GoedBericht.nl logo
UltimateGoodNews

door contacten & banden (2)

08-09-2019 - Geplaatst door Andre Piet
toespraak gehouden zondag 8 september 2019 in Zoetermeer

Christus is degene die als Hoofd de ekklesia, zijn lichaam, voorziet van al het nodige. Maar hoe doet hij dat? In de eerste samenkomst zagen we vanuit Kolosse 2:19 dat dat de ekklesia maar geen ‘los zand’ is maar een netwerk.  Ze kan slechts naar behoren functioneren als community. Dit keer willen we deze waarheid bezien vanuit Efeze 4:16. Wat voegt dit gezichtspunt nog meer toe aan wat we eerder zagen?

Beluister of download de toespraak:

Powered by RedCircle

bekijk de video:


>>

Bekijk of download de presentatie:

📝 Samenvatting & Transcriptie van deze lezing

Samenvatting van deze toespraak

In deze studie staat de organische eenheid van het lichaam van Christus centraal, zoals beschreven in de brieven aan Kolosse en Efeze. Christus fungeert in de hemel als het Hoofd dat de ekklesia op aarde verzorgt, verenigt en laat groeien door middel van onderlinge contacten en banden. De apostelen en profeten kregen in de begintijd een tijdelijke functie om het fundament te leggen en het Woord van God te completeren. Omdat dit Woord nu voltooid is, heeft de gemeente als geheel een volwassen stadium bereikt en is zij niet langer onmondig of overgeleverd aan menselijke willekeur. Te midden van methodische dwalingen en wind van leer vormt het gecompleteerde Woord de enige solide basis om de waarheid in liefde te betrachten. Vanuit deze gekende waarheid groeien gelovigen gezamenlijk verder naar het Hoofd toe en bouwt het netwerk zichzelf op.

“Wij vormen een eenheid, wij zijn geen los zand. Wij zijn een netwerk, een organische eenheid.”

Introductie: Door Contacten en Banden (colossenzen 2) ↑ hoofdstukken

Wij gaan vanmorgen de draad oppakken waar we hem de vorige keer hebben losgelaten. Toen hadden we het namelijk ook over dit onderwerp: door contacten en banden. Zoals u op de dia ziet, staat er een tweetje bij; we gaan inderdaad verder met deel twee. De uitdrukking 'door contacten en banden' is ontleend aan Kolosse 2 vers 19. Daar hebben we het toen ook over gehad. Hoewel de meeste vertalingen het wat anders weergeven, wat het niet bepaald duidelijker maakt, hebben we het op deze wijze weergegeven en vandaag zetten we dat voort. Daarbij ging het in het bijzonder om het feit — en dat zullen we ook vandaag weer zien en daarin bevestigd worden — dat het geweldig is dat we een Hoofd in de hemel hebben. Dat wil zeggen Christus Jezus. Hij heeft hier op aarde een lichaam, en dat is een organisch geheel, maar ook een netwerk. Dat functioneert door contacten en banden of verbanden.

Dat zagen we de vorige keer en misschien is het goed om, al was het maar voor degenen die er toen niet waren, nog even in een paar dia's aan te geven waar we het toen over hebben gehad. Ik zei al: het ging toen met name — hoewel we ook de voorgaande verzen hebben besproken — om dat negentiende vers. Daarin wordt gesproken over het Hoofd, en dat is Christus Jezus die boven alles gezeten is, maar die ook een eenheid vormt met de ekklesia, de gemeente, Zijn lichaam. Er staat: "...aan het Hoofd, van waaruit het gehele lichaam — doelend op de ekklesia — door contacten en banden wordt voorzien en verenigd wordend, groeiend in de groei van God." Dat is een typische Paulus-zin, want elk zinsdeel is eigenlijk een verhaal apart. Je moet altijd goed bij de positieve draad blijven om die niet kwijt te raken, wat we vandaag ook weer zullen zien in Efeze 4.

Het eerste wat we zagen is het Hoofd, en dat is Christus boven. Hij is het die het hele lichaam voorziet. Waarvan dan? Wel, van alles wat nodig is. Daaruit blijkt ook al dat het een organisch geheel is en geen organisatie; het is niet iets menselijks. Hij doet dat, dat is Zijn werk en Zijn taak. Hij voorziet het hele lichaam. En hoe doet Hij dat? Wel, dat staat er gewoon bij: door contacten en banden. Dat legt meteen een enorme nadruk op de functie en de waarde van dat netwerk, het lichaam dat we samen vormen. Wij die mogen geloven hebben een directe connectie met het Hoofd. Voorziet Hij dan direct? Dat is niet wat hier staat. We vormen een eenheid waarbij we elkaar ook nodig hebben. Anders gezegd: Hij voorziet door contacten en banden, door individuele connecties.

Dat zijn dan meer de contacten. We hebben het de vorige keer gezien: in het Grieks staat daar een woord waar ons woord 'haptonomie' van afgeleid is. Haptonomie betekent eigenlijk letterlijk zoiets als aanraking, en dat is wat een contact ook is. Door aanraking, door contact en door banden of verbanden — verbindingen, samenbindingen — wordt er voorzien. Dat doet het Hoofd, en dat doet Hij zo met het hele lichaam. Er staat nog iets bij: zo wordt het lichaam ook verenigd. Ik kom op dat woord trouwens straks nog even terug. Dat betekent in de praktijk dat het lichaam weliswaar een eenheid is, maar dat het ook verenigd wórdt. In die zin dat het in de praktijk functioneert als een eenheid, als een netwerk.

Ten slotte vindt door contacten en banden ook de goddelijke groei plaats: groeiend in de groei van God. Dat is zowel kwantitatief — het lichaam wordt uitgebreid — als ook kwalitatief. Misschien niet 'vooral' kwalitatief, maar in ieder geval beide. De groei vindt plaats door contacten en banden. Dat is wat we de vorige keer in een notendop hebben gezien.

De Parallel in de Efezebrief en het Fundament van Apostelen ↑ hoofdstukken

En dat betekent dat we nu naar dat tweede gedeelte gaan. Ik ben blij dat ik destijds het besluit heb genomen om het in tweeën te knippen, want het zou echt te veel zijn geweest om het allemaal in één keer te bespreken. U moet weten dat de Kolosserbrief en de Efezebrief brieven zijn die parallel lopen. Ze zijn trouwens ook gelijktijdig verzonden door dezelfde persoon: Tychicus. De brieven hebben in veel opzichten een identieke inhoud – al is dat niet helemaal waar. Het zijn verschillende gezichtspunten, maar de onderwerpen die aangesneden worden, lopen min of meer synchroon. Je kunt die brieven naast elkaar leggen. Alleen gaat het in de Efezebrief vooral om het lichaam van het Hoofd, en in de Kolosserbrief vooral om het Hoofd van het lichaam. Het accent is dus anders, dat wel.

Wat je echter ziet, is dat je een vers in de Efezebrief kunt aanwijzen en het corresponderende vers – dat is niet altijd zo, maar in het algemeen wel – dan ook aantreft in de Kolosserbrief, of vice versa uiteraard. Ook de opbouw is in veel opzichten gelijk. Dat is heel frappant, maar het betekent dus ook dat je waarheden die je in de Kolosserbrief aantreft, steevast ook op een andere wijze behandeld vindt in de Efezebrief. Nou, dat zullen we ook vanmorgen zien, want Kolossenzen 2 vers 19, waar ik zojuist even op wees en waar we het de vorige keer over gehad hebben, heeft een corresponderend vers in de Efezebrief. Dat is Efeze 4 vers 16.

Maar voordat we in Efeze 4 vers 16 terechtkomen, gaan we eerst even beginnen bij vers 11, al was het maar om het noodzakelijke verband te zien. We beginnen bij vers 11. Daar staat: "En Hij..." – dat is de Heer Jezus Christus. In vers 10 gaat het daar direct aan vooraf, dan wordt er gezegd: "Hij die afdaalde, Hij die hier op aarde op de lagere aardse plekken was." Letterlijk zelfs. De Heer Jezus heeft hier gewandeld op aarde op de laagste plekken. In het Meer van Gennesaret was Zijn bediening; dat ligt honderden meters beneden de zeespiegel, de diepste plekken ter wereld. Dus letterlijk: Hij ging naar de lagere aardse delen. Maar goed, Hij is het ook, daar gaat het om, die opvoer naar boven en wel gezeten is boven alles. Positioneel staat Hij met recht boven alles. Dat is weliswaar verborgen, daar wordt niets van gezien – ook dat is karakteristiek voor deze tijd – maar Hij voer op, boven alles van de hemelen, opdat Hij het al tot volheid zou brengen.

Het al, het heelal. Het kan hier ook meer specifiek zijn, namelijk het al van de ekklesia. Hij heeft nu een bediening daarboven met het oog op de ekklesia. Dat is Gods werk in de tegenwoordige tijd: er wordt een volk uitgeroepen dat één wordt gemaakt met Christus. Een volk dat Zijn positie in de komende wereldtijdperken gaat delen met Hem en zal gaan regeren. Een hemelse positie. Niet de bruid, zoals Israël, maar het lichaam van Christus. Welnu, Hij is daar nu boven en Hij heeft gegeven... en dat is inderdaad voltooid. Wat heeft Hij gegeven? Zowel de apostelen als de profeten, zowel de evangelisten als de herders en leraars. Er worden hier dus vijf bedieningen benoemd.

Maar als eerste de apostelen en de profeten. Dat herinnert aan wat we een paar hoofdstukken eerder aantreffen in hoofdstuk 2 vers 20 van dezezelfde brief. Daar spreekt Paulus over de ekklesia als een huis dat is gebouwd op het fundament van de apostelen en de profeten. Die apostelen en profeten vormen niet zelf het fundament – er is maar één fundament en dat is Christus – maar zij hebben wel het fundament gelegd. Alleen al de uitdrukking 'fundament' geeft aan dat zij fundamenteel werk hebben gedaan; werk aan de basis. En als eenmaal het fundament gelegd is, dan kun je vervolgens op dat fundament gaan bouwen. Het bouwwerk begint bij het fundament en dat is letterlijk de basis van alles. Het gaat er natuurlijk om dat daar vervolgens een bouwwerk op wordt gezet.

Dat zie je ook bij die apostelen en profeten; zij hebben fundamenteel werk gedaan. Dat blijkt ook uit het woord 'apostelen', want dat is een term die letterlijk 'afgevaardigde' betekent. Een apostel is iemand die rechtstreeks is afgevaardigd door Christus Jezus Zelf. Vandaag zijn er dus geen apostelen meer. Je leest van de Heer Jezus dat Hij discipelen heeft opgeleid en hen vervolgens heeft uitgezonden, afgevaardigd. Een van de kenmerken is bijvoorbeeld dat zij de opgestane Christus lijfelijk hebben gezien. Toen Judas was weggevallen en er een vervanger moest komen, was een van de criteria dat diegene ook een getuige zou zijn van de Opstane.

Uiteindelijk is daar nog een andere apostel bijgekomen, een dertiende. Dat zegt Paulus ook: "Ben ik geen apostel? Heb ik niet Jezus Christus, onze Heer, gezien?" Hij zegt in 1 Korinthiërs 15 dat de Heer aan alle apostelen is verschenen – dat zijn er trouwens nog veel meer dan de twaalf geweest – maar als laatste is Hij ook aan mij verschenen. Daarna zijn er dus geen apostelen meer gekomen. Hij verscheen aan Paulus op een heel ontijdig moment; eigenlijk was het al ver 'over de datum', als ik het zo mag zeggen. De Heer was allang van het aardse toneel verdwenen toen Hij in hemelse heerlijkheid, buiten het land – allemaal heel karakteristiek – aan Paulus verscheen en hem riep om afgevaardigd te worden naar de natiën. Dat is een apostel: mensen van de eerste generatie die de verheerlijkte Opstane hebben gezien en door Hem persoonlijk zijn uitgezonden. Dat is een echt kenmerk van het fundament, van degenen die aan de basis staan.

Dat geldt trouwens ook voor het woord 'profeten'. Dat zijn degenen die rechtstreekse godspraken hebben uitgesproken. In 1 Korinthiërs 13 lees je ook al dat Paulus zegt: "Er wordt nu nog geprofeteerd", maar hij zegt dat dit straks zal ophouden. Als de volwassenheid van de gemeente is ingegaan, dan is profetie niet meer nodig, simpelweg omdat het Woord van God dan compleet is.

We gaan even door, want ik moet mezelf nu ook wat disciplineren omdat we naar vers 16 moeten. Maar het is belangrijk om vers 16 te begrijpen; in ieder geval moet je deze verzen die we nu onder ogen zien, kennen om het geheel te vatten. De Heer Jezus Christus heeft dus vanuit de hemel, toen Hij is opgevaren, apostelen en profeten gegeven. En dan staat erbij: "zowel de evangelisten, de herders en leraars." Ook hier zeg ik iets wat misschien erg tegen de gangbare gedachte ingaat, maar ik kan straks aantonen waarom dit zo is. Ik denk dat ik daar een sluitend bewijs voor heb: dit is iets voor de begintijd van vers 11. Die apostelen en profeten werden gegeven in de functie van evangelisten, herders en leraars. Dat zijn feitelijk bedieningen en functieomschrijvingen van diezelfde apostelen en profeten. De Schriften die in die eerste generatie gecompleteerd zijn – wat wij het Nieuwe Testament noemen – vormen het fundament waarop vervolgens wordt gebouwd. Dat fundament is gevormd door de evangelisten (de schrijvers die de evangeliën hebben opgetekend) en door het onderwijs van de leraars en herders die de kudde weidden in het Woord van God.

Het Tijdelijke Doel van de Gaven: Toebereiding tot Volwassenheid ↑ hoofdstukken

"En zij hebben," staat er in vers 12, "waarom zijn die gegeven?" Nou, dan worden hier een aantal doelstellingen genoemd: om de toebereiding van de heiligen tot werk van bediening, tot opbouw van het lichaam van Christus. Die woorden 'om' en 'tot' geven aan wat het oogmerk is. Waarom heeft de Heer vanuit die positie daarboven deze mensen gegeven? Wel, om dit werk. Die doelstelling is in de eerste plaats de toebereiding van de heiligen, degenen die apart gesteld worden. Dat is gewoon de ekklesia, dat wat uitgeroepen wordt. Die worden toebereid. Er zit heel wat aan vast aan dat woord, maar het is nu genoeg om vast te stellen dat toebereiding ook te maken heeft met voorbereiding. Hetzelfde woord wordt ook gebruikt in verband met de netten die de vissers in gereedheid brengen om vervolgens te gaan vissen. Die netten moeten toebereid worden.

Dat is ook waarom die gaven die we zojuist zagen, die vijf bedieningen, zijn gegeven: om de heiligen voor te bereiden. Het gaat eigenlijk ook om een taak in de toekomst. Zij hebben die functie gekregen met het oog op een toekomstig werk, namelijk de toebereiding van de heiligen tot werk van bediening. Wat die bediening is, daar gaan we het zo over hebben. En ook tot opbouw van het lichaam van Christus. Maar daar hadden we het al over, want die gaven waren juist gegeven om het fundament te leggen, zodat daar vervolgens opgebouwd zou kunnen worden. Al die gaven zijn gegeven met dat oogmerk, met die doelstelling dat de heiligen daartoe zouden worden voorbereid.

Dat dit inderdaad de gedachte is en dat het een tijdelijke zaak is, blijkt vervolgens als we doorlezen: "...totdat wij allen de eenheid van het geloof zouden bereiken in het besef van de Zoon van God," enzovoorts. Dat woordje 'totdat' is in dit verband natuurlijk heel belangrijk, want het geeft aan dat de Heer die gaven geeft, of gaf, of heeft gegeven. Zo staat het in de grondtekst: Hij hééft die gaven gegeven. Waarom? Wel, als voorbereidend werk. En als dat eenmaal gedaan zou zijn, dan is dat werk dus klaar en zijn zij niet meer nodig. Dat is wat dat woordje 'totdat' hier ook behelst: totdat wij allen, als geheel, in een ander stadium terecht zijn gekomen. Dat wordt vervolgens in het navolgende gezegd, maar let eventjes op dat woordje 'totdat'. Die gaven worden dus niet altijd maar gegeven. Nee, ze hadden een bepaald tijdelijk oogmerk en als dat eenmaal vervuld zou zijn, dan zijn ze niet meer nodig. Het is zoiets als dat je bij een bouwwerk de steigers weghaalt op het moment dat het gebouw compleet is. Begrijpt u? Dan is het gewoon niet meer nodig. Ze hadden een functie, maar tijdelijk. En dat geldt ook voor die apostelen en profeten die als evangelisten, herders en leraars hebben opgetreden. Die hadden een tijdelijke functie, totdat wij allen de eenheid van het geloof zouden bereiken.

Dat was in de dagen dat Paulus dit optekende in de Efezebrief nog niet het geval. Toen waren die apostelen en profeten nog steeds actief. De eenheid van het geloof... u moet zich realiseren dat het geloof, dat wat geloofd werd, daarvóór allemaal heel fragmentarisch was. Ten dele. Hier een provincie, daar een woord, hier een brief, daar een boek. Het moest allemaal nog; de delen waren nog niet compleet en bovendien waren ze ook nog niet bij elkaar gebracht als collectie. Het Woord van God moest ook samengesteld worden en ook dat hebben de apostelen en profeten gedaan. Er zou dus een fase komen dat de apostelen en profeten niet meer nodig zouden zijn omdat de eenheid van het geloof bereikt zou zijn. Dan zal men allemaal hetzelfde geloven en zal het Woord van God een geheel vormen.

Zoals Paulus dat zegt in de Kolossense brief, dat hij onder andere de taak had gekregen om het Woord van God te completeren, te voleindigen, te vervullen, vol te maken. Dat is wat ze gedaan hebben, en dan is de eenheid van het geloof bereikt. U moet zich voorstellen: wat wij nu hebben sinds die eerste generatie, is dat die Schriften compleet zijn. Het Woord van God is gecompleteerd en bovendien is het ook gebundeld, geboekstaafd zo u wilt. Dat is die eenheid. Waarin vinden wij de eenheid? In het geloof. Bij 'het geloof' moet je niet denken aan ons persoonlijk geloof als werkwoord, maar, als ik het zo mag zeggen, als zelfstandig naamwoord: het geloof, dat wat geloofd wordt, de geloofsinhoud dus. En dat is één. Dat vind je in de Schriften die compleet zijn, de zeventig boeken van de Bijbel. Dat is ook een getal dat natuurlijk al compleetheid suggereert; het is zeventig, het is vol.

Totdat wij allen de eenheid van het geloof zouden bereiken en het besef van de Zoon van God. Ik denk dat hier zo gemakkelijk overheen gelezen wordt, maar wat hier staat is dat de Zoon van God dingen weet en beseft, en dat de ekklesia, wij allen, daartoe komen. Dat wat Hij weet en beseft, wordt ook bekendgemaakt aan de ekklesia. Wij allen zullen dat dan ook weten, of in ieder geval staat de kennis ons ter beschikking. Het is objectief. Straks zullen we het er ook over hebben, maar wij allen zijn inmiddels in die positie: totdat wij allen de eenheid van het geloof zouden bereiken en het besef van de Zoon van God. Ik denk dat je heel gemakkelijk over de betekenis van deze woorden heen leest of dat je er afbreuk aan doet, maar het betekent dus echt, als je het letterlijk neemt, dat wij zouden komen tot datgene wat Hij beseft. Die gaven zijn gegeven met het oogmerk dat we dat zouden weten, dat we datzelfde besef zouden hebben.

Tot een volwassen man. De ekklesia bevond zich in de dagen dat Paulus dit optekende in feite nog steeds in de kinderlijke fase, maar zou volwassen worden. Dat is logisch. Ik had het net over de metafoor van een bouwwerk: eerst het fundament en dan wordt er iets opgebouwd. Het fundament is gelegd, dat is wat de apostelen en profeten gedaan hebben. Maar hier wordt een ander beeld gebruikt, namelijk dat van groei en volwassenheid. Wel, de ekklesia begon kinderlijk. Dat zegt Paulus ook in 1 Korinthiërs 13, als hij dat uitlegt in dat beroemde hoofdstuk over de liefde. De meeste mensen ontgaat denk ik wat de hele context is. Het gaat erom dat Paulus zegt: "Jullie Korinthiërs kijken zo op tegen die genadegaven van tongentaal en profetie," maar hij zegt: "Weet je, die tongen gaan verstommen en die profetie zal hebben afgedaan." Hij zegt: "Toen ik een kind was, sprak ik als een kind, beleefde ik als een kind, overlegde ik als een kind, maar als ik eenmaal een man ben, dan heb ik afgelegd wat kinderlijk is."

Wel, die profetie en die gaven die hij daar noemt, dat was allemaal tijdelijk. Dit geldt ook voor die gaven die in vers 11 genoemd werden van de apostelen en de profeten. Dat was allemaal nog voor de kinderlijke fase. Daar is niks mis mee, maar het was tijdelijk. Het had een 'totdat'. En als de gemeente eenmaal volwassen is, in een volwassen stadium is gekomen, en het volle besef van de Zoon van God is overgebracht en de eenheid van het geloof bereikt is... of nog anders gezegd, ik had het zojuist over de soms wat moeilijke stijl van Paulus' schrijven.

Hier heb je er nog zo’n voorbeeld: het besef van de Zoon van God, tot een volwassen man, tot een maat van statuur van de volheid van Christus. Lees dit maar eens voor aan tafel. Ja, dit is ook niet zomaar om even voort te lezen; dit is echt om te spellen. Zo noemen wij dat nu eigenlijk ook min of meer: het is echt om te spellen. Tot een volwassen man.

En feitelijk staat hier min of meer iets gelijkluidends, namelijk: een volwassen man. De gemeente is mannelijk — jawel, het lichaam van Christus — en komt in een stadium vol volwassenheid. En dat wordt hier genoemd: een maat van statuur, van wasdom — zegt de NBG-vertaling — van de volheid. Aha, maar dat is eigenlijk wat volwassenheid is. Want als je eenmaal op natuurlijke wijze een statuur hebt bereikt, een bepaalde mate daarvan, en tot volheid bent gekomen, dan noemen wij dat volwassenheid.

Dat is waar het hier ook over gaat. U ziet dat die gaven waren gegeven met een bepaald voorbereidend oogmerk, en die zouden gegeven worden totdat deze dingen gerealiseerd zouden zijn: de eenheid van het geloof, het besef van de Zoon van God, een volwassen man, een maat van statuur van de volheid van Christus. Nou, en ik weet: dat is de gangbare uitleg van deze verzen.

Mondigheid als Bescherming Tegen Elke Wind van Leer ↑ hoofdstukken

Er wordt vaak over dit gedeelte, over die gaven, gezegd dat de Heer deze gedurende al deze tweeduizend jaar aan de gemeente geeft. Men denkt dan: als we straks eenmaal bij Hem zijn, geeft Hij die gaven niet meer, want dan zijn we volwassen en is de periode van volmaaktheid aangebroken. Maar dat is niet wat hier staat. Want als de volwassenheid eenmaal is gekomen, dan is het niet zo dat we 'daarboven' volmaakt zijn en het daar pas allemaal koek en ei is. Nee, het is juist zo dat wanneer de maat van die volwassenheid is bereikt – oftewel, wanneer de Schriften compleet zijn en de apostelen en profeten alles hebben doorgegeven wat er door te geven valt en er een vol besef is – er een volwassen stadium is gekomen.

Dat stadium is zo noodzakelijk omdat er juist een periode zal zijn waarin men heen en weer geslingerd wordt door allerlei wind van leer. Mondigheid betekent dat je weet waar het om gaat. Als je mondig bent, wil dat zeggen dat je een woord als repliek hebt. Kijk, als je kinderlijk bent, sta je nog met je mond vol tanden, maar als je eenmaal mondig geworden bent, dan mag je spreken. Dan kun je ook spreken. Hoe zegt Paulus dat? In 1 Korinthe 13 staat: "Toen ik een kind was, sprak ik als een kind." Als kind word je nog niet helemaal serieus genomen, maar als je eenmaal mondig bent, dan weet je waar het om gaat. Paulus zegt dat wanneer die gemeente eenmaal volwassen is, wij niet meer onmondig hoeven te zijn.

Het kan natuurlijk zijn dat er individueel nog steeds onmondige mensen zijn die nog niet weten waar Abraham de mosterd haalt of waar de klepel hangt – of wat voor uitdrukkingen er nog meer zijn. Dat kan allemaal. Maar de doelstelling is dat wanneer de gemeente als geheel volwassen is en de Schriften compleet zijn, wij niet meer onmondig zouden zijn, op en neer golvend en rondgedragen door elke wind van leer. Ziet u dat dit helemaal niet gaat over de situatie dat we straks daarboven bij de Heer zijn in de volmaaktheid van de opstanding? Want dan is er immers geen sprake meer van wind van leer, van rondgedragen worden of van de willekeur van mensen, waar het vervolg van vers 14 over spreekt.

Integendeel, dit gaat over een situatie hier op aarde waarin die gaven inmiddels tot het verleden behoren, maar de gemeente inmiddels in een volwassen stadium is gekomen en kennis van zaken heeft. Waarom is dat zo belangrijk? Wel, omdat er nu juist sprake is van zoveel tegenstand en verwarring; juist dan heb je een fundament nodig. Kijk, nu is de gemeente als geheel volwassen. Individueel kunnen er onmondigen zijn – en die zijn er denk ik ook velen – maar het is niet meer nodig. Alles wat er te weten valt, staat ons ter beschikking. Dat is gewoon het stadium waarin de gemeente als geheel is terechtgekomen. De gemeente als geheel is een volwassen man, maar individueel kunnen gelovigen nog steeds baby's zijn. Per slot van rekening begin je, ook als er nu iemand tot geloof komt, echt in een individueel onmondig stadium. Dan weet je nog van toeten noch blazen.

De gemeente als geheel, de Ecclesia, is volwassen en daarom is er geen noodzaak meer om onmondig te zijn. Het is ook niet meer nodig om heen en weer geslingerd te worden. Het beeld is natuurlijk dat van de golfslag op zee, waarbij je alle kanten op gaat. Hoevelen zijn er niet die dat overkomt? Zij denken dat dit normaal is, omdat we vandaag de dag in zo'n tijd leven. Je zou kunnen zeggen dat de Ecclesia, sinds de apostelen en profeten er niet meer zijn, eigenlijk in een onmogelijke situatie is gekomen. Het gezagsorgaan, degenen die de Heer had afgevaardigd, zijn komen te ontvallen; ze zijn gestorven. Dolen we dan als een schip ergens rond? Nee, zegt Paulus, integendeel. Datgene wat zij hebben gegeven en doorgegeven, is compleet. Dat is het fundament waarop je kunt bouwen, en dat is juist bedoeld opdat je niet meer heen en weer geslingerd zou worden. Waar het feitelijk over gaat, is de geweldige waarde en de waarheid van de Schriften. Wat hebben we vandaag?

Het Gecompleteerde Woord als Onze Rots en Waarheid ↑ hoofdstukken

We hebben alles wat we nodig hebben. De waarde van dat woord, van dat gecompleteerde woord, kunnen we nooit overschatten. Dat is waar we mondigheid aan ontlenen. Waardoor we weet hebben van de dingen en waardoor we ook niet meer heen en weer geslingerd worden door allerlei beweringen en dogma's, filosofieën of theologieën. Als je je daarop oriënteert, dan word je heen en weer geslingerd. Ik denk dat er heel wat gelovigen zijn voor wie dat ook de ervaring is. Op het moment dat je je daarop focust, zegt de één dit en de ander dat. Maar wat is dan de waarheid? Het fundament is gelegd en de Schriften zijn gecompleteerd. Dáárop zouden we ons moeten oriënteren. Dan vind je ook werkelijk rust en stabiliteit. Dat is trouwens wat rust en vrede is. Want als je heen en weer geslingerd wordt door allerlei leringen en 'wind van leer', hoe gaat dat dan? Dat zijn allemaal van die hypes. Dat is echt niet alleen iets moderns hoor. Je hebt de uitdrukking: "zoals de wind waait, zo waait mijn jasje." Hoe gaat het met de wind? Die komt dan uit het oosten, dan weer uit het noorden en dan weer naar het zuiden; het gaat alle kanten op. Als je elke wind maar laat waaien en daarin meegaat, dan word je dus heen en weer geslingerd. "Oh, die zegt dat, dat klinkt eigenlijk wel leuk," of: "Iedereen doet het," dat is helemaal een goeie. Het is misleidend ook: "Iedereen vindt dat toch? Dat is toch de trend? Je leeft toch in deze tijd?"

Nee, wij zijn mensen van het 'jaar nul' en dat wil ik graag blijven. Van de eerste generatie, van de eerste eeuw. Dit is allemaal gecompleteerd in de eerste eeuw; dat is het fundament. En dan zeggen ze wel eens: "Ja, maar die Schriften zijn tijdgebonden." Dat is een omkering van de zaak. Niet de Schriften, maar onze meningen en onze filosofieën zijn tijdgebonden. Want vandaag wordt iets met heel veel toeters en bellen naar voren gebracht en morgen is het volstrekt achterhaald. Maar dit is een fundament dat blijft gewoon staan als de Rots der eeuwen. Don't worry. Daarom ben je gelukkig te prijzen als je daar gewoon je solide grondslag in hebt gevonden. Het is opdat we niet meer onmondigen zouden zijn, op en neer golvend en rondgedragen wordend... Je ziet het zo voor je. In elke wind van leer, in de willekeur van mensen — want dat is echt willekeur. Het zijn hypes, het is mode. En ja, wat je daar ook verder van vindt; sommige mensen moeten het van mode hebben, nietwaar Arie? Maar dan niet uit de eerste eeuw. Je hebt nu wel een baardje, maar oké, we hebben het over de willekeur van mensen.

Er staat nog iets bij: "in sluwheid". Want het is niet alleen dat het hypes zijn en dat mensen door emoties worden gedreven. Er zitten ook nog weer breinen achter die daar gedachten bij hebben, die je proberen in te palmen, in te pakken of je iets proberen te verkopen. In ieder geval is het sluwheid. Mensen die door middel van overredingstechnieken anderen mee proberen te nemen. Als je dan niet alert bent — en daar gaat het om, dat je alert bent — dan gaat het mis. Denk goed na, dat is het eigenlijk. In sluwheid met het oog op de methodiek van de dwaling. Ons woordje 'methodiek' zie je hier terug; dat is eigenlijk een Grieks woord, methodia. De methodiek, de systematiek, de systematische dwaling. Dwalingen kunnen hypes zijn, maar het kan ook gesystematiseerd of gedogmatiseerd worden. Dat zijn systemen van gedachten, concepten die een samenhangend geheel vormen. Dan is de dwaling gemethodiseerd en gesystematiseerd. Dan komt het massief op je over en dat valt niet mee om daar doorheen te kunnen prikken.

Dat is allemaal aan de orde. Ziet u wat Paulus hier voorzegt? Hij zegt aan de ene kant dat de gaven die er toen nog waren, tijdelijk zijn. Maar het werk zal dan ook gedaan zijn; de Schriften zijn dan compleet. Dat leidt tot volheid en volwassenheid. Dat is zo belangrijk, omdat er namelijk tijden gaan komen waarin je je oriënteert, niet op mensen en ook niet op een gezagsinstantie. Dat is er dan allemaal niet. Niet een instituut of een paus daar in Rome waarvan men zegt: "Daar moet je je op oriënteren, die heeft leergezag." Onzin. Er is maar één bron, één gezag, en dat zijn de Schriften. Het Woord, daar gaat het om. Realiseer je dat er heel veel golfslag en wind van leer zal zijn, een methodische dwaling. Als de gaven van vers 11 niet meer present zijn, waarom is dat dan? Dat is omdat hun werk is afgerond en het Woord compleet is. Juist dat complete Woord functioneert en bewijst zijn waarde juist in een context van wind van leer, sluwheid en methodische dwaling. Want dat zal er dan des te meer zijn. Als je je niet meer op mensen, op een gezagsinstantie of op apostelen en profeten kunt oriënteren, ja, wat heb je dan wel?

De Waarheid Betrachten in Liefde en Groeien Naar het Hoofd ↑ hoofdstukken

We komen nu bij vers 15 en 16, waar staat: "Maar waarheid betrachtend..." Over welke waarheid heeft de apostel het hier? Dat is de waarheid waar hij het eerder al over had, die inmiddels gecompleteerd is. Het Woord is immers gecompleteerd. En die waarheid hoef je niet te verdedigen; daar mag je gewoon in leven. Die waarheid is geopenbaard en daar mag je je mee voeden. Bestudeer dat maar, want weet je wat daar zo mooi aan is? Er zit een belangrijk principe in verborgen, een tip die we ter harte mogen nemen.

Kijk, om de leugen te herkennen, hoef je je echt niet in al die verschillende dwaalleren te verdiepen. Sommige mensen denken dat wel: "Om de leugen te kunnen herkennen, moet ik me eerst in die leugen verdiepen." Maar dat is niet waar. Het enige wat je hoeft te doen om de leugen te herkennen, is de waarheid kennen. Want als je de waarheid kent, dan herken je de leugen direct. Hoe herken je bijvoorbeeld vals geld? In het verleden was dat een heel belangrijke functie. De mensen die zich daarin bekwaamden om valse munterij te herkennen, waren niet de mensen die zich specialiseerden in de technieken van de vervalsers. Nee, dat waren mensen die tot in de kleinste details en met de grootste nauwkeurigheid het echte geld kenden. Als je precies weet hoe het echte geld in elkaar zit en eruitziet, dan herken je in één oogwenk het valse geld.

Dat is met de waarheid precies zo. Om de leugen te herkennen, is er maar één ding nodig: de waarheid kennen. Er is immers maar één waarheid, terwijl er vele leugens zijn; in feite is hun aantal oneindig. Als ik vraag wat de uitkomst van twee maal twee is, dan is er maar één correct antwoord, maar ik kan honderd miljoen foute antwoorden bedenken. Leugens zijn er oneindig veel, maar van de waarheid is er maar één. En het mooie van die waarheid is dat ze ons ook één maakt. Want als je bij die waarheid blijft, dan vinden we elkaar daarin ook.

"De waarheid betrachtend in liefde" wil dus ook zeggen: met elkaar. In die waarheid vinden we elkaar. Johannes zegt in zijn brief dat indien wij in het licht wandelen, wij gemeenschap hebben met elkaar. Dat is niet iets wat je zelf fabriceert. Je richt geen club op – een club is mensenwerk – maar daar waar het licht van het Woord schijnt, waar de Schriften opengaan en waar we ons samen bezighouden met wat geopenbaard is, daar ontstaat die eenheid. Wat uw opinie is of de mijne, dat is niet interessant. Het gaat om die waarheid. We onderzoeken de Schriften, en daar bij die waarheid, en bij Hem die spreekt, daar vinden we elkaar. Dat is eenheid, en dus liefde. Want wat is liefde anders dan de eenheid die je met elkaar zoekt, maar ook beleeft?

"Waarheid betrachtend in liefde zouden wij in dit al..." Let op dat "in dit al". Wat bedoelt Paulus daarmee? Hij doelt op de omstandigheden waar hij het in vers 14 over had: te midden van elke wind van leer en methodische dwaling. Juist in die verwarrende omstandigheden is het van belang dat je de waarheid kent en daarin leeft, en zo ook met elkaar bij die waarheid bent. Onder die omstandigheden groeien we tot Hem. Dat is prachtig: terwijl het geheel als Ecclesia al volgroeid en volwassen is, groeien wij individueel nog steeds. Het lichaam als collectief is al negentien eeuwen volwassen; de Schriften zijn compleet en sindsdien hoeven we officieel niet meer onmondig te zijn. Dat is niet meer nodig, en dat was precies de reden waarom die Schriften zijn gegeven.

Maar individueel groeien wij nog steeds, en ook gezamenlijk via de contacten en banden waar we het zo over zullen hebben. Wij groeien tot Hem die het Hoofd is. Dat wil zeggen: wij leren Hem kennen met wie wij verbonden zijn. Dat is een van de centrale thema's van deze brief. Wat aan Christus is toebedeeld, is ook ons deel. Hij is daarboven, gezeten aan Gods rechterhand. Maar vergis je niet: wij ook! Dat is simpelweg ons lot. Paulus zegt in Efeze 1 dat het lot ons is toegevallen dat wij één gemaakt zijn met Hem. De positie die Hij deelt om heel de schepping tot God terug te brengen, daar mogen wij als Zijn lichaam in delen.

Straks, in de komende aeonen, krijgen we daarin nog een geweldige taak. Eigenlijk is alles wat we nu meemaken nog maar het voorspel; onze eigenlijke taak kunnen we straks gaan aanvatten. We worden hier opgeleid. U dacht misschien dat u straks mag gaan uitrusten? Nou, vergeet het maar! Dat klinkt misschien dreigend, maar ik bedoel te zeggen dat ons nog zo'n geweldige, gigantische taak wacht in verbondenheid met Hem. En daar groeien we nu naartoe: naar het besef van die roeping. Het gaat erom dat je je bewust wordt van wie je bent. In Israël zeggen ze: je moet het horen, en door het te horen maak je het je eigen zodat je het weet. Vervolgens gaat het erom dat je het echt gaat realiseren en beseffen tot welke roeping je geroepen bent. En die roeping is kolossaal. Wij groeien tot Hem die het Hoofd is: Christus.

Efeze 4 Vers 16: Samenbinding Door Elk Contact van Bijdrage ↑ hoofdstukken

En nou zijn we in vers 16. Ik heb nog maar een kwartiertje, maar goed, nu begrijpt u het wel. Want als je eenmaal de inleiding begrepen hebt, dan is dit zestiende vers, hoewel het wat moeilijk geformuleerd is – dat geef ik toe, je moet het zinsdeel voor zinsdeel bekijken – eigenlijk heel voor de hand liggend. Je bent eigenlijk al meegenomen in dat wat Paulus onderwijst. Hij zegt: "vanuit wie" – namelijk dat Hoofd – "heel het lichaam samenbindend en verenigd wordend". Over dat samenbinden hebben we het de vorige keer al gehad. Hier wordt namelijk hetzelfde woord gebruikt als in vers 19 van Kolosse 2. Dat heeft te maken met verbanden. Een verband is dat wat een verbinding legt. We worden bij elkaar gebracht. Ekklesia is ook een vergadering; je komt bij elkaar in een verband. Dat is nog meer dan alleen individueel contact, maar in verbanden samenbinden.

Van wie heel het lichaam... Het Hoofd zorgt ervoor. Logisch, zoals mijn hoofd zorgt voor dit lichaam en alles tot in de verste uithoeken regelt in een gezond lichaam. Dat gebeurt vanuit het Hoofd, en daar hoeft het lichaam zich niet eens van bewust te zijn; dat is de zaak van het Hoofd. Waar het om gaat is dat we gaan beseffen wat voor plaats Hij ons geeft. Vanuit wie heel het lichaam samenbindend. Want nog één ding bij dat Hoofd: waar is dat Hoofd? Daar waar Hij spreekt. Waar Zijn Woord opengaat, daar vinden we de ekklesia, daar vind je elkaar. Daar heeft alleen Hij het voor het zeggen en juist daar word je ook samengebonden.

"En verenigd wordend." Ook daarover hebben we het gehad, want ook dit woord komen we tegen in Kolosse 2 vers 19. Toen hadden we het nog over "samen stappen", weet u nog? En dat is niet van "na de zaterdagavond", daar ging het even niet over, dat samen stappen. Het idee is – en terwijl ik het zeg klinkt het meteen weer een beetje al te kerkelijk – "Samen op Weg". Dat was zo'n heel proces waarbij de gereformeerde vormen bij elkaar gingen. Daar wil ik niks lelijks over zeggen, maar het idee is inderdaad dat we als gelovigen samen op weg gaan. Samen stappen, ja. Hoe? Je hoort bij elkaar. Je bent een lichaam, je hoort bij elkaar. We zijn niet alleen bestemd om straks samen die geweldige taak met Christus uit te oefenen, maar daar groeien we nu naartoe. En dus automatisch, zou ik haast zeggen, in een organische vanzelfsprekendheid worden we zo ook verenigd.

"Door elk contact" – weer dat woord waar we het over hadden, die aanraking, weet u wel. "Door elk contact van bijdrage." Dat moet je dubbelzinnig zien, of eigenlijk wederzijds. Ik bedoel: als je met elkaar in contact komt als gelovigen, want door contacten en banden voedt het Hoofd het lichaam. Dat werkt naar alle kanten toe. Dat wil zeggen dat door elk contact van bijdrage de een in dat contact een bijdrage aan de ander heeft en de ander aan de ene. Zo gaat dat. Niemand is daarin onnodig. Integendeel, in dat lichaam heeft alles een functie. Niet dezelfde functie, maar iedereen heeft een functie door elk contact van bijdrage.

En nu komt het moeilijkste deel, of in ieder geval een lastig deel om te begrijpen: "naar inwerking in maat van een ieders deel." Dat wil zeggen: het idee is dat die onderlinge bijdragen door contacten allemaal "in maat" zijn. Ons woordje "meter" is hiervan afgeleid; het betekent eigenlijk dat het geproportioneerd is. Het is de juiste hoeveelheid. Hij weet wat nodig is. Hij kent de maat en Hij geeft aan mij, aan jou, aan u, dat wat nodig is. En zo werkt dat naar inwerking in maten. Ja, ook "met je maten", dat is waar, maar dat bedoel ik nu niet, en ook niet "drink met mate". Maar precies de hoeveelheden; Hij kent de proporties. Hij weet wat u nodig hebt. Maar hoe doet Hij dat? Door contacten en banden.

Waar hier feitelijk de nadruk op gelegd wordt, is dat Hij het Hoofd is, maar wij samen vormen een lichaam. Wij zijn geen los zand. Ik weet dat een heleboel gelovigen die ik erg liefheb – daar gaat het niet om – dat idee hebben: wij zijn hier als gelovigen eigenlijk allemaal losse individuen en we hebben zo'n rechtstreekse verbinding naar boven. Wat helemaal waar is, maar wij vormen een eenheid, wij zijn geen los zand. Wij zijn een netwerk, een organische eenheid. En daarin is het contact en de band die we hebben met elkaar belangrijk, want dat is de wijze waarop het Hoofd het lichaam voorziet van alles, naar inwerking in maat van een ieders deel. Geen één uitgezonderd dus. En zo wordt de groei van het lichaam opgeleverd.

De Organische en Wonderlijke Groei van het Lichaam ↑ hoofdstukken

Zo werkt dat dus. Hoe groeit het lichaam? Wel, door elk contact van bijdrage en door die samenbinding. Door dat verenigen en door samen inderdaad op weg te gaan. Dat is wat ik het netwerkeffect noem. In het woordenboek heeft dat misschien een andere betekenis, maar ik bedoel hier dit: het netwerkeffect is de wijze waarop het hele lichaam wordt gevormd.

Dat is dan wonderlijk, hè? Zoals het hele lichaam een eenheid vormt. Denk aan het feit dat wanneer ik denk: "nu moet ik mijn handen opheffen", dat dan ook zomaar gebeurt. Hoe dat precies gaat, weet ik ook niet, maar het gebeurt. Als het allemaal goed en gezond mag werken, is dat wonderlijk. Ik hoef er ook niet aan te denken dat er voortdurend weer celletjes moeten worden vervangen. Ik las daar van de week nog een artikeltje over: elke zeven of acht jaar wordt je hele lichaam compleet vervangen. Hier staat nu een compleet ander mens dan zeven jaar geleden. Elk stukje materiaal wat hier nu staat, is volstrekt anders dan zeven jaar geleden. Ik zie er misschien een beetje ouder uit, maar eigenlijk ben ik niet ouder geworden; ik ben jonger geworden. Dat begrijpt u? Ja, ik dacht: ik zal het zelf maar zeggen.

Maar dat is wonderlijk: dat elk stukje van je lichaam in die jaren vervangen is, maar dat je ondertussen nog gewoon dezelfde persoon bent. De wereld zegt dat dit allemaal toevallig is ontstaan, maar dat vind ik nou juist zo'n groot wonder.

Goed, de groei van het lichaam vindt op die wijze plaats. Hoe vindt die groei plaats? Of je dat nu kwantitatief of kwalitatief opvat, het wil zeggen dat we naar Hem toe groeien. Geestelijk kom je steeds meer tot dat besef. Het lichaam groeit geestelijk, maar ook als geheel doordat er weer nieuwe mensen bij komen door contacten en banden. En zo bouwt dat lichaam zichzelf op.

Eigenlijk is het één geheel. Gods werk vandaag is niet de wereld te veranderen of Zijn koninkrijk in de wereld te vestigen; dat is het volgende programmapunt, maar niet voor nu. Gods werk vandaag is de opbouw van het lichaam. Dat is allemaal een verborgen werk. Het is niet spectaculair en het haalt de krantenkoppen niet; het is volstrekt verborgen. Zo hoort het ook. Er gaat niets mis, in tegendeel. En ondertussen hebben wij dat levende, krachtige en solide Woord. Daarin vinden we vastheid en zo vinden we elkaar ook. In liefde beleven we dat we bij elkaar horen en een organisch netwerk vormen.

🎧 door contacten en banden
Delen: