GoedBericht.nl logo
UltimateGoodNews

complot in het Sanhedrin

14-03-2021 - Geplaatst door Andre Piet
toespraak gehouden op zondag 14 maart in Benthuizen

Vanaf de dag dat Lazarus werd opgewekt, beraadslaagt het Sanhedrin om Jezus te doden. Want ze vrezen dat Jezus’ aanhang onder het volk zo groot zal worden, dat de Romeinen zullen komen om het Sanhedrin de macht te ontnemen over de tempel en het volk. Zonder zich daarvan bewust te zijn, doet de hogepriester Kajafas in dat verband een zeer bijzondere profetische uitspraak! Terwijl de Joodse leiders beraadslagen Jezus op te pakken, vertrekt deze in het verborgene naar een plaats met de naam Efraïm. Deze naam herinnert direct aan de zoon van Jozef aan wie de eerstgeboorte-zegen werd toegekend: een volheid van natiën…

Powered by RedCircle

📝 Samenvatting & Transcriptie van deze lezing

Samenvatting van deze toespraak

De studie behandelt het complot van het Sanhedrin om Jezus ter dood te brengen na de opwekking van Lazarus. Uit angst voor de Romeinen en het verlies van hun machtspositie stelt hogepriester Kajafas uit pragmatisme voor dat één mens moet sterven voor het volk. Zonder het te beseffen spreekt hij hiermee een profetie uit over het sterven van de Messias voor de natie én voor de verstrooide kinderen van God. God gebruikt dit menselijke complot feilloos om Zijn raadplan uit te voeren, waarbij het heil door Israëls struikeling naar de natiën gaat.

“Wat een mens ook bedenkt, het is altijd in overeenstemming met Zijn raad. Niet alles wat gebeurt gaat naar Zijn wil, absoluut niet. Het meeste gaat zelfs tegen Zijn wil in. Maar alles verloopt naar de raad, naar het plan, naar de bedoeling en naar het voornemen van Hem.”

De Opwekking van Lazarus als Aanleiding voor het Complot ↑ hoofdstukken

Een hele goedemorgen ook van mijn kant, vrienden. Wat valt daar nog aan toe te voegen, aan wat zojuist door Dirk naar voren is gebracht vanuit de natuur? Dat denk ik iedere keer als hij over deze dingen spreekt: geweldig! Wat een God! En toch ga ik er wat aan toevoegen, maar dan vanuit een ander boek. Namelijk dit Boek, of beter gezegd: deze bibliotheek van zeventig boeken. Ook dat is weer geheel compleet, wat het getal zeventig feitelijk al demonstreert. Ik wil u vanmorgen meenemen naar Johannes hoofdstuk 11 en ik heb het als titel meegegeven: Complot in het Sanhedrin. Sommige mensen geloven dat er geen complotten bestaan, maar er bestaan echt complotten hoor. We gaan daar vanmorgen een heel duidelijk voorbeeld van geven. Eigenlijk is het één van de ergste complotten in de geschiedenis ooit, en tegelijkertijd moet ik erbij zeggen: het móést zo zijn. Ook dat zal vanzelf nog wel duidelijk worden.

Laat ik eerst, als we naar Johannes 11 vers 54 toegaan, kijken naar het gedeelte dat daaraan voorafgaat. Ik beperk me dan even tot het elfde hoofdstuk, de eerste 44 verzen. Dat is eigenlijk één grote, nogal lange geschiedenis, namelijk de opwekking van Lazarus. Je leest daar dat Jezus verblijft buiten het Joodse land – dat stond al in hoofdstuk 10 vers 40 – en dan verneemt Hij dat zijn vriend Lazarus in Bethanië ziek is, doodziek zelfs. Vervolgens lees je dat Jezus nog twee dagen wacht. Dat is heel eigenaardig. Pas daarna gaat Hij naar Lazarus toe om hem op te wekken. Als je het Johannesevangelie enigszins kent, dan struikel je over de geweldige typologie die daarin gedemonstreerd wordt. Johannes schrijft deze dingen ook met het oog daarop. Het zijn niet alleen maar wonderen die God en Jezus Christus daarin verrichten, maar het zijn ook tekenen: de hele geschiedenis, de hele entourage en de wijze waarop het plaatsvindt. Het feit dat Jezus eerst twee dagen wacht en pas op de derde dag daar naartoe gaat, heeft allemaal een geweldige betekenis. Ik ga er nu niet eens diep op in, maar een heleboel van u weten inmiddels al of dit misschien iets te maken zou hebben met de tegenwoordige tijd. Dan zeg ik: yes, dat heeft het zeker.

Die geschiedenis van de opwekking van Lazarus heeft plaatsgevonden en dan staat er in vers 45: "Velen dan vanuit de Joden die naar Maria kwamen..." Die Lazarus woonde daar in dat huis met zijn beide zussen, Maria en Martha. Velen van de Joden die naar Maria kwamen en gadesloegen wat Hij deed, geloofden in Hem. Want Jezus was naar het graf van Lazarus gegaan; hij lag daar inmiddels al vier dagen. De steen was weggewenteld en u kent het: de Heer Jezus had tevoren al gezegd: "Ik ben de opstanding en het leven." Dat heeft Hij bij die gelegenheid gedemonstreerd. Er waren velen bij en die hebben dat allemaal waargenomen; zij geloofden ook in Hem. In ieder geval konden ze er moeilijk onderuit dat deze Man die daar gesproken had, precies was wie Hij claimde te zijn. Daar konden ze niet omheen.

Maar sommigen van hen gingen weg. Zij konden er natuurlijk ook niet onderuit, maar zij zagen tegelijkertijd wel het enorme gevaar van deze misleider in hun ogen. Zij gingen weg naar de Farizeeën. We moeten ons goed realiseren: bij ons heeft het begrip Farizeeën meteen een bepaalde klank gekregen van mensen die niet deugen, maar Farizeeën waren gewoon een onderscheiden groep die juist in enorme achting stond als de godsdienstige elite. Sommigen gingen dus naar hen toe en vertelden de dingen die Jezus deed.

Dan staat er: "De overpriesters en de Farizeeën dan..." Dat is trouwens heel eigenaardig, ik heb het even onderstreept: de overpriesters. Dat is eigenlijk het meervoud van hogepriester. Een overpriester is namelijk gewoon een hogepriester; het is exact hetzelfde woord in het Grieks. Dat heeft te maken met het fenomeen dat er ook verschillende hogepriesters waren. Ik kom daar straks nog even op terug, maar eerst nog even dit.

Het Sanhedrin Bijeengeroepen Vanwege Jezus' Tekenen ↑ hoofdstukken

De overpriesters en de Farizeeën verzamelden het Sanhedrin. Dan hebben we het echt over het allerhoogste Joodse orgaan. Sanhedrin wil eigenlijk gewoon zeggen: 'samen-zitten'. 'San' komt van 'sun', wat 'samen' betekent, en 'hedrin' heeft te maken met 'hedra', wat we ook terugvinden in 'kathedra'. Het is een zetel, iets wat vastzit. Trouwens, als we het over de natuur hebben, heeft 'Hedera' daar ook mee te maken; dat is die klimplant die zich ergens aan vastzet. Het heeft allemaal dezelfde oorsprong. In ieder geval was dat Sanhedrin een plaats waar zeventig mensen gezeteld waren. Het was het hoogste Joodse orgaan, al moet ik erbij zeggen dat ze tamelijk gelimiteerd waren door de Romeinen. Ze konden niet zomaar alles beslissen en hadden bijvoorbeeld geen bevoegdheid om iemand ter dood te veroordelen. Daarvoor moesten ze altijd eerst langs het Romeinse gezag.

De Farizeeën en de overpriesters verzamelden het Sanhedrin en zeiden: "Wat doen we?" Eigenlijk is het idee: "Mensen, wij doen niks." Maar dan vervolgen ze: "Want deze mens doet vele tekenen." Dat konden ze dus niet ontkennen. Het hele volk wist dat; het was gewoon onmiskenbaar wat er plaatsgevonden had. Niet alleen dit, maar kort daarvoor was er nog iets heel publieks gebeurd, op een sabbat notabene. Dat wordt ook in het evangelie van Johannes vermeld, namelijk de genezing van de blindgeboren man die zijn hele leven, vanaf zijn geboorte, blind was geweest. Dat had Jeruzalem ook behoorlijk op stelten gezet. Kortom, het broeide daar.

U moet zich daarbij ook nog realiseren — dat zullen we straks ook zien — dat het bijna Pascha was. Die Farizeeën en het Sanhedrin voegen eraan toe: "Want deze mens doet vele tekenen, en als wij hem zo laten begaan, dan zullen allen in hem geloven." Vergis u niet, de aanhang die Jezus had, was enorm massaal. Maar dat zat niet altijd diep hoor; dat leest u eerder ook al in het Johannesevangelie. Velen waren alleen maar tot geloof gekomen door de tekenen. Ik heb dat ooit bij de catechisatie geleerd als 'wondergeloof'. Je bent onder de indruk van de sensatie en je kunt niet ontkennen dat er iets machtigs, iets goddelijks heeft plaatsgevonden, maar dat wil nog niet zeggen dat je in je hart overtuigd bent van de waarheid daarvan. Dat moet je altijd incalculeren.

Maar in ieder geval merken zij op: "Als wij hem zo laten, dan zullen allen in hem geloven." Misschien is het goed om u even te realiseren dat wanneer wij zeggen dat het volk van Israël, of meer specifiek het Joodse volk, Jezus heeft verworpen, we het in feite niet eens zozeer over het volk 'en masse' hebben, maar over de leidslieden. Zij representeren namelijk het volk. Zelfs als een groot gedeelte van het volk wel degelijk zicht had op wie Hij was, dan nog is de regering — in dit geval het Sanhedrin — de echte representant. Zij vertegenwoordigen het volk en dat representerende deel heeft Jezus verworpen en overgeleverd om gekruisigd te worden. Dat geldt later trouwens weer. In het boek Handelingen leest u dat het getuigenis opnieuw uitging nadat de Christus was opgewekt en naar de hemel was gevaren. Opnieuw ging het getuigenis naar het volk en ook toen leest u dat er veel geloof was. Dat was massaal. U leest zelfs dat er in Jeruzalem tienduizenden Messiasbelijdende Joden waren. Vergis u niet, er staat letterlijk 'myriaden'. Dat wordt soms wat wegvertaald, maar het betekent tienduizenden. Het feit dat het volk Hem heeft afgewezen, ook in de dagen van Handelingen, komt doordat de leidslieden, de regering, Hem verworpen hebben. Zij waren de echte representanten van het volk. Dat zie je ook in Handelingen als Stephanus gestenigd wordt door het Sanhedrin, wat trouwens illegaal was.

Men zag dus in dat er iets moest gebeuren. Realiseert u zich ook dat het bijna Pascha was en de stad Jeruzalem inmiddels begon vol te stromen. Niet alleen vanuit het hele land, maar vanuit de hele wereld kwamen mensen naar de hoogtijden, of dat nu voor het Pascha was, voor Pinksteren of later voor het Loofhuttenfeest. Ze kwamen op pelgrimage naar Jeruzalem en de hele stad wemelde van het volk. Daar was die Jezus van Nazareth en die gooide enorm hoge ogen. De leiders zagen met lede ogen aan dat Hij zoveel aanhang had en ze zeiden dus: "Als we dat zo laten, dan zullen allen in Hem geloven."

Trouwens, nog even iets over het feit dat Johannes dit zo opmerkt. Dit is het enige gedeelte in de evangeliën dat dit zo vermeldt; in Mattheüs, Lukas en Markus vindt u dit niet. Hoe wist Johannes dat dit zo had plaatsgevonden? Dit was immers een besloten vergadering van het Sanhedrin. Dat wordt later in een bijopmerking verklaard: er wordt gezegd dat Johannes een bekende was van de hogepriester. Hoe dat contact precies verlopen is, weten we niet. Was het familie? Dat wordt soms gesuggereerd. In ieder geval kenden zij elkaar. Wat Johannes hier optekent is natuurlijk geïnspireerd, maar het was ook wat wij noemen 'inside information'. Hij wist dit van binnenuit en had zo zijn connecties. Daar komt bij dat er ook figuren waren als Nicodemus en Jozef van Arimathea; dat zijn twee mensen die lid waren van dat Sanhedrin, dat in totaal zeventig man telde. Dat waren respectabele figuren, maar zij zagen het met lede ogen aan en dachten: "Als we Hem zo laten begaan..."

De Politieke Angst voor Rome en het Behoud van Positie ↑ hoofdstukken

En dan zullen de Romeinen komen en ze zullen van ons wegnemen: de plaats en de natie. Dat is wat zij meenden. Want als die Jezus nou nog meer aanhang krijgt – en nu juist tegen de tijd van het Pascha, Jeruzalem stond helemaal vol – en van die Jezus bestond toch heel sterk het vermoeden, hoewel dat openlijk nergens geleerd was... Jezus claimde dat ook niet openlijk. Hij verbood nadrukkelijk om te zeggen dat Hij de Christus was. Maar het gonsde van de beweringen: zou Hij de Messias zijn? En het idee was: als die claim naar buiten gaat komen, dan gaan de Romeinen daar natuurlijk korte metten mee maken. Want die tolereren niet zo'n opstand en het idee dat er iemand is die koning zou zijn. Geen denken aan. Dus zij zien de bui al hangen dat als de aanhang alleen maar zou toenemen, de Romeinen zullen komen en van hen zullen wegnemen.

Je moet dan op de kleine woordjes letten: ze zullen van ons wegnemen de plaats en de natie. Voor "ons", dat is dus voor het Sanhedrin. Kortom: dan zijn wij onze positie kwijt. Dat is het idee. Het gaat in feite hier in deze vergadering – ik noem het een complot. Waarom een complot? Dat wil gewoon zeggen: een afspraak. Een geheime afspraak waar de wereld niet van weet. Een geheime afspraak die ergens tegen is, om iets te verijdelen of om iets te bewerken, maar niemand weet dat. Dat noemen we een complot. De term is het laatste jaar vaak genoeg voorbijgekomen, daar hoeven we het verder niet over te hebben, maar dit was inderdaad zo'n geheime vergadering. En ze wilden gewoon... het komt er gewoon op neer, we zullen dat zien, men wilde, even plat gezegd, Jezus omzeep helpen. Ze zeggen: als we dat niet doen, dan zullen de Romeinen komen en dan zijn wij onze positie ook kwijt. Dan zijn wij geen Sanhedrin meer.

Het ging hier dus niet om de vraag wie die Jezus zou zijn en wat Hij spreekt en wat Hij doet. Dat getuigt toch ergens van? De claims die Hij heeft en hoe Hij wijst op de Schrift... zou het waar zijn? Nee, het gaat hier helemaal niet om de waarheidsvraag. Het gaat niet om de vraag hoe het nou zit. Er was maar één vraag relevant en dat is: hoe houden wij onze positie, zodat wij niet de plaats en de natie kwijtraken? Dat was de vraag. En ze zien de bui al hangen: dan zullen de Romeinen komen en ze zullen van ons wegnemen de plaats en de natie.

De plaats, dat is wel interessant. De plaats is gewoon de tempel, de locatie. Dat is al een hele oude naam, want in de Hebreeuwse Bijbel kom je hem ook vaak tegen: dat is Ha Makom. In het Nieuwe Testament vind je hem ook heel vaak: de plaats. Ik heb het er eventjes bij gezet: de plaats. Eigenlijk is de plaats de tempel, en meer breed nog Jeruzalem. Gewoon omdat Jeruzalem de stad is waar de plaats is. Dus dan werd het uitgebreid naar Jeruzalem. En aangezien er in Amsterdam heel veel Joden woonden, noemde men dat gewoon het Jeruzalem van het Westen of het Jeruzalem daar in de Lage Landen. De Joden spraken zelf ook over Mokum, Ha Makom, de plaats. Maar uiteindelijk heeft dat te maken met een verwijzing naar de tempel in Jeruzalem.

Enfin, dan zullen zij van ons wegnemen de plaats en de natie. Ik moet erbij zeggen: het is ook zo gegaan, maar dan wel precies omgekeerd. Want wat is er gebeurd? Dit vond plaats in het jaar 30 – ik geloof inderdaad precies het jaar 30 – en veertig jaar later, wat is er toen gebeurd? Toen zijn de Romeinen gekomen en ze hebben het Sanhedrin gewoon terzijde geschoven, wat nog het minst erge was, maar ze hebben de plaats met de grond gelijk gemaakt, verbrand en heel Jeruzalem verwoest. De schattingen lopen uiteen, maar tussen de één en twee miljoen Joden zijn toen omgebracht. Een bloedbad, ongekend. Dat was dus veertig jaar later.

En de Bijbel relateert dat ook wel degelijk aan de verwerping van de Messias. Hier zeggen zij: als we deze Messias nu niet... als we deze Messias zouden aanvaarden, dan zullen de Romeinen komen en ons de plaats wegnemen en de hele natie. Want het was niet alleen het einde van Jeruzalem, maar in feite van het nationale bestaan. Degenen die er nog waren, zijn voor het grootste gedeelte verstrooid onder de volkeren en verkocht als slaven. En dat zijn heel aparte verhalen. Ik hoorde dat niet zo lang geleden nog: de Joden werden toen door de Romeinen als slaaf verkocht daar in Egypte en op een gegeven moment was een slaaf helemaal niets meer waard. Omdat er zo'n enorm aanbod op de slavenmarkt was, kostte een slaaf helemaal niets meer; het aanbod overtrof verre de vraag. Vandaar ook dat de prijs van de slaven enorm kelderde in die dagen. Ik bedoel maar te zeggen: dat is een enorme, dramatische gebeurtenis geweest. Maar het heeft allemaal te maken met de verwerping van de Messias.

Kijk eens aan: zo gaat het altijd. Men is niet geïnteresseerd in de waarheid. Ja, dan volg je de leugen en dat is in feite altijd het resultaat. Een leugen is niets anders dan een omgekeerde waarheid of een verdraaide waarheid. Vandaar ook dat we zeggen: verdraaid nog aan toe! Denk ik dan. Weet ik niet, dat denk ik dan wel vaak, ja. Maar goed, dat is dus de angst die daar is en ze zeggen: als we niets doen, gaat dat gebeuren. Met andere woorden: we moeten wel wat doen. Dat is het idee. Maar een van hen, vanuit...

De Dubbele Rol en het Kille Pragmatisme van Hogepriester Kajafas ↑ hoofdstukken

Kajafas was de hogepriester van die jaargang. Het is heel eigenaardig, want in de Bijbel spreken we over 'overpriesters', het meervoud van hogepriesters, terwijl er volgens de wet eigenlijk maar één hogepriester hoort te zijn. In het begin van onze jaartelling is dat echter veranderd. In de wet van Mozes was het hogepriesterschap een ambt voor het leven. Als de oude hogepriester stierf, nam zijn zoon het stokje over. Het was een soort estafette die van generatie op generatie ging; het begon bij Aäron en daarna kreeg je Eleazar, enzovoort.

Maar toen de Romeinen kwamen, veranderde dit. In het jaar 18 van onze jaartelling — de Heere Jezus was toen een jongeman van ongeveer twintig of eenentwintig jaar — stelden de Romeinen Kajafas aan. Hij bleef in functie van het jaar 18 tot 36. Gedurende de hele tijd dat de Heere Jezus Zijn openbare bediening had, was Kajafas volgens de Romeinen de hogepriester. Dit staat overigens niet letterlijk zo in de Bijbel vermeld, al suggereert de Schrift het wel.

Deze Kajafas was echter de schoonzoon van de eigenlijke hogepriester, namelijk Annas. Voor Israël was Annas de werkelijke hogepriester, maar Kajafas was door de Romeinen aangesteld omdat zij een vinger in de pap wilden hebben. Hieraan zie je hoe zeer de Joden geknecht gingen onder de bepalingen en de regelgeving vanuit Rome; hun eigen zelfstandigheid waren ze voor een groot gedeelte al kwijt. In feite waren er dus twee hogepriesters: Annas, de echte volgens de Joden, en Kajafas volgens de Romeinse aanstelling. Johannes vermeldt dat Kajafas "één van hen" was. Zijn eigenlijke naam was Jozef, maar zijn bijnaam was Kajafas.

Er staat dat hij de hogepriester was "van die jaargang". Dat betekent niet dat er elk jaar een andere hogepriester kwam, maar het wil zeggen dat hij de hogepriester was in dat specifieke jaar waarin Jezus gekruisigd werd. Vergelijk het met de uitspraak: "Den Uyl was in dat jaar minister." Dat betekent niet dat hij het jaar daarop geen minister meer was, maar het benadrukt zijn functie in dat bewuste jaar. Kajafas is in totaal achttien of negentien jaar hogepriester geweest, van het jaar 18 tot 36. Ook na de kruisiging is hij nog een jaar of zes in functie gebleven, althans volgens de Romeinen. Je leest bij andere gelegenheden dat wanneer het Sanhedrin samenkwam, Annas in de praktijk voor Israël vaak nog de beslissende stem had. Er liepen dus twee lijnen door elkaar.

Kajafas stond daar op zijn formele recht en zei: "Jullie weten niets." Het Sanhedrin was immers bij elkaar gekomen met de vertwijfelde vraag: "Wat doen wij?" Ze wisten eigenlijk niet wat ze ermee aan moesten. Kajafas sneert: "Jullie weten niets en jullie rekenen er ook niet mee dat het nuttig is voor jullie — voor het Sanhedrin — dat één mens sterft ten behoeve van het volk." Hier zie je de ware aard van deze man. Dit is pure politiek: denken in termen van nut, niet in termen van recht en waarheid. Dat heet met een net woord 'pragmatisme'. Je bent volledig gericht op de praktijk: "In de praktijk is het veel beter als we het zo doen. Het is misschien niet rechtvaardig, maar het is wel nuttig. In ieder geval voor ons."

Kajafas stelt dat er een einde moet komen aan de passiviteit die ze tot dusver rondom Jezus aan de dag hebben gelegd. "We moeten wat doen en deze mens moet gewoon sterven. Dat is nuttig," zegt hij, "want anders gaat de hele natie verloren." Dat is het idee: als we Hem nu ter dood brengen, dan voorkomen we dat de Romeinen komen en dat Jeruzalem en de hele natie ten onder gaan. Hij zegt dus dat het nuttiger is dat één mens sterft ten behoeve van het volk.

En dan tekent Johannes erbij aan: "Maar dit zei hij niet van zichzelf." Kajafas verweet zijn toehoorders hun onwetendheid — "Jullie weten het niet" — maar Johannes merkt op dat Kajafas zelf ook niet wist dat hij dit helemaal niet uit zichzelf zei. Het is eigenlijk een complot binnen een complot. Dit was allemaal verborgen. Kajafas verwijt zijn medebestuurders in het Sanhedrin dat zij het niet weten en hij denkt zelf de wijsheid in pacht te hebben, maar in werkelijkheid wist hij zelf niet wat hij op dat moment werkelijk uitsprak. Want let op wat er gebeurt.

De Onbewuste Profetie over de Dood van de Messias ↑ hoofdstukken

Maar als hogepriester van die jaargang, dus juist in dat jaar, profeteerde hij dat Jezus op het punt stond te sterven ten behoeve van de natie. Dus het was een profetie. Hij dacht echter: ik ben nu politiek aan het drijven en wat ik doe, moeten we op deze manier gewoon doen. Deze mens moet sterven. Dat was pragmatisme en het was zo laag; het was feitelijk waarheidsverkrachting en ook rechtsverkrachting. Ze namen een loopje met de Schrift, want daar had hij sowieso geen boodschap aan. Ze waren wel heel orthodox, daar niet van, maar in de praktijk hadden ze er geen boodschap aan en wisten ze het helemaal niet. Ook het recht had hier niets te belopen, maar dat was het punt niet. Het ging erom zijn positie te behouden.

Maar als hogepriester van dat jaar profeteerde hij – hij wist het niet, maar het was een profetie: Jezus zou sterven ten behoeve van de natie. Dus in feite had hij nog helemaal gelijk ook. Terwijl hij liegt en bedriegt en de waarheid geweld aandoet, profeteert hij. Dat vind ik toch wel heel opmerkelijk. Dan zie je dat zelfs in zo’n complot God heel zuiver aan de touwtjes trekt. U zegt: zijn we dan maar gewoon marionetten? Nou, eigenlijk wel, ja. Laat ik een Bijbels beeld gebruiken: we zijn gewoon klei. Als u daar meer vrede mee hebt: klei in de hand van de Pottenbakker. En dan zie Je: nu is het mooi geweest, en dan maak Je er iets nieuws uit.

In ieder geval, deze man profeteerde. Hij wist het niet, maar hij profeteerde. En feitelijk vervult hij zijn taak als hogepriester ook. Want wat er gebeurt... uiteindelijk zal dat blijken. Het Pascha was nabij, lezen we, en wat gebeurt er vlak voor het feest? Dat was de dag dat het Pascha geslacht moest worden. Vlak voor het feest moesten honderden dingen nog gedaan worden, want het moest voor het feest allemaal gebeurd zijn, dus er was uiteindelijk nog haast bij. Maar wat gebeurt er dan? Jezus wordt gekruisigd, exact op de dag dat het Pascha geslacht moet worden. En daar heeft Kajafas als priester gewoon het offer, het Pascha, geslacht. Hij vervult profetisch gewoon zijn taak. Dat is zoals God dat hem laat doen. Hij vervult zijn hogepriesterlijke taak, namelijk om het offer te brengen.

En hij voorzegt ook als hogepriester, uitgerekend van dat jaar, dat het zo moest gaan. Zo gaat dat trouwens heel vaak; dat mensen die profeteren niet eens een idee hebben wat ze profeteren. Een heel fraai voorbeeld vind ik altijd Bileam. Je leest dat in Numeri 23 en 24. Hij spreekt een hele uitgebreide profetie uit over het volk, terwijl hij geen idee had van wat hij zei. Hij was gewoon de mond van God. U weet het hè, dat is dezelfde geschiedenis waarin God een ezel laat praten. Nou, dat was bij Bileam; hij balkte maar wat, maar God geeft een mond om te spreken. Dat was bij Bileam ook zo; hij profeteerde tegen wil en dank. En trouwens, tegen degenen die hem ingehuurd hadden ook. Dat vind ik echt zo mooi.

Maar wist u trouwens dat het in het algemeen zo was dat profeten, zoals we die aantreffen in de Bijbel, in de Hebreeuwse Bijbel, heel dikwijls profeteerden over dingen waar ze geen idee van hadden? Dat verzin ik niet. Laten we 1 Petrus even lezen, ik kan het niet nalaten. In 1 Petrus 1 vers 10 staat: "Aangaande welke redding..." – ik val midden in de zin – "...zochten en uitvorsten de profeten, die aangaande de genade voor jullie profeteerden." Petrus spreekt tot de besnijdenis en hij zegt: de profeten hebben geprofeteerd over de genade die voor jullie is, over de redding. Maar, zegt hij: zij zochten en zij vorsten uit, terwijl zij speurden in welke of hoedanige periode de Geest van Christus in hen duidelijk maakte toen deze tevoren getuigde van al het lijden betreffende Christus en de heerlijkheden daarna.

Als u zegt: dat is een hele mond vol, dan zeg ik: dat is ook zo. Maar laat het eens op u indringen. Wat hier staat, is dat zij hebben geprofeteerd over het lijden dat over de Christus zou komen, en ook de heerlijkheden daarna. Dat hebben ze gedaan, maar ze hebben ondertussen in hun eigen profetieën gespeurd. Dat is wat er staat. Ze hebben gezocht en uitgevorst, of we zouden zeggen: uitgezocht of gecheckt. En ze begrepen dus hun eigen profetieën niet. In welke tijd dan? Over wat dan? "In welke of hoedanige tijd of periode de Geest van Christus in hen duidelijk maakte toen deze tevoren getuigde." Dus zij hebben geprofeteerd over dingen en ze hebben zich afgevraagd: maar hoe dan wel? In welke en hoedanige tijd dan? Hoe gaat dat vervuld worden?

Wat zij dus niet wisten, is die tijd tussen het lijden en de heerlijkheid van Christus. Tussen zijn eerste en zijn tweede komst: de verborgenheid. Dat wisten ze niet, dat hebben ze uitgezocht. Dat was allemaal verborgen, en het is Paulus die al die verborgenheden bekendmaakte. Maar kijk, dan vind ik het zo geweldig dat dit voor de profeten onbekend was, terwijl ze het zelf in hun eigen profetie hadden staan. Hoe kan dat eigenlijk? Op welke tijd slaat dat dan? Zij wisten het niet. En later, in het Nieuwe Testament, wordt dat allemaal onthuld. Prachtig.

De Verstrooide Kinderen van God Bijeenvergaderd ↑ hoofdstukken

Ik lees nog even verder. Terug naar Johannes 11: de hogepriester van dat jaar profeteerde dat Jezus op het punt stond te sterven ten behoeve van de natie, en dan lees ik verder: "En niet alleen ten behoeve van de natie, het volk Israël, maar ook om de kinderen van God die verstrooid zijn bijeen te verzamelen." Dus Kajafas profiteerde, maar hij profeteerde dat Jezus zou sterven ten behoeve van de natie Israël en ook om de kinderen van God die verstrooid zijn — dus buiten Israël — bijeen te verzamelen. Dat is trouwens ook dubbelzinnig, want dat verwijst naar de gelovige Israëlieten in de diaspora. Diaspora betekent ook gewoon 'verstrooien', gewoon buiten het land. Maar ook net als in onze dagen; ik bedoel, er is weer een Joodse staat daar in het Midden-Oosten, maar het merendeel van de Joden woont gewoon buiten het land hoor. En dat was in feite toentertijd ook zo. Er was een Joodse staat, veel beperkter dan nu, maar het merendeel van de Joden woonde buiten het land. Nou ja, die kwamen dan bij gelegenheid op pelgrimage naar Jeruzalem.

Kijk, laat ik u even meenemen naar Ezechiël 34. Daar lees je dit over die verstrooide kinderen van God: "Want zo zegt mijn Heer JAHWEH: Zie, Ik zal zelf naar mijn schapen vragen en naar hen omzien. Zoals een herder naar zijn kudde omziet" — daar had ik het onlangs ook over, over die herder en de kudde, dat een kudde nooit gewezen wordt op de verantwoordelijkheid van een kudde; het gaat altijd over de herder die daarover gaat — "zoals een herder naar zijn kudde omziet wanneer hij te midden van zijn verspreide schapen is, zo zal Ik naar mijn schapen omzien en ze redden uit alle plaatsen waar zij verstrooid zijn geraakt op de dag van wolk en duisternis. Ik zal ze midden uit de volkeren doen uittrekken en uit de landen bijeenvergaderen en ze naar hun eigen land brengen. En Ik zal ze weiden op de bergen van Israël." Met andere woorden: Hij zou de verstrooide kinderen gewoon terechtbrengen naar het land. Dat is de ene kant.

Maar het heeft nog een toepassing, en dat is namelijk op de huidige tijd waarin God op een verborgen wijze Zijn werk vervult. Want ja, wat gebeurt er nu? Wat Hij vandaag nog doet, is de verstrooide kinderen van God, waar ze ook zijn in de wereld, bijeenbrengen. U zegt: "Ja, maar dat is Paulus die dat openbaart." Jawel, maar verborgen vind je het hier al, namelijk dat de kinderen van God bijeenverzameld worden: één Hoofd, één Lichaam. Dus dit heeft niet maar één toepassing, dit heeft er zelfs twee. Die Kajafas profeteerde dus niet alleen maar zelfzuchtig, maar heel dubbelzinnig zelfs.

En dan staat er: "Vanaf die dag beraadslaagden zij om hem te doden." Ik zei al: het Pascha was nabij en er was inderdaad haast bij geboden, dus het zou niet al te lang meer duren. Alles is goddelijke timing, en daar had dat Sanhedrin totaal geen idee van. Ik vind het zo geweldig dat God de touwtjes in handen heeft en inderdaad alles plant, ook al het menselijke gedoe, ook dat hele sneaky gedoe. Want dit gebeurde allemaal achter de schermen, want dit mocht natuurlijk niet bekend worden. In dat Sanhedrin was er een besloten vergadering. Ja, Johannes tekent dit later op, maar niettemin mocht dit toen uiteraard niet bekend worden. Maar goed, zij spanden samen. Dat was dat complot. En dat moest dan allemaal goed geregeld worden; Judas is daarvoor ingezet, etc. Maar goed, vanaf die dag beraadslaagden zij en planden zij hoe ze een weg konden vinden om Jezus te doden. Nou ja, met uitzondering natuurlijk van de namen die ik al noemde: Nicodemus en Jozef van Arimathea, die heel expliciet ook in het Johannesevangelie daarbij genoemd worden.

En dan staat er in vers 54 nog bij: "Jezus dan wandelde niet meer vrijmoedig onder de Joden maar hij ging weg vandaar." Dus ja, ik denk dat dit de laatste week moet zijn geweest. Zo weten wij uit andere evangeliën, trouwens ook in Johannes, dat Hij nog in Jeruzalem is geweest. De intocht was zes dagen voor het Pascha; u weet wel, dat Hij op de ezel vanaf de Olijfberg neerdaalde naar de stad toe. Dat was zes dagen voor het Pascha, lees je. En al die tijd is Hij in Jeruzalem gebleven; Hij overnachtte dan op de Olijfberg bij Bethanië. Dus als hier staat dat Hij niet meer vrijmoedig onder de Joden wandelde maar vandaar weg ging, dan was het Pascha nabij. Maar het moet er dan toch wel een week of twee, drie aan vooraf zijn gegaan. Ik denk dat het ongeveer deze tijd van het jaar geweest moet zijn. Want het Pascha is ergens in april, dat hangt er een beetje vanaf, en dit was een paar weken daarvoor. Dus wat dat betreft heb ik het aardig gepland, maar zo bedoel ik het niet. Maar het komt overeen met de huidige tijd ongeveer. Dat zal zo half maart ofzo geweest zijn.

Jezus' Vertrek Naar Efraïm en de Typologische Zegen voor de Natiën ↑ hoofdstukken

Jezus dan wandelde niet meer vrijmoedig onder de Joden, maar Hij ging weg vandaan. En dan staat er nog eerst zoiets moois waar ik u toch graag even op wil attenderen. Hij ging dus weg uit Jeruzalem, dicht bij de wildernis, naar de stad genaamd Efraïm. Daar bleef Hij met Zijn leerlingen; dat zal toch in ieder geval een paar dagen geweest zijn, mag ik aannemen. Maar nu dit: Hij wordt afgewezen door het Sanhedrin en door Jeruzalem. Zij plannen Hem te doden en dan lees je dat Jezus wegging vandaan. Hij kon daar natuurlijk ook niet meer eigenlijk openlijk Zijn bediening hebben, dus Hij is vertrokken. Hij wandelde niet meer vrijmoedig onder de Joden, maar ging weg vandaan en Hij ging naar de stad Efraïm.

Welke plaats dat precies geweest is en waar dat precies gelegen heeft, daar ga ik u nu niet mee vermoeien. In feite vind ik dat ook niet zo heel erg interessant en er zijn ook weer verschillende theorieën over. Het maakt namelijk niet uit; het gaat erom wáár Hij naartoe ging. Hij ging naar Efraïm. Verwijderd van Jeruzalem gaat Hij naar Efraïm. Weet u waarom? We hebben het er nog niet zo heel lang geleden — dat was toen nog in Zoetermeer — over gehad: over de tien stammen en over het lot van de tien stammen. Welnu, Efraïm heeft daar alles mee te maken.

Laat ik het even op een rijtje zetten, want het is misschien wat moeilijk, maar ik vind het prachtig en ik wil het graag met u delen. Eerst even dit: wie was Efraïm? Even het geheugen opfrissen. Dat was de jongste zoon van Jozef. Jozef had twee zonen, namelijk Manasse en Efraïm. Wanneer Jakob op zijn sterfbed ligt, roept Jozef zijn zonen — Jakobs kleinzonen — bij hem. Manasse gaat rechts van hem zitten en Efraïm, als de jongste, gaat links van hem zitten. Jakob zou hen dan zegenen en hij zou het eerstgeboorterecht, de hoogste zegen, de dubbele zegen, aan Manasse geven. Maar dan lees je in Genesis 48 dat Jakob precies tegenovergesteld zijn armen kruist en zijn rechterhand op Efraïm, de jongste, legt. Efraïm krijgt het eerstgeboorterecht. Ze worden uiteraard allebei gezegend, maar de eerstgeboortezege, de dubbele zegen, gaat naar Efraïm.

Over Efraïm is een heleboel te melden, maar de naam is vooral bekend omdat het een aanduiding is van de tien stammen. Ze worden heel vaak zo genoemd. Je leest over Juda en Israël, maar je leest ook heel vaak over Juda en Efraïm, simpelweg omdat Efraïm de belangrijkste stam was onder de tien stammen. Toen dat rijk na de dood van Salomo scheurde in de twee stammen en de tien stammen, kregen de tien stammen de naam Efraïm. Dus de tien stammen ís Efraïm. Wat is er met die tien stammen gebeurd? Die tien stammen hebben twintig koningen gehad die allemaal goddeloos waren en zij zijn op een gegeven ogenblik gedeporteerd. Later werden de twee stammen ook gedeporteerd, zij gingen naar Babel.

Zij zijn weliswaar weer teruggekeerd — het hele volk mocht terugkeren naar Jeruzalem onder leiding van Kores na zeventig jaar, zoals God dat perfect gepland en voorzegd had. Het volk keerde terug naar Juda. Maar dat is eigenaardig, want dat betekent dus dat de tien stammen niet meer hun eigen stamgebied terugkregen. Alles van het volk Israël ging naar Juda, naar het stamgebied van Juda. Dat staat letterlijk op meerdere plaatsen, onder andere in Ezra 1 vers 3. Vandaar dat vanaf toen de term 'Jood' in zwang raakte, omdat 'Joods' feitelijk 'van Juda' betekent. Alle Israëlieten woonden namelijk in het stamgebied van Juda of Judea en daarom heetten ze simpelweg 'van Juda'. Dat betekent niet dat ze allemaal van de stam Juda afstamden, maar ze woonden in het stamgebied van Juda. De tien stammen hebben hun gebied dus nooit meer officieel teruggekregen.

Dat is de reden dat Efraïm sindsdien symbool staat voor het niet-teruggekeerde Israël, en daarom staat Efraïm ook voor de natiën. Ik geef toe: je moet er even goed bij zijn — ik had u gewaarschuwd — en ik veronderstel ook een klein beetje kennis van hoe dat gegaan is in de geschiedenis. Mocht het u ontgaan, dan luistert u het gewoon nog een keertje terug. In ieder geval staat Efraïm symbool voor het Israël dat niet is teruggekeerd, en daarom staat het symbool voor de natiën. Als u dat geïllustreerd wilt zien, moet u de Romeinenbrief maar eens lezen. In Romeinen 9 staat dat zelfs heel uitdrukkelijk.

Nu heb ik nog iets belangrijks. Wat is er gebeurd toen Jeruzalem de Heer afwees en de Messias verwierp? Eerst bij de kruisiging en later ook als de Opgestane in de Handelingen. Toen Jeruzalem de Zoon, de Messias, afwees, wat gebeurde er toen? Door Israëls struikeling — dat is de kern van Paulus' bediening — is het heil naar de natiën gegaan. Dat is wat Paulus uitlegt: Israël heeft het afgewezen en nu gaat het naar de natiën. Maar dat betekent dat het heil dus naar 'Efraïm' ging. En dan nog wat: Efraïm krijgt de hoogste zegen. Uit hem zou een volheid van natiën voortkomen. Daar spreekt Paulus in Romeinen 11 ook over: totdat de volheid van de natiën binnen zal gaan.

Ik bedoel dit te zeggen: de hoogste zegen, het eerstgeboorterecht, de belangrijkste dubbele zegen, is terechtgekomen bij de natiën. Het is terechtgekomen bij het volk dat God Zich vandaag verzamelt. Kortom: Efraïm. Ik nam zojuist de iets uitgebreidere route, maar als u dit onthoudt: Efraïm is de eerstgeborene die het eerstgeboorterecht krijgt van Israël, en Efraïm staat symbool voor de natiën. Als u dat begrijpt, begrijpt u ook waarom nu door Israëls struikeling en de afwijzing van de Messias het eerstgeboorterecht, de hoogste zegen, niet naar Juda en niet naar Israël gaat, maar naar de natiën toe. Dat is trouwens erg jaloersmakend, maar daar heeft Paulus het ook over: om hen tot jaloersheid te wekken.

Want nu gaat de belangrijkste zegen weg. De Messias is gekomen en je zou verwachten dat het in de eerste plaats voor Israël was. Dat was ook zo, maar het is omgeklapt. Je zou verwachten dat het daar kwam, maar het ging zó. Dat zie je trouwens altijd: het eerstgeboorterecht gaat nooit naar de eerste, maar altijd naar de tweede. Vraag het aan Abraham, vraag het aan Jakob, vraag het aan Jozef. Het is altijd zo; het is de rode draad in het boek Genesis. Maar dat is wat erachter zit. Wat er vandaag gebeurt, zijn de dagen van de verborgenheid. De Messias, waar is Hij? Hij is weg, Hij is verdwenen. Maar Hij bevindt Zich in 'Efraïm', onder de natiën, verborgen. En u zegt: hoe zit het dan met dat Israël? Nou, dat komt ook. Na twee dagen komt Hij gewoon terug. U zegt: nu zit je de boel door elkaar te halen. Ja, dat doe ik ook, maar dat doe ik expres om te laten zien dat al die draadjes dan toch weer samenkomen. Geweldig.

Gods Onfeilbare Raadplan Komt Altijd tot Stand ↑ hoofdstukken

Kijk, God heeft een plan en geen mens houdt dat tegen. Want als u nu zegt: "Ja, maar ik snapte dat allemaal wel, maar dat laatste is helemaal niet zo goed" – onthoud dan dit: God heeft een plan en daar wijkt Hij nooit vanaf.

Wat een mens ook bedenkt, het is altijd in overeenstemming met Zijn raad. Niet alles wat gebeurt gaat naar Zijn wil, absoluut niet. Het meeste gaat zelfs tegen Zijn wil in. Maar alles verloopt naar de raad, naar het plan, naar de bedoeling en naar het voornemen van Hem. Dat kan niet missen.

Kijk, en daarom hebben we een goed bericht: het komt altijd goed. Bij God gaat er nooit iets mis. Amen.

🎧 complot in het Sanhedrin
Delen: