GoedBericht.nl logo
UltimateGoodNews

Jezus gaande over zee

05-04-2020 - Geplaatst door Andre Piet
studie gegeven op zondag 5 april 2020, thuis vanuit Rijnsburg

Wie kent de geschiedenis niet? Jezus die de twaalf de zee opstuurt terwijl hij de berg opging om te bidden. In de nacht echter geraakt de bemanning in moeilijkheden vanwege storm. Maar dan, tegen de ochtend, zien ze op de zee Jezus passeren maar herkennen hem aanvankelijk niet. Hij zegt hen de vrede aan, klimt bij hen in het schip en de storm ging liggen. Een mooi verhaal maar zoveel meer dan dat. In deze studie gaan we vooral dieper in op de profetische strekking ervan. Over hoe Israël in de storm haar Messias zal ontmoeten…

Beluister of download de studie:

Powered by RedCircle

Bekijk de video:

Bekijk de presentatie:

download
📝 Samenvatting & Transcriptie van deze lezing

Samenvatting van deze toespraak

De bekende geschiedenis van Jezus die over het meer wandelt, heeft een diepgaande profetische strekking. De twaalf discipelen in het schip op de woelige zee vormen een beeld van het volk Israël dat zich in de nacht onder de natiën bevindt. Tegelijkertijd bevindt de Heer Zich ongezien als biddende Hogepriester op de berg, wat Zijn huidige verhoogde positie in de hemel illustreert. Aan het einde van de nacht, wanneer de nood het hoogst is, baant Hij Zich wandelend over het water een weg naar Zijn volk. Deze stormachtige ontmoeting wijst vooruit naar het moment waarop Israël de verharding zal verliezen, haar Messias zal erkennen en ten slotte in de rust zal aankomen.

“Het is namelijk een geschiedenis met een geweldige, diepgaande profetische strekking die te maken heeft met Israël en de weg die God met dat volk gaat door alles heen, om hen te brengen daar waar Hij hen hebben wil.”

Inleiding: de Profetische Strekking van een Zondagsschoolverhaal ↑ hoofdstukken

Een hele goede morgen, vrienden van het Goede Bericht. En dat is toch wel iets waar we vandaag heel veel behoefte aan hebben, lijkt mij. Als je de radio aanzet, de televisie aan hebt of je kijkt naar het nieuws op internet, dan komen er allerlei berichten bij je binnen. Maar ik moet u zeggen: het is toch maar zelden een goed bericht. Nou, dat heb ik vanmorgen voor u. Het is vandaag zondag 5 april, op mijn klokje is het nu ongeveer 8 uur in de ochtend en over een uurtje of twee hoop ik dit op internet gezet te hebben, zodat u op de gewone tijd dat u gewend bent om wellicht naar de samenkomst te gaan, nu ook deze Bijbelstudie kunt bekijken en beluisteren via de website op internet. Want dat is het eigenlijk ook wel.

Ik zou eigenlijk vandaag hebben gesproken op twee locaties hier ver vandaan: eerst in de ochtend in Nieuw-Buinen, helemaal daar in het noorden van het land — en dat is dan tweeënhalf uur rijden — en dan in de middag zou ik naar Urk toe gaan. Maar beide samenkomsten zijn om redenen die u inmiddels wel bekend zijn geannuleerd. En nu zit ik hier gewoon in mijn eigen studeerkamer, die voor de gelegenheid een klein beetje is omgebouwd tot een studio. Dat wil zeggen: ik heb de achtergrond hier wat veranderd, want anders had u naar boeken gekeken die schots en scheef staan en naar een trapje van een schilder hier achter mij. Maar ik heb even een landkaart opgehangen van de reizen van Paulus, zodat het allemaal wat meer in de sfeer is. Heel educatief, om zo te zeggen.

Wat ik vanmorgen graag wil doen, is u meenemen naar een prachtgedeelte. Het Bijbelgedeelte zelf is heel bekend. De geschiedenis behoort bij de bekendere en beroemde zondagsschoolverhalen, namelijk de geschiedenis dat Jezus gaat over het meer. Laten we daar eens wat op inzoomen. Ik wil in wat ik daarover opstel vooral ook wijzen op de geweldige profetische betekenis van die geschiedenis. Het is een historie, zo staat het ook opgetekend, maar het is veel meer dan een mooi spannend zondagsschoolverhaal. Het is namelijk een geschiedenis met een geweldige, diepgaande profetische strekking die te maken heeft met Israël en de weg die God met dat volk gaat door alles heen, om hen te brengen daar waar Hij hen hebben wil.

Deze geschiedenis — eventjes ter inleiding een paar opmerkingen daarover — wordt verhaald in Matteüs 14. Dat is eigenlijk de meest uitgebreide versie, want daar vind je ook nog het uitstapje, als ik het zo mag zeggen, van Petrus. Dat wordt in de andere evangeliën niet vermeld. Matteüs 14 is dus in de eerste plaats de meest uitgebreide versie. Vanmorgen wil ik u vooral bepalen bij Marcus 6, hoewel ik ook wel vergelijkingen zal maken met de verschillende verhaallijnen. De kortste, veruit de kortste geschiedenisverhaling vinden we in Johannes 6 en ook daar zal ik inderdaad een paar keer naar verwijzen.

Je moet weten dat deze geschiedenis direct volgt op een nog bekendere geschiedenis, of in ieder geval een geschiedenis die we in alle vier de evangeliën beschreven vinden, namelijk de spijziging van de vijfduizend. Daarvan lezen we in Johannes 6 dat dat was vlak vóór het Pascha; "het Pascha was nabij", staat er. En dat is trouwens wel opmerkelijk, want dat valt dan tevens ook samen met het tijdstip waarop wij nu dit gedeelte bezien, althans waarop ik deze Bijbelstudie nu geef. Want op de Joodse kalender is het vandaag 11 Nisan. Dat betekent dat het over drie dagen de 14e Nisan is; 15 Nisan is het eigenlijke, echte begin van het feest van Pesach. Dus later in deze week begint het Pascha, het Pesachfeest dat één week lang duurt. Je zou dus zelfs kunnen zeggen dat het tijdstip waarop wij deze Bijbelstudie nu doen, een soort van verjaardag is van deze geschiedenis.

Nou, die geschiedenis van de spijziging van de vijfduizend is door de grote massa van het volk slecht begrepen. Dat zal ik u straks ook laten zien. Maar het is zo dat de dag daarop — dus eigenlijk de dag na de nacht die we vanmorgen bestuderen en nader zullen bezien — de Heer Jezus een rede heeft gehouden in de synagoge van Kapernaüm. En dan legt Hij uit wat het wonder van die vermenigvuldiging van het brood te betekenen heeft en dat het verwijst — en dat hebben ze totaal niet begrepen — naar het ware levende brood dat uit de hemel neergedaald is. Niet zoals, of veel meer dan het manna dat ooit gegeven werd in de woestijn. Nee, de Heere Jezus Christus Zelf is dat brood des levens. Hij die opstond uit de doden, die stierf en opstond en zo leven aan het licht brengt. Dat is het brood, trouwens ook het water, van het leven. Dat is de echte diepere betekenis van die geschiedenis en de Heer Jezus verhaalt daar uitgebreid over; dat vinden we alleen in Johannes 6 beschreven.

En er is trouwens nog iets opmerkelijks. Wat pal vooraf gaat aan deze geschiedenis, is dat je aan het slot leest dat wanneer de menigte gespijzigd is en gegeten heeft van dat brood — dat begonnen was met vijf broodjes en twee vissen, u weet het — dat er uiteindelijk zelfs nog twaalf korven, twaalf manden vol over waren van eten. En dat is eigenlijk al een profetische hint, namelijk dat de rest — de eigenlijke betekenis van die spijziging van de vijfduizend — te maken heeft met de tegenwoordige tijd dat de Heer op de hoogte is en het volk dat bij Hem komt spijzigt, maar er is nog iets over, namelijk voor de twaalf. De rest is voor Israël in de toekomst; daar spreken die twaalf manden van die over waren.

Goed, laten we eens naar de geschiedenis zelf gaan. Ik heb er al even op gewezen dat ik met name vanmorgen u wil wijzen op de tekst, of ja, met recht u wil wijzen op wat onder de oppervlakte ligt: de profetische lijn. En dat komt vanzelf wel aan de orde.

De Twaalf de Zee Opgedwongen als Type van Israël ↑ hoofdstukken

In vers 45 staat er dan dit: "En terstond nadat de korven zijn verzameld..." En dan staat er "terstond", dat is zo’n typisch woord dat in Marcus voortdurend gebezigd wordt. Er zit heel veel vaart, heel veel haast in de beschrijving van Marcus. Het is trouwens ook het kortste evangelie, maar dat krijg je als je haast hebt in de beschrijving natuurlijk. En daar staat: "En terstond dwong Hij zijn discipelen het schip in te stappen." Dat is vrij dubbelzinnig als je het in het Nederlands zegt, want ze gingen het schip in. En dat klopt ook wel een klein beetje, want bij ons heeft de gedachte "in het schip gaan" de betekenis van verlies lijden. Wel, dat zou inderdaad ook gebeuren. Ze kregen enorm veel tegenwind en men dreigde in ieder geval verlies te gaan lijden.

Hij dwong Zijn discipelen het schip in te stappen. Dat is een vrij extreme manier om dat te noemen. Het is niet een verzoek of aanwijzing, nee, Hij dwong. En dat betekent dat er dus ook pressie in zit, en dat had een specifieke reden. Die reden wordt in Marcus feitelijk niet genoemd, maar in Johannes lees je nog wel dat aan het einde van die spijziging de schare zo laaiend enthousiast is over dat wonder wat ze met elkaar hebben meegemaakt, dat ze Hem graag tot koning wilden maken. Nee, het staat er nog sterker: ze wilden Hem met geweld koning maken.

Met zo’n grote menigte bleek trouwens wel weer dat ze Jezus’ boodschap misschien mooi vonden, maar niet hebben begrepen. Trouwens, dat geldt voor de discipelen ook, dat zullen we straks ook zien. Het is één ding om zo’n geweldig wonder mee te maken; je weet toch niet wat je meemaakt. Dat er vijf broodjes zijn, waar vervolgens een schare van vijfduizend mensen van eet... dat zou tegenwoordig niet mogen, dan mag je zelfs niet eens met dertig man bij elkaar zijn, maar in ieder geval: vijfduizend man zaten daar. Ze hebben volop gegeten en er was dus nog genoeg over. In ieder geval genoeg voor de twaalf.

De schare wil Hem dus met geweld koning maken en Jezus ontkomt daaraan. En dan is het zo dat Hij Zijn discipelen dwingt; Hij onttrekt Zich eigenlijk aan de schare. Hij dwong Zijn discipelen het schip in te stappen, waarbij ik trouwens nog even aan wil tekenen dat de discipelen hier een type zijn van Israël. Als ik het nog even anders zeg, dan is het nog wat eenvoudiger te zien: Hij dwong de twaalf het schip in te stappen. Die discipelen zijn hier in deze geschiedenis ook overduidelijk een type van het volk van Israël, de twaalf stammen.

Ze zouden in het schip instappen om vervolgens vooruit te gaan naar de overkant, Betsaïda, of eigenlijk zou je moeten lezen: de overkant van Betsaïda. Dat is een beetje een ingewikkeld dingetje. In de NBG-vertaling wordt er inderdaad gezegd: "naar de overkant Betsaïda", en dat is vertaalkundig absoluut een goede optie. Toch kan dat moeilijk de gedachte zijn. Het is wat omstreden en er zijn ook wat andere verklaringen voor, maar ik denk dat de wijze waarop de Statenvertaling dit weergeeft de gedachte het best beschrijft. De Statenvertaling zegt dat zij heen zouden varen "aan de andere zijde tegen over Bethsaida". Dat lijkt mij zelfs vrij evident, want we weten dat de spijziging die zojuist heeft plaatsgevonden van die vijfduizend, plaatsvond in of bij Betsaïda. Dat staat in Lukas 9 vers 10. Dus als zij nu naar de andere kant van het meer zouden gaan varen, dan is dat de andere kant van Betsaïda.

En daar komt trouwens nog iets bij. We weten uit Johannes 6 vers 16 dat we daar hetzelfde commando vinden, dat Hij hen gebood of de aanwijzing gaf dat ze naar de andere kant zouden gaan, namelijk naar Kapernaüm. Ik zal het even op een kaartje laten zien. Hier heb je een luchtfoto van het Meer van Galilea, ook wel het Meer van Tiberias of de Zee van Tiberias genoemd. Het heeft allerlei namen. Kinneret heet dat in het moderne Hebreeuws en trouwens ook in het Oude Testament. Kinneret heeft trouwens te maken met het woord kinoor, en dat is een harp. En dat komt ook omdat dit meer vanuit de lucht — zoals u het hier ook ziet, tenminste het noordelijke gedeelte — de vorm van een harp heeft. Daar zit nog veel meer moois achter, maar dat laat ik nu eventjes achterwege.

In dit gebied heeft de Heer vooral geopereerd. Hier wordt op dit kaartje gesproken over de "Jesus Triangle". Dat wil zeggen dat dit gebied, deze driehoek, het gebied is geweest waar de Heer Jezus voornamelijk actief is geweest. In dit gebied van Kapernaüm (waar Hij trouwens ook woonde), Betsaïda en Chorazin, hier in het noorden van het Meer van Galilea, heeft Hij vooral gearbeid. Dan ziet u hier trouwens helemaal in de verte de berg Hermon en de Libanon. U ziet hier rechts Syrië. Om even een indruk te hebben van de afstanden: het meer is in de breedte, vanaf Tiberias tot aan de overkant, ongeveer 10 kilometer. Ze waren dus hier ergens ter hoogte van Betsaïda en nu gingen ze naar beneden. Hij dwong Zijn discipelen het schip in te gaan en naar de andere kant te gaan, naar Kapernaüm dus. Dat is een kilometer of... wat zal het zijn? Ze zijn trouwens in Genesaret aangekomen. Ze zijn wat afgedreven, wellicht ook vanwege de storm. Hier hebben ze dan vervolgens aangemeerd aan het einde van de trip. Dat zullen we straks ook nog zien.

In ieder geval zijn ze dus gevaren vanuit Betsaïda naar dit gebied bij Kapernaüm. Dat is een kilometer of 4, 5 of 6; zoveel is het niet. Maar ja, je zal maar tegenwind hebben, zoals dat op dat meer zomaar plotseling kan gebeuren. Zomaar uit het niets kan er een enorme storm opsteken. Dat heeft ook te maken met de meteorologische omstandigheden waarin dat meer is ingebouwd in de bergen. Deze reis zouden ze dus maken, niet zo heel ver, om aan de andere kant te arriveren. De discipelen dwingt Hij in te stappen en naar de andere kant van Betsaïda te gaan, terwijl Hijzelf de schare wegzond. Ja, Hij onttrekt Zich daaraan, omdat die schare Hem juist tot koning wilde maken. Hij stuurt ze lekker weg, want die tijd om koning te worden, die was het nog niet. Dat is in feite precies de gedachte in deze hele geschiedenis: het is nog niet de tijd van het Koninkrijk. Dat gaat pas aanbreken na de nacht; de volgende dag zal dat pas worden gevestigd. Nu was het nog niet de tijd. Hij zond de schare weg en nam afscheid.

De Biddende Hogepriester op de Berg en de Noorderkroon ↑ hoofdstukken

Afscheid nemend van hen, ging Hij weg, de berg op om te bidden. Hij nam afscheid van hen, dat wil zeggen: zowel van de scharen als van de twaalf, en Hij ging weg de berg op om te bidden. Nou, hier hebben we meteen een geweldige hint naar de tegenwoordige tijd. Waarom? Waar is de Heer nu? Wel, Hij heeft het toneel verlaten. Van de twaalf en van de wereld heeft Hij afscheid genomen en Hij wordt nu niet gezien. Waar is Hij dan wel? Onttrokken aan het oog, in de hemel; de hoogste plaats heeft Hij nu ingenomen.

De Heer, die daar op de berg is, heeft afscheid genomen in de eenzaamheid, helemaal alleen. Niet gezien, wel in de nacht, terwijl het in de wereld dus donker is, is Hij daar boven. En dat beschrijft dus precies ook Zijn plaats. Hij is daar ook gekroond; Hij is wel degelijk ook de Koning, ook al oefent Hij nog niet de heerschappij uit. Hij is gekroond.

Misschien mag ik even een klein uitstapje maken, want ik zal u vertellen: gisteravond was het prachtig helder weer en ik maakte een wandeling. Ik heb een mooie app op mijn smartphone, Sky Map — ik kan het zeer aanbevelen. Het was een heldere hemel en ik keek zo naar de sterren. Ik mag graag naar de sterren en de sterrenbeelden kijken. Dan hoef ik mijn smartphone maar ergens op te richten en dan zie ik meteen: "Ah, dat is die ster en dat is dat sterrenbeeld", zodat je je heel goed kunt oriënteren. De meeste ken ik niet uit mijn hoofd, sommigen wel. U ook trouwens; de zon en de maan. De zon zie je overdag niet, maar de maan wel. Die zag je gisteren ook trouwens, het was bijna volle maan. Over vier dagen is het volle maan.

Waarom wijs ik er even op? Omdat ik op een gegeven ogenblik mijn smartphone richtte op dit sterrenbeeld: Corona Borealis. Dat is een helder sterrenbeeld. Iedereen heeft het nu over "corona", de afgelopen weken; het is het woord waar je figuurlijk — en bijna letterlijk ook — mee wordt doodgegooid. Maar weet u wat corona betekent? Corona is eigenlijk een Latijns woord, en het Latijn heeft het weer ontleend aan het Grieks. Het is ook direct bekend van ons woord "kroon" en "kruin"; etymologisch heeft dat allemaal dezelfde wortel. Corona betekent "de kroon". En de Corona Borealis, ja, dat is de Noorderkroon.

Daar moet ik naar kijken en dat is trouwens prachtig als je daaraan denkt waar dat een beeld van is. Het verwijst naar Hem die daar boven is, op de berg, op de hoogte. Bovendien in het noorden — jawel, daarboven, want het is "boven" in het noorden en "beneden" in het zuiden. Nou is het bijzondere — dat kunnen wij hier op het noordelijk halfrond niet zien, maar op het zuidelijk halfrond heb je een bekend sterrenbeeld, een van de bekendste, het kleinste sterrenbeeld maar heel opvallend — dat heet het Zuiderkruis. Plaats die twee sterrenbeelden nou eens tegenover elkaar. Aan de ene kant heb je dus, letterlijk aan de onderkant in het zuiden, beneden in de vernedering: het kruis. En in het noorden, daar boven, daar heb je de kroon.

De sterrenhemel getuigt natuurlijk van wie God is. Hij is de grote Creator van de sterren, maar ook van de sterrenbeelden, van de Pleiaden en de Orion. Hij heeft dat allemaal gemaakt en bedacht. En van deze namen gaat een geweldige sprake uit. Dat verwijst naar Hem die vernederd werd en gekruisigd, maar die nu verhoogd is en daar op de berg is, gekroond met eer en heerlijkheid. Ja, dat ziet de wereld niet, maar vanuit het Woord weten wij dat. Karakteristiek van de huidige tijd is dat het donker is. Maar het mooie van het donkere is: daar zie je juist ook de sterren, bijvoorbeeld Corona Borealis. Als je daar oog voor hebt gekregen, dan zie je Hem die gekroond is. Denk daar eens over na. Dat is een "corona" waar een geweldige, blijde tijding van uitgaat; dat is een écht goed bericht.

Afijn, Hij is daar dus momenteel op de berg, in de eenzaamheid, ongezien. En we weten ook: Hij is daar om te bidden. De Heer deed dat trouwens heel vaak, dat Hij de eenzaamheid opzocht en 's nachts in gebed doorbracht. Het spreekt ook van Hem die momenteel als de Hogepriester daar in het heiligdom is. Trouwens ook een prachtig beeld, want wanneer de hogepriester in het heiligdom ging, werd hij ook niet gezien. Wel gehoord. Hij had belletjes aan de zoom van zijn kleed, zodat hij wel gehoord werd. Hij liet wel van zich horen, maar hij liet zich niet zien.

Wel, dat is de Hogepriester vandaag. Hij heeft Zijn Woord achtergelaten. Hij doet van Zich horen en Hij is daar in het heiligdom voor Gods aangezicht, en daar pleit Hij voor ons. Vorige week ben ik daar nog dieper op ingegaan, toen we zagen hoe Paulus daarover schrijft in Romeinen 8: dat Hij daar aan de rechterhand Gods is en dat Hij daar is om te pleiten. Het loutere feit dat Hij daar is, dat pleit al voor ons. Een geweldige gedachte: de Hogepriester in dat heiligdom. Dáár is Hij. Hij heeft afscheid genomen, Hij is daar in de eenzaamheid. Het mag dan donker zijn, maar we hebben Iemand die voor ons bidt.

Israël op de Woelige Volkerenzee in de Nacht ↑ hoofdstukken

Ik lees even verder en dan staat er: en terwijl het avond werd, werd het donkerder en donkerder. Ik denk dat het inmiddels al laat in de avond was. Dan staat er: was het schip te midden van de zee en Hij alleen op het land. Laat dat contrast eens even op je inwerken. Hij alleen op de berg, en waar zijn de twaalf? Wel, midden op de zee.

Nu ga ik nog iets vertellen over de typologie, want aan de ene kant heb je daar de discipelen als type van Israël, de twaalf. En waar bevindt Israël zich nu officieel? Wel, ze is verstrooid onder de natiën. En dat is precies waar de zee in de Bijbel het type van is. Dat zie je op allerlei plaatsen en het is eigenlijk ook een heel voor de hand liggend beeld van de natiën, die immers altijd aan het woelen zijn. Waar golven zijn, waar zoveel beweging in is en waar zulke hoge golven zijn. Dat schip bevindt zich daar dus op de zee. En dat het niet rustig was, dat weten we, want in het volgende vers staat er: "En toen Hij hen zag tobben bij het roeien, want de wind was hen tegen."

Het is opmerkelijk dat dat hier zo vermeld wordt. Je zou zeggen: hoe kan dat nou? Hij was daar op de berg en zij zijn daar kilometers verderop, midden op zee. Hoe kon Hij hen nou zien? Want één ding lijkt mij toch duidelijk: de twaalf zagen Hem niet. Nee, ze zagen Hem niet, maar Hij zag hèn wel. En dat is het grote verschil. Waarom? Nou, ik denk het wel te weten: Hij was op de hoogte. Hij was op de hoogte. Ja, ik bedoel dat inderdaad dubbelzinnig: Hij was op de hoogte van waar zij zich bevonden en hoe het hen ging. Hij zag hen tobben. Hij wist niet alleen dat ze op zee waren, maar Hij zag hen ook tobben. Hij wist van de wind en Hij zag hen tobben bij het roeien, want de wind was hen tegen.

En Hij was daar aan het bidden. De twaalf, wel, ze waren in gedachten bij Hem die daar op de hoogte was. Nu kom ik toch weer even terug bij dat vorige plaatje van de hogepriester die daar in het heiligdom is. Wat ziet u hier? Dan draagt Hij hier twaalf stenen, allemaal edelstenen, op Zijn hart. Trouwens, hier op Zijn schouder had Hij ook nog eens aan beide zijden zes edelstenen, twee keer zes. Daar in het heiligdom droeg de hogepriester in hemelsblauw gewaad de Zijnen, Zijn volk, de twaalf. Zowel op Zijn hart als op Zijn schouders: een beeld van Zijn liefde, het hart, en een beeld van de kracht waarmee Hij hen inderdaad draagt.

Hij is op de hoogte en Hij bidt voor hen. Het loutere feit dat Hij daar is, daar gaat een geweldig pleidooi van uit. Daar is iemand bij God die ons eraan herinnert dat God voor ons is. Het is niet zo dat Hij daar is — ik sluit nu een beetje aan bij wat ik vorige week ook heb verteld over dat pleiten — Hij is daar niet om de Vader te overtuigen van ons. Nee, Hij is daar eigenlijk om òns te overtuigen dat God voor ons is. Afijn, die hogepriester is daar dus, op de hoogte, en Hij zag hen tobben bij het roeien, want de wind was hen tegen. En dan gaat Hij naar hen toe; dat is dan inmiddels uren later.

Een Weg Door de Zee in de Vierde Nachtwake ↑ hoofdstukken

Toen Hij hen zo zag tobben, kwam Hij omstreeks de vierde nachtwake naar hen toe. De vierde nachtwake, dat is de laatste nachtwake. De Hebreeën, de Israëlieten, kenden van huis uit een indeling van drie verschillende nachtwaken, maar de Romeinen — en dat is de telling die hier gevolgd wordt — kenden er vier. Dat vinden we in het Nieuwe Testament dan ook zo weergegeven. De vierde nachtwake was de laatste nachtwake.

Even later in het Markusevangelie vinden we dat trouwens keurig vermeld. Ik ga even helemaal voorbij aan het verband, dat trouwens ook over de eindtijd gaat, maar daar zegt de Heer: "Waakt dan, want jullie weten niet wanneer de Heer van het woonhuis komt: of laat, of te middernacht (dus de tweede nachtwake), of bij het hanegekraai (dat is nog weer drie uur later, want het zijn eigenlijk vier keer drie uur), en dan de vierde nachtwake, dat is vroeg in de morgen." De vierde nachtwake is dus tegen de ochtend. In die laatste nachtwake, tegen de ochtend, komt Hij naar de twaalf toe.

Daarin worden we weer bevestigd in de hele profetische lijn die ik nu al op allerlei manieren voor u heb uitgezet. Want hoe is het? De twaalf bevinden zich in de nacht op zee. De Heer is daar op de hoogte en in eenzaamheid, maar Hij komt weer tot Zijn volk. Juist als het zo moeilijk voor hen is en als het allemaal zo tegenzit, dan komt Hij tot hen. Dat zal inderdaad zijn aan het einde van de nacht, als de nieuwe morgen gaat gloren. Juist dan komt Hij tot hen. We vinden dat ook op allerlei manieren in de Bijbel: als de nacht voorbij is en de Zon van gerechtigheid opkomt over Israël. Een nieuwe dag breekt aan, de dag van Israëls verrijzenis. Op allerlei manieren vinden we die beeldspraak in de Bijbel terug.

Enfin, Hij kwam omstreeks de vierde nachtwake naar hen toe, wandelend op de zee. Het is bijzonder. Dit is heel bijzonder, want dit vinden we verder nergens meer vermeld, dat Hij zo naar hen toe komt. Dit is de Heer ook niet eigen om op deze manier tot de Zijnen te komen. De Heer was maar niet zomaar iemand die in het wilde weg mirakels deed. Nee, dit is een heel bijzonder wonder, maar het is nog veel meer. Het is een teken, omdat dit namelijk verwijst naar het concept dat we in de Hebreeuwse Bijbel al vinden van God wiens weg door de zee is, die Zich door de wateren een weg baant. Dat is een term of een gedachte die we op verschillende plaatsen in de Bijbel tegenkomen, en dan verwijst dat — let op — naar de verlossing van Israël uit Egypte. Want toen was het ook al de Here die een weg voor Zijn volk baande, dwars door de zee. Dat is de wijze waarop God het pad uitzet en een weg creëert dwars door de zee. Hier vinden we de Here Jezus Christus, en Die komt straks aan het einde van de nacht in de storm tot Zijn volk dat daar aan het tobben is. Hij creëert een weg, een pad door de zee.

Laat ik twee voorbeelden mogen geven. In Psalm 77 wordt er inderdaad ook terugverwezen. Het plaatje dat ik hieronder heb geplaatst, toont precies waar het over gaat: namelijk de weg die God creëerde dwars door de Rode Zee, zodat het volk Israël daar doorheen kon vluchten. Het is diezelfde zee waarin ook de vijanden, het volk van Egypte dat hen verdrukte, omkwamen. In Jesaja 43 vinden we een soortgelijke verwijzing, en dan zegt God wie Hij is: "Ik, Yahweh, uw Heilige, de Schepper van Israël, uw Koning." Het heeft te maken met de weg die God gaat met Israël. Hij creëerde bij die gelegenheid trouwens ook het volk Israël en Hij is hun Koning. Zo zegt Yahweh: "Die door de zee een weg baant en een pad door machtige wateren; die wagen en paard doet uittrekken, krijgsmacht en helden; tezamen liggen zij neer, zij staan niet meer op."

Dit laatste vers verwijst natuurlijk naar de ondergang van het machtige Egyptische leger van Farao, dat inderdaad omkwam daar in de Rode Zee. Dat was diezelfde zee waar juist kort tevoren Israël veilig doorheen was getrokken; een schitterende geschiedenis. Maar hier vinden we dus de Here Jezus en Hij komt tot Zijn volk, wandelend op de zee. Dat verwijst inderdaad naar Hem — jawel — Die tot Zijn volk komt en zo Zijn volk ook verlost. Wandelend op de zee creëert Hij Zich daar een weg.

En Hij wilde hen, zo staat er — het is eigenaardig, het staat alleen in Markus 6 zo vermeld — voorbijgaan. Het is net alsof Hij hen daar passeert. Ja, waarom? Ik kan eigenlijk maar één goede reden daarvoor bedenken, en dat is dat Hij op deze wijze 'forceert'. Hij forceert hier het gezelschap dat Hij wordt aangeroepen, want Hij passeert. Maar ja, wat gebeurt er dan? Degenen die Hem zien, die gaan roepen. Dat is precies ook wat er gebeurde. In feite forceert Hij die roep door voorbij te gaan, door te passeren. We vinden iets soortgelijks aan het einde van het Lukasevangelie, waar we lezen over de Here Jezus Die met de Emmaüsgangers was opgetrokken en de Schriften had geopend. Dan staat er: "En zij naderden het dorp Emmaüs waar zij heen gingen, en Hij deed alsof Hij verder zou gaan." Het idee is daar ook dat Hij gewoon verder zou trekken. In feite wachtte Hij op een uitnodiging om bij hen binnen te komen. Hoe dan ook, de Heer komt tot Zijn volk, tot de Zijnen, tot degenen die daar in het schip zitten — letterlijk en figuurlijk. Hij wandelde op de zee en Hij wilde hen voorbijgaan.

De Onherkenbare Messias Maakt Zichzelf Bekend ↑ hoofdstukken

En toen zij Hem waarnamen op de zee wandelend, meenden zij dat het een spook was en gilden. Daar kun je nu lacherig over doen, maar je zal het maar meemaken dat je midden op zee bent. Het was trouwens niet zo ver van de oever hoor, moet ik erbij zeggen; dat weten we aan het einde van de geschiedenisbeschrijving uit Johannes 6. Maar goed, zij waren op zee en dan zien zij daar, terwijl ze varen, een gestalte op de zee. Die passeert hen en zij meenden dat het een spook was. Met andere woorden: ze herkennen Hem niet. Hij is de Heer, maar ze herkennen Hem niet.

Wat wil dat eigenlijk zeggen? Nou, precies wat hier staat. Het hele idee is dat als de Heer straks tot Israël zal komen, ze iemand zullen tegenkomen die ze absoluut niet hadden verwacht en die hen ook bang maakt. Ik moet nu eigenlijk ook aan een andere geschiedenis denken, namelijk aan de ontmoeting die Jozef had met zijn broers, het huis van Jakob. Wanneer hij zich bekendmaakt, schrikken ze ook, want ze zien iemand die ze absoluut niet hadden verwacht.

Iets dergelijks voltrok zich hier ook in Marcus 6, want er staat: "Zij namen Hem allen waar en werden verontrust." Dit was dus niet zomaar gezichtsbedrog van een enkeling waarvan ze konden zeggen: "Ja joh, je ziet spoken." Nee, ze zagen het allemaal. Het loutere feit dat ze het allemaal waarnamen, verontrustte hen: wat is dit in vredesnaam?

En dan staat er: "Terstond" — weer dat woord — "sprak Hij met hen." Terwijl zij dus verontrust zijn en gillen of roepen, sprak Hij terstond met hen en zei tot hen: "Houd moed, Ik ben het." Wat Hij hier uitspreekt, is een woord van bemoediging. Dit is echt een goed bericht in het donker, in de duisternis en in de nood bij tegenwind. In de schrik zegt Hij: "Ik ben het."

In feite klinkt daarin ook de Godsnaam door, namelijk: "Ik ben." Jullie zitten daar in de storm en jullie denken dat je er alleen voor staat. Het is donker en je ziet helemaal niets, maar weet dan één ding: Ik ben er, altijd. En toen Ik ver weg was, toen zag Ik jullie. Ik was volledig op de hoogte — letterlijk en figuurlijk — van jullie situatie. Daarom: houdt moed.

Dat is een boodschap die natuurlijk ook rechtstreeks tot ons hart spreekt. Want weliswaar is dit een profetische geschiedenis die verband houdt met de ontmoeting die de Heer straks zal hebben met het volk van Israël, maar Degene die hier spreekt, is vandaag Dezelfde. Als Hij zijn woord spreekt in de nood, dan geeft Hij daarmee ook ons moed. Zijn licht wordt verspreid en het verdrijft de duisternis ook in het hart. Dat is nooit anders. Als zijn woord klinkt, dan geeft Hij ons moed en dan doet Hij onze ogen opheffen.

Dat kan in eerste instantie misschien tot verontrusting leiden, maar in werkelijkheid is het zo dat wanneer je werkelijk de stem verstaat, de vrees wordt uitgedreven. Want Hij zegt: "Ik ben het." Alleen al het feit dat Hij Zich zo aanmeldt en bekendmaakt — "Ik ben het" — is nu genoeg om alle vrees te laten varen. Zo zal de Heer straks ook aan zijn volk verschijnen in de hoogste nood, aan het einde van de nacht. Als de nieuwe dag bijna gaat aanbreken, dan zal Hij tot hen komen. En dan zal Hij zijn woord spreken en dan zal Hij Zich bekendmaken.

De Messias in het Schip en de Ontsteltenis van de Twaalf ↑ hoofdstukken

En dan staat er: Hij klom bij hen in het schip en de wind bedaarde. In het evangelie van Matteüs worden we getrakteerd op een geschiedenis die toen ook nog heeft plaatsgevonden en die in Marcus en Johannes niet wordt beschreven. We kennen die geschiedenis eigenlijk nogal goed, namelijk dat Petrus als woordvoerder van het geheel – hij is altijd degene die het woord voert – als eerste uit de boot stapt en aan de Heer vraagt: "Laat mij tot U komen." Ik hoef daar verder niets over te zeggen; die geschiedenis is mogelijk wel de allerbekendste episode in dit verhaal.

Maar ook dat heeft trouwens een geweldige profetische betekenis. Want let op: voordat er straks in de eindtijd die ontmoeting zal zijn tussen de Heer en Zijn volk, zal er eerst nog een overblijfsel zijn. Voordat Hij Zich bij hen in het schip meldt en voordat Hij bij hen in het schip klimt, zal er eerst nog een ontmoeting plaatsvinden met een overblijfsel uit Israël. Over dat overblijfsel lezen we in de tijd van de grote verdrukking. Voordat de Heer Zich bekendmaakt aan Zijn volk en Zich bij hen voegt, zal er een overblijfsel naar Hem vluchten en een veilig onderkomen bij Hem vinden, omdat er een plaats in de woestijn is die van Godswege bereid is. Daar vinden ze een onderduikadres, in de woestijn bij Petra. Het loutere feit dat het Petrus is die als eerste uit de boot stapt en naar de Heer toe gaat voordat de Heer Zich bij het volk voegt, spreekt van dat overblijfsel. Petrus, Petra... en daar in Petra zal de Heer Zijn overblijfsel, die gemeente, gaan bouwen. Maar goed, dat wordt in Matteüs 14 beschreven, dus ik laat dat nu verder voor wat het is.

Hier lezen we: als de Heer Zich aanmeldt, klom Hij bij hen in het schip en de wind bedaarde. Want dat is precies wat er straks gaat gebeuren wanneer de Messias tot Israël zal komen. Als de nood zo hoog is, dan vervoegt Hij Zich bij het gezelschap. Er zijn heel veel Bijbelgedeelten die over dit grote moment gaan, namelijk dat de Heer Zijn volk zal ontmoeten en dat er herkenning plaatsvindt. Maar er is ook verbijstering en verbazing: "Bent U het?" In eerste instantie herkennen ze Hem niet, want ze hebben Hem ooit verworpen en niet gezien. En dan blijkt Hij er toch te zijn! Hij is er toch! Dat is dezelfde verbijstering die zich meester maakte van de broers van Jozef: "Hij is het!" Waar was hij al die tijd? Hij was daar onder de natiën en daar was hij verhoogd. En dan komen ze tot inzicht.

En wat er dan ook gebeurt als de Heer Zich bij dat volk voegt, weet u wat er dan gebeurt? De wind gaat liggen, de wind bedaarde. Er was tegenwind, maar dan komt de Heer tot hen en brengt Hij het gewoel van de natiën tot zwijgen. Dan gaat Hij het namelijk opnemen voor Zijn volk. De wind bedaarde. En ze waren – het staat er heel extreem geformuleerd – innerlijk bovenmate ontsteld. Dat woord 'ontsteld' heeft in het Grieks dezelfde oorsprong als ons woord 'extase'. Ze waren buiten zichzelf. Extase wil eigenlijk zeggen: 'ex' is buiten of uit, en 'stase' heeft te maken met staan. Ze konden het niet 'uit-staan'. Dat is misschien niet helemaal de goede associatie, maar het woord lijkt erg op extase. Ze waren in extase, bovenmate. Dit was zo verbijsterend.

Het plaatje is ook volmaakt. Ik ben er eigenlijk van overtuigd dat de twaalf dat toen nog niet zo hebben gezien, maar als Marcus dit zo optekent, en Matteüs en Johannes, en ze blikken daar zo op terug, dan ligt die profetische lijn voor het oprapen. Ze waren bovenmate ontsteld en er staat nog iets bij waar ik graag op wil wijzen: "want zij hadden niet begrepen bij de broden, omdat hun hart was verhard." Ze waren ontsteld, maar hoezo dan? Wel, omdat ze eerder bij de broden nog niet hadden begrepen wie Hij was. Inmiddels heb ik het plaatje zo neergezet en ik zou zeggen: kleur het zelf verder in, want het ligt nu allemaal zo voor de hand. Dat teken van de broden – ik gaf het bij het begin al even aan – heeft te maken met Zijn eerste komst, namelijk bij het Pascha. Dat Hij Zijn leven gaf en, wat meer is, dat Hij werd opgewekt uit de doden. Het spreekt van Hem die de dood overwon, het levende brood. Daar spreekt de eerste komst van, maar dat hadden ze niet begrepen.

Dat is precies de situatie van Israël. Bij Zijn eerste komst hebben ze niet verstaan wie Hij was. Zij komen pas tot de ontdekking van de ware identiteit van hun Messias na de nacht, na de duisternis. Nadat de Heer op de hoogte is gegaan en voor hen gebeden heeft, en tot hen is afgedaald en teruggekeerd. Na de nacht, door de storm en te midden van de volkerenzee, zal Israël tot inzicht komen en erkennen wie Hij is. En nu zitten ze daar in dat schip. Terwijl Hij naar binnen is gestapt en Zich bij hen gevoegd heeft, zijn ze innerlijk compleet buiten zichzelf, in extase. Waarom? Wel, ze hadden bij de eerste gelegenheid, bij de broden, nog niet gezien wie Hij was. Hoe kwam dat? Er staat: "hun hart was verhard." Dat is exact de beschrijving die we zo dikwijls vinden als het gaat over het huidige ongeloof van Israël.

Hoe komt het dat ze niet zien? Hoe komt het dat ze het niet verstaan? Hoe komt het dat ze met hun hart niet begrijpen wie hun eigen, bloedeigen Messias is? Wel, hun hart is verhard. Ik moet er ook bij zeggen: het is ook zo uitgestippeld. Het is ook het plan. Dat hun hart verhard is, wordt ook in Romeinen 11 beschreven en door Paulus zo gezegd: "God heeft hen gegeven ogen om niet te zien, oren om niet te horen en een hart om niet te verstaan." Hun hart is verhard. Daarom hebben ze Hem bij de eerste komst niet herkend, en pas na de nacht, door de storm en op de zee – te midden van de woelige volkeren om hen heen – komen ze tot erkenning van wie Hij is. Precies op het juiste moment, aan het einde van de nacht.

En dan staat er nog bij, zo eindigt de geschiedenis: "En overgevaren kwamen zij op het land in Genesaret en meerden aan." Genesaret ligt pal onder Kapernaüm en daar arriveren ze dus op het land. Genesaret is ook een van de namen van het meer; het heet het meer van Tiberias, maar ook van Kinneret of Genesaret. Het heeft allemaal dezelfde oorsprong. Hier vinden we in feite in deze geschiedenis prachtig geïllustreerd wat een tegeltjeswijsheid zou kunnen zijn – een spreuk voor een wandtekst natuurlijk – maar het is Bijbelse waarheid. Voor een heleboel mensen is het inderdaad alleen maar tegeltjeswijsheid; ze weten op een of andere manier wel dat het misschien zo is, of het zijn mooie verhalen en mooie leuzen, maar ze hebben nog niet ontdekt dat het echt de Bijbelse waarheid is. God heeft geen kalme reis beloofd – dat is trouwens een vrij universeel principe dat niet alleen voor Israël geldt – Hij heeft geen kalme reis beloofd, maar wel een behouden aankomst. En dat geldt ook voor Israël: zij zullen, als de nood het hoogst is, Hem tegenkomen, Hem aanroepen en tot herkenning komen.

Samenvatting: Geen Kalme Reis, Wel een Behouden Aankomst ↑ hoofdstukken

Nou, laat ik nog even kort samenvatten wat zo de profetische lijn is; een paar highlights, een paar hoofdpunten. De Heer bevindt zich vandaag op de berg, op de hoogte, terwijl Israël in de nacht is en in de storm op de volkerenzee. Maar tegen het aanbreken van de nieuwe dag, dan komt Hij tot hen. Ze herkennen Hem niet, totdat Hij Zich aan hen bekendmaakt. Dan vindt daar die herkenning plaats en dan brengt Hij hen ook daadwerkelijk in de rust. En in die rust, daarin zal Israël straks komen wanneer ze tot inzicht zal komen van haar Messias.

Maar zolang hoeven wij niet te wachten. Ik bedoel, wij kennen nu het goede bericht. Althans, dat wordt gehoord in deze tijd van Israëls ongeloof. Dat Israël terzijde staat, gaat de boodschap onder de natiën. En we worden gewezen via de apostel Paulus, die speciaal is uitgezonden om dat bekend te maken: van wie God is, de Redder van alle mensen, van deze hele wereld. En Hij heeft alles in de hand, perfect onder controle.

Ik zou daar ook mee willen afsluiten. Lieve mensen, laat je niet gek maken door alle berichten en mededelingen, door de media die je echt inderdaad gek en depressief kunnen maken. Oriënteer je op het Woord, op de Schriften. En dat Woord geeft soelaas, dat Woord geeft je een fundament en dat brengt ook daadwerkelijk nu al in de rust. En dat is precies wat we nu zo hard nodig hebben, zodat je te midden van zoveel gewoel en paniek vandaag volmaakte vrede en rust mag kennen.

Nou, dat wilde ik vanmorgen heel graag met u delen. Het was mij genoeg om deze dingen zo uit te stallen en zo vanuit de Schrift aan te wijzen. Lieve mensen, ik zou zeggen: Gods zegen allemaal, hoofd omhoog en tot ziens allemaal.

🎧 Jezus gaande over zee
Delen: