GoedBericht.nl logo
UltimateGoodNews

laat God zich verbidden?

15-05-2022 - Geplaatst door Andre Piet
15 mei 2022, Den Haag

Een keer of acht lezen we in onze Bijbel dat God zich laat verbidden. Wat moeten we ons daarbij voorstellen? Kan een mens God op andere gedachten brengen? Weten wij het dan soms beter dan Hij? En als deze opties op voorhand zijn uitgesloten, hoe zit het dan wel?

Powered by RedCircle

📝 Samenvatting & Transcriptie van deze lezing

Samenvatting van deze toespraak

In de Bijbel betekent 'verbidden' niet dat God op andere gedachten wordt gebracht, alsof Hij door de mens overtuigd moet worden. Het betekent dat God gebeden verhoort die in overeenstemming zijn met Zijn eigen wil en beloften. God geeft wat gebeden wordt, maar doet dit op Zijn eigen tijd en onder Zijn eigen voorwaarden. Echt bidden is een beroep doen op wat Hij zelf al heeft toegezegd. Daarmee toont Hij dat Zijn plan volmaakt is en Hij niet afwijkt van Zijn woord.

“God vervult niet onze wensen, maar Hij vervult altijd Zijn beloften.”

Introductie: Laat God Zich Verbidden? ↑ hoofdstukken

Een hele goede morgen ook van mijn kant, vrienden. Het is een hele tijd geleden dat ik hier was, tenminste in mijn beleving, zeker een aantal maanden, maar ik kom hier al zo lang dat ik niet de noodzaak voel om mij alsnog voor te stellen. En wat was het weer genieten van de liederen die zojuist ten gehore werden gebracht. Prachtig!

Ik wil jullie vanmorgen eens bepalen bij deze vraag. Ik heb zojuist in de auto met twee medereizigers al even een poll gedaan, een peiling, en de vraag voorgelegd, want ik vertelde wat het thema was. Toen stelde ik de vraag: laat God zich verbidden? Laat ik dat hier nou ook eens gewoon vragen. Wie zegt hier... en ik zal eventjes vooraf verklappen dat in de auto de meningen erg verdeeld waren. Het was 50-50, ik deed zelf dus niet mee. Nee, ik heb echt een antwoord en het is aan jullie om te testen in hoeverre dat inderdaad klopt of deze dingen alzo zijn.

Maar laat ik de vraag stellen: laat God zich verbidden? Wie zegt ja? Twee, drie, vier... Nou, ik heb de indruk... En wie zegt nee? Nee, dan zijn de ja-stemmers toch duidelijk in de meerderheid. God laat zich verbidden. Hiskia? Ja, nou dat ga ik zeker doen. Dat ga ik zeker doen. Maar ik dacht: iedereen is nu nog blanco. Ik heb er helemaal nog niets over het onderwerp gezegd, over het woord en dergelijke. En een kleine minderheid zegt nee, God laat zich niet verbidden. Ik heb de indruk dat een aantal mensen zo wijs is geweest misschien om te zeggen: ik stem helemaal niet, want dan heb ik het in ieder geval niet fout.

Oké, nou, ik kan u sowieso verklappen dat in de Bijbel in ieder geval — en dat is toch ons uitgangspunt — God zich wel degelijk laat verbidden. Tot acht keer toe lees je dat, en dan volg ik eventjes de Statenvertaling. In de NBG-vertaling is het niet zo gek veel anders, daar is het zes keer. Ik zal u even een lijstje geven van de schriftplaatsen waar dat inderdaad zo staat. Waar een sterretje achter staat, dat zijn de schriftplaatsen waar ik straks ook naartoe ga.

In Genesis 25 en 2 Samuël 21 vind je het ook, al moet ik erbij zeggen dat in de NBG '51-vertaling daar staat dat God Zich ontfermde en in de Statenvertaling dat God Zich liet verbidden. In 2 Samuël 24, die schriftplaatsen gaan we allemaal nog langs. En in 2 Kronieken 33 wordt in de NBG-vertaling gezegd dat God verhoring schonk, terwijl in de Statenvertaling dus gezegd wordt dat God Zich liet verbidden. In Esther vinden we het ook één keer en tenslotte in Jesaja 19. U ziet, een vijftal schriftplaatsen gaan we straks bezien, want alle acht zouden een beetje te veel tijd vergen.

De Woordenboekbetekenis Versus de Bijbelse Betekenis ↑ hoofdstukken

Laat ik eerst eens inzoomen op het woord zelf. De meest voor de hand liggende, maar ook de minst accurate benadering van het onderwerp, is kijken naar wat ‘verbidden’ volgens het woordenboek betekent. Als je de betekenis niet kent, zou je kunnen gissen dat het zoiets is als ‘je vergissen’: je kunt bidden en je kunt je ‘verbidden’, in de zin van dat je dan verkeerd gebeden hebt. Maar dat betekent het natuurlijk niet. Volgens het woordenboek betekent verbidden: door bidden tot andere gedachten brengen. Het idee bij het verbidden van God is dat Hij daarbij op andere gedachten zou worden gebracht.

Op het moment dat je het zo formuleert, voel je natuurlijk meteen aan je water dat dit een heel problematisch begrip is. Het suggereert namelijk dat de mens het beter weet dan de Schepper. Als ik in staat ben om door mijn gebed God op andere gedachten te brengen, dan weet ik het kennelijk beter, zodat God bij nader inzien van gedachten zou veranderen. Het is misschien een beetje een ‘evangelische tik’, als ik het zo oneerbiedig mag zeggen, dat men in de evangelische wereld een hele hoge pet op heeft van de menselijke vrije wil. Men denkt dan dat als we maar massaal tot God komen, zeker met een kettinggebed of door heel veel petities en handtekeningen in te dienen, we door zo stormachtig de hemel te benaderen kunnen bewerkstelligen dat God zwicht voor het verzoek. Het is dan niet eens zozeer de inhoud van het verzoek, maar het idee dat God er democratisch gezien niet onderuit kan.

Terwijl ik dit zo formuleer, denk ik dat ik de gedachte redelijk weergeef zoals men dat inderdaad meent, maar tegelijkertijd denk ik: dan heb je toch wel een heel klein godsbesef. Het suggereert immers niet alleen dat de mens het beter weet, maar ook dat Gods wegen en Gods gedachten kennelijk niet volmaakt zijn. Want als Hij door ons denken op een andere, en dus betere gedachte gebracht zou worden waardoor Hij zwicht... ja, u voelt wel aan dat dit eigenlijk niet kan.

Ik ga u echter in deze samenkomst uitleggen dat ‘verbidden’ in de Bijbel een andere betekenis heeft. Het betekent inderdaad dat God geeft wat gebeden wordt. We zullen straks in een heel aantal Schriftplaatsen zien dat Hij verhoort en realiseert wat verzocht wordt. Maar – en dat is het hele punt – wij denken bij verbidden vaak dat dit gebeurt omdat God zwicht voor wat wij Hem verzoeken, en dat het dus dánkzij ons gebed is. Ik ga het u nog sterker vertellen: het is zelfs ondanks het gebed dat God zich laat verbidden.

Kijk, het feit dat iemand jarenlang voor iets bidt en het uiteindelijk van God krijgt, doet ons zeggen: ‘Hé, het gebed heeft geholpen en God heeft zich laten verbidden.’ Maar u kent wellicht de termen uit het wetenschappelijke segment: correlatie veronderstelt nog geen causaal verband, of bewijst dat in elk geval niet. Ik bedoel hiermee te zeggen dat het feit dat er een bepaald verband is tussen het ene en het andere, niet wil zeggen dat het een het ander veroorzaakt.

Er is bijvoorbeeld een verband tussen het dragen van korte broeken en de verkoop van ijs. Hoe meer mensen korte broeken dragen, hoe meer ijs er verkocht wordt. Maar u begrijpt allemaal dat de ijsverkoop niet veroorzaakt wordt door het feit dat mensen korte broeken dragen. Er zijn meer van dit soort leuke voorbeelden te geven. Er is ook een verband tussen de brandschade en het aantal aanwezige brandweerlieden. Hoe hoger de brandschade, hoe meer brandweerlieden er altijd aanwezig blijken te zijn geweest. Maar u begrijpt dat je niet mag zeggen dat het een het ander veroorzaakt. Het feit dat een gebed vervuld wordt, wil dus niet zeggen dat dit dánkzij het gebed is. Laten we eens naar de Schrift gaan kijken.

Het Eerste Voorbeeld: Isaak Pleit op Gods Belofte ↑ hoofdstukken

Laten we naar de Schrift gaan. Dit was even wat heen en weer kuieren in het begrip zelf. En de eerste Schriftplaats die we bekijken, is in dit geval — en dat kon ook niet anders, want het is de eerste keer dat dat begrip 'verbidden' genoemd wordt — Genesis 25 vers 20. Daar lees je: "Isaak was veertig jaar oud toen hij Rebekka, de dochter van Betuel, de Arameeër uit Paddan-aram, de zuster van de Arameeër Laban, tot vrouw nam." Dan weten we in ieder geval over wie we het hebben. De meeste mensen denken nu: dat is een ideale leeftijd om te trouwen; trouw niet voor je veertigste. In dit geval is dit wel interessant. We weten dat dit drie jaar na het overlijden van Sara was. Ga maar na: Sara was negentig toen ze Isaak kreeg. Ze overleed op haar honderdzevenentwintigste, dus toen was Isaak zevenendertig, en hij was veertig toen hij in het huwelijk trad met Rebekka. Dat betekent dus dat het drie jaar na het overlijden van Sara was. Dat wordt ook uitgebreid beschreven.

En dan staat er: "Nu bad Isaak de HEERE voor zijn vrouw, want zij was onvruchtbaar." Bij dat woord 'nu bad Isaak' staat in de Statenvertaling: "En Isaak bad den HEERE zeer," of in een andere weergave: "hij bad vurig." En inderdaad, het woord zelf — u ziet dat ook in de interlinear, wat ik even rood heb omcirkeld — betekent letterlijk dringend of indringend verzoeken. Waarom? Rebekka was onvruchtbaar en dat is haast een refrein in het boek Genesis, want we lezen dat ook al van de moeder van Isaak. Ik zei zojuist al: ze was negentig toen ze Isaak ter wereld bracht. Nou, dat is echt niet de normale leeftijd, ook in de Bijbel niet hoor. Hoe oud bent u ook alweer? Ja, bijna negentig. Dat was dus ook de leeftijd dat Sara zwanger werd. Dit is geschiedenis, hè? Het is geen aansporing.

Dat was dus Sara. En trouwens, nog weer een generatie later lees je van Rachel ook dat ze onvruchtbaar was. In feite zit er al zo'n fundamentele gedachte achter onvruchtbaarheid: het idee dat een mens niet in staat is om nieuw leven voort te brengen. Eigenlijk is het lichaam in biologische termen van vruchtbaarheid dan verstorven. Dat is de Bijbelse gedachte. En eigenlijk klinkt daarin het loutere feit door van onvruchtbare vrouwen... en er zijn heel wat Bijbelse voorbeelden, niet alleen in Genesis. Je zou een hele lijst kunnen geven, denk maar aan de moeder van Johannes de Doper die uiteindelijk toch een kind voortbracht: Elisabeth. Of Hanna. Er zijn zoveel voorbeelden. God verwekt leven uit de dood. Dat is het idee. Als een rode draad loopt die boodschap door de Bijbel: de dood wordt overwonnen en God is de God van het leven, de levende God. De dood is voor Hem geen verhindering; integendeel, het is de noodzakelijke achtergrond waarin Hij Zijn levenskracht bewijst. Daar waar het voor de mens onmogelijk lijkt en blijkt, daar begint God. Ik zeg altijd heel graag: ons plafond is Gods vloer. Daar waar wij niet verder kunnen, daar begint Hij. Dat is zoals wij onze God kennen.

En nu komen we op dat woord: "Nu bad Isaak JAHWEH voor zijn vrouw, want zij was onvruchtbaar, en JAHWEH liet Zich door hem verbidden." Het aardige is dat dit woord hetzelfde is als het eerdere woord... oh wacht even, ik heb hier een foutje gemaakt in de PowerPoint, dat moet ik nog even aanpassen... dit is hetzelfde woord als wat daar eerder in vers 21 staat: "nu bad Isaak". Het is exact hetzelfde woord, alleen de vocalisatie is wat anders, maar in het Hebreeuws is het hetzelfde woord. Dus vurig bidden, indringend bidden, is in het Hebreeuws hetzelfde woord als 'verbidden'. Het idee is: het gebed is zo indringend dat het wordt vervuld.

Maar, en nu komt het: voordat je denkt dat het vervuld is omdat het gebed met zoveel aandrang en zo langdurig gebeden wordt, moet ik u vertellen dat de vervulling van dit gebed op voorhand al vaststond. Dat weet ik absoluut zeker. Want wat had God vele jaren eerder al tegen Abraham gezegd, zelfs voor de geboorte van Isaak? Hij zou een heel groot volk worden. Het is wel handig als ik het plaatje weer heb, het komt zo weer. Een zwarte achtergrond kan heel handig zijn om het licht te laten overwinnen. JAHWEH liet Zich verbidden. Ja, de vervulling stond inderdaad op voorhand vast, want in Genesis 21 vers 12 lees je al: "door Isaak zal men van uw nageslacht spreken." Abraham dacht aanvankelijk nog dat het via Ismaël zou verlopen, maar God zei: nee, door Isaak zal men van uw zaad spreken. Isaak wist dus al dat God Zijn belofte had gegeven: "In uw zaad zullen alle geslachten van de aardbodem gezegend worden." Isaak was dé erfgenaam. Dat betekent dus dat Isaak hoe dan ook vader zou worden. Sterker nog, via dat nageslacht zouden alle geslachten van de aardbodem gezegend worden en zijn zaad en nageslacht zou talrijk zijn. Isaak wist: ik word vader.

Dat hij tot God bidt, is niet omdat hij aan het zeuren is of omdat hij graag zag dat het anders zou zijn dan wat Rebekka wellicht gehoopt had. Zo wordt het vaak opgevat. Als je iets verlangt, is daar op zich niets mis mee; in de Bijbel staat dat we God met alles mogen benaderen, met al onze wensen en smekingen. Er staat: "laat bij alles door gebed en smeking met dankzegging uw wensen bij God bekend worden." Ongeacht welke wens het is, je kunt het bij God bekendmaken. Maar het punt is dat Isaak hier niet slechts zijn wens bracht; hij pleitte op Gods belofte. Hij deed een beroep op wat God zelf had aangekondigd. Isaak wist: wat ik bid, dat is naar Gods wil, want Hij heeft het zelf beloofd. Het was dus niet zomaar een wens; het was Gods belofte. En dan begrijp je ook dat God zich laat verbidden. Het feit dat Rebekka inderdaad zwanger werd, was overeenkomstig het gebed, het aanhoudende gebed van Isaak. Maar denk nu niet dat God Isaak en Rebekka tot vader en moeder maakte omdat Isaak zo vurig en aanhoudend bad. Dat is niet zo, want het stond op voorhand al vast. Dat is een heel belangrijk ding om je te realiseren.

Er staat: "JAHWEH liet Zich door hem verbidden en zijn vrouw Rebekka werd zwanger." Dat was trouwens twintig jaar later, hoor. Vergeet dat niet: Isaak was inmiddels zestig jaar oud. Hoe ziet dat eruit? Nou, kijk maar naar de man die hier voor u zit... oh nee, hij is alweer een jaar ouder zelfs. Ja, Isaak was dus zestig; dat was twintig jaar later. De vervulling van de belofte liet twintig jaar op zich wachten. Je zou dus ook kunnen zeggen: ondanks het gebed van Isaak heeft God hem tot vader gemaakt en Rebekka tot moeder. Heeft Hij nog twintig jaar gewacht? Het is heel boeiend als je dat even uittekent. Op zijn veertigste trouwt Isaak en twintig jaar later wordt hij vader. Daar zit twintig jaar tussen. Ik kan niet nalaten om dat er even uit te lichten, want dat zijn van die structuren, van die fenomenen die je elders ook terugvindt. Want een generatie later krijg je Jakob — ik noemde zijn naam al even — die naar het buitenland gaat en bij zijn oom Laban bivakkeert.

En hoe lang was dat? Inderdaad, twintig jaar. Denk even goed na of luister naar wat ik zeg: Jakob, de drager van de belofte... Een generatie later dus, want Jakob was een zoon van Isaak. Jakob gaat naar het buitenland en uiteindelijk, na twintig jaar, keert hij weer terug in het land. Dat is een prachtig plaatje van het volk Israël, van het volk van Jakob. Trouwens, als Jakob weer terugkeert, dan wordt zijn naam Israël. Als hij dan door de Jabbok gaat – dat is ook al een omkering, door het riviertje de Jabbok – dan wordt Jakob bekeerd, omgekeerd, en dan wordt hij Israël. Na twintig jaar komt hij weer terug in het land en dan is hij niet langer Jakob, maar dan is hij Israël. Na twintig jaren.

Ik kan het niet nalaten, maar de Bijbel spreekt ook over twee dagen en ook over twee millennia. In dit geval zijn er twee decennia. Na tweeduizend jaar komt Jakob, na al die tijd dat ze verstrooid zijn onder de natiën, weer terug in het land. Maar dan bekeerd. En dat vind je hier ook. Isaak is veertig en op zijn zestigste wordt hij vader. Die twintig jaren moet hij wachten op de vervulling van de belofte. De zoon van de belofte... ja, hij zou komen, maar het duurt nog tweeduizend jaar voordat de belofte vervuld wordt, daadwerkelijk gerealiseerd wordt en hij koning zal worden en de mashiach. Al die tijd wacht God op de vervulling van de belofte. En Isaak wist: het gaat gebeuren. Het gaat gebeuren, alleen op Gods tijd.

De termijn stond in feite ook al vast, want dat is namelijk ook weer zo betekenisvol. Dan is hij zestig en dan breekt het zevende decennium voor Isaak aan. En dat klopt dan ook weer, want na de twee dagen of na de tweeduizend jaar – wanneer Jakob weer terugkeert naar het land – vervult God Zijn belofte. Hij geeft nieuw leven en dan breekt de zevende dag aan, het zevende millennium. In dit geval het zevende decennium.

Bent u er allemaal nog? Ja, ik geef toe, dit zijn eventjes vingeroefeningen in typologie. Allerlei lijnen lopen nu door elkaar, maar ik hoop dat u de structuren ziet. Dit zijn geweldige geschiedenissen; mensen zeggen vaak 'verhalen', maar dit zijn geschiedenissen waarbij de lijnen die onder de oppervlakte liggen profetisch zijn. Dit bedenkt geen mens, dit is goddelijk.

Oké, dit is het eerste voorbeeld van verbidden. Isaak verbad... zeg ik dat goed? God liet Zich verbidden. 'Verbidden' staat niet eens in de officiële lijst van Nederlandse woorden; in de Van Dale vind je het niet eens. Maar goed, wij kennen het woord dus inmiddels. Het betekent dus: Isaak pleitte op de belofte van God en dus wordt het vervuld, want God had het beloofd. Oké, het tweede voorbeeld.

Meer Voorbeelden: David, de Stammen en Koning Manasse ↑ hoofdstukken

Ik ga niet op al die voorbeelden even uitgebreid in, maar ik wil toch mijn punt maken. In de Schrift lees je dat er een hele plaag over Israël was gekomen. Dat had te maken met de volkstelling die David had gepleegd, wat volledig tegen de wil van God was. Op een gegeven ogenblik lees je dat hij een dorsvloer kocht van ene Arauna. U vraagt zich misschien af: waar is dat? Welnu, dat is waar nu het tempelplein is in Jeruzalem. De dorsvloer is in feite de tempel; het is een beeld van Jeruzalem. Ik heb hier jaren geleden wel eens gesproken over de dorsvloer van Gideon en over de dorsvloer waar Ruth Boaz ontmoette, maar deze dorsvloer is de plaats waar de tempel zou komen.

Daar bouwde David een altaar – u kunt het nagaan in het tekstverband – en hij bracht brandoffers en vredeoffers. Toen liet Yahweh Zich verbidden voor het land en de plaag werd van Israël weggenomen. Ook hier zie je weer dat er een conditie was; er moest iets gebeuren op die ene plaats die God Zich verkoren had. Daar zou het offer gebracht worden en op basis daarvan gaat Hij het land zegenen. Was dat omdat David bad? Ja, dat kun je zeggen, maar je moet het eigenlijk anders formuleren: het was omdat David bad naar Gods wil en ook deed wat God wilde. Namelijk dat daar op die plaats – waar een generatie later in de dagen van Salomo de tempel gebouwd zou worden – het offer gebracht zou worden. Trouwens, het grote Offer waar wij het over hebben, waar is dat ooit gebracht? Precies daar, in Jeruzalem. Daar is het grote offer gebracht, daar is Hij geslacht en daar stond Hij op uit de doden.

Het volgende voorbeeld dat ik wil geven, vinden we in 1 Kronieken 5. De geschiedenis zelf is veel te uitgebreid om hier nu helemaal te verhalen, maar je leest daar over de stam van Ruben en de helft van de stam van Manasse. Er staat dat zij in de strijd tot God riepen en Hij liet Zich door hen verbidden. Waarom? Omdat zij op Hem vertrouwden. Ik zal u dit vertellen: daar waar een mens een beroep doet op Gods belofte en vertrouwt op wat Hij zegt, daar laat Hij Zich altijd kennen. Dat is per definitie de waarheid. God vervult niet onze wensen, maar Hij vervult altijd Zijn beloften. Echt gebed is niet zomaar ons verlanglijstje indienen bij God, hoewel het vaak wel zo wordt opgevat. Echt gebed is dat wij een beroep doen op wat God Zelf gesproken en beloofd heeft. En dat doet Hij. Hier lees je het ook: ze waren in de strijd en die was erg heftig, maar ze vertrouwden op God. Daar waar een mens de naam van de Heer aanroept – al wie de naam van Yahweh aanroept – die zal worden gered. Dat is een universele waarheid. Daar waar een mens een beroep doet op wie God is en wat Hij belooft, zal Hij dat altijd vervullen. En dat vind je hier dus ook: Hij liet Zich door hen verbidden omdat zij op Hem vertrouwden. Het idee is dus niet dat God dacht: "Ik wilde eigenlijk zus doen, maar die anderhalve stam van Israël dient zoveel petities en ondertekeningen in, nu moet ik wel anders," alsof God op andere gedachten gebracht wordt. Helemaal niet. Zij baden een gebed dat naar Zijn wil was en overeenkomstig Zijn belofte; ze vertrouwden op God en daarom vervulde Hij hun verzoek en hun gebed.

Het vierde voorbeeld vinden we in 2 Kronieken 33. Daar gaat het niet over de stam van Manasse, maar over koning Manasse, een van de koningen van Juda. Deze koning Manasse had ontzettend veel gedaan wat volstrekt tegen Gods wil inging. Je leest bijvoorbeeld dat hij de afgoden diende en die verering als koning zelfs weer had geïntroduceerd onder het volk. Maar toen hij in het nauw geraakt was – en dat is trouwens heel vaak de weg die God gaat als een mens niet naar Zijn wil luistert en niet wil horen – kwam hij tot inkeer. Wij kennen dat ook wel: als je niet wilt horen, dan moet je maar voelen. Ik vind dat prachtig: uiteindelijk ontkom je nooit aan Gods roepstemmen. Onmogelijk. Hij brengt je altijd, goedschiks of kwaadschiks, daar waar Hij je hebben wil. Van God kom je nooit af. Dat klinkt misschien vreemd als ik het zo zeg, maar ik bedoel dit als een lofprijzing. Van God kom je nooit af. De psalm zegt het ook: "Steeg ik ten hemel, U bent daar. Maakte ik het dodenrijk tot mijn rustbed, U bent daar. Ging ik wonen aan het einde van de zee, U bent daar." Waarom? Omdat je de creatie van Zijn hand bent. Hij laat je soms wel los, maar Hij laat nooit varen de werken van Zijn handen. Dat bent u, dat ben ik, dat zijn al die miljarden mensen; we zijn het werk van Zijn handen.

Dat lees je ook in verband met het volk Israël. Hij kan hen in de benauwdheid brengen om hen te krijgen waar Hij hen hebben wil. Dat is hier met koning Manasse ook het geval. Hij werd in het nauw gebracht en hij zocht de gunst van Yahweh, zijn God. Hij verootmoedigde zich diep. Dat is een leuk woord in het Nederlands, want "verootmoedigen" betekent eigenlijk de moed hebben om een "ootje" te zijn. Een ootje is een nul. Dan ben je echt heel klein geworden. Als je God de eerste plaats geeft en jezelf op de nulde plek zet, dan is dat pas echt uitmuntend; dan krijg je een 1 en een 0. Dat grapje gaat in het Nederlands mooi op. Maar in ieder geval: hij verootmoedigde zich diep voor het aangezicht van de God van zijn vaderen en bad tot Hem. Toen liet God Zich door hem verbidden. Hij hoorde zijn smeking, bracht hem naar Jeruzalem terug en herstelde hem in zijn koninkrijk. En toen erkende Manasse dat Yahweh God is. Zo kreeg God Manasse, via een omweg en in dit geval kwaadschiks, precies daar waar Hij hem hebben wilde. Hoe? Wel op Gods tijd, maar ook op Gods condities en voorwaarden. Hij zegent degene die naar Hem luistert.

Het Vijfde Voorbeeld: de Toekomst van Egypte, Assur en Israël ↑ hoofdstukken

Het vijfde voorbeeld, het laatste, vinden we in Jesaja 19. Ik vind dit ook een heel fraai voorbeeld. Het is trouwens ook de laatste keer dat we dit specifieke werkwoord in de Bijbel aantreffen. Dit gedeelte heeft betrekking op een profetie die zelfs in onze dagen nog vervuld moet worden. Dat dat zo is, kan ik u heel duidelijk aantonen, en dat zal u vanzelf ook wel duidelijk worden.

Laten we het lezen: "Zo zal JAHWEH," staat er dan, "Egypte geducht slaan." Hoe Hij dat doet, lees je in het voorgaande en ook bij andere profeten: hoe God het volk van Egypte nog zal treffen. Hij zal Egypte geducht slaan, maar er staat bij: "en genezen." En dan wordt er gezegd: "En zij zullen zich tot JAHWEH bekeren." Ja, dat wordt gezegd van Egypte. Zij zullen zich tot JAHWEH bekeren en Hij zal Zich door hen laten verbidden en hen genezen.

Dit vind ik zulke mooie woorden. Echt, duizenden jaren voordat Egypte bidt, zegt God al: als ze dat gaan doen, dan laat Ik Mij verbidden. Als er één voorbeeld is waaruit blijkt dat verbidden niet betekent 'God op andere gedachten brengen', dan is het dit wel. Dit wordt namelijk al duizenden jaren van tevoren voorzegd: "Ik laat Mij door Egypte verbidden." En Hij zal hen genezen. God wordt niet op andere gedachten gebracht. Het verhaal is: Egypte zal zich tot JAHWEH bekeren, en dan gaat Hij hen inderdaad genezen en hun gebed verhoren.

"Te dien dage..." Laat ik de rest ook nog even lezen, want die vind ik te mooi om u te onthouden. We worden dagelijks getrakteerd op de wereldpolitiek en allerlei geopolitieke kwesties. De ogen zijn nu gericht op de Oekraïne en het duurt niet lang meer of de ogen zijn weer volop op het Midden-Oosten gericht. Maar ik wil u graag verklappen, op basis van wat de Schrift zegt, hoe dat daar gaat aflopen. Let op: "Te dien dage..." Dus als Egypte zich gaat bekeren. Dat bedoelde ik zojuist met hoe evident het is dat dit in onze dagen nog niet het geval is. Want Egypte heeft nu nog niets met JAHWEH. Egypte is nu een islamitisch land, voor het grootste gedeelte. Maar er komt een ander moment. Er gaat een moment komen, als zij geducht geslagen worden, dat zij inderdaad tot God zullen bidden.

"En te dien dage zal er een heerbaan wezen." Dat betekent gewoon een hoofdweg. Die weg ligt er eigenlijk al, maar die gaat dan ook verlengd worden. U kent wellicht de Kings Highway. Ik heb zelf nooit over die weg gereisd, maar de Kings Highway vind je ook al in de Bijbel. Dat is een route die al millennia oud is. In Numeri 20 en op andere plaatsen wordt het de "Koninklijke Weg" genoemd. Om even een idee te hebben: op een kaartje van het Midden-Oosten zie je Egypte met het land van de Nijl, en dan heb je Assur, wat voor een deel hetzelfde is als Syrië (gelegen bij de Eufraat en de Tigris). En dan heb je de Kings Highway bij de Dode Zee.

Als je een bezoek brengt aan Petra – dat heb ik overigens nooit gedaan, want ik woonde altijd al bij haar, dus daar ga ik niet extra voor betalen! Iemand zegt: "Dat is zijn rots." Oh, zijn rots! Ja, ook, zeker. De Kings Highway is de weg die inderdaad bij Petra en Bosra loopt en uiteindelijk naar Damascus gaat. Maar die route wordt straks echt een geweldige snelweg. Die loopt van Egypte naar Assur. Op die dag zal er een heerbaan wezen van Egypte naar Assur. En Assur zal in Egypte komen. Voorheen waren dat, en in de nabije toekomst zijn dat opnieuw, zeer vijandige landen. Denk aan Daniël 11, de koning van het noorden die optrekt tegen de koning van het zuiden. Dat zijn Assur en Egypte.

Maar dan: "Assur zal in Egypte komen, en Egypte in Assur, en Egypte zal met Assur JAHWEH dienen." Dus ik kan u dit garanderen: er komt een moment dat het volk van Israël JAHWEH haar God werkelijk kent. Maar ook Israël zal JAHWEH kennen, en dan niet alleen Israël, maar daar komt ook Egypte bij en daar komt ook Assur nog bij. Die volken die nu vijandig zijn tegenover elkaar en vooral vijandig tegenover Israël, zullen straks een eenheid vormen. "Te dien dage zal Israël een derde zijn naast Egypte en Assur, een zegen in het midden van de aarde." Dat had God trouwens ook al tegen Abraham gezegd: dat de grenzen van het land uiteindelijk van de Nijl tot de Eufraat zouden lopen. Wij denken bij Israël vaak aan dat kleine landje tussen de Jordaan en de Middellandse Zee, maar de definitieve grenzen liggen tussen de Nijl van Egypte en de Eufraat. Al dat hele stuk land daartussen is het land dat God aan het nageslacht van Abraham heeft beloofd.

Dan zal Israël één van de drie zijn. Die landen tezamen zullen een zegen vormen te midden van de hele aarde, "omdat JAHWEH van de legermachten het gezegend heeft met de woorden: Gezegend zij Mijn volk Egypte en het werk van Mijn handen Assur, en Mijn erfdeel Israël." Dat zijn toch geweldige beloften? Daar moet ik zo vaak aan denken, aan die perspectieven die de Bijbel geeft. En u zegt: "Wat zie je daar nu van?" Nou, nog niets. Het is allemaal nog onvruchtbaar. We zitten nog steeds in die tweeduizend jaren, de twee millennia. Maar we zitten aan het einde van die periode. Daarom vind ik het ook zo geweldig om in deze tijd te leven. Het zevende millennium staat op aanbreken. Dat gaat beginnen, en dan worden deze dingen waar. Dan wordt Jakob werkelijk Israël en komt hij weer in het land. Maar niet alleen Jakob en Israël, maar ook Assur en Egypte. Ze worden een zegen te midden van de hele wereld.

God heeft dus nog een geweldig plan. De hele transitie van deze aion, van dit wereldtijdperk naar het toekomende, is een heel pijnlijke. Maar ik moet erbij zeggen: God gaat dat relatief snel doen. Het is een kwestie van een paar jaar en dan gaat Hij orde op zaken stellen. Dan gaat de bezem goed door deze wereld en dan breekt Zijn tijd aan. Na zes dagen, na zesduizend jaren van menselijke arbeid, zegt God: "En nu is het Mijn dag." De zevende dag, het zevende millennium. Dat is de dag waarin Hij rust vindt in deze schepping. De wereld zal dan geleid worden vanuit Jeruzalem, vanuit het midden van de aarde: van Egypte, Assur en Israël. Daar zal de zegen zich wereldwijd gaan verspreiden. Door wie? Door de Zoon van David, de Zoon van de belofte. Hij komt. Dat zijn de waarheden waar de Schrift ons bij bepaalt. Dat is namelijk wat God beloofd heeft.

Conclusie: God Vervult Zijn Beloften op Zijn Tijd ↑ hoofdstukken

Nou, het wordt tijd voor mijn conclusie. Dat pleit ook meteen voor degenen die als antwoord gaven bij die peiling die ik in het begin hield over de vraag: laat God zich verbidden? Zij zeiden: nee, in ieder geval niet in de zin van het woordenboek, alsof God op andere gedachten gebracht moet worden. Dat is absoluut ondenkbaar. Jacobus zegt dat er bij Hem, bij de Vader der lichten, geen verandering of zweem van ommekeer is. Denk niet dat je het beter weet dan God. Kom nou toch. Zijn plannen zijn volmaakt.

En Hij vervult op Zijn tijd Zijn belofte. Dan moet je soms wachten — vraag maar aan Isaak — dan moet je wachten. Maar Hij vervult het wel, alleen de timing houdt Hij aan Zich. Ook trouwens op Zijn condities, en daar hebben we ook heel wat voorbeelden van gezien. Denk aan Manasse, die koning weet u wel, of in dit geval ook aan Egypte. Dat land wordt geducht geslagen, jawel, maar het bekeert zich juist daardoor. En via die route en door geloof, door op Hem te vertrouwen — dat is de conditie — gaat Hij zegenen. En rijkelijk.

Dus Hij vervult op Zijn tijd Zijn belofte; Hij vervult op Zijn condities Zijn belofte. En als een mens nou op de hoogte is van Zijn belofte en daarop een beroep doet — dat is bidden — dan laat God zich verbidden. Dan doet Hij namelijk wat Hij belooft. En ik zou zeggen, lieve mensen, dat is toch geweldig? Als we zo God kennen en als we op die rots werkelijk mogen staan en bouwen. Nou, dat wilde ik heel graag met jullie delen. En ik stel voor dat wij nog een lied gaan zingen.

🎧 laat God zich verbidden?
Delen: