GoedBericht.nl logo
UltimateGoodNews

wakker & alert (3)

25-06-2023 - Geplaatst door Andre Piet
zaterdagavond 24 juni 2023, Maarn

De gelijkenis van de vijf wijze en vijf dwaze maagden is een bekend verhaal, maar slechts zelden wordt gewezen op de specifieke tijd en plaats waarin ze actueel zal zijn. Het heeft alles met Israël en de tijd van de grote verdrukking van doen!

In het voorwoord (in video: minuut 14:12) wordt door de Art den Boer korte uiteenzetting gegeven ook de eindtijdelijke kanten van de ontwikkelingen rond AI (Kunstmatige Intelligentie). De pdf van zijn presentatie staat onderaan deze pagina.

Powered by RedCircle

📝 Samenvatting & Transcriptie van deze lezing

Samenvatting van deze toespraak

Deze studie behandelt de gelijkenis van de wijze en dwaze maagden uit Matteüs 25 en plaatst deze expliciet in de toekomstige profetische tijd ná de wegrukking. Het gaat hierbij niet over de huidige gelovigen, maar over individuele Israëlieten die tijdens de naderende Grote Verdrukking tijdig naar de woestijn moeten vluchten. De fakkels symboliseren het profetisch woord en de olijfolie staat voor geest en leven, welke noodzakelijk zijn om de nachtwaken te onderkennen. Waakzaam zijn betekent in deze context dat men het profetische tijdpad verstaat om uiteindelijk behouden de bruiloft van het Messiaanse Rijk binnen te kunnen gaan.

“Weet wat voor Israël is, weet wat voor ons is, en dat geeft een enorm zicht. Dat helpt je ook juist om wakker en alert te zijn.”

Introductie en Terugblik op Eerdere Studies ↑ hoofdstukken

Ja, wij gaan verder met onze serie over wakker en alert. Dit keer gaan we het hebben over een parabel, een gelijkenis die we aantreffen in Matteüs 25.

Maar eerst nog even het geheugen opfrissend. Gisteravond, tijdens de eerste studie, hadden we het over de wegrukking ter gelegenheid van fase 1 van de parousia van Christus, waarbij wij als gelovigen – de Ecclesia – zullen worden weggerukt. Die dag, zo zegt Paulus in 1 Thessalonicenzen 5, zou ons niet overvallen als een dief. Want hoewel de dag voor de wereld komt als een dief, geldt dat niet voor hen die op de hoogte zijn en leven in het licht; zij weten precies hoe laat het is.

Vanmorgen, bij de tweede studie, hebben we ons wat specifieker bepaald bij de vraag wat de tijd waarin wij leven – en dan met name de laatste decennia, pakweg de laatste honderd jaar – zo uniek en bijzonder maakt. We zagen dat je op objectieve gronden, dus niet zomaar op basis van gevoelens of persoonlijke associaties, heel objectief kunt vaststellen dat de tijd is aangeland. Daar hebben we, denk ik, een aantal hele goede Bijbelse redenen voor kunnen vinden. Daarbij hebben we met name aan het einde nog gezien wanneer voor ons het echte aftellen begint. Dat is wanneer men zal zeggen: "Vrede, vrede", wanneer er een tempeldienst zal komen in Jeruzalem en de gelederen in het Midden-Oosten zullen worden gesloten. Daar zal dan inderdaad sprake zijn van vrede, maar het is een schijnvrede, want deze zal drastisch en plotseling worden beëindigd.

In deze derde studie gaat het niet over de tijd vlak voorafgaand aan de wegrukking, maar over de betekenis van waakzaamheid in de tijd ná die wegrukking. Ik gebruik nog steeds die term die Paulus gebruikt in 1 Thessalonicenzen: we worden van deze aarde weggegrist. In Matteüs 25 gaat het echter over de tijd die daarna zal aanbreken. De gelijkenis is, denk ik, heel bekend en wordt zelfs op de zondagsschool dikwijls verteld. Het verhaal van de vijf wijze en de vijf dwaze maagden laat zich immers heel gemakkelijk vertellen. Laten we daar nu eens naartoe gaan.

De Profetische Context van Matthéüs 25 ↑ hoofdstukken

Ik moet er om te beginnen dit bij zeggen: deze gelijkenis heeft de Heer Jezus uitgesproken ter gelegenheid van de rede die Hij hield vlak voor, een paar dagen voor Zijn gevangenneming en Zijn sterven. Het is de laatste week van Zijn leven hier op aarde. Waar we het eerder over hadden: Hij heeft toen op de Olijfberg gezeten en gesproken over de dingen die aanstaande zouden zijn. Hij werd gevraagd naar wat het teken is van de komst van de Messias, maar ook van het einde van de aeon. En dan steekt Hij van wal en geeft Hij antwoorden op die vragen, terwijl ze uitzicht hebben over de gebouwen van de tempel en over Jeruzalem. Hij vertelt daar die beroemde rede. Men noemt het in het Engels heel vaak 'the second sermon on the mount', de tweede bergreden. Zoals Matteüs 5 tot 7 de eerste bergreden is — trouwens op een andere locatie, maar ook weer op een berg. En een berg heeft in de Bijbel in zijn symboliek altijd te maken met het koninkrijk.

Als in Matteüs 25 die gelijkenis aanvangt, dan staat er: "Dan zal het Koninkrijk der Hemelen..." Dat is niet het koninkrijk in de hemelen, maar dat is een hemels koninkrijk dat zijn oorsprong heeft in de hemel en dat zal neerdalen op de aarde. Zoals Daniël er ook over spreekt: die steen die van de berg afrolde en alle menselijke koninkrijken teniet zal doen, waarna een koninkrijk vanuit de hemel op aarde gevestigd zal worden. En dan zegt de Heer Jezus dit: "Dan zal het Koninkrijk van de hemelen vergeleken worden met..." Let op, dit is dus heel specifiek in de tijd geplaatst.

Zo wordt het meestal uitgelegd — voor zover het al uitgelegd wordt: men trekt het vaak heel breed, zelfs in termen van hemel en hel, wat er helemaal niets mee te maken heeft. Maar de Heer zegt: "Dan", dus in die tijd waar ik het zojuist over had. Eigenlijk sluit dit ook direct aan. Matteüs 24 en 25: we hebben in onze hoofdstukindeling wel een onderscheid gemaakt en die indelingen zijn prima voor het gebruikersgemak, maar uitlegkundig hebben ze geen enkele invloed. Matteüs 25 sluit gewoon direct aan op Matteüs 24 en dan zegt Hij: "Dan, in die tijd waar ik het zojuist over had, dan zal het Koninkrijk van de hemelen vergeleken worden met..."

Hij had het dus zojuist gehad over de grote verdrukking die over Israël zou komen. Hij zegt daar: "Wie dan in Judea zijn, die zouden vluchten." Hij spreekt ook over het einde van die grote verdrukking, namelijk als de Messias zal komen, als de Ben Adam zal verschijnen en het uitverkoren volk zal verzamelen van alle einden van de hemelen en zal brengen in het land. Hij spreekt ook over de voleinding van deze aeon. Daar ging de vraag eigenlijk ook over: wanneer is het einde van de aeon en wat zijn de kenmerken daarvan? Kortom: precies die dingen waar we ons dit weekend mee bezig houden. Het gaat over het einde van dit wereldtijdvak en dat God gaat ingrijpen, waarbij een heel nieuw wereldtijdperk gaat aanbreken waarin de Messias orde op zaken zal stellen vanuit Israël over de volkerenwereld, et cetera. Dat is de voleinding van deze aeon.

Over die tijd, daar ging het over. En dan zegt de Heer Jezus: "Dan, in die tijd, zal het Koninkrijk van de hemelen vergeleken worden met..." Dus ga nou niet zeggen dat deze gelijkenis betrekking heeft op onze tijd, waarmee ik overigens niet zeg dat we daar niets van kunnen leren. We zijn niet voor niets vanavond bij elkaar om juist dit gedeelte te lezen. Het is dus niet zo dat we het geringschatten of dat we er geen waarde aan toekennen. Nee, het gaat erom dat deze gelijkenis actueel wordt; deze vergelijking gaat pas in en wordt van kracht in die tijd waarover ik zojuist uitgebreid sprak. "Dan zal het Koninkrijk van de hemelen vergeleken worden..."

De Tien Maagden en de Dochters van Sion ↑ hoofdstukken

En dan zegt hij: met tien maagden die hun fakkels namen en uitgingen tot ontmoeting van de bruidegom. Eerst hebben we dit: die tien maagden, dat zijn de bruidsmeisjes die de bruid begeleiden. Dat is ook het oorspronkelijke idee van bruidsmeisjes. Ze zijn hier ook. Het eigenaardige is trouwens dat de bruid in deze hele beschrijving niet eens genoemd wordt – wel de bruidegom, en de bruidsmeisjes ook. Maar die bruidsmeisjes representeren eigenlijk ook min of meer de bruid. Die bevinden zich ook in het huis van de bruid en die begeleiden haar. Daar zijn bruidsmeisjes ook voor, trouwens ook bij ons nog, om de bruid te helpen en te assisteren bij het zich verplaatsen met de bruidsjapon, et cetera. Maar in ieder geval inderdaad ter assistentie van de bruid, maar ook om de bruid te begeleiden.

Hoe dan ook, deze tien maagden worden hier zo genoemd, worden opgevoerd. Niet de bruid. Dat is trouwens ook wel opmerkelijk. Kijk, het gaat hier niet over Israël als natie. In de Bijbelse symboliek is Israël altijd de bruid. Wat ik nu zeg, zo even kortweg als een vanzelfsprekendheid, is voor de meeste christenen in ieder geval al niet zo vanzelfsprekend. Want die spreken dan over de 'bruidskerk', wat in de Bijbel totaal geen grond vindt. De bruid in de Bijbel, kijk het maar na in het Oude Testament, dat is volstrekt helder: dat is Israël. Maar ja, je begrijpt wel dat als je zegt: 'In de plaats van Israël is nu de kerk gekomen, dus alles wat Israël was, dat is nu overgeheveld op de kerk', dan krijg je de gedachte dat wij de bruid zijn. Maar dat is helemaal niet waar. Israël is Israël en God heeft een plan met dat volk. Je leest ook in Hosea, maar ook bij de andere profeten – in Hosea 2 vers 18 waar ik hier naar verwijs – dat Hij zegt: 'Ik zal u, Israël, als tot bruid werven voor de HEER.' En dan wordt ook nog gezegd hoe Hij dat gaat doen, maar in ieder geval: Israël. Dat is volstrekt helder.

Ik moet erbij zeggen dat het hier echt niet zozeer gaat om Israël als natie, maar er wordt juist ingezoomd op de individuele Israëliet. Vandaar ook dat die tien maagden de functie vervullen van de bruidsmeisjes, maar dan met het individuele aspect. Het idee van de bruid zou dat niet goed kunnen illustreren; het gaat daarom over de individuele Israëlieten. Ik zeg dat er even bij, dat wordt vanzelf eigenlijk ook wel duidelijk. Trouwens, in het boek Hooglied komen we ze ook nog wel eens tegen en dan worden ze genoemd de 'dochters van Sion'. Het boek Hooglied, we kennen dat. Ik weet niet in hoeverre je echt op de hoogte daarvan bent, maar dat is pure poëzie. Daarin wordt de liefde bezongen tussen de bruidegom en de bruid.

Eigenaardig is trouwens ook dat de bruid haar bruidegom op een gegeven moment kwijtraakt en hem uiteindelijk weer vindt. Maar als je een klein beetje zicht hebt op de hele heilshistorie, dan weet je dat ook dit typologisch is. Namelijk: de bruid is Israël en de vraag is: waar is de bruidegom? Daar gaat ze op zoek. Uiteindelijk, na lang zoeken, vindt ze de bruidegom. En dat is weer dat happy end aan het einde van hoofdstuk 8 van dit Lied der liederen, want zo heet het eigenlijk in het Hebreeuws. In Hooglied fungeren ze dus ook, die bruidsmeisjes, en daar heten ze de dochters van Sion. Ik kom er straks nog even op terug, maar je leest in Matteüs 25 dat het koninkrijk der hemelen dan vergeleken zal worden met tien maagden die hun fakkels namen.

Ik ga nog even terug naar die dochters van Sion, want die tekst uit Hooglied 3 wil ik toch nog eventjes uitlichten. Daar staat: 'Gaat uit, dochters van Sion, aanschouwt koning Salomo met de kroon waarmee zijn moeder hem kroonde op de dag van zijn bruiloft, op de dag van de vreugde zijns harten.' Dan weet je trouwens ook meteen wie de bruidegom is en wie de dochters van Sion zijn. Eigenlijk is de bruidegom Salomo, de Vredevorst en ook de zoon van David. Je weet meteen waar Salomo een uitbeelding van is: van de zoon van David die in vrede zal regeren. We weten trouwens dat hij duizend vrouwen had. Laatst hoorde ik iemand zeggen – en dat vond ik zo apart – weet je dat als een man in Israël een vrouw trouwde, dat hij dan een jaar vrijgesteld was van de krijg en geen oorlog hoefde te voeren? Salomo! Ja, vul het plaatje zelf nu maar in. Salomo had duizend vrouwen. Je zegt: 'Tja, daar kunnen we nu grapjes over gaan maken.' Allemaal goed, maar ik maak nu even geen grapjes. Salomo is een uitbeelding van de Vredevorst. Hij heeft ook geen oorlog gevoerd; zijn naam betekent ook vrede, Sjalom. Maar in ieder geval: hij zal duizend jaren in vrede regeren, zonder oorlog te voeren. Dus je ziet ook daar weer de connecties.

Oké, daar heeft Hooglied alles mee te maken. Natuurlijk kun je het allemaal letterlijk nemen, tot je dienst, ik heb daar ook helemaal geen bezwaar tegen. Maar de profetische strekking mag je zeker niet ontgaan: de bruid als type van Israël en de bruidegom als type van de zoon van David die in vrede zal regeren. Wel, daarover gaat het uiteindelijk. En die dochters van Sion vervullen dezelfde functie als die je ook hier in Matteüs 25 tegenkomt.

Even verdergaand: vijf echter van hen waren dom – 'dwaas' lees je in andere vertalingen. Ze gebruikten hun verstand niet; dat is eigenlijk wat dom is. Het betekent niet dat je niet genoeg intelligentie hebt of niet genoeg verstand hebt, maar dat je je verstand niet gebruikt. Er zijn twee zaken: het is onverstandig als je het verstand dat je hebt gekregen niet gebruikt. Maar vijf daarvan waren verstandig. Want de dommen namen hun fakkels mee, maar geen olie. Ja, dat was heel dom.

Het is heel aardig: ik kwam tegen dat het woord 'fakkel' in het Grieks dat hier gebruikt wordt, lampas is, waar ons woord 'lamp' weer van afgeleid is. Maar het gaat eigenlijk niet over lampen. Dat is een beetje het ingewikkelde, want dat is namelijk een ander woord, lugnos, dat ook in het Matteüs-evangelie met 'lamp' wordt vertaald. Het zijn dus geen lampen; het is een ander woord dan wat elders in Matteüs gebruikt wordt. Het gaat echt inderdaad over fakkels, waarbij het idee is dat het een stok is waarvan de top is gewikkeld in lappen die gedrenkt worden in olie. Als je dat aansteekt, kan dat een kwartier of zo branden. Dan heb je een fakkel, maar na een kwartier is dat dan weer op en dan moet je hem weer opnieuw in de olie dopen en dan gaat hij weer opnieuw branden. Dat is het idee. Nou, die dommen hadden wel een fakkel bij zich, maar die hadden geen reserve-olie bij zich. Dat is niet slim natuurlijk, dan ben je niet goed voorbereid. Vandaar ook dat ze dom worden genoemd. De anderen waren logischerwijs wel verstandig genoeg. De verstandigen namen olie in de vaten met hun fakkels; die hadden olie in voorraad.

De Symboliek van de Fakkels, het Woord en de Olijfolie ↑ hoofdstukken

Laten we eens kijken naar de beelden die hier gebruikt worden. Ik denk dat de fakkel in het algemeen — dat wat licht geeft — een beeld is van de Schrift, het profetisch woord. Het is een lamp voor onze voet en een licht op ons pad. De olie spreekt meer specifiek van geest en van leven. Die olie is trouwens geen aardolie, maar in de Bijbel is het olijfolie. En dat is een beeld. Ik realiseerde me trouwens nu ineens ter plekke dat die olijven werden gewonnen op de Olijfberg.

Op de Olijfberg werden die olijven geperst. Er was daar ook een speciale plaats voor en die heette Getsemané; dat was de olijvenpers. Wat daar vrijkomt, is olijfolie, wat heel vitaliserend is, maar ook juist gemaakt werd om licht te geven. Daarom is het een beeld van de geest. Ook in het heiligdom had dat een belangrijke functie. Het is tevens een beeld van leven, want u weet: een olijfboom is sowieso een boom die niet doodgaat. De boom is zichzelf regenererend en deze bomen kunnen duizenden jaren oud worden. Daarmee zijn ze een beeld van leven, van onvergankelijk leven.

Olijfolie is inderdaad een beeld van geest en leven, wat trouwens ook synonieme begrippen zijn. Want als je de geest krijgt, dan krijg je het leven; en als je de geest geeft, ja, zelfs dan. Daarmee heb ik het in feite samengebracht. Dan de vaten die hier genoemd worden: de maagden namen olie mee, ze hadden fakkels, maar ze namen ook olie in de vaten als reserve. En wat is een vat? Dat is gewoon een instrument waar je iets in kunt doen. In feite zijn wij mensen ook allemaal vaten. Holle vaten. Maar waarom moet een vat hol zijn? Nou, omdat het gevuld moet kunnen worden. Dat is wat een mens is: een mens wordt geacht gevuld te worden. Waarmee? Met geest. Of zo u wilt: met leven. Oftewel met Zijn woord. Maar waar krijg je dat? Dat komt vanuit de Schriften.

De specifieke details worden hier in de tekst niet eens verklaard, maar we worden geacht bekend te zijn met deze beeldspraak. Trouwens, zelfs als je de verbanden nog even loslaat, dan kan het je moeilijk ontgaan. Belangrijk is wel dat je weet wanneer deze gelijkenis inderdaad actueel is. Die verstandigen hadden dus wel olie in de vaten, met hun fakkels erbij.

Het Uitblijven van de Bruidegom en de Roep Ter Middernacht ↑ hoofdstukken

Toen de bruidegom echter uitbleef – en dat is ook een eigenaardig gegeven, want dat vind je juist ook in de navolgende gelijkenis van de talenten weer terug, en op een andere plaats vind je in de gelijkenis van de ponden dezelfde gedachte. Want de komst van de heer des huizes, in dit geval wordt hij de bruidegom genoemd, duurt langer dan aanvankelijk gedacht. Deze hint vinden we in de evangeliën veel vaker. En ja, dat zien we ook; we weten hoe dat inderdaad bewaarheid is geworden. In de eerste eeuw dacht men dat het toen zou gebeuren. Daar was trouwens ook alle reden voor. Bij de discipelen hadden ze bijvoorbeeld het idee – je leest dat aan het einde van het Johannes-evangelie – dat het gerucht rondging onder de discipelen, de apostelen dus, dat Johannes de terugkeer van de Messias nog zou meemaken. Niet omdat de Heer dat expliciet had gezegd, maar hij had het min of meer gesuggereerd. Die suggestie was trouwens ook niet eens helemaal onwaar, want Johannes heeft inderdaad de Openbaring meegemaakt. Dus linksom of rechtsom kom je daar wel uit.

Maar in ieder geval gaat het me even om het idee dat het allemaal langer heeft geduurd dan aanvankelijk gedacht. Eigenlijk wat ik nu zeg is een understatement, want de meesten zeggen nu: "Ja hallo, er werd gezegd dat hij spoedig zou komen, maar we zijn nu 2000 jaar verder." Maar wacht eventjes, Petrus voorzegt dat al tegen het einde van zijn leven, in de jaren zestig, vlak voor de val van Jeruzalem. Hij schrijft dat er spotters zullen komen die zullen zeggen: "Waar blijft de belofte van zijn komst?" Hij zegt dat hen willens en wetens het een en ander ontgaat. Hij zegt: "En dit ene mag u niet ontgaan, geliefden, dat voor de Heer één dag is als duizend jaar, en duizend jaar als één dag." Dat haalt hij nog een keer aan, een waarheid die we trouwens ook al in het Oude Testament tegenkomen. Hij zegt er eigenlijk mee dat de Heer zijn belofte niet vertraagt; Hij talmt niet. Nee, zo rekent de Heer simpelweg. Dus we zijn nu eigenlijk twee dagen verder. De derde dag is aanstaande, of anders gerekend: de zevende dag is aanstaande, maar daar hadden we het vanmorgen al over.

Hoe dan ook, om het lange verhaal kort te maken: de bruidegom bleef uit. Het duurde langer. Het idee is niet eens zozeer dat de bruidegom vertraging opliep, maar dat die bruidsmeisjes het waarschijnlijk anders hadden ingeschat qua timing en dergelijke. De bruidegom bleef uit en toen dommelden zij allen in en zij sluimerden. Let op: állemaal. Dus niet alleen die dwaze of domme meisjes, maar ook de verstandigen. Ze worden hier daardoor niet onverstandig genoemd, maar ook zij dommelden in. Ja, niets menselijks is hen vreemd, en toch waren ze verstandig; dat hadden we al gezien.

En dan komen we bij vers 6: "Maar ter middernacht klonk een geroep: Let op, de bruidegom! Gaat uit om hem te ontmoeten!" Eerst over die "middernacht": dat wil zeggen, midden in de nacht. Dat verwijst juist ook weer naar waar de Heer het zojuist over had terwijl hij op de Olijfberg zat. Hij had gesproken over die grote verdrukking en hij zegt dan dat het zo duister zal zijn. Er zal een grote verdrukking zijn zoals er nooit ter wereld is geweest en trouwens ook nooit meer wezen zal; zo heftig is dat dan. Maar dan lees je ook dat vlak voor de aanvang van die grote verdrukking men zal moeten uitgaan om de bruidegom tegemoet te gaan, namelijk door naar de woestijn te vluchten. En nu ga ik jullie eens even meenemen.

De Grote Verdrukking en de Vlucht Naar de Woestijn ↑ hoofdstukken

We gaan naar Matteüs 24. Want de Heer Jezus heeft gezegd — ik herhaal het — dat het Koninkrijk vergeleken zal worden met... Nou, dan moeten we even weten over welke tijd Hij het heeft. Dan bladeren we even terug naar Matteüs 24. Daar zegt Hij, en ik lees voor uit de NBG-vertaling: "Wanneer gij dan de gruwel der verwoesting, waarvan door de profeet Daniël gesproken is, op de heilige plaats ziet staan..." Het Tempelplein in Jeruzalem dus. Je kunt dat gewoon aanwijzen; vanaf de Olijfberg zie je dat allemaal liggen. Wanneer je dan die gruwel der verwoesting ziet staan... Een gruwel is een afgodsbeeld. We hadden het er al over: er gaat straks een moment komen dat er weer een tempeldienst en een offerdienst zal zijn. Die zal op een gegeven moment drastisch verstoord worden en dan wordt er een afgodsbeeld geplaatst op dat Tempelplein. De profeet Daniël spreekt daar al over in Daniël 12. De Heer zegt: als je dat ziet staan op de heilige plaats — en er staat bij: "wie het leest, geve er acht op", wees alert en waakzaam — laten dan wie in Judea zijn... Waarmee opnieuw is gezegd dat dit niet alleen heel gespecificeerd is in tijd (wanneer het Koninkrijk vergeleken zal worden met), maar ook heel gespecificeerd is in locatie.

"Laten dan wie in Judea zijn" — het Joodse land. Dit is maar niet een universele, algemeen gangbare gelijkenis die altijd maar van toepassing is. Dan misplaats je deze gelijkenis. "Laten dan wie in Judea zijn," ik lees even verder, "vluchten naar de bergen." Elders lees je: vluchten naar de woestijn. Eigenlijk naar het buitenland. Dan moet je maken dat je wegkomt. Want er staat ook: wie op het dak is, moet niet naar beneden gaan om zijn huisraad mee te nemen. Bid dat die vlucht niet in de winter valt en niet op een Sabbat. Waarom? Sommige mensen zeggen: "Ja, we mogen daar dan helemaal niet reizen." Je kunt ook zeggen: dan heb je niet eens openbaar vervoer in dat deel van het land. Op het moment dat dat afgodsbeeld in Jeruzalem geplaatst wordt, is dat het laatste moment dat men nog kan vluchten naar de bergen. Daarna kan het niet meer, en vandaar ook dat er absolute haast is. Men moet uitgaan. De bruidegom komt eraan en men moet dan uitgaan; het is dan echt zaak om te maken dat je wegkomt.

Want, zo staat er in vers 21 van Matteüs 24: "Er zal dan een grote verdrukking zijn." Daar komt die uitdrukking dus vandaan: de Grote Verdrukking. Hoezo de Grote Verdrukking? "Zoals er niet geweest is van het begin der wereld en zoals er ook nooit meer wezen zal." Met andere woorden: het is dé Grote Verdrukking. Het is maar niet een verdrukking, of een grote verdrukking; het is dé Grote Verdrukking. Eigenlijk zelfs de grootste verdrukking tot dan toe, maar zelfs ook ooit. Ongeacht of je vooruitkijkt of achterom kijkt, dat is de grootste druk altijd. We praten hier dus niet over kinderspel, maar over een hele diepe ernst. Daar wordt het heel duidelijk gesitueerd in de tijd, maar ook in de plaats: laten wie in het Joodse land zijn, maken dat je weg moet.

Trouwens, in Openbaring, waar we het zojuist en vanmorgen ook al over hadden, vind je dat ook weer terug. Nu komen de lijntjes bij elkaar. Gisteravond had ik er een beetje moeite mee toen ik de dingen uiteenzette. Terwijl ik hier stond, maakte de vertwijfeling zich soms even meester van mij en dacht ik: "Pakt iedereen dit nou wel op?" Ik noemde allerlei dingen over de wegrukking en over het tijdstip. De aardigheid is dat als je gewoon verdergaat, zoals we dat nu ook doen, die onderwerpen via andere routes toch weer terugkomen. Langzamerhand gaan de dingen dan vanzelf duidelijk worden. Waarom zeg ik dat? Wel, je leest in Openbaring 12 ook weer over een vlucht naar de woestijn, maar daar wordt ook de context erbij gegeven.

In Openbaring 12 vers 5 staat geschreven over een vrouw — dat is daar een uitbeelding van Israël, weet u wel, gekroond met twaalf sterren en getooid met de zon en de maan. Zij baarde een zoon, een mannelijke, die aanstonds al de natiën zal hoeden. Dat is gewoon Christus, dat kan niet missen. Maar dan wel inclusief Zijn lichaam; hoofd en lichaam. "En zij baarde een zoon, mannelijk, die aanstonds al de natiën zal hoeden met een ijzeren staf; en haar kind werd weggerukt." Hier wordt diezelfde term gebruikt als in 1 Thessalonika 4. Dat kind, die mannelijke zoon, is geboren; hoofd en lichaam zijn tevoorschijn gekomen en voor een naderend gevaar wordt het geëvacueerd. Weggerukt naar God en Zijn troon, naar boven dus.

En dan staat er: "En de vrouw..." — terwijl die mannelijke zoon dus in veiligheid gebracht is boven bij God en Zijn troon — "de vrouw vluchtte de woestijn in, waar zij ook een plaats heeft, gereedgemaakt van Godswege, opdat zij haar daar zouden voeden twaalfhonderd zestig dagen." Hier heb je weer die periode waar we het al eerder over hadden, die hier genoemd wordt in dagentermen: 1260 stuks. Of in perioden van maanden: 42 maanden. Je kunt ook zeggen in termen van jaren, tijden: een tijd, tijden en een halve tijd. Drieënhalf jaar. Er zijn zelfs nog meer omschrijvingen, maar dit moet genoeg zijn. Die periode van drie jaar en zes maanden is de tijd van de Grote Verdrukking. Tijdens die Grote Verdrukking zal een deel dat tijdig gevlucht is — vanwege die Grote Verdrukking en vanwege dat afgodsbeeld dat daar op het Tempelplein van Jeruzalem wordt gezet — veilig zijn. Dan moet men maken dat men wegkomt en vlucht men naar de woestijn, naar een speciaal gereserveerde plaats. Ik vermoed dat dat in Petra zal zijn; daar heb ik zo mijn redenen voor, maar dat doet nu even niet ter zake. Het staat er in ieder geval bij: "waar zij een plaats heeft, gereedgemaakt van Godswege." Alles ligt daar dus gewoon klaar. Daar vindt ze een schuilplaats en daar wordt ze gevoed. Misschien met fakkels... of vakkels? Fakkels, ja! Ja, nou, dat zullen wellicht ook fakkels zijn... en met manna uit de hemel, je weet het niet. God heeft Zijn volk wel vaker in de woestijn gevoed, bewaakt en beschermd. Vergis je niet: het volk dat daar in die schuilplaats is, bevindt zich in de schuilplaats van de Allerhoogste. Daar zullen ze absoluut de bescherming genieten. Terwijl vijandelijke machten — je leest dat ook in Openbaring 12 — het op haar gemunt hebben, is ze onaantastbaar.

Dus niet alleen die mannelijke zoon is in veiligheid, maar er is nog een volk dat tijdig gevlucht is en dat ook, maar dan op aarde, in de woestijn beveiligd wordt. Zij zullen die periode van de Grote Verdrukking op aarde wel meemaken, maar niet als grote verdrukking; zij zijn juist in veiligheid gebracht. Degenen die niet tijdig gevlucht zijn, ja, die bevinden zich nog in het land en zij zullen die periode in al zijn verschrikkingen ook meemaken. Ook daar worden voorzieningen voor getroffen en beloften voor gegeven, maar zij zijn in ieder geval niet tijdig gevlucht. Ziet u nu ook dat als er in vers 6 staat: "Ter middernacht klonk een geroep: Let op, de bruidegom gaat uit"? Hoezo "ga uit"? Nou, dat heeft alles te maken met wat de Heer zojuist had gezegd: dat ze moeten vluchten op een bepaald tijdstip. Dan komt het erop aan. Als je dan geprepareerd bent en weet: "Wacht even, nu moeten we daar bezig zijn," dan kun je inderdaad nog maken dat je weg moet. Dan kun je vluchten.

Komt het er helemaal op aan. En dan lees ik verder in vers 7: toen werden alle maagden gewekt. Dat is nog wel duidelijk, want het alarm op dat moment is sterk en groot, en ze bereiden hun fakkels. Ze drenkten die wellicht in de olijfolie; zo stel ik me dat voor. Wat is dat? Dat wil zeggen: ze gaven acht op het profetisch woord en ze wisten dus ook wat hen te doen stond.

Maar dat ging over de verstandigen. Want er staat dat de dommen – de dwazen zo u wilt – tegen de verstandigen zeiden: "Geef ons van jullie olie, omdat onze fakkels uitdoven." Dat is geen onwil; het was niet onsympathiek bedoeld. Maar de verstandigen zeiden: "Nee, er zou niet genoeg zijn voor ons en voor jullie." Het komt er eigenlijk op neer dat wanneer wij het gaan delen, jullie niets hebben en wij niets hebben, dus dat schiet niet op.

Bovendien is het idee ook: je kunt niet teren op de olie van de ander. Dat is trouwens in het algemeen ook waar. Je kunt niet teren op de olie van de ander; dat is een algemene les die ik, als ik daar zo vrijmoedig in mag zijn, ter harte zou willen nemen. Het loutere feit dat de ander bezig is met de Schrift, daar heb jij niets aan. En of je je oriënteert op hem... ja, dat is een persoonlijke zaak.

Hoe dan ook, ik ben weer even terug in dit gedeelte. Zij zeggen dus: "Ja, dat kan helemaal niet. Ga liever naar de verkopers en koop voor jezelf." Ik weet ook niet hoe je te middernacht nog kunt kopen, maar in ieder geval was dat het voorstel. Overigens is het een gelijkenis en dan kun je zulke dingen zeggen. Maar...

De Bruiloft en de Intrede in het Messiaanse Rijk ↑ hoofdstukken

Terwijl ze heengingen om te kopen, kwam de bruidegom en degenen die gereed waren, kwamen met hem binnen in de bruiloftszaal. De bruiloft... kijk, we hebben de dingen nu al een beetje gespecificeerd. De bruid is Israël, de bruidsmeisjes – de dochters van Sion – zijn de individuele Israëli's. En de bruiloft is het feest dat gevierd wordt vanwege de bruid en de bruidegom die één worden. In feite heeft dat hele Messiaanse Rijk het karakter van een bruiloft. De dag die gaat komen, de derde dag, dat zijn die duizend jaren waarin de Heer, de Bruidegom, zal huwen met Zijn volk Israël: een nieuw verbond, een nieuw huwelijksverbond. En de volken worden uitgenodigd als gasten.

Hoe was het ook alweer in Kana? Er was daar ooit een bruiloft. En op welke dag was dat? Dat weet ik heel goed, want ik ben zelf ook met de mijne daar ooit op de derde dag getrouwd. Op de derde dag was er een bruiloft, staat er in Johannes 2 vers 1. En dat is natuurlijk niet zonder betekenis. De bruiloft van Kana was inderdaad op de derde dag. Het was trouwens ook mijn zevende dag – om het even ingewikkeld te maken – maar kijk het maar na in Johannes 1 en 2. Dan blijkt de tweede dag, op een andere wijze geteld, ook de zevende dag te zijn. "Heeft verder niks te betekenen hoor," zeggen mensen dan. Maar als je wakker en alert bent, dan weet je wel beter natuurlijk, hè?

Die bruiloft is het beeld van het Messiaanse Rijk. En zij kwamen er binnen. In Hooglied 3 – ik verwees net al even naar dat Lied der Liederen – staat: "Wat trekt daar op uit de woestijn als zuilen van rook, omgeurd van mirre en wierook en allerlei reukwerk van de koopman? Zie! Dat is Salomo's draagstoel." Je ziet hem al zitten: de Bruidegom. Maar niet zomaar één; dat is de Vredevorst. De zoon van David, Salomo, omringd door zestig helden uit de helden van Israël. "Gaat uit, dochters van Sion, aanschouwt koning Salomo op de dag van zijn bruiloft, de dag van de vreugde zijns harten." Daar had ik het zojuist al even over.

Dat is dus het idee. Vanuit de woestijn zal... ja, hoe zeg ik dat nou even kort? Die bruid, die vrouw, wordt daar 1260 dagen bewaard en in veiligheid gebracht. Maar na die periode komt ze weer uit de woestijn en zal ze inderdaad weer naar het land gaan. Ik denk dat ze dan ook de Koninklijkeweg zullen bewandelen en dan zullen ze arriveren in het land. Dat is eigenlijk de bruiloftszaal; dat is ook de echtelijke woning, zal ik maar zeggen. Men zal vanuit de woestijn weer optrekken naar het land. Zie je, het zijn hele concrete dingen. Ik kan me voorstellen dat als je het nog helemaal niet in kaart hebt en niet kunt visualiseren, dat het een beetje lastig is. Maar ik hoop wel dat u in ieder geval begrijpt dat dit gaat over hele concrete zaken: over Israël, over Judea, over Jeruzalem en de woestijn. Er wordt daar een volk bewaard. Drieënhalf jaar krijgen ze daar voeding en vinden ze daar een schuilplaats. Daar zullen ze dan weer uitkomen. Dan komen ze uit de woestijn en gaan ze uiteindelijk plaatsnemen in Jeruzalem, want daar hoort Salomo op de troon. Daar gaat het allemaal over.

Maar dan komt het er wel op aan dat je tijdig de vlucht hebt genomen. Je leest ook: de deur werd gesloten. Wat logischerwijs plaatsvindt als iedereen binnen is. Daarna echter kwamen ook de overige maagden en zeiden: "Heer, doe ons open." En hij antwoordde en zei: "Amen," of "Voorwaar, ik zeg jullie: Ik weet niet van jullie. Jullie zijn mij vreemd." Het hele idee is: zij gaan die bruiloft niet in; zij beërven dat Messiaanse Koninkrijk niet. Ik weet het, sommigen zien dat niet. In het algemeen gaf ik al een paar keer een verwijzing naar hoe deze gelijkenis altijd wordt uitgelegd: "Als je niet op tijd waakt, zul je uiteindelijk nooit de heerlijkheid van de Heer beërven en zul je voor eeuwig verloren gaan, en dan komt het nooit meer goed." Daar gaat het helemaal niet over! Het gaat over een specifieke tijd en over het wel of niet meemaken van die eeuw, die bruiloft, dat Messiaanse Rijk. Niet iedereen zal dat beërven, integendeel: velen zullen omkomen.

Je leest ook in Matteüs 24: "Indien die dagen van verdrukking niet verder werden ingekort..." Ze zijn namelijk al ingekort in de profetie. Want hoe was het ook alweer? Voor Israël zal die grote verdrukking slechts drieënhalf jaar duren. En er staat ook bij: "Indien die dagen niet werden ingekort, zou geen vlees worden gered." Dat wil zeggen: het zal zo zwaar zijn dat velen zullen omkomen. Maar vanwege de uitverkorenen – dat wil zeggen: het uitverkoren volk – zullen die dagen worden ingekort. Voor hen is het gelimiteerd in tijd. Voor de volkenwereld gaat het trouwens nog een stuk verder. Worden de dagen van verdrukking daar nog verder...? Nee, dat ga ik nu niet toelichten. Dat is hier ook niet het onderwerp. Het gaat er even om hoe heftig die tijd zal zijn en hoe het er inderdaad op aankomt dat je tijdig de vlucht hebt genomen. En dan zegt de Heer, dat is het laatste vers...

Waakzaamheid en het Kennen van de Nachtwaken ↑ hoofdstukken

Waakt dan, omdat jullie de dag noch het uur weten. Nu komen we op iets waar we al een paar keer aan hebben gedacht. Heel vaak wordt dit zo uitgelegd van: jullie kunnen het nooit weten. Maar dat staat er niet. Hij stelt gewoon vast: jullie weten het niet. Maar in feite is de gedachte van waken: zorg dat je op de hoogte bent. Zorg dat je het weet. Zorg dat je alert bent. Dat is echt de gedachte. Want ga maar even met me mee, weer eventjes naar Matteüs 24. Ik kan het niet nalaten om iedere keer naar hem terug te grijpen, want daarover gaat het in die tijd. In Matteüs 24 lees je dus dit – de Heer had eigenlijk nog een andere gelijkenis verteld: "Maar weet dit: als de heer van het huis geweten had in welke nachtwake de dief zou komen, hij zou gewaakt hebben en zijn huis niet hebben laten inbreken. Daarom, wees ook gij bereid, want op een uur dat je het niet verwacht, komt de Zoon des mensen."

Lees nou even heel goed wat hier staat: als de heer van het huis geweten zou hebben in welke nachtwake de dief zou komen, dan zou hij waken. Waar het om gaat, is dat je in ieder geval de nachtwaken kent. Wij kennen die beeldspraak nauwelijks nog, maar er zijn vier nachtwaken. Zo worden ze letterlijk ook genoemd in Markus 6:48. Er zijn vier nachtwaken. Dat is namelijk zo: de nacht telt gemiddeld twaalf uur. Dan krijg je dus van zes uur 's avonds tot negen uur 's avonds de eerste nachtwake. Van negen uur 's avonds tot twaalf uur is de tweede nachtwake. Van twaalf tot drie uur is de derde nachtwake en van drie tot zes uur 's morgens is de vierde nachtwake. Dat zijn die vier nachtwaken.

Wat Hij hier zei: als de heer des huizes geweten zou hebben in welke nachtwake de dief zou komen, dan zou hij gewaakt hebben. En nu zegt Hij: wees ook gij bereid en waak, want op een uur dat je het niet verwacht, komt de Zoon des mensen. Het idee is: je weet misschien het uur niet, maar de nachtwake, het tijdsframe, dat zou je wel weten. En als je dat weet, dan waak je ook. Dat is wat er staat; ik kan het tenminste niet anders lezen. Want als die heer van het huis geweten zou hebben in welke nachtwake de dief zou komen, dan zou hij gewaakt hebben. Dus een nachtwake moet je kennen om te kunnen waken, ook al weet je net precies het uur niet.

Het gaat erom, ook hier weer, om alert te zijn. Je leest trouwens ook elders weer dat je geacht wordt de tijden te herkennen. We kennen dat fenomeen in het algemeen ook heel goed, ook al weet je niet precies wanneer iets aanbreekt. Onze dochter is een maand of wat terug bevallen. Hoe gaat dat dan? Dan heb je een uitgerekende datum en dan zou het gebeuren. Je weet dan ongeveer wanneer het gaat gebeuren. Maar ja, er zitten hier trouwens ook nog een paar mensen die wachten op de bevalling van hun dochter – ja, al een week inmiddels over tijd. Dat kan gewoon gebeuren, maar in ieder geval: het zal niet over drie maanden zijn. Je wordt je daar bewust van, ook al weet je niet specifiek de ins en outs, ook qua timing niet. Dan nog: wees wakker. Dat is eigenlijk de hele algemene boodschap van dit hele weekend. Waakzaam is degene die zich in ieder geval bewust is van wat er gaat komen, en ook van de tijden en gelegenheden.

Dat is de hele strekking in deze gelijkenis. Ik wilde trouwens ook nog even dit bijzeggen: gisteravond vertelde ik, als het gaat om de Ecclesia vandaag, dat het buitengewoon belangrijk is om van de dag te zijn, in het licht te wandelen en waakzaam te zijn. Paulus wijst daar ook op, maar hij geeft daar ook de bemoediging: als je geroepen bent door het evangelie – het evangelie zoals hij dat heeft mogen herauten onder de natiën – als je dat kent en als dat hier in je hart terechtgekomen is, dan geldt: of je nu slaapt of sluimert of waakt, je gaat mee. Je bent erbij, dat kan niet missen. Dat is pas goed nieuws. Het is geen aanbeveling om slapend te zijn, dat hoef ik hopelijk niet uit te leggen. Het hele weekend gaat over wakker en alert zijn.

Trouwens, ik wil nog even één ding zeggen. Mag het nog even? Ja, ik neem gewoon even de tijd. Ik werd zojuist ook gewezen bij de koffie – en ik ben erg blij daarom, want ik ben gek op etymologie en woordoorsprong – dat het woordje 'alert' via het Frans uit het Italiaans komt. Het betekent letterlijk "op de heuvel". Zich op de hoogte bevinden. Dus alert heeft via de etymologie te maken met de gedachte dat je op de hoogte bent en dat je dus zicht, overzicht en uitzicht hebt. Kijk eens hoe belangrijk dat is.

Voor ons is het in ieder geval niet zo dat als je sluimert, je daarmee de boot zou missen en Hem niet tegemoet gaat. Nee, voor straks is het wel zo – en dat is het verschil met die tijd van de grote verdrukking – dat je echt waakzaam moet zijn, want dan komt het erop aan. Niet omdat je anders voor eeuwig verloren gaat of naar de hel gaat, want dat kent de Bijbel helemaal niet. Zo bedoel ik het niet. Maar het is van groot belang om dan alert en waakzaam te zijn. Waarom? Want je zou zomaar te laat kunnen zijn en niet de vlucht hebben genomen de bergen in. Dan zul je inderdaad een vreselijke tijd gaan meemaken. Dat komt er dan inderdaad op aan. Dat is een heel andere zetting, een heel andere tijd. Die dingen moeten we gewoon onderscheiden. Anders gooi je de dingen op één hoop en dan versta je het niet meer. Dan zal het Koninkrijk vergeleken worden met deze dingen.

Ik ben ontzettend blij met het feit dat we de Schriften zo mogen onderscheiden. Weet wat voor Israël is, weet wat voor ons is, en dat geeft een enorm zicht. Dat helpt je ook juist om wakker en alert te zijn. Waarvan akte. Lieve mensen, ik stel voor dat we nog een lied gaan zingen.

🎧 wakker & alert 3
Delen: