GoedBericht.nl logo
UltimateGoodNews

de gezindheid van de Geest

05-06-2022 - Geplaatst door Andre Piet
5 juni 2022, Urk

In Romeinen 8 schrijft Paulus over de triomf van “de Geest van het leven in Christus Jezus”. Het is de Geest die Jezus uit de doden opwekte. Diezelfde Geest woont nu in allen die in Hem geloven. Een enorme krachtbron dus, ook al deelt ons lichaam daar op dit moment nog niet in. Twee keer wijst Paulus daarbij op “de gezindheid van de Geest” (:6,27) die “leven en vrede is”. Het staat in contrast met “de gezindheid van het vlees”. Maar wat bedoelt Paulus daarmee? En hoe werkt dat in de praktijk?

Powered by RedCircle

📝 Samenvatting & Transcriptie van deze lezing

Samenvatting van deze toespraak

De studie behandelt de overgang van de zichtbare manifestatie van de Geest op het Wekenfeest naar de verborgen inwoning in de huidige bedeling. Paulus' brief aan de Romeinen staat centraal, waarbij de 'gezindheid van de Geest' wordt afgezet tegen het wandelen naar het vlees. Er wordt benadrukt dat menselijk, religieus proberen om de wet te vervullen onvermijdelijk uitloopt op falen en frustratie. God daarentegen vervult Zelf Zijn beloften in de gelovige, wat leidt tot werkelijk opstandingsleven en vrede. Bovendien pleit de Geest voor ons in tijden van zwakheid door het Woord van God, volmaakt in overeenstemming met Gods plan.

“En daar waar de mens eindigt, daar zegt God: "Nou begin Ik."”

De Kalender van God en de Dag van de Eerstelingsschoof ↑ hoofdstukken

Ook van mijn kant een hele goede middag, vrienden, op deze eerste Pinksterdag. Dat heeft ook enigszins te maken, mag ik wel zeggen, met het onderwerp van deze middag: de gezindheid van de Geest.

Er doet zich iets merkwaardigs voor dit jaar en dat is heel erg uitzonderlijk. Dat is dat we – en nu ga ik eventjes zeven weken terug, negenenveertig dagen, want dit is de vijftigste dag, Pinksteren – maar toen was het 17 april, eerste paasdag. En dat was tevens de 16e Nisan. Niet die specifieke datum, maar wel het feit dat het de dag na de Sabbat was, maakte het tot de dag van de Eerstelingsschoof. En dat betekent dat op die datum, op de eerste paasdag... en echt, dat gebeurt vrijwel nooit. Sterker nog, de kerkelijke kalender is zo geconstrueerd dat Pesach en Pasen nooit samen kunnen vallen. Dat hebben ze behoorlijk goed dichtgetimmerd, maar dit keer niet.

De redenen daarvoor laat ik nu even achterwege, want dat zou te ver voeren, maar het toeval wilde dat we op de eerste paasdag precies ook de dag vierden van de Eerstelingsschoof; de dag dat de Heer Jezus verrees uit het graf als de Eersteling.

U ziet hier, ik heb hier een screenshot van zo’n ‘Hebrew date converter’, zo heet dat. Dan vul je de datum in en dan wordt er gezegd hoe dat overeenkomt met de Hebreeuwse datum. Dat was dus de eerste dag van de omertelling, zo heet dat. Vanaf de dag van de Eerstelingsschoof gaat men namelijk de omer tellen. De omer, dat is die schoof die op die dag werd aangeboden voor het aangezicht van God door de priester in de tempel. Die dag luidde trouwens ook de gersteoogst in; vanaf die dag ging men tellen: vijftig dagen en men ging ook weken tellen. Dan kom je uiteindelijk uit bij de vijfde juni, en dat is vandaag. Dat komt op de Hebreeuwse kalender overeen met de zesde Sivan. En dat is de eerste dag van Shavuot, dat wil zeggen: van het Wekenfeest.

Wij noemen het Pinksteren, dat is eigenlijk de Griekse formulering. Pinksteren wil zeggen: vijftigste. De vijftigste dag namelijk na de Eerstelingsschoof. In het Hebreeuws heet het Wekenfeest, en dat komt omdat het een ‘week van weken’ is. Zevenmaal zeven dagen heeft men geteld, negenenveertig dagen, en daarna op de vijftigste dag – dus per definitie ook weer op een zondag – is het dan het Wekenfeest.

Ik zei al: ook in de Hebreeuwse telling is er nog wat misgegaan, want men heeft dat gefixeerd op een datum, terwijl de Bijbel dat nu juist niet doet. Voor de dag van de Eerstelingsschoof wordt geen vaste datum genoemd, maar er wordt gezegd dat deze er zou zijn op de dag na de Sabbat. En uiteraard, als je dan negenenveertig dagen doortelt, is de vijftigste dag per definitie weer op een dag na de Sabbat, oftewel op de zondag.

Dat is vermeldenswaard. Meestal wordt er dan gedacht aan Handelingen 2, de Pinksterdag bij uitstek. Men noemt dat dan de ‘eerste Pinksterdag’, maar dat was het helemaal niet. Het was de zoveelste, misschien wel de vijftienhonderdste Pinksterdag die sinds de wetgeving aan het volk van Israël gevierd werd, namelijk de vijftigste dag zoals God dat op Zijn kalender had ingesteld. Maar in ieder geval: vijftig dagen na de opstanding van Jezus Christus, namelijk de Eersteling uit de doden.

De Zichtbare Manifestatie van de Geest op de Pinksterdag ↑ hoofdstukken

En vijftig dagen later, toen was daar een gezelschap bijeen in Jeruzalem. Je leest dat er 120 man in het huis bivakkeerden. Een groot huis dus, 120 man. Ja inderdaad, een veelvoud van twaalf. En je leest trouwens ook nog dat bij die gelegenheid op de Pinksterdag daar twaalf talen waren vertegenwoordigd.

Tel ze maar na. Ze worden weliswaar niet in onze Bijbel geteld, maar als u zelf gewoon de moeite neemt om de volkeren te tellen die bij die gelegenheid als pelgrims aanwezig waren in Jeruzalem, dan ziet u dat er tal van volkeren en talen worden genoemd die daar allemaal vertegenwoordigd waren. Ook weer twaalf. Dan zie je ook, al was het maar omdat het in Jeruzalem was, dat het alles met Israël te maken heeft. De eerstelingen werden toen in Jeruzalem verzameld.

En de Geest kwam over hen, over de aanwezigen, op een hele demonstratieve wijze. Een zichtbare manifestatie. Er staat ook dat het iedere keer zo genoemd wordt: dat de Geest op hen kwam of over hen kwam. En dat is niet voor niets, omdat het aangeeft dat dat de buitenkant was. Het was ook zichtbaar. Wat daar toen plaatsvond was plotseling een geluid van een geweldige windvlaag, wat natuurlijk al een type is van de Geest die daar gehoord werd. En ook de tongen als van vuur, wat ook al een beeld is van de Geest die zich manifesteerde.

En dan dat talenwonder, waarvan ik nog steeds niet helemaal zeker weet of het nou een spreek- of een hoorwonder was. Maar in ieder geval hoorden al die mensen uit al die twaalf talen, die daar als pelgrims in Jeruzalem waren, spreken over de grote daden van God in hun eigen taal. Ze waren natuurlijk perplex. Wat ik hiermee wil zeggen, is dat het een zichtbare manifestatie was, geheel in overeenstemming met de profetie. Met de voorzegging eigenlijk, met Gods kalender, want God had dat al lang van tevoren, duizenden jaren eerder vastgelegd. We hebben bij andere gelegenheden op deze plaats ook wel nader aandacht gegeven aan de profetische betekenis van Pinksteren in de dagen van het boek Handelingen, maar daar wil ik het nu eigenlijk niet over hebben.

De Verborgen Inwoning van de Geest in de Huidige Bedeling ↑ hoofdstukken

Ik wil eigenlijk meteen overspringen naar de situatie van vandaag, waarin wij weliswaar ook de Geest Gods kennen, maar niet in die zichtbare manifestatie. Dat heeft alles te maken met het feit dat er sinds de roeping van Paulus eigenlijk een pauze is ingelast. Dat heeft weer alles te maken met Israëls verwerping. U weet, Paulus werd geroepen juist toen Israël opnieuw officieel de opgewekte Messias verwierp. De eerste keer dat zijn naam vermeld wordt, is wanneer Stefanus wordt gestenigd.

Hoe dan ook, er breekt een pauze aan, een onderbreking. En eigenlijk ook een tijd – naar Handelingen 28 toe – die niet definitief is, maar tijdelijk. Dat weet ik: Israël wordt weer hersteld. Maar nu leven we in een tijd waarin alles verborgen is en niets zichtbaar is. Dat vinden veel mensen heel erg triest, want de mens wil dingen zien en de zintuigen moeten worden geprikkeld. Men wil zichtbare manifestaties, en als God dat dan niet doet, dan zorgen we er zelf wel voor. Dan faken we eventueel zichtbare fenomenen. Ik zou van al deze dingen voorbeelden kunnen geven, maar dat doe ik niet. Ik wil alleen maar aangeven dat het op Gods programma nu pauze is. Alles is inderdaad verborgen en het evangelie van de verborgenheid klinkt, of zou in ieder geval moeten klinken.

Niettemin – en dat is waar ik naartoe wil – speelt de Geest Gods ook vandaag in de huidige huishouding, of bedeling zo u wilt, een grote rol. Alleen is dat niet de Geest die over ons komt, zoals ooit op de Pinksterdag en later ook in het huis van Cornelius. Nee, de Geest komt in ons wonen. Paulus spreekt over de verzegeling van Gods Geest die plaatsvindt op het moment dat we geloven in het evangelie van onze redding.

Daar klinkt het evangelie van je redding. Eerst het evangelie van je redding. In vers 1 hoor je: Hij is mijn Redder. Niet: 'als jij dit en dat doet, dán wordt Hij Redder'. Nee, Hij ís je Redder. Voor jou, van al die miljarden mensen, puur om niet: Hij is jouw Redder. En als je dat evangelie hier hoort en gelooft, dan word je verzegeld met de Geest van de belofte. Maar dat is geen uitwendig fenomeen. Er gebeurt niets bijzonders; het komt niet in de krant en het wordt ook niet door de buitenwacht opgemerkt. Hooguit de vrucht ervan – en daar komen we echt heel dicht bij het onderwerp van vandaag – de vrucht of de gezindheid wordt wel gemanifesteerd. Het werkt zich uit in het leven van degene die mag geloven, als dat voorrecht jou ten deel valt. Die Geest komt dan inderdaad in ons, en dat brengt mij bij de volgende stap.

De Gezindheid van de Geest: Geen Veroordeling in Christus ↑ hoofdstukken

Dat onderwerp, de gezindheid van de Geest, en die uitdrukking, die komen we twee keer tegen – als je heel ruim telt drie keer – namelijk in Romeinen 8. In alle gevallen trouwens in Romeinen 8, en daar gaan we vanmiddag dan ook eens naartoe. De gezindheid van de Geest... Ja, de eerste keer dat die uitdrukking gebezigd wordt is in vers 6 van Romeinen 8. Maar ik kan niet in vers 6 beginnen; dat zou de hele context zwaar tekort doen, denk ik. Dus ik begin te lezen vanaf vers 1 en lees met mij mee.

"Dus..." Dan weet je meteen dat het betoog al gaande was, want Paulus trekt een gevolgtrekking. Dat "dus" verwijst naar het voorgaande, naar wat hij in de voorgaande zeven hoofdstukken heeft verteld: "Dus is er nu geen veroordeling voor degenen in Christus Jezus." Als u een Statenvertaling hebt, dan staan er nog wat meer dingen tussen haakjes, maar dat hoort er eigenlijk niet te staan. Nou, daar heb ik het nog niet eens over. Waar het mij om gaat is dat woordje "verdoemenis", want de Statenvertaling geeft het woord "veroordeling" meestal weer met "verdoemenis". Ja, dat heeft nog een veel zwaardere lading en dat kent de Bijbel niet. Verdoemenis in de zin van hel en iets... bij verdoemenis denken we altijd aan iets wat zonder einde is en definitief. Nou, zulke veroordelingen kent de Schrift niet, God zij dank. Maar daar doel ik niet eens op.

Het gaat mij nu meer om de woorden die er nog bij staan: "voor hen die niet naar het vlees wandelen". Hoe staat dat er precies? Dat staat er niet bij; dat ontbreekt in de handschriften. Maar één ding is duidelijk, en dat is de conclusie waar Paulus in hoofdstuk 8 mee aanvangt: dus is er nu geen veroordeling voor degenen die in Christus Jezus zijn. Ja, en als je dan nog even zou doorbladeren, dan kom je aan het einde van ditzelfde hoofdstuk ook tegen: in Christus Jezus. In Hem, die inderdaad door de mensheid werd veroordeeld en aan het kruis werd genageld, maar Hij werd door God opgewekt. En in Christus Jezus – want daarover gaat het hier – voor degenen in Christus Jezus, in Hem is er geen veroordeling. God heeft Hem uit de doden opgewekt en in Hem is daar nieuw leven, volmaaktheid. God ziet ons aan in Hem.

Wij zullen straks ook zijn wat Hij nu al is, en God ziet dat nu al zo. Paulus daagt ons ook uit in deze brief dat wij op dezelfde wijze zouden rekenen. Reken zoals God de dingen ziet. God ziet ons nu al aan zoals we straks zullen zijn. En dat vind ik altijd heel mooi, want dat is meestal precies het omgekeerde van hoe de mens werkt. Wij zien elkaar namelijk aan naar het verleden. Ik beoordeel u, of u beoordeelt mij; in het algemeen doet de mens dat zo. We hebben een mening over de ander op basis van wat hij in het verleden gedaan heeft. God doet het precies andersom. God ziet ons nu reeds naar wat we straks zullen zijn. Waar het om gaat is dat als je leeft uit geloof, je eigenlijk voorsorteert op wat God in Zijn plan gaat uitwerken. En hoe weet ik dat zo zeker? Wel, God is de enige die de toekomst kent, en Hij ziet dat al zo. Voor degenen die in Christus Jezus zijn, is er geen veroordeling.

Want, zo staat er – en ja, dit zijn wel echte Paulusteksten hoor, die eerste verzen, we zullen dat vanzelf ook zien – stel ik het persoonlijk wel op prijs om dit in stukjes te hakken. Dat wil zeggen: om het echt vers voor vers of zinsdeel voor zinsdeel te bezien, want je leest zomaar over dingen heen. Paulus schrijft soms heel compact, zodat je makkelijk zomaar de draad kwijtraakt. Je moet daar dus echt goed met je hoofd bij blijven.

De Wet van de Geest Maakt Vrij van Zonde en Dood ↑ hoofdstukken

Want, zo zegt hij: de wet van de Geest van het leven in Christus Jezus... Laten we hier even pauzeren. Wanneer het hier gaat over "de wet", dan gaat het niet over iets wat van buitenaf wordt opgelegd, zoals een morele wet van wat "moet". Nee, het gaat hier over een natuurwet, een wetmatigheid. Als ik bijvoorbeeld iets laat vallen, dan treedt de wet van de zwaartekracht in werking. Dat voorwerp ligt dan in no time op de grond. Dat is een wet, een wetmatigheid. Niet omdat men dat in Den Haag zo heeft opgeschreven, maar simpelweg omdat het zo werkt. Het is een wetmatigheid.

Hier gaat het ook over een wetmatigheid van de Geest, van het leven. In de Bijbel zijn Geest en leven sowieso al synoniem: als je de Geest ontvangt, ontvang je leven. Maar over welk leven gaat het hier? Het leven in Christus Jezus. De Geest van God is namelijk die van het leven in Christus Jezus, dat wil zeggen: in de opgewekte Christus. In Hem is leven. Hij is de Eersteling; Hij is feitelijk ook nog de enige die opstandingsleven kent in de zin van leven dat voorbij de dood is en de dood heeft overwonnen.

Die Geest van het leven in Christus Jezus heeft een wetmatigheid. Als we even doorlezen in ditzelfde hoofdstuk, zien we die connectie heel sterk terug in vers 11. De Geest heeft alles te maken met Hem die is opgewekt uit de doden. In Romeinen 8 vers 11 staat: "Indien echter de Geest van Hem [van God] die Jezus uit de doden opwekte, in jullie woont, zal Hij die Christus uit de doden opwekte ook jullie sterfelijke lichamen levend maken door Zijn Geest die in jullie woont." Dat wil zeggen: tweeduizend jaar geleden wekte God door Zijn Geest Christus Jezus op uit de doden. Dat is de Geest van het leven. Dat is écht leven.

Door diezelfde Geest zullen volgens Paulus ook onze nu nog sterfelijke lichamen worden opgewekt. Dat is toekomst. Ondertussen is het nu reeds de waarheid dat die Geest in ons woont. Wij hebben de eerstelingen van de Geest ontvangen, zoals ook verderop in Romeinen 8 staat. Romeinen 8 is niet alleen een lang hoofdstuk, er staat ook kolossaal veel in. Geweldig! Die Geest woont in ons en heeft een uitwerking. Dat is die gezindheid waar we het over gaan hebben; het brengt een vrucht voort. Maar dat is allemaal geestelijk. Wat het lichaam betreft, staat er in ditzelfde hoofdstuk dat wij de verlossing van ons lichaam verwachten, want ons lichaam is nu nog zwak.

Het gaat mij er nu om dat de Geest van God, die Christus uit de doden opwekte, in ons woont. Als je daar goed over nadenkt, realiseer je je dat dit een gigantische kracht is. Eigenlijk zou je even een paar minuten stil moeten zijn en proberen je voor te stellen dat dezelfde kracht die ooit Christus uit de doden opwekte, nu in ons woont. Wauw! Daar denken we per definitie te gering over.

Paulus gaat in vers 2 verder: "Want de wet van de Geest van het leven in Christus Jezus maakt u vrij." Ik zei al: wij denken daar vaak te klein over, maar Paulus niet. Hij zegt dat die Geest ons vrijmaakt van de wet van de zonde en van de dood. Hier zie je opnieuw een wetmatigheid die onontkoombaar is voor elke sterveling. Er werkt in ons een wetmatigheid van zonde en dood. Dat is niet onze keuze; op het moment dat je geboren wordt en in de wieg ligt, ben je al een zondaar. Ook al komt dat nog niet direct uit de verf omdat je nog niets kunt, je bent al wel een geboren doelmisser. Bovendien ben je een sterveling, onderhevig aan de dood. De werking van de dood zit er al in, en dat is een onontkoombare wetmatigheid.

Maar Paulus zegt: de wet van de Geest van het leven in Christus Jezus maakt u vrij – en hij gebruikt hier het enkelvoud: u – van de wet van de zonde en de dood. Dus die wetmatigheid waar elke sterveling, elke adamiet aan onderworpen is, daarvoor is in Christus Jezus bevrijding. Er is een exit! Want Hij is daaraan ontkomen; God heeft Hem opgewekt uit de dood. Hij is de zonde en de dood voorbij. In Hem is een heel nieuw leven. Dat maakt die wetmatigheid groter en sterker dan de wetmatigheid van de zonde en de dood. Het gaat daaraan voorbij. Drie dagen na Zijn sterven werd Hij opgewekt en dat ligt nu allemaal achter Hem. In Christus Jezus maakt die wet ons dus ook vrij.

Wat het lichaam betreft gebeurt dat straks, nu nog niet. Laat u wat dat betreft niets wijs maken door mensen die beweren dat ons lichaam nu ook al in die bevrijding deelt. Dat lichaam déélt zeker in die bevrijding, maar nu nog niet. Laat u niet wijs maken dat we vandaag al iets zouden kunnen proeven van dat onsterfelijke lichaam, of geloof niet in de "gegarandeerde genezing" die sommigen claimen. Dat heeft er alles mee te maken dat men niet inziet wat er in de Handelingentijd gebeurde en hoe dat alles met Israël te maken had. Maar dat is een ander onderwerp.

God Veroordeelt de Zonde in het Vlees Door Zijn Zoon ↑ hoofdstukken

We komen vanzelf bij vers 6, maar eerst vraagt vers 3 onze aandacht: "Want wat voor de wet onmogelijk was, omdat ze zwak was door het vlees." Kijk, vanaf de dagen van Adam is elk mensenkind onderworpen aan de wetmatigheid van zonde en dood. Dat hoef ik verder niet uit te leggen. En het feit dat vijfentwintighonderd jaar later de wet aan Israël gegeven werd, bracht daarin geen verandering. Het is niet zo dat zij, sinds God aan Israël de wet heeft gegeven, nu niet meer onderhevig waren aan die wet van zonde en dood. Integendeel zelfs. Paulus zegt in Romeinen 5 dat de wet de zonde zelfs nog prikkelt. En dat is niet zomaar een bijkomstigheid, het is zelfs de opzet, opdat de genade des te overvloediger zou worden (Romeinen 5 vers 20).

Goed, die wet... Hoe komt dat nou eigenlijk? Je gaat toch niet weg hè? Naar de zee? Ja, dat dacht ik al. Hoe komt dat? Die beperking was trouwens geen mankement van die wet, maar ze was zwak door het vlees. En dan vervolgt Romeinen 8 met: God zond Zijn eigen... De wet heeft dus haar beperkingen, nogal, want ze was zwak door het vlees. En dan staat er dat God Zijn eigen Zoon zond in de volheid van de tijd, gewoon toen de termijn verstreken was volgens de profetieën. Het was allemaal voorzegd en God zond uiteindelijk Zijn Zoon in gelijkenis van vlees van zonde.

Dat is ook weer een nadenkertje. In elk geval moet je hier heel goed op je tellen letten. Want God zond Zijn Zoon in gelijkenis van vlees van zonde. Er staat niet dat God Zijn Zoon zond in vlees van zonde, want dat klopt niet; Hij was inderdaad zonder zonde. Maar wel in gelijkenis van vlees van zonde. Dat wil zeggen dat Hij als twee druppels water leek op alle mensen, op zondaren. Dus God zond Zijn eigen Zoon in gelijkenis van vlees van zonde, en waarom dan wel? Vanwege de zonde, ja, om de zonde veroordeelde Hij de zonde in het vlees.

Kijk, het idee is: God heeft Zijn Zoon gezonden om de zonde te veroordelen en aan de kaak te stellen. En hoe deed Hij dat? Lub heeft het zojuist voorgelezen: Hij is de weg gegaan van gehoorzaamheid tot de dood, ja, tot de dood van het kruis. En vervolgens heeft God drie dagen later Zijn Zoon doen opstaan uit de doden. Daarmee heeft Hij de zonde inderdaad veroordeeld in het vlees. De zonde in het vlees was onbruikbaar. Er is nieuw leven; God passeert inderdaad de mens in zijn zwakheid, in het vlees en de zonde, en de zonde is daarmee als onbruikbaar en nutteloos veroordeeld. God heeft Zijn Zoon opgewekt uit de doden en daarmee, door nieuw leven te geven, heeft Hij het oude leven als nutteloos en onbruikbaar veroordeeld. Dus God zond Zijn Zoon om deze reden: om de zonde in het vlees te veroordelen. En hoe deed Hij dat? Wel, door nieuw leven te geven.

Alles in Romeinen 8 is heel sterk gericht op die nieuwe schepping, op dat nieuwe leven dat Hij aan het licht heeft gebracht in Zijn Zoon. Dit alles opdat de rechtsuiting van de wet vervuld zou worden in ons, die niet naar het vlees wandelen maar naar de Geest. Hij veroordeelde de zonde in het vlees omdat de rechtsuiting van de wet vervuld zou worden. Kijk naar dat wat de wet verwacht, waar de wet van spreekt: de rechtsuiting van de wet. Wat is bijvoorbeeld de eerste en allerbelangrijkste rechtsuiting van de wet? Dat is God liefhebben boven alles. En er staat vervolgens: de naaste liefhebben als jezelf. Dat is trouwens een belofte. Maar in wie wordt dat vervuld? Nou, die rechtsuiting van de wet wordt wel vervuld, maar niet in ons eigen vlees.

Wandelen Naar het Vlees: de Onmogelijkheid van Religieus Streven ↑ hoofdstukken

Degenen die naar het vlees wandelen, zijn degenen die het van het vlees verwachten. Kijk, het vlees is eigenlijk een beetje zo’n containerbegrip, een verzamelnaam voor de zwakheid van de mens. Dit vlees heet zo omdat vlees zwak is. Er is een bekende uitdrukking die zegt: 'het vlees is zwak en het drankje is sterk'. Nee, de Bijbel zegt: de geest is wel gewillig, maar het vlees is zwak. Trouwens, als ik zeg 'het drankje is sterk', dan is dat in de positieve zin van het woord een beeld van de Geest, en die is inderdaad heel sterk. Sterker dan het vlees. Er zit eigenlijk, terwijl ik dit zeg, meer in zo’n uitspraak dan je zou denken. Maar u begrijpt wat ik bedoel: het vlees staat inderdaad voor het zwakke en voor het sterfelijke. Degenen die het verwachten van het vlees, die naar het vlees wandelen, dat wil gewoon zeggen: degenen die daar hun verwachtingen op hebben gesteld.

We zijn nu begonnen in Romeinen 8 vers 1, maar als u wilt weten hoe dat zit met degenen die naar het vlees wandelen en wat de wet in hen uitwerkt, dan ziet u dat in Romeinen 7. Vooral dat laatste gedeelte is berucht; het beschrijft de mens die probeert te leven naar de geboden van God. Dan gaat het vooral over dat gebod: 'gij zult niet begeren'. Juist daar zit de enorme frustratie. Hoe meer iemand probeert niets te begeren, hoe sterker die begeerte juist geprikkeld wordt. Uiteindelijk roept Paulus in dat hele traject van frustratie uit: "Ik ellendig mens!" Hij probeert het wel, maar die wet was inderdaad zwak in het vlees. Dat is niet omdat wat vereist wordt niet goed zou zijn, maar het vlees kán het simpelweg niet. Wat je ook probeert, sterker nog, hoe meer je het probeert, des te frustrerender is het. Dat is wat beschreven wordt als 'naar het vlees wandelen'.

De meesten denken bij het naar het vlees wandelen dat dit te maken heeft met een goddeloos leven, maar in deze hele context is dat juist niet het geval. Het gaat juist om een religieus leven. Wanneer je het daarbij van het vlees verwacht, dan wandel je naar het vlees. Dan tracht je en dan probeer je het zelf te doen. In de hele religieuze wereld, ook in de christelijke wereld, is het nooit anders geweest dan dat men altijd zegt: we moeten proberen, we moeten strijden. Nog niet zo lang geleden kreeg ik weer eens een doopformulier onder ogen, zoals dat in veel protestantse kerken gelezen wordt, en dan staat er dat we ons ganse leven zouden strijden tegen het vlees en de zonde, met daarbij ook nog de verzekering dat het niet lukt. Dat is echt hopeloos. Dat is geen Evangelie, kan ik u vertellen. Het is zo dat je altijd weer iets moet proberen waarvan je op voorhand al wordt verteld dat het je niet zal lukken. Nou, dat is dus naar het vlees wandelen. Dan wandel je echt naar het vlees, want dan probeer je dingen die onmogelijk zijn. Het woord 'proberen' geeft meteen aan wat typisch is voor de mens, want God probeert nooit.

De rechtsuiting van de wet wordt echter wel vervuld. Maar niet door degene die naar het vlees wandelt, maar naar de Geest. Want zij die naar het vlees zijn, zijn de dingen van het vlees gezind. Dat wil zeggen: zij die het van het vlees verwachten. 'Gezind' betekent dat je daar bedacht op bent. Ik had het gisteren nog tegen jou verteld, René, dat ik van plan was om vanmiddag veel te vertellen en een uitstapje te maken naar dat woord 'gezindheid'. Ik heb dat allemaal op een rijtje gezet, maar ik heb het vanmorgen allemaal weer uitgeknipt omdat het echt te ver zou voeren. Ik ga dat zeker nog een keer doen, want daar heb ik echt zin in: om over dat woord 'gezindheid' en al die samenhangende woorden nog eens wat te vertellen. Dat doe ik nu dus niet, maar 'gezind zijn op' kan ik u wel vertellen: dat wil zeggen dat je je denkzin daarop zet. Je bent daarop bedacht. De gezindheid wil zeggen dat daar je aandacht op gevestigd is.

Welnu, zij die naar het vlees zijn, waar denken ze dan aan? Waar verwachten ze het van en waar is hun focus op gericht? Wel, op het vlees. En dat kan heel vroom zijn, heel godsdienstig. Dat wil zeggen dat je alles verwacht van je eigen trachten en proberen. Maar Paulus brengt dat nu hier aan het licht: vlees en geest. Ook godsdienstig vlees is gewoon nog vlees. Kijk maar na, want er staat in vers 5: "maar zij die naar de Geest zijn, zijn de dingen van de Geest gezind." Het woord 'gezind' staat hier aan het einde eigenlijk niet, maar om het goed te begrijpen moet je dat erbij lezen. Dat noemen ze een ellips, een weglating. Als ik bijvoorbeeld zeg: "Ben je nou helemaal?", dan is dat een ellips. Ik hoef het voor u niet aan te vullen om de zin te begrijpen, maar eigenlijk hoort er een woordje bij als 'getikt' of 'gek'. Dat noemen ze een ellips. Hier ook: "want zij die naar het vlees zijn, zijn de dingen van het vlees gezind, maar zij die naar de Geest zijn, zijn de dingen van de Geest gezind." Ja, precies, dat heet dus zo’n weglating. Dat is een heel bekend stijlfiguur dat we heel vaak in de taal gebruiken. Ik kwam er nog eentje tegen: "Vader werkt harder dan moeder." Dan moet je daar eigenlijk weer 'werkt' bij denken. Of moeder of vader, dat kan ook natuurlijk, maar daar gaan we nu even niet op in; meestal is het allemaal verkeerd misschien. In ieder geval: zij die naar de Geest zijn, die zijn de dingen van de Geest gezind. Want, zegt Paulus dan...

De Gezindheid van de Geest Is Werkelijk Leven en Vrede ↑ hoofdstukken

De gezindheid, dat bedacht zijn op, het focussen op de gezindheid van het vlees, is eigenlijk ook logisch. Kijk, de mens in het algemeen wandelt naar dat wat algemeen menselijk is; hij is gericht op de mens. En wat is de uitwerking daarvan? Wel, dat is doodlogisch, want dat is precies waar het vlees ook in eindigt. Paulus zei in Romeinen 7 vers 24, waar ik zojuist op doelde: "Wie zal mij redden, verlossen uit het lichaam van deze dood?"

Ja, en juist degene die het verwacht van het vlees – dat kan godsdienstig zijn, maar dat kan trouwens ook in veel bredere zin gelden voor mensen die het van zichzelf verwachten. Of het nu gaat om hun eigen carrière, of om de wereld te verbeteren waarbij men denkt: "Wij moeten ons gaan inspannen om het klimaat te redden" of save the planet. In feite is het allemaal je verwachting stellen op de mens. Wij moeten het gaan doen, of wij moeten door onze keuze of door ons best te doen het zien te bereiken. In al die gevallen zie je ook altijd weer hoe triest dat is.

Op een gegeven moment krijg je daar ook een soort antenne voor. Dan weet je: dit is zo anti-evangelie. Dit is zo anti wat de Schrift ons voorhoudt. Want God zegt altijd: niet jij, niet jullie, maar Ik. Ik doe het. Dan krijg je natuurlijk wel de vraag: "Ja, maar wij dan? Waar blijft het roemen dan?" Nou, dat is uitgesloten. Maar juist dat vind ik het heerlijke. God zegt: "Ik doe het. Ik doe het." Dus alle roem is uitgesloten. Of het nu gaat over save the planet of save the world; Hij is de Savior of the world en Hij is mijn Redder.

Ook als het gaat om die rechtsuiting van de wet, de dingen die... Ik weet het, de wet is aan Israël gegeven, maar de geest van het nieuwe verbond werkt ook in ons. En de karakteristieken van dat nieuwe verbond, dat straks ook met Israël gesloten gaat worden, is dat God het doet. God zegt dan niet meer: "Jullie moeten", maar: "Ik ga het in jullie harten schrijven, zodat jullie het vanzelf gaan doen." Ja, dat is karakteristiek voor Gods handelen en daar is niets meer van de mens bij.

De aardigheid is dat wat in de wet gezegd werd en wat als een gebod werd opgevat – wij moeten dit, wij moeten God liefhebben, wij moeten onze naasten liefhebben, wij moeten dit en we mogen dat niet – per definitie niet lukte. Maar dat gaat in het nieuwe verbond wel gerealiseerd worden, want dan is het ineens: God zegt dat jullie Mij zullen liefhebben boven alles en jullie zullen je naaste liefhebben en... vul maar in. Dan blijkt "gij zult" een belofte te zijn. Maar de aardigheid is dat op het moment dat je je realiseert dat het een belofte is, wie moet dat dan vervullen? Als God het belooft, dan is Hij toch ook degene die dat vervult.

En dan is er dus niet meer een "gij zult heilig zijn" waarbij je maar je best moet doen om heilig te worden, om vervolgens de ontdekking te doen dat het je niet lukt. Nee, je hoort de woorden "gij zult heilig zijn" en je hoort een belofte. Dat is nieuw verbond, dat is evangelie. En dan hoef ik niks meer. Dan zeg je: "Dank U wel, God, dat U dat belooft en dat U het dus ook gaat doen." En dat is relaxed. Dat wordt trouwens altijd als een bezwaar opgevat, want dan zeggen ze: "Ja, dat zou maar makkelijk wezen." En dan denk ik altijd: amen! Dat is verrekte makkelijk. Maar dat is nu precies de geweldige boodschap van wat Hij bij machte is te doen en wat Hij ook belooft.

Zo mogen we leven. Leven naar de Geest wil zeggen: het niet meer van mezelf verwachten. Elke dag dat je opstaat – dat is natuurlijk een mooi beeld – dat je zegt: "Heer, U doet het. En U neemt alles voor Uw rekening." En dan word je blij. Nou, kijk maar na. De gezindheid van het vlees is dood, maar de gezindheid van de Geest is leven en vrede. Ja!

En als je de gedachte volgt tot dusver... Ik geef toe, Paulus' woorden zijn soms moeilijk. Hij is zwaar om te verstaan, zei Petrus ook al. Maar als je het begrijpt... Nee mensen, dat is zo geweldig. De gezindheid van de Geest is leven, want dat wijst je namelijk op Hem die opstond uit de doden. De gezindheid van de Geest spreekt van Hem die de Eersteling is uit de doden en van wat Hij bij machte is te doen, wat geen mens kan. We weten allemaal dat al ons pogen en al ons proberen eindigt bij de dood en verder kunnen we niet. En daar waar de mens eindigt, daar zegt God: "Nou begin Ik."

Kijk, de gezindheid van de Geest is Leven met alle hoofdletters. Namelijk leven van de opstanding. En op het moment dat je daar bedacht op bent – dat is die gezindheid – dat je daarop bedacht bent: Leven en de Levende en de Levensvorst, de Geest van het leven in Christus Jezus, dan geeft dat ook een zee van vrede. Want ook Zijn vrede begint waar onze strijd, ons pogen en ons proberen ophoudt. Hij doet het, en dat is vrede.

Trouwens, ik durf te zeggen: alleen dan leef je ook. Wat ik nu zeg is voor veel mensen theorie; die geloven daar ook niet in. Hoe kun je nou leven en het allemaal van Hem verwachten en Hem bij voorbaat danken? Ze denken: "Ja, maar dat kan dan nooit." Maar dat is nu juist de gezindheid van de Geest: dat je een groot God kent en een werkelijk leven kent. En dat Hij niet alleen bij machte is te doen, maar ook belooft te doen wat ik niet kan. Je dankt je God daar bij voorbaat voor. Nou, dan heb je vrede en dan heb je ook leven.

Natuurlijk, de verlossing van ons lichaam is toekomstig. Maar dan is er al in het hart, in ons bestaan... dan is dit lichaam, ook al is het sterfelijk, een tempel. Want Zijn Geest woont in ons. En werkt dan ook die gezindheid uit, want door Zijn Woord ben je bedacht op die dingen. Goed, nou dat is de eerste vermelding van de gezindheid van de Geest. De aanloop was wat lang, maar goed, die eerste zes verzen, daar loopt dat dan op uit. Dan zou je gewoon door moeten lezen. Gaan we nu dus niet doen, want ik wil het hebben over die gezindheid van de Geest, en die komt nog een keer voor, en wel voor de tweede keer.

De Geest Komt Onze Zwakheid te Hulp en Pleit voor Ons ↑ hoofdstukken

Als uitdrukking komen we dan uit in vers 27, maar ik haak eerst aan bij vers 26. "Evenzo echter komt ook de Geest onze zwakheid te hulp." In het direct voorafgaande had Paulus al gezegd dat de hele schepping in barensnood is, in die zucht. Dat is niet zo moeilijk om te begrijpen; dat zien we immers overal om ons heen. De hele schepping zucht, en Paulus zegt erbij dat ook wij zuchten naar het lichaam. Want tot aan de verlossing van ons lichaam — daar wordt in deze verzen over gesproken — hebben wij de moeite van het bestaan naar het lichaam. Wij wandelen weliswaar naar de Geest, we mógen zo wandelen, maar niettemin zuchten wij naar het lichaam, net als de rest van de schepping. Daar is geen verschil in. Vandaar ook dat hier gesproken wordt over onze zwakheid, want van onszelf zijn wij niet sterker dan onze buren, onze collega's of wie dan ook van de wereld. Maar in die zwakheid komt de Geest ons te hulp. Laten we dat eens nader bezien.

Inmiddels weten we al aardig wat die Geest is, maar vers 26 gaat dan nog verder: "Want wij weten niet wat we zullen bidden naar hetgeen moet zijn." In de meeste vertalingen, zoals de NBG-vertaling, staat hier: "wij weten niet wat wij bidden zullen naar behoren." Ik heb dat vroeger eigenlijk altijd opgevat als: wij weten niet wat we behoorlijk kunnen bidden. Als je dat zo op je laat inwerken, ben je eigenlijk altijd bang dat je onbehoorlijk bidt. Je denkt dan dat je misschien niet op de juiste wijze tot God nadert, en dat zou dan eigenlijk niet mogen. Maar dat staat er niet. Er staat: wij weten niet wat we zullen bidden naar hetgeen moet zijn.

Je kunt nu wel vragen om genezing, of vragen om die ene levenspartner die je op het oog hebt, of om die baan die je zo graag zou willen hebben, maar je weet niet wat er op dit moment moet zijn. Dat weet je eenvoudigweg niet. Jij weet wel wat je wilt, maar je weet niet of dat ook Gods plan is. Wij kennen wel Gods plan in grote lijnen — en we weten dat Zijn weg de beste is — maar wij weten niet wat er op dit specifieke moment moet gebeuren. Dat maakt ons bidden soms ook tot stamelen. Het is zo moeilijk om daar woorden aan te geven; we weten niet welke woorden we moeten kiezen in ons bidden. Ik weet niet of u dat herkent, maar ik heb dat heel vaak.

Daarom wordt bidden vaak danken. Je gaat God danken voor wat Hij geeft en wat Hij belooft, in het besef dat wat er ook gebeurt, Zijn weg altijd de beste is. Als je daarop bedacht bent, dan wordt bidden dankzegging. Het enige waarvan ik wel weet dat ik kan bidden naar wat moet zijn, is dat ik echt besef krijg van wat ik in Christus heb. Vandaar ook dat Paulus eigenlijk altijd daarvoor bidt: dat we verlichte ogen van ons hart krijgen en dat we besef zouden hebben van de kennis van Zijn wil.

Wij weten dus niet wat we zullen bidden naar hetgeen moet zijn, en vandaar ook dat Paulus spreekt over "onuitgesproken verzuchtingen". Daar moet ik wel iets bij zeggen, want daar bestaan nogal wat misverstanden over wanneer we de rest van het vers lezen: "Maar de Geest zelf pleit in onuitgesproken verzuchtingen." Verreweg de meeste mensen denken bij deze tekst dat de Geest pleit met onuitsprekelijke verzuchtingen van Zichzelf. Maar dat staat er niet. De Geest zelf pleit in onuitgesproken verzuchtingen, en die verzuchtingen zijn niet van de Geest. Nee, die zijn van ons. De Geest pleit in onze onuitgesproken verzuchtingen.

Wij weten niet wat we willen zullen en wij weten niet wat moet zijn, maar in die zwakheid van ons is daar de Geest die pleit. Dat betekent ook dat de Geest spreekt, want iemand die pleit, die laat van zich horen en behartigt belangen. Maar die onuitgesproken verzuchtingen zijn niet van de Geest. Ik heb die andere verklaring altijd al vreemd gevonden. De schepping zucht, ook wij zuchten omdat we zwak zijn, en dan zou de Geest ook zuchten? Dat is toch een bizarre gedachte? Wij zijn zwak en wij zuchten, maar dan is het de Geest die in die zwakheid te hulp komt en die pleit. Hij behartigt onze belangen, Hij spreekt.

En dat gaat hier dus gewoon over het Woord van God. De Geest die pleit — er staat trouwens niet "bidt", maar "pleit" — behartigt belangen. Dat doet de Geest niet bij God, maar voor ons. Hij laat van Zich horen en daarin komt Hij onze zwakheid te hulp. Wij weten niet wat we zullen bidden naar wat moet zijn, maar kijk eens wat er twee verzen verder staat: "Wij weten echter dat voor hen die God liefhebben, alle dingen medewerken ten goede, voor hen die naar Zijn voornemen geroepen zijn." Dat weten we wel! Dat is wat de Geest zegt en pleit en uitspreekt, en dat komt onze zwakheid te hulp.

Vers 27 zegt dan: "Hij nu die de harten doorzoekt, weet wat de gezindheid van de Geest is." Er is slechts Eén die ons werkelijk kent, ook van binnenuit, en dat is God die de harten doorzoekt. Hij weet wat de gezindheid van de Geest is. God alleen kent ons door en door, en Hij weet dat wat de Geest uitwerkt, in onze behoeften voorziet. En wat is dat? Hij weet wat de gezindheid van de Geest is. Wij weten dat inmiddels ook, want we hebben het net gelezen: de gezindheid van de Geest is leven en vrede.

In onze zwakheid en in ons zuchten, terwijl wij geen woorden weten, is het God die van Zich laat horen door Zijn Geest die pleit. Hij laat van Zich horen en dat komt onze zwakheid te hulp. Wij horen Hem en Hij spreekt. En die gezindheid van de Geest, dat is leven en vrede. Dat is wat Hij in ons leven inderdaad bij machte is uit te wekken. Ziet u hoe geweldig het is wat God bij machte is te doen in ons leven? Vandaag al! Namelijk wanneer we bedacht zijn, niet op het vlees en wat wij moeten doen, maar op de opgewekte Christus en wat Hij bij machte is in ons te doen.

God weet wat de gezindheid van de Geest is en dat deze in overeenstemming met God pleit ten behoeve van heiligen. Ziet u daarmee dat God inderdaad voorziet in dat wat wij nodig hebben in onze zwakheid? En dat is Zijn Woord, de Geest van God die pleit en daarmee dus inderdaad volmaakt onze belangen behartigt. Wat hebben wij nodig in alle omstandigheden? In onze zwakheid en in ons sterfelijk bestaan kennen wij de Geest van het leven in Christus Jezus. Dat tilt ons werkelijk overal bovenuit; het doet ons zien op werkelijk leven.

In die omstandigheden wijst Hij ons er ook op dat wij ons eigen pogen en proberen moeten staken, en dat we moeten zien op Hem. Hij vervult wat wij niet kunnen, en zo hebben we vrede. God, die ons kent, geeft precies wat wij nodig hebben. In onze zwakheid — die blijft in een onverlost lichaam tot op dit moment — is Hij daar en geeft Hij ons precies dat wat nodig is. Onze belangen worden door Gods Woord volmaakt vervuld. Hij doet ons namelijk zien op Hem en Hij vervult wat Hij belooft. Dat is de gezindheid van de Geest, want dat zorgt dat we leven hebben, werkelijk leven en vrede in overvloed.

Maar dat is ook wat de vrucht van de Geest is. In Galaten 5 staat: de vrucht van de Geest is liefde. In feite is de vrucht van de Geest liefde, dubbele punt. Wat is liefde? Vreugde, blijdschap, vrede, lankmoedigheid... Eigenlijk is die vrucht van de Geest allemaal liefde, de liefde van God. En de uitwerking daarvan, die uit zich werkelijk in vreugde, in blijdschap en geduld. Kortom, al die eigenschappen waar ons vlees het wel probeert, maar waar het niet lukt, die vervult God en die geeft God daar waar we zien op Hem en op alles wat we in Hem bezitten.

Ja, dat is het mooiste en het grootste wat er bestaat. En die gezindheid van de Geest — leven en vrede — dat geeft God zomaar door Zijn Woord, rijkelijk en overvloedig. Nou, dat wilde ik vanmiddag heel graag met jullie delen. En ik weet ook: het is de rijkdom. Ik kijk nu naar allerlei gezichten en soms dan weet je ook: dit is waar. Het is zo enorm rijk. Ik zie aan allerlei mensen dat ze zeggen: "Ja, dit is het." Want Hij stelt namelijk nooit teleur.

Hij geeft zoveel meer. En in plaats van dat eindeloze getop waarin men verzandt — ook hier ter plaatse in het mooie Urk en ver daarbuiten — altijd maar weer dat religieuze streven en proberen dat helemaal tot niks leidt. Dat eindeloze getop dat dan "evangelie" moet heten of "een godzalig leven", terwijl het in werkelijkheid niets anders is dan strijd en moeite, proberen, mislukken en frustratie. Dan denk je: hoezo evangelie? Hoezo is er werkelijk sprake van vreugde? Of dat je werkelijk een Redder der wereld hebt die zegt: "Ik kan in jouw leven doen wat jou helemaal niet lukt. Zie op Mij, Ik doe het."

En dat is het makkelijkste wat er bestaat. Waarom? Omdat je niks hoeft te doen. En waar is dan het roemen? Dat is bij Hem. Alle roem is uitgesloten.

🎧 de gezindheid van de Geest
Delen: