de verlamde bij de Schone poort (5)
11-08-2024 - Geplaatst door Andre PietBenthuizen
De genezing van de verlamde, de publieke toelichting van Petrus op het tempelplein en het proces de navolgende dag voor de Joodse Raad, worden beschreven in Handelingen 3 en 4. Nog één passage in het vierde hoofdstuk rest ons ter bespreking. Daarin lezen we dat Petrus en Johannes na hun vrijlating terugkeren en vertellen van de censuur die hen was opgelegd. Niet gehinderd door angst richten de gelovigen in Jeruzalem eenparig hun gebed tot God, zodanig dat de plaats waar zij vergaderd waren, beefde. Met nog meer impact en vrijmoedigheid dan voorheen, deed het woord van God zijn werk!
Powered by RedCircle
📝 Samenvatting & Transcriptie van deze lezing
⏱️ Hoofdstukindeling van deze studie:
- Terugblik op de Geschiedenis van de Verlamde Man
- Vrijlating Door het Sanhedrin en Verslag aan de Gelovigen
- Eenparig Gebed tot God als de Absolute Bezitter (despoot)
- Tijd, Toeval en Gods Absolute Beschikking (prediker 9)
- Citaat uit Psalm 2: Waarom Woeden de Natiën?
- De Volken van Israël en de Vervulling van Psalm 2
- Gebeurtenissen Naar de Bepaalde Raad en Voorkennis van God
- Gebed Om Vrijmoedigheid te Midden van Dreigementen
- De Inversiestructuur van het Gebed
- De Plaats Geschud: Megakracht en Grote Genade
Terugblik op de Geschiedenis van de Verlamde Man ↑ hoofdstukken
Ja, het kan vreemd gaan. Want aanvankelijk, zo herinner ik mij nog van enige maanden geleden, zou ik over deze geschiedenis slechts één spreekbeurt geven. Dat werden er twee, toen werden het er drie, en vier. En de vorige keer wist ik nog niet zeker of ik het zou completeren tot een vijfde, terwijl ik toen al aangaf dat het feitelijk dan wel zou moeten. Nou ja, als je dan toch bezig bent, dan gaan we er ook mee door. Bovendien had ik inderdaad wel het gevoel en de beleving dat het op deze wijze toch wat incompleet was. Dus we voltooien deze geschiedenis, deze serie.
Want strikt genomen zou je kunnen zeggen dat wat we straks ook gaan lezen – en dat was overigens ook al zo de vorige keer toen we hoofdstuk 4 bespraken – voor een groot gedeelte niet eens meer direct te maken heeft met de geschiedenis van de verlamde man. Toch is het allemaal naar aanleiding van de genezing van die man dat dit alles staat opgetekend. Het is dus één geschiedenis. Het heeft ook allemaal plaatsgevonden in twee dagen, daar komt het in feite op neer.
Laat ik nog even terugblikken. Het is mooi als je wat overzicht wilt hebben om de structuur te zien van zo'n geschiedenis. In dit geval pak ik dan beide hoofdstukken, Handelingen 3 en hoofdstuk 4, erbij. Dan zullen we zien dat het niet alleen maar een bepaalde verhaallijn is, maar dat het ook prachtig is opgebouwd. Daarbij zie je dat het begin feitelijk weer aansluit bij het einde. De cirkel is dan weer rond, of zoals in andere metaforen wel gezegd wordt: de slang bijt weer in zijn eigen staart. Dan ben je eigenlijk weer terug bij af. Dat laat ik bij dezen ook weer zien.
In de eerste studie hebben we de eerste elf verzen van hoofdstuk 3 besproken, waarin het wonder wordt beschreven van de man die daar al, nou ja, hij was inmiddels meer dan veertig jaar oud en vanaf zijn geboorte verlamd. Bij het passeren van Johannes en Petrus lees je dat hij genezen wordt. Want in de naam van Jezus, de Nazarener, zeg ik u: sta op en wandel. Die man springt en huppelt zo de tempel in. Daar wordt verslag van gedaan.
Vervolgens, en dat was de tweede en de derde bespreking, wordt er antwoord gegeven op de vraag die bij het volk leefde: wat is hier aan de hand? Hoe heeft dit kunnen gebeuren? Want dat het een evident wonder was, was duidelijk. Ze kenden deze man en men was ontsteld dat zij dit met hun eigen ogen hadden gezien. Daar kwam trouwens nog bij dat, op het moment dat Petrus het woord neemt, die man daar inmiddels gewoon bij hen stond. Petrus gaat dan antwoord geven op de vraag die zij in feite stellen, namelijk: wat is hier gebeurd en hoe kon dit gebeuren?
Wat Petrus dan doet, is laten zien dat het niet alleen maar een wonder is wat daar plaatsvond, maar ook een teken. Het heeft betekenis. Die verlamde man spreekt, kort en goed, in zijn verwijzing naar de situatie en de conditie van het Joodse volk, dat ook verlamd is. Maar door slechts op te zien naar boven, zou er ook voor het Joodse volk een geweldig wonder plaats gaan vinden. Namelijk, dat is wat Petrus dan vertelt, dan zouden de woorden van de profeten in vervulling gaan. De Messias zou terugkeren. Men bevond zich in die zin bij de Schone poort. Dat wil zeggen: men had uitzicht op een geweldig perspectief, want het Messiaanse Rijk zou in die dagen kunnen gaan aanbreken. Dat is wat met zoveel woorden door Petrus wordt verteld en uitgelegd.
Dat is het antwoord dat hij dan geeft en we zijn daar een tweetal keren vrij diep op ingegaan. Vervolgens, en dat was de laatste keer twee weken geleden, hebben we ons beziggehouden met het vierde hoofdstuk en daar hebben we flinke stukken van besproken. In de eerste zeven verzen wordt beschreven hoe het Sanhedrin Petrus en Johannes arresteert. Vervolgens lees je in vers 8 tot 12 dat Petrus opnieuw het woord neemt en antwoord geeft op de vragen en de beschuldigingen die geuit worden vanuit het Sanhedrin.
Dan krijg je vervolgens dat het Sanhedrin weer aan zet is en hen een spreekverbod oplegt. Dat wordt toegelicht in de verzen 13 tot en met 18. Dan is het weer Petrus die het woord neemt en toelicht hoezeer het voor hen volstrekt onmogelijk is om in te gaan op dat verzoek. Nou ja, het was eigenlijk geen verzoek; het was gewoon een regelrecht verbod om überhaupt nog iets te zeggen en te spreken op gezag van de naam van Jezus, de Nazarener, die enkele maanden tevoren door datzelfde Sanhedrin nog was overgeleverd aan de Romeinse heersers om te worden gekruisigd.
Dit wordt vervolgens uitgelegd en u ziet hier iedere keer het antwoord en de reactie van het Sanhedrin. Weer een antwoord, weer een reactie, en dan opnieuw een antwoord. Uiteindelijk volgt de reactie van het Sanhedrin dat de twee moesten worden vrijgelaten, want ze hadden geen enkel excuus om dat niet te doen. Tenslotte zie je hoe de cirkel rond is, zoals ik zojuist bedoelde: het eindigt in vers 21 en 22 met een beschrijving van het wonder. Er wordt op teruggeblikt. Waar het in het begin het wonder 'sec' was – het verslag van wat er precies had plaatsgevonden – eindigt het nu met een beschrijving van het wonder, maar vooral ook de uitwerking en de impact die het heeft gehad. Zo zie je dat deze twee hoofdstukken structureel prachtig zijn opgebouwd. Daarmee heb ik feitelijk samengevat wat we in de afgelopen vier bijeenkomsten hebben besproken. Dat betekent dat we nu de draad kunnen oppakken. We hebben nog een aantal verzen te gaan, want dan lees je:
Vrijlating Door het Sanhedrin en Verslag aan de Gelovigen ↑ hoofdstukken
Een paar verzen eerder lazen we dat de mannen van het Sanhedrin hen vrijlieten, omdat zij niets konden vinden om hen te straffen. Men wilde hen wel straffen, maar daar heb je een enigszins redelijk motief voor nodig, of in elk geval een excuus. Maar zelfs een excuus konden ze niet bedenken.
Dat was bovendien de echte reden waarom ze hen lieten gaan. U weet hoe dat gaat in de politieke regionen: men vindt altijd wel een stok om te slaan en een excuus dat je kunt geven, maar dan heb je wel één ding nodig, en dat is de goodwill van het volk die daarmee instemt. En dat zagen ze dus niet zitten. In feite werden zij gedreven door angst. Hoe vrijmoedig en met kracht de apostelen ook optraden, zo bang waren de machthebbers, hoewel zij de macht hadden. Petrus en Johannes waren maar simpele vissers, maar zij spraken de waarheid, en dat is het grote verschil.
Het was inderdaad angst, want er staat bij: 'en wel om het volk'. Zo tekent Lucas dat aan, want heel het volk verheerlijkte God om hetgeen er geschied was. Dat was de normale reactie, maar de machthebbers zagen hun eigen hachje verloren gaan en hun machtspositie zou daarmee verdwijnen. Bovendien zou men daarmee feitelijk erkennen dat wat zij enkele maanden eerder hadden gedaan — namelijk Jezus overleveren aan de Romeinen om te worden gekruisigd — fout was geweest. Als er één ding is waar macht een hekel aan heeft, dan is het wel toegeven dat je inderdaad een foute beslissing hebt genomen. Het was dus inderdaad angst waardoor men gedreven werd; men was genoodzaakt om hen vrij te laten.
We lezen dan dat zij, nadat ze waren vrijgelaten, naar 'de hunnen' gingen en hun alles mededeelden. Die 'hunnen' zullen in dit geval niet zozeer de families geweest zijn, maar vooral de andere apostelen en in het algemeen de kring van gelovigen. Ik moet erbij zeggen dat die kring inmiddels al heel erg was uitgebreid. We zagen de vorige keer in hoofdstuk 4 vers 4 dat de kring was uitgebreid van drieduizend mensen op de Pinksterdag die gelovig waren geworden in Jezus de Messias, naar inmiddels vijfduizend man door dit wonder. Er was dus nog eens tweeduizend man bijgekomen.
Hierbij laat ik even in het midden of 'man' hier heel letterlijk genomen moet worden als alleen mannen, of gewoon zoals wij het meestal ook zeggen: 'er zitten hier zo'n zestig of zeventig man', maar dan inclusief de vrouwen. Dat is het gewone spraakgebruik en in de Bijbel is dat ook dikwijls het geval; het is eigenlijk heel inclusief. Men zegt tegenwoordig natuurlijk dat dat wat seksistisch is, maar laten we dat maar even terzijde schuiven.
Ze gingen dus naar hen toe en deelden alles mede wat de overpriesters en de oudsten — kortom het Sanhedrin — tot hen had gezegd. Dat kun je in één woord samenvatten: een spreekverbod. Oftewel een gebod om te zwijgen. Ze mochten die Naam niet meer noemen en ze waren daarvoor zelfs bedreigd. En toen de kring aan wie zij dit vertelden dit hoorde...
Eenparig Gebed tot God als de Absolute Bezitter (despoot) ↑ hoofdstukken
Toen dezen het hoorden, verhieven zij eenparig hun stem tot God. Dat is altijd wel mooi zoals dat in de Bijbel geformuleerd wordt: op het moment dat je tot God spreekt, dan hef je je hoofd omhoog. Ook in dit geval verheffen zij hun stem tot God. God wordt geacht boven ons te zijn – ik geloof zelfs letterlijk – maar in ieder geval, wat doe je dan? Je spreekt, je verheft je stem, en dat wil zeggen dat je je naar boven richt. Dat is wat gebed eigenlijk ook is.
Zij deden dat eenparig. Ik heb even ingezoomd en een screenshot gemaakt van het ISA-programma. Als je kijkt naar dit bewuste Griekse woord, dan zie je dat dit in de concordante versie van ISA vertaald wordt met 'eensgezind'. In de NBG wordt dat weergegeven met 'eenparig'. Dit is het Griekse woord en het bijbehorende Strong-nummer. Ik geef meteen maar even weer hoe dat werkt met Bijbelstudie: als je een mooi interlineair programma hebt, dan kun je de dingen checken via de codering waaronder je een woord kunt vinden. Het woord is opgebouwd uit twee elementen: het begint met 'homo', wat 'gelijk' betekent, en een deel dat 'voelen' betekent. Het bestaat dus uit de elementen 'gelijk' en 'voelen', en idiomatisch geef je dat weer met 'eensgezind'. Dat is wat hier gezegd wordt. Ik mag aannemen dat er één is geweest die het woord heeft genomen en dat allen daarmee hebben ingestemd. Feitelijk is dat ook de gedachte die je vaker in de Bijbel terugvindt: dat er in gebed iets wordt uitgesproken, iemand spreekt en de anderen beamen dat letterlijk door allemaal 'Amen' te zeggen. Daarmee stemmen zij in. Dat is eigenlijk ook wat je doet met zingen; als uit één mond komt dan de bevestiging.
Eenparig of eensgezind verhieven zij hun stem tot God en ze zeiden: "Gij Bezitter." U ziet het hier cursief staan, wat betekent dat ik de tekst even gewijzigd heb. In de NBG-vertaling staat 'Gij Here', maar dat is ook het vertaalwoord wat men gebruikt voor kurios. Dat is niet concordant als je aan twee verschillende Griekse woorden één hetzelfde vertaalwoord geeft. 'Bezitter' of 'Eigenaar', zegt het ISA-programma. Het interessante is dat er hier een woord staat dat wij allemaal herkennen, namelijk het woord despotes. Wat is een despoot? Dat is iemand die iets bezit en daar een absoluut eigendom over heeft. Meestal gebruiken wij het woord 'despoot' natuurlijk negatief. Waarom? Omdat het een absolute heerser is; iemand die niet alleen maar heerschappij heeft, maar dat ook absoluut doet, waarbij geen enkele uitzondering bestaat. De wil van de despoot is wet. Zo gebeurt het en er is geen enkele uitzondering op.
Dan begrijp je eigenlijk ook meteen dat de term zelf al aangeeft dat het maar op één iemand werkelijk van toepassing kan zijn. Op het moment dat een mens dit claimt, namelijk absolute heerschappij, dan is dat feitelijk blasfemisch. Je eigent je iets toe wat slechts één iemand toekomt, namelijk degene die alles gemaakt heeft. Als je iets maakt, dan is het jouw eigendom en mag jij ermee doen wat je wilt. Dit motief vind je natuurlijk op allerlei wijzen in de Bijbel beschreven. Misschien wel het mooiste hoofdstuk dat daarover gaat is Romeinen 9, het hoofdstuk waarin Paulus uitlegt dat de grote Schepper, de Creator, de Pottenbakker is. Hij beschikt en Hij maakt vaten tot eer en vaten zonder eer. Dat is Zijn recht, maar Hij is perfect. Wat Hij doet is per definitie goed.
Hij is de Bezitter en dat heeft er inderdaad mee te maken dat Hij de oorsprong is. Hij is degene die de dingen bedacht heeft, tot stand heeft gebracht en vervolgens ook vormgeeft. Dat is wat hier staat: "Gij Bezitter, Gij Despoot." Misschien had ik het zelfs onvertaald moeten laten, want dan is de betekenis meteen helder. "Gij Despoot, Gij zijt het die gemaakt heeft" – niet geschapen, maar gemaakt. Er staat eigenlijk: "Gij die maakt", zonder horizon. Gij die de hemel maakt, het land of de aarde. Ik heb al vaker op deze plaats verteld dat zowel in het Hebreeuws als in het Grieks het woord voor 'aarde' en 'land' gewoon identiek zijn. Wij maken verschil, maar in de Bijbelse talen kun je dat verschil op die manier niet eens uitdrukken. Het land, het droge in het algemeen of een specifiek stuk droog land; meestal heeft de Bijbel de betekenis van een verwijzing naar Haaretz, oftewel het land Israël, maar dat hangt af van de context.
Waarom is Hij de Despoot? Waarom heeft Hij de absolute heerschappij? Wel, Hij is de Maker van de dingen. Niet alleen de Schepper die het tot stand brengt, maar ook degene die het vervolgens vormgeeft, want dat is wat het woord 'maken' ook uitdrukt. Hij maakt het. Je kunt iets creëren, maar het vervolgens ook maken – niet alleen maar in de zin van repareren, zoals je een fiets maakt, maar gewoon zoals je een kunstwerk maakt. In feite is de schepping Zijn eer. Dat staat in Psalm 19 ook: "De hemelen vertellen Gods eer en het uitspansel is het werk van Zijner handen." Het is Zijn eer, juist omdat Hij het maakt. Hij drukt Zichzelf daarin uit. Hij is degene die de hemel, het land, de aarde zo u wilt, de zee en al wat daarin is, maakt. Dat slaat in dit geval op alles, op al het voorgaande: de hemel, het land en de zee.
Dat is wat in de Schrift altijd zozeer de nadruk heeft: Hij is God, Hij is de Despoot. U moet de negatieve associaties even vergeten en u gewoon realiseren: Hij heeft de absolute heerschappij. En het is niet alleen zo dat Hij dat claimt – want zo gaat het met menselijke despoten. Je claimt heerschappij, maar uiteindelijk moeten zij ook van alles. Despoten zijn ook altijd bang, want je claimt weliswaar de macht en je probeert alles in het werk te stellen opdat mensen daadwerkelijk doen wat je wilt, maar een mens is maar een mens. Voor je het weet is je positie weg; zijn er andere mensen die ook despoot willen zijn. Dus is despotisme onder mensen altijd gepaard met angst. Maar bij Hem niet, Hij is de echte Despoot. Hij beschikt namelijk de dingen. Hij is inderdaad despotisch, want al wat Hij maakt, dat bezit Hij omdat Hij alles maakt. Hoe vaak zeggen we dat niet? Maar dat is de reden waarom we werkelijk hier samen zijn rondom een goed bericht: want bij Hem gaat er nooit iets mis. Er gaat namelijk ook niets buiten Hem om; de plussen en de minnen. Ik reflecteer daar nu wat uitgebreid op, maar dat heeft er ook alles mee te maken.
Tijd, Toeval en Gods Absolute Beschikking (prediker 9) ↑ hoofdstukken
Want alles heeft zo zijn reden. Ik heb van de week naar een bijbelstudie geluisterd, althans deels gezien en geluisterd, naar een serie van iemand van het Nederlands Bijbelstudiecentrum – ik zal verder geen namen noemen – maar daarin werd betoogd dat het aardse leven aan toeval onderhevig is. Wij wonen hier. Nou ja, wij nog niet, maar we zijn hier ook nog niet weg. In die studie werd betoogd dat er een heleboel is waar God niets mee te maken heeft, wat er in ons leven ook gebeurt. Het werd echt serieus zo betoogd; de hele serie ging daar eigenlijk over. De mens zelf heeft de verantwoordelijkheid en ons hele aardse leven hangt van toeval aan elkaar. "Denk je nou werkelijk dat God zich bezighoudt met jouw gezondheid, met ziekte, of met het moment van sterven?" Dat gebeurt gewoon, zo was de redenering.
Hij had er ook een mooie tekst voor: Prediker 9 vers 11. Dat zeg ik nu misschien wat gekscherend, maar het is namelijk ook een prachtige tekst. In Prediker 9 vers 11 staat dat het niet de sterksten zijn die de wedstrijd winnen. Zojuist zijn de Olympische Spelen geweest, nietwaar? Het zijn niet de snelsten... hoe staat het er nou precies? Je zou het even moeten opzoeken. Als ik daar toch op inga, dan moet ik het goed doen. Ik kan de tekst altijd heel goed onthouden en gemakkelijk vinden, weet u waarom? Omdat het 9-11 is. Prediker 9 vers 11: "Wederom zag ik onder de zon dat niet de snelsten de wedloop winnen, noch de sterksten de strijd, noch ook de wijzen het brood, noch ook de schranderen de rijkdom, noch ook de verstandigen de gunst; want tijd en toeval treffen hen allen."
Met andere woorden: mensen, zeker als je een wedstrijd gewonnen hebt, vinden het hun eer om te zeggen: "Ik heb daar de kwaliteiten voor." Maar er zijn allerlei factoren die 'toevallig' zo werken waardoor jij inderdaad daartoe in staat was. Bijvoorbeeld omdat je zwakkere tegenstanders had die, om welke reden dan ook, zwak waren of niet zo gezond of fit. Er zijn duizend-en-één factoren die in feite een rol spelen. Vandaar ook dat Prediker zegt dat het uiteindelijk ook gaat om het momentum dat je nodig hebt; net dat ene tijdstip dat iets gebeurde en ook net toevallig dat de dingen zo samenliepen dat het gaat zoals het gaat.
Dus is het waar dat tijd en toeval allen treffen? Jazeker. Eigenlijk is het feit dat u hier bent ook 'toevallig'. U zegt: "Nou, ik heb hier toch echt zelf voor gekozen vanmorgen." Jawel, maar ga het voor uzelf maar eens na. Hoe ben je bijvoorbeeld aan je partner gekomen? Toevallig voorbij fietsen? Laten we het niet te uitgebreid bespreken, maar u voelt wel aan waar ik naartoe wil. Het is vaak een toevallige ontmoeting of een toevallige beslissing, maar het kan wel helemaal je leven vormgeven en je beslissingen beïnvloeden, terwijl het een hele piepkleine, toevallige keuze is geweest dat het zo gegaan is. Ja, tijd en toeval treffen allen.
Wat de bewuste spreker waar ik op doelde betoogde, is dat het allemaal toeval is. Uiteindelijk ging het er vooral om dat de mens de verantwoordelijkheid heeft; de mens moet inderdaad zijn keuzes maken. Waar ook nog wel wat voor te zeggen is, maar één ding vergat hij te zeggen: dat al die toevalligheden door één Iemand beschikt worden. In de Bijbel vind je ook toeval. Je leest dat Ruth 'toevallig' op de akker van Boaz kwam. Toevallig kwam er een Samaritaan voorbij in de geschiedenis van de man die half dood aan de kant van de weg lag. Toevallig, dat is waar. Maar er is er Eén die de dingen doet toevallen.
Er is nog steeds toeval, maar er is er Eén die dat beschikt. Er is een God. In feite is wat die bewuste bijbelleraar deed, wegredeneren dat er een God is. Hij zegt eigenlijk: niet God bepaalt de uiteindelijke eindbestemming van de mensheid en van elk creatuur, dat doen de mensen zelf. Het ligt dan helemaal bij de mens en dan ben je natuurlijk gewoon weer bij het heidendom uitgekomen. Dan is er immers geen God, geen Almachtige die de dingen beschikt. Ik ben blij dat het waar is dat er Eén is: een despoot, een beschikker, een bezitter. Absoluut. Die alles gemaakt heeft: de hemel, de aarde, de zee en alles wat daarin is. En Hij bezit en Hij beschikt.
Citaat uit Psalm 2: Waarom Woeden de Natiën? ↑ hoofdstukken
Dit is het gebed dat zij bidden naar aanleiding van wat zij hadden gehoord van Petrus en Johannes. En dan staat er: "Gij Bezitter, Gij zijt het die gemaakt heeft de hemel, het land, de zee en alles wat erin is; die door de heilige Geest bij monde van onze vader David, uw jongen, gezegd hebt..." "Uw jongen" — ik ga dat niet nog een keer toelichten, want inmiddels zijn we het al twee keer tegengekomen. Juist in deze hoofdstukken in Handelingen vind je het diverse keren terug. Meestal wordt het vertaald met knecht, maar eigenlijk staat er jongen, vergelijkbaar met het Engelse boy of het Franse garçon. Dat betekent ook jongen, maar het heeft de betekenis van een hulp, een knechtje.
"Gij die door de heilige Geest bij monde van onze vader David, uw jongen, gezegd hebt..." Wat er nu gaat volgen, is een citaat uit een psalm, en wel de tweede psalm, waar trouwens in het boek Handelingen heel dikwijls aan gerefereerd wordt. Ook Petrus had dat in Handelingen 2 nog gedaan. Wat er nu volgt is dus een citaat: "U hebt ooit, duizend jaar geleden, bij monde van onze vader David dit gezegd: Waarom woedden de natiën en bedenken volkeren ijdele raad?" Dat is een geweldige psalm. Zo begint die psalm ook.
Het is trouwens van belang, en het moet even onderstreept worden, dat als je nu naar Psalm 2 toe gaat, het blijkt te gaan over een eindtijdelijke zetting. Dat wil zeggen: het gaat over de tijd, over de toekomstige dag van toorn, dat God zal optreden en de volkeren zal stukslaan. Je leest het ook: Hij zal alle tegenstand stukslaan gelijk pottenbakkerswerk. Dan gaat Hij optreden. Vandaag zwijgt God, maar dan zal Hij gaan spreken in Zijn toorn en Hij zal dan ook vanuit Jeruzalem gaan regeren. Daar staat in diezelfde Psalm 2 ook over de razernij van de natiën, die dan zeggen: "Laat ons hun banden van ons werpen." En dan zegt de psalm: "Die in de hemel zetelt, Hij lacht."
Ik vind dat geweldig. Ik vind het geweldig dat, terwijl wij ons misschien druk maken over wat er in de krant staat of over wat er in de wereld gebeurt — natuurlijk, het kan je hart in beweging brengen als je ziet wat er allemaal plaatsvindt aan oorlogen, conflicten, ellende en honger veroorzaakt door menselijke keuzes — dat er Eén is die spot. Hij ligt bij wijze van spreken krom van het lachen om alles wat de mensen bedenken, beweren en claimen. Die in de hemel zetelt, lacht hen uit en spot met hen. En dan staat er: "Ik toch" — dat is God die dan het woord neemt — "Ik toch heb mijn koning gesteld op Sion, op mijn heilige berg."
Daarvanuit gaat de Messias straks regeren en korte metten maken met alle tegenstanders. Waarom ik dit nu even aanhaal, is om context te geven aan wat er in Psalm 2 geprofeteerd wordt. Psalm 2 is feitelijk gewoon nog profetisch, dat wil zeggen: ook toekomstig. Dit gaat binnenkort zijn vervulling vinden. Het loutere feit dat dit nu in dit gebed wordt aangehaald, is geen volledige uitleg van Psalm 2. Het is een toepassing daarvan of, zo u wilt, een voorlopige voorvervulling. Je moet niet de hele context van Psalm 2 meenemen in de uitleg van Handelingen 4; het gaat om dat wat aangehaald wordt: het citaat.
Als ik iemand citeer — trouwens, kijk maar eens in de Bijbel hoe dat in het algemeen gaat. Paulus citeert bijvoorbeeld een Romeinse of Griekse dichter in Handelingen 17 op de Areopagus. Dan is het niet zo dat je de hele context van dat gedicht of de achtergrond van die man erbij moet betrekken. Het gaat puur om die ene uitspraak die aangehaald wordt. Ik vind dat vrij logisch, maar het is in dit verband ook van belang. Het gaat niet om een uitleg van de hele Psalm 2, maar alleen om dat wat er aangehaald wordt. Dat was toentertijd helemaal van toepassing, en vandaag trouwens ook: "Waarom woeden de natiën en bedenken volkeren ijdele raad?"
Moet u zich voorstellen: net in dat jaar was het gebeurd dat Herodes en Pontius Pilatus, de machthebbers en het Sanhedrin, allemaal samen hadden gespannen in nota bene Jeruzalem tegen de Messias. Tegen die achtergrond is dit citaat zeer ter zake. Het is een retorische vraag: "Waarom woeden de natiën en bedenken volkeren ijdele raad?" Dat wil zeggen: het gaat helemaal nergens over, het is lucht. Ze zeggen dit wel, maar ze kunnen niets waarmaken. Het is waanzin waar ze mee bezig zijn. Vandaar ook dat er daarboven heel hard om gelachen wordt. Het is maar net welk perspectief je hebt; je moet de dingen van bovenaf bekijken, dan hebben we nog wat te lachen.
"Waarom woedden de natiën en bedenken volkeren ijdele raad? De koningen van het land" — of zo u wilt: de koningen van de aarde, maar in het Hebreeuws is dat hetzelfde. In dit geval vind ik "land" beter passen, want dan kun je het specifiek van toepassing brengen op het land van Israël. "De koningen van het land hebben zich opgesteld en de oversten zijn tezamen vergaderd tegen de Heer" — God, Adonai, maar eigenlijk Yahweh — "en tegen zijn Gezalfde." Tegen zijn Mashiach; zijn Christus staat er eigenlijk, maar dat betekent Zijn Gezalfde. En dat is precies wat hier aan de hand is. Want dit was het citaat, en nu in het gebed wordt het ook zo uitgelegd.
De Volken van Israël en de Vervulling van Psalm 2 ↑ hoofdstukken
Want inderdaad, dat wil zeggen: naar waarheid, het klopt. In deze stad zijn zij vergaderd tegen Uw heilige Jongen – tegen Uw heilige knecht, zo u wilt – Jezus, die Gij gezalfd hebt. God had Hem als Zijn heilige Jongen apart gesteld; Hij is de Knecht van Yahweh, Yeshua, die Hij gezalfd heeft. En wanneer gebeurde dat? Hij werd gezalfd met heilige geest. Dat was sowieso bij Zijn doop, zoals je dat in Handelingen 10 al leest. Toen Zijn publieke bediening aanving en Hij door Johannes in de Jordaan ondergedompeld werd en opstond, leest u dat de Heilige Geest in de gedaante van een duif op Hem kwam. Dat was al Zijn zalving; zo wordt het in Handelingen 10 ook echt genoemd.
Maar feitelijk was dat dan ook weer een beeld van wat later definitief zou gebeuren, namelijk toen Hij opstond uit de doodswateren – of letterlijk uit de dood, moet ik dan zeggen. Hij kreeg de geest, dat wil zeggen: leven, en Hij stond op uit de doden. Dat is dus bij Zijn opstanding; toen werd Hij daadwerkelijk en definitief gemaakt tot Heer en tot Christus. Ook dat staat in Handelingen 2. In hetzelfde boek vind je dus eigenlijk alle tekst, uitleg en toelichting daarop. In deze stad zijn zij vergaderd tegen Uw heilige Jongen Jezus, die U gezalfd hebt. En dan worden ze bij name genoemd: Herodes, zowel als Pontius Pilatus. Zij beiden heersten in die tijd, in datzelfde jaar, in Jeruzalem: Herodes als koning van de Joden, van Judea, en Pilatus als Romeins stadhouder. Er staat nog bij: Herodes, zowel als Pontius Pilatus, met de natiën en de volken van Israël.
Hier is deze formulering heel boeiend. Het feit dat het zo genoemd wordt, is ook om aan te sluiten bij het citaat dat zojuist gegeven werd uit Psalm 2. Want toen was de vraag: waarom razen de natiën en bedenken de volken ijdele raad? Natiën en volken. En inderdaad, dat zijn natiën... Maar wat hier vooral opvalt, is de uitdrukking "de volken" of "de bevolking" van Israël. Het is eind september dat er weer een Bijbelstudie – nee, een Goed Bericht-conferentie – in Maarn staat gepland, en dan zal het onder andere ook over dit onderwerp gaan: over de twaalf stammen, over de natiën en over het Joodse volk. Deze week hoop ik het te gaan aankondigen op de website.
Maar de volken van Israël verwijzen inderdaad naar het Joodse volk, oftewel de twaalf stammen. Dit wordt heel erg ontkend, maar diezelfde organisatie waar ik zojuist even naar verwees, legt het bijvoorbeeld altijd zo uit: Israël, het Joodse volk, heeft de Heer Jezus verworpen, maar "Israël" – dat zijn dan de tien stammen – die hebben Hem aanvaard. Kent u die uitleg niet? Nou, ik wel; ik ken hem zelfs erg goed. Maar één zo'n vers – en daar is dus veel meer over te melden – geeft al aan dat dit dus niet klopt. Want hier wordt gesproken over de volken van Israël. De stammen van Israël heten gewoon het Joodse volk; dat is de groep die zich vertegenwoordigd wist in Jeruzalem. En zij streden tegen – hoe was het? – Uw heilige Jongen Jezus. Het zijn de volken van Israël, sterker nog: het zijn eigenlijk de volken van Israël, de stammen van Israël of het Joodse volk, maar het is allemaal hetzelfde. Dat gaan we op 28 september veel uitgebreider toelichten.
Het is juist het Joodse volk dat leiding heeft gegeven aan deze opstand. Want het loutere feit dat Pilatus Jezus heeft laten kruisigen, was onder druk van het Sanhedrin, de Joodse raad in Jeruzalem. Maar goed, daar gaan we het bij een nadere gelegenheid nog nader over hebben. Er staat: Herodes, zowel als Pontius Pilatus, met de natiën en de volken van Israël.
Gebeurtenissen Naar de Bepaalde Raad en Voorkennis van God ↑ hoofdstukken
"Om te doen al wat uw hand en uw raad tevoren bepaald had dat geschieden zou." Hè, weer zo'n mooie. We hadden het zojuist over de Despoot, over Hem die de dingen beschikt. En hier opnieuw worden we ermee geconfronteerd. Want ik herinner me toen we het bij de tweede studie hadden over Petrus, die toen ook al zijn woord voorhield over het feit dat Jezus gekruisigd is. Dat is allemaal naar Gods raad gedaan; het is niet alleen maar voorzegd.
Want wat hier wordt gezegd: "om te doen al wat uw hand en uw raad tevoren bepaald had", dan gaat het over de misdaden van Herodes, Pilatus en het Sanhedrin. Er staat: "door uw raad tevoren bepaald". Maar ik zal u vertellen: het is niet slechts voorzegd, het is ook zoals hier staat naar Gods raad tevoren bepaald. Je zou namelijk altijd nog kunnen zeggen: "Ja, het is weliswaar voorzegd dat het zou gebeuren, maar het was niet de bedoeling." Nee, dat is nu juist wat er wel staat: het is voorzegd én het moest ook zo gebeuren.
Ik wil nog eens even wijzen op die tekst in Handelingen 2, want daar wordt dat door diezelfde Petrus — de Petrus die in deze hoofdstukken zo'n hoofdrol speelt — ook zo gezegd. Hij zei op de Pinksterdag: "Mannen van Israël, hoort deze woorden: Jezus de Nazarener, een man u van Godswege aangewezen." Hoe dan wel? "Door krachten, wonderen en tekenen, zodat jullie weten met wie je te maken hebt, die God door Hem in uw midden verricht heeft, zoals gij dat zelf weet. Deze, naar de bepaalde raad..."
Raad heeft te maken met dat wat je beraadt: je intentie, dat wat je bedoelt. Er zijn dingen die je kunt zeggen. God zei tegen Farao bij monde van Mozes: "Laat mijn volk gaan." Dat was Gods wil; dat was waar Farao mee te dealen had. Maar het was Gods raad dat hij zou tegenstaan. Hij kon slechts tegenstaan doordat hij Gods wil wist. Snap je? Anders kon je niet tegenstaan.
Nou, "naar de bepaalde raad" — de intentie, de bedoeling — "en de voorkennis van God". Die beide worden hier genoemd: de prognose van God, de voorkennis van God. Hij wist het en het moest ook zo. "Deze, naar de bepaalde raad en voorkennis van God uitgeleverd, hebt gij door de handen van wetteloze mensen" — de Romeinen — "aan het kruis genageld en gedood." Dat hebben jullie gedaan.
Maar God evenwel heeft Hem opgewekt. In feite is dat de boodschap in het boek Handelingen: "Jullie hebben Hem gekruisigd, en zo moest het ook. Het was voorzegd en het was de bedoeling, maar God heeft Hem opgewekt." En daarmee heeft Hij ook het bewijs geleverd dat Hij daadwerkelijk de Messias is.
Gebed Om Vrijmoedigheid te Midden van Dreigementen ↑ hoofdstukken
We gaan weer even terug naar dat gebed dat daar eenparig gebeden wordt. En nu zeggen zij: "En nu, Heer, let op hun dreigingen en geef Uw slaven..." Want ja, Uw slaven, want U bent die Heer die immers de Despoot is. "...en geef Uw slaven met alle vrijmoedigheid Uw woord te spreken." Weet u wat ik hier zo boeiend vind? Ik vind diverse dingen boeiend, maar wat hier vooral opvalt, is dat hier niet een bidstond wordt gehouden met de vraag: "Doe de verdrukking ophouden en laat de dreigementen verijdelen." Nee, dat wordt niet gevraagd. Men gaat er op voorhand van uit: Hij is de Despoot, Hij beschikt de dingen. De vraag is nu: "Laat Uw woord nu ook daadwerkelijk in alle ruimte en vrijheid klinken, met alle vrijmoedigheid."
De vraag is dus niet: "Laat die dreigementen stoppen", maar: "Laat ons te midden van die dreigementen spreken zonder enige restrictie." Want dat is waar vrijmoedigheid mee te maken heeft: dat je alles spreekt wat je te melden hebt. Volgens mij hebben we dat de vorige keer ook al even aangestipt, maar dat is wat het spreken van het Woord van God daadwerkelijk houdt. Dat je niets achterhoudt, dat je niet op eieren loopt en jezelf afvraagt: "Kan ik dit wel zeggen? Vinden mensen dit wel leuk?" Want dan ben je een... hoe noemden we dat ook alweer? Een broodprofeet. Nee, je bent een dienaar van het Woord, en als je Zijn Woord doorgeeft, dan heb je maar één ding te doen: vertellen wat je weet dat je moet vertellen, omdat het er nu eenmaal staat geschreven. Dus zonder enige restrictie alles spreken. Parrhesia, dat Griekse woord, heeft daarmee te maken: je zegt alles. Je meldt alles zonder enige terughoudendheid, zonder restricties, om met alle vrijmoedigheid Uw Woord te spreken.
"...doordat Gij Uw hand uitstrekt tot genezing en dat tekenen en wonderen geschieden." Het idee is dus: wij spreken dat Woord vrijuit, en U bent Degene die ons daartoe in staat stelt door dat Woord te bevestigen. U strekt Uw hand uit. Mooi is dat: God strekt Zijn hand uit "tot genezing". In feite was dat de aanleiding van dit hele verhaal, de genezing van die verlamde man. Maar hier wordt het in het algemeen gevraagd: "...en dat tekenen en wonderen geschieden door de naam van Uw heilige Jongen Jezus."
Dat is wat in deze periode zo krachtig heeft geklonken. God bevestigt het Woord daar in Jeruzalem met genezing en wondertekenen. In Handelingen 5, een paar verzen verderop, lees je: "Door de handen van de apostelen geschiedden vele tekenen en wonderen onder het volk." En nog een hoofdstuk later lees je over Stefanus: "En Stefanus, vol van genade en kracht, deed wonderen en grote tekenen onder het volk." Allemaal in Jeruzalem. Dit heeft allemaal plaatsgevonden in die drieënhalf jaar, die halve jaarweek tussen de kruisiging en de dood van Stefanus.
Daarna niet meer. Na de dood van Stefanus eindigt dat in Jeruzalem. Je leest dan dat er een verstrooiing plaatsvindt en je leest nooit meer over een wonder of teken dat in Jeruzalem heeft plaatsgevonden. Maar in die periode tot de dood van Stefanus lees je dat God vele tekenen en wonderen heeft gedaan in die korte tijdspanne van drieënhalf jaar. God bevestigde Zijn Woord, zodat Israël het niet alleen hoorde, maar ook zag — en niet slechts één keer, maar door middel van vele wonderen. De aanleiding van deze twee hoofdstukken is weliswaar één specifiek, krachtig wonder, maar dat is illustratief voor een veelheid. "Vele wonderen, vele genezingen en tekenen", staat er. Want al die wonderen waren ook tekenen, wat wil zeggen dat ze een betekenis hadden. Een teken hoeft niet altijd een wonder te zijn, maar een wonder is wel altijd een teken. Een wonderteken dus.
De Inversiestructuur van het Gebed ↑ hoofdstukken
Ik liet net al even iets zien over de structuur van een passage. Dat zien we ook hier in dit gebed dat we nu hebben besproken, het gebed dat eenparig gebeden en door allen beaamd werd. Dat heeft ook weer zo'n structuur; ik noem dat hier — dat is trouwens geen term van mij hoor — een inversie-structuur. Dat wil zeggen dat het naar binnen gekeerd is. Dan zie je dat het begin aansluit bij het einde, maar ook dat alles, als je de structuur beziet, naar het centrum wijst. Dat is inversie.
Het begon met Gods kracht, namelijk zoals deze blijkt in de schepping: de hemel, de aarde, de zee en alles wat daarin is. Vervolgens wordt een woord van David uit Psalm 2 geciteerd. Daarbij gaat het vooral om de context: de woedende tegenstand, die razende volkeren en natiën die voorzegd zijn in dat citaat in Psalm 2. En vervolgens wordt het ook bevestigd, namelijk dat die tegenstand daadwerkelijk vastgesteld wordt in de situatie die daar in Jeruzalem plaatsvond. Die woedende tegenstand blijkt dus niet alleen voorzegd te zijn, maar inmiddels ook gerealiseerd; het is een feit.
Vervolgens gaat het over het woord van de apostelen, dat van Godswege bevestigd wordt. Het gebed eindigt dan ook weer met Gods kracht, namelijk in genezing en wondertekenen. Zodat het begint zoals het eindigt: met Gods kracht. Maar het is geen zinloze herhaling; het is eigenlijk een bekroning daarvan. Dit staat centraal. Dat is de achtergrond waartegen dit gebed wordt uitgesproken. En dan krijg je vers...
De Plaats Geschud: Megakracht en Grote Genade ↑ hoofdstukken
Het gebed is nu uitgesproken en terwijl zij baden, werd de plaats waar zij vergaderd waren geschud. Dit is een heel opvallend vers. Er staat dat de plaats werd geschud, beefde of werd bewogen; de gedachte is telkens min of meer hetzelfde. Waar zou dat van spreken? De simpele benadering is natuurlijk dat ze daar waren en dat het daar begon te beven. Er staat niet dat zij bewogen waren – hoewel dat ongetwijfeld ook het geval was, ze waren geëmotioneerd – maar daar gaat het hier niet om. De plaats waar zij waren werd bewogen. Ik geloof dat hier ook weer een betekenis van uitgaat. Je kunt 'de plaats' natuurlijk opvatten als de ruimte of de zaal waar zij vergaderd waren, maar de plaats is in het Grieks topos, denk aan topografie. Dat kan een dorp zijn, een stad of voor mijn part zelfs een hele streek. Het Hebreeuwse woord voor plaats is makom, en dat kennen wij weer van 'Mokum'. Dat verwijst bij ons naar Amsterdam, maar oorspronkelijk naar Jeruzalem: Mokum Habakom, Dé Plaats.
Ik denk dat 'de plaats' hier verwijst naar Jeruzalem. Ik zeg niet dat heel Jeruzalem op dat moment fysiek aan het schudden was, maar die gedachte gaat wel uit van de formulering. "De plaats waar zij vergaderd waren" – wat was dat? Bedoel je het huis of bedoel je de stad die werd geschud? Ik denk inderdaad dat het verwijst naar Jeruzalem, want een paar verzen eerder in hoofdstuk 4 lazen we: "Inderdaad zijn in deze stad vergaderd..." Wat is dan de plaats? Dat is deze stad. Jeruzalem, daar zijn ze vergaderd, en die werd geschud. Het gaat erom dat in die tijd tussen Jezus' opstanding en de steniging van Stefanus de plaats waar zij waren, Jeruzalem, werd geschud. Het beefde daar; de stad werd wakker geschud. Het Woord klonk zo krachtig en werd zo overtuigend bevestigd dat de omgeving werd bewogen. Het is veel meer dan alleen die ruimte waar zij zich binnen bevonden; het staat eigenlijk voor alles wat er in die periode plaatsvond.
Vervolgens staat er: "En ze werden allen vervuld van heilige geest en spraken het woord van God met vrijmoedigheid." Hier zien we een Griekse stijlfiguur die we een hendiadys noemen, letterlijk 'één door twee'. Je zegt twee dingen, maar je bedoelt er eigenlijk maar één. Het woordje 'en' heeft dan de betekenis van 'namelijk'. Net zoals 'de God en Vader' niet betekent de God plus de Vader, maar: God, namelijk de Vader. Zo kun je dit hier ook gemakkelijk opvatten: zij werden allen vervuld van de heilige geest, namelijk, zij spraken het Woord van God met vrijmoedigheid. Dat is wat er gebeurt als je daarmee vervuld bent; die twee zaken horen onlosmakelijk bij elkaar.
De tekst vervolgt met de menigte van hen die tot het geloof gekomen waren. In het Grieks is dit eigenlijk één woord, gelovende. Wij hebben dat vaak ingewikkeld gemaakt door er een soort tweetrapsraket van te maken: je komt ergens toe en dan geloof je. Maar dat is het idee niet; je gelooft. En helemaal strikt genomen komen wij niet tot geloof, maar komt het geloof tot ons. Als geloof inderdaad een gave van God is – Hij spreekt Zijn Woord en Hij overtuigt mensen – dan is dat de kern. Er zijn organisaties die daar niets van willen weten, maar het is echt wat de Schrift zegt. En waarom staat dat erbij? Opdat niemand roeme. Je wilt niet weten hoeveel mensen er prat op gaan dat zij geloven. Sterker nog, ze claimen dan beloningen omdat zij die stap wel hebben gezet, terwijl anderen dat niet zouden hebben gedaan. Er hangt een behoorlijk prijskaartje aan die gedachte, en het brengt bovendien een hoop onrust met zich mee.
De menigte van hen bij wie het geloof was binnengekomen, was één van hart en ziel. Ook dat is misschien wel een hendiadys. Niemand zei dat iets van wat hij bezat zijn persoonlijk eigendom was, maar zij hadden alles gemeenschappelijk. Dat zagen we ook al in hoofdstuk 2 vers 44. Dit is trouwens geen communistisch systeem. Het communisme of socialisme zegt: "Al het uwe is het mijne." Maar dit is: "Al het mijne is het uwe." Het grote verschil is dat het ene dwang van buitenaf is, terwijl dit volstrekt vrijwillig was. Je leest een hoofdstuk later dat men het bezit ook gewoon voor zichzelf had kunnen houden; dat was geen enkel punt. Het probleem ontstond pas toen men er een schijnheilig spel van maakte. Maar in die tijd was het een wonderbare periode waarin men, zonder enige verplichting of aandrang, alles deelde.
Dat alles gebeurde met grote kracht. Er staat letterlijk mega kracht in het Grieks. Met megakracht gaven de apostelen hun getuigenis van de opstanding van de Heer Jezus. Dat betekent: met grote vrijmoedigheid en met goddelijke bevestiging. En ik eindig hiermee: er was grote genade over hen allen. Ook hier staat weer mega genade. Aan de ene kant dus megakracht in het getuigenis van de apostelen, en aan de andere kant mega genade over hen allen. Dat is wat het Woord uitwerkt. Wat is genade eigenlijk? De definitie van genade is vreugde, maar dan vreugde die je 'om niet' ontvangt. Je krijgt iets, je bent blij, je hebt het niet verdiend, maar je krijgt het toch. En als die genade 'mega' is, dan word je daar ook heel erg blij van. Zeker als je een mega getuigenis kent van een mega Heer en een geweldig groot volk. Dat is een onderwerp waar we nog eens een aparte bijbelstudie over moeten houden. Er was grote genade over hen allen. Zo is dat. Amen!
UltimateGoodNews