van alles gedoopt worden. Het meest voor de hand liggende is water, maar dat hoeft niet per definitie. Het hoeft zelfs geen vloeistof te zijn; het kan ook gasvormig zijn, zoals bij de wolk in de woestijn. Wij zijn met een beetje goede wil ook 'gasvormig' gedoopt, namelijk in één Geest. Dat is wat je niet kunt tasten; het is Geest.
Ik moest afgelopen week denken aan het Engelse woord Ghost. In het Engels sprak men van origine altijd over de Holy Ghost. Pas in het begin van de vorige eeuw is dat langzaam omgeslagen naar Holy Spirit, omdat het woord Ghost te veel associaties opriep met een spook. Daarbij kwam ik erachter – even terzijde – dat een spook te maken heeft met iets wat je hoort: 'spoken'. Het Engelse spoke is de verleden tijd van spreken. Je ziet een spook niet, maar je hoort hem wel. Dat is etymologie, maar in ieder geval: terug naar de zaken.
Er is sprake van een leer van dopen omdat er allerlei gelegenheden voor waren. In Hebreeën 9:10 verwijst de schrijver daar ook naar, naar onderwijs over allerlei onderdompelingen en reinigingen. Ik ga daar nu niet naartoe, maar ik neem u wel even mee naar Markus 7. Markus zet daar een toelichting bij zijn geschrift over wat er gaande was. Je leest dat de farizeeën – een afgezonderde partij onder de Joden – en al de Joden niet eten zonder eerst een handwassing verricht te hebben. U zegt wellicht: dat vind ik vrij normaal, want dat is wel zo hygiënisch. Dat klopt, maar het idee is hier niet zozeer hygiëne, als wel een ritueel. Een rituele wassing, waar ongetwijfeld ook een hygiënisch aspect aan zat, maar het ging om het ritueel.
Zij aten niet zonder eerst een handwassing verricht te hebben, waarmee zij vasthielden aan de overlevering van de ouden. Dat werd van oudsher overgeleverd, soms Bijbels en soms met een mix van allerlei toevoegingen. Het wordt hier gewoon opgemerkt: al die Joden kenden de handwassing als een reiniging, wat in feite ook een doop is. Want ik moet er even bij zeggen, ter gunste van degenen die de besprenkeling aanhangen: een baptisma hoeft niet per se 'kopje onder' te betekenen. Ook een rituele wassing gaat wel degelijk door voor een doop. Nee, dat is geen pleidooi voor de kinderbesprenkeling, maar eerlijk is eerlijk.
Het is niet zo dat, aangezien baptisme inderdaad zoiets als onderdompeling betekent, dat altijd per se een ‘kopje onder’ moet zijn. Dat hoeft niet. Die zin gaat nog door in Marcus 7 vers 4, en daar staat: “En van de markt komende eten zij niet dan na zich gereinigd te hebben.” Want ja, op zo’n markt kom je natuurlijk in aanraking met allerlei soorten mensen; ook met mensen uit de natiën, u en ik bijvoorbeeld. Die zijn onrein, niet koosjer.
En vele andere dingen zijn er waaraan zij zich volgens de overlevering houden, bijvoorbeeld onderdompelingen – weer het meervoud van dopen. Het staat hier gewoon, het grondwoord baptismus. Je herkent het zelfs als je helemaal geen Grieks kent. Denk bijvoorbeeld aan onderdompelingen van bekers en kannen en koperwerk. Ik verwijs hiernaar omdat hiermee gezegd wordt dat de Joden in het algemeen die overlevering maar al te goed kenden en dat deze voor hen zeer belangrijk was. Bekers en kannen, maar talloze andere dingen werden ritueel gewassen.
Het is nu ook nog zo dat als je in de synagoge komt, men daar een mikva heeft. Bij allerlei gelegenheden reinigde men zich ritueel, bijvoorbeeld vrouwen na de menstruatie. En ook dat was een doop, maar dan doopte men zichzelf altijd. Dat is heel essentieel in al die dopen: men doopte zichzelf. En dat gebeurde bij allerlei gelegenheden.
Wat ik er eigenlijk mee zeggen wil, is dat de Hebreeën van oudsher vele, vele dopen kenden; vele onderdompelingen, zo u wilt. Daar waren ze mee vertrouwd. Dit is eigenlijk de situatie zoals die was onder het Oude Verbond. En dan komen we nu in het Nieuwe Testament aan.
De Unieke Waterdoop van Johannes ↑ hoofdstukken
En dan komen we in aanraking met een heel nieuw soort doop, namelijk de doop van Johannes. Laten we eens naar Marcus 1 gaan, gewoon het begin van hoofdstuk 1. Ik lees weer uit de NBG-vertaling. "Begin van het evangelie van Jezus Christus." Ik sla een paar verzen over voor de tijd: "Toen geschiedde het dat Johannes doopte in de woestijn." Zie je, er kan zelfs in de woestijn gedoopt worden. Ja, ik moet er wel bij zeggen: in de omgeving van de woestijn, maar het was echt in de Jordaan. Ik zal het straks ook nog voorlezen.
Hij doopte in de woestijn en predikte de doop van bezinning, of meestal wordt het weergegeven met bekering. In het Grieks staat hier het woordje 'metanoia'. Meta betekent 'met' of 'om', en 'noia' is 'denken'. Je hebt ook zoiets als paranoia, dan zit het denken ernaast. Wat voor 'noia' heb je nog meer? Anoie? Ja, 'annoying', dat hoop ik niet dat ik ben, maar dat is Engels en dat heeft er volgens mij niets mee te maken. Metanoia betekent niet zozeer dat je omkeert – dat is eigenlijk een ander woord – het is 'omdenken'. Vandaar dat het woord 'bezinning' dat heel goed weergeeft. Johannes predikte een doop van bezinning tot vergeving of bevrijding van zonden.
Het bijzondere van Johannes, en ik denk dat dit vele mensen ontgaat, is waarom hij 'Johannes de Doper' wordt genoemd. Waarom kreeg hij die naam? Omdat het iets heel aparts was, wat de Joden tot dusver niet kenden. Zij doopten namelijk altijd zichzelf bij allerlei gelegenheden of reinigden voorwerpen, zoals we dat zojuist zagen. Maar nu kwam daar iemand en die doopte anderen. Vandaar dat hij genoemd werd 'de Doper'. Dat was bijzonder, want dat fenomeen kenden de Hebreeën tot dusver niet. Daar was nu iemand die in de woestijn een hele nieuwe weg bereidde. Je leest in de verzen die ik zojuist oversloeg, vers 2 en 3, dat hij degene is die de weg van de Heer bereidde en Hem aankondigde.
Johannes doopte een doop van bezinning. In hetzelfde gedeelte van Marcus 1 staat dat het hele Joodse land tot hem uitliep en alle inwoners van Jeruzalem. En zij werden door hem gedoopt. Niet: zij doopten zichzelf. Nee, ze werden door hém gedoopt. Voor ons christenen, die bekend en vertrouwd zijn met de hele christelijke traditie van dopen, is dat nogal logisch. Maar de Joden kenden eigenlijk alleen het dopen van zichzelf. De christenheid kent eigenlijk alleen die andere doop, namelijk gedoopt worden door een ander. Voor ons is dat logisch, maar bestaat er dan ook nog zoiets als dat je jezelf doopt? Ja, dat is juist het verschil en dat was het unieke.
Het bijzondere van de doop van Johannes is niets anders dan een waterdoop door een ander. Ik zal het nog sterker vertellen: de doop van Johannes betekent niet per se dat je gedoopt wordt door de persoon Johannes. Nee, het betekent dat je, net zoals Johannes deed, gedoopt wordt door een ander in water. Dat is de doop van Johannes. Feitelijk realiseer ik me, terwijl ik het vertel, dat het een verhaal apart is waar ik eigenlijk wat dieper op in zou moeten gaan. Ik heb dat ooit eens gedaan. Maar daar waar gedoopt wordt door een ander, heet dat nog steeds de doop van Johannes. Ook als dat in de naam van de Heer Jezus is, dan heet het technisch gezien nog de doop van Johannes, omdat de karakteristiek is dat je gedoopt wordt door een ander.
"En ze werden door hem gedoopt," staat er dan, "in de rivier de Jordaan." Dat was natuurlijk de mooiste en beste locatie die je maar kunt bedenken, al was het maar vanwege de hele historie. Over dopen gesproken: er gingen in de Jordaan nogal wat dingen en mensen onder. Een heel volk zelfs. Maar ze kwamen er ook altijd weer uit, dat is het bijzondere van die locatie. Ooit ging het volk Israël achter de ark aan – op een afstand van tweeduizend el – door de Jordaan. Toen weken de wateren en werden ze in die rivier gedoopt, maar ze gingen er droogvoets doorheen. Ze kwamen aan de andere kant weer uit de dood tevoorschijn. Het is zelfs een heel bekend thema in de gospels: de 'Jordan River'. Hoe vaak wordt dat niet bezongen: "the other side of the Jordan", de doodsrivier. Er zijn allerlei zinspelingen op. En wat dacht je van Naäman, die zichzelf zeven keer in de Jordaan doopte? Over overdopen gesproken.
De locatie van de Jordaan is dus heel markant en veelzeggend. Het is een beeld van ondergaan in de dood en daaruit weer opstaan; dat is de fundamentele gedachte. Er staat nog bij: "onder belijdenis van hun zonden". Het is ook bijzonder dat er staat dat het gehele Joodse land en álle inwoners van Jeruzalem naar hem toe gingen. Niet een paar, maar echt allemaal. Johannes de Doper was dus uiterst gezien onder het volk. Vandaar dat het zo'n kwestie was in de evangeliën, wanneer de Heer Jezus aan de Farizeeën de wedervraag stelt: "Wat denkt u, is de doop van Johannes uit mensen of uit God?" Je leest dat ze daar geen antwoord op konden of durfden te geven. Want als ze zouden zeggen "uit God", dan zouden ze daarmee impliciet ook zeggen dat Degene waar Johannes op wees – de Heer Jezus Christus – inderdaad Degene is die Israël zou verlossen. En dat durfden ze niet.
Johannes doopte en zei: "Het Koninkrijk is nabij." Dat is wat de Heer Jezus ook predikte. Men wist in die dagen dat ze op de drempel van de Messiaanse tijd leefden; de Messias zou komen. Die Messiaanse tijd is nog een verhaal apart, daar heb ik het zo meteen nog even over. Maar Johannes predikte dat, en men wist: deze man herinnert in alle opzichten aan Elia. Al was het maar door de manier waarop hij gekleed was, in een kamelenharen mantel, en dat hij sprinkhanen at. Die man herinnerde in alles aan Elia. Hij was ook de Elia die komen zou, als men had geloofd. Dat klinkt wat cryptisch, maar ik kan het ook niet helpen.
Tot zover over Johannes en die waterdoop. Dan ga ik naar Handelingen 13. Daar lees je dat Paulus in de synagoge van Antiochië is en daar zijn verhaal houdt. Hij geeft een historisch overzicht en zegt: "Uit zijn zaad [van David] heeft God naar de belofte voor Israël de Redder Jezus doen komen." Jezus betekent: 'Jahweh redt'. Het was dus zoals beloofd, aangekondigd en voorzegd: uit David zou Hij voortkomen om Israël te redden. En dan staat er in vers 24: "nadat Johannes eerst voor zijn optreden [dat wil zeggen: voor Jezus' optreden] aan het gehele volk Israël een doop van bekering, of zo u wilt van bezinning, gepredikt had."
Dus voordat de Heer Jezus in het openbaar ging optreden, was daar Johannes de Doper die zijn weg al had voorbereid. Hij trad al eerder op en doopte in de Jordaan, en iedereen liep naar hem uit. Waar het mij hier om gaat, is dat Johannes aan het hele volk van Israël een doop van bezinning gepredikt had. Aan wie predikte Johannes dus? Ja, aan het volk van Israël, en wel een doop van bezinning. Aan hen was namelijk in de eerste plaats de Messias beloofd en nu ging Hij komen. Om de weg te bereiden – want dat is wie Johannes de Doper was – predikte hij ter voorbereiding opdat het volk van Israël zich zou bezinnen en bekeren. Dat is wat Johannes deed, demonstratief door een heel nieuw soort ritueel, namelijk een waterdoop waarbij men gedoopt wérd. Dat is wat Johannes de Doper zo bijzonder maakte: het was gericht op Israëls bekering.
Dan neem ik u mee naar nog een andere schriftplaats. We gaan kriskras door met name het Nieuwe Testament en dan lees je in Johannes 1 nog dit; ook die wil ik er zeker even bij vermelden. Dit is de evangelist Johannes, één van de twaalf, en hij tekent hier op wat Johannes de Doper ooit aan het publiek had verklaard. Dan zegt Johannes: "En zelf wist ik niet van Hem," en dan heeft hij het over de Heer Jezus Christus. Dat wil zeggen dat hij verder niet op de hoogte was van die dingen, behalve dan dat hij de weg van de Messias voorbereidde. Dit was trouwens ook voordat hij de Heer Jezus doopte. Daarvóór wist hij nog niet wie Hij was. Ja, bij de doop van de Heer Jezus in de Jordaan werd het wel heel duidelijk, want dan lees je ook dat de hemel zich opende en dat de Geest van God in de gedaante van een duif op Hem neerdaalde. Er klonk een stem uit de hemel; toen was het voor Johannes onmiskenbaar.
Maar daarvóór wist hij niet van Hem, maar er staat, zegt Johannes dan: "...opdat Hij, de Messias, aan Israël zou geopenbaard worden. Daarom kwam ik dopen in water." In de NBG staat 'met water'. Daarin verraadt zich nog typisch de besprenkelingspraktijk; dan doop je mét water. Maar er staat gewoon letterlijk 'in', het Griekse voorzetsel 'en'. Wat Johannes hier zegt is: "Ik doop ín water." Waarom? Nou, opdat de Messias aan Israël geopenbaard zou worden. Wat ik maar wil zeggen – en dat moet inmiddels duidelijk zijn – is dat de waterdoop een typisch Hebreeuws-Israëlitisch fenomeen is. Ook de doop van Johannes. Heel uitdrukkelijk: Johannes predikte aan Israël en opdat de Messias geopenbaard zou worden aan Israël, dáárom kwam hij dopen in water. Nogmaals, het ritueel was niet nieuw, maar de wijze waarop hij het deed wel, en de locatie ook. Het wijst ook inderdaad op Hem die door dood en opstanding aan Israël geopenbaard zou worden. Goed, dat moet duidelijk zijn: het heeft direct te maken met de bekering van Israël en de openbaring van de Messias aan dat volk.
Johannes' Waterdoop Versus de Doop in Geest ↑ hoofdstukken
Dat wil ik graag onderstrepen om uiteindelijk bij de ene doop aan te komen: Johannes' doop versus de doop van Christus. Wat is het verschil?
Laten we eerst eens gaan naar Johannes 1, hetzelfde Bijbelgedeelte waar ik zojuist ook was. In vers 33 lees je – ik citeerde zojuist vers 31 en nu zijn we twee verzen verder: "Hij die mij gezonden had..." – dit is nog steeds Johannes de Doper die hier aan het woord is – "...Hij die mij gezonden had om te dopen in het water, die had tot mij gezegd: Op wie u de Geest ziet neerdalen en op Hem blijven, deze is het die in heilige Geest doopt."
Johannes wist aanvankelijk weliswaar niet van Hem, maar in dit geval was Hij heel uitdrukkelijk aangewezen. Als Johannes de Geest zou zien neerdalen op Hem en op Hem zou blijven voor langere tijd – figuurlijk in ieder geval altijd, en letterlijk neem ik aan dat die duif wel weer is weggevlogen, maar u begrijpt de gedachte – dan wist Johannes daarmee dat Hij het was die in heilige Geest zou dopen.
Dit is een heel belangrijk punt, want deze uitspraak vinden we maar liefst zeven keer terug in het Nieuwe Testament. Dat is veelzeggend. Johannes verklaart voortdurend dat hij doopt in water, maar dat Hij die na hem komt iets anders doet. In Handelingen 1 zegt de Heer Jezus, vlak voordat Hij ten hemel voer vanaf de Olijfberg: "Want Johannes inderdaad doopte in water, maar jullie zullen worden gedoopt in heilige Geest, niet vele dagen na deze."
Wie zou dat doen? Dat is wat Johannes voortdurend verklaarde toen hij in water doopte. Toen heel het Joodse land en alle inwoners van Jeruzalem naar hem toe kwamen en hij aan het volk van Israël predikte en demonstratief in de Jordaan doopte, was dat al een uiting en een demonstratie van wat er zou gebeuren. Johannes zei: "Ja, dit is beeld; ik doop in water, maar het spreekt van Hem die gaat komen, op wie ik wijs en van wie ik de wegbereider ben. Hij is het die zal dopen in Geest. Ik doop in water, maar Hij gaat dopen in Geest." Dat is de echte doop.
Nu stel ik de vraag: wat is het kenmerkende van de doop van de Messias? Je hebt de doop van Johannes, dat is een doop in water. Maar Hij die na hem kwam, zou dopen in Geest. Dat is de Heer Jezus Christus. Wat is het typerende van Zijn doop? Dat is dat Hij doopt in Geest. Dat is wat Johannes voortdurend verklaarde – ik zei al: zeven keer wordt dat in het Nieuwe Testament vermeld om het belang van die waarheid te onderstrepen. Wat daarmee gezegd is: de christelijke doop, of zo u wilt de doop van Christus, is een doop in Geest.
Wanneer mensen het hebben over "de christelijke doop" – kijk maar eens in de christelijke boekhandel of een theologisch werk – dan heeft men het vrijwel altijd over de waterdoop. Gerard zinspeelde er zojuist eigenlijk al even op. Maar wanneer men het over de christelijke doop heeft en daarmee de waterdoop bedoelt, dan denk ik: de essentie van alles wat Johannes predikte vanaf zijn allereerste doop ontgaat men kennelijk. Johannes zei juist: "Ik doop in water, dat is míjn doop, maar Hij komt en Hij doopt in Geest." Het is onmiskenbaar dat de doop van Christus niet een doop in water is, maar een doop in Geest.
Ik ga er nu verder niet op in, want dit hoef ik eigenlijk niet meer uit te leggen. Dit is zo glashelder als wat. We dachten misschien dat die Geestdoop een extraatje was, maar daar wil ik het ook nog even over hebben. Want dat is wel een belangrijk punt.
Twee Dopen Naast Elkaar in de Handelingentijd ↑ hoofdstukken
Ik sla eigenlijk nog een kwestie over. Dat zou dan gaan over drie modellen met betrekking tot de doop in het boek Handelingen. Want wat je ziet in het boek Handelingen, is dat daar de waterdoop... Nee, wacht even, ik moet nog één opmerking maken over de Heer Jezus, vlak voor zijn heengaan. Vlak voordat Hij vanaf de Olijfberg ten hemel vaart, lees je dat Hij zegt: "Jullie zullen worden gedoopt in heilige Geest, niet vele dagen na deze." Tien dagen later waren ze bij elkaar in Jeruzalem, honderdtwintig man, en dan lees je dus dat de Geest demonstratief op hen neerdaalt. En ook dat was met uitingen die zo onmiskenbaar waren. Kijk, dat was de doop in de Geest.
En nu stel je de vraag: hoe zit dat nou in het boek Handelingen? In het boek Handelingen blijft de doop in de Geest — die trouwens bij meerdere gelegenheden plaatsvindt — in feite ook demonstratief. In Samaria lees je later ook dat dit gepaard ging met allerlei demonstratieve dingen en met wondertekenen, met name ook het spreken in vreemde talen, zodat buitenlanders hen hoorden spreken over de grote daden Gods. Dat was daar in Jeruzalem natuurlijk helemaal het geval, want er was juist een pelgrimsfeest met Pinksteren, het Wekenfeest. Daar waren notabene mensen uit twaalf volkeren, die worden genoemd. Hoezo twaalf? Er waren er al honderdtwintig, nou ja. Maar in ieder geval lees je dat zij hen allen horen spreken. Hoe is het mogelijk? "Wij horen hen ieder in onze eigen taal spreken van de grote daden Gods." Kijk, dat is spreken in talen. Dat vind ik een wonder.
Nou, u ziet het aan mijn gezicht dat ik nu eigenlijk een heel spottende opmerking wil gaan maken over wat er tegenwoordig doorgaat voor spreken in tongen. Dat is "demonstrategisch" — ja, dat is een goed woord. Of off the record. Nee, maar ik meen het: het hele verhaal wat altijd doorgaat voor spreken in tongen, heeft niks te maken met een godswonder. Dat is een brabbeltaal. Het is helemaal niet zo dat mensen zeggen: "Wauw, ik hoor hen nu in mijn eigen taal spreken van de grote daden Gods", zonder dat die mensen die taal hebben geleerd. Want het was een talenwonder. Waarbij je trouwens nog de vraag kunt stellen: was dat nou een spreekwonder of een hoorwonder? Een hoorwonder, ja. Maar het was een wonder bovenop wonder. Ze hoorden het in hun eigen taal, dus het ging om het horen, denk ik. Maar het waren ook tongen van vuur, dus het heeft ook iets met de spreker te maken. Daar hebben we het nog wel over; het was in ieder geval een talenwonder. Laten we het daar in ieder geval op houden.
Trouwens, het Griekse woord voor taal en tong is hetzelfde. Bij ons trouwens ook vaak hoor: velerlei tongen, dat wil zeggen velerlei talen. Met welke tong spreekt men? Het heeft allemaal met spreken te maken, nogal logisch natuurlijk. Maar in ieder geval was daar in het boek Handelingen inderdaad die doop in de Geest. Maar ik moet erbij zeggen dat dit niet betekende dat de doop in water verdwenen was. Dat klopt, in het boek Handelingen bestaan die dopen naast elkaar. Je hebt aan de ene kant de doop van Johannes, die gewoon gehandhaafd blijft. Aan de andere kant is daar ook de vervulling van de doop van Johannes, namelijk de doop in de Geest. Dat bijt elkaar niet. Het loutere feit dat daar nu de doop van Christus is, betekent niet dat daarmee de doop in water is komen te vervallen.
Ik zal u dit vertellen. Wat hadden we tot dusver gezien over die doop van Johannes? Dat was een doop van bekering, een doop van bezinning, opdat Hij aan Israël geopenbaard zou worden. In het hele boek Handelingen speelt dat nog een grote rol. De bekering van Israël was eigenlijk tot aan het einde van het boek Handelingen een mogelijkheid. Ik moet er wel bij zeggen dat daar een ontwikkeling in zit. Want tot aan de dood van Stephanus... In feite is toen Stephanus werd gestenigd, het Sanhedrin — de regering in Jeruzalem, de Joodse regering — officieel het getuigenis van de opgestane Christus gaan verwerpen. Dat was niet zomaar een volksdaad; nee, officieel de regering van het Joodse volk daar in Jeruzalem heeft toen de Messias verworpen. Ze hadden eerder al de Messias gekruisigd, en nu hebben ze ook de opgestane Messias en het getuigenis aangaande Hem verworpen door Stephanus inderdaad te stenigen.
Vanaf dat moment heeft Israël officieel de Messias verworpen. En wie vind je vanaf dat moment? Die treedt dan van achter de coulissen op. De eerste keer wordt zijn naam juist in dat verband genoemd: dat was een "mantelzorger", namelijk Saulus. Hij stemde er van harte in toe. Dan vind je die figuur van Saulus, later Paulus. Een hoofdstuk later lees je inderdaad dat deze Saulus van Tarsis ook geroepen wordt op de weg naar het buitenland, op de weg naar Damascus. Vanaf dat moment — en later als Saulus of Paulus naar de natiën toe gaat — is dat in feite al op basis van Israëls verwerping. Alleen is daar nog steeds de optie van Israëls bekering. In feite, als Paulus naar de natiën gaat, dan doet hij dat ook om Israël tot jaloezie te wekken. Dat zegt hij ook in Romeinen 9 tot en met 11. Het gaan naar de natiën was eigenlijk een wake-up call, een laatste mogelijkheid voor Israël. Het evangelie gaat nu naar de natiën en dat konden ze totaal niet zetten. Ik bedoel: het primaat lag toch bij Israël? En als Paulus dan eigenlijk met voorbijzien van de besnijdenis en alle rituelen naar de natiën toe gaat en het evangelie een "heidens" gebeuren wordt — het evangelie van de voorhuid — dan riep dat zoveel verzet op. In Jeruzalem werd dat heel moeilijk en zwaar verdragen. Maar als hij dat doet, is dat eigenlijk om hen tot jaloezie te wekken.
En dat zie je dan: eigenlijk blijft vanaf de roeping van Paulus die waterdoop nog een rol spelen. Ook bij Paulus, alhoewel het geen nadruk meer heeft. Maar het is eigenlijk het thema van het boek Handelingen. Hoe was het ook alweer? In het begin van het boek Handelingen werd de vraag gesteld: "Heer, herstelt u in deze tijd het koningschap voor Israël?" Dan geeft de Heer een ontwijkend antwoord en zegt: "Nou, ga maar naar buiten. We beginnen in Jeruzalem, Judea, Samaria, tot aan het uiterste van de aarde." En dat getuigenis klinkt. Aan het einde van het boek Handelingen lees je inderdaad dat Paulus daar in Rome is en hij zegt: "Nou, jullie kunnen je niet meer bekeren. Jullie hart is verhard." Vanaf nu is er voor hen op dat moment geen omkeer meer mogelijk. Dus gedurende heel die tijd van het boek Handelingen was daar die mogelijkheid voor Israël om zich om te keren, om haar Messias aan te nemen. Aan het einde van het boek Handelingen lees je dat dit niet meer kan.
Het gekke is: als dat ook verklaard is in Handelingen 28, helemaal aan het slot van het boek — dat heel abrupt eindigt — dan is het "close". Israëls bekering is vanaf dan ook over. Dus je ziet wel een gefaseerdheid in het boek Handelingen; dat is wat ik wil zeggen. Nog steeds speelt de bekering van Israël een rol: in eerste instantie heel sterk, en vanaf de dagen van Paulus in zijn prediking wat minder. En dat brengt mij bij dit punt.
Paulus' Evangelie en de Waterdoop ↑ hoofdstukken
Wat zegt Paulus over de waterdoop? Nou, eigenlijk is er maar één expliciete uitspraak in zijn brieven waarin hij spreekt over de waterdoop. Hij spreekt heel vaak over de doop, diverse keren zelfs, maar dan gaat het over de doop in Christus. Ik kom daar straks op terug. Maar één keer gaat het dus specifiek over de waterdoop.
We gaan naar 1 Korinthe 1. Hij zegt: "Ik dank God dat ik niemand van jullie doopte, behalve Crispus" – dat was trouwens de overste van de synagoge – "en Gajus." Dat klinkt ook niet zo aardig, hè? Ja, over de identiteit van hem, dat is een kwestie apart, maar vermoedelijk was hij ook een Jood. En hij zegt: "Ik ben blij, opdat niemand zou zeggen dat jullie in mijn naam werden gedoopt", oftewel op mijn gezag.
Dan staat er ook: "Oh ja, dat is ook zo" – hij noemt de namen – "ook doopte ik nog het huis van Stefanus." Hij doopte het huis van Stefanus, en de eerste keer dat hij ter sprake komt, is ook bij de bestemming van Stefanus. Ja, daar had ik niet eens aan gedacht, bedankt. De heer Stefanus, die was trouwens een eersteling in Achaje, lees je later. Hij zegt verder: "Verder weet ik eigenlijk niet of ik iemand anders doopte."
En nou komt het, vers 17: "Want hoezo? Christus vaardigde mij niet af (of zond mij niet) om te dopen, maar om te evangeliseren." Om het evangelie te vertellen, te verkondigen. Daarom: het was niet zijn missie. Hij was er niet tegen, en in feite speelde de waterdoop ook in zijn bediening een rol totdat Israël zich nog kon bekeren. Zolang Israël zich nog kon bekeren, tot Handelingen 28, speelde de waterdoop wel degelijk een rol, maar het had geen nadruk. Het hoort niet bij mijn missie.
Het is trouwens een heel verschil: de twaalf werden er wel uitgezonden om te dopen, Paulus niet. Sterker nog, hij zegt: "Ik ben niet gezond om te dopen, maar om het evangelie te vertellen." Daarmee is eigenlijk gezegd: in mijn evangelie speelt de waterdoop geen rol. Niet omdat hij ertegen was, maar het was niet zijn missie. Vandaar ook dat het totaal geen nadruk heeft in zijn bediening. Hij heeft bij gelegenheid gedoopt, maar nogmaals: hij was er niet toe gezonden. In feite excuseert hij zich er een beetje voor: "Oh ja, nou ja... want de Heer heeft me niet gezonden. Ik heb wel gedoopt, maar het hoort niet bij mijn missie, mijn bediening; ik ben er niet toe gezonden."
Ja, waar hij het wel over had, dat is de doop in Christus. Ik moet een beetje opschieten, maar 1 Korinthe 12 – dat is trouwens ook de Korinthe-brief. In 1 Korinthe 1 zegt hij: "Ik ben niet gezonden te dopen", en dan in 1 Korinthe 12: "Want ook in één Geest worden wij allen tot in één lichaam gedoopt." Dat zijn Joden, Grieken, slaven en vrijen. Maar waar gaat het hier over? Een doop in water? Nee, over een doop in één Geest. En allen die in dat lichaam zijn, die zijn in dat lichaam omdat ze in één Geest gedoopt zijn. Op het moment dat je verzegeld wordt met de Heilige Geest, dan word je in dat lichaam geplaatst. Daar komt inderdaad geen druppel water aan te pas.
En zoals Gerrit ook al zei, en eigenlijk hebben we dat nu op allerlei manieren vastgesteld: voor dopen, om gedoopt te worden, daar hoeft helemaal geen water bij te pas te komen. In dit geval is de doop in Christus een doop in de Geest, in één Geest.
Galaten 3 nog eentje: "Want jullie allen die tot in Christus gedoopt worden, trekken Christus als kleed aan." Met andere woorden: je bent dan met Hem bekleed. Hoe dan? Dat is een doop in Christus. Is dat water? Nee, dat is een doop in Christus en ondergedompeld worden in Hem. Ja, nou ja, u begrijpt, ik moet me beperken tot het onderwerp.
Efeze 4: het Einde van de Tweedeling en de Ene Doop! ↑ hoofdstukken
Want uiteindelijk moeten we dan toch komen bij die ene doop. Ik had dat aangekondigd en dat is logisch, want daarheen waren we op weg. We hebben dus een heel aantal dingen al, weliswaar kort en voor de vuist weg, vastgesteld. Maar dan komen we aan het einde van het boek Handelingen. Ik had het er zojuist al over: Handelingen 28. Dan komt Paulus daar in Rome en dan is hij daar gevangen. Vanuit de gevangenis in Rome schrijft hij de gevangenisbrieven. En wat hij in de Efeze-brief naar voren brengt, dat is geweldig. Dat zijn ongekende hoogten. Ik heb een boek over de Efeze-brief geschreven en daar heb ik ook die titel aan gegeven: 'Ongekende hoogte'.
We zijn namelijk in Christus geplaatst en wat hij in hoofdstuk 2 ook zegt over die tweeheid, die verdeling van de besnijdenis en de voorhuid... In het boek Handelingen speelde dat nog een hele grote rol. De speciale plaats van Israël was afgeschermd door die middelmuur. Daarbuiten had je de natiën; naar het vlees stonden ze daar buiten. In ieder geval speelde in de Handelingen-tijd die tweedeling nog een grote rol. Wat Paulus nu zegt, is dat de speciale plaats van Israël verdwenen is. De muur om dat volk is weggebroken. Als u nu niet goed begrijpt waar ik het over heb, kijk het maar na in Efeze 2. Sinds dat de realiteit is, is er eenheid.
Dan schrijft hij vanaf vers 3: "beijverend de eenheid van de Geest te bewaren". Ik vind het zo prachtig dat hier 'bewaren' staat, want dat veronderstelt dat die eenheid van de Geest er is. Daar waar we het evangelie kennen, daar is eenheid. Die hoeven wij niet te maken. Op het moment dat je een eenheid gaat maken, dan weet je in ieder geval: dat is niet de eenheid van de Geest. Want die is er namelijk al. In feite, als je een eenheid gaat maken, dan bewaar je dus niet de eenheid van de Geest. Zo sterk is het.
Beijverend de eenheid van de Geest te bewaren in de samenbinding van de vrede. Dan noemt hij zeven dingen; zeven keer een eenheid. Ik ga uiteraard niet op al die dingen in, maar hij zegt iedere keer: één lichaam, één Geest, één hoop van jullie roeping. Dat woord 'één' is een bepaald telwoord. Je hebt ook 'een', dat schrijf je hetzelfde, maar dat is een onbepaald lidwoord. 'Één' wil zeggen dat het een bepaald telwoord is: één. En dat betekent: slechts één. Het gaat er niet om dat er 'een' lichaam is en 'een' geest, nee, er is één lichaam, één Geest, één hoop; slechts één.
De nadruk ligt dus op die eenheid. Er is één lichaam. Nu niet meer verschillende lichamen, niet meer verschillende geesten of sferen, en ook niet verschillende verwachtingen. In het boek Handelingen was er ook nog de verwachting van de besnijdenis en de verwachting van de voorhuid, van de natiën. Maar nee, sinds Handelingen 28, sinds Paulus daar in de gevangenis is en de bijzondere plaats van Israël verdwenen is, is er slechts één lichaam, één Geest en ook één verwachting. Geen tweedeling meer, slechts één; de beiden zijn één gemaakt.
Als Paulus deze nadruk iedere keer legt op dat telwoord 'één', dan is dat eigenlijk ook een toelichting op wat hij in Efeze 2 al had betoogd. "Eén Heer", zegt hij, "één geloof". Er was inderdaad verdeling, ook als het gaat om gezag en autoriteit. Nu zegt hij: er is nog één Heer en één geloof. En nu komen we er. Het duurt lang, maar juist door deze route te bewandelen, komen we bij deze uitkomst: één geloof. Nu begrijp je ook waarom er nog maar één doop is. Niet vele dopen, zoals onder het Oude Verbond; zelfs niet twee dopen, zoals in het boek Handelingen, toen het volk van Israël zich nog steeds zou bekeren of kon bekeren. Nee, sinds Paulus daar in Rome is en het boek Handelingen is afgesloten en Israëls bekering voorlopig is uitgesteld, is er één lichaam, één Heer en één doop. Niet langer twee dopen, maar één doop.
Hij zegt nog ter afsluiting: "één God en Vader van allen". Dus hoe kennen wij elkaar? Wat is de basis van onze omgang met elkaar? Nou, dat we één Heer hebben, één geloof en één doop. Dat is wat ons verbindt. Op het moment dat je er andere elementen bij brengt, dan is het niet meer 'één'. Dan creëer je dus verdeeldheid, terwijl we ons juist zouden beijveren om de eenheid te bewaren; een geestelijke eenheid. De boodschap waarmee Paulus dan ook afsluit, is: één God en Vader, die is van allen, die is boven allen, door allen en in allen. Kijk, in die boodschap vinden we elkaar ook. Ik weet het, ook dat wordt natuurlijk alom ontkend. Maar dat is God, de God en Vader. Hij is Vader van allen, maar ook boven allen, door allen en in allen — uiteindelijk. Nu nog niet, maar dat wordt wel de situatie. Dat is die eenheid die we koesteren en die we bewaren. Het is echt de moeite waard om ons te beijveren om dat te bewaren.
Samenvatting: van Vele Dopen Naar Één Doop ↑ hoofdstukken
Dus als ik het even mag samenvatten: schematisch gezien had je onder het Oude Verbond vele dopen. Vervolgens krijg je de Handelingen-tijd; in die periode waren er twee dopen. Dat was de doop van Johannes, namelijk de doop in water, en de doop van Christus, een toch geestelijke doop.
En na de Handelingen-tijd, nu Israël inderdaad terzijde staat en de bekering van Israël geen optie meer is – er is geen bijzondere plaats voor dat volk meer – blijft er slechts één doop over. En daar wil ik het graag bij laten. Bij die ene doop, daar wil ik het graag bij laten.
Goed, lieve mensen, ik hoop dat hiermee het een of ander verduidelijkt is, want er bestaat veel verwarring over dit thema. Maar dat had u, zo al luisterend, wel in de gaten.
UltimateGoodNews