GoedBericht.nl logo
UltimateGoodNews

hoe onnavorsbaar zijn zijn oordelen?!

15-09-2019 - Geplaatst door Andre Piet
Lezing gehouden op zondag 15 september 2019 in Rotterdam

In Romeinen 11 roept Paulus uit in lofzang aan GOD: “hoe onnavorsbaar zijn zijn oordelen?!”. GOD stelt onder ‘kritiek’ en brengt ook in ‘crisis’ (beide woorden zijn afgeleid van het Griekse woord voor ‘oordeel’), maar achter het ‘waarom’ kunnen we als mensen onze vinger niet krijgen. En het ‘hoe’ en ‘in welke mate’ is evenmin na te rekenen. Dat weet GOD alleen. Maar de uitkomst van GODS oordelen daarentegen, die is wel bekend. Die ligt in Hemzelf, zo zeker als ze in Hem ook haar oorsprong vindt.

Beluister of download de toespraak:

Powered by RedCircle

bekijk de video:


>>

Bekijk of download de presentatie:

download
📝 Samenvatting & Transcriptie van deze lezing

Samenvatting van deze toespraak

In deze studie staat de onnavorsbare en onnaspeurlijke aard van Gods oordelen en wegen centraal. Er wordt uitgelegd dat God doelbewust iedereen in ongezeglijkheid heeft opgesloten, met het ultieme doel om zich over allen te ontfermen. Hierbij wordt geïllustreerd dat zelfs de weerstand van de farao en de dood deel uitmaken van een groter, goddelijk masterplan. De dood is voor God slechts een pauzeknop op weg naar een uiteindelijke en allesomvattende levendmaking. De mens kan Gods grootse wijsheid niet volledig bevatten, maar mag erop vertrouwen dat de gehele schepping uit Hem, door Hem en tot in Hem is.

“Dit is in één zin heel de geschiedenis van de kosmos: uit Hem en door Hem en tot in Hem zijn alle dingen.”

De Betekenis van Onnavorsbaar en Onnaspeurlijk ↑ hoofdstukken

We doen straks graag nog een keer een beroep op jullie daar achter de schermen. En over "achter de schermen" gesproken: daar hebben we het vandaag eigenlijk ook wel sterk over. Goedemorgen overigens allemaal, vrienden. Wij gaan ons inderdaad bezighouden met dat gedeelte dat door Jurie zojuist is voorgelezen.

Het eerste wat daarbij opviel, en dat heeft Jurie zo al even aangegeven, is dat merkwaardige woordje "onnavorsbaar". Eerder in de week hebben we daar al eventjes over zitten stoeien, want hij vond dat nergens in een woordenboek terug. Onnavorsbaar. Het is overigens niet helemaal waar, Jurie, want ik kwam dit tegen op mijnwoordenboek.nl en toen zag ik het woord wel: onnavorsbaar. En dat betekent: inexplorabel. Dus nu weet u het ook. Dan hebben we dat probleem ook weer opgelost.

Eigenlijk kwam het ook al even uit de verf in onze briefwisseling: het is feitelijk niet zo'n heel moeilijk woord, al is het erg ongebruikelijk. Want ja, het werkwoord navorsen kennen we allemaal. En als iets na te vorsen is, is het dus navorsbaar. En als het niet na te vorsen is, dan is het onnavorsbaar. Ja, dus zo moeilijk is het nou ook weer niet.

Er is een woord dat er eigenlijk heel dicht bij in de buurt komt en dat is het woordje "onnaspeurlijk". "Ondoorgrondelijk" is eigenlijk weer net even wat anders; dat betekent dat je het niet kunt doorgronden. Als je iets niet kunt navorsen, heeft dat net weer even een wat andere gedachte in zich, maar "onnaspeurlijk" lijkt er wel heel erg veel op.

Soms zie je hoe lastig vertaalwerk kan zijn. "Onnaspeurlijk" was een woord dat de vertalers hier niet konden gebruiken voor de eerste term, aangezien in diezelfde zin uit Romeinen 11 vers 33 het woordje "onnaspeurlijk" al voorkomt als vertaling van een woord dat ook absoluut "onnaspeurlijk" betekent. Je ziet dus deze twee Griekse woorden. Ik heb het vergrootglas er even op gelegd om te kijken naar de elementen waaruit die woorden zijn opgebouwd.

Dat woordje "onnavorsbaar" waar we het over hebben, is opgebouwd uit "on", "uit" en "gezocht". Het is dus niet uit te zoeken of niet na te vorsen. Dat komt daar wel heel erg dicht bij. En dat andere woord is inderdaad "onnaspeurlijk": dat kan niet opgespoord worden. De beide betekenissen liggen dus dicht bij elkaar. Ik zal dat straks trouwens nog laten zien, omdat de zinnen in Romeinen 11 vers 33 min of meer parallel lopen; de ene zin verklaart de andere.

Dat is wat ik in de eerste plaats even wil laten zien. In dat vers 33 — en we gaan het over de omgeving ook nog hebben, dus maakt u zich geen zorgen — staat eerst die ene zin, de titel van de predikatie: "Hoe onnavorsbaar zijn Zijn oordelen!" En daarna: "Hoe onnaspeurlijk Zijn wegen!" Die zinnen zijn dus parallel. Dat wil zeggen dat "onnavorsbaar" overeenkomt met "onnaspeurlijk".

Nog iets trouwens: dat "onnavorsbaar" en "onnaspeurlijk" ontleent zijn kracht juist aan het feit dat er wél zoveel pogingen toe zijn ondernomen om het na te vorsen en na te speuren. Het is in deze context van Romeinen 11 een conclusie. Dat wil zeggen dat de mens zoveel tijd, expertise en energie erin heeft gestoken om het na te speuren en na te vorsen, en de conclusie moet na alle pogingen zijn dat het niet lukt. Het is tevergeefs. Daarom is het onnavorsbaar. De kracht zit hem dus juist in het feit dat er zoveel pogingen toe zijn ondernomen. We lopen gewoon tegen een menselijke grens aan. Tegen een muur; je kunt nu eenmaal niet verder. Ja, dat is toch lastig toe te geven, maar juist omdat de mens het zo moeilijk kan toegeven, maakt dat het woord zo krachtig. Je kunt nog zoveel proberen, maar het lukt je niet.

Dan nog even over die twee parallelle zinnen: "onnavorsbaar" komt overeen met "onnaspeurlijk" en het woordje "oordelen" komt overeen met "wegen". Zijn wegen zijn Zijn oordelen. Bij nader inzien blijkt dat verschil ook niet zo heel erg groot te zijn. Want ja, een oordeel... Nee, ik heb het niet over een deel van een oor, dat is weer wat anders. Over lastige vertalingen gesproken: ik hoorde van een gids in Israël die een Nederlandse groep had en daar werd gevraagd: "Gaan wij ook nog een bezoek brengen aan Salomons oordeel?" Maar dat was dus niet het geval.

Wat Zijn Gods Oordelen? ↑ hoofdstukken

Oordelen, dat werkwoord, betekent simpelweg dat je een besluit neemt. Het idee daarbij is: toen u vanmorgen hierheen op weg was en u zat achter het stuur, heeft u heel wat keren een besluit genomen. Namelijk niet om rechtdoor te gaan, maar om een afslag te nemen. Zo heb je in die korte tijd tig oordelen gemaakt. Je gaat niet dit, maar dat doen; je gaat niet zus, maar zo. Dat zijn allemaal evenzoveel oordelen als wegen die je vervolgens gaat. God oordeelt ook. Hij besluit iets te doen. Dat betekent dat Hij die weg met iets of met iemand, met een groep of een volk gaat, en niet een andere weg. Zijn oordelen zijn dus ook Zijn wegen.

In Romeinen 9 — ik kom daar straks nog even op terug — lees je over een pottenbakker. Dat is het beeld dat Paulus gebruikt voor God die Zijn schepping kneedt en formeert. De pottenbakker besluit om van de ene klomp klei iets te maken en van de andere klomp klei iets anders. Dat oordeel om van het ene dit en van het andere dat te maken, is een oordeel. Dat bepaalt vervolgens ook de route die Hij gaat, de weg die Hij daarin bewandelt. Van beide zegt Paulus dat het zowel onnavorsbaar als onnaspeurlijk is.

Om op dat woord oordelen nog even wat meer in te zoomen: het is een werkwoord. Ik oordeel, wij oordelen. De Griekse woorden die daar in de Schrift onder liggen, kennen we voor een groot gedeelte eigenlijk ook wel, omdat ze vaak via het Latijn in onze taal terechtgekomen zijn. Het werkwoord oordelen kennen wij in kritiseren of kritiek. Dan heb je ook het zelfstandig naamwoord, dat wil zeggen het oordeel of de beoordeling. Dat Griekse woord komt heel veel keren voor in het Nieuwe Testament en dat is het woord krisis. Kritiek, krisis. Een krisis, wat is dat? Dat is altijd een beslissend keerpunt. Wij vatten dat meestal negatief op, in de zin dat je in een crisis terechtkomt in moeitevolle omstandigheden. Maar het idee daarbij is dat daar een keerpunt gecreëerd wordt; dat is de bedoeling van zo'n krisis.

Dan heb je ook nog een ander woord: kriterion. Dat herkennen wij in ons woord criterium. Dat is een oordeelsinstrument of eventueel een plaats van oordeel; iets wat je gebruikt om een oordeel te vormen. Dan heb je een criterium nodig. En dan is er nog het woord waar we het vanmorgen over hebben, wat in Romeinen 11 vers 33 gebruikt wordt, en dat is het woord krima. Dat kennen wij trouwens ook: crime, criminologie. Maar in onze taal heeft dat vooral een negatieve betekenis gekregen van een misdaad. Het oorspronkelijke Griekse woord is echter het resultaat van een oordeel. Dat wil zeggen: je hebt geoordeeld en daar ligt jouw oordeel. Dat is een krima, of in het meervoud krimata. Dat is het woord wat in Romeinen 11 gebruikt wordt.

Zo zijn we allemaal weer een beetje op de hoogte van het woordenboek en van de taal waarin Paulus dit heeft opgetekend. Het lijkt me belangrijk om dat even scherp te stellen, omdat oordeel dus ook niet hetzelfde is als veroordeling. Dat is overigens ook weer een ander Grieks woord. Een oordeel wil zeggen dat je een besluit neemt. Ik oordeel dat een schilderij mooi is en dat die auto niet mooi is; dat zijn allemaal oordelen. Welnu, God oordeelt. Maar wat is de achtergrond daarvan? Wat zijn Zijn motieven? Daarvan zegt Paulus, na hoofdstukken lang daarnaar geforst te hebben, dat het onnavorsbaar is. Maar hij moet er ook nog een paar andere dingen over zeggen. Eerst even dit nog.

Allen Opgesloten in Ongezeggelijkheid: het Voorbeeld van Farao ↑ hoofdstukken

Voordat we in Romeinen 11 vers 33 aankomen en het navolgende zullen zien, wil ik eerst nog even teruggaan naar het 32e vers. Het is een beetje lastig om precies een oordeel te vormen over waar ik nu eigenlijk begin, maar ik heb geoordeeld dat het vers 32 is. Want hier begint feitelijk ook min of meer de conclusie uit zijn hele voorgaande betoog. Na vers 32 breekt Paulus uit in een lofzang en valt hij bij wijze van spreken — je ziet het voor je ogen gebeuren als hij zulke woorden in zijn mond neemt — in complete verbijstering, verbazing, verwondering en bewondering op zijn knieën voor zo'n grote God: "O, diepte van rijkdom!" Dat zijn woorden die je uitspreekt wanneer je een zo klein woord hebt voor zo'n grote God.

Dat begint dus met deze conclusie: "Want God sluit allen op in ongezeglijkheid." Dat had hij al uitgelegd, vandaar ook dat woordje "want". Dat is op zich nou niet bepaald vrolijkmakend, integendeel. En als je daarop fixeert, je er blind op staart, dan snap je van het hele verhaal niks. En dat is in feite ook de situatie in onze dag. De mensen kijken naar de wereld en ze zien zoveel negativiteit, ze zien zoveel pijn, zoveel moeite, zoveel lijden. En als je je daarop blind staart, denk je: dat kan toch nooit een God zijn die alles in handen heeft, laat staan een God die liefde is en met alles een geweldige bedoeling heeft. Ja, dat komt omdat ze zich een oordeel vormen terwijl ze het complete plaatje niet kennen.

God sluit allen op. Ik heb een plaatje erbij bedacht om dit te illustreren en ik heb ook een vers erbij vermeld: Lukas 5 vers 6. Het werkwoord dat hier gebruikt wordt door Paulus, vinden we daar in de evangeliën ook. Het gaat daar over vissers die hun vissen in hun netten hebben; die vissen zijn allemaal opgesloten in een net. Dat wil zeggen: ze kunnen geen kant op. Dat werkwoord gebruikt Paulus hier in Romeinen 11. God heeft allen — gewoon de mensheid in haar geheel, Israël, de natiën, eerder had hij het al over alle mensen individueel, gewoon als collectief, het hele mensdom — opgesloten in ongezeglijkheid. Geen ontkomen aan. Dat is Gods oordeel. God doet dat. Hij verantwoordt zich ook niet. In die zin heb ik ook wat moeite met de gedachte dat God "verantwoordelijk" is, als je daarmee bedoelt dat God verantwoordingsschuldig is. Nee, absoluut niet. Hij is de Schepper. Hij is die Pottenbakker. Zoals Paulus dat ook in Romeinen 9 had gezegd: een stukje klei zegt toch ook niet: "Waarom hebt u me nu gemaakt voor dit doel?" Dat doet het boetseersel toch niet? De Boetseerder heeft gewoon dat recht en heeft helemaal niet de plicht om dat te verantwoorden. Hier wordt gewoon iets vastgesteld: God sluit allen op in ongezeglijkheid.

Dat woord "ongezeglijkheid" — in de NBG-vertaling staat "ongehoorzaamheid" — daar zit nog wat meer een houding achter van: je wilt je ook niet laten gezeggen. Ook daarvan gaf Paulus een voorbeeld in het betoog waar dit de afsluiting van is, in Romeinen 9. Ik heb er nu een paar keer naar verwezen: dat van de Pottenbakker, maar eigenlijk ook dat van de farao. U kent de geschiedenis. God had Mozes geroepen, hij moest naar Egypte. Ik ga er gemakshalve vanuit dat we allemaal dat verhaal kennen. God had Mozes geroepen, Israël zou uitgeleid worden uit Egypte. Maar God zegt: "Jij gaat naar de farao toe, maar ik geef..." Voordat hij al bij de farao was geweest, had God al gezegd dat hij niet zou luisteren. "Maar goed," zegt God, "Ik ga het ook duidelijk maken." Er kwamen gerichten en op een gegeven ogenblik zou de farao bezwijken onder de druk. En wat lees je dan? Dat God zijn hart versterkt of verhardt, zodat hij gewoon "nee" kan blijven zeggen. Hij blijft ongezeglijk.

De farao was inderdaad een heel duidelijk voorbeeld daarvan: hij was opgesloten in ongezeglijkheid. God had het op voorhand al gezegd tegen Mozes, maar de farao wist het niet. De farao wist maar één ding, namelijk Gods wil: "Laat mijn volk gaan." Dat was de korte boodschap van Mozes aan de farao, en dus van God aan de farao. Ja, laat mijn volk gaan, dat was Gods wil. De farao wist niet wat Gods bedoeling was. Dat wist Mozes weer wel. De farao zegt nee, en hij zegt weer nee. Op een gegeven ogenblik wordt de druk groot — u kent het verhaal van die plagen en die geschiedenissen — en dan dreigt hij te bezwijken. Maar dan versterkt God zijn hart, zodoende dat hij nee kon blijven zeggen. En dan lees je ook dat God zegt — of dat het zo uitgelegd wordt — dat God Zijn kracht wilde betonen. En daar had Hij een sterke wereldleider voor nodig, want dat was de farao. Hij was de machtigste man in die dagen, met geweldige legers. Wel, zo'n tegenstander was een uitstekend instrument om Gods kracht, die overtreffend is, te demonstreren. Daar heb je geen zwakke tegenstander voor nodig, maar een sterke.

Nu komt natuurlijk de vraag: "Ja, maar wat heeft God daar nog aan te merken op de farao? Want dan heeft hij toch precies gedaan wat Zijn bedoeling was?" Ja, dat is ook zo. En dat is mooi hè, dat is geweldig in de Bijbelse boodschap: er gaat bij God nooit wat mis. Zelfs als de farao Gods wil weerstaat en ongehoorzaam is, dan gaat er nog niks mis. Alles heeft een bedoeling. Er staat in Spreuken: "God heeft alles gemaakt voor Zijn doel, zelfs de goddeloze — bijvoorbeeld de farao — voor de dag van het kwaad." Alsjeblieft. Ja, dat zijn lastig te verteren dingen. Maar ik moet zeggen: als je hier eenmaal de feeling voor meekrijgt, dan denk je: wat een God!

Enfin, dat was de farao. En nu komt het: "Want God sluit allen op in ongezeglijkheid... opdat Hij zich over allen zou ontfermen." Aha! Dat staat dus niet op zichzelf. Hij sluit niet zomaar op in ongezeglijkheid met alle gevolgen van dien. Als je daar een punt zou zetten of als je je daarop blind staart, ja, dan snap je het niet. Nee, want waarom niet? Wat weet je dan niet? Nou, Gods motief: dat Hij daar een bedoeling mee heeft. En dat is nu juist het hele verhaal. God heeft een bedoeling. Hij heeft alles gemaakt voor Zijn doel. Alles! Wat bedoel je met alles? Nou, gewoon alles. Noem één ding wat niet een bedoeling heeft bij God. Dat bestaat niet. Alles heeft een bedoeling.

Let wel, er staat niet dat alles de bedoeling is. Dat is iets anders. Niet alles is al de bedoeling, maar alles heeft een bedoeling. Dat allen opgesloten zijn in ongezeglijkheid, dat is niet de bedoeling, maar dat heeft een bedoeling. Het maakt deel uit van een plan dat onbekend is bij de meesten. Kijk, in feite is het zo dat die onbekendheid een gegeven is. Wij weten dat niet, wij zijn schepseltjes met een hoofd daarop, maar wat kan daar nu eigenlijk in? Sommige mensen hebben een groot hoofd, maar ik bedoel: je kunt deze dingen niet vatten en niet bevatten. Dat is onmogelijk. Hij is de Schepper. Maar het is zo'n geweldige waarheid wat Paulus hier uiteenzet: dat allen opgesloten zijn in ongezeglijkheid, dat heeft een doel, namelijk dat Hij zich over allen zou ontfermen. Ik wil daar nu niet teveel bij stilstaan, maar het is wel buitengewoon belangrijk. Want dat woordje "allen" geeft ook aan dat er gewoon geen uitzondering is. Dat gold trouwens al bij het eerste: heel de mensheid is opgesloten in ongezeglijkheid. Dat is nog weer zoiets waarvan wij dan zeggen: hoe kan dat nou, dat is toch onbillijk? Ik bedoel, toen ik in de wieg lag, daar heb ik niet voor gekozen. Bizarre gedachten natuurlijk, alleen al om daar verder over door te denken.

Dat ik een zondaar ben, dat was ik toen al, dat wist ik veel. En ik was een sterveling; daar heb ik allemaal niet voor gekozen, maar ik was het. Eigenlijk was ik al – ja, een mens komt dan in feite al in een crisis, in moeite en problemen. Want wij denken: als het kwaad je trekt, of ziekte, of dood, of tegenslag, oh, dat heeft natuurlijk te maken met zonden die je gedaan hebt; dat Gods oordelen altijd te maken hebben met zonde. Maar dat is helemaal niet zo. Dat is niet zo per definitie.

Een heel boek gaat daar zelfs over. Want de vrienden van Job hadden ook dat idee: nou, nu overkomt hem zoveel ellende, dan moet er wel iets te traceren zijn, iets na te vorsen zijn in zijn leven wat niet helemaal... Maar dat was helemaal niet aan de hand. Totaal niet. God had een plan. Ja, dat is waar.

En dat geldt voor heel de mensheid. Heel de mensheid bestaat uit zondaren en dan lees je in Romeinen 3 – dat is zo'n prachtige samenvatting – daar staat al: er is niemand die goed is, zelfs niet één. Mocht je denken dat je een uitzonderingetje bent, nee, die weg wordt ook wel afgesloten. En dan staat er: "Want allen zondigden en derven – of missen – de heerlijkheid van God." Allen. "En worden om niet gerechtvaardigd door Zijn genade in Christus Jezus."

Allen hebben gezondigd. Allen derven de heerlijkheid Gods. En allen worden om niet gerechtvaardigd door Zijn genade. Moeilijk is het niet hoor; het is zo simpel. Dit is juist. Dit is het goede nieuws, het evangelie, het goede bericht wat God te melden heeft. Het is volstrekt oninteressant wat uw of mijn opinie daarover is. Dus dit is de mededeling: wij stellen vast dat we allemaal zondaren en stervelingen zijn. Kun je er dan moeilijk onderuit?

Het Doel: Universele Ontferming en Rechtvaardiging ↑ hoofdstukken

Nou, zo universeel als dat gegeven is, zo universeel is het ook dat u en al die miljarden mensen bestemd zijn om gerechtvaardigd te worden en leven te ontvangen. Als we nu met de dood in onze schoenen lopen allemaal, zonder uitzondering, zo zullen we straks Leven met allemaal hoofdletters ontvangen.

Doe je daar iets voor? Is dat onze mening? Is daar iets eerst aan ons gevraagd? Nee, helemaal niet; het is Gods plan. God sluit allen op in ongezeglijkheid, opdat Hij zich over allen zou ontfermen. Dat is dus de doelstelling. Het grote doel van God is dat Hij een weg gaat die wij, puur sec genomen, op zichzelf genomen, als negatief zien en beleven.

Dat is waar. Maar je begrijpt het alleen maar wanneer... en hoe weet je dat? Hoe kan ik dat nu al weten? Dat kan ik alleen weten, niet omdat ik het navors – want dat is het juist niet – maar omdat God het bekendmaakt. Hij openbaart zich, Hij vertelt het gewoon. Zoals Mozes al dingen wist van tevoren. Niet omdat hij zo slim was, nee, God had hem geroepen en had hem verteld. Zo doet God dat: als Hij iets onderneemt, dan maakt Hij dat aan Zijn vrienden bekend. Mozes wist dat, en dat is nu ook zo.

Hoe weten wij van deze dingen? Ja, omdat Hij dat bekendgemaakt heeft. Hij heeft instrumenten ingezet aan wie Hij Zijn boodschap doorgegeven heeft en heeft laten optekenen. En voilà, dit is het. Dat is alles wat we nodig hebben. God sluit allen op in ongezeglijkheid opdat Hij zich over allen zou ontfermen.

Let op, dit is de doelstelling, dit is geen tijdpad. Want ja, dat is nog even een verhaal apart. God gaat zich over allen ontfermen, maar dan moet ik er wel bij zeggen: dan moet je wel de tijd hebben. En God heeft de tijd. Wij niet. Wij krijgen tijd toebedeeld en wij zijn altijd gelimiteerd in tijd. God niet; God is de Creator van de tijd en ruimte. Hij staat daarboven en daarbuiten. Hij kan wel in de tijd komen. Dat doet Hij ook, dat deed Hij ook, maar Hij staat daarboven. Hij heeft de tijd.

Gods Tijdlijn: de Dood als Pauzeknop ↑ hoofdstukken

Laten we eens concreet worden met het voorbeeld dat ik zojuist gaf over Farao. Hoe God hem opsloot in ongezeggelijkheid, met alle gevolgen van dien, maar hoe Hij Zich uiteindelijk ook over hem gaat ontfermen. Laten we dat eens in een soort van tijdlijn neerzetten. Kijk, Farao wordt geboren. Ik gebruik daarvoor vaak het beeld van een afspeelknop, zoals u die op uw audioapparatuur of de tv hebt. God drukt op de knop en het leven begint zich af te spelen. Farao wordt geboren en hij leeft een aantal jaren. U weet hoe het gegaan is; uiteindelijk is hij met al zijn legers omgekomen in de Rode Zee. Hij is verdronken. Voor de mens is het dan: na Farao de dood, einde verhaal. Dan krijg je een hele lange pauze.

Inmiddels zijn er al pakweg 3500 jaren gepasseerd sinds Farao leefde. Wat is Farao nu? Hij is dood. Voor ons is dat het einde, wij kunnen daar niets meer mee, maar voor God is het slechts een pauzeknop. Farao’s ervaringen hielden op dat moment op. Is dat het dan? Nee, want die tijdlijn gaat weer lopen. Dat duurt overigens nog zeker duizend jaar. God heeft de tijd, maar Hij néémt ook de tijd. Er komt een moment dat Farao weer opstaat; dan wordt de pauzeknop weer ingedrukt en gaat het leven van Farao weer lopen.

God wil Farao namelijk nog het een en ander bekendmaken. Dat is het beeld van de grote witte troon. Farao moet gericht worden. Er moeten nog allerlei dingen gecorrigeerd worden in zijn leven; hem moeten dingen onthuld en bekendgemaakt worden. Alles in zijn leven moet op zijn plek gezet worden. Dat is waar die grote witte troon voor dient. Ik ga daar nu verder niet op in, het gaat mij erom het even duidelijk te maken: hij leefde duizenden jaren lang niet. Was hij dus dood? Ja, hij leefde niet op een andere manier verder, hij was dood. Straks staat hij op bij de gelegenheid van de grote witte troon en wordt hij gericht.

Maar ik moet erbij zeggen: daarna gaat hij opnieuw dood. Ik ga dat nu verder niet uitleggen, maar hij sterft voor een tweede keer. De Bijbel noemt dat ook de tweede dood. Dan krijg je weer een hele periode waarin Farao dood is. Veel mensen, en dan bedoel ik christenen, zeggen: dat is dus einde verhaal. Zij stellen zich de dood overigens nog vaak voor als een afschuwelijke plaats van lijden, pijniging en foltering, maar dat kunt u wel vergeten. Dat is niet zo. Maar bovendien, het allerbelangrijkste: die dood wordt tenietgedaan. Er komt een moment dat de dood wordt afgeschaft.

Raad eens wanneer dat gebeurt? Dat is in die laatste aion, dat wereldtijdperk waarin Christus regeert. Hij moet heersen totdat Hij de dood als laatste vijand zal tenietdoen. En wat gebeurt er als de dood wordt tenietgedaan? Dan worden alle mensen levend gemaakt. Alle mensen die dan nog dood zijn, worden levend gemaakt. En als allen levend zijn gemaakt, dan is er geen dood meer. Dat is precies wat er gaat gebeuren: ook Farao wordt levend gemaakt.

Ziet u, dit zijn geen lijnen in de juiste verhoudingen, want in werkelijkheid is die stippellijn van de dood nog veel langer als je het verhoudingsgewijs zou moeten zien. Maar het gaat mij even om het punt. Farao leefde, hij staat op bij de grote witte troon en op een nog veel later tijdstip gaat God Zijn ontferming aan hem bewijzen. Hij staat op in onvergankelijk leven. Ooit was hij opgesloten in ongezeggelijkheid, maar God gaat Zich over hem ontfermen en dat ook bewijzen. Daar zitten aionen tussen — wereldtijdperken, eeuwen, millennia — waar Farao zich niet van bewust is. Maar God heeft de tijd opdat Hij Zich over allen zou ontfermen.

God neemt de tijd. Voor ons is de dood een stop, het einde van het verhaal. Vandaar ook dat God zegt dat een mens daar niet over gaat. Een mens mag een ander het leven niet ontnemen. Waarom niet? Geen mens is in staat om dat ongedaan te maken of te repareren. Je maakt een ander dood en dat is dan echt einde verhaal voor de mens. Maar als God doodt, dan is Hij geen moordenaar. Dan haal je God naar beneden naar het niveau van een mens. God doodt, jazeker, maar Hij doet namelijk ook weer herleven op Zijn tijd. Dit is de dood voor God: gewoon een pauzeknop. Geen einde verhaal, nee, een moment van rust — rest in peace — en dan drukt Hij bij wijze van spreken weer op de knop en gaat het bestaan weer lopen.

God gaat zo stapsgewijs Zijn weg met de mensheid. Als Paulus dit zo gezegd heeft in vers 32: "Want God sluit allen op in ongezeggelijkheid", dan wil dat zeggen dat dit Zijn werk is. De mens is daarin gewoon lijdend voorwerp. Ja, met recht lijdend voorwerp ook. Om Zich over allen te ontfermen; dat is net zo goed iets wat Hij doet. Hij ontfermt Zich. Ook daarin zijn wij lijdend voorwerp, maar dan wel voorwerpen van vreugde. En dan zegt hij...

De Diepte van Gods Wijsheid en Kennis ↑ hoofdstukken

Als hij deze dingen zo heeft uiteengezet en de lijntjes vanuit de Schriften heeft neergelegd, dan zegt hij: "O, diepte van rijkdom!" Ja, wat bedoelt hij? Welke rijkdom is zo diep? Dat zegt hij vervolgens: de diepte van de wijsheid van God. Want weet u, het woord wijsheid – dat wil ik graag even vertellen – het woord wijsheid is in het Grieks sophia. Dat kennen we trouwens ook wel; we kennen veel meer Grieks dan je zou denken. Denk maar aan de meisjesnaam Sofie of aan het woord filosofie.

Maar sophia, als je dat in de handboeken naleest, komt van een Hebreeuws woord dat uitkijktoren betekent. Zofiem, ook dat woord komt in de Hebreeuwse Bijbel voor. Dat vond ik zo’n eye-opener. Want weet u wat dat betekent? Wijsheid heeft te maken met uitzicht en met overzicht. Kennis is het weten van de dingen, maar wijsheid wil zeggen dat je het geheel overziet. Zoals op een uitkijktoren ben je dan – ook dat is dubbelzinnig – op de hoogte gesteld.

En wat zie je als je op de hoogte bent gesteld? Dan heb je overzicht over het geheel. Dat moet je soms hebben om iets te kunnen beoordelen. Als je er middenin staat, is dat lastig; wij kunnen onze eigen tijd bijvoorbeeld heel moeilijk taxeren. Daar moet je afstand van hebben. Over een eeuw kunnen ze deze tijd veel beter verklaren dan nu. Waarom? Omdat we er nu middenin zitten, in het proces. Wij weten niet wat er gaat volgen. Kijk, dat is die onnavorsbaarheid waar we het over hebben. Maar God staat boven de tijd. Hij heeft overzicht en ook uitzicht, mag ik wel zeggen. Hij weet dat er niets misgaat. Mijn plaats was al van tevoren bepaald, voordat het hele – sorry dat ik het even oneerbiedig zeg – circus begon. Tot in detail.

"O, diepte van rijkdom, van wijsheid en van kennis van God." Ja, kennis van God, dat is weten wat Hij weet. Eigenlijk is wat Paulus hier zegt de clue van het boek Job, waar ik het zojuist over had. Op een gegeven ogenblik neemt God daar het woord. Geeft God dan antwoorden op de vragen die gesteld waren in het boek? Nee. Weet u wat Hij wel doet? Hij stelt zelf vragen. En die komen allemaal hierop neer: "Hé Job en vrienden, weten jullie wat Ik weet?" En dan gaat Hij vertellen, dan gaat Hij vragen stellen: "Weet je hoe dat zit?" Dan heeft Hij het over de zeeën, over de oceanen en over de loop van de planeten. Kortom, de hele schepping. En op welk ding je ook inzoomt, de mens weet er helemaal niets van.

Onlangs hoorde ik van iemand die zei: "Weet je dat er al tientallen jaren honderden of misschien wel duizenden wetenschappers bezig zijn met het onderzoeken van een fruitvliegje?" Ze weten er nog geen bal van. Nou ja, dat is misschien een beetje overdreven, maar ik bedoel maar: weten wij wat Hij weet? Nee, natuurlijk niet. Doe niet zo arrogant; dat is de arrogantie van de mens. En als je eenmaal daarachter gekomen bent, achter die kennis en de wijsheid van God, dan zeg je dit: "O, diepte! Hoe onnavorsbaar zijn zijn oordelen? Hoe onnaspeurlijk zijn zijn wegen?" Dat wil zeggen: die zijn zo diepgaand qua wijsheid en qua kennis, terwijl wij zo oppervlakkig zijn. Wij zijn wel grenzeloos, maar oppervlakkig; dat is eigenlijk het verhaal. We zien wat voor ogen is, de buitenkant, de oppervlakte. Maar Gods wijsheid en Gods kennis gaan zo diep, daar hebben we geen notie van.

Hoe onnavorsbaar zijn zijn oordelen en hoe onnaspeurlijk zijn wegen! Want wie kende het denken van de Heer? Of wie werd zijn adviseur? Wie heeft Hem gezegd wat Hij zou moeten doen? Als wij iets weten, dan komt dat omdat Hij ons ingelicht heeft, niet omgekeerd. Het is zo belangrijk om te weten dat God de Plaatser is, maar ook dat je zelf op je plaats gezet wordt. Gewoon weten: ik ben een creatuurtje. En wat God met een creatuurtje kan doen, dat is ongelooflijk veel op het moment dat Hij zijn woord aan een mens bekendmaakt. Wat krijg je dan? Dan krijg je kennis, maar ook wijsheid. Uitzicht en overzicht. Maar wie kende het denken van de Heer? Wie kan daar trouwens in doordringen? En wie heeft Hem ooit geadviseerd? Wie heeft aan Hem eerst gegeven, waarvoor hij zal worden terugbetaald? Is God de mens iets schuldig of zo? Nee, helemaal niets.

Hij heeft ons bedacht, daar begon het al mee. Vervolgens creëerde Hij ons en daarop formeert Hij ons. En Hij formeert ons mede door oordelen, door crisissen heen. Dan pakt Hij een stuk klei, om even bij het beeld te blijven, en dan wordt het weer in elkaar gezet. Waarom? Omdat die Pottenbakker wel weet waar Hij mee bezig is. Hij is de grote Creator en Hij maakt er geen potje van, als u begrijpt wat ik bedoel. Hij is geen verantwoording schuldig; sowieso is Hij helemaal niets verschuldigd. Maar Hij weet wat Hij doet en niets is tevergeefs.

Al hebben wij er geen flauw benul van, ga nou maar voor jezelf na in je eigen leven: waarom gaan de dingen zoals ze gaan? Of we nemen het wat breder en je kijkt om je heen, je kijkt in de krant en volgt het nieuws. Waarom? Waarom gaat dat zo? Waarom zou God dat zo doen? Waar is dat goed voor? En dan zeggen wij: "Ja oké, God heeft contrast nodig." Maar we zeggen ook: "Nu weet ik het wel," doelend op de intensiteit en de tijdslengte die God daarvoor inzet en gebruikt. Waar is dat goed voor? Het is heel vermetel, heel arrogant om dat te denken, om even op Gods stoel te gaan zitten en te zeggen dat wij het beter weten. Dan ga je God adviseren. Wie denk je wel dat je bent? Je bent een schepseltje, en meer niet. Nou ja, dat is al heel wat: dat je een creatie van Hem bent. Gods original creation. In feite zit daarin al gegeven dat het dus helemaal goed komt. Ja, maar je bent en je blijft een creatie, en Hij de Creator.

Uit Hem, Door Hem en tot in Hem ↑ hoofdstukken

Nou, en dat is dan de uiteindelijke lofzang waar het in resulteert. Het resulteert erin dat Paulus dan uitkomt bij: vanuit Hem en door Hem en tot in Hem. Want eigenlijk ligt de klemtoon op Hem en Hem alleen; we gaan het straks ook zingen. Vanuit Hem, door Hem en tot in Hem zijn de drie voorzetsels die hij gebruikt.

Dat wil zeggen: vanuit Hem, dat wil zeggen dat het uit Hem voortkomt. Hij heeft het bedacht, Hij heeft het ook voortgebracht, Hij heeft het gecreëerd. Dat is het verleden. Ja, het is ook allemaal door Hem. Het gaat door Hem heen. Niets gaat buiten Hem om; dat kan niet, want alles gaat door Hem. Alles wat er is, wat uit Hem voortgekomen is, gaat via Hem. Dat beschrijft dus feitelijk het heden.

En waar komt het dan uiteindelijk terecht? Gewoon precies daar waar het vandaan komt. Want er staat: het is vanuit Hem, het is door Hem en ook weer tot in Hem. Dat is eigenlijk het voorzetsel wat gebruikt wordt, en dat wijst vooral toch naar de toekomst. Dus zoals alles uit God voortkomt en ook door Hem beschikt en geplaatst wordt en een plek krijgt in ruimte en in tijd, zo komt alles ook bij Hem weer terecht. Niet alleen bij Hem terecht, maar in Hem ook weer terecht. Geweldig!

Dit is in één zin heel de geschiedenis van de kosmos: uit Hem en door Hem en tot in Hem zijn alle dingen. Noem een uitzondering; die bestaat niet. Kijk, dat zijn wij. Ik vind het zo geweldig dat we zo'n grote, alomvattende God hebben die inderdaad zo'n geweldig plan heeft met heel Zijn schepping. En er staat: aan Hem de heerlijkheid tot in de aeonen. Ja. Aan wie komt de heerlijkheid toe? En hoe gaat Hij Zijn heerlijkheid ook weer geven?

Gods Werk Is Nog Niet Af: de Aionen Die Komen ↑ hoofdstukken

Want kijk, Gods werk is nog niet af. Dat is het grote probleem met mensen die zich nu een oordeel vormen over de schepping en over de gang van zaken. Want, zo klinkt het dan: dat kan geen God van liefde zijn. Ze vergeten echter één ding, en dat is dat Gods werk nog niet af is.

Zoals dat geldt voor elk creatief proces — of iemand nou een muziekstuk schrijft, of je maakt een schilderij, een boetseerwerk, een gedicht of een boek — je mag er pas iets over zeggen en vinden als het af is. Een gedicht ga je toch ook niet beoordelen als je het voor de helft gelezen hebt? We zeggen dan: het rijmt aan het eind. Als ik nu om me heen kijk en denk: "Ik kan dit niet rijmen met Gods liefde," dan zeg ik: het rijmt aan het eind. Daar moet je vertrouwen in hebben natuurlijk, in die God. Die heeft het allemaal bedacht en Hij is bezig.

Aan Hem de heerlijkheid! Hij gaat die heerlijkheid ook uitwerken. En het is nog lang niet af zelfs. Er komen namelijk nog aionen. Wereldtijdperken zijn er nog te gaan voordat God alles inderdaad af heeft en Zijn werk afgerond is. Hij gaat die heerlijkheid uitwerken in de aionen die nog gaan komen. Dat zijn de aionen; het zijn ook de aionen in die zin: de belangrijkste. Het zijn de aionen der aionen, overtreffend. Want Christus zal daarin heersen en alles tot een goed einde, een succesvol einde gaan brengen, zodat Hij straks weer een volmaakt koninkrijk zal teruggeven aan Zijn God en Vader. Aan Hem de heerlijkheid tot in de aionen! En dan kan ik maar één ding zeggen, en u ook: amen.

Ik stel voor dat we het lied gaan zingen waar ik zojuist al eventjes naar verwees: God en God alleen.

🎧 hoe onnavorsbaar zijn zijn oordelen?!
Delen: