GoedBericht.nl logo
UltimateGoodNews

gerechtvaardigd, wat is dat?

18-08-2024 - Geplaatst door Andre Piet
18 augustus 2024, Alblasserdam

Het begrip ‘rechtvaardigheid’ is in de Romeinen-brief het sleutelwoord bij uitstek. Het raakt de kern van Evangelie omdat daarin de rechtvaardigheid van God wordt geopenbaard. God is betrouwbaar en heeft bewezen dat hij recht doet aan zijn onvoorwaardelijke belofte van leven uit de dood. Het is deze erkenning die God rekent tot rechtvaardigheid. Een rechtvaardige is iemand die Hem vertrouwt (=gelooft) en be-aamt wat Hij zegt.

Powered by RedCircle

📝 Samenvatting & Transcriptie van deze lezing

Samenvatting van deze toespraak

De Bijbelstudie corrigeert het theologische misverstand dat Gods rechtvaardigheid om straf of vergelding zou draaien. In plaats daarvan is Gods rechtvaardigheid Zijn betrouwbaarheid en trouw aan Zijn eigen onvoorwaardelijke beloften. Omdat het evangelie een mededeling van redding is en geen eis, vindt rechtvaardiging volledig plaats buiten menselijke prestaties of werken om. Een mens wordt gerechtvaardigd – oftewel rechtvaardig gerekend of verklaard – wanneer hij simpelweg Gods genadige belofte beaamt. God ziet de gelovige daarbij niet aan op het falende verleden, maar rekent hem nu reeds naar het volmaakte nieuwe leven dat in de opgestane Christus aan het licht is gebracht.

“In de Schrift geeft Gods rechtvaardigheid uitdrukking aan Zijn trouw. Het wezenlijke idee zit dus niet in vergelding.”

Introductie: Woordblind voor een Godsdienstige Kreet ↑ hoofdstukken

Ik mag jullie vanmorgen bepalen bij een onderwerp dat ik schitterend vind. Maar het is ook een onderwerp waar eigenlijk nogal wat haken en ogen aan zitten, omdat er misverstanden over bestaan. Vandaar dus ook de vraag: gerechtvaardigd?

Het is zo'n term – en daar zijn er natuurlijk vele van – die in het gewone godsdienstige, christelijke jargon zo gangbaar is. Ze worden zo dikwijls in de mond genomen of je leest er zo vaak over, dat je op een gegeven ogenblik een soort woordblind wordt. Dat wil zeggen: je hebt eigenlijk geen idee meer waar je het over hebt. Daarom lijkt het me sowieso een hele goede zaak om daar eens eventjes de loep op te leggen en te gaan zien en uit te zoeken: wat verstaat de Schrift daar nu eigenlijk onder?

Ik kan wel bij voorbaat even aangeven dat op het moment dat je inderdaad de Schrift hierover aan het woord laat, het ook heel logisch wordt. Dat is voor mij ook altijd een kenmerk van het ware. Iets wat onlogisch is, dat is krom en daar zit geen lijn in. In feite is het ook een kenmerk van de leugen. De leugen is nooit consistent, de leugen verdraait, de leugen moet zichzelf altijd maar weer in stand houden door hulphypothesen, etc. Maar dat is bij dit onderwerp anders als je de Schrift laat spreken – en dat is natuurlijk in het algemeen het geval, want de Bijbel is geïnspireerd en we blijven zo dicht mogelijk bij de woorden Gods – dan ben je in ieder geval gegarandeerd op het goede spoor. Ik zeg daarmee niet dat je alles meteen al juist ziet, maar je zit in ieder geval op dat spoor. Wandelen bij dat licht.

Gerechtvaardigd, wat is dat? Nou, laat ik eerst even wat opmerkingen vooraf daarover maken. Het gaat om het begrip rechtvaardigheid. Of het nu is als zelfstandig naamwoord – rechtvaardigheid of gerechtigheid, daar kom ik straks misschien nog even op terug – of als werkwoord: rechtvaardigen, of in dit geval 'gerechtvaardigd'. Dat is bij uitstek het sleutelwoord in de Romeinenbrief. Tik het maar eens in; het is onomstreden wat ik nu zeg. Niemand zal dat ontkennen. Er is geen begrip dat zo als een rode draad door eigenlijk al die hoofdstukken in de Romeinenbrief loopt. Dat zie je eigenlijk ook meteen al vanaf de aanvang. Ook dat laat ik straks zien. Oké, en dan moet ik er ook bij zeggen – en dat is dan meteen ook de donkere achtergrond die ik daarbij meteen maar eventjes ten tonele voer.

De Theologische Dwaling: Gerechtigheid als Straf en Vergelding ↑ hoofdstukken

In de christelijke theologie wordt vanouds deze term gebruikt, waarbij men meestal spreekt over 'gerechtigheid'. Laat ik dat meteen maar even ter sprake brengen: ik maak niet zoveel verschil tussen rechtvaardigheid en gerechtigheid. In feite is het hetzelfde. Er is wel een verschil in associaties en in gevoelswaarde. Gerechtigheid is wat abstracter, terwijl rechtvaardigheid meer vaart en actie in zich heeft.

Daar komt nog iets bij: aan het begrip gerechtigheid wordt heel vaak de gedachte van vergelding gekoppeld. Het heeft geen zin om met de aanwijzer hierop te wijzen, want dat ziet u op het scherm toch niet, maar goed: vergelding. Dat zeggen wij ook heel vaak. Als er een grof onrecht gebeurt en dat wordt gestraft, of er gebeurt iets waarvan je zegt: "Gelukkig", dan zeggen we: "Gerechtigheid! Dit is precies wat ze verdienen." Dat aspect van vergelding zit in dat begrip gerechtigheid opgesloten. Vandaar dat ik de voorkeur geef aan het woord rechtvaardigheid en de werkwoorden die daarmee verband houden.

Wat bedoel ik ermee dat dit begrip in de theologie zo'n grote rol speelt? Het is een heel treffend voorbeeld van iets wat in het algemene spraakgebruik zo is binnengedrongen dat het je niet eens meer opvalt. Denk aan de gedachte dat Gods gerechtigheid inhoudt dat Hij niet zomaar kan vergeven. De gerechtigheid zou straf eisen; er moet worden vergolden. En wat zegt men dan over het evangelie? Men stelt dat het evangelie de boodschap is dat Gods gerechtigheid geopenbaard is. Dat klopt op zich, zoals we straks zullen zien, maar op een heel andere manier.

Men verstaat het doorgaans zo: de straf is inderdaad voltrokken, namelijk aan Jezus Christus. Hij is plaatsvervangend gestraft voor de zonden. Omdat Hij gestraft is — waarbij het kruis functioneert als een soort bliksemafleider — is de straf op Hem gekomen, zodat God ons nu vrijuit kan laten gaan. De zonde moest gestraft worden; God kan niet zomaar zonden vergeven, want dat zou geen gerechtigheid zijn.

In feite wordt er in die visie dan ook niets vergeven, want dat is de consequentie daarvan. Stel je voor: u bent mij honderd euro schuldig. Je buurvrouw of je zus die naast je zit — deze voorbeelden kan ik toch wel geven, Mirjam betaalt dan die honderd euro voor jou aan mij. Kan ik dan zeggen dat ik jou die honderd euro heb vergeven? Helemaal niet. De schuld is voldaan en er valt niets meer te vergeven. Hooguit kun je zeggen dat jij bent vrijgesteld, dat is waar, maar er is geen sprake van vergeving. Er wordt niets vergeven; er heeft vergelding plaatsgevonden, een schuldbetaling.

Zo wordt in het algemeen het kruis ook uitgelegd en opgevat. Aan het kruis is betaald voor de zonde, want daar vond Gods gerechtigheid plaats. De gedachte van een plaatsvervangende straf is daarbij essentieel en dat zie je al vanouds. Als je nagaat hoe dat idee is ontwikkeld, zie je de grondtonen al bij Augustinus, en wellicht zelfs eerder, maar het is vervolgens uitgewerkt door de reformatoren. Luther bijvoorbeeld kwam, zoals ik zojuist al zei over de Romeinenbrief, tot de ontdekking van Gods gerechtigheid. Dat was het begin van de Reformatie. In zijn vertaling van het Nieuwe Testament legt Luther Gods gerechtigheid uit als de gerechtigheid die voor God geldt. Het idee blijft dat de straf op Jezus Christus is gekomen en dat wij nu worden vrijgekocht.

We raken hier aan een van de meest elementaire begrippen. Wat ik vanmorgen wil vertellen — en dit is even een zijpaadje, maar het is goed om ons te realiseren hoe er in de 'Bijbelbelt' en in de rest van de christenheid over wordt gedacht — is dat het algemene idee inderdaad is dat God niet zomaar kan vergeven. Gerechtigheid zou straf eisen. En die straf is gedragen; volgens sommigen alleen voor een selecte groep, anderen zeggen dat het breder is. Daarover is dan discussie, maar het basisidee van vergelding blijft staan. Hooguit twist men over de reikwijdte ervan. Wat ik vanmorgen echter wil laten zien, is dat in de Schrift Gods rechtvaardigheid — dat is het woord waar ik de voorkeur aan geef, niet dat ik dat woord nu zo erg wil stressen, maar het lijkt me beter — iets heel anders inhoudt.

Het Bijbelse Fundament: Gods Rechtvaardigheid Is Zijn Trouw ↑ hoofdstukken

In de Schrift geeft Gods rechtvaardigheid uitdrukking aan Zijn trouw. Het wezenlijke idee zit dus niet in vergelding. Op zichzelf is vergelding niet fout; het heeft zeker zin, maar in de Schrift is vergelding altijd correctief. Dat wil zeggen: het heeft de bedoeling om iemand weer op het rechte spoor te zetten en een mens of zelfs een volk te bepalen bij de ernst van wat er heeft plaatsgevonden. In dat licht is vergelding een heel zinvol instrument, omdat iemand zich bewust wordt van wat er is aangedaan, maar altijd met het oogmerk om Gods creaties, Zijn mensen, weer op de weg te helpen en te corrigeren. Dat is trouwens een mooi woord, corrigeren, want daar zit het woordje ‘recht’ weer in: rechtzetten. Dat dit inderdaad zo is, zien we niet alleen in het Nieuwe Testament – wat ik straks ook zal laten zien – maar Psalm 98 geeft daar al een prachtig voorbeeld van.

Daar leest u dit – ik citeer uit de NBG-vertaling: "JAHWEH heeft zijn heil bekendgemaakt, zijn rechtvaardigheid geopenbaard voor de ogen der volken." In veel vertalingen staat hier ‘de HERE’, maar er staat gewoon de Godsnaam: JAHWEH. Alleen die associatie al, ‘Zijn heil’, is ontzettend interessant. In het Hebreeuws staat hier een vervoeging van het woord J'SHOEAH. Dat is de naam van Jezus! Hij heeft Zijn heil bekendgemaakt; de naam van Jezus wordt hier dus in het Oude Testament al aangegeven. JAHWEH of J'SHOEAH betekent: JAHWEH redt. Dus JAHWEH heeft Zijn heil bekendgemaakt, en als parallelle zin – die in feite een uitleg daarvan is – heeft Hij Zijn rechtvaardigheid geopenbaard.

‘Bekendgemaakt’ correspondeert met ‘geopenbaard’ en ‘Zijn heil’ komt overeen met ‘Zijn rechtvaardigheid’. Hier zit dus niet de gedachte achter van vergelding of ‘lik op stuk’. Nee, het is een aankondiging, een blijde tijding: God heeft Zijn heil – of beter: Zijn redding – bekendgemaakt, namelijk door Zijn rechtvaardigheid te openbaren. Misschien bent u, als u een beetje bekend bent met de Joodse traditie en termen, wel vertrouwd met het begrip ‘tzadik’. Een tzadik is een rechtvaardige. Dat staat echter heel ver af van het gangbare idee van gerechtigheid waar ik het zojuist over had. Dat laatste is een nogal Romeins-juridisch begrip, denk aan Vrouwe Justitia met haar weegschaal. Dat is een heel Romeinse manier van denken, maar niet Bijbels of Hebreeuws. Hier gaat het om Zijn rechtvaardigheid, en dan staat er in het volgende vers: "Hij heeft gedacht aan zijn goedertierenheid en aan zijn trouw jegens het huis Israëls."

Hier hebben we nog een cruciaal begrip: trouw. Dat is het Hebreeuwse woord EMOENAH. Ik noem dat niet om interessant te doen, maar om u te bepalen bij een term die wij via een omweg goed kennen: u herkent er namelijk ons woord ‘amen’ in. Amen wil eigenlijk zeggen: ‘het is waar’, ‘het is zeker’; je beaamt het. Het is overigens ook het Hebreeuwse woord voor geloven; het is één woordfamilie. Op het moment dat je spreekt over Gods trouw, zeg je in feite dat Hij betrouwbaar is, en daarom kun je beamen wat Hij zegt. Het geweldige is: Hij maakt Zijn heil bekend, oftewel Hij openbaart Zijn rechtvaardigheid, en dat doet Hij straks voor de ogen van de volkeren. Als u het hele verband van Psalm 98 ziet, begrijpt u dat dit gaat over de nabije toekomst; over de dagen dat God Zich inderdaad bekend gaat maken. Nu is Hij nog verborgen, maar straks gaat Hij Zich onthullen.

Dan zal Hij ook gedenken aan Zijn goedertierenheid, dat wil zeggen: aan Zijn trouw jegens het huis van Israël. God heeft geweldige beloften aan Zijn volk gegeven en die gáát Hij ook vervullen. Waarom? Omdat Hij trouw is; Hij is betrouwbaar. Begrijp me goed: dat betekent dat God Zich houdt aan wat Hij belooft. Wij zeggen weleens: ‘belofte maakt schuld’, en dat is ook zo. Als God iets belooft... dan is het Gods ‘schuld’ – u vindt het misschien vreemd als ik het zo verwoord. Meestal wordt er bij Gods gerechtigheid direct over de menselijke schuld gesproken, maar de Bijbel doet het precies omgekeerd. Als er over de openbaring van Gods rechtvaardigheid gesproken wordt, gaat het niet over de menselijke schuld, maar over de ‘schuld’ die God op Zich geladen heeft. Hij is het namelijk aan Zichzelf verplicht om Zich aan Zijn woord te houden en recht te doen aan wat Hij gesproken heeft. Als ik iets beloof, dan kunt u mij daaraan houden. Betrouwbaarheid is niets anders dan dat ik recht doe aan wat ik heb toegezegd.

Kijk, bij een eis kom je al snel in de sfeer van: "Ik eis dat jij dat doet, en als je het nalaat, zet ik het je betaald." Zo zeggen we dat dan. Maar als ik iets beloof aan iemand – stel, je belooft iets aan je kind – op wie rust dan de ‘schuld’ om dat te vervullen? Natuurlijk bij degene die de belofte doet. God belooft aan Zijn volk, en in feite aan alle volkeren, dat Hij Zijn heil bekend gaat maken en dat Hij waar gaat maken wat Hij heeft gesproken. Dat is Zijn rechtvaardigheid: Hij doet recht aan Zijn eigen woorden. Waarom? Omdat Hij trouw is. Dat betekent dat Hij betrouwbaar is, maar ook dat Hij te vertrouwen is. Het hoort allemaal bij elkaar: omdat Hij te vertrouwen is, kun je beamen wat Hij zegt. En daar heb je weer dat woordje EMOENAH of amen. Ziet u hoe die begrippen aan elkaar gekoppeld zijn? De reden dat ik met dit gedeelte begin, is om aan te geven dat de openbaring van Gods rechtvaardigheid niet gaat over ‘betaald zetten’, menselijke schuld of straf. Nee, het heeft alles te maken met Zijn heil, Zijn goedertierenheid en Zijn trouw. Dat is een reden om Hem te prijzen! En in diezelfde lijn trekt Paulus de draad in de Romeinenbrief verder door.

Romeinen 1 en de Middenvorm: het Evangelie Beschaamt Mij Niet ↑ hoofdstukken

En nu beginnen we eigenlijk pas. Punt één: het Evangelie. Evangelie betekent een blijde tijding, een goed bericht. Ik begin met Romeinen 1 en dit zijn de woorden waar Luther ooit zo op geattendeerd werd dat het de aanleiding vormde voor de Reformatie. Laat ik dat dan lezen. Ik begin bij vers 16, want ik kom uiteindelijk bij vers 17 uit. Maar eerst even dit. Want ik schaam mij, zegt Paulus dan, het Evangelie niet. Hoezo niet? Nou, het is een kracht van God tot redding, tot heil of tot behoud, voor eenieder die gelooft. Eerst voor de Jood, maar ook voor de Griek. Op dat 'voor eenieder die gelooft' komen we straks nog terug, maar eerst even de woorden die ik hier heb onderstreept.

Ik vind het te mooi om dat voorbij te laten gaan, want er zijn andere vertalingen — niet veel, dat geef ik toe — maar die zeggen: 'Het Evangelie beschaamt mij niet.' En wat is het nou? Dat is in het Nederlands eigenlijk niet goed te zeggen. Dat is een handicap van het Nederlands of, zo u wilt, een kwaliteit van het Grieks die wij niet kennen. Eigenlijk kennen een heleboel talen dat niet, heb ik begrepen. Het gaat om de zogenaamde middenvorm. Ik heb het hier eventjes uitvergroot. Dit is het Griekse woord wat er staat voor 'ik schaam mij voor'. Maar als je kijkt in een interlinear — en dat is het mooie van zo'n interlinear, als je echt let op wat er staat geschreven, maar ook op de grammaticale kenmerken — dan wordt dat in deze interlinear aangegeven met zo'n golvend streepje aan het eind. Dat betekent dat het de middenvorm is.

Wat bedoelt dat? Een middenvorm houdt het midden tussen actief en passief; het is een combinatie van beide. Kijk, als ik zeg: 'Ik rijd naar Alblasserdam', dan is dat actief. Ik rijd namelijk. Mijn vrouw Petra kan zeggen: 'Ik word gereden', want zij zat naast me. Dat 'ik word gereden' is passief. Als wij in onze taal een werkwoord gebruiken, dan is het meestal in de actieve vorm of in de passieve vorm. Je doet het, óf het wordt aan jou gedaan. Het Grieks heeft echter een bijzonderheid die ik prachtig vind en die heel dikwijls wordt gebruikt: de middenvorm. Die heeft zowel een passief als een actief element in zich. Er zijn in feite een heleboel dingen die wij ook kennen die zowel passief als actief zijn; dingen die je overkomen en die je tegelijkertijd doet.

Ik bedoel, stel dat er een beer achter je aan loopt. Je loopt in het oerwoud en er komt ineens een beer achter je aan, dan zet je het op een lopen. Is dat actief? Ja, als je heel hard loopt, dan is dat zeker heel actief. Maar het is ook passief, want het overkomt je. Dat wil zeggen: je hebt geen eens een keuze. Het overkomt je en dat zet je tot actie. In het Grieks kun je dat heel mooi aangeven door die middenvorm te gebruiken. Het overkomt me en daardoor doe ik het ook.

Nu komen we bij dit woord in Romeinen: 'Ik schaam mij het Evangelie niet.' Maar je kunt ook zeggen, en eigenlijk vind ik dat nog mooier: 'Het Evangelie beschaamt mij niet.' En in die volgorde dan ook: het Evangelie beschaamt mij niet en dáárom schaam ik mij het Evangelie niet. Niet 'ik schaam mij niet' met een idee van bravoure, zo van: 'Jullie schamen je misschien, maar ík schaam mij niet.' Nee, Paulus zegt dat het Evangelie hém niet beschaamt, en dat hij zich daarom niet schaamt. Die beide elementen zitten erin. Het is dan ook een zinloze twist over welke vertaling juist is; ze zijn allebei juist. Je kunt hooguit zeggen dat de ene mooier is, maar als je het helemaal goed wilt zeggen, moet je dit dus verklaren. Je moet zeggen dat het beide juist is en vandaar deze toelichting. Ik vind het prachtig.

Er zijn heel veel dingen die ons overkomen. Neem nou geloven, dat is weer zoiets. Ik heb het er vorige week nog over gehad: is geloven iets actiefs of passiefs? Ja, zeg het maar. Geloof is een gave. Je wordt overtuigd en daardoor overkomt het je gewoon. Wij zeggen dan: 'Ik kwam tot geloof.' Maar de Bijbel kan net zo goed zeggen, of beter misschien nog: 'Het geloof kwam tot mij.' Het overkwam me en dat zette mij tot actie, of in ieder geval maakte het dat ik een keuze ging maken. En dat geldt voor talloze dingen. Eigenlijk zit in alles in het leven die middenvorm. Het overkomt je. Waarom ben ik hier? Nou gewoon, laten we wel wezen, er is een grote Schepper en er is een Regisseur die mij zo gemaakt heeft. Ik ben klei in de hand van de Pottenbakker en er is niets wat ik doe wat Hij mij niet geeft. Paulus zegt in Handelingen 17 op de Areopagus: 'In Hem leven wij', want hoe staat het er? 'Die ons leven, adem en alles geeft.' Dus alles wat ik heb — dat is ook zo'n lied — dat heb ik van mijn Heer. Natuurlijk, wat heeft een mens van zichzelf? Helemaal niks.

Maar doet de mens dan niks? Ja natuurlijk, ik sta hier nu te praten. Maar dat overkomt mij ook. Zet me hier neer en ik doe het. Zo ervaar ik het heel vaak. Sterker nog, het kost meer moeite om het niet te doen. Dat zei Okke Jager ooit eens een keertje: 'Evangeliseren is als een niesbui; je kunt het niet inhouden.' Op het moment dat een mens zegt dat je móét evangeliseren, dan zeg ik: 'Hou alsjeblieft je mond.' Want wat er dan uitkomt, is meestal geen Evangelie.

Ik ben me ervan bewust dat ik nu wel erg afdwaal, want ik moest naar vers 17 toe. Even dit nog: 'Ik schaam mij het Evangelie niet.' Dat werd uitgelegd als: 'Het is een kracht Gods.' En hoezo dan wel? Nou, dat wordt uitgelegd in vers 17: 'Want rechtvaardigheid van God wordt daarin geopenbaard uit geloof tot geloof.' Die laatste term is misschien wat lastig, maar zonder dat nu verder toe te lichten denk ik dat het hier gaat over het feit dat het uit God voortkomt en vervolgens tot de mens komt die het gelooft. Dus 'uit geloof'. Als je een Statenvertaling hebt, dan val je niet over die term, maar in Romeinen 3 lees je — ik geloof vanaf vers 3 of 4, hou me ten goede — over 'het geloof van God'. In de NBG-vertaling wordt dat vertaald met 'de trouw van God'. Dat is niet fout, maar eigenlijk staat er gewoon het gewone woord voor geloof. Wij zeggen: 'Ik geloof in God, ik geloof wat Hij gesproken heeft.' Maar ik zal u dit vertellen: er is niemand die zozeer gelooft in het Woord van God als God Zelf. En juist daarom denk ik: ja, daarom kan dat Evangelie mij nooit beschamen. Daarom schaam ik me er ook helemaal niet voor. Want als er één is die weet dat het de waarheid is, en die ook alle factoren in de hand heeft om te realiseren wat Hij belooft, dan is Hij het. Dus het geloof van God: God heeft gesproken, Hij gelooft in Zijn Woord en dus doet Hij wat Hij zegt. Vervolgens wordt dat Woord gebracht en mensen worden gelovig als God hen overtuigt. Uiteindelijk doet Hij dat bij iedereen, maar goed, dat zijn eerste dingen; niet allemaal tegelijk.

Oké, het tweede punt: wat is het Evangelie? Het Evangelie is de boodschap, een blijde tijding dus, een goed bericht dat Gods rechtvaardigheid daarin wordt geopenbaard. Hoezo dan? Nou, in feite wordt dat hier nog niet direct uitgelegd, maar Paulus neemt daar de tijd en de ruimte voor. Want de Romeinenbrief is de langste brief van Paulus en hij gaat dat vervolgens uiteenzetten. Overigens, maar wellicht ten overvloede...

Ik ga lang niet alle schriftplaatsen na waarin het begrip rechtvaardigheid of aanverwante begrippen – en zelfs alleen al de term 'gerechtvaardigd' – in de Romeinenbrief gebruikt worden. Want dat zou echt veel te ver voeren. In feite doen wij in dit uur niet anders dan eraan ruiken. Maar ik hoop u daarmee in ieder geval een goede indruk te geven van hoe de Schrift deze termen naar voren brengt.

Over die openbaring van Gods rechtvaardigheid worden we later in hoofdstuk 3 opnieuw bepaald. Ik pak even de draad op midden in een zin in Romeinen 3 vers 20, waar Paulus eigenlijk een conclusie trekt. Hij had namelijk in het voorgaande al aangetoond wat de uitwerking is van de wet; dat wat een mens produceert omdat hij doet wat de wet zegt. Nou, zegt Paulus, allemaal tot je dienst, maar uit werken der wet zal geen vlees voor Hem gerechtvaardigd worden.

Want, zo staat er: wet doet zonde kennen. De wet maakt zonde ook openbaar, zodat een mens daarvan bewust gemaakt wordt.

Wat Is Rechtvaardigen? (rechtvaardig Rekenen en Verklaren) ↑ hoofdstukken

Hier komen we eigenlijk bij het eerste antwoord op de vraag: gerechtvaardigd, wat is dat? Dan moet je dus eigenlijk de vraag stellen: wat is rechtvaardigen? Rechtvaardigheid is, zoals ik al zei, dat je recht doet aan dat wat gesproken of beloofd is. Dat is Gods rechtvaardigheid ook. Rechtvaardigen is rechtvaardig rekenen. Je rekent iemand rechtvaardig of je verklaart dat iemand rechtvaardig is.

Er zijn allerlei andere voorbeelden. Je leest in Lucas 10 dat er een wetgeleerde bij Jezus kwam en Hem iets voorlegde. Ze maken wel heel veel herrie hè, vind je niet? Ja, ik heb er niet zoveel last van, maar misschien u wel. Ik kan wel zeggen: dan moet je gewoon wat harder praten. Dankjewel, Anton. Maar goed, er komt dus een wetgeleerde bij Jezus en hij legt Hem iets voor. Er staat bij dat hij dat deed om zichzelf – geloof ik in verband met de gelijkenis van de barmhartige Samaritaan die vervolgens verteld wordt in Lucas 10 – te rechtvaardigen. En wat wil dat zeggen? Dat hij zichzelf daarmee rechtvaardig wilde verklaren. Of, zoals de Bijbelse term eigenlijk luidt: zichzelf rechtvaardig rekenen.

Je leest in datzelfde Lukas-evangelie iets eerder over het volk; velen van het volk lieten zich dopen door Johannes in de Jordaan. En dan staat er: en ze rechtvaardigden daarmee God. Dat is een hele mooie trouwens: zelfs God kan gerechtvaardigd worden. En wat betekent dat? Maak je God daarmee rechtvaardig? Nee, natuurlijk niet. Daarom houd ik niet zo van de term 'rechtvaardigmaking'. Ik heb meerdere boekjes thuis in de kast staan over rechtvaardigmaking, maar dat is een rare term. Rechtvaardigmaking, hoezo?

Het is: je bent rechtvaardig en je kunt rechtvaardig worden gerekend of verklaard. Door 'kopje onder' te gaan in de Jordaan rechtvaardigde men God. Dat wil zeggen: men verklaarde daarmee dat God rechtvaardig is. Dat is God rechtvaardigen. Je draagt niet iets bij aan de kwaliteiten van God. Het is net zoiets als 'God groot maken'; dat is ook zo'n rare term. Nee, je verklaart dat God groot is. Je maakt Hem niet groter. Als dat echt zo zou zijn, dan zou je Hem in feite zelfs kleiner maken, want 'groot maken' zou dan betekenen dat Hij eerst klein was. Toch? Bent u er allemaal nog? Ja, als ik God groot maak, zou dat impliceren dat Hij klein is. Nee, ik zou nu een hele cynische opmerking kunnen maken, maar dat doe ik niet. Het gaat nu om rechtvaardigen. Dat betekent dus: rechtvaardig verklaren of rechtvaardig rekenen.

Ik houd hem even vast, want we komen dat straks nog meer tegen. En nu komt het; dit was vers 20, en nu vers 21...

Romeinen 3: Buiten de Wet Om en het Geloof Ván Jezus Christus ↑ hoofdstukken

En dat is die grote wending: Romeinen 3 vers 21, echt zo’n geweldig vers. Thans is echter buiten de wet om rechtvaardigheid van God openbaar geworden. Hier vinden we weer dezelfde term als in hoofdstuk 1: de rechtvaardigheid van God wordt geopenbaard. Maar dat gaat buiten de wet om. In de voorgaande verzen werd gesproken over de wet, waardoor geen vlees gerechtvaardigd wordt. Maar het geweldige is nu: God eist niks meer van de mens, want dat zou de wet zijn. Hij vraagt zelfs niets van de mens. Het gaat helemaal buiten de wet om, buiten menselijke prestaties om.

Thans is er buiten de wet om rechtvaardigheid van God geopenbaard of openbaar geworden. Dat betekent dat er openbaar is geworden dat God recht doet. En waaraan? In feite vind je dat meteen in hetzelfde vers: waarvan de wet en de profeten getuigen. Met andere woorden, God heeft recht gedaan aan wat in de wet en de profeten stond aangekondigd. Aan wat Híj zou doen, niet aan wat de mens moest doen, want dat zou werken der wet zijn. Dan wordt er iets gevraagd, voor wat hoort wat, en de mens moet daarvoor iets doen en een bijdrage leveren. Zo zou een mens dan gerechtvaardigd worden. Nee, Gods rechtvaardigheid is hier niet een rechtvaardigheid die voor Hém geldt; het betekent dat Hij zelf recht doet aan wat Hij belooft. Het gaat dus helemaal buiten de mens om.

Ja, wat kun je daarmee? Je kunt daar niet voor werken. Kijk, als ik iets vraag of als ik iets eis, dan moet je werken. Dan wordt de mens tot actie aangezet. Maar als ik iets vertel, als ik een belofte vervul en ik zeg: "Kijk, dat is van tevoren aangekondigd en nu heb ik het gerealiseerd, voilà!", dan kun je daar maar één ding mee doen en dat is geloven. Of niet natuurlijk, maar er wordt namelijk niks van je gevraagd. Daarom is het zo geweldig. God heeft recht gedaan aan wat in de wet en de profeten stond aangekondigd en dat is echt een blijde tijding.

Eigenlijk is God vanaf het allerprilste begin begonnen met het geven van Zijn belofte. De mens had nog niet van de verboden vrucht gegeten of God had de zogenoemde moederbelofte al gegeven: dat over het zaad van de vrouw die zou komen. En dat is onvoorwaardelijk. Ik vind het heel essentieel dat het onvoorwaardelijk is, want dat betekent namelijk dat de mens nooit roet in het eten kan gooien. Op het moment dat er een bijdrage van de mens verwacht of gevraagd wordt, al is het maar een eigen keuze, dan betekent het dat er weer dingen mis kunnen gaan. Maar als God alles voor Zijn rekening neemt — Hij belooft en Hij gaat vervullen — dan is dat de goede tijding.

Het wordt nog mooier toegelicht. Thans is buiten de wet om de rechtvaardigheid van God openbaar geworden, waarvan de wet en de profeten getuigen, en wel rechtvaardigheid van God door het geloof ván Jezus Christus. Een heleboel mensen weten inmiddels al dat ik hier nu iets gewijzigd heb. Als u een NBG-vertaling hebt, dan staat er: "door het geloof in Jezus Christus". Die moet u echt doorkrassen. Als u een Statenvertaling hebt, staat het correct. De Herziene Statenvertaling (HSV) heeft het notabene gecorrigeerd en daarmee dus fout gemaakt. Als je iets goeds gaat corrigeren, dan maak je er weer een fout van. Het is niet door het geloof ín Jezus Christus, want dat zou betekenen dat ons geloof in Hém is, maar die rechtvaardigheid van God wordt geopenbaard door het geloof ván Jezus Christus.

De simpele gedachte daarbij is dat Jezus Christus zelf gelooft. Het geloof van God betekent dat God gelooft. De rechtvaardigheid van God betekent dat God recht doet. Het geloof van Jezus Christus is dat Jezus Christus gelooft, of geloofde, en de weg van geloof ging. Hoe vaak wordt dat niet gezegd? Ik heb daar een paar schriftplaatsen voor genoemd. Er wordt profetisch van Hem gezegd dat Hij Zich aanbiedt, terwijl slachtoffers of offers voor de schuld niet voldeden aan Gods eis noch eer. Toen zei Hij: "Zie, hier ben ik Heer, Ik kom. In de boekrol staat van Mij geschreven." Dat wil zeggen: "Ik ben aangekondigd, hier ben ik Heer." En Hij is die weg in geloof gegaan tot de dood, ja, tot de dood van het kruis. Hij heeft het kruis verdragen, zoals we ook in Hebreeën 12 lezen, om de vreugde die Hem voorgesteld was. Hij wist waar Hij mee bezig was. Hij wist dat God via deze weg van dood en opstanding dat heil zou openbaren, en Hij heeft Zich in geloof daaraan overgegeven.

Dus: God belooft en de Heer Jezus Christus heeft dat geloofd. Die rechtvaardigheid van God wordt geopenbaard door het geloof van Jezus Christus, want Hij was namelijk aangekondigd. Hij zou de weg gaan en via Hem, via Zijn dood en vooral via Zijn opstanding, zou God het heil laten doorbreken. Er staat nog bij: "voor allen en over allen die geloven". Daar is nogal wat om te doen, maar ik laat dat nu eventjes rusten. Het betekent kort samengevat dat de scopus universeel is: het is voor allen, en het komt over of op allen die geloven. Pas op het moment dat je het beaamt, gaat het zijn werk doen. Het is een kracht Gods voor eenieder die gelooft. Als je niet gelooft, blijft het natuurlijk waar, maar je zult de kracht er niet van beleven.

Want, zo staat er, er is geen onderscheid. Want allen hebben gezondigd. En wie zijn die allen? Dat is rechtuit. Als je in Romeinen 3 zegt dat er niemand rechtvaardig is, zelfs niet één, dan gaat het inderdaad over vers 23: allen hebben gezondigd. We zijn namelijk allemaal adamieten en we zitten allemaal in hetzelfde schuitje; we zijn zondaars en stervelingen. Zelfs toen je nog alleen maar je luiers kon bevuilen, was je al een zondaar en een sterveling. Niet omdat het jouw keuze is — ga niet denken dat dat zo belangrijk is — vergeet het maar. Allen hebben gezondigd en ze derven, dat wil zeggen ze missen, ze komen tekort aan de heerlijkheid van God.

En zij worden, en nu komen we weer bij die term, om niet gerechtvaardigd uit Zijn genade, namelijk door de verlossing in Christus Jezus. Eigenlijk staat het hier dubbelop, want "om niet" ís genade. Het is zonder enige tegenprestatie, zonder enige betaling; het is om niet. Mensen worden om niet gerechtvaardigd, rechtvaardig verklaard en gerekend door de verlossing in Christus Jezus. Let even op: als je dit gewoon "straightforward" leest, krijg je dit: allen hebben gezondigd, allen derven de heerlijkheid Gods en allen worden om niet gerechtvaardigd uit Zijn genade door de verlossing in Christus Jezus. Nu staat er elders dat dit niet allemaal tegelijk gebeurt, maar ieder in zijn eigen rangorde. Maar dit is zo universeel als de zonde en de dood is; zo universeel is ook de rechtvaardiging, de genade en de verlossing in Christus Jezus. En daar gaan we nog een andere term bij betrekken, want dat is erg belangrijk.

Romeinen 4: Abrahams Amen op Gods Onvoorwaardelijke Belofte ↑ hoofdstukken

Dat is Romeinen 4. Ja, dat is dan weer het voordeel als je de spreker bent: dan heb je een glaasje water. Sorry dat ik u een beetje de ogen uitsteek, maar het zij zo. Tot rechtvaardigheid gerekend, ja. Ik kan natuurlijk niet anders dan even Schriftgedeelten plaatsen en verzen overslaan, want ik ga nu weer wat verder in Romeinen 4. Dat is heel essentieel, want daar wordt heel dikwijls naar terugverwezen, naar de geschiedenis die nu door Paulus benoemd wordt. Elders vinden we dat ook in de brieven; dit speelt een hele centrale rol. Je kunt dit nauwelijks overbenadrukken of overaccentueren.

Ik lees vanaf vers 2: "Want indien Abraham uit werken gerechtvaardigd is..." Dat wil zeggen: om iets wat hij verdiend heeft. Want dat is wat werken is, toch? Werken betekent dat je iets doet om te verdienen. Er is een verschil. Je kunt je helemaal in het zweet hollen — er zijn van die mensen die op de racefiets gekomen zijn; nou ja, dat zal wel meevallen. Maar in ieder geval: je kunt je helemaal in het zweet fietsen of lopen, maar het is geen werk, het is gewoon je vrije tijd. Je vindt het gewoon leuk. En je kunt gewoon op je stoel zitten — ja, zelfs in je luie stoel kan ook nog — achter het bureau. En je zit daar maar te zitten en dát is werken. Het verschil is niet dat je meteen heel erg actief bent en veel doet; nee, het verschil is dat je bij het ene wat je doet geld krijgt, en bij het andere wat je doet, doe je het gewoon om niet. Omdat je het leuk vindt of aardig vindt of weet ik welk motief, maar in ieder geval niet om te verdienen. Dat is wat werken is: iets doen om te verdienen.

Indien Abraham uit werken gerechtvaardigd is — als God Abraham gerechtvaardigd zou hebben uit werken — dan kan hij roemen, maar niet bij God. Dan kan hij niet zeggen dat God het gedaan heeft, want dan heeft hij het namelijk zelf verdiend. Toch? Dat is wat werken is. Want wat zegt het Schriftwoord? Paulus veronderstelt het min of meer als bekend bij zijn lezers en ik eigenlijk ook bij mijn gehoor nu. Want wat zegt het Schriftwoord? En dan gaat hij een citaat geven uit Genesis 15, vers 6. Even de context: Abram was nog kinderloos en zijn vrouw was onvruchtbaar. Dan wordt hij in de nacht mee naar buiten genomen en dan leest hij dat God zegt: "Tel de sterren." En dan lees je — ik parafraseer nu een beetje zoals ik het nu vertel — dat hij omhoog kijkt en dan zegt God tegen hem: "Zo zal jouw nageslacht zijn." Niet: "Als jij zus of zo...", dan zal Ik... Nee: "Kom eens naar buiten. Zo zal jóúw nageslacht zijn!"

Moet je eens een keer in de... dit was, als ik me niet vergis, in Berseba. Maar in ieder geval in de woestijn. Dat is een nomade. Als je dan 's nachts naar buiten gaat daar in het Midden-Oosten, nou, dan zie je een sterrenhemel die je hier zelden of nooit aantreft. Zó veel sterren. Abraham krijgt zo te horen: "Zo zal je nageslacht zijn." En dan staat er: "En Abraham geloofde God." Er staat daar het woordje: hij beaamde God. Hij zei amen op wat God verklaarde. En dan staan erbij die beroemde, bekende, maar ook meestal heel vaak misverstane woorden: "En God rekende het hem tot gerechtigheid", of tot rechtvaardigheid. Die is geweldig. Dat wil zeggen: Abraham was voor God een rechtvaardige. Waarom? Omdat hij amen zei op wat God onvoorwaardelijk beloofde.

Dat is heel belangrijk: dat onvoorwaardelijke. Dus hij zegt eigenlijk: "Nou ja, als U dat zegt, dan moet U dat waarmaken." Er werd dus niet aan Abraham gevraagd: "Ga je je best doen?" ofzo, of "Ga je trucjes uithalen?" Dat ging hij later trouwens wel doen met Hagar, want toen dacht hij: "Nou, lijkt me sterk dat dat via Sara vervuld gaat worden." Dus toen ging hij trucjes uithalen. Dat zie je in het hele boek Genesis, dat mensen toch weer denken: ik moet er iets aan doen. Maar het is gewoon om niet. God zegt: "Zo zal het gaan", onvoorwaardelijk.

Daarbij ook het hele idee dat zijn vrouw onvruchtbaar was; in Bijbelse termen niet in staat leven voort te brengen, verstorven eigenlijk. En zo wordt het in de rest van Romeinen 4 trouwens ook uitgelegd. In feite — ik zeg het expres zo — is wat aan Abraham beloofd werd: "Ik ga leven voortbrengen uit de dood." Later zou hij zelf trouwens ook nog verstorven, impotent zijn, maar Sara sowieso al. Ik ga leven uit de dood voortbrengen. Hoe? Was dat een eis? Nee, dat was juist het punt. Als je iets niet kan, als je echt impotent bent en niet in staat tot, dan kun je helemaal niks meer. Maar er werd ook niks gevraagd aan Abraham. God zegt: "Dat ga Ik doen!"

Nou, als God dat belooft, dan ligt het probleem bij God. U begrijpt wat ik bedoel, hè? En Abraham beaamde God en dat werd hem tot gerechtigheid gerekend. En dan krijg je de toelichting: "Nu wordt hem die werkt, het loon niet toegerekend uit genade, maar krachtens verplichting." Logisch, daar hadden we het zojuist over. Als je voor iets een prestatie hebt geleverd en je hebt een afspraak gemaakt, dan mag je daarvan eisen dat jou betaald wordt. Dat is krachtens schuld eigenlijk, staat er; de ander is dat schuldig.

De Kern van Genade: God Rechtvaardigt de Goddeloze Volkomen Om Niet ↑ hoofdstukken

Hem echter die niet werkt, dus niet verdient, maar zijn geloof vestigt op... Eigenlijk staat het in het Grieks nog veel korter. "Maar gelooft op" – zo kun je het in het Nederlands niet echt zeggen. Maar wie zijn geloof vestigt op Hem die de goddeloze rechtvaardigt, wordt zijn geloof gerekend tot rechtvaardigheid. Dit is een hele sterke hoor, zoals Paulus dit formuleert. Hoezo "Hem die zijn geloof vestigt op God"? En wie is God? Dat is degene die de goddeloze rechtvaardigt. U zegt: "Ja, maar dan rechtvaardigt Hij zeker de hele wereld?" Dan zeg ik: ja, dat is precies het hele verhaal. Dat doet Hij. U zegt: "Ja maar, er was toch een..." Nee, dat is juist het punt. Er is geen voorwaarde. God rechtvaardigt de goddeloze.

Later in Romeinen 5 wordt dat ook weer toegelicht. Daar lees je dat, zoals het hele menselijk geslacht vanaf Adam zondaar en sterveling is, zo heel de mensheid in de laatste Adam, de tweede mens, gerechtvaardigd wordt. Het staat er gewoon zwart op wit. Ik weet het, er zijn heel veel pogingen ondernomen om dat weg te verklaren, maar sorry, het staat er gewoon. En ik zeg "sorry", maar eigenlijk moet ik zeggen: zíj moeten sorry zeggen. Het is toch vreselijk wat men van het Woord van God gemaakt heeft! Het aller, aller, allerrijkste is namelijk dat God "om niet" geeft en belooft. Deze hele wereld, zoals u een zondaar en sterveling bent zonder dat u daar een keuze voor heeft gedaan of een bijdrage aan heeft geleverd, op dezelfde wijze gaat heel de mensheid delen en de vruchten plukken van wat Jezus Christus heeft gedaan. Dat betekent dat er geen enkele tegenprestatie tegenover staat. Dat geloof rekent God tot rechtvaardigheid.

Anders krijg je namelijk het verhaal dat in de christenheid standaard is – ik moet het zeggen zoals het is: "Nou, God heeft alles gedaan en het aanbod van de genade is voor allen." In Alblasserdam mag je dat eigenlijk ook niet zeggen, maar laten we het even ruim nemen: "Het aanbod van genade is voor allen, maar je moet wel geloven, je moet het wel aannemen." Maar ik zal u dit vertellen: het is geen áánbod. Het is een mededeling, een bericht. Hij rechtvaardigt jou, geloof het of niet. Het is voor ieder; geloof het maar! Op het moment dat je zegt dat je eigenlijk niks hoeft te doen, maar dat God de redding alleen mogelijk heeft gemaakt en jij nog maar één stap hoeft te zetten... weg genade. Weet u waarom het dan weg is? Omdat er dan namelijk een prestatie tegenover staat die in feite heel dat aanbod ongedaan maakt. Toch? Want op het moment dat ik een cadeau niet aanneem, dan heb ik het nog niet. Als de melding is: "Dít is van jou", dan is het niet: "Hier heb je het, neem het maar aan", nee: "Dit is het." Of je het nou wilt of niet, dit is het. Dat is een bericht.

Kijk, dit is genade. Laat ik het zo zeggen, dat is heel simpel: een beetje "gratis" bestaat niet. Een beetje "zwanger" bestaat niet, en een beetje genade bestaat ook niet. Het is genade. Als je zegt: "Ja, maar je hoeft maar...", dan zijn dat de verkooptrucs die in de wereld algemeen bekend zijn. Dan krijg je een folder in de bus en denk je: "Geweldig!", maar dan moet je op de kleine lettertjes letten, want er moet altijd iets gedaan worden. Dat is typisch menselijk, dat is gewoon weer een deal sluiten. Er is geen mededeling van: "Ongeacht wat je ermee doet", want dat is het Evangelie. Dit is het. Dit is God, dit heeft Hij gerealiseerd. Geloof het of niet, maar dit is het. Daarom is het ook zo'n geweldige blijde tijding. Iets wat maar één cent kost, is niet gratis. Dat is misschien te verwaarlozen, maar het is niet meer gratis. Dit is heel zwart-wit en daarom luistert dit ook zo nauw. Nou, leuk hè? Het luistert nauw, denk ik dan. Wij dan...

Romeinen 5: Opgewekt Om Onze Rechtvaardiging in een Nieuw Leven ↑ hoofdstukken

Dan gaan we verder naar Romeinen 4. Ik sla nu een hele passage over. Zojuist citeerde ik uit het begin van Romeinen 4, nu gaan we naar het eind. Echter niet om zijnentwil alleen — dat wil zeggen: niet alleen om Abraham — werd geschreven: het werd hem toegerekend, maar ook om onzentwil, schrijft Paulus aan de gelovigen te Rome en daarmee ook aan de gelovigen in het algemeen. Aan ons, wie het zal worden toegerekend, wij die ons geloof vestigen op Hem die Jezus, onze Heer, uit de doden opgewekt heeft. Dus het hele idee is: zoals Abraham vertrouwde op de God die de doden levend maakt en het niet-zijnde tot aanzijn roept, zo vertrouwen wij op diezelfde God, tweeduizend jaar later. Nou, inmiddels zijn wij trouwens weer tweeduizend jaar verder; die geschiedenis van Abraham is alweer vierduizend jaar geleden. Zo vertrouwen wij ook op God, die Jezus, de zoon van Abraham, uit de doden opwekte. Hij wekte Christus Jezus op uit de doden en wij vestigen ons geloof op diezelfde God. Het is in feite dus identiek.

De boodschap aan Abraham was: zo zal jouw nageslacht zijn. En uit een verstorven, onvruchtbare vrouw ga ik dat voortbrengen: Leven. Wel, die God heeft iemand beloofd die zou komen, namelijk de Messias. Hij is gekomen en Hij is de weg van geloof gegaan. Hij is gestorven, maar God heeft Hem opgewekt uit de doden. En daarmee is in feite alles beslist. Er is LEVEN, met allemaal hoofdletters, aan het licht gekomen.

Ik lees nog even verder: "...die ons geloof vestigen op Hem, die Jezus onze Heer uit de doden opgewekt heeft, die is overgeleverd om onze misstappen (of onze overtredingen zo u wilt, maar eigenlijk zijn het misstappen) en opgewekt om onze rechtvaardiging." Ik ga het nu niet ingewikkeld maken, want dat heeft nog te maken met de naamvallen, maar hier staat het Griekse voorzetsel dia, dat normaal gesproken gewoon 'door' betekent, maar in dit geval ook in de zin van 'vanwege'. En kijk, het zijn onze misstappen die Jezus aan het kruis brachten. In feite is het hele kruis een demonstratie van menselijk onrecht. Zoals het Sanhedrin Jezus heeft overgeleverd en Pilatus Hem vervolgens ter dood heeft veroordeeld, dat is één grote misstap of een verzameling misstappen. Hij werd dus overgeleverd vanwege onze overtredingen. Wel, dat is het menselijk aandeel. Maar vervolgens, drie dagen later, heeft God Hem opgewekt om onze rechtvaardiging. Opdat wij in het nieuwe leven ook volmaakt zullen zijn.

Kijk, ik moet nog eventjes terugkomen op iets wat ik zojuist ben vergeten te zeggen. Het is in feite ook heel logisch. Je leest over Abraham dat hij God geloofde wat betreft de belofte die hem was gegeven, en God rekende hem dat tot rechtvaardigheid. Abraham was voor God een rechtvaardige. Waarom? Niet omdat er iets op zijn rekening werd overgeschreven — dat is vaak het idee, dan wordt het een soort administratieve handeling in de zin van: "je bent niet rechtvaardig, maar we rekenen je wel zo." Nee, voor God telt er maar één ding: namelijk dat je Hem op Zijn woord neemt. Het gaat niet om perfectie, of dat jij de wet goed houdt. Dat is 'werken van de wet'. Nee, het gaat erom dat je gelooft en vertrouwt op Hem die het allemaal goed gaat maken. "Ik ga het doen, en dan ook honderd procent."

In feite is dat voor ons toch ook herkenbaar? Hoe is het als je vader of moeder bent? Wat vind je dan van belang? Dat je kinderen alles perfect doen en helemaal binnen de lijntjes kleuren? Dat is toch uiteindelijk niet wat je zoekt. Als je je kind liefhebt, dan wil je één ding: namelijk dat er een relatie is van vertrouwen. Er is geen grotere eer die ik als vader kan hebben dan dat mijn kinderen mij vertrouwen. God rekent een mens rechtvaardig als je volledig vertrouwt op Hem. Dat is dus geen kwestie van prestatie of dingen doen; daar gaat het niet om. Hij doet het. En dat is wat God rekent tot rechtvaardigheid. En daar komt natuurlijk het hele idee bij dat God nieuw leven belooft, en in dat nieuwe leven zullen we straks ook daadwerkelijk rechtvaardig zijn.

Dan lees je — want Romeinen 4 gaat zo ongemerkt over in Romeinen 5; die hoofdstukindeling hebben we er zelf per slot van rekening bij bedacht: "Wij dan, gerechtvaardigd (daar hebben we het woord weer) vanuit geloof, hebben vrede naar de God toe", zo staat het er, "door onze Heer Jezus Christus." Ja, dus kijk: het hele idee is dat de Heer Jezus Christus werd opgewekt uit de doden. Hij bracht nieuw leven aan het licht. In dat nieuwe leven staan wij straks ook op. Christus is de Eersteling, en datzelfde leven wat Hij aan het licht bracht, dat zullen wij straks ook daadwerkelijk hebben. Dan zijn we volmaakt. Dan is dit sterfelijke bestaan met al zijn falen voorbij.

God ziet ons nu al zoals we straks zullen zijn. Dat is onze handicap: wij kunnen alleen maar naar het verleden kijken. Wij rekenen mensen ook dingen toe vanwege het verleden. Het verleden rust als een last op je, eigenlijk op ons allemaal. Maar God ziet ons niet aan op ons verleden. We hebben helemaal geen verleden, dat is het idee; we hebben een toekomst! Hij ziet ons naar wat we straks zullen zijn, namelijk in dat nieuwe leven dat Jezus Christus aan het licht gebracht heeft. En zo ziet Hij ons nu al. Zo rekent Hij. De clue van Romeinen 5 en vooral Romeinen 6 is: reken zelf ook gewoon zo. En dan gaat het niet om je eigen ervaring van: "ja, maar ik ben toch een zondaar?" Nee, Paulus zegt: we waren zondaren. Het gaat niet om onze ervaring, onze observaties of onze gevoelens. God rekent zo.

In Romeinen 8 staat: "God is het die rechtvaardigt. Wie zal veroordelen?" Ik bedoel, je kunt jezelf veroordelen, je kunt een ander veroordelen, iedereen kan wat van je vinden — allemaal tot uw dienst. Maar als God jou rechtvaardig verklaart, wat gaat er dan nog gebeuren? Nou, helemaal niets. Wij dan, gerechtvaardigd vanuit geloof. God verklaart ons rechtvaardig. Waarom? Omdat Hij ons overtuigd heeft van de waarheid in Zijn Zoon, die Hij opgewekt heeft uit de doden. Dus als ik het mag samenvatten, want ik zie dat het hoog tijd is om een punt te zetten.

Conclusie: God Rekent Ons Nu Reeds Naar Wat We Straks Zullen Zijn ↑ hoofdstukken

Gerechtvaardigd, wat is dat? In de eerste plaats hebben we vastgesteld dat rechtvaardigen 'rechtvaardig verklaren' betekent, of misschien nog beter: 'rechtvaardig rekenen'. Dat is de Bijbelse formulering. God rekent vertrouwen, geloof, tot rechtvaardigheid. Voor God ben je een tzaddik wanneer je Hem vertrouwt, alleen Hem en niets van jezelf.

Ik zeg het er even bij... Oh ja, een toegang. Nou ja goed, dat maakt niet uit. Dan doe ik het zo, want ik ben er toch bijna nu. Ik ben niet zo technisch, dus het duurt al een hele tijd voordat ik het gerepareerd heb. Maar waar was ik nou ook alweer? O ja, die tsdaqah. Ik had het over de christelijke variant van de menselijke keuze. Nee, het gaat niet om de menselijke keuze. Hij doet het, Hij zal het doen en dat mag ik geloven. En als dat woord bij je gekomen is en Hij heeft je overtuigd, dan is dat ook nog eens een keer Zijn werk.

Geloof is dus niet een werk van mensen, want dat is wat via een achterdeur altijd nog weer naar binnen gekomen is. Dan zeggen we: "Ja, maar wij geloven dan," alsof dat dan een eigen werk zou zijn. Dan heb je alsnog weer redenen om te roemen en dat is heel funest. God rekent geloof, vertrouwen, tot rechtvaardigheid. Hij ziet ons nu reeds... Ik vind dat dit onderbelicht is gebleven vanmorgen, maar de tijd vraagt dat ik nu stop. Juist in deze hoofdstukken wordt het echter prachtig uiteengezet: God rekent ons nu reeds naar wat we straks zullen zijn. Daarmee wil ik afsluiten.

Het is zoals Hij Abraham al Abraham noemde toen hij nog kinderloos was. Als ik het zo zeg, dan komt het misschien niet helemaal goed binnen, maar als ik u vertel dat Abraham 'vader van vele volkeren' betekent, terwijl je nog niet eens een kind hebt en al stokoud bent, dan is dat nogal wat. Je vrouw is ook al stokoud en bovendien onvruchtbaar. Dan zeg je: "Ja, maar God!" Ik vind het zo mooi dat je in Genesis 17 leest dat Abraham een 'H' aan zijn naam toegevoegd krijgt, de He. Sarah ook trouwens. Je kunt je voorstellen dat Sarah roept: "Ja, Abraham! Het eten is klaar!" 'Vader van vele volkeren'. Hij had nog niet eens één kind, laat staan dat hij vader van vele volkeren zou zijn.

Maar dat is geloof. Je identiteit ligt niet vast in je verleden, in wat je voelt of wat anderen vinden, maar in hoe God jou ziet en hoe Hij jou benoemt. Welnu, zo zijn wij al rechtvaardig. U zegt misschien: "Ja, maar ik zie het nog niet," maar geloof is: zo ziet God het. Waar het nu om gaat, is om te gaan rekenen zoals God rekent. Dan heb je een heel goed leven hoor, dat kan ik u vertellen. Er kan van alles fout gaan, maar er gaat niks mis, toch? Zo was het, Tom? Er gaat van alles fout, maar er gaat niks mis. Ja, dan heb je God en Hij maakt die dingen waar. Dat is echt leven met allemaal hoofdletters. Dat wilde ik graag vanmorgen met jullie delen. Amen!

🎧 gerechtvaardigd, wat is dat?
Delen: