GoedBericht.nl logo
UltimateGoodNews

Geest & geestig

19-05-2024 - Geplaatst door Andre Piet
19 mei 2025, Den Haag

Wie spreekt over ‘geest’ en wat daarmee verband houdt (zoals spiritualiteit), loopt het risico heel gauw vaag te worden. Dat komt omdat ‘geest’ per definitie niet gezien of aangeraakt kan worden. Wat echter opvalt is dat de Schrift wel degelijk heel concreet spreekt over geest en Geest met een hoofdletter (Gods geest). En dat geldt ook voor wat de Geest uitwerkt. Geest doet opwekken en maakt levend. Geest maakt (daarom) ook geestig. Wat dat betekent, daarover gaat deze studie. Een bespreking van 1Korinthe 2:7-16.

Powered by RedCircle

📝 Samenvatting & Transcriptie van deze lezing

Samenvatting van deze toespraak

De studie belicht het Bijbelse verschil tussen een zielsmens en een geestelijk mens aan de hand van de eerste Korinthebrief. Waar de zielsmens gericht is op zintuigen, emoties en menselijke wijsheid, richt de geestelijke mens zich puur op de waarheid van Gods Woord. Gods Geest openbaart de verborgen wijsheid en laat gelovigen weten wat God hun onvoorwaardelijk in genade schenkt. Deze geestelijke oriëntatie leidt tot diepe blijdschap die niet afhankelijk is van gevoel, maar stevig rust in het volstrekte vermogen en de liefde van God.

“Een zielsmens vraagt: "Voelt het goed?" Een geestige mens vraagt: "Is het waar?"”

Inleiding: Geest en Geestig ↑ hoofdstukken

Een hele goede morgen, vrienden in Den Haag. Het is een voorrecht om op deze stralende zondagmorgen, deze Pinksterdag, hier te mogen zijn en jullie te mogen begroeten. En is dat niet een heel blijmakend thema wat ik aan deze toespraak, deze studie heb gegeven? Geest en geestig. Ja, want het is onvermijdelijk natuurlijk om op een dag als deze, de Pinksterdag, om het dan toch in ieder geval over de Geest te hebben. En los van de vraag of de kerkelijke kalender daarin klopt – want dat is namelijk niet het geval, maar Ron gaf dat zojuist al even aan – dat doet er even niet toe. Aanleiding genoeg in ieder geval om eens nader bepaald te worden bij en na te denken over dat onderwerp 'Geest'.

En ja, dat heeft nu eenmaal een beetje de reputatie een wazig onderwerp te zijn. Een beetje zweverig: wat bedoel je eigenlijk met 'geest'? En dat is eigenlijk ook vrij logisch als je het van de Bijbelse kant benadert. Dat gaan we vanmorgen toch echt onvermijdelijk doen. Want geest staat eigenlijk voor alles wat je niet kunt zien. Als je het terugbrengt naar de Bijbelse grondwoorden: in het Hebreeuws is het ruach, in het Grieks is het pneuma. En dan blijken die woorden te staan voor wind of voor adem. Eigenlijk zijn ze afgeleid van het werkwoord blazen. Dat kun je dus niet zien. Nee, maar je kunt het wel horen. Dat zegt de Heer Jezus ook: de wind, je ziet die niet, maar je ziet wel de effecten ervan. Dus geest is eigenlijk een verzamelterm voor alles wat je niet kunt zien. Vandaar ook een beetje die reputatie van een wazig onderwerp.

Maar ik moet erbij zeggen: de Bijbel is daar toch wel degelijk heel erg concreet over. En ook over de uitwerking ervan. Die uitwerking, ja, die is inderdaad heel... wij zouden misschien zeggen: geestelijk. Ik persoonlijk geef de voorkeur aan een ander bijvoeglijk naamwoord. Want wat doet de Geest? En alles wat met de Geest verband houdt, hoe zou je dat moeten aanduiden? Wat dacht u van: geestig? Ja, in ieder geval bij 'geesten'... ja, dat gaat alleen in het Nederlands op, dan heeft het een beetje die associatie zelfs met de dood. Maar misschien breng ik u nu op een gedachte die ik helemaal niet had moeten geven. Maar snapt u? Geestig.

Laten we gewoon maar eens naar een Bijbelgedeelte toegaan waar Paulus spreekt over geest en over dat wat de Geest uitwerkt: 1 Korinthe 2. Het gaat me eigenlijk om het laatste gedeelte, maar om het te begrijpen moet ik ook de verzen die daaraan voorafgegaan zijn lezen. We moeten daar in ieder geval even het een en ander over aanstippen. Want ja, geest – ik zei het al – heeft te maken met dat wat je niet kunt zien, maar wat je wel kunt horen. En feitelijk is een woord, een gesproken woord, ook geest. Dat kun je namelijk niet zien, maar je kunt het wel horen. Het heeft ook zijn effect. Zelfs in de gewone menselijke communicatie heeft een woord effect. Logisch, want daarom communiceer je: om iets over te brengen zodat er iets gebeurt.

Maar wat dacht u? Dat is zeker het geval als God spreekt. En feitelijk zijn dit de Schriften, maar dat is de neerslag van de woorden Gods. En daarom, als er iets spiritueels is, dan is het wel dit. In 'spiritueel' zit 'spirit', daar zit ook weer 'geest' in natuurlijk. En wat dacht u hiervan? Deze woorden zijn geïnspireerd. Dat zegt Paulus in 2 Timotheüs 3. Ingeblazen, geïnspireerd. Dus ja, als er één geestelijke – of zo u wilt dus geestige – bezigheid is, dan is het wel inderdaad ons bezighouden met dat wat God gesproken heeft en hoe levend en krachtig dat is. Want Gods woord is ook levend. Als God blaast, inblaast, dan produceert dat ook leven. Moet u maar eens aan Adam vragen, als die nog in leven zou zijn. God blies de adem des levens in zijn neusgaten en alzo werd hij een levende ziel. Als God blaast, dan gebeurt er met recht wat. Hoe goed dan ook.

De Verborgen Wijsheid Vóór de Aionen ↑ hoofdstukken

U ziet dat als ik hier vers 7 citeer uit 1 Korinthe 2, ik eigenlijk midden in de zin val. Het zij dan zo. Wat Paulus daar zegt, is: "Wat wij spreken als een geheimenis..." Ik lees voor uit de NBG-vertaling. Wat wij spreken als een geheimenis, of als een geheim of een verborgenheid, dat is de verborgen wijsheid van God.

In feite is wat Paulus zegt – en dat zou je ook in de samenhang moeten bezien – dat hij onthult wat onder een bedekking lag in de tijden voorheen. In het Oude Testament was het er allemaal al; dat was de wijsheid van God, maar het was verborgen onder een bedekking. Wat Paulus feitelijk doet in zijn bediening, is de bedekking wegnemen van dat wat verborgen was in wat wij het Oude Testament noemen. Hij spreekt over die wijsheid van God en zegt dat God die reeds vóór de aeonen voorbeschikt heeft tot onze heerlijkheid.

Dat is een prachtig woord, maar ik moet even één ding corrigeren. U ziet het al aangegeven op deze dia. In onze vertaling staat dat God dit reeds 'van eeuwigheid' voorbeschikt heeft, maar dat staat er dus niet. Dat is het leuke van een PowerPoint die je toont, want dan kan ik het ook echt laten zien: in het origineel staat niet 'van eeuwigheid af', maar 'vóór de aeonen'.

Eigenlijk zijn alle vertaalwoorden die hier gekozen zijn, ingegeven door de traditie. Wij denken in de theologie meestal in termen van een eeuwigheid die geen begin en geen einde heeft gehad, maar de Bijbel spreekt over aeonen: eeuwen, wereldtijdperken. Die hebben ooit een begin gehad en zullen ooit ook weer tot een voleinding komen. Voordat de wereldtijden, die aeonen, aanvingen, heeft God al iets voorbeschikt. Dat is het mooie: als God iets voorbeschikt, dan gebeurt het ook, want er is maar één God. Er is niemand die Hem kan dwarsbomen. Er is maar één Beschikker, één die alles bedacht en gemaakt heeft, en daarin is Hij God – met allemaal hoofdletters.

Hij heeft al voordat de wereldtijden aanvingen de wijsheid waar Paulus over spreekt voor ons voorbeschikt. Hij zegt er nog bij: "tot onze heerlijkheid". Want die heerlijkheid, daarvan zegt hij dat deze verborgen was. Als je in de Hebreeuwse Bijbel, ons Oude Testament, leest, dan zie je dat daar wel heerlijkheid in staat opgetekend, maar dat was daar onder een bedekking en werd niet begrepen. Paulus mag daar nu echter over spreken.

In feite is een van de grote geheimen die de apostel naar voren brengt, dat wij het lichaam van Christus zijn. Dat betekent dat wij – ik bedoel wij die vandaag al mogen geloven – bij Hem horen. Als dat je gegeven en toebedeeld is, dan ben je een eenheid met Hem. Daar waar in de Bijbel in het Oude Testament over 'de Christus' gesproken wordt, gaat het niet alleen over de Heer Jezus Christus, maar ook over ons die vandaag mogen geloven en die Zijn lichaam zijn. Wij zijn zo verbonden dat alles wat God aan Christus beloofd heeft, ons ten deel valt. Als er in het Oude Testament sprake is van de Christus die zou komen, dan hebben wij daaraan deel. Die heerlijkheid die aan Hem is toegekend – hoe Hij eens de hele schepping zal onderwerpen en tot haar bestemming gaat brengen – daarin hebben wij een aandeel. Dat is niet omdat wij ervoor gekozen hebben, maar omdat God dat al zo bepaald heeft voordat u en ik er waren; sterker nog: voordat er ook maar iets was. Voorbeschikt.

Ik lees verder: "En geen van de oversten van deze aeon..." Als u schuingedrukte tekst ziet staan, geef ik daarmee aan dat ik afwijk van de standaard NBG-tekst. Geen van de oversten van deze aeon, van dit wereldtijdperk dat boos is en waarin de leugen regeert, heeft van die verborgen wijsheid geweten. Paulus motiveert dat ook: "Want indien zij van haar geweten hadden, dan zouden zij de Heer der heerlijkheid niet hebben gekruisigd." Met andere woorden: zij hebben misgerekend.

Hij die nu de Heer der heerlijkheid is, de Heer Jezus Christus, is verheerlijkt. Welnu, Hij is ooit gekruisigd, maar de machthebbers dachten toen zij Hem kruisigden dat dit het einde zou zijn. Of je nu denkt aan het Sanhedrin dat Jezus overleverde, of aan Pilatus en de oversten die Hem lieten kruisigen: zij dachten dat dit het einde was, maar in werkelijkheid was het hun nederlaag. Toen Hij begraven werd en God Hem drie dagen later opwekte uit de doden, bleek dat dit zo moest gebeuren. Daar hadden zij niet op gerekend. Als zij hadden geweten hoe God zou opereren, dan hadden ze dit niet gedaan.

Wat Geen Oog Heeft Gezien Is Ons Geopenbaard ↑ hoofdstukken

En dan zegt Paulus er nog bij, en nu gaat hij citeren. Hij zegt: "Gelijk geschreven staat," en nu volgt een citaat uit het boek Jesaja, in ieder geval ook uit Jesaja 52 vers 15: "Wat geen oog heeft gezien en geen oor heeft gehoord en wat in geen mensenhart is opgekomen." Moet je je voorstellen? Niemand heeft het ooit gezien, niemand heeft het ooit gehoord en je hebt het ook niet kunnen bedenken. Fantaseren of gewoon heel creatief in je gedachten zoiets een vorm geven? Nee, nooit. En dat heeft God bereid.

Deze tekst wordt trouwens nogal eens aangehaald. Op zich klopt het, maar het wordt op een verkeerde wijze toegepast. Men zegt dan: "Ja, wat we straks gaan beleven..." En het is waar hoor, dat geloof ik honderd procent. Wat we nog gaan beleven, dat tart elke beschrijving. Dat hebben we nog nooit gezien, dat hebben we nooit gehoord en je hebt het ook nooit kunnen bedenken. Vergelijk het met een rups die verpopt en die dan vervolgens een heel nieuw bestaan krijgt. Dat is een totaal nieuwe bestaanswijze waarin eigenlijk alle vergelijkingen met het voorgaande niet meer opgaan. En dat is ook het lastige als wij denken aan de heerlijkheid van de opstanding, want dan moet je echt in totaal andere termen gaan denken. Dus het tart ons voorstellingsvermogen. Dat is juist in feite ook de bedoeling.

Maar ik zei: het wordt vaak wat verkeerd toegepast. Want wat Paulus nu juist hier zegt, is dat geen mens het heeft kunnen bedenken, maar dat het ons geopenbaard is. Dáár gaat het hier over. Want kijk maar naar Jesaja 52, daar verwijst hij naar. Hij refereert eraan, het is niet echt een letterlijk citaat. U weet het, Jesaja 52 is het hoofdstuk dat samen met hoofdstuk 53 gaat over de knecht van Yahweh. Die zou worden overgeleverd, die als een schaap ter slachtbank zou worden geleid, als een lam dat ter slachting wordt geleid. Als een schaap dat stom is voor zijn scheerder, zo deed hij zijn mond niet open. En dan staat er: wij allen dachten dat hij van God geplaagd was. Uiteindelijk zal men tot besef komen — het gaat daar specifiek over het Joodse volk — men zal tot besef komen wat ze hebben gedaan en wie hij werkelijk is.

En als hij dan zal verschijnen, dat is Jesaja 52, zullen om hem koningen verstommen. Wat hun niet verteld was, dat zien zij, en wat ze niet gehoord hadden, dat vernemen zij. Met andere woorden: het was verborgen voor hen en ze zullen het eens zien. En Paulus zegt nu: "Wat geen oog heeft gezien en geen oor heeft gehoord en wat in geen mensenhart is opgekomen, dat is wat God heeft bereid voor degenen die hem liefhebben." Wat de wereld niet ziet, mogen wij nu al wel zien. En God heeft dat ook bereid, die heerlijkheid, voor degenen die hem nu al mogen kennen en hem liefhebben. Dat is geen prestatie, maar het zijn de verborgenheden die God heeft bereid en die al beschreven staan in de Hebreeuwse Bijbel.

Nu zegt Paulus erbij — want nu maakt hij eigenlijk pas zijn bewijs op: "Want ons heeft God het geopenbaard." De gedachte is dus: geen mens heeft het ooit vernomen, geen mens weet ervan, maar Paulus zegt nu juist: ons heeft God het geopenbaard. Namelijk door de Geest. Daar heb je het weer: die spirit, dat spirituele via de geïnspireerde Schriften waarvan Paulus dus de bedekking wegneemt. Want een heleboel in die Hebreeuwse Bijbel — een groot thema trouwens, met name in Paulus' brieven — laat zien dat heel de Schrift spreekt van Christus. Maar het ligt vaak niet alleen expliciet, maar vooral ook impliciet onder de oppervlakte. En als je daar gaat onderzoeken, dus onder de oppervlakte gaat kijken, dan word je steeds meer gewaar.

Al die verhalen, al die rituelen, al die geschiedenissen spreken daarvan. Ik had gisteren een boekje in mijn handen van Gerard Oudijn, die natuurlijk onlangs nog gesproken heeft. Was het vorige week? Nou ja, in ieder geval: hij had een boekje geschreven over Simson. En al die verhalen, dat is geweldig wat daaronder verborgen ligt in die geschiedenis. Het gaat me niet alleen om zulke historie, hoewel het historie is, en het zijn veel meer dan sterke verhalen. Nee, het spreekt van hem die zou komen en in feite ook van de heerlijkheid die God heeft voorbeschikt voor ons.

De Geest Doorzoekt de Diepten van God ↑ hoofdstukken

Want ons heeft God het geopenbaard door de Geest. Hij zegt: want de Geest doorzoekt alle dingen, zelfs de diepten van God. Dus als er één is die ons kan vertellen wat er in God omgaat, wat Zijn voornemen en Zijn plannen zijn en wat er in Zijn hart is, dan is het wel de Geest van God. Paulus motiveert dat heel mooi. Hij zegt: wie toch onder de mensen weet wat er in een mens is? Wie weet er wat er nu in mij is? Even afgezien van God, want God kent mij natuurlijk. Maar we zitten nu hier in dit gezelschap en uw buurman of uw buurvrouw weet niet wat er in u is. Dat weet alleen u zelf. Er staat: wie toch onder de mensen weet wat in een mens is, dan de eigen geest van de mens die in hem is? Je kunt een heleboel verborgen houden, maar uiteindelijk is je eigen geest in staat om te weten wat er echt speelt.

Paulus maakt die vergelijking. Dat mag ik dan toch ook wel eens een keertje zeggen: traditioneel zijn we natuurlijk grootgebracht met de leer van de drie-eenheid. Dan heb je drie verschillende personen en is de Geest een aparte persoon. Maar dat is in de Bijbel niet zo. Mijn geest is ook niet een aparte persoonlijkheid van mijzelf. Ik spreek wel over mijn geest, maar dat staat niet los van mij. En dat is met Gods Geest ook zo. Gods Geest is geen aparte persoonlijkheid, zoals mijn geest dat evenmin is. Maar mijn geest onderzoekt en heeft weet van wat er in mij gaande is. Nou, dat is met Gods Geest ook zo. En daarom is die Geest ook in staat om mede te delen. Zo weet ook niemand — vers 11 — zo weet ook niemand wat in God is dan de Geest Gods.

Gods Geest weet wat in God is en daarom is diezelfde Geest in staat perfect te openbaren. Sommige mensen — ik weet dat, je krijgt het ook wel eens te horen als je zo stellig spreekt over wie God is en over Zijn plannen — die zeggen dan: "Kun jij in de boeken van God kijken?" Dan zeg ik: "Ja, eigenlijk wel, ja." Dit zijn de boeken van God en daar kan ik in kijken. Dat is niet omdat je eigenwijs bent of meent dat je iets over God kunt vertellen. Wat wij over God weten en wat er in Hem is, dat weten we omdat Hij daarover gesproken heeft. Als je het niet weet, of als je het niet wilt weten, dan ben jíj eigenwijs. Laten we de boel eens even omkeren. Het enige wat ik weet over wie God is, hoe Hij deze wereld liefheeft, wat Hij daarmee van plan is, hoe Hij dat gaat doen en welke stappen Hij daarvoor gaat ondernemen... Hoor eens even, het is een complete bibliotheek, hè? Het is een hele bibliotheek, de boeken van God. Daarin staat dat beschreven; het is een perfect ontwerp. En Hij bewijst Zichzelf daarin ook. Dat vind ik geweldig. God bewijst Zijn eigen woord en Zijn Geest. Ik zei het bij de aanvang en ik wil het hier herhalen: als er iets spiritueels is, dan is het wel dit. Dit is vol Geest.

Dit gaat heel ver. Want laten we even verder lezen: "Zo weet ook niemand wat in God is dan de Geest Gods. Wij nu hebben niet de geest van de wereld ontvangen", zegt Paulus. Daarmee bedoelt hij ook "geest"... ik zei al, dat is in feite een containerbegrip, dat is heel breed. In feite is wijsheid — de gesproken wijsheid, de gedachten, de concepten — ook geest. Een boodschap is ook geest. Wist u dat? Ik ga dat nu niet bewijzen, maar kijk de eerste verzen van 1 Johannes 4 maar eens na. "Vertrouwt niet elke geest", staat er dan. Maar dan gaat het gewoon op: vertrouwt niet elke boodschap.

Wij hebben niet de geest ontvangen die in de wereld is. In de wereld is er ook heel veel spiritueels, hè? Er zijn zoveel concepten, zoveel gedachten, zoveel leringen, filosofieën... Het is allemaal geest. Maar het is de geest van de wereld. Daar word je niet echt wijzer van. Wij nu hebben niet ontvangen de geest van de wereld. En vergis je niet, er is heel veel... dat is trouwens de context van 1 Korinthe 2 en het hoofdstuk dat eraan voorafgaat. Juist Korinthe was net als Athene; dat waren bolwerken waarin de wijsheid van de wereld regeerde. De Griekse wijsheid is tot op de dag van vandaag natuurlijk wereldberoemd. Alle wijsheid is voor een groot gedeelte terug te brengen tot de grote Griekse denkers. Moet je je voorstellen. En dat waren geen kleine jongetjes, hè? Tot op de dag van vandaag heeft dat zijn waarde, maar het is de geest van de wereld. Hoe hoogstaand ook en wat voor knappe koppen daar ook allemaal aan hebben gewerkt om dat te produceren en door te geven, het is de geest van de wereld.

Maar Paulus zegt: die hebben wij niet ontvangen. Wij ontvingen de Geest uit God. En God werkt daarbij ook nog eens een keertje — dat had hij ook in hoofdstuk 1 al gezegd — precies diametraal. Hij zet de wijsheid van deze wereld eigenlijk te kijk. Hoe doet Hij dat? Door dwaasheid. In feite een hele dwaze, domme boodschap. Het klinkt wat vreemd, maar dat is het kruis. We geloven in een Man, de gekruisigde Christus. Voor de Joden een aanstoot en voor de Grieken een dwaasheid. Een houten paal, want dat is in feite wat het woord "stauros" betekent: een kruis. Daardoor gaat God de wereld redden. Wat is dat voor iets krankzinnigs? Dat is toch belachelijk? Ja, dat is nu juist hoe God het doet. Hij zegt tegen David: "Pak een steentje als je die reus wilt verslaan." Of Hij zegt tegen Noach: "Bouw een schip, daar midden op het droge." Hartstikke dwaas. Maar wie het laatst lacht, die lacht het best.

Kijk, dat is ook de karakteristiek voor de wijsheid van God: namelijk dat het in de ogen van de wereld dwaas is. En vice versa trouwens ook. Het matcht niet. Maar de Geest uit God hebben wij ontvangen, opdat we zouden weten. Dat vind ik geweldig. Als we het hebben over "geestig"... Als er één ding is dat ik geestig vind, is het dat. Ik weet het, mensen denken bij "geest" heel vaak aan gevoel. Maar dat doet de Bijbel niet. Natuurlijk, het maakt blij, maar geest is geen gevoel. Geest heeft juist te maken met weten. De Geest van God hebben we ontvangen opdat we zouden weten. En het geweldige daarvan is dat dat niet verandert. Kijk, gevoel kan soms hier zitten en dan weer daar. Dat hangt er ook een beetje van af hoe je emotioneel in elkaar zit. Maar in "emotie" zit het woordje "motion", beweging. Dat is kenmerkend voor gevoel. Het is in beweging; daar kun je niet op bouwen. Het geweldige van de wijsheid van God en dat wat Hij ons vertelt, is: wij weten het. En of je dat voelt, dat is in feite niet relevant. Soms kun je er geweldig blij mee zijn, maar ook als dat door omstandigheden niet aan de hand is... die rots blijft toch wel staan hoor, ook als ik het niet voel of zie. Nee, daar valt niks te zien trouwens. De Geest van God, die hebben we ontvangen.

Charizomai: Genade en Vreugde Om Niet ↑ hoofdstukken

Opdat we zouden weten wat ons door God in genade geschonken wordt. Ja, daar gaat het om. Waarom heeft God Zijn Geest gegeven? Omdat we zouden weten wat God ons in genade schenkt. In het Nederlands zijn dat een paar woorden, maar in het Grieks is dat eigenlijk één woord: charizomai. Je ziet het ook in de interlineair; daar zit het woordje charis in. Als u een klein beetje vertrouwd bent met dit soort termen, dan weet u dat charis het Griekse woord is voor genade. Eigenlijk is het: vreugde om niet. Charis is alles wat blij maakt zonder dat je er iets voor doet.

Toen ik op de weg hiernaartoe was, zag ik het zonlicht en de ontluikende natuur op dit moment. Dat maakt je blij. Wauw, geweldig! Nou, dat is charis. Het is vreugde om niet; het maakt je blij en je krijgt het zomaar gratis. Je kunt het niet betalen, je kunt het niet kopen, niks. Dat is charizomai: het maakt blij om niet.

In feite is dat wat het hele evangelie is. Het vertelt over een God die niets vraagt. Dat is heel karakteristiek voor het evangelie: het vraagt niks. Ik zal het nog sterker vertellen — en misschien vindt niet iedereen dit leuk, maar het zij zo: het evangelie is ook geen aanbod. Het is niet zo van: "Hier heb je het, maar jij moet het wel aannemen." Nee. Weet u wat het evangelie is? Dat is een bericht. Evangelia betekent letterlijk een goed bericht of een blijde boodschap. Het is een mededeling. Het evangelie vertelt wie God is: Hij is de Schepper, Hij is de Bedenker en het vertelt hoe Hij alles tot een goed einde gaat brengen. En hoe Hij de Redder is; ja, Hij is de Redder van deze wereld. Dat is gewoon wat ik jou vertel: Hij is jouw Redder. De prijs is voor jou betaald; je bent gekocht en betaald. Dat is niet een aanbod in de zin van: als jij het aanneemt, dan is Hij het. Nee, Hij is dat.

En als dat kwartje valt, dan is het: wauw! Dan word je zo... kijk, dat is genade, dat is charizomai. Dan word je blij om niet. Je krijgt zomaar iets te horen; er werd niet eens van je gevraagd of jij het wilde aannemen. Nee, dat is charizomai. En dat is zo geweldig. Dat is het evangelie.

Die Geest van God komt door dat Woord tot ons. En als dat inderdaad onze ogen, onze harten en onze oren opent, dan weten we dingen. En wat weten we dan? Nou, wat God zomaar om niet schenkt. Dat is wat zo enorm blij maakt — over "geestig" gesproken. Er hangt geen prijskaartje aan, ook geen kleine lettertjes. Waarom niet? Omdat het niet voorwaardelijk is.

Gods liefde is ook niet voorwaardelijk. Dat is agape. Er zijn heel veel soorten liefde die wel voorwaardelijk zijn. Vriendschap is in feite ook een vorm van liefde, maar die is wel voorwaardelijk. Een vriendschap beëindigt als het niet van twee kanten komt, maar agape niet. Agape is liefde, zelfs als er geen respons is. Het mooiste voorbeeld daarvan is de liefde die ouders hebben voor hun kinderen. Die is, als het normaal is, onvoorwaardelijk. Wat het kind ook doet, al pleegt het een moord, het blijft je kind. That’s it.

Zo is het met ons ook. We zijn creaties van God. We zijn door Hem bedacht en door Hem gemaakt. De prijs is voor ons betaald; Hij heeft Zijn liefde bewezen. Dat is onvoorwaardelijk. Wat je ook doet, wat je reactie ook is, zelfs als je hier niks van wilt weten: God is jouw Schepper, Hij is jouw Redder. That’s it. Nou, dat maakt blij. Tenminste, als je het gelooft. Als het binnenkomt, maakt dat zo blij. Dat is charizomai: dat we zouden weten wat ons door God in genade geschonken is.

Paulus zegt dan — ik moet verder lezen: "Hiervan spreken wij dan ook met woorden die niet door menselijke wijsheid, maar door de Geest geleerd zijn." Dat is heel mooi, want niet alleen de boodschap, de gedachte of het hele concept is van Godswege, maar zelfs de woorden en de formulering die gekozen is. De Schriften zijn geïnspireerd. Niet alleen de algemene gedachten erachter, waarbij de schrijvers de formulering zelf moesten bedenken; nee, alles is geïnspireerd.

Daarom is menselijke wijsheid ook zo'n gevaar voor de woorden. De hele theologie zit er vol mee. Ik had het net over de leer van de Drie-eenheid; dat is een woord van menselijke wijsheid. Heel veel knappe koppen hebben dat 1700 jaar geleden bedacht en geformuleerd. Dat is heel knap, maar het is menselijke wijsheid. Daarom is het zo belangrijk om gewoon zo dicht mogelijk bij de Schriften te blijven en de woorden te kiezen die daar staan. Ik had het net over het woordje "eeuwigheid". Als je eenmaal weet wat het betekent, kun je het gebruiken, maar het is veel mooier om terug te gaan naar het origineel, naar de wijze waarop God het geformuleerd heeft: eeuwen of aeonen. Dan word je namelijk niet op een verkeerd spoor gezet.

Hiervan spreken wij dan ook met woorden die niet door menselijke wijsheid, maar door de Geest geleerd zijn, zodat wij het geestelijke met het geestelijke vergelijken. Wat Paulus feitelijk zegt met dat woordje "vergelijken", is in de zin van matchen, doen overeenstemmen of passen. Het idee is: de boodschap is geest, spiritueel om zo te zeggen, van de Geest. Maar ook de woorden zijn dat. Het geestelijke wordt met het geestelijke medegedeeld en doorgegeven. De geestelijke boodschap wordt ons in geestelijke woorden toevertrouwd en gegeven. Zodat niet alleen de boodschap, maar ook alles eraan — de formulering, de woorden — van Godswege zijn. En nu zegt Paulus, en dat is een aardig voorbeeld trouwens...

Het Scherpe Onderscheid Tussen Ziel en Geest ↑ hoofdstukken

Doch een zielsmens. U ziet hier, ik heb het cursief gedrukt, want als u in de NBG-vertaling leest, dan staat hier 'een ongeestelijk mens'. En als u een Statenvertaling hebt, dan staat er 'een natuurlijk mens'. Nou, ik heb het meteen doorgekruist; dat zijn geen woorden van... om even bij mijn punt te blijven. Dat zijn nou typisch woorden van menselijke wijsheid in dit verband. Want dat staat er namelijk niet. Het staat niet ongeestelijk, het staat ook niet natuurlijk. Natuurlijk niet! Ik vind het ook heel ongeestelijk trouwens om het zo te formuleren. Het woord dat hier gebruikt wordt, is een zielsmens. Eigenlijk kennen we dat wel, want het woordje ziel in het Grieks is zelfs heel erg bekend: dat is psyche. Of in dit geval psychikos. Een zielsmens, een psychisch mens. Eigenlijk zou dat ook een goede weergave zijn: een zielsmens.

En dan moet je dus ook weer weten: wat bedoelt dat Bijbelse woord ziel? Wij denken aan een onsterfelijke ziel. Dat is weer zo’n typisch woord van menselijke wijsheid; dat kent de Bijbel niet. De Bijbel spreekt over de ziel die zondigt, die sterft. Maar weet u, wij maken vaak geen verschil tussen ziel en geest. In het algemeen wordt er toch geen onderscheid gemaakt? Als je bijvoorbeeld zegt dat je geestelijke problemen hebt, wat doe je dan? Dan ga je naar de psycholoog. Wacht even, maar dat is heel vreemd als je er goed over nadenkt. Wij gooien ziel en geest altijd door elkaar. De meeste mensen, zelfs een psycholoog en ik denk ook een heleboel geestelijke begeleiders en dergelijke geestelijke werkers in de geestelijke gezondheidszorg, hebben geen idee van het verschil.

Maar ik zal u dit vertellen: het woord van God is een scherp tweesnijdend zwaard en het scheidt ziel en geest. Gods woord maakt verschil tussen ziel en geest. Als je het eenmaal begrijpt, dan heb je ook definitief afscheid genomen van zo’n woord van menselijke wijsheid. Want ziel, de psyche, is in feite wat de mens gemeen heeft met het dier. Men zegt wel eens: "Ja, wij hebben een ziel en de dieren niet." Nou, dat is pertinent onwaar, want de eerste keer dat het woord ziel gebruikt wordt — ik heb de teksten erbij gezet in Genesis 1 en 2 — gaat het over dieren. In het Hebreeuws staat daar 'nefesh'. God zei dat de wateren zouden wemelen van levende zielen. Dan gaat het over dieren, zoogdieren of vissen, et cetera.

En wat heeft de mens gemeen met het dier? De zintuigen, maar ook de sensaties en de emoties. Dat is psychisch. Begrijp me goed, daar is niks fouts aan. Dat is niet ongeestelijk, het is ook niet zozeer natuurlijk. Het is ziels. En Paulus zegt: een zielsmens ontvangt niet hetgeen van de Geest Gods is. Dat kan niet. Want in feite, als ik het even vergelijk: hij ontvangt niet. Je krijgt al gauw het idee van een antenne. De ziel mist de antenne voor de Geest Gods. Want de Geest Gods heeft te maken met dat wat onzienlijk is. Dat kan een zielsmens niet ontvangen; hij zit op een andere golflengte. Een zielsmens is georiënteerd op de ogen, op wat hij ziet, en vooral ook op gevoel.

In feite is ook heel veel religie feitelijk ziels. Je komt in een bepaalde sfeer. Ik heb niks tegen muziek, het is geweldig en ik geniet ervan, maar het is ziels. Ik bedoel, als je traditioneel in zo’n grote kathedraal komt in zo’n rooms-katholieke dienst, dan ruik je de wierook en je hoort een bepaald gezang. Je komt in een sfeer. Trouwens, dat geldt ook voor evangelische bijeenkomsten en pinksterdiensten. Sorry dat ik het zeg, het heet heel geestelijk, maar het is ziels. Dat wil zeggen dat je meteen al aangesproken wordt, los van de boodschap, door allerlei indrukken die je emotioneel triggeren. Je wordt meegevoerd door van die slepende muziek. Het is ziels. Het is ziels.

En wat Paulus zegt: een zielsmens die zo georiënteerd is, ontvangt niet hetgeen van de Geest Gods is. Dat kan hij namelijk niet. Het staat er ook bij: het is hem dwaasheid. Hij kan het niet verstaan. Dat onvermogen heeft puur te maken met — om dan toch maar bij de term te blijven — een andere golflengte. Het is een heel andere manier. De dingen van de Geest van God kunnen slechts geestelijk verwerkt worden. Ja, en Paulus zegt erbij: omdat het slechts geestelijk te beoordelen is. En nu komen we op een belangrijk punt: wat moet ik dan toch zeggen over dat woord geestig?

Want kijk, je hebt aan de ene kant dus dat woord ziels, psychikos. Dat is gericht op zien, voelen en de zintuigen. Geestelijk is pneumatikos. Zo leer je nog eens wat Griekse termen. De pneumatika is gericht, niet op zien en voelen, maar op waarheid. Die beoordeelt de dingen ook. Dat is het woord dat gebruikt wordt. Maar kijk, want ik lees nu meteen maar verder.

De Geestelijke Mens Beoordeelt Alle Dingen ↑ hoofdstukken

De geestelijke mens beoordeelt alle dingen. En daar moeten we even goed op letten. Want of we nu spreken over de geestelijke mens of de 'geestige' mens, zo u wilt: dat beoordelen is de vertaling van het Griekse woord anakrino. U mag die term van mij direct weer vergeten, maar het is een juridische term. Dat zie je bijvoorbeeld in de teksten waar ik naar verwijs: een rechter beoordeelt de dingen, namelijk of het klopt. We komen dit Griekse woord elders in het Nieuwe Testament vaker tegen en dan wordt het meestal vertaald met navraag doen, verhoren (wat de rechter doet), onderzoeken of nagaan.

Dat is heel interessant. Want wat Paulus hier zegt is dit: we weten inmiddels wat een zielsmens is en waarop die georiënteerd is. Een geestelijk of pneumatikos mens daarentegen is iemand die georiënteerd is op het beoordelen van de dingen. Een van de mooiste voorbeelden daarvan vind ik in Handelingen 17 vers 11, waar we lezen over de Bereeërs. Berea lag vlak bij Thessalonika en er staat dat de mensen daar 'edeler' waren dan degenen in Thessalonika. Waarom kregen zij dat compliment? Waarom werd er zo complimenteus over hen gesproken? Omdat zij het woord ontvingen met alle bereidwilligheid en dagelijks nagingen — daar heb je weer dat woord anakrino — in de Schriften of deze dingen zo waren.

Wat was het dat die Bereeërs 'geestig' of pneumatikos maakte? Wel, het feit dat zij de dingen controleerden. Een pneumatisch mens wil weten hoe het zit. Niet per se of het goed voelt, maar hij wil de waarheid weten. Als ik de duidelijke verschillen uit deze passage even op een rijtje mag zetten: de zielse mens is gericht op wat voor ogen is, terwijl de geestige mens gericht is op het woord dat uit het gehoor is. Een zielsmens vraagt: "Voelt het goed?" Een geestige mens vraagt: "Is het waar?" Hij gaat de dingen na en controleert of het klopt en of het waar is.

En er is nog een verschil. Een zielsmens wordt gefrustreerd door zijn eigen onvermogen. Als mens lopen wij in dit aardse, ondermaanse bestaan voortdurend tegen onze eigen grenzen aan, tegen de dingen die we niet kunnen. Dat frustreert; je hebt bepaalde voornemens, je wilt van alles, maar het lukt niet. Een geestig mens kijkt echter niet naar zichzelf, maar is verheugd om Gods vermogen. Dat is ook weer een heel elementair verschil. Een psychikos mens is vooral met zichzelf bezig en zoekt zichzelf, maar een pneumatikos mens is georiënteerd op de waarheid. Hij weet dat God er is. Op het moment dat je God als God erkent, komt er een zee van licht in je hart. Waarom? Omdat je geconfronteerd wordt met een God bij wie niets onmogelijk is, die werkelijk God is, die alles in Zijn hand heeft en die alles via Zijn Zoon tot een goed einde gaat brengen. En dat maakt je blij.

Je kunt dus aan de ene kant aanlopen tegen je eigen onvermogen, maar je kunt tegelijkertijd blij zijn om bijvoorbeeld dat wat God wél in staat is te doen. Je loopt zo vaak aan tegen dat wat je zelf niet kunt; je ziet dat ook in Romeinen 7, waar Paulus uiteindelijk eindigt met: "Ik ellendig mens, ik kan het niet!" Maar dan zegt hij: "Ik dank God." Wat ik niet kan, dat kan Hij wel. Ik heb het hier wel vaker gezegd: ons plafond is Gods vloer. Waar wij eindigen, daar begint Hij. Dat is geweldig. In feite is dat hetzelfde principe als waar we het over hadden in verband met de dood en het kruis: waar wij denken dat het bij de dood eindigt, daar begint God juist. Dat is het verschil tussen de mens en God. Een pneumatikos mens verstaat dat, en dat verblijdt hem ook. Het ene is zielig, het andere is geestig.

Om het in dit hoofdstuk af te maken: de geestelijke mens zelf wordt echter door niemand beoordeeld. Dat is ook logisch, want je leeft inmiddels te midden van allemaal zielse mensen die psychikos georiënteerd zijn. Het is niet alleen zo dat hij zelf de dingen beoordeelt, maar niemand is in staat om jou, als je zo georiënteerd bent, werkelijk te controleren of te beoordelen. Je kunt simpelweg niet begrepen worden. Je wordt hooguit de 'dorpsidioot', om het zo maar te zeggen. Je wordt namelijk niet begrepen. "Wat een dwaas is dat," zegt men dan. Ja, dat komt omdat ze een totaal andere oriëntatie hebben. Zoals Paulus in 1 Korinthe 1 zegt: de wijsheid van God is dwaasheid voor de wereld en vice versa. Er is een volstrekt onbegrip tussen die beiden. Zij zijn nooit in staat om te beoordelen wat wij vanuit het Woord weten, want daar hebben ze geen antenne voor. Dat is ook geen verwijt, het is gewoon een vaststelling.

Wij Hebben de Denkzin van Christus ↑ hoofdstukken

En dan zegt hij in vers 16 van 1 Korinthe 2: "Want wie kent de denkzin van de Heer, dat hij Hem zou voorlichten?" En dan zegt hij erbij: "Maar wij hebben de denkzin van Christus." Kijk, Gods hele denkzin staat op een oneindig hoger niveau dan dat van de mens. Daar heb je dus mee te dealen.

Maar ik vind het zo geweldig dat we zo'n God mogen kennen. Die – hoe staat het in Jesaja 40? – de volkeren acht als een druppel, als een stofje aan de weegschaal. En alles wat wij niet kunnen, dat heeft Hij Zich voorgenomen. We hoeven God ook niet van advies te dienen. Gebed dient ook niet om God te vertellen hoe Hij het het beste zou kunnen doen, maar dat dient eigenlijk alleen maar om te gaan verstaan dat Zijn weg de beste is, zodat ons gebed niet Hém, maar ons verandert.

Wij hebben de denkzin van Christus en daar gaat het maar om. Dus ja, die Geest – ik hoop dat dat in ieder geval daarmee duidelijk is geworden – die Geest maakt ons geestig. En blij: genade en vreugde om niet. Zullen we het daarbij laten? Ik heb nog een lied in gedachten.

🎧 Geest en geestig
Delen: