GoedBericht.nl logo
UltimateGoodNews

Fibonacci, Saulus en Paulus (WB)

30-05-2022 - Geplaatst door Andre Piet
29 mei 2022, Benthuizen (waargenomen door Wolter Brakshoofden omdat ik een weekend weg was)

Twee totaal verschillende onderwerpen.
De bovenste video ( Art den Boer) begint bij de wondere wereld van de reeks van Fibonacci en symmetrie.

De onderste video (Wolter Brakshoofden) toont de hele samenkomst waarbij de studie over Paulus’ roeping, begint bij minuut 14:06.

Powered by RedCircle

📝 Samenvatting & Transcriptie van deze lezing

Samenvatting van deze toespraak

Deze studie toont allereerst Gods volmaakte orde in de schepping aan de hand van de Fibonacci-reeks en de guldensnede. Deze wiskundige precisie, zichtbaar in de natuur en bijbelse architectuur, wijst op de Plaatser die alles in perfecte balans heeft gezet. Vervolgens wordt de roeping van Saulus behandeld, waarbij de verschillende verslagen in Handelingen met elkaar worden vergeleken. De nadruk ligt op zijn unieke aanstelling om het evangelie van de voorhuid aan de natiën te brengen. De boodschap culmineert in de rijke genade die we hebben ontvangen, namelijk de volledige loslating van zonden en een vast lotsdeel.

“Dat is het prachtige van het evangelie van Paulus: het is altijd all-inclusive. Je hoeft niet op de kleine lettertjes te letten; God heeft iedereen op het oog.”

Introductie: Pi, Phi en de Reeks van Fibonacci ↑ hoofdstukken

Goedemorgen lieve mensen, ik doe vandaag even het voorwoordje en ook voor de kijkers in Stockholm. Tot morgen! En in Schöre. Dat betekent ook: goedemorgen lieve mensen. Ik wou het over een apart onderwerp houden. Wat is dit? Is er iemand in de zaal die weet wat dit is of welke letter? Een wiskundige, hoor ik daar ergens. Nou, niet echt een duidelijk antwoord vanuit de zaal. Deze? Weet iemand deze misschien? Nee, jullie Grieks is niet echt optimaal, hoor. Deze, die moeten jullie toch wel weten? Pi, hoor ik daar. Oké, dat klopt. Nou, toch nog maar één goed antwoord.

Ik laat hier even het Griekse alfabet zien. Dan heb je alpha, bèta, gamma, delta enzovoort. En hier kom je ook pi tegen. Hier: pi. En die andere is phi. Dus geen pi – dat is een andere pi. Geen André Piet, maar een andere pi. En dit is de kleine letter en dit is de grote letter. Bij pi heb je dat ook. En bij pi kennen we... Dus als jullie bij de wiskundeles opgelet hebben destijds, long time ago: dat is dit getal. Dat is even een update, dat zal wel nodig zijn voor degenen die wiskunde toch geen geweldig vak vonden. Ik denk dat iedereen dat wel vindt.

Archimedes, hij leefde van 287 tot 120 voor Christus, dus echt wel heel lang geleden. Die heeft het getal pi, Mister Pi, een getal gegeven. En dat is dus de omtrek van een cirkel die hij heeft berekend. Dat is eigenlijk altijd dezelfde formule: diameter maal pi, 3,14 en dan een hele reeks erachter. En dat gaat dan eindeloos door; je kunt daar gewoon 10.000 getallen achter de komma doorberekenen. Dit staat voor pi.

En dan heb je die andere waar ik het over wil hebben: phi. Ik zie dat er iets versprongen is, maar goed, het maakt verder niet uit, alles staat op de sheet. Phi is 1,6 en dan nog een reeks getallen erachter. Dat is een verhouding die Leonardo Fibonacci, een Italiaan, ongeveer duizend jaar later dan Archimedes heeft berekend. Wat houdt dat nou in, dat getal? Want er komt namelijk ook heel veel weer terug in allerlei verhoudingen.

Ik heb hier even de reeks van Fibonacci laten zien. Dat is een bepaalde regelmaat die je in de wiskunde terugziet. Hij had het inmiddels meer gebaseerd op konijnenkoppels die iedere maand twee jonkies kregen, een mannetje en een vrouwtje, en die gingen zich weer vermenigvuldigen. Dan kwam hij op een bepaalde reeks. Dat was eigenlijk de aanzet, maar daar zat nog veel meer achter.

Ik ga het even uitleggen: 1 plus 1 is 2. Nou, dat snapt iedereen nog wel, denk ik. Dan heb je de laatste twee cijfers, de 2 en de som van de laatste twee cijfers. Dus dat is 3, dit bij elkaar. En dan krijg je 5. Nou, dat gaat zo door. En dan krijg je een hele reeks getallen die eindeloos doorgaan. Hoe hoger het getal, dat gaat ook eindeloos door, die verhouding. Dit is die 1,6-verhouding. Dat laat ik hier even duidelijk zien: vijf gedeeld door drie is 1,6. Het is een hele saaie wiskundeles, met nog Grieks erbij ook. Dus mooier kan ik het even niet maken, maar ik kom straks op een leuker punt dan alleen deze droge som. Maar we moeten er even doorheen.

Hier zie je inderdaad ook die reeks 1,6 terugkomen. En dat is ja: 1,618033 enzovoort. Hoe hoger het getal, hoe nauwkeuriger de uitkomst. Ik heb hier nog even in een... kijk, dit hoort erachter, maar goed, het is een beeldschermfoutje zal ik maar zeggen. Hier heb ik even een systeempje of verhoudingsgewijs die getalletjes weer terug laten komen. Dit is ook een schematisch overzicht van die reeks van Fibonacci, zal ik maar zeggen: 1, 1, 2, 2. En je ziet steeds die 1,6 op 1 verhouding.

