gelegd in een nieuw graf
10-04-2020 - Geplaatst door Andre Pietstudie gegeven op goede vrijdag, 10 april 2020 in Rijnsburg
Bij Jezus’ begrafenis was haast geboden. Want enkele uren na zijn sterven zou het feest van Pesach aanvangen waarop niet mocht worden gewerkt. Daarom ook werd Jezus begraven “in een hof ter plaatste waar hij was gekruisigd”. Het was in een nieuw graf waarin niet eerder iemand had gelegen. Jozef van Arimathea had het graf laten uithouwen in de rots. Alle bijzonderheden die de evangelisten vermelden i.v.m. met Jezus’ begrafenis werpen reeds hun licht vooruit op wat drie dagen zou plaatsvinden.
Powered by RedCircle
📝 Samenvatting & Transcriptie van deze lezing
⏱️ Hoofdstukindeling van deze studie:
- Inleiding en de Afwijkende Paasviering
- De Ware Datum van Slachting en Sterven
- Jozef van Arimathea en de Verbazing van Pilatus
- Nicodemus en de Geprepareerde Cocon
- Begraven in een Hof Nabij de Kruisiging
- Een Nieuw Graf in de Rots
- De Weggewentelde Steen en de Romeinse Verzegeling
- De Opstanding als Onderpand voor de Schepping
Inleiding en de Afwijkende Paasviering ↑ hoofdstukken
Goedemiddag, vrienden van het goede bericht. Het is vandaag vrijdag, Goede Vrijdag, of zal ik het in termen van de Hebreeuwse kalender eens zeggen: het is vandaag 16 Nisan, de tweede dag van het feest van de Ongezuurde. De tweede dag van het feest van Pesach, dat dit jaar allemaal heel anders verloopt dan andere jaren. Eigenlijk is het een heel uniek gebeuren vanwege de globale coronacrisis die ook in Israël heel sterk speelt, zodat de Joden inderdaad ook verplicht zijn op een heel andere wijze vorm te geven aan het feest zoals zij dat gewoon zijn te doen.
Ik zei al: het is nu Goede Vrijdag. Waar ik vanmiddag – want ik neem dit aan het einde van de middag op – graag de aandacht voor wil vragen, is wat er ooit plaatsvond, inderdaad aan het einde van de middag tegen de avond, nadat Jezus was gekruisigd en gestorven, en vervolgens werd begraven. Ik heb de studie als titel gegeven: 'Gelegd in een nieuw graf', en ik wil dat heel graag eens op een rijtje zetten.
Ik moet er misschien nog even ter toelichting bij zeggen dat ik wat afwijk van het programma zoals dat in aanvang allemaal was gepland met de Bijbelstudies die ik in Bodegraven, Rotterdam en Katwijk geef en de onderwerpen die ik daar bespreek. Het loopt allemaal wat anders, maar ik ben wel van plan – zoals ik dat tot dusver ook eigenlijk zonder al te veel onderbreking heb gedaan – om zowel op de zondagen een studie te plaatsen als ook doordeweeks. Dat wil ik vooral ook minimaal zo blijven doen.
In dit geval heb ik een onaangekondigde, min of meer ingelaste studie over het verblijf van Jezus in het graf. Ik wil een aantal dingen daarover graag eens op een rijtje zetten. Ik heb een twaalftal punten geformuleerd, zodat we daarin eens kunnen bezien wat er toen allemaal heeft plaatsgevonden op die ene bewuste dag.
De Ware Datum van Slachting en Sterven ↑ hoofdstukken
Laat ik eerst iets vertellen over de datum, want dat is natuurlijk wel een beetje verwarrend. Het is vandaag op de Joodse kalender, op de Hebreeuwse kalender zo u wilt, 16 Nisan. Dat is inmiddels twee dagen nadat de daadwerkelijke kruisiging heeft plaatsgevonden. Het is verwarrend in die zin, omdat het op de christelijke kalender vandaag Goede Vrijdag is, wat geacht wordt de dag te zijn waarop Jezus zou zijn gekruisigd. Maar ik moet u zeggen: dat heeft geen Bijbelse papieren.
Ten eerste klopt de gedachte dat Jezus op vrijdag zou zijn gekruisigd mijns inziens niet. Misschien dat dat straks nog even aan de orde zal komen. Bovendien heeft die hele christelijke kalender zeer vroege wortels in de kerkgeschiedenis. Reeds in de eerste eeuwen is het zo vastgelegd dat de paasdata van Goede Vrijdag en Pasen absoluut niet mochten samenvallen met het Joodse Pesach. Daar liggen feitelijk nog hele antisemitische wortels in besloten. Maar goed, ik ga dus niet uit van de christelijke kalender; die vergeten we gewoon weer even.
Het is niet helemaal toevallig dat ik juist nu, op Goede Vrijdag, aandacht geef aan dit onderwerp, omdat het onder christenen gebruikelijk is om stil te staan bij de begrafenis van Jezus. Dat komt goed uit. Maar feitelijk is het zo dat de Heer Jezus een aantal dagen in het graf heeft gelegen. Ook daar kom ik straks nog even op terug.
De kruisiging vond plaats op 14 Nisan. Dat is een heel belangrijke, markante Bijbelse datum, omdat dat de dag was van het Pascha. Het was de dag dat het lam geslacht werd, wat ooit het begin was van de uittocht uit Egypte. Al 1500 jaar voordat de Messias kwam, was die datum van Godswege dus al gefixeerd. Het lam moest geslacht worden; een lam dat op de tiende Nisan — de tiende van die eerste maand, 10 Aviv (Aviv betekent lente) — in huis werd genomen. Het moest een mannelijk, gaaf lam zijn, en op de veertiende dag van die maand zou dat geslacht worden. Daar worden allerlei instructies over gegeven, maar in ieder geval heeft dat alles zijn vervulling gekregen op de 14e Nisan aan het begin van onze jaartelling, toen de Heer Jezus Christus als hét grote Lam van Pascha werd geslacht. Precies zoals was vermeld en aangegeven, zowel qua datum als wat betreft de dingen die moesten gebeuren.
Dan lezen we dat de Heer Jezus om negen uur in de ochtend — even onze tijdrekening aangehaald — werd gekruisigd. Vervolgens staat er dat het op het zesde uur duister werd in heel het land. Er trad een verduistering op; hoe dan ook, het werd donker. Om welke reden, dat doet nu even niet ter zake, maar het was drie uur lang donker in het hele land. Niet lang na het negende uur is de Heer Jezus daadwerkelijk gestorven. In de Bijbelse tijdrekening moet je ervan uitgaan dat men rekent vanaf het moment van zonsopgang. Ongeveer zes uur ’s morgens begint de tijdrekening, wat betekent dat het negende uur overeenkomt met drie uur ’s middags. Welnu, niet lang daarna is de Heer Jezus gestorven. We vinden dat in zowel het Matteüs- als in het Markusevangelie. Ik heb bij elk punt ook expliciet aangegeven waar dat in de evangeliebeschrijvingen van Matteüs, Markus, Lukas of Johannes wordt vermeld.
Jozef van Arimathea en de Verbazing van Pilatus ↑ hoofdstukken
Wanneer de Heer Jezus is gestorven, lezen we dat een zekere Jozef van Arimathea naar de stadhouder Pilatus gaat. Hij vraagt of hij het lichaam van Jezus van het kruis mag nemen om het vervolgens te begraven. Alle vier de evangeliën vermelden dat hij inderdaad naar stadhouder Pilatus ging. U moet zich realiseren dat deze Jozef van Arimathea een zeer voornaam man was. We lezen ook dat hij een zeer rijk man was en bovendien lid van het Sanhedrin, de Joodse Raad. Het was dus een zeer aanzienlijk en invloedrijk man.
We lezen over hem dat hij in het verborgene een leerling of discipel van Jezus was, net als Nicodemus, wiens naam straks ook nog even voorbijkomt. Hij deed dat in het geheim, niet al te expliciet. Volgens het evangelie van Lucas was hij iemand die het Koninkrijk Gods verwachtte. Dat heeft alles te maken met het feit dat in die dagen de gelovige Joden, die geloofden in de Schriften, heel sterk verwachtten dat dit de tijd moest zijn waarin de Messias zou komen. Op basis van de tijdrekening wist men dat Hij in die generatie zou verschijnen, en daarmee dus ook het Koninkrijk van God. Dat klopte ook; het was inderdaad zo voorzegd. De Messiaanse verwachting was daarom heel levend bij de gelovige Joden en Jozef van Arimathea was zo iemand.
Zoals gezegd ging hij naar stadhouder Pilatus om het lichaam van Jezus te vragen. We vinden in Marcus 15 vermeld dat Pilatus daarover verbaasd is. Wanneer Pilatus van deze invloedrijke Jozef van Arimathea de vraag krijgt of hij het lichaam van Jezus mag meenemen, is hij eigenlijk hoogst verbaasd over het feit dat Jezus nu al zou zijn gestorven. Er staat in Marcus ook expliciet bij vermeld dat hij navraag doet bij de Romeinse hoofdman of dat inderdaad klopte.
De reden voor die verbazing is dat Jezus inderdaad al zo vroeg was overleden. Pilatus had natuurlijk al heel vaak te maken gehad met misdadigers en criminelen die werden gekruisigd, maar dat kon een heel langdurig proces zijn alvorens iemand werkelijk stierf aan het kruis. Het was een afschuwelijk stervensproces dat erg lang kon duren. Dat Jezus, zo'n jonge en sterke man, al zo vroeg was overleden, verbijsterde hem. Vandaar dus die navraag.
De reden dat Jezus inderdaad al was gestorven, komt door een nogal onbekend gegeven. Bij andere gelegenheden, en nog niet zo lang geleden heb ik dat in een blog ook wat nader uitgediept en aangetoond, is dit aan de orde gekomen. Ook in een Bijbelstudie in Bodegraven is dit uitgebreid besproken. Jezus is omgebracht door een Romeinse soldaat die met een speerstoot in Zijn zijde stak. Dat Jezus op dat moment nog in leven was, blijkt uit het feit dat er terstond water en bloed uit Zijn lichaam kwam. Stromend bloed. Hij is gestoken bij Zijn nieren, zodat er urine vrijkwam en stromend bloed; want ja, Jezus leefde nog. Zo is Jezus dus letterlijk geslacht.
Dat gebeurde op een opmerkelijk tijdstip. Namelijk op het moment dat even verderop, op het tempelplein, de paaslammeren allemaal werden geslacht. We weten uit buitenbijbelse bronnen dat dit gebeurde rond het tijdstip van het middaggebed. Jezus is dus geslacht en in het evangelie van Johannes wordt heel expliciet verbeeld dat Hij als het Paasga op de juiste datum en zelfs op het juiste uur werd geslacht. Bovendien werden Zijn benen niet gebroken, zoals wel het geval was bij de andere medegekruisigden die daar op Golgotha waren terechtgesteld. Hun benen werden gebroken, maar die van Jezus niet. Dat was ook niet nodig omdat het evident was dat Hij al was gestorven.
Afijn, Jezus is dus geslacht en dat is ook de reden waarom Pilatus zich afvroeg hoe dat zo kon. In ieder geval bevestigde de hoofdman dat Jezus inderdaad was gestorven, en staat er dat Jozef de toestemming kreeg om het lichaam van Jezus te nemen. Hij was niet de eerste de beste, dus hij mocht dat doen. We mogen aannemen dat daar nog enige tijd tussen heeft gezeten. Eerst stierf Jezus, vervolgens komt Jozef van Arimathea bij Pilatus, daarna moet Pilatus bij de Romeinse hoofdman navraag gaan doen en die krijgt dan vervolgens weer de boodschap door dat het inderdaad klopte. Daar is tijd overheen gegaan, dat kan niet anders. En dat terwijl er nogal haast bij was, want het tijdstip van het feest stond op het punt van aanbreken. De 15e Nisan was nabij. Alles moest in een korte tijd gerealiseerd worden, want de Sabbat werd zeer sterk geëerbiedigd. Als die aangebroken was, dan moest al het werk gedaan zijn. Zeker bij deze hele bijzondere Sabbat, want dat was de 15e Nisan, het begin van het feest. Dat was een speciale rustdag waarbij geen 'slaafse arbeid' verricht mocht worden.
Nicodemus en de Geprepareerde Cocon ↑ hoofdstukken
Dan is het Nicodemus die zich daar ook bij voegt, want het is Jozef van Arimathea die het lichaam wegneemt. We weten uit het Johannes-evangelie – Johannes is de enige die daarover spreekt – dat ook Nicodemus daarbij komt. Hij was, net als Jozef van Arimathea, een prominent man die deel uitmaakte van het Sanhedrin. De Heer Jezus noemt hem zelfs "dé leraar van Israël"; hij was dus niet de eerste de beste, maar een buitengewoon in de Schriften doorkneed man. Beiden hadden al veel eerder een ontmoeting in de nacht gehad, een bekende ontmoeting waarin heel bijzondere gesprekken hebben plaatsgevonden, waarover Johannes 3 spreekt.
Ook hij was in het geheim een volgeling, zo wordt dat in het Johannes-evangelie vermeld. Net als Jozef van Arimathea deed hij dit in het verborgene, want als publiek figuur zou hij zijn positie nooit hebben kunnen handhaven als hij openlijk een aanhanger van Jezus van Nazareth was geweest. In die zin zaten Nicodemus en Jozef van Arimathea min of meer in hetzelfde schuitje.
Hoe dan ook, Jozef van Arimathea neemt het lichaam van het kruis af, van het hout, van de staander. Dan is het Nicodemus die zich daarbij voegt en inmiddels een mengsel heeft geregeld van mirre en aloë. Dat was geen kinderachtige hoeveelheid, want er staat bij dat het ongeveer honderd pond was. Die maat wil zeggen dat het ruim dertig kilogram is geweest. De specerij mirre is aan ons nog verwant via namen als Mara en ook Maria, wat 'bitter' betekent. Als we het hebben over het sterven van Jezus, over zijn slachting en over zijn begrafenis, dan is die associatie niet zo moeilijk. Mirre was trouwens ook een van de geschenken die de magiërs uit het oosten hadden meegenomen: goud, wierook en mirre.
Dat mengsel van mirre en aloë dat Nicodemus meeneemt, was een enorme hoeveelheid. En dan staat er, en dat is punt zeven, dat Jezus vervolgens wordt gewikkeld in linnen windsels. Die windsels zijn geprepareerd met de specerijen die Nicodemus had meegebracht. In het Johannes-evangelie staat er nog bij dat dit conform de Joodse gebruiken was. Wat hier dus plaatsvond bij de begrafenis – dat het lichaam eerst gewikkeld werd en dat daar vervolgens specerijen bij werden gebruikt – was zoals bij de Joden gebruikelijk was.
Het komt er eigenlijk op neer dat wanneer Jezus' lichaam zo in die linnen windsels wordt gewikkeld, Zijn lichaam feitelijk in een cocon komt te liggen. U kunt zich voorstellen dat wanneer die linnen windsels zo zwaar geprepareerd zijn – zoals gezegd ruim dertig kilogram – dit na verloop van tijd helemaal verstijft. Het wordt met recht een soort cocon waarin het lichaam lag. Dat is een gegeven dat juist in het Johannes-evangelie later nog een rol speelt.
Want op de dag van de opstanding zijn het Johannes en Petrus die het graf ingaan. Dan zien ze inderdaad die windsels en de hoofddoek apart liggen. Als Johannes daar naar binnen kijkt, ziet hij dat het vanbinnen leeg is. Dan realiseert hij zich dat Jezus inderdaad moet zijn opgestaan. Wat zag hij namelijk? Een lege cocon. Dat is natuurlijk een prachtig beeld, omdat de associatie met een vlinder die de cocon verlaat zo voor de hand ligt. Een rups die zich helemaal in een web van draden wikkelt en in een cocon komt, om vervolgens als een vlinder, als nieuw leven, die cocon te verlaten.
Welnu, dat is wat daarin besloten ligt. Het feit dat Johannes juist wijst op die zwaar geprepareerde linnen windsels, heeft ermee te maken dat dit de achtergrondinformatie vormt voor wat er drie dagen later zou gebeuren bij het graf. Het is een geschiedenis die overigens alleen door Johannes wordt vermeld: het bezoek dat Petrus en de schrijver zelf als eersten aan het graf hebben gebracht.
Begraven in een Hof Nabij de Kruisiging ↑ hoofdstukken
Als Jezus’ lichaam dan is gewikkeld in de geprepareerde windsels, dan wordt hij vervolgens begraven in een hof. Daar staat bij dat dit vlak bij de plaats van de kruising was. Dat had een reden; ik zinspeelde daar zojuist al even op. Het was namelijk de dag van de voorbereiding die aanbrak en daarom kon en mocht het graf niet al te ver verwijderd zijn van de kruising. Er was domweg geen tijd meer voor. Jezus’ lichaam moest dus heel dichtbij begraven worden, zodat het allemaal nog voor de avond, voordat het daadwerkelijk avond was, rond zou zijn.
Ik wil voor een aantal dingen die genoemd worden in verband met dat graf speciaal de aandacht vragen. In de eerste plaats: het was een hof. Johannes is de enige die dat zo vermeldt. Het was een hof. Dat is trouwens ook de achtergrondinformatie voor wat er later, drie dagen later, zou plaatsvinden wanneer Maria Magdalena als eerste een ontmoeting heeft met de tuinman. Tenminste, dat dacht ze. Overigens had ze nog gelijk ook, feitelijk. Want die zij aantrof, dat was ook de tuinman, maar dan in de typologische zin van het woord. Het was de laatste Adam die uit het graf was verrezen.
Kijk, zoals Adam ooit de hof werd toevertrouwd om die te bouwen en te bewaren – we weten hoe het gegaan is met Adam, hij werd de hof uitgestuurd omdat hij niet geschikt was – maar nu de laatste Adam: Hij is de ware tuinman en hij gaat de aarde inderdaad tot een compleet paradijs maken. Dus waarin de eerste Adam niet lukte en waarin hij faalde, daarin slaagt de laatste Adam. Hij is inderdaad de tuinman en hij is in een hof begraven, in een tuin.
Johannes vermeldt er trouwens nog iets bij: het was vlak bij de plaats van de kruising. Dat was dus vanwege het feit dat het niet te ver verwijderd mocht zijn vanwege de dag van de voorbereiding die op het punt stond aan te breken. Johannes is ook hier weer de enige die dat specifiek vermeldt, maar het werpt trouwens ook licht op iets anders, namelijk dat Jezus begraven moet zijn en – ik zeg erbij – dus ook is opgestaan ter plaatse waar hij was gekruisigd. En we weten van de kruising dat deze heeft plaatsgevonden, er staat in Johannes 19 vers 20: "het was dichtbij de plaats van de stad". Helaas komt dat in veruit de meeste vertalingen niet goed uit de verf, maar zo staat het er echt letterlijk.
Het was niet alleen maar dicht bij de stad. Jezus werd gekruisigd buiten de muren van de stad; dat is evident, dat lezen we ook op verschillende andere plaatsen. Maar het was ook dichtbij 'de plaats van de stad', waarbij u moet weten dat 'de plaats', Hamakom, de aanduiding is voor de tempel. Dat geeft heel veel helderheid en werpt licht op de locatie van de kruising, de begrafenis en de opstanding. Waarom? Wel, pak een kaart van Jeruzalem en dan zie je dat de plaats van de stad, de tempel, aan de oostkant lag, tegen de Olijfberg. Dus de Heer werd niet slechts nabij de stad gekruisigd en begraven, maar hij werd gekruisigd dichtbij de plaats van de stad, dichtbij de oostkant. En dat betekent dus dat als hij buiten de muren en vlak bij de tempel was gekruisigd en begraven, dan is dat op de Olijfberg geweest. Dat kan niet anders.
Zodat alle heilsfeiten feitelijk allemaal – zijn kruising, zijn begrafenis, zijn opstanding en ook zijn hemelvaart – daar hebben plaatsgevonden. En ik moet er nog aan toevoegen: straks, als hij zal terugkeren vanuit de hemel, zal dat opnieuw zijn op de Olijfberg. Want hij voer ten hemel vanaf de Olijfberg, maar hij zal daar ook weer terugkeren en zijn voet zal staan op de Olijfberg die voor Jeruzalem ligt. Dus die Olijfberg is een buitengewoon belangwekkende locatie. En als we de Schrift met Schrift vergelijken, dan ontkom je mijns inziens niet aan de conclusie dat die hof waar Jezus begraven is, inderdaad een hof is geweest op de Olijfberg.
Daar zit trouwens nog iets bijzonders in, een geweldig typologisch gegeven. Want als hij werd begraven en dus ook drie dagen later opstond op de plaats waar hij werd gekruisigd – want zo formuleert Johannes het: "ter plaatse dan waar hij was gekruisigd was een graf" – dan betekent dat dat zijn opstanding plaatsvond vlakbij of ter plaatse van zijn kruising, van zijn sterven. Met andere woorden: daar waar hij de nederlaag leek te lijden, was tevens de plaats waar hij overwon.
Er zijn heel wat Bijbelse noties die in diezelfde richting wijzen. Bijvoorbeeld een dier dat geslacht werd als offer: dat werd geslacht, maar die slachting was nog niet het offer. Als het vervolgens, nadat het geslacht was, op het altaar terechtkwam, 'verrees' het of rees het op; het ging in rook op naar God tot een lieflijke reuk vanaf het altaar. Maar de slachting vond plaats vlak vóór het altaar. Dus het offer is niet zoals heel dikwijls volstrekt foutief wordt gedacht, namelijk dat het zou verwijzen naar Jezus’ sterven. Dat is niet zo. De slachting verwijst uiteraard naar het kruis, dat de Heer Jezus is geslacht en gestorven. Maar het offer, dat is wat er plaatsvond na de slachting: toen hij verrees en toen hij opsteeg uit het graf. Dat is het echte offer, dat is voor God ook een lieflijke reuk. Maar dat was vlak bij elkaar. Zoals de slachting plaatsvond bij het altaar waar het offer dan oprees, zo is de Heer Jezus ook begraven en opgestaan ter plaatse van zijn kruising. Dat is heel bijzonder.
Ik kan trouwens nog een andere gedachte daarbij aan toevoegen, namelijk dat de Heer Jezus de vervulling is van wat ooit werd gezegd in de hof van Eden. Tegen de slang, de oude slang, werd namelijk gesproken. Het wordt de moederbelofte genoemd en dan wordt er gezegd van het zaad van de vrouw en het zaad van de slang. En dan staat er tegen de nakomeling van de vrouw – de Vrouw, de Ene, de beloofde, de uiteindelijke – dat die inderdaad in zijn verzenen, in zijn hiel, zou worden gestoken: "Gij zult het de verzenen verbrezelen, maar dit zal u de kop vermorselen." Met andere woorden: die nakomeling, het zaad van de vrouw, zou als een slang getroffen worden in de hiel. Dat is dodelijk, maar tegelijkertijd zou dat de slang ook de kop vermorselen. Dus daar waar het zaad van de vrouw werd getroffen, dat is ook tevens de plaats waar de overwinning op de tegenstander werd behaald. En dat is de opstanding.
Zodat we, als we nadenken over de kruising en wij ook aandacht geven aan het graf zoals dat in alle vier de evangeliën wordt vermeld, zien dat dit heel bijzonder is. Het is namelijk niet alleen maar de afsluiting van het hele verhaal en de geschiedenis van het sterven; het is ook de inleiding tot Jezus’ opstanding. Alles wijst in die richting en ook allerlei informatie die wordt gegeven over het graf verwijst feitelijk al naar dat wat er zou plaatsvinden op die derde dag.
Een Nieuw Graf in de Rots ↑ hoofdstukken
Dan staat er nog iets, en het negende punt bevestigt precies waar ik zojuist al op wees. Er staat namelijk bij dat het een nieuw graf was, waar niet eerder iemand in had gelegen. Behalve in het Markaanse evangelie wordt dat in alle andere evangeliën ook zo vermeld: het was een nieuw graf en daar had nog niet eerder iemand in gelegen. Dit is nou ook weer zo'n typische hint in de richting van wat hier zou gaan plaatsvinden. Met andere woorden: wat hier in het graf gelegd werd, was een eersteling.
In feite, als we het hebben over de eersteling, denken we niet zozeer aan het feit dat Hij als eerste in het graf werd gelegd, maar denken we in het bijzonder en bovenal aan Degene die als eerste uit het graf kwam en de dood overwon. Dat is ook de absolute garantie dat heel de mensheid – ieder in zijn eigen rangorde, maar niettemin – zal volgen. Hij is de eersteling en heel de oogst zal volgen. Want zoals in Adam allen sterven, zo zullen allen in Christus worden levend gemaakt. Christus als eersteling.
Maar dat lag al besloten in het feit dat Hij als eerste in dat bewuste graf in die hof was gelegd. Een nieuw graf? Niemand had daar nog in gelegen. We lezen daar trouwens nog iets bijzonders over, zowel in Mattheüs als in Marcus: Jozef van Arimathea, een rijk man, had dat graf zelf laten uithouwen uit de rots. Dat moet dus een duur graf geweest zijn, of hij had dat graf speciaal al voor zichzelf laten maken. Dat weet ik niet, maar in ieder geval had hij het zelf laten uithouwen uit de rots.
Dat is trouwens ook weer een opmerkelijk gegeven: dat de Heer Jezus in een graf gelegd werd dat was uitgehouwen in de rots. Denk daar ook eens over na; dat de Heer Jezus gelegd werd in een rots. Waarom zeg ik dat? Omdat dat namelijk ook weer licht werpt op wat er op die derde dag zou gebeuren, namelijk dat toen Hij opstond uit de dood, er leven kwam uit de rots.
Als ik het zo formuleer, komen er allerlei gedachten in je hoofd. De eerste geschiedenis waar ik dan aan denk, is wat je leest in de Psalmen over honing uit de rots. Maar ook, en in het bijzonder, die geschiedenis waarin Mozes het volk leidde. Er staat dat God tegen hem zei – en het was dus op grond van Gods woord dat Mozes zou optreden – dat hij zijn staf moest nemen. Een staf is ook altijd weer een embleem van opstanding. Een staf is dat wat je doet staan en doet opstaan, en waardoor je staande blijft. Een staf heeft alles met nieuw leven te maken.
Als u het niet geloven wilt, dan zou u dat aan de broer van Mozes eens moeten vragen. Die had namelijk een staf die ooit in het heiligdom was gelegd. En wat had die staf voortgebracht? Jawel: amandelbloesem en zelfs amandelvruchten! Amandelbloesem is trouwens weer de eerste bloesem die verschijnt. Dat heeft ook weer alles te maken met het nieuwe leven, want een amandel is het gewas dat als eerste de lente aankondigt en tot bloei komt. Ook weer nieuw leven.
Afijn, een staf heeft alles te maken met nieuw leven en in dit geval zelfs met het vroege, het eerste nieuwe leven: de eersteling. Maar let op, ik wil nog even teruggaan naar Mozes die de staf moest nemen. God zei: 'Spreek tot de rots'. Dus met de staf in de hand spreekt hij tot de rots. Zo zou het volk dat dorstig was en schreeuwde om water, gelaafd worden met water uit de rots. Het volk dat dreigde om te komen van de dorst, ontving leven uit de rots: levend water.
Dus ja, er komt leven uit de rots. Dat ligt feitelijk besloten in zo'n mededeling waar je zo gemakkelijk overheen zou kunnen lezen, maar in type zit het er al in dat Jozef van Arimathea dat graf had laten uithouwen uit de rots. En zo wijs ik op een heel aantal bijzondere gegevens in verband met de locatie.
De Weggewentelde Steen en de Romeinse Verzegeling ↑ hoofdstukken
Bekend is ook het hele verhaal van de begrafenis en dit specifieke gegeven: er wordt een grote steen – we weten uit een van de evangeliën dat het zo genoemd wordt – een grote, maar ook zeer zware steen voor de opening van het graf gewenteld. Die steen speelt later een grote rol, want op de derde dag blijkt hij weggewenteld of afgewenteld te zijn. Dat was niet zozeer om de laatste Adam eruit te laten, maar om alle mensen die het wilden zien het graf in te laten, zodat ze zouden zien dat het leeg is. De cocon was leeg; het nieuwe leven dat in die rots lag, was daaruit voortgekomen.
Ik moet er trouwens nog bij zeggen dat het graf werd voorzien van een grote, zware steen, maar die steen wordt een dag later ook nog eens verzegeld. Dat was niet op hetzelfde moment. De Joodse leiders waren bang dat de discipelen, de aanhangers en volgers van Jezus, Hem zouden stelen. Ook herinnerden zij zich dat die 'misleider', zoals ze Hem noemden, ooit had gezegd dat Hij op de derde dag zou opstaan. Ze wilden koste wat het kost voorkomen dat er verhalen de ronde zouden gaan doen.
Op de 15e Nisan, een dag later, komen ze bij Pilatus met de vraag of er een wacht bij het graf gezet kan worden: Romeinse soldaten die het bewaken, in ieder geval tot de derde dag. Pilatus staat dat toe en laat de steen voor de opening ook nog eens verzegeld worden. Daarmee lag die steen daar onder de hoogste Romeinse autoriteit, zodat hij niet weggenomen kon worden. Een Romeins zegel was dermate belangrijk dat iemand die het verbrak, zich feitelijk schuldig maakte aan een doodzonde en ter dood gebracht zou worden.
Dat is een heel ironisch gegeven. Want terwijl Jezus Christus op de derde dag opstond uit de doden en de steen werd weggewenteld, gebeurde er iets waarop volgens de Romeinse, hoogste politieke autoriteit de doodstraf stond. Maar in werkelijkheid was de dood overwonnen! Daarom lezen we ook in de brief aan de Kolossenzen dat Jezus Christus in Zijn opstanding de overheden en machten openlijk tentoongesteld en te kijk gezet heeft. Doordat de verzegelde steen was weggerold, zijn de machten en autoriteiten te kijk gezet en was de dood overwonnen.
Die steen werd dus een dag later verzegeld op de 15e Nisan. Vervolgens heb je de 16e Nisan – dat is feitelijk de dag van vandaag op de Hebreeuwse kalender, de dag dat ik dit uitspreek. Op de 16e Nisan was het een gewone sabbat, de wekelijkse sabbat. Na die wekelijkse sabbat is de Heer Jezus uit het graf verrezen, na drie nachten. Het is dus niet zoals het meestal wordt uitgelegd. Daarom heet het ook Goede Vrijdag; men gaat er meestal van uit dat de Heer Jezus op vrijdag is gestorven en twee nachten in het graf heeft gelegen: van vrijdag op zaterdag en van zaterdag op zondag.
In werkelijkheid zegt de Schrift in Mattheüs 12 vers 40 dat de Heer Jezus drie nachten in het graf heeft gelegen. Hij is niet op vrijdag gestorven, maar op de donderdag. Afijn, dat is een onderwerp apart met de nodige haken en ogen, ook wat betreft vertaaltechnische details. Hoe dan ook: de Heer Jezus is op de derde dag opstaan en heeft drie nachten in het graf gelegen gedurende twee sabbatten. De eerste sabbat was de jaarlijkse sabbat op 15 Nisan, gevolgd door de gewone wekelijkse sabbat. In dat jaar vielen er dus feitelijk twee sabbatten achtereen. Over deze chronologische details is veel te melden en er staan genoeg Bijbelstudies op de website goedbericht.nl die hierop ingaan, maar dat laat ik nu even voor wat het is. Het is genoeg om er nu op te wijzen dat het graf waarin de Heer Jezus was gelegd, was voorzien van een steen die later ook nog eens werd verzegeld.
Als laatste, twaalfde punt wil ik erop wijzen dat Mattheüs, Markus en Lukas vermelden dat er twee Galilese vrouwen waren die de Heer Jezus waren gevolgd vanuit Galilea. Ze worden bij name genoemd: Maria Magdalena en Maria van Klopas. Dit waren de dames die ook bij het kruis hadden gestaan, zoals vermeld wordt in Johannes 19 vers 25.
Deze vrouwen hebben dit alles gadegeslagen. Je mag aannemen dat de twee voorname mannen onder wiens leiding deze begrafenis plaatsvond, deze dames helemaal niet hebben gekend. Zij waren vrouwen uit Galilea, terwijl de mannen in Jeruzalem woonden en een belangrijke positie hadden. Maar deze vrouwen hebben het van nabij gezien; ze stonden erbij en keken ernaar. Mattheüs zegt zelfs dat ze zaten. Ze zijn op een bepaalde plaats gaan zitten en hebben gezien hoe de Heer Jezus van het kruis werd genomen en vervolgens vlakbij werd begraven.
De rol van deze dames was hierin natuurlijk passief, want zij hebben alleen maar gekeken. Toch is het van belang dat zij zagen hoe en waar Hij begraven werd, omdat zij van plan waren meer specerijen te bereiden. Na de sabbatten zouden ze die specerijen kopen en bereiden om ze op zondagmorgen naar het graf te brengen. Ze hadden zich daarbij niet gerealiseerd dat het graf was voorzien van een zware steen. Het is allemaal anders gelopen, maar ook dit is weer essentiële achtergrondinformatie voor wat er volgde.
De Opstanding als Onderpand voor de Schepping ↑ hoofdstukken
Ik wil daar eigenlijk ook mee afsluiten, want het is namelijk een hele belangrijke notie: alles in verband met de begrafenis van Jezus blijkt van betekenis te zijn. Ik zinspeelde er al eerder op, maar ik wil het nog even benadrukken: het ontleent zijn betekenis aan dat wat er op de derde dag plaatsvond. Als wij over deze dingen nadenken—en trouwens, dat geldt ook voor Mattheüs, Marcus, Lukas en Johannes die dit hebben opgetekend—dan doen we dat vanuit de wetenschap dat Jezus Christus is opgestaan. Het is niet zo dat wij nu naar Jezus' opstanding toe leven; wij zijn nu niet bedroefd omdat Jezus gestorven is en in een graf is gelegd. Nee, wij denken aan iemand die dood geweest is. Zo denken wij terug aan Zijn sterven, maar ook aan Zijn begrafenis. Hij was dood. Echt dood. Gedurende twee dagen heeft Hij in het graf gelegen en ten derde dage is Hij opgestaan. Drie nachten lang heeft Hij daarin gelegen, in dat graf, en Hij was dood.
Maar waarom is dat zo belangrijk? Wel, omdat Hij die dood geweest is, is opgewekt door Zijn God en Vader uit de doden. En als eersteling. Alles wat daarover wordt beschreven—over dat graf, over die steen, over de rots, over het feit dat het in een hof was, over de locatie—alles heeft zijn betekenis daarin, juist ook met het oog op de derde dag. Dat is de grote climax en de hele beschrijving die daaraan voorafgaat, werkt daarnaartoe.
Wat is het geweldig om juist rond deze tijd—het Joodse Pesach, de christelijke lijdensdagen, Goede Vrijdag, morgen Stille Zaterdag en zondag Pasen—hierbij stil te staan. Persoonlijk hecht ik aan die kalender geen waarde, maar het grote feit blijft altijd: Hij is opgestaan! Hij leeft, en zo denken wij terug aan wat er geweest is, maar zo kijken we ook vooruit. We weten: Hij is de eersteling. Hij is in dat nieuwe graf als eerste gelegd en Hij is als eersteling uit het graf gekomen als de grote overwinnaar. De dood doet Hij totaal teniet. Ik zeg: totaal teniet. Vergis u niet, Jezus Christus stierf niet voor een beperkt aantal mensen of alleen voor mensen die in Hem geloven; Hij stierf voor de hele wereld. Hij stond op als eersteling voor heel de mensheid, voor iedereen. Ja, wat zeg ik? Voor heel de schepping!
Ieder op zijn tijd zal in dat nieuwe leven delen. Het is nu voorjaar en dat nieuwe leven ontluikt, maar dat gaat ook in rangorde. Het ene soort bloemen—en dat geldt in de dierenwereld ook—deelt eerder in het nieuwe leven van de lente en van het voorjaar dan andere soorten. Je hebt de amandel die als eerste bloeit. Hier in het westen hebben wij de tulp die eerst bloeit en later zijn er andere struiken en andere gewassen die ook tot bloei komen. Alles op Gods tijd. Bij God gaat er nooit iets mis. Hij is de grote regisseur en Hij is degene die het onder controle heeft. De dood is overwonnen en de dood wordt uiteindelijk als laatste vijand volledig tenietgedaan, zodat er dan geen dood meer is, maar enkel en alleen nog leven.
Wat een hoop en wat een verwachting mogen we hebben! Te midden van zoveel paniek, angst en slechte berichten die om ons heen gehoord worden en waardoor de wereld bevangen is, mogen wij dat goede bericht laten klinken. Dat bericht van overwinning en triomf, om daaruit te leven en de kracht daarvan te ervaren. Wel, ik zou zeggen, lieve mensen, dat is het beste wat we elkaar kunnen voorhouden: daaruit te leven. In dat besef wens ik u en jullie allemaal nog hele goede dagen toe.
UltimateGoodNews