GoedBericht.nl logo
UltimateGoodNews

wakker & alert (1)

24-06-2023 - Geplaatst door Andre Piet
vrijdagavond 23 juni 2023, Maarn

De eerste fase van de parousia van Christus is de wegrukking (evacuatie) van de ekklesia. Dat moment zal hen niet hoeven te overvallen als een dief in de nacht. Wat wij worden geacht op de hoogte te zijn van de tijden en gelegenheden. Wanneer men in de wereld euforisch ‘vrede en zekerheid’ zal roepen, dan begint voor ons als gelovigen het ‘aftellen’.

Powered by RedCircle

📝 Samenvatting & Transcriptie van deze lezing

Samenvatting van deze toespraak

Paulus leert dat de dag van de Heer voor de wereld onverwacht zal komen als een dief in de nacht, te midden van een schijnbare periode van vrede en zekerheid. Gelovigen behoren echter tot de dag en wandelen in het licht van Gods profetisch woord, waardoor zij niet verrast hoeven te worden door deze gebeurtenissen. Voorafgaand aan de grote verdrukking en de toekomende toorn zal de gemeente worden weggerukt om de Heer tegemoet te gaan en in veiligheid gebracht te worden. Deze zekere evacuatie is een enorme bemoediging, omdat onze redding uitsluitend van Hem afhankelijk is en wij met Hem zullen leven, hetzij wij waken of sluimeren.

“Laten wij dus ook niet sluimeren zoals de overigen, maar wakker en nuchter zijn.”

Introductie: als een Dief in de Nacht? ↑ hoofdstukken

Ik wilde even checken of u er allemaal nog bent en of u nog wakker bent. Dit was gewoon een test. Ik hoop dat dit mankement aan de maandag ligt. Maar ik ga natuurlijk niet weer bij vorige maand beginnen; laten we meteen verdergaan waar ik gebleven was.

Ik wilde u vanavond graag meenemen naar 1 Thessalonika 5. Ik heb deze specifieke studie als thema meegegeven: 'Als een dief in de nacht?', met een vraagteken erachter. Ik had de titel ook iets anders kunnen formuleren, namelijk: 'Niet als een dief in de nacht'. Want dat is feitelijk wat Paulus in dit gedeelte betoogt. Dat is heel eigenaardig en dat wil ik graag eens toelichten.

Want laten we welwezen: we zijn hier natuurlijk met een hele grote groep bij elkaar en onze achtergrond is heel divers. Dat weet ik toevallig redelijk goed. Ik ken niet iedereen van u, maar een vrij groot aantal wel. Sommige mensen zijn al heel erg vertrouwd met de Bijbelse boodschap en de ins en outs, terwijl anderen er nog maar net mee vertrouwd zijn geraakt of er enigszins bekend mee zijn geworden. Zij weten er dus nog maar weinig van. Dat is altijd een beetje lastig voor iemand die onderwijs geeft: wat moet je als bekend veronderstellen? Ik probeer iedereen er maximaal in mee te nemen.

Maar laat ik in ieder geval dit zeggen: meestal is de gedachte, als je het hebt over de Bijbelse boodschap en spreekt over de terugkeer van Jezus Christus, dat je dat toch niet kunt weten. Want, zo zegt men dan — en dat weten ze dan weer wel — Hij komt toch als een dief in de nacht? Men heeft de klok wel horen luiden, maar weet niet waar de klepel hangt. Men zegt: 'Hij komt toch als een dief in de nacht? Met andere woorden: dat weet je toch niet.'

Dat is heel vaak het verhaal. De eigenaardigheid en het boeiende is echter hoe Paulus dat betoogt in dit hoofdstuk. Zoals we straks gaan zien, laat hij daar juist een heel ander geluid horen. Ik neem u mee naar...

De Parousia en de Wegrukking ↑ hoofdstukken

In het voorgaande had Paulus, in de laatste verzen van 1 Thessalonicenzen 4, iets heel bijzonders gezegd. Hij had namelijk gesproken over de parousia van de Heer, over de terugkeer of de komst van de Heer. Eigenlijk betekent dat Zijn aanwezigheid. Hij is nu afwezig en straks zal Hij weer acte de présence geven. Op die gebeurtenis wachten wij tot op de dag van vandaag. Hij komt terug, en dat is wat de parousia van de Heer heet. In 1 Thessalonicenzen 4 had Paulus daarover geschreven, maar hij heeft daar dingen in verteld die je in het Oude Testament echt niet terugvindt. Bijvoorbeeld dat de doden, op het moment dat de bazuin zal klinken, zouden opstaan. En niet alleen zij, maar ook de levenden zouden vervolgens, tegelijkertijd met hen die eerst zijn opgestaan, de Heer tegemoet gaan in de lucht. Dat is een waarheid die Paulus weliswaar ook in andere brieven naar voren brengt, maar dan zegt hij ook: ik vertel jullie een verborgenheid. Dat wil zeggen dat het voorheen niet bekend was en inderdaad, in het Oude Testament vind je dat niet terug.

Wat hij daarin zegt, is dat er bij de parousia een gebeurtenis plaatsvindt. Dan zullen wij als gelovigen in het evangelie... In de laatste bijeenkomst gaan we daar nog eens even de puntjes op de i zetten: wat is dat evangelie dan precies? Maar laat ik daar nu meteen even mee beginnen. Degenen die geloven, zullen bij die gelegenheid inderdaad 'ten hemel varen'. Zowel de doden die opstaan als de levenden die op dat moment op aarde leven, zullen samen met elkaar de Heer tegemoet gaan. Paulus noemt dat ook de wegrukking. Eigenlijk zegt hij dat ze zullen worden weggerukt, als voor een groot gevaar dat dreigt. Zij zullen daarvan worden geëvacueerd en Hem tegemoet gaan.

Wanneer hij daarover gesproken heeft, zegt hij in vers 1 van hoofdstuk 5: "Maar omtrent de tijden en de gelegenheden, broeders, is het niet nodig dat jullie geschreven wordt." In het voorafgaande had hij dus gesproken over die wegrukking, waarbij de doden eerst zullen worden opgewekt: de doden die in Christus ontslapen zijn. Dat is een selecte groep. Veel mensen denken dat dit massaal zal gebeuren, maar daar horen we hier nog niets van. Het gaat om degenen die geloven in de boodschap die de apostel Paulus heeft verkondigd, namelijk dat evangelie van wie God is; dat blijde bericht dat Hij de Redder is van deze wereld. Laat ik u dit vertellen: dat bericht wordt helemaal niet zo massaal geloofd. Degenen van wie je zou verwachten dat zij het geloven, zijn meestal juist degenen die het heel hardgrondig verwerpen, of het als onbelangrijk neerzetten.

In ieder geval zullen bij die gelegenheid de doden in Christus worden opgewekt en de levenden zullen tegelijkertijd met hen de Heer tegemoet gaan in de lucht. Dan zegt Paulus: "Maar ik hoef jullie over de tijden en de gelegenheden verder niets te vertellen." Waarom niet? Met 'die tijden' bedoelt hij wanneer dat precies zal zijn, en met 'de gelegenheden' doelt hij meer op de context, de hele samenhang waarin dat zal plaatsvinden. Hij zegt: "Want jullie weten zelf nauwkeurig dat de dag van de Heer zo komt als een dief in de nacht." Hij zegt dat het niet nodig is om hen daarover te vertellen, omdat hij hen daarover namelijk al uitgebreid geïnformeerd had. Dat was kort tevoren; Paulus was nog niet zo lang daarvoor in Thessalonica geweest en hij had verteld over de dingen in verband met de eindtijd en de terugkeer van Jezus Christus. Hij zegt: "Jullie weten dat allemaal. Jullie weten dat de dag van de Heer zo komt als een dief in de nacht."

Toch even dit: die 'dag van de Heer', wat bedoelen we daarmee? Wanneer begint die dag? Strikt genomen is het niet moeilijk om een dag te definiëren. Een dag begint op het moment dat het licht wordt, dat de zon opkomt en verschijnt. Dat is het moment dat de dag aanvangt. Welnu, wanneer begint die dag? Voor het lichaam van Christus — dat is wat ik met de afkorting LvC bedoel om het kort te houden, de gemeente, het gezelschap dat momenteel uitgeroepen wordt in deze wereld — begint die dag al vóór de grote verdrukking, voordat die vreselijke periode hier op aarde zal losbarsten. Voor hen vangt die dag al eerder aan. Dat is die wegrukking waar hij het over had in het voorgaande hoofdstuk. Dat is de parousia. Dan komt de Heer en vervolgens krijg je een periode die in de Bijbel op verschillende wijzen wordt benoemd en omschreven als 42 maanden, 3,5 jaar of 1260 dagen, maar het is iedere keer dezelfde termijn. Dat is die periode van grote verdrukking, waar ik later nog over kom te spreken.

Voorafgaand aan die periode zal die wegrukking plaatsvinden, die evacuatie. Dit is een periode waarin grote toorn zal losbreken vanuit de hemel, ook omdat satan op de aarde zal zijn geworpen. Voorafgaand aan die periode zal de Ecclesia — de gemeente, het lichaam van Christus, hoe je het ook maar wilt formuleren — worden weggerukt. Daarna, na die verdrukking, zal de Heer verschijnen voor Israël. Dan zullen Zijn voeten staan op de Olijfberg en zal Hij het volk van Israël verzamelen.

Voor een heleboel mensen, en dan heb ik het over christenen die enigszins vertrouwd zijn met de Bijbel, is de wederkomst simpelweg 'het einde der tijden' of de 'jongste dag'. Maar men kent alle onderscheidingen totaal niet, laat staan dit verschil: het feit dat er een grote verdrukking is en dat daarna inderdaad de Heer Zijn volk zal verzamelen en voor hen terug zal keren om vervolgens Zijn koninkrijk op aarde te gaan bouwen. Het zijn onbekende elementen, maar dat is nu juist waar Paulus over gesproken had. De Thessalonicenzen waren hiervan inmiddels op de hoogte, want hij had hen daarover geïnformeerd. Hij had hen ook verteld dat dit moment voor de wereld zal zijn als een dief in de nacht. Het zal onverwacht zijn. Ze komt als een dief in de nacht: onverwacht en trouwens ook ongewenst voor degenen die het niet weten. Want hij zegt: "Jullie weten zelf nauwkeurig dat de dag van de Heer zo komt als een dief in de nacht." Ja, maar voor de anderen... Ik zal het straks nog laten zien, want je zou het eigenlijk helemaal door moeten lezen, maar laten we er stap voor stap doorheen gaan.

Kenmerken van het Tijdstip van Evacuatie ↑ hoofdstukken

Wat weten wij nou over het moment dat de Heer zal terugkeren en die wegrukking zal plaatsvinden? Dat is de gebeurtenis waar we dit weekend op gericht zijn. Dat is onze toekomst. Onze echte toekomst begint op het moment dat we Hem tegemoet zullen gaan, en dan begint ook onze uiteindelijke, echte taak naar boven. Het is geweldig om daaraan te denken. Maar het is ook een evacuatie. Laat ik een paar dingen op een rij zetten over wat we weten over dat tijdstip.

In de eerste plaats is het een evacuatie in verband met de toekomende toorn. Ik zal dat vers straks nog een keer noemen, maar je leest in het eerste hoofdstuk van deze brief dat Paulus zegt dat als de Heer zal terugkomen, als de Zoon van God uit de hemel komt, Hij ons zal behoeden en ons zal bergen uit die toorn die dan zal losbarsten over deze wereld. Het heeft heel duidelijk het karakter van een evacuatie, zoals je een kind wegsleept voor een naderend gevaar. Dat doe je niet zachtzinnig; dat is echt een wegrukking. Ik vind het ook treffend dat ze het in het Engels de rapture noemen. Daar klinkt ook geweld in door: to rape. Dat is met kracht, een wegrukking, en dat is wat er dan gaande is. Het is dus niet zomaar een gebeurtenis op een zonnige dag. Nee, er gaan vreselijke dingen gebeuren en vlak voorafgaand vindt die wegrukking plaats.

Dat komt ook omdat je leest dat als die wegrukking heeft plaatsgevonden – over details zullen we het echt nog wel hebben – die tijd vervolgens wordt ingevuld doordat de satan op aarde zal worden geworpen. Het komt er eigenlijk op neer dat als de gemeente, de Ekklesia of het lichaam van Christus, weggerukt zal zijn van deze aarde naar God en Zijn troon, de satan op de aarde wordt geworpen. Dan lees je ook dat hij weet dat zijn tijd kort is, en dan zal hij een grote toorn loslaten. Het is dus inderdaad een tijd van toorn. Het komt er eigenlijk op neer: wij naar boven en de satan naar beneden. Wij, die mogen geloven in die geheimenissen zoals de apostel Paulus die heeft mogen onthullen in deze wereld, gaan naar boven en de satan wordt naar beneden geworpen. Vandaar dus die evacuatie.

Een tweede kenmerk is dat je in het voorafgaande leest, in 1 Thessalonika 4, waar Paulus het heeft over de parousia van de Heer, dat het zal zijn als de bazuin zal klinken en het signaal of de roep van de aartsengel klinkt. We hebben maar één aartsengel en dat is Michaël. Kijk het maar eens na in de profetie, met name in het boek Daniël. De naam van Michaël wordt genoemd juist wanneer Michaël zal opstaan ten behoeve van de bescherming van Israël. Hij zal opstaan bij de aanvang van de grote verdrukking. Het staat in Daniël 12; ik heb de bronnen er even bij gelegd zodat je het kunt teruglezen. Dan begint Israëls grote verdrukking. Met andere woorden: als Michaël opstaat ten behoeve van zijn volk vanwege de grote verdrukking, zal dat tevens het moment zijn dat de gemeente zal worden weggerukt. Die twee vallen samen: het signaal, de roep van de aartsengel Michaël, en de wegrukking, en daarmee dus ook het begin van Israëls grote verdrukking.

Nog een kenmerk dat je moet weten: als je wakker en alert wilt zijn, wordt verondersteld dat je bepaalde dingen geacht wordt te weten, of in ieder geval wilt weten. Je bent daar nieuwsgierig naar juist omdat je alert bent, zodat je bewust bent van de tijd, van wat er gaande is en wat je mag verwachten. Wakker en alert zijn is een houding die je aannemt. Het betekent dat je je bewust bent van gevaren en van wat God reeds zo lang geleden heeft gemeld over wat specifiek in die tijd actueel is.

Die wegrukking van de Ekklesia, waarbij de gemeente wordt weggevoerd van deze aarde, vindt plaats voordat de mens der wetteloosheid zich zal openbaren in de tempel, zoals Paulus hem noemde in die tweede brief aan de Thessalonicenzen. In 2 Thessalonika 2 staat dat er weer een tempeldienst in Jeruzalem gaat komen op het tempelplein. Hoe lang dat nog gaat duren weten we niet, maar het zou me niet verbazen als dat niet al te lang meer duurt. In ieder geval begint dan voor ons het echte aftellen. Als daar die offerdienst wordt hersteld, lees je in de Bijbel dat die plotseling wordt afgebroken en plaatsmaakt voor een afgodsbeeld dat daar wordt neergezet. Dan gaat de mens der wetteloosheid zich daar neerzetten en zich openbaren in de tempel.

Er zijn heel veel passages die daarover gaan. In Mattheüs 24 spreekt de Heer Jezus erover en Johannes spreekt erover in de Openbaring. Het is precies het moment dat de grote verdrukking voor Israël zal aanvangen, maar vlak daaraan voorafgaand zal die wegrukking plaatsvinden. Dat is in feite het grote thema van het tweede hoofdstuk van de tweede brief aan de Thessalonicenzen. Alles zegt dat er een weerhouder is. Zolang de gemeente hier op aarde is, wordt die mens der wetteloosheid weerhouden om zich te openbaren.

Een ander heel belangrijk gegeven verwijst naar Openbaring 12. Daar lees je dat er een vrouw is die in barensnood is – het is beeldspraak die daar gebruikt wordt – en zij baart de mannelijke zoon. Dat lijkt misschien een vreemde uitspraak, want een zoon is altijd mannelijk, maar er staat specifiek bij dat die mannelijke zoon niemand anders is dan de Christus die de natiën zal hoeden met een ijzeren staf. Het is de Christus, maar op het moment dat die mannelijke zoon geboren is, wordt hij weggerukt. Daar wordt exact hetzelfde woord gebruikt als in 1 Thessalonika 4. De satan wordt in dat hoofdstuk trouwens ook naar beneden geworpen. Wanneer die mannelijke zoon is weggerukt, vlucht die vrouw, de moeder, naar de woestijn waar ze 1260 dagen – die 3,5 jaar – bewaard wordt op een plek in de woestijn.

Als je hier nog nooit over gehoord hebt, kan ik me voorstellen dat dit een beetje veel is. Voor andere mensen is het gesneden koek waar ik al vaak over heb gesproken. Dat is ook zo, maar juist als we het hebben over de tijd waarin we leven en wat we mogen verwachten, is dit zo belangrijk: Zijn terugkeer speciaal voor ons. Wij worden weggerukt, maar wat gebeurt er dan? Het zal zijn voordat Israël in veiligheid wordt gebracht. Ergens daar in de buurt van Petra vermoed ik, boven de Rode Zee en onder de Dode Zee, in de woestijn van Edom. Daar zal zij een plaats hebben, door God bereid, waar ze 3,5 jaar in veiligheid wordt gebracht.

De mannelijke zoon heeft zijn adres bij Christus – gewoon Jezus Christus. Dat is al zo, maar het gaat om hoofd en lichaam, namelijk Christus in zijn totaliteit. En heel velen zijn zich daar nauwelijks van bewust, maar de geweldige waarheid die we met name in de brieven van de apostel Paulus juist vinden, is dat wij als gemeente zijn positie delen.

Dat wat aan Hem is toegekend, dat is het deel van hen die vandaag mogen geloven. Het is onvoorstelbaar. De glorie die voor ons weggelegd is, is ongekend. En Paulus zegt: die mannelijke zoon, dat is niet alleen maar Jezus Christus, maar het is ook het lichaam dat met Hem verbonden is en dat ook zijn positie deelt.

En wat is onze toekomst? Wel: God en Zijn troon. De hoogste positie feitelijk in het heelal, dat is voor ons weggelegd. Op grond waarvan zijn we toebestemd? Oké, maar nu komt het.

Vrede en Zekerheid: de Inleiding tot de Ondergang ↑ hoofdstukken

Dat gezegd hebbende over het tijdstip van die terugkeer... Terwijl zij zeggen: "Vrede en zekerheid", dan overkomt hen een plotselinge ondergang. Wat Paulus hier zegt is dat er voor de wereld in het algemeen, wanneer men zal roepen dat het geweldig is – vrede en zekerheid – sprake zal zijn van een algemene euforie. Een euforische stemming van vrede, maar ook van zekerheid. Wauw, eindelijk!

Als dat de stemming zal zijn... En ik wil daar morgen speciaal op gaan inzoomen, want ik denk dat dat misschien wel het meest bijzondere van dit hele weekend is: om je juist ook daarvan bewust te zijn. Van die tijd wanneer men zal zeggen: "Vrede en zekerheid." Want die tijd zal vlak voorafgaan aan het moment dat wij worden weggerukt. "Als zij zeggen: vrede en zekerheid."

Laat ik alvast een voorbeeld geven. Het is die periode waarvan Openbaring 6 spreekt bij de eerste zegels. Het eerste moment in verband met het hele draaiboek van de Openbaring begint eigenlijk met vrede. Dat is die ruiter op het witte paard. Je zou bijna zweren dat het Christus is – en dat zeg ik echt eerbiedig – ook omdat die ruiter op het witte paard elders in de Openbaring inderdaad Jezus Christus is. Hij lijkt er als twee druppels water op, maar het blijkt juist een tegenbeeld te zijn. In ieder geval brengt de ruiter op het witte paard vrede. Dat blijkt wel, want als de tweede ruiter opdraaft, wordt de vrede juist weggenomen. Maar het begint dus met vrede.

Ten tweede wees ik er zojuist al even op: er komt een periode dat er in Jeruzalem weer een tempeldienst zal zijn. Ja, er zijn natuurlijk al heel veel aspiraties in die richting van Joodse zijde; men wil de tempel weer bouwen en alles is eigenlijk al in gereedheid. Men wacht eigenlijk nog op het politieke groene licht. En als dat er zal zijn, dan krijg je een tijd waarin men zal zeggen, als daar dan weer een tempel is in Jeruzalem en een offerdienst die draait: "Dit is het beloofde, dit is het!" Men zal zeggen: "Vrede en zekerheid."

Er komt trouwens nog iets bij in diezelfde periode: tien landen daar in het Midden-Oosten zullen zich gaan verenigen. Er is altijd conflict tussen die landen en tussen die volkeren, maar men zal zich gaan verenigen. Ook dat is vrede. Er zal een rijk ontstaan, een tienstatenbond. Ook daar wil ik morgen nog wat over vertellen.

Bovendien zal er in het Midden-Oosten, in Irak, weer die stad Babylon komen die we vanuit de oudheid kennen, waar het ooit allemaal na de zondvloed mee begon. In die latere periode, in het Babylonische Rijk, het Medo-Perzische Rijk en het Griekse Rijk, was Babylon de hoofdstad. Welnu, in de laatste fase van deze aion wordt Babylon opnieuw de hoofdstad en dat wordt dan echt weer een wereldhandelscentrum. Dat blijkt uit alles zoals dat in de Openbaring beschreven wordt. Zekerheid dus, ook financiële en economische zekerheid. Het zal een geweldig rijk zijn dat daar tot bloei komt. Men zal zeggen: "Vrede en zekerheid."

Terwijl zij zeggen "Vrede en zekerheid" – ik ga weer even terug naar 1 Thessalonika 5 – dan overkomt hen een plotselinge ondergang. Waarom? Nou, je leest dat de offerdienst wordt stopgezet. Om welke reden dat gebeurt, laten we nu even in het midden, maar er wordt een afgodsbeeld op het tempelplein neergezet en dan begint Israëls grote verdrukking. Dat zal een ondergang zijn, en die is ook plotseling, zoals de barensweeën een zwangere vrouw overvallen. Het staat erbij: ze zullen geenszins ontkomen. Het gaat absoluut gebeuren.

En nu zegt Paulus dit: "Maar jullie, broeders, zijn niet in de duisternis, zodat die dag jullie als een dief zou overvallen." Ziet u wat ik zojuist al probeerde te zeggen? Men zegt wel: "Ja, die dag van de Heer komt als een dief in de nacht." Zeker, zegt Paulus, maar dat geldt voor de wereld. De wereld weet niet wat er gaande is. Ze weten niet hoe laat het is en ze weten niet wat er voorzegd is. Ze weten dus ook niet dat die vrede en die zekerheid waar men zo euforisch over is, in werkelijkheid de introductie is – of eigenlijk het begin van het einde.

Paulus zegt: "Jullie, broeders, jullie zijn niet in de duisternis, zodat die dag jullie als een dief zou overvallen." Waarmee dus gezegd is wat Paulus al aangaf: hij zegt dat het helemaal niet nodig is om te vertellen over de tijden en gelegenheden, want jullie weten dat nauwkeurig. Hoe weten wij nu dat het moment van die wegrukking inderdaad aanstaande is? Wanneer begint het aftellen? Nou, dat begint als men zal zeggen: "Vrede, vrede... geen zekerheid... vrede, vrede, zekerheid!"

Paulus zegt dat juist dat in werkelijkheid schijn blijkt te zijn, maar wel voor een hele korte periode. En dus, als zij dat zeggen, dan weten wij in ieder geval met recht hoe laat het is. Dan kunnen wij gaan aftellen en dan weten we: nu gaat het dus gebeuren.

Kan die wegrukking dan nu al gebeuren? Dan zeg ik: nee, dat kan nog niet. Want wij weten dat dat pas zal gebeuren wanneer men dat zal roepen. Dat zal een heel bijzondere tijd zijn waar we morgen nog wat dieper op zullen inzoomen, maar die tijd zal juist voorafgegaan worden door heel veel oorlogsdreiging, zodat men zal snakken naar vrede. En als dan eindelijk die verwachte en gehoopte vrede zal aanbreken – met name daar in Jeruzalem en in het Midden-Oosten – en er eindelijk rust en zekerheid is, wel, als die voorwaarden zich voordoen en worden gerealiseerd, dan weten wij: nu gaat het gebeuren. Het hoeft ons dus niet te overvallen; we weten dan hoe laat het is. Want, zegt Paulus...

Zonen van het Licht: Wakker en Nuchter Zijn ↑ hoofdstukken

Ik lees even verder, want jullie zijn allen zonen van het licht. Ik bedoel jullie; hij spreekt hier de gelovigen in Thessalonika aan en in het algemeen alle gelovigen, want deze brieven zijn aan ons gericht. Deze apostel van de natiën richt zich tot de Ecclesia, dat lichaam van Christus, en hij zegt: jullie zijn allen zonen van het licht. Hoezo? Wel, wij kennen Zijn woord. Wij leven bij het licht daarvan, ook bij het licht van het profetisch woord. Wij zouden dus helemaal niet in het duister hoeven te tasten. Integendeel, ik vind het trouwens een geweldig besef dat wij weten wat God al zo lang tevoren heeft laten boekstaven. Het staat geschreven, zwart op wit. En de enige die werkelijk informatie kan geven over het doel is Hijzelf. En dat heeft Hij ook gedaan. Dus bij dat licht wandelen we. Wij zijn zonen van, wij erven dat licht. Wij leven bij dat licht.

Hoe weten wij dat, hoe kunnen wij daar zo zeker van zijn? Wel, God heeft het Zijne erover gezegd. Jullie zijn allen zonen van het licht. Jullie zijn zonen van de dag. Wij zijn niet van de nacht of van de duisternis. Wij tasten dus ook niet in het duister; wij weten het. Waarom? Niet omdat wij zo knap of intelligent zijn, maar gewoon omdat God heeft gesproken. We wandelen bij dat licht. En hij zegt dat wij dus in de dag leven en in het licht. En Paulus zegt: als dat dan zo is, laten wij dan ook niet sluimeren zoals de overigen, maar wakker en nuchter zijn.

Nou weet u ook meteen waarom ik deze verzen, dit Bijbelgedeelte, voor vanavond heb uitgezocht. Want ja, het mag duidelijk zijn dat als we het dit weekend hebben over 'wakker en alert', we die schriftplaatsen selecteren die juist daar betrekking op hebben. Paulus zegt in dit hoofdstuk en in deze verzen dus: wij zijn van de dag. Wij behoren het licht toe. We hebben het profetisch woord dat schijnt als een lamp in een donkere plaats. Hij zegt: wel, wij zijn van de dag, laten we dan niet sluimeren; dat doe je in de nacht. Laten we wakker zijn en nuchter. Wakker, terwijl de wereld als een blok in slaap is. En weet u, het idee is ook: wij weten, wij zien. Wakker betekent ook dat je ziet wat er gaande is en ook weten wat de tijd is. Iemand die slaapt, weet niet hoe laat het is. Iemand die wakker is, die weet dat wel, of die kan het gewoon weten: kijk, zo laat is het en nu gebeurt dit. Aha, dan weten wij ook hoe laat het is, als u begrijpt wat ik bedoel.

Wel, zo hebben wij een profetische klok. Er zijn allerlei gebeurtenissen in de wereld en ook dat wil ik bij de volgende gelegenheid, morgenochtend, wat nader uiteenzetten: hoe belangrijk het is om die klok te hebben en te weten, met recht, hoe laat het is. Misschien niet tot in de kleinste details, maar dat je in elk geval weet: in deze tijd, in deze nachtwaak — ik loop nu vooruit op wat ik morgenavond ga vertellen en uitleggen — gaat het gebeuren.

En Paulus zegt: laten wij dus ook niet sluimeren zoals de overigen, maar wakker en nuchter zijn. Nuchter wil zeggen dat je niet onder invloed bent, niet bedwelmd, dat je niet meer helder ziet, geen scherp oordeel meer hebt of je evenwicht kwijtgeraakt bent. Het betekent in figuurlijke zin dat je niet meegaat in de hypes en de waan van de dag; dan ben je ook niet nuchter. Dat is trouwens ook een heel praktisch element. Ik denk dat we hier samen zijn rondom het Woord; we openen de Bijbel en we willen weten: wat staat er eigenlijk, wat heeft God gezegd? En wat heeft Paulus, de apostel van de natiën, allemaal over deze tijd gezegd? Wel, zorg dat je je dáárop oriënteert en je niet gek laat maken door alles wat er in de wereld speelt.

Dat is in dat opzicht zo actueel. Er is nooit een tijd geweest waarin misleiding zo massaal op ons afkomt als juist deze tijd. Ik bedoel, de media staan voortdurend dingen naar je toe te roepen en het komt zo indringend binnen, dagelijks. Niet alleen maar zoals vijftig jaar geleden met het journaal of als je de tv aanzette, maar nu is het echt dagelijks. Elk uur, elk moment heb je altijd maar die informatie, desinformatie, fake news en waan. Dat wat het ene moment allemaal zo gehyped wordt, blijkt op een ander moment alweer totaal voorbijgegaan te zijn, achterhaald. Maar als je je door die dingen allemaal gek laat maken, dan heb je het slecht en bovendien word je gewoon voortdurend bij de neus genomen. Dat is altijd al zo geweest, maar nooit is het zo op ons afgekomen en zo indringend.

Daarom is het ook zo'n zaak, juist nu het zo indringend op je afkomt, nu je ermee wordt doodgegooid en zo wordt overspoeld door allerlei info en waan, dat je je bewust bent van: wat staat er geschreven? En om dan wakker te zijn en ook nuchter. Dat je gewoon alle onzin van de wereld kunt parkeren. Even snel in de krant: oké, dan weten we in ieder geval wat zij zeggen, en dan weer gauw terug naar wat er staat geschreven, want dat is het enige wat echt relevant is. Dat is nuchter.

Zij die sluimeren — er staat eigenlijk 'dutten' — sluimeren des nachts. Ja, daar hoort dat bij. Zij die zich bedrinken, zijn des nachts dronken. Dus de nacht heeft te maken met duister en sluimeren. Ja, dat wordt ook geassocieerd met onder invloed zijn, bedwelmd zijn, waardoor je de dingen niet meer nuchter kunt zien. Paulus zegt: ja, die dingen horen bij elkaar. Wij echter, zegt hij dan in vers 8, wij echter zijn van de dag.

De Geestelijke Wapenrusting: Geloof, Liefde en de Hoophelm ↑ hoofdstukken

Hoezo? Wel, wij wandelen bij het licht en welke houding, welke attitude hoort daarbij? Wel, dat is dat we nuchter zijn, wakker en alert. En hij zegt er nog iets bij in vers 8. Dat is militaire beeldspraak, want het idee is ook dat we feitelijk betrokken zijn in een enorm conflict. Ik zou niet zeggen dat wanneer je zo in vrede zit te kijken en het zonnetje schijnt, het allemaal prachtig en mooi is, want er is een gigantisch conflict gaande tussen licht en duisternis. En dan komt het erop aan om staande te blijven en beschermd te worden. Hij zegt: nuchter, wakker en dan ook het borstharnas van geloof en liefde aantrekkend.

Vergis je niet, dat staat trouwens niet in 1 Thessalonika 5, maar dat zegt Paulus in de Efezenbrief: onze strijd is niet tegen vlees en bloed. Niet tegen mensen. Er zijn invloeden, zoals de overste van de macht der lucht, figuren achter de coulissen en de schermen die het op ons gemunt hebben. Feitelijk zijn wij hun rivalen, want zij zijn nu nog boven. En zij weten: als wij naar boven gaan, dan gaan zij naar beneden. Die overheden en machten daar in de hemelse gewesten zijn met recht rivalen; in hun ogen zijn wij dat ook. Als wij naar boven gaan, dan gaan zij naar beneden; die twee matchen niet. Vandaar ook dat zij het op ons gemunt hebben. Daarom zegt Paulus dat het in dat conflict zo belangrijk is om beschermd te zijn en het borstharnas van geloof en liefde aan te trekken.

Dan heb je een geestelijke wapenrusting en ik vind het wel apart dat hier ook weer die bekende trits wordt genoemd van geloof, liefde en hoop, in deze volgorde. Het borstharnas versta ik tenminste zo: dat borstharnas beschermt je hart en de longen; het geeft je lucht. Geloof heeft te maken met vertrouwen. In wat? Wel, vertrouwen in God. En wat bedoelen we daarmee? Vertrouwen in wat Hij heeft gesproken, in Zijn belofte. Hij heeft dingen gemeld, Hij heeft ons een bericht gegeven en gesproken over de toekomst. Daar vertrouwen we op. Bovendien kennen we Zijn liefde. Dat is toch het evangelie? De boodschap van het evangelie is de boodschap van de liefde van God. Hij houdt van deze wereld.

Hier wordt het Griekse woord agape gebruikt. De meesten van jullie hebben daar denk ik al vaker over gehoord, maar over agape moet je dit weten: dat is de liefde van God die onvoorwaardelijk is. Er zijn allerlei vormen van liefde. Eros is lichamelijke aantrekkingskracht — erotiek is daarvan afgeleid — maar het heeft te maken met de aantrekking tot de ander. Je hebt ook nog zoiets als sympathie; je vindt iemand aardig, wat zijn oorzaak vindt in de eigenschappen van de ander. Maar agape, dat is de liefde van God zelf die onvoorwaardelijk is. God houdt van elk schepsel, omdat het Zijn schepsel is. Het is van Hem. Agape is de liefde die Hij heeft omdat het Zijn creaturen zijn. Als je zo naar andere mensen en de hele wereld kunt kijken, naar Zijn creatie, dan weet je dat het van Hem is. Als je dat weet, dan begrijp je ook het evangelie, want dan weet je dat God van deze wereld houdt, van elk mens en van elke creatuur. Dat laat Hij toch nooit varen? We zijn deze samenkomst begonnen met dat lied: 'die nooit laat varen, die nooit zal verlaten wat Zijn hand begon'. Dat is het evangelie.

Waar het op aankomt als je wakker en alert bent, is weten wat er staat geschreven, weten hoe laat het is en weten wat je mag gaan verwachten. Het betekent ook dat je op de hoogte bent van wat er voorzegd is, dat je vertrouwt op Zijn woord en diep overtuigd bent van het feit dat Hij van Zijn schepping houdt. Hij gaat alles, door alle wegen en diepten heen, tot een voltooiing brengen. Dat is de liefde. Als je dat hebt, dan is je hart en zijn je longen beschermd. Dan kun je weer ademhalen, om het zo te zeggen. Dan gaat je hart ook weer kloppen en dat geeft lucht.

Bovendien noemt Paulus de hoophelm van redding, de helm van hoop. Specifiek in dit geval houdt die redding in dat wij straks geëvacueerd worden. Wij worden gered en dat is waar wij het oog op hebben gericht. Onze toekomst begint echt wanneer dit sterfelijke lichaam onsterfelijkheid zal aandoen, of als het eventueel al gestorven is en we in de graven zijn, wanneer het opgewekt wordt. Op het moment dat die transformatie plaatsvindt, onze lichamen onsterfelijk worden en we Hem tegemoet gaan, dan gaat het echt beginnen. Als dat het echte startschot is, dan wil je ook graag weten hoe het zit met de tijden en gelegenheden. De Thessalonikers waren daarvan op de hoogte en nu is de vraag of wij dat ook zijn. Daarom komen we zo'n weekend bij elkaar, om je daar bewust van te worden. Dat is die hoop, de hoophelm. Wel, wij hebben een hoop hoop, hoor; zoveel verwachting.

Want, zegt Paulus, ik maak het nog even af: God stelt ons niet tot toorn. De toorn die over deze wereld gaat losbarsten, daarvan worden wij, vlak voordat dat gaat gebeuren, geëvacueerd. Dat plaatje moet dat ook ondersteunen; we worden in veiligheid gebracht. Dat heeft een hele belangrijke functie, niet alleen om in veiligheid te zijn. Dat komt ook omdat de mannelijke zoon, het lichaam van Christus, de gelovigen die één met Hem zijn, vanaf dat moment een plaats in de hemel krijgen bij God en Zijn kroon, bestemd voor de heerschappij. Dan begint onze eigenlijke, echte taak daarboven. Dit is alleen maar aanloop en preparatie daarvoor; belangrijk genoeg, maar dan begint de echte taak.

Paulus had al eerder in deze brief geschreven dat wij wachten op Zijn Zoon vanuit de hemelen. Want Hij komt dan, het Hoofd, en dan worden we verenigd: Hoofd en lichaam. Zijn Zoon uit de hemelen, die God opwekte vanuit de doden, Jezus, die ons bergt of in veiligheid brengt vanuit de komende toorn. Het idee is inderdaad dat we als uit de muil van een leeuw worden weggerukt en in veiligheid gebracht, geborgen en in veiligheid gebracht. Waarom? Wel, God stelt ons niet tot toorn, maar tot het verkrijgen van redding door onze Heer Jezus Christus. Die stierf ten behoeve van ons, opdat wij, hetzij wij waken, hetzij wij sluimeren, tegelijkertijd samen met Hem zullen leven. Dit is in feite wat Paulus hier als samenvatting geeft. En ik wil trouwens nog op iets heel bijzonders wijzen.

Bemoediging: Hetzij Wij Waken, Hetzij Wij Sluimeren ↑ hoofdstukken

Paulus zegt dit: denk eraan, er is er één die voor ons stierf. En waarom? Opdat wij, hetzij wij waken, hetzij wij sluimeren, tegelijkertijd samen met Hem zullen leven. Het idee is dus niet dat alleen zij die waakzaam zijn daarbij zullen zijn. Nee, ook degene die sluimert. Dat is een goed bericht, hè? Toch? Jawel. Wat verondersteld wordt, is dat je het evangelie kent, maar ook als je niet wakker bent, als je niet weet hoe laat het is, maar je behoort bij dat lichaam, dan maakt het niet uit als het gaat om de vraag of we meegaan en of we met Hem zullen leven. Worden wij inderdaad tegelijkertijd... zullen wij Hem dan tegemoet gaan? Natuurlijk.

Hetzij wij waken, hetzij wij sluimeren, want dat staat namelijk volledig los van onze houding. Het is eigenlijk opvallend dat dit een verschil is met wat we in de evangeliën treffen. Daar gaan we het morgen over hebben. Als je dat bijvoorbeeld leest over die wijze en die dwaze maagden, dan wordt juist heel erg gezegd: "Als je slaapt... ja, nee, dat heb ik mooi vergeten." Nee, dat is voor ons niet zo. Hetzij wij waken, hetzij wij sluimeren. Het is beroerd genoeg. Ik bedoel, wij die bij de dag horen, we zouden nuchter zijn en in het licht wandelen, maar zelfs als je sluimert – dat is wat Paulus hier zegt – dan zul je net zoals degenen die waken, tegelijkertijd samen met Hem leven.

En Paulus zegt daarom – ik vind het heel logisch –: "Daarom bemoedigen we elkaar." Nou, dat vind ik wel een reden om elkaar te bemoedigen, toch? Dat ongeacht onze conditie, als we bij Hem horen en je bent door Hem geroepen en je kent al het evangelie van Hem, dan ben je een eersteling. Dan ben je door Hem uitgekozen en dan valt dat lot jou zomaar ten deel. En daarom zegt Paulus: "Bemoedig elkaar." Want het hangt namelijk niet van jou af, het hangt van Hem af. Hij roept. Bouw elkaar op. En Paulus stelt vast bij de Thessalonicenzen: "Jullie doen dat ook." Want ze leefden daarbij met dat woord en ze waren daar zo blij mee.

En ja, dat is ook de reden waarom wij hier nu anno 2023 bij elkaar zijn. En nu, op het moment dat het moment suprême bijna gaat aanbreken... Je denkt: "Gaat het nu al gebeuren?" Nee, er moet nog wat... er moet nog wat gebeuren. Men zegt nog niet... Het is nu nog niet wat er in Israël of wat er nu geroepen wordt in de wereld van "vrede, vrede". Nee, dan gaat het binnenkort wel gebeuren. En dan gaan wij aftellen. Maar dat moet je weten, zodat die dag jou niet zal overvallen als een licht in de nacht.

En Paulus zegt: "Hoe dan ook" – en daarmee wil ik afsluiten – "bemoedig elkaar." Wijs op wie Hij is en wat Hij vermag te doen. Wees wakker, wees alert, wees je bewust van waar Hij gesproken heeft. En verblijd je daarin en bemoedig elkaar daarin. Zullen we het daarbij dan laten voor deze eerste bijeenkomst?

🎧 wakker & alert 1
Delen: