GoedBericht.nl logo
UltimateGoodNews

Dankdag…

08-11-2015 - Geplaatst door Andre Piet
Presentatie gehouden op 8 november 2015 te Zoetermeer

Geen dankdag maar dagelijkse dank… in overvloed nog wel! Daarover spreekt Paulus in Kolosse 2:1-7. Bovenal voor wat vast en gegarandeerd is in Christus Jezus. Dat ontrekt zich volkomen aan het oog maar het staat zwart op wit beschreven in de brieven die de afgevaardigde van Christus Jezus voor de natien mocht schrijven. Het wijst op de grote GOD die alles, goed en kwaad in zijn hand heeft en een plaats geeft in zijn alles omvattend plan!

Powered by RedCircle

📝 Samenvatting & Transcriptie van deze lezing

Samenvatting van deze toespraak

De studie contrasteert de traditionele, agrarische Dankdag met de dagelijkse dankbaarheid van de gelovige, die geestelijk gezegend is in Christus. Aan de hand van een exegese van Kolossenzen 2 wordt benadrukt dat werkelijke wijsheid en rijkdom niet in wereldse filosofieën of tradities liggen, maar uitsluitend in Christus verborgen zijn. Gelovigen worden opgeroepen om geworteld en opgebouwd in Hem te wandelen vanuit de genade van God. Dit resulteert in een leven dat overvloeit in dankzegging voor zowel goede als kwade omstandigheden, in het besef dat alles veilig in Gods hand is.

“Wij danken niet omdat we blij zijn. Mensen denken dat: "Als je blij bent, dan dank je." Nee, wij zijn blij omdat we danken.”

De Traditie van Dankdag en Aardse Zegeningen ↑ hoofdstukken

Ik wil u vanmorgen bepalen bij dit mooie onderwerp: Dankdag. En ik zal u vertellen wat de aanleiding daarvoor is. Voor degenen die een reformatorische achtergrond hebben, zoals ikzelf – en dat zijn er wel wat in deze zaal als ik zo rondkijk – u weet dat het afgelopen woensdag Dankdag was. Zo heet dat; het is een gebruik in de protestantse kerken. De protestantse kerken in Nederland, moet ik erbij zeggen, want elders in andere landen is dat weer heel anders geregeld.

Elke eerste woensdag in november is het Dankdag voor gewas en arbeid – en visserij, zeggen ze er in Katwijk dan nog bij. Dat is echt zo. In de diverse vissersplaatsen noemen ze dat er heel expliciet nog bij. Op Urk hebben ze geloof ik nog een andere dag daarvoor, maar dat weet ik even niet meer precies. Maar in elk geval: Dankdag voor gewas en arbeid. Dat staat dan tegenover de Biddag voor gewas en arbeid, die altijd op de tweede woensdag in maart valt. Ik kom uit een kerkgemeenschap van origine waar er op die dag inderdaad altijd een paar kerkdiensten waren. Inmiddels is dat meestal weer anders; alleen in de traditionele dorpsgemeenschappen kent men dat fenomeen nog dat er echt een dag speciaal gereserveerd is die eigenlijk als een soort zondag geldt waarop niet gewerkt wordt. Kortom, het is een dag die sterk in het teken staat van het agrarisch jaar. Dat is een al heel oud gebruik, want ergens in de zestiende eeuw, aan het begin van de Reformatie en de reformatorische kerken in Nederland, is dat gebruik al meteen ingesteld om zowel aan het begin van het jaar te bidden als aan het einde van het jaar te danken voor de oogst die moet komen, respectievelijk binnengehaald is.

Zoals ik hier op deze sheet laat zien, is dit een gedachte die ontleend is aan en zijn parallel vindt op Israëls feestkalender, die feitelijk ook gebaseerd was op het agrarische jaar. Dat wil zeggen: het fenomeen van zaaien in het voorjaar en oogsten in het najaar. Als ik het zo zeg, dan zit daar ook weer een bepaalde theologische achtergrond in, namelijk dat men sterk leefde in de gedachte dat wij als kerk Israël zijn en dat wij die rol helemaal hebben overgenomen. Dat zie je in talloze dingen. In de plaats van het ene is het andere gekomen: in de plaats van de sabbat is de zondag gekomen, in de plaats van de besnijdenis de doop en in de plaats van Israël de kerk. Helemaal in dat rollenspel – want het is namelijk niet wat de Schrift daarover leert – zit men in dat stramien. Dan is het ook heel logisch dat je daarmee de kalender overneemt met de nodige aanpassingen. Ook de hele feestkalender die wij kennen, zoals Pasen, is in de plaats gekomen van Pesach. En Pinksteren is in de plaats gekomen van Sjawoeot, het Wekenfeest. Dat geldt voor diverse andere hoogtijden van Israël ook; alles is in de plaats gekomen van, en men leeft daar helemaal in.

Dat is de kritische kanttekening die ik erbij maak: dat men heel sterk leeft in die gedachte van Israël. Wij zijn dat, met ook die nadruk op aardse zegeningen. Dat was aan Israël beloofd: dat het land vrucht zou dragen. Trouwens, alles zou vrucht dragen als het volk leefde in de wegen van God. Dat idee is zo overgenomen. Ik moet er ook bij zeggen dat er natuurlijk een schitterend element in zit, namelijk de gedachte dat je alles van God mag ontvangen. Dat heeft te maken met het dagelijks leven. Vroeger leefde men natuurlijk veel sterker bij die cycli van de jaargetijden en was men daar wellicht veel meer van afhankelijk, heel dicht bij de natuur. Als je dat kunt koppelen aan de Schepper die dat alles geeft en die daar een plan mee heeft, en je kunt Hem daarvoor de dank toebrengen, dan is dat prachtig.

Het loutere feit – en daarmee borduur ik een beetje voort op wat u hier ziet – dat men daarbij heel sterk is gefocust op die aardse zegeningen, is natuurlijk wel een eigenaardig ding. Maar weet u, de gemeente – ik bedoel de Ecclesia, het 'uitroepsel' dat God vandaag verzamelt – dat is geen aards volk. We zijn niet verbonden met aardse banden, we zijn geen nationaliteit en we zijn niet etnisch bepaald. De Ecclesia is internationaal. God roept zich vandaag een volk uit de volkeren en dat volk heeft een bestemming: verbonden te zijn met Christus. Wij zijn gezegend met elke geestelijke zegening in de hemelse gewesten. Aardse zegeningen zijn ons nooit beloofd; Israël wel, dus daar zit een verschil. Maar toen ik daar deze week bij bepaald werd – ik had ook nog een heel gesprek over de betekenis van Dankdag met iemand uit Katwijk die vertelde hoe groot de rol van die dag vanouds was in de hele dorpsgemeenschap – toen dacht ik: daar wil ik graag eens wat meer over naar voren brengen.

Dankbaarheid en de Erkenning van God als Gever ↑ hoofdstukken

We spreken ook over de betekenis van danken in het algemeen en over dankbaarheid. Kijk, danken is wat je doet, wat je zegt. Dankbaarheid heeft te maken met de houding van erkentenis. Je ontvangt iets en dan ben je dankbaar; dat is iets wat in het hart zit. Je bent iemand dankbaar. Eigenlijk zit daar ook de gedachte al in vervat dat daar een God is.

Ik bedoel, kijk, als jij een cadeau krijgt voor je verjaardag, dan zeg je 'dank u wel' tegen degene die dat geeft. Maar als je, om maar wat te noemen, de oogst binnengehaald hebt of je bent gezond – ik heb het nu gewoon over aardse dingen – of je kunt je verheugen over de zegeningen die je krijgt, dan zit daar de gedachte in dat er iemand is die dat geeft. Als je God niet kent, dan kun je nooit dankbaar zijn voor je gezondheid. Wie moet je dankbaar zijn? Je bent iemand dankbaar. Je kunt toch niet 'het' dankbaar zijn? Nee, je bent iemand dankbaar.

Als het allemaal puur toeval is, zoals de wereldse filosofie doorgaans stelt, dan kun je niet dankbaar zijn. En dan zie je ook hoe belangrijk het is om God te kennen. Dat er Iemand is die aan het begin staat, die met recht een hart heeft, zoals we zojuist ook in het gebed memoreerden. Die alles plaatst, maar die ook een Vader is die zorgt, die begaan is met Zijn creaturen, met Zijn schepselen, en die dat werk van Zijn handen niet laat varen. Hem dankbaar te zijn, daar is een mens op gemaakt.

Het is de belangrijkste levensles die een mens kan leren: Hem te leren kennen. Dat geeft het leven zin en inhoud. Al het andere is gewoon niets; ten opzichte van dat stelt het niets voor. Als je Hem kent, heb je alles. Als je Hem niet kent, heb je niks. Ik wil u eens meenemen...

Paulus' Zware Strijd voor de Gemeente in Kolosse ↑ hoofdstukken

We gaan vanmorgen naar Kolosse 2, een brief die Paulus geschreven heeft aan een gemeente in Kolosse. Ik zal u straks het kaartje nog laten zien, dan hebt u een beetje een idee waar dat gelokaliseerd moet worden. Inmiddels is er dus al een heel hoofdstuk geschreven. Ik zal straks ook nog wel even laten zien wat Paulus al in het voorgaande had gezegd, maar laten we beginnen bij vers 1. Hij zegt: "Ik stel er prijs op..." Hij hechtte er waarde aan; hij wilde dat men wist hoe zware strijd hij te voeren had. U moet zich realiseren: Paulus was nooit in Kolosse geweest. Het evangelie hadden ze vernomen van Epaphras. Ik heb er straks ook nog een dia van waar dat gezegd wordt. Hij was een getrouwe medeslaaf, zegt Paulus. Paulus had heel veel fiducie in deze man, omdat hij het evangelie van de genade Gods in waarheid aan hen had verteld.

Wel, Paulus zelf was daar nooit geweest, maar toch was hij zo betrokken bij wat daar allemaal plaatsvond. Hij was ook buitengewoon dankbaar – zo begint hij die brief – over wat hij vernomen had van Epaphras en hoe het evangelie daar ontvangen was en hoe ze daarin bevestigd werden. Maar er was een zware strijd, en dat was vanwege de dreigingen die er waren in Kolosse. Dat wil zeggen: leringen. We zullen dat straks ook zien in vers 4, maar ook nog in vers 8: dreigende filosofieën, leringen die hen uit de positie die ze hadden in Christus – waar ze zo blij mee waren – zouden doen verdrijven, zodat ze daarvan zouden worden verwijderd. Daar was Paulus buitengewoon bezorgd over en daar voerde hij een zware strijd. Hij streed in de gebeden dat ze zouden staan en blijven staan in dat wat ze ooit hadden vernomen.

Hij vraagt zich af: waarom wilde hij dat ze dat zouden weten? Hij zegt: die zware strijd voor u – dat wil zeggen voor jullie, meervoud – en voor hen die te Laodicea zijn. Dat is een plaatsje dat daar dichtbij in de buurt lag. Ik heb hier een kaart. Het is niet heel erg scherp, maar u ziet: dit is het huidige Turkije. Hier heb je de landstreek van Galatië, hier heb je nog een deel van Griekenland. En dan heb je hier deze plaatsjes Kolosse en Laodicea. Van Kolosse is tegenwoordig helemaal niks meer over, en van Laodicea geloof ik ook niet zo gek veel meer, maar dat weet ik even niet zo uit mijn hoofd. Maar in elk geval waren dat de plaatsen waar u aan moet denken. Paulus is in deze streek op zich heel erg actief geweest; we weten dat ook uit het boek Handelingen, in Efeze en diverse andere plekken. Maar in elk geval: hier was hij niet geweest. Zij hadden het vernomen van zijn medewerker Epaphras.

Paulus was daar heel meelevend in. In zijn gebeden en in zijn dankzeggingen was hij daar voortdurend bij betrokken. Als hij dat vernam, dankte hij God en hij bad dat ze daarin ook zouden blijven. Dat wilde hij graag dat ze zouden weten. En voor alles zegt hij: niet alleen dus voor degenen die daar in Kolosse en in Laodicea waren... Trouwens, Laodicea kennen we natuurlijk weer uit het boek Openbaring, want er is een brief geschreven aan de ecclesia in Laodicea. Dat was een Joodse ecclesia, maar goed, daar gaat het nu even niet over. Die plaatsnaam wordt in dat verband genoemd. Hij zegt: "en voor allen die mijn aangezicht niet hebben gezien in het vlees". Ik zei al: de gemeente in Kolosse was ontstaan door de evangelieprediking van Epaphras, niet door Paulus. Hij was daar niet geweest; zij hadden zijn aangezicht niet gezien.

Maar hij zegt dit nu eigenlijk ook tegen u en mij. Want hij heeft het over die betrokkenheid van Paulus voor de Kolossers, voor degenen die in Laodicea waren, maar ook voor allen die zijn aangezicht niet hebben gezien in het vlees. Hebt u ooit Paulus gezien? Zijn aangezicht? Nee, ik ook niet. Dus dan hoort u ook bij deze "allen". Wij vernemen nu wat hij ooit heeft opgetekend en Paulus zegt: wel, die zijn daar ook bij betrokken. Deze brief had dus duidelijk het karakter van een rondzendbrief. Over de hoofden van de Kolossers heen was deze bestemd voor allen die in Christus Jezus zijn. We zullen dat straks trouwens ook nog wel zien.

En dan zegt hij erbij: "opdat hun harten getroost en zij in de liefde verenigd worden". "Hun", dat wil zeggen: van degenen in Kolosse, in Laodicea en van wie dan ook die mij nooit gezien hebben maar die dit lezen. Opdat hun harten getroost worden... Even dat woord "getroost". Kijk, bij troost denken wij aan verdriet; je wordt getroost in verdriet. Maar hier wordt een woord gebruikt dat niet de gedachte heeft van troost. Dit Griekse woord wordt trouwens heel divers vertaald, en dat is erg lastig als je het woord echt wilt leren kennen. Het betekent letterlijk "naast-roepen", en dat dan in de zin van aanvuren, aanmoedigen of bemoedigen. Dat kan van allerlei aard zijn, maar in ieder geval is het idee: bemoedigen en aanmoedigen. Hier is geen sprake van verdriet, dus het vertaalwoord "troosten" lijkt mij in dit geval misplaatst. Aanmoedigen daarentegen niet. Hij bidt dat hun harten, gewoon diep van binnen, bemoedigd zouden worden en dat zij in de liefde verenigd worden.

Agape: de Onvoorwaardelijke Liefde Die Één Maakt ↑ hoofdstukken

Liefde, Agape. Dus niet zomaar genegenheid of dat aangetrokken voelen tot een ander zoals we dat gewoonlijk kennen. Je voelt je aangetrokken tot de één, en tot de ander juist niet. De één is je sympathiek, de ander is je niet sympathiek. Agape is een begrip dat dat ver overstijgt en dat heeft te maken met de liefde van God. Daarvan hebben we zojuist al gedacht: dat is zo geweldig. Eigenlijk is dat ook de hele clou: we hebben een God voor wie elk schepsel telt. Kijk, dat is Agape. Die liefde kun je niet verdienen door goed te doen, en die liefde kun je ook niet kwijtraken door niet goed te doen of door kwaad te doen. Daar val je nooit buiten. Dat is dus Agape.

Dat is liefde; vandaar ook dat men zegt — je kunt het in de woordenboeken nazoeken — dat Agape liefde is die onvoorwaardelijk is. Waarom? Omdat er namelijk geen grens aan is. Er zijn geen limits. God houdt van Zijn schepping en dat is liefde. Je bent een creatuur van Hem en dus door Hem bedacht, door Hem gemaakt. Hij heeft een plan met jou en Hij gaat alle dingen wel maken. Dat is liefde: "Ik laat jou nooit gaan."

Nou, en dan zie je ook waarom dat woordje liefde alles te maken heeft met eenheid. Want het kennen van die liefde betekent ook dat je de ander mag zien door die bril, gewoon door de wijze waarop God naar Zijn schepping kijkt. Of naar gelovigen kijkt, maar altijd in ieder geval op de wijze zoals God dat doet. Onvoorwaardelijk, en dat verenigt ook met recht. Dat maakt één. Liefde en eenheid, dat zijn eigenlijk broertje en zusje. Die zijn ook niet los verkrijgbaar. Liefde maakt één.

Er zijn heel veel mooie dingen in de symboliek over te vertellen. Het Hebreeuwse woord voor liefde is ahawa en de getalswaarde van dat woord is dertien. En weet u wat het woord voor ‘één’ is? De getalswaarde van dat woord is ook dertien. Dus in het Hebreeuws zie je dat de structuur van het woord liefde direct overeenkomt met het woord één. Daar is meer over te melden, want je ziet dat in zoveel symboliek weerspiegeld, maar vergeet niet: deze liefde maakt één.

Wat Paulus wil, is dat hun harten aangemoedigd worden en zij in de liefde van God verenigd worden tot alle rijkdom. En weet u wat rijkdom is? Dat is een toestand waarin je genoeg hebt. Sommige mensen zeggen dat rijkdom betekent dat je heel veel geld of heel veel bezittingen hebt, maar dat hoeft helemaal niet; dat is iets heel anders. Rijkdom is dat je genoeg hebt. Er zijn mensen die ik weet niet hoeveel hebben, maar die niet genoeg hebben. Dan ben je arm. En je hebt mensen die alleen maar de kleren hebben om aan te trekken en een dak boven hun hoofd, maar die God kennen; die zijn rijk. Ze hebben genoeg. Je dankt God. Kijk, als je God dankt, ben je rijk.

Tot elke rijkdom, want laten we even bij het verband blijven: rijkdom, maar ook van een volledig inzicht. In de interlineair staat letterlijk de volle zekerheid van het inzicht. Het gaat erom dat wat Paulus en zijn medewerker Epafras aan hen gemeld hadden, inzicht was. Je moet dingen weten. Dat woord dat hij te melden heeft, geeft inzicht, maar het gaat erom dat we daar ook volle zekerheid hebben. Juist door dat inzicht in die liefde van God die één maakt. Dat is zo'n enorme rijkdom in je leven, zodat je genoeg hebt en je inderdaad alle redenen hebt om Hem te danken.

Er staat dan ook bij: "tot in de liefde verenigd worden tot alle rijkdom van de volle zekerheid van het inzicht". En zij mogen kennen — u ziet hier in de interlineaire letterlijk het woord ‘besef’. Er staat een woord dat eigenlijk ‘bovenkennis’ betekent. Dat wil zeggen: je kunt dingen kennen, maar er is iets wat daar nog bovenuit gaat. Het veronderstelt kennis als de basis — je weet de dingen — maar bovenkennis is dat je besef hebt, dat je het je realiseert. Want dat zijn twee dingen: iets weten is één ding, maar het gaat erom dat je het beseft, dat je het echt realiseert. En daarover gaat het hier.

Christus als het Geheimenis en de Bron van Wijsheid ↑ hoofdstukken

Omdat ze zouden beseffen het geheimenis van God, het geheim van de God. Die ene. En wat is dat geheim van de God? De verborgenheid. Als u een Statenvertaling hebt, dan staat er altijd het woordje 'verborgenheid'. En dat is het ook: het is een geheim. Zelfs als je het uitbazuint, dan blijft het een geheim. Nu, in deze tijd, komt het niet terecht op de nieuwsredacties van de dagbladen; je zult het niet in de actualiteit terugvinden. Het is gewoon in deze wereld een verborgenheid. En die verborgenheid is een persoon. Er staat dat zij het geheim van de God mogen kennen: Christus. Ja, dit is Hem.

Je hoeft niet eens terug te bladeren; het staat op dezelfde bladzijde. Een paar verzen terug had Paulus daarover al geschreven, in vers 27. Daar zegt hij: "Hun heeft God willen bekendmaken hoe rijk..." Heb je hem weer? "...hoe rijk de heerlijkheid is van dit geheimenis." Exact hetzelfde woord. Die verborgenheid onder de natiën, te midden van de volkerenwereld. Er is dus sprake van een geheim dat Paulus bekendmaakt en dat heeft te maken met de natiën, zonder onderscheid. Hij zegt: "Christus onder jullie." Het gaat hier niet over Israël, het gaat hier over de natiën. Israël staat als volk, als geheel, tijdelijk terzijde. Maar er is nu een boodschap die bekendgemaakt wordt onder de natiën en dat is een geheimenis. Hij zegt: "Christus onder jullie, de hoop der heerlijkheid." Wat is die verborgenheid, of wie is die verborgenheid? Dat is Christus.

Straks – en dat was ook de aanvankelijke verwachting van Israël op basis van de Schrift – zal de Messias hier op aarde Zijn rijk vestigen. Israël zou het centrale volk in de wereld zijn en via Israël zou het heil naar de natiën gaan, zodat heel de wereld de Heer gaat kennen. Dat is het Messiaanse Rijk; dat komt ook wel, maar vandaag leven wij in een tijd van verborgenheid. Christus, waar is Hij? Niet onder het volk van Israël, maar onder de natiën, en dan wel op een verborgen wijze. Je zou die hele brief moeten doorbladeren om te zien hoe Paulus dat allemaal onder woorden brengt. Schitterende dingen!

Dat is een geweldige heerlijkheid. En dan zegt hij erbij: "In wie al de schatten..." In wie? Dan zie je dus dat die verborgenheid van God iemand is. "In wie al de schatten van wijsheid en kennis verborgen zijn." U moet weten dat men daar in Kolosse gevoelig was voor leringen die dreigden ingang te vinden, die allemaal te maken hadden met filosofie en wijsheid, of althans die claim hadden. Paulus zegt: "Als je wijsheid zoekt, als je kennis zoekt – werkelijke wetenschap die ertoe doet – dan zul je bij Hem moeten wezen." Want alle schatten, alle rijkdommen van wijsheid en kennis zijn in Hem verborgen.

Waar is Christus nu? Dat kun je op twee manieren formuleren. Hij is vandaag onder de natiën, zoals ik zojuist liet zien, en je kunt zeggen: Hij is daarboven. Als u het niet geloven wilt, lees dan even met me mee in Kolossenzen 3 vers 1: "Indien jullie dan met Christus opgewekt zijn, zoek de dingen die boven zijn, waar Christus is, gezeten aan de rechterhand Gods. Bedenk de dingen die boven zijn, niet die op de aarde zijn." Daar zie je trouwens ook al, dat voel je ook: dat zijn verborgen dingen. Die vind je hier niet op straat. Dat is verborgen. Als het je verteld is en het vindt hier ingang, dan is het geweldig.

In Hem zijn al die schatten van wijsheid en kennis verborgen. Weet u wat wijsheid is? Het Griekse woord daarvoor is sophia. We kennen dat als een naam voor dames. Ik wil daar nog één ding over gezegd hebben, want dat is mooi: dat Griekse woord sophia betekent wijsheid, maar het is afgeleid van een Hebreeuws woord, en dat is tsophiem. Dat komen we in het Hebreeuwse Oude Testament tegen en dat zijn 'uitkijkposten'. Dat heeft dus te maken met overzicht. Als je op een hogere plaats staat en je hebt uitzicht, en daarmee ook overzicht, dat is wat in dat woord besloten ligt.

Dat geeft zo'n enorme betekenis aan dat Griekse woord sophia. Wijsheid is wat anders dan wetenschap. Wijsheid is dat je uitzicht hebt en ook het geheel overziet, dat je het verband van de dingen gaat verstaan. Dat is wijsheid. Een andere manier van zeggen is dat je op de hoogte gesteld bent, namelijk in staat om vooruit te kijken en werkelijk uitzicht te hebben. Als je dat uitzicht hebt, dan heb je God, dan heb je wijsheid. Dan zie je ook het verband van de dingen. Als je dat plan gaat ontdekken, dan krijg je wijsheid. Dan zie je Degene die dat alles heeft bedacht en de dingen een plaats geeft. Wijsheid, dat is overzicht en uitzicht.

En kennis, ja, dat heeft te maken met dingen weten, met de data gewoon. Dat moet je weten. Het begint bij weten, bij kennen, en dan vervolgens besef en ook wijsheid. Waar is dat alles te vinden? Wel, in Hem, in Christus Jezus. Dat wil zeggen: Hij die uit de doden is opgewekt en vandaag daar gezeten is, met wie wij verbonden zijn als hoofd en lichaam – ook zo'n geweldig thema in deze brief. Alles wat aan Hem toekomt en gegeven en beloofd is, dat is ook ons deel. Onvoorstelbaar, maar Zijn positie is de onze; we zijn eengemaakt met Hem. Wil je wijsheid vinden, wil je kennis hebben, wil je al die schatten, die werkelijke rijkdom verstaan? Dan moet je bij Hem wezen. Paulus motiveert dat.

Waarschuwing Tegen Filosofie en Wereldse Overlevering ↑ hoofdstukken

Opdat niemand jullie met drogredenen misleidt. Hier zie je dus dat er met de vreugde die Paulus had over deze Ecclesia en dat wat ze wisten, toch gevaren dreigden. Deze dingen bindt hij hen op het hart, juist omdat daar kapers op de kust waren. Ik zal dat even voorlezen. In Kolossenzen 2, een paar verzen later, zegt hij: "Zie toe dat niemand u meesleept door de filosofie." Heb je dat woord: filosofie of wijsbegeerte. Door de filosofie en door ijdel bedrog. Want dat is wat het is. Het mag dan in de wereld aangeprezen worden en voor wijsheid doorgaan — trouwens, daar hadden we het twee weken geleden nog over — in Gods ogen is het gewoon dwaasheid. Die twee staan volstrekt haaks op elkaar. Als iets in de wereld wijs is, dan kun je er vergif op innemen dat het gewoon dwaas is.

Zie toe dat niemand je meesleept door filosofie, door ijdel bedrog, door allerlei redeneringen waarin aannames verborgen zijn die jou op sleeptouw nemen en je gewoon op het verkeerde been zetten. Het is allemaal in overeenstemming — want dat was aan de hand met die filosofie — met de overlevering van mensen. Daar zie je dus tradities. Weet u, deze brief aan de Kolossenzen is enorm actueel, omdat datgene wat voor de Kolossenzen nog dreigingen waren — en waarom Paulus deze brief ook optekende — inmiddels waarheid geworden is. Dat wil zeggen: toen was het nog maar een dreiging daar in Kolosse, maar inmiddels is de hele christelijke wereld daarvan vergeven. Ze zijn er al lang aan ten prooi gevallen en in meegesleept. Met filosofieën, maar het is ijdel bedrog.

Het is inderdaad in overeenstemming met tradities. Dat is zelfs een heel belangrijk criterium: het moet wel in overeenstemming zijn met datgene wat wij van de vaderen altijd hebben overgeleverd gekregen. Het is een heel belangrijk criterium. Op het moment dat je dat soort terminologie hoort, dan weet je meteen: "Aha, dat is waar Paulus het over had." Het is in overeenstemming met de overlevering van mensen en ook met de elementen van de wereld. In uw vertaling staat er waarschijnlijk 'wereldgeesten', maar er staat eigenlijk gewoon 'de elementen', het abc van deze wereld. De wereld redeneert gewoon via die wegen; dat zijn haar uitgangspunten. De elementen van de wereld, zegt Paulus. Daarmee mag het dan wel in overeenstemming zijn, maar het is niet in overeenstemming met Christus.

Hier heb je het weer: met Hém. Hij zet tegenover de filosofie en tegenover de overlevering niet een betere filosofie of een betere overlevering; hij zet er Iemand tegenover. Want een levend iemand, dat wil zeggen iemand die opgewekt is uit de doden, een mens — jawel, een mens in wie de volheid van de Godheid lichamelijk woont. Zo stond het ook in vers 9: in Hem woont al de volheid van de Godheid lichamelijk. Al wat God heeft en is, dat woont in Hem. Waarin trouwens ook de gedachte verbonden en verborgen zit dat wij dat lichaam van Christus zijn.

Paulus zegt — en dat is een hele belangrijke clue: "En jullie hebben de volheid verkregen in Hem, die het hoofd is van alle overheid en autoriteit." Dat is vandaag nog verborgen, maar het zal straks zichtbaar worden. Hij staat aan de top van het universum, om zo te zeggen. Hij is het hoofd van elke overheid. Ik bedoel ook overheden en autoriteiten in de hemelse gewesten, in regionen die zich helemaal aan het oog onttrekken, maar Hij is het hoofd daarvan. Jullie hebben de volheid verkregen in Hem. In Hem zijn wij dus compleet. Hoezo nog andere dingen? Dat gaat heel tricky. Dan kwamen ze aan — dat lees je ook in deze brief: "Ja, nu heb je Hem leren kennen, maar nu gaat het er ook om dat je geloof verdiept wordt. Als je wilt dat het nog meer dimensies krijgt — of wat voor termen je daar ook aan vastplakt — dan wordt het allemaal nog grootser en dan moet je bij die overleveringen en filosofieën zijn." Zo word je heel gemakkelijk meegesleept. Paulus zegt: "Jullie zijn gewoon compleet in Hem." Hoezo nog andere dingen? Hoezo overlevering? Hoezo filosofieën van buitenaf? Laat je er niet door meeslepen. Compleet zijn wij in Hem.

Ik lees verder: "Want al ben ik naar het vlees afwezig, naar de geest ben ik bij u." Hij was betrokken bij hen en zegt: "Ik zie met blijdschap, met vreugde, ik verheug me in de orde die bij u heerst." Dus de ordening bij jullie, of de ordening van jullie. Wat bedoelt hij daar dan mee? Wel, er is bij jullie orde. Het is dus met recht in orde, in die zin dat ieder bij jullie de plaats inneemt die God toewijst. Later spreekt hij daar ook over in deze brief: mannen ten opzichte van hun vrouwen, vrouwen ten opzichte van hun mannen, ouders ten opzichte van hun kinderen, kinderen ten opzichte van hun ouders, slaven ten opzichte van hun heren, heren ten opzichte van hun slaven, etcetera, etcetera. Gewoon in die verhouding. God heeft je in een bepaalde positie geplaatst en jij erkent die positie met de verhoudingen die daarbij horen. Dat is orde. Hij zegt: "Ik verheug me in de orde die bij jullie heerst." Dat betekent trouwens ook dat je besef hebt van God die dat alles een plaats geeft. "Ik verheug me in de ordening van jullie en de hechtheid van uw geloof in Christus." De stabiliteit, de vastheid.

Nu gaat het erom dat ze ook standvastig zouden blijven. Ze waren stabiel, wat een geweldige eigenschap is. Als je stabiel bent in dat vertrouwen in Christus, dat je daar vrede in vindt en er genoeg aan hebt als rijkdom waar we het al over hadden. Maar ook dat je inderdaad niet heen en weer bewogen wordt door van alles en nog wat, door omstandigheden in de wereld. En ook niet alleen door wat er geestelijk op je afkomt, maar ook gewoon door de omstandigheden van het leven. Hoe kan dat je in beweging brengen? Ik kijk naar de diverse mensen hier in de zaal van wie ik weet dat er de afgelopen week heel wat gebeurd is. Natuurlijk, je bent een mens, maar dat je dan stabiel bent en mag zijn in dat geloof, in dat vertrouwen in Christus.

Ik lees even verder: "En nu gij..." Als u trouwens een Statenvertaling hebt, dan staat er "gelijk gij", en dat is ook precies wat er staat: "Zoals jullie." Christus Jezus. Dat is een typische Paulus-term: Christus Jezus. Ik geloof dat het een stuk of honderd keer voorkomt, altijd bij Paulus. Paulus kende Hem als de Christus; zo had hij Hem leren kennen vanuit Zijn positie in de hemel. Hij omstraalde hem met dat hemelse licht en dan maakt Hij Zich bekend als de Christus. Dan vraagt hij: "Wie bent U?" en dan zegt Hij: "Ik ben Jezus die jij vervolgt." In die volgorde dus. Hij kende Christus, de Opgewekte, de Verheerlijkte, en Die maakte Zich dan bekend als Degene die hier op aarde Jezus was. Christus Jezus. Het zegt iets over de volgorde en ook over wat bij hem voorop staat.

"Zoals jullie Christus Jezus, de Heer..." Kijk, dat zijn van die termen die we gebruiken, maar besef je wat het betekent? Heer, dat is in het Grieks kurios, dat is een eigenaar. De term was veel breder; het kan op van alles van toepassing zijn. Maar als je van iets eigenaar bent, oftewel de beheerder, dan beheer je iets. En dat is Christus Jezus. Hij is kurios. Dat wil zeggen: als het van de Kolossenzen gezegd wordt dat jullie Christus Jezus aanvaard hebben als Heer, dan betekent dat dat Hij Degene is die jullie beheert, die garant voor je staat. Als iets een beheerder heeft.

Die beheerder gaat over jou, die zorgt voor jou, die geeft je wat je nodig hebt. Dat is een beheerder, toch? Wij hebben zo'n beheerder. Er zit een geweldige vreugde aan gekoppeld. We kennen iemand die voor ons zorgt, die onze Heer is. Van wie wij zijn, wiens eigendom je bent. En dat hadden zij aanvaard.

Als u een Telos-vertaling hebt, dan staat daar "ontvangen". Dit woord "ontvangen" wordt ook elders zo gebezigd: accepteren. Ik zeg niet dat dat fout is, maar het idee is vooral van ontvangen. Je krijgt iets om niet. Jullie hebben Christus Jezus de Heer ontvangen. En dan zegt Paulus:

Wandelen in de Heer: Geworteld en Opgebouwd ↑ hoofdstukken

"Wandelt in Hem." Zo begon het. Ze hadden die blijde tijding gehoord van wie God is in Zijn Zoon, Christus Jezus de Redder, de genade van God. En Paulus zegt: "Wandel nu ook in Hem." Dat woordje 'wandelen' is mooi. Weet u wat het verschil is met lopen? Bij lopen ga je van A naar B. We kennen allemaal het verschil wel; je loopt ergens naartoe, maar wandelen, ja, dat is een ommetje maken. Het leuke is dat het Griekse woord voor wandelen eigenlijk uit twee delen bestaat, maar letterlijk betekent het 'rondom treden'. Daar zit dus dezelfde gedachte in als die wij hebben bij wandelen, namelijk: je maakt een ommetje.

En daarbij gaat het er niet om — want dat irriteert mij soms ook in gesprekken, dikwijls onder gelovigen — dat men zo gemakkelijk weer wettisch gaat denken. In de sfeer dat het bij die wandel erom gaat wat voor jasje je aan hebt, of dat je een paraplu bij je hebt, of welke schoenen je aantrekt. Weet u waar het bij wandelen om gaat? Trouwens niet eens om wáár je loopt. Het gaat erom dat wij wandelen in Hem. Dat wil zeggen: Hij is de sfeer waarin wij wandelen. Je gaat je weg zo in het leven, u een andere dan ik. Wat is daarbij van belang? Wel, dat we zoals we Hem ooit als Beheerder, als Heer, als kurios hebben ontvangen, we vervolgens daarin verder gaan. Daarin rondgaan, rondtreden, inwandelen. Daarbij is het idee: zoals dat ooit begon, laat dat zo blijven. Jullie hebben ontvangen.

Maar wandel vervolgens ook in Hem, want Hij is toch genoegzaam? Dat wil zeggen: Hij is meer dan voldoende in alles. Geworteld en opgebouwd. Dat zijn twee termen, eigenlijk twee metaforen. Het ene heeft te maken met een boom of gewas: dat is geworteld. Het andere heeft te maken met de bouwkunde: iets is opgebouwd, namelijk gebouwd op een fundament. In beide gevallen is het idee dat je op dezelfde plaats blijft. Toch? Een boom is geworteld en daarbij zit de gedachte dat een boom zijn voedsel, zijn vocht, water en alles wat het nodig heeft, onttrekt aan de bodem. Daarin is hij geworteld.

Ik heb ooit van een kweker uit Boskoop gehoord — en die kan het weten — dat het mooie is dat je aan het wortelgestel van een boom ziet van waaruit deze de meeste tegenwind heeft gekregen. Ton, zeg jij het eens goed? Nee, hij zegt: "Prima zo." Oké, ik moest even zoeken naar woorden, maar de gedachte die die boomkweker toen aan mij doorgaf, vond ik heel mooi. Dat wil zeggen: juist door tegenwind wordt zo'n boom alleen maar sterker en sterker geworteld. Het maakt je krachtiger.

Wel, hier gaat het over geworteld worden. Met het idee dat je daar, aan de bodem, al je voedsel onttrekt. En waarin is dat dan? In Hem. Hij is namelijk genoeg, zoals we Hem ontvingen, maar ook vervolgens in dat wat volgt: onze hele wandel waar we gaan en staan, waar we ook verblijven. Het is in Hem geworteld, het blijft daarin staan. En vervolgens: opgebouwd. Een gebouw is gefundeerd en wat daarbij van belang is, is dat het fundament solide is en dat je op dat solide fundament blijft. Je merkt aan de metaforen die Paulus kiest hoe hij zich hier ook verzet tegen de dreigingen daar in Kolosse, namelijk dat je 'verder' zou moeten komen. Zo van: "Ja, nu heb je dat wel, Christus is al prachtig, maar als je wilt dat je verder komt, dan moet je je ook de filosofieën en overleveringen eigen maken." Met andere woorden: Hij is niet genoeg! Nee, zegt Paulus, in Hem zijn alle schatten van wijsheid en kennis te vinden. Hij biedt meer dan genoeg voedsel en Hij is solide genoeg om opgebouwd te worden.

Geworteld, opgebouwd worden in Hem. En dan onderstreept de derde metafoor dat natuurlijk alleen maar: bevestigd worden. Dat wil zeggen: vastheid vindend in — niet in werken, maar in geloof, in vertrouwen. En wel zoals het je geleerd is. U weet van wie ze het geleerd hadden. Ik lees het eventjes voor uit Kolossense 1. Daar zegt Paulus dit: "Het evangelie dat tot jullie gekomen is, dat jullie gehoord hebben," en dan zegt hij erbij, "en de genade van God in waarheid hebt leren kennen, zoals jullie het vernomen hebben van Epafras, onze geliefde medeslaaf, die voor u een getrouw dienaar van Christus is." Maar let even op.

De Genade van God in Waarheid als Solide Fundament ↑ hoofdstukken

Wat hadden ze van Epafras vernomen? De genade van God in waarheid. En weet u wat dat is, die genade Gods in waarheid? Ik heb het juist gisteren nog gelezen in Romeinen 3: allen hebben gezondigd, dat wil zeggen: het zijn doelmissers. Zondaren, stervelingen. Allen zondigen en derven de heerlijkheid Gods, en worden om niet gerechtvaardigd door Zijn genade en door de verlossing die in Christus Jezus is. Dat is de genade Gods in waarheid. Die waarheid wordt vandaag de dag trouwens vaak een leugen genoemd en is zelfs een ketterij, maar het is de basis; het is de genade Gods in waarheid.

Allen zondigen. We zijn allemaal doelmissers, dat is een universele waarheid. En we worden om niet gerechtvaardigd. Om niet, dat wil zeggen: zonder dat je er iets voor kunt doen of moet doen. Het is om niet, het is gratis. We worden om niet gerechtvaardigd door Zijn genade. Mocht het je ontgaan zijn dat het om niet is, dan staat het er nog achter ook: om niet door Zijn genade. Dat is de genade Gods in waarheid. Dat is zo overtreffend, zo alomvattend en ook ieder insluitend; dat is een geweldige waarheid. Al die miljarden mensen, wie ze ook zijn en wat hun achtergrond ook is, het zijn zondaren en stervelingen. En tevens – en dat is het evangelie – worden ze allen om niet gerechtvaardigd. Om niet door Zijn genade.

Dat is een bericht. Dat is geen opdracht om te werken, want daar kun je namelijk niks voor doen. Het is een bericht, maar zo'n kolossaal mooi en goed bericht. Vertel het! Van Epafras hadden ze het vernomen: de genade Gods in waarheid. En ik zal u nog eentje geven uit Kolosse 1. We hadden het over geworteld, opgebouwd en bevestigd worden, vastgesteld worden in dat geloof, vertrouwen daarop. We lazen het in Kolosse 1: van Epafras hadden ze het vernomen. En dan zegt Paulus nog even verder in datzelfde Kolosse 1 dat jullie welgegrond – heb je weer diezelfde terminologie, dezelfde metaforen en dezelfde associaties – welgegrond en standvastig blijven. Dan heb je het weer. Ze stonden weliswaar, maar blijf ook staan in het geloof.

U moet zich niet laten afbrengen van de hoop van het evangelie. Ik zei al: hier in Kolosse was het nog een dreiging. Inmiddels is dit gewoon – en ik gebruik nu even expres dit woord – gemeengoed. Daar heeft men zich van af laten drijven. Weet u wat de hoop van het evangelie is? Nou, dit staat in vers 23, maar moet u eens lezen wat er in vers 20 staat. Daar staat dat God door het bloed van het kruis het al weder tot Zich verzoent, hetzij wat in de hemel, hetzij wat op de aarde is. Dat is de hoop van het evangelie.

Paulus zegt: laat je er niet van afbrengen. Ziet u hoe enorm actueel dit is? Met dit verschil dat het hier nog iets was wat als een enorme dreiging werd gezien door Paulus, terwijl dit inmiddels inderdaad zo is binnengedrongen. Daarom is het zo belangrijk om hierin gegrond te zijn. Standvastig, en je niet te laten afbrengen van de hoop van het evangelie dat jullie gehoord hebben, dat verkondigd is in de ganse schepping, kon Paulus inmiddels al zeggen. Ik geloof dat het een enorme vlucht heeft genomen in die dagen. In die generatie is het ook wereldwijd verteld. Dat het verkondigd is in de ganse schepping onder de hemel, waarvan ik, Paulus, een dienaar geworden ben. Van dat geloof en van die hoop van het evangelie. Daar moet je wezen. Blijf daarin staan. Geworteld, opgebouwd worden in Hem, bevestigd worden in het geloof zoals u geleerd is.

Overvloeiend in Dankzegging voor het Goede Én het Kwade ↑ hoofdstukken

Overvloeiend in dankzegging. Dat was waar we net mee begonnen. Overvloeiend in dankzegging; kijk, dat is nog eens wat anders dan dankdag. Zo’n dag in het jaar waarop we speciaal gaan danken. Begrijp me goed, het gaat mij er nu niet om om mij af te zetten tegen zo’n gebruik, maar ik wil het wel graag contrasteren met wat Paulus zegt. Dit is maar niet zomaar dankdag; dit is dankdagelijks. En dan nog niet alleen voor vol gewas en arbeid, maar voor alles.

Ja, en dan de aardse zegeningen. Dat is geweldig. Als je gezond bent, dank God. Maar nou even wat anders: nu ben je ziek. Kun je God daar dan voor danken? Dat wordt moeilijker, hè? Ja, ik weet het, ik heb ook makkelijk praten, want ik sta hier ook in mijn gezonde body. Maar toch... Ik zal u vertellen, ik heb het diaatje nog bij me. Ik zou hem niet meer laten zien, maar ik weet dat hij erachterin staat. Ik zal het u vertellen; ik werd er zojuist nog even bij bepaald.

Wij hebben thuis de gewoonte om bij de maaltijd, voorafgaand aan de maaltijd, met elkaar een lied te zingen. Dat is een eigen tekst, en we zingen dat dan op de melodie van "Uren, dagen, maanden, jaren". Dat doen we eigenlijk al sinds ons trouwen zo ongeveer. En dan bidden we dit gebed: "Dank U Heer voor deze maaltijd die U ons gegeven heeft. Dank U voor het goede en het kwade." Let op: "Dank U voor het goede en het kwade." Er staat in de brief aan de Kolossenzen: "Verblijdt u te allen tijde, bidt zonder ophouden, dankt onder alles. Want dat is de wil van God ten opzichte van u." In Efeziërs 5 staat het nog sterker. Daar staat niet alleen: "dankt onder alles", maar "dankt voor alles".

Maar hoe kun je nu danken voor het kwade? God danken voor het goede is logisch, maar ook voor het kwade? Weet u waarom? Wij weten dat het kwaad in goede handen is. We kennen God. Hij doet al die dingen; ook dat meewerken ten goede. Alles, dus ook die ziekte. En dan kun je voor ziekte danken. Niet omdat ziekte mooi is of fijn is, maar omdat Hij dat doet meewerken. Hij maakt die min – die beeldspraak gebruik ik graag – Hij maakt die min een plus. Daar kun je voor danken. In alles. Dank U voor het goede en het kwade. Kijk, we kennen één God. En dan kun je inderdaad danken in alles.

Ja, en voor dat plan met al wat leeft. "En U wilt onze ogen openen." Dat hoef je niet eens te vragen; wij zingen het meestal verkeerd trouwens aan tafel: "Wilt U onze ogen openen?" Nee, "U wilt onze ogen openen". Want dat weet ik. Hij wil onze ogen openen voor de glorie van Zijn Woord, zodat we steeds meer gaan stralen en Uw naam verheerlijkt wordt. Maar het ging me even om dat "Dank U voor het goede en het kwade". Dat is zo basaal. En dat heeft ook alles te maken met wat Paulus hier zegt: "overvloeiende in dankzegging".

Er is niets wat zo karakteristiek is voor leven uit genade als juist dit. Wat betekent het nou, leven uit genade of staan in de genade? Dat betekent dat je alles van Hem ontvangt. En dan niet alleen alle aardse omstandigheden, maar alles wat je in Hem ontvangen hebt: al die rijkdom, al die zegeningen in Christus Jezus die vast en zeker zijn. Dat is overvloeiend. Paulus spreekt er ook over in Efeziërs 1: "overvloeiende genade". Als je daarvan besef gaat krijgen, word je overvloeiend in dankzegging. En je merkt ook meteen: wanneer dit gaat vervlauwen, dan weet je dat het besef van genade aan het verminderen is. Meestal is dat ook omdat er allerlei leringen, beweringen of dreigingen invloed krijgen in je leven waardoor dit gaat vervlauwen.

En die dankzegging heeft dan ook weer alles te maken met vreugde. Wij danken niet omdat we blij zijn. Mensen denken dat: "Als je blij bent, dan dank je." Nee, wij zijn blij omdat we danken. Een paar maanden geleden was er een vrouw die naar mij toe kwam en zei: "Ik heb zo leren zien en ontdekken dat het waar is waar je altijd op hamert: het belang van dankzegging. Ik ben inderdaad God gaan danken voor al die moeite." Dat was in haar geval heel specifiek en ook heel zwaar. Maar ze zegt: "Het is zo waar." Dan leert een mens werkelijke vreugde verstaan. Overvloeiende in dankzegging. Wat een leven. Hier op aarde, te midden van goed en te midden van kwaad... maar Hij is de God. En met die geweldige stralende toekomst die ons wacht, dat wat ons beloofd is in Christus – geen aardse zegeningen, maar alles wat ons beloofd is in Christus... Mensen, wij hebben tienduizend redenen tot dankbaarheid.

🎧 Dankdag…
Delen: