GoedBericht.nl logo
UltimateGoodNews

de zonen Gods in Genesis 6 (II)

28-07-2019 - Geplaatst door Andre Piet
toespraak gehouden op zondag 28 juli 2019 in Zoetermeer

Vlak voor de geschiedenis van de zondvloed lezen we in Genesis 6 over “de zonen Gods” die gemeenschap hadden met “de dochters van de mens”. Het nageslacht dat zij voortbrachten heet “de nephilim” (lett. gevallenen). De brieven van Petrus en Judas verwijzen naar deze geschiedenis. Petrus spreekt van “geesten in de gevangenis” die in de dagen van Noach ongehoorzaam waren en aanleiding gaven tot de zondvloed. En Judas spreekt over engelen die hun oorsprong ontrouw werden en uitzonderlijke hoererij pleegden, van dezelfde orde als later in Sodom en Gomorra. Juist het ‘Nieuwe Testament’ maakt glashelder wat in de (pakweg) zeven eeuwen voorafgaand aan de zondvloed heeft plaatsgevonden!

Powered by RedCircle

📝 Samenvatting & Transcriptie van deze lezing

Samenvatting van deze toespraak

Deze Bijbelstudie bespreekt de ware identiteit van de zonen Gods in Genesis 6. Zij worden geïdentificeerd als pre-adamitische hemelwezens die zich vermengden met de dochters van de mens, wat leidde tot de hybride Nephilim. Aan de hand van de brieven van Petrus en Judas wordt beargumenteerd dat deze ongehoorzame engelen nu in de Tartarus gevangen zitten voor het oordeel. Hun zonde wordt vergeleken met de uitzonderlijke hoererij in Sodom en Gomorra, waar men eveneens andersoortig vlees achterna ging.

“Het waren geen mensen, die zonen Gods; het waren om zo te zeggen pre-adamieten.”

Inleiding en Samenvatting van Genesis 6 ↑ hoofdstukken

Ook van mijn kant een heel goede morgen allemaal. Vrienden, wat heb ik hier eigenlijk nog aan toe te voegen? Nou, toch nog wel het een en ander. Laat ik eerst even de presentatie naar voren brengen, want de vorige keer hebben we het hier met elkaar gehad – en dat was twee weken geleden – over 'De zonen Gods in Genesis 6'. Dat was eigenlijk een bijzonder verhaal, want het is hoogst onbekend. Ik heb dat ook weer gemerkt naar aanleiding van allerlei reacties die ik nadien kreeg van mensen die zeiden: "Dat heb ik nog nooit zo gehoord." Of zoals iemand mij schreef: "Vroeger legde de dominee dat zo uit dat de zonen Gods het nageslacht van Seth waren en de dochters van de mensen het nageslacht van Kaïn; dat waren dan de jongens van de kerk die gingen met de meisjes van de wereld, en dat leidde uiteindelijk tot de zondvloed." Nou, u hebt de vorige keer wel begrepen dat het verhaal net even iets anders is.

Daar hebben we het dus met elkaar over gehad. Maar nu weet ik dat er heel wat mensen ook nu weer hier zijn die de vorige keer er niet bij waren. En trouwens, ook voor degenen die er wel bij waren, is het goed om de dingen even weer in herinnering te roepen: wat hebben we ook alweer naar voren gebracht? Het wordt misschien een wat langere inleiding, want ik heb er nog een paar dingen aan toe te voegen, maar hier volgen enkele highlights uit de voorgaande bespreking.

We hebben het over de tijd voorafgaand aan de zondvloed, de laatste 120 jaren van Adams leven. Ik heb dat toen ook uitgelegd, daar ga ik nu niet verder over uitweiden, maar degenen die het nog eens een keertje willen bekijken en beluisteren, moeten even naar de website van Goed Bericht gaan. Daar kun je het allemaal terugvinden. Maar goed, we hebben het over de periode van de laatste 120 jaar van Adams leven tot aan de zondvloed, en dat is pakweg een periode van 800 jaren geweest. In die 800 jaren heeft er iets dramatisch, iets afschuwelijks plaatsgevonden. Want wat lezen we? De zonen Gods kwamen tot de dochters van de mens – zo staat het er – en zij vermenigvuldigden zich via hen op aarde.

Over die zonen Gods hebben we het volgende naar voren gebracht, even samenvattend: die zonen Gods zijn geen mensen. In het Oude Testament slaat die term altijd op hemelwezens. Ze verschijnen inderdaad wel mensachtig en ook mannelijk; dat suggereert de term 'zonen' natuurlijk ook wel. Het feit dat ze zich aangetrokken voelden tot de dochters van de mens, geeft al iets soortgelijks aan. Over de identiteit van die zonen Gods hebben we toen meer verteld, maar het is in ieder geval van belang te begrijpen dat het geen mensen waren. Dat is zo elementair, omdat je alleen in dat licht ook het navolgende begrijpt, namelijk waarom er een zondvloed moest plaatsvinden. Dat was een afschuwelijke, rigoureuze handeling, jazeker, maar dat had een speciale reden.

Het waren geen mensen, die zonen Gods; het waren om zo te zeggen pre-adamieten. Pre-adamieten wil zeggen dat ze er al voor Adam waren. Dat lijkt me duidelijk, want we lezen over die zonen Gods in Job 38 dat zij al juichten toen God de aarde grondvestte. Dus toen waren ze er al. Ver voor de aanwezigheid van Adam waren die zonen Gods er dus al wel. Wat er dus plaatsvond, is dat hun nakomelingen de Nephilim waren. Zo worden ze genoemd in de Hebreeuwse tekst. Nephilim duidt eigenlijk op een hybride soort. Hemelwezens, zonen Gods – hoe dat precies ging, lezen we niet – hebben zich vermengd met de dochters van de mensen. Het waren dus eigenlijk twee soorten die zich vermengden, waardoor je een hybride soort kreeg.

Het woord Nephilim betekent trouwens letterlijk, als je het in het Hebreeuws bekijkt, 'gevallenen'. Dat is al niet zo positief natuurlijk; het duidt op verval en in ieder geval ook op genetisch verval. In de Septuagint en in onze gangbare vertalingen heten ze altijd 'reuzen'. In de Septuagint worden ze 'giganten' genoemd, maar giganten is eigenlijk ook een Grieks woord; zo worden ze genoemd in de Griekse vertaling van het Oude Testament. Het is niet zo gek dat ze reuzen worden genoemd. Dat heeft er namelijk ook mee te maken dat we datzelfde woord Nephilim weer tegenkomen in Numeri 13. Als de Israëlieten inmiddels bij het beloofde land gekomen zijn, zijn er verspieders die kennis maken met het land en zij stellen dan vast dat dat land bevolkt wordt door Nephilim. Dan staat er ook bij: "Wij waren in hun ogen, en trouwens ook in de onze, als sprinkhanen." Zo klein. Dat waren echt giganten.

Ik heb de vorige keer dit plaatje ook laten zien om het even visueel te maken, want dat maakt het heel voorstelbaar. Als ik het over giganten heb, dan heb ik het ook echt over giganten. Kijk, dit is een man van gemiddelde lengte en dit is de lengte van Goliath, gewoon volgens de maten die de Bijbel daarvoor opgeeft. Een familielid van deze Goliath heette Og van Basan en die was nog aanzienlijk groter. We praten dus niet zomaar over een uit de kluit gewassen mannetje; nee, we praten echt over giganten.

Er zijn overigens heel veel overleveringen wereldwijd die hierover spreken. Er zijn wereldwijde overleveringen over een vloed die de hele aarde omspannen heeft, maar er zijn ook vele mythen en mythologieën die allemaal spreken van een vermenging van hemelwezens en mensen, met het afschuwelijke gevolg van het voortbrengen van deze Nephilim. Bij de zondvloed lees je ook dat gedurende die 800 jaar tot aan de vloed zelf heel de aarde verdorven was. Er staat bij: "vol van verdorvenheid en geweldenarij." Er zijn ook andere bronnen die daarover spreken, maar ik laat dat even voor wat het is, want ik steek mijn hand niet in het vuur voor de betrouwbaarheid daarvan. Maar in ieder geval vindt het elders bevestiging dat heel de aarde verdorven was. Lees dat ook gewoon even in termen van nu: genetisch gemanipuleerd.

Die andere bronnen waar ik zojuist op wees, bijvoorbeeld het apocriefe boek van Henoch, zeggen ook dat niet alleen die mensen genetisch gemanipuleerd waren, maar dat dit zelfs gold voor dieren en planten. Dus waar we nu mee bezig zijn, is eigenlijk helemaal niet zo nieuw. "Het zou zijn als in de dagen van Noach," staat er ergens. Maar over Noach lezen we dat hij, terwijl de hele aarde verdorven was, onberispelijk was. In de context betekent dat niet alleen dat hij in zijn God geloofde – jazeker wel – maar hij was ook 'gaaf'. Dat wil zeggen: onbedorven, genetisch dus erfelijk ook onbedorven. Dat zijn enkele dingen die we de vorige keer gezien hebben en daar borduren we nu op voort. De vorige keer hebben we gesproken over Genesis 6 en nu ga ik u meenemen naar enkele Nieuwtestamentische passages. Maar eerst nog even een paar andere dingen.

Rectificatie en de Nephilim Na de Zondvloed ↑ hoofdstukken

Want ik moet even iets rectificeren, iets rechtzetten. Ik heb er de vorige keer al op gewezen dat als je op internet zoekt en het woord 'Nephilim' intikt, je heel veel informatie krijgt, maar ook heel veel desinformatie. Maar ik kon niet weten dat ik daar tijdens de presentatie zelf weer het slachtoffer van zou worden. Gelukkig heb ik kritische kijkers en luisteraars, en daar ben ik ontzettend blij mee; ze zijn veel waardevoller dan jakenikkers. Ik ben erg blij als u instemt met wat ik zeg, maar dan wel na het kritisch te checken. Neem niks zomaar aan.

In ieder geval was er iemand die naar me toe kwam en later een mail stuurde waarin hij zei: "Weet je dat die ene foto die jij liet zien een hoax is? Het is gewoon gemanipuleerd." Je hebt tegenwoordig erg veel nepnieuws, wat het vandaag de dag helemaal zo ellendig maakt. Afbeeldingen, foto's en zelfs films en audiomateriaal kunnen puur verzonnen zijn. De technieken zijn nu zodanig dat het niet van echt te onderscheiden is. Maar deze foto die ik u heb laten zien, is aantoonbaar nep. Het is fake, het is onzin, dus u kunt het gewoon weer droppen. Het is een in elkaar geflanste foto, gewoon gefotoshopt. Dat wil ik graag even rechtzetten, want ik wil u de waarheid laten zien. Ik gaf toen aan dat er ook reusachtige skeletten gevonden zijn, en dat kan best waar wezen, maar deze foto valt daar in ieder geval niet onder. Dus bij dezen wil ik dat rechtgezet hebben, want ik wil u gewoon de feiten laten zien.

Dan was er nog iets, ook als inleiding. Alleen al direct na de samenkomst zijn er denk ik minstens zes of zeven mensen naar mij toegekomen die deze vraag stelden, en later heb ik hem nog een stuk of zeven keer gehoord. Dus ik dacht: daar is kennelijk toch sprake van enige leemte. Het was niet direct het onderwerp, maar de vraag was: waar kwamen de Nephilim na de vloed vandaan? Want de zondvloed heeft daar toch een einde aan gemaakt? Hoe kan er dan in de dagen van Jozua in het land Kanaän weer sprake zijn van Nephilim? Waar kwamen die vandaan?

Dit is eigenlijk een onderwerp dat nog eens apart besproken moet worden, maar omdat het zo'n heet hangijzer was, vind ik dat ik daar niet zomaar aan voorbij kan gaan. Ik wil een paar dingen als overwegingen meegeven. Feit nummer één – en dat durf ik te zeggen als een feit – is dat alle Nephilim waren omgekomen in de vloed. Dat lijkt me duidelijk en vrij evident; er zijn teveel teksten die ik daarbij zou kunnen noemen.

Feit twee, en dit is trouwens wel omstreden: heel vaak wordt er gezegd dat na de zondvloed de zonen Gods opnieuw naar de aarde zijn gekomen en zich hebben vermengd. Maar ik moet erbij zeggen: dat kun je wel beweren, maar het staat nergens. Nooit lezen we van een latere vermenging van zonen Gods met de dochters van de mens. Het lijkt me zelfs uitgesloten, want de redenen daarvoor komen straks nog wel aan de orde wanneer we het hebben over de brieven van Judas en Petrus.

Dan hebben we nog een opmerkelijk feit, namelijk dat die Nephilim na de vloed allemaal afstammen van Kanaän. Kanaän was een van de zonen van Cham. Als u die feiten bij elkaar optelt, dan leidt dat tot de onvermijdelijke conclusie – en ik betracht hier de voorzichtigheid met een vraagteken, want als u een andere optie heeft, houd ik me aanbevolen – dat Kanaän de doorgever was van het Nephilim-erfelijk materiaal, het DNA. Als die Nephilim omgekomen waren en ze er in de dagen van Jozua toch weer waren, hoe zijn die Nephilim er dan uitgekomen? Wel, Kanaän was de doorgever van het Nephilim-DNA. Dat lijkt mij de enige conclusie die je daaruit kunt trekken.

Er is nog een feit dat deze conclusie heel sterk bevestigt. Je leest in de geschiedenis van Genesis 9 dat Noach dronken was geworden en dat Cham zijn vader niet heeft bekleed. Nadien wordt gezegd dat zijn zoon Kanaän onder een vloek was. Hoezo? Het is heel eigenaardig dat je dat zo leest terwijl hij ogenschijnlijk niets gedaan had, maar het bevestigt precies deze conclusie: met die Kanaän was wat aan de hand. Dan begrijp je trouwens ook waarom Israël zo enorm rigoureus moest omgaan met de Kanaänieten. Men zegt dat dit genocide was, en in zekere zin was dat ook zo, maar dat is eigenlijk van dezelfde orde als in de dagen van de zondvloed: daar moest ter bescherming een einde aan komen.

Dat even wat betreft de vraag waar die Nephilim na de vloed vandaan kwamen. Van Noach lees je dat hij onberispelijk was, maar van zijn vrouw staat dat niet, en van de vrouwen van hun zonen evenmin. Dus hoe is dat dan toch weer bij Kanaän terechtgekomen? Via Cham. Waarschijnlijk omdat hij erfelijk besmet of belast was, om het zo te zeggen. Dat lijkt me de enige conclusie daaruit. Ik zei al dat we daar nog eens een keertje bij een andere gelegenheid op terug moeten komen wanneer we het hebben over de Kanaänieten en over de verovering van het beloofde land, want dat verdient meer aandacht dan wat ik nu zeg. Maar ik vond toch dat ik dit eventjes genoemd moest hebben.

Nieuwsflits: Opgravingen in de Filistijnse Stad Gath ↑ hoofdstukken

En dan heb ik nog iets, een leuke nieuwsflits. Ik zeg dat overigens wel even met een disclaimer, want je moet altijd verschrikkelijk uitkijken dat je niet wordt meegenomen in een nieuwe hoax. Dus die disclaimer heb ik bij dezen gemaakt. Maar er zijn namelijk reusachtige gebouwen ontdekt in Gath. In Gath? U zegt: "Welk gat?" Nou, in Gath, daar in Filistea, in de Gazastrook.

Het is een bericht van afgelopen 24 juli, een paar dagen terug dus. Het stond in de krant Haaretz, het oudste dagblad van Israël. Dat is een liberale krant – je hebt er nog een paar andere, zoals de Jerusalem Post, die overigens Engelstalig is – maar deze krant meldde in ieder geval het volgende. U ziet hier de Engelse weergave, maar voor het gemak geef ik even een Nederlandse weergave van dit bericht. Ik kreeg het deze week heel aardig toegestuurd; verschillende mensen attendeerden mij op dit nieuwsbericht. Het sluit erg aan bij waar we het over gehad hebben, dus ik dacht: dat ga ik aanstaande zondag nog even delen. Ik zal het even snel voorlezen.

"Wat het ook is, het is enorm." Archeologen stuiten op de resten van de gigantische stad waar Goliath leefde. Gigantisch is in dit geval natuurlijk dubbelzinnig; reusachtig, ja. Archeologen die opgravingen verrichten in de oude Filistijnse stad Gath, hebben een gigantische, drieduizend jaar oude vesting ontdekt. De ontdekking kan helpen verklaren waarom er volgens de Bijbel reuzen in de stad woonden. De ongekend grote ruïnes zijn in de afgelopen maanden blootgelegd en bevinden zich een meter onder de ruïnes die al eerder waren ontdekt.

"Als Goliath echt heeft bestaan, dan leefde hij..." Dat schrijft Haaretz dus, een liberale krant die absoluut niet orthodox is. Daarom vind ik dit juist een onverdachte bron: een seculiere krant die over deze dingen bericht. "Als Goliath echt heeft bestaan..." Dat is vooral hún vraag, voor ons niet. "Dan leefde hij waarschijnlijk hier," schrijft de krant Haaretz. Nou, waarschijnlijk? Dat weet ik wel zeker, want het staat gewoon in de Bijbel dat hij een Gatiet was. Maar goed.

"Ik doe hier al drieëntwintig jaar opgravingen en deze plek verrast me nog steeds," zegt professor Aren Maeir van de Bar-Ilan Universiteit. In Jeruzalem is dat geloof ik. Maar goed, al die tijd lag er een oudere, reusachtige stad verborgen onder de stad die we al hadden opgegraven, voegde hij toe. De vindplaats in het zuiden van Israël, die in de Bijbel vaker wordt genoemd dan de vijf andere grote Filistijnse steden, wordt ook wel Tell es-Safi genoemd. Naar verluidt werd de Ark van het Verbond enige tijd bewaard in Gath; ook dat staat inderdaad in de Bijbel vermeld.

Archeologen stuitten onder meer op enorme muren die op sommige plekken wel vier meter dik waren. Enorm! Nergens anders in de Levant – dat is het gebied in het Midden-Oosten – zijn zulke kolossale structuren gevonden uit deze periode, aldus professor Maeir. "Wat het ook is, het is enorm," zei hij tegen de krant. Overigens is Goliath niet de enige reus die in de Bijbel wordt genoemd. Overal vindt men verwijzingen naar mysterieuze reusachtige mensen, waaronder de Refaïeten en de Anakieten (of de Enakim).

De professor merkt echter wel op dat hij nog niet op reuzenskeletten is gestuit. Dat is goed om te weten, want we moeten niet achter elke hoax aanlopen. Nee, in die val trap je maar één keer. Is dat niet eigenaardig? Dat gaat dus over de Nephilim die na de zondvloed in het land waren. Dit nieuwsfeit sloot erg aan op onze Bijbelstudie. En nou pas begint de eigenlijke Bijbelstudie.

Drie Nt-passages: 1 Petrus 3 en de Geesten in de Gevangenis ↑ hoofdstukken

Vandaag bespreken we – dat zou ik de vorige keer al gedaan hebben, maar daar zijn we toen niet aan toegekomen – drie Nieuwtestamentische passages die alle drie verwijzen naar de geschiedenis die verhaald wordt in Genesis 6. Het gaat namelijk over de zonen Gods die zich vermengden met de dochters van de mens. In de eerste plaats is dat 1 Petrus 3, waar het gaat over de geesten in de gevangenis. In de tweede plaats een passage in 2 Petrus 2 over de gevallen engelen in de Tartarus; ja, zo hoort u nog eens nieuwe termen: de nephilim, de Tartarus. En ten slotte in de brief van Judas, die maar één hoofdstukje telt, over engelen die hun oorsprong ontrouw werden.

Alle drie deze passages verwijzen naar de geschiedenis die in Genesis 6 wordt vermeld; dat wil ik laten zien vanmorgen. We gaan eerst naar 1 Petrus 3, de geesten in de gevangenis. Ik begin te lezen bij vers 18. Ik val midden in de zin, maar daar lees je dat de Heer Jezus Christus in het vlees gedood is, maar in geest levend gemaakt. Dat is precies het fenomeen waar mijn broer Dirk het zojuist ook over had: de rups die sterft en waar iets nieuws uit voortkomt, namelijk een vlinder van een totaal andere orde. Niet vlees en bloed, maar geest – een pneumatisch lichaam zoals Paulus daar ook over spreekt. Jezus Christus is opgestaan; Hij is levend gemaakt, pneumatisch, in geest.

Het gaat dus over de Heer Jezus in Zijn opstanding en dan staat er: "waarin Hij," namelijk in geest, "ook heengegaan zijnde, aan geesten in de gevangenis proclameerde." Hij gaf een herautsboodschap mee. Er wordt dus gesproken over geesten in de gevangenis. Kijk het maar na: in de Bijbel worden mensen nooit geesten genoemd. Het lijkt me haast een open deur, want het ligt nogal voor de hand; een mens is nu eenmaal geen geest. De Heer Jezus zegt ook, nadat Hij is opgestaan: "Zie, Ik ben geen geest." Hij stond op in geest, dat was waar, en Hij had een geestelijk, pneumatisch lichaam dat niet aangedreven werd door bloed, maar door pneuma – whatever that may be, zal ik maar zeggen. Maar Hij is geen geest. Nee, maar hier wordt gezegd dat Hij na Zijn opstanding heeft geproclameerd aan een categorie die gevangen was, en zij worden "geesten" genoemd. Dat geeft dus aan dat het niet over mensen gaat. Maar dat roept een andere vraag op: aan wie dan wel? Wie zijn deze geesten? Oftewel: waaraan refereert Petrus? Waar verwijst hij naar?

Dat hoef ik niet te bedenken, want hij zegt het namelijk zelf. We lezen verder in vers 20 over die geesten die eens ongezeggelijk waren. Aan hen heeft Hij na Zijn opstanding, nadat Hij levend gemaakt is, geproclameerd; Hij had hen iets mede te delen, een geweldig bericht. Die geesten waren eens ongezeggelijk, dat wil zeggen: ooit, in het verleden. En wanneer was dat dan wel? Wel, toen het geduld van God afwachtte in de dagen van Noach. Aha, dat wijst dus heel specifiek naar de tijd in de dagen van Noach; deze geesten waren toen ongezeggelijk. Als we tot dusver de studie vanuit Genesis 6 hebben gezien, hoeft dit niet meer te verbazen. Deze geesten waren ongezeggelijk in Noachs dagen en dat was dé aanleiding voor de zondvloed, vanwege het feit dat de hele mensheid daardoor verdorven werd, bedorven werd, gemanipuleerd werd. Wie zijn deze geesten anders dan de zonen Gods in Genesis 6?

Als je gewoon Genesis 6 gelezen hebt en de impact ervan is goed tot je doorgedrongen, dan is deze mededeling in Petrus geen verrassing meer. Er komt maar één categorie in aanmerking hiervoor. Mensen die overleden zijn in de zondvloed – ja, die zijn dood. Ik weet het, dat is ook weer omstreden, maar goed, die zijn dood en ze zullen eens opstaan, maar die weten nu van niks. Maar er waren daar ook zonen Gods; dat waren geen mensen. Nee, dat waren hemelwezens. Dat waren de zonen Gods, maar die zijn mens geworden of mensachtig geworden en die hebben zich dus vermengd, hoe dan ook. Dat zijn de zonen Gods in Genesis 6 en dat zijn precies de geesten waar Petrus het hier over heeft. Er staat nog bij: "terwijl de ark toebereid werd, waarin weinigen, dat is acht zielen..."

Je maakt je wel zorgen over de meerderheid die altijd een bepaalde mening heeft. Is het handig om af te wijken van wat iedereen zegt? Nou, je zou dat eens na moeten vragen aan Peter – nee, aan Jan Peters kan ook – maar ook aan Noach. De hele aarde ging de verkeerde kant op; zij volgden het kwade. Er waren er maar acht die bewaard werden in de ark die daartoe voorbereid was, gebouwd door Noach en zijn zonen. Acht zielen werden gered door het water heen. Het verhaal gaat verder, want Petrus gaat dit vervolgens nog uitleggen, maar het idee is dat die hele zondvloed in feite gewoon doodswater was waarin de hele mensheid begraven werd. Maar uit de dood komt nieuw leven voort, en dat is wat het getal acht trouwens ook markeert. Noach is daarin door de dood heen veilig bewaard. Er was nog iemand anders die ook in een ark lag, die zich ook in doodswateren bevond en daarin veilig bewaard werd. Ja, Noach... pardon, Mozes! Hij werd uit het water getrokken en dat betekent zijn naam ook: 'uit het water getrokken', Mosje.

Oké, dat is dus getuige nummer één in het Nieuwe Testament: Petrus, die inderdaad onmiskenbaar verwijst naar de geschiedenis van Genesis 6. Die zonen Gods, dat zijn die geesten. Want je zou de vraag kunnen stellen: wat is er gebeurd met die geesten, met die zonen Gods? Goed, de mensen en hun nageslacht zijn omgekomen in de vloed, maar wat is er met die zonen Gods zelf gebeurd? Ik bedoel, dat waren geen mensen. Nee, dat waren geesten en die konden niet omkomen in de zondvloed. Nou, die zijn in de gevangenis, dat is wat we nu weten. Zij zijn daar gewoon bewust; zij hebben de proclamatie ook gehoord en zij zijn in feite in voorlopige hechtenis. Daar komt het op neer; ik zal dat straks ook laten zien.

Petrus 2: Engelen Bewaard in de Tartarus ↑ hoofdstukken

Nu gaan we naar de tweede brief van Petrus, hoofdstuk twee. Daar wordt ook gesproken over engelen die zondigden. Om even een goed oordeel te vormen: we hebben het hier niet over de val van Satan of iets dergelijks, want daar gaat het helemaal niet over. We hebben het hier over een gebeurtenis honderden jaren of zelfs millennia na de creatie van Adam, waarbij zonen Gods ongehoorzaam werden, hun doel misten en uiteindelijk in de gevangenis zijn gezet.

In 2 Petrus 2 wijst Petrus opnieuw op iets specifieks. Ik plaats daar even een korte toevoeging bij: Petrus schrijft dit kort voor de val van Jeruzalem. De hele Joodse staat in die dagen, de stad Jeruzalem en ook de tempel, zouden binnen enkele jaren compleet verwoest worden. Terwijl Petrus wijst op dat aanstaande oordeel, memoreert hij dat dit in het verleden bij diverse gelegenheden eerder is gebeurd: in de dagen van Noach en later ook in de dagen van Lot, met Sodom en Gomorra. Dat wil zeggen: God laat niet met zich spotten. God oordeelt, Hij richt.

Ik weet dat deze groep — even terzijde — de reputatie heeft in traditionele kerken dat daar 'alleverzoening' wordt geleerd en het oordeel wordt weggeredeneerd. Nou, dat is absoluut niet aan de orde. Integendeel, de Schrift spreekt over een God die richt en oordeelt, en dat soms totaal niet zachtzinnig doet. Het enige punt is: oordeel heeft in de Bijbel nooit het laatste woord. Het maakt altijd deel uit van een proces waarbij God de dingen recht gaat zetten. Dat is soms pijnlijk, maar niettemin is dat het eindpunt. Je moet je altijd goed realiseren dat wanneer we het hebben over straf en oordeel, we het hebben over een proces. Het eindpunt is altijd Gods ontferming. Als je dat niet begrijpt, dan ken je het Evangelie niet. Dat klinkt misschien erg hard en zwart-wit, maar het is echt zo. Het Evangelie is de boodschap dat Hij allen redt, maar dat doet Hij eventueel door gerichten heen.

Over zo’n gericht hebben we het deze twee studies eigenlijk ook, namelijk die afschuwelijke gebeurtenis in de dagen van Noach. Maar het is een foto, een momentopname; het is niet het definitieve doel. Dat moest ik even gezegd hebben.

2 Petrus 2 vers 4 zegt: "Want indien God engelen..." Engelen zijn boodschappers, maar het gaat hier inderdaad over hemelwezens. Dat blijkt ook uit het vervolg. "Engelen die zondigden, niet spaarde." Die engelen, dat zijn dus die zonen Gods. In 1 Petrus 3 werden ze geesten genoemd en hier — en trouwens ook in Judas, zoals we straks zullen zien — worden ze engelen genoemd. Daar zit nog een vraagje aan vast, maar ik besluit nu ter plekke om dat even te laten rusten, anders komt het niet uit.

Indien God engelen die zondigden niet spaarde, maar met touwen of koorden van duisternis in de Tartarus wierp. Er staat letterlijk 'met touwen van duisternis', of touwen die je niet ziet, in de sfeer van de Tartarus. Wat is dat nou weer? Nee, dat heeft niets met biefstukken te maken. In de NBG-vertaling wordt dit woord vertaald met 'afgrond'. In de Statenvertaling staat geloof ik 'hel'. Maar ja, bij 'hel' moet je altijd vragen: welke hel? In de Statenvertaling is het woord 'hel' de weergave van Gehenna, van Tartarus en van Hades. Dat is echt een zootje, om het even plat Rijnsburgs te zeggen. Er staat gewoon Tartarus. Waarom heb ik dat onvertaald gelaten? Dit woord komt maar één keer voor in de Schrift, maar ik moet erbij zeggen dat toen Petrus dit gebruikte, het voor zijn lezers absoluut niet onbekend was. Het is namelijk een term die zeer bekend is in de Griekse mythologie.

Petrus refereert dus aan een term uit de Griekse mythologie, waarin het wemelt van de verhalen. Sterker nog, het idee dat hemelwezens zich vermengden met mensen loopt als een rode draad door al die mythologieën. Ik ken er niet eens zo heel veel van, maar dat weet ik wel. De kern ervan heeft een historische achtergrond, wat hier ook blijkt. De Tartarus vind je in de Bijbel verder niet uitgelegd, maar in de mythologie is het de plaats waar geesten gevangen worden gehouden. Dat houdt vooral verband met de Titanen. En Titanen, dat zijn reuzen. Denk ook aan het verhaal van de Titanic, het reusachtige schip; dat ligt trouwens ook in de afgrond. De Titanen zijn daar in de afgrond gekomen. Het zijn die reuzen, en in verband met die geschiedenis wordt de term door Petrus genoemd.

Petrus zegt dus eigenlijk: God heeft in het verleden engelen die zondigden, hun doel misten en ongehoorzaam waren, niet gespaard. Ze worden nu in de Tartarus, ergens in de afgrond, waar dat dan verder ook wezen moge, bewaard en gevangen gehouden. De plaats Tartarus herinnert inderdaad aan de Griekse mythologie van vermenging tussen mensen en engelen, en aan de Titanen. Dat moet je gewoon weten, want de Bijbel zegt er verder niets over; Petrus verwijst er enkel naar door het gebruik van dit woord.

Er staat bij: "met touwen van duisternis in de Tartarus overgeleverd om bewaard te worden voor het oordeel." Het is dus eigenlijk een soort voorlopige hechtenis. Het eigenlijke gericht vindt nog over hen plaats. Zo worden zij bewaard. Er wordt verder niet gesproken over foltering of iets dergelijks; ze worden daar simpelweg bewaard. Ze hebben daar geen bewegingsvrijheid meer, wat aangeeft dat de verklaring dat zij na de zondvloed alsnog weer actief zijn geworden, onmogelijk is. Dat kan niet, want ze zijn in de afgrond van de Tartarus geworpen.

Petrus vervolgt: "en de wereld van de voortijd..." Hier zie je meteen waar die engelen die zondigden mee in verband worden gebracht. Zij die nu in de Tartarus zijn om bewaard te worden, worden gekoppeld aan de wereld van de voortijd. God spaarde die wereld niet, maar wel het achttal van Noach. Dit is eigenaardig, want hier wordt weer over hetzelfde gesproken: de engelen die zondigden werden niet gespaard en in de Tartarus geworpen, en de rest van de wereld van de voortijd is omgekomen in de vloed. In beide gevallen heeft God niet gespaard. Dat is wat Petrus hier doorgeeft.

Behalve dan het achttal van Noach. Hij was de prediker van rechtvaardigheid en werd behoed voor de overstroming die God bracht over de wereld van oneerbiedigen. Er was sprake van een afschuwelijke degeneratie — letterlijk degeneratie. Er zit ook het woordje 'genen' in, en dat is in dit geval heel letterlijk. Het was een degeneratie van het menselijk geslacht waar uiteindelijk radicaal een einde aan werd gemaakt in de zondvloed, zodat de mensheid weer een nieuwe start moest maken.

Judas: Engelen Die Hun Oorsprong Niet Bewaarden ↑ hoofdstukken

Ten slotte gaan we naar de brief van Judas. Van deze Judas weten we dat hij een broer was van Jacobus, en van Jacobus weten we dat hij een broer was van de Heer Jezus. Judas was dus inderdaad een halfbroer van de Heer Jezus. Hij heeft een klein briefje achtergelaten met feitelijk dezelfde achtergrond als de tweede Petrusbrief. Ook hij wijst op het oordeel en op het drama dat aanstaande was: hoe God een einde zou gaan maken aan de Joodse stad Jeruzalem en feitelijk ook aan het jodendom. Dat is de context waarin Judas dit schrijft.

Ik val hier in vers 6 opnieuw midden in een zin. Er wordt gesproken over engelen die hun oorsprong niet bewaarden. In 2 Petrus werd erover gesproken dat zij zondigden en in 1 Petrus 3 werd gezegd dat die engelen ongezeggelijk waren in de dagen van Noach. Hier staat dat ze hun oorsprong niet hebben bewaard. Wanneer je al deze gegevens bij elkaar voegt, krijg je exact weer het plaatje van Genesis 6, namelijk over de zonen Gods die geen zoon van God bleven, maar zich vermengden met de dochters van de mensheid.

Ze bewaarden hun oorsprong niet; dat wil zeggen dat zij hun oerpositie verlieten. Er staat ook bij dat zij hun eigen woning achterlieten, en dat werd hen hoogst kwalijk genomen. Wat zij hier feitelijk deden, is de positie verlaten die God hen had gegeven. Hun oorsprong, die God hen had gegeven, bewaarden ze niet, maar ze hebben hun eigen woning achtergelaten. Ik ben er nog niet helemaal uit waar dat precies op duidt, maar het zou kunnen verwijzen naar het feit dat ze naar de aarde zijn gegaan. Dat is één verklaring. De andere verklaring is dat ze niet in hun eigen lichaam zijn gebleven of dat ze dat hebben getransformeerd. In ieder geval hebben ze hun oorsprong niet bewaard en hun eigen woning achtergelaten.

Opnieuw zeg ik: er komt maar één geschiedenis hiervoor in aanmerking. Ik daag u uit: als u zegt het er niet mee eens te zijn dat ik dit in verband breng met Genesis 6, met de zonen Gods en de dochters van de mens, dan zijn we even goede vrienden, maar dan daag ik u wel uit om te vertellen waar het dan wél naar verwijst. Ik heb daar nog nooit zelfs maar één zinnige poging toe gelezen. Er komt maar één geschiedenis voor in aanmerking, namelijk de zonen Gods die zich vermengden met de dochters van de mensen. Dáárover heeft ook Judas het: engelen die hun oorsprong niet bewaarden, maar hun eigen woning achterlieten.

Dat wordt hen buitengewoon kwalijk genomen, want er staat dat God hen voor het oordeel van de grote dag in onwaarneembare boeien onder donkerheid heeft bewaard. Dat oordeel is nog toekomst; ik denk dat het te maken heeft met de grote witte troon in Openbaring 20. In 2 Petrus lazen we over touwen van duisternis en hier over onwaarneembare boeien. Als je daar even over doordenkt, begrijp je dat dit gewoon hetzelfde is. Iets wat donker is, kun je immers niet zien, als het tenminste donker genoeg is.

Onder donkerheid heeft God hen dus bewaard. Als geesten bestaan zij in voorlopige hechtenis. Zij worden bewaard voor het oordeel van de grote dag. Dat oordeel is voor hen nog niet begonnen, maar ze hebben geen bewegingsvrijheid. Ze kunnen daar niet vandaan komen; dat is wat hun positie is. Laat ik de hele zin nog eens voorlezen: engelen die hun oorsprong niet bewaarden, maar hun eigen woning achterlieten, heeft God voor het oordeel van de grote dag in onwaarneembare boeien onder donkerheid bewaard.

De Vergelijking met de Uitzonderlijke Hoererij van Sodom ↑ hoofdstukken

Het lot van deze engelen, die hun oorsprong ontrouw werden, wordt vergeleken met Sodom en Gomorra en de steden daaromheen. Maar de volgende vraag is natuurlijk: hoezo? Wat is de overeenkomst, wat is de vergelijking tussen die engelen die hun oorsprong ontrouw werden en Sodom en Gomorra? Wel, laten we Judas zelf het antwoord laten geven. Hij schrijft namelijk dat Sodom en Gomorra en de steden rondom hen op een hen gelijkende wijze — bent u er nog? — dus op een gelijksoortige manier als die engelen die hun oorsprong ontrouw werden en hun woning verlieten en die nu gevangen zijn, uitzonderlijke hoererij pleegden. Niet zomaar hoererij, maar uitzonderlijke hoererij.

Waar gaat dat over? Wel, het is heel simpel als we kijken naar wat we lezen over Sodom en Gomorra. Het gaat om hoererij tussen mensen en engelen. Ik geef toe, het is niet erg verkwikkend, dat soort geschiedenissen, maar laten we onze kop niet in het zand steken. Dit zijn dingen die niet alleen gebeuren — in deze uitzonderlijke manier dan — maar die daadwerkelijk in de historie beschreven zijn en bovendien de aanleiding waren voor dat enorme gericht.

Die steden pleegden dus op een hen gelijkende wijze uitzonderlijke hoererij. Je leest in de geschiedenis van Genesis 19 dat de mannen van Sodom — de naam helpt ons al een beetje om hen te begrijpen — gemeenschap verlangden met de twee engelen die bij Lot overnachtten. Kijk het maar na. Ik weet dat dit vaak in verband wordt gebracht met homoseksualiteit, en dat is het zeker ook, maar dat is niet wat hier staat. Er staat namelijk dat zij op een hen gelijkende wijze uitzonderlijke hoererij pleegden en andersoortig vlees achterna gingen. Bij homoseksualiteit is het juist zo dat je hetzelfde vlees achternagaat; 'homo' betekent immers 'hetzelfde'. Maar hier staat juist niet 'homo', maar 'heteros': andersoortig. Zij liepen andersoortig vlees achterna.

De engelen die hun oorsprong ontrouw werden, deden dat. En de geschiedenis in Sodom en Gomorra en de steden eromheen laat zien dat zij zich ook schuldig maakten aan een uitzonderlijke hoererij door andersoortig vlees achterna te gaan. Ik zeg weer: één en één is twee als het gaat om het begrijpen van de geschiedenis in Genesis 6. Daar verwijst het namelijk naar. De zonen Gods gingen de dochters van de mens achterna, en in Genesis 19 waren het de mannen van Sodom die engelen, oftewel andersoortig vlees, achterna gingen. Dat wordt vergeleken. Die engelen die hun oorsprong ontrouw werden, deden hetzelfde als wat later in Sodom en Gomorra plaatsvond, namelijk uitzonderlijke hoererij die daarin bestond dat andersoortig vlees achterna gelopen werd.

In beide geschiedenissen gebeurt er dus iets identieks: uitzonderlijke hoererij door het nalopen van andersoortig vlees. We hebben het hier over de gemeenschap van twee soorten wezens die niets met elkaar te maken horen te hebben. Hemelwezens, zonen Gods, engelen — er zijn diverse namen voor — die zich vermengen met mensen in een seksuele gemeenschap. Dat is waar het over gaat: inderdaad uitzonderlijke hoererij waarbij men andersoortig vlees achterna ging.

En dan staat er nog bij — en nu gaat het over de steden Sodom en Gomorra en de steden daaromheen — dat zij daar liggen als toonbeeld. Ze liggen daar nu nog steeds als toonbeeld van aeonisch vuur. In onze vertalingen staat vaak 'eeuwig vuur', maar ik zeg dat altijd expres met een soort spraakgebrek: 'eeuw-ig vuur', om een streepje tussen 'eeuw' en de rest van het woord te suggereren. Het heeft namelijk alles te maken met een eeuw, een tijdperk, een aeon. Dat is het laatste wat ik daarover te melden heb wat betreft Sodom en Gomorra.

Aeonisch Vuur en het Toekomstig Herstel van Sodom ↑ hoofdstukken

Die ligt onder een toonbeeld of voorbeeld van aeonisch vuur. Ga nou eens een keertje naar Sodom en Gomorra toe. Brandt er daar nog wat? Nee. Maar ik kan u wel vertellen — dit is in het zuiden van de Dode Zee — dat dit gebied wat u hier ziet ooit was als de Hof van Eden. Dat staat zelf in Genesis 9 of 18: buitengewoon vruchtbaar, in de Jordaanvallei. En die steden die daar waren, Sodom en Gomorra maar ook nog andere steden — de overige worden ook bij name genoemd — die zijn compleet in de as gelegd. Het heeft vuur en zwavel geregend. Ga naar die gebieden toe en weet u wat u ziet? Nou, niets meer, behalve dat alles in de as ligt. Het wemelt daar van de zwavel.

Ik heb dat verhaal gehoord van mensen die daar ook geweest zijn en daar ook rondleidingen hebben gegeven: overal zie je gewoon zwavel dat brandend uit de hemel is gekomen. Wellicht was het ook na een vulkaaneruptie, dat doet even niet ter zake, maar in ieder geval is het van boven neergedaald. Dat hele gebied is in vuur en zwavel verbrand. Met die hele... nou, de tekening die ik nu laat zien van de Dode Zee, die is er eigenlijk een embleem van. Zelfs in die hele zee is er niets meer aan leven te vinden.

Wat Judas hier zegt, wat u hier nu ziet, is een voorbeeld van aeonisch vuur. Wilt u weten wat aeonisch vuur is? Hier heeft ooit vuur neergedaald en dit is wat ervan over is. Maar daar ga ik nog wat over vertellen. Ik kan het niet nalaten, want het is een beetje buiten mijn onderwerp: dit gebied wordt, geloof het of niet, eens weer helemaal hersteld. Ik heb er niet eens een tekst van bij, maar dat staat gewoon letterlijk in Ezechiël 16. Het zal weer in zijn oorspronkelijke staat worden hersteld. En die Dode Zee kan ik er ook nog even bij vertellen als bonus — alsof ik het zelf verzin, maar nee, het staat gewoon in de Schrift: die Dode Zee wordt weer een levende zee. Er komen weer vissersplaatsen. En weet u wat ik zo leuk vind? De Bijbel vermeldt al de namen van de vissersplaatsen die daar straks zullen komen. De Bijbel voorspelt niet, de Bijbel voorzegt; zo zal het gaan. Iemand zei een keertje: "Het gebeurt niet omdat de Bijbel het zegt," maar hij zei: "Omdat het gebeurt, zegt de Bijbel het." Dat is een doordenkertje trouwens.

Ik wil er ook maar mee zeggen: God laat niet met zich spotten. Deze dingen heeft Hij gedaan. Dit vuur heeft catastrofaal werk gedaan. Jawel, maar het is aeonisch. Niet 'eeuwig', wat u altijd is bijgebracht vanuit de kerkelijke historie — eeuwig, eindeloos — helemaal niet. Dit is een voorbeeld van aeonisch vuur. Is dat eindeloos? Komt er nooit meer een einde aan? Nou, ten eerste: het vuur brandt niet meer. Bovendien zal dit gebied, Sodom en Gomorra en de steden eromheen, weer in volle glorie hersteld worden straks in de komende aeon. Dat is Gods plan. Dan gaat Hij bewerken waarom... ja, Hij brengt leven voort uit de dood. Ik verwees zojuist naar 1 Petrus, dat de Heer Jezus na Zijn opstanding al aan die geesten heeft geproclameerd: het leven overwint. En de God van de Bijbel verklaart het, en op Zijn woord kunt u absoluut bouwen.

🎧 de zonen Gods in Genesis 6 (II)
Delen: