GoedBericht.nl logo
UltimateGoodNews

twintig jaar en daarna…

12-06-2022 - Geplaatst door Andre Piet
Benthuizen

In deze studie aandacht voor zeven periodes van twintig jaar in de levens van de aartsvaders Izaäk, Jakob en Jozef. Maar ook in dat van de richters Debora, Simson en Samuël en ten slotte ook tijdens Salomo’s regering. Al die periodes van elk twee decennia verwijzen typologisch naar de tegenwoordige tijd waarin Israël buitenspel staat en de vervulling van de belofte en de openbaring van het Koninkrijk op zich laten wachten. Twee millennia oftewel twintig eeuwen… waarvan de termijn hard bezig is te verstrijken.

Powered by RedCircle

📝 Samenvatting & Transcriptie van deze lezing

Samenvatting van deze toespraak

De studie behandelt het veelvuldig voorkomen van de periode van twintig jaar in de Bijbel als een type van de twintig eeuwen tussen de eerste en tweede komst van Christus. Deze periode weerspiegelt de huidige tijd waarin Israël tijdelijk terzijde staat en God in het verborgene een machtig werk doet. Aan de hand van zeven Bijbelse voorbeelden, zoals die van Izaäk, Jozef, Debora en Salomo, wordt aangetoond dat na een wachttijd van twintig jaar God Zijn beloften altijd in heerlijkheid vervult. Dit chronologische patroon bepaalt de gelovige bij de geweldige verwachting dat deze verborgen tijd van twintig eeuwen nu ten einde loopt.

“Die twintig jaar spreken van de tijd waarin een mens moet wachten op de vervulling van Gods belofte. Die komt wel, maar het is soms een kwestie van geduld.”

Introductie: de Tijd Tussen de Eerste en Tweede Komst van Christus ↑ hoofdstukken

Het is heel frappant, maar toen ik vanmorgen wakker werd en eventjes, zoals dat de moderne mens in 2022 betaamt, op mijn mobiel keek, kreeg ik een herinnering van de cloud waarin ik mijn gegevens allemaal verzamel. Namelijk over wat ik twintig jaar geleden deed, eigenlijk met foto's. Toen gingen wij namelijk op deze datum, twintig jaar geleden, als gezin naar het Dolfinarium. Daar waren allemaal foto's van achtergebleven en dat was erg leuk om te zien. Maar dat was precies twintig jaar geleden. Nu zal ik u dit zeggen: ik ga het daar verder niet over hebben, maar ik vond het wel heel apart dat dit mij zo herinnerde aan het onderwerp dat mij deze week erg bezighield: twintig jaar en daarna.

Laat ik eerst eens een paar dingen vooraf daarover mogen zeggen. Ik zei al even dat dit een onderwerp was dat onze broeder en vriend Daniël ook heel erg bezighield; nog vrij recentelijk hebben we daarover zitten appen, hoe dat nou precies zit met die 2000 jaar waarin we leven en die bijna ten einde loopt. Het was een zeer favoriet onderwerp. Logisch, want het bepaalt ons bij onze geweldige verwachting. Wat bedoel ik daarmee? Nou, degenen die hier vaker komen — en dat zijn de meesten — die weten maar al te goed hoe dikwijls hier gewezen wordt op de bijzondere tijd waarin wij nu leven. Dat wil zeggen: de tijd tussen de eerste en tweede komst van Christus in, eigenlijk die tijd die een onderbreking is omdat Israël als volk tijdelijk terzijde staat.

Op een verborgen wijze hebben de profeten daar al over gesproken. Zij hebben ook al gezegd dat dit twee dagen zou duren. Israël zou als natie twee dagen dood zijn en dan zou na twee dagen de Heer tot hen komen; de Heer zou hen doen herleven op de derde dag. Dat is wat we allemaal weten. Zelfs als je de profetische betekenis ervan niet kent, dan weet je alles van de derde dag: dat is de dag van de opstanding. Dat is de Bijbelse boodschap. Dat klopt, maar het heeft ook een hele diepe betekenis in verband met het volk Israël. Want profetisch gezien is het zo dat juist over de natie, over het volk van Israël, gezegd wordt dat de Heer na twee dagen tot hen zou terugkeren. Dan zou Hij Zich aan hen bekendmaken en hen doen herleven op de derde dag.

Dat is een onderwerp wat heel dikwijls aan de orde wordt gesteld, vooral ook vanwege de actualiteit. Hoe we precies moeten rekenen, dat is nog even een kwestie waar je over zou kunnen spreken — of het een precieze periode is, een globale, of een ongeveer-aanduiding — over al dat soort vragen ga ik het nu niet hebben. Maar die twee dagen spreken van 2000 jaar, want zo rekent de Heer nu eenmaal. Als Petrus het in zijn laatste brief over die dingen heeft en spreekt over het feit dat er spotters zullen komen die zeggen: "Wat blijft de belofte van Zijn komst?", dan mag dit ene u niet ontgaan: dat voor de Heer één dag is als duizend jaar en duizend jaar als één dag. Hij spreekt twee keer over een dag en twee keer over duizend jaar. Over die 2000 jaar hebben we het dus.

De aardigheid is dat daar niet alleen maar directe profetieën over zijn, maar ook vele typen van die twee dagen die we in de Bijbel vinden. Denk aan de derde dag waarop het volk van Israël bij de Sinaï verblijft, bij de berg Horeb, en de Heer dan na twee dagen op de derde dag neerdaalt onder een luid bazuingeschal. Of over Hizkia, die op de derde dag naar het huis des Heren zou gaan. Over Jona, die op de derde dag uitgespuugd wordt; in die periode bevond hij zich in de zee, en dan komt hij weer op het land om alsnog datgene te vervullen wat hij had moeten doen. Daar zit die onderbreking in. En dan heb je de bruiloft te Kana: op de derde dag was er een bruiloft. Daag me niet uit, want dan zitten we hier nog wel even als we de reeks helemaal willen completeren, maar het gaat er maar even om hoe vaak daarop gewezen wordt in de Bijbel, ook in typen en in beeld.

Dan heb je nog andere typen van die twee millennia, van die 2000 jaren. Dan wordt het bijvoorbeeld niet in tijd gemeten, maar in ruimte. Dan krijg je bijvoorbeeld de 2000 el. In Jozua 3 wordt gezegd dat wanneer Israël naar het beloofde land gaat, ze de ark moeten navolgen. Eerst gaat de ark door de Jordaan — een beeld van de dood — en dan moet Israël de ark navolgen, maar op een afstand. U moet dan niet een moderne vertaling lezen, want dan staat er "ongeveer een kilometer" en dan ontgaat u de hele clou ervan. Het klopt wel hoor, ruimtelijk, maar dan snap je het niet meer. Het gaat juist om die 2000. Israël volgt de ark na, maar op een afstand van ongeveer 2000 el.

Trouwens, diezelfde lengte komen we ook weer tegen in een ander verband, maar dan wordt het een sabbatsreis genoemd; dat is ook weer 2000 el. Je leest bijvoorbeeld dat de Heer van de Olijfberg ten hemel vaart. De discipelen keren dan weer terug naar Jeruzalem en er staat bij dat dit ongeveer een sabbatsreis afstand was. Dat wil zeggen: de Heer vaart ten hemel vanaf de Olijfberg. Jeruzalem is de stad van de Grote Koning. Wat is de afstand tussen die beiden? Een sabbatsreis, 2000 el. Hij vaart ten hemel, en wanneer zal Hij als Koning in Jeruzalem Zijn plaats nemen? Wel, daar zit een tijdsruimte tussen, namelijk die van 2000 el.

Je komt dit idee op allerlei manieren tegen, bijvoorbeeld in de twee jaar dat iemand in de gevangenis verblijft. Jozef bijvoorbeeld, en Paulus bij meerdere gelegenheden zelfs. In Caesarea heeft hij twee jaar gevangen gezeten en later in Rome ook twee jaar. Nu zult u zeggen: "Kom nou eens bij je onderwerp." Dat doen we nu dan ook.

Voorbeeld 1: Isaak en Rebekka Wachten Twintig Jaar op de Belofte ↑ hoofdstukken

Twintig jaar; dan krijg je dezelfde tijdspanne, alleen wordt het op een andere wijze geformuleerd. Namelijk niet in termen van millennia — dan krijg je er twee, of twee dagen — maar in twintig jaar, als een uitbeelding van twintig eeuwen. In deze toespraak ga ik u wijzen op een zevental voorbeelden.

Nog niet zo heel lang geleden heb ik gesproken in Den Haag, waar ik volgende week ook weer mag spreken. Toen had ik het over Izaäk en over het feit dat hij tot God bidt. En dan lees je ook: God laat Zich verbidden. Dat was in verband met het feit dat Rebekka onvruchtbaar bleek te zijn. De situatie was namelijk als volgt. Laat ik het kort zeggen. De aardigheid is — en dit is tamelijk uitzonderlijk voor de wijze waarop ik dat nu presenteer — dat ik in dit geval verwijs naar schriftplaatsen zonder daar direct naartoe te gaan. Dat zou echt veel te ver voeren.

Kijk, je leest dit: Izaäk was veertig jaar oud toen hij trouwde met Rebekka. Ik geef expres altijd de bonnetjes erbij, zodat u het allemaal na kunt lezen. Dit is dus niet discutabel; het staat gewoon vermeld. Dat hij veertig jaar oud was toen hij trouwde, is een bekend gegeven geworden. Dan lees je dat hij zestig jaar oud was toen Rebekka alsnog zwanger werd. Dat is het hele verhaal: Izaäk en Rebekka hebben twintig jaar moeten wachten op een kind. En toen kregen ze een tweeling, wat ook nog wel problematisch was. Al tijdens de zwangerschap maakten ze ruzie.

Je leest inderdaad dat Rebekka onvruchtbaar was en Izaäk bad tot God dat zij toch vruchtbaar zou worden. En dan lees je: God liet Zich verbidden. Een heleboel mensen denken dan — en dat was ook de insteek van de toespraak die ik destijds in Den Haag hield — dat als je wensen hebt en God vervult die niet, je intensiever moet gaan bidden. Of dat we meer mensen bij elkaar moeten brengen voor een gebedsketting. We zouden de hemel moeten bestormen en petities moeten indienen bij het hemelshof, zodat Hij wel moet zwichten voor onze wens als we daar maar genoeg kracht bijzetten. Neemt u me niet kwalijk, maar ik vind dat een bizar idee.

Ik zal u dit vertellen: God liet Zich niet verbidden omdat Izaäk zo intensief bad. Hoe ik dat weet? Izaäk wist het gewoon omdat God het beloofd had. God had dat ooit al tegen Abraham gezegd. Abraham had er ook mee te maken, in verband met het feit dat zijn vrouw onvruchtbaar was. In feite is het hele Bijbelse verhaal dat vrouwen die geen kind kunnen krijgen, alsnog een kind ontvangen: een Sara, een Rebekka, en later lees je dat ook over Rachel. Iedere keer weer. God wekt nieuw leven in een verstorven moederschoot, zo spreekt de Bijbel erover. Dat is het universele Bijbelse verhaal: daar waar de dood heerst, brengt God leven.

Trouwens, God had tegen Abraham gezegd: "Door Izaäk zal men van uw nageslacht spreken." Dat wil zeggen: jouw nageslacht zal groot zijn, niet via Ismaël, maar via Izaäk. Izaäk wist dus al: ik word, net als mijn vader, de vader van vele volkeren. Hij wist op voorhand van Gods belofte en hield het vertrouwen dat God dit zou vervullen. Op grond daarvan bidt hij ook, en ongetwijfeld heeft hij God daar ook voor gedankt. En God liet Zich verbidden. Waarom? Niet omdat God van gedachten veranderde; Izaäk herinnerde God gewoon aan Zijn eigen belofte. Dat was het verhaal.

Waar het nu om gaat, is dat zij twintig jaar lang hebben moeten wachten voordat er sprake was van de vervulling van Gods belofte. Eigenlijk zet dat de toon voor de voorbeelden die ik nu nog meer ga geven. Ik ga u zeven voorbeelden geven van perioden van twintig jaar. Die twintig jaar spreken van de tijd waarin een mens moet wachten op de vervulling van Gods belofte. Die komt wel, maar het is soms een kwestie van geduld. Dat geldt in feite ook als je het heilshistorisch bekijkt. Als we even uitzoomen en denken in termen van eeuwen en millennia, dan zien we dat God Zijn belofte heeft gegeven. De Zoon van Abraham zal komen, het Zaad van Abraham, en via Hem zullen alle geslachten van de aardbodem gezegend worden. Maar het is even wachten. Hoe lang? Twintig jaar. Waar is dat een beeld van? Van twintig eeuwen. Na twintig eeuwen gaat God dat alsnog doen.

Dat is trouwens nog een heel apart verhaal, dat ik u als bonus geef. Izaäk is veertig als hij trouwt en tot zijn zestigste blijft hij kinderloos. Na het zesde decennium breekt het zevende decennium aan en dan krijgt hij het kind. Als we kijken naar het grote heilshistorische verhaal, dan zie je een periode van 4.000 jaar vanaf Adam. Abraham wordt geboren in het jaar 2000 vanaf Adam — daar hebben we het trouwens ooit al eens over gehad. En dan weer 2000 jaar verder — dat is iets gecompliceerder door een paar jaar speling — komen we bij Christus. Sindsdien zijn er weer 2000 jaar verstreken. Het Koninkrijk zou toch komen met de Christus? Jawel, maar het is wachten. Hoe lang? Inmiddels al 2000 jaar. Daarom is dit een onderwerp dat mij zo aanspreekt: de termijn loopt af.

Wat er vervolgens zal gebeuren, is dat het zevende millennium aanbreekt. De Bijbel noemt dat de duizend jaren: de grote Sabbat, de zevende dag. De zevende dag die zal aanbreken voor de mensheid; dat zal dé dag van Hem zijn. Die structuren mogen u niet ontgaan en ik wijs u er graag op. Hebben we er nog één?

Voorbeeld 2: Jakob Keert als Israël Terug uit het Buitenland ↑ hoofdstukken

Van Jakob lees je dat hij twintig jaar verblijft bij zijn oom Laban in het buitenland. Een heleboel mensen denken dat hij toen nog een jonge vent was toen hij vluchtte, maar dat is niet zo; hij was 77 jaar oud. Ik ga dat nu niet voorrekenen, want het is een beetje lastig, maar het is wel degelijk vanuit de Bijbelse gegevens terug te rekenen. Hij was 77 jaar oud en hij was 91 toen hij Jozef kreeg. Dat was de laatste dan... nee, dat is niet waar trouwens, we keken nog naar Benjamin. Nou, ik weet niet precies hoe het zit, maar in ieder geval lees je dat die periode van twintig jaar ook echt wordt benoemd.

Bijvoorbeeld in Genesis 31 vers 40 lees je dat Jakob aan het einde van die periode van twintig jaar tegen zijn oom Laban zegt: "Het is nu twintig jaar dat ik in uw huis – namelijk dat van Laban – geweest ben." En dat was daar buiten de landsgrenzen, in het huidige Irak zeg maar. "Ik heb u veertien jaar gediend, twee keer zeven jaar, om uw beide dochters, en zes jaar om uw vee, en gij hebt mijn loon tienmaal veranderd." Dan denk je: nou, dat is een compliment, zeker tien keer promotie of opslag? Nee, dat is niet de gedachte; kijk maar eens hoe dat zit. Want er zitten zulke prachtige dingen in hoe Jakob dan zijn bezit op een geweldige wijze uitbreidt. Daar zit ook heel veel typologie in; daar hebben we het ook wel eens over gehad. We hebben eigenlijk al heel aardig wat besproken al die jaren hier. Maar twintig jaar dus, hè?

En weet u wat zo aardig is? Je leest dat wanneer Jakob vlucht – ja, echt Jakob, want hij had zijn vader bedrogen en eigenlijk zijn broer ook – dat hij vlucht uit het land en dan staat er in Genesis 28 vers 11: "en de zon ging onder." Nou, het is haast poëtisch: de zon ging onder. En weet u waarom ik dat zo aardig vind? Hij legt zijn hoofd op een steen en gaat dromen. Dan denk je: hij krijgt een nachtmerrie, of God zegt: "O Jakob, wat zit je toch weer te emmeren en wat denk je toch allemaal." Nee, niets daarvan. God herhaalt de belofte die Hij ooit heeft gesproken aan zijn opa Abraham en zijn vader Izaäk. En nu krijgt Jakob het weer, zo gratis voor niets. Ja, dat dacht Jakob niet; Jakob dacht dat hij het moest verdienen. Dat denken alle mensen altijd: toch iets van zichzelf.

Maar oké, de zon ging onder toen Jakob vluchtte. En dan lees je later, na die twintig jaren dat hij daar bij zijn oom Laban is geweest in het buitenland, dat de zon opging. Hij doorwaart dat riviertje de Jabbok – Jakob-Jabbok – en dan krijg je een hele omkering in zijn leven, want toen werd Jakob Israël. Zo ging hij als Israël alsnog het beloofde land in, na twintig jaar. En tóén ging de zon op. De duisternis was voorbij, toen brak het licht aan.

Nou, dit is echt een inkoppertje hoor, want je zou zeggen: kleur het plaatje zelf maar in. Want Jakob staat onder andere – ik zeg dat er maar even bij, want er zit nog veel meer aan vast – model voor het huis van Jakob, het volk van Jakob. Dat is ook gedurende twintig eeuwen in het buitenland en dan is het donker. Maar als ze weer terugkomen en die omkering plaatsvindt, en Jakob wordt Israël en ze komen weer in het Beloofde Land... dat is na een periode van twintig. Nou, heb ik er nog één.

Voorbeeld 3: Jozef Ontmoet Na Twintig Jaar Zijn Broeders ↑ hoofdstukken

Met dank aan Gerard, want ik had onlangs in Den Haag gesproken en toen zei Gerard — die aanstaande zaterdag trouwens de uitvaart van Daniël mag leiden — dat hij er nog eentje voor me had. Ik weet niet hoeveel hij er al aan mij gaf, maar hij zei in elk geval: "Ik heb er nog eentje van twintig jaren die je niet direct zou zien." Hij wees mij op de geschiedenis van Jozef en daar wil ik u graag op wijzen.

Je leest over Jozef in Genesis 37 dat hij zeventien jaar oud was toen hij verkocht werd door zijn broeders. Jozef, de geliefde van zijn vader, maar gehaat door zijn broeders. Hij werd 'gedood' — dat dacht Jakob tenminste, want zijn veelkleurige gewaad werd in bloed gedoopt. Hij kwam onder de grond terecht; hij werd eigenlijk begraven. Hij werd verkocht en ging naar Egypte toe; toen was hij zeventien jaar oud.

Vervolgens lees je in Genesis 41 dat hij dertig jaar oud was toen hij onderkoning werd van Egypte. Gedurende dertien jaar is hij daar in Egypte geweest. Hij heeft daar bij Potifar in huis gediend en hij heeft ook nog twee jaar in de gevangenis gezeten. En dan, op zijn dertigste, wordt hij alsnog koning. Dat was hem overigens ook al beloofd. Hoe heeft Jozef al die tijd met zo'n opgeheven hoofd kunnen doorstaan? Door geloof. Als je geloof hebt... ik had het zojuist over hoe Daniël dat de laatste maanden heeft beleefd. Wat een enorme kracht gaat er uit van geloof als je vertrouwt op het Woord van God en niet afgaat op wat je ziet, maar op wat God gesproken heeft. Dan ben je onaantastbaar. Dan sta je daar gewoon: God heeft gesproken. En hoe Hij dat realiseert? Dat is mijn zaak niet, dat is Zijn zaak. En dan heb je rust. Die God kun je vertrouwen; Hij doet Zijn werk precies zoals Hij gezegd heeft. Niet precies zoals ik denk, maar precies zoals Hij het gesproken heeft. Jozef heeft ook in die overtuiging geleefd; dat weten we: door geloof.

Goed, hij was dertig jaar oud en toen vingen — ik ga er voor het gemak maar even vanuit dat u de geschiedenis kent — de zeven vette jaren aan. Daarna kreeg je de zeven magere jaren. Aan het begin van die zeven magere jaren was Jozef dus 37 jaar oud. Op dat moment vond de eerste ontmoeting plaats met zijn broeders. Zij wisten van niets, maar Jozef wist het wel. Toen vonden de eerste ontmoetingen plaats met zijn broeders, die hij twintig jaar lang niet had gezien. Twee jaar later lees je namelijk in Genesis 45 — kijk het maar na — dat hij zich eenmaal bekendmaakt. Dat is bij het tweede bezoek dat de broeders aan Egypte brengen. Dan maakt hij zich onder tranen bekend; een geweldige geschiedenis. De hele familie van Jakob, zeventig zielen, komt dan ook naar Egypte toe. Dat is in het tweede jaar van de hongersnood; er zijn dan nog vijf magere jaren te gaan.

Maar waar het nu om gaat: toen Jozef 37 was, ontmoette hij voor het eerst sinds twintig jaar zijn broeders die hem hadden verworpen. Ook dit is weer zo'n 'inkomst'. Als je de lijn eenmaal begrijpt, dan is het niet zo moeilijk; het is alleen prachtig om dat in talloze geschiedenissen iedere keer weer terug te vinden. Want dit spreekt uiteraard van de ware Jozef, die nadat Hij door Zijn broeders naar het vlees werd verworpen, hen na twintig eeuwen weer zal treffen.

Boeiend, hè? Nou, heb ik er nog één? Nee, ik heb er nog vier over. De volgende is Debora! Want nu gaan we naar... Ja, u zegt misschien: maar twintig jaar kom je ook tegen in Exodus, Leviticus en met name Numeri. Dat klopt, maar die passeer ik allemaal, want daar gaat het iedere keer over mensen van twintig jaar oud. Ik heb het vanmorgen over periodes; periodes van twintig jaar die gemarkeerd worden. Het gaat niet over de leeftijd van een individu; je leest bijvoorbeeld van de Israëlieten dat alle mannen van twintig jaar en ouder in de woestijn zijn omgekomen, met uitzondering van Jozua en Kaleb. Die leeftijd wordt wel vaker genoemd, maar daar heb ik het niet over. Ik pik alleen die twee decennia eruit, die twintig jaren die in de Bijbel heel uitdrukkelijk of impliciet als tijdsperiode worden genoemd.

Voorbeeld 4: Debora Richt in het Verborgene ↑ hoofdstukken

We gaan naar Debora. Dat is de tijd van de Richteren. Je leest dat Israël na de dood van Ehud – die twaalfde richter, die linkshandige man die ook erg handig was en link bovendien; een prachtige geschiedenis hoe hij de overwinning via links behaalt, maar daar gaan we het nu niet over hebben – twintig jaar lang wreed wordt verdrukt door Jabin en diens generaal Sisera. Je vindt dat in Richteren 4.

Wat ik even over die Richterentijd moet zeggen – we hebben vaker nagedacht over een Jefta, een Gideon of een Simson – is dat de Richterentijd in het algemeen typologisch verwijst naar de tijd nadat de verlossing heeft plaatsgevonden, maar voordat het Koninkrijk begint. Ik bedoel dit: onder leiding van Mozes en Jozua vindt de verlossing plaats. Mozes is de leidsman en Jozua is de... 'verleider', zal ik maar zeggen. Onder leiding van hem vindt de verlossing plaats, maar het zou nog eeuwen duren voordat het echte koningshuis, namelijk dat van David, het Koninkrijk aan zou vangen. Dus die hele tijd na de verlossing, maar voorafgaand aan het vestigen van het Koninkrijk, is de Richterentijd.

Als je het zo ziet, dan begrijp je: die Richterentijd slaat eigenlijk op onze tijd. De verlossing heeft weliswaar plaatsgevonden, de Verlosser is daar. Daar is Jozua, Jezus; Hij is daar. Jawel, maar het Koninkrijk wacht nog. En dat is de Richterentijd. Nu lees je over die twintig jaren dat Jabin Israël wreed verdrukt. En dan is Debora een vrouw, een richteres. Weet u wat haar naam betekent? Dat weet u nu wel, want het staat er namelijk bij: een honingbij. Ook die twintig jaren blijken iedere keer weer terug te komen in al die geschiedenissen van de Richteren-periode en zij slaan op de tijd tussen de verlossing en het Koninkrijk. Oftewel, ze slaan op de tijd waarin wij nu al twintig eeuwen leven.

Debora spreekt ervan. Ik zal een paar voorbeelden geven van dingen die ik een beetje lastig vind om goed te doen; ik stip ze aan en je moet een beetje feeling hebben met de hele Bijbelse gedachtegang. Kijk, je hebt dus Debora, de honingbij. Mijn broer Dirk heeft hier al vaker over gesproken, ook over de typologische betekenis van de honing. Wat is zoeter dan honing? Dat is trouwens ook een raadsel van Simson in Richteren. Maar wat is zoeter dan honing? Dat was het antwoord op een raadsel, maar het is feitelijk zelf weer een raadsel. David zegt het: 'Uw Woord, o Heer, is zoeter dan honing en kostbaarder dan goud.' Dat is het Woord.

Trouwens, de naam Debora heeft een connectie met het Hebreeuwse woord 'dabar', wat 'woord' betekent. Dat is ook het woord voor 'daad'. Debora is daar de vrouwelijke vorm van. Zij was de dochter van Lappidot. Ik vond dat altijd een heel grappige naam. Je hebt tegenwoordig in Israël ook nog mensen die Lapide heten; dat is gewoon de mannelijke vorm van Lappidot. Het betekent 'fakkel', een fakkel die je nodig hebt als het nacht is. Zij produceerde dus honing, een woord. Ze was een profetes en de dochter van Lappidot.

En ze richt als een richteres in het verborgene, want Israël werd wreed verdrukt. En toch gaf zij leiding aan dat volk, maar dan in het verborgene onder de palmboom. Die palmboom heette de Debora-palm. Een palm is in de Bijbel een beeld van koningschap, maar in dit geval van verborgen koningschap. Ze verblijft, zoals staat in de eerste verzen van Richteren 4, op het gebergte van Efraïm, op de hoogte. Daar is ze; zij is op de hoogte. Daardoor kon ze natuurlijk het Woord doorgeven, maar ik bedoel ook letterlijk: op de hoogte op het gebergte van Efraïm.

Efraïm spreekt van het eerstgeboorterecht waar de dubbele zegen naartoe gaat. De naam Efraïm betekent ook 'dubbele vrucht'. Ik zeg dat ook even voor degenen die dit lastig vinden, maar je moet weten: het spreekt van de huidige tussentijd, namelijk dat het eerstgeboorterecht naar de natiën toe gaat. Het spijt me dat ik het niet uitgebreid kan zeggen, maar ik wil u er toch even op wijzen. Er staat bij dat het was op het gebergte van Efraïm tussen Rama en Beth-el. De locatie wordt op die manier nader aangeduid. Rama, een plaatsnaam die vaker in de Richterentijd een rol speelt, betekent 'hoogte' en Beth-el is 'Huis van God'.

Dat is waar ze was. En wat ik er eigenlijk mee bedoel te zeggen is dit: die twintig jaren dat Debora richteres is, is de tijd van de verborgenheid. Ze geeft het Woord, ze is op de hoogte. De eerstgeboortezegen heeft ook alles met die twintig jaar te maken. De hoogste zegen die God te geven heeft, gaat vandaag naar Efraïm, naar de natiën. Laat ik het simpel zeggen: er is geen grotere zegen denkbaar die God aan een mens kan geven dan wat Hij in deze twintig eeuwen weggeeft. Er is de hoogste zegen voor de Ecclesia die vandaag uitgeroepen wordt, namelijk die het Lichaam van Christus is. Dat is de hoogste zegen, absoluut. Dat gaat nog ver boven wat Israël straks op aarde ten deel gaat vallen, hoe groot en heerlijk dat ook is.

Dus over die twintig eeuwen zeg je wel dat het een onderbreking is, maar ondertussen gebeurt daar heel veel belangrijks. Het is wachten voor het oog en voor dat wat God beloofd heeft, maar in het verborgene doet Hij een buitengewoon belangwekkend werk en heeft Hij zoveel rijkdom weg te geven. Ik moet het ook even afmaken, want na die twintig jaren – je zou het inderdaad ook gewoon zelf kunnen bedenken – wordt Israël spectaculair verlost. Het is een hele mooie geschiedenis over hoe dat in zijn werk is gegaan. Een prachtige, maar ook wel een gruwelijke geschiedenis hoor; daar heb je er in Richteren wel meer van. En dan krijgt het land rust, zo staat er na die twintig jaren. Dat is logisch: Israël wordt vervolgens bevrijd en na de twintig jaren krijgt het land alsnog rust.

Voorbeeld 5: Simson in de Tijd Tussen Verlossing en Koninkrijk ↑ hoofdstukken

We gaan naar Simson, ook weer een richter die spreekt van die tijd. Alles in zijn leven getuigt van de periode tussen de verlossing en het koninkrijk, de huidige twintig eeuwen. Debora richtte inderdaad twintig jaar, maar van Simson wordt precies hetzelfde vermeld: hij was richter in de dagen van de Filistijnse overheersing gedurende twintig jaar. Het wordt zelfs tot twee keer toe vermeld.

Nu heb ik weer een soortgelijk probleem, want op het moment dat ik dit aansnip... Dit zijn eigenlijk de mooiste dingen om te vertellen, maar het is lastig om dat in twee of drie minuten te doen. In twintig minuten trouwens ook, en in tweehonderd ook niet. Maar goed, je hebt daar wel wat meer kennis van zaken voor nodig. Het is zo geweldig; de Bijbel is een goudmijn. Ik zei het zojuist al: het is kostbaarder dan goud, maar goud moet je delven. Dat kost soms heel veel tijd om het inderdaad te vinden. Maar als je de moeite neemt om dat te ontdekken, echt onder de oppervlakte, dan vind je zulke geweldige dingen.

Laten we kijken naar een paar hoofdmomenten in het leven van Simson. Eigenlijk was dat vooral een romantisch debacle. Ga maar na, de hele geschiedenis van Simson. Je kunt daar je ethische codes op loslaten en alles wat er verwerpelijk aan was, maar feitelijk was het probleem dat de liefde van Simson niet werd beantwoord, als ik het zo zeg. Zijn huwelijk vond geen doorgang. De Heer kwam als Bruidegom tot de bruid, maar hoewel de grondslag voor het Nieuwe Verbond is gelegd, moet dat verbond nog steeds gesloten worden. Dat is het verhaal van Simson. Het is een prachtige geschiedenis waar we in een grijs verleden ook al eens over hebben gesproken.

Tijdens die bruiloft — want hoewel het huwelijk geen doorgang vond, is de bruiloft er wel geweest, en zelfs veel langer dan wij hier gewend zijn, namelijk zeven dagen — heeft hij een raadsel verteld, een verborgenheid. Daar had ik het zojuist over bij die verscheurde leeuw. Die had hij verscheurd zoals men een geitenbokje verscheurt.

Dan is er ook nog de geschiedenis van de dramatische afloop van de tarweoogst, met die vossen door het graan waarmee hij de graanoogst van de Filistijnen vernielde. Dat was de tarweoogst, en dat spreekt van Pinksteren. Pinksteren kreeg in feite een dramatische afloop. Je zou het boek Handelingen allerlei titels kunnen geven, zoals 'Van Jeruzalem naar Rome', maar je kunt ook zeggen: 'De dramatische afloop van Pinksteren'. Trouwens, Paulus arriveerde ooit op een Pinksterfeest weer in Jeruzalem en toen werd hij gevangen genomen. Ik strooi zomaar wat Bijbelse gegevens, maar ik vind dat prachtig hoor.

Diezelfde Simson werd verraden en overgeleverd in het huis van zijn geliefden. Dan heb ik het over Delilah. De naam Simson komt trouwens van Shemesh, zon. En Delilah komt van Lailah, dat is nacht. Eigenlijk ging Simson, de zon, onder in de nacht toen het donker was. Dat is Simson. Twintig jaar heeft hij gericht. Hij heeft niet geregeerd, maar hij is richter geweest onder het volk gedurende twintig jaren. Dat spreekt van de huidige tijd. En aan het einde van die twintig jaren vindt er bovendien een geweldige overwinning plaats.

Voorbeeld 6: Samuel, de Verborgen Ark en Eben-haëzer ↑ hoofdstukken

Samuël was trouwens de laatste richter van in die hele periode. Zo wordt dat in de Bijbel ook heel uitdrukkelijk gezegd. En dan lees je op een gegeven ogenblik dat de ark — ik heb het niet over de ark van Noach, dat begrijpt u wel hè? Ik heb het over de ark van het verbond, het heiligdom, of het aller-allerheiligste wat in het heilige der heiligen ook behoorde te staan. Maar die ark werd op een gegeven moment ondergebracht in Kirjat-Jearim. En ik las dat dat twintig kilometer van Jeruzalem verwijderd was. Maar oké, dat zeg ik er... ik vond het wel apart. Op een gegeven moment ga je over zo'n keer de details struikelen natuurlijk.

Maar oké, nadat de ark was ondergebracht in Kirjat-Jearim, staat er in 1 Samuël 7, volgt er een periode van twintig jaar waarin Israël onderdrukt wordt door de Filistijnen. Eigenlijk is dat trouwens als een rode draad door de hele richterperiode, iedere keer weer: Israël wordt onderdrukt, meestal door de Filistijnen, maar ook door Amorieten, Moabieten, weet ik wat voor -ieten. Parasieten? Nee, die niet. Wel Perizzieten geloof ik.

Maar goed, in ieder geval twintig jaar. Kijk, en dan in die twintig jaar verblijft de ark — en dat moet u weten, de ark is een type van Christus. Ik vind, daar had ik het al eerder over verteld, de ark die door de Jordaan ging en Israël moest die ark navolgen, maar de ark is een type van Christus, waar het verzoendeksel ook op was en waar ook de staf van Aäron die gebloeid had zich in bevond. De ark die van hout was, dat wil zeggen vanuit de aarde, maar helemaal met goud overtrokken; een type van Christus. Een onderwerp op zich, maar dat moet u weten.

Nou, die ark die verblijft dan tijdelijk, want ja, ze hoort in het heilige der heiligen in de tempel, maar ze verblijft dan tijdelijk in het huis van ene Abinadab op de heuvel; het staat er heel uitdrukkelijk bij: op de hoogte. Twintig jaar lang. En dan lees je ook nog, ja, daar staat er ook nog bij dat Eleazar gesteld wordt om de ark te bewaren en te bewaken. Eleazar was trouwens ooit de tweede hogepriester. In deze twintig jaar verblijft dus die ark daar in dat huis.

Daarna, en dat is heel apart, na die twintig jaar, dan lees je dat het volk Israël — dit is in de dagen van Samuël, ik geloof dat ik het zojuist al even aangaf — maar in die twintig jaar roept het volk van Israël de naam van God aan. Na die twintig jaar, want ze werden wreed onderdrukt, roept Israël de naam van God aan. En dan eindigt die twintig jaar ook. En God brengt vanuit de hemel, dan staat er: door een machtig rollen van de donder, het volk van de Filistijnen zo in verwarring. Vanuit de hemel antwoordt God zijn volk dat roept: "Heer help en red ons en bevrijd ons." En na die twintig jaar doet de Heer dat ook. Zo brengt God, ja inderdaad God, vanuit de hemel een enorme nederlaag toe aan de Filistijnen.

Dan wordt er bij die gelegenheid — die vind ik wel aardig om hierbij te vermelden, want dan weet u ook meteen de hele context daarvan — een monument opgericht door Samuël. Want bij die gelegenheid wordt er een steen opgericht en die steen heet Eben-Haëzer. En die naam kennen we allemaal wel. Gemeentes, kerken, scholen, wat heet er nu niet Eben-Haëzer? De meeste mensen zeggen dan: "Ja, Eben-Haëzer betekent: tot hiertoe heeft God ons geholpen." En dat is ook zo, maar dat is de uitleg van de naam.

Eben-Haëzer betekent letterlijk: Eben is steen, en ha-ezer betekent 'van de hulp' of 'der hulpen'. Dus letterlijk betekent Eben-Haëzer: steen der hulpen. God helpt. Wanneer? Na die twintig jaar. En wat doet Hij dan? Dan bevrijdt Hij zijn volk en dan brengt Hij een nederlaag toe aan de vijand. Dan gaat Hij doen wat Hij heeft beloofd, na die twintig jaar. En Eben-Haëzer is inderdaad een steen van hulp, en dat is wat dat monument ook uitbeeldt. Dus het is na die twintig jaar dat die steen, dat monument, die opgerichte steen wordt opgericht. Ja, ook weer dus na twintig jaar. Nou, en dan...

Voorbeeld 7: Salomo Voltooit de Tempel als Koning-priester ↑ hoofdstukken

Dan komen we bij de laatste, bij nummer zeven: Salomo. De zoon van David met zijn duizend vrouwen, een duizendvoudige heerlijkheid, maar het spreekt ook inderdaad van Salomo die de Vredevorst is. Salomo betekent trouwens ook vrede, sjalom. Er is nooit een tijd voor Israël geweest die zo groots en heerlijk was als in de dagen van Salomo. Salomo is een geweldig type van de Zoon van David die in Jeruzalem zal heersen, en van de duizend jaren. Hij is de lieveling van God. Het kwam zo uit dat Salomo in dit geval ook de nummer zeven is.

Want hoezo twintig jaar? Je leest in 1 Koningen 6 vers 1, en dit staat als een heel belangrijk gegeven in verband met de Bijbelse chronologie, dat in het 480ste jaar na de uitocht, de exodus, koning Salomo begint. Het was trouwens het vierde jaar van zijn regering dat hij begint met de bouw van de tempel in Jeruzalem. Alle voorbereidingen waren ooit al door David getroffen, maar die mocht de tempel niet bouwen want hij had bloed aan zijn handen. Salomo niet, Salomo was een Vredevorst. Hij mocht eindelijk de tempel gaan bouwen. En dat staat er gewoon heel uitdrukkelijk bij: 480 jaar na de uitocht. Dus dan weet je eigenlijk ongeveer hoe lang die richtertijd geweest is, hoewel ik erbij moet zeggen dat inmiddels David ook al veertig jaar koning was geweest en Saul trouwens ook veertig jaar. Allebei veertig.

Over de bouw van deze tempel, inclusief zijn eigen paleis, doet Salomo twintig jaar. Het wordt er een paar keer bij vermeld: twintig jaar heeft dat geduurd. Ik moet erbij zeggen: over de tempel zelf doet hij zeven jaar en over het paleis doet hij dertien jaar. Wacht nu eventjes met uw oordeel; ik vind het paleis zeker belangrijk, dat is niet de gedachte, maar het gaat nu even vooral om de zeven en dertien jaar. In totaal dus twintig jaren. Wat krijg je dus? In het 480ste jaar begint de bouw van de tempel, oftewel de koning-priesterlijke zetel wordt in Jeruzalem in gereedheid gebracht. Dat is eigenlijk de gedachte. Want de tempel is de plaats waar God Zijn naam zou doen wonen, de plaats waar de priesters hun arbeid zouden verrichten: het huis Gods. Het is de plek waar ook de Zoon van David letterlijk als koning zou regeren. Jeruzalem is de stad van de grote Priester, maar het is ook de stad van de Koning.

Deze schiet me ter plekke nu te binnen, maar je leest van Melchizedek die ooit Abraham ontmoette. Abraham kreeg toen brood en wijn en je leest dat Melchizedek priester was van de Allerhoogste en koning van Salem. Salem is één van de namen van Jeruzalem. Koning-priester van Jeruzalem dus. Hoe lang duurt het voordat Jeruzalem de stad wordt van de grote Koning-priester en daarin de zetel, de hoofdstad van Israël en feitelijk van de wereld gaat worden? Want vergis u niet, Salomo heeft een enorm rijk, een wereldrijk zelfs gecreëerd.

Dit betekent dus dat de bouw van die tempel voltooid was in het 500ste jaar na de uitocht. Het begon 480 jaar na de uitocht en twintig jaar heeft hij erover gedaan. Dat betekent dus dat de bouw van de tempel en het paleis gereed was in het 500ste jaar na de uitocht. Ik zal even een plaatje laten zien; we krijgen dus dit verhaal. De uitocht was precies in het jaar 2500. 480 jaar later start de bouw van de tempel en twintig jaar later is de tempel en het paleis gereed. Dat was trouwens in het jaar 3000 gerekend vanaf Adam. Maar dan krijg je nog een verhaal. Het was het 500ste jaar na de uitocht dat de tempel en het paleis gereed waren, maar ik zal je nog wat vertellen: het was ook het 1000ste jaar na de geboorte van Abraham.

Hoe weet je dat? Nou, dat is niet moeilijk hoor. Je leest dat Abraham zeventig jaar was toen hij de belofte van God kreeg. Vervolgens zou het nog 430 jaar duren — ook die termijn wordt genoemd — voordat de belofte vervuld zou worden en Israël verlost zou worden, oftewel dat de uitocht zou plaatsvinden. Dat wil zeggen dat het vanaf de geboorte van Abraham 70 plus 430 jaar is, en dat is dus in totaal 500 jaar. Exact in het jaar 2500, het 50ste jubeljaar, vindt de uitocht plaats uit Egypte. En nog weer 500 jaar later is Jeruzalem gereed als zetel van de Koning-priester.

Deze jaartallen vind je niet zomaar voor het oprapen in de Bijbel, maar als je graaft en zoekt onder de oppervlakte, kom je het allemaal tegen. Soms zelfs, zoals in dit geval, zonder enig probleem hoor. En dan doe je dus de ontdekking dat Jeruzalem als de plaats van de Koning-priester gereed was na twintig jaren, maar je zou kunnen zeggen: na twintig jubeljaren. Ik bedoel, duizend jaar is duizend jaar, toch? Zo kun je nog wel even doorgaan. Met voorbeelden van een periode van twintig jaar valt het wel mee, maar alles wat op je afkomt als je aan deze dingen gaat denken... de gedachten vermenigvuldigen zich.

Samenvatting: het Verborgen Werk in Deze Twintig Eeuwen en Onze Verwachting ↑ hoofdstukken

Waar het nu eigenlijk op neerkomt – en daarmee wil ik echt gaan afsluiten – is dat al die periodes van twintig jaren spreken van één en hetzelfde fenomeen. Het gaat om de twintig eeuwen waarin God een verborgen werk doet en op Zich laat wachten, waarna het gaat gebeuren. Ik wil het samenvatten. We hebben nu zeven voorbeelden gezien. Na twintig jaar vervult God Zijn belofte; dat was de eerste, in het geval van Izaäk. Na twintig jaar keert Jakob terug naar het land. Na twintig jaar ziet Jozef zijn broeders weer, die hem gedurende die twintig jaar verworpen hadden. Gedurende twintig jaar richt Debora in het verborgene op de hoogte, waarna God Zijn volk bevrijdt. Gedurende twintig jaar wordt de richter Simson miskend door zijn geliefde, maar daarna behaalt hij de grootste overwinning. Gedurende twintig jaar verblijft de ark – u begrijpt: Christus in type – op de hoogte, terwijl Israël wordt onderdrukt, en daarna bevrijdt God Zijn volk in de dagen van Samuël. Dat was het zesde voorbeeld wat we zagen. En nu het zevende voorbeeld: na twintig jaar is Jeruzalem gereed als de hoofdstad van de koning-priester.

Als je eenmaal de Bijbelse profetie verstaat en gelooft – dat is ook niet onbelangrijk – en je gaat vervolgens de Bijbel onderzoeken en allerlei geschiedenis lezen, dan blijkt dat onder de oppervlakte al die structuren gewoon weer naar hetzelfde wijzen. Dit is zo fenomenaal! Dit wijst erop dat God ook de God van Zijn Woord is. Hij verbergt Zijn waarheden. Kijk, als je het niet aan wilt nemen, vind ik dat een mooi fenomeen, maar God verbergt Zijn Woord voor degene die niet gelooft. Als je niet wilt geloven: prima, dan zal je het ook niet verstaan. Dan zeg je: "Ik begrijp er helemaal niets van, daar klopt helemaal niets van." En voor degene die het niet gelooft, klopt dat ook. Dan zeg je: "Nou, ik snap er helemaal niets van." Nee, dat is ook helemaal niet voor jou bedoeld. God geeft Zijn Woord aan degenen die Hem vertrouwen en Hem op Zijn Woord geloven. Wat een rijkdom krijg je dan te zien! Wat een geweldig zicht mag je krijgen op de tijd waarin wij nu twintig eeuwen leven, en nu zitten we aan het einde.

Zonder dit nu precies per jaar in te vullen – want dat is nog een onderwerp apart en dat gaan we nu helemaal niet doen, ik vind het heel erg boeiend maar wel meer iets voor aan de borreltafel – wil ik zeggen dat het ons natuurlijk boeit. Met Daniël heb ik er vaak over gesproken, en met heel wat meer mensen trouwens, want het is onze verwachting! We kijken hier naar uit. Ik weet nog dat we een paar maanden geleden de begrafenis bespraken. Ik zal uiteindelijk niet spreken aanstaande zaterdag; dat doet Gerard. Maar een van de dingen die Daniël wel erg jammer vond, is dat hij nu deze laatste fase niet meer hier op aarde mag meemaken en de dingen die gaan gebeuren. Hij las de kranten heel erg goed, hij volgde het nieuws en hij legde dat gewoon naast de Bijbel; hij zag het ene in het licht van het ander. En nu dit laatste stukje, dat wordt zo verschrikkelijk boeiend; ja, dat kon hij niet meer meemaken. Maar hij neemt de korte route nu. Hij is eerder.

In ieder geval is het voor Daniël het eerstvolgende bewuste moment dat hij gaat meemaken, de dag wanneer wij allen die mogen geloven Hem tegemoet zullen gaan in de lucht. Wij gaan hem niet voor, zegt Paulus, integendeel. Maar begrijpt u, dit is zo geweldig, die verwachting die we hebben. De twintig eeuwen waarin God zo’n geweldig werk doet, lopen ten einde. Maar de verwachting wordt des te groter, des te heerlijker, omdat je weet: het is inderdaad nabij. Wat een dag zal dat gaan worden!

🎧 twintig jaar en daarna...
Delen: