venster in de hemel (Psalm 2) (2)
20-05-2024 - Geplaatst door Andre Pietmaandag 20 mei 2024, Maarn
Het tweede deel van Psalm 2 bestaat uit het antwoord van de Messias op Gods besluit van oudsher. Voorzegd was dat de Messias Koning zou zijn in Sion, maar ook (behalve Zoon van David) ook Gods Zoon. Zelfs in de dubbele zin des woords. Als de Zoon straks compleet zijn (Hoofd en lichaam), zal hij de heerschappij over de aarde opeisen en in korte tijd Hij alle volken aan Zich onderschikken. Niet goedschiks, dan kwaadschiks. Niet langer zal Hij dan nog met Zich laten spotten.
Powered by RedCircle
📝 Samenvatting & Transcriptie van deze lezing
⏱️ Hoofdstukindeling van deze studie:
- Introductie: een Venster in de Hemel en de Oppositie Der Natiën
- Vers 6: Yahweh Heeft Zijn Koning Gesteld over Sion
- Vers 7: het Besluit van Yahweh en de Unieke Zoon van God
- Heden Heb Ik U Verwekt: de Opstanding uit de Doden
- Vers 8: de Volkeren als Erfdeel bij Zijn Parousia
- De Verborgen Waarheid: de Mannelijke Zoon als Hoofd en Lichaam
- Vers 9: het Verpletteren van de Heerschappijen (daniël 2)
- Vers 10 & 11: een Oproep aan de Koningen en Richters Der Aarde
- Dien Yahweh met Vreze: Ontzag en Onvoorwaardelijke Liefde
- Vers 12: Kust de Zoon en Gelukkig Allen Die bij Hem Schuilen
Introductie: een Venster in de Hemel en de Oppositie Der Natiën ↑ hoofdstukken
Wij gaan weer verder. Afgelopen zaterdag hadden we een begin gemaakt met de besprekingen van de tweede psalm; deze telt slechts twaalf verzen. We zijn ongeveer uitgekomen bij het midden van het hoofdstuk, Psalm 2 vers 6. Dat is ook letterlijk het centrum. Ik heb dat destijds laten zien in de opbouw, de structuur van de psalm. Die inversie wijst allemaal naar het midden: het eerste komt overeen met het laatste en het tweede met het een na laatste. Je kunt het je heel mooi grafisch voorstellen, maar dat ga ik nu niet nog een keertje doen.
Voordat we tot de details gaan en de draad weer oppakken bij vers 6, waar we gebleven zijn, lijkt het me een goed idee om ons opnieuw even te bepalen bij de vraag waar de psalm in zijn totaliteit over gaat. Daarbij herinner ik ook meteen even aan de indeling. De psalm begon met de eerste verzen waarin sprake is van een oproep van de natiën, en dat is dan gericht tegen JAHWEH en zijn Gezalfde. Ik heb er toen op gewezen dat, als je de tekst heel letterlijk neemt zoals die zich aandient, de situatie inmiddels deze is: de Messias is teruggekeerd op deze aarde en heeft zijn koninkrijk in Israël gevestigd, maar Hij ontmoet nog veel oppositie te midden van de volkerenwereld. Hij gaat zijn koninkrijk vestigen. Zoals een opwekkingslied zegt — daar staan ook wel eens onjuiste dingen in, maar dit is maar al te waar: "Vanaf zijn troon vestigt de Zoon zijn heerschappij." Ik neem dat heel letterlijk: Hij zal in Jeruzalem zijn heerschappij vestigen en deze vanuit Jeruzalem uitbreiden.
In ieder geval spreekt die eerste psalm over een enorme oppositie in aanvang, dus nog vlak voordat het Koninkrijk wereldwijd zal zijn aangebroken. In dat verband lees je deze oproep van de natiën. Het is heel duidelijk tegen de Naam van God Zelf en zijn Gezalfde, de Messias. Daar staat dit (ik lees uit de NBG-vertaling met zo af en toe een correctie die aangegeven wordt door schuingedrukte teksten): "Waarom woelen de volken en zinnen de natiën op ijdelheid? De koningen der aarde scharen zich in slagorde en de machthebbers spannen samen tegen JAHWEH en zijn Gezalfde: 'Laat ons hun banden verscheuren en hun touwen van ons werpen!'" Dat is wat zij zeggen; die woorden zouden eigenlijk tussen aanhalingstekens moeten staan.
Vervolgens krijg je in dit hoofdstuk het antwoord van God Zelf. Er staat: "Die in de hemel zetelt, lacht; JAHWEH spot met hen. Dan spreekt Hij tot hen in zijn toorn en verschrikt hen in zijn gramschap: Ik heb immers mijn koning gesteld over Sion, mijn heilige berg." Hier waren we gebleven. In feite is dit het centrale vers in dit hoofdstuk. Hier gaat het allemaal om: het feit dat God zijn koning gesteld heeft over Sion, zijn heilige berg.
Dan volgt er een antwoord dat de Gezalfde, de Messias, geeft. Eerst was er het antwoord van JAHWEH en nu het antwoord van zijn Gezalfde. De 'Ik' is hier dus een andere; je krijgt iedere keer een wisseling van perspectief. "Ik wil verhalen van het besluit van JAHWEH; Hij, JAHWEH, sprak tot mij: Mijn zoon, zei Hij, Ik heb u heden verwekt. Vraag mij en Ik zal volkeren geven tot uw erfdeel en de einden der aarde tot uw bezit. Gij zult hen verpletteren met een ijzeren knots en stukslaan als pottenbakkerswerk."
Ten slotte krijg je het slot van de psalm. Daarin zie je hoe de dingen parallel lopen; het slot is een spiegelbeeld van het begin. Hier is het niet een oproep van de natiën, maar een oproep aan de natiën. En dan gaat het over JAHWEH en zijn Gezalfde, want dat staat in vers 10. Zo sluit de psalm af met die paar verzen: "Nu dan, gij koningen, wees verstandig. Laat u gezeggen, gij richters der aarde. Dient JAHWEH met vreze en verheugt u met beving. Kust de Zoon, opdat Hij niet toorne en gij onderweg niet te gronde gaat. Want spoedig ontbrandt zijn toorn; gelukkig allen die bij Hem schuilen." Daarmee sluit deze psalm af.
De eerste vijf verzen hebben we besproken. Aan de ene kant zie je de ernst — tussen aanhalingstekens — van de situatie op aards niveau. Ik heb gesproken over de feiten betreffende de aanslagen die de volkeren beramen; de Verenigde Naties die tezamen optrekken tegen JAHWEH. We vinden in het boek Openbaring inderdaad dat dat gaat gebeuren. Dat heet dan Har-Mageddon: dat de volkeren zich verzamelen in het noorden, in die enorme vlakte van Megiddo. In plaats van de verwachte enorme confrontatie, waarbij je zou zeggen dat het buitengewoon ernstig is als de volkerenwereld in zijn geheel dit beoogt, is de reactie van Hem die in de hemel zetelt: Hij lacht. Het is pure satire. Het hele idee dat de volkerenwereld het gaat opnemen tegen de Heer... In Jesaja 40 staat een prachtig hoofdstuk: "Zie, volkeren zijn geacht als een druppel aan een emmer, als een stofje aan de weegschaal." Kijk, dat zijn de verhoudingen. Hij blaast en ze zijn niet meer. Al die miljarden mensen, wat ze ook allemaal bedenken en kunnen, het stelt in verhouding tot God, de Allerhoogste, volstrekt niets voor.
Het is mooi als je een venster in de hemel hebt. Dat betekent dat je de dingen niet alleen bekijkt zoals we gisteren hebben besproken: dat je opziet naar boven. Dat is geweldig. Maar Psalm 2 geeft ons eigenlijk een venster in de hemel in die zin dat je vanuit de hemel op de aarde kijkt. Met dat perspectief krijg je een heel ander plaatje. Vanuit aardsperspectief zou je nu zeggen dat het indrukwekkend is, maar vanuit hemelperspectief wordt het ineens totaal anders.
Vers 6: Yahweh Heeft Zijn Koning Gesteld over Sion ↑ hoofdstukken
Ik zei al: vers 6 is het centrale vers waarbij God Zijn besluit vaststelt. En dat is in feite ook Zijn antwoord op dat wat de natiën zich voornemen om met dat koninkrijk te doen. Kijk, eigenlijk is het idee dat van een invasie. In de volkerenwereld van die tijd – ik zei het onlangs ook al – zijn er geen atheïsten meer. Gods bestaan wordt dan niet ontkend; integendeel, Hij wordt bestreden omdat ze niets willen hebben en niets te maken willen hebben met Zijn plannen.
Dat koninkrijk is dus aangevangen daar in Jeruzalem en men wil daar korte metten mee maken. Het is ook een soort revanche, want in die tijd gaan de gerichten waar het boek Openbaring over spreekt – over die bazuinen die over de aarde gaan – over de wereld. Men is boos op God, of op Degene die daarachter zit, en men wil dus korte metten maken met dat koninkrijkje dat daar is gevestigd. Maar God zegt: "Ik heb immers Mijn koning gesteld – of gewijd – over Sion, Mijn heilige berg."
Het is God Zelf die dat gedaan heeft en Hij heeft dat ook al zo bepaald. Wie heeft Hij daarvoor aangesteld? Iemand uit de dynastie van David. Het is een psalm van David, maar Iemand uit het koningshuis van David zal gaan regeren. Niet alleen over Israël, maar over de hele volkerenwereld. God heeft dat zo bepaald, nog voordat David overigens op het toneel kwam. In feite werd aan Juda in de dagen van Jacob al gezegd: "Juda, aan jou wordt de scepter gegeven, de koningsstaf aan die stam."
God had het bepaald: niet alleen wie en uit welk geslacht de Koning zou voortkomen, maar ook waar Hij zou regeren. Namelijk daar in het Midden-Oosten, in Jeruzalem, over Sion, Mijn heilige berg; de stad die God Zich verkoren heeft. Nou ja, u ziet het, ik heb een heel aantal psalmen en Bijbelverzen daarop bijvermeld waarin diezelfde waarheid ook naar voren wordt gebracht. Laten we verder gaan.
Vers 7: het Besluit van Yahweh en de Unieke Zoon van God ↑ hoofdstukken
Want vers 6 was nog het laatste van wat je leest over wat God heeft bepaald: "Ik heb mijn koning gewijd over Sion, mijn heilige berg." In vers 7 krijgt de "ik" een andere invulling; dan is het namelijk de Gezalfde zelf, dat blijkt wel uit het vervolg. Hier wordt vervolgens JAHWEH aangesproken, of liever gezegd: er wordt over Hem gesproken in de derde persoon. "Ik wil verhalen van het besluit van JAHWEH." JAHWEH heeft dus iets besloten en degene die nu spreekt, wil dat verhalen of gewagen, zoals de heer Breda dat zegt. Hij, dat is JAHWEH, sprak tot mij: "Mijn zoon ben jij," of: "Zijt gij, ik heb u heden verwekt."
Dit is trouwens in die zin een bijzonder vers, omdat dit dikwijls wordt aangehaald in het Nieuwe Testament. Hier blijkt dus ook wie de Messias zou zijn. Van de Messias is bekend – elke Jood weet dat – dat de Messias zal voortkomen uit het huis van David. Het is dus een nakomeling van David, maar wat hier nu staat, is dat Hij dus ook de Zoon van God is. Zo spreekt God Hem zelf aan: "Hij sprak tot mij: Mijn zoon ben jij." In feite heeft dat niet alleen te maken met zoonschap of verwekking, maar ook met erfgenaamschap. De zoon is de erfgenaam. Maar in dit geval is Hij ook daadwerkelijk door God verwekt.
In het Nieuwe Testament wordt dit vers, of eigenlijk deze waarheid, heel vaak aangehaald. Misschien moet ik zeggen: hier wordt heel vaak aan gerefereerd, echt heel erg vaak. Een paar keer gebeurt dat zelfs heel concreet, en dat is vooral bij twee gelegenheden. Namelijk toen de Heer Jezus Zijn publieke bediening aanving bij Zijn doop in de Jordaan. Je leest inderdaad dat Hij onderging in de Jordaan en toen Hij opstond – dan weet je ook meteen waar dat een beeld van is: Hij gaat onder in een watergraf en staat daaruit op – toen opende de hemel zich en een stem klonk uit de hemel die zei: "Mijn zoon ben jij." Staat het er zo exact? "Dit is mijn geliefde zoon..." Er zijn een paar varianten. "Dit is mijn geliefde zoon." Ja, maar dat wordt nog een keertje gezegd, en daarom ben ik even in de war of het ook bij die gelegenheid zou zijn.
Nou, kijk er maar even naar. Ik heb het bij me en we kijken er meteen naar. "En zie..." Dat is ook heel aardig: "En zie, een stem." Dat zou je ook niet verwachten, je zou een stem horen, hè? Maar als dit een citaat is uit de Schrift, wat je dus leest, dan klopt het weer wel. "En zie, een stem." Dat wil zeggen: de stem die hier klinkt, spreekt datgene wat er geschreven staat en wat je gewoon na kunt lezen. Tenminste, zo versta ik dat dan. "En zie, een stem uit de hemel en zei: Deze is mijn zoon, de geliefde in wie ik mij welbehagen." Zo wel. Maar inderdaad: "Deze is mijn zoon." Dus dat is vrijwel woordelijk gelijk aan: "Mijn zoon zijt gij." In feite verwijst dit al, aan het begin van een periode van drieënhalf jaar van Jezus' publieke bediening, naar Zijn opstanding wanneer Hij opstaat uit de wateren. Ik houd dat even vast.
Nog een keer, bij een belangrijke gelegenheid, lees je dat ditzelfde gezegd wordt. Dat was toen zij helemaal in het noorden waren, bij de verheerlijking op de berg. Dat is in het Hermongeberg, helemaal in het noorden. Daar lees je dat de Heer Jezus aan Zijn discipelen vroeg: "Wie zeggen de mensen eigenlijk dat ik ben?" De een zegt dit, de ander Johannes de Doper, weer een ander Jeremia of een van de profeten. Uiteindelijk komt de vraag: "Maar wie zeggen jullie dat ik ben?" Dan is het Petrus die naar voren treedt: "U bent de Christus, de Zoon van de levende God." Hé, heb je het weer? U bent eigenlijk degene die in Psalm 2 wordt aangekondigd. De Heer Jezus zegt dan ook: "Vlees en bloed heeft je dat niet bekendgemaakt, maar mijn Vader die in de hemel is."
En zes dagen later nam Hij drie van het gezelschap mee op een berg. Daar zie je de transfiguratie, zoals dat in het Engels heet: the transfiguration van Jezus. Ze zien dan in feite een visioen van de toekomst, denk ik, maar dat is een verhaal apart. Het gaat erom dat ook bij die gelegenheid de hemel zich opent en er een stem klinkt. Dan staan er weer dezelfde woorden als bij Zijn doop: "Dit is mijn zoon, de geliefde, hoort hem." Dus bij twee grootse gelegenheden, echt mijlpalen in Jezus' leven, heeft de stem uit de hemel geklonken. Slechts een select gezelschap is daar getuige van geweest – Johannes de Doper heeft dit zelf ook gehoord en zegt dat later ook – maar in ieder geval is men er getuige van geweest dat van Godswege uit de hemel die stem klonk. In feite was dat een bevestiging: dit is degene die in de Psalmen ooit al door David is aangekondigd met recht als profeet.
"Mijn zoon ben jij," en dan staat er: "Ik heb u heden verwekt." Ja, dan zou je natuurlijk in de eerste plaats kunnen denken aan het feit dat de Heer Jezus ooit letterlijk ook is verwekt door God bij Maria. Je leest in Lucas 1 vers 35 dat de jonge vrouw, de maagd Maria, bezocht wordt door die boodschapper. Ze krijgt te horen: "Je zult de Messias baren," en ze zegt: "Hoe kan dat? Ik heb helemaal geen omgang met een man, et cetera." Dan is dit het antwoord van de engel, de boodschapper: "Heilige Geest zal over u komen en de kracht van de Allerhoogste zal u overschaduwen. Daarom zal ook het heilige dat verwekt wordt, Zoon van God genoemd worden." Hij is dus ook letterlijk de Zoon van God, namelijk door de kracht van de Allerhoogste verwekt, zonder tussenkomst van een man. Hij is met recht de Zoon. Hij komt aan de ene kant via moederskant uit het geslacht van David, maar Zijn Vader was letterlijk – ik vind het moeilijk om het correct te zeggen, maar je zou dus eigenlijk moeten zeggen – Zijn biologische Vader. Ik weet niet of dat helemaal correct is als ik het zo zeg, maar in ieder geval was Zijn Vader inderdaad God zelf.
Als er dus staat: "Mijn zoon ben jij," dan is dat uniek. Daarom staat er ook dat Hij de eniggeboren Zoon van God is. Er is maar één iemand in de hele geschiedenis die door God zelf is verwekt. Met recht dus de eniggeboren Zoon van God. Het is dus geen metafoor of een "bij wijze van spreken", of een aanduiding voor een heel belangrijk iemand die daarom zo genoemd wordt. Nee. Waarom wordt Hij Zoon van God genoemd? Omdat Hij letterlijk en uniek verwekt is. Er is geen tweede. Door God zelf: "Heilige Geest zal over u komen, dat is de kracht van de Allerhoogste, en daarom is hij de Zoon van God."
Daar moet ik trouwens meteen bij zeggen: niet "God de Zoon". Ik zeg dit er even bij omdat dit natuurlijk het gangbare verhaal is van de leer van de Drie-eenheid, waarbij ze zeggen: "Je hebt God de Vader, God de Zoon en God de Heilige Geest. Dat zijn drie personen, maar eigenlijk is het één wezen." Het is allemaal dikke duim. Ik bedoel: heel knappe dikke duim, veel knapper dan mijn dikke duim, maar niettemin is het menselijke wijsheid – waarbij het woord "wijsheid" tussen aanhalingstekens staat. Niet "God de Zoon", nee, God is Zijn Vader en er is maar één God: de Vader. Omdat Hij Hem verwekt heeft, is Hij dus de Zoon van God. Niet "God de Zoon". Dat is blasfemisch; in feite is wat je daarmee via een achterdeur introduceert...
Heden Heb Ik U Verwekt: de Opstanding uit de Doden ↑ hoofdstukken
En toch staat hier: "Mijn zoon zijt gij, Ik heb u heden verwekt." Waar slaat dat "heden" op? Nu zou je kunnen zeggen: "Ik heb u heden verwekt", dat is dus de dag van Zijn conceptie, dat de kracht van de Allerhoogste over Maria kwam. Maar hoe kon de Zoon dat dan verhalen? "Ik wil verhalen van het besluit. Hij sprak tot mij: Mijn zoon zijt gij, Ik heb u heden — vandaag dus — verwekt." Gaat het over die dag dat Hij verwekt werd bij Maria? Of was er nog een andere dag?
Daarmee geef ik natuurlijk zelf al de richting aan, want dat is namelijk ook zo: de Zoon is nóg een keer verwekt. Inderdaad, uit de dood. En dat is echt zo, want als we naar Handelingen 13 gaan — daar is Paulus in Antiochië, dat ligt in het huidige Turkije — daar is hij in de synagoge en steekt hij van wal. Wat hij dan zegt, is dit: "Wij — Paulus en Barnabas, die daar ook bij was — wij verkondigen u dat God de belofte die aan de vaderen geschied is, aan ons, hun kinderen, vervuld heeft door Jezus op te wekken."
In feite zie je dat in het hele boek Handelingen heel duidelijk terug. Waarom is het een evangelie? Nou, om meerdere redenen, maar onder andere ook omdat God datgene wat Hij beloofd heeft, inmiddels heeft gerealiseerd. Dat Hij de belofte die aan de vaderen geschied is, aan ons, hun kinderen, vervuld heeft. Zie daar, daarom is het goed nieuws: de belofte is inmiddels, in ieder geval deels, vervuld.
En hier staat het, en hier gaat het over de belofte: Hij heeft de belofte die aan de vaderen geschied is, aan ons, hun kinderen, vervuld door Jezus op te wekken. En dan komt het — nu wordt het prachtig — "gelijk in de tweede Psalm geschreven staat: Mijn zoon zijt Gij, Ik heb U heden verwekt." Nu weten we dat "heden verwekt" dus slaat op het feit dat Hij uit de doden werd opgewekt.
Dus Hij is de Zoon omdat Hij verwekt is bij Maria, maar Hij is ook de Zoon doordat Hij uit de doden is opgewekt. Het staat hier gewoon zonneklaar en het is ook heel makkelijk te begrijpen. Ook tóen werd Hij verwekt. Dan begrijp je ook hoe Hij daarvan heeft kunnen verhalen en hoe Hij daarvan heeft kunnen spreken. Op de dag dat Hij verwekt werd uit de doden, was Hij geen bevruchte eicel. Nee, Hij was daar die Man die uit de doden werd opgewekt en die meteen ook heeft gesproken. Hij heeft Zijn discipelen ontmoet en de vrouwen, et cetera. Dus toen was Hij inderdaad een Man, een volwassen Man. Toen is dat gezegd en toen is dat ook daadwerkelijk vervuld.
Dan staat er verder nog in Handelingen 13: "En dat Hij Hem uit de doden heeft opgewekt, zonder dat Hij weer tot ontbinding zal weerkeren." Ook dat is een vervulling van profetie. Maar het gaat mij even om het punt dat in de tweede Psalm staat: "Ik heb u heden verwekt." Dat is vervuld bij de opstanding van Jezus, toen God Hem uit de doden opwekte.
Ook dat moet je trouwens inzien: Gód heeft Hem uit de doden opgewekt. Hij is niet uit eigen kracht opgestaan. Mag ik dat nog even zeggen? Want in de traditionele, kerkelijke wereld is vaak de gedachte: "Hij was Gods Zoon en daarom kon Hij opstaan; Hij steeg uit het graf door eigen kracht." Dat is een leugen. God heeft Hem verwekt uit de doden. Oké, we gaan verder naar vers 8.
Vers 8: de Volkeren als Erfdeel bij Zijn Parousia ↑ hoofdstukken
Er zijn nog een aantal verzen te gaan. Vervolgens staat er: "Vraag Mij". Dat is wat JAHWEH tot Zijn Zoon, tot de Gezalfde heeft gezegd: "Mijn zoon zijt gij; Ik heb u heden verwekt." En dan zegt JAHWEH tot de Gezalfde, Zijn Zoon: "Vraag Mij en Ik zal volken geven tot uw erfdeel en de einden der aarde tot uw bezit." Waarmee dus gezegd is dat die Zoon van David, de Messias, de Gezalfde, niet alleen Koning zal zijn in het beloofde land, tussen de rivieren Eufraat en Tigris — hoe groot je het ook neemt — maar dat Hij wereldwijd Koning zal zijn. De volkeren zullen Hem tot bezit worden gegeven.
Kijk, vers 7 werd vervuld op de dag dat Christus werd opgewekt uit de doden, de dag van Zijn opstanding, waarop de steen werd weggerold. Maar vers 8 wordt vervuld in Zijn — ik zeg het meteen — in Zijn parousia. Wanneer Hij straks zal verschijnen in deze wereld, dán zal Hij ook de volmacht opeisen. Aan het einde van Mattheüs lees je dat Hij zegt: "Mij is gegeven alle macht, alle volmacht in de hemel en op aarde." Die macht hééft Hij gekregen, maar Hij heeft deze nog niet opgeëist. Hij oefent die macht nog niet uit.
Ik citeerde zojuist met instemming de Opwekkingsbundel, die hier trouwens in grote getale op het podium ligt. "Vanaf Zijn troon vestigt de Zoon Zijn heerschappij", dat is waar. Maar wat er in heel veel van die liederen staat — je moet eerlijk zijn — is de bewering dat "Koning Jezus nú heerst". Eén van die liederen luidt zo, en er staat zelfs bij dat je het "aan alles ziet". Dat is echt onzin. Het is een bizarre gedachte. Nergens lees ik in de Bijbel dat Hij nú heerst. Hij is verborgen. Inderdaad, aan Hem is die macht gegeven en Hij zal die daadwerkelijk gaan uitoefenen, maar ik zou me schamen om nu te zeggen dat Hij heerst.
Er staat in Hebreeën 2 (een citaat uit de Psalmen): "God heeft Hem gekroond met eer en heerlijkheid." Maar er staat direct achter: "Thans zien wij echter nog niet dat Hem alle dingen zijn onderworpen. Maar wij zien Jezus gekroond met eer en heerlijkheid." Het is juist nu nog helemaal niet zichtbaar. Lees de krant en kijk om je heen. Als je geen vreemde in deze wereld bent, dan is het evident: hier regeert juist de boze. Het is de boze aion.
Maar er komt een moment dat Hij zal vragen en dat de volkeren aan Hem zullen worden gegeven tot Zijn erfdeel en de einden der aarde tot Zijn bezit. En wat gaat er dan gebeuren? "Gij zult hen verpletteren met een ijzeren knots." Maar eerst nog iets heel bijzonders over dat "Gij". Wie is dat? Dat is hier de Christus, de Gezalfde, oftewel de Zoon. Maar dan moet ik u nog iets vertellen: die Zoon, dat is "mannelijk". Ga maar op het puntje van uw stoel zitten, want dit is iets wat velen ontgaat. De tekst gaat over de Zoon natuurlijk, maar wat blijkt?
De Verborgen Waarheid: de Mannelijke Zoon als Hoofd en Lichaam ↑ hoofdstukken
Het gaat hier over de Zoon inclusief zijn Ecclesia: de gemeente, het lichaam, kortom dat gezelschap dat vandaag gevormd wordt. Hoe weet u dat? Wel, laten we daarvoor naar Openbaring 12 gaan. Daar zie je een visioen van die vrouw die een mannelijke zoon voortbrengt. Ik ga dat nu niet helemaal in detail uitleggen, maar als u geïnteresseerd bent in de argumentatie, dan kunnen we het daar straks over hebben. Op mijn website heb ik daar trouwens ook al heel wat over geschreven en gesproken, dus voor wie interesse heeft... Maar laat ik het nu even houden bij de conclusie. De vrouw die hier verschijnt, is Israël, gekroond met twaalf sterren. Het is volkomen evident: die vrouw is Israël.
Zij baarde een zoon – er staat expliciet bij: 'mannelijk' – die alle natiën zal hoeden met een ijzeren staf. Wie deze mannelijke zoon is, is ook volkomen duidelijk: dat is de Messias, degene die de natiën zal hoeden met een ijzeren staf. Waaraan is deze formulering ontleend? Aan Psalm 2 vers 8 en 9 zelfs; daar staat het op die manier geformuleerd. Dus niet met zachte hand: Hij zal de natiën hoeden met een ijzeren staf. Nu zou je kunnen beweren dat die mannelijke zoon de Heer Jezus Christus is, de Messias. Dat antwoord is correct, maar niet compleet. Want die mannelijke zoon blijkt bij nader inzien een heel gezelschap te zijn, namelijk bestaande uit Hoofd en lichaam. Dat is een prachtige analogie in dit verband, want hier wordt een zoon gebaard, en hoe gaat dat bij een normale geboorte? Eerst komt het hoofd, daarna volgt het lichaam.
Dat is wat hier inderdaad aan de orde komt: "en zij baarde een zoon, mannelijk, dat alle natiën zal hoeden met een ijzeren staf; en haar kind werd plotseling weggerukt naar God en zijn troon." Hier wordt exact hetzelfde woord gebruikt dat Paulus ook hanteerde in 1 Thessalonicenzen 4, waar je leest over de verwachting dat wij de Heer tegemoet zullen gaan en we 'weggerukt' of 'weggevoerd' zullen worden. Het gaat er niet bepaald gemoedelijk aan toe. Ik weet wel dat dit vers uit Openbaring heel vaak is toegepast op de hemelvaart van de Heer Jezus, maar dat klopt van geen kant. In de eerste plaats was dat geen wegrukking; dat gebeurde in alle rust. Het was ook geen noodsituatie of een vlucht. Hoe zongen we dat vroeger ook alweer? "Op een lichte wolkenwagen, door de engelen gedragen..." Maar nee, dit in Openbaring is een wegrukking naar God en zijn troon. Het gaat hier over dat gezelschap dat één is met de Heer Jezus Christus. Zij worden weggerukt van deze aarde, en dat is een toekomstige gebeurtenis. Het gaat over de Ecclesia: Hoofd en lichaam samen.
Het bijzondere daarvan is dat de Zoon op dit moment nog niet compleet is. Want je zou de vraag kunnen stellen: de Zoon is inmiddels opgewekt uit de doden, dus vanwaar dan die enorme tussentijd? We zijn inmiddels tweeduizend jaar verder. Waarom heerst Hij nog niet? Daar zijn verschillende antwoorden op te geven, maar één van de antwoorden is: de Zoon is nog niet compleet. In feite is dat ook de boodschap van de apostel Paulus: dat er vandaag een gezelschap gevormd wordt dat één is met Hem, de Heer Jezus Christus, en dat zijn positie deelt. Wat er vandaag plaatsvindt, is een verzameling van mensen die bestemd zijn voor God en zijn troon daarboven; in feite dus een hemelse positie.
Dat het inderdaad over een toekomstige gebeurtenis gaat, blijkt ook wel uit het vervolg in vers 6. De vrouw, Israël – een gelovig Israël – vlucht dan. Ooit is de Heer Jezus voortgekomen uit het volk Israël, dat is waar, maar in feite daarmee ook Christus inclusief de Ecclesia. Wanneer die gemeente is weggerukt tot God en zijn troon, zodat wij met Hem zullen zijn, wat gebeurt er dan? Er staat: "En de vrouw vluchtte naar de woestijn, waar zij een plaats heeft, door God bereid, opdat zij haar daar 1260 dagen zouden onderhouden."
Goh, nu moet ik me echt gaan inhouden, want hier is nog heel veel over te melden. Maar het gaat mij nu even om dit ene punt: als die mannelijke zoon is weggerukt tot God en zijn troon, wat gebeurt er dan? Het is een plotselinge wegrukking, en vervolgens krijgt de vrouw een onderduikadres ergens in de woestijn. Ik denk dat dit de stad Petra is in de woestijn, maar dat doet er nu even niet toe. In ieder geval heeft God een plaats gereserveerd waar zij veilig bewaard wordt: een onderduikadres, een schuilplaats. Daar wordt ze 1260 dagen verzorgd. Ik vermoed dat daar ook weer gewoon brood uit de hemel komt.
Waar het me vooral om gaat, is dat die zoon wordt weggerukt, waarna de vrouw vlucht naar de woestijn waar ze haar onderduikadres heeft. Hieruit blijkt – en dit is mijn punt – dat de Zoon niet alleen maar de Heer Jezus Christus persoonlijk is. Hij is het Hoofd, en wij delen in zijn positie. U zegt misschien: "Staat dat dan in Psalm 2?" Nee, in Psalm 2 is dat nog verborgen. Maar in het Nieuwe Testament, met name door Paulus, wordt het onthuld. Daar wordt geopenbaard wat in de Psalm nog verborgen was: de volledige identiteit van die Zoon. Dat wordt nu bekendgemaakt; de bedekking is weggenomen.
Ik vind het heel bijzonder. Als je de vraag stelt waar Psalm 2 over gaat – over de volken, over Israël en over de toekomst – dan is het antwoord: ja, maar het gaat in feite ook over ons. Het gaat over die Zoon die op de troon zal gaan zitten, maar die in eerste instantie zijn troon in de hemel heeft. Ik geef dit aan als een aanzet, want ik hoop dat er nu een heleboel vragen bij u opkomen: hoe zit dat dan precies? Het mooiste vind ik dat wij wel degelijk ook genoemd worden en dat er naar ons verwezen wordt op een verborgen wijze, namelijk doordat wij verbonden zijn met de Zoon, de Gezalfde, de Christus. Wij zijn zijn lichaam. Goed, we gaan weer even terug.
Vers 9: het Verpletteren van de Heerschappijen (daniël 2) ↑ hoofdstukken
We gaan naar vers 9 van Psalm 2. "Gij" – dat is dus die Zoon, inclusief Zijn lichaam (sorry, ik zei 'Zijn zoon', maar ik bedoel Zijn lichaam) – "Gij zult hen verpletteren met een ijzeren knots en stukslaan als pottenbakkerswerk." Dan gaat het er niet zozeer over dat er niets overblijft van de natie, maar het gaat erover dat hun tegenstand en hun macht gebroken wordt. Want Hij gaat over die natiën regeren. Als die natie er zelf niet overblijft, dan heeft Hij niets meer om over te regeren. Nee, het gaat ook over dat beeld; het systeem wordt volledig vernietigd. Hij zal hen stukslaan en alle tegenstand en macht gaat gebroken worden.
Ik heb afgelopen seizoen een hele serie mogen houden in Kapelle over Daniël 2. In Daniël 2 en 7 gaat het over die koninkrijken die in één keer vernietigd zullen worden. Het gouden hoofd, het zilveren borststuk, de koperen lendenen, die benen van ijzer en de voeten van ijzer... en dat gaat dan over opeenvolgende wereldrijken die allemaal Babel als hoofdstad hebben, in het land Sinear. In het laatste deel, in de tijd van die tien koningen, van die tien tenen, zal dat beeld worden geraakt door een steen die, zo staat erbij, zonder toedoen van mensenhanden is losgeraakt. Van bovenaf zal die steen losraken en het beeld compleet verbrijzelen. Dat staat in Daniël 2 vers 44: "Maar in de dagen van die koningen" – dan gaat het over die tien koningen die dan in het Midden-Oosten zullen opereren en een verbond zullen hebben met Israël.
Ik moet mezelf even weer inhalen. Ja, dat heb je als je hele seizoenen wijdt aan dit soort onderwerpen; daar is zoveel over te vertellen. Maar goed, laten we even bij de tekst blijven. In de dagen van die koningen zal de God van de hemel – Die daar in de hemel zit en lacht – een koninkrijk oprichten. Letterlijk echt een koninkrijk; een gebied met een Koning die Hij gesteld heeft op één locatie, daar in Jeruzalem. Een koninkrijk oprichten dat tot in de aeonen, die wereldtijdperken, niet zal te gronde gaan en waarvan de heerschappij op geen ander volk meer zal overgaan. Dat wil zeggen: het zal dan gegeven worden aan het volk van Israël, en er is ook nog een volk dat het van de hemelse kant zal beleven. Namelijk, ik heb het al gezegd, die mannelijke zoon die weggerukt wordt tot God en Zijn troon.
En waarvan de heerschappij op geen ander volk meer zal overgaan... het zal al – en daar gaat het me even om – het zal al die koninkrijken verbrijzelen. Want aan het hele Babelse denken en dat hele systeem komt een einde, eens voor altijd. Hij zal daar een einde aan maken, maar het koninkrijk zelf zal bestaan tot in de aeon. Dat doorstaat al die wereldtijdperken. Ook daarin zie je weer hoe Degene Die in de hemel zit, lacht. Hij raakt van bovenaf een steen los, zonder toedoen van mensenhanden. Kijk, dat verbrijzelen waar sprake van is, dat is geen militaire kracht. Die volken verzamelen zich daar in Armageddon en die denken een militaire confrontatie aan te gaan, maar dat is helemaal niet aan de orde. Hij hoeft alleen maar te blazen. Weg! Dat is het. Ik heb immers Mijn Koning gesteld. Daarom dus: waar hebben jullie het over?
Vers 10 & 11: een Oproep aan de Koningen en Richters Der Aarde ↑ hoofdstukken
En dan krijg je het slot van het laatste gedeelte van Psalm 2. We zagen eerder de oproep van de natiën tegen JAHWEH en Zijn Gezalfde, maar nu volgt de oproep áán de natiën. Zij worden nu aangesproken. Waar zij in het begin nog het woord voerden, wordt er nu gezegd dat zij moeten luisteren. Het komt er nu op aan: jullie moeten luisteren!
Nu dan koningen, gij koningen, wees nou verstandig, intelligent. En laat je gezeggen, gij richters der aarde. Ik vind het trouwens wel interessant dat koningen worden geacht richters te zijn. In de Bijbel is de gedachte niet dat een koning louter macht heeft, maar dat hij recht spreekt. In feite is het hele Babelse systeem gebaseerd op legers; overheden hebben veel geld, veel legers en militaire macht, maar dat leidt tot niks. Of in ieder geval, het is eigenlijk dystopisch, en daar komt straks ook een einde aan.
Wat je krijgt als dat koninkrijk gevestigd gaat worden, is dat een van de eerste dingen die gaan gebeuren, is dat alle militaire materieel omgezet gaat worden voor vreedzame doelen. Alle zwaarden worden omgesmeed tot koelscharen en de speren tot snoeimessen. Het is een totaal andere wijze waarop geregeerd zal worden. Wel de hiërarchie – op Sion is de Koning – maar het is geen machtssysteem meer.
Goed, "wees nou verstandig" wordt er dan gezegd. Als dit nu de gang van zaken is, dat Hij Zijn koninkrijk gaat vestigen, vergis je dan niet: in de dagen van die koningen zal dit allemaal gebeuren. Dan zal ook letterlijk het evangelie van het koninkrijk gepredikt worden onder de natiën. Het koninkrijk heeft zich gevestigd daar in Israël en dan zullen er 144.000 jonge mannen worden uitgezonden om wereldwijd als ambassadeurs te zeggen dat het koninkrijk is gekomen.
Zij zullen dit zeggen: "Koningen, wees nou verstandig, laat je gezeggen." Want dit is de gang van zaken. Het is niet zo van: "Als jullie het ermee eens zijn, dan gaat het zus of zo." Nee, het is geen diplomatie. Het is gewoon een aankondiging. En die blijde tijding zal dan vanuit Israël wereldwijd gaan. Dit is de oplossing: Nu dan, gij koningen, wees verstandig. Laat u gezeggen, gij richters der aarde.
Dien Yahweh met Vreze: Ontzag en Onvoorwaardelijke Liefde ↑ hoofdstukken
Dient JAHWEH met vreze. Dat is de ene kant van de zaak. Met vreze, dat wil zeggen: met ontzag. In feite is dat ook de vreze des Heren, de vreze van JAHWEH. Dat is ontzag hebben en het besef hebben dat Hij God is. God is God. Hij laat niet met Zich spotten. Als Hij iets bepaalt, dan gebeurt het. Hij beschikt alle dingen. Ik bedoel ook de religies, inclusief de christenheid: men heeft van God vaak een 'godje' gemaakt. Ja, God wil alle mensen redden, maar ja, het is nu maar afwachten of dat gaat lukken, want blijkbaar is God niet écht almachtig. Men heeft vaak het idee dat het ooit in de Hof van Eden fout ging en dat God toen moest overschakelen op een Plan B om te zien te redden wat er nog te redden valt. Dan heb je een godje. Als je dat hele idee aanhangt dat het ooit fout is gegaan en dat God nu nog probeert te redden wat er te redden valt – Hij wil wel alle mensen hebben, maar Hij kan het niet – dan heb je echt een update nodig. Dan moet je het besef gaan krijgen dat God, God is. Als Hij beschikt en bepaalt, dan gebeurt het. Daar kun je geen ontzag genoeg voor hebben.
Er staat hier: "en verheugt u met beving". Voor zo'n God heb je echt reden om te zinnen hoor. Er staat ook bij een herhaling: Hij laat niet met Zich spotten. Je kunt oppositie voeren, maar ik kan je vertellen dat Hij altijd aan het langste eind trekt. Het kan niet anders, Hij is God. Maar voordat je nu denkt: "Ik weet het al, want dit hele verhaal over het ontzag voor God...", ook daar is weer een karikatuur van gemaakt, alsof je bang voor deze God zou moeten zijn. Nee, juist omdat Hij God is en een plan heeft met alles wat Hij gemaakt heeft, heeft Hij het lief. En gaat Hij het ook tot een goed einde brengen? Dat staat vast. Juist omdat je weet dat Hij dat gaat doen, dat Hij de Redder is van de hele wereld en van alle mensen, en omdat je daar ontzag voor hebt, juist dan word je blij. Want hoe ver ik ook wegga van Hem, Hij weet me altijd te vinden. Steeg ik ten hemel? Maakte ik het dodenrijk tot mijn sponden? Waarheen zou ik gaan voor Zijn aangezicht? Hij vindt mij altijd. Dat is toch geweldig. God zoekt het verlorene en Hij vindt het. Natuurlijk, Hij is God.
Als je zo'n God kent, dan heb je echt een God met allemaal hoofdletters, maar ook een God die je werkelijk lief kunt hebben, omdat Hij ons onvoorwaardelijk liefheeft. Hij heeft ons niet lief op voorwaarde dat... nee, Hij heeft ons lief tot het einde. Wat je ook doet, wat je ook uitvreet, Hij houdt van je. Gisteren was ik in Den Haag en daar vertelde ik het ook nog. In feite zie je dat het mooiste bij jonge ouders. Je ziet die onvoorwaardelijke liefde, die agape-liefde, juist bij vader en moeder. Van je kind hou je normaliter onvoorwaardelijk. Er zijn heel veel soorten liefde die voorwaardelijk zijn, zoals vriendschap of liefde vanwege bepaalde eigenschappen in de ander, maar onvoorwaardelijke liefde zegt: "Ik hou van jou, ik hou van mijn kind, omdat het mijn kind is." Al vermoordt het een ander, al doet het ik-weet-niet-wat, het blijft je kind. Dat moet je je even goed proberen in te denken.
Neem de ergste crimineel, de vreselijkste naam uit de wereldgeschiedenis: dat zijn creaties van God. Sommige mensen vinden dat je dat niet mag zeggen, maar het is echt wel zo; het is gewoon zo. Ook een Hitler had een vader en een moeder. Het geweldige is dat God houdt van Zijn schepping. Als je werkelijk ontzag voor Hem hebt, juist dan maakt dat zo ontzettend blij. Er staat "verheugt u met beving". In de interlineair zie je dat "verheugen" eigenlijk een wat magere formulering is; er staat eigenlijk: "jubel uitbundig". Dus als er iets is wat leidt tot uitbundig gejubel, verblijding en het werkelijk liefhebben van Hem, dan is het juist omdat je ontzag voor Hem hebt. Hij is God, Hij is Schepper, Hij is Vader. Dient JAHWEH met vreze en verheugt u met beving. Dat zal straks ook klinken in het laatste vers.
Vers 12: Kust de Zoon en Gelukkig Allen Die bij Hem Schuilen ↑ hoofdstukken
Kust de Zoon. Dat is hier een beeld van eenheid. Het kussen beeldt in feite uit wat we altijd zien: je verzoenen met iemand, letterlijk verzoenen. Het is een bewijs van één zijn; je maakt je één. Er zijn meer emblemen daarvan, zoals de rechterhand der gemeenschap, maar met een kus maak je je één met de ander. Het is een blijk van eenheid. Je kunt dat ook zien als een beeld van onderschikking. Het is misschien wat oud, maar als je iemands voeten kust, dan onderschik je je ook. Ik denk dat dit is wat bij die volkeren wordt opgeroepen: kust de Zoon. Dat wil zeggen: buig je neer en kus zijn voet.
Doe dat, opdat Hij niet toornt en gij onderweg niet te gronde gaat. Want wat ik al zei: met Gods plannen valt namelijk niet te spotten. Dit is geen suikerzoete boodschap van: "Ach, Hij is een soort Sinterklaas, Hij is alleen maar lief." Nee, dit is de God die hier een plan heeft. Hij heeft een Zoon en die heeft Hij aangesteld. Luister nu naar Hem, opdat Hij niet toornt en gij onderweg niet te gronde gaat. Want spoedig ontbrandt Zijn toorn. Dat staat in de NBG-vertaling en dat vind ik een irritante vertaling, omdat het een karikatuur oproept. De eerste gedachte die het oproept – er staat daar "zeer licht ontbrandt Zijn toorn" – is dat de Messias licht ontvlambaar zou zijn of een kort lontje zou hebben. Dat is een beetje de suggestie. U ziet trouwens in de interlineair dat er staat: "spoedig". Het idee is niet dat de Messias een kort lontje heeft.
Het gaat erom dat – kijk, het staat in vers 8: "Vraag Mij en Ik zal volken geven tot Uw erfdeel en de einden der aarde tot Uw bezit" – dat gaat gebeuren. En binnen een korte tijd, wat die termijn precies is, is nog een kwestie apart, maar binnen een heel korte tijd, met spoed, zullen alle volkeren daadwerkelijk onderworpen zijn. Het koninkrijk wordt met spoed gevestigd. Dat zie je ook in Openbaring 1, dat Hij spoedig zal komen. Het idee is niet zozeer dat het gauw zal zijn, maar dat áls Hij komt, dit met spoed gebeurt. Zodra Hij komt, zal het zich allemaal heel snel gaan voltrekken. De gedachte hier is ook: het koninkrijk gaat binnenkort aanbreken en alle volken zullen onderworpen zijn. En als je dat niet goedschiks doet, dan maar kwaadschiks. Dus inderdaad: spoedig zal Zijn toorn ontbranden. Dat heeft niets te maken met het idee dat Hij een kort lontje zou hebben.
Want voor alles is er een tijd. Nu zwijgt Hij – we hadden dat afgelopen zaterdag ook besproken – nu zwijgt Hij in Zijn liefde. Maar dan gaat Hij opnieuw weer spreken in Zijn toorn. Er is voor alles een tijd onder de eeuw. Er is een tijd om rustig je koers te houden en er is ook een tijd om op te treden. Die tijd zal dan zijn aangeboden, na zes dagen denk ik dan, als je bereid bent. Spoedig ontbrandt Zijn toorn. En dit is het einde: "Gelukkig" of "welzalig". Eigenlijk staat hier gewoon "Asher". Dat is ook de naam van een van de zonen van Jakob: Asher, en dat betekent gelukkig. Gelukkig allen die bij Hem schuilen.
Echt geluk is er alleen bij Hem, voor hen die bij Hem schuilen. En dat is letterlijk zo. Ik had het net over die vrouw; zij zal vluchten in de woestijn. Zij zal daar dus een onderduikadres hebben en daar letterlijk schuilen in de woestijn. Als je tijdig gevlucht bent – want dat moet ook maar het geval zijn – dan ben je gelukkig te prijzen als je je daar bevindt, in de schuilplaats van de Allerhoogste. Maar ook in overdrachtelijke zin is dat natuurlijk waar. Er staat letterlijk: "die bij Hem schuilen", die tot Hem hun toevlucht hebben genomen. In feite is dat ook de betekenis van de naam van JAHWEH aanroepen. Allen die de naam van JAHWEH aanroepen, zullen worden gered. Hij redt wanneer je Zijn naam aanroept. Dat is universeel, dus ook nu: roep Hem aan ten dage van de benauwdheid. Hij zal horen, dat is nu ook zo. Roep Hem aan in wie Hij is: Heer. Dan ben je gelukkig te prijzen.
In feite is dat vandaag ook de boodschap. Er wordt vandaag een gezelschap uitgeroepen en verzameld, en die krijgt de allerhoogste bestemming. Wij maken de Zoon compleet. Wij horen niet eens bij Zijn bruid en bij de volkeren die straks zullen worden onderworpen. Dat zijn geweldige voorrechten, maar er is geen hoger deel dan deel uit te maken van de Zoon Zelf. Heb je daarvoor gekozen? Nee, helemaal niet. Heb je Hem gezocht? Nee, Hij kiest uit, Hij beschikt dat. En als Hij jouw hart en je ogen en je oren daarvoor opent, dan ben je gelukkig te prijzen. Dan maakt Hij dat jij Hem aanroept. Maar de waarheid is universeel: iedereen die zijn toevlucht bij Hem neemt, die komt nooit beschaamd uit.
Dat lijkt me een hele mooie manier om niet alleen deze studie over Psalm 2 af te sluiten, maar gewoon deze korte studieserie. De geweldige waarheid dat als je bij Hem bent, als je naar Hem mag horen en Hem mag aanroepen, dat je dan echt zeer, zeer gelukkig te prijzen bent. Waar of niet? Amen.
UltimateGoodNews