het besnijdenis-evangelie & genade
25-08-2024 - Geplaatst door Andre Piet25 augustus 2024, Benthuizen
Aan Petrus, als voorman van ‘de twaalf’ was “het Evangelie van de besnijdenis” toevertrouwd. Dat is de boodschap dat zodra Israël als natie tot erkenning komt van Jezus als de opgewekte Messias, Hij de troon van zijn vader David in Jeruzalem zal herstellen en wereldwijd zijn Koninkrijk zal vestigen. De vraag in deze studie is: hoe verhoudt deze boodschap zich tot die van Paulus, “het Evangelie van de voorhuid”? Wat is de overeenkomst tussen beide Evangelieën? Klopt het dat Jakobus, Petrus en Johannes een boodschap predikten waarin wet en werken nog wel een belangrijke rol spelen? Zal dat ook de boodschap zijn die straks, na de wegrukking, gepredikt gaat worden?
Powered by RedCircle
📝 Samenvatting & Transcriptie van deze lezing
⏱️ Hoofdstukindeling van deze studie:
- Inleiding: het Besnijdenis-evangelie en de Actualiteit
- De Specifieke Boodschap van Petrus in Handelingen
- Galaten 2: Twee Verschillende Evangeliën
- De Steunpilaren en de Indeling van het Nieuwe Testament
- Korinthe 15: Paulus' Apostelschap Door Genade
- Handelingen 15: Redding Door Genade Zonder het Juk van de Wet
- Jeremia 31: een Nieuw Verbond met het Huis van Israël
- De Essentie van het Nieuwe Verbond: Gods Belofte
- Luther, de Jakobusbrief en het Onderscheiden van de Tijden
Inleiding: het Besnijdenis-evangelie en de Actualiteit ↑ hoofdstukken
Een hele goede morgen, ook van mijn kant. Hartelijk dank, broer Dirk, voor deze uiteenzettingen waarin je altijd weer mag getuigen van de grote God die de dingen heeft gemaakt. In de natuur zien we het hele principe van dood en opstanding op allerlei wijzen geïllustreerd; zo'n verhaal als wat we vanmorgen hoorden, spreekt daar ook weer van.
Ik vind het heel lastig om een bruggetje te maken naar het onderwerp waar we het nu over gaan hebben, want eigenlijk heeft het er helemaal niets mee te maken. Maar goed, voor de variatie kan dat helemaal geen kwaad. Het ene is het boek van de natuur, waarvan de auteur dezelfde is als degene die ons de Schriften heeft gegeven. Dat boek gaan we vanmorgen met elkaar openen.
Ik heb deze studie een titel gegeven die op zichzelf al toelichting nodig heeft, dat weet ik eigenlijk wel zeker, tenminste voor een aantal van u. Ik wil het echter zodanig vertellen dat het voor iedereen die de moeite wil doen om het te volgen, ook daadwerkelijk te behappen is. Het onderwerp is: 'het besnijdenis-evangelie & genade'. Dat het iets met Israël te maken heeft, maakt de foto op de dia ook al duidelijk.
Trouwens, hoe de dingen in elkaar grijpen... Ik weet niet of u vanmorgen het nieuws al hebt gevolgd, maar er is opnieuw een enorme dreiging op ons afgekomen die er al aan zat te komen, namelijk de escalatie in het Midden-Oosten en meer specifiek in verband met Israël. Er gaat geen dag voorbij of deze dingen komen op je bordje. Vanuit het profetisch woord hebben we op deze plaats en in dit verband al zo vaak over deze zaken gesproken. Het profetisch woord en alle ontwikkelingen getuigen van de tijd waarin we leven en van dat wat op handen is.
Daarover gaan we het hebben, maar laat ik eerst wat inleidende dingen zeggen. In die zin sluit het niet zozeer aan op het verhaal van Dirk, maar het sluit in zekere zin wel aan – onbedoeld overigens – op wat we hier een aantal keren hebben besproken.
De Specifieke Boodschap van Petrus in Handelingen ↑ hoofdstukken
Toen we Handelingen 3 en 4 eens 'onder het loepie' hebben genomen, zoals mijn broer Dirk dat zegt, zagen we de geschiedenis van de man die vanaf zijn geboorte verlamd was. Hij werd daar bij de Schone Poort genezen en kon ineens springen en dansen, en zo de tempel in en uit lopen. Wat we in die serie hebben gezien, is dat Petrus een heel specifieke boodschap heeft voor zijn Joodse volksgenoten. Die boodschap komt hierop neer – je kunt het op verschillende manieren samenvatten, maar dit is toch wel de meest karakteristieke: als Israël zich bekeert, dan zal de Messias terugkeren en het koninkrijk op aarde vestigen.
Dat was de boodschap daar op het tempelplein: de Messias die jullie kort tevoren hebben gekruisigd – dat was toen hooguit enkele maanden geleden – is inmiddels op de derde dag door God uit het graf opgewekt. Veertig dagen later is Hij vanaf de Olijfberg opgenomen ten hemel. Welnu, als jullie alsnog tot inzicht komen dat Hij de Messias is, dan zal Hij terugkeren vanuit de hemel en zullen alle beloften die God aan het volk en aan de volkerenwereld heeft gegeven, vervuld worden. Het beloofde Messiaanse vrederijk zal dan aanbreken. Eigenlijk is het een heel simpele boodschap, maar dat is het evangelie, het goede bericht dat zij daar te horen kregen: de Messias leeft! Hij is gekomen en Hij is nu verborgen, maar als wij tot inzicht en erkenning komen van wie Hij is, dan zal Hij terugkeren en het Messiaanse vrederijk doen aanbreken.
Daar zit nog iets aan vast wat je heel duidelijk ziet in het hele boek Handelingen: in de boodschap van 'de twaalf' apostelen behield de wet van Mozes in die tijd haar betekenis voor Israël. Voor Israël, dat wel. Je ziet dat ook de duizenden die inmiddels tot erkenning waren gekomen – de Messiasbelijdende Joden, zeg maar – voluit Joods waren en bleven. Ze gingen naar de tempel en hielden zich aan de sabbat, de tempeldienst, de gebruiken en de besnijdenis. Dat was volstrekt vanzelfsprekend. In Handelingen 21 lees je dat Jacobus tegen Paulus zegt dat er inmiddels tienduizenden – letterlijk 'myriaden' – onder de Joden gelovig zijn geworden, en hij voegt eraan toe: "En allen zijn zij ijveraars van de wet en van de gebruiken." Zij leefden dus nog heel Joods.
Er ontstond echter een kwestie toen het volk zich afwijzend opstelde, het Sanhedrin het getuigenis verwierp en Stefanus was gestenigd. Toen is daar een dertiende apostel gekomen: Saulus, die later de naam Paulus kreeg. Hij ging naar de natiën, naar de niet-Joden. Toen kwam de vraag: moeten zij dan ook de gebruiken, de sabbat en alles wat van Israël is – de wetgeving en de eredienst – onderhouden? Het antwoord is resoluut: nee. Daartoe waren zij totaal niet verplicht; zij waren daarvan vrijgesteld.
Dat was overigens een hele kwestie, want dat was ook de reden waarom Paulus later in Jeruzalem gevangen werd genomen. Hij werd er van Joodse kant van beschuldigd dat hij 'afval van Mozes' predikte. Men beweerde dat hij de Joden onder de natiën vertelde dat zij hun kinderen niet moesten besnijden en de sabbat niet moesten houden. Dat was niet waar. Het speelde weliswaar geen rol in zijn prediking, maar hij heeft hen er nooit van afgehouden. Die beschuldiging klopte dus niet. Waar men het echter over eens was, is dat de natiën – de gelovigen uit de heidenen – vrij waren van de wet. Je hoeft als niet-Jood geen sabbat te houden. Tegenwoordig zijn er weer een heleboel christenen die dat anders zien, maar daar gaan we het nu verder niet over hebben. Deze kwestie, die in het boek Handelingen duidelijk is besloten en waar de richting is gezet, is momenteel weer hoogst actueel.
De vraag die we vanmorgen in deze studie willen bezien, is: als dat zo is in het evangelie dat bekend was onder de Joden – het evangelie van de besnijdenis (ik kom straks op die term terug) – leefden zij dan eigenlijk nog steeds onder de wet? Jacobus kwam in de tempel en al die Messiasbelijdende Joden hielden de besnijdenis en de Joodse hoogtijdagen; leefden zij onder de wet? En hoe kan dat dan? Zijn zij dan niet bevrijd? Is het zo dat een Jood dan toch stiekem door werken wordt gered als de wet voor hen wel geldig is?
Ik weet dat juist deze vragen heel dikwijls opkomen. Afgelopen week liep ik er nogal frontaal tegenaan en ik dacht: het is een goede zaak om dat eens wat scherper te krijgen. Ik wil een aantal Schriftplaatsen noemen die hierop antwoord geven. Hoe zit dat nu eigenlijk? Ook met het oog op wat we straks weer gaan krijgen. Daarmee bedoel ik de tijd nadat de gelovigen van deze aarde zijn weggerukt – hoewel dat nu niet het onderwerp is. Ik kan alvast wel vertellen dat we over een maand, op 28 september, weer een conferentie hebben in Maren. Ik zal dat aan het einde van de samenkomst nog even toelichten, maar het onderwerp zal zijn: 'Na de wegrukking'. Vorig jaar spraken we over 'De wegrukking', over het moment dat de Ecclesia die nu op aarde is, wordt weggerukt. De vraag is dan: hoe gaat het daarna verder op aarde?
Eén van de dingen die dan aan de orde komen, is dat er na die tijd in Jeruzalem weer een tempeldienst zal zijn. Ook de besnijdenis, de sabbat en al die zaken zullen dan weer worden gevierd en gedaan. Er ontstaat dan dus een nieuwe situatie die voor ons, die in de lijn van Paulus denken en handelen, heel vreemd is. Laten we daar eens naar kijken.
Galaten 2: Twee Verschillende Evangeliën ↑ hoofdstukken
Laten we naar Galaten 2 gaan. Het risico dat ik nu loop, is dat ik iedere keer, omdat we verschillende schriftplaatsen bespreken, context wil geven als je dat wilt zien. Ik wil daar nu niet te uitgebreid op ingaan, maar laat ik het zo zeggen: Paulus is in Jeruzalem. Dat is trouwens bij die gelegenheid dat die conferentie, dat convent, dat congres – sommige mensen zeggen die synode, en Rooms-Katholieken zeggen het concilie dat daar gehouden werd – plaatsvond. Het maakt me niet uit welke termen je gebruikt; het was een apostelvergadering, dat was wat het was.
Paulus was daar dus in Jeruzalem. Hij moest zich eigenlijk ook verantwoorden. Hij bracht daar het evangelie onder de natiën en hij zei: de gelovigen zijn vrij van al die gebruiken en die wetten. Bij die gelegenheid is hij daar dus in Jeruzalem en dan heeft hij een ontmoeting met de apostelen. Maar integendeel, toen zij – en dat gaat vooral over de apostelen, de twaalf, Jakobus en de anderen – toen zij zagen dat aan mij het evangelie van de voorhuid toevertrouwd was... Kijk, die bedoel ik dus. Trouwens, als u een NBG-vertaling hebt, dan staat er "de prediking van het evangelie aan de onbesnedenen", maar als u een Statenvertaling hebt, dan staat het er veel correcter: "het evangelie van de voorhuid". Zo staat het er.
Aan Paulus was het evangelie van de voorhuid toevertrouwd. De meeste moderne vertalingen proberen dat een beetje weg te moffelen en zeggen: "het evangelie aan de onbesnedenen". Dat moet ik misschien nog even toelichten. De voorhuid is een technische term, een technische Joodse term eigenlijk voor de heidenen, degenen die niet besneden zijn, die de voorhuid dus nog hebben. Het is een heel technische term; men bedoelt daarmee alle niet-Joden. Aan Paulus was het evangelie van de voorhuid toevertrouwd. Niet slechts het evangelie dat voor de onbesnedenen bedoeld was, ook het evangelie van de voorhuid. Het is het evangelie dat hoort bij de natiën, waarin de besnijdenis dus geen enkele rol speelt.
Jakobus en de zijnen en Petrus hebben dat gezien en onderkend. Ze hebben gezien: ja, aan Paulus is dat evangelie toevertrouwd, dat evangelie van de voorhuid, zoals aan Petrus dat van de besnijdenis. Hier zie je iets waar ik net al even op doelde: in moderne vertalingen wordt het altijd weggemoffeld. Dan zegt men dat aan Paulus het evangelie aan de onbesnedenen en aan Petrus het evangelie aan de besnedenen was toevertrouwd. Alsof het dan om éénzelfde boodschap gaat, maar om verschillende doelgroepen. Nee, waar het om gaat is dat het twee verschillende boodschappen zijn. Het evangelie van de voorhuid was aan Paulus toevertrouwd en aan Petrus het evangelie van de besnijdenis, waarin Israëls voorrechten, de besnijdenis en ook Israëls toekomst een prominente rol spelen. Het is specifiek een goed bericht, juist voor dat volk.
Aan Petrus was dat toevertrouwd, en dat onderkenden de twaalf toen. Er staat nog bij – het staat tussen haakjes: "Immers Hij, de Heer, die Petrus kracht gaf om apostel te zijn van de besnijdenis" – dat was evident, dat stond niet ter discussie, dat wist men – "gaf die kracht kennelijk ook aan mij voor de natiën." Ze onderkenden dus: het is één Heer, en Die heeft Petrus ooit geroepen om het evangelie van de besnijdenis te prediken rond de besnijdenis. Petrus was daar de exponent, de woordvoerder. Paulus is veel later geroepen, en Paulus wist inmiddels ook veel meer. Hij is vanuit de hemel geroepen, hoogstpersoonlijk door de Heer Zelf onderwezen. Dat is wat hij in de Galatenbrief al uitgebreid in het voorgaande hoofdstuk had besproken en toegelicht. Paulus wist meer; aan hem is het evangelie van de voorhuid toevertrouwd.
Allebei, zowel Petrus als Paulus, hadden een boodschap van Gods wege ontvangen. Paulus wist meer, maar niettemin: de een erkende de ander en de ander de een. Hier lees je dat ook: "Hij die Petrus kracht gaf om apostel te zijn van de besnijdenis, gaf die kracht ook aan mij voor de besnijdenis..." Voor de natiën, sorry dat ik het... u krijgt al zoveel informatie vanmorgen, nu zit ik u nog te verwarren ook. Neem me niet kwalijk, ik probeer het zo goed mogelijk te doen.
Dit is echt belangrijk om scherp te krijgen. Ik weet dat dit voor een aantal van jullie, wellicht de meesten, bekende stof is. Als dat zo is, dan zeg ik van harte: gefeliciteerd! Want dit is zo enorm elementair om de Schrift, en meer specifiek het Nieuwe Testament, te verstaan: om dat onderscheid te zien. Want de meeste mensen gooien het allemaal door elkaar. De boodschap die Paulus heeft verkondigd aan de ene kant, en de evangeliën en de brieven van de andere apostelen aan de andere kant... "Ah, het is allemaal hetzelfde. De een ging daar naartoe en de ander ging daar naartoe, maar het is allemaal hetzelfde." Nee, nee, nee! Juist niet! Daarom moet je die indeling echt scherp zien. Daarom onderstreep ik het. Dit kan niet genoeg benadrukt worden, juist omdat het zo enorm onbekend is. Vooral onbekend. Ik maak het ook nog wel eens mee dat daar waar het bekendgemaakt wordt, het vervolgens bestreden wordt. Terwijl het zo evident is, zo duidelijk.
Even terug naar het Bijbelgedeelte. "En toen zij – de apostelen, de twaalf, Petrus en Jakobus – toen zij de genade die aan mij geschonken was (dat schrijft Paulus dus) opmerkten..." Het was genade; die boodschap die Paulus spreekt, dat was genade die aan hem was verleend, en ze merkten dat op. Ze onderkenden het ook. En toen reikten – en hier worden de mannen bij name genoemd...
De Steunpilaren en de Indeling van het Nieuwe Testament ↑ hoofdstukken
Toen rijkten Jakobus en Kefas – dat is de Aramese naam voor Petrus; Petrus is Grieks en Kefas is Aramees, maar het is dezelfde persoon – toen reikten Jakobus, Kefas en Johannes, die voor steunpilaren golden, de hand. Zij zijn de representanten, of zoals ik net zei: de exponenten. Zij zijn degenen op wie het getuigenis van de twaalf volledig gebaseerd was; zij waren de steunpilaren.
Zij reikten aan Paulus de rechterhand; we zullen dat zo zien. Maar eerst even over die namen. Waarom dit zo belangrijk is voor het verstaan van het hele Nieuwe Testament? De namen die hier worden genoemd – Jakobus, Petrus en Johannes – vormen precies de indeling die wij in ons Nieuwe Testament hebben en die van oudsher ook in de manuscripten staat. De Schriften zijn ons gegeven in deze indeling. Wat hier staat, gaat niet alleen over het verschil tussen twee verschillende boodschappen, maar het betreft ook de wijze waarop het Nieuwe Testament is ingedeeld. Want ga maar na: je hebt de brieven van Paulus en daarna krijg je de brieven van Jakobus in die volgorde, dan van Petrus en die van Johannes. Daartussen ligt nog een kleine brief van Judas, maar die hoort juist daar ook weer helemaal thuis. Zie je, die namen worden hier om die reden genoemd. Of eigenlijk moet ik het anders zeggen: het loopt volledig parallel, wat hier beschreven wordt, met hoe wij het Nieuwe Testament kennen. Hier vinden we gewoon de elementaire zaken, het ABC van dat wat wij in het Nieuwe Testament bezitten.
Ik lees nog even dat vers verder tot het einde: "En toen zij de genade die mij geschonken was opmerkten, toen reikten Jakobus, Kefas en Johannes, die voor steunpilaren golden, mij en Barnabas de rechterhand van de gemeenschap." Wanneer je elkaar de hand geeft, de rechterhand geeft, dan druk je ook eenheid uit. En ze reikten hem en Barnabas, Paulus' medewerker, de rechterhand van de gemeenschap met de afspraak: wij zouden naar de natiën gaan – gewoon alle natiën, eigenlijk ook zonder onderscheid – en Jakobus, Petrus en Johannes zouden naar de besnijdenis gaan. Dus de boodschap van Paulus en die van Barnabas was universeel, gericht op de natiën in het algemeen zonder onderscheid. Die van Jakobus, Kefas en Johannes is beperkt, dat wil zeggen dat die een specifieke doelgroep heeft.
Wat ik nu zeg, is eigenlijk een bom. Als u zegt: "Wacht even, dit heb ik nog nooit gehoord" of "dit wordt nooit verteld" – nee, dat klopt ook, het wordt vaak niet verteld. Wat hiermee gezegd is, is dat Jakobus, Petrus en Johannes, en dus ook dat wat zij hebben nagelaten in de brieven die wij onder hun namen kennen, gericht is aan de besnijdenis. Weet u waarom dat een bom is? Weet u hoe die brieven altijd genoemd worden? De algemene brieven of de katholieke brieven. 'Katholiek' betekent algemeen. Men zegt dat het de algemene brieven zijn, maar dat kun je wel op je buik schrijven. Dat zijn geen algemene brieven. Integendeel: de brieven van Paulus zijn algemeen, die zijn gericht aan de natiën, wie dan ook. Jakobus, Kefas en Johannes richten zich tot de besnijdenis, heel specifiek en ook beperkt.
Het moet duidelijk zijn, laat ik meteen maar even een schot voor de boeg geven: als straks bij de parousie van de Heer de eerste fase aanbreekt en bij de wegrukking de Ecclesia wordt weggenomen, dan gaat God de draad met het volk Israël weer oppakken. En raad eens wat? Dan gaan die brieven, die besnijdenisbrieven, weer volop actueel worden. Jakobus richt zich tot de twaalf stammen en Petrus is een apostel van de besnijdenis. De Rooms-Katholieke Kerk heeft hem in Rome tot de eerste bisschop verklaard, eigenlijk van de wereldkerk, van de natiën. Zie je hoe dat in de christenheid volledig is veranderd? Dat inzicht is niet alleen verdwenen, het is zelfs volledig tegengesproken en verward.
Het ging me bij deze verwijzing naar Galaten 2 even om die term 'het besnijdenis-evangelie'. Het evangelie van de besnijdenis, kortweg, is de boodschap die gericht is aan Israël, over de besnijdenis en de geweldige voorrechten die God aan dat volk heeft gegeven. Maar dat is wat Paulus te melden heeft: nu staat Israël even op een zijspoor. We kunnen rekenen dat Jakobus, Petrus en Johannes daar ook moeite mee hebben gehad; Petrus zegt dat ook in zijn laatste brief. Maar nu staan ze tijdelijk op een zijspoor en straks, als de volheid van de natiën is binnengegaan, dan pakt God de draad weer op met Zijn volk Israël. Dit moet je weten, het is heel elementair.
Nu komen we nog op iets anders en dat is een misverstand dat heel gemakkelijk kan ontstaan en dat ik al heel vaak gehoord heb. Namelijk dat, aangezien Jakobus, Petrus en Johannes zich richten tot de besnijdenis, men al heel gemakkelijk de conclusie trekt – en dat wordt ook vaak gedaan – dat Israël straks gewoon weer onder de wet komt en werken moet doen. Dat is een misverstand en dat wil ik ook graag laten zien. Eén van de redenen waarom ik deze dingen zo belicht, is om te laten zien hoe ook in het evangelie van de besnijdenis, weliswaar nu niet aan de orde sinds Israël op een zijspoor is gezet, wel degelijk genade klinkt. Laten we daarom even naar 1 Korinthe 15 gaan.
Korinthe 15: Paulus' Apostelschap Door Genade ↑ hoofdstukken
Paulus vat eerst kort de verzen van dat hoofdstuk samen en vertelt dan wat het evangelie is dat hij predikt. Hij zegt eigenlijk: dat evangelie is nogal simpel; het is een ABC, of eventueel een ABCD. Namelijk: Christus stierf naar de Schriften, Hij is begraven en opgewekt naar de Schriften, en Hij is verschenen aan zovelen. Hij noemt ze op: aan Kefas, aan de twaalf, aan Jakobus en aan alle apostelen, en op een keer zelfs aan vijfhonderd broeders tegelijk. En dan zegt hij: "En als laatste is Hij ook nog aan mij verschenen."
Dat was eigenlijk een buiten-categorie, want inmiddels was de Heer al lang en breed — al jaren daarvoor officieel eigenlijk — verdwenen. Vanaf de Olijvenberg had Hij Zich... was Hij ten hemel gevaren, maar vanuit de hemel is Hij aan Paulus verschenen. Paulus zegt: "Als laatste is Hij ook nog aan mij verschenen, als aan een ontijdig geborene." Hij vond zichzelf niet waard om een apostel te heten. Hij zei: "Want ik heb de Ecclesia van God vervolgd." Dus Paulus zegt dat hij er eigenlijk helemaal niet bij hoort en het niet eens waard is om een apostel te heten. Maar juist dáárom zijn hem de grootste, de meest geweldige dingen toevertrouwd. Juist omdat hij volstrekt onwaardig was.
Hij noemt zich elders in de Timotheüs-brief ook de eerste van de zondaren. Dus als je alle zondaren vanaf Adam op een rijtje zou zetten — en dat zijn er heel wat, want het zijn er miljarden — dan staat op nummer één: Paulus. "Ik ben de eerste van de zondaren, daarin sta ik voorop." Hij noemt zich de geringste van de heiligen, de geringste van de apostelen. Maar dan volgt vers 10 en zegt hij: "Maar door de genade van God ben ik wat ik ben." Ik vind dat geweldig. Dan ben je onaantastbaar, want hij hoeft zich namelijk niet meer te verdedigen. Hij zegt: "Ik ben het niet waardig, maar wat ik ben, dat ben ik door genade." De Heer heeft Zich aan mij geopend.
"Door de genade van God ben ik wat ik ben." Als je dat kunt zeggen... Ik had het net over feliciteren, maar dit is er ook één hoor. Als mensen wijzen op je verleden en zeggen: "Ja, dat kan wel wezen...", dan is er Eén die mij kent, er is Eén die een plan met mij heeft, en er is Eén die alles om niet aan mij geeft. Paulus is daar eigenlijk ook het demonstratiemodel van. Paulus is een demonstratie van genade: totaal niets verdiend en alles gekregen. Hij krijgt de grootste dingen; de meest heerlijke waarheden zijn aan hem toevertrouwd en hij mag ze uitbazuinen. "Door genade ben ik wat ik ben. Zijn genade aan mij is bepaald niet tevergeefs geweest, want ik, Paulus, heb meer gearbeid dan zij allen."
Met "zij allen" heeft hij het over degenen waar hij het net over had: over alle apostelen, de twaalf, en eigenlijk alle apostelen — dat zijn er trouwens nog veel meer, tweeënzeventig of meer nog, maar dat ga ik nu niet toelichten. Hij zegt: "Ik heb meer gearbeid dan zij allen." Nu zou je haast denken: "O, dan gaat hij toch nog pochen." Maar wacht even, voor de goede orde: "Dat ben ik niet, maar de genade Gods die met mij is." Hij zegt eigenlijk: "Ik kan niet eens anders." De genade is mij overkomen en heeft haar explosieve kracht en kwaliteit in mij bewezen. "Dit overkomt mij en zo gaat het." Hij zegt dus dat als er iemand daarin geëerd moet worden, het de genade Gods is die met mij is.
Nu komt de reden waarom ik naar dit gedeelte ben toegegaan. Het ging over de vraag: is die boodschap van Paulus nu fundamenteel anders dan die van de twaalf? Dan zeg ik: ja, het zijn twee verschillende boodschappen, maar let op 1 Korinthe 15, ook voor de balans. "Daarom dan, ik (Paulus dus) of zij (de andere apostelen), zo prediken wij" — of letterlijk gezegd: zo herauten wij — "en zo geloven jullie." Waar gaat het om? Het evangelie dat hij predikte is van de Heer Jezus Christus, die naar de Schriften gestorven is, die begraven is en die is opgewekt. Die boodschap predikte hij, daarom zijn jullie gelovig, maar dat is ook wat al mijn collega-apostelen prediken. Dat maakt je een gelovige.
In de basis was hun evangelie dus hetzelfde. We hebben het hier bij een andere gelegenheid wel eens over gehad; Paulus zegt in Galaten 1 — ik zou het een beetje te technisch kunnen maken, maar laat ik het zo zeggen — Paulus zegt: "Het evangelie dat ik predik, dat is geen ánder evangelie dan dat van hen, maar het is wel ánders." We hebben toen een keertje een hele speciale studie gehad over de woorden heteros en allos. Het ene betekent... laat ik een simpel voorbeeld geven: Ik ben dezelfde man als de man die hier een paar jaar geleden stond, of die 62 jaar geleden ter wereld kwam. Ik ben dezelfde, ik ben geen ander geworden. Maar ik ben wel ánders geworden. Nou ja, ik ben nauwelijks ouder geworden natuurlijk... Nee, ik ben geen ander, maar ik ben inmiddels wel anders. Uw tuin is dezelfde; in het kadaster staat dezelfde oppervlakte, maar inmiddels heeft u er het een en ander aan gedaan en herkent u het misschien zelfs niet eens meer. Snapt u het verschil tussen "geen ander" en "toch anders"? Paulus spreekt geen ander evangelie dan de twaalf, maar het was wel anders.
Nog even anders samengevat: de twaalf predikten aan Israël, aan het Joodse volk: "Kom tot bekering in de Messias, en als jullie dat doen, dan zal Hij terugkeren." Als dan blijkt dat Israël zich niet bekeert — wat trouwens, even voor de goede orde, ook naar Gods raad was — dan wordt Paulus geroepen. Hij gaat de boodschap prediken dat Israël nu tijdelijk terzijde staat, dat de boodschap naar de natiën gaat en dat er geen onderscheid is. Dat de besnijdenis enzovoort allemaal hun rol spelen, dat is het verschil.
In beide boodschappen is de essentie exact hetzelfde: de Messias die stierf, die werd opgewekt uit de doden en die leeft. Of je dat nu van Petrus hoort of van Paulus, dat is gelijk; fundamenteel is het hetzelfde. Maar Paulus wist veel meer. Dat is dat "evangelie van tevoren". Hij vertelt de dingen die vandaag actueel zijn: de weg die God nu gaat. Het is eigenlijk een intermezzo, een pauze waarin we nu zitten. Straks pakt God de draad weer op en dan wordt een heel deel van het Nieuwe Testament — het evangelie van de besnijdenis — opnieuw weer actueel, zoals het ooit was in de dagen van Handelingen.
Ziet u hoe belangrijk het is om deze dingen te onderscheiden? Als het niet onderwezen wordt, dan weet je het niet. En als je elementaire dingen niet weet, dan ga je dingen door elkaar halen. Dat is wat er algemeen gebeurt. En weet je wat je dan krijgt? Dan is niet alleen het evangelie anders, maar dan krijg je een "ander evangelie". Daarvan zegt Paulus: "Dat is geen evangelie." En ik moet erbij zeggen dat dit de boodschap is die vandaag allerwege in de christenheid gepredikt wordt: een evangelie dat maar niet anders is, nee, dat een "ander evangelie" is — waarvan Paulus zegt dat het niet kan — waarin de genade ook helemaal is weggeredeneerd. Dat is geen evangelie.
Ja, en dan gaan we nog naar een andere Schriftplaats toe.
Handelingen 15: Redding Door Genade Zonder het Juk van de Wet ↑ hoofdstukken
En dat is Handelingen 15. Ik realiseer me, terwijl ik hier spreek, dat ik iedere keer op dat hoofdstuk terugkom, namelijk die ontmoeting die Paulus daar heeft in Jeruzalem bij die apostelvergadering. Daar was een hele grote commotie ontstaan. Even ter context: Paulus was onder de natiën geweest, had daar zijn eerste zendingsreis al gemaakt en er waren nogal wat mensen onder de Joden die daarop reageerden. Ze zeiden: "Die mensen die uit de natiën tot geloof gekomen zijn, die moeten ook besneden worden en die moeten ook naar de gebruiken wandelen." Dat is de kwestie die men toen heeft behandeld.
Petrus is degene die tijdens die vergadering als eerste het woord neemt en hij neemt het meteen ook op voor Paulus. Hij heeft nogal wat problemen met Paulus gehad, maar niettemin neemt hij het voor hem op. Hij zegt ook dat degenen die nu de natiën de wet willen gaan opleggen, er helemaal naast zitten. Let maar op, ik begin te lezen bij vers 10: "Nu dan, wat stelt gij God op de proef..." Wat doen die judaïzerende mensen, degenen die de anderen wilden verjoodsen? Rabbi van de Kamp spreekt over christenen die dan willen gaan 'jodelen'. Die vond ik wel erg leuk. Hij bedoelt daarmee gewoon die christenen die graag Joods willen gaan worden en allerlei zaken willen gaan opleggen. Wat hoor je te doen als je rechtvaardig wilt zijn? Dan moet je volgens de wet leven, zo redeneren zij. Maar Petrus zegt dat die wet door God aan Israël is gegeven.
Petrus zegt dit: "Nu dan, wat stelt gij God op de proef door een juk op de hals van de discipelen te leggen?" Hij spreekt over degenen die uit de natiën tot geloof gekomen zijn. "Door een juk op de hals van de discipelen te leggen dat noch onze vaderen, noch wij hebben kunnen dragen." Met andere woorden: het juk waar het hier over gaat, dat is de wet van Mozes, en dat willen jullie opleggen aan de natiën. Hij zegt: "Terwijl wij leefden onder de wet, konden we dat juk niet dragen, en we kunnen het nog steeds niet dragen." Dus hij zegt dat je God op de proef stelt door nu vervolgens dat juk, die last, op te leggen aan gelovigen uit de natiën. Dat is ook helemaal niet de bedoeling.
In Handelingen 15 staat het vers waar ik in het bijzonder ook op wil wijzen. Petrus zegt in vers 11: "Maar door de genade van de Heer Jezus geloven wij (Joden) behouden (of gered) te worden op dezelfde wijze als zij (namelijk de natiën)." Dit is heel belangrijk. Hij zegt niet dat zij, de natiën, op dezelfde wijze behouden moeten worden als wij. Nee: wij worden op dezelfde wijze behouden als zij. En hoe werden zij behouden? Zonder enig werk van de wet. Ze hoorden het geweldige bericht van wie Jezus Christus is: de beloofde Messias, die stierf naar de Schriften en die werd opgewekt. Die boodschap van wie Hij is, dat is het. Dat is zonder enig werk van de wet. Wat Petrus nu zegt, is: "Wij Joden worden op dezelfde wijze gered als zij." Dat wil zeggen dat werken van de wet daarin geen enkele rol spelen.
Hiermee zegt hij dus ook dat in dat evangelie wat hij predikt, waarin de besnijdenis inderdaad van belang was, dat als het gaat om redding totaal niet het geval is. In Galaten 2 lees je ook: "Wij, geboren Joden en geen zondaars uit de natiën, wij weten dat een mens niet gerechtvaardigd wordt uit werken van de wet." Dat weten de Joden, want dat staat namelijk wel in het Oude Testament, in de Hebreeuwse Bijbel. Ziet u dat? Door de genade die in de Heer Jezus Christus openbaar is geworden, bewezen is en gedemonstreerd is, worden wij gered op dezelfde wijze: wij Joden als zij de natiën. Dat wil zeggen dat werken van de wet daarin geen rol spelen.
Vervolgens lees je dat de hele vergadering stil werd. Dat is op zich al een wonder, want er was een enorme kakofonie; dat lees je ook in datzelfde gedeelte. Er was heel veel strijd over deze kwestie en de hele vergadering werd stil. En vervolgens hoorden ze Barnabas en Paulus verhalen wat voor tekenen en wonderen God door hen onder de natiën gedaan had. Dat wil zeggen: Paulus had het evangelie van de voorhuid gepredikt zonder dat werken van de wet ook maar enige rol speelde, en God had het bevestigd met wondertekenen. In feite waren die wondertekenen die hadden plaatsgevonden juist nodig voor Israël om te bewijzen dat Paulus' boodschap inderdaad geaccrediteerd was door God zelf. God bewees de boodschap van Paulus als zijnde goddelijk; dat wil zeggen dat dit de boodschap is die Hij onderstreepte met wondertekenen.
De hele vergadering werd stil. Vervolgens neemt Jakobus nog het woord en die bevestigt het ook nog eens een keer. In hoeverre ze het allemaal goed begrepen hebben, is nog een andere kwestie, maar toen is dit alles gewoon ook vastgelegd. Nou, dan gaan we nog naar een ander gedeelte toe.
Jeremia 31: een Nieuw Verbond met het Huis van Israël ↑ hoofdstukken
Dat is de laatste passage die ik wil lezen en dat is Jeremia 31. Dan gaan we naar het Oude Testament, de Hebreeuwse Bijbel. Waarom? Wel, omdat daar in dat gedeelte — een heel bekend gedeelte dat in het Nieuwe Testament regelmatig wordt aangehaald en waaraan vele malen wordt gerefereerd — de profetie van een nieuw verbond staat. Die profetie is ontleend aan Jeremia 31. Laten we dat maar eens lezen. Het is makkelijk te onthouden: Jeremia 31 vanaf vers 31.
"Zie", staat er dan. Dit is even voor de goede orde: Jeremia tekende dit op in de dagen dat Jeruzalem net verwoest was en het volk in ballingschap was gegaan. In die dagen wordt deze geweldige profetie gegeven. "Zie, de dagen komen", luidt het woord van Yahweh. En als je kijkt naar de hele context van Jeremia 31 — we zijn er al een stukje aan voorafgegaan — laten we even kijken naar de zetting: welke dagen zijn dat dan? Dat zijn de dagen dat het overblijfsel van Israël, dat wil zeggen wat nog overgebleven is en ontkomen is aan het zwaard, genade zal vinden in de woestijn. We hebben het hier vaker over gehad: dat er straks een vlucht gaat plaatsvinden en dat ze daar een veilig onderduikadres in de woestijn zullen hebben, waar ze drieënhalf jaar bewaard worden. En als deze details u nu ontgaan, geen punt, maar dat is waar het eigenlijk over gaat.
In die tijd zal dat zijn, na alle rampspoed die over het land is gekomen. Dat betekent dus dat dit ook nog steeds toekomstig is. Ik begon mijn toespraak over wat er momenteel allemaal in het land aan de hand is, over alle rampspoed, over alle dreigingen die eroverheen gaan en wat er nog allemaal gaat gebeuren. Dit gaat over dagen dat dit allemaal voorbij zal zijn en dat het hele volk verzameld zal zijn uit de natiën. Wat er nu in het Joodse land in het Midden-Oosten is, is in feite nog maar een klein deel van het Joodse volk. Maar dat zal dan geheel verzameld zijn uit de natiën. Ik noem de verzen alleen maar om het even te laten zien voor degenen die het willen controleren en checken; doe dat vooral. Het volk wordt verzameld uit de natiën en hersteld in het land. Het land gaat dan weer opgebouwd worden na de puinhopen die ontstaan zijn.
Welnu, in die dagen: "Zie, de dagen komen", luidt het woord van de Here, of van Yahweh, van 'Ik ben die Ik ben'. "Dat Ik met het huis van Israël en het huis van Juda een nieuw verbond zal sluiten." Een nieuw verbond. En let op: dat doet Hij dus met hetzelfde volk als waarmee ook het oude verbond was gesloten. Want dat was namelijk ook met het huis van Juda en het huis van Israël. Het hoort heel onderscheidend bij elkaar; in die tijd hoorde het nog niet eens bij elkaar, maar in ieder geval betreft het alle twaalf stammen. Ooit heeft God een oud verbond gesloten met de twaalf stammen en nu zegt God: "Er komt een tijd, de dagen komen, dat er een nieuw verbond gesloten gaat worden." Ik zeg dit ook even omdat meestal de gedachte is dat God het oude verbond sluit met Israël en het nieuwe verbond met de kerk. En opnieuw zeg ik: dat kun je wel op je buik schrijven. Dat is niet zo. God sluit dat nieuwe verbond met hetzelfde volk als waarmee Hij het oude verbond heeft gesloten. Hebben wij niks met dat nieuwe verbond te maken? Jawel, maar dat verbond wordt met dat volk gesloten.
Vervolgens wordt het contrast getekend tussen het oude verbond en het nieuwe verbond. Er staat in vers 32: "Niet zoals het verbond dat Ik met hun vaderen gesloten heb ten dage dat Ik hen bij de hand nam om hen uit het land van Egypte te leiden; Mijn verbond dat zij verbroken hebben." Het is zelfs heel demonstratief als je de wet neemt: de stenen tafelen kwamen tot het volk, maar voordat Mozes was neergedaald, waren ze letterlijk al in gruzelementen. Die eerste set stenen tafelen was al verbroken op het moment dat het van bovenaf, vanaf de berg, aan het volk werd opgelegd. Dat is verbroken. En toen moest God — daar moet ik nu ineens aan denken, het is zo’n prachtige typologie natuurlijk — een nieuwe set stenen tafelen geven omdat die eerste set was verbroken. Die tweede set werd veilig bewaard; die werd niet opgelegd, maar bewaard in de ark van het verbond. Dat was natuurlijk die houten kist waar het verzoendeksel op lag, in het binnenste heiligdom. Om het meteen maar te verklappen: de ark van het verbond is een beeld van de Heer Jezus Christus. In Hem is het veilig. In Hem wordt het bewaard. Niet het eerste, maar het tweede. Niet het oude, maar het nieuwe. Alles klopt daarin; het wijst naar hetzelfde.
"Het verbond dat zij verbroken hebben", ja. En dan staat er nog bij: "Hoewel Ik hen getrouwd had", luidt het woord van Yahweh. Ik wijk hier even af van de NBG-vertaling. Als u een Statenvertaling heeft, dan staat het er zoals ik het hier heb afgebeeld. In de nieuwe vertaling staat: "Hoewel Ik heer van hen was." Maar het gewone woord dat hier gebruikt wordt, is dat van een echtgenoot: "Hoewel Ik hun echtgenoot was." Dit is ook iets wat je moet weten: de verbonden in de Bijbel, zowel het oude als het nieuwe verbond, zijn huwelijksverbonden. God trouwde Zijn volk, zodat Hij de bruidegom is en Israël de bruid. Het hele idee is dat er een verbond tussen beiden is gesloten en er een echtelijke woning was: dat is in feite het land van Israël. Het kwam er in feite op neer dat als Israël, de bruid, andere goden ging navolgen, dit door de profeten algemeen werd beschouwd als overspel en hoererij. Afgoderij was voor Israël overspel, gewoon omdat het verbond het karakter had van een huwelijksverbond.
Maar dat geldt niet alleen voor het oude volk; dat geldt ook weer voor het nieuwe verbond. Want de Heer zal het volk opnieuw werven. In Hosea wordt dat heel uitgebreid beschreven, maar ook in Jesaja en Jeremia vind je dat terug. Hij zal hen opnieuw als bruid werven in een nieuw verbond. Ook hier zie je weer het contrast met de kerkelijke theologie, die stelt dat het oude verbond is gesloten met Israël, het nieuwe verbond met de kerk, en dat de bruid de kerk of de gemeente is. Opnieuw moeten wij zeggen: zo ligt het dus niet. Integendeel. Weliswaar plukken wij de vruchten van dat nieuwe verbond en wordt de geest van dat nieuwe verbond aan ons bediend — kijk het maar eens na in 2 Korinthiërs 3 — maar het verbond zelf wordt met Israël gesloten. De essentie van het nieuwe verbond is dat alles genade is. Wilt u dat bewezen zien? Ja, dat ga ik bewijzen, want dat lees je in het vervolg.
Vers 33: "Maar," zegt God bij monde van Jeremia, "dit is het verbond dat Ik met het huis van Israël sluiten zal na deze dagen" — na die dagen van vergelding, van oordeel en gericht, en de dagen van herstel — "luidt het woord van Yahweh: Ik zal Mijn wet in hun binnenste leggen en die in hun hart schrijven; Ik zal hun tot een God zijn en zij zullen Mij tot een volk zijn." En dit vind je in deze verzen van Jeremia 31.
De Essentie van het Nieuwe Verbond: Gods Belofte ↑ hoofdstukken
In de aankondiging van het nieuwe verbond staat zeven keer – als je het goed telt – "Ik zal". En niet één keer: "jullie moeten". Met andere woorden: de essentie van het nieuwe verbond is dat God het aanzegt en belooft. "Ik zal dat doen." En daarom is dat nieuwe verbond ook veilig. Kijk, het oude verbond was tijdelijk. Waarom? Omdat de mens... tja, dat is waar de mens garant voor staat. Wie verbreekt het? Maar bij het nieuwe verbond wordt niets van de mens geëist. Er wordt niks opgelegd. God neemt alle eisen op zich. Hij doet het, en dus vervult Hij het ook. Dus alles wat er voor nodig is, ligt aan de kant van God. Vandaar ook dat Hij belooft: "Ik zal het doen." En daarom kan er ook niets misgaan met dat verbond. Dat is een nieuw verbond.
"Ik zal mijn wet in hun binnenste leggen." En dit is dus ook weer een antwoord op de vraag hoe dat zit met de wet en Israël. Het is straks ook weer zo dat Israël inderdaad de sabbat zal houden en al die hoogtijden, en ook weer de eredienst. Niet omdat het hen opgelegd is, niet omdat dat moet, maar omdat zij dat graag willen. Zij beschouwen het dan als een voorrecht. Dan danken ze God dat ze dat mogen doen. Dat is een heel andere situatie. Dus zij leven dan niet onder de wet, maar de wet is in hun hart, in hun binnenste gelegd. Zoals dat in de ark van het verbond was – in het binnenste gelegd en in hun harten geschreven – zo gaat het straks met het volk van Israël.
Ik heb het er dus niet over dat wij dat ook zouden doen, want het nieuwe verbond wordt helemaal niet met ons gesloten. De geest van het nieuwe verbond is inderdaad dat God alles voor Zijn rekening neemt, en die geest wordt aan ons bediend, dat is waar. Maar het nieuwe verbond zelf wordt niet met ons gesloten. Dat is nog toekomstig en bovendien gaat dat over de twaalf stammen van Israël, en niet over de natiën.
"Ik zal mijn wet in hun binnenste leggen en die in hun harten schrijven. En Ik zal" – let op, ik heb het expres met kapitalen en vette letters geschreven – "Ik zal hun tot een God zijn en zij zullen Mij tot een volk zijn." En dan zullen zij niet meer eenieder zijn naaste en eenieder zijn broeder leren: "Ken JAHWEH." Waarom niet? Zij allen zullen Mij kennen. Die lessen zijn dan ook niet meer nodig. God neemt dat gewoon voor Zijn rekening: "van de kleinste tot de grootste onder hen", luidt het woord van JAHWEH. "Want Ik zal" – daar heb je het weer – "Ik zal hun ongerechtigheid vergeven en hun zonden niet meer gedenken."
Het gaat in feite nog verder, maar waar het mij om gaat is de essentie van dat nieuwe verbond: het is genade. En straks zal dat ook voor Israël weer gelden. Zij gaan dan inderdaad weer werken, maar niet omdat het moet of als voorwaarde, maar als een uitwerking. En vandaar ook... dat is het laatste wat ik er dan over wil zeggen, maar ook als een nadenker voor de rest van deze dag.
Luther, de Jakobusbrief en het Onderscheiden van de Tijden ↑ hoofdstukken
U weet wellicht, als u een protestantse komaf hebt – en ik heb dat en velen van u ook – dan weet u natuurlijk hoe dat ooit gegaan is met de Reformatie in de dagen van Luther en Calvijn. Maar Luther had heel veel moeite met de brief van Jakobus. Waarom? Omdat Jakobus... kijk, Paulus zegt dat een mens wordt gerechtvaardigd zonder werken der wet. God rechtvaardigt de goddeloze en niet door werken; werken spelen dus geen enkele rol. Spreekt Jakobus dat tegen? Nee, Jakobus spreekt het niet tegen, maar hij legt wel heel andere accenten.
Hij zegt dat een mens wordt gerechtvaardigd door geloof én werken. Gewoon... waarom? Omdat dat geloof straks voor Israël allerlei dingen gaat uitwerken. Jakobus legt dus heel andere accenten, in ieder geval héél andere accenten. En daar kon Luther eigenlijk helemaal niet mee overweg. Van hem zijn ook de beroemde woorden toen hem dat werd tegengeworpen. Toen werd er gezegd: "Ja, maar wat jij leert, Luther, dat is in tegenspraak met wat er in Jakobus staat." Weet u wat hij toen zei? "Maak met Japie maar de kachel aan!" Met Japie bedoelde hij dus Jakobus. Hij noemde de Jakobusbrief ook een strooien brief.
Maar kijk, daarna zie je hoe geweldig het is als je de Schrift, het Nieuwe Testament, met onderscheid leest. Dan weet je: de brieven van Paulus hebben te maken met het nu, met de natiën en de weg die God nu gaat. En straks pakt God de draad met Israël weer op. Dan is het weer genade, maar dat krijgt dan een andere uitwerking. Dan gaat Hij Zijn wet in hun hart schrijven, en dat is de uitwerking van genade in die dagen. Alles op zijn tijd.
Nou, ik hoop daarmee ook wat duidelijkheid te hebben verschaft. Dirk heeft jullie geïnformeerd over de geweldige dingen die God allemaal in de natuur uitwerkt, rondom dood en opstanding en nieuw leven. De Schriften zijn geweldig ingenieus. Maar – en dat is echt het allerlaatste – ik wil nog een uitspraak met ere vermelden van een kerkvader: Augustinus. Hij heeft een heleboel foute dingen gezegd, maar hij heeft ooit de uitspraak gedaan: "Onderscheid de tijden en de Schrift is in harmonie met zichzelf."
Amen.
UltimateGoodNews