de verlamde bij de Schone poort (3)
14-07-2024 - Geplaatst door Andre Piet14 juli 2024, Benthuizen
Het plotselinge en volkomen herstel van de man die reeds vanaf zijn geboorte verlamd was, roept enorm veel verbazing en ontzetting op onder het volk. Het is Petrus die vervolgens in een toespraak duidelijk maakt dat dit wonder ook een profetisch teken is. Hij is een uitbeelding van onvermogende volk van Israël dat hersteld zal worden. Maar dat kan uitsluitend door dezelfde Naam als waar de man door is genezen. Israël moet, maar zal ook tot bezinning komen en terugkeren en dan zal ook Christus terugkeren vanuit de hemel, tot wederoprichting van alles waarvan de profeten tevoren hebben gesproken.
Powered by RedCircle
📝 Samenvatting & Transcriptie van deze lezing
⏱️ Hoofdstukindeling van deze studie:
- Lezing en Samenvatting van Handelingen 3
- Metanoia: tot Bezinning Komen
- Epistrefo en Teshuvah: Omkeren en Terugkeren
- Tijden van Verfrissing en de Zending van Jezus
- Hem Moest de Hemel Ontvangen
- De Wederoprichting van Alle Dingen
- Een Profeet Zoals Mozes
- De Zonen van de Profeten en het Verbond met Abraham
- Conclusie: een Levende Illustratie van Israëls Toekomst
Lezing en Samenvatting van Handelingen 3 ↑ hoofdstukken
En voor de derde keer gaan wij ons bezighouden met dezelfde geschiedenis waar we de voorgaande twee keren ook over hebben nagedacht. Die treffen we in Handelingen 3. Het gaat over – de titel is nogal vanzelfsprekend – de verlamde man bij de Schone poort. Het lijkt mij een goed idee om de hele geschiedenis nog even te lezen. Ik heb dat de vorige keer ook gedaan en ik doe het nu opnieuw, al is het maar om de herinnering helemaal scherp te krijgen. Zo’n opgave is dat nu ook weer niet, zodat we straks de draad weer kunnen oppakken bij vers 19 van het derde hoofdstuk. Ik lees voor uit de NBG-vertaling met eventueel bepaalde correcties.
Daar staat dan dit: Petrus nu en Johannes gingen op naar de tempel tegen het uur van het gebed, dat wil zeggen het negende uur. En een man die verlamd was van de schoot van zijn moeder aan, zodat hij gedragen moest worden, zette zij dagelijks bij de poort van de tempel, genaamd de Schone, om een aalmoes te vragen van de tempelgangers. Toen deze zag dat Petrus en Johannes de tempel zouden binnengaan, verzocht hij om een aalmoes. En Petrus zag hem scherp aan, met Johannes, en zeide: "Zie naar ons." En hij hield zijn blik op hen gevestigd in de verwachting iets van hen te ontvangen.
Maar Petrus zei: "Zilver en goud bezit ik niet, maar wat ik heb, dat geef ik u: in de naam van Jezus Christus, de Nazarener, wandel!" En hij greep hem bij de rechterhand, richtte hem op en terstond werden zijn voeten en enkels stevig. En hij sprong op, en stond, en liep heen en weer. En hij ging met hen de tempel binnen, lopende, springende en God lovende. En al het volk zag hem lopen en God loven. En men herkende hem als degene die om een aalmoes gezeten had aan de Schone poort van de tempel; en zij werden met verbazing en ontzetting vervuld over wat er met hem gebeurd was.
En toen hij Petrus en Johannes vasthield, liep al het volk rondom hen te hoop in de zogenaamde zuilengang van Salomo, vol verbazing. En Petrus zag het en antwoordde het volk: "Mannen van Israël, wat verwondert gij u hierover? Of wat staart gij ons aan, alsof wij door eigen kracht of godsvrucht deze hadden doen lopen? De God van Abraham en Isaak en Jakob, de God van onze vaderen, die heeft zijn Jongen Jezus verheerlijkt, die gij hebt overgeleverd en verloochend ten overstaan van Pilatus, ofschoon deze oordeelde dat men hem moest loslaten. Doch gij hebt de Heilige en Rechtvaardige verloochend en begeerd dat u een man die een moordenaar was, geschonken zou worden. En de Grondlegger van het leven hebt gij gedood. Maar God heeft hem opgewekt uit de doden, waarvan wij getuigen zijn. En op het geloof in zijn naam heeft zijn naam deze, die gij ziet en kent, sterk gemaakt. En het geloof door hem heeft hem dit volkomen herstel gegeven in uw aller tegenwoordigheid. En nu, broeders, ik weet dat gij uit onwetendheid hebt gehandeld, gelijk ook uw oversten. Maar zo heeft God in vervulling doen gaan wat hij bij monde van alle profeten tevoren geboodschapt had, dat zijn Christus moest lijden."
Nou, zover waren we dus gekomen. De eerste keer dat we deze geschiedenis onder ogen hadden, hebben we de aanleiding zelf besproken, dat wil zeggen: wat er met die man is gebeurd. En de vorige keer hebben we het eerste deel van de toespraak van Petrus naar aanleiding hiervan onder de loep genomen. Maar Petrus gaat nog verder, want in feite begint hij nu in vers 19 bij zijn conclusie. Hij heeft tot dusver gewoon vastgesteld wat er is gebeurd en het volk eraan herinnerd wat zij een aantal maanden tevoren nog met Jezus hebben gedaan: dat ze Hem verloochend hebben, maar dat God Hem heeft opgewekt. Van het eerste waren zij allemaal getuigen; van het tweede waren Petrus en de zijnen en vele anderen werkelijk ooggetuigen.
Dat is wat hij naar voren brengt en hij zegt: "Dat is ook precies wat deze man dat volkomen herstel heeft gegeven." Want het ging er niet alleen om dat die man weer een beetje kon lopen of niet zo verlamd meer was; die man kon in één keer lopen en springen en zo de tempel binnengaan. Dat is wat Petrus zijn volksgenoten, de mannen van Israël, voorhoudt. Zij waren daar allemaal samengedromd omdat ze niet wisten wat ze zagen; vol verbazing en ontzetting waren zij getuigen van dit wonder.
Wat Petrus feitelijk zegt – en dat is wat dit wonder ook daadwerkelijk tot een teken maakt – is dat het onvermogen van die man een type is van het onvermogen van Israël. En zoals deze man herstel heeft ontvangen door de naam van Jezus, de Messias die God heeft opgewekt, zo wordt dat ook aan Israël voorgehouden. In feite krijgen we die conclusie, die ik nu in een paar zinnen doorgeef, in het vervolg van de tekst te zien. We gaan de tekst weer heel goed analyseren; u bent dat van mij gewend en in deze samenkomst doen we dat nu eenmaal. Dat blijkt al meteen in deze eerste zin, want daar komt nogal wat bij kijken.
Metanoia: tot Bezinning Komen ↑ hoofdstukken
Want dan zegt hij: "Komt dan tot bezinning en bekering." In de NBG staat er: "Komt dan tot berouw." In het Grieks staat hier een woord — ik zeg het niet helemaal correct, omdat hier een werkwoord gebruikt wordt, maar het zelfstandig naamwoord kennen we misschien wel: metanoia. Dat is een zelfstandig naamwoord. We kennen wel andere woorden met "-noia", zoals paranoia. Metanoïa betekent letterlijk, als je het opbreekt in zijn elementen: na- of met-denken. Het heeft dus echt alles te maken met de denkzin.
Het wordt een aantal keren vertaald met berouw, maar dat heeft in het Nederlands vooral de associatie van spijt, terwijl dat totaal niet in het woord zelf zit dat Petrus hier gebruikt. Meestal — het woord komt overigens voor de statistici onder u 57 keer voor, zowel als werkwoord als zelfstandig naamwoord — wordt het vertaald met bekeren. De aardigheid is dat dat hier onmogelijk is. Want als dat metanoia dan vertaald wordt met bekeren — stel je voor dat men dat hier ook gedaan had — dan had je de zin gekregen: "Komt dan tot bekering en bekering." Maar wacht even, dat kan dus niet. Nee, dat komt omdat het woord voor bekering gewoon een heel ander woord is. Ik kom daar straks nog even op terug, maar bekering kan niet en dus heeft men hier gekozen voor berouw. Wat dus ook al niet helemaal juist is, of in elk geval de lading niet dekt.
Het gaat namelijk niet zozeer om de emotie, maar het gaat juist om de denkzin. Vandaar ook dat andere vertalingen inderdaad concordant en consequent spreken van bezinnen. Of er is een aardig, redelijk modern Nederlands woord: omdenken. Eigenlijk is het woordje omdenken een hele mooie weergave van dat Griekse woord metanoïa. Het wil zeggen dat je denkzin een draai krijgt, of dat je het ineens heel anders gaat bezien. En dat is hier ook de gedachte.
Kijk naar het voorgaande in vers 17, wat ik zojuist heb voorgelezen. Dat is dat Petrus zijn volksgenoten voorhoudt: "En nu, broeders, ik weet dat jullie uit onwetendheid hebben gehandeld, gelijk ook uw oversten." Maar zó heeft God in vervulling doen gaan wat Hij bij monde van al Zijn profeten tevoren geboodschapt had, namelijk dat de Christus moest lijden. Dat wisten ze niet. Zij waren zich er totaal niet van bewust wat er eigenlijk gebeurd was en de schuld die men daarmee op zich geladen had. Maar dat door die schuld heen God... ja, dat is geweldig natuurlijk, de vorige keer hebben we daar ook nog bij stilgestaan. Daar word je zo bij bepaald: dat door alle menselijke schuld, door alle menselijke ongein en door al het menselijk handelen — waar dat zo immoreel was — de grootste misdaad in de hele wereldgeschiedenis juist kort tevoren plaats had gevonden. Namelijk dat Israël notabene, het volk dat op de Messias wachtte, haar eigen Messias heeft gedood.
Maar dan zegt Petrus: "Ja, maar jullie waren onwetend hierin." Hij zegt: "En het moest ook zo gaan." Het was niet Gods wil, maar het is naar de bepaalde raad en voorkennis van God. En Hij heeft het ook voorzegd, dus het moest gebeuren. Maar dat wisten ze niet. En vandaar dat hij tegen zijn volksgenoten nu zegt: "Kom tot bezinning." Hij vertelt ze nu iets wat ze eerder niet wisten. Ze waren onwetend, nu niet meer. Dus hij zegt: "Bezin je." Dat is de gedachte. Het idee is dus niet zozeer: heb berouw daarvan dat jullie dit gedaan hebben. Je kunt altijd verdedigen dat dat er misschien in zit, maar dat is niet de betekenis van het woord. Hij zegt: "Kom tot bezinning." Totaal omdenken. Realiseer je wat hier van Gods wege aan de hand is. En dat is de oproep eigenlijk: bezin je.
Epistrefo en Teshuvah: Omkeren en Terugkeren ↑ hoofdstukken
En dan dat andere woordje ‘bekeren’. Er staat: ‘bezin jullie en bekeer je’. In beide gevallen is het een werkwoord. Dat is een woord – en ik zeg dat niet om interessant te doen, want ik ben totaal geen expert op het gebied van Grieks; ik heb er hooguit een beetje aan geroken en je raakt er vanzelf wel mee vertrouwd als je dit jaren doet – maar hier staat het Griekse woord epistrepho. Als je dat woord opbreekt in zijn elementen, dan zie je het voorzetsel epi, dat ‘op’ of ‘boven’ betekent, en strepho, wat te maken heeft met wenden of keren. Vandaar dat de idiomatische weergave ‘omkeren’ is, of eventueel ‘terugkeren’. Eigenlijk is het omkeren, maar de gedachte van terugkeren zit er hier nadrukkelijk in.
U weet het wellicht, en zo niet dan vertel ik het u nu: er was in die dagen een heel bekende Griekse vertaling van het Oude Testament. De meeste Joden die in het buitenland woonden, kenden nauwelijks Hebreeuws en zij lazen dus een vertaling in de wereldtaal van die dagen, het Grieks. Dat is de zogenoemde Septuaginta. Als je dat in Latijnse letters uitdrukt, krijg je LXX, de vertaling van de zeventig. Waarom zeg ik dit? In die Griekse vertaling van het Oude Testament komt dit woordje epistrepho ook heel vaak voor. Het is daar het vertaalwoord van een Hebreeuws woord – zo leer je nog eens wat buiten onze talen om – en dat is het woord teshuvah.
Als u een klein beetje weet van het Hebreeuwse denken en de Joodse achtergronden, dan zal deze term u niet geheel onbekend zijn. Teshuvah heeft te maken met het werkwoord shuv (of shuw), wat ‘terugkeren’ betekent. In onze Nederlandse vertalingen wordt het meestal weergegeven met ‘bekeren’, maar ‘bekeren’ is in feite helemaal geen godsdienstige term. Het betekent gewoon dat je je omkeert. Maar teshuvah is echt terugkeren, en dat hoort ook speciaal bij Israël. God had Zijn volk geroepen en zij horen bij Hem, maar ze keren zich vaak van Zijn Woord af en wenden zich naar hun eigen wegen. Dan zijn het de profeten die hen oproepen om weer terug te keren tot hun God.
Ik geef daar een mooi voorbeeld van uit Deuteronomium 30 vers 2 en 3. Het gaat hier om dit Hebreeuwse woord teshuvah en het Griekse equivalent epistrepho. Israël staat daar op het punt om de Jordaan over te trekken en vlak daaraan voorafgaand geeft Mozes al een profetie over hoe de dingen zouden gaan: dat ze verstrooid zouden worden onder alle volkeren. Hij zegt dan dat wanneer ze onder de volkeren verstrooid zijn en veel onheil meemaken – wat in de voorgaande hoofdstukken 28 en 29 al was beschreven – dat zij zich dan weer tot de Heer zullen wenden. Er staat: ‘wanneer gij u dan tot Yahweh uw God terugkeert’. Teshuvah, dat is het woord. Wanneer je terugkeert naar Zijn stem en daarnaar luistert. Je zou kunnen zeggen: ‘indien gij u dan bekeert’, maar de gedachte is: als jullie daar onder de volkeren zijn en jullie je dan bekeren, eigenlijk terugkeren naar jullie God en naar Zijn stem gaan luisteren. Dat is de eerste keer dat het woord hier gebruikt wordt: het terugkeren in het hart.
Als je dan doorleest in vers 3 – ik sla een paar zinnetjes over – dan staat daar iets heel interessants: ‘dan zal Yahweh uw God u doen terugkeren in uw gevangenschap’. De ballingschap wordt hier een gevangenschap genoemd waarin zij zich onder de volkeren bevinden. Wat hier wordt gezegd is: als jullie je met heel je hart en heel je ziel zullen terugkeren en weer gaan luisteren, dan zal Yahweh, uw God, u doen terugkeren uit de volkeren naar jullie land. Dat is de tweede betekenis van datzelfde woord. Eerst keer je terug door te luisteren naar je God – dat is wat in het hart of in het denken plaatsvindt – en vervolgens zal Yahweh uw God jullie doen terugkeren uit de gevangenschap naar het land. Dat is ook een terugkeer. Trouwens, ook nu nog wordt dat in het Hebreeuws zo genoemd: de teshuvah. Dat is de terugkeer. Aan de ene kant de bekering van het hart, de terugkeer, en aan de andere kant de fysieke terugkeer naar het land.
Maar er staat er nog eentje bij. Ik vind dit zo’n goed voorbeeld omdat je hier in twee verzen drie verschillende toepassingen hebt van datzelfde woord voor terugkeer. Als u de kanttekeningen van de Statenvertaling heeft, dan wordt dit ook zo toegelicht. Helaas zijn de gebruikelijke vertalingen u hier niet erg ter wille, maar daarom vertel ik het nu: ‘dan zal Yahweh uw God u doen terugkeren in uw gevangenschap en Zich over u erbarmen, en Hij, Yahweh uw God, zal terugkeren en u bijeenroepen uit al de volken naar wier gebied Yahweh uw God u verstrooid heeft.’
Ziet u dat? Ik zei al dat de gebruikelijke vertalingen helaas de indruk wekken alsof hier dezelfde vorm gebruikt wordt als de tweede keer, maar er staat: dan zal Hij, Yahweh, ook terugkeren. Hij zal jullie bijeenroepen uit al de volkeren en vanuit de verstrooiing terugbrengen in het land. Maar hier zie je dus nóg een terugkeer, namelijk dat Yahweh Zélf tot Zijn volk terugkeert. Letterlijk is dat zo: Yahweh zal terugkeren in Zijn icoon, in Zijn beeld, in de afstraling van Zijn heerlijkheid. In de Messias zal Hij terugkeren tot Zijn volk. En dat betekent dat ook dit een teshuvah is, of zo u wilt een epistrepho: de terugkeer.
Dus: Israël bekeert zich en keert terug tot haar God. Vervolgens keren zij terug naar het land. En tegelijkertijd, parallel daaraan, zal ook Yahweh tot hen terugkeren. Dat is in feite wat wij meestal de wederkomst noemen, want een wederkomst is ook een terugkeer. Hij kómt weer terug. Dat is buitengewoon boeiend. Dat is wat Petrus hier zegt.
Tijden van Verfrissing en de Zending van Jezus ↑ hoofdstukken
Dit is de oproep, en eigenlijk ook de conclusie: kom dan tot bezinning en bekering – of eigenlijk omkering, of zo u wilt: terugkeren. Er is voor al die termen wat te zeggen. Ik heb de 'bonnetjes' erbij geleverd; dat zijn de gedachten en associaties die hier allemaal in meekomen. Bezin je dan en keer terug, opdat jullie zonden uitgedelgd of eigenlijk uitgewist worden, 'uitgegumd', zodat ze er niet meer zijn.
Het idee daarbij is niet alleen maar – wat een beetje het kerkelijk denken is – dat God niet meer aan je zonden zal denken en ze simpelweg zal vergeven. Dat is wel zo, maar het hele verhaal gaat veel verder. Het is niet alleen maar administratief, in de zin van: "Ik reken het je niet meer toe." Nee, het is ook existentieel. Dat wil zeggen: zij worden veranderd en hun zonden zijn er niet meer. Voor die zonden komt nieuw leven in de plaats. Dit wordt geïllustreerd in de verlamde man die daar zat en helemaal niets kon. Hij miste zijn doel. En wat krijgt hij daarvoor in de plaats? Gewoon door op te zien en te luisteren naar die ene Naam, krijgt hij ineens leven. Hij wordt opgericht; dat is opstanding, nieuw leven.
Dat is wat Israël hier ook beloofd wordt. Zodra zij zich bezinnen en terugkeren, heeft dat tot gevolg dat hun zonden worden uitgewist. Ze worden niet alleen niet meer toegerekend, maar de zonden worden weggedaan en zij krijgen een rechtvaardig leven. Dan komen ze ineens tot hun bestemming. Want als zonden 'doelmissingen' zijn, wat betekent het dan als die zonden worden uitgewist? Dat je alsnog tot je doel komt. Dat is wat er gebeurt: zij zullen tot hun bestemming komen, datgene waar zij al zo lang naar uitzien en waar de profeten van spreken.
Ik lees verder: "...opdat uw zonden uitgewist worden, maar ook opdat er bestemde tijden mogen komen van het aangezicht van de Heer." Het gaat hier om kairos: dat zijn niet alleen tijden in chronologische zin, maar het zijn gelegenheden, bestemde tijden van verfrissing of 'verademing', zoals de NBG-vertaling zegt. Het Griekse woord dat hier gebruikt wordt, heeft te maken met verkoeling – ons woordje 'psyche' zit daar trouwens ook in, wat oorspronkelijk met koelte te maken heeft. Het idee is dat er tijden van verkoeling mogen komen, zoals ook de Statenvertaling het weergeeft.
Wanneer heb je verfrissing nodig? Na hitte en uitputting, vooral door eigen onvermogen. Het is geweldig als je totaal uitgeput bent door de hitte en er komt verfrissing. Al die jaren dat Israël onder de volkeren verstrooid is en de hemel van koper was, zijn zij toe aan tijden van verkoeling. En dat gaat nu komen. Niet van beneden af, niet door politieke verdragen of militaire acties, maar doordat het aangezicht van de Heer zal komen. Ik neem dat heel letterlijk: het aangezicht van de Heer zal verschijnen. Nu verbergt Hij Zijn aangezicht nog, maar straks laat Hij Zijn gezicht zien. En als zij dat gezicht zien, zien zij de Messias. Dan breken die bestemde tijden van verkoeling en verfrissing aan, komend van het aangezicht des Heren.
Er staat nog iets bij, want dat gaat allemaal hand in hand: "...en Hij de Christus, die voor u tevoren bestemd was, Jezus, zende." God, de Heere God, zal de Christus zenden, de opgewekte Messias die voor hen bestemd was. Natuurlijk weten wij met onze 'Paulijnse oren' dat Hij de Redder van de hele wereld is, maar in de eerste plaats is Hij bestemd voor dat volk. Als zij zich bezinnen en terugkeren, zal de Heer Jezus, die voor hen bestemd was, gezonden worden. Je ziet dus de volgorde: eerst de bezinning en de omkering van het volk, en dat heeft tot gevolg dat de bestemde tijden van verfrissing aanbreken en de Christus, Jezus, wordt gezonden.
Dit is een cruciaal punt: in de Bijbel valt Israëls omkeer samen met de terugkeer van de Heer. Die twee lopen volstrekt parallel; het een heeft het ander tot gevolg. Dat zagen we feitelijk ook al in Deuteronomium 30. Je ziet het ook in Hosea 6, waar de Heer zegt: "Ik ga terug naar Mijn plaats," maar na twee dagen – en dat hoef ik hier hopelijk niet meer toe te lichten – keert Hij terug en zal Hij hen oprichten. Op de derde dag zullen zij leven voor Zijn aangezicht. Het bijzondere is dat daar cryptisch een timing wordt gegeven: na twee dagen, op de derde dag. Israël staat dus op de derde dag op. En wanneer zal dat zijn? Wanneer de Heer tot hen komt. Die twee gebeurtenissen vallen met elkaar samen.
Hem Moest de Hemel Ontvangen ↑ hoofdstukken
En Petrus zegt er nog dit bij: Hem, namelijk de Christus, Jezus, moest de hemel ontvangen. Hij moest lijden, dat zagen we al, maar Hem moest ook de hemel ontvangen. Dat wil zeggen, Hij is verworpen door Zijn volk. God heeft Hem opgewekt. Hij is niet verschenen aan het volk, maar slechts aan getuigen. En de hemel moest Hem ontvangen. Hoezo moest? Het was naar de bepaalde raad en voorkennis, en ik zeg erbij: ook naar de belofte en naar de voorzegging. Hem moest de hemel ontvangen, overigens tijdelijk. Dat wil zeggen, Hij zou ook weer terugkeren uit de hemel. Hij moest de hemel ontvangen tot op de tijden.
En daar zijn nogal wat verwijzingen naar. Eerder had Petrus in Handelingen 2, op de Pinksterdag, al verwezen naar David, die geprofeteerd had in Psalm 110 dat God tot de Messias zegt: 'Zit aan Mijn rechterhand'. En dan staat er: 'Totdat Ik Jouw vijanden zal stellen tot een voetbank voor Je voeten'. Dus Hem moest de hemel ontvangen. Er zijn vele, vele typologische en directe profetieën die daarover gaan. Want Psalm 110 is wel een kroongetuige, moet ik erbij zeggen. Maar Hem moest de hemel ontvangen.
Maar, zegt Petrus erbij, Hij is nu weliswaar onttrokken aan het oog, maar Hij keert weer terug. Dat was trouwens ook het eerste wat in Handelingen 1 staat. Hij was opgevaren vanaf de Olijfberg en het eerste en beste wat de ooggetuigen daar zien en horen is: 'Ja, deze Jezus, die van jullie is weggegaan, die zal op dezelfde wijze' – en ik kan er zelfs aan toevoegen: op dezelfde locatie – 'weer terugkeren'. En dan zal het koningschap voor Israël worden hersteld.
Dat was hier ook het verhaal. Hem moest de hemel ontvangen tot op de tijd. Dus je krijgt deze gedachte: Hij, de Christus, namelijk Jezus, de Messias, is nu in de hemel. Hem moest de hemel ontvangen. Hij is nu onttrokken aan het oog, maar dat heeft een 'tot op'. Tot op! Tot op, en dan krijg je dit: als Hij dan zal terugkeren, zal dat samenvallen met Israëls bezinning, en ook ommekeer of terugkeer, en ook tijden van Israëls verfrissing en verkoeling. En dan zal Jezus worden verzonden. En dat is ook tevens – dat zijn de tijden die we nu gaan bespreken – de wederoprichting van alles waarvan de profeten hebben gesproken.
Ik ken ook de theorie – en ik heb hem al heel vaak gehoord, misschien hebt u hem ook weleens vernomen – dat we, voordat de Heer zal terugkeren, eerst nog een zogenaamd pre-chiliastisch Messiaans rijk krijgen. 'Wat zeg je nu weer? Ik ben geen theoloog,' zegt u nu wellicht. Nee, wat ze dan bedoelen is: we gaan eerst nog beleven dat Israël hersteld wordt en tot geloof komt, maar dan komt Jezus nog niet terug. Daar gaan nog honderden jaren zelfs aan voorbij en dan pas zal er weer een eindtijd komen van verschrikkingen, en dan zal Jezus terugkomen en dan breekt het duizendjarig rijk aan. Als u daar nooit van gehoord hebt, dan zou ik zeggen: prijs u gelukkig. Maar misschien heeft u het weleens gehoord.
En dan zeg ik bij dezen: dat is in strijd, als u het mij vraagt – ik mag hier toevallig staan, dus ik vertel het – met wat de profetie zegt. Wat Petrus met name hier zo heel uitdrukkelijk aangeeft, is: als jullie tot bezinning komen en jullie keren terug, dan zal Israëls verfrissing ook aankomen en Jezus zal ook worden gezonden. Dat wil zeggen: Hij zal terugkeren en dan breken die tijden aan waarvan de profeten hebben gesproken. Dus ik blijf erbij, dat is heel belangrijk: Israëls bekering valt samen met de terugkeer van de Heer.
Oké, laten we deze eventjes... We moeten verdergaan, want we zijn nog maar in vers 21 en Petrus heeft nog meer te melden. Hem moest de hemel dus opnemen tot op... en nu krijg je een heel bijzondere.
De Wederoprichting van Alle Dingen ↑ hoofdstukken
De uitdrukking 'de tijden van de wederoprichting aller dingen', of het herstel van alle dingen, is de 'apokatastasis'. Ik had het net over theologie, maar als u de leer van de apokatastasis zou gaan googelen, dan zult u zien dat dit de leer van het universalisme of van de alverzoening wordt genoemd. Men hangt die leer aan deze term, maar het heeft er eigenlijk helemaal niets mee te maken. Je kunt natuurlijk altijd een link leggen en er zijn altijd lijntjes te trekken, maar de wederoprichting van alle dingen is dat alles hersteld zal worden waarvan de profeten hebben gesproken.
Het is iets totaal anders dan waar Paulus het over heeft in Kolossenzen 1. Als we daar toch 'duur en Grieks' aan het doen zijn: dat is de 'apokatallasso'. Daar heb ik het ook wel eens over gehad. Ik kom even niet op de term, dan drink ik maar even wat. Dat wou ik zeggen. Als u denkt: 'Gooi mij maar in mijn bed', prima, dan doet u dat zelf maar even. Maar het zijn twee totaal verschillende begrippen. Dat God alles tot Zich gaat verzoenen, dat er geen vijanden meer zullen zijn en dat de hele schepping – hemels en aards – tot Hem terug zal keren, waarbij de vijandschap en de vervreemding worden beëindigd: dat is een heel ander begrip.
Waar het hier wel over gaat, is inderdaad de wederoprichting, het herstel of de restauratie. Dat betekent niet zozeer dat alles weer terugkeert naar zijn oorspronkelijke staat, maar dat alles in de staat zal komen waarvan de profeten hebben gesproken. Dat is trouwens iets heel anders. Eigenlijk ontstaat er dan een situatie die nog nooit is geweest. Dus in die zin is het niet simpelweg een wederoprichting, maar zullen dingen zodanig worden opgericht en hersteld zoals de profeten daarover hebben gesproken. En dan ook álles waarvan de profeten hebben gesproken. Het gaat er dus niet zozeer om dat alle dingen in het algemeen weer worden opgericht, maar alles waarvan de profeten hebben gesproken zal worden gerestaureerd of hersteld zoals voorzegd.
Bijvoorbeeld, dat lees je in Handelingen 15 maar ook in Amos 9: dat de vervallen hut van David zal worden hersteld. Weet u wat de vervallen hut van David is? Dat is het koningshuis van David. Ik vind dat eigenlijk al eeuwen – ik moet zeggen: zo ongeveer 25 eeuwen – vacant. Men denkt dat er helemaal niemand is die daarvoor in aanmerking komt, maar dat koningshuis van David gaat weer hersteld worden. Ik had het daar de vorige keer over toen we Handelingen 1 bespraken: "Herstelt U in deze tijd het koningschap voor Israël?" Wij weten inmiddels dat dit toen niet is gebeurd, maar het koningschap voor Israël gáát hersteld worden. En waar dan wel? Gewoon waar de Koning hoort: in de stad van de grote Koning, Jeruzalem. Daar zal Hij regeren en daar zal de Davidszoon de heerschappij uitvoeren, niet alleen over Israël maar ook over de hele volkerenwereld.
De stammen van Israël worden weer teruggebracht, Jeruzalem wordt hersteld en ook het land; eigenlijk alles waarvan de profeten hebben gesproken. Ik zal u nog wat vertellen: zelfs Sodom en Gomorra zullen worden hersteld. En als u het niet wilt geloven, dan moet u dat maar eens een keertje in Ezechiël opzoeken. Wat is het? Hoofdstuk 25, geloof ik. In elk geval wordt er in Ezechiël heel uitdrukkelijk over gesproken. Geweldig!
We leven nu in een tijd waarin we, zoals ik bij een andere gelegenheid ook wel eens heb gememoreerd, de laatste eeuw dingen meemaken die we dik twee millennia niet meer tegenkwamen. Al die naties die er nu in het Midden-Oosten zijn, die hebben we twintig eeuwen lang niet gekend. Libanon, een Joodse staat, Egypte: dat waren allemaal kolonies onder vreemde heerschappij. Nu, in de laatste eeuw, zijn al die landen en al die stukken weer op het schaakbord gezet. Eigenlijk is het zo dat alles waarvan de profeten ooit gesproken hebben – al die landen, volkeren en steden – weer keurig op de kaart worden gezet. Men vraagt zich af wat hier toch aan de hand is, maar dit is dus wat er gaat komen. De termijn verstrijkt, dus had je dit ook mogen verwachten.
Er is trouwens nog een mooie associatie: die van het jubeljaar. Want het jubeljaar is ook een jaar van terugkeren. Alle oorspronkelijke en verloren bezittingen gaan weer terug naar de oorspronkelijke eigenaar. Dat is ook een terugkeer, een wederoprichting. Wat er in feite gaat gebeuren als Hij gezonden wordt, Hem die de hemel moest opnemen: als Hij terugkeert, breekt het jubeljaar aan. Ik denk ook dat het letterlijk een jubeljaar zal zijn, gewoon een vijftigste jaar in de reeks. Ik denk zelfs dat het het honderdtwintigste jubeljaar is, maar goed. "Wat zeg je nu weer, André?" Het zijn vaak van die opmerkingen die je even terzijde maakt en waar de e-mails over binnen gaan komen. Hebben jullie weer wat te doen! Precies, dan ben ik weer van de straat. Zo is het.
Maar in ieder geval, dat is het: de tijden van de wederoprichting van alles waarvan de profeten gesproken hebben. Hoe dan wel? Welnu, bij monde van Zijn profeten. Het is heel aardig dat het Hebreeuwse woord voor profeet eigenlijk ook 'mond' betekent. Het idee is: een profeet is een mond van God. Het gebeurt bij monde van Zijn heilige, apart gezette profeten, en dat al vanaf de aion, vanaf de aanvang, het vroegste begin van deze aion. En dan komen we in vers 22.
Een Profeet Zoals Mozes ↑ hoofdstukken
Mozes toch heeft gezegd... Ik moet haast denken aan een vrouw die dat ook heel vaak zegt, Therese. Er gaat geen dag voorbij dat zij dat niet zegt. Mozes zei altijd, maar jij bedoelt iets heel anders. Mozes toch heeft gezegd... en nu komt er een aanhaling uit Deuteronomium 18. Trouwens, het is nog geen jaar geleden dat ik hier een keer twee of drie studies en toespraken heb gegeven over juist dat gedeelte, over de koning in Deuteronomium 18. Daar wordt via Mozes al voorzegd wat hier staat. Petrus geeft hier dus een citaat uit Deuteronomium 18.
"Mozes toch heeft gezegd: De Heere God zal u een profeet doen opstaan." Dat vind ik trouwens wel een hele... dat 'doen opstaan' is eigenlijk een beetje dubbelzinnig. Want 'doen opstaan' kan gewoon de betekenis hebben dat hij zal gaan optreden; er stond een profeet op. Maar in dit geval is het ook letterlijk zo. God zal een profeet, namelijk de Profeet, doen opstaan. Wil de ware Profeet opstaan? Nou, die is opgestaan eigenlijk. Dat is de boodschap die Petrus hier zijn volksgenoten voorhoudt.
De Heere uw God zal een profeet doen opstaan uit uw broeders. Daarmee is ook gezegd dat de profeet uit henzelf komt. Het is een profeet gelijk mij, dat wil zeggen: hij heeft het statuur van mijzelf. Maar eigenlijk is het de overtreffende trap, meer dan Mozes uiteraard. Maar een profeet gelijk mij, en die heeft God inderdaad doen opstaan. Het is ook de Profeet; ze hebben geweldige lijnen. Mozes was ook die profeet die eerst door zijn volk was verworpen. Toch? Hij wende zich tot zijn volk en dan wordt hij niet herkend. Dan vlucht hij naar de woestijn. Daar is hij 40 jaar. Drie keer 40 jaar bestaat het leven van Mozes uit; hij werd ook 120 jaar. Het is de tweede keer dat ik het over 120 heb. Maar goed, toen werd Israël verlost uit de slavernij, namelijk ter gelegenheid van het Pascha. Dat is wat Mozes zegt: er komt een profeet zoals ik, wiens leven eigenlijk een uitbeelding is van wat mij is overkomen. Ik ben een type van hem, dat is eigenlijk de gedachte: een profeet gelijk mij.
Deze man, die inmiddels – zo staat daar in Handelingen 4 vers 22, ik heb er al aan herinnerd – de 40 al gepasseerd was. Ook weer die 40 gepasseerd. Israël wordt onder leiding van Mozes uitgeleid, maar het zou pas veertig jaar later zijn dat Israël daadwerkelijk het beloofde land zou beërven onder leiding van Jozua, doortrokken door de Jordaan. Het is dus niet voor niks dat Petrus dat zo formuleert: "een profeet gelijk mij". Wat Petrus hier feitelijk zegt is: kijk waar ik het over heb, over de man. Deze man is al ver van tevoren aangekondigd. Hij zou uit uw broederen komen en later wordt er ook nog speciaal gezegd: hij zou uit het zand van Juda komen en meer speciaal nog, uit het huis van David, et cetera.
"En naar hem zult gij horen in alles wat hij tot u spreken zal." Dat "zult gij horen" kun je opvatten als: dat moet je nou horen. Die gedachte klopt op zich, maar ik hecht eraan om dat toch te zeggen: het is ook hier weer in feite een profetie. Jullie zullen naar hem horen. Niet linea recta en niet direct, maar het volk Israël zal eenmaal naar hem luisteren. Dat "zult gij" is dus ook wel degelijk een aankondiging, een voorzegging. Wat trouwens ook een voorzegging is – en die is minder fraai, maar wel al te waar: "En het zal geschieden dat alle ziel die naar deze profeet niet hoort, uit het volk zal worden uitgeroeid of uitgedelgd." Ook dat is een profetie, want de Bijbel maakt er geen geheim van dat het ongelovig deel van Israël zal omkomen. Dat zal zijn in die grote verdrukking waar de Bijbel over spreekt, voorafgaand aan de tijden van de wederoprichting. Dan zullen er velen inderdaad omkomen, namelijk zij die niet luisteren naar de woorden van de profeet. Dus ook dat is een voorzegging.
Een heleboel mensen hebben daar natuurlijk het grootste probleem mee, want die denken dan: "Oh, er staat dat elke ziel die niet naar deze profeet hoort uit het volk zal worden uitgeroeid. Dat komt dus nooit meer goed, die komen in de hel en dat is over en uit." Ja, u zegt: "Maar André, wij weten inmiddels wel beter." Natuurlijk, maar ik vind het wel goed om even te zeggen... Kijk naar het hele idee. We zijn hier in Benthuizen, een echte reformatorische plaats, en ik denk dat hier ongetwijfeld in deze kerken ook weer gepredikt zal worden: "Als Jezus terugkomt, dan breekt de eindeloze eeuwigheid aan en dan is het eeuwig wel of eeuwig wee." Maar dat kent de Bijbel dus niet. Als hij terug zal keren, dan breken de toekomende aionen, de wereldtijdperken, aan. God heeft nog een plan. Die toekomende aion zullen velen onder het volk niet beërven, niet meemaken en niet beleven. Komt het dus nooit meer goed? Ja, natuurlijk wel. God laat toch nooit varen het werk van zijn handen? Maar alles op zijn tijd. Dus ik wil dat toch even gezegd hebben, want je hebt een goed bericht of je hebt het niet.
En het zal geschieden dat alle ziel die naar deze profeet niet hoort uit het volk zal worden uitgeroeid. En al de profeten van Samuel af... Samuel wordt inderdaad heel uitdrukkelijk een profeet genoemd. Later zegt Paulus dat ook in Handelingen 3. En al de profeten vanaf Samuel en vervolgens, zovelen er hebben gesproken – dat zijn er nogal wat hoor: de grote profeten Jezus, Jeremie, maar ook de kleinere – al die profeten hebben gesproken. Waarvan hebben ze gesproken? Wel, zegt Petrus: van deze dagen. Dat wil zeggen: de dagen van de Messias, hij die zou komen. De dagen van de Messias, de dagen van de terugkeer van Israël.
U zegt: "Daar zit inmiddels 40 jubeljaren tussen, 2000 jaren inmiddels." Jawel, en opnieuw wordt het weer actueel wat Petrus toentertijd zei. Deze dagen zijn aangekondigd door al de profeten vanaf Samuel, of vanaf de aion zelfs. In feite leven we ook nu weer in hele bijzondere tijden. Waarom? Want ook nu kunnen we zeggen dat er opnieuw een termijn afloopt. Dan word je wakker als je je dat bezint. Als je niet langer onwetend bent en je realiseert je dat... Wow! Wat gaat er allemaal nog gebeuren? Het wordt in de wereld ook steeds spannender; dat hoef ik niet verder toe te lichten. Zovelen er hebben gesproken, hebben ook deze dagen aangekondigd, zegt Petrus. Dit was het jaar 30. Het was het jaar van de dood, van de opstanding en van de hemelvaart van de Heer. Nou, alsjeblieft.
De Zonen van de Profeten en het Verbond met Abraham ↑ hoofdstukken
En dan zegt Petrus er nog bij: "Jullie – ik spreek die mannen van Israël aan – jullie zijn de zonen van de profeten." Dat wil zeggen, in de Bijbelse gedachte is een zoon ook de erfgenaam, of een opdeelbezitter zo u wilt. In ieder geval ligt de erfenis van de profeten bij jullie. En niet alleen de erfenis van de profeten, maar ook de erfenis van het verbond; van het nieuwe verbond, maar ook het verbond dat God met jullie vaderen gemaakt heeft. Daar zijn jullie erfgenamen van. Jullie zijn de zonen van de profeten en van het verbond dat God met jullie vaderen gemaakt heeft toen Hij tot Abraham zei... Let op, dat verbond dat God met Abraham sloot, was onvoorwaardelijk. Van het oude verbond kun je zeggen dat daar voorwaarden aan verbonden waren, vandaar ook dat het weer tijdelijk was, maar dat verbond met Abraham was onvoorwaardelijk.
En wat zei God tegen Abraham? "In uw zaad zullen alle stammen van de aarde gezegend worden." Je zou in eerste instantie misschien nog kunnen denken dat hij daarbij doelt op het nageslacht van Israël en dergelijke, en dat is niet geheel onwaar, maar laat ik u meteen de uitleg geven die de apostel Paulus daarvan geeft in Galaten 3 vers 16. Daar staat: "Nu werden aan Abraham de beloften gedaan en aan zijn zaad." En dan krijg je de toelichting van Paulus. Hij zegt niet 'aan zijn zaden', meervoud, maar in het enkelvoud: 'aan uw zaad'. Paulus zegt dan dat dit in de diepste zin een enkelvoud is. Ja, het is taalkundig sowieso een enkelvoud, maar het slaat ook op die Ene, namelijk Jezus de Christus. Dat is de diepere zin van het zaad in het enkelvoud: in uw zaad, dat wil zeggen de Christus, zullen alle stammen van de aarde gezegend worden.
Dan krijg je vers 26, mag ik daar nog één ding over zeggen? Daarom is Israël ook uitverkoren; aan hen zijn de woorden Gods toevertrouwd. Dat volk is dat zegenkanaal, ook via de Messias, om de hele wereld te zegenen. Als God uitkiest – ik zeg het erbij omdat ik deze week via het internet nog een gesprek hierover had over uitverkiezing, waarbij de gedachte ook weer was van: "Ja, als je uitverkoren bent dan zit je goed, en als je niet uitverkoren bent dan heb je weer dat eeuwige wee, dat komt nooit meer goed" – maar in de Bijbelse zin is uitverkiezing altijd dat God een kanaal van zegen uitkiest. Dat is niet ten koste van de rest. Als God Abraham uitkiest, dan is dat niet omdat de rest van de wereld Hem niet interesseert. Dat is juist omdat Hij via Abraham heel de aarde en alle geslachten van de aardbodem gaat zegenen. Dat is een heel andere gedachte over uitverkiezing. Als God bijvoorbeeld David uitkiest in het gezin van Isaï, dan betekent dat niet dat de rest van het gezin dus niet interessant is. Nee, Hij kiest die ene uit om Zijn plannen te realiseren. Dat is uitverkiezing.
God heeft in de eerste plaats, primair voor jullie mannen van Israël, Zijn Jongen, Zijn knecht – ik heb dat de vorige keer toegelicht – doen opstaan. Via een gelovig Israël zouden alle volkeren der aarde worden gezegend, want dan krijg je de geweldige gedachte: de Heer keert terug, Israël wordt hersteld en komt in haar land, de Messias zal de troon van David gaan innemen en via het volk van Israël en via de stad Jeruzalem gaat de hele volkerenwereld daar de vruchten van plukken. Dat is wat wij dan noemen de duizend jaren en dat Messiaanse rijk. Dus via Israël. God heeft in de eerste plaats voor jullie Zijn Jongen doen opstaan en Hem tot jullie gezonden om jullie te zegenen. En wel hoe dan? Wel door een ieder van jullie af te brengen van zijn boosheden. Dat betekent dus dat Israël een kanaal van zegen wordt doordat ze worden afgekeerd van hun boosheden. En dat is in dit geval dat ze niet zouden luisteren naar de Profeet; daar zullen ze van worden afgekeerd en dat is juist ook de zegen.
Conclusie: een Levende Illustratie van Israëls Toekomst ↑ hoofdstukken
In feite eindigt hier ook de toespraak van Petrus. Ja, ik zeg wel dat de toespraak eindigt, maar strikt genomen is dat niet waar. In feite wordt hij onderbroken, of afgebroken zo u wilt. Want er staat in Handelingen 4 vers 1 – ik lees het maar even voor: "En terwijl zij tot het volk spraken, overvielen hen de priesters, de hoofdman van de tempel en de Sadduceeën, zeer verontwaardigd omdat zij het volk leerden en in Jezus de opstanding uit de doden verkondigden."
Dus in feite gaat de geschiedenis nog verder. Of ik dat ook ga doen, dat weet ik nog niet, maar dat is een verrassing, zou u zeggen. Maar Petrus heeft in ieder geval het allerbelangrijkste gemeld. En dat is dit: via dit hoofdstuk, via dat geweldige wonderteken dat plaatsvond met die man – die veertigjarige man die verlamd was, ongeschikt en impotent – wordt hij opgericht. Hij krijgt nieuw leven. Dat is eigenlijk de boodschap: een levende illustratie van wat er met Israël zal gebeuren, met alle gevolgen van dien, van de wederoprichting van alle dingen.
Er gaat dus nog heel veel gebeuren en God heeft nog zo ontzettend veel in petto. "Met ons," zult u zeggen? Jazeker, maar ook met Israël en met de volkerenwereld. Man, man, man... Wordt het nog leuk? Ja, dat gaat zeker leuk worden. Dat lijkt me trouwens nog een eufemisme. Het is geweldig wat God van zins is te doen. Dat we daarop kunnen staan en bouwen, dat is dat profetische woord dat zeer vast is en dat schijnt als een lamp in een duistere plaats. Zullen we het daarbij laten?
UltimateGoodNews