GoedBericht.nl logo
UltimateGoodNews

toevallig?

01-09-2024 - Geplaatst door Andre Piet
1 september 2024, Nieuw Buinen

Heel ons persoonlijke leven maar ook het grote wereldgebeuren hangt van toevalligheden aan elkaar. Ongepland en zonder dat de mens er ook maar de geringste controle over heeft. Toeval betekent letterlijk: het valt (ons) toe. Tegen of mee. Pech of geluk. Slechts zelden realiseert de mens zich dat er Eén is die van bovenaf de dingen doet toevallen. HIJ en geen ander beschikt het lot. Want de mens wikt, maar GOD beschikt!

Powered by RedCircle

📝 Samenvatting & Transcriptie van deze lezing

Samenvatting van deze toespraak

Deze studie onderzoekt het concept toeval vanuit Bijbels perspectief en stelt de vraag of dit daadwerkelijk bestaat als een onafhankelijke, willekeurige macht. Aan de hand van diverse Bijbelgedeelten wordt aangetoond dat gebeurtenissen die ons 'toevallen' in werkelijkheid door God worden bestuurd. Het toeval en het lot staan niet tegenover Gods hand, maar zijn juist instrumenten van Zijn verkiezend voornemen. Dit besef dat God als een soevereine Schepper zelfs de kleinste details in ons leven plaatst en beschikt, bevrijdt de gelovige van het noodlot en biedt diepe vrede. Alles wat een mens ten deel valt, inclusief de geestelijke zegen in Christus, is uitsluitend te danken aan Zijn ondoorgrondelijke raadsbesluit en niet aan menselijke prestaties.

“Als je God niet kent of buiten beschouwing laat, dan wordt het leven geregeerd door het noodlot.”

Inleiding: Bestaat Toeval? ↑ hoofdstukken

Een heel goedemorgen, overigens ook van mijn kant. Vrienden hier in Nieuw-Buinen, ik kan inderdaad bevestigen wat Bert zojuist ook al zei bij de aanvang: jullie zijn kennelijk nog erg in de vakantiemodus, gezien de tamelijk dunne bezetting. Het oogt nog steeds erg vakantieachtig, ook als je nu naar buiten kijkt. Nou, prachtig hoor. Het is heerlijk om de dingen te overdenken waar we het vanmorgen over gaan hebben en waar ik jullie graag bij wil bepalen: 'Toevallig?', oftewel over het onderwerp toeval. Bestaat dat sowieso? Laten we daar eens op inzoomen.

Kijk, laten we in de eerste plaats – nog even voordat we naar de Bijbel toe gaan, want dat is uiteraard de bedoeling – vaststellen wat we feitelijk bedoelen met dat woord 'toeval'. Weliswaar gebruiken we dat woord, of het bijvoeglijk naamwoord 'toevallig', dagelijks, maar het is natuurlijk iets anders om precies te weten waar je het eigenlijk over hebt. Als je het in een woordenboek of een naslagwerk nakijkt, dan zul je een definitie als deze aantreffen: met toeval bedoelen we een gebeurtenis die vooraf niet is te voorzien of te plannen. Feitelijk zegt dat, als je daarover nadenkt, ook iets over onze eigen handicap als mensen, namelijk het onvermogen om iets zinnigs te zeggen over de toekomst die we nu eenmaal niet kennen.

Eigenlijk geef je daarmee meteen aan dat dit nooit van toepassing kan zijn op de God die wij kennen, de God van de Bijbel, de God van hemelen en aarde. Want Hij is het – zoals we in een lied zingen – die het heden kent en de toekomst overziet. Bij Hem gebeurt er nooit iets 'bijgeval', zo staat het geloof ik ook in een of ander lied. En 'bijgeval' is Oudnederlands voor toevallig. Nee, want Hij voorziet de dingen; Hij verklaarde vanaf den beginne reeds de afloop. Hij voorziet dat niet alleen, maar bovendien is Hij ook degene die het allemaal in Zijn hand heeft. Zoals Bert in zijn introductie al zei: bij Hem is alles in de hand en niets gaat buiten Hem om.

Hij voorziet de dingen en Hij plant ook alles. Alles gaat naar de raad van Zijn wil, en daar zullen we straks ook mee afsluiten. Dat geldt voor alle dingen, hetzij de 'plussen', de positieve dingen die wij geluk noemen, of het negatieve dat we pech noemen. Als je toevallig iets moois overkomt, dan zeg je: "Nou, dat is geluk." Maar als je er daarentegen niet blij mee bent, dan is het een ongeluk of een ongeval. Dat woord is ook wel veelzeggend, want daar zit het woordje 'val' in. Een ongeval; dat 'on-' is negatief, maar het overkomt je.

Dat zegt trouwens ook iets over de etymologie, de afleiding van het woord. Waar komt het eigenlijk vandaan? Als je dat nakijkt, zul je kunnen vaststellen dat het woord 'toeval' verband houdt met het werkwoord 'toevallen'. Dat moet je gewoon heel letterlijk nemen: het valt je toe. Het aardige daarvan is dat het woordje 'vallen' erin besloten ligt, en iets valt altijd van bovenaf. We zeggen bij toeval: het overkomt je. Je hebt er geen invloed op, je hebt het niet voorzien en je hebt het niet onder controle, maar het overkomt je. Daar zit de gedachte in dat het van bovenaf komt. Iets valt nooit naar boven; als iets valt, dan komt het van boven. Dat bedoel ik uiteraard ook dubbelzinnig, want 'van boven' is niet alleen in de zin dat het ons overkomt, maar er is Er Één die daarboven is, die de dingen beschikt. Daarmee hebben we feitelijk in de inleiding al vastgesteld: ja, er is Er Één die ons de dingen doet toevallen.

In deze studie gaan we Schriftplaatsen na: wat zegt de Schrift hier nu eigenlijk over? Want dat is natuurlijk de grote vraag. Spreekt de Bijbel ook over toeval? Als je het hebt over de vraag of toeval bestaat, dan kun je daarover gaan redeneren en – wat we zojuist kortweg deden – iets zeggen over de definitie van het woord. Maar uiteindelijk is beslissend: wat zegt de Bijbel daarover? Gebruikt de Bijbel het woord toeval? Nou, toevallig wel, ja. Ik wil een aantal Schriftplaatsen noemen, een zestal, eigenlijk een zevental – dat is dan een toegift – waarin dat begrip in ieder geval een rol speelt. Want toeval heeft natuurlijk ook nog te maken met kansen of met het lot. Wat dacht u daarvan? En met loting. Laten we eens naar een paar Schriftplaatsen toe gaan.

Prediker 9: Tijd en Toeval Treffen Hen Allen ↑ hoofdstukken

De eerste waar ik naartoe wil gaan, is Prediker 9. U ziet daar een dobbelsteentje op de dia en dat is niet voor niets. Prediker 9 vers 11 is heel makkelijk te onthouden; ik noem het altijd 9-11. Het gaat om Prediker, het boek dat geschreven is door koning Salomo, de man die zo bekendstond om zijn wijsheid en die de dingen beschouwt zoals zij zich 'onder de zon' aan ons voordoen. In dat elfde vers van dat hoofdstuk zegt hij iets heel bijzonders over toeval. Laten we het eens nader bezien. Hij doet daar een vaststelling: "Wederom zag ik onder de zon" — dat is zo’n typische uitdrukking die voortdurend als een refrein en als een rode draad door het hele boek gaat — "wederom zag ik onder de zon dat niet de snelsten de wedloop winnen."

Als het op deze manier geformuleerd wordt, dan betekent dat: niet altijd. Vaak wel, meestal misschien, dat weet ik niet, maar lang niet altijd en zeker niet per definitie. Dat is wat hij aan het einde van het vers dan ook gaat zeggen. Er zijn altijd factoren die je niet in de hand hebt en die het dan 'toevallig' maken dat niet de snelste de wedloop wint. Dat kunnen soms van die hele futiele, kleine dingen zijn die eigenlijk nauwelijks de moeite waard zijn om te vermelden, maar die wel een beslissende invloed hebben op de gang van zaken. Stel je voor, je moet een belangrijke wedloop lopen, van de Olympische Spelen bijvoorbeeld, en de nacht ervoor ben je in je hotelkamer en er is een mug. Iets futielers en kleiners dan een mug kun je je nauwelijks voorstellen, maar die houdt je de hele nacht bezig waardoor je de slaap niet kunt vatten. Reken maar dat dit invloed heeft op de prestaties de volgende dag tijdens de wedloop. Dan kun je een hele goede conditie hebben en buitengewoon geoefend hebben, maar het maakt dan toch dat je misschien wel de snelste bent, maar niet de wedloop wint. Ik noem maar wat, gewoon als voorbeeld.

Prediker geeft nog een heel aantal andere voorbeelden. Hij zegt: het zijn niet altijd de snelsten die de wedloop winnen, ook niet altijd de sterksten die de strijd winnen. De strijd is in dit geval, denk ik, vooral een strijd in de zin van een oorlog. Ook daarvan zijn hele aparte voorbeelden als je een klein beetje kennis hebt van de geschiedenis, bijvoorbeeld ook de recente wereldgeschiedenis. Dan weten we dat de Tweede Wereldoorlog een beslissende wending nam op een dag die we kennen als D-Day, de Decision Day. Als je je een klein beetje verdiept in die geschiedenis — onlangs hebben Peter en ik daar nog een film over gekeken, over de landingen in Normandië — dan zie je dat dit ook te maken had met een toevallige weersomstandigheid waardoor de geallieerden er konden landen. Daardoor kreeg de oorlog een beslissende wending. Dat heeft dus niet eens alleen te maken met militaire kracht, planning of strategieën. Nee, het kan gewoon een hele subtiele factor zijn; want als er iets is wat we niet in de hand hebben, dan is het wel het weer. Mensen proberen tegenwoordig daar wel wat invloed op te hebben, maar u begrijpt wat ik bedoel.

Het zijn niet altijd de sterksten die de wedstrijd winnen. Ga het maar na; je zou over al deze voorbeelden die Prediker hier geeft door kunnen denken. Ook de Bijbel geeft daar voorbeelden van. Sterker nog, je hebt heel wat geschiedenissen in de Bijbel waar Israël eigenlijk heel zwak was. Denk bijvoorbeeld aan de geschiedenis van Gideon. Dat leger moest juist heel zwak zijn, maar juist dat maakte dat ze — u kent de geschiedenis wellicht — met die 'Gideons bende' van driehonderd man de oorlog wonnen.

Nog een voorbeeld: het zijn ook niet altijd de wijzen die het brood winnen. In die zin dat als het gaat om de levensbehoeften en om zekerheid in het bestaan te verwerven, dit niet altijd een kwestie is van wijsheid, planning of het vermogen om alles onder controle te hebben. Het zijn niet altijd de wijzen die het brood krijgen. Inderdaad, zoals ik in de aantekening ook aangeef: soms komt dat brood zomaar, over toeval gesproken, uit de hemel vallen. Ik doel uiteraard op de geschiedenis van het manna.

Het zijn ook niet altijd de schranderen die de rijkdom verkrijgen. Je zou zeggen: om rijk te worden moet je heel slim zijn, dan krijg je dat voor elkaar. Ik zeg niet dat slimheid helemaal geen rol speelt, maar echt niet per definitie. Ook daar geeft de Bijbel voorbeelden van. Het werkt zowel positief als negatief: intelligentie of een hoog IQ garandeert geen rijkdom, en omgekeerd garandeert domheid ook niet dat je arm zult blijven. Dat hoeft helemaal niet. Je kunt er misschien algemene regels over geven, maar je hebt het niet in de hand. Daar gaat het even om. Er staat ergens in de Psalmen dat het tevergeefs is dat men brood der smarten eet en vroeg opstaat, want, staat er: "Hij geeft het Zijn beminde in de slaap." Als Hij wil dat je rijk wordt, dan word je rijk. En als Hij dat niet wil, dan kun je vroeg opstaan en je helemaal een ongeluk werken, maar dan gebeurt het niet. Eigenlijk word je als mens door dit hele onderwerp zo klein. Je denkt: ik ben goed, ik ben sterk, ik ben snel, ik heb getraind en ik heb dit gedaan. Vergeet het maar. Er zijn zoveel factoren waar je niets over te zeggen hebt en die wel degelijk beslissend zijn.

Het zijn ook niet de verstandigen die de gunst winnen. Waar ik dan vooral aan moet denken, is aan wat we kennen in de democratische landen. Elke vier jaar heb je verkiezingen en dan is het altijd een strijd om de volksgunst. Zijn het dan altijd de mensen die het verstandigst zijn, die echt wijs zijn, die uiteindelijk de verkiezingen en de volksgunst winnen? Laten we daar maar niet te diep over doorgaan, want ik heb zelfs de indruk dat juist het tegendeel vaak het geval is. Het zijn niet de verstandigen die de gunst winnen.

En nu komt de reden, want je zou natuurlijk heel wat voorbeelden kunnen geven, maar Prediker zegt: "want tijd en toeval treffen hen allen." Sommige vertalingen zeggen 'geluk' of 'pech'. Uiteindelijk komt het erop aan wat de Engelsen noemen: right time, right place. Het is timing. Het is net het moment dat je nodig hebt; dat je op de goede tijd op de goede plaats bent en dat iets je toevalt. Dat is wat het is en Prediker stelt dat gewoon vast. Waar het in Prediker vooral om gaat is: verbeeld je als mens nou maar niet te veel. Want je bent niets; je bent gewoon een creatie en de grote Creator, de grote Schepper, Hij beschikt de dingen. Je kunt plannen, je kunt willen en je kunt je verbeelden wat je wilt, maar Hij is degene die Zijn plan trekt en Zijn baan trekt.

Ruth 2: Toevallig op het Veld van Boaz ↑ hoofdstukken

U kent wellicht de geschiedenis van Ruth, de Moabitische. Er zitten geweldige profetische achtergronden in dit verhaal van een vrouw die uit het buitenland komt en berooid in het land arriveert. En dan komt zij op het veld van Boaz terecht. Laten we het even lezen. Zij ging dan heen op aanraden van haar schoonmoeder Naomi en ze kwam op het veld om aren te lezen achter de maaiers. Het was namelijk in de tijd van de gersteoogst, wat ook niet onbelangrijk is. Ze kwam op het veld en bij geval trof zij het stuk land van Boaz, die uit het geslacht van Elimelek was. Hij was al eerder in dit hoofdstuk geïntroduceerd, want hij was een bloedverwant van Naomi. Boaz is degene die de 'losser' wordt.

Het is een geweldige geschiedenis, maar waar het hier vooral om gaat, is dat woordje 'bijgeval'. Als u de NBV-vertaling heeft, de nieuwste vertaling van het Nederlands Bijbelgenootschap, dan staat er: 'het toeval wilde'. Daar ben ik nou weer heel erg op tegen, want dat is namelijk niet correct. Ik begrijp de gedachte natuurlijk wel; ik zei al bij de aanvang dat 'bijgeval' gewoon Oudnederlands is voor 'toevallig' of 'bij toeval'. Maar zoals het hier geformuleerd wordt, klopt dat natuurlijk niet. 'Het toeval wilde', alsof het toeval een macht in zichzelf is die iets wil. Ik denk dat heel veel mensen daar zo hun ideeën over hebben, alsof het toeval de dingen beslist. Alsof dat de macht is, maar dat is natuurlijk niet zo. Er is een God en Hij doet toevallen. God deed het zo toevallen, Hij heeft het zo beschikt, dat Ruth op de akker van Boaz kwam. Zo moest het wezen. Ruth had het niet gepland; nee, toevallig gebeurde dat.

Ja, toevallig. Maar de geschiedenis krijgt daardoor een enorme wending. Want uiteindelijk leidt dit ertoe dat Boaz met Ruth trouwt. Zij krijgen samen een kind en die heet Obed. Obed kreeg ook weer een kind en die heette Isaï. En Isaï kreeg ook weer een kind en die heette David. Dat is de grondlegger van de Davidische dynastie, het koningshuis van David waaruit de Messias voortkomt. Het begon allemaal doordat Ruth toevallig daar op de akker van Boaz kwam. Dan weet je eigenlijk meteen: wie doet dat dan zo toevallen? Dat zij juist daar bij die vermogende man terechtkwam? Het voert veel te ver om daar nu uitgebreid op te wijzen, maar ik meld het alleen even. Deze vermogende man uit Bethlehem is uiteraard — en ik zeg dat in dit gezelschap en ik zeg er niets teveel mee — een type van Hem die ooit in de velden van Efrata, ook daar in Bethlehem, geboren zou worden. Inderdaad, uit het geslacht van Boaz.

Deze vermogende man in Bethlehem en het feit dat het bij het begin van de gersteoogst was... Ik wil er alleen maar even op wijzen dat het officiële begin van de gersteoogst de dag van de eerstelingenschoof is. Dat was de dag dat de Heer Jezus Christus als Eersteling verrees uit het graf. Alsjeblieft. Allemaal toevallig? Dus ja, geloof je in toeval? Ja, ik wel. Maar als je Degene kent die de dingen van bovenaf beschikt, terwijl wij er vaak geen weet of notie van hebben, dan zie je Zijn hand. Hij beschikt de dingen; Hij weet wat Hij doet. En zo kwam Ruth daar op dat veld terecht. Heb ik er nog één.

Samuël 6 en Lukas 10: Toeval of Gods Hand? ↑ hoofdstukken

1 Samuël 6 bevat een geschiedenis die misschien niet zo bekend is, maar het is een geweldig verhaal. Het is een beetje lastig om er zomaar één vers uit te plukken, want dan begrijp je misschien niet helemaal goed waar het over gaat. Laat ik daarom eerst kort de voorgeschiedenis schetsen. We bevinden ons in de tijd van Samuël, of eigenlijk vlak daaraan voorafgaand. De Filistijnen hadden de ark van het verbond, het heiligste van de tabernakel, buitgemaakt en in de tempel van Dagon in Asdod geplaatst.

Wat er daarna gebeurt, is een prachtverhaal. Uiteindelijk, precies op de derde dag, was Dagon voorovergevallen voor de ark. Zijn hoofd lag eraf en zijn handen ook; Dagon was als het ware helemaal ontmanteld. Hij was voorovergevallen voor de ark, het embleem van God Zelf, of eigenlijk het embleem van de Heer Jezus Christus, de Messias die zou komen.

Wat ze daarna doen, is dat de ark wordt weggehaald uit de tempel, maar hij blijft nog even in Asdod. De Filistijnen kregen echter verschrikkelijke last van wat de NBV omschrijft als aambeien. In de oudere vertalingen staat dat ze werden gekweld door 'spenen van achteren', maar dan heb je niet zo gauw door waar het eigenlijk over gaat. Het was daar een heftige vorm. In Asdod kregen ze daar gigantisch veel last van en er stierven ook heel veel mensen door; het was dus niet zomaar een klein beetje ongemak.

Vervolgens ging de ark van Asdod naar Gat. Dat vind ik een hele mooie plaatsnaam als het hierover gaat. Het zijn allemaal steden in wat nu zo bekendstaat als de Gaza-strook, het gebied van de Filistijnen. In Gat kregen ze last van hetzelfde probleem. Daarna verhuisden ze hem naar Ekron, en ook in Ekron kregen ze daar last van. Het eind van het verhaal was dat de ark weer terug moest naar Israël. Men zei: "Die ark brengt ons uitsluitend ongeluk, ellende, ziekte, pijn en dood. Wat moeten we met dat ding?" Dus besloten zij dat hij terugging naar Israël.

In 1 Samuël 5 en 1 Samuël 6 lees je dat ze een nieuwe wagen lieten maken. Ze namen koeien die nog aan het zogen waren, spanden die voor de wagen en plaatsten de ark daarop. In vers 9 staat dan iets heel interessants. Het idee was: we zorgen ervoor dat die wagen met de koeien gewoon wordt losgelaten. De koeien moesten naar Bet-semes gaan, wat in het gebied van Israël ligt; de naam betekent 'huis van de zon'. De Filistijnen zeiden: "Indien zij de weg naar haar gebied opgaat, naar Bet-semes, dan weten we absoluut zeker: dan is Hij het – God met een hoofdletter – die dit grote onheil over ons gebracht heeft. Dan weten we het zeker: dat is Hij, God." En ze zeiden: "En zo niet, dan weten we dat niet Zijn hand ons getroffen heeft, maar dat het ons toevallig overkomen is."

Ik vind dat zo leuk. Dit zijn echt Filistijnse ideeën, of eigenlijk gewoon heidense ideeën. Men redeneert: aan de ene kant heb je Gods hand en aan de andere kant heb je toeval. Als het zus gaat, dan is het Gods hand, en als het zo gaat, dan is het toevallig. Alsof er ook maar iets is wat niet in Zijn hand is of wat Hij niet beschikt. Dat is toch bizar? Maar goed, zij redeneerden zo, en ik denk dat dit misverstand ook bij vele christenen leeft. Eigenlijk ben je 'van God los' op het moment dat je denkt: "Tja, dat gebeurt nu eenmaal zo, het toeval wilde dat..." Wat dacht je dan? Zoals er al werd gerefereerd aan de evangeliën: er valt geen musje van het dak buiten Hem om. Er valt zelfs geen haar van je hoofd zonder dat Hij dat beschikt.

Het woord God – theos – is afgeleid van een werkwoord dat te maken heeft met 'plaatsen'. Ik houd erg van die gedachte. God is, vanuit het Griekse denken en de taal van het Nieuwe Testament, degene die de dingen plaatst. Dat is zo geweldig! Hoe komt het dat dingen 'plaatsvinden'? Dat komt omdat er Eén is die de dingen een plaats geeft. Als Hij geen plaats zou geven, dan zou het geen plaats vinden. Wat geweldig dat we zo'n God hebben; niets, geen klein detail ontgaat Hem. Hij beschikt de dingen.

De Filistijnen wisten dat dus niet, maar ik wilde dit schriftgedeelte toch graag noemen. Er is nog een voorbeeld in Lukas 10, in het Nieuwe Testament. Dat komt uit de bekende gelijkenis van de barmhartige Samaritaan. Je leest daar dat de man die op de weg van Jeruzalem naar Jericho was overvallen door bandieten, halfdood aan de kant van de weg lag. Dan staat er: "Bij geval daalde een priester af langs die weg." Bij geval, oftewel: toevallig. En deze zag hem en ging aan de overzijde voorbij. Evenzo een Leviet. "Toevallig", zegt de NBG-vertaling. Een vers later staat er dat er ook een Samaritaan kwam.

Bij die Samaritaan staat er trouwens niet bij dat het toevallig was. De suggestie die daarmee gewekt wordt, is: die kwam niet zomaar toevallig langs, die zocht iemand die daar halfdood langs de kant van de weg lag. Ik beweer dat niet stellig, maar dat is de suggestie die juist gewekt wordt doordat er niet wordt vermeld dat het toevallig was. U ziet hiermee dat de Bijbel heel wat keren spreekt over toeval en toevallig. En als we het dan toch over dit woord hebben, dan moeten we het begrip nog wat uitbreiden naar het begrip 'het lot'.

Spreuken 16 en Esther: het Lot in de Schoot Geworpen ↑ hoofdstukken

Want ja, waarom wordt het lot geworpen? Waarom vindt er een loting plaats? Juist ook vanwege dat idee; het fundamentele idee van een loting is juist dat we niet weten hoe dat gaat uitpakken. Dat is een loterij. In Spreuken 16 staat dit: het lot wordt geworpen. Er wordt in de Bijbel trouwens bij allerlei gelegenheden het lot geworpen. Bij ons is het vaak een spel; je werpt een dobbelsteen, vaak ook uit overwegingen om rijk te worden — vooral dat. Dan doe je mee aan een loterij. Maar in de Bijbel is loting in feite een hele heilige bezigheid. Dat wil zeggen dat je daarmee als mens ook erkent: wij weten niet wat we hierin moeten doen, laat het lot beslissen. Met de gedachte daarbij dat we het uit handen geven en dat God het maar moet doen.

Bekend is natuurlijk in het Nieuwe Testament de geschiedenis van de vacature van Judas die vervuld moet worden. Er worden twee kandidaten gesteld en dan wordt het lot geworpen. Ze weten: "Heer, wijst U het maar aan." En dat is het. Wij hebben daar geen invloed op, wij weten dat niet; doet U het dan maar. Vandaar ook dat hier staat: "Het lot wordt in de schoot geworpen." Dat is een hele mooie, want 'iets in de schoot geworpen krijgen' is ook in het Nederlands een uitdrukking. Het betekent dat je iets 'om niet' ontvangt; het wordt je in de schoot geworpen. Je krijgt het zomaar. Nou, dat staat hier ook: het lot wordt in de schoot geworpen, maar elke beslissing daarvan is van de HEER, van JAHWEH.

Ik vind dat geweldig. Dit is trouwens een prachtige bevestiging van wat we tot dusver eigenlijk de hele tijd al hebben gezien. Namelijk: er is er Eén die de dingen beschikt en waar wij totaal geen controle over hebben. Dat is juist wat wij ook allemaal weten, namelijk het lot, maar dan niet het noodlot. Kijk, niet alleen moslims trouwens, er zijn heel wat mensen, ook christenen, die geloven in het noodlot. Wat mij betreft ben je God dan echt kwijt. Zij geloven in het noodlot, of dat er iemand is die het zo beschikt. Neem bijvoorbeeld de calvinisten. Die hebben echt het theologisch idee dat God het zo beschikt heeft dat een groot deel van de mensheid voor eeuwig — en zij bedoelen daarmee eindeloos — in de hel komt. U zegt: dat is afschuwelijk. Dat is ook ronduit afschuwelijk, maar dat is met recht noodlot. Want dat betekent dat als dat lot jou vooraf beschikt is, als je daartoe gepredestineerd of voorbestemd bent, dat echt noodlot is.

In feite, als je God helemaal buiten beschouwing laat en je denkt dat alles gewoon toeval is... Er is ooit een keer een explosie geweest, miljarden jaren geleden, en het is zo gelopen dat we nu hier in Nieuw-Buinen zitten. Nou, dat is het idee. Maar dat is dan allemaal toevallig. Echter, aangezien je er helemaal geen invloed op hebt en er bovendien ook niemand is die dat beschikt en daar Zijn bedoelingen mee heeft, nou, dat is pas echt noodlot. Als je God niet kent of buiten beschouwing laat, dan wordt het leven geregeerd door het noodlot.

Maar ja, als je God daarentegen wel kent, dan wordt alles anders. Want er is er Eén die niet alleen God is, maar ook nog eens goed is. Degene die alles beschikt; Zijn weg is de beste. Altijd. We weten niet waarom Hij de dingen doet. Eigenlijk hoef je het niet eens te weten. Want wat weten wij nu eigenlijk als kleine mensjes met onze paar grijze hersenzellen? We weten eigenlijk van niks hoe de dingen zijn zoals ze zijn. Nee, maar Eén weet het wel, en Hij weet wat het beste is. Dat doel gaat Hij bereiken, maar ook de weg die Hij daarvoor gaat, is de aller-, allerbeste. Dat geeft zo'n vrede. Want dat betekent namelijk: laat het maar gewoon over aan Hem, Hij maakt het goed. Dan heb je vrede. Als je God kunt hebben, dan heb je vrede; er is niets wat dat kan verstoren. Dat is geweldig.

Er is een heel Bijbelboek dat eigenlijk over dit beginsel gaat, namelijk het boek Esther. Want ja, dan kom je weer op een andere kwestie uit, maar even uitgaande van de geschiedenis van het Joodse volk dat zich in het Perzische Rijk bevindt. Haman — die vreselijke man met zijn plannen — had het lot geworpen, het 'pur' staat er, om de Joden te vernietigen. En wat gebeurt er dan? Ja, dat is ook zo'n wending in de geschiedenis. Esther besluit op aanraden van haar oom Mordegai om naar de koning toe te gaan. Op de derde dag was dat overigens. Zij gaat naar de koning toe en krijgt dan de gouden staf toegereikt. Nou, dat verandert alles. En dat verandert ook met recht het hele lot. Want in plaats van wat er op die datum zou gebeuren die Haman had verkozen door middel van het lot, gebeurt precies het tegenovergestelde. Niet het Joodse volk wordt vernietigd, maar integendeel: zij worden juist verlost en Haman wordt verhoogd. Verhoogd... nou ja, eigenlijk vernederd. Maar goed, hoe dan ook.

In feite komt in het hele boek Esther de naam van God niet voor. Nee, maar incognito — dat wil zeggen: onherkenbaar — is Hij daar. Hij is aanwezig in het lot. Joden vieren tot op de dag van vandaag Purim. Purim betekent gewoon 'loting' of is afgeleid van het woord voor lot. God heeft het lot zo beschikt dat het Joodse volk bewaard is gebleven, zodat God Zijn belofte daadwerkelijk zou kunnen vervullen. Hij ging Zijn weg door alles heen, en hoewel Hij niet gezien wordt, gaat Hij door allerlei onvoorziene factoren Zijn weg. Daar gaat het hele boek Esther over. Dus: het lot wordt in de schoot geworpen, maar elke beslissing daarvan is van JAHWEH. Ja, niets gaat buiten Hem om. Dat is eigenlijk de algemene afdronk van alles wat we tot dusver hebben gezien. Dan heb ik er nog één. Daar wordt het woord toeval niet gebruikt, maar het illustreert wel precies waar het over gaat.

Romeinen 9: het Verkiezend Voornemen van God ↑ hoofdstukken

Romeinen 9 is dat geweldige hoofdstuk waarin beschreven wordt dat God de God is. Hij is de grote Pottenbakker die vaten van oneer maakt en vaten van eer. Hij beschikt de dingen; Hij beschikt ook een Farao. Hij beschikt zelfs dat die Farao 'nee' zegt, want Hij heeft daar Zijn plannen mee. Maar uiteindelijk is alles tot heil van Zijn schepselen, want Hij is de grote Pottenbakker en Hij laat nooit varen het werk van Zijn handen.

Laten we kijken naar Romeinen 9 zelf. Het is trouwens opmerkelijk dat dit vers 9:11 is. In Romeinen 9 vers 11 staat: "Want toen de kinderen nog niet geboren waren..." Dat moet ik natuurlijk even toelichten: het gaat hier over Jakob en Esau. Er staat: "toen de kinderen nog niet geboren waren en goed noch kwaad hadden gedaan." Dat is nogal wiedes, want ze hadden nog helemaal niets gedaan. Ze hadden ook nog niet gekozen en ze hadden nog niet 'aangenomen'. Ik zeg het expres een beetje provocerend voor ons evangelischen, want uiteindelijk gaat het in die kringen vaak om de mens die beslist en kiest. Maar hier gaat het juist om God die Zijn keuze heeft gemaakt.

Het gaat hier over kinderen die nog niet geboren waren en nog geen goed of kwaad hadden gedaan. Ze hadden nog helemaal niets gedaan en wisten nog niet eens van hun eigen bestaan af. En dan staat er — wat in onze vertalingen vaak tussen haakjes wordt gezet als een tussenzin — waarom dat zo is: "opdat het verkiezend voornemen van God zou blijven, niet vanuit werken, maar vanuit Degene die roept."

Het hele idee is dat God Degene is die roept en die vooraf de dingen al zegt. Hij maakt Zijn plan bekend en dat staat helemaal los van de mens. Wat een mens bedenkt, wat een mens kiest of wat een mens doet, heeft er niets mee te maken. God kiest. Het gaat niet om onze keuze; God kiest vooraf. Het is het verkiezend voornemen van God. Van tevoren heeft Hij een plan en Hij beschikt het zo. En wat de mens daarvan vindt, dat maakt helemaal niets uit. Dat is Romeinen 9. We zijn klei in de hand van de Pottenbakker en Hij vormt ons. De vraag is dan niet of je dat leuk of prettig vindt.

Wat hebben wij nu zelf in de hand? Denk aan het loutere feit dat we geboren zijn en wáár we geboren zijn. In welke context, bij welk gezin? Is dat rijk of arm? Is dat in Afrika, in Europa of in Nederland? In welke religieuze setting groeien we op? Al die factoren, die feitelijk beslissend zijn voor ons hele leven, vallen je toe. Wat heb je daarover te zeggen? Helemaal niets. Dan kom je bij de grote Creator uit. Hij is Degene die Zijn weg gaat. Ik ben klei in de hand van de Pottenbakker. Ik heb mezelf niet gemaakt, u heeft uzelf niet gemaakt. Hij is Degene die ons gemaakt heeft en Hij gaat Zijn weg. Ja, "opdat het verkiezend voornemen van God zou blijven, niet vanuit werken, maar vanuit Degene die roept." Daar gaat het om.

Daarom werd tot Rebekka al gezegd: "De oudste zal de jongste dienstbaar zijn." Als er nu iets is waar je geen invloed op hebt, dan is het wel dat. Ik noemde net al een heleboel dingen, zoals het feit dat je geboren wordt, maar denk ook aan de plaats die je inneemt in de volgorde van geboortes. Dat ik de derde thuis in ons gezin ben — welke invloed heeft een mens daarop? Toch was er al gezegd: de oudste zal de jongste dienstbaar zijn. God keert daar de boel eigenlijk om, want dat is niet de gebruikelijke gang van zaken. Maar God zegt dat het zo zal gaan. Van tevoren, voordat die kinderen konden huilen en voordat ze goed of kwaad hadden gedaan — niets van dat al — had God al gezegd dat de oudste de jongste dienstbaar zou zijn. Welke invloed heb je daarop? Geen enkele. Dat is juist het punt: Hij is God en Hij beschikt de dingen.

Nou, dat was nummer zes, en dan is de dobbelsteen op. Dat vind ik trouwens ook wel aardig: als het gaat om toeval, gaat een dobbelsteen tot zes. Maar ik vond het mooi om het nog even te completeren naar zeven. Dat brengt ons bij de laatste schriftplaats die ik in dit verband wil noemen.

Efeze 1: Ons Lotsdeel in Christus ↑ hoofdstukken

En dat is in Efeze 1. Dat valt in onze vertalingen eigenlijk niet zo op, want er is een woord wat in ons Nieuwe Testament heel dikwijls voorkomt, maar eigenlijk door de wijze waarop het weergegeven wordt, ontgaat ons de link met de loting. Dat is het woordje 'erf', wat in onze vertalingen altijd wordt weergegeven met 'erfenis' of aanverwante woorden zoals 'erfgenaam' enzovoort. Maar in het Grieks zit daar het woordje kleroo in – mag u weer vergeten, maar kijk het maar na in de handboeken – dat is onbestreden en betekent: door het lot aangewezen. Ik zeg daarmee niet dat er kritiek is op de vertaling, maar ik zeg alleen dat ons woord 'erfenis', zoals dat in het Nieuwe Testament gebruikt wordt, eigenlijk een lotsdeel is. Een deel wat je door loting krijgt toebedeeld.

In feite geldt dat voor een erfenis ook, want voor een erfenis heb je ook niets gedaan; het valt je toe. Van het land Israël lezen we trouwens ook dat het erfdeel eigenlijk een lotsdeel was. Alle stamgebieden, maar ook de delen van de families, werden door loting aan de families en aan de stammen toegewezen. Allemaal een lotsdeel. Paulus zegt dan in Efeze 1: "In Hem" – en dan gaat het over de Heer Jezus Christus natuurlijk, het Hoofd – "in wie ook wij het lotsdeel ontvangen hebben, waartoe wij tevoren bestemd waren krachtens het voornemen van Hem..."

Het geweldige is dat wat wij door geloof in Hem hebben ontvangen, een lot is. Nee, het is geen lot uit de loterij, maar het is als een lot uit de loterij. Waarom mag ik Hem kennen? Waarom heb ik zo'n geweldige toekomst in Hem? Ik weet het, dan is het standaard evangelische antwoord: "Ja, maar je hebt voor Jezus gekozen." Nou, ik hoop dat u inmiddels ziet dat dit niet het punt is. Het punt is God. Het is je ten deel gevallen. Hij is degene die jou in aanraking gebracht heeft met Zijn Woord. Hij heeft daarvoor je ogen, je oren en je hart geopend, zodat je het ziet. Hij overtuigt je. Het valt je ten deel.

Ik vind dat apart als we het hebben over het fysieke. Als je zicht mag hebben, dan is het een feit dat ik u nu zie zitten. Ik zie u echt helemaal zitten, en u ziet mij, mag ik aannemen, staan. Dat komt omdat je gezichtsvermogen hebt. Maar hoe komt dat nou? Is dat een prestatie dat u mij kunt zien? Nee, ik zou zeggen: dank God dat je gewoon de ogen hebt gekregen die het vermogen hebben om te zien, en oren om te horen. Er is er maar één die dat jou geeft. Het staat ook in het boek Spreuken: "Het oor dat hoort en het oog dat ziet, de HEERE heeft ze beide gemaakt." Je gaat toch niet zeggen dat het een prestatie is omdat je dingen ziet? Maar hoe zou het dan zijn als je zicht mag hebben op de rijkdom van Zijn Woord? Is dat jouw keuze of jouw prestatie? Wat een onzin! Hij geeft het jou; Hij heeft jou ermee in aanraking gebracht, toevallig. Heb je mogen horen hoe geweldig Hij is? En als het kwartje dan valt – het valt je toe – dan gaan je ogen open. Waarom? Er is er één die dat doet.

Waar het dus op neerkomt, is dat alle roem is uitgesloten. Er is niets van jezelf; je hebt niets van jezelf. Hij beschikt de dingen. En de zegen die wij hebben in Christus, dat is als een lot uit de loterij. Het valt ons om niet, zomaar ten deel. Dank Hem daarvoor. Hij is God. Ik laat ook het deel nog even lezen wat daarop volgt in vers 11, want dat bevestigt precies waar we het over hebben. Dat is het laatste dan ook: "In Hem, in wie ook wij het lotsdeel ontvangen hebben, waartoe wij tevoren bestemd waren..." Ook weer zoiets. Voordat je geboren werd, sterker nog, voor de nederwerping der wereld, koos Hij ons uit. Daar predestineerde Hij ons. Hij heeft een plan met deze hele schepping. Er is nu al een uitroepsel dat Hij de allerhoogste plaats geeft, met Christus verbonden als hoofd en lichaam. Waarom mag je die positie hebben? Dat is omdat er Eén is die jou dat heeft toebedeeld. Dat is niet van jezelf, geen prestatie; dat heeft Hij gedaan.

Ik vind het trouwens geweldig in dit verband, als we het dan toch over uitverkiezing en voorbestemming hebben: uitverkiezing is nooit met uitsluiting van anderen. God kiest uit om de rest te bereiken. Hij heeft de hele schepping op het oog. Hij koos Abraham uit, niet omdat de rest van de wereld Hem niet interesseerde, maar omdat via Abraham en zijn zaad alle geslachten van de aardbodem gezegend zouden worden. Kijk, dat is uitverkiezing. En dat is geweldig. Dus als je nu al mag horen bij dat uitroepsel – in feite een heel minuscuul, select gezelschap in termen van de grote wereldbevolking – als je nu mag horen bij de Ecclesia, wauw! Ik zou zeggen: dank God op je blote knietjes dat Hij jou daarvoor de ogen heeft geopend. Dat is toch geweldig?

Het is naar het voornemen van Hem die in alles, ta panta (het al), werkt naar de raad en de bedoeling van Zijn wil. Daarmee is de cirkel rond. Er is één die alle dingen beschikt. Alles. Alles wat je mag hebben, dat heb je van Hem. En alles wat je bent, dat is doordat Hij jou zo gemaakt heeft. Hij werkt in het al naar de raad van Zijn wil. Hij beschikt en Hij plaatst alles; alle dingen, elk detail. Zo'n God en Vader mogen wij hebben. Amen.

🎧 toevallig?
Delen: