de verlamde man bij de Schone Poort (4)
28-07-2024 - Geplaatst door Andre Piet28 juli 2024, Benthuizen
De geschiedenis van de genezing van de verlamde man bij de Schone poort begint in Handelingen 3 en wordt voortgezet in Handelingen 4. Want terwijl Petrus in de zuilengang van Salomo nog verantwoording aflegt tegenover zijn volksgenoten over het wonderteken dat heeft plaatsgevonden, worden hij en Johannes opgepakt en in bewaring gesteld door priesters en leidslieden van de tempel. En de volgende dag moeten zij zich verantwoorden tegenover het Sanhedrin…
Powered by RedCircle
📝 Samenvatting & Transcriptie van deze lezing
⏱️ Hoofdstukindeling van deze studie:
- Terugblik op het Wonder bij de Schone Poort
- Petrus en Johannes Gearresteerd
- Het Sanhedrin Komt Bijeen
- Petrus Getuigt: Geen Andere Naam tot Redding
- De Onweerlegbare Vrijmoedigheid van de Waarheid
- Het Overleg en de Machteloosheid van Religie
- God Meer Gehoorzamen Dan de Mensen
- Het Leven Begint Na Veertig: een Profetisch Teken
Terugblik op het Wonder bij de Schone Poort ↑ hoofdstukken
Hartelijk dank, Art, voor deze mooie bijdrage. Want wat de mens er ook van maakt, zoals je eindigde, dat maken ze allemaal met recht perfect. Zeer goed, hè? Schitterend om daarbij bepaald te worden.
Ik ga u vanmorgen opnieuw meenemen. Dat was de vorige keer nog wat onzeker; toen was ik daarover nog een beetje in dubio of ik verder zou gaan met de geschiedenis van de verlamde man bij de Schone poort. Ik heb daar een viertje achter gezet, en dat verwijst niet zozeer naar het Bijbelhoofdstuk – hoewel dat ook gekund had, want we gaan het vanmorgen hebben over Handelingen 4 – maar in dit geval is het de vierde in deze serie. We hebben namelijk een drietal bijeenkomsten gehad waarin we Handelingen 3 bespraken, eigenlijk het hele hoofdstuk vanaf vers 1 tot aan vers 26.
Misschien mag ik dat even kort samenvatten. Johannes en Petrus gaan naar de tempel op het uur van het gebed. Dat is het negende uur, zo rond drie uur in de middag. Daar zien zij de verlamde man bij de Schone poort liggen. Die man is al vanaf zijn geboorte verlamd; hij kan totaal niet lopen en hij moest er elke dag neergezet en neergelegd worden. Petrus en Johannes passeren hem en de man heeft de verwachting dat hij een aalmoes van hen krijgt, want hij zat daar als bedelaar. Dan zegt Petrus: "Zilver of goud heb ik niet, maar wat ik heb, dat geef ik je. In de naam van Jezus Christus de Nazarener: sta op en wandel!" De man wordt bij zijn rechterhand gegrepen, hij springt op en hij loopt heen en weer. Een enorm wonder vindt daar ter plekke plaats.
Ogenblikkelijk veroorzaakte dat een enorme oploop, want het vond plaats terwijl de massa mensen naar de tempel ging. Ze zagen het allemaal en ze herkenden de man. De tweede en derde keer dat we dit bespraken, zagen we hoe Petrus vanaf vers 11 het woord neemt om toe te lichten wat hier werkelijk aan de hand is. U moet zich realiseren: deze geschiedenis vindt plaats vlak na de Pinksterdag. Hoeveel tijd daar precies tussen heeft gelegen, weet ik niet precies, maar het is eerder in termen van weken dan in maanden. In ieder geval kort daarna.
Petrus legt uit, terwijl hij daar op het tempelplein in de zuilengang van Salomo staat, dat dit een wonderteken is dat verwijst naar de kracht die gelegen is in de naam van Jezus. De Jezus die zij kort tevoren nog hadden gekruisigd en hadden overgeleverd om ter dood te worden gebracht, maar die door God is opgewekt uit de doden. Daarvan waren hij en al die honderden anderen ooggetuigen. Dat is wat hij proclameert.
Wat hij zegt – en dat is waar we het de laatste keer over gehad hebben – is dat als Israël tot bekering komt en inderdaad gaat omdenken, zich gaat realiseren wat hier nu werkelijk is gebeurd, en tot erkenning komt dat Jezus de Christus is, Israëls Messias, dan zal de Messias ook daadwerkelijk vanuit de hemel terugkeren en alles wat de profeten hebben gezegd in vervulling doen gaan. Dat is wat hij met zoveel woorden toelicht, en daar hebben we het de voorgaande keren over gehad.
Eigenlijk gaat de geschiedenis dan verder, en daarom dacht ik: als ik dan toch bezig ben, moet ik dat vierde hoofdstuk er ook nog bij betrekken. Je komt dan opnieuw in dubio, want waar eindig je dan? Maar goed, bij dezen. Ik sluit op dit moment nog niet helemaal uit dat er nog een nummer vijf komt, maar dat is nu nog verborgen. Dat komt goed uit, want de vijf is meestal al verborgen. Oké.
Petrus en Johannes Gearresteerd ↑ hoofdstukken
Laten we de draad oppakken bij vers 1 van Handelingen 4. Ik wil toch wat vaart maken door de geschiedenis; dat bent u misschien niet van mij gewend, maar toch ga ik het doen. Er staat: "En terwijl zij tot het volk spraken, overvielen hen de priesters, de hoofdman van de tempel en de Sadduceeën, zeer verontwaardigd omdat zij het volk leerden." Petrus en Johannes hadden dus nog steeds het woord en hun toespraak wordt afgebroken. Dat zie je trouwens vaker in het boek Handelingen. Zo gaat het later ook bij Paulus als hij daar op de Areopagus is in Athene. Op het moment dat hij begint te spreken over de opstanding van de doden, zeggen ze: "Nou ja, wij horen u hierover nog wel een andere keer." Don't call us, we'll call you.
Het idee daarbij is — en dat was voor de Grieken heel opmerkelijk wat Paulus daar in Athene deed — dat hij hen vertelde over de Messias en dat riep niet zozeer haat op; het was meer onverschilligheid of feitelijk dwaasheid. Voor de Joden is het getuigenis echter geen dwaasheid, maar een ergernis of een struikelblok, en dat roept ronduit haat op. Dat is wat Paulus later ook zegt: "Wij prediken een gekruisigde Christus; voor de Joden een struikelblok en voor de Grieken een dwaasheid." Dat wil zeggen dat ze zeggen: "Je bent niet goed bij je hoofd." Het past totaal niet in de filosofie en de gedachtegang van de mensen.
Het is eigenaardig dat religie in het algemeen juist een enorm innerlijk verzet en haat heeft tegen het evangelie, terwijl de niet-religieuze buurman of collega gewoon zijn schouders ophaalt. Die zegt: "Nou ja, dat is zijn feestje. Fijn voor jou dat jij daar zoveel aan hebt." Hij haalt gewoon zijn schouders op. Maar deze mensen — de priesters, degenen die geacht worden onderwijs te geven, de hoofdman van de tempel (het hoofd van de politie van het tempelplein) en de Sadduceeën, die het in de praktijk voor het zeggen hadden in de priesterdienst en de offerdienst — zij reageren zeer verontwaardigd omdat de apostelen het volk leerden.
Dat is trouwens ook wel aardig, want als er één ding is wat priesters geacht worden te doen, behalve het brengen van de offers, dan is het juist ook het onderwijs geven aan het volk. Nu staan daar Petrus en Johannes en wat doen zij? Zij leren, zij geven onderwijs, zij vertellen wat er gebeurd is en lichten dat ook toe. Zij zijn verontwaardigd omdat zij het volk leerden. Je kunt die klemtoon namelijk ook nog anders leggen: "Wacht eventjes, jullie zijn ongeletterd" — dat zullen we straks trouwens ook nog zien — "wij hebben ervoor geleerd, wij zijn ervoor aangesteld en wíj doen dat." Er zat hier dus ook gewoon pure afgunst bij. "Jullie hebben hier toch helemaal geen opleiding voor genoten? Jullie zijn vissers."
De priesters waren boos omdat deze mannen, vissers, onderwijs gaven terwijl ze daar helemaal niet toe bevoegd waren. En de Sadduceeën waren natuurlijk ook boos omdat de opstanding uit de doden werd verkondigd. We weten heel duidelijk uit het evangelie en het boek Handelingen — in Handelingen 23 leest u dat — dat de Sadduceeën zeggen dat er geen opstanding is, noch engel of geest, terwijl de Farizeeën zowel het een als het ander belijden. Dat moet u even weten voor de achtergrond. De Sadduceeën konden sowieso niets met deze boodschap. De Farizeeën trouwens ook niet, niet zozeer omdat de opstanding gepredikt werd, maar omdat in Jezus de opstanding uit de doden werd verkondigd. Wat er gebeurde, was dat de apostelen verkondigden dat Jezus uit de doden was opgewekt, en daarmee verkondigden zij de opstanding uit de doden. In Hem ligt dat allemaal verankerd en dat is wat zij vertelden.
In vers 3 staat: "en zij sloegen de handen aan hen en stelden hen in bewaring tot de volgende dag, want het was reeds avond." Inmiddels waren er toch wel wat uren verstreken, want het wonder vond plaats op het negende uur, zo ongeveer drie uur in de middag. Inmiddels werd het avond, dan praat je over een uur of zeven, acht, wanneer de avondschemering indaalt. Er moest bovendien nog een vergadering belegd worden van het Sanhedrin.
Laten we meteen even doorlezen in vers 4: "Maar velen van hen die het woord gehoord hadden, werden gelovig." Dit geeft de enorme impact aan die dit wonder, dat zojuist had plaatsgevonden en waar vele getuigen van waren, heeft gehad. Het is enorm overtuigend geweest. "En het getal van de mannen" — kennelijk worden de vrouwen en kinderen nog niet eens meegerekend, dat zie je vaker — "werd ongeveer vijfduizend." Als je het totaal aantal zielen nog zou willen tellen, moet je het wellicht verdubbelen. Dit is trouwens wel aardig, want eerder lezen we op de Pinksterdag in hoofdstuk 2 vers 41 dat op één dag drieduizend zielen gelovig werden in Jezus de Messias. Dat was ook naar aanleiding van Petrus' boodschap op het tempelplein. Als je nog weer veel later in Handelingen 21 leest, wanneer Paulus arriveert — we hebben het dan over ergens rond het jaar 60, dus zo'n dertig jaar later — dan wordt er tegen Paulus gezegd dat er tienduizenden wetsgetrouwe Joden zijn die allemaal geloven in de Messias, maar niettemin keurig volgens de mozaïsche wetten leven. Je ziet hoe dat getal zich in korte tijd enorm heeft uitgebreid. Het was drieduizend zielen en het werden nu vijfduizend man. Het geeft aan dat er een enorme uitbreiding, kracht en overtuiging in deze gebeurtenis besloten lag. Bewijskracht.
Het Sanhedrin Komt Bijeen ↑ hoofdstukken
En het geschiedde tegen de volgende dag dat hun oversten en hun oudsten en de schriftgeleerden bijeenkwamen. Dit waren verschillende categorieën die allemaal deel uitmaakten van het Sanhedrin. Ze kwamen bijeen te Jeruzalem, want zo heet dat. Het Sanhedrin is simpelweg het Griekse woord voor de Joodse Raad, de Joodse Hoge Raad. Het was de hoogste instelling en het bestond uit zeventig leden. Waarom zeventig? Dat doet er nu even niet toe, maar de volgende dag is daar dus een officiële vergadering van al deze mensen.
We weten trouwens van een aantal van hen dat zij op zijn minst sympathiseerden met de boodschap van Jezus. Er was een kleine minderheid; we kennen Nicodemus en we weten dat Jozef van Arimathea uitdrukkelijk gelovig was. Zij zullen daar dan ook bij geweest zijn. Gamaliël komt trouwens pas in Handelingen 5 aan de orde en hij stelt zich daar min of meer neutraal op. Maar zoals in elk bestuurscollege, zeker als het zo groot is, heb je allerlei richtingen, meningen en opinies. Het geheel is echter wel duidelijk, dat zullen we vanzelf zien.
Goed, de volgende dag komen ze dus allemaal bij elkaar in een officiële vergadering in Jeruzalem. Er worden ook namen genoemd: Annas, de hogepriester, en Kajafas, Johannes en Alexander. Wie die Alexander is geweest? Ja, ik weet wel wie Alexander de Grote was, maar dit was niet Willem-Alexander dus. Maar Johannes en Kajafas komen we elders wel weer tegen. Kajafas was de schoonzoon van Annas. Dat moet ik misschien even toelichten, want u vraagt zich misschien af hoe dat nou eigenlijk zit.
Normaal gesproken was een hogepriester volgens de Bijbelse gang van zaken hogepriester voor het leven, en pas bij zijn overlijden werd hij opgevolgd door zijn zoon. Maar toen kwamen de Romeinen en die wilden daar ook een vinger in de pap hebben. In het jaar 15 van onze jaartelling — toen de Here Jezus zo'n vijftien of zestien jaar oud was — hebben zij daar een eind aan gemaakt en Kajafas als hogepriester aangesteld. Je leest ook over de 'hogepriester van het jaar'. Daar had ik inderdaad nog wat toelichting over: Annas werd vervangen door zijn schoonzoon Kajafas. Kajafas was degene die in de praktijk volgens de Romeinse regels hogepriester was, maar de Joden beschouwden hem niet als zodanig. Dat was anders.
Je hebt eigenlijk dus twee soorten hogepriesters. Eén officieel volgens de Romeinse goedkeuring; zij hadden daar hun trademark op geplakt, zo van: dit is onze hogepriester. Maar de Joden zeiden: 'Ja maar wacht even, dat is voor ons gewoon anders.' Annas blijkt in de praktijk ook gewoon de beslissende stem te hebben. Officieel niet, maar feitelijk wel. En dan heb je ook nog het merkwaardige fenomeen waarover je in het Nieuwe Testament heel vaak leest: de overpriesters. Wat zijn overpriesters? Eigenlijk staat er gewoon 'hogepriesters'. Dat zijn priesters uit het hogepriesterlijke geslacht die bij gelegenheid ook door de Romeinen werden aangesteld. Vandaar de term overpriesters, want normaal gesproken zou je zeggen dat er maar één hogepriester is. Dat was de Bijbelse gang van zaken.
Oké, om een lang verhaal kort te maken: Annas, de hogepriester, en Kajafas, Johannes, Alexander en allen die tot het hogepriesterlijk geslacht behoorden, waren aanwezig. En toen zij hen hadden laten voorkomen — dat waren Petrus en Johannes en ik denk ook die verlamde man, want die hadden ze ook vastgezet. Dat blijkt uit het vervolg, want hij staat er dan ook bij. Hij zat in voorlopige hechtenis, of in ieder geval moest hij meedoen met het proces. Dat hij was vastgezet is wel jammer, maar hij deed nog wel dienst in dit proces, zeker. Petrus is blij dat hij erbij staat, dat zullen we ook nog zien.
Toen zij hen hadden laten voorkomen, wilden zij van hen weten: "Door welke kracht of door welke naam hebt gij dit gedaan?" Nu was dit natuurlijk vragen naar de bekende weg, want we lazen net in vers 2 dat ze Petrus en Johannes overvielen terwijl hij nog sprak, omdat hij in Jezus de opstanding uit de doden predikte. Maar goed, ze wilden het nu ook eventjes officieel weten, en dan lees je vers 8.
Petrus Getuigt: Geen Andere Naam tot Redding ↑ hoofdstukken
En toen zei Petrus, vervuld van heilige geest, tot hen. Wat wel aangeeft dat daar een enorme power was, want geest is ook kracht. Hij is daar vol van en hij begint te spreken: "Oversten van het volk en oudsten." Het is opmerkelijk, want u moet zich realiseren dat dit de eerste keer in het boek Handelingen is – en dus ook de eerste keer in de geschiedenis sinds de opstanding van Jezus Christus uit de doden – dat er een officieel getuigenis klinkt naar het Sanhedrin toe, de Joodse regering. In Handelingen 2 hield Petrus zijn toespraak op het tempelplein voor een groot gehoor, maar dat was voor het gewone volk en niet voor de regerende vergadering, de volksvertegenwoordigers. In Handelingen 3 was Petrus aanvankelijk ook aan het woord voor een groot gehoor in de zuilengang van Salomo, maar nu richt hij zich tot de oversten van het volk en de oudsten, oftewel de regering. Dit is de eerste keer dat er officieel tot de leiding wordt gesproken.
Dan zegt hij: "Indien wij thans in verhoor genomen worden ter zake van een weldaad aan een zieke, waardoor hij is gered..." Ik moet er eigenlijk bij zeggen wat zij vragen: "Door welke kracht of door welke naam hebt gij dit gedaan?" Dat noemen wij tegenwoordig framing. Die vraag is zo geframed omdat men negeert dat hier een heel evidente, klaarblijkelijke en onmiskenbare weldaad heeft plaatsgevonden. Een man die heel zijn leven verlamd was, kon nu ineens springen en lopen. Maar dat negeren ze volledig; men wil iets anders horen. Men probeert hen te ontlokken om het 'foute' woord te zeggen. Ze willen de naam horen, en die naam was zwaar omstreden. Ik zou voorbeelden uit de huidige politiek kunnen geven: je mag een bepaald woord soms gewoon niet gebruiken, ook al is het feitelijk juist. Onlangs hadden we die kwestie in de Tweede Kamer over 'omvolking'; dat woord mocht per se niet gebruikt worden, ook al geeft het feitelijk een proces aan. In die zin is er echt niks nieuws onder de zon. Men wil de genezing van de man niet eens benoemen; men vraagt alleen: "Door welke naam heb je dat gedaan?"
Maar Petrus is hen ter wille. Hij zegt – en ik vermeld het er even bij voor de goede orde – "waardoor hij is gered". In de NBG-vertaling staat: "waardoor hij gezond is geworden." In de Bijbel is dat gewoon ook redding. Hij was gered van zijn verlamming en van zijn ziekte. Petrus zegt: "Wij worden nu dus eigenlijk ter verantwoording geroepen ter zake van een weldaad aan een zieke." Dat is toch vreemd? Die man is gered. Maar hij zegt: "Oké, jullie willen weten hoe, en meer specifiek door welke naam? Dan moet aan u allen en het ganse volk van Israël bekend zijn..." U moet zich realiseren dat dit in het begin van het boek Handelingen nog helemaal de focus is: Israël. De natiën zijn hier nog totaal niet in zicht; dat zou pas later gebeuren, via Paulus.
"Dan moet aan u allen en het ganse volk van Israël bekend zijn dat door de naam van Jezus Christus, Yeshua Hamashiach – ik zeg het nu in het Hebreeuws, maar zo zal het daar ongetwijfeld geklonken hebben – dat wil zeggen: Hij die beloofd is, de Gezalfde van Godswege, degene die uit Nazareth komt, de Nazoreër." En hij zegt er direct bij: "die jullie hebben gekruisigd." Dit was nog maar enkele maanden geleden dat zij als Sanhedrin dat besluit hadden bekrachtigd. Ze hadden Jezus overgeleverd aan Pilatus om te worden gekruisigd. In de praktijk zijn jullie degenen die Hem hebben overgeleverd om te worden gekruisigd, overigens met tegenzin van de Romeinen.
Wat Petrus dus zegt is: "Deze man is gezond geworden, is gered. Jullie vragen naar de naam? Nou, dan kan ik dit zeggen." En dit was puur de feitelijke samenvatting van wat er gebeurd was: "Wat ik heb, dat geef ik je: in de naam van Jezus Christus, de Nazoreër, sta op en wandel." Dat was er gebeurd. Ze vragen hoe het is gebeurd en hij antwoordt: "Daardoor. En dat moet iedereen weten. Ja, jullie hebben Hem gekruisigd, maar Hij is door God opgewekt uit de doden." In Handelingen vind je daar talloze voorbeelden van. Jullie hebben Hem gekruisigd, maar God heeft Hem opgewekt. Jullie kunnen doden, maar God kan leven geven, en wel leven voorbij de dood. "Maar die God heeft opgewekt uit de doden, dat door die naam deze hier gezond voor u staat."
Feitelijk konden ze daar geen speld tussen krijgen. Ten eerste was het inderdaad door die naam gebeurd dat dit wonder had plaatsgevonden, en ze konden er niets tegen inbrengen dat die man nu gezond en wel pal voor hun eigen ogen stond. Hiermee is ook gezegd dat deze man er gewoon bij stond. Of hij ook gevangen was genomen, weet ik eigenlijk niet, maar in ieder geval stond hij er nu wel bij. Daar konden ze niet omheen. Ik vind dat mooi: dat deze twee eenvoudige mensen daar met zo'n enorme bewijskracht deze dingen naar voren brengen tegenover al die geleerde, bevoegde mensen, die 'hooggeplaatsten'. Ik wilde 'hooggepieten' zeggen, maar waarom zijn die pieten eigenlijk hoog? Ze zijn ook zo arm als de pieten. Maar goed, even ter zake.
"Dat deze hier gezond voor u staat," en dan zegt Petrus: "Dit is de steen." Hij haalt een citaat aan of refereert aan een bekende tekst uit de Psalmen, Psalm 118: "Dit is de steen door u, de bouwlieden, versmaad, die nochtans tot hoeksteen is geworden." Dit is heel boeiend. We lezen in de evangeliën dat de Heer Jezus de farizeeën en de schriftgeleerden al wees op dit Bijbelgedeelte uit Psalm 118. Hij zei toen: "Jullie zijn de leidslieden, de bouwlieden." De bouwlieden zijn uiteraard een uitbeelding van degenen die het huis beheren. En de steen is uiteraard de Messias. In het Hebreeuws is 'steen' Eben, en dat verwijst naar de zoon, Ben.
"Dit is de steen door u, de bouwlieden, versmaad, die nochtans tot hoeksteen is geworden." De mensen die bouwden, zagen een steen en hebben hem terzijde geschoven, weggegooid. Maar wat gebeurt er? God zegt: "Nee, deze steen die door de kenners en de experts is afgekeurd, die maak Ik tot hoeksteen, tot het fundament van het hele bouwwerk." De Heer Jezus had daar dus ook al op gewezen. Het lijkt me sterk dat een heel aantal mensen in dit gezelschap dat Petrus nu toespreekt, zich nog zal hebben herinnerd dat Jezus een paar maanden eerder in Jeruzalem tot een deel van hetzelfde gezelschap ditzelfde woord had aangehaald: "Dit is de steen door u, de bouwlieden, versmaad, die nochtans tot hoeksteen is geworden." En dan zegt Petrus erbij: "De redding is in niemand anders."
Omdat dit hetzelfde woord is als waar ik zojuist al even op wees in vers 9 van hoofdstuk 4: de redding is in niemand anders. De gezondmaking. Redding in de breedste zin van het woord is slechts in één naam, in niemand anders. Want, dat is een bekend woord denk ik, vers 12 van Handelingen 4: "Want er is ook onder de hele hemel geen andere naam aan de mensen gegeven waardoor wij gered moeten worden." Geen andere naam.
Ja, dat is dus de naam van Jezus. Maar die naam betekent juist ook: Yahweh redt. Hoe redt Yahweh? Door Hem. Hij heeft de naam boven alle namen ontvangen. Er is geen andere naam waardoor wij gered moeten worden. Dat 'moeten' moet je niet moralistisch opvatten, in de zin van 'jullie moeten' als een plicht. Het idee is: het kan helemaal niet anders. 'Moeten' niet als een opgelegde wet, maar als een natuurwet. Als ik dit laat vallen, dan moet het naar beneden vallen. Dat is niet omdat dat uitgevaardigd is door de overheid, of omdat het een plicht is, of omdat je anders straf krijgt. Nee, het kan niet anders. Het moet. Het is bindend; het kan niet anders.
Er is slechts één naam onder de hele hemel waardoor God redt en dat is door de naam van deze Yeshua. Zijn naam zegt het al. In Hem is redding en Hij is ook degene die de hele schepping op Zijn tijd gaat redden. Elke knie zal buigen en elke tong zal belijden dat Jezus deze naam, Heer, is, tot eer van God de Vader. Ja, ook dit is een vaststelling: er is geen andere naam. En dan staat er in vers 13...
De Onweerlegbare Vrijmoedigheid van de Waarheid ↑ hoofdstukken
Toen zij nu de vrijmoedigheid van Petrus en Johannes zagen... Het was zo onmiskenbaar. Het woordje 'vrijmoedigheid' is een heel mooi woord in het Grieks als je het even opbreekt in zijn elementen. Dat is namelijk parrhesia. Dat 'par' heeft te maken met 'alles' en 'rhesia' heeft te maken met 'stromen'. Alles stroomt. Vrijmoedigheid is spreken als een spraakwaterval; het kwam eruit zonder enige terughoudendheid. En wat de raadsleden ook zagen, was een volledige overtuiging. Ze zagen twee mensen, Petrus en Johannes, die volledig overtuigd waren van dat wat ze zeiden. Ze waren ook niet bang. Iemand die vrijmoedig is, die zegt gewoon alles wat hij te melden heeft.
We zeggen weleens dat als het tegendeel het geval is, je op eieren loopt. Je kent het wel: politici die spreken met meel in de mond. Dan proberen ze eromheen te draaien, vaak uit angst, want je kunt natuurlijk gepakt worden op je woorden. Nou, bij Petrus en Johannes was dat totaal niet het geval. Ze zijn beleefd ten opzichte van het gezelschap en geven ter zake antwoord, maar ze zijn totaal niet bang. Waarom zouden ze ook? Ze spreken gewoon de waarheid en die was onweerlegbaar. Dat is trouwens het grote voordeel als je de waarheid spreekt: je hoeft niets te verzinnen. Je kunt er ook niet op gepakt worden, want als mensen het gaan onderzoeken, dan komen ze er vanzelf achter. Dat maakt je zo vrijmoedig. Als je weet dat het gewoon zo is, dan maakt het in feite niet uit dat je in de ogen van de wereld misschien een volstrekt onbenul bent of dat je er niet voor geleerd hebt. Zelfs al sta je tegenover een gezelschap dat zeer geleerd is en over alle autoriteit beschikt: wat maakt het uit? Als je weet dat het waar is wat je zegt, dan kun je het gewoon vertellen. Kom maar op! De waarheid wint uiteindelijk altijd. Dat weten we toch? Er zijn heel veel spreekwoorden die daarnaar verwijzen, al moet je soms wat geduld hebben. Ze zeggen weleens: de waarheid gaat met de trap en de leugen met de lift. Maar uiteindelijk zal blijken dat de waarheid altijd zegeviert.
Toen zij nu de vrijmoedigheid van Petrus en Johannes zagen... Je merkt het aan mensen als ze vrijmoedig zijn. Je hoort dat iemand volledig overtuigd is van wat hij zegt; dat hoef je niet achter te houden. Net zo goed als dat je het ook hoort wanneer iemand met meel in de mond praat, op eieren loopt of eruit angst omheen draait. Ik heb de neiging om nu namen te gaan noemen, wat ik heel gemakkelijk zou kunnen doen, maar als je luistert naar een verhaal, dan zie je het gewoon, net zoals zij die vrijmoedigheid zagen. En daar kun je in de wereld heel ver mee komen hoor, daar niet van. Sterker nog, je kunt er in dit boze aion vaak verder mee schoppen dan met het spreken van de waarheid.
Maar goed, toen zij de vrijmoedigheid van Petrus en Johannes zagen en bemerkt hadden dat zij ongeletterde en eenvoudige mensen uit het volk waren... 'Ongeletterd' betekent trouwens niet dat ze analfabeet waren, want dat waren Petrus en Johannes niet. Het betekent dat ze geen officiële opleiding hadden genoten. In het Grieks staat dit tegenover de schriftgeleerden; ze waren niet officieel geïntroduceerd in de boeken. De raadsleden hadden bemerkt dat ze geen geleerde mensen waren. Petrus en Johannes zullen ongetwijfeld ook geen academische taal hebben gesproken. Ze spraken gewoon normaal – ik wou bijna zeggen Nederlands – maar gewoon de taal, hun moedertaal.
Ongeletterde en eenvoudige mensen. Het is wel grappig, weet u wat hier in het Grieks staat? Idiotai. Daar komt ons woord 'idioot' vandaan, en het is fascinerend hoe dat werkt. Idiotai betekent eigenlijk gewoon: mensen die eigen zijn aan het volk, gewone mensen of leken. Maar omdat daar vaak met dédain en neerbuigend over gesproken wordt door de elite, is de betekenis bij ons veranderd naar iemand die dom of zwakzinnig is. Maar ik zeg het ook ter bemoediging: als u eens wordt uitgemaakt voor idioot, denk dan: "Oh gelukkig, dan hoor ik niet bij de elite!" Het is trouwens een interessant woord; kent u het woord 'idioom'? Dat heeft er ook mee te maken: dat wat het gewone volk onder iets verstaat. De idiomatische betekenis van een woord is datgene wat men gangbaar eronder verstaat. Nou ja, weer wat geleerd.
Goed, ze zagen de vrijmoedigheid en bemerkten – dat hoorden ze aan de manier waarop er gesproken werd – dat zij geen gestudeerde of geleerde mensen waren. Ze waren eenvoudige mensen, gewoon vanuit het volk. De raadsleden verwonderden zich over hen en herkenden hen als mensen die met Jezus geweest waren. Want ja, ze hadden Jezus kort tevoren natuurlijk nog gezien en ze wisten wel dat Hij altijd in gezelschap was van een aantal leerlingen. Maar die leerlingen hadden toen het woord niet. En nu waren deze mensen totaal veranderd. Van mensen die eigenlijk niets zeiden en alleen maar luisterden, waren ze nu mensen geworden met een missie en een getuigenis. Ze verwonderden zich over dat fenomeen. Ze herkenden hen: ze waren met Jezus geweest. Waaruit trouwens ook weer blijkt hoe kort tevoren dit zich allemaal heeft voltrokken; de kruisiging en alles wat daarmee samenhing.
En omdat zij de genezene bij hen zagen staan, konden ze er niets tegen inbrengen. Dat is een onweerlegbaar feit. Je merkt het ook in andere opzichten: als je weet dat het Woord iets zegt en je kunt het onderbouwen – hier staat het, daar staat het, overal staat het – en het gaat in tegen alle dogma's, dan kunnen mensen wel knarsetanden. Ze kunnen zeggen: "Ja, maar het gaat in tegen wat er altijd is geleerd en wat de grote 'hotemetoten' in de kerkgeschiedenis daar allemaal over verteld hebben." Ik spreek nu ook een beetje uit ervaring, want ik heb dat zo vaak gehoord. Maar als er niets tegen in te brengen is, omdat de Schrift het simpelweg zegt, dan kun je alleen maar zeggen: "Kijk het maar na." Mensen kunnen zich dan natuurlijk afwenden, maar het bewijs blijft staan. Dat is een heel comfortabele positie, en vandaar ook dat Petrus en Johannes zo vrijmoedig waren. Ze waren niet bang.
Het Overleg en de Machteloosheid van Religie ↑ hoofdstukken
En na hun geboden te hebben, volgens vers 15, om buiten de raadzaal te gaan, overlegden zij met elkaar. Je zou je de vraag kunnen stellen: hoe heeft Lucas dit dan kunnen optekenen? Ik gaf het net eigenlijk al aan: hier heeft Lucas wellicht iemand over geraadpleegd. Geef toe, ik verzin dit hè, want het staat er niet bij. Maar het zou kunnen dat bijvoorbeeld Jozef van Arimathea hierover door Lucas is geraadpleegd. Lucas heeft namelijk navraag gedaan; hij heeft echt onderzoek gedaan om dit te boekstaven. En misschien dat Lucas via die weg heeft kunnen optekenen en vertellen wat er buiten de raadzaal is gezegd. Nadat ze hen dus geboden hadden buiten de raadzaal te gaan, overlegden zij met elkaar en ze zeiden: "Wat moeten wij met deze mensen beginnen?"
Ja, je zou zeggen: eerder lees je in Handelingen 2 dat het volk Petrus aanhoort en zegt: "Mannen broeders, wat moeten wij doen?" Maar dit is een heel andere vraag. De raadsleden proberen zich hier aan de situatie te onttrekken. Dit is zo gemeen; dit is nu echt zo typerend voor hoe deze boze aeon en vooral ook hoe religie en de macht werkt. Moet je nagaan wat er in een paar maanden tijd heeft plaatsgevonden. Eerst had men Jezus door verraad in handen gekregen. Men had steekpenningen gegeven en Judas zo zijn taak gegeven. Dat was verraad. Vervolgens heeft men Hem, door chantage van Pilatus, laten ombrengen: "Als u dat niet doet, dan bent u geen vriend van de keizer." Dat is chantage. Vervolgens heeft men drie dagen later de soldaten — die weggevlucht waren van het graf toen de steen werd weggewenteld — omgekocht door hen een leugen te laten vertellen. En nu proberen ze de hele boel te intimideren en te dreigen: "Hou je mond."
Je ziet hier dus gewoon een aaneenschakeling van pure kwaadwilligheid in wat er gaande is. Men wil het niet. Verraad, chantage, omkoping, intimidatie... niets, geen middel wordt geschuwd om de macht te behouden. En terwijl ik het zeg, denk ik: kijk hoe deze aeon functioneert door al dat soort praktijken. Als er verraad nodig is, dan verraden ze de boel. Als chantage nodig is, dan chanteren ze een heleboel. Of ze intimideren en kopen om; geen middel wordt geschuwd.
En dus vragen ze: "Wat moeten wij met deze mensen doen?" Er staat nog bij: "Want dat er een kennelijk wonderteken door hen verricht is, dat is duidelijk aan allen die te Jeruzalem wonen. En wij kunnen het niet loochenen." Wij zouden wel willen natuurlijk, maar wij kúnnen het niet loochenen. Hier wordt echt willens en wetens de waarheid ten onder gehouden. Ja, dit is een complot, jazeker. Maar op een gegeven ogenblik, als iets zo onmiskenbaar is, dan kun je dat niet meer loochenen. En dus moet je daar dan maar in meegaan.
Maar wat ze nog wel kunnen doen, is voorkomen dat het nog meer onder het volk verbreid wordt. En dat is wat ze dan maar aangrijpen. Dat is plan D: om te voorkomen dat het nog meer onder het volk verbreid wordt, "laat ons hun dreigend gebieden tot niemand meer te spreken op gezag van deze naam." Dat is dus... nou, we hadden net een complot, dit is censuur. Een verbod om iets te publiceren. Niet vanwege copyright ofzo, maar dit is wanneer de waarheid onwelgevallig is; dan verbied je het gewoon en dan maak je het onmogelijk. In dit geval ging dat eigenlijk niet eens.
Het ligt eraan... oké, ik moet nog even een paar verzen verder erop. Je zou dit als een hint kunnen opvatten. Nee, het is tien over twaalf. Zit jij er ook zo bij? Laten we hen dus dreigend gebieden dat niemand meer mag spreken. En toen zij hen binnengeroepen hadden...
God Meer Gehoorzamen Dan de Mensen ↑ hoofdstukken
Vervolgens bevalen zij hun in het geheel niet meer te spreken over of te leren op gezag van de naam van Jezus. Dat is wat zij zeggen; zij dreigen hen. Maar Petrus en Johannes antwoorden en leggen de beslissing zelfs bij de raad zelf: is het recht voor God om meer aan u dan aan God gehoor te geven?
Dat is een mooie, hoor. Aan wie moeten we nu gehoor geven? Aan jullie, of aan Degene van wie jullie ook weten dat Hij boven allen staat? Want, zegt Petrus, wij kunnen niet nalaten te spreken van wat wij gezien en gehoord hebben. Zij waren met recht getuigen, echt in de juridische zin van: wij hebben dit gezien, we hebben dit gehoord en wij kunnen dit onder bewijs stellen. Wij zijn dus echt getuigen. Hoe zouden wij over zulke grootse dingen kunnen zwijgen? Al zouden we dat willen, we kunnen het simpelweg niet eens.
Vervolgens wilden de raadsleden nog iets aanwenden, maar ze dreigden alleen nog maar meer. Ze moesten hen natuurlijk wel laten gaan, want hier viel simpelweg niets tegen in te brengen. Later lees je dat de apostelen nog verder aangepakt en zelfs gegeseld worden — dat is een hoofdstuk later — maar in dit stadium kon dat nog niet. Er staat dat ze hen nog meer dreigden, maar hen toch vrijlieten. Niet omdat zij hen graag vrij wilden laten, maar omdat zij geen vorm konden vinden om hen te straffen.
Waarom konden ze die vorm niet vinden? Waren ze niet bereid om hen te straffen? Jazeker, dat hadden ze best gewild. Maar er staat bij: "en wel om het volk". Want allen verheerlijkten God om hetgeen geschied was. Met andere woorden: ze waren bang. Ze waren bang om hen te straffen, omdat ze dan in ongenade van het volk zouden vallen. Het volk wist namelijk wat er gebeurd was; het was zo onmiskenbaar dat zij God verheerlijkten.
Dit vind ik overigens ook een belangrijk punt. Ik had het net over vrijmoedigheid. Als je vrijmoedig bent, dan ben je niet bang, omdat je de waarheid vertelt. Maar als je de leugen kent of achter de leugen staat, dan word je altijd beheerst door vrees. De leugen vreest namelijk het bewijs. In ieder geval zijn deze mensen van de raad ook bang voor het volk, want van hen moeten zij het hebben. Als het volk gaat rebelleren, raken zij mogelijk hun macht kwijt. Ze zijn bang; er is angst. De waarheid maakt vrij en vrijmoedig, maar de leugen maakt bang. Want, zo staat erbij:
Het Leven Begint Na Veertig: een Profetisch Teken ↑ hoofdstukken
En dat is het laatste: de mens aan wie dit teken der genezing verricht was, was boven de veertig jaar. Met andere woorden, het was zo duidelijk. In feite eindigt dit gedeelte van de geschiedenis hiermee ook, met deze vaststelling. Deze mens die daar voor hen stond, was de veertig reeds gepasseerd.
Daar wil ik dan ook maar mee eindigen, want het leven begint bij de veertig, zo zeggen ze. De meeste mensen hebben geen idee van wat dat echt betekent, maar het gaat terug op de geboorte. Het leven begint namelijk bij veertig weken, en na veertig weken krijg je een verlossing. Dat is een heel dubbelzinnige term.
En na veertig jaren kwamen ze in het beloofde land. En na veertig eeuwen sinds Adam verrees Christus; vierduizend jaren. En na veertig jubeljaren? Dat zijn veertig keer vijftig jaar, dus dat is tweeduizend jaar. Dan krijg je... wat zal hun aanneming anders wezen dan leven uit de doden? En dat is ook weer leven dat na de veertig begint. Maar daar hebben we het bij andere gelegenheden al vaker over gehad.
Maar u ziet, dit is echt een teken. Een wonderteken. Nou, daar wilde ik jullie vandaag eens graag bij bepalen. Geweldige dingen. Zullen we het hiermee laten? Andreas.
UltimateGoodNews