Dit, dit, en dan heb je dit vlak. Dit is weer 1,6 groter. Dit vlak is 1 en dit is weer 1,6 groter. Nou, dat gaat zo steeds door. En om het nog even mooier te maken, heb ik even de lijnen er nog in gezet, de breeklijnen. En als je nu zegt: het gaat een beetje duizelen, dan is dat op zich een goed teken. Ik geef er nog even een draai aan. Deze spiraal, en die spiraal verbindt alle hoekpunten weer. Maar dit is wel een heel symmetrisch figuur, gebaseerd op die reeks van Fibonacci. Nou, leuk weetje, maar wat heb ik hier aan?

De Guldensnede in de Natuur en het Menselijk Lichaam ↑ hoofdstukken

Het is namelijk de guldensnede. En die guldensnede komen we in allerlei zaken tegen. Ik kom daar zo nog even op terug, anders loop ik te veel op de zaken vooruit, maar ik wil het u alvast laten zien. De guldensnede is gebaseerd op de verhouding 1 staat tot 1,6. Dat zien we prachtig terugkomen in het menselijk lichaam. Neem bijvoorbeeld de navel: de verhouding tussen de afstand tot de navel en de afstand daarboven is precies 1 staat tot 1,6. Maar ook als je de armen naar beneden houdt, zie je diezelfde verhouding: dit deel verhoudt zich tot dat deel als 1 tot 1,6.

Datzelfde geldt voor de handen en de vingerkootjes; overal zit die verhouding van 1,6 in verweven. Ook bij de arm en de hand, in de verhouding tussen de verschillende delen onderling, zie je dat steeds weer terug. Zelfs in het gezicht zit een duidelijke symmetrie. Dit zijn slechts enkele kleine voorbeelden van hoe deze verhouding in het menselijk lichaam naar voren komt.

En wat zien we nog meer? Zelfs op het allerkleinste niveau, in het DNA van het menselijk lichaam, komt die verhouding terug. Het is een schitterende 1,6-verhouding, bijvoorbeeld in de getallen 34 en 21. Die getallen maken deel uit van de Fibonacci-reeks, een uiterst stabiele verhouding.

Waar komen we dit nog meer tegen? Ook in de natuur is het overal aanwezig, heel duidelijk bij bloemen. Ik laat het u even zien: bloemen met één blad, twee blaadjes, drie, en zo verder tot wel 55 bladeren. Het is heel bijzonder dat de reeks daar zo consistent in terugkomt. Een klavertje vier zit hier overigens niet bij, die valt er net buiten – maar daar moet je natuurlijk geluk bij hebben.

Kijk ook eens naar al die andere vormen met spiralen in de natuur. Het begint al bij de foetus, die in feite ook al in zo’n symmetrische spiraalvorm ligt. Of denk aan de inktvis, of de Romanesco, een soort bloemkool. Die bloemkool zelf heeft trouwens ook die spiraalachtige vorm in de bladeren, en zelfs het menselijk oor vertoont diezelfde vorm. Hier ziet u nog allerlei andere planten: de paardenbloem, aloë vera, zonnebloemen, rozen, enzovoort. En onderop ziet u de dennenappel. Ook de ananas is volgens datzelfde systeem opgebouwd; een spiraalachtige vorm waarin een enorme regelmaat zit, waar ik zo nog even op terugkom.

Denk ook aan een cycloon, of zelfs aan het heelal; overal zie je deze vormen terugkomen. En uiteraard het slakkenhuis, dat is eigenlijk een prachtig voorbeeld. Daar zit in feite een dubbele spiraal in. Om nog even op de zonnebloem terug te komen: daar zie je die dubbele spiraalvorm heel duidelijk. Of je de spiralen nu linksom, rechtsom of vanuit het hart telt, het zijn allemaal verhoudingen die rechtstreeks uit de Fibonacci-reeks komen. Je ziet het hier: de ene kant op zijn het er 34, de andere kant op 21, en als je recht vanuit het hart telt, zijn het er 55. Als je alleen al naar deze vormen kijkt, dan vraag je je af: wie bedenkt dit? Hoe schitterend zit dit in elkaar? En dat geldt voor al die zonnebloemen.

Natuurlijk heb je weleens een uitzondering, eentje die er net buiten valt, maar dat heb je bij mensen natuurlijk ook. Je ziet hier nog meer vormen. Zelfs in het kapsel van Trump – ook een schepsel, zullen we maar zeggen – zie je het terug. Maar goed, je kunt het natuurlijk in alles zien als je dat graag wilt. Ik dacht meteen: inderdaad, geen perfect schepsel. Maar uiteindelijk komt alles goed, dat weten we ook. Het is ook prachtig om te zien bij de staart van een kameleon of bij een zeepaardje; ook daar heb je weer die schitterende vorm. Die structuur biedt een stabiliteit die bijna niet anders kan.

De Guldensnede in Bijbelse Verhoudingen en Architectuur ↑ hoofdstukken

Verder kom je in de Bijbel trouwens ook deze verhouding tegen. Neem bijvoorbeeld de Ark van Noach. Noach had exacte maten gekregen om die ark te bouwen: 300 el lang, 50 el breed en 30 el hoog. Nou, die 50 en die 30 vormen ook weer een verhouding van 1,6 staat tot 1. Dat is een hele stabiele verhouding.

Maar ook bij de Ark van het Verbond zie je het: 2,5 bij 1,5 el. Ook 2,5 staat tot 1,5 is weer ongeveer 1,6. Natuurlijk geldt: hoe lager het getal, hoe minder nauwkeurig, maar dit is wel die 1,6-verhouding. Het grappige is dat ze in de Gouden Eeuw en dat soort tijden schepen bouwden die heel hoog en smal waren, maar die waren eigenlijk helemaal niet zo stabiel op zee. Totdat er iemand zei: "Laten we eens die verhouding van de ark toepassen." Dat bleek een veel stabielere verhouding voor hun boot op zee te zijn. Tegenwoordig wordt die verhouding ook heel veel toegepast, zeker bij olietankers en dat soort grote boten. Het is gewoon stabiel; het is simpelweg een perfecte verhouding.

Je komt de verhouding ook tegen in bouwwerken over de hele wereld. De Piramide van Cheops bijvoorbeeld. Ik heb hier even een kleine toelichting bij gezet: als je de verhoudingen van de piramide berekent, komt het er eigenlijk op neer dat deze lijnen ook weer die perfecte verhouding van 1,6 hebben. Het is van alle kanten bekeken een heel symmetrisch bouwwerk. Die wetenschap komt natuurlijk ook ergens vandaan.

Nog wat andere voorbeelden: het Parthenon in Athene op de Akropolis heeft ook weer die exacte vorm van de 1,6-verhouding. Ook de Taj Mahal in India heeft dat. Je ziet het veel in bouwwerken terug, zoals bij een wenteltrap die mooi naar beneden loopt; daar zie je die spiraalvorm weer in terugkomen. Dit is echt de architectuur, dat is mensenwerk. In de kunst zie je het ook veel terug als je erop let, zeker bij Leonardo da Vinci. Hij leefde zo'n driehonderd jaar na Fibonacci. Het waren natuurlijk landgenoten, allebei Italianen. Bij hem zie je ook bepaalde verhoudingspatronen op een vlak terugkomen, die 1,6-verhouding.

Maar denk bijvoorbeeld ook aan papierformaten zoals A4, A3, A2 en A1. Of een creditcard, een foto, een beeldscherm. Dat zijn allemaal prettige verhoudingen die de structuur van 1,6 staat tot 1 hebben. Je kunt dit heel ver doorvoeren, maar dat ga ik nu even niet doen.

Gods Volmaakte Orde en Balans in de Schepping ↑ hoofdstukken

Waar het mij even om gaat, is dat als je naar de schepping kijkt, je die hele mooie, stabiele verhouding ziet. Er is er maar Eén die dat heeft kunnen doen: dat is de Plaatser, die alles exact op de juiste plaats zet, in de juiste verhouding ook. De rest is eigenlijk een beetje mensenwerk wat we lieten zien; dat is natuurlijk een afspiegeling van de schepping. Maar de basis heeft de Plaatser, die wij kennen, geplaatst. Tot in het grootste heelal heeft Hij alles geplaatst met de kleinste nauwkeurigheid, maar ook in de juiste verhouding.

En zelfs in het kleinste deel, zoals het DNA in een lichaam, heeft Hij dit met grootse nauwkeurigheid geplaatst. Dus alles heeft zo zijn plekje en daarom is het ook te plaatsen. Je hebt een orde en je hebt een wanorde. Die wanorde wordt door de diabolus veroorzaakt, omdat die weer alles door elkaar gooit. Dus zo heb je in de schepping orde, evenwicht en balans. Alles heeft zijn juiste verhouding. Nou, alles is geplaatst op de juiste plaatsen, op exact de juiste plaats, en dat gaat Hij de komende tijden ook weer doen. Het is door elkaar gegooid door de diabolus, maar de Plaatser gaat alles weer op zijn plaats zetten. Nou, dat wilde ik met jullie overdenken. En nu het woord aan Wout. Dankjewel.

De Roeping van Saulus: Drie Verslagen in Handelingen ↑ hoofdstukken

Ik heb heel lang zondagsschool gedaan. In twee jaar tijd vertelden we de geschiedenissen van de Bijbel aan de kinderen; zo gingen we in twee jaar tijd door de hele Bijbel heen. Ik mocht dan vaak iets delen bij de twaalf-, dertien- en veertienjarigen. Je kreeg een geschiedenis en die moest je voorbereiden. Wat mij daarbij vaak opviel, was het volgende: dan dacht ik bijvoorbeeld dat ik een bepaald verhaal of een geschiedenis wel kende, maar dat bleek dan altijd toch net iets anders te liggen. Als je zo’n geschiedenis ging lezen en onderzoeken, kwam je altijd weer nieuwe zaken tegen, of dingen waarvan je dacht: "Staat dat er nou echt?"

Ik wilde eerst met u door het hele leven van Saulus en Paulus gaan, maar al heel snel werd me duidelijk dat dat veel te veel was. Dan zou ik u tot morgenavond hier bezighouden en dat is niet de bedoeling. Uiteindelijk heb ik er één geschiedenis uitgehaald waarvan u misschien denkt: "Nou, dat is een hele bekende, die ken ik wel." Maar dan vraag ik toch nog even uw aandacht, want er zitten hele bijzondere aspecten in. Het is de geschiedenis van de ontmoeting met de verheerlijkte Heer op weg naar Damaskus.

Deze geschiedenis vinden we drie keer terug in het boek Handelingen. De eerste keer is in Handelingen 9, daar wordt de geschiedenis zelf omschreven. De tweede keer is in Handelingen 22; dan staat Paulus bovenaan de trap en spreekt hij het Joodse volk toe. Dan vertelt hij ineens andere aspecten en laat hij sommige dingen weg. De derde keer vertelt Paulus zijn verhaal aan koning Agrippa, een heidense koning, en dan vertelt hij weer andere aspecten en laat hij ook weer dingetjes weg.

Dat is niet omdat hij dat vergeten was, want Paulus had – dat zullen we zo zien – een hele goede opleiding genoten hoor, vergis u niet. Maar dat deed hij bewust. Hij wist precies: nu sta ik voor het Joodse volk en vertel ik dít, en nu sta ik voor een heidense koning en vertel ik dát. Dat is heel bijzonder. Wat ik vandaag met u wil doen, is Handelingen 9 met u lezen en daarna wil ik wat inzoomen op de aspecten die Paulus naar voren brengt in Handelingen 22 en 26.

Ik hoop dat u een Bijbeltje bij u heeft, want ik heb het niet gedaan zoals André dat meestal doet: regel voor regel met de concordante tekst eromheen. Ik heb het op deze manier gedaan, en hier ziet u een beetje het programma dat ik wil doorlopen. Ik heb het zo gedaan.

De Ontmoeting met de Verheerlijkte Heer op Weg Naar Damascus ↑ hoofdstukken

In Handelingen 9, en ik lees het voor en af en toe zal ik er iets bij zeggen, staat: "En Saulus, nog dreiging en moord blazende tegen de discipelen des Heren, ging naar de hogepriester en vroeg van hem brieven." Hij wilde een volmacht zodat hij hen geboeid kon meevoeren. Terug naar Jozef. En vroeg van hem brieven naar Damascus voor de synagoge om, als hij mannen en vrouwen die van die weg waren zou vinden... Die term vinden we heel vaak in de Handelingen terug: "die weg". En dat spreekt natuurlijk van hen die wisten dat de Heer was gestorven en was opgestaan, die Hem als Messias herkenden. "Van die weg waren zou vinden en hen gevankelijk naar Jeruzalem te brengen." En het woord "gevankelijk" is een aardig woord, dat is geboeid. Dus ze werden geboeid en dan zouden ze naar Jeruzalem gebracht worden.

En terwijl hij daarheen op weg was — geschiedenis — toen hij Damascus naderde, gebeurde het dat hem plotseling licht uit de hemel ontstraalde. En "plotseling" wil zeggen: het werd totaal niet verwacht. Het was heel onverwachts. Hij was op reis en opeens ontstraalde hem een groot licht. En ter aarde gevallen hoorde hij een stem. En dit is wel aardig, ik wil u heel even meenemen naar Johannes 18 vers 6, want daar stond iets heel aparts. Ik kijk dan vaak die termen na: waar komt het voor en wat zegt dat ons? Nou, in Johannes 18 vers 6 staat namelijk dit, daar gaat het over de gevangenneming van de Heer Jezus in de hof van Gethsemané. Ik begin heel even bij vers 3 te lezen, en dat is heel opvallend. Judas kwam daar, die een afdeling soldaten tot zijn beschikking had gekregen — hier ziet u trouwens dat Judas soldaten tot zijn beschikking had gekregen, en daar kom ik straks nog eventjes op terug — en dienaars van de overpriesters en de Farizeeën, voorzien van lantaarns, fakkels en wapenen. Jezus dan, alles wetende wat over Hem komen zou, kwam naar voren en zeide tot hen: "Wie zoekt gij?" En zij antwoordden Hem: "Jezus de Nazoreeër." En Hij zeide tot hen — en dat staat in de NBG-vertaling: "Ik ben het" — maar dan moet u eens opletten. Hij zeide tot hen: "Ik ben." En ook Judas, zijn verrader, stond bij hen. En toen Hij dan tot hen zeide "Ik ben" — daar staat net iets anders, Jezus gebruikte daar de Godsnaam, Hij zei: "Ik ben" — deinsden zij terug en vielen ter aarde. En dat is wel heel bijzonder. Want ja, wij zoeken Jezus... "Ik ben." Maar u ziet dat op het moment dat Hij de Godsnaam gebruikt, dat mensen die respect hebben en godvrezend zijn, schrikken. En zij vielen ter aarde.

Eigenlijk diezelfde term komen we hier terug in Handelingen 9: plotseling licht uit de hemel en ter aarde gevallen hoorde hij een stem tot zich zeggen: "Saul, Saul, waarom vervolgt gij Mij?" Dat vind ik altijd heel mooi. Dan denk ik altijd: waarom zei de Heer nu twee keer zijn naam? Dus ja, dan ga je zoeken, en dan blijkt dat in de Schrift vooral voor te komen als de Heer ook echt hier de aandacht wil hebben. Want let op, in Genesis 22 lees je bijvoorbeeld in vers 11 dat de engel van de Heere tegen Abraham zegt: "Abraham, Abraham, strek uw hand niet uit." Maar we hebben ook Genesis 46, daar riep God tot Israël: "Jakob, Jakob." Een dubbele aanroep. Exodus 3 vers 4, bij de brandende braamstruik: "Mozes, Mozes", en dan krijgt hij een belofte. Lees 1 Samuël 3 vers 10, daar wordt Samuël aangeroepen, daar staat het al: "Samuël, Samuël." "Spreek, Heere, want uw knecht hoort," zegt hij dan. Of Lukas 10 vers 41 — nu heb ik het vers denk ik — "Martha, Martha." Dat zijn bekende, hè? Martha, Martha. Maria koos het goede deel. Ja, en wat was dat? Dat was zo bijzonder. Maria zat aan de voeten van de Heer en luisterde naar zijn woorden. Ja, en dat was het goede deel. En Martha, Martha was bezig, maar ze was afgeleid. Je kunt afgeleid worden door een heleboel zaken die moeten gebeuren in een dienst of ergens anders, en dat kan je allemaal in beslag nemen. Maar weten we wat nou het mooie is? Ben je onrustig? Krijg je je gedachten niet tot rust? Ga dan eens even zitten en luister naar wat de Heer te vertellen heeft. Naar de woorden van de Heer. En dat was het goede deel. Dat vind ik zo bijzonder. Kijk bijvoorbeeld — en ik gebruik dat nu heel bewust — de woorden van de Heer, het evangelie, het goede bericht: wij zijn vrij van zonde, daar hebben wij helemaal niets meer mee te maken. Nou, wat geeft dat een rust als je dat mag beseffen, als God je hart daarvoor opent. En daar kom ik straks nog op terug. En dames en heren, we hebben een lotsdeel ontvangen. Ja, en dat is bijzonder. Dat maakt ons hele dankbare mensen. Geweldig. Luister naar de woorden van de Heer, ga aan zijn voeten zitten en hoor wat Hij ons te vertellen heeft. Ja, dat is fantastisch, dat is geweldig. Maar het gaat nog verder, hè? "Simon, Simon." Petrus vindt u ook terug in Lukas 22. U ziet het, er is een hele rij te vinden met dubbele aanroepen. En in wezen is dat om de aandacht er nu even goed bij te houden: "Saul, Saul, waarom vervolgt gij Mij?"

En hij zeide: "Wie zijt Gij, Heere?" En Hij zeide... ik moet even stoppen: "waarom vervolgt gij Mij?" Want in de NBG-vertaling — en dat doen ze wel vaker, ik denk dat ze er geen raad mee weten — daar ontbreekt deze zin: "Het is u hard de verzenen tegen de prikkels te slaan." Vroeger hadden ze lastdieren, daarmee bewerkten ze het land. En dan ploegden ze. Zo’n lastdier moest, als hij stond, in beweging gebracht worden. Dan hadden ze een prikstok en dan prikten ze zo’n beest en dan ging hij lopen. Dan kwam er beweging in. Maar als zo’n beest onwillig was, dan trapte hij naar achteren. En de Heer zegt: "Waarom vervolgt gij Mij?" En dan vindt u in Handelingen 9 deze tekst — en dat vindt u trouwens ook, als ik me niet vergis, in Handelingen 26 en weer niet in Handelingen 22. Maar wat de Heer eigenlijk zegt is: Saul is een onwillig lastdier en hij trapt naar achteren. Saul, verzet je nou niet. Je moet in beweging komen, maar je moet niet naar achteren trappen. Je moet je niet verzetten tegen het woord wat jij straks gaat brengen. Dat is een hele aardige. Het ontbreekt gewoon in de NBG-vertaling, ik weet niet of het in de Statenvertaling er wel bij staat. Ja, dus het is hard de verzenen tegen de prikkels te slaan. Dat zie je dus. Grappig hè, als vertaler moet je het er toch bij zetten. Maar goed.

En hij zei: "Wie zijt Gij, Heere?" En Hij zei: "Ik ben Jezus. Maar sta op en ga de stad binnen en daar zal u gezegd worden wat gij doen moet." En dat is ook wel een hele bijzondere. Want kijk, het is niet zomaar van: "Nou Saulus, jij moet nu iets gaan doen." Nee, dat heeft de betekenis dat er iets noodzakelijks gaan gebeuren. Het is noodzakelijk wat jij nu als volgende gaat doen. Dus Ik ga jou een taak geven, en dat is niet zomaar: ga je gang maar. Het is noodzakelijk. Want in Gods heilsplan stond al vast dat Israël tijdelijk zou struikelen, zodat het heil naar de heidenen zou gaan. Wat vindt u in de geschiedenissen van de hoofdstukken Romeinen 9 tot en met 11? Ze zouden zelf struikelen, zodat het heil, de redding, naar de heidenen zou gaan. Dat vindt u hier terug en dat is een beetje ook de gedachte: het is noodzakelijk dat jij nu dat gaat doen. En dit is ook wel aardig: "En de mannen die met hem reisden, stonden sprakeloos." Ja, de mannen die met hem reisden... ik heb er wel eens over nagedacht, die zouden dan mensen in Damascus vastnemen en boeien. Zou het nou niet net zo zijn als we net hebben gelezen, dat dat gewoon Romeinse soldaten waren? En in een ander hoofdstuk lezen we dat hij werd aangesproken in de Hebreeuwse taal. Maar goed, houd dat even vast, daar kom ik straks nog op terug. Ze hoorden een stem, maar ze zagen niets. Ja, een persoon wel het licht. En Saul stond op van de grond, en hoewel hij zijn ogen open had...

Hoewel hij zijn ogen open had, kon hij niets zien; hij was blind. En dat kan natuurlijk niet missen: dat is een beeld van het volk Israël, waar we later in Handelingen 28 over lezen: "Ziende zult gij zien en geenszins opmerken." En er staat nog veel meer bij: "Horende zult gij horen," enzovoort. Dat vindt zijn weerklank in Handelingen 28. Israël aanvaardt als het ware zijn Messias niet. De deur gaat dicht, maar er gaat een raam open; er gaat een venster open voor de heidenen. Dat is tijdelijk, dat weten we, maar het gaat gebeuren. Als je kijkt in Romeinen 11, dan zie je ook nog dat God hen een geest van verdoving geeft, ogen om niet te kijken. Maar, zoals ik erbij heb gezet: op de derde dag zullen ze zien. Dat zit allemaal in die geschiedenis verweven.

Saulus kon drie dagen niet zien. Dat is u waarschijnlijk wel bekend, maar misschien is er iemand die dit voor het eerst hoort: een dag is bij de Heer als duizend jaar. Dus als je praat over dagen en je kijkt in de geschiedenis, dan weet je: op de derde dag zullen ze Hem zien. Kijk eens aan, en die tijd komt denk ik redelijk snel; daar komen we wel. Dat zullen we gaan zien. En u weet het: dan is het lichaam van Christus weggerukt. Oké, dat is niet het onderwerp, maar dit even tussendoor.

Saul stond op en hoewel hij zijn ogen open had, kon hij niets zien. Ze leidden hem bij de hand en brachten hem naar Damaskus. Hij werd begeleid naar Damaskus en kon drie dagen lang niet zien; hij at of dronk niet. Het kan niet anders dan dat hij echt in shock was. Hij vervolgde immers Jezus! En dan gaat de geschiedenis verder in Handelingen 9 vers 10.

De Profetische Betekenis van Ananias en de Rechte Straat ↑ hoofdstukken

Nu was er te Damascus een discipel genaamd Ananias. De Heer zei tot hem in een gezicht: "Ananias!" En hij zei: "Zie, hier ben ik, Heer." De Heer zei tot hem: "Sta op en ga naar de straat die de Rechte heet." Laten we eerst eens kijken naar die naam Ananias. Als je in het Hebreeuws kijkt, zie je dat die naam een heel mooie betekenis heeft. Ananias betekent: "Jah is genadig". En dat is de man die naar Saulus gezonden wordt – Saulus, ik moet het goed zeggen hè.

Als je in Gods Woord kijkt, zie je dat de naam Ananias op drie verschillende plekken in de geschiedenis voorkomt. De eerste keer is in de geschiedenis van Ananias en Saffira. De tweede keer is hier in Handelingen 9, bij de roeping van Saulus, waar Ananias een leerling is. In de eerste geschiedenis staat erbij dat Ananias "een zeker man" was. En de derde geschiedenis spreekt van de hogepriester Ananias.

Je kunt zeggen: "God is genadig", maar als ik die geschiedenis van Ananias en Saffira bekijk, dan ken je die misschien wel. Zij verkochten een stuk land, maar ze brachten niet de hele opbrengst bij de apostelen; ze hielden iets achter. Dat werd direct herkend, want de apostelen waren met de heilige geest vervuld. Ananias stierf ter plekke. En er staat heel nuchter bij dat drie uur later zijn vrouw Saffira kwam. Zij ging weer het gesprek aan, vertelde dezelfde leugen en zij stierf ook. En wat je dan ziet... kijk, de Heer is genadig, maar die geschiedenis vertelt ons ook iets anders. Een broeder heeft dat eens in de concordantie nagekeken en die zegt: dat is een beeld van hoe de rechtvaardigheid in het Koninkrijk plaatsvindt. Dat is rechtvaardig, maar streng. Daar wordt iets opgelegd in de zin van: je moet iets doen, en als je dat niet doet, word je daardoor geoordeeld. Wat je ziet is dat die eerste Ananias liegt, en dat wordt direct kwalijk genomen; hij valt dood neer. Zo zal het straks ook werken, want de natiën die straks niet luisteren tijdens het Koninkrijk... Welnu, Hij zal hen hoeden met een ijzeren roede, staat er in Gods Woord. Zo werkt het straks, en daar staat die eerste Ananias symbool voor.

De tweede Ananias, degene die naar Saulus toeging, was een godvrezend man naar de wet. Hij had een heel goed getuigenis van alle Joden die daar woonden. Hij ging naar Saulus toe. En dan is het wonderlijke: wat is het eerste dat Saulus ziet als zijn ogen opengaan? Ja, Ananias. Maar als je weet dat de naam betekent "Jah is genadig", dan is dat dus het eerste wat hij ziet: God is genadig. Is dat niet geweldig? Dat is prachtig.

En dan die laatste Ananias, de hogepriester; die deed zijn naam geen eer aan. Hij beschuldigde Paulus vals en had het erover dat hij een pest verspreidde, dat hij opstanden verwekte en de tempel ontwijdde. Hij ontnam als het ware het woord van Paulus, want hij liet hem op zijn mond slaan. Hij wilde hem op zijn mond laten slaan. Dus die Ananias doet zijn naam daar niet echt eer aan, want juist dat genadewoord werd Paulus op dat moment ontnomen door die hogepriester Ananias. Dat is toch wel aardig, ik dacht: ik wil het toch even benoemen.

De Heer zei dus tot hem: "Sta op, ga naar de straat die de Rechte heet en vraag ten huize van Judas naar iemand uit Tarsus, genaamd Saulus, want zie, hij is in gebed. En hij heeft in een gezicht een man gezien, genaamd Ananias, zien binnenkomen en hem de handen opleggen, opdat hij weer zou zien." Nou, ik ga u nu iets vertellen. Recht is het tegenovergestelde van krom. Het is bijzonder, zo'n "Rechte Straat". Als je kijkt naar Handelingen 13 – dat is ook zo’n heel opmerkelijk hoofdstuk – dan zie je die Jood Elimas. Paulus zegt dan tegen hem: "Zult gij niet ophouden de rechte wegen van de Heer te verdraaien?" Paulus vertelde het genadewoord recht; zonder omwegen, zonder bochtjes. Hij vertelde wat de Heer hem had geopenbaard. En in het huis van Judas... ja, dat is een beeld van het huis van Juda. Saulus was drie dagen blind in dit huis; is dat niet veelzeggend? En hij heeft in een gezicht die man gezien, genaamd Ananias, die binnenkwam en hem de handen oplegde opdat hij weer zien kon.

In vers 13 antwoordde Ananias: "Heer, ik heb over deze man van velen gehoord hoeveel kwaad hij uw heiligen te Jeruzalem aangedaan heeft. En hier heeft hij volmacht van de overpriesters om allen die uw naam aanroepen, gevangen te nemen." Maar de Heer zei tot hem: "Ga, want deze is Mij een uitverkoren werktuig." Een instrument. Ik moest denken aan heel lang geleden, toen er bij ons een nieuwe keuken werd geplaatst. De meneer die dat deed kwam binnen en ik ben het nooit vergeten: hij had een accuboor die de hoek om kon. Normaal gesproken heb je zo’n rechte schroevendraaier, maar deze kon de hoek om. Het was een speciaal instrument om alles op die lastige plekken goed te kunnen plaatsen. Nou, Paulus was ook zo’n uitverkoren werktuig, een instrument om precies daar te komen waar anderen niet kwamen.

En nu komt het mooie, want dit kennen we allemaal wel: "Want deze is Mij een uitverkoren werktuig om Mijn naam te brengen voor de heidenen, de koningen en de kinderen Israëls. Want Ik zal hem tonen hoeveel hij lijden moet ter wille van Mijn naam." En Ananias ging heen en kwam in het huis, en hij legde hem de handen op en zei: "Saul, broeder..." Mooi hè? De vervolger wordt binnengehaald: "Saul, broeder, de Heer heeft mij gezonden." Dat is trouwens de tweede getuige. De eerste getuige was de verheerlijkte Heer op de weg naar Damascus, en de tweede getuige was Ananias. "Saul, broeder, de Heer heeft mij gezonden, Jezus, die u verschenen is op de weg waarlangs u gekomen bent, opdat u weer zult zien en met de heilige geest vervuld zult worden."

En terstond vielen hem als het ware schubben van de ogen en hij kon weer zien. Hij stond op en werd gedoopt. Ja, dat hebben we vorige week gehoord; hij werd gedoopt, hij werd vervuld met de geest. En toen hij voedsel genomen had, werd hij versterkt. Daar kan ik me alles bij voorstellen; als je drie dagen niets gedronken en gegeten hebt, dan ben je blij en word je versterkt als je weer wat drinkt en eet. Dit is denk ik heel bekend bij u, nietwaar? Heel bekend.

Paulus' Opleiding Door de Heer en het Evangelie van de Voorhuid ↑ hoofdstukken

Als we Handelingen 22 en 26 erbij nemen, zien we dat Paulus net weer andere aspecten benadrukt. Daar was ik mee begonnen: er gaat een sprake uit van wat hij wel en niet benadrukt. Ik wil u even meenemen naar een paar dingen.

Paulus was in Jeruzalem opgevoed. Als we ons afvragen hoe oud hij ongeveer is geworden, dan is dat zestig of vijfenzestig jaar. Hij is geboren rond de tijd dat de Heer werd geboren, misschien vlak voor of vlak na het begin van onze jaartelling. Saulus liep dus rond in Jeruzalem in dezelfde tijd dat de Heer daar een aantal keer per jaar kwam voor de Joodse feesten. Maar we lezen nergens dat de Heer Saulus heeft ontmoet of gesproken. Als je dat met kerkelijke ogen bekijkt, is dat eigenlijk apart. De Heer riep twaalf apostelen, maar waarom riep Hij deze man dan niet, terwijl Hij hem misschien wel een paar keer per jaar had kunnen tegenkomen in Jeruzalem?

Het punt is dat de Heer dat bewust niet heeft gedaan. Hij heeft Saulus niet opgezocht tijdens Zijn aardse rondgang. Nee, Hij benaderde Saulus pas toen de Heer verheerlijkt was, buiten Jeruzalem, op de weg naar Damascus. Het feit dat Paulus was opgevoed in Jeruzalem lezen we in Handelingen 22. Waarom heeft de Heer hem toen niet geroepen? Omdat aan Paulus het evangelie van de voorhuid is toevertrouwd, en aan Petrus het evangelie van de besnijdenis. Dat vinden we in Galaten 2 vers 7.

Dat ene woordje maakt het verschil. Als u op internet een menukaart van een vijfsterrenrestaurant opzoekt, ziet dat er anders uit dan de kaart van een eetcafé. Op beide staat eten, het is allemaal voedsel, maar er zijn verschillen. Zo zijn er ook verschillende evangeliën: aan Paulus werd het evangelie van de voorhuid toevertrouwd en aan Petrus het evangelie van de besnijdenis. We weten dat Israël in Gods heilsplan zou struikelen. Dat was Gods diepe wijsheid, niet om hen te laten vallen, maar zodat het heil naar de natiën zou gaan. Dat ongeloof van Israël is tijdelijk; het is een misstap die hersteld zal worden. God doet dat op Zijn tijd en op Zijn manier, maar in deze tijd roept Hij uiteindelijk een volk uit de natiën.

Paulus had zijn opleiding genoten van Gamaliël. Laten we dat de middelbare school noemen, hoewel dat in die tijd al een universitaire opleiding was. Maar de opleiding die hij van de verheerlijkte Heer kreeg, was van een nog hogere orde. Paulus is later naar Arabië gegaan, zoals we lezen in de Galatenbrief 1 vers 17, en daar heeft hij de Heer ontmoet en gesproken. Die opleiding heeft hij niet van een mens ontvangen, maar van de verheerlijkte Heer zelf, van Hem die gezeten is aan de rechterhand van God de Vader.

Wat heeft hij daar dan zoal gehoord? Ik noem één voorbeeld uit de vele geheimenissen: hij werd de beheerder van Gods genade. In Efeziërs vind je dat hij daarmee werd belast; hij werd een beheerder. Je zou kunnen zeggen dat hij zijn universitaire opleiding in de woestijn heeft voltooid en daar zijn diploma heeft gehaald. Cum laude, zou ik zeggen.

Dan is er nog een punt waar veel mensen over vallen. In Handelingen 22 staat dat degenen die bij hem waren wel het licht zagen, maar de stem niet hoorden. In Handelingen 9 staat echter dat zij de stem wél hoorden, maar niemand zagen. Dat lijkt een tegenspraak, maar dat is het niet. Het woord voor stem kan ook vertaald worden met geluid. Stel dat er Romeinse soldaten bij hem waren om de mensen te boeien en mee te nemen; zij kenden waarschijnlijk helemaal geen Hebreeuws of het specifieke dialect dat daar gesproken werd.

In die streken werden ontzettend veel talen gesproken. Kijk maar naar Handelingen 2 vers 7 en verder. Daar staat: "En buiten zichzelf van verwondering zeiden zij: Zijn dit niet allen Galileeërs die daar spreken? En hoe horen wij hen dan, ieder in onze eigen taal waarin wij geboren zijn? Parten, Meden, Elamieten, inwoners van Mesopotamië, Judea, Cappadiocië, Pontus, Asia, Frygië, Pamfylië, Egypte en de streken van Libië bij Cyrene, en hier verblijvende Romeinen, zowel Joden als Jodengenoten, Kretenzen en Arabieren; wij horen hen in onze eigen taal spreken over de grote werken van God." Je ziet dat er vele verschillende soorten talen werden gesproken. Het is dus heel goed te verklaren dat de omstanders wel geluid hoorden — ze hoorden iemand spreken — maar dat ze het niet verstonden.

Tot slot wil ik stilstaan bij de toespraak die Paulus in Handelingen 22 houdt tot de Joodse bevolking. Hij vertelt daar over wat hem is gebeurd op de weg naar Damascus en zegt: "De God van onze vaderen heeft u voorbestemd om Zijn wil te leren kennen." Dat is mooi, want in Galaten 1 vers 15 zegt hij ook dat God hem al vanaf de schoot van zijn moeder had afgezonderd en door Zijn genade heeft geroepen, opdat hij Hem onder de heidenen zou verkondigen. In Handelingen 22 zegt hij dat hij voorbestemd was om de Rechtvaardige te zien en een stem uit Zijn mond te horen. Dat heeft naar mijn overtuiging ook te maken met die ontmoeting in Arabië.

De term 'de Rechtvaardige' vinden we ook terug in de rede van Stefanus in Handelingen 7 vers 52. Daar zegt Stefanus: "Wie van de profeten hebben uw vaderen niet vervolgd? Zelfs hebben zij hen gedood die geprofeteerd hebben van de komst van de Rechtvaardige, van wie gij nu verraders en moordenaars geworden zijt; gij, die de wet ontvangen hebt op beschikking van engelen, doch haar niet hebt gehouden." De Rechtvaardige duidt op de Messias. Paulus was voorbestemd om Hem te zien en een stem uit Zijn mond te horen, want hij moest een getuige voor Hem zijn bij alle mensen.

Dat is het prachtige van het evangelie van Paulus: het is altijd all-inclusive. Je hoeft niet op de kleine lettertjes te letten; God heeft iedereen op het oog. Jawel, Hij neemt er Zijn tijd voor, maar uiteindelijk zal God iedereen redden. Paulus werd aangesteld om daar getuige van te zijn bij alle mensen, op basis van wat hij had gezien en gehoord.

De Toespraak voor Agrippa: Bevrijding van Zonde en Ons Lotsdeel ↑ hoofdstukken

En nu, voor die heidense koning zegt hij dit: "Want hiertoe ben ik u verschenen om u aan te wijzen als dienaar." Daar staat een woord dat kennen wij niet meer, dat is 'onderroeier'. Vroeger hadden ze natuurlijk geen motoren, maar men roeide en men had zeilen. Maar als dienaar, als onderroeier dus — daar stond iemand en die bepaalde de richting. En jij roeide en ging waar degeen wilde dat je heen ging. Nou ja, goed, dan ben je als een pijl omhoog, zo, joepie! Als dienaar en getuige daarvan dat gij Mij gezien hebt en dat Ik aan u verschijnen zal, namelijk in Arabië. "U verkiezende," zegt de Heer dan tegen Saulus, "u verkiezende uit dit volk en de heidenen, waarheen Ik u zend om hun ogen te openen ter omkering."

Dat is wel aardig, want als je in de Bijbel gaat kijken, dan worden de heidenen altijd opgeroepen om zich óm te keren, maar aan Israël wordt altijd opgeroepen om terug te keren. Om hen dus om te keren, en dan komen er eigenlijk een soort vergelijkingen. Want omkeren waarvan? Uit de duisternis. En als je daarover nadenkt, dat is zo’n mooi woord: duisternis. Als het duister is, dan zie je niks, dus dan weet je niet: waar kom ik nu vandaan, waar sta ik en waar ga ik naartoe? Want het is donker. Dat is duisternis. Dus om om te keren van die duisternis tot het licht. Ja, wat is nu het licht? Dat is het Woord van God. En als het licht aangaat, dan verdwijnt de duisternis. Dus dan weet je: ah, we gaan daar naartoe. Gods Woord vertelt: "Ik heb een plan met de aionen en dat volvoer Ik, ongeacht wat jij ervan vindt." En daar gaan we naartoe.

Dat is eigenlijk mooi: om hun ogen te openen tot omkering vanuit de duisternis. Je weet niet waar je bent, maar je gaat naar het licht, het Woord. Hij stuurt en Hij weet precies waar Hij naartoe gaat. En dan weer een andere vergelijking: van de volmacht van de satan — die heeft macht in deze aioon — tot God. Dat is ook weer een vergelijking. Opdat zij... ja, dit is zo mooi... vergeving van zonden ontvangen. Maar het gaat eigenlijk nog verder: het gaat over loslating, over vrijlaten. Ik zei het al in het begin van de toespraak: we zijn zo rijk, want we zijn bevrijd van de zonde. We leven in vrijheid en we hebben niets meer te maken met de zonde.

Ik weet niet of u weleens op social media kijkt, maar er zijn zoveel mensen die worstelen met zonden. Maar dan denk ik: was het offer van de Heer, de prijs die werd gegeven, dan niet voldoende? Natuurlijk was dat voldoende! We zijn vrijgekocht. Loslating: we zijn vrij van de zonde. Je leeft in vrijheid, je wilt leven voor Hem. En zo leven wij, opdat zij loslating van zonden en hun erfdeel onder de geheiligden zouden ontvangen door het geloof in Mij. Ja, dat erfdeel, dat is zo bijzonder. In de Kolossenbrief vind je precies dezelfde woorden terug, dat moet u maar eens nakijken in Kolossenzen 1 vers 12 en 13: "Terwijl gij met blijdschap de Vader dankt." We hebben er net van gezongen. Hij maakt u bekwaam. Moet u dat zelf doen? Nee, vertrouw op het Woord, draai naar het licht toe.

Hij maakt bekwaam voor het... ja, ik vroeg me af of dit nu 'lotsdeel' of 'lotdeel' was. Dat vroeg ik me eigenlijk al af. Het is het lotsdeel van de heiligen in het licht. Hij maakt ons bekwaam voor dat lotsdeel van de heiligen. En dat is precies hetzelfde wat Hij bekendgemaakt heeft op weg naar Damascus, aan Saulus. Daarmee wil ik eindigen: dank Hem voor dat geschenk. We zijn vrij van de zonde en het lotsdeel ligt voor ons klaar. Ik vond het toch wel aardig dat je dit gedeelte precies leest bij die heidense koning Agrippa en weer niet bij het volk in Handelingen 2 en 3. En daarmee eindig ik met deze woorden. Ik heb deze woorden gehoord.

🎧 Fibonacci, Saulus en Paulus
Delen: