“In Zes Dagen” (I)
22-02-2009 - Geplaatst door Andre PietEerste presentatie gehouden op de studiedag 22 febr. 2009 in 2B-Home te Zoetermeer.
Genesis 1 is de neerslag van wat Adam in de hof van Eden van God vernomen heeft over de schepping. Tevens wordt vermeld wannéér hij de woorden hoorde: “dag één”, “de tweede dag”, “de derde dag”, etc. De onderbreking tijdens de nachten (“en het werd avond en het werd morgen…”) is in dit perspectief vanzelfsprekend: niet Gód maar de mens hield nachtrust.
Genesis 1 verstaan als zesdaags, Goddelijk onderricht in de hof van Eden, elimineert de grote ongerijmdheden die de klassieke uitleg (“de wereld geschapen in zes dagen”) steevast oplevert. Dat geldt ook voor het conflict tussen de beide scheppingsverhalen (Gen.2: Adam geruime tijd vóór Eva geformeerd). Ook de hoge ouderdom van de aarde, de planten- en dierenwereld, is met deze lezing in volkomen harmonie.
Powered by RedCircle
📝 Samenvatting & Transcriptie van deze lezing
⏱️ Hoofdstukindeling van deze studie:
- Actuele Context en de Houding van de Bereeërs
- Het Ontstaan en de Auteurs van het Boek Genesis
- Twee Scheppingsverslagen en een Schijnbare Tegenstrijdigheid
- Ongerijmdheden bij de Klassieke Lezing van de Zes Dagen
- De Ontknoping: de Dagen in Genesis 1 Zijn Adams Dagen
- De Zes Dagen van Adam in Detail Beschouwd
- Exodus 20 en de Sabbat: Heeft God in Zes Dagen Geschapen of 'gedaan'?
- Samenvatting en Vooruitblik op de Volgende Studie
Actuele Context en de Houding van de Bereeërs ↑ hoofdstukken
We gaan ons vandaag in twee bijeenkomsten bezighouden met het thema ‘In Zes Dagen’. Dat refereert uiteraard aan wat we lezen in het eerste Bijbelhoofdstuk, Genesis 1. Het zal u niet ontgaan zijn dat dit een heel actueel thema is. Vanmorgen bladerde Petra, mijn vrouw, nog even de folders door die gisteren in huis waren terechtgekomen. Ze zei: “Kijk nou eens, heb je deze ook gekregen?” In elk huis in Nederland is die folder verspreid, of wordt die in elk geval verspreid. ‘Schepping of evolutie’ of ‘Evolutie of schepping’ staat erboven.
Dat verklaart ook de actualiteit van het thema. Het bijzondere is – en dat vind ik dan wel weer leuk – dat dit thema voor mijzelf al heel lang gepland stond, volledig los van de actualiteit. Het toeval treft, wat heet? Ja, ik geloof best in toeval; er valt ons zoveel toe. En wie zou dat nou allemaal laten toevallen? Het zal u ook niet ontgaan zijn dat deze man ook erg in het nieuws is. Dat heeft een heel specifieke reden: deze maand is het exact 200 jaar geleden dat hij het levenslicht zag. Op de dia heeft hij al een lange baard, maar inmiddels leeft de man niet meer, wat u niet zal verbazen. Er is trouwens nog een reden: het is 200 jaar geleden dat hij geboren werd, maar het is precies dit jaar ook 150 jaar geleden dat hij zijn boek schreef: The Origin of Species.
Dat is het fundament geworden voor de evolutietheorie die zich wereldwijd als een olievlek heeft verspreid. Iedereen gaat er nu gemakshalve maar van uit dat die man in grote lijnen gelijk heeft gehad en dat wij, populair gezegd – evolutionisten zullen daar bezwaar tegen maken – allemaal van de apen afstammen. Tegenwoordig ben je eigenlijk een gek als je zegt dat dat onzin is. Maar ik moet u zeggen: er is toch wel een heleboel mee aan de hand en er is ook een heleboel mee gemoeid. Zijn wij een creatie van God, door Zijn handen geformeerd, of zijn wij veredelde apen? Als u nu om u heen kijkt, of gewoon naar voren kijkt, dan zegt u: die Darwin was zo gek nog niet. Maar het oog bedriegt.
Dan had je ook nog de commotie rond Andries Knevel; dat zal u ook niet ontgaan zijn. Hij heeft inmiddels grote spijt. Niet van zijn uitlatingen geloof ik, maar meer vanwege de populariteit daarvan. Hij heeft in elk geval zijn spijt betuigd. In De Trouw stond anderhalve week geleden dit artikel: ‘EO laat het scheppingsverhaal los’. Daarmee denk ik wel eens dat deze omroep ook ‘van God los’ is, maar misschien zeg ik nu wel te veel. Daartegenover had je natuurlijk de conservatieve achterban van de Evangelische Omroep, die echt vasthoudt aan wat het creationisme al sinds jaar en dag verkondigt: dat God de hemel en de aarde in zes dagen geschapen heeft.
De vraag dringt zich natuurlijk aan ons op: hoe zit dat nu precies? Wat staat daar nu echt in Genesis 1? Ik heb u van tevoren al gewaarschuwd, toen ik deze dag aankondigde, dat deze dag voor velen wellicht een beetje schokkend zal zijn. Toch bent u gekomen; misschien houdt u juist van schokkende dingen, dat kan ook. Ik hoop niet dat u eieren hebt meegenomen, of tomaten. Gaat het dan zo erg worden? Laat ik u dit zeggen: er worden vandaag dingen naar voren gebracht die voor u ongetwijfeld nieuw zijn. Dat weet ik echt wel zeker en naderhand zult u het ongetwijfeld kunnen bevestigen. Dat is altijd een risico; voor mij is dat ook spannend natuurlijk. Ik moet erbij zeggen dat het mij op dezelfde wijze is vergaan. Ik heb over de dingen waar we het vandaag over hebben tot voor kort ook anders gedacht, het anders verteld en anders in studies naar voren gebracht.
Nu kun je de vraag stellen: ga jij dan nu ook, net als meneer Knevel, een formulier ondertekenen waarin je je spijt betuigt dat je het publiek ooit verkeerd hebt ingelicht? Nee, dat doe ik helemaal niet. Ik vertel u gewoon wat ik gevonden heb in de Schrift. Ik vertel u wat ik ontdek, en het is aan u om dat te beoordelen. Ik vind de houding die we lezen in Handelingen 17 heel mooi, en dat wil ik aan de aanvang van deze dag meteen tegen u zeggen. Over de Bereeërs lees je dat ze zich gunstig onderscheidden van degenen die in Thessalonica waren, want, zo staat er: “zij namen het woord met alle bereidwilligheid aan en gingen dagelijks de Schriften na of deze dingen zo waren.”
Ik hoop en verwacht eigenlijk ook van u deze houding. In de eerste plaats dat u bereidwillig aanhoort wat ik vandaag te melden heb. Er is geen ruimte voor discussie of interruptie; ik heb een heleboel dia's gemaakt en het wordt een hele toer om dat allemaal in twee samenkomsten te behandelen. Er is dus geen ruimte voor interactie. Maar als u bereidwillig wilt aanhoren wat ik te melden heb, is dat één ding; vervolgens is het de bedoeling dat u in de Schriften nagaat of deze dingen werkelijk zo zijn. Zodat u niet naar huis gaat en enkel weet hoe André Piet over iets denkt, want ik bedenk bij mezelf: wat maakt dat uit? U bent toch niet geïnteresseerd in wat André Piet over een onderwerp of over de schepping denkt? Er worden al zoveel opvattingen en meningen geventileerd. Het gaat erom: wat staat er in de Schrift? Ik draag u dingen aan en ik hoop dat u die inderdaad kritisch, welwillend en open-minded nazoekt en checkt in de Schriften of het inderdaad klopt. U bent volstrekt vrij om daar zelf over na te denken en aan de hand van het licht van het Woord van God uw eigen conclusies te trekken. Dat gezegd hebbend, lijkt het me een goede zaak om bij het onderwerp zelf aan te komen.
Het Ontstaan en de Auteurs van het Boek Genesis ↑ hoofdstukken
Ik wil nog even verwijzen naar wat ik de vorige keer op deze plaats heb gezegd. Velen van u waren er toen misschien niet bij, maar mogelijk hebt u het via het internet gevolgd of er een artikeltje over gelezen. De vorige keer heb ik verteld over het ontstaan van het boek Genesis. Ik heb u verteld dat het eigenlijk geen boek is, maar een verzameling boeken: de boeken Genesis.
Het geweldige van het boek Genesis is dat het inderdaad het boek van Mozes is, maar niet omdat hij de schrijver is. Althans, het grootste gedeelte van het boek is niet door hem geschreven; hij is de redacteur, hij heeft het bij elkaar gebracht. Het boek zelf is tot stand gekomen door de aartsvaders zelf. Zij hebben hun handtekening gezet onder de documenten, de toledot – dat woord hebben we de vorige keer uitgebreid behandeld. Onder de toledot, de documenten die zij hebben geschreven. Adam, Noach, de zonen van Noach, Terach, Isaak en Jacob; zij hebben het boek Genesis opgetekend. Het is overgeleverd en uiteindelijk bij Mozes terechtgekomen, die het geredigeerd heeft en soms van verklarende kanttekeningen heeft voorzien.
Welnu, het boek Genesis is dus een verzameling boeken, waarbij we het eerste document vinden in Genesis 1 zelf: van Genesis 1 tot hoofdstuk 2 vers 4. Ik noem het voor het gemak even gewoon 'Genesis 1'. Dat is het eerste scheppingsverslag. In vers 4 van hoofdstuk 2 leest u: "Dit is de geschiedenis", maar letterlijk staat er: "Dit zijn de toledot". De documenten, zoals ik u toen ook vertelde. Dit zijn de documenten van hemel en aarde. In de Septuagint leest u: "Dit is het boek Genesis van hemel en aarde." Dan weet u meteen waar de naam Genesis vandaan komt; het is een woord dat uit het Grieks komt. We vinden datzelfde woord, zoals het in de Septuagint gebruikt wordt, ook weer in het Nieuwe Testament terug, en wel in het allereerste vers: Mattheüs 1 vers 1. Daar wordt het vertaald met "geslachtsregister". Het is een registratie, een document.
Genesis 1 bevat dus de documenten van hemel en aarde. Dan krijg je het tweede document, het tweede boek, dat wordt afgesloten in hoofdstuk 5 vers 1. Daarin bevindt zich het tweede scheppingsverslag. Want zoals u weet, hebben we in de Bijbel twee scheppingsverhalen: het scheppingsverhaal van Genesis 1 en het scheppingsverhaal van Genesis 2. Daartussen worden nogal eens tegenstrijdigheden of verschillen ontdekt; daar gaan we het zo over hebben. Maar het gaat er even om dat er twee scheppingsverslagen zijn. Aan het einde van dat tweede document, in hoofdstuk 5 vers 1, staat: "Dit is..." – in onze vertaling staat dan "het geslachtsregister", maar er staat letterlijk: "Dit zijn de toledot". Dit is het boek van de documenten van Adam.
Adam heeft dat boek opgetekend. Adam is de schrijver van die eerste hoofdstukken van Genesis. Dat is compleet onbekend, maar daarom vertellen we het ook gewoon aan elkaar. Dit zijn dingen die van groot en eminent belang zijn voor het verstaan en de betrouwbaarheid van Genesis: het is informatie uit de eerste hand. Adam heeft geschreven over zijn eigen memoires, zal ik maar zeggen; over wat hij heeft meegemaakt in de Hof van Eden en over de geschiedenis van zijn beide zonen. Aan het einde van zijn vertellingen en geschiedenissen lees je: "Dit was het boek" of "Dit is het boek van de documenten van Adam".
Waarna je natuurlijk de vraag kunt stellen: hoe zit dat dan met dat eerste document, de documenten van hemel en aarde? Wie zou daar de schrijver van zijn? Ik heb me wel eens afgevraagd: zou het echt gedicteerd zijn door God? Het is nog ouder dan wat we daarna lezen. Adam heeft een boek geschreven, maar Genesis 1 gaat daaraan vooraf. Het geeft ons informatie over dingen die slechts Eén kan weten, namelijk Degene die er zelf bij was. God heeft namelijk ook Zijn – zal ik maar zeggen – Origin of the Species geschreven. Al veel eerder en, als u het mij vraagt, ook veel betrouwbaarder. Solide!
De schrijver wordt niet vermeld; er staat in Genesis 2 vers 4 simpelweg: "Dit zijn de documenten van hemel en aarde." Normaal gesproken wordt bij die uitdrukking vermeld dat het geschreven is door Adam, Noach of de zonen van Noach, maar hier staat het er niet bij. Dus moet je gaan speculeren. Wie zou het geweest kunnen zijn? Wie was er eerder dan Adam? Het kan zijn dat dit geschreven is door Adam zelf, gedicteerd door God. God heeft immers in Genesis 1 gesproken en Adam heeft het opgetekend. Dan is Genesis 1 het oudste document van de hele wereldgeschiedenis, het oudste boek ter wereld. Het is eigenlijk Gods manifest van de schepping. Hij heeft het aan de mensheid – die toen nog maar uit één persoon bestond – gegeven: dat Hij de Schepper is van hemel en aarde.
Anderen hebben gesuggereerd dat dit eerste document, die eerste toledot, mogelijkerwijs door God Zelf zijn opgetekend. Dat is een hele interessante gedachte, want je leest namelijk tien keer in Genesis 1: "En God zeide". Met andere woorden: er is sprake van tien woorden Gods, de Tien Woorden. Wat weten we van die andere tien woorden, die monumentale Tien Woorden van God? Dat God die inderdaad met Zijn eigen vinger heeft geschreven op stenen tafelen – op de "harde schijf", zal ik maar zeggen. Tot twee keer toe zelfs. Zou God het Zelf hebben geschreven? Of is het gedicteerd, zodat Adam het heeft gehoord uit de mond van God? God heeft Adam Zelf onderwezen en onderricht gegeven, daar in de Hof van Eden. Adam heeft het genoteerd als een speciaal document in het boek van de documenten van Adam. Dat zou kunnen. Maar het gaat eraan vooraf, en dat is heel bijzonder.
Twee Scheppingsverslagen en een Schijnbare Tegenstrijdigheid ↑ hoofdstukken
Overigens, ik zei al: zowel hier in dit eerste deel, dit eerste boek, deze eerste verzameling documenten, vind je het scheppingsverhaal, het bekende scheppingsverhaal van de zes dagen. En Genesis 2 bevat ook een scheppingsverhaal en daartussen worden nogal eens verschillen geconstateerd. Trouwens, die verschillen zijn ook gewoon duidelijk.
Men zegt: het zijn twee verschillende scheppingsverhalen. Er zijn theorieën over opgehangen, zoals de bronnentheorie. Kent u die? Nee? Nou, gefeliciteerd zou ik zeggen, want die hoeft u ook helemaal niet te kennen, want dat is allemaal onzin. Als we het even kort door de bocht mogen formuleren, dan zeggen ze: dat is de Jahwist, de Elohist en de Deuteronomist. Men zegt dat dit allemaal verschillende schrijvers waren en dat die bronnen in de loop der tijden bij elkaar zijn gebracht. Logisch, denkt men, het is allemaal van menselijke makelij en vele van recente datum; in ieder geval helemaal niet gedateerd zoals de Schrift zelf voordraagt. Bijvoorbeeld dat het boek van Adam zelf zou zijn; dat is gewoon te zot om aan te nemen, denkt men.
Maar in elk geval, er zijn twee scheppingsverhalen en dat is ook heel logisch. Het ene verhaal is namelijk het verhaal van God zelf en het andere verhaal is het verhaal van Adam. Beiden hebben het op hun eigen manier, zal ik maar zeggen, beleefd. Dat is op zichzelf logisch. Maar, zegt men, daar zitten toch nogal wat tegenstrijdigheden in. Dat wil zeggen: eigenlijk één grote tegenstrijdigheid. Het wordt altijd weer opgevoerd als je het hebt over het scheppingsverhaal, want als iemand een beetje thuis is in de Bijbel, dan zeggen ze: "Hallo, er zijn twee scheppingsverhalen en die zijn niet te verenigen, dat is een heel groot verschil." Als je dan vraagt hoe dan, is de reactie meestal: "Ja, dat weet ik ook niet." Want ja, je hebt dan wel eens de klok horen luiden, maar je weet verder ook niet waar die klepel hangt.
Maar ga je doorvragen, dan blijkt dat dit het verschil is. Kijk, in Genesis 1 zegt men, daar lees je op de zesde dag: "mannelijk en vrouwelijk schiep Hij hen." Terwijl je in Genesis 2 leest dat Adam aan het begin van alles geformeerd wordt en pas aanzienlijk later de vrouw. Hoe kan dat? In Genesis 1 dus man en vrouw op de zesde dag, terwijl je in het verslag in Genesis 2 leest dat Adam aan het begin van alles geformeerd wordt en veel later de vrouw.
Gaat u maar na: je leest in Genesis 2 dat Adam wordt geformeerd uit de aarde en geplaatst in de hof. God instrueert Adam vervolgens. Adam benoemt alle dieren — en dat doe je niet in een half uurtje, kan ik u vertellen. Adam, lees je dan, vindt voor zichzelf geen hulp. Adam was eenzaam; hij dacht niet, zoals een heleboel mannen zouden denken: "O, wat heerlijk, geen vrouw." Nee. Zijn er ook vrouwen die dat omgekeerd denken? Hij vond voor zichzelf geen hulp, geen tegenover.
En dan lees je dat God vervolgens een diepe slaap over Adam doet komen — dus ook niet een slaapje van tien minuten — en dan lees je dat Eva inderdaad wordt geformeerd. Ja, en dan dringt de vraag zich op: is dit alles binnen twaalf uur gebeurd? Dat lijkt toch een vrij bizarre gedachte. Maar ja, Genesis 1 lijkt het te zeggen. Hoe dan ook, je hebt hier toch een tegenstrijdigheid.
Ongerijmdheden bij de Klassieke Lezing van de Zes Dagen ↑ hoofdstukken
Een vraag, een probleem. Hoe zit dat nou? Ik stel voor dat we gewoon eerst eens naar Genesis 1 gaan, de zes dagen in Genesis 1. Ik begin eerst even te lezen, zonder er specifiek in te gaan op die eerste verzen. Daar komen we trouwens vanmiddag nog over te spreken, want daar moeten nog een aantal harde noten over gekraakt worden. Bereid u voor!
Er staat: "In den beginne schiep God de hemel en de aarde. De aarde nu was..." Ik lees het gewoon even voor zoals het in de NBG-vertaling wordt weergegeven, even zonder commentaar. "De aarde nu was woest en ledig en duisternis lag op de vloed en de Geest Gods zweefde over de wateren. En God zeide: Er zij licht. En er was licht. En God zag dat het licht goed was en God maakte scheiding tussen het licht en de duisternis. En God noemde het licht dag en de duisternis noemde Hij nacht. Toen was het avond geweest en het was morgen geweest, de eerste dag."
Dan moet je een goede vraag stellen, en dat is deze: de eerste dag van wat? Nou, dat is een domme vraag, want dat weten we toch? Dat is toch van de schepping? Hoe weet u dat? Dat is ons toch altijd verteld? Op de zondagsschool weten ze dat al. Maar hoe weet u dat? Dat is de vraag. Als u zegt: "Dat is ons altijd al verteld, dat hebben we altijd al aangenomen," over wiens eerste dag gaat het hier eigenlijk? Of de eerste dag van wat? Van de schepping?
Nou, dan dringen zich toch wel een aantal hele grote problemen op. Als we zeggen dat dit de eerste scheppingsdag is, dan heb ik een paar vragen. En houdt u zich vast, want dan zit je met een aantal ongerijmdheden. De eerste is deze: hoe kan er sprake zijn van dag, avond en morgen als er geen zon is? Want de zon komt pas ter sprake op de vierde dag. Ik begin nu eerst alleen maar vragen te stellen en ik geef nog geen antwoorden; het is nog helemaal niet schokkend. De vragen worden alleen maar groter. Maar hoe kan er sprake zijn van dag, van avond en morgen als er nog geen zon is? Is een dag namelijk niet gewoon de periode van licht? De dag is de periode tussen zonsopgang en zonsondergang. Wat is een avond anders dan zonsondergang en een morgen anders dan zonsopgang? Zelfs als een kind Genesis 1 leest met enige intelligentie, is dat de eerste vraag die opkomt: waar kwam dat licht vandaan en hoe kan er sprake zijn van een dag, een avond en een ochtend als de zon er nog niet is?
Eigenlijk is er niet echt een antwoord. Ik had in het verleden altijd wel een antwoord, maar bij nader inzien bleek dat ook niet te kloppen. Het staat zelfs nog op mijn website te lezen. Ik heb die vraag gekregen en ik heb gezegd dat het waarschijnlijk gewoon betekent dat op de vierde dag de zon niet geschapen werd, maar dat hij tevoorschijn kwam. Bij slotverrekening gebeurt het in Nederland heel wat vaker dat het dag wordt, maar dat het dagen duurt voordat we die zon eens een keertje zien. Wellicht was dat ook in Genesis 1 het geval. Maar bij nader inzien blijkt dat niet echt een antwoord te zijn. Het was wel het beste antwoord — dat had ik toen ook al in een webblogje geschreven — het is het beste antwoord bij mijn weten. Als ik het nu teruglees, dan moet ik glimlachen. Ik wist inderdaad niet beter.
Maar weet u wat het punt is? In Genesis 1 lees je dat God die lichten op de vierde dag, de grote lichten, schept en formeert, benevens de sterren. En dan staat er: "om licht te geven op de aarde." Dus vanaf dat moment geven ze licht op aarde; kennelijk daarvoor dus niet. Dus over dat oude antwoord moet ik dan toch zeggen: als er geen beter antwoord is, zullen we het er maar op houden, maar echt solide conform de tekst is het niet. De vraag blijft dus staan: hoe kan er sprake zijn van dag, van avond en morgen als er geen zon is?
Daar blijft het niet bij, want er is nog een tweede ongerijmdheid: dag, avond en morgen is lokale tijd. Maar dan is de vraag: van wie dan? Werd het voor God avond? Ging voor God de zon onder? Bovendien weet u: als u zegt dat het avond wordt, dan weet u dat het aan de andere kant van de wereld ochtend is. Als het hier middag is of nacht, is het aan de andere kant van de wereld dag. Dus altijd als je zulke termen gebruikt, gebruik je termen van een aardbewoner. Maar die waren er nog helemaal niet! Dus wat betekent het dan: "Toen werd het avond"? Die zogenaamde vanzelfsprekende lezing van "het zijn scheppingsdagen, het is de eerste dag van de schepping" is helemaal niet zo vanzelfsprekend. Zulke vragen dringen zich gewoon aan je op wanneer je er even over nadenkt. U zegt misschien: "Ik ga er niet over nadenken, ik geloof gewoon wat het Woord zegt." Dan zeg ik: dat is heel verstandig. Dat is heel verstandig als u zegt dat u het helemaal niet hoeft te snappen. Maar dan daag ik u wel uit als u zegt dat het de eerste dag van de schepping is: waar staat dat dan? Dat staat er niet.
Er is namelijk nog een ongerijmdheid die ik u even wil noemen: houdt God soms nachtrust? Want we spreken over dagen, over de dagen dat God geschapen heeft. In de discussie die zich in de christelijke pers heeft voorgedaan, heeft men het voortdurend over dat God het in zes dagen van 24 uur geschapen heeft. Dat is dan de orthodoxe insteek. Maar ik moet u zeggen: zulke dagen kent de Bijbel niet eens. Wist u dat? Dagen van 24 uur bestaan niet in de Bijbel. De Heer Jezus zei al: "Gaan er geen twaalf uren in een dag?" De grap is dat het woord "dag" al gedefinieerd wordt in Genesis 1: "God noemde het licht dag en de duisternis noemde Hij nacht." Gemiddeld duurt een dag, waar je ook bent, altijd twaalf uur. Hier kan dat wat fluctueren, maar gemiddeld duurt een dag twaalf uur. Dit is namelijk de periode tussen zonsopgang en zonsondergang. Als de dagen van Genesis 1 al scheppingsdagen zijn, dan zijn het in ieder geval geen zes keer 24 uur, maar dan moet je zeggen zes keer twaalf uur. Want God schiep niet in de nacht; het was iedere keer in de dag.
Maar ook dat is weer vreemd, want ik zei al: dag is lokale tijd. Of ga ik er nou een beetje te diep op in? En nog iets anders: houdt God nachtrust? Ik dacht dat de nacht voor de mens was. Als kind boog ik mijn knietjes als ik naar bed ging en dan bad ik — u kent datzelfde gebed ongetwijfeld: "Ik ga slapen, ik ben moe, ik sluit mijn beide oogjes toe. Here, houd ook deze nacht over mij getrouw de wacht." Dat wil zeggen: als ik mijn ogen dicht doe, dan waakt U. Want we lezen in de Psalmen: "De Bewaarder van Israël sluimert noch slaapt." En Jesaja zegt het zo prachtig: dat jongelingen moede worden, maar de Eeuwige — hoe staat het er precies? — "Hij wordt noch moede, noch mat." God houdt geen nachtrust.
Ziet u? Die vanzelfsprekendheid dat Genesis 1 het heeft over dagen van de schepping, dat dit de eerste dag van de schepping is, is helemaal niet zo vanzelfsprekend op het moment dat je erop inzoomt en erover nadenkt. Als je de vragen de ruimte geeft en ze gewoon stelt, dan wordt de ongerijmdheid eigenlijk alleen maar groter, zodat de vraag zich opdringt: hoe zit dit nu? Allemaal vraagtekens.
De Ontknoping: de Dagen in Genesis 1 Zijn Adams Dagen ↑ hoofdstukken
Nou, ik zal u dit vertellen. Dat is het eerste wat ik vandaag wil vertellen, en dat is eigenlijk de klapper. Of in ieder geval, dat is waar ik nu vervolgens verder op in wil gaan en ook wil laten zien. De dagen van Genesis 1 — en het klinkt misschien niet zo spectaculair als ik het zo zeg hoor — maar daar moeten we nog eens even goed over nadenken wat dit betekent. De dagen van Genesis 1, dat zijn de dagen van Adam.
Dus als er staat: het was avond geweest en het was morgen geweest, de eerste dag of dag één, van wie was die dag dan? Het antwoord is: van Adam. Adam is geformeerd, en laten we dat eens wat nader bezien vanuit Genesis 1 in dat licht. Kijk, ik had u al verteld dat dit wellicht deel uitmaakt van de documenten van Adam. God heeft Genesis 1 gedicteerd aan Adam, of Adam heeft het opgeschreven als een apart document. Genesis 1 heeft alles van onderricht in zich. Het is het onderricht dat God geeft aan de mens. Ik kom er straks nog even op terug, maar het is onderwijs.
God meldt daarin wie Hij is, namelijk de Schepper van hemel en aarde. En aan wie geeft Hij dit onderwijs? Ja, aan de mens. Zo wordt hij immers in de aanvang gewoon genoemd: de mens, Adam. Laten we dan eens zien wat dat betekent. Ik zal u inderdaad laten zien dat als je het zo leest, namelijk dat het gaat over de dagen van Adam, dat dan inderdaad al de puzzelstukjes in elkaar vallen. Alle tegenstrijdigheden die zich voordoen bij de lezing dat deze dagen scheppingsdagen zouden zijn, die verdwijnen als sneeuw voor de zon. Dat is een grote claim, ik weet het, maar ga met mij mee.
De Zes Dagen van Adam in Detail Beschouwd ↑ hoofdstukken
Op dag één, de dag dat Adam uit de aardbodem is geformeerd, maakt God Zich al meteen bekend als de Schepper van hemel en aarde. In den beginne schiep God de hemel en de aarde. Vervolgens is Hij het ook die het licht maakte. We lezen dat God het licht 'dag' noemde. Iedere keer zie je dat terug in die eerste dagen van Genesis 1: God noemde het licht dag, God noemde het droge aarde en Hij noemde het uitspansel hemel. Dat is ook nog eens iets eigenaardigs, want als er toen nog helemaal geen mens was, voor wie benoemde Hij dat dan? Wie moest dat overnemen? Dat woord 'benoemen' suggereert dat er een luisteraar is; een leerling die dat onderricht in zich opneemt en zegt: "O, zit dat zo? Dat is dus de naam daarvan." God noemde het licht dag.
Vervolgens lezen we dat het avond was geweest en het was morgen geweest: de eerste dag. Als dit inderdaad de eerste dag van Adam was, dan begrijp je het voorgaande en het navolgende trouwens ook perfect. Adam werd geformeerd en God stelde Zich voor als de Schepper van hemel en aarde, als Degene die het licht tevoorschijn heeft geroepen. En toen werd het avond. Moest God nachtrust houden? Nee, maar Adam wel. Voor Adam ging de zon onder en Adam heeft de nacht doorgebracht. Toen werd het morgen en de eerste dag was inmiddels voorbij.
Op dag twee spreekt God over de formatie van het uitspansel en dan lees je erbij dat Hij het uitspansel hemel noemde. Er staat weer bij: "Toen was het avond geweest en het was morgen geweest, de tweede dag." Er staat niet 'de tweede scheppingsdag'. Het werd voor iemand op aarde avond en het werd voor iemand op aarde morgen, en de tweede dag brak aan. Dit was Adams tweede dag.
Dag drie spreekt God over het land dat uit de wateren voortkomt en over jong groen dat uitspruit uit de aarde. Daar staat weer bij dat God het droge land aarde noemde en de samengevloeide wateren zeeën. Het was maar dat Adam dat wist. Adam bevond zich in de hof van Eden; hij had eigenlijk kort tevoren het levenslicht gezien en God begon tot hem te spreken. God onderrichtte hem. Je leest trouwens ook dat God later in de avondkoelte met Adam converseerde; Hij sprak met hem. Waarover zou Hij anders gesproken hebben dan over de schepping? God is meteen van wal gestoken en heeft Zich al op de eerste dag bekendgemaakt als de Schepper van hemel en aarde, ooit in den beginne, en als Degene die het licht gaf. Daarna werd het avond en toen werd het weer morgen, en er brak weer een nieuwe dag aan voor iemand op aarde die naar zijn God luisterde. Voor iemand die onderricht werd en die nog helemaal blanco was en onderwezen werd door de Schepper van hemel en aarde over wie Hij is en wat Hij heeft gedaan. Elke dag vertelt God wat meer. Wellicht heeft Adam het allemaal meteen opgetekend. Ik kom daar misschien straks nog even op terug, dat hij het elke dag heeft opgetekend wat God heeft gesproken, met recht dus gedicteerd. Dat is nog een hele klus geweest; als je dat zes dagen gedaan hebt, dan heb je wel een rustdag nodig. Dat is een grapje dat ik eigenlijk pas later had moeten maken, maar daar denk ik dan zomaar even aan.
Vervolgens lezen we op dag drie weer de formulering die we zes keer tegenkomen: "Toen was het avond geweest en het was morgen geweest, de derde dag." Op dag vier spreekt God over hoe Hij de Schepper is van de beide grote lichten. Gek hè, ze worden in dat hoofdstuk nog niet eens bij naam benoemd. Er staat 'het grotere licht des daags' en 'het kleinere licht des nachts', waarmee respectievelijk op de zon en de maan gedoeld wordt. Maar ze hebben nog niet eens een naam, waarmee trouwens ook gezegd is dat Genesis 1 inderdaad een oeroud document was. De zon en de maan hadden nog niet eens een naam; ze worden gewoon aangeduid als het grotere licht des daags en het kleinere licht des nachts. Er staat niet dat God op de vierde dag de zon schiep. Dat kan, dat is de gebruikelijke lezing dat het de vierde scheppingsdag is, maar ik gaf het al eerder aan: dat is eigenlijk een heel bizar idee. Want als dat inderdaad het geval zou zijn, hoe kon er dan die eerste dagen al sprake zijn van dagen, avonden en morgens als pas op de vierde dag de zon geschapen wordt? De oplossing is heel eenvoudig wanneer we ervan uitgaan dat het om Adam gaat. Adam krijgt op de vierde dag te horen wat we lezen, dat God de lichten schiep en over wat God in den beginne ooit gedaan had. God onderwees Adam op de vierde dag over de schepping ooit van de zon, de maan en de sterren. Hij openbaarde dat aan Adam op de vierde dag. En dan lees je: "Toen was het avond geweest en het was morgen geweest, de vierde dag."
Dag vijf spreekt God over de schepping van de vogels en van de vissen en dan lees je weer: "Toen was het avond geweest en het was morgen geweest, de vijfde dag." Dag zes is inmiddels de laatste werkdag. God spreekt over de verschijning van de landdieren. Dag zes is een drukke dag, want je leest verschillende keren dat God het woord neemt. 'Last but not least' eindigt de historie van Genesis 1 met de schepping van de mens op de zesde dag. Dan lees je: "Naar Gods beeld schiep Hij hem, mannelijk en vrouwelijk schiep Hij hen." Dat wil zeggen dat God op de zesde dag vertelt over de schepping van de mens, zoals Hij op de vijfde dag sprak over de schepping van de vogels en de vissen. Niet omdat Hij op de vijfde dag de vogels en de vissen gemaakt had; nee, op de vijfde dag vertelde Hij aan Adam over de creatie van de vogels en de vissen. Dat is iets heel anders.
Op dag zes spreekt God ten slotte, als afsluiting van de historie, over de mens die Hij schiep. Mannelijk en vrouwelijk schiep Hij hen. Tot dusver was er alleen maar sprake van Adam, nietwaar? Maar nu, op de zesde dag, wordt niet alleen de historie, het verhaal, afgesloten, maar er gebeurt nog iets: God sluit ook Zijn scheppingswerk af. God schiep toen op die zesde dag inderdaad de vrouw. Je leest in Genesis 2 over de creatie van de vrouw. Toen deed de Heere God een diepe slaap op de mens vallen en de Heere God bouwde de rib — letterlijk staat er 'de zijde' — die Hij uit de mens genomen had tot een vrouw en Hij bracht haar tot de mens. Toen zei de mens niet: "Thank God it's Friday," al had hij dat best kunnen zeggen. Hij zei ook niet: "Dat is een rib uit mijn lijf." Nee, hij zei: "Dit is nu eindelijk vlees van mijn vlees en gebeente van mijn gebeenten." Daarmee is tevens nog een ander groot probleem rond de lezing van Genesis 1 en 2 opgelost. Namelijk niet alleen die kwestie van die dagen over de avonden en de morgens, maar ook die zogenaamde tegenstrijdigheid van Genesis 1 en Genesis 2; dat in Genesis 2 gezegd wordt dat Adam aanzienlijk eerder geformeerd is dan Eva. Nou, dat klopt ook. Adam werd geformeerd op de eerste dag — de dagen van Genesis zijn Adams dagen — maar op de zesde dag formeert God de vrouw, nadat Hij een diepe slaap over hem deed gaan.
Nadat God een diepe slaap over hem deed gaan, heeft Hij Eva geformeerd uit Adam. Je leest trouwens dan ook: "En God zegende hen." Tot dusver was alleen Adam aangesproken en nu lees je ook over de vrouw. En God zegende hen en God zeide tot hen – want nu was Eva er ook –: "Wees vruchtbaar, word talrijk, vervult de aarde en onderwerpt haar."
En dan lees je weer: toen was het avond geweest en het was morgen geweest, de zesde dag. En let op, toen God op de zevende dag het werk voltooid had dat Hij gedaan had, rustte... dat staat er eigenlijk niet hoor, daar staat: staakte Hij op de zevende dag van al het werk dat Hij gedaan had. Dat wil zeggen: op die zevende dag is inderdaad de hele geschiedenis verteld van de zes dagen aan Adam, maar er is bovendien nog iets anders gedaan. Hij had het werk voltooid, staat er, maar Hij had al het werk ook voltooid, zodat die zes dagen van Genesis 1 niet alleen maar de openbaring zijn van God, de Schepper, aan Adam, maar bovendien ook de voltooiing is van Gods scheppingswerk.
God schiep Adam op de eerste dag en op de zesde dag formeert Hij Eva. En de schepping van de mens, mannelijk en vrouwelijk, is de voltooiing van Zijn werk. Zodat God inderdaad in die zes dagen het scheppingswerk voltooid heeft. Al het werk heeft Hij voltooid. De geschiedenis heeft Hij verteld, het hele verslag heeft Hij gedaan. Maar bovendien heeft Hij ook de bekroning van Zijn werk, van Zijn scheppingswerk, in die zes dagen tot stand gebracht.
En je leest: "En God zegende de zevende dag en Hij heiligde die." Ja, en weet u waar ik dan aan moet denken? Wat je leest in de evangeliën. In Marcus 2 staat het, Marcus 2 vers 27, daar lees je dat de Heer Jezus zegt... En Hij zeide tot hen – we zeggen: degenen die rond Hem stonden en die Hij van repliek diende – Hij zegt: "De sabbat is gemaakt om de mens, niet de mens om de sabbat." Het is niet zo dat God een rust moest hebben. Nee, die sabbat die werd gemaakt voor de mens.
Adam ging niet de tweede dag dat hij er was meteen al sabbat vieren. Nee, het was zijn zevende dag, en de zevende dag wordt voor Adam geheiligd ten behoeve van hem. De sabbat werd gemaakt voor de mens, voor Adam. Het was Adams zevende dag en hij had een hele drukke week gehad. Zeker als hij ook die week allemaal nog heeft opgetekend. En bovendien lees je nog dat hij de dieren benoemd heeft. Dat had hij allemaal al voltooid voordat Eva ten tonele gevoerd werd. Dus Adam voor wie de zevende dag aanbrak... en God heiligde, staat er, en God zegende de zevende dag en Hij heiligde die.
Ja, en nu komen we toch nog eventjes terug op wat deze man... het gaat niet om Knevel zelf natuurlijk, maar weet u wat hij onlangs zei in de krant? Hij zegt: "Ik kan niet langer geloven dat de aarde in zes dagen is geschapen." En weet u wat ik dan denk? Wie geloof je dan niet? Waar staat dat dan in de Bijbel? Zegt God dat? Ik weet wel, iedereen roept het elkaar na. Het is opvallend hoe mensen gewoon ook daarin, het lijkt wel, gebrainwasht kunnen zijn. Iedereen roept van: "Ja, de Bijbel leert dat hemel en aarde in zes dagen zijn geschapen." Dan zeg ik: "O ja, waar staat dat?"
En als Knevel zegt: "Ik kan nu niet langer meer geloven dat de aarde in zes dagen is geschapen", dan zeg ik: "Oké, maar wie geloof je dan niet? Zegt God dat? Staat dat in het Woord?" Ja, maar kijk, Knevel zit ook in een kerk waar wekelijks de Tien Woorden worden voorgelezen. Of dat zo handig en zo goed is, daar hebben we het nu even niet over. Maar, nietwaar?
Exodus 20 en de Sabbat: Heeft God in Zes Dagen Geschapen of 'gedaan'? ↑ hoofdstukken
Exodus 20, de tien geboden. Wat zegt Hij daar? Als de dominee dat voorleest, dan zegt hij: "Zes dagen zult gij arbeiden", u kent die tekst wel. "Zes dagen zult gij arbeiden en al uw werk doen, maar de zevende dag zult gij geen werk doen; het is een Sabbat van de Here uw God." En dan staat erachter: "want in zes dagen heeft de Here de hemel en de aarde geschapen." Maar dat staat er niet. Zo leest de dominee het wel voor, maar er staat: "want in zes dagen heeft de Here de hemel en de aarde gemaakt." Er staat niet "geschapen". De zee en alles wat erin is... maar we gaan het nu nog even over iets anders hebben, namelijk wat er precies staat.
In Exodus 20 lees ik het even voor, of laat ik het anders zeggen: het Hebreeuwse woord dat achter het woord "gemaakt" schuilgaat, is het werkwoord asah. Dat woord komt drie keer voor in dit betreffende gebod, in dit Godswoord. In vers 8 staat: "Gedenk de Sabbatdag, dat gij die heiligt, zes dagen zult gij arbeiden en al uw werk doen." Daar staat het woordje asah. "Maar de zevende dag is de Sabbat van de Here uw God, dan zult gij geen werk doen." Weer dat woordje asah. "Want in zes dagen heeft de Here de hemel en de aarde", zo staat het in de vertaling, "gemaakt." De zee en al wat daarin is. Maar dat staat er niet. Als je het concordant weergeeft en men op de derde keer hetzelfde woord had gebruikt als de eerdere twee keren, dan had er dus gestaan: "Want in zes dagen heeft de Here de hemel en de aarde gedaan. De zee en alles wat daarin is."
Uiteraard wordt daarmee direct verwezen naar wat we lezen in Genesis 1. Staat hier dat de Here de hemel en de aarde in zes dagen geschapen heeft? Nee, er staat dat Hij de hemel en de aarde in zes dagen gedaan heeft. Hoezo "gedaan"? Wat heb Je gedaan met hemel en aarde? Dat is een vrij onbepaald woord; je kunt van alles doen. "Doen" kan op van alles slaan. Dat is precies wat we in Genesis 1 lezen. In zes dagen heeft de Here de hemel en de aarde gedaan, namelijk: in zes dagen deed Hij dat verslag. In zes dagen doet God de hemel en de aarde, en Hij doet verslag van wat Hij in den beginne geschapen heeft. In zes dagen maakte Hij het boek van hemel en aarde, of dicteerde Hij voor mijn part het boek van hemel en aarde.
In zes dagen bovendien voltooide Hij ook hemel en aarde, met de mens als kroon der schepping. Op de eerste dag Adam en op de zesde dag formeert Hij Eva. Dat was de voltooiing, de bekroning van de schepping. Dat zit allemaal opgesloten in dat woord "gedaan". In zes dagen heeft Hij hemel en aarde gedaan. Dat wil zeggen: Hij deed het verslag. Het boek van hemel en aarde kwam tot stand. Want het was eigenlijk de titel van het boek, heb ik dat al eerder gezegd? Ja, het is het opschrift. We komen er vanmiddag nog even over te spreken. Het is het opschrift boven dat eerste hoofdstuk: "De hemel en de aarde". Dus Hij heeft dat boek met de titel "hemel en aarde" in zes dagen gemaakt. Ik heb niet eens zoveel bezwaren tegen het woord "gemaakt", maar er staat dus gewoon "gedaan". En de voltooiing van de schepping vond ook in die zes dagen plaats.
Ik kwam dit onlangs tegen op het internet. Ik zal niet zeggen wie zijn achternaam hierbij hoort, dat doe ik nu liever even niet, want die naam komt al zo vaak voorbij en dat heeft er nu niets mee te maken. Maar iemand, een docent, geeft regelmatig seminars onder de titel: "De Wereldgeschiedenis in één dag". Hij doet de wereldgeschiedenis in één dag. Denkt hij dan dat de wereldgeschiedenis maar één dag duurde? Nee, hij behandelt vijfduizend jaar in één dag. Ik heb nog even overwogen om deze Bijbelstudie ook een andere titel te geven, namelijk: de schepping of het ontstaan van de wereld in zes kwartier. Dat had ik kunnen doen.
Maar dat is precies wat Genesis 1 wel is. "In den beginne schiep God de hemel en de aarde." Wanneer dat was, wordt niet gedateerd, wordt ook niet bepaald, wordt allemaal niet genoemd. Maar Hij heeft het verslag gedaan. Hij heeft de openbaring over de schepping in zes dagen aan Adam bekendgemaakt. En op de eerste dag dat Adam geformeerd werd... Adam was een zondagskind, ik kom daar later nog even op terug, want het is een prachtig ding, ook een prachtig type. Adam werd geformeerd op de zondag. Hij werd geformeerd uit het stof van de aardbodem en God spreekt tot hem en openbaart Zich. Er gaan zes dagen voorbij en God voltooit zo Zijn verslag. Hij voltooit niet alleen het verslag, Hij voltooit bovendien in die zes dagen ook de schepping, namelijk door de mens compleet te maken: mannelijk en vrouwelijk.
Samenvatting en Vooruitblik op de Volgende Studie ↑ hoofdstukken
Nou, dan wordt het tijd voor een samenvatting. Dat betekent dus dat we kijken naar Genesis 1. En vanmiddag wil ik daar uiteraard nog verder op ingaan. Want wat we vanmiddag willen gaan doen, dat kan ik alvast wel even vertellen: dat is de vragen die u ongetwijfeld dan weer hebt, gaan bespreken. Ik heb ze van tevoren zelf al even geformuleerd. Ik heb uw vragen zelf al geformuleerd; ja, dat leek me wat handiger en ook wat veiliger. Nee, het zijn gewoon de vragen die zich opdringen wanneer je deze dingen op deze wijze ook overweegt.
Het roept vragen op, maar laat ik nu al het eerste uur mogen samenvatten. Genesis 1, dat is Adams eerste week. Met andere woorden: de zon was er al vanaf de eerste dag, dat is logisch. Het werd avond en het werd morgen. Voor wie? Voor Adam. Volgens Genesis 2 werd Adam geruime tijd voor Eva geschapen. Als je het idee hebt dat Genesis 1 de schepping in zes dagen is, dan klopt dat niet. Maar die hele tegenstrijdigheid, de klassieke tegenstrijdigheid tussen Genesis 1 en 2, is in één keer helemaal weg. Niet alleen de ongerijmdheden in de lezing van Genesis 1 zijn verdwenen, maar ook de tegenstrijdigheid van de beide scheppingsverhalen is hiermee opgelost.
Adam werd geformeerd op de eerste dag en Eva een zestal dagen later. "God zeide", "God noemde" – dat is Genesis 1; Adam wordt onderwezen. Genesis 1 is eigenlijk niets anders dan Gods onderricht aan Adam in de hof van Eden. Vandaar ook dat je iedere keer weer leest: "en God noemde". Er worden dingen benoemd. Adam is een leerling en hij krijgt onderwijs van de Schepper van hemel en aarde Zelf. En op de zevende dag ontving Adam rust. Ja, dat is dan ook logisch, want de zevende dag werd gemaakt voor de mens; de Sabbat werd gemaakt om de mens.
Dan wil ik vanmiddag nog op een aantal andere dingen ingaan en vragen bespreken. Want dat is dan ook nog een ander punt dat zijn consequenties heeft over Genesis 1: zijn dat dagen van herstel? Wanneer en waarom werd de schepping eigenlijk vergankelijk? Bevonden Adam en Eva zich in een volmaakte wereld? Zijn er soorten ontstaan door evolutie? U ziet, we hebben echt nog wel een uurtje nodig om deze dingen klein te krijgen.
Goed, ik stel voor dat we met elkaar nog een lied gaan zingen.
UltimateGoodNews