gekend van vóór de moederschoot – Jeremia 1
13-05-2018 - Geplaatst door Andre Piettoespraak gehouden op zondag 13 mei 2018 in Zoetermeer
In de schoot van onze moeder begon ooit ons bestaan. Als een Godswonder! Het is GOD die aan begin staat en daarvóór reeds een plan met ons had. Toen de jonge Jeremia geroepen werd voor een belangrijke bediening, meende hij dat hij daartoe niet in staat zou zijn. Zijn bezwaar werd verworpen – ‘onmogelijk’ bestaat bij GOD namelijk niet…
Powered by RedCircle
📝 Samenvatting & Transcriptie van deze lezing
⏱️ Hoofdstukindeling van deze studie:
- Inleiding: Yahweh Verhoogt – de Hoopvolle Betekenis van de Naam Jeremia
- Jeremia's Afkomst en een Markant Historisch Scharnierpunt
- Gekend, Geformeerd en Voorbestemd van Vóór de Moederschoot
- Jeremia's Bezwaar: God Kwalificeert Zijn Eigen Instrumenten
- Het Visioen van de Amandeltwijg: God Waakt over Zijn Woord
Inleiding: Yahweh Verhoogt – de Hoopvolle Betekenis van de Naam Jeremia ↑ hoofdstukken
Ik zei zojuist al even en liet al doorschemeren dat het thema van deze morgen goed aansluit bij de aard van deze dag: Moederdag. De uitdrukking die u hier ziet geprojecteerd, 'gekend van vóór de moederschoot', is direct ontleend aan het Bijbelgedeelte dat we straks zullen lezen, namelijk Jeremia 1. Dat is het gedeelte waar ik u mee naartoe neem. Het is een Bijbelgedeelte dat trouwens erg aansluit bij de laatste bijeenkomsten die we hier hebben gehad. Dat is min of meer toevallig, dat geef ik toe. U weet dat we een hele serie hebben gehad over de Bijbelse tijdlijn en de laatste keren hebben we met name stilgestaan bij het moment dat de zeventig jaren van ballingschap en de verwoesting van Jeruzalem ophielden. Die zeventig jaren waren voorzegd door Jeremia, en precies in dat zeventigste jaar werd Jeruzalem weer hersteld onder leiding van koning Kores. Naar dat tijdsgewricht neem ik u mee. Dat wil zeggen: niet naar het einde van die zeventig jaar, maar naar het begin ervan. Eigenlijk nog iets daarvóór, namelijk naar de roeping van Jeremia. Jeremia heeft een hele lange tijd geprofeteerd, veertig jaar lang – ik zal dat straks ook laten zien – en dat wordt in dit gedeelte beschreven.
Laten we gewoon naar dat Bijbelgedeelte toe gaan. Ik wil met u de eerste twaalf verzen uit dat gedeelte lezen en wat nader bezien. Dan zullen we vanzelf komen op het vers waarin vermeld wordt dat hij reeds gekend en geheiligd was van vóór de moederschoot. We beginnen gewoon bij het begin, bij de woorden van Jeremia. U weet waarschijnlijk allemaal dat de naam Jeremia – als we alleen al denken aan het werkwoord dat daarvan is afgeleid, namelijk 'jeremiëren' – niet bepaald geassocieerd wordt met vreugde. Iemand die jeremieert, die klaagt; die heeft klaagzangen en klaagliederen. Dat klopt ook wel, want de Klaagliederen zijn eveneens van Jeremia. Daar had hij ook alle reden toe, want hij heeft dat alles aan den lijve meegemaakt: de stad Jeruzalem en de tempel zijn compleet verwoest. Zijn hele carrière als profeet was een aanloop naar die gebeurtenis.
En toch moet ik erbij zeggen dat, ondanks de associatie met dat werkwoord in het Nederlands, zijn naam juist iets enorm hoopvols in zich heeft. Zijn naam verwijst naar God Zelf. Jeremia verwijst naar de naam van God: JAHWEH. Jeremia betekent letterlijk: 'JAHWEH verhoogt'. Hoe diep je dus ook zit – want dat is wat er in dat verhogen gesuggereerd wordt – het is JAHWEH die vanuit die positie verhoogt. Hij tilt je op uit de put. Trouwens, als ik dat zo zeg: niet alleen Jozef wist wat het was om uit de put getild te worden, ook Jeremia had die ervaring. We lezen in een heel hoofdstuk van Jeremia dat hij inderdaad in de put gegooid was, maar daaruit werd hij opgetild. Terwijl ik daar zo aan denk, deed dat dus met recht zijn naam eer aan: JAHWEH verhoogt.
Het is een naam met verwachting. Ondanks alle triestheid zit dat erachter. Dat moet je weten. Waarom? Eigenlijk is het zo dat wanneer je eenmaal weet wie God is en Zijn naam kent, dat altijd vensters opent. Misschien worden er deuren gesloten, zoals we dat wel eens tegen elkaar zeggen, maar Hij opent vensters. Er is altijd hoop. Bij God bestaan er geen hopeloze gevallen. Dat bedoel ik nou met een goed bericht. Dat is toch geweldig? Laten we die woorden van Jeremia eens nader bekijken en zien wie hij was.
Jeremia's Afkomst en een Markant Historisch Scharnierpunt ↑ hoofdstukken
Hij was de zoon van Chilkia – of Hilkia; dat hangt er een beetje vanaf welke vertaling je neemt. Eigenlijk is het Chilkia. Ook die naam eindigt weer met de naam van God: JAH. Maar die Chilkia, dat is interessant, want dat was de naam van de hogepriester in diezelfde dagen. Je leest namelijk dat Jeremia profeteerde in de dagen van Josia – ik kom daar straks direct op terug – maar in die dagen was de hogepriester Chilkia. De bijbelkenners onder u weten dat vast: was dat niet degene die het wetboek vond toen koning Josia de tempel ging restaureren in zijn achttiende regeringsjaar? Toen werd het wetboek gevonden en dat was heel spectaculair, want dat gaf een enorme boost aan de hele reformatie die Josia op gang bracht. Degene die dat wetboek vond, dat was de hogepriester Chilkia. Nu is het omstreden, vandaar dat ik zeg: mogelijk... maar eerlijk gezegd ga ik er helemaal van uit dat Jeremia gewoon de zoon was van de hogepriester die het verloren wetboek vond. Dat vind je allemaal hier beschreven. Daar ga ik nu niet naartoe, want anders komen we nooit bij vers 12 uit, maar ik zeg het er wel even bij voor degenen die dat willen nakijken en checken.
Ik moet erbij zeggen dat het weer niet absoluut zeker is, want Chilkia was een naam die nogal veel voorkwam. Ik geloof dat er elf of twaalf figuren in de Bijbel zijn die zo heten, dus zoveel zegt dat dan ook weer niet. Maar goed, hij was dus de zoon van Chilkia en één ding is zeker: dat was een priester. Jeremia was van priesterlijke komaf. Trouwens, dat geldt voor meer profeten; Zacharia waarschijnlijk ook en Ezechiël ook. En hij was van de priesters die in Anatot zijn. Dat is in het land, in het stamgebied van Benjamin. Hetzelfde stamgebied als waar Jeruzalem ligt; Jeruzalem ligt in het gebied van Benjamin. En dat Anatot is een van de dertien steden van de priesters; dat lees je al in de boeken van Mozes. Er waren dertien steden speciaal toegekend aan de priesters en Anatot was daar één van. Het lag slechts een kilometer of vijf ten noordoosten van Jeruzalem, om het enigszins visueel te maken. Dan heb je hier dus Jeruzalem, hier de Dode Zee en Anatot lag daar vlakbij. Ook bij Gebia en al die andere namen die in de Bijbelse geschiedenis een rol spelen. In ieder geval vlak bij Jeruzalem, wat ook wel weer vrij logisch is natuurlijk, want dat was lekker dicht bij Jeruzalem waar ze hun werk verrichtten. Dan weten we dus om wie het gaat: het was de zoon van de priester – als u mij vraagt: de hogepriester – en hij woonde in Anatot, vlak bij Jeruzalem.
En dan staat er tot wie het woord van JAHWEH kwam. Dat is een uitdrukking die je heel vaak vindt bij de profeten: het woord van JAHWEH kwam tot hem. En dat is altijd opdat het doorgegeven zou worden. Dat woord wordt gegeven en toevertrouwd juist opdat het bekendgemaakt zal worden. Het enige wat in het leven werkelijk telt, dat is het Woord. En als het Woord tot je komt, dan kun je dat vervolgens ook doorgeven. Dat is precies waar zo'n bericht voor bedoeld is. Tot wie het woord van JAHWEH kwam? In de dagen van Josia, dat was de zoon van Amon, koning van Juda.
Kijk, als wij een tijdsaanduiding geven, dan vermelden we een jaartal. Dat gebeurde in Bijbelse tijden niet. Als je aangaf in welke tijd iets geplaatst moest worden, dan werd er niet een jaartal vermeld, maar er werd vermeld in welke regeringsperiode dat was en ook in welk jaar van de regeringsperiode van wie. Zo zouden wij nu zeggen: wij leven nu in het vijfde jaar van koning Willem-Alexander. Zo, dat is ook duidelijk; het is maar hoe je het formuleert. Het was in de dagen van koning Josia, de man die op zo'n jonge leeftijd koning werd. Hij werd op achtjarige leeftijd al koning gemaakt – een mooi verhaal trouwens, maar dat doet nu even niet ter zake. Hij was de zoon van Amon en de koning van Juda, zodat er geen twijfel over bestaat over wie we het hebben. En het was bovendien in het dertiende jaar van diens regering, in het dertiende jaar van de regering van koning Josia.
Dat is wel boeiend, want Israël of Juda heeft gedurende haar hele bestaan – we hebben dat al eerder overwogen – een twintigtal koningen gekend die allemaal in Jeruzalem regeerden, allemaal uit het geslacht, uit de dynastie, het koningshuis van David. Slechts zeven van die twintig, daarvan lees je dat ze JAHWEH vreesden, ontzag voor Hem hadden en wandelden in de voetsporen van vader David. Josia was daar één van; dat is een lichtend voorbeeld. In het dertiende jaar van diens regering was hij dus nog maar 21 jaar oud, want hij was acht jaar toen hij koning werd, en dat betekent dus dat hij in het dertiende regeringsjaar nog maar 21 was. Een jonge kerel nog. Dat was trouwens Jeremia ook; toen hij hier geroepen werd, was hij een jongeling. Als u mij vraagt, zal hij ongeveer net zo oud geweest zijn als Josia, misschien nog jonger, dat weet ik niet. Maar in ieder geval, u begrijpt wat ik bedoel.
Het is nog iets bijzonders, want het jaar dat Jeremia geroepen werd – dit jaar, het dertiende regeringsjaar van koning Josia – dat was precies veertig jaar voor de verwoesting van Jeruzalem. Ik kan het straks ook nog even laten zien, want er wordt nog wat nader aangeduid. Hij werd geroepen in het dertiende regeringsjaar van koning Josia, maar er staat nog iets bij: 'en dat was in de dagen van Jojakim, de zoon van Josia, koning van Juda, tot aan het einde van het elfde jaar van Zedekia, de zoon van Josia, koning van Juda.' Nu gaat het u misschien een beetje duizelen met de namen, maar dat valt wel mee. Het punt is: Jeremia heeft veertig jaar lang geprofeteerd. Ik heb daar trouwens in de serie die we gehad hebben nog eens aan gerefereerd. Ik zie weinig gezichten van 'aha', dus u bent dat alweer vergeten. Ja, er waren ook zoveel data, maar goed, ik neem u niets kwalijk.
In ieder geval heeft Jeremia veertig jaar geprofeteerd. Dat betekent dat in die veertig jaar verschillende koningen hebben geregeerd, een vijftal zelfs. Eerst heb je Josia; die heeft na deze roeping nog achttien jaar geregeerd. Dan kreeg je iemand, Joachaz, die slechts drie maanden regeerde; die wordt hier niet eens bij vermeld. Dan kreeg je Jojakim, die elf jaar heeft geregeerd; die wordt hier wel genoemd. Dus eerst Josia, toen kreeg je – nou, we tellen deze even niet mee omdat hij hier niet vermeld wordt – Joachaz, die nog niet eens een kwartaal heeft geregeerd. Toen kreeg je Jojakim, die naam wordt hier wel vermeld en die heeft elf jaar geregeerd. Daarna kreeg je trouwens weer een Jojakin. Ik begrijp heel goed waarom mensen soms de dingen door elkaar halen, want ja, dat is een 'm'-etje of een 'n'-etje, dat haal je heel gemakkelijk door elkaar. Die heeft trouwens net als Joachaz ook drie maanden geregeerd en wordt hier ook niet vermeld. En toen kreeg je de laatste koning in de rij, Zedekia, die heeft elf jaar geregeerd. In diens elfde jaar, en wel precies in de vijfde maand, is Jeruzalem verwoest. Gedurende deze periode heeft Jeremia dus geprofeteerd, dat is wat hier staat. Veertig jaar lang; dat is ook niet voor niks een markant getal, maar hier wordt ook meteen aangegeven waar het begint en trouwens ook waar het eindigde. Het was tot aan de wegvoering van Jeruzalem. Dat wil zeggen dat wat nog overgebleven was aan inwoners van Jeruzalem, die zijn allemaal gedeporteerd naar Babel. De rest is omgekomen.
Een deel is trouwens ook nog naar Egypte gevlucht en gedeporteerd, waaronder Jeremia zelf trouwens. En dit was eigenlijk heel de periode van Jeremia's profetie en van zijn carrière, als ik het zo mag zeggen; het stond in het teken van het naderende einde van de Joodse staat.
En ik geef toe dat als ik dat nu op 13 mei 2018 zeg, "het naderende einde van de Joodse staat", dat het heel macaber klinkt, omdat we juist morgen de 70ste verjaardag van de staat Israël gaan vieren. Nou ja, ik zeg "we gaan vieren", maar in ieder geval is de staat Israël dan 70 jaar oud, vanuit onze tijdrekening bezien dan: 1948 tot 2018, 70 jaren.
En ook de huidige Joodse staat, dat moet gezegd worden... hoe wonderlijk haar hele ontstaan ook is en hoe ze altijd is blijven bestaan... zij zal uiteindelijk inderdaad verwoest worden, waarna God alsnog Zijn werk gaat doen. Dus er is heel wat aan de hand. In die zin leven wij dus in vergelijkbare tijden. Dat wil zeggen: Jeremia werd geroepen en het Jeruzalemse einde naderde.
En dat moeten wij ook zeggen – je kunt het natuurlijk ook positiever zeggen – want het einde van het oude Jeruzalem betekent tevens dat God Zijn werk gaat doen en een nieuw Jeruzalem gaat bouwen op de puinhopen van het oude. Want jawel, Hij verhoogt dat wat vernederd is. Ook al is de stad vernederd, dan herstelt Hij. Hoe zingen we dat in het lied? "Herstelt Hij op den duur", zingen we dan toch? Ton, ik zie dat jij de woorden uit mijn mond trekt, maar dat gaat me van een leien dakje: "al wat vernederd is" – dat is dus heel mooi – "of beschadigd is, herstelt Hij op den duur". Ja, dat is God.
Ik moet er trouwens nog iets bij zeggen, want nu gaan we het nog in een wat breder perspectief plaatsen. Dan is het misschien niet direct Bijbelstudie meer, maar dit is echt heel bijzonder. Deze periode van de wegvoering van Jeruzalem, toen het licht uitging in Jeruzalem... Daarna, in die tijd van Zedekia, de laatste koning, is er nooit meer iemand geweest uit het huis van David die in Jeruzalem geregeerd heeft. Trouwens, de tempel is ook nooit meer in glorie hersteld. De Sjechina, de heerlijkheid van JAHWEH, is nooit meer daar geweest. Het licht ging uit.
En nu ga ik u nog wat vertellen. Het was ook het jaar dat de tijden van de natiën begonnen. Geschiedkundigen – ik heb het nu dus niet over Bijbelstudie, maar geschiedkundigen – noemen dit de scharniertijd of ook wel de spilperiode. Dit is zo'n markante generatie geweest, want Jeremia was een tijdgenoot van – nou ja, ik noemde de namen al even – Ezechiël en van Daniël.
Maar nu even in groot perspectief: wist u ook dat in diezelfde tijd in China Confucius en Laotse optraden? Dat was een heel eind verderop en ze hebben elkaar ongetwijfeld nooit ontmoet, maar het waren allemaal tijdgenoten van elkaar. Maar ook Boedha... In Jeruzalem? Is hij daar ook geweest? Nou, als hij echt verlicht wilde worden, had hij daar wel bij moeten zijn, maar Boedha was in India. En ook in Perzië, het huidige Iran: Zarathoestra, dé naam bij uitstek. In Griekenland was daar Pythagoras. En u denkt: is dat niet die wiskundige? Ja, dat ook.
Maar eigenlijk was hij veel meer dan een wiskundige. Hij was een filosoof en eigenlijk zelfs de grondlegger van de Griekse filosofie, of één van de. Allemaal mensen die aan het begin stonden van een heel nieuw tijdperk: de tijdperken, het tijdperk van de natiën. Eigenlijk ging het licht in Jeruzalem uit, het Licht. En nu kwamen er eigenlijk andere lichten – oké, noem het dwaallichten – maar in ieder geval lichten die onder de natiën de toon gingen zetten. Dit zijn allemaal grondleggers geworden, op de eerste rij uitgezonden, grondleggers van een heel nieuw tijdperk.
En je zou het zo kunnen bekijken dat alles wat wij nu in deze wereld kennen, allemaal gebaseerd is op het gedachtegoed dat deze gasten naar voren hebben gebracht. Ik zeg het oneerbiedig natuurlijk, en zo bedoel ik het eigenlijk ook; ik bedoel, verschil moet er zijn. In ieder geval, dat was Jeremia. Jeremia werd toen geroepen, veertig jaar voor de verwoesting van Jeruzalem, en uiteindelijk leidt daar ook alles naartoe.
Dus als Jeremia zichzelf even voorstelt – want hij spreekt in de eerste persoon, of nee, vanaf het volgende vers in de eerste persoon... In ieder geval, als hij wordt voorgesteld, dan is het zo. Dan wordt er gezegd: "In dat jaar begon het" en het leidde allemaal tot de wegvoering en de verwoesting van Jeruzalem. Dat was toen, in de dagen van Zedekia. Nou ja, hier is het in de eerste persoon. "En het woord van JAHWEH..." We weten nu dus – laat ik het even samenvatten – over wie we het hebben: deze Jeremia. En we weten in welke tijd wij hem moeten plaatsen en ook waar hij zich bevond toen hij geroepen werd. En dan staat er...
Gekend, Geformeerd en Voorbestemd van Vóór de Moederschoot ↑ hoofdstukken
En het woord van JAHWEH kwam tot mij, zeggende... En nu komen we bij de titel van deze toespraak, van deze predicatie of Bijbelstudie zo u wilt. Het is het eerste wat tegen Jeremia gezegd wordt: "Voordat Ik jou vormde in de buik, kende Ik jou." Dit is overigens een vertaling die nogal letterlijk is. Hij wijkt misschien een klein beetje af van de Statenvertaling of de NBG-vertaling, maar u weet hoe dat hier werkt. "Voordat Ik jou vormde in de buik, kende Ik jou." Ik heb dat woordje 'vormde' even onderstreept, want het is interessant: dat is hetzelfde woord dat ook wordt gebruikt voor het werk van een pottenbakker. Daar kennen we Jeremia trouwens ook van, want hij moest op een keer naar het huis van de pottenbakker gaan; dat is Jeremia 18. Hij moest daar waarnemen en heel scherp opletten wat hij daar zag en wat die pottenbakker deed. Later haalt Paulus dat ook weer aan. U weet: de pottenbakker als beeld van God Zelf, waarbij de mens, of zelfs volkeren, een pot of een vat is.
Ik geef toe dat als ik het zo zeg, dat weer andere associaties opwekt, maar daar ga ik het op deze morgen niet over hebben. Het punt is dat er een stuk leem wordt genomen, en dat is wat wij allemaal zijn. We zijn uit de klei getrokken; we zijn allemaal gewoon aardelingen. Dat is trouwens wat de naam Adam ook betekent: genomen uit de aarde, de adamah. Hij is het die de mens formeert. Hij is de Schepper, de Bedenker, maar ook degene die formeert. Eigenlijk is die hele periode van veertig weken waarin de mens in de moederschoot wordt gevormd, een embleem of een type. Het staat voor God die de mens formeert. We hebben allemaal ooit ongeveer veertig weken in de moederschoot verbleven — weet u daar nog iets van? Daar werden we gevormd. We begonnen met twee onogelijke, niet met het blote oog waar te nemen celletjes die samensmolten, en in veertig weken tijd vormde zich daar een mens. Dat is onvoorstelbaar; het is een compleet godswonder.
Ik zie wel eens een zogenaamde 'timelapse' van de hele periode van de zwangerschap. Ik word niet moe om daar iedere keer weer naar te kijken; hoe je dat in een paar minuten ziet ontwikkelen en hoe dat prachtig in beeld is gebracht met de huidige technieken. Dan zie je hoe een compleet godswonder zich manifesteert. Mocht je ooit atheïst geweest zijn, dan ben je dat eigenlijk in één keer niet meer, denk ik dan. Dat is misschien een beetje te optimistisch geformuleerd, maar in ieder geval: Hij vormt. En wat heb je daaraan gedaan? Je wist nog van niks. Trouwens, dat 'van niks weten' gaat nog wel eventjes door; dat houdt niet op bij de geboorte. Laten we wel wezen: ook de tijd daarna wordt een mens geformeerd door allerlei omstandigheden, dingen die je leert en miljarden factoren die allemaal maken wie wij zijn. Wij denken allemaal dat we zelf keuzes maken, maar dat is slechts in zekere zin het geval; ook die keuzes zijn weer het gevolg van wat ons is overkomen.
Hij is de Formeerder, zoals Hij ons vormde in de buik. En er staat nog iets bij: "Voordat Ik jou vormde in de buik, kende Ik jou." Hier wordt Jeremia, nog een jonge knaap, geroepen en de eerste zinsnede die tegen hem gezegd wordt is: "Voordat jij er was, voordat die eerste twee cellen bij elkaar kwamen, voordat de vorming aanving in de buik, toen kende Ik jou." Waarbij het woord 'kennen' hier trouwens ook te maken heeft met liefhebben, beminnen en gemeenschap hebben. Er staat hetzelfde woord als wanneer Adam zijn vrouw 'bekende'. Dat woord kennen, jada. Jeremia werd gekend en hij was ook tevoren bestemd. Dat is een wonderbare wetenschap. Zo wonderbaar als het is om eraan te denken hoe een mens gevormd wordt, zo wonderbaar is het dat er een Schepper is die, voordat Hij daarmee aanving, de persoon die Hij kleit en formeert, reeds kent. Dat geeft een heel geborgen gevoel om even bij stil te staan.
Nog één ding over het woord voor baarmoeder dat we straks ook tegenkomen: dat is in het Hebreeuws het woord rechem. Van dat woord rechem is een ander Hebreeuws woord afgeleid, namelijk 'ontferming'. In het Nederlands horen we dat niet, maar als je in het Hebreeuws het woord voor baarmoeder zegt, dan klinkt daarin het werkwoord 'ontfermen' door. De baarmoeder is die plaats waar een mens beschermd wordt, geformeerd wordt en waar je veilig bent. En daar kent Hij jou, zoals we zojuist ook gezongen hebben: Hij kent ons tevoren, Hij kent mijn zitten en mijn staan, Hij kent al mijn overwegingen van verre. Voordat ik geboren was, voordat ik gevormd werd in de buik.
Voorbestemming — zal ik het eens op z'n Latijn zeggen? Predestinatie. Voorbestemming is een Bijbelse waarheid. In Jesaja 49 lees je iets soortgelijks: "Hoort kustlanden naar mij! En attentie, volkeren in de verte! JAHWEH heeft mij van moederslijf aangeroepen, vanaf de moederschoot heeft Hij mijn naam vermeld." Dat is trouwens een profetie over de Messias. Bij Hem was dat ook letterlijk zo. Meestentijds vond de naamgeving plaats na de geboorte, maar bij bepaalde uitzonderlijke gebeurtenissen was de naam al van tevoren gegeven, zoals bij de Heer Jezus. Die naam was Hem al van tevoren gegeven omdat die naam precies uitdrukt wie iemand is. Hij was voorbestemd, en dat zie je altijd weer: voorbestemming heeft te maken met het feit dat God iemand bestemt voor een belangrijke taak, namelijk om het Woord bekend te maken. Ook hier: "Hoort kustlanden", er was namelijk wat te melden. Waarom? Omdat JAHWEH mij geroepen heeft vanaf de moederschoot.
U kent ongetwijfeld die andere van wie we dat ook lezen. Jeremia werd geroepen, Jesaja ook, en van de Heer Jezus lazen we het zojuist. Maar in Galaten 1 lees je dit over Saulus, die moord en brand blies tegen de gemeente van God en op weg was naar Damascus: "Maar toen het de God behaagde, die mij afzonderde vanuit de schoot van mijn moeder en roept door de genade van Hem, om Zijn Zoon in mij te onthullen, opdat ik Hem zou evangeliseren te midden van de natiën..." Het gaat mij hier om Paulus die zegt: "Ja, ik ben geroepen, maar ik ben ook voorbestemd vanaf de schoot van mijn moeder."
In de Efezebrief gaat het in feite nog veel verder. Daar gaat het over alle gelovigen. Er staat: "...zoals Hij, God, ons uitkiest in Hem, de Zoon, vóór de nederwerping van de wereld, opdat wij zouden zijn heiligen en smettelozen voor het aangezicht van Hem. In liefde tevoren ons bestemmend tot zoonstelling." Dat is een hele mond vol, maar waar het om gaat is dat God ons al vóórdat de wereld aanving had gekozen en voorbestemd. Hier gaat het specifiek over degenen die vandaag worden uitgeroepen. God roept. En hoe zegt Paulus dat in Romeinen 8? "Degenen die Hij tevoren gekend heeft, die heeft Hij ook tevoren bestemd; en die Hij tevoren bestemd heeft, die roept Hij ook; en die Hij roept, die rechtvaardigt Hij ook; en die Hij rechtvaardigt, die verheerlijkt Hij ook." Dat is een ketting, een gouden ketting. Hij kent tevoren, Hij bestemt tevoren, Hij roept — en het is allemaal Zijn werk.
Dat is hier met Jeremia ook. Jeremia wordt geroepen als een jonge vent en er wordt tegen hem gezegd: "Voordat Ik jou vormde in de buik, kende Ik jou; en voordat je voortkwam uit de baarmoeder – de geboorte dus – heiligde Ik jou."
Heiligen betekent gewoon apart stellen, oftewel afzonderen. Heb Ik jou speciaal voor die taak al afgezonderd? Zoals Paulus ook vanaf de moederschoot al gevormd en geformeerd werd om bekwaam gemaakt te worden voor zijn taak, voor zijn eigenlijke missie.
En nu wordt Jeremia geroepen en hem wordt dit te verstaan gegeven: "Voordat je voortkwam uit de baarmoeder, heiligde Ik jou. En Ik stelde je tot een profeet voor de natiën." Die Jeremia heeft een geweldige functie gekregen. Hij was profeet; in het Hebreeuws betekent dat de mond van God. God heeft wat te zeggen en Hij neemt monden van mensen, en Jeremia was zo’n mond van God – Nebiim, de profeet. En er staat hier: "Ik stelde je". Voordat Ik jou dus vormde, voordat je voortkwam, stelde Ik je tot een profeet voor de natiën.
Want het was niet alleen zo dat Jeremia voorzeggingen deed en profeteerde, en Gods woorden uitsprak met betrekking tot Israël en Juda en tot Jeruzalem, maar ook voor Egypte en Assur en Babel. Al die natiën komen ter sprake. Het was, zoals ik al zei, een enorme spilperiode. Jeremia heeft daarover gesproken.
Dat wil zeggen: woorden Gods. En wat Jeremia heeft voorzegd... weet u nog dat ik de vorige keer al liet zien dat Jeremia al vóórdat Jeruzalem verwoest werd, had gezegd dat die verwoesting zeventig jaar zou gaan duren? En wat gebeurt er? Precies in het zeventigste jaar houdt de verwoesting daadwerkelijk ook op. God vervult wat Hij voorzegt.
Afijn, Jeremia wordt geroepen en hem wordt te verstaan gegeven met wie hij van doen heeft. En dan komt het bezwaar.
Jeremia's Bezwaar: God Kwalificeert Zijn Eigen Instrumenten ↑ hoofdstukken
Maar ik, Jeremia, zei: "Ach, mijn Heer Yahweh, zie, ik weet niet hoe te spreken." Ik noemde al dat woordje jada in het Hebreeuws. Dat is precies hetzelfde woord dat in vers 5 werd genoemd: "Ik kende (jada) jou." Dus tegen Jeremia wordt gezegd: "Ik kende jou voordat je gevormd werd in de schoot van je moeder," en nu zegt Jeremia: "Ja, maar ik ken niet, ik weet niet wat te zeggen." Dat is trouwens een bezwaar dat heel vaak klinkt. Als iemand geroepen wordt met een boodschap die zo kolossaal is, rijst de vraag: wie ben ik? Dat kan ik helemaal niet. Mozes werd ook geroepen en hij zei dat zijn tong zwaar was. Hij kon gewoon moeilijk spreken; misschien stotterde hij wel. En dan zegt God — dat is heel mooi, u moet het maar eens nalezen in Exodus 3 of 4 — wanneer hij geroepen wordt: "Maar wie heeft de mens een mond gegeven? Wie heeft ogen gegeven om te zien en een mond om te spreken? Dat ben Ik toch? Als Ik jou nu roep, denk je dan werkelijk dat Ik niet in staat ben om jouw mond vaardig te maken?" En zo geschiedde het ook.
Het bezwaar van Jeremia was, naar de mens gesproken, volkomen redelijk. Hij zei: "Ik ben geen jonge vent, ik weet niet hoe te spreken. Dat wat U nu zegt, dat kan ik helemaal niet." Hij gooit het echter niet zozeer op een handicap, zoals zwaar zijn om te spreken, maar zijn bezwaar is dat hij nog veel te jong is. Misschien was hij wel net zo oud als de koning die op dat moment al dertien jaar regeerde, koning Josia, zoals ik al even suggereerde. "Ik ben jong, wat kan ik nu helemaal?" Maar jonkheid is in de Bijbel nooit een bezwaar. Integendeel, het zijn de gouden jaren. Dat staat in Prediker al: "Gedenk uw Schepper in uw jongelingsjaren." In de jaren van je kracht, in je gouden jaren. Als je werkelijk waarde wilt geven aan je jeugd, aan je jonkheid, frisheid en kracht, dan moet je dat op dat moment doen. Dat geeft werkelijk zin en betekenis aan je leven.
Er is maar één ding dat telt, en dat zal uiteindelijk elk mens een keer gaan erkennen. Gezegend is degene die het vroeg ontdekt: er is uiteindelijk maar één ding dat telt, en dat is Zijn woord. Niets anders. Het gaat erom dat woord de prioriteit te geven. Prioriteit betekent letterlijk de eerste plaats toekennen. Eerst dat, en dan volgt er een hele tijd niets, en dan krijg je alle andere dingen. Zo zijn de verhoudingen. Bij ons in Aalsmeer hadden we een kennis die altijd zei: "Dat is punt 73." Hij bedoelde daarmee te zeggen dat iets, in vergelijking met hetgeen wat werkelijk telt, volstrekt irrelevant is.
Nu wordt hier deze jongeling geroepen, maar zijn leeftijd is helemaal geen bezwaar. Laten we het antwoord van Yahweh, van God Zelf, eens lezen. "Maar Yahweh zei tot mij: zeg niet: ik ben een jongeling." Dat mag dan waar zijn, maar het is geen bezwaar. "Want tot een ieder waarheen Ik jou zend, zul jij gaan." Niet: "dat moet jij gaan," maar "je zult gaan." Ik maak jou namelijk vaardig. Jeremia zegt: "Ja, maar ik ben niet gekwalificeerd." Maar God roept ook geen gekwalificeerden; het is precies omgekeerd: God kwalificeert degenen die Hij roept. Kijk, dat is het grote verschil. Als Hij jou roept, dan geeft Hij jou ook het vermogen, de kracht en alles wat je nodig hebt. De kwaliteiten. Wat dacht je nu? Dat de God die de mens een mond en een tong heeft gegeven, niet in staat is om jou te laten spreken?
En Jeremia, jij zegt dat je jong bent. Ja, daarom roep ik jou juist! Want je hebt nog een hele tijd te gaan — veertig jaar — wat hij zelf natuurlijk nog niet wist, maar God wist het wel. "Jij, Jeremia, gaat dat doen, en tot iedereen waarheen Ik jou zend, daar zul je gaan. En alles wat Ik jou instrueer, wat Ik jou gebied..." Eigenlijk is het het geven van instructies. De instructies die jij nodig hebt, geef Ik jou. Kortom: alles wat jij nodig hebt, dat geef Ik jou. Dat is trouwens het geweldige als God een opgave geeft: dan geeft Hij ook gewoon alles wat daarbij hoort. Daar hoef je niet over te twijfelen. Dat is geen conclusie, maar een vooronderstelling. Daar ga je gewoon op voorhand vanuit; dat is wel zo handig. Als je eerst nog tot de ontdekking moet komen dat het zo is, kost dat een heleboel tijd. Dat is niet nodig. Ga er maar van uit: Hij is God. En als Hij jou roept, dan geeft Hij alles wat daarvoor nodig is. "En alles wat Ik jou instrueer, dat zult jij spreken." Jij zegt wel: "Ik heb geen woorden en ik weet niet hoe te spreken," maar dat hoeft ook helemaal niet. Je hoeft zelf geen woorden te bedenken.
In vers 8 staat: "Vrees niet voor hun aangezicht" — dat wil zeggen voor degenen waarheen Ik jou zend. Wees niet bang. Er wordt wel eens gezegd dat Jeremia op een afschuwelijke manier aan zijn eind gekomen is, maar dat is een legende, want ik geloof er eigenlijk niets van. God had immers gezegd: "Vrees niet voor hun aangezicht, want Ik ben met jou," zegt Yahweh met nadruk. Let daarop. Als Ik met jou ben — dat is Romeinen 8 — als Ik vóór jou ben, wat kan er dan ooit tegen jou zijn? Als Degene die alles in Zijn hand heeft en alles gemaakt heeft vóór jou is, dan kan er helemaal niets tegen jou zijn. Kijk, dat is kracht. Dan heb je echt rotsgrond onder de voeten.
Vervolgens lees je wat er gebeurt. Tot dusver vond er een conversatie plaats, en nu lees je in vers 9: "En Yahweh strekte Zijn hand en raakte mijn mond aan." Dat gebeurt nooit zomaar. Je wordt aangeraakt en dan gebeurt er wat. Als God jou aanraakt, als Hij jouw hart aanraakt, of je oren, of in dit geval de mond. Van Jesaja lees je dat ook zijn mond werd geraakt. Kent u dat roepingsvisioen uit Jesaja 6? Met een gloeiende kool van het altaar werd zijn mond aangeraakt. En zo werd Jesaja vaardig gemaakt. Want Jesaja zei ook: "Wie ben ik?" Dat is altijd het bezwaar. Het is trouwens heel zinnig als een mens dat zegt: "Ja, maar wie ben ik nu?" Maar daar gaat het niet om. Jij hoeft ook niets te zijn. Ik vul jou. Ik geef jou alles wat je nodig hebt. Je bent gewoon een instrument. Het is zelfs heel goed als een mens begint met het startpunt: "Ik kan het niet." Prima. Maar dat is geen bezwaar. Integendeel, dat betekent dat je juist de juiste instelling hebt om een instrument in Zijn handen te zijn. Want Hij gebruikt jou; het is niet jouw werk.
Ik bedoel, als ik met een hamer een spijker in het hout sla, dan is dat voor deze jongeman al een hele prestatie. Maar als ik dat doe, dan is er geen prestatie van die hamer. Dat is louter een werktuig. Nou, zo is het ook hier: de mens, in dit geval Jeremia, is slechts een werktuig in Gods hand. Hij hoeft zich geen zorgen te maken. Als Hij jou uitkiest, dan gebruikt Hij jou. Punt. "Ik geef Mijn woorden in jouw mond." Jij weet niet wat je moet zeggen? Dat is geen probleem, want Ik heb wat te melden. En die woorden die Ik heb, die geef Ik jou in je mond. Dat is het. En dat is in feite ook precies wat inspiratie is: dat mensen van Godswege gedreven woorden spreken. En ook als ze het vervolgens optekenen, dan is de pen die vaardig is in feite de hand van God. Het zijn woorden van God, levende woorden. "Ik geef Mijn woorden in jouw mond." Zie, staat er dan in vers 10: "Ik geef jou deze dag" — de dag dat Ik jou nu roep, in het dertiende regeringsjaar van koning Josia — "Ik geef jou deze dag toezicht over de natiën en over koninkrijken." Feitelijk wordt Jeremia hier al gesteld in een geweldige positie.
Namelijk om toezicht te houden – 'supervisie' staat er hier in de interlinea – over natiën en over koninkrijken. Dat wil zeggen: Jeremia krijgt goddelijke autoriteit. Wat hij nu gaat spreken – het boek Jeremia – ik ben er wat mee bezig geraakt en terwijl ik dat doe, word ik zo enorm enthousiast om dat nog nader te bestuderen. Want het is zó geweldig frappant wat hij heeft mogen spreken en vervolgens ook heeft opgetekend, Godzijdank, want nu kunnen we er nog steeds kennis van nemen. Hij heeft het geboekstraafd en dat is zo geweldig, want het is goddelijke autoriteit. Hij voorzegt; dat is Gods waar- en keurmerk. Mensen kunnen niets over de toekomst zeggen, maar God wel, en dat doet Hij ook. En dat heeft Hij gedaan over Edom, over Babel, over Assur en noem maar op.
Jeremia heeft het gesproken. Dat waren geen woorden van een mens; dat kon een mens ook niet uitspreken. Nee, maar God wel, en God zegt: "Ik geef Mijn woorden in jouw mond." Zie, Ik geef jou deze dag toezicht over de natiën en over koninkrijken, ook om uit te rukken, om af te breken, om te verdelgen en om te verwoesten. U begrijpt dat als je geroepen wordt om zulke dingen te doen, om zulke vernietigende woorden over koninkrijken, steden, landen en natiën uit te spreken, dat je dat niet in dank wordt afgenomen. Jeremia is zo'n profeet geweest. Hij is geroepen, hij wist dat ook, maar hij had een zeer ondankbare taak. Man, man, wat heeft die een enorme tegenstand gehad! Het wordt je niet in dank afgenomen; ze leggen niet de rode loper voor je uit als je het woord van God doorgeeft.
Maar het is de waarheid. En u weet het, we zeggen wel eens: "De waarheid is hard." Daarmee bedoelen we dat het soms ook pijnlijk is. Maar weet u, de waarheid is hard als een rots. Het zijn namelijk feiten, en feiten zijn hard; daar kun je niets aan veranderen. Meningen en dergelijke kun je bijstellen, maar feiten zijn feiten. Het woord is waarheid en daar valt niets aan te vormen. Dat is niet zacht, dat is niet kneedbaar, zoals de mens wel kneedbaar is. De waarheid niet; die is hard. Maar wat is het geweldig!
Jeremia heeft inderdaad zulke afbrekende, uitrukkende, verdelgende en verwoestende woorden gesproken. Dat is waar. Maar dat niet alleen, want dat is vernedering, maar ook verhoging – ja, werd verhoogd. Maar ook om op te bouwen en om te planten, want er is nieuw perspectief. Maar dan wel op Gods tijd en op Gods wijze. In feite wordt hier in één zin een samenvatting gegeven van de bediening die Jeremia zou krijgen. In die zin is dit ook werkelijk inleidend, met een korte 'n' en met een lange 'i', in het geval van Jeremia. En het woord... nou, er komt nog iets. Ja, dat is het laatste.
Het Visioen van de Amandeltwijg: God Waakt over Zijn Woord ↑ hoofdstukken
En het woord van Yahweh kwam tot mij, zeggende: "Wat zie jij, Jeremia?" Hij was eerst aangesproken, vervolgens was hij aangeraakt, en nu krijgt hij iets te zien. Ik denk persoonlijk dat dit in het vroege voorjaar is geweest, want wat ziet Jeremia? Hij geeft antwoord: "Ik zie een tak van een amandel." Een amandeltwijg, staat er in de vertaling geloof ik. Ja, een amandeltwijg.
De amandel is de boom die in het Midden-Oosten, in Israël in het bijzonder, als eerste gaat bloeien in het voorjaar. Veruit het eerste. Het kondigt in feite het nieuwe leven aan. Terwijl de winter nog gaande is, is daar die amandelboom die zegt: de lente komt. De amandel is trouwens ook altijd een embleem van nieuw leven. Wist u dat er een menorah in het heiligdom stond? Dat was zo'n zevenarmige kandelaar, van louter goud trouwens. Maar dat was in feite een gestileerde amandelboom; dat staat er ook bij.
U kent ook die andere geschiedenis van Aäron die aangewezen wordt als hogepriester. Wanneer er twijfel bestaat over wie de hogepriester van Gods keuze is, moet de staf in het heiligdom gelegd worden. Dan leest u dat Aärons staf ging bloeien. Hoe? Als een amandel. Hij bracht amandelbloesem en zelfs amandelfruchten voort. Dat wil zeggen: er werd leven voortgebracht uit de dood. Een amandel is een beeld van nieuw leven, van leven dat sterker is dan de dood. Waardoor de hogepriester ook wordt aangewezen en waardoor het licht van de kandelaar schijnt, het licht van het leven.
Maar nu nog wat, want het woord voor amandel in het Hebreeuws is shaqed. Dat zeg ik niet om interessant te doen, maar het is belangrijk om deze verzen überhaupt te snappen. Dat woord hangt nauw samen met shaqad, wat letterlijk 'waken' betekent. Net zoals ik zojuist al zei over Jeremia en dat werkwoord 'jeremiëren', hoor je in het woord voor amandel in het Hebreeuws het woord 'waken'. En waarom? Eigenlijk zegt de amandeltwijg dat de natuur, die nu nog slaapt en in de doodslaap is, tot nieuw leven komt. Hij ontwaakt. Het grondwoord is waken.
Nu zegt Jeremia: "Ik zie een tak van een amandel." En Yahweh zegt tot hem: "Dat heb je goed gezien." En nu komt het: "Want Ik waak over mijn woord om dat te doen." Alsjeblieft Jeremia, daar kun jij nu mee voort. Begrijp je trouwens waarom het belangrijk is om te weten dat amandel inderdaad 'waken' is? Er staat: "Dat heb je goed gezien, Jeremia, want Ik waak over mijn woord." In Nederland zou je zeggen: ja, en wat is het verband met een amandel? Dat zit hem in dit werkwoord: "Ik waak". Die amandel zegt ook dat er Iemand is die waakt en doet ontwaken, die de doodslaap inderdaad overrulet en nieuw leven voortbrengt.
"Ik waak over mijn woord om dat te doen." Dat vind ik zo geweldig. Er is er één die werkelijk weet wat de waarde en de kracht is van het woord, en dat is God zelf. God zegt: "Ik waak erover." Alles wat Ik gesproken heb, ga Ik tot in de finesses vervullen. Dan mag de wereld daarom lachen en je verwerpen enzovoorts, maar Jeremia, vergeet niet – jong als je bent – dat Ik waak over mijn woord en Ik ga het ook absoluut doen. De amandeltwijg is daar het embleem van.
Nu leven wij pakweg 2600 jaar na Jeremia, en de waarheid is exact dezelfde: God waakt over zijn woord. Er zijn zelfs nog dingen die in het boek Jeremia vermeld worden die te maken hebben met de eindtijd en die nog vervulling gaan krijgen. Maar let op: God waakt over zijn woord en Hij gaat het precies vervullen zoals Hij het gezegd heeft, en ook precies op het moment dat Hij heeft gezegd dat Hij het gaat doen. Ook daar kon Jeremia over meepraten. Met die God en met zo'n embleem als de amandeltwijg hebben wij van doen. Dat is ook precies de reden waarom we bij de aanvang van deze samenkomst zeiden: we komen samen rondom een werkelijk goed bericht. Jawel, Hij verhoogt en Hij vervult dat wat Hij spreekt. En het volk zei? Amen. We gaan een lied zingen.
UltimateGoodNews